/
'smɔr.ɣəns/
adverb
1. in de ochtenduren van de dag
por la mañana
/
ˌsxraːvə(n)ˈɦaːɣə/, /
ˌsχravə(n)ˈɦaχə/
pronoun
1. een stad en gemeente in de Nederlandse provincie [[Zuid-Holland]]
La Haya
/
ˌsɛrtoɣə(m)ˈbɔs/, /
ˌsɛrtoχə(m)ˈbɔs/
pronoun
1. stad en gemeente in Noord-Brabant
Bolduque
/
aka'pɛla/
adverb
1. zonder instrumentale begeleiding
a cappella
adverb
1. des te eerder, des te meer
tanto más
/
aʔyˈbe/
interjection
por favor
pronoun
1. een stad in Denemarken
Åbenrå
noun
1. streling, liefkozing
caricia
verb
1. zachtjes strelen
acariciar
noun
1. lang vaartuig met een platte bodem en een brede boeg
barcaza
chalana
chata
barcaza renana
noun
- 3. paling
- 4. kleine en jonge paling
anguila
- 1. mestvocht
estiércol liquido
noun
1. bepaald soort struik met eetbare rode bessen Ribes rubrum
grosella
grosella roja
noun
1. een struikachtige plant waarvan de aalbes de vrucht is
grosellero
noun
1. geestelijke voor militairen, gevangenen en leden van jeugdbewegingen
limosnero
cura castrense
noun
pozo ciego
pozo negro
pozo séptico
noun
1.bepaald soort plant, Artemisia absinthium
absintio
ajenjo
noun
1. benaming voor vogels uit het geslacht Phalacrocorax
cormorán
noun
1. knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
hemorroides
noun
2. knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
hemorroides
adjective
1. kortademig
asmático
disneico
adjective
1. (predicatief) actief, in bedrijf
a
verb
1. de grond rondom ophogen
acollar
aporcar
recalzar
soterrar
terraplenar
verb
1. door het bakken aankoeken, vasthechten
pegarse
noun
1. het smeedblok waarop de smid het gloeiend metaal smeedt
yunque
verb
1. ergens terechtkomen
dar en
ir a parar a
llegar en su destino
verb
1. bij iemand (aan de deur) bellen
llamar
verb
contratar
dar a destajo
sacar a concurso
noun
1. een kans om uitgekozen te worden voor een werk of levering
concurso
destajo
subasta
adjudicación por concurso
noun
1. een eerste betaling bij het kopen van iets op afbetaling of in termijnen
arras
entrada
verb
- 3. toevertrouwen
confiar
- 1. over iets of iemand bij iemand (positief) vertellen en adviseren om datgene/diegene te gebruiken/in te schakelen
encomendar
recomendar
aconsejar
- 2. aanprijzen
recomendar
aconsejar
adjective
aconsejable
recomendable
adjective
1. een aanbeveling verdienend
recomendable
aconsejable
noun
1. een brief waarin men iets of iemand aanbeveelt
carta comendatoria
carta de recomendación
adjective
aconsejable
recomendable
adjective
1. waard om aanbeden te worden
adorable
verb
- 2. een persoon op hogere waarde inschatten
adorar
- 1. vereren van een god of heilige door daar een gebed aan te richten
adorar
venerar
noun
- 2. verliefd persoon, die een ander het hof maakt
admirador
adorador
- 1. vereerder van een goddelijk wezen
adorador
admirador
noun
1. een verering, een eerbiedvolle bewondering
adoración
veneración
devoción
noun
- 2. een vrouwelijk verliefd persoon, die een ander het hof maakt
admiradora
adoradora
- 1. vereerster van een goddelijk wezen
adoradora
admiradora
verb
- 2. iets tegen bepaalde voorwaarden of prijs verhandelbaar stellen
ofertar
- 1. aanreiken, bieden, offreren, presenteren
ofrecer
brindar
presentar
noun
1. iemand die beroepshalve een advies, dienst of een product ter beschikking stelt
oferente
noun
1. iets voordelig te koop aanbieden
oferta
presentación
verb
- 2. doen klinken, door er op de juiste manier in te blazen
aspirar
- 1. van een vuur of een oven
avivar
soplar
noun
2. inspiratie
inspiración
verb
- 2. blijven branden
permanecer encendido
- 1. in dezelfde functie blijven
seguir
noun
- 2. het zien van iets
aspecto
espectáculo
- 1. de blik van iemand
vista
noun
1. een aanbieding
ofrecimiento
oferta
proposición
/
ˈambɔːrə(n)/
verb
1.
alumbrar
/
ˈambʌʊə(n)/
verb
1. ergens iets tegenaan bouwen
ampliar
/
ˈambʌʊsəɫ/
noun
1. het aangebouwde
anejo
/
ˈambradə(n)/
verb
1. even laten braden
dorar
verb
- 1. iets voor het eerst openen
abrir
- 2. beginnen van tijd
amanecer
empezar
comenzar
verb
- 4. werven
alistar
hacer prosélitos
reclutar
- 1. brengen naar
aplicar
aportar
llevar
traer
- 3. verklikken
delatar
denunciar
- 2. toevoegen, invoegen
disponer
fijar
introducir
traer
noun
1. een beloning voor het aanwerven
alistamiento
noun
1. gerichte belangstelling of interesse
atención
adverb
1. met belangstelling, met aandacht, met interesse
atento
noun
1. een gebied waaraan men bijzonder veel aandacht moet besteden
campo de interés
noun
1. een onderwerp dat bijzondere aandacht verdient of krijgt
punto de interés
noun
1. een streepje als leesteken om een tussenzin af te scheiden
guion
noun
1. stoornis bij kinderen die zich o.m. uit in concentratieproblemen
TDAH
Trastorno por Déficit de Atención con Hiperactividad
noun
1. een streepje als leesteken om een tussenzin af te scheiden
guion
noun
1. een onderwerp waaraan men bijzondere aandacht moet besteden
campo de interés
noun
1. deel van een stad waar veel mensen met sociale, psychische en financiële problemen wonen
barrio desfavorecido
noun
1. waardepapier
acción
participación
noun
1. eigenaar van aandelen, actionaris
accionista
noun
1. een houder van één of meer bewijzen van aandeel
accionista
noun
1. waarde van de aandelen bepaald door de vraag en het aanbod van de aandelen op de beurs
cotización de las acciones
noun
1. de handel in aandelen in het algemeen
mercado de acciones
noun
1. het recht op het kopen en verkopen van aandelen tegen vastgestelde prijzen op een afgesproken datum
opción de compra acciones
noun
1. het totaal van aandelen die iemand beheert
bloque de acciones
lote de acciones
paquete de acciones
verb
- 3. overdrijven
abultar
exagerar
- 2. dikker maken
engrosar
- 1. dikker worden
hacerse espeso
verb
- 3. (iets) aantasten
afectar
- 2. (iemand iets) berokkenen
causar
dar lugar a
inferir
ocasionar
producir
- 4. (iemand) ontroeren
conmover
enternecer
- 6. aansteken, ontsteken
encender
- 1. (kleren) aantrekken
poner
ponerse
- 5. (iemand of iets) bezoeken
visitar
noun
- 2.
afección
emoción
- 1. ziekte
enfermedad
achaque
afección
adjective
conmovedor
enternecedor
patético
verb
- 1. vaster draaien
apretar
- 2. iets in werking stellen
encender
verb
1. ergens naartoe dragen
traer
noun
- 1. het aandringen
agolpamiento
- 3. met klem, nadruk
ahínco
encarecimiento
- 2. aansporing
insistencia
instancia
porfía
presión
noun
eje de impulsión
eje de transmisión
eje motor
árbol de transmisión
árbol motor
noun
correa de transmisión
verb
2. doen bewegen
accionar
impeler
impulsar
noun
1.
propulsión
accionamiento
tracción
verb
- 2. iets proberen te verkrijgen
insistir
- 1. doorgaan met verzoeken
insistir
instar
ahincar
apretar
urgir
verb
1. vaster drukken
apretar
verb
1. aanwijzen
indicar
señalar
designar
noun
1. aanwijzing
indicación
denotación
indicio
índice
/
'ʔan.dɵr.və(n)/
verb
1. Moed hebben
osar
arriesgar
atreverse
verb
- 2. verplaatsen door te duwen
empujar
- 1. vaster duwen
presionar
apretar
verb
een beetje dweilen
fregar
adverb
consecutivamente
de seguida
verb
1. verbonden
concadenado
verb
1. aan elkaar vast hechten
aglutinar
/
an.ˈen.sxa.kə.lə(n)/, /
an.ˈen.sχa.kə.lə(n)/
verb
1. met schakels verbinden
concadenar
concatenar
noun
1. iets dat belachelijk of schandelijk is
afrenta
verb
1. betreffen
concernir
incumbir
/
anˈɣandə/, /
ˈanɣandə/
preposition
concerniente a
en esto de
en lo atañedero a
por lo que respecta a
por lo que toca a
por lo tocante a
verb
estar boquiabierto
estar embobado
mirar con la boca abierta
adjective
1. bij de geboorte verkregen eigenschappen
innato
congénito
adjective
1. een staat waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft
afectado
adjective
1. aangetrouwd; getrouwd met
emparentado
noun
1. iemand tegen wie een aanklacht is ingediend
acusado
verb
abordado
arribado
recalado
noun
asunto
negocio
cosa
especie
extremo
particular
adjective
1. een positief gevoel oproepend
agradable
adjective
2. een beetje dronken
achispado
adjective
3. tijdelijk niet in staat om iets te doen vanwege een emotionele of lichamelijke klap
afligido
adjective
1. beschadigd door inwerking van iets
afectado
adjective
matrimonio, por ~
verb
- 3. een gezocht persoon bij de autoriteiten melden
delatar
- 1. aanreiken
entregar
- 2. aanduiden
indicar
señalar
denotar
verb
contradicho
discutido
objetado
noun
cara
rostro
faz
fisonomía
semblante
noun
1. hevige pijnen in het aangezicht
neuralgia facial
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
ya que
puesto que
dado que
porque
visto que
como
noun
- 2. formulier of schriftelijke verklaring waarmee werd aangegeven
declaración aduanera
declaración de aduana
declaración de impuestos
declaración de la renta
denuncia
- 1.3. het melden van goederen bij de douane; aangifte doen
declaración aduanera
declaración de aduana
presentar una declaración aduanera
presentar una declaración de aduana
- 1.2. het melden van inkomen bij de belastingen; aangifte doen
declaración de impuestos
declaración de ingresos
declarar sus impuestos
declarar sus ingresos
- 1.1. het melden van een delict bij de politie; aangifte doen
denuncia
presentar una denuncia
adjective
1. rechtstreeks grenzend aan iets anders
limítrofe
adyacente
contiguo
vecino
colindante
aledaño
verb
1. vals aankijken
mirar amenazadoramente a
adjective
1. aandoenlijk, ontroerend
conmovedor
enternecedor
/
aːnɣrɛipɪŋzpʏnt/
noun
1. een punt waar op een lichaam volgens natuurkundige berekening een kracht werkt
punto de aplicación
punto de contacto
noun
1. toename
aumento
acrecentamiento
crecimiento
incremento
verb
2. toenemen
aumentar
crecer
verb
1. met een haak vastmaken
enganchar
verb
- 4. hechter maken
atraer
- 2. eigen of andermans woorden ontlenen
citar
adjective
1. lief doend, geneigd tot toenadering
mimoso
noun
1. een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
citación
cita
noun
1. leesteken om geciteerde woorden van die van de auteur te onderscheiden
comillas
noun
comitiva
cortejo
séquito
noun
- 1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt.
adepto
partidario
secuaz
- 2. rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen.
remolque
noun
1. toevoegsel
apéndice
noun
remolque
coche remolque
coche de remolque
noun
1. de mate waarin een mens of dier trouw en toegenegen is
afectuosidad
verb
1. vastmaken
adjuntar
fijar
sujetar
noun
- 2.
comienzo
principio
entonamiento
entonación
- 3.
exordio
- 4. aanspreking aan het begin van een brief
saludo
verb
entonar
comenzar
empezar
verb
1.horen naar iemand
escuchar
verb
- 6. niet behandelen, uitstellen
aplazar
- 2. arresteren
detener
arrestar
verb
- 2.voortjagen
acelerar
- 3.vuur aanjagen
atizar
avivar
- 1.angst aanjagen
infundir
noun
2. een werktuig dat gasmengsel onder druk...
compresor
rotor de turbina
verb
2. tot onderwerp van discussie maken
plantear
noun
1. bij de rechtbank ingediende beschuldiging of klacht
acusación
cargo
denuncia
verb
1. iemands handelingen bij een hof aanhangig maken met een officiële beschuldiging
acusar
denunciar
inculpar
noun
1. iemand die een proces aanspant
acusador
actor
verb
- 1. enteren
abordar
- 2. aanspreken
abordar
dirigir la palabra a
dirigirse a
verb
- 1. meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien
decorar
- 3. zijn kledij aantrekken
vestir
verb
1. kloppen om binnen te komen
llamar (a la puerta)
noun
- 1. een punt waaraan...
enlace
- 2. feit of gegeven op basis waarvan wordt voortgebouwd, verder geredeneerd enz.
enlace
punto de contacto
punto de partida
punto de referencia
verb
1. met een koek bedekt worden
pegarse
verb
- 4. zwaarder worden
engordar
- 1. een bestemming bereiken
llegar
- 6. aanraken
tocar
adjective
1. aanstaand
próximo
noun
1. de bestemming bereiken, het aankomen
llegada
verb
1. bekendmaken
anunciar
noun
1. datgene wat men aankoopt
adquisición
compra
/
ˈankopsɔm/
noun
1. het geldbedrag waarvoor iets is aangekocht
precio de compra
verb
1. door kopen verwerven
comprar
procurarse
adquirir
verb
1. aan land gaan
abordar
arribar
llegar
recalar
noun
- 3. talent
aptitud
capacidad
talento
- 1.
construcción
verb
- 4. aan wal gaan liggen
abordar
amarrar
atracar
- 3. café
apearse
detenerse
pararse
- 2. een wapen
apuntar
encarar
- 7. maken
construir
edificar
instalar
noun
desembarcadero
embarcadero
noun
1. datgene wat iets tot gevolg heeft
motivo
ocasión
razón
causa
lugar
verb
1. iemand voorzien met de gevraagde goederen
suplir
adjective
1. verleidelijk ogend
atractivo
verb
1. tot zich lokken, aantrekken, bekoren, op aangename wijze boeien
atraer
cautivar
seducir
noun
- 1. het op gang komen
- 2. het op toeren komen van een aandrijfmotor, machine etc.
arranque
- 3. een loop of tred voorafgaand aan een sprong, duik, enzovoort
arranque
carrera
- 4. een inleiding
comienzo
- 5. bezoek
visita
noun
transformador de arranque
noun
confección
fabricación
producción
verb
- 4. salade aanmaken
aderezar
adobar
aliñar
preparar
- 2. een nieuw exemplaar van iets maken, voornamelijk op een computer
crear
- 3. doen branden
encender
- 1. een bepaalde substantie produceren
fabricar
producir
verb
excitar
exhortar
requerir
noun
2. Waarschuwing dat men nog niet betaald heeft
exhortación
verb
- 1. zich opgeven
apuntarse
inscribirse
- 2. zich bekend maken met gebruikersnaam en wachtwoord
iniciar sesión
noun
1.
inscripción
matriculación
adjective
considerable
notable
verb
1. moed inspreken
animar
alentar
noun
1. het inspreken van moed
aliento
estímulo
noun
1. prijs ter aanmoediging
bono de incentivo
premio de estímulo
prima de incentivación
verb
alistar
enrolar
enrolarse
verb
1. door naaien vastmaken
coser
adjective
aceptable
admisible
noun
plausibilidad
verosimilitud
noun
1. de functie die bij een gegeven steekproefuitkomst als functie van een parameter de kansfunctie of kansdichtheid van die uitkomst aangeeft
función de verosimilitud
/
ˈaːneːmər/
noun
1. iemand die een (bouw)werk uitvoert tegen een bepaalde prijs
contratista
asentista
destajista
noun
empresa de construcción
noun
admisión
aceptación
confirmación
- 2. adoptie
adopción
noun
1. manier van aanpakken
enfoque
planteamiento
planteo
verb
- 1. aanvatten
coger
tomar
asir
- 3. een probleem oplossen
emprender
- 2. in rechte vervolgen
perseguir
adjective
1. in staat om zich aan te passen
adaptable
/
ˈaːmpɑsə(n)/
verb
- 1. aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken
adaptar
acomodar
adecuar
amoldar
apropiar
- 2. aantrekken om te passen
probar
ensayar
intentar
noun
2. het zich aanpassen
adaptación
acomodación
adecuación
noun
aanpassingsvermogen
adaptación
noun
1. affiche
anuncio
cartel
verb
1. door beplanting aanbrengen
cultivar
plantar
/
ˈanrakˌsxɛrm/, /
ˈanrakˌsχɛrm/
noun
1. een beeldscherm dat ook als invoerapparaat voor een computer kan worden gebruikt door het scherm aan te raken.
pantalla táctil
verb
1. raad geven om iets te doen
recomendar
aconsejar
verb
1. fysiek contact maken met iets
tocar
palpar
noun
- 2. in aanraking met
contacto
- 1. het aanraken
palpadura
palpamiento
tocamiento
roce
toque
noun
punto de contacto
punto tangencial
verb
- 1. fysiek aanvallen
asaltar
- 2. iemand dwingen tot ontuchtige handelingen (zonder penetratie)
asaltar sexualmente
- 3. aantasten
infringir
noun
- 1. aanvaller
- 2. een persoon, in de regel van het mannelijke geslacht die iemand anders aanvalt om seksuele redenen
agresor
noun
1. vaste tafel met kastjes langs keukenwand
encimera
verb
1. iemand iets aangeven
alargar
entregar
verb
- 2. de schuld geven van
achacar
echar la culpa
- 3. opvatten als
concebir
entender
interpretar
- 1. een bepaalde prijs vragen bij een aankoop
imputar
verb
1. veroorzaken, met name van schade
causar
instigar
ocasionar
producir
verb
2. tegen iets rijden, een botsing veroorzaken
atropellar
noun
1. botsing met een voertuig
choque
verb
1. aan een draad rijgen
enhebrar
ensartar
verb
- 1.
- 3. een subprogramma uitvoeren
invocar
verb
1. aanraken
mencionar
tocar
verb
1. kopen
comprar
adquirir
noun
1. de prijs die een koper daadwerkelijk betaalt bij de aanschaf van een product
precio de adquisición
precio de compra
verb
1. scherper maken
afilar
aguzar
agudizar
adverb
claro
evidente
ilustrativo
manifiesto
verb
contemplar
observar
ver
noun
1. het aandachtig waarnemen van iets
contemplación
verb
1. ambtelijk schrijven naar
notificar
noun
circular
notificación
orden por escrito
verb
- 13. wortel schieten
arraigar
- 8. beginnen te lopen
arrancar
- 3. in beslag nemen
embargar
secuestrar
- 11. beslagen worden
empañarse
- 4. waarderen
estimar
tasar
valuar
- 5. aanplakken
fijar
pegar
- 12. belasten, belasting heffen
gravar
imponer
- 7. blaffen
ladrar
- 6. ten verkoop bieden
ofrecer a la venta
- 2. op militaire wijze groeten
saludar
- 1. tegen iets slaan
tocar
noun
4. terroristische aanval
atentado
noun
1. belastingsbrief
papeleta de impuestos
verb
- 4. bij een groep of organisatie gaan behoren
abanderizarse
adherirse
afiliarse
añadirse
incorporarse
sumarse
- 2. een verbinding tot stand brengen
comunicar
conectar
conexionar
- 1. op elkaar volgen
corresponder
empalmar
- 3. passend maken
juntarse
ligar
unirse
/
ˈanslœytɪŋ/
noun
comunicación
conexión
empalme
enlace
reunión
unión
verb
- 2. agressief verkopen
embaucar algo a alguien
encajar
- 1. besmeren
untar
verb
- 2. ter sprake brengen
abordar
plantear
- 1. het eerste stuk er afsnijden
encentar
decentar
empezar
verb
1. vaster snoeren
agarrotar
verb
1. met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen
arrojado
verb
1. opwekken
espolear
estimular
acuciar
aguijar
aguijonear
aguzar
noun
1. aanmoediging tot actie
exhortación
noun
- 1. het recht om het bezit of genot van iets te vorderen
reclamación
- 3. aanspraak maken
reclamar
reivindicar
adjective
1. verantwoordelijk, om vergoeding of betaling aangesproken kunnen worden
responsable
noun
1. overeenkomst waarbij je premie betaalt aan een verzekeraar zodat die zal betalen voor schade die je per ongeluk veroorzaakt of waarvoor je verantwoordelijk wordt gehouden
seguro de responsabilidad civil
verb
- 2.
apelar al sentimiento
- 4.
citar ante el tribunal
poner a pleito
poner pleito a
proceder judicialmente
dirigir la palabra a
dirigirse a
- 5.
empezar
noun
empresario de pompas fúnebres
verb
1. bevallen
agradar
gustar
adjective
próximo
cercano
entrante
que viene
siguiente
verb
1. iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen
apisonar
verb
1. langdurig aankijken
mirar fijamente
verb
- 4. besmetten met een begin van rotting
contagiar
acatarrar
inficionar
- 1. doen ontbranden
encender
alumbrar
noun
1. apparaatje om vuur te maken
encendedor
mechero
yesquero
noun
1. iemand die zich aanstelt
farsante
presumido
adjective
afectado
histriónico
noun
1. benoeming in een functie, dienst etc.
nombramiento
verb
1. veroorzaken
instigar
maquinar
noun
1. iemand die een opschudding of rel veroorzaakt
instigador
adverb
1. binnen zeer korte tijd
ahora mismo
desde luego
en el acto
en seguida
enseguida
inmediatamente
noun
- 2. klinken
chocar
tintinear
- 1. stoten tegen
chocarse con
noun
1. een telbare hoeveelheid
número
verb
1. (langzaam) beschadigen, aangrijpen
agredir
atacar
cariar
corroer
repudrir
noun
2. klein formaat bundel onbeschreven papier die men bij zich draagt om opmerkingen in op te schrijven
carné
librito de memoria
verb
1. opschrijven om te onthouden
certificar
anotar
apuntar
noun
1. de werkwoordsmodus die de gewone werkelijkheid aangeeft
modo indicativo
adjective
1. mogelijk om aan te tonen
demostrable
comprobable
verb
- 2. aanstampen
apisonar
- 1. met een trapbeweging starten
arrancar
verb
1. ontmoeten, vinden
encontrar
adjective
1. bekoorlijk
atractivo
verb
- 1. dankzij een kracht objecten naar zich toe doen bewegen
- 2. aanlokken
atraer
noun
1. het elkaar aantrekken van massa, de kracht die dingen met massa naar elkaar laat bewegen
atracción
noun
- 2. het vermogen van een persoon of zaak om iemand tot zich te trekken
atractivo
atracción
- 1. natuurkundige aantrekkingskracht
fuerza atractiva
fuerza atractriz
fuerza de atracción
gravitación universal
adjective
1. te aanvaarden
aceptable
verb
- 2. accepteren, in bezit ontvangen
aceptar
adir
- 4. op zich nemen
asumir
entregarse
noun
1. een poging de tegenpartij geweld aan te doen of van zijn positie te beroven
ataque
acometida
verb
atacar
acometer
agredir
asaltar
noun
- 1. iemand die aanvalt
agresor
atacador
- 2. een persoon in de voorste linie
delantero
agresor
noun
arma de ataque
arma ofensiva
verb
1. beginnen, starten
comenzar
empezar
adverb
1. in het begin
inicialmente
verb
contradecir
discutir
objetar
verb
1. vegend reinigen
barrer
noun
1. werkwoordswijs van mogelijkheid
subjuntivo
modo subjuntivo
/
ˈanvulə(n)/
verb
- 1. gevoel hebben voor, bij intuïtie begrijpen
entender
intuir
- 3. het genoemde gevoel geven
percibir
sentir
- 2. met het gevoel begrijpen
sentir
noun
- 1. het aanbrengen
- 2. het aangebrachte
aprovisionamiento
noun
1. een bevelhebber, een leider
líder
capitán
jefe
caudillo
amo
comandante
verb
- 2. aanbrengen, naartoe transporteren
acarrear
- 3. bijbrengen als bewijs
aducir
alegar
- 1. bevel voeren over
encabezar
acaudillar
capitanear
comandar
mandar
noun
1. verzoek, vaak min of meer officieel
solicitud
petición
demanda
pedido
solicitación
noun
1. een papieren of elektronisch blad waarin men de benodigde informatie dient in te vullen voor het aanvragen ergens van
hoja de solicitud
impreso de solicitud
noun
1. verzoek, vaak min of meer officieel
solicitud
verb
1. verzoeken, min of meer officieel
pedir
rogar
/
ˈanvʏlə(n)/
verb
1. het ontbrekende bijvoegen
completar
suplir
adjective
1. die of dat aanvult
adicional
suplementario
supletorio
complementario
verb
activar
animar
estimular
incitar
inflamar
instigar
verb
- 1. aansporen
animar
avivar
azuzar
excitar
incitar
instigar
- 2. sterker worden
aumentar
arreciar
atizar
enardecer
verb
1. gebruik maken van
usar
utilizar
aplicar
emplear
hacer uso de
verb
1. zich gewennen
acostumbrarse
verb
contratar
reclutar
alistar
enganchar
enrolar
hacer prosélitos
noun
contratación
reclutamiento
noun
1. het aanwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
presencia
verb
1. door wijzen tonen
indicar
apuntar
señalar
denotar
designar
enseñar
noun
- 3. exponent
exponente
- 1-2
indicador
indicadora
noun
- 1. het aanwijzen
indicación
- 3. inlichting of voorschrift over hoe men moet handelen
instrucción
- 2. vingerwijzing
pista
noun
1. iets nieuws dat erbij komt
adquisición
verb
1. ten laste leggen
imputar
achacar
noun
1. hoe men door anderen gezien wordt
consideración
prestigio
verb
- 2. beschouwen als
considerar como
tomar por
- 1. kijken naar
mirar
poner la vista en
- 3. dulden
tolerar
/
ˈanzuk/
noun
in te delen vertalingen
petición
verb
1. het nog schuldige betalen
ajustar
cubrir
saldar
suplir
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de orde der primaten
mono
simio
noun
- 1. bloeiwijze van granen
- 2. bovenste deel van de halm van gras- of graangewassen
espiga
/
aːrt/
noun
1. wezen, natuur, karakter
carácter
noun
1. bepaald soort plant, Lathyrus tuberosus
guija tuberosa
noun
1. bepaald soort plant, Solanum tuberosum
patata
papa
/
ˈar.dɑ.pɔɫ.ke.vər/, /
ˈar.dɑ.pəɫ.ke.vər/, /
ˈaːrd.ɑ.pəl.ke.vər/
noun
1. bepaald soort tor, Leptinotarsa decemlineata
escarabajo de la patata
noun
kroket van aardappelpuree
croqueta de papa
croqueta de patata
noun
fécula de la papa
fécula de patata
/
ˈardɑpəɫˌmɛʃə/
noun
1. een mesje voor het schillen van aardappelen
pelapatatas
noun
1. een aardappelziekte veroorzaakt door cysteaaltjes
cierta enfermedad de las patatas
noun
prensador de patatas
prensapatatas
/
ˈardɑˌpəɫpyˈre/
noun
1. een puree van zeer fijn gemaakte, met melk aangemengde aardappels
puré de patatas
noun
1. een salade die gemaakt wordt uit aardappelen
ensalada de patatas
ensalada de papas
noun
pelador de papas
pelapapa
pelapapas
pelapatatas
noun
cuchillo para pelar patatas
noun
1. een baan die de aarde rond de zon volgt
órbita terrestre
/
\ˈaːrt.bɛi̯\/
noun
2. eetbare vrucht van planten uit het geslacht Fragaria
fresa
frutilla
noun
1. bepaald soort plant, Arbutus unedo
madroño
albocera
alborocera
merodo
árbol de las fresas
noun
1. bepaald soort plant, Arbutus unedo
albocera
alborocera
madrollo
madroño
merodo
noun
1. ijs met aardbeiensmaak
helado de fresa
noun
1. jam van aardbeien
confitura de fresas
noun
1. bepaald soort plant, Trifolium fragiferum
fresa de burro
trébol fresa
trébol fresero
noun
1. een schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst, meestal te wijten aan ...
terremoto
seísmo
noun
1. streek waar veel aardschokken voorkomen
zona del terremoto
noun
1. smalle zone waar vaak aardschokken voorkomen
cinturón sísmico
noun
1. de plaats van het ontstaan van een aardschok onder de aardkorst
foco sísmico
hipocentro
noun
1. bewoner van de planeet aarde
habitante de la tierra
terrícola
noun
superficie de la tierra
/
ʔardbɔl/
noun
globo terrestre
globo terráqueo
/
ˈartrat/
noun
1. een draad die een elektrisch apparaat met de aarde verbindt
conductor a tierra
linea de tierra
/
ˈardə/
noun
- 1. planeet
- 2. grond
tierra
adjective
oscuridad absoluta
adjective
1. van aarde gemaakt
de tierra
verb
- 1. zich thuis voelen, wennen, gewoon worden
acostumbrarse
echar
- 4. met de aarde verbinden
conectar
- 3. wennen
habituarse
- 5. ~ naar
parecerse
noun
1. zandweg. Weg met onverhard wegdek
camino arenoso
camino de arena
/
artxɑs/
noun
1. een gas dat uit de aarde komt en dat grotendeels uit methaan bestaat
gas natural
noun
yacimiento de gas natural
noun
1. een distributienet voor aardgas
red de distribución del gas natural
noun
1. het ontginnen van aardgas
extracción de gas natural
/
ˈart.ɦɔ.mɔɫ/, /
ˈart.ɦɔ.məɫ/, /
ˈaːrd.hɔ.məl/
noun
1. benaming voor insecten uit vier nauw verwante soorten hommels, Bombus (Bombus), die hun nest onder de grond hebben
abejorro
/
ˈar.dəx/, /
ˈar.dəχ/, /
ˈaːr.dɪx/
adjective
- 1. aangenaam in omgang
amable
simpático
bueno
gentil
agradable
benévolo
- 2. flink, behoorlijk, vrij groot
bastante grande
- 3. grappig, geestig, genoeglijk
cómico
divertido
entretenido
gracioso
/
ˈar.dəx/, /
ˈar.dəχ/, /
ˈaːr.dɪx/
adverb
- 1. aangenaam
bonitamente
con detalle
graciosamente
- 2. zeer, veel
mucho
muy
noun
- 2. grapje
broma
burla
chanza
- 1. het prettige, het bevallige
gentileza
gracia
lindeza
- 3. klein geschenk
pequeño regalo
noun
1. kleine attentie of gift die iemands waardering of genegenheid uitdrukt
broma
noun
toma de tierra
contacto con tierra
noun
1. Bunium bulbocastanum
castaña de tierra
castañuela
noun
núcleo de la tierra
núcleo terrestre
noun
1. klem voor het aanleggen van een aardverbinding
bornes a tierra
noun
1. de aarde, de blauwe planeet
bola del mundo
noun
1. aaneen gekleefd hoopje aarde
gleba
terrón de tierra
/
ˈart.kɔrst/
noun
1. het buitenste gedeelte van de planeet Aarde
corteza terrestre
noun
1. de kromming van het aardoppervlak
curvatura de la Tierra
noun
1. een wetenschapper die de aarde, haar geschiedenis en de processen...
geólogo
noun
cable de tierra
toma de tierra
noun
1. het magnetische krachtveld van de aarde
magnetismo terrestre
noun
1. het gedeelte tussen de aardkorst en de kern van de aarde
manto terrestre
noun
1. massa van de aarde
masa terráquea
/
aːrtmetkɵndə/
noun
geodesia
noun
1. elementen die uit bepaalde zeldzame aarden verkregen worden
metales de tierras raras
noun
1. bepaling van de afmetingen van de aardbol
geodesia
/
ˈaːrtoliproˌdʏkt/
noun
1. verhandelbaar resultaat van het bewerken van aardolie
derivado del petróleo
producto petrolífero
noun
1. het buitenste gedeelte van de aardkorst
superficie terrestre
/
ˈartpɪːr/
noun
bepaald soort zonnebloem, Helianthus tuberosus
castaña de tierra
pataca
aguaturma
marenquera
tupinambo
alcachofa de jerusalén
noun
1. elk van de beide aspunten van de aarde
polo terrestre
noun
- 2. het mensdom
mundo
- 1. de aarde met alles wat zij bevat
tierra
/
ˈardrɛiksˌkʏndə/
noun
geografía
adjective
1. met betrekking tot de aardrijkskunde
geográfico
noun
1. wals om de grond vast te drukken en vlak te maken
rodillo
adjective
1. betrekking hebbende op de aarde, tot de aarde behorend
terrestre
terrenal
noun
1. een plotselinge aardbeving
terremoto
sacudida sísmica
seísmo
sismo
noun
- 2. elk der stralen uit de aarde die een ongunstige uitwerking op levende organismen zouden hebben
emanación telúrica
- 1. straal, halve diameter van de aarde
radio terrestre
noun
1.
radiación terrestre
noun
1. zeer zwakke aardbeving
temblor de tierra
/
ˈaːrtfɑrkə(n)/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Orycteropus afer
cerdo hormiguero
oricteropo
/
ˈaːrtfɑst/
adjective
adherido al suelo de una manera fija
noun
1. bepaald soort altijd groene heester die zich met wortelvezels aan de omringende omgeving vasthecht, Glechoma hederacea
hiedra terrestre
noun
1. het naar beneden schuiven van een grote massa grond
corrimiento de tierra
desprendimiento
desprendimiento de tierra
noun
raís comestible
tubérculo comestible
noun
ciencias de la tierra
geociencia
noun
1. Proteles cristatus, een lid van de familie der hyenas
lobo de tierra
proteles
pronoun
1. een Waalse provinciehoofdstad
Arlon
noun
1. en 2. (blaadjes van) de plant Mentha spicata
hierbabuena
menta romana
yerbabuena
menta verde
noun
1&2.1. bepaald soort parasitaire, maar onschadelijke rondworm van ca. 5–10 mm lengte, Enterobius vermicularis
oxiuro
/
ˈaːrz.bɪz.dɔm/, /
ˈaːrʦ.bɪs.dɔm/, /
ˈaːrʦ.bɪz.dɔm/
noun
1. het belangrijkste gebied van een kerkprovincie, dat geleid wordt door de aartsbisschop.
arquidiócesis
archidiócesis
arzobispado
/
ˈaːrzbɪsxɔp/, /
ˈaːrʦbɪsxɔp/, /
ˈaːrʦbɪsχɔp/
noun
1. de voornaamste bisschop van een kerkprovincie.
arzobispo
noun
1. rooms-katholieke priester met bijstand van de aartsbisschop als taak
arcediano
/
ˈaːrz.di.jo.ˌses/, /
ˈaːrʦ.di.ʲo.ˌses/
noun
1. het belangrijkste gebied van een kerkprovincie, dat geleid wordt door de aartsbisschop.
archidiócesis
arquidiócesis
arzobispado
noun
1. een hemelgeest in een rang boven een engel
arcángel
noun
1. een keizerlijke prins in het vroegere Oostenrijk-Hongarije
archiduque
noun
1. adellijke titel, vrouw van een aartshertog
archiduquesa
/
'artsvɛɪɑnd/
noun
archienemigo
noun
1. bepaald soort vaste waterplant, Myriophyllum spicatum
filigrana mayor
fontanera
/
ˈarzələ(n)/
verb
1. onzeker zijn, twijfelen
dudar
vacilar
titubear
noun
1. onzekerheid, twijfel, weifel
vacilación
duda
indecisión
noun
- 1. speelkaart
as
- 1. lokmiddel
carnada
cebo
pasto
- 2. dood dier
carroña
/
'as.xir/
noun
- 1. bepaald soort roofvogel, Neophron percnopterus
alimoche
- 2. iemand die profijt probeert te halen uit de tegenslag van iemand anders
buitre
noun
Bepaald soort bananenplant, Musa textilis
abacá
/
ˈɑbɑkʏs/
noun
- 1. raam met staven
- 2. dekplaat van een kapiteel
ábaco
/
a.bɑ.ˈtwaːr/, /
ɑ.bɑ.ˈtβ̞ar/
noun
1. een bedrijf waar dieren geslacht worden
matadero
pronoun
1. West-Kaukasische taal gesproken in Rusland en Turkije
idioma abaza
adjective
1. betrekking hebbend op een abt of een abdij
abacial
noun
1. het inkorten van een woord of een frase
abreviatura
noun
1. een ophoping van pus in het lichaam, daarbij een onnatuurlijke holte vormend
absceso
/
ɑpˈxazis/
pronoun
1. een taal die in Abchazië gesproken wordt
abjasio
idioma abjasio
verb
1. afstand doen van de troon, aftreden als vorst
abdicar
/
ɑbˈdɛɪ̯/, /
ɑbˈdɛː/
noun
1. klooster met aan de leiding een abt of abdis
abadía
abadiado
abadiato
/
ɑbˈdɛɪ.kɛrk/, /
ɑbˈdɛː.kɛrk/
noun
1. een kerk die bij een abdij hoort
iglesia abacial
iglesia de abadía
/
ɑbˈdɪs/
noun
1. bestuurster van een abdij.
abadesa
/
ˌɑbdoʊmiˈnaːɫ/
adjective
1. de onderbuik betreffend
abdominal
verb
1. van de middellijn af bewegen
abducir
noun
1. bepaald soort loofboom, Populus alba
álamo blanco
adjective
niet levend
abiótico
adjective
1. volstrekt verachtelijk, zeer verwerpelijk
abyecto
/
ˌɑb.la.ˈtif/, /
ˌɑb.la.ˈtiːf/
noun
1. de zesde naamval die onder meer de instantie aangeeft waarvan iets uitgaat of vertrekt
ablativo
/
ˈɑb.laut/, /
ˈɑp.lɔut/, /
ˈɑp.lʌut/
noun
1. regelmatige, grammaticaal bepaalde klinkerwisseling
apofonía
/
ɑbomɪˈnabəl/
adjective
bijzonder slecht
abominable
horrible
horroroso
/
ɑbɔ'ne/
noun
1. iemand die op iets geabonneerd is
abonado
suscriptor
suscriptora
abonada
noun
abono
suscripción
subscripción
/
ɑbɔ'nerə(n)/
verb
1. een abonnement aangaan
suscribirse
abonarse
noun
1. oorspronkelijke bewoner van Australië
aborigen
aboriginal
verb
1. een foetus weghalen
abortar
noun
clínica de aborto
abortorio
noun
albaricoque
damasco
chabacano
albaricoquero
noun
1. bepaald soort boom waaraan abrikozen groeien, Prunus armeniaca
albaricoquero
/
ɑp'rʏpt/
adverb
1. onverwachts optredend
abrupto
súbito
brusco
noun
1. de afstand tot de opstaande as van een coördinatenstelsel
abscisa
/
ɑp'sɛnt/
adjective
ausente
/
ɑpsɛnte'ɪsmə/
noun
absentismo
/
ɑp'sɛnsi/
noun
ausencia
ausentismo
/
ɑp'sɪnt/
noun
1. sterkedrank op basis van anijs
ajenjo
absenta
noun
bepaald soort plant, Artemisia absinthium
ajenjo
absintio
noun
1. grootte van een reëel getal of lengte van een andere grootheid
valor absoluto
/
ɑpso'lysi/
noun
1. het vergeven van de zonden
absolución
/
ɑpsoly'tɪsmə/
noun
absolutismo
/
ɑpso'lyt/
adjective
- 1. niet beschouwd in betrekking tot iets soortgelijks
- 2. volledig, volkomen
- 3. beslist, zeker
- 4. geheel onafhankelijk en zonder binding met iets of iemand anders
absoluto
/
ɑpsɔl'verə/
verb
absolver
/
ɑpsɔr'berə(n)/
verb
absorber
noun
refrigeración por absorción
noun
espectro de absorción
/
ɑp'strɑkt/
adjective
abstracto
/
ɑp'strɑksi/
noun
1. een begrip dat los staat van de dagelijkse werkelijkheid
abstracción
verb
1. concretiseren
abstraer
/
ɑpsʏrt/
adjective
1. erg onlogisch, belachelijk
absurdo
noun
absurdo
absurdidad
despropósito
/
ɑb/, /
ɑpt/
noun
1. het hoofd van een abdij
abad
noun
plant uit het geslacht Acacia
acacia
noun
1. een vrouwelijk persoon met een academische opleiding
titulada universitaria
noun
1. een mannelijk persoon met een academische opleiding
titulado universitario
/
ɑkɑ'demis/
adjective
académico
noun
acanto
ala de ángel
carnerona
giganta
hierba gigante
oreja gigante
noun
tak van de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van mijten en teken
acarología
noun
1. toename van de snelheid
aceleración
noun
bomba de aceleración
bomba del acelerador
noun
1. een versneller
acelerador
verb
acelerar
adelantar
apresurar
noun
- 1. de manier waarop iemand de klanken uitspreekt
- 2. een teken dat op een klinker kan worden geplaatst
acento
adjective
aceptable
admisible
/
ɑk.sep.ˈtaː.tʃi/
noun
1.
aceptación
admisión
/
ɑksɛp'terə/
verb
- 1. aanvaarden
- 2. aannemen, graag ontvangen
aceptar
/
ˌɑsəˈswar/
noun
1. een attribuut dat als aanvulling dient
accesorio
/
ɑksiˈdɛnt/
noun
1. ongeval, ongeluk
accidente
noun
1. belasting die direct geheven wordt bij de aan- en verkoop van verbruiksgoederen
derechos de consumo
impuesto de consumos
verb
1. aan een andere omgeving wennen
aclimatar
noun
- 2. aanpassing
acomodación
- 1. voorzieningen ten behoeve van ...
acomodación
instalaciones
verb
1. gelegenheid bieden
acomodar
adaptar
verb
1. begeleiden vooral in de muziek
acompañar
noun
1. een muziekinstrument waarbij door trekken en duwen een toon wordt geproduceerd
acordeón
noun
1. iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties
contable
auditor
censor de cuentas
contador público
licenciado en contabilidad
verb
1. een officieel stempel van goedkeuring aan iets of iemand verlenen
acreditar
afirmar
autentificar
noun
1. een toestel om elektriciteit op te slaan
acumulador
batería
noun
1. ophoping van stoffen
acumulación
noun
1. toestel dat de opeenhoping van elektrische lading mogelijk maakt
acumulador
noun
1. beschuldiging, aanklacht
acusación
/
ˌɑkusaˈtif/, /
ˌɑkyzaˈtiːf/
noun
1. naamval voor het lijdend voorwerp
acusativo
noun
1. bepaald soort plant, Malpighia emarginata
acerola
cereza de Barbados
acerola americana
cereza colorada
cereza de Jamaica
cereza de las Antillas
noun
1. een ester of zout afgeleid van azijnzuur
acetato
/
ˌɑsəˈtilxoˌlinə/, /
ˌɑsəˈtiɫχoˌlinə/, /
ˌɑsɛˌtylxoˈlin(ə)/
noun
1. een neurotransmitter die vooral betrokken is bij de impulsoverdracht van de zenuw naar de skeletspiercellen
acetilcolina
/
ˌɑ.sə.ti.ˈlen/
noun
1. een verbinding van waterstof en koolstof met de samenstelling H₂C₂, die als gasvormige brandstof voor het vormen van hete vlammen gebruikt wordt
acetileno
noun
1. acetyleenlamp
lámpara de acetileno
/
xxxx/
noun
1.
ácido acetilsalicílico
pronoun
1. figuur uit de Griekse mythologie
Aquiles
noun
1. kwetsbare plaats
talón de Aquiles
noun
1. bepaald soort boom, Bixa orellana
achiote
achioto
achote
anato
annato
annatto
cardinalNumeral
1. het getal 8
ocho
adjective
1. zonder de vereiste belangstelling of zorg
descuidado
noun
1. gebrek aan aandacht voor mogelijke problemen
negligencia
descuido
adjective
1. respect verdienend
respetable
honorable
cardinalNumeral
1. het getal 28
veintiocho
preposition
detrás de
detrás
adverb
1. in de laatste of een van de laatste posities in een rangschikking, op een verder weg liggende plaats
detrás
atrás
a la zaga
en pos
noun
propulsión trasera
tracción trasera
noun
1. een afbeelding van iets zoals van achter bekeken
vista trasera
adverb
1. na afloop
después
noun
1. achterste as van een voertuig
eje trasero
/
ɑxtər'bɑks/
adjective
1. stiekem, stom
disimulado
noun
1. een van twee of meer banden aan de achterzijde van een voertuig
neumático trasero
noun
1. de bank in het achterste deel van een voertuig
asiento trasero
asiento posterior
verb
1. nog steeds ergens zijn waar anderen of iets anders niet meer aanwezig is
quedarse atrás
noun
1. een buurt die voornamelijk bewoond wordt door mensen met een laag inkomen
barrio bajo
noun
1. het deel aan het einde
parte posterior
parte trasera
noun
1. deur
puerta trasera
noun
1. twijfel aan de oprechte intentie
recelo
adjective
desconfiado
receloso
suspicaz
adjective
1. op deze wijze na elkaar
consecutivo
noun
1. de indirecte oorzaak van actualiteiten
fondo
verb
1. iets weten op te sporen
alcanzar
averiguar
sacar en claro
noun
1. de posities op het speelveld het dichtste bij het eigen doel
retaguardia
noun
1. het achterste deel van het hoofd
occipucio
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso occipital
noun
- 2. besloten ruimte op een weinig zichtbaree plaats die zich leent voor geheime bijeenkomsten
bastidores
- 1. kamer gelegen langs de achterzijde van een gebouw
trastienda
cuarto de atrás
cuarto trasero
noun
1. besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
política de trastienda
política entre bastidores
noun
1. besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
política de trastienda
política entre bastidores
/
ˈɑxtərkɑnt/
noun
parte trasera
dorso
revés
noun
1. kwaadsprekerij achter iemands rug om
calumnia
/
ˈɑxtərklɛɪŋkɪnt/
noun
1. het kind van iemands kleinkind
bisnieto
bisnieta
noun
1. streek die geografisch verder weg ligt, maar economisch verbonden is met een voorliggende streek of stad
hinterland
interior
verb
1. dumpen, weggaan van, verlaten
abandonar
dejar (en pos)
dejarse atrás
noun
1. lamp(en) aan de achterkant van een voertuig
luz trasera
luz posterior
piloto trasero
adjective
1. achterstand vertonend in de ontwikkeling
atrasado
verb
1. een vroegere tijd aangeven dan de juiste
atrasarse
retrasarse
/
ɑxtər'na/
adverb
1. iemand of iets volgend
detrás
atrás
tras
noun
1. een naam die van geslacht op geslacht en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
apellido
noun
1. de achtergrond van o.a. schilderijen
fondo
noun
1. ruit aan de achterkant van een voertuig die zorgt voor zicht achter op de weg
ventanilla trasera
adjective
1. niet op tijd
atrasado
noun
1. het verschil tussen de huidige en de gewenste stand
atraso
retraso
verb
1. iets of iemand te laag waarderen, of in een ongunstige positie plaatsen
desatender
descuidar
desfavorecer
noun
1. de achterzijde van een schip
popa
adverb
1. omgedraaid, met de achterkant waar de voorkant hoort te zijn
al revés
noun
1. een tuin aan de achterzijde van een huis
jardín trasero
adverb
1. in achterwaartse richting
atrás
hacia atrás
marcha atrás
verb
- 2. naar achteren gaan, achteruitlopen
acular
cejar
ciar
retrasar
retroceder
- 1. slechter worden
declinar
decaer
decrecer
desmejorar
desmerecer
empeorarse
noun
2. verminderde aantrekkelijkheid van de situatie, afname, voortgaande ongunstige verandering
baja
deterioro
retroceso
noun
1. een spiegel aan een auto of motorfiets waarmee men de situatie op de weg achter zich kan zien
retrovisor
espejo retrovisor
noun
faro de marcha atrás
luz de marcha atrás
luz de retroceso
/
'ɑx.tər.vux.səl/
noun
1. een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
sufijo
verb
1. iemand inhalen
perseguir
noun
persecución
acoso
seguimiento
noun
1. dubbelzijdig uitgevoerde achterwielophanging van een motorfiets
brazo basculante
noun
1. achterste deel
trasero
culo
nalgas
posaderas
noun
rueda de atrás
rueda trasera
noun
propulsión trasera
tracción trasera
noun
1. een zak aan de achterkant van een kledingstuk
bolsillo trasero
bolsillo de atrás
noun
parte trasera
reverso
revés
trasero
/
ɑxt'ɦukəx/
adjective
1.
octogonal
cardinalNumeral
1. "18", het getal tussen zeventien en negentien
dieciocho
ordinalAdjective
decimoctavo
/
ˌasidiˈtɛɪt/
noun
1. de zuurgraad, geeft aan hoeveel H+ er in een oplossing voorkomt
acidez
pronoun
función de Ackermann
noun
- 1. in de Rooms-katholieke Kerk een misdienaar die ouder is dan 16 jaar
- 2. aanhanger
acólito
noun
1. een ester of zout van acrylzuur
acrilato
noun
acrilonitrilo butadieno estireno
noun
1. een organisch zuur
ácido acrílico
verb
1. een rol vervullen in een toneelspel
actuar
/
ɑkˈtør/
noun
1. persoon
actor
representante
adjective
1. met iets bezig zijnde
activo
noun
1. de afstand die iets af kan leggen
radio de acción
noun
1. een turbine waarbij de stoom...
turbina de acción
noun
1. Scheikundig element
actínido
noun
1. Scheikundig element
actinio
noun
1. in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen van een onderneming
activo
verb
1. werkzaam maken
activar
noun
1. iets waarmee men actief is
actividad
noun
1. bedrijvende vorm
voz activa
noun
1. vrouw
actriz
representante
/
ɑktyˈwel/
adjective
actual
noun
1. een Chinese behandelingsmethode waarbij, ter genezing van een kwaal...
acupuntura
/
aˈkyt/
adjective
1. plots ontstaan, op korte termijn verlopend
agudo
adjective
agudo
chistoso
ingenioso
ocurrente
/
ˈadɑmzɑpəl/
noun
deel van het strottenhoofd bij de man
nuez
nuez de Adán
manzana de Adán
noun
1. aanpassingsvermogen
adaptación
noun
- 1. gifslang
- 2. persoon
víbora
noun
lengua de serpiente
lengua serpentina
noun
1. benaming voor een bepaald soort overblijvende plant Bistorta officinalis
bistorta
bistorta menor
noun
1. chemisch product
aditivo
adjective
1. toegevoegd
adicional
noun
1. bevoorrechte groep personen
nobleza
noun
1. benaming voor sommige soorten grote roofvogels
águila
noun
helecho común
helecho arborescente
noun
1. benaming voor een officier in opleiding aan het Nederlandse Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM)
guardiamarina
verb
1. in de adelstand verheffen
ennoblecer
/
ˈa.də.mə(n)/
verb
1. de voor het leven nodige lucht inzuigen en weer uitdrijven
respirar
/
ˈa.də.ˌma.lə(n)/
verb
1. door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
respirar
alentar
noun
1. door levende wezens ingezogen en uitgeblazen lucht
respiración
noun
1. het systeem van luchtopname via de neus of mondholte, door de luchtpijp (trachea) met zijn vertakkingen naar de longen waardoor een organisme van zuurstof wordt voorzien
sistema respiratorio
aparato respiratorio
adjective
1. erg stil of zelfs zonder adem te halen
sin aliento
noun
1. (lymfe)klierontsteking
adenitis
/
a.de.'kʋat/
adverb
1. correct en passend bij het beoogde doel
adecuado
adecuadamente
noun
- 2. langgerekt lichaam erts te midden van het gesteente
filón
veta
- 1. bloedvat met zuurstofarm bloed
vena
/
ˈadərlatə(n)/
verb
sangrar
/
ɑtˈhezi/
noun
in te delen vertalingen
adherencia
adhesión
noun
1. een woordsoort dat wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
adjetivo
noun
1. een woordsoort dat wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
adjetivo
/
ɑtmənɪstra'tør/
noun
- 1. iemand die de administratie
administrador
- 2. iemand die namens de eigenaar een onderneming o.i.d. beheert
gerente
/
ˌɑtminɪsˈtrasi/, /
ˌɑtminɪsˈtratsi/
noun
- 1. de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
- 3. bestuur
administración
noun
administración
gestoría
verb
1. zorgvuldig vastleggen van gegevens zodat het later terug te vinden of controleren is
administrar
noun
1. opperbevelhebber van een oorlogsvloot
almirante
noun
1. de reciproke complexe impedantie
admitancia
noun
1. jeugdig persoon, puber
adolescente
verb
1. een kind aannemen
adoptar
ahijar
prohijar
verb
1. aanbidden, verafgoden, vereren
adorar
noun
1. een hormoon en een neurotransmitter die wordt geproduceerd in de bijnieren en in sommige zenuwcellen
adrenalina
noun
1. een middel dat adrenaline opheft
adrenolítico
/
aˈdrɛs/
noun
1. aanduiding van de plaats waar iemand woont of iets is gevestigd
dirección
señas
noun
1. een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
directorio
libro de direcciones
verb
- 1. Iets toezenden
- 2. adres in een computergeheugen benaderen
dirigir
noun
cambio de dirección
cambio de domicilio
noun
1. een fenomeen dat optreedt aan het grensvlak van twee fasen, waarbij moleculen of atomen zich aan dit grensvlak hechten
adsorción
adjective
1. bijtend of samentrekkend
adstringente
adjective
1. bijtend of samentrekkende stof, veelal gebruikt om bloeding of vochtafscheiding...
astringente
/
a.ˈdu.ki.ˌbon/
noun
1. bepaald soort kleine, rode sojaboon, Phaseolus angularis
judía adzuki
judía azuki
alubia aduki
alubia adzuki
alubia azuki
frijol adzuki
/
ɑtˈfɛnt/
noun
1. een periode van vier weken voor Kerstmis 2. de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus worden verwacht
Adviento
adviento
noun
1. de kalender bestaat vaak uit een platte kartonnen doos waarin 24 genummerde vakjes zijn aangebracht
calendario de adviento
noun
1. een aankondiging in een krant, reclameblad, tijdschrift ...
anuncio
noun
agencia de anuncios
agencia publicitaria
empresa anunciadora
noun
- 2. bericht
aviso
- 1. een gegeven raad
consejo
/
ɑtfiˈzerə(n)/
verb
1. raad geven aan
aconsejar
asesorar
noun
1. raadgever, raadsman
asesor
consejero
noun
1. pleiter, verdediger in rechtszaken
abogado
legalista
noun
bufete de abogados
firma de abogados
oficina de abogados
noun
1. de verzameling van alle advocaten
abogacía
noun
1. vliegveld
aeródromo
noun
1. inslikken van lucht
aerofagia
noun
2. ziekelijke angst om te vliegen
aerofobia
miedo a volar
noun
1. een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die een toon voortbrengen door een trillende luchtkolom
aerófono
noun
een kleine, op basis van lucht werkende verfspuit
aerógrafo
noun
weerkunde van de hogere luchtlagen
aerología
noun
iemand die zich bezig houdt met weerkunde van de hogere luchtlagen
aerólogo
adjective
1.
aerobio
aeróbico
/
ˌæːroˈzol/, /
ˌɛːroˈzɔɫ/
noun
- in te delen vertalingen
- 2. scheikunde
aerosol
adverb
1. op onregelmatige tijden
de vez en cuando
noun
1. het onvermogen te spreken
afasia
noun
1. een grafisch beeld
imagen
verb
1. een besteld iets afzeggen
anular
cancelar
contramandar
noun
1. het ongedaan maken van een bestelling
contraorden
verb
1. niet aanraken
no tocar
verb
1. een pak of ander kledingstuk van aanklevende haren of stof ontdoen met een borstel
cepillar
/
'ɑfbrak/
noun
1. afbreken, slopen
demolición
verb
1. met de grond gelijk maken
derribar
verb
desmoronarse
derribarse
derruirse
fragmentarse
verb
1. van richting veranderen
torcer
/
ˈɑf.dɑk/, /
ˈɑv.dɑk/
noun
1. een schuin van een gebouw uitstekend stuk dak dat beschutting verleent aan de buitenmuur
cobertizo
verb
1. wegdoen vanwege gebrek aan nut
desechar
deshacerse de
/
ˈɑf.dɛ.kə(n)/, /
ˈɑv.dɛ.kə(n)/
verb
1. iets over iets anders heen plaatsen
cubrir
tapar
/
ˈɑfdelɪŋ/
noun
1. groep van werknemers die aan soortgelijke taken werken
departamento
verb
- 1. een gerezen vraag of tegenwerping als onbetekenend voorstellen
despachar
zanjar
- 2. een sieraad of kledingstuk afleggen
quitar
- 3. ten einde brengen, niet langer werkzaam of geldig zijn
zanjar
adjective
1. toereikend om het probleem op te lossen
eficaz
verb
- 1. door dragen afslijten
desgastar
- 2. overdragen
pagar
entregar
verb
- 1. weggedreven worden
derivar del rumbo
ir a la deriva
- 2. het doen afscheiden van iets inwendigs
expulsar
purgar
- 3. goud of zilver zuiveren
purificar
/
ˈɑfdrœʏpˌrɛk/, /
ˈɑfdrœːpˌrɛk/
noun
1. een open raamwerk waarin pasgewassen vaatwerk gezet wordt om het aanhangende vocht af te laten vloeien
escurreplatos
noun
1. resultaat van het afdrukken
impresión
verb
2. (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
imprimir
verb
1. het juiste pad kwijt raken
digresar
verb
1. verbranden van overtollig gas via een hoge fakkel
señalar por medio de luces
noun
1. een schijnbare gemoedsgesteldheid die niet met de werkelijkheid overeenstemt
afectación
noun
- 2. aandoening
afección
- 1. genegenheid, liefde
afición
amor
adjective
1. van de gevoelens uitgaand en/of hiermee verbonden
afectivo
noun
1. een vrij fors stuk drukwerk dat op muren of ramen aangebracht kan worden
cartel
/
ˌɑfiliˈja(t)si/
noun
2. acceptatie als lid van een vereniging of verbond
afiliación
verb
1. zuiveren, louteren
acendrar
purificar
/
ɑfiniˈtɛit/
noun
- 1. een geestelijk verwantschap
afinidad
- 2.
afinidad
afinidad química
noun
1. een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt toegevoegd om zo een nieuw woord te vormen
afijo
noun
afrenta
injuria
insulto
ofensa
verb
- 7. verminderen
aminorar
bajar
decrecer
disminuir
reducir
- 1. naar beneden gaan
bajar
descender
- 2. afgeschoten worden
dispararse
- 8. stoelgang hebben, ontlasting hebben
evacuar
- 3. een slechte indruk nalaten
fracasar
- 6. van iets vandaan gaan
irse
salir
- 5. bezoeken
visitar
adjective
despachado
zanjado
/
'ɑfxəˌlɑstə(n)/
verb
1. de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
contramandar
adjective
1. oud en versleten
decrépito
/
ɑfxəlegə/
adjective
aislado
apartado
lejano
lejos
separado
noun
derivada
coeficiente diferencial
verb
acabado
completado
finalizado
rematado
terminado
noun
1. iemand die verkozen of aangewezen is een groep of gebied in ...
diputado
/
ˈɑfɣevə(n)/
verb
1. achterlaten op de plek van bestemming
entregar
adjective
1. saai, alledaags, overbekend
manido
sobado
trillado
redicho
noun
1. iemand die als officiële vertegenwoordiger naar een andere partij gestuurd wordt
embajador
enviado
mensajero
preposition
1. buiten beschouwing latend
aparte de
adjective
1. in isolatie gebracht
aislado
/
ɑf.ˈxan/, /
ɑf.ˈχan/
noun
- 1. Afghaanse windhond
(lebrel) afgano
- 2. Afghaans tapijt
alfombra afgana
/
ɑf.ˈxans/, /
ɑf.ˈχans/, /
ɑv.ˈɣaːns/
adjective
1. gerelateerd aan Afghanistan
afgano
/
ɑf.ˈxans/, /
ɑf.ˈχans/, /
ɑv.ˈɣaːns/
pronoun
1. oneigenlijke naam voor het Pasjtoe
pashto
/
ɑf.ˈxan.sə/, /
ɑf.ˈχan.sə/
noun
afgana
/
ɑf.ˈɣa.nɪ.ˌstɑn/, /
ɑf.ˈχa.nɪ.ˌstɑn/, /
ɑv.ˈɣa.nɪ.ˌstɑn/
pronoun
1. een land gelegen in Centraal-Azië.
Afganistán
/
ɑfxodə'rɛi/
noun
idolatría
noun
1. een gevoel van ontzetting en afkeer
horror
/
ˈɑfxrɔnt/, /
ˈɑfχrɔnt/, /
ˈɑvɣrɔnd/
noun
1. een grote steile diepte
abismo
precipicio
/
ˈɑfxɵnst/, /
ˈɑfxʏnst/
noun
1. gevoel
envidia
celos
adjective
1. iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
envidioso
noun
1. restaurant waar maaltijden afgehaald kunnen worden
restaurante de comidas para llevar
verb
1. goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
recoger
verb
1. regelen zodat het tot een einde komt
despachar
terminar
noun
1. de manier waarop iets wordt geregeld tot het af is
terminación
tramitación
verb
1. ~ van: naargelang iets verandert mee veranderen
depender
noun
trastorno de la personalidad por dependencia
noun
1. een sterke behoefte om zich tegen iets te keren
aversión
animadversión
verb
cambiar de dirección
desviar
verb
1. een voorstel verwerpen
rechazar
rebotar
verb
1. niet geschikt verklaren
desaprobar
rechazar
/
ˌɑfkørənsˈʋardəx/
adjective
1. afkeuring verdienend
censurable
noun
1. het uitspreken van een negatief oordeel over iets
desaprobación
verb
1. een idee stelen van iemand
copiar
verb
1. soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen
tocar madera
verb
1. door kluiven alle vlees van een bot verwijderen
roer
/
'ʔɑfkulən/
verb
1. kouder worden
enfriar
noun
1. een proces waarbij de temperatuur geleidelijk lager wordt
enfriamiento
verb
- 2. kwijtraken
abandonar
dejar
deshacerse de
acercarse a
acudir a
arrojarse sobre
- 5. naar beneden komen
bajar
descender
- 3. afstammen
descender
adjective
1. komende van
natural (de)
originario (de)
oriundo (de)
procedente (de)
proveniente (de)
noun
1. officiële bekendgeving, gewoonlijk van het in werking treden van een regeling of wet.
proclamación
verb
1. kortere versies voor veelgebruikte woorden of woordgroepen bedenken
abreviar
noun
1. het inkorten van een woord of een frase
abreviatura
verb
1. vernietigend beoordelen
criticar duramente
/
ˈɑf.krɛɪ̯.ɣə(n)/, /
ˈɑf.krɛɪ̯.χə(n)/, /
ˈɑf.krɛː.ɣə(n)/
verb
1. erin slagen iets te voltooien
acabar
terminar
/
ˈɑflat/
noun
1. een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven..
indulgencia
verb
1. vrachtgoed van een dek of van open wagen lossen
descargar
verb
1. ophouden, stoppen, uitscheiden
cesar
verb
- 1. het voorbereiden van de overledene(n) op de begrafenis
amortajar
- 4. van het lichaam doen
quitarse
- 2. afstand overbruggen
recorrer
verb
1. de aandacht opvragen
distraer
noun
- 2. een woord dat middels toevoeging van een voor-, in- of achtervoegsel gevormd wordt uit een ander
derivado
- 1. een gebeurtenis of activiteit die de gedachten op iets anders richt
distracción
verb
1. leren iets niet langer te doen of een fout in het geleerde te verbeteren
desaprender
verb
1. brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming
entregar
noun
1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
entrega
/
ˈɑflop/, /
ˈɑfloːp/
noun
- 3. ontknoping
desenlace
- 4. expiratie
expiración
vencimiento
- 1. einde
fin
- 2. resultaat, uitkomst
resultado
/
ˈɑflopə(n)/, /
ˈɑfloːpə(n)/
verb
- 2. hellen
bajar
descender
- 1. eindigen
caducar
terminarse
- 3. klinken van alarmsignaal
dispararse
- 4. verslijten
gastar
- 5. een ruimte doorlopen
recorrer
verb
- 2. geheel of gedeeltelijk voldoen
amortizar
- 1. de plaats innemen van
relevar
verb
1. iets tot voltooiing brengen
acabar
verb
agotar
cansar
erschöpfen
fatigar
adjective
1. bijzonder vermoeiend
agotador
noun
1. de ruimte die iets in beslag neemt
dimensión
tamaño
noun
1. het minder worden
disminución
verb
- 5. verminderen
amainar
decrecer
disminuir
menguar
remitir
- 1. doen verliezen
arrebatar
quitar
- 2. kopen
comprar
- 3. verwijderen, afdoen, wegnemen
llevarse
quitar
quitarse
recoger
tomar
noun
1. individueel persoon of rechtspersoon die goederen of diensten opkoopt
cliente
comprador
noun
1. korte spreuk met een kernachtige boodschap
aforismo
/
'ɑfpɑsə(n)/
verb
1. nauwkeurig afmeten
medir
verb
1. onder dreiging van geweld iemand geld afnemen
extorsionar
hacer exacción
hacer extorsión
/
ˈɑf.pɛr.sɪŋ/
noun
1. mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
extorsión
verb
arrancar
coger
cortar
desgranar
pellizcar
pizcar
verb
- 1. iets goedkoper maken
abaratar
rematar
- 1. goedkoper worden
abaratarse
verb
1. iets snel en op een slordige manier afmaken
farfullar
verb
1. een pak slaag geven
zurrar
vapulear
apalear
aporrear
pegar
azotar
verb
1. de hersenen ontdoen van woede
desahogar
descargar
verb
1. een aankoop of schuld betalen
pagar
/
ˈɑfrekənɪŋ/
noun
2. een moord in het criminele circuit
liquidación
ajuste de cuentas
verb
1. de snelheid van iets doen verminderen
enfrenar
frenar
refrenar
verb
1. door middel van oefening voor iets geschikt maken
adiestrar
amaestrar
pronoun
1. het continent ten zuiden van Europa, tussen de Indische en de Atlantische Oceaan.
África
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Tagetes
clavelón
damasquina
hierba anís
/
afriˈkaːns/
pronoun
1. een van het Nederlands afstammende taal die wordt gesproken in Zuid-Afrika en Namibië
afrikaans
afrikáans
noun
1. bepaald soort boom, Adansonia digitata
baobab africano
pan de mono africano
noun
1. een verkeersweg waarlangs men naar beneden van een autoweg of autosnelweg af kan rijden
salida
verb
2. bankbiljetten uit de kassa verwijderen en opbergen (in een kluis)
desnatar
verb
1. het vervangen van een getal met te veel decimalen door het meest dichtbije getal met het gewenste aantal decimalen
redondear
verb
1. een pak ransel geven, afranselen
apalizar
verb
1. tot een einde brengen
abolir
abrogar
derogar
noun
1. het doen ophouden te bestaan
abolición
noun
1. een begroeting bij het elkaar verlaten
despedida
adiós
verb
- 2. een stof voortbrengen en afgeven aan de omgeving
excretar
- 1. afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen
segregar
verb
2. met een scheurbeweging losmaken
arrancar
verb
1. in schilfers er vanaf vallen
desconcharse
/
af.sχɾɪft/
noun
transcripción
verb
1. doen weggaan door angst aan te jagen
acobardar
aterrorizar
espantar
verb
1. het schuin afwerken van de rand van een materiaal.
achaflanar
biselar
abiselar
noun
1. hevige afkeer
repugnancia
abominación
aborrecimiento
aversión
horror
/
ɑfˈsxyu̯ələk/
adjective
abominable
verb
- 2. iets omlaag doen bewegen
bajar
- 6. ophouden te werken
detenerse
parar
- 5. zijwaarts gaan
girar
torcer
- 1. iets weigeren aan te nemen
rechazar
declinar
rehusar
- 3. aanval afslaan
rechazar
repeler
repulsar
- 7. prijzen afslaan
reducir
- 4. bij afslag veilen
subastar
/
ˈɑfslɑxtɪŋ/
noun
1. het zinloos vermoorden van mensen op een gruwelijke manier
baño de sangre
masacre
noun
1. een uitrit die van een snelweg afvoert
salida
verb
1. in een proces van slijtage verliezen
desgastarse
/
'ɑf.slœy.tə(n)/
verb
- 1. zorgen dat iets of iemand niet in, uit of door iets kan gaan, alle openingen dicht doen
cerrar
- 2. zorgen dat iets niet meer werkt, alle verbindingen verbreken
desconectar
- 4. een einde maken aan
terminar
noun
3. een voorwerp dat ervoor zorgt dat iets afgesloten wordt
barrera
obstrucción
verb
1. afbidden; nederig om iets vragen
suplicar
verb
1. ergens een stuk vanaf halen
cortar
amputar
cercenar
truncar
verb
- 4. zich ~: gebeuren
desarrollarse
- 3. iets door veelvuldig bespelen bederven en onbruikbaar maken
gastar
- 1. afdraaien
poner
- 2. tot het einde toe spelen
tocar
noun
1. een overeenkomst
convenio
acuerdo
noun
2. belofte van twee verliefde mensen om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten
cita
verb
1. een onderling vergelijk vastleggen
convenir
verb
1. uit handen geven
ceder
verb
1. ~ van: een nakomeling zijn van
descender
noun
1. de genetische voorgescheidenis van een individu, volk of soort
descendencia
/
ˈɑfstɑnt/
noun
- 2. opgeven van een aanspraak
cesión
- 1. de ruimte die zich ergens tussen bevindt
distancia
noun
een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt
mando a distancia
telemando
noun
educación en el hogar
verb
3. uitstappen
apearse
bajar
/
'ɑfstɛlə(n)/
verb
1. regelbare parameters zo kiezen dat een toestel voor een bepaald doel gereed is
ahormar
ajustar
regular
/
'ɑfstɛmə(n)/
verb
- 3. bij stemming verwerpen
rechazar
- 1. op de juiste toonhoogte brengen
sintonizar
noun
- 1. iets zo regelen dat het voor iedereen passend is
coordinación
- 2. op de juiste frequentie (radio)/toonhoogte instellen
sintonización
/
ɑfstɛmox/
noun
1. inrichting aan een radio- of tv-toestel waarop men kan aflezen hoe sterk de ontvangst is van het ontvangen radiosignaal
ojo mágico
verb
1. er een stempel opzetten
sellar
verb
1. ontdoen van stof
quitar el polvo
desempolvar
verb
- 1. zijn scherpheid verliezen
despuntar
- 3. iemands tegenwoordigheid van geest nadelig beïnvloeden
embrutecer
abobar
verb
- 3. herkennen als niet lichaamseigen en dan met een ontstekingsreactie uit het lichaam verwijderen
- 4. niet meer met iemand willen omgaan
rechazar
repeler
rechazar
adjective
1. van iets dat men het liever op afstand houdt
repelente
repulsivo
noun
1. een kracht die twee voorwerpen zich van elkaar doet verwijderen.
repulsión
verb
1. door wrijven iets glad maken en/of overtollig materiaal verwijderen
rasar
/
ɑf/, /
ɑft/
noun
1. een kleine zweer in de mond ten gevolge van een virus
afta
noun
caja de conexiones
caja de empalme
verb
- 3. het door ouderdom of ziekte verliezen van lichaamsfuncties
decaer
- 1. slechter worden
envejecer
verb
- 3. zichtbaar, duidelijk worden
destacar
- 2. met een handtekening verklaren dat een handeling volbracht is
firmar
- 1. een lijn of markering op materiaal tekenen
trazar
noun
1. het weggaan
retirada
noun
1. de eerste trap vanuit de middencirkel bij het begin van speeltijd van een voetbalwedstrijd
saque inicial
verb
1. een bepaalde positie of een bepaald ambt opgeven
dimitir
noun
te controleren vertalingen
deducción
verb
- 2. verwijderen door te trekken
arrancar
quitar
- 4. korten
deducir
- 3. afschieten
descargar
- 9. aftreksel maken
hacer una infusión
infundir
infusionar
- 8. (een man) seksueel bevredigen, aftrekken
pajear
- 7.
pajearse
- 10. zich verwijderen, weggaan
retirarse
- 1. rekenkundige bewerking waarbij een getal met een getal verminderd wordt
sustraer
substraer
descontar
/
ˈɑftrɛkɪŋ/
noun
1. rekenkundige bewerking waarbij een getal van een ander getal afgetrokken wordt
sustracción
substracción
/
ˈɑftrɛksəɫ/
noun
1. een vloeistof waarin men de oplosbare delen van iets heeft laten oplossen
extracto
/
ˈɑˌfaːrdəɣə(n)/
verb
1. iemand machtigen om iets te vertegenwoordigen, meestal een vereniging of een staat
delegar
comisionar
diputar
noun
1. wegvaren van de wal van een vaartuig
salida
noun
1. onbruikbare resten die weggegooid worden
basura
desecho
desperdicios
detrito
escombros
noun
1. bak waar het afval in wordt gedeponeerd totdat de vuilnisdienst het ophaalt
cubo de basura
/
ˈɑfɑlə(n) /
verb
1. gewicht verliezen.
adelgazar
adjective
1. niet trouw of loyaal aan
apóstata
renegado
infiel
noun
1. het ontrouw worden aan zijn geloof
apostasía
noun
1. water dat gebruikt is in de industrie of in het huishouden en dat na gebruik geloosd wordt
aguas residuales
agua de deshechos
verb
1. met een doekje of papiertje vuil weghalen
limpiar
secar
enjugar
fregar
noun
desagüe
transporte
trasporte
verb
- 1. zich ~: zichzelf een vraag stellen
- 2. zich ~: vraagtekens plaatsen bij
preguntarse
/
ˈɑfwɑxtə(n)/, /
ˈɑfʋɑxtə(n)/, /
ˈɑfʋɑχtə(n)/
verb
1. wachten op wat er gaat gebeuren
aguardar
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
lavavajillas
lavaplatos
friegaplatos
lavadora de vajilla
máquina lavaplatos
noun
1. zeepproduct voor de afwas
detergente lavavajillas
/
'ɑfwɑsə(n)/, /
'ɑfʋɑsə(n)/, /
'ɑfβ̞ɑsə(n)/
verb
[1] het schoonmaken van de vaat, zoals, messen, vorken, lepels, borden
fregar
fregar los platos
lavar
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
lavaplatos
friegaplatos
lavavajillas
lavadora de vajilla
máquina lavaplatos
noun
1. het sop waarin met het eetgerei schoonmaakt of -gemaakt heeft
agua de fregar
verb
1. overtollig water afvoeren
desaguar
drenar
noun
1. de paden waarlangs water uit een stuk land afgevoerd kan worden
desagüe
drenaje
noun
1. het afweren van aanvallen
defensa
/
ɑfwergəsxʌt/
noun
1. verzamelterm voor vuurwapens waarmee verdedigers aanvallende vliegtuigen kunnen bestoken
defensa antiaérea
noun
sistema inmune
sistema inmunitario
sistema inmunológico
/
ɑfˈwerə(n)/
verb
1. een aanval neutraliseren
repeler
verb
1. de laatste en kleine details afmaken
acabar
/
ɑfwɛrəkɪŋ/
noun
- 2
acabado
acabamiento
- 1
compleción
finalización
adjective
1. niet op een bepaald tijdstip en plaats zijn
ausente
noun
1. het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
ausencia
verb
1. niet de gangbare norm volgen
desviarse
adjective
aberrante
diferente
distinto
noun
- 2. lichamelijk gebrek of het niet volledig bij het verstand zijn
anomalía
aberración
- 1. niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen
desviación
verb
1. een negatieve beslissing ergens over nemen
rechazar
rehusar
adjective
contrariado
negativo
/
'ɑfʋɛɪzɪŋ/
noun
1. een bericht dat op een voorstel of aanzoek niet ingegaan wordt
desaprobación
verb
desenroscar
desenvolver
- 2. een bepaalde zaak geheel afhandelen
liquidar
despachar
noun
2. afhandeling van een bepaald zakelijk of technisch proces
tramitación
/
ˈɑfʋɪsələ(n)/
verb
1. om en om plaatsvinden
alternar
adjective
1. elkaar vervangend
alternativamente
/
ˈɑfʋɪsəlɪŋ/
noun
1. variatie
variación
alternativa
cambio
diversidad
variedad
verb
1. naar beneden glijden
deslizarse
verb
1. aangeven dat men niet gaat komen
anular
cancelar
noun
1. een termijn mondeling afbestellen
cancelación
verb
1. iets met een bode of koeriersdienst meegeven ten einde het ergens te laten bestellen
enviar
noun
1. iemand die iets naar een adres verzendt
remitente
expedidor
verb
- 1. amputeren
amputar
- 9. tot afstand dwingen
destituir
- 3. bekocht worden
estafar
noun
1. iemand die door misleiding een buitensporige betaling voor iets weet te verkrijgen
estafador
timador
/
ɑf'sɪxtələk/
adjective
horrible
verb
- 1. besluiten iets niet te doen
renunciar
- 2. lijden, ongemak doorstaan
sufrir
verb
1. kusjes geven, met kusjes bedekken
besucar
besuquear
/
ˈɑfˌsɔnd(ə)rən/
verb
- 2. afscheiden
apartar
separar
aislar
dispersar
segregar
- 1. uit de groep halen
apartarse
/
ˈɑfsɔndərɪŋ/
noun
1. het afzonderen
segregación
separación
/
ˈɑfzœʏχkɑp/, /
ˈɑfzœːxkɑp/
noun
1. een huishoudelijk apparaat in de keuken dat de kookluchtjes moet afvoeren
campana
/
ˈɑfzwɪːrə(n)/
verb
abjurar
apostatar
noun
- 1. een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts...
- 2. een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit agaat
ágata
noun
1. een gebrek aan moedermelk
agalactia
agalaxia
noun
- 1. gedroogd zeewier
agar-agar
- 2. smaak- en reukloze gelatine
agar-agar
gelatina de algas
gelosa
noun
1. botanische naam voor een familie van eenzaadlobbige planten, Agavaceae
agavaceae
agaváceas
/
a.ˈɣɛn.da/, /
a.ˈχɛn.da/
noun
- 1. een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
agenda
- 2. een lijst van te bespreken punten op een vergadering
orden del día
verb
1. op de agenda plaatsen
agendar
/
'aɣɛns/
noun
1. een werkzame stof
agente
noun
- 2. een vertegenwoordiger van een bedrijf
agente
- 1. persoon belast met de handhaving van de openbare orde
policía
/
aɤ'ɛntsxɑp/
noun
1. lokale vertegenwoording van een grotere organisatie
agencia
verb
1. moeite doen om een meest politiek doel te bereiken
actuar
noun
1. samenklontering
agregación
agregado
noun
1. elk van de toestanden, afhankelijk van druk en temperatuur, waarin een stof kan voorkomen
estado de agregacíon de la materia
noun
1. opwinding
agitación
convulsión
perturbación
revuelo
noun
1. iemand die ten aanzien van het bovennatuurlijke stelt dat dit niet te kennen valt
agnóstico
noun
1. vermindering van het aantal korrelcellen(witte bloedcellen) in het bloed
agranulocitosis
adjective
1. aanvallend
agresivo
agresiva
noun
- 1. de neiging tot agressie
- 2. het agressief zijn
agresividad
/
aɣriˈmoni/
noun
1. benaming voor overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht Agrimonia
agrimonia
agrimoña
hierba bacera
hierba de san guillermo
hierba del podador
noun
1. de landbouwkunde
agronomía
/
a.ˈhɔrn/
noun
1. een boom of heester van het geslacht Acer.
arce
noun
1. een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt
SIDA
sida
noun
- 1. de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimte
aire acondicionado
climatización
- 2. het apparaat
climatizador
/
aʔyˈbe/
interjection
por favor
noun
1. bepaald eetbaar bolgewas, Allium cepa
cebolla
noun
1. bepaald soort tot 25 m hoge, groenblijvende boom, Blighia sapida
akea
merey del diablo
seso vegetal
noun
1. benaming voor kruidachtige, winterharde, vaste sierplanten uit het geslacht Aquilegia
aguileña
aquileya
capa de rey
clérigos boca abajo
frailes boca abajo
pajarilla
pronoun
1. een stad in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, niet ver van Maastricht
Aquisgrán
/
'akər/
noun
2. vrucht van de eik
bellota
noun
1. plant
merey del diablo
seso vegetal
akea
/
ˈa.ki.ˌprœʏ̯m/
noun
2. bepaald soort tot 25 m hoge, groenblijvende boom, Blighia sapida
akea
merey del diablo
seso vegetal
noun
1. afgeperkt stuk land dat bestemd is bebouwd te worde met een gewas of graan
campo
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Stachys arvensis
hierba de gato
matapollos
noun
1. bepaald soort eenjarige, kruidachtige plant, Asperula arvensis
agarrones de señorita
amor celoso
/
ˈɑ.kər.ˌbo.tər.ˌblum/
noun
1. bepaald soort plant, Ranunculus arvensis
botón de oro
gata rabiosa
hierba del amor
ranúnculo
ranúnculo arvense
ranúnculo de mieses
noun
empresa agrícola
empresa agraria
noun
agricultor
campesino
granjero
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Torilis arvensis
bardanilla
noun
1. bepaald soort plant, Calendula arvensis
caléndula silvestre
flamenquilla
flor de muerto
hierba del podador
maravilla de los campos
maravilla silvestre
noun
1. bepaald soort tweejarige- of meerjarige plant, Melilotus officinalis
alfombrilla
almegón
corona de rey
coronilla
coronilla real
meliloto
noun
1. bepaald soort vaste plant, Cerastium arvense
oreja de ratón
noun
1. bepaald soort plant, Rorippa sylvestris
oruga palustre
noun
1. bepaald soort plant, Lapsana communis
astaza
hierba de las mamas
hierba de los pechos
hierba pezonera
lampsana
lapsana
noun
becerrilla
cabeza de muerto
noun
cola de caballo
cien nudillos
cola de caballo del campo
equiseto menor
hierba para el estaño
noun
agaricus arvensis
bola de nieve
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Filago arvensis
padre e hijos
noun
correhuela
batatilla de playa
campanilla
corregüela
correjuela
escamonea
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Ajuga chamaepitys
pinillo
pinillo oloroso
camepiteos
hierba artética
hierba de las junturas
noun
1. overeenkomst
acuerdo
/
ˌakusˈtik/
noun
1. de voortplanting van klank in een besloten ruimte en de ervaring die deze voortplanting ...
acústica
noun
1. officieel schriftelijk stuk
instrumento
phraseologicalUnit
la mona aunque se vista de seda, mona se queda
phraseologicalUnit
al que miente, se coge en la acera de enfrente
la mentira presto es vencida
más presto se coge al mentiroso que al cojo
pronoun
1. Braziliaanse deelstaat gelegen in de Regio Noordoost van het land. Hoofdstad is Maceio
Alagoas
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Inula
helenio
inula
énula
énula campana
/
ɑlɑr'merən/
verb
1. door alarm oproepen of bijeenroepen
alarmar
alertar
/
ɑˈlɑrmsiˌstem/
noun
1.
sistema de alarma
/
ɑɫbaˈneːs/
noun
1. (mannelijke) inwoner van Albanië, of iemand afkomstig uit Albanië
albanés
/
ɑɫbaˈneːs/
pronoun
1. taal die vooral in Albanië en Kosovo gesproken wordt
albanés
/
ɑlˈbaːni.jə/, /
ɑɫˈbani.jə/
pronoun
1. een land in het westen van de Balkan, grenzend aan de Adriatische en de Ionische Zee en aan Griekenland, Macedonië, Kosovo en Montenegro
Albania
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Diomedeidae
albatros
noun
het ontbreken van pigmentkleurstof in de huid
albinismo
noun
1. in water oplosbaar eiwit dat veel in bloed voorkomt
albúmina
noun
1. vroegere occulte wetenschap, waarin o.a. werd geprobeerd om goud en edelmetalen uit andere elementen...
alquimia
noun
1. elk van de verbindingen uiteen groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn...
alcohol
adjective
1. alcohol bevattend
alcohólico
verb
1. met alcohol vermengen of behandelen
alcoholizar
adjective
1. met een verwaarloosbaar alcoholgehalte
sin alcohol
adverb
1. in de eerder genoemde plaats
ahí
allí
adverb
1. zo, op deze manier
así
pronoun
1. keten van vulkanische eilanden in Alaska ,die zich boogvormig uitstrekt en een scheiding vormt tussen de Grote Oceaan en de Beringzee
islas Aleutianos
/
aˈlɛrt/, /
əˈlʏːrt/
adjective
1. oplettend
atento
noun
alejandrino
verso alejandrino
/
ˈɑlfa/
noun
1. een aanduiding of markering van "de eerste" van een reeks
alfa
noun
de lettertekens van een taal
alfabeto
abecedario
adjective
1. gerangschikt volgens de letters van het alfabet
alfabético
/
ɑl.fa.bæː.tɪ.ˈzeː.rə(n)/, /
ɑɫ.fa.be.ti.ˈzɪː.rə(n)/
verb
1. lezen en schrijven aanleren
alfabetizar
noun
1. ontkiemde zaden van luzerne
alfalfa
alfalfa chilota
alfalfa silvestre
alfaz
brotes de alfalfa
mielga
/
ˈɑɫɣəbra/
noun
1. deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters...
álgebra
noun
general
universal
común
público
/
ɑl.ɣə.'rɛɪ̯.jə/, /
ɑɫ.ɣə.'rɛː.jə/, /
ɑɫ.χə.'rɛɪ̯.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Democratische Volksrepubliek Algerije
Argelia
adjective
1. Uit/afkomstig van Algerije
argelino
/
ɑɫˈxiːrs/, /
ɑɫˈɣiːrs/
pronoun
1. Hoofdstad van Algerije
Argel
/
ɑlˈɣɔŋkijʏm/
noun
Algónquico
noun
1. vizierliniaal
alidada
adverb
1. in deze plaats
aquí
en ésta
conjunction
1. leidt een toegeving in waarvan de hoofdzin de geldigheid wegneemt
aunque
/
aliɑs/
adverb
1. anders gezegd, ook wel genaamd
alias
/
aliɑs/
noun
1. een bijnaam
alias
/
ˈaː.liˌbi/
noun
1. het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad,...
coartada
noun
1. eetbare zeeslak
bígaro
adjective
1. met betrekking tot de voeding
alimentario
noun
pensión alimenticia
asistencias
noun
1. vervreemding
alienación
/
ɑlk/
noun
1. bepaald soort zeevogel die veel op de zeekoet lijkt, maar een dikkere snavel heeft
alca común
alca
/
ˈɑlkalimeˌtal/
noun
1. de naam voor elk element uit de eerste chemische reeks van het periodiek systeem
alcalino
adjective
met betrekking tot alkali
alcalino
verb
1. een oplossing meer basisch en dus minder zuur maken
alcalinizar
alcalizar
noun
1. zuurverlies
alcalosis
noun
1. een stikstof bevattende plantenbase
alcaloide
noun
1. een kleine raamloze zijkamer, vaak gebruikt als slaapkamer
alcoba
pronoun
1. God in islamistisch of Arabische context
Alá
adverb
hace tiempo
tiempo ha
/
ˈɑlə/
indefinitePronoun
1. elke, geen, uitgezonderd
todos
/
ɑl.ˈen/
adjective
1. zonder gezelschap
solo
/
ɑl.ˈen/
adverb
1. slechts
solamente
noun
1.
autocracia
poder absoluto
noun
1. iemand die met onbeperkte oppermacht regeert
autócrata
verb
1. als een allegorie voorstellen
alegorizar
/
ɑ.ˈlɛl/, /
ɑ.ˈlɛɫ/
noun
1. elk van de alternatieve uitvoeringen van een gen, die allemaal in homologe chromosomen op dezelfde plaats liggen
alelo
noun
frecuencia alélica
frecuencia génica
indefinitePronoun
todo
todos
/
ˈɑlən/
cardinalNumeral
hoofdtelwoord
todas
/
ˈɑlən/
indefinitePronoun
1. alle
todos
adverb
1. geleidelijk over een langere tijd
poco a poco
indefinitePronoun
de todos
adjective
1. heel erg goed, helemaal goed
mejor de todos
noun
1. stof die overgevoeligheid veroorzaakt
alérgeno
/
ˌɑlɛrˈɣi/
noun
1. een reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen (allergenen), die op zich helemaal niet schadelijk hoeven te zijn
alergia
adjective
1. overgevoelig
alérgico
noun
wetenschap die allergieën bestudeert
alergología
indefinitePronoun
de cada clase
de toda clase
toda clase de
pronoun
1. een rooms-katholieke feestdag op 1 november ter gezamenlijke verering van alle heiligen van de Kerk
Día de Todos Los Santos
indefinitePronoun
de cada clase
de toda clase
toda clase de
/
ɑlərˈmɪnst/
adverb
1. in het geheel niet
de ningún modo
/
ˌɑlərˈzilə(n)/
pronoun
1. Katholieke feestdag
Todos los Difuntos
indefinitePronoun
1. al het mogelijke, de gehele verzameling of hoeveelheid zonder uitzondering
todo
adverb
bajo todos los aspectos
de todos modos
en todos conceptos
en todos los respectos
noun
1. een bondgenootschap
alianza
/
ɑˈlɪxt/
adverb
- 3. vanzelfsprekend
cómodamente
fácilmente
- 1. zeer waarschijnlijk
probablemente
noun
1. een grote krokodilachtige uit het geslacht Alligator
aligátor
aligator
adjective
1. uit een ander land of plaats afkomstig
extranjero
alóctono
noun
1. iemand die van elders afkomstig is
inmigrante
noun
1.een geneesmiddel dat de aanmaak van urinezuur tegengaat
alopurinol
/
ˌɑ.lo.tro.ˈpi/
noun
1. scheikundig verschijnsel
alotropía
noun
1. artistieke toespeling of zinspeling
alusión
/
ɑˈlʏvijʏm/
noun
1. los materiaal (regoliet) dat als sediment door een rivier is afgezet
Aluvión
/
ɑɫmɑxt/
noun
1. absolute macht, macht over alles
omnipotencia
adverb
1. overal, onder velen
por todas partes
en todas partes
noun
1. haaruitval
alopecia
noun
benaming voor bloeiende, succulente planten uit het geslacht Aloe
áloe
sábila
zábila
zábida
závila
noun
1. bepaald soort succulent, Aloe vera
sábila
aloe
zábida
zábila
závila
áloe
adjective
alpaca
metal blanco
noun
- 1. bepaald soort zoogdier Vicugna pacos
- 2. zilverkleurige metaallegering
alpaca
pronoun
1. een gebergte dat Italië van de rest van Europa scheidt
Alpes
noun
1. bepaald soort overblijvende plant die te vinden is in de meeste Europese gebergtes, Pulsatilla alpina
pulsatilla alpina
noun
1. een van hout vervaardigd blaasinstrument met een lengte tot vier meter
trompa de los Alpes
noun
lagópodo alpino
perdiz nival
noun
1. bepaald soort plant, Myosotis alpestris
miosotis
no me olvides
nomeolvides
verb
1. sport waarbij men op ski's een heuvel of berg afdaalt.
esquí alpino
noun
1. iemand die de bergsport beoefent
alpinista
montañero
noun
1. bepaald soort Zuid-Europese verdovende en bedwelmende overblijvende plant
mandrágora
berenjenilla
lechuguilla
mandrágula
manzana de cerdo
mercurio vegetal
/
ɑls/, /
ɑs/
conjunction
nog na te gaan
cuando
phraseologicalUnit
1. als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel
cuando el gato no está, bailan los ratones
cuando el gato no está, los ratones bailan
phraseologicalUnit
- 1. als mensen gretig aan het eten zijn, wordt er niet zo veel gepraat
- 2. iemand die druk is met winstgevende bezigheden praat daar niet over
oveja que bala, bocado pierde
phraseologicalUnit
1. iemand die te veel heeft gedronken is niet meer in staat goede beslissingen te nemen
do entra beber, sale saber
noun
1. benaming voor planten van het composietengeslacht Artemisia
artemisia
absintio
ajenjo
adverb
1. als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
por favor
conjunction
1. en ook
así como
al igual que
y también
adverb
1. toch nog
aún
todavía
conjunction
1. luidt een vergelijking in
como si
adverb
1. als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
por favor
noun
1. lage vrouwenstem
alto
noun
1. offertafel voor godsdienstige plechtigheden
altar
noun
1. toonverandering
alteración
/
ˌɑl.tɛr.ˈnɑnt/, /
ˌɑɫ.tər.ˈnɑnt/
noun
1. determinant samengesteld uit n functies en n punten (niet noodzakelijkerwijze onderscheiden) door het element i,j gelijk te stellen aan de waarde van de functie i in punt j en vice versa
alternante
/
ɑltərnaˈtif/
noun
1. een andere mogelijkheid of methode
alternativa
verb
1. (elkaar) min of meer regelmatig afwisselen
alternar
conjunction
1. geeft in het tweede gedeelte meer specifiek aan wat er bedoeld wordt
al menos
adverb
- 1. op elk moment, blijvend
- 2. telkens opnieuw
- 3. in elk geval
siempre
noun
een vorm van bewolking op middelbare hoogte
altocúmulo
altocumulus
/
ˈɑltfiˌjoːl/
noun
1. een muziekinstrument in de familie van de strijkinstrumenten, verwant aan maar groter en lager klinkend dan de viool
viola
/
alyˈminijʏm/
noun
1. scheikundig element met symbool Al en atoomnummer 13
aluminio
noun
hoja de aluminio
papel de aluminio
/
ˌɑɫveˈol(ə)/
noun
1. wetenschappelijke benaming voor longblaasje
alvéolo pulmonar
noun
1. ontsteking van de longblaasjes
alveolitis
noun
1. een klier die enzymen afscheidt in de twaalfvingerige darm om de afbraak van zetmeel, vet en eiwitten te bevorderen
páncreas
conjunction
1. luidt een handeling in die in de tijd voorafgaat aan die van de hoofdzin
antes de que
/
amɑl'ɣaːm/
noun
1. kwiklegering
amalgama
noun
- 1. kleine bladverliezende loofboom, Amygdalus dulcis
almendro
almendrero
- 1. eetbare pit van de amandelvrucht
almendra
almendro
- 3. klier in de neus-keelholte
amígdala
tonsila
noun
1. fijn gemalen amandelen, rijk aan vitaminen, mineralen en vitaminen B1, B2, B6 en E
harina de almendra
noun
1. een melkachtige drank die uit fijngemalen amandelen en water bereid kan worden
horchata
noun
aceite de almendra
aceite de almendras
almond oil
noun
amigdalitis
angina
anginas
noun
1. een mengsel van amandelen en suiker dat wordt gebruikt in o.a. gevulde speculaas en boterletters
pasta de almendra
mazapán
pasta de almendra molida y azúcar
pasta de almendras
noun
tarta de Santiago
tarta de almendra
tortada de almendras
noun
1. of 2. (zaden van) geslacht Amaranthus
bledo
moco de pavo
amaranta
espinaca china
noun
1. een persoon die iets als hobby doet
aficionado
diletante
pronoun
Río Amazonas
Amazonas
noun
2. een vrouwelijke ruiter
amazona
noun
- 1. een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist
oficio
señorío
adjective
1. volgens de methoden van het oude ambacht
artesanal
artesano
noun
1. de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andere.
embajada
noun
1. iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen
embajador
noun
1. vrouwelijke vorm van ambassadeur
embajadora
noun
- 2.
ámbar amarillo
ámbar gris
noun
1. Liquidambar styraciflua, een loofboom uit de familie Altingiaceae, van oorsprong uit het oosten van Noord-Amerika
estoraque
liquidámbar
árbol del ámbar
adjective
1. vervelend, onprettig
fastidioso
/
ɑmˈbi(t)si/
noun
ambición
adjective
1. vol van de wens en het vertrouwen om iets te bereiken
ambicioso
adjective
1. op hetzelfde moment twee verschillende, meestal positieve en negatieve, waardes hebbend
ambivalente
noun
1.
ambivalencia
bivalencia
verb
1. naar iets streven
ambicionar
noun
1. officiële betrekking
oficio
noun
1. iemand die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
funcionario
noun
1. een vrouwelijk persoon die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
funcionaria
/
ɑmtsˈketə(n)/
noun
1. een halsketting als symbool van het ambt van een hoge ambtsdrager...
cadena de oficio
noun
1. voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengen
ambulancia
adjective
1. in staat om te lopen
ambulante
/
ɑˈmɛxtəx/
adjective
1. sterk hijgend
jadeante
/
ˌamɑndəˈmɛnt/
noun
enmienda
noun
1. het uitblijven van de menstruatie
amenorrea
noun
1.een zoete likeur met amandelsmaak uit Italië
amaretto
/
aˈmɪːriˌka/
abbreviation
1 en 2
América
Las Américas
noun
- 1. een persoon die in Amerika woont
americano
- 2. een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika
estadounidense
norteamericano
americano
adjective
1. betreffende of komende van Amerika
americano
estadounidense
noun
habitante de Samoa Americana
samoana
noun
1. vrouwelijke inwoner van Noord- of Zuid-Amerika
americana
estadounidense
angloamericana
norteamericana
abbreviation
dólar estadounidense
noun
1. bepaald soort snelgroeiende boom, Quercus rubra
roble americano
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Lepidium virginicum
mastuerzo
perejil de la tierra
pronoun
islas Vírgenes Estadounidenses
noun
1. bepaald soort plant, Mammea americana
mamey
mamey amarillo
maney de Santo Domingo
zapote mamey
zapote niños
noun
1. bepaald soort struik, Hamamelis virginiana
avellano de bruja
carpe
hamamelis
árbol del sortilegio
noun
1. bepaald soort plant, Prunus serotina
capulín
noun
- 2.
americanismo
- 1. idiomatische eigenaardigheid
americanismo
angloamericanismo
noun
1. een vaak prachtig violet gekleurde vorm van kristallijn kwarts, die kleine hoeveelheden titaan en ijzer bevat
amatista
noun
lacaria amatista
laccaria amethystina
noun
mueblaje
enseres
mobiliario
moblaje
noun
stimulerend middel, uit de groep van de wekaminen
anfetamina
noun
1. in water en op land levend dier
anfibio
noun
1. een door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
ánfora
noun
1. door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
ánfora
adjective
1.
anfótero
anfotérico
pronoun
1. een taal die in Ethiopië gesproken wordt
amárico
pronoun
1. een taal die in Ethiopië gesproken wordt
amárico
adjective
amistoso
amigable
amigo
noun
1. een organische verbinding die kan worden beschouwd afgeleid te zijn van ammoniak...
amina
noun
1. een chemische verbinding van stikstof en waterstof
amoníaco
amoniaco
noun
E503
E503i
carbonato de amonio
noun
1. NH₄NO₃, het ammoniumzout van salpeterzuur
nitrato amónico
nitrato de amonio
amonitrato
noun
1. geheugenverlies
amnesia
noun
1. een verklaring dat afgezien zal worden van strafvervolging voor een bepaalde groep
amnistía
noun
1. lamsvlies, het binnenste der eivliezen van het embryo in het moederlichaam
amnios
bolsa amniótica
saco amniótico
noun
1. eencellige eukaryoot die van vorm kan veranderen door het uitsteken en intrekken van schijnvoetjes
ameba
amiba
noun
- 2. aflossing
amortización
- 1. het gerechtelijk afschrijven
castigo
/
aˈmɔs/
pronoun
1. en 3. profeet en jongensnaam
Amós
/
ˈɑmpəɫ/
adjective
1. omstandig, meer dan genoeg
amplio
noun
1. uitbreiding
amplificación
noun
amplitud modulada
modulación de amplitud
noun
- 1. dichtgesmolten medicijnflesje, waarin steriele injectiestoffen worden afgeleverd
ampolla
bombilla
redoma
- 3. buikig kannetje
redoma
- 4. schenkkannetje voor wijn of water, gebruikt bij de mis
vinajera
noun
apotemnofilia
desorden de identidad de la integridad corporal
verb
1. een lichaamsdeel chirurgisch verwijderen
amputar
noun
1. stroommeter
amperímetro
/
ɑmstər'dɑm/
pronoun
1. de hoofdstad van Nederland, gelegen in de provincie Noord-Holland
Amsterdam
Ámsterdam
noun
1. iets waarmee men zich vermaakt
entretenimiento
verb
- 1. op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen
divertir
- 2. zich ~ met genoegen scheppen in een activiteit
divertirse
adjective
1. met betrekking tot de darmuitgang van de mens
anal
noun
1. opbouw bij de stofwisseling waarbij simpele stoffen omgezet worden tot chemisch ingewikkeldere stoffen
anabolismo
adjective
1. weefselopbouwend
anabólico
/
ɑnakroˈnɪstis/
adjective
1. niet passend in de tijdsvolgorde of in de periode waarin het wordt gepresenteerd
anacrónico
/
anaˈkɔnda/
noun
1. zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht Eunectes
anaconda
adjective
1. als gevolg van overgevoeligheid (allergie)
anafiláctico
/
ˌa.na.fi.lɑkˈsi/
noun
1. een medische term voor een snelle systemische allergische reactie
anafilaxia
noun
1. de concretisering van spirituele fenomen in teksten of toespraken
anagogia
noun
1. iemand die niet kan lezen of schrijven
analfabeto
noun
1. het voorkomen van mensen die niet kunnen lezen of schrijven
analfabetismo
noun
1. een pijnstiller
analgésico
noun
1. een overeenkomst tussen twee verschillende zaken die bijv. kan dienen als basis voor een bepaalde redenering of vergelijking
analogía
/
ˌɑnəˈloːx/
adjective
- 2. tegenovergestelde van digitaal (geluidsopname, uurwerk)
analógico
- 1. overeenkomend met
análogo
analógico
noun
conversión analógica-digital
verb
1. gedetailleerd en nauwkeurig bekijken
analizar
noun
1. een vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis
anamnesis
noun
1. een vrucht van de ananasplant
piña
ananás
noun
uchuva
alquejenje
alquequenje
tomatillo
uvilla
noun
1. sap afkomstig van de ananas
jugo de piña
zumo de piña
noun
1. een vaatverbinding, het aan elkaar verbinden van twee vaten
anastomosis
adjective
1. met betrekking tot de anatomie
anatómico
noun
1. een persoon die kennis draagt van de (menselijke) anatomie
anatomista
noun
1. de periode dat iemand verbonden is aan een bepaalde organisatie
antigüedad
adjective
andalusí
andaluza
adjective
andalusí
andaluza
adjective
andalusí
andaluza
adjective
andalusí
andaluza
pronoun
islas Andamán
islas de Andamán
noun
1. diegene die je niet zelf bent
otro
cardinalNumeral
uno y medio
/
'ɑndərmɑns/
indefinitePronoun
1. genitief van een andere man, wordt gebruikt in bezittelijke zin
ajeno
adverb
1. op andere wijze
de otra manera
conjunction
1. leidt een zin in die een andere gang van zaken aangeeft
sino
pronoun
Cordillera de los Andes
Andes
noun
1. Cichorium endiva, een eetbaar eenjarig gewas dat nauw verwant is aan witlof
endivia
escarola
endibia
noun
ballota fétida
ballota negra
marrubio bastardo
marrubio hediondo
marrubio negro
pronoun
1. een kleine staat in Europa die grenst aan Frankrijk en Spanje
Andorra
adjective
1. van/uit Andorra
andorrano
noun
1. iemand die afkomstig is uit Andorra
andorrano
noun
1. de leer van de andragogie
andragogía
noun
1. kruis van twee even lange, schuingeplaatste balken
cruz de San Andrés
noun
insensibilidad a los andrógenos
pronoun
- 1. mythologische figuur
- 2. sterrenbeeld
- 3. melkwegstelsel
Andrómeda
noun
1. een sterrenstelsel met een spiraalvormige structuur in het sterrenbeeld Andromeda
galaxia de Andrómeda
/
a.nɛg.ˈdo.tə/
noun
1. een amusant, kort verhaal
anécdota
adjective
1. aan bloedarmoede lijdend
anémico
noun
1. zelfregistrerende windsnelheidsmeter
anemógrafo
/
ɑnəmon/
noun
1. een plant van het geslacht Anemone
anémona
anemona
noun
1. afwezigheid van reactie
anergia
noun
een medisch vakgebied
anestesiología
noun
1. een medisch specialist die zich bezig houdt met het geven van anesthesie aan patiënten die een operatie of een pijnlijk, belastend onderzoek moeten ondergaan
anestesista
noun
1. geneeskundige die is gespecialiseerd in het verdoven van patiënten die een operatie of een pijnlijk, belastend onderzoek moeten ondergaan
anestesista
noun
een apolaire aromatische onverzadigde ether
anetol
noun
- 1. het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
aguijón
- 2. een vishaak
anzuelo
noun
amigdalitis
angina
anginas
noun
1. hartkramp, pijn op de borst
angina péctoris
adjective
1. het gevolg zijn van angina pectoris
anginoso
noun
1. zwelling veroorzaakt door (allergische) overgevoeligheid
angioedema
noun
angiocardiografía
cardioangiografía
/
ˌɑŋɣionøˈrotikɵm/
noun
angioneurótico
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Engels of gevormd naar Engels voorbeeld
anglicismo
/
ɑŋ.ˈ(g)ɣo.la/, /
ɑŋ.ˈgo.la/
pronoun
1. een land in Zuidwest-Afrika, officieel de Republiek Angola grenzend aan...
Angola
noun
1. het gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
miedo
temor
ansiedad
pavor
angustia
ansia
noun
1. een angst veroorzakende droom
incubo
pesadilla
adjective
miedoso
temeroso
angustiado
angustioso
medroso
noun
grito de miedo
grito de terror
noun
trastorno de ansiedad
adjective
escrupuloso
meticuloso
adjective
anguilana
anguilano
noun
1. bepaald soort schermbloemige plant, Pimpinella anisum
anís
matalahúva
noun
is een bloemdragende plant die behoort tot de schermbloemenfamilie Umbelliferae of Apiaceae
anís
noun
1. het zaad van de anijsplant
semilla de anís
noun
película de animación
verb
1. opmonteren, opvrolijken
animar
noun
1. vijandigheid
animosidad
/
ˌɑniˈonis/
adjective
1. met negatief geladen deeltjes
aniónico
noun
1. ongelijkheid van de pupillen
anisocoria
/
ˈɑ.nʲər.re.voˌly.si/, /
ˈɑ.ɲər.re.voˌly.tsi/
pronoun
1. geweldloze militaire staatsgreep
Revolución de los Claveles
noun
- 1. onderdeel van een vaartuig
- 3. onderdeel van een uurwerk
- 2. muuranker
ancla
áncora
verb
1. het anker uitgooien met de bedoeling het schip hiermede aan de bodem van het vaarwater vast te leggen, voor anker gaan, voor anker leggen
anclar
fondear
pronoun
- 2. spelwoord voor de letter a
Amalia
- 1. meisjesnaam
Ana
noun
E160b
annatto
bixina
norbixina
/
ˌɑnɛkˈsatsi/
noun
1. het verplicht of gedwongen toetreden tot een groep
anexión
/
ˌɑnɛkˈsɪːrə(n)/
verb
1. het toeëigenen van een grondgebied
anexar
anexionar
noun
2. aankondiging
anuncio
verb
1. van kanttekeningen voorzien
anotar
apostillar
/
ɑny'lerə/
verb
1. iets afgelasten
anular
cancelar
contramandar
noun
1. een uit de Bijbel afkomstige aankondiging van een engel aan de maagd Maria dat zij de zoon van God zou baren
anunciación
noun
1-2 scheikunde + elektronica
ánodo
verb
1. een oppervlaktebehandeling om metalen te voorzien van een oxidelaag
anodizar
noun
1. afwijking van organen
anomalía
adjective
1. naamloos
anónimo
noun
1. naamloosheid
anonimato
noun
1. magerzucht, eetstoornis
anorexia
adjective
1. niet tot de koolstofverbindingen behorend
inorgánico
noun
1. zuurbinder
antiácido
noun
1. tegenwerkend middel of orgaan
antagonista
pronoun
1. het continent rond de zuidpool van de aarde
Antártida
Antárctica
noun
1. de naam voor het woord waarnaar een ander woord, meestal een betrekkelijk voornaamwoord, verwijst
antecedente
verb
2. een eerdere datum op een document schrijven dan die van de huidige dag
antedatar
antefechar
noun
1. een middel dat braken tegengaat
antiemético
noun
- 1. een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling
antena
- 4. scheepsra
entena
noun
1. een wormdrijvend middel
antihelmíntico
helmintagogo
noun
1. de tegenstander
anti
noun
1. een middel dat braken tegengaat
antiemético
noun
1. geneesmiddel tegen epilepsie
antiepiléptico
adjective
1. tegen de infectieverwekker gericht
antiinfeccioso
adjective
1. (medisch) wat ontsteking tegengaat
antiinflamatorio
noun
sustancia antiadherente
/
ˌɑnti'jasidɵm/
noun
1. (medisch) een middel dat een teveel aan (maag)zuur tegengaat
antiácido
adjective
1. wat overgevoeligheid tegengaat
antialérgico
antihistamínico
noun
1. geneesmiddel dat hartritmestoornis tegengaat
antiarrítmico
adjective
1.
antibacterial
antibacteriano
noun
1. beeld van de gevoeligheid voor bacteriedodende middelen
antibiograma
noun
sistema de frenos antibloqueo
noun
1. een stof die de werking van een weefselhormoon onderdrukt
anticolinérgico
noun
1. een weinig spannende, soms teleurstellende ontknoping van het verhaal
anticlímax
noun
1. een stof die de bloedstolling vertraagt of tegengaat
anticoagulante
noun
1. technieken voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap
anticoncepción
método anticonceptivo
noun
anticonceptivo
método anticonceptivo
método contraceptivo
noun
1. een methode van anticonceptie in de vorm van een pil, dat je niet zwanger wordt
píldora anticonceptiva
píldora contraceptiva
noun
1. middel tegen stuipen, toevallen (bij epilepsie)
anticonvulsivo
anticonvulsionante
anticonvulsivante
verb
1. voorzien van een te vroege datum
antedatar
antefechar
noun
1. een deeltje waarvan een aantal fysische eigenschappen dezelfde zijn, maar andere eigenschappen (waaronder de lading) precies tegengesteld
antipartícula
/
ˌɑntideprɛˈsivʏm/
noun
1. een middel tegen ziekelijke neerslachtigheid
antidepresivo
noun
1. geneesmiddel ter behandeling van suikerziekte
antidiabético
noun
1. een tegengif
antídoto
adjective
1. oud, maar waardevol
antiguo
noun
1. oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen, die verzameld en verhandeld worden
antigüedad
antigualla
noun
1. een middel tegen oplossing van fibrine bij de bloedstolling
antifibrinolítico
noun
1. een middel dat ontsteking tegengaat
antiflogístico
antiinflamatorio
noun
1. vers dat gezongen wordt als inleiding of afsluiting van een psalm
antífona
noun
1. lichaamsvreemde afweeropwekkende stof
antígeno
/
ɑn.ˌti.(g)ɣ<sup>ʊ</sup>a.ɛn.bɑr.ˈbu.da/, /
ɑn.ˌti.gwa.ɛn.bɑr.ˈbu.da/
pronoun
1. eilandstaat in het oostelijk deel van de Caribische Zee, op de grens met de Atlantische Oceaan
Antigua y Barbuda
noun
1. een hoofdpersonage in een verhaal met niet de typerende positieve eigenschappen van een held
antihéroe
noun
1. stof die de werking van de weefselstof histamine vermindert
antihistamínico
noun
1. bloeddrukverlagend middel
antihipertensivo
pronoun
1. eilandengroep in de Caribische Zee
Antillas
noun
florín antillano neerlandés
florín de las Antillas Holandesas
/
ɑnti'lopə/
noun
1. een verzamelnaam voor slanke holhoornige hoefdieren die voornamelijk in Afrika leven
antílope
noun
1. middel dat de celdeling verhindert of vertraagt
antimitótico
noun
antifúngico
antimicótico
pronoun
1. een provinciehoofdstad in Turkije
Antioquía
noun
1. stof die reacties tegengaat waarbij elektronen worden uitgewisseld
antioxidante
noun
1. iemand die papen haat
antipapista
noun
1. negatieve gevoelens die men tegen iemand koestert
antipatía
adjective
antiproliferativo
adjective
1. jeukwerend
antipruriginoso
noun
1. geneesmiddel dat wanen vermindert
antisicótico
noun
1. winkel of bedrijf dat oude en tweedehands boeken verhandelt en verkoopt
tienda de antigüedades
noun
1. een oud kunst-, sier- of gebruiksvoorwerp, voorwerp uit de oude tijd
antigüedad
noun
iemand met antisemitische denkbeelden
antisemita
adjective
1. anti-Joods, tegen het Joodse volk
antisemita
noun
anti-Semitism
antisemitismo
noun
1. middel dat krampen van organen tegengaat
antiespasmódico
noun
inmunoglobulina
anticuerpo
noun
1.een middel dat gebruikt worden om de natuurlijke stollingsneiging van het bloed te onderdrukken
anticoagulante
noun
1. het tegenovergestelde
antítesis
contraste
contraposición
noun
1. een stof die veelal aan koelwater wordt toegevoegd om het vriespunt ervan te verlagen om bevriezen ervan te voorkomen
anticongelante
adjective
1. tegengesteld van betekenis
antónimo
noun
1. woord met tegengestelde betekenis
antónimo
/
an.tra.ˈsit/, /
ɑn.tra.ˈsit/
adjective
antracita
/
an.tra.ˈsit/, /
ɑn.tra.ˈsit/
noun
1. een vorm aan steenkopl die hoge temperatuur heeft gehad
antracita
noun
1. een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
carbunco
noun
1. het eten van mensen
antropofagia
noun
1. het bepalen van afmetingen van het menselijk lichaam
antropometría
adjective
1.
antropométrico
noun
1. de studie naar de oorsprong van de voor- en familienamen van mensen.
antroponimia
/
ˈantˌwɛrpə(n)/, /
ˈɑntˌʋɛrpə(n)/, /
ˈɑntˌβ̞ɛrpə(n)/
pronoun
- 1. een provinciehoofdstad in België
- 2. een Belgische provincie
Amberes
noun
1. een inwoner van Antwerpen
amberino
/
ˈantwɛrps/, /
ˈɑntʋɛrps/, /
ˈɑntβ̞ɛrps/
adjective
1. van, uit, betreffende of als in Antwerpen.
antuerpiense
/
ˈant.wɛrp.sə/, /
ˈɑnt.ʋɛrp.sə/, /
ˈɑnt.β̞ɛrp.sə/
noun
1. een vrouwelijke inwoner van de stad of provincie Antwerpen
amberina
antuerpiense
/
ˈɑnt.ʋɔːrt/
noun
1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien
respuesta
contestación
noun
contestador automático
contestadora telefónica
/
ˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/
verb
1. het geven van een antwoord
responder
contestar
replicar
noun
1. uitblijven van urinevorming
anuria
noun
1. opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal
ano
noun
1. angstgevoel
ansiedad
noun
ansiolítico
tranquilizante
/
aˈɔrta/
noun
1. de slagader die van het hart naar het lichaam, behalve de longen, loopt
aorta
adjective
- 2. bijzonder, opmerkelijk
distinto
original
- 1. op zichzelf, afzonderlijk van het andere
separado
aislado
apartado
aparte
por separado
noun
1. lusteloosheid
apatía
indiferencia
noun
baobab
pan de mono
árbol del pan
noun
2. zaad van de pindaplant
cacahuete
noun
2. internetsymbool @
arroba
noun
1. een eetlust opwekkende alcoholische drank die voor de maaltijd genuttigd wordt
aperitivo
adjective
1. de punt, de kop, de kruin betreffende
apical
noun
1. stam van eencelligen, Apicomplexa
apicomplexa
noun
1. onvolledige ontwikkeling van orgaan of lichaamsdeel
aplasia
noun
1. bloedarmoede door tekort aan rode bloedlichaampjes
anemia aplástica
noun
1. ademstilstand
apnea
noun
1. einde van de wereld, zoals beschreven in het Bijbelboek Openbaringen
apocalipsis
noun
1. wegval van slotklank
apócope
adjective
1. niet als gezaghebbend erkend
apócrifo
noun
1. handschrift dat vanaf het origineel van de eigenlijke auteur door een kopiist of secretaris is overgeschreven naar een voorbeeldtekst
apógrafo
noun
1. een mondelinge of schriftelijke verdediging van een persoon, zaak of leer tegen onrechtvaardige aanvallen
apología
/
ɑˈpɔstəl/
noun
- 1. leerling van Jezus
- 2. verkondiger van een nieuwe leer
apóstol
noun
- 2. aanspreking van afwezige personen of zaken
apóstrofe
- 1. afkappings- of weglatingsteken
apóstrofo
apóstrofe
/
apo'tek/
noun
1. plaats waar men geneesmiddel en en andere gezondheidsproducten kan kopen.
farmacia
botica
noun
farmacéutico
boticario
noun
1. een meetkundige term die zowel op een cirkel als een regelmatige veelhoek kan worden toegepast
apotema
pronoun
1. gebergte in het oostelijk deel van Noord-Amerika
montes Apalaches
noun
1. een door mensen gemaakt voorwerp dat is samengesteld uit verschillende onderdelen en een bepaalde functie heeft
aparato
dispositivo
noun
1. het geheel aan toestellen en toebehoor dat men voor een bepaalde taak benodigt
equipo
noun
1. een afzonderlijke woning in een groter gebouw
piso
apartamento
/
ɑ.ˈpɛl/, /
ɑ.ˈpɛɫ/, /
ˈɑ.pəl/, /
ˈɑ.pəɫ/, /
ˈɑpəɫ/
noun
1. vrucht
manzana
poma
noun
vinagre de sidra de manzana
vinagre de manzana
noun
1. boom waaraan appels groeien
manzano
manzanal
árbol de manzanas
noun
descorazonador
descorazonador de frutas
sacacorazones
vaciador de frutas
vaciador de manzanas
noun
1. een moes van gekookte appels
compota de manzana
noun
1. een vruchtensap bereid uit appels
zumo de manzana
jugo de manzana
/
ˌɑpəlˈsin/
noun
1. Vrucht van de appelsienboom
naranja
noun
1. een moes van gekookte appels
compota de manzana
noun
1. gebak gevuld met stukjes vruchten van de appelboom
pastel de manzana
tarta de manzana
/
ɑˈpɛndɪks/
noun
2. wormvormig aanhangsel
apéndice
/
[ɑpə'tɛitələk]/
adjective
apetitoso
/
ɑplɔudi'serə/
verb
1. in de handen klappen om goedkeuring of bewondering te tonen
aplaudir
/
ɑ'plɔus/
noun
1. geklap in de handen als teken van goedkeuring of bewondering
aplauso
noun
1. toepassing
aplicación
verb
aprestar
finalizar
preparar
/
ɑˈprɪl/
noun
1. de vierde maand van het jaar
abril
adjective
1. een mineraal met een bleekgroene, geelgroene, bleekblauwe of blauwgroene kleur
aguamarina
noun
- 2. schildertechniek
- 1. waterverf
- nog uit te zoeken
acuarela
/
ˌa.kʋa.ˈrɪst/
noun
1. iemand die een aquarium beheert en onderhoudt
acuarista
/
ɑˈkʋariˌʲʏm/
noun
1. een bak met water waarin onderwaterflora en -fauna gehouden wordt.
acuario
noun
1. een sterkedrank, op basis van karwij, uit Scandinavië
akvavit
aquavit
noun
1. grote bont gekleurde papegaai uit Zuid-Amerika
guacamayo
guacamaya
/
ˌɑ.ra.ˈbiːr/
noun
1. een persoon met het Arabisch als moedertaal
árabe
/
ɑ'rabis/
adjective
1. verwijzend naar de Arabische taal,cultuur,het alfabet of Arabië
árabe
arábigo
/
ɑ'rabis/
pronoun
- 1. een taal oorspronkelijk van het Arabisch schiereiland en de taal waarin de Koran...
- 2. een van het Aramitisch afgeleid alfabet dat gebruikt wordt voor het schrijven van het Arabisch,...
árabe
arábigo
phraseologicalUnit
goma arábiga
goma de acacia
noun
1. wetenschapper die de Arabische taal, cultuur en literatuur bestudeert
arabista
noun
tak van de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van de spinachtigen
aracnología
noun
1. Een inwoner van Aragon
aragonés
aragonesa
pronoun
1. taal gesproken in Aragon
aragonés
noun
alga arame
arame
palmera marina
/
araˈmes/
adjective
arameo
/
araˈmes/
pronoun
idioma arameo
noun
1. energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
trabajo
verb
1. werk verrichten
trabajar
noun
1. iemand die voor een loon handmatige arbeid levert
trabajador
obrero
operario
noun
1. het totaal aan beschikbare arbeidskrachten op de arbeidsmarkt
oferta de trabajo
noun
mediación de colocación
noun
1. inkomsten die men ontvangt door het uitvoeren van werk
salario
adjective
1.zonder arbeid
desempleado
noun
1. de interactie tussen vraag naar en aanbod van arbeid
mercado de trabajo
noun
1. ongeval dat tijdens het werk (of onderweg van en naar het werk) optreedt, bedrijfsongeval
accidente de trabajo
accidente laboral
noun
1. onderdeel van het privaatrecht m.b.t. de normen die het recht op arbeid als sociaal grondrecht tot voorwerp hebben
derecho del trabajo
derecho laboral
noun
- handelen van een scheidsrechter
- resultaat van het handelen van een arbiter
arbitraje
- systeem van gelijktijdige prijsbepaling
arbitraje
especulación en diferencias
verb
sombrear
sombrear con rayas
adjective
1. behorend tot of betrekking hebbend op een zeer oud tijdperk
arcaico
/
ˌɑr.xe.ˌjo.lo.ˈɣi/, /
ˌɑr.xɛ.jo.lo.ˈɣi/, /
ˌɑr.χe.ˌjo.lo.ˈχi/
noun
1. studie van de niet-geschreven overblijfselen van het verleden
arqueología
noun
1. bergmeubel voor archiefstukken
archivador
noun
1. een eilandengroep
archipiélago
noun
1. iemand die gebouwen ontwerpt
arquitecto
noun
1. de bouwstijl van een gebouw
arquitectura
/
ɑrxivaːrɨs/
noun
1. een persoon die een archief beheert
archivero
archivista
verb
1. iets geclassificeerd opslaan om het later gemakkelijk terug te vinden
archivar
pronoun
1. naam voor het noordpoolgebied
Ártico
adjective
1. extreem koud, behorend bij heel lage temperaturen
glacial
noun
1. bepaald soort grote massief zeezoogdier met een kolossale kop, Balaena mysticetus
ballena boreal
ballena de cabeza arqueada
pronoun
1. een rivier in Frankrijk
Ardèche
Ardecha
noun
1. schouwtoneel ...
arena
adjective
1. zonder zich van mogelijk gevaar bewust te zijn
cándido
incauto
ingenuo
/
ˌɑrɣɛnˈtɛɪ̯n/, /
ˌɑrɣɛnˈtɛːn/, /
ˌɑrχɛnˈtɛɪ̯n/
noun
1. iemand van Argentijnse komaf
argentino
/
ˌɑrɣɛnˈtɛɪ̯ns/, /
ˌɑrɣɛnˈtɛːns/, /
ˌɑrχɛnˈtɛɪ̯ns/
adjective
1. op Argentinië betrekking hebbend
argentino
noun
nuevo peso argentino
peso argentino
/
ˌɑrɣɛnˈtini.jə/, /
ˌɑrχɛnˈtini.jə/
pronoun
1. een Spaanstalig land in het zuiden van Zuid-Amerika tussen het Andesgebergte en de zuidelijke Atlantische Oceaan.
Argentina
noun
1. het plegen van bedrog of misleiding
astucia
/
ˈɑrɣɔn/
noun
1. een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Ar en het atoomnummer 18
argón
argon
/
ˌɑrɣyˈmɛnt/
noun
- 1. een aangevoerd feit in een discussie om een zienswijze te ondersteunen
argumento
- 2. een reden om iets te doen
razonamiento
verb
1. met argumenten tot een conclusie trachten te komen
argumentar
argüir
noun
1. gekoesterd gevoel van verdenking
sospecha
recelo
adjective
con desconfianza
con recelo
con suspicacia
receloso
suspicaz
noun
1. een persoon die lid is van de aristocratie
aristócrata
noun
1. een regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van een kleine groep, de zogenaamde aristocraten
aristocracia
adjective
1. volgens de principes van een aristocratie
aristocrático
noun
1. het aantal variabelen waarvan een functie afhangt
aridad
noun
1. onregelmatige hartslag
arritmia
/
ɑrṃ/
adjective
- 1. weinig bezittend
- 2. beklagenswaardig
pobre
/
ɑrṃ/
noun
1. lichaamsdeel
brazo
/
ɑrma'ɡɛdən/
pronoun
Armagedón
noun
1.een Franse brandewijn
armañac
noun
1. sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt
brazalete
pulsera
/
ɑrˈmen/, /
ɑrˈmeːn/
noun
1. een inwoner van Armenië, of iemand afkomstig uit Armenië
armena
armeno
/
ɑrˈmens/, /
ɑrˈmeːns/
adjective
1. betreffende Armenië of het Armeens
armeno
armenio
/
ɑrˈmens/, /
ɑrˈmeːns/
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Armenië
armenio
armeno
/
ɑrˈmensə/, /
ɑrˈmeːnsə/
noun
armenia
adjective
1. op een armoedige bekrompen manier
pobre
/
ɑrˈmeni.jə/, /
ɑrˈmeːni.jə/
pronoun
1. een GOS-lidstaat in de Kaukasus (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). Het is een van de weinige landen die niet aan zee liggen. Het grenst in het oosten aan Azerbeidzjan, in het westen aan Turkije en de Naxçivan-exclave (Azer.), in het noorden aan Georgië en in het zuiden aan Iran
Armenia
noun
brazo
apoyo para el brazo
/
ˈɑrəmude/
noun
1. de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft.
pobreza
penuria
adjective
1. van weinig waarde
miserable
noun
1. (aangename) geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
aroma
fragancia
olor
perfume
adjective
- 1. met geurstof
- 2. voldoende aan de regel van Hückel
aromático
aromática
verb
1. geur geven aan
aromatizar
/
arɔnskɛlək/
noun
1. een plant van het geslacht Arum
aro
noun
2. muziekbewerking
orquestación
noun
1. een aanhouding
detención
noun
1. iemand die in hechtenis is genomen door de politie
detenido
noun
1. een aanhouding door de sterke arm der wet
arresto
detención
verb
1. van overheidswege in hechtenis nemen
arrestar
/
ɑriveːrən/
verb
1. de bestemming bereiken
llegar (a)
noun
arrogancia
engreimiento
fatuidad
pedantería
presunción
presuntuosidad
noun
1. onderdeel van een bestuurlijk gebied, o.a. in België en Frankrijk
distrito
/
ˈɛrɔwru:t/
noun
1. meel van de pijlwortel dat vaak wordt gebruikt als bindmiddel voor voedsel.
arrurruz
amaranta
harina de sulú
maranta
sagú
sulú
noun
1. stijlbeweging
art decó
noun
1. kunstvoorwerp of -product
artefacto
adjective
1. met betrekking tot de arteriën
arterial
noun
arteriografía
arteriograma
adjective
1. met betrekking tot een gewricht
articular
noun
punto de articulación
verb
1. de uitspraakklanken zorgvuldig vormen
articular
adjective
1. kunstmatig
artificial
phraseologicalUnit
inteligencia artificial
/
ɑrˈtiːkəl/
noun
- 4. staat voor een zelfstandig naamwoord, geeft de bepaaldheid aan en het woordgeslacht
- 1. een voorwerp dat te koop is
artículo
noun
1. het wapen dat vuursteun geeft aan de eigen troepen
artillería
noun
1. een militair die dienst doet bij de artillerie
artillero
noun
1. de vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop worden als groente gegeten
alcachofa
adjective
1. aanleg hebbend voor het maken van kunst
artístico
noun
1. gewrichtspijn
artralgia
noun
1. gewrichtsontsteking
artritis
noun
1. gewrichtsaandoening
artropatía
noun
1. een aandoening van het gewrichtskraakbeen
artrosis
noun
1. geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen
médico
/
a.ˈru.ba/, /
a.ˈry.ba/
pronoun
1. een eiland in het zuidelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
Aruba
noun
- 1. centrale staaf
eje
árbol de transmisión
- 1. verbrandingsrest
ceniza
/
ˈɑzbɑk/
noun
1. opvangbak
cenicero
noun
1. verzamelnaam van een aantal silicaten met een vezelige structuur
asbesto
amianto
noun
1. iemand die zich aan godsdienstige praktijken en boetedoeningen wijdt en zeer sober leeft
asceta
noun
1. buikwaterzucht
ascitis
noun
ácido ascórbico
vitamina C
E300
noun
1. zonder bacteriën of ziektekiemen
asepsis
adjective
1. vrij van ziektekiemen, kiemvrij
aséptico
verb
1. bedekken met een mengsel van bitumen, steentjes en andere stoffen
asfaltar
adjective
1. de grauwe kleur van as hebbend
ceniciento
pronoun
1. hoofdstad van Turkmenistan
Asjabad
Asgabad
Asgabat
Ashgabad
Ashgabat
adjective
1. zonder sociaal besef
antisocial
adjective
1. niet-specifiek
no específico
noun
1. een kant of zijde
aspecto
noun
1. Asperagas officinalis, een plant waarvan de jonge scheuten geteeld worden als groente
espárrago
noun
1. een middel tegen allerlei kwalen met als werkzame stof acetylsalicylzuur
aspirina
noun
1. houten werpspies bij Afrikaanse volksstammen
azagaya
/
ˈɑsəˌpustər/
pronoun
1. het meisje dat hoofdpersoon is het het gelijknamige sprookje
Cenicienta
noun
1. het opkomen voor jezelf zonder agressief over te komen
asertividad
verb
1. doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap
asimilar
noun
1. een persoon die ondersteunt
asistente
ayudante
/
ɑsɪsˈtɛntə/
noun
1. vrouwelijk persoon die ondersteunt
ayudante
/
ˌɑsɪsˈteːrə(n)/
verb
1. een helpende hand bieden
asistir
verb
1. tot compagnon maken of nemen
asociar
verb
1. samen een assonatie vormen, rijmen op
asonantar
asonar
noun
1. aanbod van producten
surtido
noun
1. een onderneming die verzekeringen afsluit
asegurador
verb
asegurar
hacer un segura
noun
1. scheikundig element met symbool At en atoomnummer 85
astato
noun
- 2. een bloem van de aster
aster
- 1. Asteraceae, een tuinplantenfamilie met blauwe, witte, paarse of roze bloemen
áster
/
ˈɑs.tə.ˌrɪs(x)/, /
ˈɑs.tə.ˌrɪsk/
noun
1. typografisch symbool in de vorm van een sterretje
asterisco
noun
1. een klein vast hemellichaam dat net als een planeet om de zon draait
asteroide
adjective
1. van een lens dat de kromming niet in alle richtingen gelijk is en dat een scherpe afbeelding dus niet mogelijk is
astigmático
noun
1. een ziekte die, door vernauwing van de luchtwegen, benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt
asma
adjective
1. last hebbend van astma
disneico
/
ɑstrolo'gi/
noun
1. de leer die gebeurtenissen aan het hemelgewelf in verband brengt met gebeurtenissen op aarde
astrología
noun
1. een beoefenaar van de astrologie
astrólogo
astrologe
/
ˌɑstroˈnaʊ̯t/, /
ˌɑstroˈnɔʊ̯t/, /
ˌɑstroˈnʌʊ̯t/
noun
1. een Amerikaanse ruimtevaarder
astronauta
noun
1. de wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
astronomía
pronoun
1. een taal die gesproken wordt in Asturië
asturiano
idioma asturiano
pronoun
1. een van de 17 autonome regio's van Spanje die in het noordwesten van het land ligt
Asturias
noun
1. eerste dag van de vastentijd
miércoles de ceniza
adjective
1. zonder ziekteverschijnselen
asintomático
/
a.sɪmp.ˈtot/
noun
1. een lijn die door een kromme of functie willekeurig dicht benaderd wordt, maar deze nooit raakt
asíntota
adjective
asincrónico
asíncrono
pronoun
1. Atair/Altair
Altair
/
atɑkˈsi/
noun
1. een onzekere gang bij het lopen
ataxia
noun
1. de werkruimte van een kunstenaar
taller
pronoun
de hoofdstad van Griekenland
Atenas
noun
1. onwillekeurige (ongecontroleerde) bewegingen van vingers en tenen
atetosis
/
ˌa.te.ˈjɪsmə/, /
ˌɑ.te.ˈjɪsmə/
noun
1. overtuiging dat goden niet bestaan
ateísmo
/
ˌa.te.ˈjɪst/, /
ˌɑ.te.ˈjɪst/
noun
1. een persoon die niet gelooft in het bestaan van goden
ateo
/
ɑtˈlɑntikʏm/
noun
Atlántico
pronoun
1. mythologisch eiland
Atlántida
pronoun
1. de tweede grootste oceaan op aarde, gelegen tussen Europa en Afrika enerzijds en Noord- en Zuid-Amerika anderzijds
Océano Atlántico
océano Atlántico
pronoun
- 1. figuur uit de Griekse mythologie
Atlante
Atlas
- 2. gebergte in Noord-Afrika
Atlas
noun
- 1. een boek dat geografische kaarten bevat
- 3. de bovenste wervel in de hals die het hoofd draagt
- 2. een verzameling van prenten, kaarten, afbeeldingen, tekeningen en dergelijke
- 1. satijn
atlas
/
ɑtlet/
noun
1. iemand die grote prestaties op sportief gebied verricht
atleta
noun
sporttak waarin vooral lopen, springen en werpen aan bod komen
atletismo
noun
- 1. een gasvormig omhulsel van een planeet of maan.
- 2. een stemming.
- 2. eenheid.
atmósfera
atmosfera
noun
1. een bom waarvan de vernietigingskracht berust op het vrijkomen van energie door de splitsing van atomen
bomba atómica
bomba nuclear
noun
1. de massa van een atoom, uitgedrukt in de atomaire massa-eenheid u
masa atómica
noun
1. de kernlading van een atoom
número atómico
noun
1.een groep geneesmiddelen die cholesterolsyntheseremmers of statinen worden genoemd
atorvastatina
adjective
1. niet-giftig
atóxico
pronoun
1. een stad in Frans-Vlaanderen
Arras
noun
2. centraal vertrek
atrio
noun
1. verschrompeling van organen
atrofia
noun
1. schriftelijk bewijs
certificado
certificación
noun
- 1. formele getuigenverklaring
atestación
- 2. bewijsplaats voor het bestaan van een woord in het verleden
documentación
/
ɑtrɪbʏˈtif/
adjective
1. wanneer het voor een zelfstandig naamwoord geplaatst wordt
atributivo
noun
4. tot het wezen (de entiteit) behorende eigenschap
atributo
adjective
1. afwijkend van het gemiddelde
atípico
/
obɛrˈʒinə/
noun
2. purperachtige, vlezige vrucht
berenjena
/
ˈɑuˌdi<sup>j</sup>oɣrɑm/
noun
audiograma
noun
1. een examen waarbij iemand zijn muzikale vaardigheden in klank bewijst.
audición
adjective
1. met betrekking tot het gehoor
auditivo
noun
auditorio
sala de audiciones
noun
gallo silvestre
urogallo
/
ʌuˈɣɵrk/, /
ʌˈʝʏrk/
noun
1. kleine, in het zuur ingemaakte komkommer
pepinillo
/
aʊ̯.ˈɣʏs.tʏs/, /
ɔʊ̯.ˈɣʏs.təs/, /
ʌʊ̯.ˈχʏs.təs/
noun
1. de achtste maand van het jaar
agosto
noun
4. een grote zaal voor bijeenkomsten, voorstellingen enz. in een middelbare school, een museum of eenigerlei andere instelling
aula
/
ˈʌurɑ/
noun
1. energieveld
aura
noun
1. luisteren naar lichaamsgeruis van bijv. hart of longen
auscultación
verb
1. luister naar de geluiden in het lichaam
auscultar
/
aʊ̯ˈstraːlɪs/, /
ɔʊ̯ˈstraːlis/, /
ʌʊ̯ˈstralis/
adjective
1. van Australië
australiano
/
aʊ̯ˈstraːli.jə/, /
ɔʊ̯ˈstrali.jə/, /
ʌʊ̯ˈstrali.jə/
pronoun
1. een soevereine staat gelegen tussen de Indische Oceaan en de Grote Oceaan (officieel het Gemenebest van Australië) met de officiële taal Engels
Australia
/
ɑustro'nezis/
adjective
behorend tot groep van talen
austronesio
/
oˈtør/
noun
1. persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
autor
noun
1. (telecommunicatie) (informatica) het proces waarbij iemand nagaat of een gebruiker,...
autenticación
autentificación
noun
autenticidad
veracidad
noun
1. het proces waarbij iemand nagaat of een gebruiker, een andere computer...
autenticación
autentificación
verb
autenticar
autentificar
verb
1. echtheid, oorsprong of rechtsgeldigheid vaststellen
autenticar
/
ʌuˈtɪsmə/, /
ʌˈtɪsmə/
noun
1. ontwikkelingsstoornis
autismo
noun
trastornos del espectro autista
/
ʌuˈtɪst/
noun
1. iemand die autisme heeft
autista
/
ɑʊ̯to/
noun
1. voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
automóvil
coche
carro
adjective
1. met betrekking tot afweerstoffen gericht tegen de eigen lichaamsweefsels
autoinmune
noun
1. verkeersongeval waarbij minstens één auto betrokken is
accidente de auto
accidente de coche
noun
1. een groot voertuig voor het vervoeren van een groot aantal passagiers
autobús
adjective
1. oorspronkelijk in een bepaald gebied thuishorend
autóctono
noun
1. de oorspronkelijke bewoner van een land
autóctono
noun
1. handtekening van een beroemd persoon
autógrafo
noun
1. een toestel dat, eenmaal in werking gezet, zonder verdere tussenkomst een aantal handelingen verricht
autómata
adjective
- 3. gedachteloos
automáticamente
mecánicamente
- 1. niet bestuurd door de hand van de mens
- 2. vanzelfgaand
automático
noun
caja de cambios automática
transmisión automática
verb
1. automatisch doen werken
automatizar
noun
1. gemotoriseerd voertuig op vier of meer wielen
automóvil
noun
1. een bestuurder van een auto
automovilista
noun
1. vakman die beroepshalve reparaties verricht aan en onderhoud doet van auto's
mecánico de automóviles
/
aʊ̯.to.no.ˈmi/, /
ɔʊ̯.to.no.ˈmi/, /
ʌʊ̯.to.no.ˈmi/
noun
autonomía
noun
autonomismo
movimiento autónomo
/
ˌʌʊtoˈnom/
adjective
1. op zichzelf staand
autónomo
noun
1. een lijkschouwing
autopsia
/
ɑʊ̯torɛi(d)ə(n)/
verb
1. zich voortbewegen door een auto te besturen
conducir un coche
/
ˈɑʊ̯.to.ˌrɛɪ.sxol/
noun
autoescuela
adjective
autoritario
mandón
noun
1. politiek systeem
autoritarismo
noun
1. de overheid
autoridad
/
ˈɑutospɔrt /
noun
1. verzamelnaam voor wedstrijden die verreden worden met een gemotoriseerd voertuig met vier of meer wielen
automovilismo
noun
1. een weg waarop alleen gemotoriseerd verkeer zoals autos, motorfietsen en vrachtautos wordt toegelaten en waar voor dat verkeer toepasselijke voorzieningen zijn aangebracht
autopista
/
ɑu̯ˈtri.sə/
noun
1. persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
autora
/
ˌavɑŋˈɣɑrdə/
noun
vanguardia
/
'avatɑr/
noun
2. (informatica) een kleine afbeelding die een bepaalde gebruiker symboliseert
avatar
/
ˈavəˌɣar/
noun
1. een boor voor gebruik in een booromslag, het boorsel wordt afgevoerd volgens het principe van de...
barreno
pronoun
1. Avestisch
avéstico
idioma avéstico
pronoun
1. een stad in Frankrijk
Aviñón
/
ɑvoˈkado/
noun
1. een tropische vrucht van de avocadoboom
aguacate
palta
cura
/
ˌavoˈkadobom/
noun
1. immergroene boom uit Midden-Amerika die de avocadoperen voortbrengt
aguacate
noun
1. de periode van de dag waarin het nacht wordt
tarde
noche
noun
1. een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt
cena
noun
traje de noche
vestido de noche
noun
1. verbod om zich op straat te begeven na een zekere tijd
toque de queda
noun
- 1. de maaltijd die men 's avonds nuttigt
cena
- 2. de rituele viering van het laatste avondmaal dat Jesus met zijn leerlingen nuttigde voor zijn terechtstelling aan het kruis
la Última Cena
noun
esfinge ocelada
semipavón
noun
1. rode kleur van het hemelgewelf
resplandor crepuscular
noun
1. tijd van de dag waarop het donker wordt
atardecer
noun
1. iemand die graag het avontuur opzoekt
aventurero
noun
1. een onderneming waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat
aventura
adjective
1. de as betreffend of volgend, behorend tot de as
axial
noun
1. een basisbegrip dat zonder bewijs aangenomen moet worden
axioma
postulado
noun
1. de titel van een hoge sjiitische geestelijke
ayatolá
pronoun
1. een Indiaanse taal die in Zuid-Amerika wordt gesproken
aymara
noun
1. behoort tot de groep geneesmiddelen die ontstekingsremmende pijnstillers worden genoemd
azapropazona
/
ˌazərbɛɪ̯ˈdʒansə/, /
ˌazərbɛɪ̯ˈdʒaːnsə/, /
ˌazərbɛːˈdʒaːnsə/
noun
azerbaiyana
/
ˌazərbɛɪ̯ˈdʒan/, /
ˌazərbɛːˈdʒan/
pronoun
1 en 2. Aziatisch land grenzend aan Rusland, Iran, Armenië en Georgië
Azerbaiyán
Azerbaiján
/
aˈzeːri/, /
aˈzɪːri/
pronoun
1. Turkse taal die door 22 miljoen mensen vooral in Azerbeidzjan, maar ook in Iran, Georgië en Turkije wordt gesproken
azerbaiyano
adjective
1. afkomstig uit of betreffend Azië
asiático
asiano
/
aˈzɛɪn/, /
aˈzɛːn/
noun
1. en 2. verdund azijnzuur verkregen door oxidatie van verdund alcohol om voedsel te bereiden
vinagre
noun
1. CH₃COOH
ácido acético
/
azimɵt/
noun
1. horizontale hoek
acimut
azimut
pronoun
1. een continent ten oosten van Europa
Asia
noun
1. toename van het stikstofgehalte van het bloed
azotemia
/
ˌazowospɛrˈmi/
noun
azoospermia
pronoun
1.
Riviera Francesa
noun
1. een landinwaartse uitstulping van een zee of oceaan
bahía
pronoun
1.
Bahía de Algeciras
noun
1. een stapel bijeengebonden plantaardig materiaal zoals hooi of tabak
fardo
adjective
1. nieuwe wegen openend, innoverend
pionero
innovador
noun
- 1. figuurlijk, iemand die nieuwe wegen...
colonizador
explorador
iniciador
innovador
vanguardista
- 3. geniesoldaat
colonizador
gastador
noun
carreras sobre pista
ciclismo en pista
adjective
1. in gereed geld, cash
contante
noun
1. kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
camilla
/
baːrt/
noun
1. gezichtsbeharing van de man
barba
noun
1. een alleen in India voorkomende zwarte aap met een kwastachtige staart en een opvallende grijze kraag
mono barbudo
mono león
sileno
macaca de cola de león
noun
rabo de cordero
rabo de zorra
noun
1. voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt
útero
matriz
noun
1. smal en buisvormig gedeelte van de baarmoeder dat aan een kant in de vagina eindigt ...
cuello uterino
cuello del útero
noun
1. een vorm van kanker die zich in de baarmoederhals ontwikkelt
cáncer cervical
noun
1. stekelvinnige riviervis
perca
lubina
robalo
róbalo
/
baːs/
noun
1. overste, leider, chef
jefe
patrón
amo
noun
- 2. ontvangen geld
activo
ingreso
- 1. iets met een gunstig effect
provecho
noun
1. onedelmoedige en overdreven zucht tot eigen voordeel
egoísmo
adjective
1. inhalig
egoísta
interesado
verb
1. gezellig praten over zaken van weinig belang
charlar
adjective
charlando
coloquiando
parloteando
picoteando
noun
1. Chinees gerecht met krokant geroosterd varkensvlees
cerdo frito con salsa
noun
1. een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven
bebé
nene
crío
/
ˈbebibɑt/
noun
1. kuip bedoeld om heel jonge kinderen in te wassen
bañera para bebé
/
ˈbe.bi.buːm/
noun
1. een periode waarin ongewoon veel kinderen geboren worden
explosión de natalidad
explosión demográfica
noun
1. elektronisch afluisterapparaat om geluid uit de kinderkamer elders op te vangen
bebéfono
noun
1 en 2
foto de bébé
fotografía de bébé
noun
1. benaming voor soorten uit de klasse Bacilli
bacilo
noun
1. een bacteriedodend middel
bactericida
noun
plantenziekte veroorzaakt door de bacterie
fuego bacteriano
/
bɑkteriɔfaɣ/
noun
1.
bacteriófago
noun
1. een wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van bacteriën
bacteriología
noun
1. een wetenschapper die zich bezighoudt met de bacteriologie
bacteriólogo
noun
1. een stof die de toename van bacteriën belemmert
bacteriostático
noun
1. de aanwezigheid van bacteriën in het bloed
bacteriemia
bacteremia
noun
2. een van de drie taxonomische domeinen, Bacteria
bacterias
/
bɑt/
noun
1. voorwerp waarin men zich wast met water
bañera
verb
- 3. in bad doen
bañar
- 1. een bad nemen
bañarse
pronoun
1.
Baden-Wurtemberg
noun
1. openbare inrichting waar men tegen betaling een bad of douche kan nemen
casa de baños
establecimiento de baños
estación balnearia
noun
1. een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen
cuarto de baño
baño
noun
1. kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
traje de baño
/
ˈbɑtˌkœy̆p/
noun
1. een waterreservoir waarin één of enkele personen zich kunnen wassen en baden
bañera
baño
noun
1. een sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
bádminton
noun
1. kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
traje de baño
/
bɑtplaːts/
noun
1. aan zee gelegen plaats waar mensen vaak gaan zwemmen
estación balnearia
balneario
aguas
noun
1. middel
espuma de baño
/
ba.ˈɣaːʃ/, /
ba.ˈχa.zʲə/
noun
1. een verzameling van eigendommen
equipaje
noun
1. een kantoor waar bagage afgehaald kan worden
consigna
noun
1. een net waarmee de lading vastgezet kan worden
rejilla
noun
baca portaequipajes
maletero
portaequipajes
noun
1. een aanhangwagen voor het vervoer van bagage
furgón
noun
1. iets van geringe betekenis of waarde
bagatela
verb
1. het uitdiepen van een vaargeul door het verwijderen van overtollig sediment van de bodem
dragar
noun
1. een werktuig waarmee gebaggerd kan worden
draga
/
ba.ˈha.mas/, /
ba.ˈɦa.mas/, /
bɑ.ˈɦa.mas/
pronoun
1. een eilandengebied in het Caraïbische gebied
Bahamas
/
ba.ˈrɛɪ̯n/, /
bɑx.ˈrɛːn/, /
bɑχ.ˈrɛɪ̯n/
pronoun
1. eilandstaat in de Perzische Golf en de Golf van Bahrein. Het ligt ingeklemd tussen Saoedi-Arabië in het westen en Qatar in het oosten en zuiden
Bahréin
Baréin
noun
dinar bahreiní
dinar de Bahrein
/
ˈbajəs/
noun
1. een gevangenis
chirona
cárcel
prisión
noun
1. een bajo sexto met tien snaren
bajo quinto
noun
1. een Mexicaans instrument met twaalf snaren dat op een gitaar lijkt
bajo sexto
noun
1. een steekwapen bovenop de loop van een geweer
bayoneta
noun
cierre en bayoneta
conexión en bayoneta
montaje en bayoneta
/
ˈbɑgbaˌnaːn/
noun
banana de freír
noun
1. een overmatig groot voorwerp
coloso
monstruo
noun
1. metalen plaat waarop het in de oven te bakken materiaal wordt geplaatst
bandeja
charola de hornear
placa
placa de horno
noun
1. de linkerzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
babor
noun
1. een markering, meer in het bijzonder gebruikt in de lucht- en scheepvaart...
boya
/
'bakərə(n)/
verb
1. het strak inwikkelen van een baby in een deken of lappen.
envolver
vendar
noun
1. een driewielige fiets die voorzien is van een laadbak
tricar
triciclo de reparto
noun
1. deel van het baardhaar dat groeit vanaf de kaaklijnen tot aan de haargrens boven de oren.
patilla
verb
1. voedsel bij hoge temperatuur in een oven of pan verhitten, meestal met wat olie of boter.
hornear
cocer
freír
noun
1. iemand die brood en taarten bakt
panadero
noun
een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt
panadería
tahona
bollería
pronoun
1. de hoofdstad van Azerbeidzjan
Bakú
noun
1. speciaal geprepareerd papier dat in de oven gebruikt wordt om te bakken etenswaar niet aan de bakplaat of de bakvorm te laten kleven
papel de horno
papel sulfurizado
noun
1. rijsmiddel op basis van natriumbicarbonaat
polvo de hornear
levadura química
noun
1. datgene wat gebakken is of wordt
hornada
noun
1. uit klei of leem gebakken steen
ladrillo
tabique
noun
molde para hornear
molde para horno
noun
1. een driesnarig Russisch tokkelinstrument
balalaika
balalaica
verb
1. evenwicht behouden om er niet vanaf te vallen
balancear
/
balaˈnitɪs/
noun
1. ontsteking van de eikel bij de man.
balanitis
noun
2. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)
balanza
báscula
adjective
1. wild, uitgelaten
gamberro
petulante
vandálico
noun
1. stoffen overdekking als ornament, meestal boven een troon, altaar of hemelbed
baldaquín
palio
pronoun
Baleares
islas Baleares
verb
1. gevoelens van groot ongenoegen koesteren
estar harto
noun
1. langgerekte bank van waarachter men klanten bedient
mostrador
/
bɑlk/, /
bɑɫk/
noun
- 2. veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
cuboide
ortoedro
- 1. deel van een constructie met een lengte die veel groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
viga
pronoun
- 1. gebied...
Balcanes
Península Balcánica
península de los Balcanes
- 2. gebergte in ...
Balcanes
montes Balcanes
noun
1. wildgroei van cellen die leidt tot een of meer gezwellen in een testikel
cáncer de testículo
pronoun
1. een schiereiland aan het uiterste zuidwesten van Europa
Península Balcánica
península de los Balcanes
noun
panhas
pannas
plato con despojos de carne
noun
1. een bouwkundig onderdeel
balcón
noun
- 2. steenslag die men op het spoorbed stort
balasto
balastro
- 1. vervanging van de nuttige lading door iets dat voldoende weegt om een schip te stabiliseren
lastre
/
ˈbɑ.lə/
noun
branie, moed
cojones
huevos
noun
2. een damesschoen zonder sluiting en zonder hak
ballarina
noun
1. een artistieke dansvorm
ballet
noun
1. een man die ballet danst
bailarín de ballet
balettdansör
noun
!. gokspelletje
mosqueta
trile
noun
1. iemand die verbannen is
desterrado
proscrito
noun
1. gedwongen verblijf elders dan waar men thuis is
exilio
destierro
noun
1. leer die de banen van projectielen bestudeert
balística
noun
1. een feestartikel bestaande uit een dun rubberen zakje dat met gas of lucht kan worden gevuld
globo
bomba
/
bɑlɔ'terə(n)/
verb
1. stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
balotar
noun
1. een pen die de inkt met een bal of kogel op het papier overbrengt.
bolígrafo
noun
1. een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt
bolígrafo
esfero
noun
vinagre balsámico
vinagre balsamico
noun
1. een plant uit de familie Balsaminaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten,...
balsamina
verb
1. het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen
embalsamar
noun
hierba de Santa María
balsamita
hierba de San Pedro
noun
juego de pelota
juego de bola
noun
1. een laag hekwerk dat een min of verheven standplaats omsluit
balaustrada
noun
1.huidplooi waarin de testikels liggen
escroto
noun
1. een reuzengrassoort dat afkomstig is uit Azië
bambú
noun
fideos cintas
tallarines
noun
- 2. uitsluiting uit de kerkgemeenschap
anatema
- 3. rechtsgebied van een stad
territorio
adjective
1. gewoontjes, saai en voorspelbaar, weinig verheven of de zintuigen prikkelend
banal
trivial
noun
1. een vrucht van de bananenboom
plátano
banana
noun
- 1. een van de Midden-Amerikaanse staten zoals Honduras, Nicaragua, El Salvador of Guatemala, eens zo genoemd vanwege de bananenindustrie die daar alles overheerste
- 2. een in politiek en economisch opzicht corrupt en instabiel land, dat bovendien vaak rijk is aan grondstoffen
república bananera
noun
- 3. groep muzikanten die een bepaald muzikaal repertoire ten gehore brengt
banda
grupo
- 1. ringvormige omhulling van iets anders, vooral dienend voor de uitwendige bescherming
neumático
llanta
adjective
1. zonder zich bekommeren om enige normen of regels
desenfrenado
noun
1. een schurk of misdadiger
bandido
bandolero
noun
1. apparaat waarmee men geluid kan vastleggen op magnetische tape
magnetófono
noun
1. een toestel dat geluid opnam op een band magnetiseerbaar materiaal
magnetófono
verb
1. zich een weg ~: een pad maken waar er geen was, resoluut doordringen in iets
abrirse camino
abrirse paso
adjective
- 2. angst opwekkend
angustioso
congojoso
- 1. angst hebbend
angustioso
medroso
temeroso
- 3. bangelijk
medroso
miedoso
/
ˈbɑŋɦɛːt/, /
ˈbɑŋɦɛːɪt/
noun
1. toestand van schrik
angustia
miedo
temor
/
ˌbɑŋ.(g)ɣə.la.ˈdɛʃ/, /
ˌbɑŋ.lɑ.ˈdɛʃ/
pronoun
1. land in het zuiden van Azië dat ligt op het Indische subcontinent en grenst voor het grootste gedeelte aan India en voor een klein stukje aan Myanmar/Birma grenst
Bangladesh
/
ˈbɑŋmaːkʏˌrɛi/
noun
intimidación
noun
- 3. een financiële instelling
- 5. gebouw waarin een financiële instelling gevestigd is
- 6. een opslagsysteem voor gegevens of voorwerpen b.v. beeldbank, bloedbank, boekenbank, kennisbank, spermabank
- 4. een ondiepte in het water
banco
- 1. een meubelstuk met zitplaats voor meer dan één persoon
sofá
banco
noun
1. een betaalmiddel van papier
billete de banco
papel moneda
verb
fuerza en banco
press de banca
/
bɑŋ'kɛt/
noun
1. een feestelijke, officiële maaltijd
banquete
noun
1. een bakker die voornamelijk taarten, klein gebak en chocolade maakt
pastelero
noun
1. een bedrijf dat zich toelegt op het vervaardigen van gebak, taart en andere lekkernijen
pastelería
noun
1. een stuk banket dat gemaakt is van bladerdeeg, gevuld is met amandelspijs, de vorm heeft van een letter (vaak de 'S') en vooral populair is rond Sinterklaas
pastel en forma de una letra
noun
1. iemand die financiële diensten verleent
banquero
noun
1. een rekening-courant bij een bank
cuenta bancaria
cuenta de banco
noun
1. toestand van iemand die niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
bancarrota
quiebra
noun
1. een handig hulpmiddel om werkstukken in vast te houden
tornillo de banco
tornillo mecánico
torno de banco
/
ˈbɑnəlɪŋ/
noun
1. iemand die verbannen is
desterrado
exiliado
noun
1. een kerkelijke straf
anatema
noun
benaming voor dikstammige bomen uit droge, warme gebieden uit het geslacht Adansonia
baobab
pan de mono
árbol del pan
noun
1. tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
barraca
adjective
1. zonder beperkingen opgelegd door beschaafd gedrag
bárbaro
cruel
fiero
/
ˈbɑr.ba.ˌdɔs/, /
ˈbɑr.be.ˌdɔs/
pronoun
1. een eiland in het Caribisch gebied, dat behoort tot de Bovenwindse Eilanden van de Kleine Antillen
Barbados
/
bɑrbɑˈrɪzmə/
noun
1. woord of uitdrukking uit een andere taal
barbarismo
/
ˈbɑrbəkju/
noun
1. apparaat
barbacoa
parrillada
noun
1. bepaalde vissoort die voorkomt in de middenlopen van rivieren, Barbus barbus
barbo
noun
1. een herenkapper die ook baarden bijwerkt
barbero
noun
1. Een slaapmiddel in de vorm van een barbituurzuur verbinding
barbitúrico
noun
1. (informatica) een op artikelen, verpakkingen afgedrukte reeks smalle en brede streepjes waarmee in gecodeerde vorm productinformatie is vastgelegd die met een scanner kan worden gelezen
código de barras
verb
1. op de wereld brengen
parir
dar a luz
engendrar
nacer
verb
dando a luz
engendrando
pariendo
noun
1. plat hoofddeksel zonder klep
boina
noun
1. een mannenstem tussen bas en tenor
barítono
noun
1. bepaald type zeilschip met drie of meer masten
barca
noun
1. iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
barman
adjective
1. op vergevende wijze begrip tonend voor iemands moeilijkheden
misericordioso
piadoso
noun
de mate van barmhartig zijn
misericordia
noun
ámbar
cárabe
simetita
succino
ámbar amarillo
noun
1. zelfregistrerende barometer
barógrafo
noun
1. door een barograaf opgetekende registratie van de luchtdruk
barograma
noun
1. een 17e eeuwse kunststroming die er naar streeft grootste, dramatische momenten en beweging uit te drukken
barroco
/
ˈbaroˌmetər/
noun
1. een instrument dat de luchtdruk meet
barómetro
noun
1. adellijke titel, in rang tussen jonkheer en burggraaf
barón
noun
1. vrouwelijke baron
baronesa
noun
lichamelijk letsel door snel veranderende atmosferische druk
barotraumatismo
noun
1. benaming voor baarsachtige zeeroofvissen uit het geslacht Sphyraena
barracuda
noun
1. straatversperring die de doorgang door een straat onmogelijk maakt
barricada
noun
1. begrenzing, bescherming
barrera
adjective
1. onverbiddelijk, onvriendelijk
brusco
noun
1. breuklijn in een breekbaar voorwerp
grieta
verb
1. heftig breken of uiteenspatten
reventar
estallar
cuartearse
hender
henderse
resquebrajarse
pronoun
2. apocrief boek uit de Bijbel
Baruc
/
bɑs/
noun
1. het instrument dat doorgaans de laagste stem speelt
bajo
adjective
- 2. aan de basis liggend
basal
basilar
- 1. fundamenteel
fundamental
básico
esencial
/
baˌzalə ˈlamina/, /
baˌzaləˈlamina/
noun
1. een extracellulaire matrix waarop een epitheellaag aangehecht is
basilema
membrana basal
noun
1. een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door de stolling van lava of magma
basalto
noun
- 1. stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst
- 2. ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen
base
/
baˈsilikəm/
noun
1. een keukenkruid
albahaca
alhábega
noun
1. fabeldier
basilisco
noun
- 1. grondslag
base
- 3. fundament
fundamento
noun
salario base
salario básico
noun
1. scholing voor kinderen van 4 tot 12 jaar
educación primaria
/
ˈbazɪsxoɫ/
noun
1. een school voor lager onderwijs
escuela primaria
escuela elemental
/
'bɑskən,lɑnd/
pronoun
- 1. geografische regio bij de Spaans-Franse grens
Euskal Herria
País Vasco
- 3. Spaanse autonome regio
País Vasco
noun
- 1. sport
baloncesto
básquetbol
básquet
basquetbol
- 2. bal
pelota de baloncesto
baloncesto
adjective
- 1. met betrekking tot de Basken
- 2. met betrekking tot de Baskische taal
vasco
vascongado
pronoun
1. taal die wordt gesproken door de Basken
vasco
euskera
vascuense
vascuence
noun
1. geurige rijstzaden
arroz basmati
noun
1. een lage mannenstem
bajo
noun
1. buitenste laag...
corteza
líber
noun
1. een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk
bastardo
pronoun
1. een stad in de Belgische provincie Luxemburg
Bastogne
noun
1. minder zuivere, niet-gekristalliseerde suiker
azúcar mascabado
azúcar morena
azúcar moreno
azúcar negra
azúcar negro
azúcar parda
noun
batata
boniato
camote
chaco
achín
batata dulce
noun
1. het geld dat voor iets ontvangen is of ontvangen moet worden
activos
verb
1. helpen
servir
aprovechar
ser útil
noun
1. een fijn, doorschijnend weefsel dat gemaakt kan zijn van linnen, wol, katoen, zijde of zelfs kunstzijde
batista
verb
2. geslachtsgemeenschap hebben
follar
joder
noun
1. een elektrotechnisch component waarin elektrische energie is opgeslagen
pila
batería
noun
1. een aap met een korte staart en een vooruitstekende snuit
babuino
/
ˈbɑks.tər/
noun
1. vochttoediening in de bloedvaten
infusión
noun
1. een (vaak overdekte) markt
bazar
noun
albahaca
alhábega
basílico
noun
1. vrouwelijke baas
ama
dueña
patrona
noun
respiración artificial
/
'biːmən/, /
bə'amən/
verb
1. bevestigen dat men het eens is met iets
confirmar
afirmar
aprobar
adjective
afirmando
aprobando
asintiendo
confirmando
adjective
medroso
miedoso
temeroso
verb
1.
asustar
atemorizar
abatatar
inquietar
/
bə.ʔˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/
verb
- 1. de reactie op een vraag geven
contestar a
responder a
- 2. voldoen aan
estar conforme con
pronoun
1. deel van de Noordelijke IJszee, ten noordwesten van Canada en ten noorden van Alaska
mar de Beaufort
adjective
1. voorzien van een (lange) baard
barbudo
barbado
verb
1. van bakens voorzien
abalizar
aboyar
balizar
verb
1. een boete uitdelen aan een persoon
multar
verb
- 1. vullen met gebouwen
cubrir de construcciones
edificar
urbanizar
- 2. landbouwgrond bewerken
cultivar
labrar
noun
bechamel
besamel
salsa bechamel
noun
bechamel
besamel
salsa bechamel
verb
- 1. uitrekenen
calcular
- 2. door cijfers aanwijzen
- 3. (muziek) notaties door cijfers aangeven
cifrar
verb
1. van commentaar voorzien
comentar
/
bɛd/, /
bɛt/
noun
- 2. afgeperkte en/of verhoogde plaats in een tuin, waarop bloemen of gewassen gekweekt worden
bancal
macizo
- 1. een meubel gemaakt om in te slapen
cama
lecho
adjective
1. rustig, kalm
sosegado
adjective
1. goed doordacht iets doen
aconsejado
prudente
verb
- 1. erkentelijkheid tot uitdrukking brengen
agradecer
- 3. een lidmaatschap of abonnement opzeggen
cancelar
- 2. weigeren aan te nemen
rechazar
interjection
5. uitspraak om waardering en erkenning te tonen in dagelijks gebruik
gracias
/
bə'darə(n)/
verb
- 2. kalm maken
apaciguar
aquietar
asosegar
calmar
sedar
sosegar
- 1. tot rust komen
calmarse
apaciguarse
aplacarse
aquietarse
asosegarse
sosegarse
noun
1. een sierkleed voor over een bed
chiva
cubierta de cama
noun
1. de uitholling in het landschap waarin een stroom of beek zich voortbeweegt
cauce
yacimiento
noun
oración
- 1. dringend verzoek
ruego
/
ˈbedəˌhœys/
noun
iglesia
templo
verb
1. iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
cubrir
tapar
noun
1. een persoon die vraagt om geld zonder daar iets voor te doen
mendigo
noun
1. het om een aalmoes vragen
mendicidad
verb
1. om een aalmoes vragen
mendigar
verb
1. bedekt zijn of worden met een dikke laag aarde of sneeuw
enterrar
sepultar
/
bəˈdɛŋkələk/
adjective
1. wat bezorgdheid of afkeuring opwekt
dudoso
arriesgado
crítico
grave
peligroso
verb
- 1. gedachten laten gaan over, denken over
considerar
meditar
pensar
- 2. door nadenken vinden
discurrir
idear
inventar
fraguar
imaginar
inventarse
- 3. iets schenken aan
legar
- 4. zich ~: op een besluit terugkomen, van gedachten veranderen
pensarselo
noun
1. een proces van aantasting en verslechtering dat iets onbruikbaar maakt
deterioro
corrupción
deterioración
putrefacción
adjective
1. dat iets kan verrotten of vergaan en daardoor niet meer bruikbaar of eetbaar is
perecedero
verb
- 2. verpesten, verknoeien
aguar
- 3. te veel verwennen
consentir
mimar
enviciar
- 4. verrotten, oneetbaar worden
echarse a perder
estropearse
corromperse
averiarse
desmejorarse
deteriorarse
- 1. iets kapot maken, beschadigen
estropear
corromper
dañar
desmejorar
deteriorar
echar a perder
noun
1. iemand die eten en of drinken brengt in een horecagelegenheid
criado
empleado
sirviente
trabajador doméstico
/
bəˈdinə(n)/
verb
1. eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
servir
atender
noun
- 4. het toedienen van de sacramenten
Administración del Sacramento
- 2. het bedienen van een apparaat
mando
manejo
- 1. de groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
servicio
noun
panel de control
panel de mandos
verb
criticar
disputar
zaherir
verb
1. door onderhandeling een toezegging verkrijgen
estipular
condicionar
convenir
pactar
/
bɛdleɣərəɣ/
adjective
1. niet in staat uit bed te komen
encamado
adjective
1. wat men wilde bereiken of uitdrukken
intencionado
verb
- 2. iets met een bepaald oogmerk doen
pretender
- 1. met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden
querer decir
noun
- 1. het doel van een actie, dat wat men wil gaan doen of wil bereiken
intención
- 2. de zin of strekking
sentido
significado
verb
1. iemand bedrieglijk in een waan brengen, gewoonlijk spelenderwijs
engañar
embromar
engañar en broma
verb
ascender a
importar
sumar
adjective
- 1. dreigend bejegend
- 2. mogelijk op het punt staand van uitsterving
amenazado
verb
1. iemand met een mogelijk gevaar confronteren
amenazar
conminar
noun
1. een mogelijk gevaar
amenaza
verb
1. iemand met kwade opzet in de waan brengen
engañar
burlar
defraudar
estafar
tangar
noun
1. iemand die een ander om de tuin leidt voor persoonlijk gewin
charlatán
embustero
impostor
adjective
falaz
engañoso
tramposo
noun
1. vrouw die bedriegt
embustera
/
bəˈdrɛɪ̯f/, /
bəˈdrɛːf/
noun
- 5. deel van een toneelspel
acto
- 1. organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren
empresa
noun
1. een specialist die een bedrijf adviseert in zaken de bedrijfvoering
asesor de empresas
consejero de consultoría
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ciencias empresariales
administración de empresas
noun
director de empresa
dirigente
gerente
noun
dirección de la empresa
gerencia
noun
1. politiek binnen/ten aanzien van een bedrijf
política comercial
póliza comercial
verb
1. aan iets doen
cometer
consumar
ejercer
ejercitar
hacer
perpetrar
/
bəˈdrɛɪ̯vəχ/, /
bəˈdrɛɪ̯vɪx/, /
bəˈdrɛːvəx/
adjective
tot hard werken geneigd
activo
adjective
1. verdrietige gevoelens koesterend
triste
verb
1. triest stemmen
disgustar
entristecer
acongojar
afligir
angustiar
apasionar
/
bə'drɔx/
noun
1. het met kwade opzet misleiden van iemand
embuste
engaño
fullería
verb
- 2. zich ~: zich redden, voor zichzelf zorgen
mantenerse
- 1. druppelsgewijs vochtig houden
rociar
adjective
- 2. neerslachtig
abatido
deprimido
desanimado
- 1. met tekst of figuren gevuld
estampado
impreso
adjective
1. beetgenomen
embromado
engañado
verb
1. bedriegen
engañar
embromar
engañar en broma
noun
1.1 Cimex lectularius, een parasitair insect
chinche de las camas
verb
1. iemands bewustzijn verminderen of laten verliezen door blootstelling aan een bepaalde stof
aturdir
adormecer
embriagar
narcotizar
verb
- 2. in bedwang houden
coercer
contener
- 1. onderwerpen of onderdrukken
reprimir
/
bek/
noun
1. stromend watertje
arroyo
riachuelo
noun
1. bepaalde ondersoort van vissen die voorkomt in stromend water, Salmo trutta fario
trucha
trucha común
trucha de río
noun
1. zeldzaam visje dat inheems voorkomt in de Benelux, Lampetra planeri
lamprea de arroyo
noun
1. driedimensionaal kunstwerk
imagen
noun
1. afbeelding die op een rondel is geslagen
efigie
noun
1. een georganiseerde beweging die kerkgebouwen ontdoet van alle afbeeldingen, beeldhouwwerken en andere kunstwerken
iconomaquía
noun
1. een deelnemer aan de Beeldenstorm
iconoclasta
verb
1. uit steen een beeld vervaardigen
esculpir
noun
1. een beoefenaar van de beeldhouwkunst
escultor
escultora
noun
1. een kunstvorm die ruimtelijke beelden voortbrengt, bijvoorbeeld door deze uit te houwen in steen
escultura
noun
1. kunstenares die ruimtelijke beelden maakt
escultora
/
'beltɦɑʊʋɛrk/
noun
1. een kunstwerk vervaardigd door het houwen van steen
escultura
adjective
1. mooi alsof het een plaatje is
bonito
lindo
adjective
1. met veel uitingen via beelden
florido
noun
pantalla
monitor
monitor de computadora
noun
figura del lenguaje
metáfora
noun
escabiosa
knautia
viuda silvestre
/
beːn/
noun
- 3. stof waaruit benen/botten bestaan
hueso
- 1. ledemaat waarop wordt gestaan en waarmee wordt gelopen
pierna
pata
noun
1. een verkoper van vlees
carnicero
noun
1. Het bedrijf van een beenhouwer
carnicería
noun
1. een sponsachtige, rode substantie die zich in het binnenste van beenderen bevindt
médula ósea
tuétano
noun
espacio para las piernas
sitio para las piernas
/
beːr/, /
bɪːr/
noun
- 1. groot viervoetig zoogdier uit de familie Ursidae
oso
- 1. mannetjesvarken
cerdo
- 1. gier, mensendrek
excremento
heces
noun
1. een put waarin fecaliën verzameld worden
pozo negro
/
beːst/
noun
- 1. dier
bestia
animal
- 2. benaming voor een mens, meestal een man, als men wild en dierlijk gedrag wil aangeven
bruto
adjective
bestial
bruto
brutal
/
beɪt/, /
beːt/
noun
- 1. samenklemming tussen de kaken
mordisco
- 3. steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
picadura
/
ˈbeːtʃjə/
noun
1. kleine hoeveelheid
poco
verb
2. iemand een loer draaien, het slachtoffer van een streek maken
engañar
verb
1. grijpen en vasthouden
agarrar
asir
coger
adjective
1. op een goede manier bekend staan
famoso
noun
1. bepaald soort lijster, Turdus torquatus
mirlo capiblanco
adjective
1. met veel talent
dotado
talentoso
noun
1. een bijzondere aanleg, een gave
talento
verb
- 1. iets doen dat onjuist of verboden is
cometer
perpetrar
- 2. een plaats betreden
hollar
pisar
adjective
1. in een toestand die doorgaand verkeer mogelijk maakt
transitable
/
bə.ɣə.ˈlɛɪ̯.də(n)/, /
bə.ɣə.ˈlɛː.də(n)/, /
bə.χə.ˈlɛɪ̯.də(n)/
verb
1. vergezellen
acompañar
escoltar
guiar
noun
1. personen die iemand vergezellen of bewaken
acompañamiento
verb
1. iemand geen straf geven die het wel zou verdienen
perdonar
verb
1. sterk verlangen om iets te bezitten
desear
codiciar
anhelar
aspirar
adjective
1. vol verlanging iets te verkrijgen waar men vaak geen recht op heeft
ávido
verb
1. ergens een vloeistof over gooien
regar
verb
1. een gift geven
dotar
noun
1. een hofje waar vrouwen als geestelijke zusters tezamen leefden, zonder een kloostergelofte af te leggen
beguinaje
beaterio
/
bəˈχɪn/
noun
1. het eerste deel
comienzo
inicio
principio
origen
noun
1. een beginner, een nieuweling bij iets
principiante
verb
- 1. aanvangen
empezar
comenzar
- 2. initiëren
iniciar
noun
debutante
principiante
noun
punto de partida
punto del comienzo
punto inicial
noun
1. regel waar je je in ieder geval aan wilt houden
principio
noun
declaración de principios
noun
1. de snelheid die een voorwerp aanvankelijk bezit
velocidad de arranque
verb
atisbar
avizorar
curiosear
noun
1. (plantk.) Begonia, een geslacht bloeiende planten uit de begoniafamilie
begonia
noun
1. een plaats waar overledenen begraven liggen
cementerio
camposanto
noun
1. een ceremonie waarbij een overledene in een kist aan de aarde wordt toevertrouwd
entierro
/
bəˈɣrafənɪsɔndərˌnemər/
noun
1. Een persoon die de begrafenis van overledenen verzorgt
empresario de pompas fúnebres
verb
- 1. iets onder de grond stoppen
- 3. iets wegstoppen
enterrar
- 2. een overledene begraven
enterrar
sepultar
adjective
limitado
restricto
verb
- 2.
delimitar
demarcar
lindar
- 1. beperken, limiteren
limitar
restringir
noun
delimitación
demarcación
limitación
/
bə.χrɛɪ.pə(n)/
verb
1. met het verstand vatten
entender
comprender
noun
1. het verstaan of begrijpen van iets
comprensión
verb
1. bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand
saludar
noun
1. het erkennen van elkaars aanwezigheid wanneer men elkaar ontmoet
saludo
verb
apreciar
estimar
evaluar
presuponer
tasar
/
bəˈɣrotɪŋ/
noun
1. raming van de te maken uitgaven voor de komende tijd
presupuesto
noun
1. de mate waarin de inkomsten van de staat minder zijn dan de uitgaven
déficit presupuestario
verb
1. iemand al dan niet financieel voordeel schenken
favorecer
/
beˈɦaː/
noun
1. een kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
sujetador
sostén
ajustador
brasier
corpiño
soutien
adjective
1. aangenaam warm en gezellig
agradable
/
bə'haxsik/
adjective
coqueto
adjective
1. bedekt met haren
peludo
velludo
/
bə.ˈhaː.ɣə(n)/
noun
1. aan iemand welgevallig zijn
complacer
placer
agradar
gustar
verb
1. een diploma of certificaat verwerven
obtener
alcanzar
conseguir
preposition
1. met uitzondering van
excepto
salvo
verb
- 3. medisch verzorgen
medicar
atender
- 1. verwerken
- 2. bespreken, spreken of schrijven over
tratar
noun
2. een handeling gericht op herstel
tratamiento
trato
cura
noun
1. ter versiering op de muur aangebrachte papieren bedekking
empapelado
papel de empapelar
verb
- 1. het bedekken van wanden met een laag papier
empapelar
entapizar
tapizar
- 2.
entapizar
tapizar
noun
1. iemand die beroepsmatig behangsel op de muren aanbrengt
empapelador
noun
1. muurbedekking
empapelado
papel pintado
papel de empapelar
noun
1. een langgerekte, meestal inklapbare tafel waarop behangpapier insmeerd kan worden met plaksel
trabanca
verb
1. zich inzetten voor een bepaalde zaak
atender a
cuidar de
noun
psicología conductista
/
bə'her/
noun
1. het beheren van, de zorg en verantwoording voor eigendommen van derden
administración
gestión
noun
1. een persoon om een bepaald geheel te regelen en te onderhouden of dit beroep
administrador
gerente
verb
- 1. meester zijn, het gezag uitoefenen
controlar
dominar
- 3. verstaan
dominar
noun
1. iemand die iets beheerst
soberano
adjective
1. zonder uitspatten
aplomado
dueño de sí
dueño de sí mismo
sereno
verb
1. zich ~: een provisorische oplossing bedenken voor een probleem dat men heeft bij gebrek aan middelen
arreglárselas
adjective
2.
diestro
hábil
presto
noun
1. de mate waarin men fysiek zijn lichaam weet te coördineren
agilidad
verb
- 1. het beheer hebben over iets
- 2. iets leiden, besturen
administrar
adjective
1. op zijn of haar hoede om gevaar te voorkomen
precavido
cauto
cauteloso
circunspecto
prevenido
prudente
/
ˈbə'huftə/
noun
1. iets wat benodigd is
necesidad
/
bəˈhuvə(n)/
verb
- 1. moeten
deber
- 2. nodig hebben
necesitar
adjective
- 3. in vrij grote/verregaande mate
bastante
- 1. flink, in hoge mate, aanzienlijk
considerable
importante
- 2. net, fatsoenlijk
conveniente
decente
como es debido
adverb
convenientemente
debidamente
verb
2. onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt
pertenecer
noun
1. het behoeden voor of verhinderen van een teloorgang
preservación
conservación
mantenimiento
salvación
adjective
- 1. iets niet verliezen
conservar
guardar
quedarse con
- 2. redden
salvar
adjective
1. vasthoudend aan het oude en vertrouwde
conservador
adjective
servicial
oficioso
noun
1. muziekinstrument met klokken
carillón
noun
1. iemand die een beiaard of carillon bespeelt
campanólogo
cardinalNumeral
1. alle twee
ambos
ambas
/
bɛɪrut/
pronoun
1. hoofdstad van Libanon
Beirut
noun
1. een scherp stuk gereedschap met een wigvormige snede
cincel
escoplo
formón
verb
1. iets met een beitel (be)werken, met een scherp voorwerp steen bewerken
cincelar
noun
1. iemand op hoge leeftijd
anciano
noun
1.
residencia de ancianos
verb
1. luidkeels iets beklagen
deplorar
lamentar
verb
1. iemand op een bepaalde wijze behandelen
tratar
noun
1. snavel van vogels
pico
adjective
1. er ~ van afkomen een schamele uitkomst van iets krijgen
malparado
verb
1. van kabels voorzien
cablear
noun
1. iemand die zich recentelijk tot een bepaald geloof bekeerd heeft
converso
adjective
1. vertrouwd
conocido
noun
1. een persoon waarvan je weet wie het is
conocido
verb
1. openbaar maken
anunciar
/
bəˈkɛntmakɪŋ/
noun
aviso
proclamación
verb
- 1. toegeven
confesar
- 3.
conocer
noun
1. een verklaring waarin men toegeeft een bepaalde daad gepleegd te hebben
confesión
noun
- 2. trofee
copa
- 1. een cilindervormig voorwerp waaruit je kunt drinken
cáliz
taza
verb
1. tot een bepaald geloof overhalen
convertir
noun
vaso de precipitación
vaso de laboratorio
noun
1. het (doen) overgaan van iemand tot een bepaald geloof.
conversión
verb
1. het opleggen van een boete voor een wetsovertreding
multar
noun
1. een boete die wordt opgelegd voor het overtreden van een wet
multa
noun
encofrado
recubrimiento
noun
- 4. stroomgebied
cuenca
- 3. (muziekinstrument) slaginstrument bestaande uit een metalen schaalvormige voorwerp
címbalos
platillos
- 1. vrij ondiepe maar brede schaal
fuente
- 2. gebeente tussen beide heupen
pelvis
/
bəˈklaxdə/
noun
1. iemand die voor de rechter van iets beschuldigd wordt
acusado
verb
- 1. op lelijke wijze iets met verf, modder of graffiti bedekken
manchar
- 2. iemands goede naam schaden
manchar
difamar
verb
- 2. iemands leed bejammeren
compadecer
- 1. ontevredenheid uiten, klachten indienen
quejarse
adjective
1. zielig
deplorable
pobre
digno de lástima
lastimoso
verb
- 1. met stof bedekken
camisar
encamisar
enfundar
forrar
revestir
- 2. een ambt vervullen
ejercer
desempeñar
/
bəˈkledɪŋ/
noun
1. een laag stof ter versiering en berscherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
forro
adjective
2. beangst
con angustia
con ansia
/
bə'klɛmə(n)/
verb
2. een bedrukt gevoel geven
agobiar
angustiar
verb
1. de nadruk leggen op iets
acentuar
enfatizar
destacar
verb
1. naar de top van iets, zoals een berg, klimmen
subir
adjective
1. tot het belangrijkste en noodzakelijkste teruggebracht
conciso
verb
regañar
reprobar
reprochar
censurar
vituperar
verb
1. op listige wijze weten te regelen
maquinar
tramar
enredar
guisar
guisarse
intrigar
verb
- 3. in eigendom krijgen
conseguir
- 2. herstellen (van de schrik e.d.)
reponerse
adjective
1. veel zorgen makend
inquieto
adjective
1. aantrekkelijk, bekoring opwekkend
encantador
/
bəˈkopə(n)/
verb
1. iets ~ met een prijs ergens voor betalen
pagar
verb
1. aantrekkingskracht uitoefenen
encantar
hechizar
deleitar
embelesar
extasiarse
noun
1. aangetrokken zijn
encanto
verb
1. de tijdsduur minder lang laten zijn
acortar
verb
1. ervoor zorgen dat de kosten betaald worden
costear
pagar
sufragar
verb
2. kracht van wet geven
confirmar
ratificar
validar
noun
ratificación
confirmación
validación
verb
1. kritiek uiten op iets of iemand
criticar
adjective
- 2. krap
angosto
estrecho
- 1. te beperkt van opvatting
mezquino
verb
1. belonen voor uitmuntendheid
coronar
premiar
noun
1. competentie
capacidad
noun
piano nobile
piso noble
/
bəˈlɑɣələk/, /
bəˈlɑχələk/
adjective
1. lachwekkend, om uit te lachen
ridículo
verb
1. een lading aanbrengen op een lastdier of een voer- of vaartuig
cargar
verb
1. iemand agressief/intimiderend benaderen
acosar
acechar
asechar
asediar
noun
1. iets wat belangrijk is voor een persoon
importancia
interés
/
bəˈlɑŋəlos/
adjective
2. uit liefdadigheid
desinteresado
noun
conflicto de intereses
/
bəlɑŋˈhɛbənt/
adjective
1. er belang bij hebben
interesado
noun
1. iemand die ergens belang bij heeft
interesado
adjective
1. van grote betekenis
importante
noun
1. bereidheid en verlangen aandacht aan iets te schenken
interés
adjective
1. belangstelling oproepend
interesante
verb
- 1. gewichten plaatsen op
cargar
- 5. zich ~ met: de verantwoordelijkheid of uitvoering van iets op zich nemen
cargarse
verb
1. iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen
difamar
calumniar
amancillar
noun
1. de daad van het belasteren.
difamación
noun
- 2. de mate waarin een machine belast wordt ofwel het vermogen dat van de machine
carga
- 1. door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie
impuesto
noun
1. iemand die belasting betaalt
contribuyente
noun
1. overheidsdienst die de heffing en inning van belasting voor een staat verzorgt
fisco
noun
fraude de impuestos
fraude fiscal
fraude tributario
noun
1. iemand die wettelijk verplicht is om belastingen te betalen
contribuyente
verb
1. nare opmerkingen maken tegen of over een persoon
insultar
ofender
afrentar
agraviar
noun
1. een krenking van iemands gevoel van eer of eigenwaarde
insulto
ofensa
adjective
1. van goede omgangsvormen getuigend
cortés
noun
1. een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt.
cortesía
/
bəˈlɛx/
noun
- 1. langdurige uitsluiting van de buitenwereld door een vijandige strijdmacht
asedio
sitio
- 3. afgewerkte tegenkant van naaiwerk
ribete
adjective
1. lang of een voldoende tijd gelegen hebbend
añejo
curado
maduro
verb
1. met een leger omsingeld houden
asediar
sitiar
verb
- 2. vastsjorren
amarrar
- 4. bijeenroepen
convocar
organizar
reunir
- 3. bedekken door er iets op te leggen
cubrir
tapar
- 1. geld steken in een naar verwacht winstgevende onderneming
invertir
colocar
imponer
noun
1. geld besteed aan iets waarvan men verwacht dat het later meer waarde zal hebben
colocación
inversión
noun
fondo común de inversión
fondo de inversión
fondo mútuo
noun
1. een plan van aanpak voor het oplossen van problemen in de meest ruime zin
política
tacto
tiento
tino
/
bəˈlɛmərə(n)/
verb
1. een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
impedir
estorbar
molestar
obstruir
embarazar
dificultar
noun
1. wat hinder en oponthoud veroorzaakt
obstáculo
estorbo
impedimento
molestia
adjective
1. (van panden) aangrenzend
contiguo
verb
- 1. als onderpand voor een lening gebruiken
empeñar
hipotecar
pignorar
- 2. leenstelsel
enfeudar
noun
1. iets wat een bepaalde handeling of gebeurtenis verhindert
impedimento
noun
1. leesteken bestaand uit drie puntjes (…)
puntos suspensivos
verb
1. iets of iemand storen in zijn/haar bezigheden
impedir
verb
1. meemaken
experimentar
vivir
/
bəˈlevənɪs/
noun
vivencia
noun
1. een stedelijke wachttoren met een stormklok
campanario
beffroi
/
bɛlx/, /
bɛɫx/, /
bɛɫχ/
noun
1. een staatsburger van België
belga
noun
2. het streven naar het behoud van België als één land
nacionalismo belga
/
ˈbɛlɣijə/, /
ˈbɛɫɣijə/, /
ˈbɛɫχijə/
pronoun
Bélgica
pronoun
1. de hoofdstad van Servië
Belgrado
/
bɛlhaməl/
noun
- 2. ondeugende jongen
gallito
golfo
- 1. een gecastreerd mannelijk schaap dat met een bel om zijn nek vaak de kudde leidt
manso
julo
noun
locutorio
locutorio telefónico
/
bə.ˈlɪx.tə(n)/, /
bə.ˈlɪχ.tə(n)/
verb
1. licht schijnen op iets
exponer
noun
1. een meetinstrument dat een goede belichtingstijd van foto's kan bepalen
exposímetro
fotómetro
verb
1. een verklaring afleggen een bepaald geloof aan te hangen
profesar
noun
1. het afleggen van een verklaring om een bepaald geloof aan te hangen
confesión
profesión
noun
dólar beliceño
dólar de Belice
/
be.ˈliː.zə/
pronoun
1. een Midden-Amerikaans land, en grenst aan Mexico in het noordwesten en Guatemala in het zuiden en westen. Aan het oosten grenst het aan de Caribische Zee
Belice
Bélice
verb
- 1. de deurbel over laten gaan
- 4. door middel van een bel roepen
llamar
- 3. iemand opbellen, telefoneren naar iemand
telefonear
llamar
- 2. door middel van een bel een signaal geven
tocar el timbre
noun
1. tandwalvis die doorgaans bij volwassenheid melkwit van kleur is, Delphinapterus leucas
beluga
ballena blanca
noun
1. een ondelinge of schriftelijke verklaring waarin men iets belooft
promesa
verb
1. een prestatie of goede daad met geld of anderszins erkennen
recompensar
verb
2. een geschat bedrag hebben
ascender a
importar
verb
1. toezeggen dat iets gedaan zal worden
prometer
noun
tono de llamada
señal de llamada
verb
1. aandachtig naar iets luisteren
escuchar
verb
1. met moeite in handen krijgen
adueñarse de
apoderarse de
enseñorearse de
obtener
noun
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
tripulación
equipaje
equipo
noun
1. een werknemer aan boord van een vlieg- of vaartuig
tripulante
noun
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
tripulación
equipaje
equipo
verb
1. zich ergens bewust van worden
notar
percibir
verb
1. het toevoegen van meststoffen aan de aarde
abonar
fertilizar
estercolar
fecundizar
noun
gestor
intermediario
mediador
verb
1. trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
mediar
terciar
abogar
intervenir
noun
1. het tussenbeide komen om tot een overeenkomst te komen
mediación
intermediación
/
bəˈmɪndə/
noun
novia
novio
querida
querido
adjective
1. (van personen) aardig in de omgang
amable
verb
1. amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
amar
querer
verb
1.iemand een positievere kijk op de kansen geven
alentar
animar
confortar
adjective
1. hoopgevend
alentador
noun
1. iemand die zich bemoeit met zaken van anderen
entremetido
metiche
verb
- 2. zich bekommeren om iemand
meterse
- 1. zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
meterse en
/
bəmujləkə(n)/, /
bəmujləkən/
verb
1. moeilijker maken
dificultar
noun
teorema de muestreo de Nyquist-Shannon
verb
1. iemand of iets nadeel toebrengen, iemand of iets schade toebrengen
perjudicar
desfavorecer
noun
- 2. buitengewoon onevenwicht tussen de contractuele prestaties van de betrokken partijen
lesión enorme
lesión enormísima
- 1. het ondervonden verlies of nadeel
perjuicio
verb
- 2. aanpakken
acometer
enfocar
- 3. bijna bereiken
aproximarse
- 4. geen exacte berekening maar een bepaling
aproximarse
aproximar
calcular aproximadamente
- 1. naartoe gaan en aanspreken
dirigirse
sondear
noun
- 1. getalswaarde die voor een bepaald praktisch doel voldoende dicht in de buurt ligt van de exacte waarde van die grootheid.
aproximación
acercamiento
- 2. gezichtspunt, de richting van waaruit men naar iets beschouwd .
enfoque
acercamiento
/
bəˈnadrʏkə(n)/
verb
recalcar
acentuar
adjective
1. in het nauw gebracht
apurado
adjective
- 2. angstig
angustioso
ansioso
medroso
miedoso
temeroso
- 3. beperkt van ruimte
estrecho
- 1. moeilijk ademend
sofocante
oprimido
noun
1. moeite hebben met het ademhalen
ahogo
ansiedad
adjective
1. angst opwekkend
sofocante
/
ˈbɛn.də/
noun
1. een informeel georganiseerde groep mensen, meestal met kwade of misdadige motieven
pandilla
adjective
2. bekrompen
mezquino
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera tigris tigris
tigre de Bengala
tigre de Bengala real
tigre indio
noun
badajo
muchacho travieso
pronoun
1. Boliviaans departement gelegen in het noordoosten van het land. Hoofdstad is Trinidad
Beni
/
bəˈniu̯t/
adjective
1. reikhalzend uitziend naar iets
curioso
verb
1. wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft
envidiar
adjective
1. dat iets de moeite waard is om benijd te worden
envidiable
/
be.ˈnin/, /
ˈbe.nɪn/
pronoun
1. een land in Afrika dat in het westen aan Togo grenst, in het noordwesten aan Burkina Faso, in het noordnoordoosten aan Niger in het oosten aan Nigeria. In het zuiden ligt het aan de Golf van Guinee
Benín
verb
1. nodig hebben
necesitar
/
bə.ˈnu.mɪŋ/
noun
1. het toewijzen van een ambt aan iemand
nombramiento
preposition
1. aan de noordelijke zijde van
al norte de
noun
aprovechamiento
utilización
/
bɛn'zinə/
noun
1. een aardolieproduct bestaande uit een mengsel van alifatische koolwaterstoffen...
gasolina
bencina
noun
- 3. brandstofpomp
bomba de gasolina
- 2. tankstation
estación de servicio
gasolinera
puesto de gasolina
- 1. toestel waaruit men een afleesbare hoeveelheid benzine kan tanken
surtidor de gasolina
noun
1. een installatie voor het tanken van benzine
gasolinera
/
bɛnˈzinəˌtɑŋk/, /
bɛnˈzinəˌtɛŋk/
noun
depósito de gasolina
tanque de gasolina
verb
1. bij regelmaat zich in iets bekwamen
cultivar
estudiar
verb
1. ~ met: ergens een bepaald doel mee in ogen hebben
tener por objeto
verb
1. tot een oordeel komen over iets
juzgar
evaluar
calificar
/
bə.ˈʔoːr.de.lɪŋ/, /
bə.ˈʔo̝ːr.de.lɪŋ/
noun
valoración
adjective
- 2. niet nader aan te duiden
alguno
cierto
- 3. stellig
categórico
por cierto
- 4. om te verwijzen naar een specifiek geval
definido
definido
determinado
fijo
adverb
categóricamente
sin duda
terminantemente
noun
1. een lidwoord voorafgaand aan een bepaald zelfstandig naamwoord
artículo definido
artículo determinado
verb
- 2. vaststellen, voorschrijven, regelen
determinar
definir
fijar
disponer
estatuir
estipular
- 3. beslissend beïnvloeden
determinar
establecer
ocasionar
adjective
cualitativo
determinado
noun
- 1. een voorwaarde
cláusula
- 5. woordgroep die een van de delen van een zin nader bepaalt
locución adverbia
noun
complemento predicativo
verb
1. een verminderde reikwijdte geven
limitar
restringir
coartar
reducir
/
bə.ˈpɛr.kɪŋ/
noun
1. iets dat ervoor zorgt dat de mogelijkheden beperkt worden
restricción
limitación
adjective
1. verminderd, met specifieke grenzen
limitado
restricto
verb
1. argumenten aandragen om een te nemen beslissing in bepaalde zin te beïnvloeden
abogar
adjective
espolvoreado
polvoreado
verb
1. door praten iemand tot een verandering in zijn standpunt overhalen
persuadir
verb
1. onderzoeken of het de juiste is
probar
ensayar
noun
1. overweging, overleg
deliberación
reflexión
verb
1. overleg plegen over de gezamenlijk te voeren actie
deliberar
noun
1. gedachtewisseling in een vergadering
deliberación
discusión
/
bə'ramə(n)/
verb
1. iets bedenken
empollar
preparar
tramar
/
'bɛrbərap/
noun
1. Macaca sylvanus
macaco de Gibraltar
mona de Gibraltar
mono de Berbería
noun
acetín
agracejo
agrazón
alarguez
alguese
ario
verb
1. in staat zijn zelfstandig dagelijkse dingen te doen
arreglar
adjective
1. akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
dispuesto
verb
1. het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd
preparar
noun
1. de wil om iets te doen
disposición
voluntad
adjective
1. tot hulp en dienst bereid zijn of daarvan blijk geven
servicial
noun
1. de afstand die afgelegd kan worden
alcance
/
bə'rɛɪkən/
verb
te controleren vertalingen
alcanzar
adjective
1. van een persoon dat deze veel reizen gemaakt heeft
viajado
adjective
1. iets dat gemaakt werd na berekeningen
poder
verb
1. door rekenen iets bepalen
calcular
/
bə.ˈre.kə.nɪŋ/
noun
1. een numerieke uitwerking ergens van
cálculo
cómputo
calculación
computación
cuenta
noun
aguarilla
aguavilla
boj pequeño
bujarola
gayuba
noun
- 3. acanthus
acanto
branca ursina
- 2. bepaald soort schermbloemige plant met ruw behaarde bladeren en witte bloemen
branca ursina falsa
espondella
espondilio
hierba de Hércules
lampaza
pie de oso
/
bɛrx/
noun
- 1. hoge terreinverheffing
montaña
monte
- 2. een grote hoeveelheid
montón
montaña
adjective
1. met bergen
montañoso
noun
1. (fruit) een kleine, peervormige en zure citrusvrucht
bergamota
noun
hierba de la perlesía
noun
1. iemand die zich toelegt op het alpinisme
montañero
noun
1. Tadorna tadorna, een forse bijna gansachtige eend
tarro blanco
pronoun
1. stad in Noorwegen
Bergen
Bergeno
noun
1. naamwoord meervoud van berg
montañas
montes
verb
- 1. het ergens plaatsen van iets om het te bewaren
almacenar
guardar
- 3. in veiligheid brengen
guardar
salvar
salvaguardar
- 2. het in de haven brengen van een schip met problemen
salvar
noun
zamarrilla de hojas de espliego
noun
1. een soort geit die leeft op rotsachtige ondergrond in de bergen.
gamuza
cabra montés
rebeco
sarrio
noun
refugio
refugio de montaña
noun
1. een langgerekt gebergte
cordillera
noun
1. een lager
puerto
paso
desfiladero
paso de montaña
paso desfiladero
puerto de montaña
/
ˈbɛrxpik/, /
ˈbɛrχpik/
noun
1. de piek van een berg
cima de montaña
cumbre de la montaña
noun
1. plaats om zaken op te kunnen slaan
almacén
depósito
/
ˈbɛrxrʏx/, /
ˈbɛrχrʏχ/
noun
1. een langgerekte bergachtige hoogte
cresta
noun
1. een beek die in de bergen loopt
torrente
/
'bɛrxtɔp/, /
'bɛrχtɔp/
noun
1. de top van een berg
cima
cumbre
cúspide
pico
noun
1. ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1 (thiamine)
beriberi
noun
1. overgebrachte korte communicatie, meestal over een recente gebeurtenis
mensaje
noticia
aviso
comunicación
información
informe
verb
1. van nieuws voorzien over iets
informar
comunicar
/
bə'rɛidbar/
adjective
practicable
transitable
verb
1. het voortbewegen op een rijdier, zoals een paard of een voertuig zoals een fiets
montar
cabalgar
noun
1. vrouwelijk dier van de berenfamilie, Ursidae
osa
pronoun
1. de zeestraat tussen de Grote Oceaan en de Noordelijke IJszee
estrecho de Bering
pronoun
1. is de zee in het noordelijk deel van de Grote Oceaan
mar de Bering
adjective
1. strenge afkeuring verdienend
vituperable
verb
1. streng zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
reconvenir
regañar
reñir
vituperar
reprender
reprobar
/
bə.ˈrɪs.pɪŋ/
noun
1. een strenge afkeuring van gedrag
reprimenda
represión
vituperio
/
bɛrk/
noun
1. een katjes dragende loofboom met witte bast
abedul
pronoun
- 1. de hoofdstad van Duitsland
- 2. een duitse deelstaat
Berlín
noun
1. de onverharde kant van een weg
berma
lisera
noun
2. een van de drie in de Benelux inheemse modderkruipers, Barbatula barbatula
gobio de río
lobo de río
pez lobo
pronoun
1. eilandengroep in de Atlantische Oceaan
Bermudas
adjective
bermudeña
bermudeño
noun
dólar bermudeño
dólar de Bermuda
noun
dólar bermudeño
dólar de Bermuda
pronoun
1. de hoofdstad van Zwitserland
Berna
noun
1. Borago officinalis, een kruid dat zowel in de keuken als in de geneeskunde gebruikt wordt
borraja
pronoun
2. spelwoord voor de letter b
Beatriz
/
bə'rumt/
adjective
1. onder velen bekend en bewonderd
famoso
célebre
reputado
noun
2. iemand die bekend is bij een groot publiek
celebridad
/
beˈrumə(n)/
verb
1. zich ~ op: krediet opeisen op basis van beweringen van verworvenheden of kunde
ufanarse
vanagloriarse
noun
- 2. dringend verzoek om bijstand
apelación
- 1. een bezigheid waarmee men de kost verdient
profesión
oficio
noun
1. de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen
secreto profesional
noun
ropa de fajina
ropa de trabajo
noun
1.
deformación profesional
noun
formación profesional
noun
enfermedad de trabajo
enfermedad profesional
adjective
miserable
mal
malo
verb
tocar
estar en contacto
rozar
/
bə.ˈruː.rɪŋ/
noun
1. onrust door iets veroorzaakt
conmoción
perturbación
turbación
noun
1. een acute beschadiging van de hersenen die veroorzaakt wordt door een bloeduitstorting in de hersenen
accidente cerebrovascular
apoplejía
ataque
ataque cerebral
golpe
ictus apoplético
verb
1. de oorzaak zijn van
causar
inferir
irrogar
ocasionar
producir
noun
1. het betreuren van een eerdere kwalijke daad
arrepentimiento
contrición
/
bəˈrɑuwə(n)/
verb
arrepentirse
adjective
1. met spijt vervuld
arrepentido
contrito
verb
1. iemand met geweld zijn bezit ontnemen
robar
privar
despojar
quitar
asaltar
desnudar
noun
1. het beroofd worden
robo
atraco
asalto
/
'bɛrstə(n)/
verb
1. onder inwendige druk uit elkaar breken
resquebrajarse
/
bə'rɵxt/
adjective
1. om slechte redenen bekend staand
mal reputado
/
bə.ˈrʏs.tɪŋ/
noun
resignación
/
bəˈrilijʏm/
noun
1. een chemisch element en een donkergrijs aardalkalimetaal
berilio
/
bɛs/
noun
1. kleine vrucht
baya
adjective
1. net en goed opgevoed
civilizado
bien educado
adverb
1. vol met de neiging zich te verbergen voor anderen
avergonzado
vergonzoso
verb
1. het toebrengen van schade
dañar
averiar
desmejorar
deteriorar
echar a perder
estropear
/
bə.ˈsxa.di.ɣɪŋ/, /
bə.ˈsxa.də.ɣɪŋ/, /
bə.ˈsχa.də.χɪŋ/
noun
- 1. aangebrachte schade
avería
daño
deterioro
- 2. het beschadigen van iets of iemand bijv. diens reputatie
perjuicio
verb
1. verlegen maken
avergonzar
adjective
1. waarvoor je jezelf hoort te schamen
vergonzoso
/
bəˈsxaːvə(n)/
verb
- 1. glad maken (met een schaaf)
cepillar
- 2. civiliseren
civilizar
/
bə.ˈsxa.vɪŋ/, /
bə.ˈsχa.vɪŋ/
noun
1. de complexe maatschappij waarin veel van de mensen in steden leven en hun voedsel door middel van landbouw verkrijgen
civilización
/
bə'sxɛi(d)ə/
adjective
- 1. geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend
- 2. niet de indruk makend te hoge verwachtingen van zichzelf te hebben
- 3. niet groots of talrijk
modesto
humilde
noun
1. iemand die geregeld door iemand anders gesteund of in bescherming genomen wordt
protegido
verb
1. er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerd gebeurt
proteger
resguardar
guarecer
verb
abrigando
amparando
cubriendo
preservando
protegiendo
resguardando
noun
1. een heilige onder wiens bescherming een bepaalde persoon of groep staat
santo patrón
patrono
santo patrono
patrona
santa patrona
/
bə.ˈsxɛr.mɪŋ/, /
bə.ˈsχɛr.mɪŋ/
noun
1. een beveiliging
protección
abrigo
amparo
verb
- 1. met geschut- of geweervuur bestoken
abalear
balear
bombardear
- 2. bekleden
artesonar
enmaderar
/
bə.ˈsxi.tɪŋ/, /
bə.ˈsχi.tɪŋ/
noun
1. het onder zwaar vuur leggen van een vijandelijke positie
bombardeo
verb
1. met lichtstralen raken
alumbrar
/
bə'sxɪkbar/
adjective
1. waarover beschikt kan worden
disponible
noun
1.e mogelijkheid om, indien nodig te kunnen beschikken over mensen, diensten of hulpmiddelen
disponibilidad
verb
1. beslissen, regelen
disponer
ordenar
/
bə.ˈsxɪ.kɪŋ/, /
bə.ˈsχɪ.kɪŋ/
noun
disposición
provisión
adjective
1. onderhevig aan schimmelgroei
mohoso
enmohecido
/
bəˈsxɪmələ(n)/
verb
1. aangevreten worden door schimmels
enmohecer
enmohecerse
encanecer
florecerse
verb
1. met scheldwoorden overladen
injuriar
insultar
afrentar
agraviar
denostar
ofender
adjective
1. onder invloed van alcohol
ebrio
noun
1. houten wandbekleding
tabique
adjective
1. meer nadenkend en observerend dan praktisch handelend
contemplativo
verb
2. denken over
contemplar
adjective
contemplandor
contemplantivo
/
bə.ˈsxaʊ̯.wɪŋ/, /
bə.ˈsxɔʊ̯.β̞ɪŋ/, /
bə.ˈsχʌʊ̯.β̞ɪŋ/
noun
1. meer dan oppervlakkige aandacht
contemplación
verb
1. in woorden uitdrukken
describir
/
bə.ˈsrɛɪ̯.vɪŋ/, /
bə.ˈsxrɛɪ̯.vɪŋ/, /
bə.ˈsxrɛː.vɪŋ/
noun
1. een op schrift gestelde kenmerken van iets of iemand
descripción
/
bə'sxœyt/
noun
1. een licht, tweemaal gebakken baksel van tarwe
bizcocho
noun
1. een persoon die de schuld heeft gekregen van iets
acusado
/
bəˈsxʌldəgə/
verb
1. iemand de schuld geven van iets
acusar
acriminar
/
bə.ˈsxʏl.di.ɣɪŋ/, /
bə.ˈsxʏɫ.də.ɣɪŋ/, /
bə.ˈsχʏɫ.də.χɪŋ/
noun
1. het aangeven dat iemand iets moreel of gerechtelijk verkeerds heeft gedaan
acusación
imputación
incriminación
verb
1. beschermen, met name tegen weer en wind
proteger
abrigar
amparar
noun
1. een reëel bewustzijn
noción
verb
1. het reëel bewust worden van iets
darse cuenta de
comprender
abarcar
aprehender
entender
ser consciente
verb
- 3. door condensatie dof of ondoorzichtig worden
empañar
empañarse
- 2. een paard van een hoefijzer voorzien
herrar
- 1. een bepaald gebied betreffen
ocupar
ocupar espacio
noun
- 2. vloeibaar deeg
amasijo
masa
pasta
- 1. confiscatie
embargo
secuestro
- 3. kleine metalen elementen
guarnición
herraje
adjective
1. met waterdamp bedekt en niet meer doorzichtig
empañado
verb
1. vaststellen wat er gaat gebeuren
decidir
/
bə.ˈslɪ.sɪŋ/
noun
decisión
adjective
1. niet onderhevig aan aarzeling of twijfel
categórico
decidido
determinado
rotundo
adverb
con determinación
fijamente
seguramente
/
bəˈslœɪt/
noun
1. een vastgestelde keuze
resolución
adjective
1. niet in staat een besluit te nemen.
indeciso
irresoluto
remiso
verb
- 1. vaststellen hoe het moet
decidir
- 2. afsluiten
terminar
noun
teoría de la decisión
verb
1. een zachte massa op iets aanbrengen
untar
adjective
1. blootgesteld aan een ziektekiem of radioactief materiaal
contaminado
contagiado
/
bə'smɛtələk/
adjective
1. het vermogen hebbend gemakkelijk van persoon op persoon overgedragen te worden
contagioso
verb
1. blootstellen aan een ziektekiem, gif of radioactief materiaal
contagiar
noun
- 1. blootstelling aan een ziektekiem
contagio
infección
- 2. blootstelling aan een radioactieve isotoop, gewoonlijk door aanraking of inname
contaminación
verb
1. insmeren met iets om vies te maken
ensuciar
manchar
emporcar
/
bəˈsnewt/
adjective
1. bedekt met sneeuw
nevado
verb
1. de voorhuid van de penis wegsnijden
circuncidar
/
bəˈsnɛidənɪs/
noun
circuncisión
/
bəˈsnujə(n)/
verb
- 1. in aantal doen verminderen
cortar
disminuir
reducir
- 2. bomen en heggen snoeien
destallar
escamondar
mondar
podar
recortar
verb
- 1. minder van iets gebruiken of verbruiken
- 2. minder geld uitgeven, bezuinigen
ahorrar
economizar
/
bə.spa.rɪŋ/
noun
1. het voordeel door ergens minder voor uit te geven
ahorro
verb
1. muziek maken op een muziekinstrument
tocar
tañer
verb
1. met aanzienlijke moeite waarnemen
vislumbrar
divisar
notar
verb
1. iemand onopgemerkt in de gaten houden
espiar
avizorar
acechar
aguaitar
atisbar
belauern
verb
1. heimelijk proberen geheime informatie van iemand of een organisatie te verkrijgen
espiar
adjective
1. uitermate vreemd
ridículo
verb
1. de spot drijven met
ridiculizar
burlarse de
escarnecer
mofarse de
verb
- 1. een gesprek over een bepaald onderwerp voeren
discutir
hablar de
debatir
controvertir
disputar
tratar de
- 3. vooruit bestellen
reservar
conservar
- 2. recenseren
reseñar
/
bə.ˈspre.kɪŋ/
noun
1. een mondeling overleg
discusión
verb
1. druppels van een vloeistof ergens over strooien
asperjar
rociar
gotear
hisopear
regar
salpicar
noun
Samenstelling van bessen en sap
zumo de grosella
adverb
1. als bevestiging dat iets goed is om te doen
mejor
muy bien
verb
1. daadwerkelijk in het universum voorkomen
existir
adjective
1. bestand tegen
a prueba de
noun
- 1. een verzameling van gegevens die een eenheid vormen
archivo
fichero
- 3. een wapenstilstand
tregua
armisticio
noun
1. elk van de componenten waaruit iets is samengesteld, opgebouwd of bereid
componente
elemento
ingrediente
noun
formato de archivo informático
/
bəˈstedə(n)/
verb
1. schaarse middelen een bestemming geven
gastar
noun
- 1.
cubertería
cubierto
- 1. een zeer gedetailleerd omschreven bouwplan
pliego de condiciones
noun
camión de reparto
furgoneta
noun
1. een auto die structureel ingericht is voor het vervoer van goederen
furgoneta
verb
1. iemand iets wederrechtelijk ontnemen
hurtar
verb
- 2. bespreken, reserveren
conservar
reservar
retener
- 3. aan huis bezorgen
entregar
llevar a domicilio
repartir
- 1. afspreken dat goederen of diensten geleverd zullen worden
pedir
encargar
demandar
hacer pedido
/
bə.ˈstɛ.lɪŋ/
noun
- 2. bestelde goederen die geleverd worden
paquete pedido
reparto
- 1. een verzoek of opdracht om diensten of goederen te leveren
pedido
comanda
encargo
demanda
noun
1. auto die structureel ingericht is voor het vervoer van goederen
furgoneta
noun
1. diegene voor wie een brief of pakket bestemd is
consignatario
destinatario
/
bə.ˈstɛ.mɪŋ/
noun
1. het eindpunt van een route
destino
adjective
1. (op afzienbare termijn) duurzaam
duradero
permanente
constante
durable
estable
estacionario
verb
2. verbaal lastigvallen
hostilizar
/
bəstɔrmə(n)/
verb
1. met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen
asaltar
/
bə.ˈstrɑ.fɪŋ/
noun
castigo
verb
1. aan straling blootstellen
irradiar
verb
1. het wegdek verharden met klinkers of andere middelen om er een straat van de maken
pavimentar
adoquinar
empedrar
noun
adoquinado
empedrado
pavimentación
verb
1. de strijd aanbinden met iets of iemand
combatir
verb
1. je er grondig in verdiepen
estudiar
verb
- 1. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert
- 2. het vervullen van regeringstaken over een gebied of organisatie
conducir
/
be.ˈstyː.rɪŋ/
noun
- 2. het besturen
dirección
gobierno
- 1. het mechaniek waarmee een apparaat bestuurd wordt
dirección
mando
noun
1. een geheel van systeemapplicaties dat de uitvoering van andere programma's bestuurt
sistema operativo
noun
1. de leiding van een organisatie, de verzameling managers
administración
gestión
gobierno
jefatura
junta
mando
adjective
1. met een stuur uitgerust dat vanaf afstand te bedienen is
dirigible
/
bəˈstyrdər/
noun
- 1. een persoon die een voertuig of andere machine bestuurt
conductor
chófer
piloto
automovilista
- 2. een persoon die een bedrijf of organisatie leiding geeft
director
gerente
dirigente
noun
aparato administrativo
aparato gubernamental
noun
Administración Pública
noun
1. geneesmiddel dat beta-dgedeelte van het onwillekeurig zenuwstelsel stimuleert
betamimético
/
bə.ˈtaː.lə(n)/
verb
1. geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
pagar
abonar
noun
1. iemand die betaalt
pagador
/
bə.ˈta.lɪŋ/
noun
1. het onderhandigen of overboeken van geld in ruil voor goed of dienst
pago
noun
balanza de pagos
balance de pagos
noun
condiciones de pago
términos de pago
/
bə'tamələk/
adjective
conveniente
decente
verb
1.
convenir
ser conforme
ser conveniente
ser decoroso
verb
1. een vloer of wand van tegels voorzien
alicatar
azulejar
verb
1. ergens voor staan
significar
noun
1. wat iets betekent, waar iets voor staat
significado
acepción
sentido
noun
areca
betel
buyo
nuez de areca
nuez de betel
pimienta de betel
/
ˈbe.tɔɫ.ˌχø.zə/, /
ˈbe.təl.ˌɣø.zə/, /
ˈbe.təɫ.ˌɣø.zə/
pronoun
1. de één na helderste ster in het sterrenbeeld Orion, na Rigel
Betelgeuse
/
'beːtər/
adverb
mejor
superior
noun
1. herstelde toestand
cura
mejora
verb
1. in bedwang houden, intomen, bedwingen
refrenar
adjective
2. teleurgesteld
perplejo
colgado
confundido
confuso
turbado
pronoun
1. stad in Judea, bekend als de geboorteplaats van Jesus
Belén
verb
1. iemand op valse gronden beschuldigen
achacar
acriminar
acusación
acusar
denuncia
denunciar
verb
1. het aanbrengen van sierhout
enmaderar
verb
1. een serie argumenten als een verhaal presenteren, bijvoorbeeld in een rechtszaak
argumentar
noun
manifestante
demostrador
manifestador
/
bə.ˈto.ɣɪŋ/, /
bə.ˈto.χɪŋ/
noun
1. een samenkomst van velen, meestal op straat, met als doel een protest te laten horen
manifestación
demostración
/
bə.ˈto.və.rɪŋ/
noun
1. een op magische wijze opgelegde verandering
embrujo
encantamento
encantamiento
encanto
fascinación
verb
1. getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
sorprender
verb
1. zich ergens (met de voeten) op begeven
entrar
pisar
verb
1. gaan over, als onderwerp hebben
concernir
atañer
adjective
1. waar het over gaat
concerniente
en cuestión
preposition
1. over
acerca de
con relación a
con respecto a
concerniente a
en relación con
por lo tocante a
noun
1. een voornaamwoord dat een betrekkelijke bijzin inleidt
pronombre relativo
verb
- 5. bewolkt raken
aborrascarse
cargarse
cerrarse
cubrirse
encapotarse
nublarse
- 2. kopen
adquirir
obtener
- 4. betrekken bij
envolver
implicar
- 6. somber worden
obscurecerse
ofuscarse
- 1. een woning betrekken
ocupar
- 3. in verband of relatie brengen (met)
relacionar
/
bə.ˈtrɛ.kɪŋ/
noun
- 2. bezigheid waarvoor je een geregeld inkomen krijgt
cargo
empleo
oficio
- 1. band of relatie tussen personen of groepen
relación
- 3. samenhang of verband tussen zaken
respecto
verb
1. leedwezen tonen over iets
lamentar
deplorar
/
bətrørən'swardəx/
adjective
1. waard betreurd te worden
lamentable
deplorable
adjective
1. die erbij horen
cubierto
noun
compromiso
participación
adjective
confiable
fiable
de confianza
digno de confianza
fidedigno
seguro
noun
fiabilidad
confiabilidad
/
bə.ˈtraʊ̯.bar.hɛɪ̯ds.ˌɪn.tər.ˌvɑl/, /
bə.ˈtrɔʊ̯β̞.bar.ɦɛːts.ˌɪn.tər.ˌvɑɫ/, /
bə.ˈtrʌʊ̯.bar.ɦɛɪ̯ts.ˌɪn.tər.ˌvɑɫ/
noun
1. een statistische intervalschatting voor een parameter
intervalo de confianza
/
bɛtwetər/
noun
1. iemand die meent alles beter te weten dan anderen
sabelotodo
adjective
contradicho
cuestionado
discutido
disputado
verb
- 2. aanvechten, tegenspreken
contradecir
objetar
- 1. iemand iets ~ iemand het recht ergens toe trachten te ontzeggen
impugnar
discutir
cuestionar
disputar
/
ˈbøː.ɣəl/
noun
5. stroomafnemer
pantógrafo
noun
- 1. boomsoort
haya
- 3. lange smalle centrale hal van een kruiskerk
nave
verb
1. ergens fors op slaan
aporrear
pegar
zurrar
noun
1. vrucht van de beukenboom
hayuco
noun
2. vrucht van de beuk, Fagus sylvatica
hayuco
haya
/
bøːl/
noun
- 1. uitvoerder van lijfstraffen
verdugo
- 2. wreedaard
verdugo
bruto
monstruo
fiera
adjective
1. overrijp, buikziek
pasado
demasiado maduro
noun
- 3. toelage voor iemand die studeren wil
beca
- 1. het beursgebouw waar aandelen gekocht en verkocht worden
bolsa
bolsa de valores
lonja
- 2. een houder voor munten en biljetten
bolsa
monedero
portamonedas
- 4. bijeenkomst waar producenten van een bepaald vakgebied meest nieuwe producten tentoonspreiden
feria
noun
1. een makelaar aan de beurs
agente de bolsa
corredor de bolsa
noun
1. bericht over de beurskoersen
boletin de bolsa
noun
oferta pública de venta
noun
crisis bursátil
quiebra financiera
noun
1. een makelaar aan de beurs
corredor de bolsa
noun
het op een beurs genoteerd staan van een bedrijf
cotización en bolsa
/
bøːrt/
noun
1. gelegenheid of opdracht die bewust telkens aan een andere persoon uit en groep gegeven wordt
turno
adverb
1. bij beurten
alternativamente
por su turno
por turno
noun
1. eigendoms- en ontvangstbewijs waarin zeevrachtbrief en vervoersovereenkomst worden gecombineerd
conocimiento de embarque
adjective
1. breed, diep en stromingsarm genoeg om bevaren te worden
navegable
verb
- 1. iets als aangenaam ervaren
agradar
gustar
- 2. het leven schenken aan een kind
parir
adjective
1. -gewoonlijk vrouwelijke- schoonheid bezittend die bij anderen -gewoonlijk mannen- in de smaak valt
gracioso
/
bə.ˈvɑ.lɪŋ/
noun
1. het baren van een kind
parto
verb
1. op een bepaald water varen
navegar
verb
- 2. begrijpen
comprender
entender
- 1. omvatten, in zich sluiten
contener
consistir en
noun
comprensión
inteligencia
verb
1. de strijd aanbinden met iets/iemand
combatir
verb
1. er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
proteger
/
bə.ˈvɛɪ̯.lə.χɪŋ/, /
bə.ˈvɛɪ̯.lɪ.ɣɪŋ/, /
bə.ˈvɛː.lə.ɣɪŋ/
noun
1. de genomen maatregelen die er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
protección
abrigo
amparo
defensa
noun
agencia de seguridad
servicio de seguridad
noun
1. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak.
orden
verb
1. een dwingende opdracht geven.
ordenar
noun
1. iemand die het commando heeft over een leger of vloot
comandante
verb
1. hard en heftig trillen
temblar
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Castor
castor
noun
1. Myocastor coypus, een schadelijk knaagdier, leeft vooral in moerassige omgeving
coipo
coipu
verb
- 1. zeggen dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
confirmar
afirmar
corroborar
- 2. vastmaken
fijar
atar
afirmar
/
bə.ˈvɛs.ti.ɣɪŋ(g)/, /
bə.ˈvɛs.tə.ɣɪŋ/, /
bə.ˈvɛs.tə.χɪŋ/
noun
- 1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
confirmación
- 2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
- 3. datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
fijación
verb
- 1. na waarneming tot de slotsom komen
comprobar
constatar
encontrar
hallar
- 3. in de genoemde toestand zijn
encontrarse
estar
- 2. op een bepaalde plaats zijn
encontrarse
estar
hacerse
hallarse
radicar
ubicar
/
bə.ˈvli.ɣɪŋ/, /
bə.ˈvli.χɪŋ/
noun
1. een zomaar opkomende lust
arranque
capricho
rapto
verb
1. (iets) een beetje nat maken
humedecer
mojar
adjective
competente
cualificado
/
bə'vuxtɛit/
noun
autorización
competencia
noun
1. alle inwoners van een bepaald land, staat of gebied gerekend
población
noun
1. de toename van de hoeveelheid bevolking
crecimiento demográfico
crecimiento poblacional
noun
1. de toename van de hoeveelheid bevolking
aumento de la población
crecimiento demográfico
crecimiento poblacional
noun
1. een bepaald deel van de bevolking in een samenleving of gebied
grupo de población
noun
pirámide de población
adjective
1. waar volk zich bevindt
poblado
populoso
verb
1. iemand ~: aan iemand bijzondere gunsten verlenen
favorecer
privilegiar
adjective
1. een vaste mening over iets of iemand koesterend zonder naar de feiten te willen kijken
prejuiciado
verb
1. voorzien van benodigdheden
abastecer
aprovisionar
abastecerse
proveer
/
bə.ˈvoː.ra.dɪŋ/, /
bə.ˈvo̝ː.ra.dɪŋ/
noun
1. het voorzien van alle benodigdheden van een leger, buitenpost, afgelegen nederzetting of basis
abastecimiento
adjective
1. rechten genietend die vele anderen niet bezitten
privilegiado
verb
1. bijzondere rechten toekennen aan de één boven de ander
privilegiar
verb
- 1. een hogere rang verlenen aan iemand
ascender
promocionar
- 2. aanmoedigen, promoten
promover
fomentar
activar
estimular
impulsar
/
bə.ˈvɔr.də.rɪŋ/
noun
1. een verhoging in rang
promoción
adjective
1. de eigenschap bezittend iets te bevorderen
favorable
verb
1. beantwoorden aan een sterk verlangen
satisfacer
contentar
aplacar
adjective
1. voldoening gevend
satisfactorio
noun
1. de beantwoording aan een sterk verlangen
satisfacción
/
bə.ˈvrem.dɪŋ/
noun
1. het gevoel dat iets vreemd is dat iemand overvalt
sorpresa
/
bə'vrizə(n)/
verb
1. door afkoeling in vaste toestand komen
helar
/
bə.ˈvri.zɪŋ/
noun
1. door blootstelling aan temperaturen beneden het vriespunt aan ijsvorming onderhevig zijn
congelación
congelamiento
verb
1. iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen
liberar
noun
1. persoon die andere bevrijdt
libertador
/
bə.ˈvrɛɪ̯.dɪŋ/, /
bə.ˈvrɛː.dɪŋ/
noun
1. het vrij maken van mensen die gevangen gehouden of onderdrukt worden
liberación
adjective
1. door afkoeling in vaste toestand gekomen; volledig met ijs bedekt
helado
adjective
fecundado
fertilizado
noun
concepción
fecundación
verb
1. vuil maken; verontreinigen
ensuciar
manchar
noun
2. een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet kunnen ontsnappen
guardián
noun
1.
ángel custodio
ángel de la guarda
noun
1. persoon die een goed ter bewaring toevertrouwt
depositante
noun
1. handeling waarbij men een goed van een ander ter bewaring aanneemt onder teruggaveverplichting
depósito
noun
1. persoon die een goed voor een ander ter bewaring aanneemt
depositario
/
bə'warplats/
noun
1.
almacén
depósito
verb
1. toezicht houden op de veiligheid van iets of iemand
vigilar
guardar
custodiar
noun
- 2. een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet ontsnappen, cipier, gevangenbewaarder
alcaide
carcelero
- 1. een persoon die toezicht houdt op de veiligheid van iets of iemand
guarda
guardián
/
bə.ˈwa.kɪŋ/, /
bə.ˈʋa.kɪŋ/, /
bə.ˈβ̞a.kɪŋ/
noun
vigilancia
/
bə.ˈwaː.pə.nə(n)/
verb
- 1. iemand van wapens voorzien
armar
- 2. zich bewapenen
armarse
/
bə.ˈwa.pə.nɪŋ/, /
bə.ˈʋa.pə.nɪŋ/, /
bə.ˈβ̞a.pə.nɪŋ/
noun
armamento
verb
1. ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt
conservar
guardar
preservar
noun
- 3. behoud, instandhouding
conservación
- 1. tijdelijke opslag
depósito
- 2. opsluiting van verdachten
recaudo
adjective
1. niet gefixeerd in een bepaalde stand of positie, flexibel
movible
móvil
adjective
1. met gemak bewegend
movedizo
noun
1. de motivatie om in actie te komen
motivo
/
bə.ˈweː.ɣə(n)/, /
bə.ˈʋe.χə(n)/, /
bə.ˈβ̞e.ɣə(n)/
verb
- 1. van plaats veranderen
mover
moverse
- 3. zich bewegen
moverse
/
bə.ˈwe.ɣɪŋ(g)/, /
bə.ˈʋe.χɪŋ/, /
bə.ˈβ̞e.ɣɪŋ/
noun
- 1. in de staat verkeren waarin de locatie steeds verandert
- 2. van plaats/positie veranderen
- 3. een organisatie
movimiento
noun
1. de toestemming of fysieke mogelijkheid hebben om te gaan en te staan waar je zelf wilt of om te doen wat je zelf wilt
libertad de movimiento
libertad de movimientos
verb
1. iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
afirmar
sostener
aducir
aseverar
sostenerse
/
bə.ˈweː.rɪŋ/, /
bə.ˈʋɪː.rɪŋ/, /
bə.ˈβ̞eː.rɪŋ/
noun
1. een stellige verklaring dat iets zo is, vaak zonder het geven van de redenen waarom
afirmación
aserción
aserto
/
bə'wɛrkə(n)/
verb
- 2. een bestand of map wijzigen om voor een ander doel geschikt te maken
editar
- 1. veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
elaborar
/
bə.ˈwɛr.kɪŋ/, /
bə.ˈʋɛr.kɪŋ/, /
bə.ˈβ̞ɛr.kɪŋ/
noun
1. een verandering om iets voor een bepaald doel geschikt te maken
adaptación
cultivo
elaboración
operación
procesamiento
verb
- 1. wierookdampen over iets of iemand aanbrengen
- 2. iemand lof toezwaaien
incensar
noun
1. datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
prueba
noun
1. een stuk waarin iets als waar wordt gesteld
comprobante
prueba
noun
teoría de la demostración
verb
- 2. betuigen; een dienst bewijzen
prestar un servicio
- 1. aantonen; staven
probar
noun
1. een groep personen die de macht uitoefent
gobierno
verb
1. met wolken bedekt worden
nublar
anublar
encapotarse
/
bə.ˈwɔl.kɪŋ/, /
bə.ˈʋɔɫ.kɪŋ/, /
bə.ˈβ̞ɔɫ.kɪŋ/
noun
1. het geheel aan wolken dat in de lucht aanwezig is
nubosidad
/
bəˈʋɔɫkt/
adjective
1. met wolken bedekt
nublado
anublado
cubierto
cubierto de nubes
encapotado
noun
1. een persoon die iemand bewondert
admirador
verb
1. bekijken met respect
admirar
adjective
1. positief, enthousiast
admirativo
adjective
1. wat het verdient bewonderd te worden
admirable
/
bə.ˈwɔn.də.rɪŋ/, /
bə.ˈʋɔn.də.rɪŋ/, /
bə.ˈβ̞ɔn.də.rɪŋ/
noun
1. het bekijken met enig ontzag
admiración
verb
wonen in, wonen op
habitar
residir
noun
1. iemand die in of op iets woont
habitante
adjective
1. geschikt om te bewonen
habitable
/
bə.ˈwoːr.dɪŋ/, /
bə.ˈʋo̝ːr.dɪŋ/, /
bə.ˈβ̞oːr.dɪŋ/
noun
1. een beschrijving in woorden
término
/
[bəˈʋɵst]/
adjective
1. iets waarvan kennis is genomen
consciente
deliberadamente
/
bəw'ɤstəlos/
adverb
1. in een toestand waarin men het bewustzijn voor de omgeving is verloren
inconsciente
desmayado
desvanecido
privado de sentido
noun
1. de staat van het bewusteloos zijn
inconsciencia
/
bə'wɤ(st)sɛin/
noun
1. een toestand waarin men gewaarwordingen uit zijn omgeving ondergaat
conciencia
conocimiento
consciencia
sentido
adjective
1. bedaard, ingetogen
sosegado
noun
1. voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen
escoba
noun
brezo blanquillo
brezo de escobas
noun
1. de lange stok waaraan de borstel van een bezem bevestigd is
mango de escoba
verb
1. zich pijn doen
herir
adjective
1. gedomineerd door de aanwezigheid van...
ocupado
adjective
1. onder de invloed van een boze geest zijn
poseso
noun
13. iemand die door de duivel beheerst wordt
endemoniado
verb
1. in gebruik nemen
ocupar
noun
1. iemand die bezet, meer in het bijzonder de bezetter van een overwonnen natie in oorlogstijd
ocupante
/
bə.ˈzɛ.tɪŋ/
noun
1. toestand waarbij het grondgebied van een land wordt bestuurd door een ander land
ocupación
noun
1. een strijdmacht die door zijn aanwezigheid op vreemde grond er de macht uitoefent
fuerza de ocupación
guarnición
verb
1. naar een object kijken
visitar
examinar
/
bə.ˈzɪx.ti.ɣɪŋ/, /
bə.ˈzɪx.tə.ɣɪŋ/, /
bə.ˈzɪχ.tə.χɪŋ/
noun
1. het bekijken
inspección
visita
verb
1. inspireren
inspirar
noun
1. het ingeven van een motivering ergens voor aan een ander
inspiración
verb
1. in ogenschouw nemen
considerar
adjective
1. interessant om naar te kijken
digno de verse
notable
ostentoso
noun
1. een plaats die of een voorwerp dat door velen bezocht en bekeken wordt
curiosidad
/
bezəx/
adjective
1. aan het werken
ocupado
verb
1. gebruik maken van iets
usar
utilizar
noun
1. iets waarmee men bezig is
actividad
ocupación
/
ˈbe.zəx.ɦʌː.də(n)/, /
ˈbe.zəχ.ɦʌʊ.də(n)/, /
ˈbeː.zɪx.haʊ̯.də(n)/
verb
- zich bezighouden met iets
dedicarse
entretenerse
ocuparse
- 1. de aandacht afleiden
entretener
ocupar
- 2. iets te doen geven
entretenerse
ocuparse
noun
2. erytrocytbezinkingssnelheid
velocidad de sedimentación globular
noun
1. vast materiaal dat zich geleidelijk onder invloed van de zwaartekracht op de bodem van een vat vloeistof verzamelt
poso
noun
- 2. het houden van een goed voor zichzelf
posesión
- 1. al iemands bezittingen
posesión
propiedad
/
bə'zɪtə(n)/
verb
1. iets in eigendom hebben
poseer
noun
1. de persoon die het bezit van iets heeft
poseedor
posesor
verb
- 1. te schande maken
deshonrar
- 2. vuil maken
manchar
noun
- 1. het bezoeken
visita
- 2. de personen die op visite zijn of komen
visitas
/
bəˈzukə(n)/
verb
1. bij iemand langsgaan of langskomen
visitar
noun
1. een persoon die iemand of iets bezoekt
visitante
visitador
verb
1. salaris geven aan
asalariar
pagar
remunerar
adjective
1. bijzonder dronken
pedo
adjective
1. met zorgen beladen
inquieto
preocupado
verb
- 4. verschaffen
agenciar
deparar
facilitar
procurar
proporcionar
- 2. bij iemand veroorzaken
causar
ocasionar
producir
- 3. goederen op een bepaalde plaats brengen
entregar
llevar a domicilio
repartir
- 1. iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
entregar
procurar
/
bə'zʌʏniɣə(n)/
verb
1. door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen
economizar
ahorrar
noun
1. moeilijkheid, bedenking
objeción
noun
1. formeel schrijven waarin men zijn onvrede met gemaakte plannen kenbaar maakt
queja
reclamación
adjective
1. met zweet op de huid
sudoroso
verb
desfallecido
sucumbido
verb
2. een dreiging onder controle weten te brengen
conjurar
verb
1. zwichten
sucumbir
hundirse
verb
1. het bewustzijn verliezen
desmayarse
adjective
1. heraldisch attribuut
pasmado
noun
1. het flauwvallen
desmayo
verb
1. iemand installeren in een ambt door de ambtseed af te nemen
juramentar
verb
1. tot een afsluiting brengen
terminar
acabar
noun
fin
conclusión
final
término
noun
1. angstaanjagend persoon
belcebú
/
bəˈɪnvludə(n)/
verb
1. iemand of iets proberen te veranderen, invloed nemen op
influir
afectar
/
bu.ˈtan/, /
bu.ˈtɑn/
pronoun
1. een land in Azië dat in de Himalaya ingeklemd ligt tussen China, Tibet en India. Het zuidelijke gedeelte van Bhutan ligt op het Indisch subcontinent
Bután
noun
1. een skisport waarbij de deelnemers op bepaalde punten in een langlaufcircuit met een geweer...
biatlón
verb
1. hevig trillen van kou of angst
temblar
tiritar
/
ˌbi.bəˈlo/
noun
1. klein decoratief voorwerp
bibelot
chuchería
noun
iemand die bibliografieën opstelt
bibliógrafo
/
ˌbiblijoɣra'fi/
noun
bibliografía
/
ˌbiblijotekaˈrɛsə/
noun
1. beheerster van een bibliotheek
bibliotecaria
/
ˌbiblijote'kaːrɪs/
noun
1. beheerder van een bibliotheek
bibliotecario
/
bib(l)ijo'tek/
noun
1. een plaats waar boeken verzameld staan
biblioteca
librería
noun
1.
libro de biblioteca
noun
- 1. tweehoofdige spier
- 1.2 spier in de bovenarm
bíceps
verb
- 2. dringend iets vragen, smeken
conjurar
rogar
suplicar
- 1. in gebed zijn, een godheid iets vragen
rezar
orar
noun
1. soort van aan de muur bevestigde kom of bak voor het met behulp van water reinigen van de geslachtsdelen, billen en anus na gebruik van het toilet, of om de voeten te wassen
bidé
bidet
noun
1. een snoer met kralen als hulpmiddel bij het bidden
rosario
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Mantodea
mantis religiosa
santateresa
/
ˈbɪt.stul/, /
ˈbɪt.stuɫ/
noun
reclinatorio
noun
1. de erkenning van zonden aan een geestelijke
confesión
verb
1. ten overstaan van een geestelijke bekennen welke religeuze wetten men overtreden heeft
confesar
confesarse
noun
1. een meubelstuk dat bedoeld is voor het aanhoren en afleggen van de biecht
confesionario
noun
1. een priester die biechten afneemt
confesor
noun
1. een periode in de geschiedenis van Noordwest-Europa en met name de Duitse Bond in de periode van het Congres van Wenen van 1815 tot 1848 die onder meer werd gekenmerkt door zelfvoldaanheid en eenvoud en elegantie in de bouwstijl
Bidermajro
noun
1. dunne lap vlees van de bovenbil van een rund
bistec
biftec
solomillo
noun
fistulina hepatica
hígado de buey
lengua de buey
noun
1. houten dwarsligger
traviesa
noun
1. alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout
cerveza
caña
/
birbrɔuər/
noun
cervecero
/
birbrɔuə'rɛi/
noun
1. een bedrijf dat zich toelegt op het brouwen van bier
cervecería
noun
1. een glas dat speciaal ontworpen is om bier uit te drinken
garza
jarra
/
bis/
noun
- 1. een smal boordsel op een kledingstuk
galón
pasamano
- 2. een dun en hooggroeiend oevergewas
junco
noun
1. en 2. (groene sprietjes van) looksoort Allium schoenoprasum
cebollino
ceboletta
noun
remolacha
betabel
betarraga
betarrata
beterraga
acelga
noun
E162
extracto de remolacha
/
ˌbi.fʏr.ˈka.si/, /
ˌbi.fʏr.ˈka.tsi/
noun
bifurcación
/
bɪx/, /
bɪχ/
noun
1. een jong van het varken
cochinillo
lechón
noun
achicoria
chocaina
hierba del chancho
hierba del halcón
pasto del chancho
peluda
pronoun
bhojpurí
lenguas bihari
/
bɛɪ̯/
noun
1. benaming vliegende insecten uit het geslacht Antophila
abeja
noun
1. een andere heimelijke bedoeling naast die degene die men aangeeft
motivo oculto
segunda intención
noun
1. een exemplaar van de originele Bijbel
biblia
Biblia
verb
1. een additioneel bedrag betalen
pagar un suplemento
verb
- 2. zorgen dat iemand iets leert
enseñar
- 1. weer bij bewustzijn brengen
reanimar
adverb
1. snel en gevat van reactie
avispado
listo
/
ˈbɛːdraʝə/, /
ˈbɛːɪdraɣə/
noun
1. iemands aandeel
contribución
aportación
aporte
verb
1. een aandeel leveren
contribuir
aportar
/
bɛi'embrɛŋə(n)/
verb
1. bij elkaar brengen
juntar
recoger
reunir
acabildar
acopiar
allegar
verb
1. bij elkaar verzamelen
reunirse
noun
1. het bij elkaar komen van een groep van personen
reunión
encuentro
entrevista
conferencia
mitin
verb
1. aanspreken om zich te groeperen
convocar
noun
1. benaming voor veelkleurige en insectenetende vogels die...
abejaruco
/
ˈbɛɪ̯.jə(n).ˌɦaʊ̯.dər/, /
ˈbɛɪ̯.jə(n).ˌɦʌʊ̯.dər/, /
ˈbɛː.jə(n).ˌɦɔʊ̯.dər/
noun
1. iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
apicultor
colmenero
noun
1. moeder van alle bijen in een bijenkorf
abeja reina
noun
1. kunstmatige behuizing waarbinnen een bijenvolk zijn raten kan bouwen, oorspronkelijk in de vorm van een gevlochten korf
colmena
/
ˈbɛː.jə(n)ˌteɫt/
noun
1. het houden van bijen
apicultura
cultivo de abejas
noun
1. een deel van een bijenvolk dat de korf verlaat om een nieuw volk te vormen
enjambre
adjective
1. in dezelfde verzending opgenomen
anexo
noun
1. een gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort
dependencia
/
ˈbɛɪ̯.ɣə.ˌlof/, /
ˈbɛɪ̯.χə.ˌlof/, /
ˈbɛː.ɣə.ˌlof/
noun
1. een geloof in iets extra's en onnatuurlijks
superstición
adjective
1. iemand die gelooft in bijgeloof
supersticioso
noun
klein, licht gerecht dat als begeleiding bij een andere maaltijdgang
guarnición
acompañamiento
verb
1. voltooid deelwoord van bijvoegen
adjunto
/
ˌbɛɪχəˈvɔɫχ/, /
ˌbɛːɣəˈvɔlx/
adverb
1. daardoor
consecuentemente
consiguientemente
por consecuencia
por consiguiente
noun
1. een filiaal van een hoofdkantoor
sucursal
noun
1. een vertrek aangebouwd aan de eigenlijke keuken dat voor ondersteunende huishoudelijke handelingen gebruikt wordt
antecocina
verb
1. in model brengen door het overtollige af te knippen
igualar
verb
1. het bewustzijn herkrijgen
reponerse
adjective
1. een andere zaak dan de hoofdzaak aanduidend
accesorio
accidental
secundario
adjective
1. een andere zaak dan de hoofdzaak aanduidend
accesorio
secundario
/
bɛɪ̯l/, /
bɛːɫ/
noun
1. hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt
hacha
noun
1. geschrift ter aanvulling
anexo
verb
- 1. toevoegen
añadir
- 2. meningsverschil of ruzie oplossen.
conciliar
verb
1. licht laten schijnen op de handen van iemand die ergens mee bezig is
alumbrar
/
'bɛɪ.na/
adverb
1. op zo'n manier dat het niet veel scheelt of iets is zo
casi
abbreviation
1.
experiencia cercana a la muerte
noun
1. breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak
apodo
mote
sobrenombre
chapa
noun
- 2. een sieraad
alhaja
bisutería
joya
- 1. een sieradenwinkel
bisutería
joyería
verb
pagar el suplemento
suplir
adjective
1. goed staan bij elkaar
a juego
correspondiente
noun
1. korte geschreven mededeling die de betekenis van een voorwerp of afbeelding verduidelijkt
epígrafe
noun
1. een bijkomend voordeel
suplemento
noun
- 1. een extra smaak die er eigenlijk niet bij hoort
- 2. een minder aangename meewerkende factor
resabio
verb
- 1. emotioneel ondersteunen
amparar
apoyar
- 2. een helpende hand bieden
asistir
ayudar
auxiliar
secundar
socorrer
sufragar
noun
- 2. van staatswege geboden basisuitkering
asistencia
- 1. hulp
ayuda
verb
1. een naar verhouding kleine verandering aanbrengen in de instelling van iets
ajustar
noun
2. verklarende bijvoeging
aposición
verb
1. een koerscorrectie uitvoeren
corregir
/
bɛi̯t/
noun
1. gat dat geslagen werd door een mens in het ijs van een bevroren wateroppervlak
agujero en el hielo
verb
2. in een tekening bijwerken
retocar
/
ˈbɛi̯tə(n)/
verb
1. iets afsnijden of afscheuren door tanden tegen elkaar te duwen
morder
adverb
1. ruim binnen de beschikbare tijd
a tiempo
noun
1. extra verdiensten naast het loon, of naast zijn eigen beroep
obvención
verb
1. als extra ergens aan toevoegen
añadir
noun
1. een werkwoordswijs waarmee men een wens of onzekerheid tot uitdrukking kan brengen.
subjuntivo
/
bɛɪ̯ˌvuχlək ˈnamʋo̞rt/, /
bɛːˌvuxlək ˈnamβ̞oːrt/, /
ˌbɛɪ̯vuɣ(ə)lɪk ˈnaːmwoːrd/
noun
1. een woordsoort die wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van...
adjetivo
noun
1. een extra toevoeging
suplemento
noun
1. Artemisia vulgaris, een plant uit de composietenfamilie Asteraceae
altamisa
abbreviation
1. als voorbeeld, om tot voorbeeld te dienen
por ejemplo
verbigracia
/
'bɛɪʋɛrkə(n)/
verb
1.
actualizar
/
bɛiʋɛrkɪŋ/
noun
efecto secundario
adverb
1. soms, geregeld, van tijd tot tijd
de cuando en cuando
de vez en cuando
ocasionalmente
/
ˈbɛɪ̯.wo.nə(n)/, /
ˈbɛɪ̯.ʋo.nə(n)/, /
ˈbɛː.β̞o.nə(n)/
verb
1. opzettelijk aanwezig zijn bij iets
asistir
presenciar
noun
1. een woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, een telwoord of een ander bijwoord nader bepaalt
adverbio
adjective
1. alleen van dichtbij scherp kunnen zien
miope
corto de vista
noun
1. een afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
miopía
vista corta
/
bɛizɪn/
noun
1. een deel van een uiting dat een ondergeschikte rol speelt ten opzichte van de hoofdzin
oración subordinada
noun
1.vrouw met wie een man in ongehuwde staat...
concubina
/
biˈzɔndər/, /
bɛ<sup>ɪ</sup>ˈzɔndər/
adjective
1. een hoogst eigenaardige kwaliteit of eigenschap hebbend
particular
noun
detalle
particularidad
noun
1. tweedelige zwemkleding voor de vrouw
biquini
bikini
verb
- 1. met moeite ervan af schrapen of hakken
escodar
picar
- 2. het nuttigen van voedsel
manducar
embuchar
engullir
noun
1. elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken ...
nalga
adjective
1. aan twee kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
bilateral
noun
1. spel
billar
billares
noun
1. gladde, massieve en vrijwel perfect bolvormige bal gebruikt in het biljartspel
bola de billar
verb
1. het spel biljart spelen
jugar al billar
noun
- 1. een stuk van staatswege uitgegeven papier waaraan geldswaarde is toegekend
billete
boleto
noun
1. redelijkheid
imparcialidad
justicia
noun
1. de scheiding of spleet tussen beide billen
pliegue anal
noun
1. bepaald soort inheemse gifplant, Hyoscyamus niger
beleño
hierba loca
noun
aleación bimetálica
bimetal
verb
1. vastmaken (evt. figuurlijk)
atar
noun
1. boekbinder
encuadernador
noun
fijación
- 2. skibinding
fijación de esquí
noun
aglutinante
excipiente
noun
1. en 2. (bladeren van) sla met een stevige rechte krop
lechuga romana
noun
1. een slijmvlies dat de sclera en de binnenste zijde van de oogleden bedekt
conjuntiva
noun
1.een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
conjuntivitis
/
ˈbɪntˌʋeːf.səl/
noun
1. weefselsoort dat dient ter ondersteuning en verbinding
tejido conjuntivo
noun
1.binnenantenne
antena interior
/
ˈbɪnənˌbɑnt/
noun
1. binnenste band, de band waarin de lucht aanwezig is
cámara de aire
cámara interior
tubo interior
noun
1. binnendraad
rosca hembra
rosca interna
verb
1. ergens in gaan
entrar
noun
lado interior
parte interior
verb
1. een ruimte betreden
entrar
adverb
1. binnen afzienbare tijd
dentro de poco
noun
1. een deel van een land dat ver van kust of grens gelegen is
interior
verb
dejar entrar
introducir
noun
binnenoor
oído interno
noun
1. een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
patio
noun
1. (langwerpig) schip dat hoofdzakelijk dient voor goederenvervoer op de binnenwateren.
barcaza
noun
1. binnenschroefdraad
rosca hembra
rosca interna
noun
espejo retrovisor
retrovisor interior
/
ˈbɪnə(n)ˌstɑt/
noun
1. een, meestal oud, stadscentrum
centro de la ciudad
noun
1. een minder belangrijke en meestal kortere weg
atajo
adjective
1. met betrekking tot het binomium (van [[w:Isaac Newton|Newton]])
binomial
noun
1. een wetenschapper die de biochemie beoefent
bioquímico
bioquímica
/
'bioˌxemi/
noun
1. de wetenschap die de chemische processen van het leven op moleculair niveau bestudeert
bioquímica
adjective
1. met betrekking tot de chemische omzetting van stoffen in levende wezens
bioquímico
noun
1. natuurlijke afbreekbaarheid
biodegradación
/
ˈbiodivɛrsiˌtɛɪt/
noun
1. soortenrijkdom, het aantal verschillende diersoorten
biodiversidad
noun
1.
Convenio sobre Diversidad Biológica
noun
1. levensbeschrijver
biógrafo
/
ˌbiʲoloˈɣi/, /
ˌbiʲoloˈχi/
noun
1. wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
biología
/
ˌbijo'loːɣis/
adjective
- 1. te maken hebbend met de biologie
biológico
biológica
- 2. van gelijke afstamming
biológico
consanguíneo
biológica
/
ˌbioˈlox/, /
ˌbioˈloχ/
noun
1. een wetenschapper die de biologie beoefent
biólogo
noun
- 1. wiskundige-statistische kant van de biologie
- 2. verzameling technieken gericht op het meten en vaststellen van alle meetbare eigenschappen van levende wezens
biometría
adjective
1. met betrekking tot het vaststellen van meetbare eigenschappen van levende wezens
biométrico
noun
1. een stukje weefsel uit een orgaan verwijderen voor onderzoek
biopsia
noun
bioremediación
remediación biológica
noun
MORAterapia
biorresonancia
noun
1. gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken
cine
/
ˈbiosɪnˌtezə/
noun
1.
biosíntesis
noun
1. een gebied met een uniform landschapstype waarin bepaalde organismen kunnen gedijen
biotopo
noun
1. omvorming van stoffen binnen het levende weefsel
biotransformación
noun
transistor de unión bipolar
pronoun
1. een taal die in Myanmar gesproken wordt, een minderheidstaal in Bangladesh, Maleisië en Thailand is...
birmano
idioma birmano
noun
1. middelgroot waterbewonend zoogdier
rata almizclera
/
ˈbɪzdɔm/
noun
1. kerkrechtelijk afgebakend gebied dat onder de bevoegdheid van een bisschop staat
obispado
pronoun
1. streek en provincie van Spanje rond de stad Bilbao
Vizcaya
noun
1. persoon afkomstig uit Biskaje
viscaino
noun
1.een lipofiele selectieve bètablokker
bisoprolol
/
bɪsxɔp/
noun
1. een christelijke geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom
obispo
adjective
1. op het ambt van bisschop betrekking hebbend
episcopal
obispal
adverb
1. een vaak als onaangenaam ervaren smaak, niet behorend tot zout, zuur of zoet
amargo
noun
1. de mate waarin iets een bittere smaak heeft
amargura
noun
berro
creson
lepidio
lepido
mastuerzo
noun
1. een viskeuze vloeistof die van nature voorkomt als de minst vluchtige fractie van ruwe aardolie
betún
/
ˈbivɑk/
noun
1. kampement voor een leger of expeditie
vivac
/
bivɑ'kerən/
verb
in de open lucht een kamp hebben
vivaquear
noun
1. muts die tot onder de kin doorloopt met openingen om door te kijken en te ademen
pasamontañas
noun
1. Noord-Amerikaans zoogdier, Bison bison
bisonte
noun
1. (kunst) evenement dat eens in de twee jaar gehouden wordt
bienal
/
ˈblacə/
noun
hojita
laminilla
/
blaːr/
noun
1. onderhuidse vochtophoping
ampolla
noun
1. hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof
vejiga
noun
1. een luchtzak die samengedrukt kan worden om een sterke luchtstroom te veroorzaken
fuelle
noun
1. een muziekinstrument waarvan de klank wordt voortgebracht door een luchtstroom
instrumento de viento
noun
aducea
alcoletas
cohetes
colellas
colleja
colleja blanca
noun
1. een meetapparaat dat het alcoholpromillage in iemands bloed via de adem bepaalt
alcoholímetro
noun
1. plat, groen onderdeel van planten
hoja
folio
noun
1. een deegsoort die in rechthoekige plakken wordt gebruikt
hojaldre
noun
1. een dun folie van goud dat wordt gebruikt voor decoratieve doeleinden
pan de oro
oro batido
oro en hojas
/
blɑt'xrun/
noun
clorofila
noun
1. een schadelijk klein insect dat zich voedt met het sap van jonge plantenscheuten...
pulgón
áfido
noun
1. muziek die in notenschrift op papier is gezet
música
noun
1. verdikte, van de steel uitgaande...
nervadura
nervio
vena
noun
1. hulpmiddel om bij te houden waar iemand is tijdens het lezen van een boek
marcapáginas
favorito
/
ˈblɑtsɛidɚ/
noun
1. elk van de beide zijden van een blad papier in boek, krant of tijdschrift
página
noun
1. het geluid van een hond
ladrido
verb
1. geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
ladrar
noun
1. een afgang veroorzaakt door eigen falen
deshonra
vergüenza
verb
- 1. onteren
comprometer
desacreditar
deshonrar
- 2. in kwaden naam brengen
comprometerse
deshonrarse
verb
1. het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven
blanquear
escaldar
blanchir
/
blɑŋk/
adjective
- 1. met lichte huidskleur
- 2. onbeschreven
blanco
- 4. overspoeld
inundado
noun
1. tint grijs met RAL-nummer 9006
aluminio blanco
noun
1. bepaald soort zoetwatervis, Rutilus rutilus
rutilo
verb
1. godslasteringen uiten
blasfemar
noun
1. een uiting die als belastering van de godheid gezien wordt
blasfemia
/
ˈblatə(n)/
verb
het geluid van een schaap maken
balar
/
blʌʊ/
adjective
1. de kleur blauw hebbend
azul
celeste
/
blʌʊ/
noun
1. primaire kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet
azul
celeste
noun
1. bepaald soort lijsterachtige, Luscinia svecica
pechiazul
/
blɑudrʏk/
noun
1. een directe fotografische kopie in witte lijnen op een achtergrond van Pruisisch blauw
cianotipo
noun
1. Vaccinium corymbosum, een plant uit de heifamilie Ericaceae
arándano azul
noun
1. bepaald soort vaste plant, Vaccinium myrtillus
arándano
arándano azul
noun
1. witte kraaiachtige met lavendelblauw verenkleed op de rug en kop Cyanocitta cristata
chara azul
arrendajo azul
noun
1. bepaald soort plant, Aconitum napellus
acónito
amapelo
anapelo
matalobos
vedegambre
vedegambre azul
noun
1. bepaald soort grote vogel, Ardea cinerea
bernat pescaire
garza real
noun
1. bepaald soort vaste plant, Eryngium maritimum
cardo de mar
cardo marino
/
ˈblɑuɣrɛis/
adjective
gris azulado
/
ˈblɑuɣrun/
adjective
verde azulado
/
ˈblʌʊəχ/, /
ˈblʌːβ̞əx/
adjective
2. op blauw lijkend
azulado
noun
1. bevruchte kiemen uit de maanbol van de slaapbol
semilla de adormidera
semilla de amapola
noun
ácido prúsico
cianuro de hidrógeno
/
'bla.zə(n)/, /
'ble.zə(n)/
verb
1. een luchtstroom veroorzaken
soplar
/
bla'zun/
noun
1. een bord waarop een (adellijk) wapen is geschilderd en dat gedecoreerd is met sieraden
blasón
adjective
1. gering van kleur
pálido
noun
1. een grasveld waarop wasgoed in het zonlicht te bleken werd gelegd
lavadero
/
ˈblekɣrun/
adjective
verde pálido
noun
apio
apio blanqueado
apio borde
apio de agua
céleri
noun
1. ontsteking van een ooglid
blefaritis
verb
1. witter of lichter doen worden
blanquear
blanquecer
noun
1. een verwonding die men door sportbeoefening heeft gekregen
lesión
/
blɛi̯/
adjective
alegre
contento
divertido
noun
1. een aangename stemming
alegría
/
ˈblɛɪ̯ɦɛɪ̯t/, /
ˈblɛːɦɛːt/
noun
1. een positieve stemming
alegría
/
blɛ.və(n)/
verb
- 2. voortduren, doorgaan
continuar siendo
durar
prolongarse
quedar siendo
seguir siendo
subsistir
- 1. niet veranderen
mantenerse
- 3. ergens vertoeven
permanecer
quedar
estarse
noun
- 1.1 vertind dun plaatstaal
hojalata
- 2.1 cilindervormig luchtdicht afgesloten vaatje van dun metaal
lata
verb
1. in een bepaalde richting kijken
mirar
/
blɪksəm/
noun
1. de lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer
relámpago
rayo
noun
1. een metalen stang of constructie die de bliksem aantrekt en naar de grond afvoert.
pararrayos
noun
1. iemand die voorwerpen uit blik vervaardigt
hojalatero
adjective
1. niet in staat te zien
ciego
noun
1. vensterluik
celosía
contraventana
persiana
postigo
noun
1. iemand die niet kan zien
ciego
/
'blɪndɦɛɪt/
noun
1. een toestand waarin men niet in staat is te zien
ceguera
ceguedad
invidencia
noun
1. een klinknagel voor plaatwerk dat slechts eenzijdig bereikbaar is
remache pop
verb
1. in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden
brillar
lucir
relucir
resplandecer
noun
1. verpakking van plastic
blíster
noun
1. rood lichaamsvocht in aderen
sangre
noun
análisis de sangre
prueba de sangre
prueba sanguínea
/
ˈblutbɑt/
noun
1. een gebeurtenis waarbij op grote schaal bloed vergoten wordt
masacre
baño de sangre
noun
sedimentación sanguínea
noun
célula de la sangre
célula sanguínea
noun
2. afgestaan bloed
donación de sangre
noun
donador de sangre
donante de sangre
adjective
sangriento
sanguinario
sediento de sangre
noun
presión sanguínea
tensión arterial
noun
esfigmomanómetro
tensiómetro
verb
1. het vloeien van bloed
sangrar
noun
1. een ziekte waarbij het bloed moeilijk stolt
hemofilia
noun
garrachuelo
sangradera ancha
noun
azúcar sanguíneo
glucosa en sangre
adjective
1. bijzonder warm, met name van weersgesteldheid.
ardiente
noun
- 2. wreed, bloeddorstig mens
bárbaro
verdugo
- 1. Brits hondenras met grote kop, lange hangende oren en een lange staart
perro de San Huberto
perro de presa
perro mastín
noun
análisis de sangre
prueba de sangre
pronoun
1. bijnaam voor de Raad van Beroerten
Tribunal de los Tumultos
adjective
1. rood als de kleur van bloed
sanguíneo
noun
circulación sanguínea
circulación de la sangre
noun
azúcar sanguíneo
glucosa en sangre
noun
nivel de azúcar en la sangre
glucemia
noun
transfusión de sangre
transfusión sanguínea
noun
1. bloeduitstorting in de huid
hematoma
efusión de sangre
hemorragia
noun
1. een bloedader
vaso sanguíneo
noun
1. het vallen van doden en gewonden tijdens een conflict
derramamiento de sangre
noun
vergiftiging door ziekteverwekkende bacteriën in het bloed
envenenamiento de la sangre
envenenamiento sanguíneo
noun
consanguíneo
deudo
familiar
pariente
noun
1. het genetisch aan elkaar verwant zijn
consanguinidad
noun
fobia a la sangre
hemafobia
hematofobia
hemofobia
/
'blutʋɔrst/
noun
1. vleeswaar vervaardigd van het bloed en het vet van een varken
morcilla
noun
1. een worm die bloed zuigt uit mens en dier
sanguijuela
adjective
depurativo
depuratorio
/
bluj/, /
bluɪ̯/
noun
- 1. toestand waarin een plant bloemen draagt
flor
florescencia
- 2. toestand waarin iemand of iets op zijn best is
prosperidad
verb
- 2. het bijzonder goed maken
florear
prosperar
- 1. het dragen van open, actieve bloeiwijzen
florecer
noun
- 1. een deel van plant met zaden
flor
- 2. fijngemalen poeder, meestal van granen
harina
noun
arriate
macizo de flores
noun
1. bolvormig stengeldeel van een plant, onder de grond
bulbo
bulbo de flor
cebolla
/
bluməkɔrso/
noun
1. optocht van met bloemen versierde voertuigen
desfile de flores
desfile floral
/
ˈblumənkwekər/
noun
1. iemand die bloemen kweekt
floricultor
noun
florería
tienda de flores
noun
florería
tienda de flores
noun
- 2. bloemenkweker
floricultor
- 1. bloemenverkoper
florista
noun
1. een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
coliflor
noun
1. een begrensd stukje grond dat men bloemen beplant is
arriate
noun
1. pot waarin men een plant kweekt
maceta
tiesto
noun
1. aantal sierlijk geschikte bloemen
diseño floral
noun
azúcar glas
azúcar en polvo
azúcar flor
azúcar glasé
verb
1. bollend overhangen (van kledingstukken)
abolsar
noun
1. een eenvoudig houten blaasinstrument
flauta dulce
flauta de pico
caramillo
flauta de recta
noun
1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord blok
cubito
cubo
pastilla
/
ˈblɔkə(n)/
verb
1. heel hard studeren
empollar
verb
1.de toe- of doorgang versperren
bloquear
noun
1. een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
cepillo
guillame
/
blɔnd/, /
blɔnt/
adjective
1.
rubio
/
blɔnˈdiːnə/
noun
1. blond meisje, blonde vrouw
rubia
noun
1. cocktail van wodka en tomatensap
bloody Mary
verb
- 2. zich blootstellen (aan)
arriesgarse
exponerse
- 1.in aanraking doen komen met
exponer
noun
1. het ongewapend, onbeschermd in contact komen met een gevaar
exposición
adjective
1. met of op blote voeten
descalzo
noun
een rode kleur op de konen
rubor
verb
rood worden in het gezicht, bijvoorbeeld van verlegenheid of schaamte
sonrojarse
ruborizarse
encenderse
sonrojearse
/
blʏf/
noun
1. poging tot intimidatie
bluff
farol
bluf
verb
embaucar
fanfarronear
jactarse
noun
1. een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast
error craso
pifia
verb
1. het doven van een brand
apagar
extinguir
/
blɵt/
adjective
1. geen geld meer hebbend
sin un duro
sin una perra
verb
- 2. blaten
balar
- 1. heel hard huilen
berrear
noun
1. zeer grote wurgslang
boa
noun
bobina de encendido
inductor
verb
1. een sport waarbij een bochtig ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee
bobsleigh
noun
1. een onnatuurlijk vergroeiing van de wervelkolom die tot een vervormde rug leidt
corcova
giba
joroba
noun
- 1. gebogen weg of pad
curva
- 2. een brede baai aan de kustlijn
golfo
noun
oferta
ofrecimiento
proposición
noun
1. iemand die gezonden wordt om een bericht, dienst, voorwerp enz. af te leveren
mensajero
emisario
noun
- 1. een onderkant
fondo
- 2. de grond
suelo
noun
1. erosie van de bodem
erosión del suelo
/
ˈbodəmˌkʏndə/
noun
pedología
edafología
paidología
noun
1. .
contaminación del suelo
polución del suelo
soil contamination
noun
acidificación del suelo
pronoun
1. de hoofdstad van Hongarije
Budapest
noun
1. volger van de leer van Boeddha
budista
noun
1. iemand die zich onbehoorlijk of misdadig gedraagt
golfo
granuja
bellaco
bergante
bribón
maleante
noun
1. de voorkant van een schip
proa
noun
1. een beeld dat ter versiering aangebracht werd op de voorsteven van een schip
mascarón de proa
noun
1. uitstekend rondhout aan de voorsteven van een zeilschip
bauprés
noun
- 1. een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te geven
boya
- 2. een kluister voor hand of voet, een werktuig om iemand gevangen te houden
grilletes
manillas
/
bujə(n)/
verb
- 1. kluisteren
aherrojar
esposar
- 2. fascineren
fascinar
noun
1. een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
libro
pronoun
1. de hoofdstad van Roemenië
Bucarest
noun
1. de in de 15de eeuw ontwikkelde kunst om teksten door middel van een drukpers te vermenigvuldigen
impresión
/
ˈbukən/
verb
1. reserveren van bijvoorbeeld een hotelkamer
reservar
/
ˈbu.kə.ˌkɑs/, /
ˈbu.kə.ˌkɑst/
noun
1. een kast voor de opslag en het laten zien van boeken
estantería
librería
armario para libros
noun
1. hulpmiddel om bij te houden waar iemand is tijdens het lezen van een boek
marcapáginas
noun
1. een bos snijbloemen, vaak sierlijk gerangschikt
ramo
bouquet
ramillete
noun
1. boekwinkel
librería
verb
1. het systematisch vastleggen van financiële feiten
llevar los libros
teneduría de libros
noun
1. iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt
contable
noun
bijhouden van gegevens
contabilidad
noun
1. verkleinwoord enkelvoud van boek
librito
/
ˈbu.klɔŋ(g)/, /
ˈbu.klɔŋ/
noun
1. een long die gestapeld en gevouwen is in weefsel, zo dat de gevouwen...
filotráqueas
pulmones en libro
pulmones laminares
noun
1. bepaald soort vogel, Fringilla coelebs
pinzón
noun
1. en 2. (gepelde zaden van) plant Fagopyrum esculentum
alforfón
trigo sarraceno
noun
fijn gemalen zaden van boekweit
harina de alforfon
harina de sarraceno
noun
1. geplette granen van Fagopyrum esculentum
copos de sarraceno
/
ˈbuk.wɪŋ.kəl/, /
ˈbuk.ʋɪŋ.kɔɫ/, /
ˈbuk.β̞ɪŋ.kəɫ/
noun
1. een winkel waar boeken verkocht worden
librería
/
bumɑn/
noun
1. een denkbeeldig wezen dat als schrikbeeld dient
Coco
Cuco
noun
calavera
disoluto
libertino
verb
1. zijn tijd doorbrengen met uitgaan
ir de juerga
noun
1. een gebogen werpstok die de neiging heeft terug te keren naar de werper
bumerán
bumerang
/
'bunən/
verb
- 2.Inwrijven met was tot het glanst.
encerar
- 1. schrobben tot het glanst
fregar
frotar
estregar
/
buːr/
noun
- 1. landbouwer
campesino
agricultor
labrador
paisano
agrícola
- 4. speelkaart
sota
noun
- 1. een woning met bedrijfsruimte van een boer
- 2. een onderneming van een boer
granja
/
burə'kol/
noun
1. en 2. (gekrulde bladeren van) bladgewas (kool)
col rizada
noun
peonía
perruna
rosa de monte
saltaojos
/
ˈbuː.rə(n).fər.ˌstɑnt/
noun
1. gezond verstand
sentido común
noun
1. bepaald soort samengesteldbloemige plant Tanacetum vulgare
hierba lombriguera
tanaceto
lombriguera
/
ˈburə(n)ˈzwalyw/
noun
1. een kleine trek- en zangvogel
golondrina
golondrina común
pronoun
1. een van de 26 regio's van Frankrijk
Borgoña
noun
2. vrouwelijke landbouwer of veeteler
agricultora
agrícola
campesina
labradora
paisana
noun
1. het gehele lichaam, inclusief gezicht en ogen, verhullend gewaad gedragen door (streng) islamitische vrouwen
burka
burqa
noun
- 1. een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan
multa
- 2. straf voor (vermeend?) bedreven kwaad
penitencia
verb
- 1. straf ondergaan
expiar
- 2. het repareren van een visnet
remendar
noun
1. klei waarmee je een voorbeeld voor een beeldhouwwerk kunt maken, klei die op school gebruikt wordt bij handenarbeid
plastilina
Play-Doh
arcilla de modelar
noun
alma gemela
compañero del alma
/
bɔf/
noun
- 1. geluk, mazzel
dicha
felicidad
- 2. ziekte
paperas
parotiditis
verb
1. geluk hebben
tener suerte
noun
1. iemand die onwaarschijnlijk veel geluk heeft, een boffer
suertudo
pronoun
1. historische landstreek in de Tsjechische Republiek
Bohemia
noun
1. scheikundig element met symbool Bh en atoomnummer 107
bohrio
noun
1. mannelijke geit
cabrón
noun
1. gerookte en gezouten haring
arenque ahumado
noun
barba cabruna
barba de cabra
barba de cabrón
salfisi
salsifí
salsifí blanco
noun
1. een tactische vechtsport
boxeo
box
verb
1. vuistvechten als sport
boxear
noun
1. handschoen gedragen tijdens het boksen
guante de boxeo
noun
straalvinnige vis (Boops boops) uit de familie van zeebrasems
boga
adverb
1. een glooiende uitstulping in een oppervlak vormend
convexo
abombado
noun
- 2. min of meer rond voorwerp
bola
globo
- 3. zie bloembol
bulbo
cebolla
- 1. een driedimensionaal rond lichaam zie sfeer
esfera
globo
noun
1. Agrostemma githago
neguilla
neguillón
noun
1. een vierwielige ongemotoriseerde bak die wordt voortgetrokken aan een hendel vooraan
carreta
noun
1. gewas dat overwintert door in een al of niet ondergrondse bol, in feite een bolvormige ophoping van vlezige bladeren, voedsel op te slaan
planta bulbosa
noun
1. hoed
sombrero de hongo
bombín
noun
1. een bolvormige groep sterren zoals die in galactische halo's kunnen worden aangetroffen
cúmulo globular
/
boˈlivi.ja/
pronoun
1. een republiek in Zuid-Amerika die grenst aan Peru, Brazilië, Paraguay, Argentinië en Chili
Bolivia
/
ˌboliviˈjaːns/
adjective
boliviano
/
ˌboliviˈjaːnsə/
noun
boliviana
noun
1. benaming voor vissen uit het geslacht Trisopterus
faneca
noun
- 2. zacht broodje
bocadillo
bollo
panecillo
- 1. verkleinwoord bol
bolita
bollito
pronoun
1. een stad in Italië
Bolonia
noun
bolcheviquismo
bolchevismo
/
bɔm/
noun
1. vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
bomba
explosivo
noun
1. beschieting met bommen, het werpen van bommen
bombardeo
verb
1. bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand
bombardear
noun
1. een brief die explodeert wanneer men hem opent
carta bomba
noun
1. een mededeling dat er een bom gaat ontploffen
alerta de bomba
allarme antibomba
aviso de bomba
noun
1. een militair vliegtuig dat is ontworpen voor het werpen van bommen op gronddoelen
bombardero
pronoun
1. eiland in het zuidelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
Bonaire
/
bɔnt/
noun
federación
lazo
noun
1. een andere macht waarmee een afspraak gemaakt is aan dezelfde zijde te zullen strijden
aliado
adjective
conciso
sucinto
contundente
noun
2. een harde klont
pedazo
pieza
trozo
/
bɔnt/
adjective
- iemand bont en blauw slaan
acardenalar
- 1. met veel verschillende felle kleuren
multicolor
variopinto
abigarrado
noun
1. bepaalde vogelsoort uit de familie van plevieren, Charadrius hiaticula
chorlitejo grande
chorlitejo anillado
noun
1. van bont gemaakte jas
abrigo de piel
noun
- 2. levensmiddel of andere alledaagse aanschaf
compra
recado
- 1. overgebracht bericht
mensaje
recado
noun
(huishouden) lijst waarop staat welke inkopen gedaan moeten worden
lista de compras
/
ˈbotsxɑpər/
noun
1. berichtenoverbrenger
mensajero
noun
- 3. deel van bouwwerk
arco
arcada
- 1. wapen
arco
arco de flechas
- 2. cirkelboog
curva
arco
noun
1. een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog
tiro con arco
pronoun
2. teken van de dierenriem van 22 november tot 22 december
Sagitario
Sagittarius
noun
1. iemand die schiet met een boog
arquero
noun
conectivo
operador lógico
operador lógico booleano
noun
1. meerjarige plant met houten stam
árbol
/
ˈbom.bɑst/
noun
corteza
corteza del árbol
noun
1. een stuk grond met vruchtbomen
vergel
huerto
/
ˈbom.ɣrɛns/, /
ˈbom.χrɛns/
noun
1. een grens waarboven geen bomen meer groeien
límite de bosque
noun
brezo blanco
brezo arbóreo
noun
1. Hyla arborea, klein kikkertje dat zich in bomen en heesters kan begeven
rana arbórea
rana de San Antonio
noun
1. bepaald soort vogeltje, Sitta europaea
trepador azul
/
ˈbom.krœʏ̯.pər/, /
ˈbom.krœː.pər/
noun
1. eepaald soort bruin vogeltje, Certhia brachydactyla
trepador
trepatroncos
/
ˈbom.kɵn.də/, /
ˈbom.kʏn.də/
noun
dendrología
/
ˈbom.mɑr.tər/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Martes martes
marta cibelina
/
ˈbom.pi.pər/
noun
1. een vogelsoort die inheems is vrijwel geheel europa
bisbita arbóreo
/
ˈbom.sxɔrs/, /
ˈbom.sχɔrs/
noun
1. het dode buitenste deel van de bast van een boom
corteza de árbol
noun
1. een rechtop gaande houten schacht van een boom
tronco
noun
1. bepaald soort struik die tot zeven meter hoog kan worden die in subtropische gebieden groeit Solanum betaceum
palo de tomate
tamarillo
tomate de árbol
tomate árbol
noun
1. kleine sierlijke valk, familie van de torenvalk, Falco subbuteo
alcotán
alcotán europeo
noun
1. zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten,...
frijol
judía
alubia
haba
habichuela
faba
noun
- A. rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
broca
barrena
- B. chemisch element en een zwart metalloïde
boro
/
bɔːrt/
noun
- 1. het dek van een schip
borde
bordo
- 2. de verbrede bovenrand van een hemd rond de nek
cuello
- 4. rand
linde
- 3. oever
orilla
noun
ingeniero de vuelo
mecánico de vuelo
noun
plataforma de perforación
/
ˈbormɑˌʃinə/
noun
1. machine om te boren
taladro
taladradora
noun
plataforma de perforación
noun
1. hoge boorinstallatie
derrick
torre de perforación
adjective
ácido bórico
E284
/
boʊs/, /
boːs/
adjective
1. kwaad, woedend
enfadado
colérico
furioso
/
bo'zardəx/
adverb
1. met de intentie om kwaad te doen
maligno
malo
malicioso
malvado
malévolo
noun
1. de hoedanigheid van het boos zijn
enojo
/
boʊt/, /
boːt/
noun
1. klein vaartuig
barco
/
ˈbotsxun /
noun
1. een lichte soort van schoenen van zacht leer, ontwikkeld naar het voorbeeld van Indiaanse mocassins
zapato náutico
náutico
noun
1. een rang gelijk aan sergeant bij de marine en de hoogste onderofficier bij de koopvaardij
contramaestre
noun
1. iemand die in havens schepen laadt en lost
descargador
noun
borraja
borrajas
borrega
corrago
rabo de alacrán
/
bɔRd/, /
bɔrt/
noun
- 2. Vlak voorwerp aan een muur
pizarra
- [1] Schijfvormig voorwerp
plato
/
bɔrˈdo/
adjective
burdeos
/
bɔrdoˈrot/
adjective
burdeos
granate
guinda
noun
1. een huis waarin tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden
burdel
mancebía
prostíbulo
/
ˈbɔr.də(n).ˌwɑr.mər/, /
ˈbɔr.də(n).ˌβ̞ɑr.mər/, /
ˈbɔr.də.ˌʋɑr.mər/
noun
1. een toestel om borden voor het eten te verwarmen
calentador de platos
calientafuentes
calientaplatos
noun
trastorno límite de la personalidad
/
bɔrdjə/
noun
platillo
platito
noun
juego de tablero
juego de mesa
verb
1. met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel
bordar
noun
1. weefselversiering aangebracht met naaldwerk
bordado
bordadura
verb
1. met een werktuig dat om zijn as draait een gat in iets maken
taladrar
agujerear
perforar
agujerar
noun
- 1. iemand die garant staat voor een eventueel te betalen bedrag
fiador
- 2. borgsom, borgtocht, waarborgsom, cautie
fianza
noun
arandela de seguridad
/
'bɔrxsɔm/
noun
1.
caución
fianza
noun
- 2.
caución
fianza
- 1. overeenkomst waarbij een borg zich garant stelt
fianza
noun
- 2. kaliber, met name van een cilinder van een verbrandingsmotor
calibre
- 1. het boren
perforación
noun
1. een chemisch element en een zwart metalloïde
boro
noun
vidrio borosilicatado
pronoun
Borneo
isla de Borneo
noun
2. elk van de twee vooruitstekende klieren bij vrouwen waaruit zich de moedermelk afscheidt
pecho
seno
noun
plat been waaraan de ribben aan de voorzijde vastgehecht zijn
esternón
noun
1. schoonmaakgereedschap met bos haren
cepillo
brocha
cerdas
verb
1. schoonmaken met behulp van een borstel
cepillar
adjective
1. ruigharig, ruwharig net zo als een borstel
hirsuto
noun
haar op de borst
vello del pecho
vello pectoral
noun
lichaamsholte, gevormd door de 12 paar ribben, de 12 borstwervels en het borstbeen
cavidad torácica
noun
1. is een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst, meestal (maar niet altijd) bij vrouwen
cáncer de mama
noun
1. geraamte van de borst
tórax
caja torácica
noun
1. lekkernij
dulce de azúcar
noun
lactancia materna
lactancia
noun
- 1. een groep bomen
bosque
- 2. een bundel stelen of vezels
ramo
noun
fresa del bosque
fresa silvestre
fraguera
fresal
madroncillo
mayueta
noun
anémona de los bosques
noun
- 1. en 3. plant, en bessen, uit geslacht Vaccinium
arándano
- 2. plant Vaccinium myrtillus
mirtilo
/
ˈbɔsbɑuw/
noun
1. het systematisch bosbeheer (teelt en verzorging van bossen) voor de productie van hout
silvicultura
noun
1. brand van of in een bos
incendio forestal
incendio de bosques
noun
agaricus silvaticus
champiñón del bosque
noun
atelo
koatá
maquisapa
marimonda
marimono
mono araña
noun
serpiente de cascabel muda
/
ˈbɔsnis/, /
ˈbɔsnɪs/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Bosnië
bosnio
noun
marco convertible de Bosnia-Herzegovina
/
ˈbɔsni.jə ɛn ˌhɛrtsəɣoˈviːna/, /
ˈbɔsni.jə ɛn ˌɦɛrtsəɣoˈvina/, /
ˈbɔsni.jə ɛn ˌɦɛrtsəχo(ʊ̯)ˈvina/
pronoun
1. republiek in het zuidoosten van Europa die ontstaan is bij het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië
Bosnia - Herzegovina
Bosnia y Herzegovina
Bosnia-Herzegovina
noun
ajan
ansarina
anserina
cabello de ángel
clemátide
hierba de los pordioseros
adjective
1. gekenmerkt door een verhoudingsgewijs groot aantal bossen; rijk aan bos
selvoso
noun
bosquecillo de jardín
noun
1. jonge, onvolgroeide geboste ui met blad
cebolla de primavera
cebolleta tierna
noun
1. bepaald soort vogel, Strix aluco
cárabo
noun
1. een beheerder van een boswachterij
guardabosque
adjective
- 2. onbeleefd
grosero
rudo
- 1. stomp
romo
noun
- 1. platvis
halibut
hipogloso
- 3. onderdeel van het skelet
hueso
noun
1. een onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de studie van planten
botánica
/
ˈbotər/
noun
1. zuivelproduct
mantequilla
manteca
noun
1. een aantal planten uit het geslacht Ranunculus behorende tot de familie Ranunculaceae
ranúnculo
botón de oro
hierba bélida
noun
1. een snee brood
rebanada
rebanada de pan
noun
een koek, traditioneel bereid met roomboter, die gevuld wordt met amandelspijs
torta de mantequilla
noun
1. een banketletter met roomboter en amandelen
pastel en forma de una letra
noun
ghee
manteca clarificada
mantequilla clarificada
noun
salsa holandesa
salsa mantequilla
noun
1. een bakje om boter in te bewaren
mantequera
mantequillera
noun
1. CH₃(CH₂)₂COOH
ácido butírico
/
ˈbɔt.sə(n)/
verb
2. in een conflict of ruzie geraken
chocar
/
ˈbɔt.sɪŋ/
noun
- 2. een conflict of ruzie
colisión
- 1. het botsen
colisión
choque
impacto
/
bɔ.ˈts<sup>ʊ</sup>a.na/, /
bɔts.ˈʋa.na/, /
bɔts.ˈβ̞a.na/
pronoun
1. een land dat geheel door land is omgeven in het zuiden van Afrika met ruim 1,5 miljoen inwoners, grenzend aan Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika
Botsuana
adverb
1. onbeleefd, kortaf
francamente
rotundamente
noun
1. het onderdeel van een verbrandingsmotor dat door een vonk het mengsel van brandstofdamp en lucht in de cilinder tot ontploffing brengt
bujía
noun
1. een aftreksel van magere vleesresten, beenderen of vis
caldo
bouillon
consomé
noun
psychologische toestand waarin een persoon terugkerende eetbuien heeft
bulimia
pronoun
1. een van de 26 regio's van Frankrijk
Borgoña
noun
- 1. verbindingsmiddel, meest uit metaal vervaardigd en voorzien van een schroefdraad
clavija
tornillo
- 2. stuk vlees, meestal een poot
muslo
perno
pierna
- 6. een strijkijzer
plancha
/
bɑu̯/
noun
- 1. het doen verrijzen van een gebouw
construcción
- 5. de aanbouw, het telen (van gewassen)
cultivo
cultura
/
ˈbɑu̯ə(n)/
verb
1. een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
construir
edificar
noun
1. een persoon die dingen bouwt
constructor
edificador
labrador
noun
1. (wetenschap)
ingeniería de la edificación
noun
tierra de cultivo
tierra labrantía
noun
1. een plaats waar mensen iets bouwen
obra en construcción
sitio de obra
noun
proyecto de construcción
noun
1. steen om mee te bouwen
ladrillo
/
ˈbɔʊ̯β̞.tɛ.ˌrɛːn/, /
ˈbʌʊ̯.tɛ.ˌrɛɪ̯n/
noun
1. een terrein waarop gebouwd wordt of kan worden
obra en construcción
sitio de obra
noun
obrero de la construcción
trabajador de la construcción
adjective
caduco
precario
ruinoso
noun
licencia de construcción
permiso de construcción
licencia de obra
licencia urbanística
noun
1. een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
construcción
edificio
/
ˈboː.vən/
adverb
1. bovenaan, erboven, niet beneden, niet eronder
arriba
noun
1. het bovenste gedeelte van de arm tussen de schouder en de elleboog
brazo superior
/
bovənˈdin/
adverb
1. op de koop toe, daarenboven
además
noun
1. een van de beenderen van de schedel
mandíbula superior
adjective
demasiado
enorme
extenso
inmenso
prolijo
adjective
1. behorende tot een orde van dingen die buiten het menselijke ligt
sobrenatural
noun
1. tonen boven de grondtoon
sobretono
adjective
transcendental
trascendental
noun
bolo americano
bowling
noun
1. sport waarbij een inwendig verzwaarde afgeplatte bal over een baan naar een doelballetje gerold moet worden
bolo césped
bowls
bowls sobre hierba
noun
2. bepaalde hondenras
bóxer
verb
1. iemand uitsluiten, niet meer willen werken voor, leveren aan of kopen bij
boicotear
noun
1. pan met dikke wand, die geschikt is om er vlees enz. in te braden
asadera
asadora
braseadora
cacerola
cazuela
sartén
noun
2. werktuig om vlas of hennep te braken of te kneden.
agramadera
noun
angostura falsa
canirán
matacán
mataperros
nuez vómica
vomiquero
noun
- 3. beschadiging op een (metaal)oppervlak
rebaba
- 1. struik & 2. vrucht
zarzamora
mora
verb
1. slecht en onduidelijk praten met name van baby's
balbucear
verb
1. vlees bereiden door het in vet te verhitten
asar
freír
tostar
noun
1. ongewoon langzame hartslag
bradicardia
noun
braille
escritura braille
noun
1. speciaal voor blinden ontwikkeld lees- en schrijfalfabet
escritura braille
adjective
1. met een zoutgehalte dat tussen zout en zoet in ligt
salobre
verb
- 2. vlas of hennep breken
agramar
- 1. genuttigd voedselwaar ongewild door de mond naar buiten brengen
vomitar
esputar
expectorar
lanzar
devolver
noun
1. bedrijfstak
ramo
rama
departamento
sección
/
ˈbrɑnd/, /
ˈbrɑnt/
noun
1. verbranding met vuur
incendio
adjective
abrasador
combustible
noun
1. een draagbaar toestel dat dient om een kleine of een beginnende brand te bestrijden
extinguidor
extintor de incendios
extintor portátil
matafuego
noun
1. bom die als doel heeft het getroffen object in brand te steken
bomba incendiaria
verb
- 1. verteerd worden door vuur
quemar
arder
- 2.
tostar
pronoun
1. een deelstaat in het oosten van Duitsland
Brandeburgo
adjective
abrasador
cáustico
encendido
urgente
noun
1. een apparaat dat een bepaalde vorm aan een vlam geeft
quemador
boquilla
mechero
soplete
noun
2. distilleerderij
destilería
noun
1. een soort sterke drank
aguardiente
brandy
noun
1. bepaald soort gans, Branta leucopsis
barnacla cariblanca
noun
1. hout dat gebruikt wordt om te verbranden
leña
noun
caja de seguridad
caja fuerte
/
ˈbrɑnt.lɑd.ər/
noun
escalera de incendios
verb
1. (vee) merken door het inbranden van een teken
marcar
noun
2-3. een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
ortiga
noun
manguera de incendios
noun
1. een grote slang met een metalen eindstuk, bedoeld voor het spuiten van bluswater
bomba de incendios
noun
1. iemand die expres brand veroorzaakt
incendiario
noun
incendio provocado
delito de incendio
incendio premeditado
noun
1. stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnen
combustible
carburante
comburente
noun
een elektrochemisch toestel
pila de combustible
celda de combustible
célula de combustible
noun
inyección de combustible
noun
- 2. apparaat dat wordt gebruikt om brandstof te verkopen
bomba de combustible
- 1. pomp die bij verbrandingsmotoren...
bomba de combustible
bomba de inyección
bomba de inyección diesel
bomba-inyector
noun
tanque de combustible
depósito de combustible
noun
bomberos
cuerpo de bomberos
noun
coche de bomberos
camión de bomberos
noun
1. lid van de brandweer
bombero
noun
1. een soort sterke drank
brandy
noun
1. bepaalde karperachtige vissoort Abramis brama
brema
plática
verb
1. schransen
ir de juerga
/
braˈʃɛːrə/
noun
1. dameskledingstuk
sujetador
/
ˌbraziliˈjaːn/
noun
1. iemand uit Brazilië
brasileño
/
ˌbraziliˈjaːns/
adjective
brasileño
/
ˌbraziliˈjaːnsə/
noun
brasileña
/
braˈzili.jə/
pronoun
1. een soevereine staat in Zuid-Amerika (officieel de Federale Repuliek van Brazilië, 'República Federativa do Brasil'), met als officiële taal het Portugees
Brasil
/
ˈbred.bɑnd/, /
ˈbred.bɑnt/
noun
1. een internetverbinding met een hoog debiet
banda ancha
adjective
1. breed van borst en schouders
ancho de hombros
ancho
adjective
1. breed van borst en schouders, breedgebouwd
ancho de hombros
ancho
noun
1. met een breed werkingsgebied, veel gebruikt voor antibiotica
amplio espectro
noun
1. afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
anchura
ancho
noun
1. een cirkel parallel aan de evenaar
paralelo
paralelo de latitud
noun
1. cirkel van gelijke geografische breedten
latitud
adjective
1. tijd en ruimte nemend om alle kanten uitgebreid te bezien
amplio
largo
adverb
1. op breedvoerige wijze
ampliamente
/
ˈbreːɡbaːr/
adjective
frágil
noun
1. stevige metalen stang, meestal voorzien van een gespleten einde, de koevoet, gebruikt om zaken open te breken.
pie de cabra
pata de cabra
alzaprima
verb
1.
calafatear
acollar
atascar
/
ˈbrɛ.jə(n)/
verb
1. een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp twee of meer pennen
tejer
hacer punto de aguja
/
brɛi̯n/
noun
1. orgaan
cerebro
seso
verb
- 4. veranderen van richting van stralen
refractarse
- 5. in stukken uiteen doen vallen
romper
quebrar
quebrantar
cascar
fracturar
- 1. in stukken uiteenvallen
romperse
quebrarse
estrellar
estrellarse
noun
1. richtingverandering van stralen
refracción
noun
1. bepaald soort struikvormige plant met opvallende gele bloesem, Cytisus scoparius
aulaga
erizones
escoba
escobón
retama de escobas
retama negra
/
ˈbrɛŋ.ə(n)/
verb
1. ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
llevar
pronoun
1. een schiereiland in het noordwesten van Frankrijk
Bretaña
noun
1. broekophouder
tirante
tirantes
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Bretagne
bretón
noun
1. de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
fracción
quebrado
noun
herniaria
hierba cólica
hierba de San Lorenzo
hierba de la piedra
hierba turca
hierba urinaria
noun
método de las fracciones parciales
noun
1. diploma waarbij een bevoegdheid tot het uitoefenen van een functie wordt verleend
diploma
noun
1. een spel gespeeld door vier spelers, verdeeld in twee paren en gespeeld in dertien slagen
bridge
noun
1. verzonden geschreven boodschap
carta
epístola
noun
secreto postal
secreto de la correspondencia
noun
1. tekst bovenaan een brief met gegevens van de afzender en de geadresseerde en de datum van verzending
membrete
noun
1. een korte brief in de vorm van een kaart
postal
tarjeta postal
noun
1. een doorgaans sierlijk mesje dat men gebruikt om briefomslagen met te openen
abrecartas
abridor de cartas
noun
papel de cartas
papel de escribir
/
bris/
noun
1. zachte frisse wind
brisa
verb
- 1. tekeergaan
bufar
berrear
- 2. geluid van dieren
mugir
resoplar
rugir
noun
1. een rang bij de Nederlandse politie tussen hoofdagent en inspecteur
brigada
noun
1. een optisch instrument dat gebruikt wordt om de scherpte van het zicht te verbeteren
gafas
anteojos
noun
1. Bucephala clangula, een vogel uit de familie Anatidae
porrón osculado
adjective
1. buitengewoon slim
brillante
noun
1. slijpvorm voor onder andere diamant
brillante
adjective
naranja claro brillante
adjective
rojo claro brillante
adjective
naranja brillante
adjective
amarillo brillante
/
ˈbrɪlə(n)ˌkokər/
noun
1. een stevige, beschermende huls voor een bril
anteojera
noun
1. reptiel, gevaarlijke gifslang
cobra
naja
serpiente de anteojos
noun
británico
britano
inglés
/
brɪts/
adjective
1. gerelateerd aan Groot-Brittannië
británico
noun
1. een provisorisch bed, een houten veldbed
catre
noun
britana
británica
inglesa
pronoun
islas Vírgenes Británicas
/
ˈbrɔkɔlɪ/
noun
1. groente
brécol
brócoli
/
'bru.də(n)/
verb
- 2. een plan uitdenken
empollar
preparar
- 1. een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden
incubar
empollar
/
brudər/
noun
- 1. een broer
- 3. een kloosterling
hermano
noun
1. moord van de ene broer op een andere broer, ook figuurlijk gebruikt
fratricidio
noun
- 2. vereniging van beroepsgenoten
cofradía
asociación
gremio
- 1. kerkelijk goedgekeurde vereniging
cofradía
congregación religiosa
- 1. vriendschappelijke betrekking als tussen broers
hermandad
fraternidad
confraternidad
verb
- 1. heet worden door gisting
fermentar
fomentar
adjective
1. drukkend heet, met onweer dreigend
oprimido
sofocante
noun
1. bouwsel met glazen wanden voor het opkweken van gewassen
invernadero
estufa
invernáculo
noun
gas de efecto de invernadero
gas invernadero
noun
1. kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
pantalón
pantalones
noun
1. zak in een broek
bolsillo del pantalón
/
bruːr/
noun
1. een mannelijk kind van dezelfde ouders
hermano
noun
1. een blok met een grillige vorm, stuk van iets groters
fragmento
parte
pedazo
pieza
retazo
trozo
noun
Bromeliaceae
Bromeliáceas
noun
1. grote dikke blauwe vlieg die een brommend geluid maakt
moscardón
noun
- 2. begin van een waterloop
fuente
manantial
- 1. daar waar men informatie vandaan haalt
fuente
origen
adjective
1. met betrekking tot de luchtpijp-takken
bronquial
noun
bronquio
tubo bronquial
noun
1. ontsteking van de luchtpijptak
bronquitis
noun
1. medisch onderzoek van de luchtpijp d.m.v. een bronchoscoop
broncoscopia
noun
1. kramp met vernauwing van de luchtpijptakken
broncoespasmo
noun
1. luchtpijptak
bronquio
noun
1. een meest door inhaleren ingenomen medicament dat vernauwing in de luchtwegen bestrijdt
broncodilatador
noun
editor de código fuente
noun
1. bepaalde vissoort, Salvelinus fontinalis
salvelino
noun
1. prehistorische cultuurperiode
Edad del Bronce
noun
1. prehistorische cultuurperiode
Edad del Bronce
noun
1. water dat uit de grond is gehaald, gebruikt als drinkwater of geneeskrachtig water
agua de manantial
adjective
1.van brons gemaakt
bronce
bronzen
/
broːt/
noun
1. een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
pan
noun
1. boom Artocarpus altilis
árbol del pan
panapén
noun
2. klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
bocadillo
panecillo
bollo
noun
cuchillo de pan
cuchillo de sierra
cuchillo para cortar pan
noun
tostadora
tostador
tostador de pan
noun
1. vrucht van de broodboom Artocarpus altilis
fruta del pan
frutipan
noun
1. het werk waar iemand zijn geld (kost) mee verdient
profesión
adjective
1. niet stevig
frágil
quebradizo
verb
- 3. met een keel-r uitspreken
arrastrar las erres
- 1. (bier) brouwen
fabricar
hacer
noun
1. iemand die bier maakt om te verhandelen
cervecero
/
brʏx/, /
brʏχ/
noun
kunstmatige weg over een diepte
puente
bóveda
pronoun
1. een Vlaamse provinciehoofdstad
Brujas
pronoun
maitines de Brujas
/
brœy̯t/
noun
1. vrouw in tijd van de huwelijksplechtigheden
novia
noun
1. man die in het huwelijk treedt
desposado
futuro
prometido
noun
1. jurk gedragen door een bruid
traje de novia
vestido de novia
noun
1. een gift die een meisje van haar ouders meekrijgt als ze in het huwelijk treedt
dote
adjective
1. nuttig, eenvoudig in het gebruik
útil
aprovechable
servible
noun
1. kosteloze lening voor tijdelijk gebruik onder voorwaarde van teruggave
comodato
noun
1. huwelijks-, trouwfeest
boda
adjective
1. een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie hebbend
marrón
castaño
noun
1. kleur zoals die van koffie of chocola
marrón
moreno
/
ˈbrœyŋɣrɛis/
adjective
gris parduzco
adjective
1. brood van tarwemeel dat nog zemelen bevat
rojo pardo
/
ˈbrœy̯nvɪs/
noun
1. familie Phocoenidae van kleine rondsnuitige tandwalvissen
marsopa
marsopla
verb
1. het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof
burbujear
espumar
noun
Amerikaanse apen die een brullend lawaai kunnen produceren
mono aullador
/
bry.ˈnɛɪ̯/, /
bry.ˈnɛː/
pronoun
2. een land op op het eiland Borneo, in Zuidoost-Azië. Het ligt aan de Zuid-Chinese Zee, en wordt verder geheel omringd door Maleisië
Brunei
Brunéi
pronoun
1. de hoofdstad van België
Bruselas
noun
achicoria
endivia
endivia belga
radichio
adjective
- 3. vrijpostig
fresco
intréprido
osado
procaz
- 2.
insolente
desvergonzado
grosero
impertinente
verb
1. met grofheid of geweld bejegenen
brutalizar
noun
arquitectura brutalista
noun
producto interno bruto
adjective
abrupto
brusco
desabrido
verb
1. nors en ruw bejegenen
desairar
noun
1. de afkorting voor belasting over de toegevoegde waarde
IVA
/
ˈbʏdʒɛt/
noun
presupuesto
/
'bɵfəl/
noun
1. verzamelnaam voor een aantal zware rundersoorten met vaak forse hoorns
búfalo
búfala
noun
- 3. tijdelijk geheugen in rekenmachines...
buffer
búfer
- 4. scheikundige buffer
buffer
solución amortiguadora
solución reguladora
tampón químico
- 1. locomotief
parachoques
tope
noun
desbordamiento de búfer
noun
desbordamiento de búfer
noun
estado colchón
estado tapón
noun
1. een gebied dat op een of andere manier als buffer dient
zona colchón
zona de amortiguamiento
/
ˈbyfɛt/
noun
- 1. meubelstuk waarin men tafelgoed en -zilver opbergt
aparador
- 2. toonbank waarop allerlei etenswaar ligt die men kan bekomen of zelf pakken
bufete
bar
buffet
/
ˈby.χəɫ/, /
ˈbyː.ɣəl/
noun
1. een koperen blaaasinstrument.
fliscorno
/
bœʏ/, /
bœː/
noun
- 1.
aguacero
chubasco
- 2. gril
capricho
noun
2. huidplooi bij buideldieren ...
bolsa marsupial
noun
1. zoogdier dat het jong in een buidel draagt
marsupial
noun
zoogdier uit de orde Didelphimorphia
didélfido
/
bœʏ̯χə(n)/, /
bœːɣə(n)/
verb
- 1. krom maken
curvar
doblar
- 3. een buiging maken, zich buigen
doblar
inclinarse
- 2. krom worden
doblarse
curvarse
noun
- 6. vormverandering van woorden
flexión
böjning
- 1. nijging als beleefde groet
reverencia
/
bœʏ̯k/, /
bœːk/
noun
1. het onderste deel van de voorkant van de romp van mens of dier dat van boven door het middenrif en van onderen door de bekkengordel begrenst is
vientre
barriga
panza
abdomen
/
ˈbœʏ̯k.pɛɪ̯n/, /
ˈbœːk.pɛɪ̯n/, /
ˈbœːk.pɛːn/
noun
1. pijn in de buik
dolor de barriga
dolor abdominal
dolor de vientre
noun
1.de kunst van het buikspreken
ventriloquia
noun
3. (medisch) zwelling met het uiterlijk van een bobbel, bult
chichón
tolondro
noun
1. een hol, cilindrisch voorwerp
tubo
/
bœʏ̯t/, /
bœːt/
noun
goederen gewonnen door diefstaf of verovering
botín
/
ˈbœʏ̯tə(n)/, /
ˈbœːtə(n)/
adverb
fuera
/
ˈbœʏtə(n)bortmotər/
noun
1. een motor die aan de achterzijde (de spiegel) van een boot bevestigd is die als een roer dient en de boot voortstuwt.
motor fuera borda
motor fuera bordo
motor fuera de borda
motor fuera de bordo
noun
1. buitendraad
rosca externa
rosca macha
noun
1. een tweede woning in een landelijke of natuurrijke omgeving
casa de campo
adjective
extravagante
excéntrico
noun
exterior
lado exterior
periferia
noun
1. ieder land buiten het eigene
extranjero
adjective
1. op het buitenland betrekking hebbend
extranjero
forastero
extraño
pronoun
Asuntos Exteriores
noun
1. buitenschroefdraad
rosca externa
rosca macha
noun
exceso
extravagancia
lujuria
/
ˈbœy̯.tə(n)ˌsta:n.dər/
noun
iemand buiten de groep, van buiten
persona de fuera
noun
1. een tweede woning in een landelijke of natuurrijke omgeving
casa de campo
noun
1. bepaald soort middelgrote roofvogel, Buteo buteo
ratonero común
busardo ratonero
águila ratonero
/
ˈbɵkən/
verb
1. het lichaam geheel vooroverbuigen om bij iets lagers te komen
agacharse
acurrucarse
/
bʏl/
noun
- 1. mannelijk rund en het mannetje van sommige andere zoogdieren en zeezoogdieren
toro
- 2. pauselijke oorkonde
bula
- 1. oorkonde bij het behalen van een academische graad
diploma
noun
1. een gestroomlijnde boeg in de vorm van een bulb, om via de daardoor verminderde waterweerstand het brandstofverbruik te laten dalen
bulbo de proa
noun
1. een stevig gebouwde hond met een grote kop en afhangende liphoeken...
buldog
dogo
/
bɵɫˈγ̊aːrs/
adjective
1. met betrekking tot Bulgarije of de Bulgaarse taal
búlgaro
/
bɵɫˈγ̊aːrs/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Bulgarije
búlgaro
pronoun
1. een land in Zuidoost-Europa
Bulgaria
noun
1. gestoomde, daarna gedroogde en vervolgens grof gemalen of gebroken tarwekorrels, meestal durumtarwe
bulgur
noun
1. een schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om droge stortgoederen zoals ertsen, kolen, graan, enz, te vervoeren.
buque de carga
buque de carga a granel
buque granelero
noun
1. zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren
bulldozer
noun
bulto
giba
joroba
corcova
borbotón
noun
1. iemand met een bochel
corcovado
giboso
jorobado
/
ˈbʏltrʏx/
noun
1. benaming voor een van de grotere baardwalvissen met lange borstvinnen
ballena jorobada
rorcual jorobado
noun
1. stootstang
parachoques
noun
1. zijdelings bijeengehouden verzameling langwerpige voorwerpen
fajo
noun
1. woning of vakantiehuis zonder bovenverdieping
bungalow
noun
1. zwaar versterkte verdedigingsstelling
búnker
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mustela putorius
turón
noun
1. een krachtige narcotische pijnstiller
buprenorfina
noun
1. kasteel
castillo
burgo
noun
- 1. een werkmeubel voor administratief- en studiewerk
escritorio
- 2. een (politie)kantoor
oficina
despacho
noun
1. overlast uit nabuurschap
disturbio en la vecindad
disturbio vecinal
noun
1. onderdeel van het burgerlijk recht m.b.t. rechten, plichten en hinder uit de nabuurschap
derecho de vecindad
noun
1. hoofd van het gemeentebestuur
alcalde
alcaldesa
noun
1. inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
ciudadano
burgués
paisano
/
ˈbʏrɣərlək/
adjective
1. tot de burgers behorend, tot de middenstand behorend
burgués
civil
noun
1. een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen binnen hetzelfde land, waarbij soms ook het leger betrokken is
guerra civil
noun
1. een recht dat men geniet als staatsburger van een land
derecho civil
noun
1. een recht dat men geniet als staatsburger van een land
derechos civils
noun
1. beitel met ruitvormige punt
buril
/
bur.ˌki.na.ˈfa.so/, /
bur.ˌki.na.ˈfɑ.so/
pronoun
1. een republiek in West-Afrika voorheen Opper-Volta genaamd.
Burkina Faso
/
bu.ˈrun.di/
pronoun
1. een land in Afrika dat grenst aan Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tanzania
Burundi
/
bɵs/
noun
1. vervoermiddel op de weg voor een aanzienlijk aantal passagiers
autobús
bus
noun
1. iemand die beroepsmatig reizigers vervoert in een bus
autobusero
conductor de autobús
/
ˈbʏshɑltə/, /
ˈbʏshɑɫtə/
noun
1. een plek waar een bus stopt
parada de autobús
noun
1. een ontplofbaar mengsel van fijngepoederde kool, zwavel en salpeter
pólvora
noun
- 2. borstbeeld
bulto
busto
- 1. boezem
busto
pecho
seno
noun
1. kledingstuk voor vrouwen.
sujetador
sostén
corpiño
ajustador
brasier
soutien
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
calabaza moscada
noun
1. een ester of zout afgeleid van boterzuur
butirato
/
byr/
noun
1. een persoon die in andermans omgeving woont
vecino
noun
1. land dat grenst aan een bepaald land
pais vecino
noun
1. een man naast wie men woont
vecino
noun
- 1. een (deel van een) wijk
barrio
barriada
- 2. de nabijheid
cercania
noun
1. gebouw waar allerlei activiteiten van en voor de bewoners van een buurt plaatsvinden
centro de vecinos
noun
1. vrouw woonachtig in het belendende huis
vecina
/
bizɑnˈtɛinsə/
noun
1. een vrouwelijke inwoner van Byzantium
bizantina
noun
1. geneesmiddel bij problemen met de bloeddruk of het hartritme
betabloqueante
betabloqueador
noun
beta bloqueador
beta bloqueante
/
ˈbɛːtaˌdeltʲə/
noun
partícula beta
noun
datación por radiocarbono
/
ˌkɑbɑˈrɛ(t)/
noun
1. een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht
cabaré
cabaret
noun
1. een beoefenaar van de cabaretkunst
humorista
satírico
/
kakaˈoː/, /
kaˈkɑu/
noun
1. product verkregen uit de bonen van de cacaoboom dat onder andere wordt gebruikt...
cacao
/
kɑˈkʌʊbom/
noun
1. een boom waarvan uit de vruchten de cacao wordt gewonnen
cacaotero
árbol de cacao
noun
1. zaad dat zich in de peulvrucht van de cacaoboom bevindt
semilla de cacao
noun
1.
manteca de cacao
mantequilla de cacao
noun
1. bepaald soort nachtvlinder, Ephestia elutella
polilla de cacao
noun
1. een poederachtige substantie die wordt verkregen door het uitpersen van de cacaomassa van cacaobonen
cacao en polvo
noun
1. een suikerrietdistillaat afkomstig uit Brazilië
cachaza
noun
1. een vetplant met stekels
cacto
cactus
noun
1. een stekelige vrucht van de Opuntia
higo chumbo
higo de pala
higo de tuna
tuna
chumbera
chumbo
/
kaˈdoː/
noun
1. iets dat men aan iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
regalo
noun
1. scheikundig element met symbool Cd en atoomnummer 48
cadmio
noun
1. een eenvoudige eetgelegenheid, waar men een snelle hap kan nuttigen
cafetería
noun
1. een alkaloïde met structuurformule C₈H10N₄O₂ die van nature wordt aangetroffen in koffiebonen en theebladeren
cafeína
noun
1. een uitgaansgelegenheid waar men dranken kan nuttigen
café
noun
enfermedad caisson
enfermedad de los buzos
mal de presión
síndrome de descompresión
noun
1. luchtig gebak
bizcocho
cake
tarta
torta
bizcochuelo
/
ˈka.la/, /
ˈkaː.la/
noun
1. een kleine ronde baai langs een steile kust met een nauwe doorgang naar de open zee
cala
ensenada
noun
1. verkalking
calcificación
noun
1. scheikundig element met symbool Ca en atoomnummer 20
calcio
noun
E263
acetato de calcio
noun
1.een geneesmiddel dat de calciumkanaaltjes in het celmembraan van spiercellen blokkeert
antigonista del calcio
noun
1. calciumcarbid
carburo de calcio
noun
E526
hidróxido de calcio
noun
1. berekening
cálculo
cuenta
/
kɑlkʏˈlatɔr/
noun
- 2. persoon
calculador
- 1. machine
calculadora
adjective
california
californio
noun
1. een scheikundig element en vermoedelijk een grijs of zilverkleurig actinide met het symbool Cf en het atoomnummer 98
californio
noun
1. een eenheid van warmte, gelijk aan de warmte benodigd om een gram water een graad C in temperatuur te doen stijgen
caloría
adjective
1. weinig calorieën bevattend, light
bajo en calorias
/
ˌkalɔriˈmetər/
noun
1.instrument dat warmte of warmtestromen meet
calorímetro
noun
meting van hoeveelheden vrijgekomen warmte
calorimetría
adjective
calorífico
calórico
noun
2. een woord of woordgroep die is gevormd door middel van een één-op-één vertaling...
calco
verb
1. op doorschijnend papier of linnen overtrekken
calcar
noun
1.een sterke alcoholische drank
calvados
noun
1. gereformeerde substroming binnen het Christendom waarin o.a. het voorbestemd zijn centraal staat
calvinismo
/
kaˈlɪmijʏm/
noun
Calímico
/
kɑm.ˈbɔ.dja/, /
kɑm.ˈbɔ.tʃa/
pronoun
1. een land in Zuidoost-Azië dat in het noorden grenst aan Laos, in het noordwesten en westen aan Thailand en in het oosten en zuidoosten aan Vietnam
Camboya
Reino de Camboya
/
ˈkɑmbrijʏm/
noun
Cámbrico
noun
circuito cerrado de televisión
videovigilancia
noun
circuito cerrado de televisión
videovigilancia
/
kɑmuflerən/
verb
1. een voorwerp onopvallend maken
camuflar
camuflajear
/
ˈkɑmpɪŋ/, /
ˈkɛmpɪŋ/
noun
1. een terrein met voorzieningen om te kamperen
campamento
camping
/
ˈka.na.da/, /
ˈkɑ.nɑ.da/
pronoun
1. een soevereine staat in de noordelijke helft van Noord-Amerika
Canadá
pronoun
Canarias
islas Canarias
Islas Canarias
pronoun
Canarias
islas Canarias
verb
1. van groeven voorzien
acanalar
noun
1. elk van de (verticale) groeven op zuilen en pilasters
canaladura
/
'ka.nɔn/
noun
1. de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
canon
noun
1. de waardigheid en taken van een kanunnik
canonjía
/
ˌka.no.ˈnik/
adjective
- 1. standaard deel uitmakend van of overeenstemmend met een bepaalde canon.
- 2. kerkrechtelijk
- 3. standaard voorgeschreven
canónico
verb
1. tot canon maken
canonizar
pronoun
1. een van de 17 autonome regio’s en provincie in het noorden van Spanje gelegen ten oosten van Asturië en ten westen van Baskenland met de hoofdstad Santander
Cantabria
noun
1. en 2. (vrucht van) plant Cucumis melo var. cantalupensis
melón cantaloupe
/
ˌkɑntaˈrɛɫ/
noun
1. bepaald soort eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak, Cantharellus cibarius
rebozuelo
anacate
cantarela
noun
Contrato Colectivo de Trabajo
/
kɑˈpabəl/
adjective
1. kundig, bekwaam
capaz
noun
impedantie
capacitancia
noun
- 1. mogelijkheid om iets te bevatten
capacidad
- 2. aanwezigheid van persoonlijke eigenschappen die vereist zijn voor bepaalde activiteiten
capacidad
inteligencia
talento
/
ˌkapiˈbaːra/
noun
1. Hydrochoerus hydrochaeris, een groot knaagdier...
capibara
carpincho
noun
1. een haarvat, het kleinste vat van de bloedsomloop
capilar
/
ˌka.pɪ.la.ri.ˈtɛɪ̯t/
noun
capilaridad
verb
1. meubels of wanden bekleden met een verende laag
acojinar
acolchar
noun
1. internationaalrechtelijke verklaring dat een partij de strijd tijdens een oorlog opgeeft
capitulación
verb
1. het verzet staken, zich overgeven
capitular
noun
1. kopje koffie dat uit gelijke delen espresso, melk en melkschuim bestaat
capuchino
noun
1. een ester of zout afgeleid van caprinezuur
caprato
noun
1. CH₃(CH₂)₆COOH
ácido caprílico
noun
1. CH₃(CH₂)₈COOH
ácido cáprico
noun
1. CH₃(CH₂)₄COOH
ácido caproico
noun
1. een ester of zout afgeleid van caprilinezuur
caprilato
noun
2.een omhulsel, veelal van gelatine met een medicijn erin
cápsula
verb
1. opvangen van signalen, zenders, stroom enz...
captar
/
ˌka.py.ˈʃɔ̃ː/, /
ˌkɑ.py.ˈʃɔn/
noun
1. hoofdkap bevestigd aan een kledingstuk
capucha
capuchón
capuz
noun
1. bepaald soort zoogdier, Profelis caracal
caracal
/
karákas/
pronoun
1. de hoofdstad van de Zuid-Amerikaanse staat Venezuela
Caracas
/
karɑm'bol/
noun
1. een beoogde botsing van twee biljartballen
carambola
billar francés
noun
1. kampeerwagen, woonwagen, aanhangwagen die kan dienen als woonst
caravana
/
karaˈʔibə(n)/
pronoun
Caribe
noun
1.een anti-epilepticum
carbamazepina
carbamacepina
noun
1. carbid
carburo de calcio
noun
1. carbidgas/acetyleen
acetileno
noun
1. carbidlamp
lámpara de acetileno
verb
1. omzetten van organische stof in koolstof
carbonizar
noun
papel carbón
papel cebolla
noun
1. een organische verbinding die de functionele groep -COOH bezit
ácido carboxílico
/
kɑrˈbon/
noun
Carbonífero
noun
1. toestel dat vloeibare brandstof (bv. benzine) in fijn verdeelde toestand vermengt met lucht
carburador
noun
1. carbuur
carburo de calcio
adjective
1. kankerverwekkend
carcinógeno
cancerígeno
noun
cancerígeno
carcinógeno
noun
1. kankergezwel
carcinoma
noun
1. aandrijfas die tevens de versnellingsbak van een auto met het differentieel verbindt
eje cardán
árbol cardán
árbol de transmisión
adjective
1. met betrekking tot het hart
cardiaco
cardíaco
/
kɑrdijolo'xi/
noun
1. een medisch specialisme dat zich bezighoudt met het opsporen, diagnosticeren en behandelen van hartziekten
cardiología
adjective
1. met betrekking tot hartziekten
cardiológico
/
kɑrdijo'lox/
noun
cardiólogo
/
ˌkɑr.di.joˌmi.jo.paˈti/
noun
1. hartspierziekte
cardiomiopatía
noun
1. hartziekte
cardiopatía
noun
1.
cargador
corredor marítimo
pronoun
1. de zee ten westen van de Atlantische Oceaan, begrensd door de Kleine en de Grote Antillen, de noordkust van Zuid-Amerika en de oostkust van Midden-Amerika
mar Caribe
noun
1. muziekinstrument met klokken
carillón
noun
1. iemand die een beiaard of carillon bespeelt
campanólogo
noun
1. volksfeest waarbij onder meer grote verkleedpartijen plaatsvinden,...
carnaval
carnestolendas
noun
grupo de carnaval
peña
/
kɑrniˈvor/
noun
1. een vleesetend dier
carnívoro
noun
síndrome del túnel carpiano
noun
1. loopbaan, werkgerelateerde maatschappelijke positie
carrera
noun
1. koetswerk van een voertuig
carrocería
noun
1. iemand die land-, zee- en/of luchtkaarten maakt
cartógrafo
noun
1. de kunst en wetenschap van het vervaardigen van land-, zee- en/of luchtkaarten
cartografía
noun
cas
guayaba de Costa Rica
noun
1.eetbaar zaadje van de cashew
anacardo
nuez de anacardo
nuez de caoba
nuez de marañón
noun
1. een gelegenheid waar in een luxe omgeving gegokt wordt
casino
noun
1. Manihot esculenta, een eetbare wortelknol
mandioca
yuca
casava
guacamote
tapioca
noun
1. een behuizing voor video- en audiobanden
casete
noun
magnetófono de casete
noun
1. handklepper van twee bolvormige stukjes hout met een touwtje aan elkaar verbonden
castañuelas
pronoun
1. Spaans zoals dat officieel in Spanje wordt gesproken
castellano
pronoun
1. landstreek in Spanje
Castilla
pronoun
Castilla-La Mancha
pronoun
- 1. mythologische figuur
- 2. ster
- 3. berg
Cástor
noun
castrado
- 2. gecastreerde zanger
castrato
noun
1. ontmanning, het volledig verwijderen van de teelballen bij de man
castración
emasculación
noun
complejo de castración
verb
1. een sterilisatie uitvoeren van een man of mannelijk dier door verwijdering van de zaadballen
castrar
noun
- 1. een naamval
caso
- 2. concrete voorbeeld(en) van iets in de praktijk, vooral gebruikt in wetenschappelijke uitleg en cursussen
ejemplo
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Catalonië, Valencia, Aragón, Balearen, Andorra, Frankrijk en Italië
catalán
verb
1. in een register onderbrengen
catalogar
pronoun
1. een van de 17 autonome regio’s van Spanje, gelegen in het noordoosten van het Iberisch Schiereiland; de twee officiële talen zijn Catalaans en Spaans
Cataluña
noun
1. grijze staar, een troebeling van de ooglens die het zien verstoort
catarata
/
ˌkatɑstroˈfal/
adjective
1. rampzalig
catastrófico
noun
1. een algemene ramp
catástrofe
noun
teoría de las catástrofes
noun
1. achtervanger bij o.a. honkbal
receptor
cácher
noun
1. onderdeel van een rangschikking, rang, groep.
categoría
adverb
1. kategórigamente
categórico
adjective
1. met betrekking tot het (staart) uiteinde, ook gebruikt voor het onderste deel van ruggemerg
caudal
adjective
1. oorzakelijk
causal
noun
1. bijtende chemische stof
cáustico
verb
1. uitbranden van wonden
cauterizar
/
ˈkava/
noun
1. Spaanse mousserende wijn
cava
noun
1. strijdmacht te paard
caballería
noun
1. benaming voor knaagdieren uit het geslacht Cavia
cobaya
noun
1. een gat of ruimte bijv. gaatje door tandbederf
cavidad
noun
1. en 2. een peper, een scherp specerij
pimienta de Cayena
ají
ají chile
ají de cayena
ají guaguao
ají pajarito
noun
1. persoon die een vordering overdraagt
cedente
/
ˈsedər/
noun
1. benaming voor bomen uit het geslacht Cedrus
cedro
noun
- 1. een kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
celda
celda de castigo
cubículo
- 2. een kleine ruimte (in een klooster)
celda
célula
- 4. een zeshoekige opslagplaats in een bijenraat
celda
ergástulo
- 3. de kleinste eenheid binnen een levend organisme waarin alle genetische informatie vervat zit
célula
celda
noun
1.de wetenschap van organische cellen.
biología celular
verb
1. plechtig herdenken
celebrar
noun
1. slagwerkinstrument met een klavier
celesta
/
sɛlkɛrən/
noun
1.
núcleo
núcleo celular
noun
1. musicus die een violoncello of kortweg een cello bespeelt
celista
noun
1. een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de cellist tussen de knieën wordt gehouden
violoncelo
/
sɛ.ly.ˈlɛːr/
adjective
celular
noun
1. ontsteking van het onderhuidse bindweefsel
celulitis
/
ˌsɛ.ly.ˈlo.zə/
noun
1. een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt en die de plant stevigheid geeft
celulosa
noun
1. een omhulsel van de cel bestaande uit fosfolipiden en eiwitten
membrana celular
/
sɛlʋɑnd/
noun
1.
pared celular
noun
1. een bouwmateriaal bestaande uit kalk, zand en grind
cemento
verb
- 2. metaal gloeien met kool
cementar
- 1. met cement bestrijken
cementar
encementar
noun
1. een fabriek waar cement geproduceerd wordt
fábrica de cemento
noun
1. een toestel voor het mengen van de bestanddelen van de mortel of beton
hormigonera
betonera
/
senoˈzowikʏm/
noun
Cenozoico
verb
1. bewust informatie uit de media weghalen
censurar
/
sɛnˈsyr/
noun
1. de controle van de kant van de overheid op alles wat de media uitbrengen
censura
/
'sɛntiˌmetər/
noun
1. een lengtemaat die gelijk is aan één honderdste van een meter
centímetro
adjective
- 2. vanuit één punt bestuurd
central
- 1. in het midden gelegen
central
céntrico
/
sɛn.ˌtral.a.fri.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/, /
sɛn.ˌtral.ɑ.fri.ˌkans.re.pʏ.ˈbliːk/, /
sɛn.ˌtraɫ.a.fri.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/
pronoun
1. een land in Midden-Afrika, officieel de Centraal-Afrikaanse Republiek, dat geheel door land wordt omsloten
República Centroafricana
pronoun
América Central
Centroamérica
pronoun
1. Iraanse taal gesproken door 6 miljoen mensen in Irak en Iran
kurdo
noun
1. een verwarmingssysteem, waarbij de warmte centraal wordt opgewekt
calefacción central
verb
1. op één punt samenbrengen
centralizar
verb
1. in het middelpunt brengen
centrar
noun
1. pomp die een vloeistof verpompt door het met een draaiend rad naar buiten te slingeren
bomba centrífuga
noun
1. centrifugaalmachine
centrifugadora
centrífuga
verb
1. met een centrifuge scheiden, zuiveren of drogen
centrifugar
/
ˌsɛntriˈol/
noun
1. een eiwitstructuur die het hart vormt van het microtubulenetwerk
centriolo
centríolo
adjective
1. met betrekking tot de grote hersenen
cerebral
adjective
1. met betrekking tot de bloedvaten in de hersenen
cerebrovascular
noun
1. een plechtige aangelegenheid
ceremonia
noun
bastonero
maestro de ceremonias
/
ˌsɛrtifiˈkat/
noun
1. een schriftelijk bewijs
certificación
noun
autoridad de certificación
verb
1. het officieel verklaren dat iets geldig is of voldoet aan een norm (zwart op wit geven)
certificar
adjective
1. met betrekking tot de hals en de nek
cervical
noun
1. overdracht van schuldvordering
cesión
noun
1. persoon die een vordering verkrijgt
cesionario
noun
número de cetano
índice de cetano
noun
té Ceilán
té de Ceilán
adjective
1. in slechte stemming, slecht gehumeurd
malhumorado
pronoun
Calcedonia
Calcedón
noun
1. traditionele houten berghut met schuin dak, van oorsprong uit het alpengebied
chalet
/
ʃɑmˈpɑɲə/
noun
1. een schuimwijn uit de champagnestreek in Frankrijk
champaña
champán
noun
1. bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus
champiñón
noun
1. mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
chantaje
verb
1. onder bedreiging een schandaal te veroorzaken iemand geld afhandig maken
chantajear
extorsionar
/
ʃɑnˈtør/
noun
1. iemand die chantage pleegt
chantajista
extorsionador
extorsionista
noun
2. vrouw die chantage pleegt
chantajista
extorsionadora
extorsionista
noun
1. deelgebied van de wiskunde en natuurwetenschappen dat zich bezighoudt met het gedrag van dynamische systemen zoals dat sterk door hun begintoestand wordt bepaald.
teoría del caos
verb
2. iets overdreven voorstellen om iemand of iets belachelijk te maken
abultar
agravar
exagerar
noun
1. uitstraling
carisma
/
ˈʃar.la.tan/
noun
charlatán
adjective
1. aangenaam in omgang
encantador
/
sjarme/
noun
1. de eigenschappen van iemand waardoor die persoon aardig, leuk en vriendelijk wordt gevonden
encanto
verb
1. bekoren
encantar
hechizar
agradar
embelesar
extasiarse
noun
1. iemand die vrouwen weet te bekoren
encanto
seductor
noun
- 2. handvest, beperkte grondwet
carta
- 4. chartervlucht
chárter
- 3. charterpartij
contrato de fletamento
noun
1. vlucht met afgehuurd vliegtuig
chárter
vuelo chárter
noun
- 1. raamwerk
armazón
bastidor
chasis
cuadro
- 2. onderstel van een...
bastidor
chasis
plataforma
/
ʃaʊ̯.ˈføːr/, /
ʃo.ˈføːr/, /
ʃo.ˈfʏːr/
noun
1. de bestuurder van een motorvoertuig
chófer
conductor
noun
chovinismo
patriotismo
adjective
- 2. met betrekking tot het chauvinisme
chauvinista
- 1. behept met een overdreven vorm van vaderlandsliefde
patriotero
/
ˈtʃɛkən/
verb
1. controleren, nakijken
verificar
controlar
chequear
examinar
inspeccionar
noun
hamburguesa con queso
noun
1. Acinonyx jubatus, een zeer snel Afrikaans katachtig roofdier
guepardo
noun
1. de baas, iemand die de leiding heeft
amo
jefe
patrón
noun
terapia de quelación
terapia quelante
noun
1. wetenschap die zich bezig houdt met de kennis van de stoffen ...
química
adjective
1. dat wat tot de chemie behoort, volgens de chemie
químico
noun
1. medicijnen waarmee kanker behandeld wordt
quimioterapia
noun
1. behandeling van kanker met medicijnen
quimioterapia
noun
- 1. tropische plant, Annona cherimola
cherimoyo
- 2. eetbare hartvormige vrucht van Annona cherimola
chirimoya
anona colorada
anona rosada
anón
/
tʃɛ.ˈrɔ.ki/, /
ˈtʃeː.ro.keː/
pronoun
1. inheemse taal gesproken door enkele duizenden mensen in Noord-Amerika
cheroquí
noun
- 2. bepaald model mantel
abrigo chesterfield
- 1. bepaald model armstoel of canapé
sofá chesterfield
noun
1. een rode wijn uit een gelijknamig wijnbouwgebied in Toscane
chianti
quianti
/
sʲik/
noun
- 1. modieus verfijnd
chic
elegante
refinado
- 2. uit de hoge stand
distinguido
/
xɛil/
noun
1. lymfe met veel vet zoals de darmvlokken die bij de spijsvertering uit de darminhoud opnemen en in de chylusvaten afscheiden
quilo
/
ˈʃi.li/
pronoun
1. een land in Zuid-Amerika, grenzend aan Peru, Bolivia en Argentinië en ingeklemd liggend tussen de Stille Zuidzee en het Andesgebergte
Chile
/
ˌʃɪm.pɑn.ˈse/
noun
1. Pan troglodytes, de meest aan de mens verwante mensaap, leeft in Centraal-Afrika
chimpancé
/
ˈʃi.na/
pronoun
1. een land in Oost-Azië, officieel de Volksrepubliek China
China
/
ʃi.ˈnes/
adjective
1. betreffende China
chino
china
/
ʃi.ˈnes/
pronoun
- 1. de voornaamste taal die in China gesproken wordt
chino
- 2. persoon
chino
china
noun
(bladeren van) Brassica rapa subsp. pekinensis
col china
noun
1. bepaald soort grasachtige plant, Eleocharis dulcis
castaña de agua
noun
yuan renminbi de China
noun
2. een klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht
chip
circuito integrado
noun
1. niet bezegelde, door identieke gedeeltes bevestigde oorkonde
carta partida
quirógrafo
/
ʃi'rʏr(ə)x/
noun
1. specialist
cirujano
quirurgo
noun
1. de wetenschap van en de vaardigheid in het opereren
cirugía
adjective
1. betrekking hebben op operatief
quirúrgico
noun
1. een bacteriostatisch antibioticum dat de synthese van eiwitten in bacteriën remt
cloranfenicol
cloramfenicol
noun
E926
dioxyde de chlore
dióxido de cloro
noun
CFC
clorofluorocarbonado
clorofluorocarbono
clorofluorocarburo
verb
1. chloor toevoegen aan
clorar
clorificar
clorinar
verb
1. chloor toevoegen aan
clorar
clorificar
clorinar
verb
1. gevoelloos maken met chloroform
cloroformizar
noun
1. taxonomische groep, Choanoflagellata
choanoflagellata
coanoflagelados
/
xoˈanoflɑɣɛˌlatə(n)/
noun
1. taxonomische groep, Choanoflagellata
choanoflagellata
coanoflagelados
/
ˌʃo.ko.ˈla/
noun
1. een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
chocolate
/
sʲoko'latʲə/
noun
2. stukje chocola
chocolatina
/
ˌʃo.ko.ˈla.də/, /
ˌʃɔko.ˈla.də/
noun
1. een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
chocolate
noun
1. kleine chocoladen korrels
granizo de chocolate
noun
1.
golosina de chocolate con forma de letra mayúscula
noun
1. drank gemaakt van cacao, suiker en melk
leche con chocolate
chocolatada
chocolate
leche chocolatada
noun
pudín de chocolate
pudín sabor chocolate
noun
1. chocoladewinkel, chocoladefabriek
chocolatería
bombonería
noun
estrangulador
cierre del aire
estárter
noun
1. ontsteking van de galblaas
colecistitis
noun
colecistocinina
colecistoquinina
/
χoləra/
noun
1. een zeer besmettelijke infectieziekte die de darmen aantast
cólera
noun
1. stof die de galvorming bevordert
colerético
noun
1. vet dat in je lichaamscellen zit, zoals galvet, lichaamsvet
colesterol
noun
1. muziekinstrumenten waarbij de toon wordt geproduceerd door een trillende snaar
cordófono
noun
gonadotropina coriónica
noun
crestomatía
antología
florilegio
adjective
1. te maken hebbend met het christendom
cristiano
/
ˈkrɪs.tən/
noun
1. een belijder van de christelijke godsdienst
cristiano
cristiana
/
ˈkrɪ.stən.ˌdɔm/
noun
1. een religie gebaseerd op het evangelie en leven van Jezus zoals beschreven in het Nieuwe Testament
cristianismo
cristiandad
/
ˈkrɪs.tə.nə(n)/
noun
cristianos
noun
persecución a los cristianos
noun
fundamentalismo cristiano
noun
persecución de los cristianos
pronoun
Christmas
Kiritimati
isla Christmas
isla de Navidad
noun
habitante de la Isla Christmas
adjective
de la isla Christmas
noun
habitante de la Isla Christmas
/
ˈxrɪstʏs/
pronoun
Cristo
Jesucristo
adjective
1. “kleuring” van standaardtreden van een toonladder door incidentele toonverhogingen of - verlagingen
cromático
/
ˌɣro.mo.zo.ˈmal/, /
ˌɣro.mo.zo.ˈmaɫ/, /
ˌχro.mo.zo.ˈmaɫ/
adjective
1. met betrekking tot de chromosomen, de eiwitten die erfelijke informatie bevatten
cromosómico
/
ˌχroʊmoʊˈsoʊm/
noun
1. staafachtig lichaampje
cromosoma
noun
1. iemand die kronieken schrijft
cronista
/
ˈkronis/
adjective
1. voortdurend, aanhoudend
crónico
phraseologicalUnit
encefalopatía traumática crónica
noun
fotografie van bewegende objecten
cronofotografía
noun
instrument om nauwkeurig het begin en einde van een waarneming te registreren
cronógrafo
/
xrono.lo'ɣiː/
noun
1. de wetenschap die zich bezig houdt met het rangschikken in de tijd van historische gebeurtenissen
cronología
noun
1. een uurwerk waarop zeer kleine tijdsdelen kunnen worden afgelezen
cronómetro
pronoun
1. Boliviaans departement gelegen in het zuiden van het land. Hoofdstad is Sucre
Chuquisaca
/
ˌxi.lo.mi.ˈkrɔn/, /
ˌχi.lo.mi.ˈkrɔn/
noun
1. een grote door darmwandcellen geproduceerde lipoproteïne, waarin lipiden uit het voedsel van de darmwandcellen naar andere weefsels worden getransporteerd
quilomicrón
/
ˈxilʏs/
noun
1. lymfe met veel vet zoals de darmvlokken die bij de spijsvertering uit de darminhoud opnemen en in de chylusvaten afscheiden
quilo
noun
1. groot, halfvleugelig insect, leeft in Zuid-Europa en in de tropen (Cicadidae)
cigarra
chicharra
cicada
noun
1. littekenvorming
cicatrización
/
ˌsikoˈrɛɪ/
noun
achicoria
achicoria amarga
achicoria de Bruselas
achicoria de café
achicoria de hoja
achicoria de raíz
noun
1. vruchtenwijn uit gegist appelsap of perensap
sidra
sidra de manzana
noun
1. een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden
cifra
noun
1. de inhoud van het deel van de cilinder waarlangs de zuiger zich verplaatst, het slagvolume
cilindrada
adjective
1. zoals een cilinder, cilindervormig, buisvormig
cilíndrico
noun
1. voorloper van de filmprojector
cinematógrafo
noun
1. iemand die gevangenen bewaakt en verzorgt
carcelero
alcaide
guardia
guardián de cárcel
noun
1. bepaald soort naaldboom, Cupressus sempervirens
ciprés
abbreviation
a eso de
aproximadamente
cerca de
próximamente
noun
1. omloop voor snelheidswedstrijden
circuito
noun
1.
bomba de circulación
noun
1.
bomba de circulación
verb
1. in omloop zijn
circular
noun
- 2. chaotische toestand
aparato
circo
- 1. attractie
circo
verb
1. in cirkels ronddraaien of rondvliegen
girar
noun
petición de principio
petitio principii
noun
segmento circular
segmento de un círculo
/
ˈsɪrkəlzax/
noun
1. motorzaag met een rond zaagblad
sierra circular
/
'sɪrɵs/
noun
1. een zeer hoog drijvende wolk die eruitziet als katoenvlokken, pluimen of veren, in regelmatige strepen aan de hemel verdeeld
cirro
verb
1. heel fijne reliëfversieringen in metalen voorwerpen maken
repujar
abollonar
cincelar
noun
1. aanhaling, ontleende passage
cita
citación
noun
1. een snaarinstrument dat voornamelijk gebruikt wordt in het Duitstalige deel van Europa
cítara
verb
1. eigen of andermans woorden ontlenen
citar
noun
citrino
cuarzo citrino
noun
1. ovale, gele zure vrucht van de citroenboom
limón
citrón
noun
hoja de lima kaffir
limón
limón agria
limón agrio
limón amarillo
limón criollo
noun
1. uit China afkomstige boomsoort waarvan de citroen de vrucht is, Citrus limon
limonero
noun
caña Santa
caña de limón
citronella
hierba de limón
hierba limonera
hierba limón
noun
exprimidor de limones
noun
citrino
cuarzo citrino
noun
1. Melissa officinalis, een vaste plant die naar citroen ruikt; van de bladeren kan thee gezet worden
melisa
toronjil
citronela
hoja de limón
noun
2. raspsel van de schil van een citroen
ralladura de limón
noun
1. en 2. schil van een citroen
corteza de limón
cáscara de limón
noun
1. dagvlinder van de Pieridaefamilie
limonera
mariposa del limón
noun
1. Viverra, een geslacht van kleine slank gebouwde roofdieren dat ---
civeta
algalia
gato de algalia
verb
1. beschaving bijbrengen
civilizar
noun
- 2. recht
derecho
- 1. aanspraak op vergoeding van schade
reclamación
noun
1. artistieke techniek
claroscuro
noun
sociedad de clasificación
noun
1. vaste insluitverbinding van water en een ander molecuul
clatrato
noun
1. pijn en kramp in de benen als gevolg van een slagaderlijke vaatafwijking
claudicación
/
klʌstrofoˈbiː/, /
klʌustrofoˈbiː/
noun
1. vrees voor afgesloten ruimten
claustrofobia
/
klʌʊˈsylə/
noun
1. een extra bepaling in een ambtelijke brief.
cláusula
noun
1. afsluiting van bepaalde delen van een klooster
separación
noun
1. de leiders van een kerkgenootschap
clero
adjective
1. een onbeklemtoonde vorm aannemend, vaak met reductie van volle klinkers tot een sjwa
clítico
noun
1. gevoelig orgaan bovenaan de schaamspleet van de vrouw dat voor de seksuele opwinding zorgt
clítoris
noun
clientelismo
clientelismo político
noun
1. een medicijn dat onder andere de bloedvaten verwijdt en de bloeddruk verlaagt
clonidina
/
kloːn/, /
klʌːun/
noun
- 1. komische artiest
payaso
clown
payasa
arlequín
augusto
- 2. bespottelijk iemand
payaso
payasa
noun
1. bepaalde soort kleine vis Amphiprion ocellaris
pez payaso común
/
klɵp/
noun
- 1. besloten gemeenschap
club
- 3. golfstok
club
palo
palo de golf
- 2. gemakkelijke stoel
sillón
butaca
noun
intoxicación por monóxido de carbono
noun
1. stolling
coagulación
/
kowaˈli(t)si/
noun
1. verbond van twee of meer partijen, mogendheden of staten om een gemeenschappelijk doel te bereiken
coalición
noun
1.
gobierno de coalición
noun
1. een mengsel van stoffen dat, als bescherming, op verschillende producten gestreken kan worden
recubrimiento
baño
noun
cobalamina
vitamina b12
pronoun
1. hoofdstad van het Boliviaans departement Pando
Cobija
noun
1. gevaarlijke gifslang
cobra
noun
1.
coca
arbusto de coca
coca del Perú
cocáa
igatúa
javo
noun
1. een drug die bereid wordt uit de bladeren van de coca die euforie en ongevoeligheid voor pijn veroorzaakt en leidt tot verslaving
cocaína
noun
cabina
cabina de vuelo
camarote
carlinga
noun
1. drankje bestaande uit gemixte alcoholische dranken
cóctel
cocktail
coctel
noun
coctelera
vaso mezclador
pronoun
islas Cocos
islas Cocos-Keeling
adjective
de las islas Cocos
verb
1. in een code brengen
codificar
cifrar
encriptar
noun
1. de 3-monomethylether van morfine, een alkaloïde dat gevonden wordt...
codeína
/
kɔχ'nat/
noun
- bloedverwant
- woord van zelfde afstamming
cognado
/
kɔxniˈtif/
adjective
1. met betrekking tot het leerproces
cognitivo
cognoscitivo
noun
1. eigendoms- en ontvangstbewijs waarin zeevrachtbrief en vervoersovereenkomst worden gecombineerd
conocimiento de embarque
noun
2. een onderlinge aantrekking van moleculen van een zelfde stof
cohesión
noun
1. ontgaste steenkool
coque
noun
2. koolzuurhoudende frisdrank
cola
verb
1. met de vijand samenwerken
colaborar
/
ˌkɔlɑˈɣen/
noun
1.
colágeno
noun
1. flauwvallen
colapso
/
kɔlɛkt'kɔːl/
noun
llamada a cobro revertido
noun
1. meerdere groepen die onder één noemer worden aangesproken
colectivo
noun
1. stellen van het belang van de gemeenschap boven dat van het individu
colectivismo
/
kɔˈleɣa/, /
kɔˈleχa/
noun
1. een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt
colega
noun
- 1. de tijd waarin een docent een bepaald onderwerp uitlegt aan studenten
clase
- 1. scholengemeenschap
colegio
noun
1. een ruimte waarin les wordt gegeven aan studenten
aula
noun
1. naam voor Schotse langharige herdershond
collie
noun
1. halsketting, halsband, halssnoer
collar
noun
coloquio
coloquio público
noun
1. oogspoeling
colirio
/
ko.ˈlɔm.bi.ja/
pronoun
1. een land in het noordwesten van Zuid-Amerika
Colombia
noun
1. een inwoner van Colombia of persoon die de Colombiaanse nationaliteit bezit
colombiano
/
ko'lɔnə/
noun
- 1. rij van militairen of voertuigen in een groot aantal gelederen van kleine frontbreedte
columna
- 2. vijfde colonne: een groep mensen die zich voordoet als loyaal, maar die in dienst staat van de vijand en in het geheim ondermijnende acties uitvoert
quinta columna
noun
1. een kever die op de aardappelplant leeft van ongeveer 1 cm lang en met een geel...
escarabajo de la patata
escarabajo de Colorado
noun
coloratura
gorgorito
melisma
noun
1. de eerste, gelige moedermelk
calostro
noun
1. koker van soepel textiel die men om de hals kan dragen
braga de cuello
noun
1. kort stukje proza
columna
/
ˈkoːmaː/
noun
1. volkomen bewusteloosheid
coma
adjective
1. in volkomen bewusteloosheid
comatoso
noun
1. werktuig waarmee je zowel op verschillende manieren kan vastknijpen als afknippen
alicates universales
alicates
verb
combinar
- 3. met elkaar in verband brengen
relacionar
pronoun
CAME
Comecon
Consejo de Ayuda Mutua Económica
/
kɔnˈfɔrt/
noun
1. een toestand waarin men zonder onrust, vrees of verlegenheid is
confort
comodidad
adjective
1. gerieflijk
confortable
cómodo
noun
1. een installatie voor de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimte
climatización
noun
1. iemand die het commando heeft over een leger of vloot
comandante
noun
sociedad en comandita
/
kɔ.ˈmɑn.do/
noun
- 2. speciaal getrainde groep militairen voor speciale missies
comando
- 3. opdracht om een bepaald proces uit te voeren
comando
instrucción
mandato
orden
- 1. bevel, leiding
mandato
mando
comando
/
kɔmən'tar/
noun
- 2. kritiek
comentario
- 1. toelichting of verklaring
comentario
anotación
verb
1. van commentaar voorzien
comentar
/
kɔmərˈʃel/, /kɔmɛrˈsjel/
adjective
1. zakelijk
comercial
noun
2. een hoge rang bij de politie
comisario
noun
- 1. een groep personen aan wie een bepaalde opdracht wordt gegeven of die voor een bepaald doel bijeenkomen
comisión
- 2. loon...
corretaje
noun
1. een kast met veel laatjes op werkhoogte om een baby aan te kleden
cómoda
noun
1. onrust bij een groep mensen
conmoción
adjective
gemeenschappelijk
comunal
/
ˌkɔ.my.nɪ.ˈkaː.si/, /
ˌkɔmyniˈkasi/, /
ˌkɔmyniˈkaʦi/
noun
1. het uitwisselen van informatie
comunicación
noun
ciencias de la comunicación
noun
medio de comunicación
noun
satélite de comunicaciones
noun
1.een systeem voor het beheren van communicatieprocessen
sistema de comunicaciones
noun
tecnología de la comunicación
verb
- 1. ter communie gaan
comulgar
- 2. met elkaar in contact komen
comunicar
/
kɔ.ˈmy.ni/, /
kɔ.ˈmyː.nɪə̯/
noun
1. de gemeenschap met lichaam en bloed van Jezus Christus in de vorm van brood en wijn
comunión
/
kɔmyˈnɪsmə/
noun
1. ideologie die gericht is op gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen en verbruiksgoederen
comunismo
pronoun
1. Bantoetaal gesproken op de Comoren, Madagaskar, Mayotte en Réunion
comorano
/
ko.ˈmoː.rə(n)/, /
ko.ˈmo̝ː.rə(n)/
pronoun
2. staat gevestigd op de gelijknamige eilanden
Comoras
adjective
- 1. ruimte beperkende uitvoering, gedrongen
compacto
apretado
- 2. in bezit van een hoge dichtheid
denso
verb
1. het volume van iets kleiner maken
compactar
noun
- 2. vennootschap
compañía
- 1. onderdeel van een bataljon
compañía
cuadrilla
noun
- 2. vennoot
asociado
socio
- 1. metgezel
compañero
noun
1. iemand die voor een notaris verschijnt om een akte op te maken
compareciente
noun
1. verschijning in rechte
comparecencia
/
ˌkɔmpɑrtiˈmɛnt/
noun
- 2. treincoupé
compartimento
compartimiento
- 1. afdeling
compartimento
compartimiento
departamento
adjective
1. op elkaar aansluitend, met elkaar in overeenstemming te brengen
compatible
/
/
noun
1. verenigbaarbeid van elektronische apparaten, softwareprogramma's, enz
compatibilidad
noun
1. iets wat minder is uitvallen, weer goed (proberen te) maken (met een extra toegift)
compensación
verb
1. iets goed (proberen te) maken, terug in balans brengen
compensar
adjective
1. bevoegd; bekwaam
competente
noun
1. een ontwikkelbaar vermogen van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen
competencia
verb
1. rechtmatig toekomen
competer
noun
1. wedijver, concurrentie
competición
adjective
1. gewend aan en in staat om strijd te leveren
competitivo
noun
1. (informatica) computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')
compilador
adjective
1. volledig, voltallig
completo
completamente
entero
adjective
1. aanvullend
complementario
noun
sistema del complemento
/
kɔmplɛks/
adjective
1. ingewikkeld
complejo
complicado
noun
1. de mate waarin iets complex is
complejidad
complexidad
noun
1. de studie van de complexiteit en mate van oplosbaarheid van wiskundige vraagstukken binnen het kader van...
complejidad computacional
noun
1. bijkomende ziekte (verergering)
complicación
verb
1.(nodeloos) ingewikkeld maken
complicar
noun
1. een lovende of vleiende opmerking
cumplido
cumplimiento
verb
dar expresiones
dar recuerdos
noun
1. geheime samenwerking van meerdere personen om een bepaald (verboden of slecht) doel te bereiken
complot
trama
noun
1. een deel van een geheel
componente
noun
1. iemand die muziekstukken schrijft
compositor
noun
- 1. samengesteldbloemige
compuesta
- 2. samengesteld materiaal
material compuesto
noun
een samengesteld materiaal dat is opgebouwd uit verschillende componenten
material compuesto
noun
1. een muziekstuk, werkstuk van een componist
composición
noun
1. is het residu dat ontstaat na ontbinding van organisch materiaal (d.w.z. van plantaardige of dierlijke oorsprong)
compost
estiércol
mantillo
noun
1. met suiker gestoofde vruchten
compota
fruta cocida
noun
comprehensión
comprensión
noun
1. samendrukking
compresión
noun
módulo de compresibilidad
noun
carrera de compresión
tiempo de compresión
noun
relación de compresión
verb
1. samenpersen, compact maken
comprimir
/
kɔmproˈmi/
noun
1. overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen...
compromiso
verb
comprometer
comprometerse
/
kɔm.ˈpju.tər/, /
kɔm.ˈpɪ̯uː.tər/
noun
1. informatieverwerkende machine
ordenador
computadora
computador
noun
arquitectura de computadoras
arquitectura de computadores
noun
seguridad informática
/
kɔmˈpjutərə(n)/
verb
1. gebruikmaken van de computer
estar delante del ordenador
noun
computación gráfica
gráficos por computadora
noun
caja
carcasa
chasis
gabinete
torre
noun
red de computadoras
red de comunicaciones de datos
red de ordenadores
red informática
noun
1. een programma dat geïnstalleerd en gebruikt kan worden op een computer
programa de ordenador
programa de computadora
programa informático
noun
desarrollador de software
programador
noun
ajedrez por computadora
noun
1. een spel dat via of met de computer gespeeld wordt
juego de ordenador
noun
1. de taal waarin computerprogramma's worden geschreven, de programmeertaal.
lenguaje de ordenador
lenguaje informático
noun
tomografía axial computarizada
noun
traducción automática
noun
ciencias de la computación
adjective
1. holrond, met een naar binnen gebogen oppervlak
cóncavo
noun
1. afgesloten terrein met barakken waar machthebbers bepaalde groepen mensen zonder rechtsgang onder dwang van de samenleving afgezonderd houden
campo de concentración
campo de internamiento
noun
síndrome del superviviente
verb
- 1. op één plek samenbrengen
concentrar
concentrarse
- 2. zich ~ op één zaak toespitsen
concentrarse
noun
- 2. een idee
concepto
- 1. een ontwerp, een project
proyecto
noun
1. bevruchting
concepción
fecundación
noun
1. een muziekuitvoering door een orkest etc.
concierto
noun
1. concertmeester
concertino
primer violón
noun
- 1. toegeving aan wensen
cesión
concesión
- 2-3
concesión
privilegio
/
kɔn.si.ˈjɛr.ʒə/, /
kɔn.ˈʒɛr.ʒə/
noun
1. een huisbewaarder, een toezichter in een gebouw
portero
conserje
noun
1. een besloten kerkvergadering van kardinalen waarbij een paus gekozen wordt
cónclave
/
ˌkɔŋklyˈderən/
verb
2. (overgankelijk) tot een besluit komen
concluir
sacar conclusión
/
kɔŋˈklyzi/
noun
conclusión
noun
1. overeenkomst tussen een staat en de paus over de rechten van de rooms-katholieke kerk in een land
concordato
/
kɔnˈkret/
adjective
2. in realiteit bestaand
concreto
verb
1. een gegeven) concreet maken
concretar
noun
1.vrouw met wie een man in ongehuwde staat...
concubina
adjective
1. gelijkgerechtigd, noch zekerheid noch voorrang hebbend
quirografario
noun
1. mededinger, wedijveraar
competidor
rival
noun
1.
competición
competencia
/
kɔŋkʏˈrerə(n)/
verb
competir
rivalizar
/
kɔndɛn'zasi/
noun
condensación
noun
1. elektrische component
condensador
capacitor
verb
1. overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
condensar
noun
- 2. voorwaarde
condición
- 1. gezondheidstoestand
forma
verb
- 1. als voorwaarde stellen, bedingen
- 2. in zekere toestand brengen of houden
condicionar
noun
1. benaming voor sommige roofvogels uit de Amerikaanse tak (Cathartidae) van de gierenfamilie
cóndor
noun
conductancia eléctrica
noun
1. een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde in de trein of tram dient te bewaren
revisor
cobrador de tranvía
noun
1. geleiding
conducción
noun
1.
productos secos
confección
noun
industria de la confección
noun
1. felgekleurde papiersnippers
confeti
noun
1. samenstel van figuren
configuración
adjective
confirmativo
confirmatorio
verb
1. van staatswege in beslag nemen
confiscar
decomisar
noun
1. jam
mermelada
confitura
noun
confrontación
enfrentamiento
verb
1.iemand laten zien wat diegene heeft gedaan
confrontar
carear
adjective
1. aangeboren
congénito
noun
1. ophoping van vloeistof bijv. bloed
congestión
/
kɔŋˈɣrɛs/, /
kɔŋˈχrɛs/
noun
1. een grote vergadering van deskundigen op een bepaald vakgebied
congreso
adjective
1. de vorm hebbend van een (afgeknotte) kegel
cónico
noun
1. binding
conjugación
/
ˈkɔn.jʏŋk.tif/
noun
1. aanvoegende wijs
subjuntivo
modo subjuntivo
noun
1. bindvliesontsteking van het oog
conjuntivitis
noun
1. de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn
coyuntura
noun
1.een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
conjuntivitis
noun
1. de bijklank of gevoelswaarde van een woord of woordgroep, die tot op zekere hoogte losstaat van de letterlijke betekenis
connotación
verb
1. consecratie verrichten
consagrar
/
kɔnˈsɛnzʏs/
noun
consenso
adjective
1. logisch handelend dat overeenkomt met voorafgaande gedachte, toezegging of handeling
consecuente
noun
1. een noodzakelijk gevolg
consecuencia
/
kɔnsɛrvaˈtif/
adjective
1. vasthoudend aan het oude en vertrouwde
conservador
conservativo
noun
1. een school in het hoger onderwijs waar men zich kan laten opleiden tot professioneel musicus, acteur/actrice of danser(es)
conservatorio
noun
conservador
conservante
noun
2. ingeblikt voedsel ter bewaring tegen bederf
conserva
conservas
noun
1. het bereid zijn iets mee te nemen in je overweging hoe te handelen
consideración
noun
- 1. vrij zijn van innerlijke tegenspraak
consistencia
consistencia lógica
- 2. dichtheid van een stof
consistencia
espesor
verb
1. vast en duurzaam maken
consolidar
/
kɔnso'nɑnt/
noun
consonante
verb
1. samenzweren
conspirar
adjective
1. Altijd onveranderlijk
constante
pronoun
número de Avogadro
phraseologicalUnit
constante de Boltzmann
noun
1. constante
constante de Brun
noun
1. constante
constante de Euler-Mascheroni
noun
1. constante
constante de Gelfond
noun
1. constante
constante de Kaprekar
noun
1. constante van Mills
constante de Mills
noun
1. constante
constante de Planck
/
kɔnsta'terə(n)/
verb
1. vaststellen
constatar
noun
2,3 sterrenbeeld, configuratie, onderlinge stand van hemellichamen
constelación
noun
1. een situatie waarin men zich geen raad meer weet
consternación
noun
1. verstopping, harde of uitblijvende ontlasting
estreñimiento
noun
constituyente sintáctico
noun
2. grondwet
constitución
noun
1. een ontwerper van constructies
constructor
/
ˌkɔnstrʏkˈtif/
adjective
1. opbouwend
constructivo
noun
material de construcción
noun
- 1. Romeins overheidspersoon
- 1. vertegenwoordiger
cónsul
noun
1. een deskundige raadgever
consultor
asesor
noun
1. een deskundige raadgever
asesora
consultora
noun
1. een adviesgesprek met een arts of rechtsgeleerde
consulta
/
kɔnzyˈmɛnt/, /kɔnsyˈmɛnt/
noun
1. algemene term voor personen, huishoudens die goederen en diensten verbruiken ...
consumidor
noun
electrónica de consumo
noun
- 1. het nuttigen van voedsel
consumición
ingestión
- 2. het verbruiken van goederen
consumo
/
kɔn.ˈtɑk/, /
kɔn.ˈtɑkt/
noun
- 1. een toestand waarbij twee voorwerpen elkaar raken
- 2. onderlinge communicatie
- 3. een contactpersoon
- 4. een verbinding van twee elektrische geleidingen
- 5. een elektrische schakelaar
- 6. de grens tussen stollings- en nevengesteente
contacto
verb
1. contact opnemen met
contactar
noun
1. een zeer kleine glazen of kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
lente de contacto
lentilla
noun
3. schakelaar die herhaaldelijk ...
platino
noun
carguero portacontenedores
portacontenedores
noun
1. verontreiniging of besmetting met chemische stof of bacterie
contaminación
adverb
1.
al contado
en efectivo
/
ˈkɔn.tənt.ˌmɛ.nədʒ.ˌmɛnt.si.ˈstem/
noun
sistema de gestión de contenido
sistema de gestión de contenidos
/
ˈkɔntɛkst/
noun
1. verband waarin iets zich voordoet
contexto
noun
1. een werelddeel
continente
/
kɔntɪŋ'gɛnt/
noun
contingente
cuota
cupo
parte proporcional
/
ˌkɔntinyˈweːrə(n)/
verb
1. voortzetten
continuar
seguir
proseguir
noun
mecánica de medios continuos
noun
1. een aanval tegen een aanval
contraataque
noun
1. een reden om een behandeling of onderzoek niet uit te voeren
contraindicación
/
kɔntrabɑndə/
noun
contrabando
noun
1. het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten
contrabajo
noun
1. gebruik van voorbehoedmiddelen
contracepción
/
kɔnˈtrɑkt/
noun
1. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst
contrato
destajo
verb
1. een contract sluiten
contratar
noun
1. samentrekking van orgaan of spieren
contracción
noun
1. vermogen zich te kunnen samentrekken
contractilidad
noun
1. vrijheid van rechtssubjecten om inhoud, werking en vorm van een overeenkomst te bepalen
libertad de contratación
noun
1. blijvende samentrekking of kramp
contractura
noun
1. vrijheid van rechtssubjecten om inhoud, werking en vorm van een overeenkomst te bepalen
libertad de contratación
noun
1. soort dans
contradanza
noun
1. tegenstrijdigheid
contradicción
noun
1. een tegenstrijdigheid in de woorden, een innerlijke tegenspraak
contradicción in términis
noun
1. een tegenstrijdigheid in de woorden, een innerlijke tegenspraak
contradicción in términis
adjective
contraproducente
noun
1. leer der meerstemmigheid
contrapunto
noun
- 2. verschil tussen maximaal wit en maximaal zwart
contraste
- 1. opvallende tegenstelling
contraste
contraposición
verb
1. een tegenstelling vormen
contrastar
noun
elemento de contraste
medio de contraste
verb
1. inspecteren, toezicht houden, onderzoeken, nazien
controlar
comprobar
verificar
examinar
inspeccionar
revisar
noun
1. iemand die belast is met de controle
inspector
revisor
adjective
1. onderwerp zijnde van een twist
controversial
adjective
1. onderwerp zijnde van een twist
controversial
noun
1. periode van herstel
convalecencia
noun
- 2. vergadering
asamblea
convención
- 3. partijcongres in de Verenigde Staten
convención
- 4. regel voor maatschappelijke omgang
convención
conveniencia
- 1. internationale overeenkomst
convenio internacional
tratado internacional
noun
convencionalidad
convencionalismo
adjective
1. wat door het vaste gebruik bepaald is
convencional
/
ˌkɔnvɛrˈɣɛnt/
adjective
1. in één punt samenkomend
convergente
/
kɔn.vɛr.ˈsa.tsi/
noun
conversación
verb
1. een gesprek voeren
conversar
noun
1. omzetting
conversión
noun
trastorno de conversión
adjective
1. bolrond, met een gebogen oppervlak
convexo
noun
1. stuip, toeval
convulsión
noun
habitante de las Islas Cook
adjective
de las islas Cook
noun
1. scheikundig element met symbool Cn en atoomnummer 112
copernicio
adjective
1. rijkelijk, overvloedig
copioso
noun
1. een gezamenlijke productie
coproducción
verb
1. geslachtsgemeenschap hebben
copular
pronoun
1. een rivier op de grens van Guyana en Suriname
río Corentín
noun
1. sterke, geribde stof
corderoy
corduroy
pana
noun
1. het hoornvlies van het oog
córnea
pronoun
2. spelwoord voor de letter c
Carmen
noun
copos de maíz
copos de maíz tostados
corn flakes
noun
alpicoz
cohombro
pepinillo
pepino
pepino dulce
pepino ensalada
/
ˈkɔrnis/, /
ˈkɔrnɪs/
pronoun
1. een Keltische taal die gesproken wordt in Cornwall
córnico
pronoun
1. schiereiland in het zuidwesten van Engeland
Cornualles
noun
instrument dat gebruikt wordt voor het waarnemen van verschijnselen in de ijle atmosfeer rond de zon
coronógrafo
adjective
1. met betrekking tot de krans-slagaders van het hart
coronario
adjective
1. lichamelijk
corporal
noun
1. het te dik zijn van een mens of dier
corpulencia
noun
1. verbetering
corrección
noun
1. samenhang
correlación
noun
- 1-3
correspondiente
corresponsal
- 4. berichtgever aan nieuwsmedia
correspondiente
corresponsal
reportero
noun
correspondencia
carteo
noun
principio de correspondencia
noun
teoría correspondentista de la verdad
/
ˌkɔriˈʒeːrə(n)/, /
ˌkɔriˈʒɪːrə(n)/
verb
1. iets van fouten ontdoen
corregir
noun
1. roest, een langzame verbinding met zuurstof
corrosión
adjective
1. met behulp van geschenken, geld e.d. over te halen om zijn plicht, partij, of overtuiging te verzaken
corrompido
noun
1. bedrog vanwege oneerlijkheid
corrupción
cohecho
noun
1. kengetal dat gebaseerd op een enquête aangeeft hoeveel machtsmisbruik voor persoonlijk gewin in een bepaalde samenleving voorkomt
índice de corrupción
noun
1. kengetal dat gebaseerd op een enquête aangeeft hoeveel machtsmisbruik voor persoonlijk gewin in een bepaalde samenleving voorkomt
índice de percepción de corrupción
/
'kɔrsɪkɑ/
pronoun
1. Frans eiland
Córcega
pronoun
1. een taal die op Corsica gesproken wordt
corso
noun
1. bijnierschorshormoon
corticosteroide
noun
1. schoonheidsmiddel
cosmético
/
ˌkɔs.ta.ˈri.ka/
pronoun
1. een staat in Midden-Amerika, tussen Panama en Nicaragua
Costa Rica
noun
1. (eenvoudige) slaapplaats in een trein, die overdag meestal als zitplaats gebruikt kan worden
litera
/
kup/
noun
1. staatsgreep
golpe de Estado
putsch
noun
compartimento
compartimiento
cupé
departamento
adjective
1. wat gebruikelijk is
corriente
noun
1. massamedium
diario
periódico
gaceta
noun
1. Cucurbita pepo, een groente uit de komkommerfamilie
calabacín
calabacita
noun
1. beloning voor de tussenpersoon
corretaje
noun
1. modeontwerper,ontwerper en maker van modieuze kledij
modista
/
ˈkɔvər/
noun
canción versionada
cóver
noun
1. iemand die tijdens de coronapandemie de maatregelen tegen de verspreiding...
covidiota
pandejo
pandeja
noun
1. veedrijver/veehoeder
vaquero
cowboy
noun
1. bepaald soort zoogdier, Canis latrans
coyote
noun
1. een constante factor van een onbekende of van een veranderlijke grootheid
coeficiente
noun
1. seks waarbij de man met zijn penis het lichaam van de partner binnengaat
coito
noun
2. op samenwerking gegronde vereniging of bedrijf
cooperativa
adjective
op samenwerking gebaseerd
cooperativo
noun
sistema de coordenadas
noun
1. onderlinge afstemming, het coördineren
coordinación
noun
1. iemand die zorgt dat de dingen in hun samenhang geregeld worden
coordinador
verb
1. zo organiseren dat alles en iedereen goed kan samenwerken
coordinar
noun
1. bepaald soort struik en 2. vrucht daarvan, Vaccinium macrocarpon
arándano rojo
arándano
noun
- 1. ernstig verkeersongeluk
accidente
choque
- 2. ineenstorting van de aandelenmarkt
colapso financiero
crack
verb
1. zwemmen met de crawlslag
bracear
noun
1. een schepping, iets totaal nieuw
creación
/
krejaˈtif/
adjective
1. scheppend vermogen bezittend, met een scheppende geest
creativo
noun
1. gedrevenheid of vaardigheid om iets oorspronkelijks te maken
creatividad
noun
1. schepsel; iets dat gemaakt is
criatura
verb
1. als tegoed boeken
abonar
acreditar
noun
1. iemand aan wie iemand iets (meestal geld) verschuldigd is
acreedor
acreedora
noun
- 1. religie
- 2. geloof of overtuiging
- 3. motto
credo
noun
1. de lijkverbranding, de verassing
cremación
incineración
noun
1. centrum voor lijkverbranding
crematorio
noun
1. in Latijns-Amerika geboren nazaten van een samensmelting van Afrikaanse slaven...)
criollo
adjective
1. behorend tot, met betrekking tot creolen
criollo
noun
1. een taal die is ontstaan doordat bevolkingsgroepen die twee verschillende talen spraken met elkaar in contact kwamen en een nieuwe taal ontwikkelden
lengua criolla
verb
(dysfemisch) doodgaan, omkomen
perecer
/
krɛˈʃɛndo/
noun
crescendo
/
kreˈjeːrə(n)/
verb
1. iets nieuws maken, iets scheppen
crear
noun
1. een uit Engeland afkomstig slagbalspel in de open lucht
críquet
verb
1. in de criminele sfeer plaatsen
criminalizar
noun
1. de misdadigheid, het begaan van misdaden
criminalidad
delincuencia
noun
1. iemand door zich onderhoudt door de wet te breken
criminal
noun
1. sociologie van misdaad en misdadigheid
criminología
noun
1. beoefenaar van de criminologie
criminólogo
noun
1. een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt
crisis
/
kriˈterijʏm/
noun
1. toets, een doorslag gevende reden
criterio
noun
1. een omstandigheid waaronder voldoende neutronen voorhanden zijn om een kernreactie te onderhouden
criticidad
/
krʋɑˈsɑ̃/
noun
1. halvemaanvormig broodje
cruasán
croissant
noun
entrecruzamiento cromosómico
noun
bicicleta elíptica
entrenador elíptico
adjective
1. beslissend, doorslaggevend
crucial
decisivo
noun
1. vakantie op een varend schip met uitgebreide voorzieningen voor de passagiers
crucero
noun
1. een passagierschip dat gebouwd en uitgerust wordt om er cruises mee te maken.
crucero
/
krio'ɣenijʏm/
noun
Criogénico
noun
1. een oppascentrum voor kinderen
guardería
/
ˈky.ba/
pronoun
eiland en land in het Caribisch gebied
Cuba
/
ˌkubaˈlibre/
noun
cubalibre
noun
1. een inwoonster van Cuba, of een vrouwlijke persoon afkomstig uit Cuba
cubana
adjective
1. met betrekking tot de kookkunst
culinario
noun
1. film die populair is bij een kleine maar betrokken groep fans
película de culto
/
kʏltyˈrel/
adjective
1.met betrekking tot cultuur
cultural
/
kɵl'tyːr/
noun
- 2. het verbouwen
cultivo
- 1. het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren,...
cultura
noun
imperialismo cultural
noun
1. een welriekende organische verbinding
cumarina
/
kymylaˈtif/
adjective
1. opstapelend, gesommeerd over alle bijdragen tot heden
cumulativo
noun
1. beker die dient als trofee
copa
cáliz
/
ky.ra.ˈsʌʊ̯/, /
kyː.ra.ˈzaʊ̯/
pronoun
1. een eiland en 2. een land
Curazao
Curasao
noun
2. gele voedselkleurstof
curcumina
extracto de cúrcuma
noun
1. uitkrabbing
legrado
noun
1.iets merkwaardigs
curiosidad
noun
1. een precisiesport die lijkt op bowls, jeu de boules en bocce, die op ijs gespeeld wordt gespeeld met zware stenen in plaats van metalen (of plastic) ballen
curling
noun
1. soort Engelse vla, gebonden door eidooiers of ook door eieren (oeufs au Karamel)...
crema
noun
anona
anona colorada
anona corazón
anona redecilla
corazón de buey
mamón
adjective
1. met betrekking tot de huid
cutáneo
cutánea
noun
- 1. een blauwgroene kleur
cian
- 3. cyanogeen
cianógeno
cianhídrico
cianuro
noun
1. wetenschap van de besturing van systemen
cibernética
noun
artanita
artánita
ciclamen
ciclamino
pan de puerco
/
ˈsiklis/
adjective
1. regelmatig terugkerend
cíclico
noun
1. een kankerremmende stof
ciclofosfamida
noun
een cycloalkaan
ciclohexano
noun
1. terugkerende, regelmatige reeks
ciclo
noun
cinismo
escuela cínica
/
ˈki.prʏs/, /
ˈsi.prʏs/
pronoun
land in de Middellandse Zee, tussen Europa en Azië, officieel de Republiek Cyprus, eiland in de Middellandse Zee
Chipre
/
sɪˈrɪlɪs/
adjective
1. betrekking hebbend op een alfabet
cirílico
noun
1. een alfabet dat geschreven wordt in het cyrillisch schrift
alfabeto cirílico
/
ˈkɪstə/
noun
1. holte gevuld met vocht
quiste
noun
1. kijkonderzoek van de blaas
cistoscopia
noun
1. giststof die ijzer bevat
citocromo
/
daːt/
noun
1. bewust gepleegde handeling
acto
acción
hecho
adjective
cotidiano
de todos los días
diario
/
daːr/
adverb
1. op die plaats
allá
allí
ahí
/
daːr/
conjunction
1. omdat
porque
adverbialPronoun
1. als gevolg van
consecuentemente
consiguientemente
por consecuencia
por consiguiente
por eso
adverb
además
así como
y también
conjunction
en cambio
en contra
adverb
hace un momento
recién
adverbialPronoun
1. met die reden
por lo tanto
/
daˈsit/
noun
1. vulkanisch stollingsgesteente.
dacita
noun
1. zoete bruine vrucht van de dadelpalm
dátil
adverb
1. spoedig
ahora mismo
en seguida
desde luego
en el acto
inmediatamente
luego
noun
1. iemand die iets (slechts) gedaan heeft
autor
culpable
/
dɑx/, /
dɑχ/
interjection
- 2. afscheidsgroet
adiós
- 1. ontmoetingsgroet
hola
/
dɑx/, /
dɑχ/
noun
- 1. tijd waarin een hemellichaam volledig om zijn as draait
- 2. tijd tussen zonsop- en zonsondergang
día
noun
1. klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
diario
periódico
noun
1. gedeelte van de dag
día
adverb
1. iedere dag
diariamente
a diario
cada día
de todos los días
/
ˈdaɣə(n)/, /
ˈdaχə(n)/
verb
- 1. dag worden
amanecer
alborear
esclarecer
- 2. dagvaarden: de opdracht geven op een bepaalde dag voor het hof te verschijnen
citar
emplazar
noun
1. het aanbreken van de nieuwe dag, de tijd net voor zonopkomst
amanecer
alba
madrugada
albor
alborada
amanecida
noun
azucena amarilla
flor de un día
/
'dɑxlɪxt/
noun
1. licht van de zon
luz del día
verb
1. voorzien van een datum
fechar
verb
1. voor een rechtszitting oproepen
citar
emplazar
noun
1. een oproep om voor een rechtbank te verschijnen
citación
noun
daikon
rábano blanco
rábano blanco japonés
noun
1. deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
techo
tejado
noun
1. een langgerekte bakvormige of halfronde constructie voor het afvoeren van (regen)water dat van het dak komt
canalón
noun
1. iemand die op de straat leeft, zonder vaste verblijfplaats
persona sin hogar
vagabundo
vago
noun
1. elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
teja
/
dɑl/
noun
1. een laagte in een heuvel- of bergstreek
valle
verb
1. naar beneden gaan
bajar
descender
noun
1. het dalen, het lager worden
disminución
bajada
descenso
caída
noun
1. (bij het damspel) twee gestapelde schijven
dama
noun
1. een inwoner van Damascus
damasceno
adjective
1. op Damascus betrekking hebbend
damasceno
noun
1. een inwoonster van Damascus
damascena
adjective
1. op Damascus betrekking hebbend
damasceno
noun
1. een inwoner van Damascus
damasceno
/
daːmə/
noun
- 3. koningin in het schaakspel
reina
dama
- 1. beschaafde vrouw
señora
dama
noun
bolsa para señoras
bolso de mano
noun
servicio de damas
servicio de señoras
noun
1. Dama dama, behoort tot de familie Cervidae, hert met een breed plat gewei...
gamo
noun
- 1. een bordspel
jugar a las damas
obstrucciones
presas
verb
1. het damspel spelen
damas
/
dɑmp/
noun
1. de gasvormige toestand van een stof, de toestand die ontstaan is door verdamping
vapor
noun
1. het geleiden van damp of uitwaseming van warme geneesmiddelen naar een ziekelijk deel des lichaams voor inhalatie, huidreiniging
inhalación
noun
2. huishoudelijk apparaat in de keuken dat de kookluchtjes moet afvoeren
campana
noun
1. een bordspel gespeeld op een bord met honderd vlakken met stenen die alleen diagonaal verzet kunnen worden
juego de damas
adverb
1. toekomstig tijdstip
entonces
/
'danəx/
adjective
1. in aanmerkelijke mate
enorme
grande
/
'danəx/
adverb
1. in aanzienlijke mate
enormemente
mucho
pronoun
3. jongensnaam
Daniel
noun
1. een goede gezindheid jegens iemand voor bewezen diensten
gracias
interjection
1. uitdrukking van dankbaarheid
gracias
adjective
1. erkentelijk voor ontvangen hulp
agradecido
reconocido
adverb
1. erkentelijk voor ontvangen hulp
con agradecimiento
con gratitud
noun
1. het dankbaar zijn
gratitud
agradecimiento
reconocimiento
verb
agradecer
dar gracias a
preposition
1. door de positieve werking van
gracias a
noun
1. een verzameling sierlijke bewegingen, meestal op basis van een muzikaal ritme
baile
danza
verb
1. ritmisch bewegen
bailar
danzar
noun
1. mannelijk persoon die danst
bailarín
/
dɑnsə'rɛs/
noun
1. een vrouwelijk persoon die danst
bailarina
noun
baile de salón de competición
baile deportivo
/
ˈdɑpər/
adjective
geen angst voor gevaar tonend
valiente
noun
1. mannelijke bij
zángano
abejón
/
dɑrm/
noun
1. onderdeel van het spijsverteringsstelsel tussen de maag en de anus
intestino
noun
1. de micro-organismen in het maag-darmkanaal
flora intestinal
noun
cáncer colorrectal
cáncer de colon
noun
darmstadtio
darmstatio
noun
1. evolutieleer die het ontstaan van de soorten verklaart door natuurlijke selectie uit varianten die bij reproductie optreden
darwinismo
darvinismo
/
dɑs/
noun
- 1. bepaald soort zoogdier, Meles meles
tejón
- 2. een langwerpige en brede lap stof om de hals
bufanda
chal
- 1. lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt
corbata
noun
1. paneel met instrumenten waarmee een voertuig of installatie kan worden bestuurd of bediend
tablero de mandos
noun
perro salchicha
dachshund
teckel
/
ˈdɑs.lok/
noun
1. sterk riekende, eetbare plant uit de lookfamilie
ajo de oso
interjection
o sea
a saber
eso es
noun
base de datos
banco de datos
noun
1. een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld,...
base de datos
noun
visualización de datos
verb
1. de datum van ontstaan bepalen
fechar
datar
noun
de derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen
dativo
noun
1. Russisch buitenverblijf
dacha
noun
1. een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar
fecha
data
noun
gaviete
pescante
serviola
article
1. (de) wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
el
las
la
los
phraseologicalUnit
1. het opgeven
tirar la toalla
/
də ˌɦœy̯t ˈnit fɛrˈkoː.pə(n) ˌvoːr də ˈbeːr ɣəˈsxoː.tə(n) ˌɪs/
phraseologicalUnit
no vendas la piel del oso antes de cazarlo.
/
dəˌkɑdəˈbɛlamˌbɪndə(n)/
verb
1. als eerste iets moeilijks doen dat nodig is om een resultaat te bereiken
ponerle el cascabel al gato
verb
1. een lastige kwestie voortvarend en vastberaden aanpakken
coger el toro por los cuernos
coger el toro por las astas
tomar el toro por las astas
tomar el toro por los cuernos
phraseologicalUnit
1. mensen zijn de belangrijkste vijanden van mensen
el hombre es un hombre para el hombre
interjection
1. er is een onomkeerbare stap gezet
la suerte está echada
noun
- 1. Verkoper
distribuidor
representante
- 2. Drugshandelaar
traficante
/
de'bakəl/
noun
debacle
fracaso
/
deˈbil/
noun
- 1. iemand die min of meer zwakzinnig is
- 2. bespottelijk iemand, halve gare, idioot
morón
débil mental
verb
- 1. als vordering boeken
adeudar
debitar
- 2. verhalen, vertellen
contar
narrar
/
de.blɔ.ˈkeː.rə(n)/
verb
desbloquear
verb
depuración de programas
noun
1. een mannelijk persoon die voor de eerste maal in het openbaar optreedt, speelt of publiceert
debutante
noun
1. een vrouwelijk persoon die voor de eerste maal in het openbaar optreedt, speelt of publiceert
debutante
verb
1. voor de eerste keer doen
debutar
estrenarse
noun
- 2. hoofd van een faculteit
- 1. C10H22
decano
noun
1. verwildering van zeden
decadencia
verb
1. het afgieten van een vloeistof nadat de vaste stof in de vloeistof bezonken is
decantar
noun
1. de twaalfde en tevens laatste maand van het jaar
diciembre
noun
1. dat iets niet aan je verwachtingen voldoet
decepción
verb
1.sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting
diezmar
noun
1. een lengtemaat met een waarde van één tiende meter
decímetro
verb
1. letterkundige werken mondeling voordragen
declamar
noun
1. iemand die iets declareert
declarante
verb
2. overtroeven, vernederen
aventajar
/
dekliˈna(t)si/
noun
1, 2
declinación
verb
1. uit code overbrengen in gewone taal
descifrar
decodificar
noun
1. laag uitgesneden halslijn bij vrouwenkleding
descote
escote
noun
1. verstoring van het evenwicht door een afnemende functie bijv. v.h hart
descompensación
noun
- 2. faillissement, bankroet
bancarrota
quiebra
- 1. mislukking
fracaso
noun
decoración
alhaja
decorado
orden
- 2. onderscheiding
orden
verb
1. methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien
decorar
ornamentar
noun
sierra caladora
sierra de vaivén
verb
1. bij decreet vaststellen
decretar
noun
razonamiento deductivo
noun
1. ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak
masa
pasta
noun
1. rol om deeg uit te rollen
rodillo
rodillo de cocina
noun
1. rol om deeg uit te rollen
uslero
rodillo
rodillo de cocina
palo de amasar
noun
cortapasta
cortapastas
cortapastas para galletas
/
ˈdeːl/
noun
- 1. een afsplitsing van een geheel
- 2. één uit een reeks
parte
verb
1. meedoen, meevoelen
participar
adjective
participante
partícipe
adjective
participante
partícipe
noun
1. iemand die meedoet aan een wedstrijd of ander evenement
participante
adverb
1. voor een bepaald deel
en parte
noun
- 2. trema
crema
cremilla
diéresis
- 1. symbool om deling aan te duiden
dos puntos
lemnisco
signo de división
óbelo
noun
trabajo a tiempo parcial
noun
2. onderdeel van een atoom
partícula
corpúsculo
noun
acelerador de partículas
noun
2. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
crepúsculo
/
dens/, /
deːns/
adjective
1. betreffende Denemarken of het Deens
danés
danesa
/
dens/, /
deːns/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken in Denemarken
danés
dinamarqués
/
ˈdensə/, /
ˈdeːnsə/
noun
danesa
dinamarquesa
noun
1. Duits hondenras dat gefokt werd als waakhond
gran danés
noun
1. ongeloof in het eigen succes.
derrotismo
noun
1. stoelgang, het produceren van ontlasting
defecación
adjective
1. kapot, niet werkend
defectuoso
noun
1. storing, beschadiging van een apparaat
defecto
verb
1. uit het raam gooien
defenestrar
noun
1. verdediging, verweer
defensa
noun
industria armamentística
noun
1. elektrische behandeling van hartritmestoornis
desfibrilación
cardioversión eléctrica
noun
1. een apparaat waarmee met behulp van stroomstoten het normale hartritme hersteld kan worden
desfibrilador
noun
1. begripsbepaling
definición
/
definitif/
adjective
definitivo
noun
1. het vallen van het prijspeil waardoor het geld in waarde toeneemt
deflación
noun
desfragmentación
defragmentación
adjective
- 2. (van personen) eerlijk, oprecht, net in zijn manieren
respetable
- 1. goed tegen een stootje kunnend
sólido
noun
1. het zwaarste van de steekwapens gebruikt bij het schermen
espada
mandoble
adjective
1. afnemen of vermindering van orgaan of functie
degenerativo
noun
- 1. afbraak
degradación
- 6. verwijzing naar een lagere speelklasse
descenso
verb
1. in rang verlagen
degradar
noun
1. tekort aan vocht in de weefsels, onttrekking van vocht aan de weefsels
deshidratación
noun
1. een verdieping op een schip
cubierta
noun
1. dikke deken gevuld met isolerend materiaal
edredón
/
dekə(n)/
noun
1. een (vaak dikke) doek, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden (tijdens de slaap)
manta
cobija
noun
semental
caballo semental
verb
- 1.
cubrir
tapar
- 5. paren
fecundar
- 2. de tafel dekken
poner
noun
cobertura
recubrimiento
noun
2. een smoesje om iets anders te laten lijken dan het is
pretexto
careta
tapadera
verb
1. koloniën vormen
descolonizar
/
'dɛk.pɵnt/
noun
1.
punto fijo
noun
1. een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken
tapa
tapadera
noun
1. ordinaire vrouw
puerca
/
ˌdɛɫ.krə.ˈdɪː.rə/
noun
fianza
garantía
noun
- 1. afvaardiging
- 3. schuldoverneming
delegación
verb
1. taken en verantwoordelijkheden doorgeven
delegar
verb
- 1. samen met een ander gebruiken
compartir
- 2. in meer dan één stuk snijden of hakken
dividir
partir
noun
divisor
factor propio
submúltiplo
noun
1. een wiskundige bewerking op twee getallen
división
noun
1. waanzinnigheid, acuut psychische stoornis ten gevolge van lichamelijke aandoening, vergiftiging...
delirio
verb
1. gravend iets winnen
cavar
excavar
extraer
verb
het magnetisme opheffen van
desimanar
desimantar
desmagnetizar
noun
1. overeengekomen scheidingslijn tussen twee partijen
demarcación
línea de demarcación
noun
1. een aandoening van de hersenen waardoor de verstandelijke en cognitieve vermogens verminderen
demencia
noun
het tot vredessterkte terugbrengen van een leger
desmovilización
adjective
1. in overeenstemming met de principes van een democratie
democrático
noun
1. de studie van alles wat de omvang, samenstelling en spreiding van een bepaalde bevolkingsgroep en de veranderingen hierin betreft
demografía
/
ˌde.mo.ˈnim/
noun
1. naamwoord dat betrekking heeft op een bepaald land of volk
gentilicio
/
demonɪˈzeːrɪŋ/
noun
1. negatief afbeelden
demonización
noun
- 1. het tonen en uitleggen van iets
demostración
- 3. een protestmars
manifestación
manifestación pública
adjective
uit elkaar te halen
desmontable
adjective
uit elkaar te halen
desmontable
/
dɛmpən/
verb
- 1. zwakker maken, de kracht verminderen van
amortecer
amortiguar
apagar
atenuar
- 1. dichtgooien met grond of ander vast materiaal
llenar
terraplenar
noun
1. Pinus soort naaldboom
pino
pronoun
1. de hoofdstad van de provincie Zuid-Holland en tevens de stad waar de Nederlandse regering zetelt
La Haya
/
ˌdɛn.dro.loˈɣi/, /
ˌdɛn.dro.loˈχi/
noun
1. de studie van bomen, heesters en andere houtachtige planten
dendrología
/
ˈdenəˌmɑrkə(n)/, /
ˈdeːnəˌmɑrkə(n)/
pronoun
1. een Scandinavisch land in Noord-Europa
Dinamarca
adjective
imaginable
pensable
verb
- 1. een oplossing zoeken
pensar
- 3. een bepaalde mening toegedaan zijn
pensar
creer
opinar
noun
1. fout in het denkproces, onjuiste gedachtegang of redenering
sesgo cognitivo
noun
manera de pensar
modo de pensar
adjective
1. medeklinker
dental
noun
1. het been waaruit tanden bestaan
dentina
marfil
noun
1. tanden krijgen
dentición
/
ˈdejo/
noun
1. een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
desodorante
/
ˌdejodɔːˈrɑnt/
noun
1. een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
desodorante
noun
- 3. bestuurlijk gewest in sommige landen
departamento
- 1. ministerie
departamento
ministerio
- 4. afdeling van een vereniging
sección
adjective
1. afhankelijk
dependiente
noun
1. psychische ziekte met wanen en vervreemding van zichzelf
despersonalización
noun
trastorno de despersonalización
noun
1. verdwijning van kleur (pigment)
despigmentación
noun
1. lediging, ontlasten(tekort) van lichaamsvloeistof
depleción
verb
depolarize
despolarizar
/
ˌdepoˈneːrə(n)/
verb
2. registreren zodat het niet door een ander gebruikt kan worden
dejar en depósito
depositar
poner en depósito
verb
1. onder dwang wegvoeren uit een gebied
deportar
noun
depósito
depósito a plazo fijo
noun
- 1. ziekelijke neerslachtigheid
- 2. gebied met lage luchtdruk
- 3. langdurige inzinking in de economische ontwikkeling
depresión
/
ˌdeprɛˈsif/
adjective
depresivo
/
depriˈvaʦi/
noun
privación
/
ˈdɑː(ɹ).bi/
noun
derbi
derby
/
ˈdɛrdə/
noun
1. door drie gedeeld iets
tercero
tercio
/
ˈdɛrdə/
ordinalAdjective
1. betrekking hebbend op nummer drie in een rij
tercero
pronoun
Tercera Guerra Mundial
noun
1. overeenkomst ten gunste van een derde die normaal erbuiten blijft
estipulación a favor de terceros
estipulación por otro
demonstrativePronoun
igual
tal
noun
1. een afgeleide stof met een overeenkomstige structuur
derivado
noun
1. huidontsteking
dermatitis
noun
1. medische tatoeage
dermatografia
noun
1. een specialisme binnen de geneeskunde dat zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
dermatología
noun
1. Huidspecialist
dermatólogo
noun
1. schimmelziekte van de huid
dermatomicosis
noun
epiluminescencia
microscopía de luz refleja
noun
1. huidziekte
dermatosis
noun
1. een laag bindweefsel die onder het epitheel van de huid ligt
dermis
noun
1. netelroosschrift, een kras op de huid wordt rood met zwelling en soms jeuk
dermografía
cardinalNumeral
1. het getal 13
trece
ordinalAdjective
decimotercero
cardinalNumeral
1. het getal 30
treinta
noun
crisis del cuarto de vida
pronoun
Guerra de los Treinta Años
ordinalAdjective
trigésimo
verb
1. inactief maken
desactivar
verb
1. eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen
desambiguar
noun
1. ongevoelig maken voor een antigeen of allergeen
insensibilización
desensibilización
noun
1. het permanent verlaten van een krijgsmacht zonder toestemming
deserción
noun
1. ziektekiemdodend middel
desinfectante
noun
1. onjuiste of misleidende informatie, die bewust verstrekt wordt met het oogmerk...
desinformación
adjective
1. met kennis van zaken
competente
ducho
experto
perito
noun
1. een specialist
experto
perito
noun
competencia
conocimiento
noun
Ácido desoxirribonucleico
ácido desoxirribonucleico
adjective
1. de wanhoop nabij, zonder raad
desesperado
verb
desalentar
desengañar
desesperanzar
desesperar
desilusionar
desmoralizar
noun
1. vervelling
descamación
noun
1. het vast van waarde maken
desestabilización
noun
1. onderdeel, kleinigheid
detalle
pormenor
noun
1. de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt
comercio al detalle
verb
- 2. ergens een signaal van door middel van apparatuur opvangen
- 1. iets of iemand zoeken en vinden
detectar
noun
1. opsporing, ontdekking
detección
/
detɛkˈtivə/
noun
- 2. speurder die tracht misdaden op te lossen of bewijsmateriaal te verzamelen
detective
- 3. boek of programma over mensen die trachten misdaden op te lossen
novela policíaca
/
detɛkˈtivəroˌmɑn/
noun
1. verhaal over een speurder die een misdrijf tracht op te lossen
novela policíaca
noun
1. bepalende factor in een ontwikkeling of een toestand
determinante
noun
coeficiente de determinación
verb
1. iemand van staatswege gevangen houden
detener
noun
1. het verwijderen van een gif, ontgifting
destoxicación
noun
1. iets dat goed is in zedelijk opzicht
virtud
noun
ética de las virtudes
adjective
1. bereid zich te gedragen in overeenstemming met algemeen aanvaarde waarden
virtuoso
noun
1. ondeugend kind
pillo
pícaro
verb
1. een deuk of deuken maken in iets
abollar
noun
1.
tonada
canción
melodía
noun
2. eenvoudig melodietje
cantinela
melodía
/
døːr/
noun
1. een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof
puerta
noun
1. een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan
timbre
noun
1. een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan
aldaba
noun
1. een handvat waarmee een deur wordt geopend of gesloten
perilla
picaporte
pomo
manija
manilla
tirador
noun
1. handvat dat de grendel van een deur bedient.
manilla
manija
noun
1. een kleine mat, waarop men bij de deur de schoenen kan afvegen
felpudo
noun
- 1.
abrepuertas
- 2.
abrepuertas eléctrico
/
dørwardər/
noun
1. gerechtelijk ambtenaar die exploten en executien doet, dagvaardingen uitbrengt en beslagen legt
agente ejecutivo
/
dœyˈterijʏm/
noun
1. een isotoop van waterstof
deuterio
/
dewteɾoˈnomjum/
pronoun
Deuteronomio
/
'devəntər/
adjective
1. gemeente en oudste stad in de provincie Overijssel
Deventer
noun
1. woord of korte tekst die snel en tegelijkertijd duidelijk een bepaalde boodschap moet overbrengen
lema
noun
1. een bijzondere verering voor een bepaalde persoon of een heilige
devoción
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
porque
demonstrativePronoun
mismo
noun
1. een fotografische film die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden
diapositiva
noun
1. iemand die diabetes heeft
diabético
noun
1. stofwisselingsziekte waarbij het lichaam geen of te weinig insuline produceert
diabetes
noun
1. iemand die diabetes heeft
diabético
noun
1. band (met edelstenen versierd) voor om het hoofd
diadema
noun
- 1. de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
- 2. middenrif
diafragma
noun
1.
bomba de diafragma
bomba de membrana
noun
1. vaststelling van een ziekte
diagnóstico
diagnosis
/
'dɪɑɣnɔstɪ'seːrə(n)/
verb
1. aan de hand van verschijnselen de ziekte bepalen
diagnosticar
noun
een rechte lijn die twee niet-opeenvolgende hoekpunten van een veelhoek verbindt.
diagonal
noun
neumático con capas cruzadas
noun
1. een symbolische en grafische voorstelling van een aantal zaken en hun onderling verband
diagrama
/
dijaˈkritis/
adjective
diacrítico
/
diaˈlɛkt/
noun
1. een variant van een taal met kenmerkende grammaticale, fonologische en andere kenmerken
dialecto
/
ˌdi.ja.ˌlɛk.to.lo.ˈɣi/, /
ˌdi.ja.ˌlɛk.to.lo.ˈχi/
noun
1. de wetenschap die regionale verschillen tussen taalvariëteiten bestudeert
dialectología
/
ˌdi.ja.ˌlɛk.to.ˈlox/, /
ˌdi.ja.ˌlɛk.to.ˈloχ/
noun
1. iemand die regionale verschillen tussen taalvariëteiten bestudeert
dialectólogo
noun
1. bloedzuivering met een kunstnier
diálisis
adjective
1. de eigenschap bezittend door een magnetisch veld afgestoten te worden doordat alle inwendige spins gepaard zijn
diamagnético
noun
- 1. een uiterst hard, doorzichtig mineraal met kubische symmetrie dat uit koolstof bestaat
- 2. een edelsteen gesneden uit [1]
diamante
noun
1. iemand die zich toelegt op het bewerken van diamant
abrillantador
noun
1. middellijn
diámetro
/
ˈdijaproˌjɛktɔr/
noun
proyector de diapositivas
/
diɑ're/
noun
1. darmstoornis die dunne ontlasting veroorzaakt
diarrea
/
diˈjaspora/
noun
diáspora
adjective
1. met betrekking tot verslapping van hart en bloedvaten
diastólico
noun
1. vatbaarheid voor een ziekte
diátesis
/
ˌdiatoˈmeə(n)/
noun
1. stam van eencellige organismen, Bacillariophyta
diatomeas
noun
celite
diahydro
diatomito
kieselguhr
kieselgur
tierra de infusorios
/
ˌdiaˈtomə(n)/
noun
1. stam van eencellige organismen, Bacillariophyta
diatomeas
adjective
diatonisch
diatónico
noun
dicloro difenil tricloroetano
adjective
2. gesloten
cerrado
preposition
1. op een korte afstand van
cerca de
adjective
adyacente
contiguo
vecino
verb
1. sluiten van een gat, opening
tapar
obturar
noun
1. iemand die poëtische kunst voortbrengt
poeta
/
ˈdixterlɪk/
adjective
poético
noun
1. compactheid
densidad
verb
1. dicht maken door middel van een knoop
abotonar
abrocharse
abrochar
noun
1. in ritme, maat, en klank verwoorden
poesía
verb
1.
cauterizar
sellar
soasar
noun
1. iemand die als enige de macht in een land in handen heeft
dictador
noun
1. staatsvorm waarbij de macht vrijwel volledig in handen van één of enkele personen ligt
dictadura
/
dɪk'te/
noun
1. een tekst die wordt gedicteerd en door andere personen wordt opgeschreven als toets in het correct spellen
dictado
/
ˈdɪk.tʏm/
noun
1. beschikkend gedeelte van een vonnis of arrest
fallo
parte resolutiva
/
diˈdimijʏm/
noun
1. scheikundige stof
didimio
noun
2. een aanpassing in het eet- en voedingspatroon
dieta
régimen alimenticio
/
dif/
noun
1. iem. die steelt
ladrón
noun
1. het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren
robo
hurto
/
ˈdinən/
verb
- 3. behoren, moeten
deber
tener que
- 1. werken voor; in dienst zijn van
servir
prestar servicio
noun
- 4. kerkdienst
culto
- 1.
servicio
noun
comunicación
comunicado
documento
escrito
expediente
oficio
noun
1. een jaar dat men in een functie werkt
año de servicio
/
ˈdinst.plɪxt/
noun
1. verplichting om ergens te werken
servicio militar obligatorio
adjective
1. tot dienst bereid
servicial
conjunction
1. als gevolg van
consecuentemente
consiguientemente
por consecuencia
por consiguiente
adjective
1. waar de bodem ver naar beneden is
hondo
profundo
noun
1.
línea de plomo
línea del plomo
/
'diptə/
noun
- 2. bijzonder laag gelegen plaats
depresión
fondo
- 1. de mate waarin iets diep is
hondura
profundidad
noun
- 2. echolood
batímetro
- 1. instrument om de diepte onder water te meten
batómetro
noun
percepción de la profundidad
noun
1. een toestel bedoeld om voedingsmiddelen...
congelador
noun
minería en el fondo del mar
adjective
abstruso
profundo
/
diːr/
noun
1. met zintuigen uitgerust meercellig organisme dat zijn energie verkrijgt uit andere dierlijke of plantaardige organismen
animal
adjective
1. waaraan men grote waarde hecht
querido
caro
preciado
noun
activismo de liberación animal
noun
activista de liberación animal
noun
1. arts voor dieren, met name kleine huisdieren
veterinario
noun
1. de omgang met een dier die nadelig is voor de fysieke en/of psychische gezondheid ervan
crueldad hacia los animales
noun
activismo de liberación animal
noun
activista de liberación animal
noun
movimientmo de liberación animal
/
'dirənrim/
noun
Zodiaco
Zodíaco
/
ˈdiːrə(n)ˌtœʏ̯n/, /
ˈdiːrə(n)ˌtœːn/
noun
1. een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren.
zoo
zoológico
jardín zoo
noun
1. een instelling die zich bezighoudt met het verzorgen en kweken van exotische diersoorten en het tonen ervan aan betalend publiek
jardín zoológico
parque zoológico
zoo
noun
1. wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van dierziektes
medicina veterinaria
noun
1. de wetenschap die de dieren bestudeert.
zoología
adjective
animal
bestial
brutal
noun
1. dieselmotor
motor diesel
noun
beveiliging die afschakelt indien twee stromen niet even groot zijn
interruptor diferencial
noun
geometría diferencial
noun
vergelijking voor een functie waarin een of meer van de afgeleiden van die functie voorkomen
ecuación diferencial
noun
1. ontwikkeling in een bepaalde richting, het zich ontwikkelen van cellen, weefsels etc. tot...
diferenciación
/
dɪfərɛn'(t)ʃerə(n)/
verb
- 1. vanuit een homogeen geheel tot verschillende vormen komen
- 2. (wiskunde) het berekenen van de lokale stijging in een functie, het bepalen van de afgeleide van een functie
diferenciar
noun
1. de vermenging van twee ongelijksoortige stoffen
difusión
noun
coeficiente de difusión
noun
1. infectieziekte
difteria
/
ˈdɪftɔŋ/
noun
1. een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
diptongo
noun
1. het verschijnsel dat een diftong overgaat in een monoftong
diptongación
adjective
1. met betrekking tot de spijsvertering
digestivo
noun
1. middel dat
digestivo
noun
1. het vastleggen van beelden met behulp van een digitale camera
fotografía digital
noun
1. het digitaliseren
digitalización
/
dɛj/
noun
1. het deel van het menselijk been tussen heup en knie
muslo
noun
1. een waterkering ter bescherming van het achterliggende land
dique
/
dɪk/
adjective
- 4. ruim
ancho
- 6. nauw aaneengesloten
denso
- 3. een naar verhouding grote lichaamsomvang hebbend
gordo
- 1. een naar verhouding grote dwarsdoorsnede hebbend
grueso
noun
1. bepaald soort gors, Oryzoborus crassirostris
semillero picón
noun
3. kleine bruine motachtige dagvlindersoorten met een snelle schietvlucht
hespérido
noun
1. bepaalde soort vis, Chelon labrosus
lisa
mújol
pardete
noun
- 1. zwaarlijvigheid
cordura
corpulencia
- 3. consistentie
espesor
consistencia
densidad
- 2. mate waarin iets een grote dwarsdoorsnede
espesor
espesura
grosor
grueso
- 4. zwelling
hinchazón
adverb
a menudo
frecuentemente
con frecuencia
muchas veces
noun
1. verwijding
dilatación
/
dɪ'lɛmɑ/
noun
moeilijke keuze
dilema
noun
1. de plant en de bladeren van het kruid
eneldo
aneldo
noun
1. zaden van Anethum graveolens
semillas de eneldo
noun
1. een geneesmiddel dat behoort tot de groep calciumantagonisten
diltiazem
noun
- 1. afmeting in een bepaalde richting
- 2. parameter van een wiskundige ruimte
- 3. categorie waarin een fysische grootheid valt
dimensión
/
ˈdɪmə(n)/
verb
1, 2. licht temperen
reducir las luces
noun
1. warme maaltijd
cena
verb
1. het diner gebruiken
cenar
noun
1. stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
dinoflagellata
/
ˈdinoflɑɣɛˌlatə(n)/
noun
1. stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
dinoflagellata
/
ˌdinoˈsʌʊriər/
noun
1. een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben
dinosaurio
/
ˌdinoˈsʌʊrəs/
noun
1. een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben
dinosaurio
noun
1. dag van de week die na maandag en voor woensdag komt
martes
noun
1. een bewijs van bevoegdheid
diploma
título
graduación
noun
1. iemand die in het buitenland zorgt voor de politieke relaties met zijn eigen land
diplomático
noun
1. de functionarissen die hun staat in een bepaald land vertegenwoordigen
cuerpo diplomático
noun
1. de kunst en de kunde van het voeren van overleg
diplomacia
adjective
1. betrekking hebbende op de diplomatie
diplomático
noun
1. wetenschap die oorkonden typeert en beschrijft naar hun vorm
diplomática
/
diploˈit/
adjective
1. met twee exemplaren van ieder chromosoom in de celkern
diploide
adjective
1. zonder te wachten, zonder iets daartussen
directo
noun
1. de hoogste persoon bij een bedrijf
director
gerente
noun
1. de leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
dirección
jefatura
noun
1. een leider van een orkest, koor of ander muziekgezelschap
director de orquesta
pronoun
2. spelwoord voor de letter d
Domingo
noun
1. discotheek
discoteca
noun
1. beschrijvend overzicht van de elpee's of cd's van een artiest of muziekgroep
discografía
noun
1. uiteenzetting van opvattingen
discurso
noun
análisis del discurso
adjective
1. zonder aandacht te trekken, onopvallend
discreto
noun
1. onverwachte onderlinge afwijking
discrepancia
noun
- 1. bescheidenheid of kiesheid
- 2. geheimhouding
discreción
verb
1. maken van onderscheid
discriminar
/
ˈdɪskʏs/
noun
1. een zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen.
disco
noun
1. een gedachtewisseling waarbij doorgaans verschillende meningen worden uitgewisseld
discusión
noun
1. een atletiekdiscipline waarbij men een discus zo ver mogelijk probeert te werpen
lanzamiento de disco
adjective
1. vatbaar voor kritiek
discutible
noun
1. Magneetschijf
disquete
noun
1. ongewone verplaatsing
dislocación
noun
1. ongelijkheid, ongelijkwaardigheid
disparidad
noun
- 1. verstrooiing
dispersión
- 2. kleurschifting
dispersión
dispersión refractiva
adjective
1. beschikbaar
disponible
noun
1. aanleg, vatbaar zijn voor
disposición
adjective
desproporcionado
/
dɪsəl/
noun
3. houtbewerkingsbijl
azuela
noun
1. uiteenval
disociación
/
dɪso'nant/
noun
disonancia
verb
1. afstand nemen
distanciarse
noun
1. uitrekking
distensión
verb
1. afzonderen van een gezuiverd product door het verhitten van een mengsel en afkoelen van de dampen
destilar
alambicar
noun
1. verstuiking
distorsión
/
dɪstriby'erə(n)/
verb
distribuir
repartir
noun
1. verdeling, verspreiding
distribución
noun
onderneming die de distributie verzorgt
empresa distribuidora
noun
correa de la distribución
noun
1. het gebied van een lokale overheid
distrito
demonstrativePronoun
este
esta
noun
1. urinedrijvend middel
diurético
adjective
1. uiteenlopend
divergente
adjective
- 1. onderling duidelijk verschillend
diverso
diferente
- 2. gekenmerkt door de aanwezigheid van mensen met een verschillend achtergrond
diverso
diversa
- 3. twee of meer
varias
varios
noun
1. ontsteking van de darmuitstulpingen
diverticulitis
noun
1. uitkering van (een deel van de) winst aan de aandeelhouders van een onderneming
dividendo
noun
1. legereenheid van 15.000 man
división
noun
1. (weinig gebruikte) scheikundige term voor water (H2O)
monóxido de dihidrógeno
noun
1. Een diëlektricum is een materiaal waarvan de polarisatie...
dieléctrico
noun
1. specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
dietista
noun
1. een vrouwelijke specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
dietista
/
'dʒɛmbe/, /
ˈdjɛmbe/
noun
1. soort trommel die oorspronkelijk vooral bespeeld werd in West-Afrika
dyembe
jembe
/
(d)ʒi.ˈbu.ti/, /
dji.ˈbu.ti/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika 2. de hoofdstad van
Yibuti
/
dʒibutiˈans/
adjective
yibutiano
noun
1. de afkorting van desoxyribonucleic acid (desoxyribonucleïnezuur)
ADN
noun
1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes
dado
noun
docente
instructor
profesor
noun
1. een vrouwelijk kind
hija
/
ˈdɔktɔr/
abbreviation
1. een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven
doctor
noun
1.het hoogste diploma dat aan een universiteit behaald kan worden
doctorado
abbreviation
1. heeft doctoraal examen gedaan
bachiller
licenciado
noun
1. een verzameling leerstellingen of dogmas die niet ter discussie staan
doctrina
noun
1. een verzameling gegevens
documento
noun
1. een op waarheid beruste film
documental
/
dokymɛn'taʦi/
noun
1. geschreven materiaal dat een bepaald onderwerp om- en beschrijft
documentación
verb
1. onderbouwen, staven
documentar
noun
1. bepaald soort watervogel, Tachybaptus ruficollis
zampullín común
noun
1. iemand die dood is, een gestorvene, overledene
muerto
noun
1. dodecafonie
dodecafonismo
noun
1. een regelmatig veelvlak bestaande uit twaalf vijfhoeken
dodecaedro
/
'do:dələk/
adjective
1. de dood veroorzakend
mortal
mortífero
/
ˈdo.də(n)/
verb
1. iemand van het leven beroven.
matar
noun
1. het herdenken van de doden die vielen in de Tweede Wereldoorlog, meestal op 4 mei
conmemoración de los muertos
/
ˈdodə(n)ˌmɪs/
noun
1. een mis opgedragen voor een overledene
réquiem
phraseologicalUnit
hazlo tú mismo
hágalo usted mismo
noun
bricolaje
hazlo tú mismo
hágalo usted mismo
verb
1. iets zelf construeren
bricolaje
hacer tú mismo
/
ˈdudɔɫˌzɑk/, /
ˈdudəlˌzɑk/
noun
1. een rietinstrument waarbij het riet indirect bespeeld wordt via een luchtzak
gaita
gaita gallega
noun
- 4. gordijn
cortina
- 3. doek/schilderij
cuadro
lienzo
pintura
- 5. projectiescherm
pantalla
- 1. een lap
paño
trapo
- 2. weefsel
tejido
tela
noun
guardameta
portero
arquero
noun
1. een gewenste situatie waar naar toe gewerkt wordt
objetivo
verb
1. een actie ondernemen
hacer
verb
- 1. een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven
difuminar
esfumar
disfumar
esfuminar
- 2. lichtjes slapen
dormitar
adjective
- 1. zonder weerschijn
apagado
deslucido
deslustrado
desvaído
mate
- 2. van geluiden
apagado
sordo
- 3. lusteloos, futloos
pesado
/
dɔx/
noun
1. grote kortharige hond met brede kop
dogo
alano
/
'dɔɣma/
noun
1. een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
dogma
noun
- 2. droogzetinrichting voor schepen
dique
- 3 laad- en loshaven
dársena
/
ˈdɔkˌʋɛr.kər/
noun
1. iemand die in de havens werkt
descargador
/
dɔl/
adjective
1. onzinnig
loco
/
dɔl/
noun
- 1. roeipen
escálamo
tolete
- 2. U-vormig steunpunt waarin een roeispaan rust
horquilla
/
dɔlˈfɛɪ̯n/, /
dɔlˈfɛːn/, /
dɔɫˈfɛɪ̯n/, /
ˈdɔlfɛɪ̯n/, /
ˈdɔlfɛːn/, /
ˈdɔɫfɛɪ̯n/
noun
1. familie Delphinidae van mittelgrote tandwalvissen met vooruitstekende snuit
delfín
adverb
con mucho gusto
con muchísimo gusto
de buena gana
de muy buena gana
/
ˈdɔlɑr /
noun
1. munt en munteenheid
dólar
noun
signo de dólar
signo de peso
adjective
1. van weinig verstand getuigend
estúpido
tonto
noun
régimen señorial
señorío
noun
1. temming tot huisdier of cultuurgewas
domesticación
verb
1. tot huisdier of cultuurgewas temmen
domesticar
noun
2. vijfde trede van toonladder
dominante
noun
1. overheersing
dominación
noun
1. voorganger van een protestantse eredienst
pastor
pastor protestante
dómine
/
domiˈnɪːrə(n)/
verb
1. het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden
dominar
noun
1-2. inwoner van ...
dominicano
dominico
habitante de Dominica
noun
1. kloosterling van
dominico
dominicano
adjective
- op Dominica betrekking hebbend
dominicano
- op Dominicaanse Republiek betrekking hebbend
dominikánský
adjective
dominico
dominicano
noun
dominicana
habitante de Dominica
/
ˌdo.mi.ni.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/, /
ˌdo.mi.ni.ˌkans.re.pʏ.ˈbliːk/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied dat ten westen aan Haïti grenst en daarmee...
República Dominicana
noun
1. een spel met stenen die aan twee zijden voorzien zijn van ogen en die aan elkaar gelegd worden
dominó
dómino
/
ˈdɔm.kɔp/
noun
1. iemand die niet erg slim is
bobo
verb
1. half in slaap zijn
dormitar
/
ˈdɔm.or/
noun
(milde benaming) dom persoon
bobo
noun
3. benaming voor watervogels die helemaal onder water duiken
somorgujo
somormujo
noun
1. iemand die een (financiële) bijdrage levert
donador
noun
1. een schenking
donación
noun
1. een pagina waarop gevraagd wordt om voor een goed doel een financiële bijdrage te leveren
página de recolección de fondos
pronoun
1. een rivier in Europa die in het Zwarte Woud in Duitsland ontspringt en naar de Zwarte Zee stroomt.
Danubio
noun
1. een zeer luid geluid bij onweer
trueno
noun
alcachofera de gatos
barba de Júpiter
siempreviva mayor
siempreviva tapizante
noun
1. een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt
jueves
/
ˈdɔndərə(n)/
verb
1. het weerklinken van luid gerommel ten gevolge van bliksemontlading.
tronar
retumbar
/
'dɔndərslɑx/
noun
1. de luide knal die het inslaan van de bliksem veroorzaakt
trueno
verb
1. een gift geven
dotar
adjective
1. zonder licht
oscuro
noun
1. toestand dat er geen licht is
oscuro
noun
1. gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
donante
noun
1. fijne veren die onder de taaiere buitenveren zitten, vaak gebruikt als vulstof voor kussens, dekbedden en slaapzakken
plumón
noun
dónut
rosquilla
buñuelo
rosquilla americana
/
doːt/
adjective
1. niet meer levend
muerto
/
doːt/
noun
- 1. de toestand na het leven
- 2. skeletvormige figuur, vaak met zeis, die bovengenoemde toestand personifieert
muerte
/
ˈdotxan/
verb
1. het leven verlaten
morir
finar
adjective
1. bij de geboorte al overleden
mortinato
noun
- 2. keversoort
necróforo
- 1. (beroep) persoon
sepulturero
enterrador
noun
3. hevige vrees
angustia mortal
miedo mortal
temor a la muerte
noun
het bed waarop iemand gestorven is
lecho de muerte
/
ˈdoːts.ɛsˌka.dər/
noun
1. bende die gevormd is om een of meerdere personen te doden
escuadrón de la muerte
/
dotslɑx/
noun
1. het iemand anders opzettelijk, maar zonder voorbedachten rade van het leven beroven
homicidio
noun
1. als straf gedood worden
pena de muerte
pena capital
adjective
2. heel erg ziek
enfermo de gravedad
/
doːf/
adjective
1. niet of minder goed tot horen in staat zijn
sordo
noun
sordera
ensordecimiento
/
'dojə(n)/
verb
1. het stijgen van de buitentemperatuur boven het vriespunt waardoor alle ijs en sneeuw begint te smelten
deshelarse
deshelar
noun
- 1. plechtige besprenkeling of onderdompeling waarmee iemand tot een kerk gaat behoren
bautismo
bautizo
- 2. eerste keer dat iemand een taak uitvoert of eerste gebruik van een object
bautizo
/
ˈdop.vɔnt/
noun
1. een bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
pila bautismal
fuente
/
ˈdoːr/, /
[doːr]/, /
[dʊːr]/
preposition
- 1. bij lijdende vorm
- 2. oorzaak
por
verb
1. een scherp voorwerp geheel door iets heen steken
horadar
perforar
puncionar
taladrar
noun
- 2. een cruciale ontdekking
innovación
- 1. een plek waar een dijk of dam is doorgeslagen
rotura
ruptura
verb
- 3. met kracht een doorgang maken, een weg door iets heen forceren
abrirse paso
romper
- 1. een einde aan een heersende situatie maken
cortar por lo sano
verb
1. tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht
arquear
doblar
/
dorˈdɛŋkə(n)/, /
do̝rˈdɛŋkə(n)/, /
ˈdordɛŋkə(n)/, /
ˈdo̝rdɛŋkə(n)/
verb
1. [doordénken] serieus en goed nadenken over een kwestie
reflexionar profundamente
verb
insistir
ahincar
apretar
instar
urgir
/
ˈdoːrɣan/, /
ˈdɔːrχan/
verb
1. tot het einde meemaken
continuar
/
'dɔːrɣans/
adverb
1. in de meeste gevallen, met weinig uitzonderingen
generalmente
/
'dorklivə(n)/, /
dorˈklivə(n)/
verb
1.
hender
rajar
surcar
verb
1. door een bepaald gebied heenreizen
atravesar
verb
2. in zijn geheel lezen
leer de cabo a rabo
verb
atravesar
experimentar
ir a través de
pasar la experiencia
vivir un hecho
vivir un suceso
noun
1. scherp uitsteeksel aan een plant
espina
noun
1. Datura stramonium, een zeer giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat
estramonio
toloache
verb
globaal bestuderen of bespreken
recorrer
repasar
/
ˈdornəkron/
noun
1. van doorntakken gevlochten kroon als symbool van het martelaarschap
corona de espinas
noun
1. bepaalde soort vis, Squalus acanthias
escualo
adjective
2. doorregen spek: spek met veel laagjes vlees tussen het vet in
entreverado
veteado
verb
aceitar
engrasar
lubrificar
untar
noun
- 2. diameter
diámetro
- 5. wiskundige doorsnede
intersección
intersección de conjuntos
- 1. doorsnijvlak
perfil
sección
- 4. representatieve verzameling
término medio
/
dɔːrˈstan/
verb
- 2. overleven
aguantar hasta el fin
sobrevivir
- 1. ondanks moeilijkheden er nog goed voorstaan
resistir
noun
1. het ergens door(heen) kunnen varen
pasaje
/
ˈdorvərˌkopə(n)/, /
ˈdo̝rvərˌkopə(n)/
verb
1. iets verkopen dat onlangs is gekocht
revender
/
doːrˈzɪxtəx/, /
doːrˈzɪxtɪx/, /
do̝ːrˈzɪχtəχ/
adjective
[1] waar licht zo ongehinderd door kan treden dat het zicht erdoor niet belemmerd wordt
transparente
/
dorˈzin/, /
do̝rˈzin/, /
ˈdorzin/, /
ˈdo̝rzin/
verb
- 1. dóórzien, vluchtig iets lezen
hojear
repasar
- 1. inzien dat iets een poging tot bedrog is
calar
penetrar
comprender
penetrarse
verb
- 1. voortgaan met zoeken
seguir buscando
- 1. grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt
registrar
andar husmeando
escudriñar
indagar
inspeccionar
/
doʊs/, /
doːs/
noun
1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
caja
/
dɔp/
noun
2. kapje ter afsluiting van iets
tapa
tapón
verb
- 3. een naam geven
apellidar
denominar
- 4. voor het eerst ondergaan
bautizar
- 2. iemand ritueel met water besprenkelen of erin onderdompelen en zodoende tot een geloof toelaten
bautizar
acristianar
cristianar
- 1. iets in een vloeistof steken
empapar
mojar
remojar
noun
1. en 2. (zaden uit / peulen van) het gewas Pisum sativum L. subsp. sativum var. sativum
guisante de jardín
noun
1. een geslacht van planten uit de heidefamilie (Ericaceae)
bermeguela
brezo de bonal
brezo de escobas
brezo de turbera
brezo en cruz
brezo tomillar
noun
1. stimulerende (genees)middelen
dopaje
doping
noun
1. schijnbare frequentieverschuiving als de zender en ontvanger bewegen ten opzichte van elkaar
efecto Doppler
noun
1. dopsleutel
llave tubular
/
dɔrp/
noun
1. kleine, permanente nederzetting
pueblo
aldea
noun
1. inwoner van een kleine plaats op het platteland
aldeano
/
ˈdɔrps.kɛrk/
noun
1. een kerkgebouw in een dorp
iglesia del pueblo
noun
1. vloer waarop gedorst wordt
era
noun
1. hoeveelheid van een geneesmiddel die je per keer moet innemen
dosis
/
doˈsir/, /
dɔˈʃe/, /
ˈdɔs·jeː/
noun
1. verzameling documenten en andere vastgelegde informatie,...
expediente
dosier
noun
1.
calta
calta palustre
caléndula acuática
hierba centella
noun
1. een overheidsdienst die belast is met de controle op het internationaal goederenverkeer
aduana
verb
2. verdubbelen
duplicar
/
duʃ/
noun
1. stortbad
ducha
verb
1. een douche nemen
ducharse
duchar
/
ˈdovə(n)/
verb
1. een vlam uit doen gaan
apagar
extinguir
noun
1. een lipbloemige plant met bladeren die op die van de brandnetel lijken maar die niet branden.
ortiga muerta
verb
1. een bestand van een computer of server op afstand naar een lokale computer of server overbrengen
descargar
noun
1. een set van twaalf
docena
/
draːt/
noun
- 5. de schroefdraad
filete de tornillo
rosca de tornillo
- 1. in elkaar gesponnen vezels
hilo
/
drat.los/, /
ˈdraːd.loːs/
adjective
1. waarbij geen draden nodig zijn voor de overdracht van een signaal
inalámbrico
/
ˈdraxbar/, /
ˈdraχbar/
adjective
1. te dragen, met de mogelijkheid gedragen te worden
portátil
noun
1. ongemoduleerde elektromagnetische radiogolf
onda portadora
noun
1. frequentie van een draaggolf
frecuencia portadora
/
ˈdraːɣ.mudər/
noun
madre de alquiler
noun
1. de tijd dat een vrouwelijk dier gewoonlijk zwanger is
período de gestación
noun
- 2. een vleugel van een vliegtuig
plano sustentador
- 1. een vlak waarop een last gedragen wordt
superficie de apoyo
/
draːi̯/
noun
1. omwenteling
vuelta
giro
rotación
noun
1. een machine die een ingeklemd werkstuk ronddraait zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
torno
noun
1. constructie van drie of vier deurbladen die rondom een gezamenlijke verticale as kunnen draaien, ter vervanging van een gewone deur m.n. gebruikt in winkels, ziekenhuizen enz.
puerta giratoria
/
ˈdraːi̯ən/
verb
1. om een middelpunt bewegen
girar
noun
- 2. de tweede wervel
axis
- 1. iemand die met een draaibank werkt
tornero
torneador
noun
1. een slurfvormige draaiing in een watermassa
remolino
noun
1. een mechanisch bediend of automatisch spelend orgel, meestal op straat spelend
organillo
organillo de manubrio
noun
centro de rotación
punto de giro
noun
campo magnético giratorio
campo magnético rotativo
pronoun
sterrenbeeld nabij de noordelijke hemelpool
Draco
/
draːk/
noun
1. fabeldier
dragón
/
drɑxtəx/
adjective
1. (van dieren) zwanger
preñada
verb
2. als kledingstuk of sieraad aanhebben
llevar (puesto)
llevar
noun
1. een persoon die (letterlijk) draagt
portador
/
ˈdraɣɔn/
noun
2. kruid
estragón
dragoncillo
tarragona
tarragón
noun
1. vochtafvoering
drenaje
verb
1. de afvloei van water bevorderen
drenar
noun
- 1. een droevige of aangrijpende gebeurtenis
- 2. een bepaald soort film of toneelstuk
drama
noun
1. innerlijke neiging om iets te doen
impulso
instinto
presión
urgencia
/
drɑŋk/
noun
- 1. alcoholhoudende vloeistof
alcohol
bebida alcohólica
- 2. vloeistof om de dorst te lessen
bebida
poción
noun
- 2. glaasje drank
copita
- 3. vloeibaar medicament
poción
brebaje
jarabe
/
ˈdrɑs.tis/, /
ˈdrɑs.tɪs/
adjective
1. doelgericht zeer ingrijpend
drástico
verb
1. een bestraffende handeling in het vooruitzicht stellen
amenazar
amagar
adjective
amenazador
amenazante
noun
1. een bestraffende handeling die in het vooruitzicht is gesteld
amenaza
/
ˈdrɛŋkə(n)/
verb
2. drinken geven aan
abrevar
abrevarse
regar
noun
1. geschikte plek om rijdieren of vee te laten drinken
abrevadero
/
ˈdrɛntə/
pronoun
1. provincie in het noorden van Nederland, die door Friesland, Groningen, Overijssel en het Duitse Nedersaksen wordt begrensd
Drente
cardinalNumeral
1. telwoord
tres
noun
1. het cijfer 3
número
tres
/
dri'enəxhɛɪt/
noun
trinidad
adjective
1. bestaande uit drie atomen
triatómico
adjective
1. met drie afmetingen, hoogte, breedte en diepte
tridimensional
noun
ajonjera
carlina
carlina montés
noun
1. tweedimensionale geometrische vorm, bestaande uit 3 hoeken en 3 zijden
triángulo
noun
1. kleine tweekleppige zoetwaterschelp, oorspronkelijk uit het bekken van de Kaspische ...
mejillón cebra
pronoun
Epifanía
Reyes Magos
día de los Reyes Magos
noun
día de los Reyes Magos
noun
1. plek waar de grenzen van drie landen elkaar treffen
punto trifinio
tripunto
adverb
1. in drie gevallen
tres veces
noun
1. politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
triunvirato
cardinalNumeral
1. het getal 23
veintitrés
noun
- 4. kudde dieren
grupo
rebaño
- 1. sterke en plotselinge opwelling van woede
rabia
adjective
colérico
violento
noun
palier
árbol de transmisión
noun
1. gas dat in spuitbussen gebruikt wordt om de inhoud onder druk te zetten
propulsor
gas propelente
gas propulsor
noun
1. bodem bestaand uit heel kleine korreltjes vergruisd gesteente, verzadigd met zoveel water dat alles wat zwaar is er in wegzakt
arena movediza
verb
- o4. metaal drijven
abollonar
cincelar
repujar
- o5. aansporen
acuciar
aguijar
aguijonear
aguzar
animar
espolear
- o1. iets of iemand voor zich uit doen bewegen
arrear
conducir
guiar
llevar
ojear
- o2. een zaak leiden
conducir
dirigir
- o3. slaan, (met kracht) inbrengen
conducir
poner
- e3. doornat zijn
estar empapado
- e2. in de lucht zweven
flotar
- e1. op het oppervlak van een vloeistof rusten
flotar
sobrenadar
nadar
aboyar
ir a la deriva
noun
berbiquí
martillo mecánico
/
'drɪŋkə(n)/
noun
beber
tomar
noun
water dat geschikt is om gedronken te worden
agua potable
agua de beber
agua dulce
/
druf/
adjective
1.
afligido
triste
noun
1. drab die in wijn achterblijft na de fermentatie
posos
verb
1. vocht laten of doen verdampen
secar
noun
1. een toestel dat natte voorwerpen, bijvoorbeeld wasgoed droogmaakt
secadora
noun
winkel van een drogist
droguería
/
ˈdrɔx.re.də(n)/, /
ˈdrɔχ.re.də(n)/
noun
1. een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt
sofisma
noun
1. Camelus dromedarius, herkauwer uit Afrika met vetbult op de rug
dromedario
verb
- 1. ervaren van een reeks gebeurtenissen of beelden tijdens de slaap
- je een voorstelling maken van wat je graag wil
soñar
/
drɔŋkə(n)/
adjective
1. onder invloed van alcohol
borracho
noun
het zwaar onder invloed van alcohol zijn
embriaguez
borrachera
emborrachamiento
/
droːx/
adjective
1. geen of zeer weinig vocht bevattend.
seco
noun
2. droogzetinrichting voor schepen
dique seco
noun
lavado en seco
limpieza en seco
verb
1. van water ontdoen
drenar
verb
1. afdrogen, drogen
secar
/
droχmakəˈrɛi/
noun
1. polder ontstaan door het water...
pólder
noun
1.1 constructie met horizontale spijlen, gebruikt om gewassen wasgoed op te hangen zodat het kan drogen
tendedero
noun
1. lange periode zonder of met minder neerslag
sequía
noun
- 1. beelden die men ziet wanneer men slaapt
- 2. een gedachte waarvan met graag had gehad dat ze werkelijkheid werd
sueño
ensueño
noun
zwart gekleurd snoepgoed
regaliz
/
drʏxs/
noun
drogas
narcóticos
noun
narcotráfico
tráfico de drogas
/
'drɵksfər'slaːfdə/
noun
1. Verslaafd persoon
toxicómano
drogadicto
noun
2. vrucht van de wijnstok
uva
verb
1. soezen, suffen
echar la siesta
noun
1. geslachtziekte veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhea
gonorrea
noun
pepita de uva
semilla de uva
noun
aceite de pepita de uva
aceite de semilla de uva
noun
1. een vruchtensap bereid uit druiven
jugo de uva
zumo de uva
noun
1. bundel druiven
racimo
noun
1. pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
presión
noun
gradiente barométrico
adjective
1. benauwd
pesado
noun
1. een persoon die afdrukken maakt
impresor
noun
1. een proefexemplaar dat nog gecorrigeerd dient te worden door de corrector of de auteur
prueba de imprenta
noun
1. een verband dat zorgt voor extra druk op het onderliggend weefsel
vendaje a presión
vendaje compresivo
noun
1. papier gevuld door een printer of een drukpers
impresos
noun
1. iemand die (beroepshalve) slagwerk speelt
baterista
batería
noun
1. mythologisch, vrouwelijk wezen dat in een bos of boom leeft
dríade
dríada
noun
condición dual
dualidad
/
ˈdʏbəl/
adjective
1. tweemaal voorhanden
doble
adjective
1. zonder medeweten van de zieke en de arts bijv. bij onderzoek nieuw geneesmiddel
doble ciego
noun
doradilla de bosque
lonchite
adjective
- 1. met meerdere kanten
ambiguo
de doble sentido
- 1. zowel mannelijk als vrouwelijk
andrógino
/
ˈdʏ.bəl.ˌstɛr/, /
ˈdʏ.bəɫ.ˌstɛr/
noun
1. twee sterren die om elkaar heen bewegen
estrella binaria
adjective
ambiguo
de doble sentido
equívoco
/
dʏbəl'zɪnəxhɛit/
noun
1. iets dat op meerdere manieren te interpreteren is
ambigüedad
noun
1. een scheikundig element met het symbool Db
dubnio
noun
1. een gevecht tussen twee personen, gewoonlijk onder bepaalde regels
duelo
/
dʏf/
adjective
1. saai, doods
aburrido
/
ˈdœy̯dələk/
adverb
- 2. goed te herkennen
claro
obvio
- 1. niet mis te verstaan
evidente
obvio
noun
1. het evident en vanzelfsprekend zijn
lucidez
claridad
evidencia
nitidez
rotundidad
verb
- 2. een teken zijn dat iets gaat gebeurden
indicar
señalar
- 1. uitleggen, verklaren, begrijpelijk maken
interpretar
/
dœʏ̯f/, /
dœːf/
noun
1. vogel die een koerend geluid maakt, uit de familie Columbidae
paloma
pichón
noun
1. wandplank van een vat
duela
/
ˈdœy̯kə(n)/
verb
- 1. het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
bucear
- 2.in het water springen zodat de armen eerst het water in gaan
clavado
zambullirse
noun
1. iemand die voor beroep of plezier zich onder de waterspiegel begeeft
buceador
buzo
noun
campana de buzo
campana de inmersión
noun
1. het pak dat een duiker beschermt tegen koude onder water en dat hem voorziet van ademlucht
escafandra
/
dœy̯m/
noun
- 2. lengtemaat
pulgada
- 1. eerste, kortste en dikste vinger
pulgar
dedo gordo
noun
espino amarillo
espino falso
sarga
noun
2. Alopecurus myosuroides
cola de zorro tenue
adjective
1. in weinig of geen licht badend
obscuro
oscuro
noun
obscuridad
oscuridad
tiniebla
noun
1. een toestand van weinig of geen verlichting
oscuridad
/
dœʏ̯ts/, /
dœːts/
adjective
1. betreffende Duitsland of het Duits
alemán
alemana
/
dœʏ̯ts/, /
dœːts/
pronoun
1. een taal die gesproken wordt in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en België
alemán
pronoun
República Democrática Alemana
noun
1. hond uit een oorspronkelijk in Duitsland gefokt ras
pastor alemán
/
ˈdœʏ̯tsər/, /
ˈdœːtsər/
noun
1. een inwoner van Duitsland
alemán
alemana
/
ˈdœʏ̯tslɑnt/, /
ˈdœːtslɑnd/, /
ˈdœːtslɑnt/
pronoun
1. een Midden-Europese staat die wordt gevormd door een federatie van 16 deelstaten en die het Duits als officiële taal heeft
Alemania
noun
1. afgesloten kistje waaruit door een springveer opeens een figuur te voorschijn komt
caja sorpresa
noun
camisitas de Jesús
fumaria
gitanillas
palomilla
sangre de Cristo
zapaticos
noun
1. een duivenhok op een paal of boven een gebouw uitstekend
palomar
noun
principio del palomar
adjective
1. een gevoel waarbij alles lijkt rond te draaien en het gevoel voor evenwicht verstoord is
mareado
noun
1. het gevoel zijn evenwicht te verliezen
mareo
noun
1.aanval van lichte duizeligheid
vértigo
noun
milenrama
flor de la pluma
achillea
aquilea
artemisa bastarda
cientoenrama
noun
Poligonáceas
Polygonaceae
noun
1. geleedpotig dier met een groot aantal poten uit de klasse Chilopoda
ciempiés
noun
1. een in het water geplaatst stelsel van zware palen dat dient om schepen aan vast te leggen of...
duque de Alba
amarradero
verb
1. bereid zijn iets ongestraft te laten
soportar
aguantar
sufrir
tolerar
conllevar
verb
- 4. een relatie beëindigen, een geliefde afdanken
dejar
plantar
- 2. storten, lozen
descargar
- 3. zich ontdoen van (dingen en mensen)
deshacerse de
- 1. produkten onder de gangbare prijs verkopen
dúmping
hacer
inundar
mercado
/
dʏn/
adjective
2. van geringe dikte
fino
delgado
noun
- 2.
bandera
- 1. dunne stof gebruikt voor vlaggen
linón
verb
1. voorkomen
parecer
opinar
noun
1. bepaalde soort vis, Chelon ramada
capiton
noun
1. deel van het spijsverteringskanaal tussen de maag en de dikke darm
intestino delgado
noun
1. gebruiksvoorwerp
pelapatatas
noun
1. tweetal bij elkaar horende personen
par
pareja
noun
1. een identiek tweede exemplaar van iets
duplicado
/
'dyːrə(n)/
verb
1. een bepaalde tijd in beslag nemen
durar
verb
1. het vermogen om moed te tonen
valentía
valor
noun
1. enige tetraploïde tarwesoort die nog veel wordt verbouwd
trigo duro
trigo candeal
verb
1. ~ te de moed hebben om iets gewaagds te doen
atreverse
osar
conjunction
1.om die reden, daarom
pues
así que
adverb
1. in die mate
de tal forma
/
dʏt/
noun
siesta
coyotito
siestón
verb
niet goedkoop
caro
costoso
/
ˈdyːr.zam/
adjective
1. lang meegaand
duradero
durable
noun
- 1.
estabilidad
- 2.
sostenibilidad
/
dyu̯/
noun
1. een zet, een stoot
empujón
/
dy.ʋǝⁿ/
verb
1. door druk uit te oefenen doen voortbewegen
empujar
noun
1. de afkorting voor digital versatile disc,...
DVD
adjective
1. onverstandig, gek
estúpido
tonto
necio
noun
1. iemand die onverstandig denkt en/of handelt
bobo
tonto
verb
- 1. zonder kennis van waar men is rondbewegen
descarriarse
desviarse
extraviarse
- 3. geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden, het mis hebben
errar
- 2. zonder kennis van waar men is bewegen
vagabundear
vagar
noun
equivocación
error
yerro
/
dʋɑŋ/
noun
fuerza
violencia
noun
1. werk dat onder dwang gedaan moet worden
trabajo forzado
trabajo forzoso
noun
1. een kledingstuk dat de drager bewegingsvrijheid van de armen en handen ontneemt
camisa de fuerza
noun
1. psychische stoornis die gekenmerkt wordt door dwanggedachten en dwanghandelingen
trastorno obsesivo-compulsivo
/
dʋɑrs/
adjective
transverso
al soslayo
de soslayo
trasversal
/
dʋɑrs/
adverb
- 1.
a través
- 3. iemand iets dwarszitten
molestar
- 2. dwarsliggen
se interponer en el camino
/
ˈdwɑrzbomə(n)/
verb
1. tegenwerken, moeilijkheden geven
contrariar
estorbar
/
ˈdʋɑrsflœʏt/
noun
1. een blaasinstrument dat dwars op de lippen geblazen wordt
flauta traversera
flauta travesera
noun
1. iemand die niet bereid is tot medewerking, die zich overal tegen verzet
traviesa
/
dʋɛi̯l/
noun
1. een stuk weefsel in natte vorm gebruikt om een gladde vloer te reinigen
fregona
noun
1. een buitengewoon klein mens
enano
enana
noun
1. bepaald soort vis, Trisopterus minutus
capellán
mollera
noun
1. kleinste soort van de vinvissen, Balaenoptera acutorostrata
rorcual enano
noun
1. iemand die op een hinderlijke manier de baas probeert te spelen
déspota
tirano
verb
1. iemand tegen zijn wil iets opleggen
forzar
obligar
coaccionar
verb
1. door dwang en drang
imperativo
obligatorio
noun
springstof waarin nitroglycerine door een poreuze stof wordt vastgehouden
dinamita
noun
1. uitspraakgebrek
disartria
noun
1. gestoorde gezondheid
discrasia
noun
1. rode loop, bloeddiarree
disentería
noun
1. slikstoornis
disfagia
/
ˌdɪsfaˈzi/
noun
1. een ontwikkelingsstoornis bij kinderen
disfasia
disfrasia
noun
1. sombere stemming, somber gevoel
disforia
noun
1. gestoorde werking
disfunción
noun
1. gebrekkige aanleg of ontwikkeling
disgénesis
noun
1. een smaakstoornis
disgeusia
/
dɪslɛkˈsi/
noun
1. het onvermogen om woorden, waarvan men wel de letters ziet, in hun betekenis te vatten
dislexia
noun
1. pijnlijke maandstonden (menstruatie)
dismenorrea
noun
1. paringspijn, pijn bij het vrijen
dispareunia
noun
1. gestoorde spijsvertering
dispepsia
noun
1. bemoeilijkte ademhaling
disnea
noun
1. scheikundig element met symbool Dy en atoomnummer 66
disprosio
noun
1. stoornis in de spierspanning
distonía
noun
1. voedingsstoornis, groeistoornis van organen, degeneratie van organen, cellen, weefsels
distrofia
noun
1. pijnlijke urinelozing
disuria
noun
libro electrónico
libro-e
noun
libro electrónico
libro-e
/
ˌodəkoˈlɔɲə/
noun
1. keulswater, reukwater
agua de colonia
noun
1. een getijde waarbij het water van de zee zakt, in tegenstelling tot vloed, waarbij het water stijgt
bajamar
reflujo
noun
1, edele houtsoort
ébano
noun
1. benaming voor het geslacht Ebolavirus
virus Ébola
/
ɛkxiˈmozə/
noun
equimosis
adjective
1. kerkelijk
eclesiástico
/
ˈɛ.xo/, /
ˈɛ.χo/
noun
1. een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid
eco
noun
1. beeld (of foto) van organen dat gemaakt wordt via geluidsgolven die worden teruggekaatst
ecografía
noun
1. het dwangmatig herhalen van woorden of zinnen, zonder de betekenis ervan daadwerkelijk te doorgronden
ecolalia
noun
ecolocación
ecolocalización
adjective
2. waarachtig, juist, niet vervalst
verdadero
auténtico
real
noun
1. dunne, oppervlakkige aantasting van planten door schimmels uit de orde Erysiphales
oídio
conjunction
1. een beperkende tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) beperkt
sin embargo
no obstante
/
ˈɛxtxəˌnot/
noun
1. een mannelijke huwelijkspartner
esposo
marido
/
ˈɛxtxəˌnotə/, /
ˈɛχtχəˌnotə/
noun
1. een vrouwelijke huwelijkspartner
esposa
noun
1. twee mensen die met elkaar getrouwd zijn
matrimonio
noun
1. formele verbreking van een huwelijksband
divorcio
noun
- 1. een nieuwe filosofische stroming die is gebaseerd op diverse oudere filosofische stromingen
- 2. een nieuwe bouwstijl die is gebaseerd op verschillende oudere bouwstijlen
- 3. het selecteren van verschillende doctrines, methoden enz...
eclecticismo
/
eˈklɪps/
noun
1. het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistert
eclipse
/
ˌe.ko.lo.ˈɣi/, /
ˌe.ko.lo.ˈχi/
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ecología
noun
ambientalismo
ecologismo
/
ˌe.ko.ˈlox/, /
ˌe.ko.ˈloχ/
noun
1. een wetenschapper die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ecóloga
ecólogo
noun
- 2. het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
- 1. de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
economía
adjective
1. betreffende economie
económico
noun
crecimiento económico
noun
síndrome de la clase turista
noun
1. deskundige op het gebied van de economie
ecónomo
economista
noun
1. alle organismen in hun leefomgeving.
ecosistema
/
ɛkˈtasijʏm/
noun
Ectásico
noun
1. oppervlakkige huidaandoening
eccema
eczema
noun
1. de naam voor elk element uit de achtste chemische reeks van het periodiek systeem
gas noble
noun
1. Cervus elaphus, hertensoort
ciervo rojo
noun
1. iemand die tot de adel behoort
noble
hidalgo
noun
1. een metaal dat niet licht aan corrosie of oxidatie ten prooi valt
metal noble
noun
1. iemand die edele metalen bewerkt
orfebre
noun
1. een stuk edelgesteente
piedra preciosa
gema
/
ˌedijaˈkarijʏm/
noun
Ediacárico
pronoun
2. spelwoord voor de letter e
Enrique
/
et/
noun
1. een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
juramento
/
ˈekˌhoːrn/
noun
1. benaming voor knaagdieren uit de familie Sciuridae
ardilla
noun
1. verdikking van de huid
callo
phraseologicalUnit
1. iets kopen zonder te weten wat de koopwaar is
comprar con los ojos cerrados
comprar a ciegas
/
enˈtwetʲə/
noun
1.
pase corto
noun
uva de raposa
uva de zorra
hierba de Paris
/
eːnt/
noun
1. benaming voor veel watervogels uit de familie Anatidae
pato
ánade
pata
noun
1. insect uit de orde Ephemeroptera
efímera
noun
concordia
armonía
unidad
/
enˈdœydəx/
adjective
1. zonder twijfel
unívoco
/
ˌe.nən.ˈtʋɪn.təχ/
cardinalNumeral
1. het getal 21
veintiuno
noun
2. maat waarin hoeveelheden worden uitgedrukt
unidad
adjective
1. één jaar durend
anual
adjective
1. in het bezit van (slechts) één oog
tuerto
noun
1. een gezin met slechts één ouder
familia monoparental
adverb
una vez
en algún tiempo
adjective
1. dezelfde mening hebbend
unánime
adjective
1. een gelijke inhoud hebbend
conforme
idéntico
adjective
2. volledig met een stem sprekend, met instemming van iedereen
unísono
/
enˈtonəx/
adjective
1. saai doordat het telkens hetzelfde is
monótono
noun
1. afwezigheid van pracht en praal
simplicidad
sencillez
/
eːnˈvɑudəx/, /
eːnˈvɑudəχ/
adjective
- 2. zonder overdaad of vertoon
modesto
- 1. niet ingewikkeld
sencillo
adjective
1. gebrek aan gezelschap ondervindend
solitario
solo
noun
1. de hoedanigheid van het eenzaam zijn
soledad
/
er/
noun
1. aanzien, roem
honor
verb
1. respecteren
respetar
conjunction
1. geeft een tijdstip aan voor hetwelk iets anders plaatsheeft
antes de que
/
ˈeːrɣɪstər/, /
ˈɪːrχɪstər/
adverb
1. de voorlaatste dag die voltooid is
anteayer
/
ˈɪːrɣɪstərə(n)/, /
ˈɪːrχɪstərə(n)/
adverb
1. de voorlaatste dag die voltooid is
anteayer
antes de ayer
/
ˈeːrlək/
adverb
- 2. op een gepaste, eervolle wijze
justo
- 1. vrij van leugen en bedrog
sincero
honrado
noun
1. het vertellen van de waarheid
honestidad
honradez
adverb
1.
en primer lugar
primeramente
antes
noun
1. nummer één in een volgorde
primero
primer
noun
1. eerste kwartier
cuarto creciente
media luna
pronoun
1. een militair conflict op wereldschaal, dat van 28 juli 1914 tot 11 november 1918 plaatsvond
Primera Guerra Mundial
/
ˈer.wrak/
noun
crimen de honor
noun
1. verlangen naar eer of roem
ambición
/
ˈeːitbaːr/, /
ˈeːtbaːr/
adjective
1. geschikt om gegeten te worden
comestible
noun
1. een café waar ook maaltijden verkregen kunnen worden
mesón
/
ˈetkamər/
noun
1. een kamer waar maaltijden worden genuttigd
comedor
noun
escudilla de hierro
gábata
plato de hierro
noun
1. de behoefte om voedsel tot zich te nemen.
apetito
noun
trastorno alimentario
trastorno alimenticio
/
eːu̯/
noun
1. een periode van 100 jaar
siglo
centuria
noun
1. een feestelijke herdenking naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van iets
centenario
/
eːwɪx/, /
eːʋəχ/, /
eːβ̞əx/
adjective
1. voortdurend, zonder einde
eterno
/
eːwɪx/, /
eːʋəχ/, /
eːβ̞əx/
adverb
1. voortdurend, zonder einde
eternamente
/
ɪːβ̞əχɛɪ̯t/
noun
1. alle tijd die nog zal komen
eternidad
noun
4. tabel met de stand van de zon, de maan en de planeten voor elke dag van het jaar
efemérides
/
e.ˈfe.zə/
pronoun
1. in de oudheid een grote Ionische haven- en handelsstad
Éfeso
pronoun
1. boek in het Nieuwe Testament
Efesios
noun
- 1. uitwerking
efecto
- 2. verhandelbaar waardepapier
valor mobiliaro
adverb
1. doeltreffend
efectivo
eficaz
noun
1. het effectief zijn
eficacia
adjective
1. glad van oppervlak
fino
igual
liso
llano
plano
verb
1. gelijk of vlak maken
allanar
adjective
1. nuttig effect hebbend
eficiente
eficaz
noun
1. de mate waarin nuttig gebruik gemaakt wordt van het beschikbare bij een bepaald proces
eficiencia
eficacia
/
ˈexəl/
noun
1. bepaald soort zoogdier Erinaceus europaeus
erizo
noun
1. wilde roos met gestekelde takken, geurige blaadjes, felroze bloemen en scharlaken bottels
mosqueta
rosa mosqueta
/
xxxx/
noun
1. het uitsluitend op eigen belangen en gewin uit zijn
egoísmo
noun
1. een zelfzuchtig persoon
egoísta
/
e.ˈɣɪp.tə/, /
e.ˈχɪp.tə/
pronoun
1. een Arabisch land op de grens van Afrika en Azië
Egipto
/
eɣɪpto'log/
noun
egiptólogo
noun
1. doos met EHBO-benodigdheden
botiquín
/
ɛɪ/, /
ɛɪ̯/, /
ɛː/
noun
1. dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
huevo
óvulo
noun
1. bepaald soort zeevogel, Somateria mollissima
eider común
pato de flojel
adjective
1. betrekking hebbend op de visuele vermogens
eidético
noun
1. het binnenste, gele deel, van een ei
yema del huevo
noun
- 1. eierschaal
cáscara de huevo
- 2. bekertje om gekookte eieren in te plaatsen
huevera
huevero
noun
cortador de huevos duros
rebanador de huevo
noun
1. het geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
ovario
noun
1. een voedingsmiddel gemaakt uit geklutste eieren
cubrehuevos
tortilla
noun
1. de gele eidooier die in het midden van het ei zit
yema
yema del huevo
/
ˈɛi̯ɣə(n)/
adjective
propio
noun
1. iemand die iets in eigendom heeft
propietario
dueño
adjective
1. afwijkend van wat normaal is
peculiar
noun
1. een bijzondere hoedanigheid
particularidad
peculiaridad
/
'ʔɛɪɣəndɔm/
noun
- 1. eigendomsrecht
propiedad
- 2. zaak die men zijn eigen mag noemen, bezit
propiedad
posesión
pertenencia
noun
1. het meest omvattend zakeljike recht dat een eigenaar op zijn goed kan uitoefenen
derecho de propiedad
adjective
2. echt, waar
verdadero
noun
1. een naam waardoor men een mens, dier of ding zich van andere van dezelfde soort onderscheidt
nombre propio
noun
1. een gegeven karakteristiek die eigen is aan een bepaalde persoon of zaak
cualidad
calidad
atributo
característica
adjective
- 2.
actual
- 1.
contemporáneo
/
ɛi̯k/, /
ɛːk/
noun
1. Quercus, een geslacht van loofbomen
roble
/
ˈɛɪkəɫ/
noun
- 1. vrucht van de eik
bellota
- 2. top van een penis
glande
bellota
/
ˈɛi̯kəˌblɑd/, /
ˈɛi̯kəˌblɑt/, /
ˈɛːkəˌblɑt/
noun
1. blad van een eikenboom
hoja de roble
/
ˈɛɪ̯kəblɑdˌsla/, /
ˈɛɪ̯kəblɑtˌsla/, /
ˈɛːkəblɑtˌsla/
noun
1. variëteit van sla
lechuga hoja de roble
noun
gallina de los bosques
grifola frondosa
maitake
mushikusa
seta bailadora
/
ɛilɑnt/
noun
1. een stuk land dat omringd is door water
isla
ínsula
/
ˌɛilɑnt ˈmɛn/
pronoun
isla de Man
noun
1. iemand die op een eiland woont
isleño
isleña
noun
1. soeverein gebied dat geheel door zee wordt omringd
país insular
noun
1. deel van de geslachtsorganen van de vrouw
trompa de Falopio
oviducto
/
ɛɪ̯nd/, /
ɛɪ̯nt/, /
ɛːnt/
noun
fin
final
phraseologicalUnit
1.
a buen fin no hay mal tiempo; a buen fin no hay mal principio
bien está lo que bien acaba
noun
1. de plaats waar men uiteindelijk naar toereist
destino final
/
ˈɛɪ̯ndə/, /
ˈɛːndə/
noun
1. het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt
fin
final
adverb
1. na een (te) lange tijd.
finalmente
adjective
1. een einde hebbende
finito
limitado
restricto
verb
1. iets tot een besluit voeren
acabar
terminar
noun
1. scheikundig element met symbool Es en atoomnummer 99
einstenio
/
ɛɪ̯s/
noun
1. een dwingende vraag
exigencia
/
ˈɛi̯sə(n)/
verb
1. zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan
exigir
demandar
noun
1. het tijdstip dat de eicel door de eierstok wordt afgestoten
ovulación
ovificación
/
ɛiwɪt/
noun
- 1. het deel van een ei waarin de dooier ligt
clara de huevo
- 2. een tot een klasse van polymere stoffen met een hoog moleculair gewicht...
proteína
albúmina
noun
biosíntesis proteica
síntesis proteica
verb
sperma uitwerpen
eyacular
noun
1. bepaald soort zwartwitte kraaiachtige vogel, Pica pica
urraca
picaza
marica
noun
1. een vaak pijnlijke, naar binnen groeiende eeltplek (verdikking van de huid)
dureza
noun
1. een oude lengtemaat gebaseerd op de lengte van de menselijke ellepijp, gewoonlijk 60 à 70 cm
yarda
/
ɛl.ˈsɑl.va.dɔr/, /
ɛɫ.ˈsɑɫ.va.dɔr/
pronoun
1. land in Midden-Amerika dat grenst aan Guatemala, Honduras en de Stille Oceaan
El Salvador
noun
1. een groot hert uit de poolstreken met een opvallend groot en breed vertakt gewei
alce
ante
noun
alce de El Cabo
antílope eland común
adjective
1. van elastiek gemaakt
de elástico
adjective
1. rekbaar
elástico
adjective
1. betrekking hebbend op verkiezingen
electoral
/
eləˈɣɑnt/
adverb
1. een prettige uitstraling hebbend door de subtiele afwerking
elegante
chic
noun
1. vakman op gebied van elektriciteit
electricista
/
eˌlɛktrɪsiˈtɛɪt/
noun
2. de elektrische stroom als energiedrager
electricidad
noun
1. een krachtcentale waar elektriciteit wordt opgewekt
planta eléctrica
central electrica
noun
1.een toestel dat het elektriciteitsverbruik van een huishouden of bedrijf meet
contador eléctrico
noun
1. invoering van een elektriciteitsnet
electrificación
adjective
1. door middel van elektriciteit
eléctrico
noun
alumbrado eléctrico
luz eléctrica
noun
1. een voertuig dat wordt aangedreven door een elektromotor
vehículo eléctrico
noun
1.
máquina electrostática
noun
1. onderzoek van de elektrische activiteit van het hart
electrocardiografía
verb
1. doden of ter dood brengen door elektrische stroom
electrocutar
noun
electrocución
electrocutamiento
noun
1. een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die met elektronische middelen toon/geluid voortbrengen
electrófono
noun
- 1. chemische verbinding die in waterige oplossing in ionen wordt gesplitst
- 2. een stof of mengsel van stoffen gekenmerkt door het bezit van uitsluitend ionische geleidbaarheid
electrolito
electrólito
noun
condensador electrolítico
noun
1. een magneet waarvan het veld door een elektrische stroom veroorzaakt wordt
electroimán
adjective
electromagnético
noun
campo electromagnético
noun
compatibilidad electromagnética
noun
radiación electromagnética
noun
electromotor
motor eléctrico
noun
1. een van de elementaire deeltjes, het lichtste deeltje met een elektrische lading
electrón
negatrón
noun
1. duidt aan hoe de elektronen over de diverse schillen verdeeld zijn
configuración electrónica
noun
difracción de electrones
noun
1. groep van elektronen binnen een atoom met eenzelfde energieniveau
capa electrónica
noun
1. de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen...
electrónica
noun
componente electrónico
noun
resonancia paramagnética electrónica
noun
electroscope
electroscopio
noun
ingeniero electrotécnico
ingeniero electrónico
noun
1. de studie en praktische toepassing van alles wat met elektriciteit en elektromagnetisme te maken heeft
ingeniería eléctrica
ingeniería electrónica
noun
1. legering van goud en zilver
electro
cardinalNumeral
1. het getal 11
once
pronoun
1. een regionale Noord-Germaanse taal die gesproken wordt in de Zweedse gemeente Älvdalen
dalecarliano
/
ˈɛlf.də/, /
ˈɛlv.də/
ordinalAdjective
1. nummer elf in een rij
undécimo
/
elimi'nasi/
noun
- 1. verwijdering of wegwerking
- 2. een moord
- 3. het wegwerken van een grootheid die in twee of meer vergelijkingen voorkomt
eliminación
- 4. de afstoting van verstorven delen
rechazo
verb
2. verwijderen uit de bevolking, doden
eliminar
noun
1. armoedige, beklagenswaardige omstandigheden
miseria
noun
bellaco
bribón
granuja
miserable
adjective
1. erg onaangenaam
miserable
mísero
angustiado
/
ˈɛləpɛɪp/, /
ˈɛləpɛːp/
noun
bot in de onderarm
cúbito
noun
- 1. twee-dimensionale figuur die wordt gevormd door alle punten waarvoor de som ...
elipse
- 2. een stijlfiguur waarbij een lopende zin wordt afgebroken, die echter door...
elipsis
noun
- 1. boomsoort
aliso
- 1. priem
lezna
/
eˈmɑj/
noun
- 1. glasachtige deklaag
esmaltado
esmalte
- 2. met email bedekt voorwerp
- 3. tandglazuur
esmalte
noun
1. iets dat door een lichaam uitgezonden of uitgewasemd wordt
emanación
noun
1. concrete figuur voor een abstract begrip
emblema
noun
1. kleine prent met een symbolische afbeelding met een opschrift en een verklarend onderschrift
emblema
noun
embolia
tromboembolismo
émbolo
noun
1. een organisme in het eerste ontwikkelingsstadium na de bevruchting
embrión
noun
1. de wetenschap die zich met het ongeboren leven bezighoudt
embriología
noun
1. iemand die zich toelegt op de studie van het embryo
embriólogo
noun
1. braken
emesis
vómito
noun
1. braakmiddel
emético
vomitivo
noun
1. longaandoening
enfisema
enfermedad del pulmón
/
ˌemiˈχrɪːrə(n)/
verb
1. naar het buitenland verhuizen
emigrar
/
emɪˈraːt/
noun
1. gebied van een emir
emirato
noun
2. uitzending van kleine deeltjes of van licht of andere elektromagnetische straling
emisión
noun
comercio de derechos de emisión
/
ˈɛmər/
noun
1. busvormig vat (met hengsel), waarin men vloeistoffen of vaste stoffen kan verplaatsen
cubo
balde
noun
1. bepaalde soort drietenige vogel Dromaius novaehollandiae
emú
noun
1. hevig gevoel, sterke gemoedsbeweging
emoción
afecto
adjective
1. zeer vatbaar voor gevoelens
emocional
adjective
1. wat op ervaring of proefneming berust
empírico
noun
stof die helpt bij het mengen van twee stoffen die normaal gesproken niet of moeilijk mengbaar zijn
emulgente
emulsificador
verb
1. een melkachtige oplossing vormen
emulsionar
noun
1. een stereo-isomeer dat het spiegelbeeld is van zijn tegenvoeter
enantiómero
noun
1. hersenontsteking
encefalitis
/
ɛn.'kla.və/
noun
1. omsloten gebied
enclave
noun
1. een brief van de paus aan alle katholieke gelovigen
encíclica
/
ˌɛnsiklopeˈdi/
noun
1. een gestructureerde en geschreven verzameling van menselijke kennis, in boekvorm of digitaal
enciclopedia
noun
medewerker aan een encyclopedie
enciclopedista
noun
1. laatste deel van het spijsverteringskanaal vlak voor de anus
recto
adjective
1. van nature alleen in een specifiek gebied voorkomend
endémico
noun
1. ontsteking van de hartwand
endocarditis
adjective
1. met inwendige afscheiding in de bloedstroom, hormonaal
endocrino
noun
1. de wetenschap die zich bezighoudt met de afscheidingen van klieren in het lichaam
endocrinología
adjective
1. van binnen uit
endógeno
noun
1. baarmoederslijmvlies buiten baarmoeder
endometriosis
noun
1. (kijk)onderzoek van lichaamsholten of inwendige kanalen
endoscopia
noun
1. inwendig bekledingsweefsel van bloed- en lymfvaten
endotelio
adjective
1. waarbij warmte opgenomen wordt
endotérmico
adjective
1. met betrekking tot arbeid of energie
energético
/
enər'ʒi/, /
enɛr'ʒi/
noun
- 1. het vermogen iets te doen
energía
- 2.
ánimo
adjective
enérgico
con energía
noun
almacenamiento energético en red
adjective
- 1. angst veroorzakend
espantoso
- 2. met weinig tussenruimte
estrecho
noun
1. deel van het Verenigd Koninkrijk
Inglaterra
/
ˈɛ.ŋ(g)əls/, /
ˈɛ.ŋɔɫs/, /
ˈɛ.ŋəɫs/
adjective
1. als van, in of betrekking hebbend op Engelsen, Engeland of het Engels
inglés
inglesa
/
ˈɛ.ŋ(g)əls/, /
ˈɛ.ŋɔɫs/, /
ˈɛ.ŋəɫs/
pronoun
1. de taal
inglés
noun
1. een grotere en lagere uitvoering van de hobo
corno inglés
/
ɛ.ŋɔɫs.mɑn/, /
ɛ.ŋəls.man/, /
ɛ.ŋəɫs.mɑn/
noun
1. iemand die in Engeland woont
inglés
adjective
- 1. leuk, aardig, schattig
guay
- 2. uniek
único
singular
indefiniteCardinalNumeral
1. een vrij klein aantal
unos
noun
1. gewricht dat de voet met het been verbindt
tobillo
indefinitePronoun
1. een onbepaald, meestal klein aantal
algunos
noun
1. een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
singular
/
eˈnɔrm/
adjective
1. buitensporig groot
enorme
/
ɑŋ.ˈkɛː.tə/, /
ɑ̃.ˈkɛt/
noun
1. een vragenlijst die aan meerdere personen wordt voorgelegd
encuesta
verb
1. aan boord gaan en overnemenn
abordar
aferrar
noun
1. ontsteking van de ingewanden
enteritis
noun
1. ontsteking van zowel de dikke als de dunne darm
enterocolitis
/
ɛntuˈʒɑs/, /
ˌɑn.ty.ˈʒɑst/
adjective
1. hartstochelijk, met geestdrift
entusiasta
/
ɛntuˈʒɑs/, /
ˌɑn.ty.ˈʒɑst/
noun
1. iemand die over iets of iemand geestdriftig is (vaak gebruikt als tweede deel van een samengesteld begrip
entusiasta
noun
1. de muziek die wordt gespeeld tussen twee akten of bedrijven van een theaterstuk, opera, ballet etc
entreacto
sainete
noun
entrecot
entrecot de vaca
entrecôte
noun
1. een getal evenredig met de logaritme van het aantal realiseringmogelijkheden, ook wel gedefinieerd als de reversibele warmte gedeeld door de temperatuur
entropía
noun
1. papieren omslag voor brieven
sobre
abbreviation
1. een aanduiding van het feit dat een verdere opsomming overbodig geacht wordt
y eso
y más
y otras
/
ɛnˈzim/
noun
1. een organische molecuul dat biologische reacties mogelijk maakt of versnelt zonder daarbij zelf...
enzima
/
ˌejoʔɑrˈxaikʏm/
noun
Eoarcaico
adjective
1. door de wind veroorzaakt
eólico
/
ejoˈlitikʏm/
noun
Eolítico
noun
1. toename van het aantal eosinofiele (zich kleurend met zure kleurstoffen) cellen in het bloed
eosinofilia
/
ˌejoˈzowikʏm/
noun
Eozoico
/
ˈepɛnˌtezɪs/
noun
1. invoeging van middenlank
epéntesis
noun
1. het punt op het aardoppervlak loodrecht boven de haard van de aardbeving
epicentro
noun
1. ontsteking van een knobbel aan een gewrichtsuitsteeksel
epicondilitis
/
epideˈmi/
noun
1. besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt onder een groep van mensen
epidemia
/
epidyraɫ/
adjective
1. buiten het harde hersenvlies en de ruimte aan de buitenzijde van het harde ruggenmergvlies
epidural
/
ˌepiˈfizə/
noun
- 2. het uiteinde van een pijpbeen
epífisis
- 1. een klier die onderdeel is van de epithalamus en melatonine uitscheidt
glándula pineal
epífisis
noun
1. pijn in de bovenbuik
epigastralgia
noun
1. vallende ziekte, toevallen
epilepsia
noun
1. een naschrift toegevoegd aan een boek of film
epílogo
/
ˈepipalejoˌlitikʏm/
noun
1. periode in de steentijd, waarin de overgang naar landbouw en veeteelt plaatsvindt
Epipaleolítico
noun
1. verwijding van de schede-ingang bij de vrouw
episiotomía
noun
1. neusbloeding
epistaxis
noun
- 1. brief
carta
- 2. een deel van de mis dat voorafgaat aan het evangelie
epístola
noun
1. dekweefsel, bovenste laag van de huid en slijmvliezen
epitelio
noun
1. woord dat gevormd is op basis van een eigennaam van een persoon
epónimo
noun
1. een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
ecuador
/
ˌe.kwa.toː.ri.al.ɣi.ˈne.ja/, /
ˌe.kʋa.to̝ː.ri.aɫ.χi.ˈne.ja/, /
ˌe.kβ̞a.toː.ri.aɫ.ɣi.ˈne.ja/
pronoun
1. een land in Afrika grenzend aan Gabon en Kameroen
Guinea Ecuatorial
noun
ecuatoguineano
guineano
noun
1. passage van de zon door het vlak van de evenaar
equinoccio
noun
3. rijtuig
berlina
calesa
noun
teorema de equipartición
noun
superficie equipotencial
noun
1. iets gelijkwaardigs
equivalente
noun
principio de equivalencia
noun
1. het uitroeien van een infectieziekte; bestrijden van een epidemie
desarraigo
adjective
miserable
digno de lástima
noun
1. een scheikundig element en zilverwit lanthanide met het symbool Er en het atoomnummer 68
erbio
noun
1. oprichting van het mannelijk lid
erección
verb
1. iemands prijzenswaardigheid in het daglicht stellen
honrar
noun
lugar de honor
sitio de honor
noun
cuestión de honor
pundonor
noun
1. grond behorend bij boerderijhuis
corral
noun
1. stuk van de erfenis zoals dat aan een bepaalde erfgenaam toekomt
porción de la herencia
noun
1. zakelijk recht op andermans onroerend goed
servidumbre
adjective
1. wat op genetische wijze door nazaten verkregen kan worden
hereditario
noun
1. wat door de erflater bij zijn overlijden wordt nagelaten
herencia
noun
1. degene die andermans nalatenschap erft
heredero
noun
- 1. regeling voor de overgang van de nalatenschap
- 2. regeling voor troonwisseling
sucesión
noun
1. overerfbare, langdurige of eeuwige pacht
enfiteusis
censo enfitéutico
noun
- 1. het samenstel van regels dat de vererving regelt
derecho de sucesiones
- 2. het recht om te erven
herencia
noun
1. een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt
objeto de herencia
noun
1. overgeërfd inheems woord
patrimonialismo
noun
1. schending van Gods regels door de eerste mens Adam als last die op ieder mens rust
pecado original
verb
- 2. zich ~ aan gevoelens van onvrede ervaren
abroncarse
enojarse
irritarse
- 1. gevoelens van onvrede veroorzaken
irritar
aburrir
agrazar
airar
adverb
1. ergernis wekkend
irritante
escandaloso
fastidioso
molesto
pesado
noun
een zaak die gevoelens van onvrede oproept
irritación
disgusto
fastidio
noun
1.een alkaloïde met een vasoconstrictieve werking
ergotamina
noun
1. kriebelziekte
ergotismo
/
ˌeː.ri.ˈtre.ja/, /
ˌɪː.ri.ˈtre.ja/
pronoun
1. een Afrikaans land grenzend aan Soedan, Ethiopië, Djibouti en de Rode Zee
Eritrea
verb
- 1. inzien, toegeven
reconocer
- 2. als wettig, echt, juist aanvaarden
reconocer
convalidar
noun
1. een bevestiging van de juistheid of geldigheid van iets
reconocimiento
/
ˌɛrˈkɛn.tə.lək/
adjective
agradecido
pronoun
1. + 2. stad en stadsdistrict
Erlangen
verb
1. door eigen inspanning kunnen beschikken over
conseguir
noun
1. stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
seriedad
gravedad
adjective
1. zonder grappen en serieus
serio
grave
formal
adjective
1.
erógeno
erotógeno
adverbialPronoun
abajo
debajo
noun
1-2. beschadiging en afslijting
erosión
noun
1. steen
mena
mineral metalífero
noun
1. oprisping
eructación
eructo
noun
1. uitgebreide, brede kennis
erudición
noun
- 3. plotselinge huiduitslag
dermatitis simple
erupción cutánea
- 1. plotselinge, felle uiting
erupción
- 2. het uitstoten van gassen, rook en lava door een vulkaan
erupción volcánica
adjective
1. bekwaam door ervaring
experimentado
ducho
con experiencia
experto
verb
1. iets beleven
experimentar
pasar la experiencia
noun
1. een vorm van kennis
experiencia
/
ˈʔɛr.və(n)/
verb
1. de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen
heredar
noun
1. een bepaalde peulvrucht, een groentesoort
guisante
arveja
noun
1. een groenige, lobbige soep vervaardigd van erwten
sopa de guisantes
noun
1. roodheid van de huid
eritema
noun
1. blijvende huidinfectie
eritrasma
noun
1. de vorming van rode bloedlichaampjes
eritropoyesis
/
eˌritropoweˈtinə/
noun
eritropoyetina
pronoun
1. taal vooral in het oosten van Mordovië gesproken wordt
erzya
noun
1. bepaald soort loofboom Fraxinus excelsior
fresno
verb
1. stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit
escalar
noun
- 1. de neiging om zich aan taken, verantwoordelijkheden en/of verplichtingen te onttrekken
- 2.de neiging de alledaagse realiteit te ontvluchten, het verlangen naar ultieme vrijheid
escapismo
/
ɛsˌxatolo'gi/
noun
escatología
noun
1. staf met een daaromheen kronkelende slang, embleem van de geneeskundigen
esculapio
/
ˈɛzdorᵊn/
noun
1. boom of heester uit het geslacht (
arce
moscón
ácere
/
ɛsˈkadər/
noun
1. een groep oorlogsschepen.
escuadra
noun
1. bepaald soort loofboom, Populus tremula
álamo temblón
chopo temblón
pronoun
1. een internationale kunsttaal die oorspronkelijk ontworpen is door Ludovico Zamenhof
esperanto
noun
1. geconcentreerde koffie
café expreso
noun
café espresso
café expreso
café expresso
café exprés
café solo
espresso
adjective
1. zeer belangrijk
esencial
/
ɛsˈter/
pronoun
3. meisjesnaam
Ester
Esther
noun
1. een koolstofverbinding met de functionele groep -C(=O)-O-C-
éster
adjective
estético
elegante
/
ˈɛstis/, /
ˈɛstɪs/
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Estland
estonio
/
ˈɛslɑnd/, /
ˈɛstlɑnt/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa dat grenst aan Letland en Rusland
Estonia
/
ˈɛslɑnds/, /
ˈɛstlɑnts/
adjective
estonio
/
ˈɛslɑndsə/, /
ˈɛstlɑntsə/
noun
estonia
noun
1. een vrouwelijk hormoon
estrógeno
verb
exhibir
exponer
presentar
noun
1. dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
comida
alimento
verb
1. het nuttigen van voedsel
comer
noun
hora de comer
hora de la comida
/
ˈe.tənsˌʋar/, /
ˈe.tənsˌβ̞ar/
noun
1. voedsel voor mensen
comestible
manjar
plato
/
etaˈnɔl/
noun
1. een chemische verbinding met twee koolstofatomen en een alcoholgroep
etanol
noun
1. een organische verbinding met de functionele groep R-O-R'
éter
noun
1. een praktische wijsbegeerte die zich bezighoudt met wat goed en kwaad is
ética
/
ˌe.ti.ˈjo.pi.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika grenzend aan Eritrea, Djibouti, Somalië, Kenia en Soedan
Etiopía
noun
koolwaterstofgroep
etilo
noun
1. onderdeel van de pathologie dat zich bezighoudt met de oorzaken van ziekten
etiología
noun
1. tijdseenheid bestaande uit 24 uren
24 horas
día
/
ɛtnoːloːɣi/, /
ɛtnoːloːʝi/
noun
etnología
/
ɛtər/
noun
1. wittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
pus
noun
1. zwelling die etter bevat
absceso
noun
- 1. woordherkomst
- 2. studie naar oorsprong en verandering van vorm en betekenis van woorden
etimología
noun
1. een rooms-katholiek sacrament dat een voortzetting is van het laatste avondmaal van Christus
eucaristía
/
ˌœyfəˈmɪstis/
adjective
eufemístico
/
ˌø.fo̝.ˈri/
noun
1. verhoogd gevoel van welzijn
euforia
adjective
eufórico
con euforio
/
œykɑriotən/
noun
2. een van de drie taxonomische domeinen, Eukaryota
eukarya
pronoun
1. de naam van de grootste landmassa op aarde die de continenten Europa en Azië omvat
Eurasia
/
'øː.ro/, /
'ɵː.ro/
abbreviation
1. munt en munteenheid
euro
/
øːˈroːpa/, /
ʏːˈropa/
pronoun
1. een continent op het noordelijk halfrond, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt
Europa
/
øːroˈpeːs/, /
ʏːroˈpes/
adjective
1. afkomstig van of betreffend het continent Europa
europeo
pronoun
Tribunal Europeo de Derechos Humanos
pronoun
Parlamento Europeo
pronoun
Banco Central Europeo
pronoun
Tribunal Europeo de Derechos Humanos
pronoun
Banco Europeo de Inversiones
pronoun
Defensor del Pueblo Europeo
pronoun
Tribunal de Cuentas de la Unión Europea
noun
crisis de la deuda soberana europea
/
ˌøː.ro.ˌpe.sə.ˈy.ni/, /
ˌʏː.ro.ˌpe.sə.ˈy.ni/
pronoun
unie van 27 Europese staten
Unión Europea
noun
1. scheikundig element met symbool Eu en atoomnummer 63
europio
noun
1. handelingen die iemands leven beëindigen of het sterven bespoedigen, om pijn en lijden te verkorten
eutanasia
/
'øː.vəl/
noun
- 1. gebrek
falta
- 2. een slechte zaak
malo
pronoun
1. eerste vrouw door God geschapen
Eva
/
evɑky'erə(n)/
verb
evacuar
noun
1. bespreking en beoordeling van de gang van zaken
evaluación
noun
1. volgeling van Jesus die het verhaal van zijn leven en sterven op schrift gesteld heeft
evangelista
adjective
1. Deelbaar door twee
par
adverb
de este modo
momentáneamente
un momento
/
evəˈnar/, /
ˈevənar/
noun
1. denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
ecuador
noun
1. belangrijke gebeurtenis
evento
acontecimiento
suceso
contingencia
noun
2. dieren met een even aantal tenen met hoeven, orde Artiodactyla
Artiodactyla
artiodáctilos
/
ˈevəmɪn/
adverb
1. ook niet
tampoco
adjective
1. evenredig
proporcional
noun
concurso completo de equitación
prueba de tres días
/
ˌevə(n)ˈʋɪxtəx/
adjective
equilibrado
noun
constante de equilibrio
adjective
1. in alle punten even ver in loodrechte zin verwijderd zijnde
paralelo
noun
1. parallelle ligging of verloop
paralelismo
noun
1. in het wild levende voorouder van het varken Sus scrofa
jabalí
verb
1. aan een proces van geleidelijke veranderingen onderhevig zijn
evolucionar
/
ˌevoˈlysi/, /
ˌevoˈlytsi/
noun
1. ontwikkeling, verandering
evolución
noun
1. de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan soorten
teoría de la evolución
noun
1. theorie over de stapsgewijze ontwikkeling van het leven
teoría de la evolución
adjective
evolucionista
evolutivo
adjective
1. zonder benadering, precies vastgesteld
exacto
noun
- een examen halen
aprobar un examen
- 1. onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging of opgedragen verrichtingen
examen
- een examen afleggen, ondergaan
hacer un examen
noun
1. vrouw die nagaat of iemand vereiste kennis en vaardigheden heeft
examinadora
verb
1.aan een examen onderwerpen
examinar
noun
1. huiduitslag
exantema
noun
1. uitmuntendheid
excelencia
adjective
1. zonderling
excéntrico
noun
1. schijf die...
excéntrico
noun
1. bestanddeel van een geneesmiddel
excipiente
noun
1. opgewondenheid
excitación
adjective
1. wat andere mogelijkheden uitsluit
exclusivo
noun
excomunión
anatema
anatematización
noun
1. uitscheiding
excreción
noun
1. de verontschuldiging
disculpa
excusa
noun
- 2. uitvoerder van een testament
albacea
- 1. uitvoerder van een gerechtelijk vonnis
ejecutor
noun
- 2. uitvoering van een doodvonnis
ejecución
- 1. uitvoering van een vonnis
ejecución de hipoteca
- 3. gerechtelijke verkoop
ejecución
ejecución judicial
adjective
uitvoerend
ejecutivo
noun
1. een peloton dat een executie uitvoert, een vuurpeloton
pelotón de ejecución
/
ɛksɛm'plar/
noun
1. een individueel voorbeeld ergens van
ejemplar
verb
1. het oefenen in het uitvoeren...
ejercitar
noun
cuantificador existencial
noun
teorema de existencia
noun
1. onderzoek naar mogelijk leven buiten de aarde
exobiología
adjective
1. afscheidend door middel van een afvoerbuis
exocrino
noun
1. uittocht van een grote groep mensen met als doel niet meer terug te komen
éxodo
adjective
1. door oorzaken van buitenaf
exógeno
noun
1. een deel van het pre-mRNA dat de kern verlaat en dus getranscribeerd wordt
exón
/
ɛ'ksot/
noun
1. een organisme dat zich heeft gevestigd in een land waar het oorspronkelijk niet vandaan komt
especie introducida
noun
exoplaneta
planeta extrasolar
/
ˈɛk.so.ˌtɛrm/
adjective
1. waarbij warmte vrijkomt
exotérmico
adjective
1. vanuit verre vreemde landen
exótico
verb
1. in volume toenemen
expandir
noun
vaso de expansión
depósito de expansión
verb
despachar
enviar
expedir
/
ɛkˈspɛːr/
noun
1. iemand die bijzonder goed bekend is met een bepaald onderwerp
experto
perito
especialista
noun
1. een computersysteem dat specifieke kennis van menselijke experts representeert en gebruikt om een probleem binnen een bepaald gebied op te lossen
sistema experto
noun
1. uitademing
espiración
noun
aclaración
explicación
noun
1. het met winst draaiende houden
explotación
verb
1. draaiende houden met winst
explotar
adjective
explorador
exploratorio
adjective
1. ontplofbaar
explosivo
noun
1. ontplofbare stof of voorwerp
explosivo
noun
1. de verkoop van goederen aan het buitenland
exportación
verb
1. goederen aan een afnemer in het buitenland verhandelen
exportar
/
ɛkspo'zerə(n)/
verb
1. iets laten zien aan bezoekers van een expositie
exponer
exhibir
adverb
adrede
deliberadamente
adredemente
aposta
a caso hecho
apostadamente
adjective
1. veel expressie hebbend
expresivo
/
ɛk'stazə/
noun
1. een toestand van buiten zichzelf zijn door verrukking
éxtasis
/
ɛkˈstɛnsi/
noun
1. het strekken van ledematen
extensión
/
ɛksˈtɛrn/
adjective
1. uitwendig
externo
noun
1. ingedikt aftreksel
extracto
noun
1. uittrekking
extracción
adjective
1. uiterst, uitzonderlijk
extremo
noun
extrema izquierda
ultraizquierda
noun
extrema derecha
ultraderecha
noun
extremismo
radicalismo
noun
1. iemand met radicale, extremistische standpunten, een aanhanger van een ideologie die ver van het politieke of maatschappelijke centrum ligt
estremista
extremista
noun
1. een van de ledematen
extremidad
adjective
1. zeer luid heel blij zijn
exuberante
/
ˈezəɫ/
noun
1. bepaald paardachtig zoogdier, Equus asinus
burro
asno
jumento
noun
1. vrouwelijke ezel
burra
asna
noun
1. hulpmiddel om iets te onthouden
nemotecnia
noun
- 2. omgevouwen hoek
doblez
- 1. oor van een ezel
oreja de asno
/
fam/
noun
- 1. reputatie
fama
- 2. roem
fama
renombre
noun
1. een der herautstukken; een horizontale band die het middelste derde deel van het veld van het wapen beslaat
faja
/
ˈfabəl/
noun
- 3. een verhaallijn
argumento
- 1. een kort moraliserend verhaal met dieren of zaken als handelende personen
fábula
apólogo
- 2. een verzinsel
fábula
cuento
adjective
- 2. buitengewoon geweldig
fabuloso
fantástico
- 1. ongeloofwaardig
fabuloso
legendario
noun
fabricación
confección
producción
noun
1. het vervaardigen van producten; aanmaak, vervaardiging, bewerking door een fabriek
confección
fabricación
producción
verb
1. een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen
fabricar
producir
manufacturar
noun
1. plaats waar op industriële schaal productie bedreven wordt
fábrica
factoría
noun
1. cosmetische ingreep van de chirurgie ter verfraaiing van het gezicht
estiramiento facial
noun
1. een voorziening
facilidad
noun
- 1. nauwkeurige nabootsing
facsímile
- 1. een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden
fax
noun
1.het opmaken van een rekening
facturación
noun
1. document met een beschrijving van goederen die een bedrijf (aan een ander bedrijf) geleverd heeft
factura
/
fɑkəltɑ'tif/
adjective
1. onverplicht of vrijwillig
facultativo
noun
- 3. product van een reeks factoren
factorial
- 1. hoofdafdeling van een universiteit
facultad
facultad universitaria
/
ˈfæːrøːə̯r/, /
ˈfɛːrʏːr/
pronoun
1. en 2., eilandengroep, land
Islas Feroe
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken op de Faeröer
faroés
feroés
noun
1. vernietiging door een cel van schadelijke bestanddelen
fagocitosis
noun
1. (muziekinstrument) een houten blaasinstrument met dubbelriet
fagot
bajón
/
ˌfajisəˈmɛnt/
noun
1. de toestand van iemand die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
bancarrota
quiebra
noun
1. staaf of stok die aan de bovenkant in een brandbare stof gedrenkt is, brandend zorgt het voor verlichting
antorcha
hacha
tea
/
ˈfaːlən/
verb
1. niet bereiken van doelen
fallar
adjective
1. met betrekking tot het mannelijk lid
fálico
noun
falo
aparato reproductor masculino
pene
adjective
1. beroemd
con fama
famoso
adjective
als bijwoord gebruikt
con familiaridad
/
fa.ˈmi.li/, /
fa.ˈmiː.lɪ̯ə/
noun
1. (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
familia
noun
empresa familiar
negocio familiar
noun
deudo
familiar
pariente
noun
1. naam die van generatie op generatie en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
apellido
noun
1. onderdeel van het burgerlijk recht m.b.t. de familiale verhoudingen tussen personen
derecho de familia
noun
- 1. een enthousiaste aanhanger
forofo
- 2. ventilator
ventilador
/
ˌfaneroˈzowikʏm/
noun
Fanerozoico
/
foɱ.ˈfaːr/, /
fɑn.ˈfa.rə/
noun
charanga
marcha
pasodoble
noun
1. vermogen om nieuwe gedachten te kunnen vormen, mogelijk niet altijd op waarheid berust
fantasía
imaginación
adjective
fantástico
genial
súper
pronoun
constante de Faraday
adjective
1. uit de farmacie, met betrekking tot de productie van geneesmiddelen
farmacéutico
adjective
1. leer van de geneesmiddelen en de interactie tussen deze en een levend biologisch systeem betreffende
farmacológico
noun
1. keelontsteking
faringitis
noun
1. spiertrillen
fasciculación
verb
1. iemands aandacht vasthouden
fascinar
/
fɑˈsʲɪsmə/
noun
ideologie
fascismo
adjective
1. van het fascisme
fascista
noun
1. periode als onderdeel van een langere ontwikkeling
fase
noun
cambio de estado
transición de fase
adjective
1. noodlottig
fatal
pronoun
1. militante politieke beweging in Palestina
Fatah
/
fɑt'sun/
noun
1. goede manieren
decencia
decoro
buenas costumbres
/
ˈfʌʊna/, /
ˈfʌːna/
noun
1. het geheel aan dieren in een gebied
fauna
/
fo.tœj/
noun
1. Soort stoel
butaca
sillón
/
fɑks/
noun
- 1. een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden
- 2. een per fax verzonden bericht
fax
noun
1. bepaald soort kleurrijke vogel, Phasianus colchicus
faisán
/
fa.ˈsa.də/
noun
1. de zichtbare buitenmuur van een gebouw, specifiek die aan de voorkant
fachada
/
febryˈwaːri/
noun
1. de tweede maand van het jaar
febrero
pronoun
- 2. Franse revolutie
Revolución francesa de 1848
- 1. Russische revolutie
revolución de Febrero de 1917
adjective
1. met betrekking tot de ontlasting
fecal
noun
1. ontlasting
defecación
excrementos
noun
1. een verbond van samenwerkende staten of lichamen die hun zelfstandigheid behouden
federación
noun
1. terugkoppeling
retroacción
noun
1. een vermakelijke en vreugdevolle sociale gelegenheid
fiesta
noun
día festivo
día de fiesta
verb
1. deelnemen aan een feest en uiting geven aan feestvreugde
festejar
celebrar una fiesta
/
ˌfe.jə.ˈrik/
adjective
1. sprookjesachtig mooi
maravilloso
/
fɛi̯t/
noun
1. een gebeurtenis of omstandigheid die werkelijk gebeurd is
hecho
suceso
/
fɛɪtələk/
adjective
1. daadwerkelijk
real
verb
1. iemand geluk toewensen
congratular
felicitar
cumplimentar
noun
1. een zeilschip
faluca
falúa
/
ˈfɛlsis/
adjective
1. rijk aan silica of silicahoudende mineralen
félsico
noun
1. streven naar het opheffen van de achterstelling van vrouwen en vrouwelijke eigenschappen door een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen
feminismo
noun
1. vrouw die streeft naar gelijke rechten voor vrouwen
feminista
noun
plant en plantdelen van Trigonella foenum-graecum
fenogreco
alholva
noun
blad van de plant Trigonella foenum-graecum
hoja de fenegreco
noun
plant, en zaad van, Trigonella foenum-graecum
semilla de alholva
semilla de fenegreco
noun
1. een antidepressivum
fenelzina
noun
1. Fennecus zerda, leeft in de woestijn en is de kleinste van alle vossen
fenec
/
fenoˈmen/
noun
1. een verschijnsel
fenómeno
noun
1. een basismolecule voor vele derivaten
fenotiazina
dibenzotiazina
/
fenilɑlɑninə/
noun
1. aminozuur
fenilalanina
noun
1. een pijnstillend, ontstekingsremmend en koortswerend middel
fenilbutazona
pronoun
2. spelwoord voor de letter f
Fransico
noun
1. gisting
fermentación
verb
1. zuurstofloos (anaeroob) omzetten van biologische materialen door bacteriën, celculturen of schimmels
fermentar
noun
1. scheikundig element met symbool Fm en atoomnummer 100
fermio
noun
ferromagnetisme
ferromagnetism
ferromagnetismo
noun
1. een schip dat speciaal gebouwd en uitgerust is om in een veerdienst ingelegd te worden.
transbordador
noun
1. een speciaal gebouwd en uitgerust schip om in een veerdienst ingelegd te worden.
transbordador
adjective
1. in staat om vruchtbare nakomelingen te krijgen
fértil
noun
1. vruchtbaarheid
fecundidad
fertilidad
adjective
1. fanatiek, overtuigd
fervoroso
/
ˈfɛstiˌvɑɫ/
noun
- 2. een groot evenement met zang en dans en muzikale optredens
- 1. een reeks optredens
festival
/
fɛstievieˈtĕit/
noun
festividad
fiesta
/
fɛs/
noun
1. bepaald soort hoed van Turkse oorsprong
fez
/
'fi.jɑt/
noun
asentimiento
conforme
noun
1. samentrekking van afzonderlijke spiervezels en een vorm van hartritmestoornis
fibrilación
noun
1. woekering van bindweefsel
fibrosis
noun
- 1. speld om kleren bij elkaar te houden
- 2. kuitbeen
fíbula
/
fits/
noun
1. tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen
bicicleta
bici
/
ˈfits.bɑnt/
noun
1. een binnen- of buitenband voor een fiets
neumático de bicicleta
noun
timbre de la bicicleta
verb
1. op een fiets rijden
montar en bicicleta
montar
noun
reparador de bicicletas
/
ˈfitsərɛk/
noun
1. rek om fietsen te parkeren
aparcabicicletas
estacionamiento de bicicletas
/
ˈfitspɑt/
noun
1. een weggedeelte of vrijliggend pad dat is gereserveerd voor het gebruik door fietsers en snorfietsers.
ciclovía
carril bici
pista de bicicletas
noun
bomba de bicicleta
bomba de aire
noun
2. fietsrek
aparcabicicletas
estacionamiento de bicicletas
noun
bolsa para bicicletas
noun
1. een tocht gemaakt op de fiets
excursión en bicicleta
/
fitsadəl/, /
fitsadəɫ/
noun
sillín
/
fiˈɣyːrlək/
adjective
figurado
noun
1. een heel fijn zaagje in de vorm van een dun zaagblad dat verticaal wordt gespannen in een lange horizontale beugel
segueta
sierra de marquetería
/
ˈfɛifəl/
noun
1. bepaald soort dwarsfluit
pífano
/
ˈfɛifər/
noun
1. bepaald soort kleine dwarsfluit
pífano
/
ˈfi.(d)ʒi/, /
ˈfi.dʒi/
pronoun
1. een land in Oceanië op het zuidelijk halfrond. Het bestaat uit 332 eilanden waarvan ongeveer 110 bewoond zijn
Fiji
Fiyi
adjective
- 3. leuk
agradable
bueno
- 1. van geringe dikte
fino
phraseologicalUnit
1. kerstwens
¡Felices Fiestas!
¡Feliz Navidad!
pronoun
constante de estructura fina
noun
1. ontsteking aan vinger
panadizo
/
faɪl/
noun
- 1. lange rij met stilstaande of langzaam voortbewegende voertuigen of personen
cola
caravana
- 1. bestand op de computer
archivo
fichero
pronoun
3. naam van een boek uit het Nieuwe Testament
Filemón
adjective
1. van een orkest dat er veel verschillende instrumenten in harmonie samenspelen
filarmónico
/
filiˈjal/
noun
1. een pand in een reeks van panden
sucursal
noun
- 2. langdurige toespraak
filibusterismo
- 1. vrijbuiter
filibustero
/
ˌfi.li.ˈpɛɪ̯.nə(n)/, /
ˌfi.lɪ.ˈpɛɪ̯.nə(n)/, /
ˌfi.lɪ.ˈpɛː.nə(n)/
pronoun
1. republiek in Oost-Azië bestaande uit een archipel van 7107 eilanden
Filipinas
/
fili'pɛɪns/
pronoun
1. de officiële taal van de Filipijnen
filipino
verb
1. beelden van iets vastleggen op film
filmar
cinematografiar
/
'fɪlmkɵnst/
noun
1. kunstvorm die gebruikt maak van het verfilmen als medium
arte cinematográfico
noun
productor cinematográfico
productor de cine
noun
astro de cine
astro del cine
estrella de cine
estrella del cine
/
ˌfiloːˈloːɣ/
noun
1. iemand die zich specialiseert in de studie van de taal en de cultuur van een mensengemeenschap
filólogo
noun
problema de los filósofos
/
filozoˈfi/
noun
1. de oudste theoretische discipline die het verlangen heeft en streeft naar kennis en wijsheid
filosofía
/
fɪltər/
noun
1. een voorwerp met kleine gaatjes waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
filtro
colador
noun
café de filtro
café filtro
noun
1. filtrering
filtración
verb
1. door middel van een filter zuiveren of afscheiden
filtrar
colar
noun
- 1. de beslissende wedstrijd in een toernooi tussen de laatste twee deelnemers
- 2. het slotstuk van een meerdelig toneel- of muziekstuk
final
adjective
1. met betrekking tot geld, geldelijk
financiero
financiera
verb
1. voorzien van de benodigde geldmiddelen
financiar
noun
financiación
financiamiento
/
ˈfɪnlɑnd/, /
ˈfɪnlɑnt/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa
Finlandia
/
fɪns/
adjective
1. betreffende Finland of het Fins
finés
finlandés
finesa
finlandesa
/
fɪns/
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Finland
finlandés
finés
/
ˈfɪnsə/
noun
finesa
finlandesa
noun
- 2. een zaak of bedrijf
empresa
- 1. een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn
firma
sociedad colectiva
adjective
fiscal
tributario
noun
1. een kanaalvormige zweer
fistula
fístula
/
'fɪt /
adjective
in goede lichamelijke conditie
sano
noun
1. conditie- of krachttraining, meestal in een sportzaal
fitness
/
fjɔrd/, /
fjɔrt/
noun
1. een bepaald type van inham in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjerwerking zijn uitgesleten
fiordo
fiord
noun
- fluit
caramillo
flauta de pico
flauta de recta
- 4. peulvrucht
frijol flageolet
noun
1. Uitstraling
mundología
noun
1. bepaald soort roze reigerachtige waadvogel met een haakvormige snavel...
flamenco
noun
1. een textielsoort van los gesponnen garen, gewoonlijk van geruwde wollen of katoenen stof, ...
franela
verb
vagar
barzonear
deambular
ruar
/
flɑŋk/
noun
1. zijkant van een samenhangend geheel
flanco
/
ˈflɑp.or/
noun
2. iemand met grote oren
chore
orejón
adjective
2. in overdrachtelijke zin smakeloos
soso
insípido
noun
1. aanval van korturende bewusteloosheid
desmayo
síncopa
síncope
verb
1. door hitte of gebrek aan frisse licht het bewustzijn verliezen
desmayarse
noun
flema
parsimonia
sangre fría
verb
1. overdreven lief tegen iemand doen
engatusar
noun
1. een platte, vlakke metalen plaat of ring, bevestigd aan het uiteinde van een buis ...
brida
noun
1. dun soort pannenkoekje dat zowel als hoofdgerecht en als nagerecht gegeten wordt
panqueque
tortita
noun
1. scheikundig element met symbool Fl en atoomnummer 114
flerovio
noun
1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
botella
frasco
noun
abrebotellas
abridor de tapones
destapador de botellas
noun
water dat is gebotteld
agua embotellada
/
ˈflevoˌlɑnt/, /
ˈfleːvoˌlɑnd/, /
ˈfleːvoˌlɑnt/
pronoun
1. een provincie in het midden van Nederland, die door het IJsselmeer...
Flevolanda
/
flɛkˈsibəl/
adjective
1. het vermogen hebbend gebogen te worden
flexible
/
ˈflɛk.si/
noun
- 2. vormverandering van een woord
- 1. een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
flexión
verb
1. kruiperig vleien
lisonjear
acaramelarse
gitanear
noun
4. (scheldwoord) iemand van het mannelijke geslacht met een seksuele voorkeur voor andere mannen
marica
culero
verb
parpadear
centellear
destellar
chisporrotear
flamear
relampaguear
pronoun
1. een Australisch eiland in de Straat Bass, behorend tot Tasmanië en deel uitmakend van de Furneauxgroep
isla Flinders
adjective
- 2. groot van afmeting of hoeveelheid
considerable
- 3. sterk van karakter
firme
- 1. stevig van lichaamsbouw
robusto
noun
1. schakeling die op een signaal reageert door van de ene in de andere stand te springen
biestable
verb
coquetear
flirtear
timarse
pronoun
Flores
isla de Flores
noun
fitogeografía
geobotánica
geografía vegetal
noun
1. een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
seda dental
verb
1. onregelmatig variëren (binnen bepaalde grenzen), schommelen
fluctuar
verb
1. spreken met gedempte stem
susurrar
cuchichear
bisbisar
bisbisear
noun
- 1. buisvormig blaasinstrument
- 3. een scheepstype
flauta
- 4. een slank drinkglas
flauta champanera
flauta
- 2. een signaalinstrument
silbato
pito
verb
2. geluid van een fluit voortbrengen
silbar
chiflar
pitar
trinar
noun
1. musicus die een fluit bespeelt
flautista
noun
1. een chemisch element en een geelgroen halogeen
flúor
noun
1. het uitzenden van licht ...
fluorescencia
noun
microscopio de fluorescencia
/
ˌfly.wɔk.səˈti.nə/
noun
1. een antidepressivum
fluoxetina
noun
1. een zachte, fijngeweven stof, waarbij rechtopstaande pluizen, de zg. pool van zijde...
terciopelo
noun
colibia de pie aterciopelado
/
flʏks/
noun
- 2.aantal krachtlijnen dat loodrecht door een oppervlakte-eenheid gaat
- 1. stroom
flujo
noun
1. een ziekelijke vrees
fobia
/
ˈfokʏs/
noun
2. een punt of verzameling van punten waar alle stralengangen samenkomen
foco
/
ˈfu.li/
noun
1. Myristica fragrans
macís
mirística
moscada
nuez moscada
noun
1. een nog niet voldragen menselijke of dierlijke vrucht
feto
noun
- A 1. driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag
foque
- A 2. onderste razeil aan de fokkemast van vierkantgetuigde schepen
vela de trinquete
verb
1. dieren houden om ze te laten voortplanten
criar
criarse
procrear
noun
1. voorste mast van een driemastschip
palo trinquete
noun
1. een blad met informatie of reclame
folleto
prospecto
noun
1. alles wat een volk creëert of heeft gecreëerd
folclore
folklore
adjective
1. betreffende de traditionele cultuur in een bepaalde gemeenschap
folclórico
noun
1. een ontsteking van de haarzakjes
foliculitis
/
ˈfɔltərə(n)/
verb
1. een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
torturar
noun
- 1. een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal
fondo
- 3. effect (waardepapier)
fondo común de inversión
/
ˌfoneˈtik/
noun
1.
fonética
noun
1. een visuele weergave van klanken
fonograma
/
ˌfonoloˈɣi/
noun
1.
fonología
/
ˌfonɔˈloɣ/
noun
1. een persoon die fonologie gestudeerd heeft
fonólogo
noun
1. lettertype, karakterset
fuente
noun
1. nog niet verbeende plek in de schedel van een baby
fontanela
/
fɔnˈtɛɪn/, /
fɔnˈtɛːn/
noun
- 1. kunstmatige bron, aangelegd om water omhoog te spuiten
- 2. omhoogspuitende waterstraal
fuente
noun
1. een gift in de vorm van geld
propina
noun
1. klanksegment, eenheid van geluid
fono
noun
chupete
chupón
bobo
chupo
consuelo
chupa
verb
- 1. een beslissing afdwingen
forzar
esforzar
- 3. teveel van zichzelf vergen
forzarse
noun
1. benaming voor zalmachtige zoetwatervissen uit de geslachten Salmo, Salvelinus en Oncorhynchus
trucha
adjective
1. (juridisch) betrekking hebbend op justitie
forense
noun
- 2. vorm van een bestand
formato
- 1. grootte
tamaño
noun
1. een resonantie (een significante smalle piek) op een bepaalde frequentie
formante
verb
2. de harde schijf of een verwisselbare schijf volledig leeghalen
inicializar
/
fɔrˈmel/
adjective
1. met inachtneming van strikte omgangsvormen
formal
/
fɔrˈmel/
adverb
formalmente
noun
1. een ester of zout afgeleid van mierenzuur
formiato
pronoun
1. categorie in de autosport
Fórmula 1
Fórmula Uno
verb
1. in woorden omzetten
formular
expresar
/
fɔrmyˈlir/
noun
1. een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord
formulario
forma
noun
1. een zout van een van de vormen van fosforzuur
fosfato
noun
1. met symbool P en atoomnummer 15
fósforo
verb
1.langdurig licht afgeven na belichting door het bestaan van een langlevende aangeslagen toestand
fosforescer
fosforecer
noun
ácido fosfórico
E338
ácido ortofosfórico
noun
1. een toestel om mee te fotograferen
cámara de fotos
cámara fotográfica
noun
1. lichtschuwheid
fotofobia
adjective
1.op foto's een voordelige indruk makend
fotogénico
noun
1. iemand die fotos maakt
fotógrafo
verb
1. een afbeelding maken door de projectie van beeld op een lichtgevoelige laag
fotografiar
noun
1. de kunst om door chemische inwerking van licht op een gevoelige plaat afbeeldingen te maken
fotografía
noun
1. een elementair deeltje waaruit elektromagnetische straling is samengesteld
fotón
noun
1. een toestel om mee te fotograferen
cámara fotográfica
verb
1. iemand aftasten of er iets op het lijf gedragen wordt
cachear
registrar
noun
transformada de Fourier
verb
1.
facilitar
proporcionar
noun
indumentaria
mercería
ropaje
vestuario
/
fɑut/
adjective
falso
malo
/
fɑut/
noun
1. vergissing, onjuistheid
error
falta
equivocación
fallo
pronoun
1. een hoogland in het centraal-westen van Guinee
Futa Ŷallon
adjective
1. van opvallende kwaliteit
bello
hermoso
/
ˈfrɑksi/
noun
- 1. een klein deel
fracción
número quebrado
- 2. gezamenlijke vertegenwoordigers van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging
grupo parlamentario
fracción parlamentaria
noun
1. een botbreuk
fractura
noun
2. vrucht van de frambozenstruik
frambuesa
noun
1. dragende constructie
armazón
bastidor
chasis
cuadro
noun
1. een scheikundig element met symbool Fr en atoomnummer 87
francio
noun
1. reeks afhangende draden die ter versiering aan de rand van een kleed of kledingstuk gehangen worden
fleco
orla
noun
1. benaming voor vogels uit het geslacht Phalaropus
falaropo
pronoun
Fráncfort del Meno
/
ˈfrɑŋkrɛɪ̯k/, /
ˈfrɑŋkrɛːk/
pronoun
1. een West-Europees land, grenzend aan België, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Italië, Monaco, Spanje en Andorra
Francia
/
frɑns/
adjective
1. betreffende Frankrijk of het Frans
francés
/
frɑns/
pronoun
- 1. een Gallo-Romaanse taal die vooral gesproken wordt in Frankrijk, België, Luxemburg...
francés
- 1. een mannelijke voornaam
Francisco
adjective
guayanesa
guayaneso
pronoun
Polinesia francesa
Polinesia Francesa
adjective
- 2. taaluiting in het Frans
en idioma francés
- 1. de Franse taal sprekend
francófono
de habla francesa
noun
1. een aantal woorden die een begrip uitdrukken, vaak een zinsdeel, soms een hele zin
frase
sintagma
noun
confraternidad
fraternidad
hermandad
noun
1. bedrog of gesjoemel door valsheid in geschrifte
fraude
estafa
verb
1. gelden wederrechtelijk ontvreemden
estafar
defraudar
noun
1. mechanisme dat de aandrijfas van een wiel loskoppelt van de aandrijving zodra de aandrijfas sneller draait dan de aandrijving
piñon libre
rueda libre
noun
- 1. Oorlogsschip
- 2. Driemaster
fregata
fragata
/
freˈkwɛnt/
adjective
1. vaak voorkomend
frecuente
noun
1,2. aantal keren of herhalingen per tijdseenheid
frecuencia
noun
1. frequentiemeter
frecuencímetro
contador de frecuencia
medidor de frecuencia
noun
espectro de frecuencias
noun
espectro ensanchado por salto de frecuencia
noun
1. bepaald soort klein marterachtig zoogdier, Mustela putorius furo
hurón
/
frɔɪdɪˈaːns/
adjective
1. volgens de leer van Sigmund Freud of zoals men vindt in diens geschriften en leerstellingen
freudiano
noun
1. gerecht bestaande uit vlees, vis, kip e.d. dat gestoofd is in een saus of ragout
fricasé
pronoun
- 1. Westerlauwers Fries
frisio occidental
- 2. benaming voor een Germaanse taal
frisio
frisón
/
ˈfrislɑnd/, /
ˈfrislɑnt/
pronoun
1. provincie in het nooren van Nederland
Frisia
noun
1. de benaming voor een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
patatas fritas
noun
frikandel
salchicha frita
adjective
1. zojuist schoongemaakt, prettig ruikend
fresco
noun
1. een huishoudtoestel dat gebruikt wordt om in olie bepaalde gerechten te frituren
freidora
verb
freír
freír en grasa sumergido
verb
1. van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
fruncir
noun
- 1. voorkant
- 2. gevechtslinie
frente
adjective
1. met betrekking tot de voorkant van iets
frontal
noun
- 1. decoratie rond de belangrijkste ingang van een gebouw
- 2. een grote illustratie op de bladzijde tegenover de titelpagina van een boek
frontispicio
noun
bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
fructosa
levulosa
azúcar de fruta
/
frœʏ̯t/, /
frœːt/
noun
1. voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten
fruta
fruto
/
ˈfrœʏtsɑp/, /
ˈfrœːtsɑp/
noun
1. sap gewonnen uit fruit
zumo de frutas
jugo de fruta
jugo de frutas
zumo de fruta
noun
1. Drosophila melanogaster; een tweevleugelig insect uit de orde tweevleugeligen
mosca de la fruta
noun
1. een gevoel van ongenoegen omdat verwachte voortgang uitblijft
frustración
/
fœyf/
noun
fiesta
guateque
noun
- 1. taak
- 3. (wiskunde) afhankelijkheid tussen een element en een veranderlijke
- 4. (informatica) onderdeel van de broncode van een computerprogramma
función
- 2. positie binnen een bedrijf of organisatie
función
cargo
empleo
oficio
ministerio
noun
palabra cenemática
palabra gramatical
noun
1. (hogere) ambtenaar in overheidsdienst
funcionario
verb
1. ~ als een bepaalde functie vervullen
funcionar
carburar
noun
1. een orthodoxe, antiliberale godsdienstige richting
fundamentalismo
adjective
1. aan de basis staande
fundamental
esencial
verb
1. een fundering aanbrengen
fundar
cimentar
verb
1. executeren voor een vuurpeloton
fusilar
/
fʏt/
noun
1. de benodigde energie en zin ergens voor
energía
noun
bagatela
friolera
futilidad
noun
1. bepaald soort watervogel, Podiceps cristatus
zaramagullón
somormujo
/
ˈfizika/
noun
1. de wetenschap van de materie en de bestudering van het gedrag en de interactie in ruimte en tijd
física
phraseologicalUnit
fisicoquímica
/
føn/
noun
1. een toestel dat een warme luchtstroom voortbrengt voor het drogen en opmaken van het kapsel
secador de pelo
/
ɣaːf/, /
χaːf/
adjective
- 2. in de populaire smaak vallend
genial
chido
chévere
guay
- 1. zonder beschadiging
intacto
/
ɣaːj/
noun
1. middelgrote, gewoonlijk vrij kleurrijke zangvogel met een vrij lange staart, Garrulus glandarius
arrendajo
/
ɣaːn/, /
χaːn/
verb
1. zich in een bepaalde richting bewegen
ir
andar
verb
andando
andándome
andándonos
andándoos
andándose
andándote
adverb
1. geleidelijk aan, bijna ongemerkt
gradualmente
noun
1. instelling die gratis voedsel beschikbaar stelt
cocina económica
/
'ɣa.bɔn/, /
ɣa.'bɔn/, /
χa.'bɔn/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Gabonese Republiek
Gabón
noun
1. echtgenoot, echtgenote
esposo
esposa
cónyuge
/
ɣadoˈlinijʏm/
noun
1. een scheikundig element met symbool Gd en atoomnummer 64
gadolinio
/
ˈɣɑ.fəl/, /
ˈɣɑ.fəɫ/, /
ˈχɑ.fəɫ/
noun
1. rondhout
botavara
noun
mirto de Brabante
mirto holandés
noun
[A] 1. uit de lever afkomstig vocht dat een rol speelt in de spijsvertering, met name van vet
bilis
adjective
1.erg vriendelijk en beleefd
galante
pronoun
1. boek van het Nieuwe Testament
Gálatas
noun
1. een peervormig hol orgaan dat aan de rechterkant van het lichaam, achter (d.w.z. meer naar binnen) en onder de lever ligt
vesícula biliar
noun
1. een loodsulfide met de chemische formule PbS
galena
noun
galería
galería de arte
noun
galería
- 4. de hoogste en goedkoopste plaatsen in de schouwburg
paraíso
noun
1. de laatste maaltijd die een ter dood veroordeelde mag nuttigen
comida de condenado
adjective
- 1. een Spaanse regio in het noordwesten van het Iberisch schiereiland
- 2. betreffende het Galicisch
gallego
gallega
pronoun
1. Romaanse taal gesproken in Galicië
gallego
/
ɣɑˈlisɪə/, /
ʝɑˈlisɪə/
pronoun
1. Spaanse regio
Galicia
noun
1. historisch zeilschip
galeón
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Frans of gevormd naar Frans voorbeeld
galicismo
adjective
1. betreffende het oude Gallië dan wel de Gallische taal
galo
pronoun
1. uitgestorven taal
idioma galo
galo
noun
1. een scheikundig element met symbool Ga en atoomnummer 31
galio
noun
1. een langdurige naklank
resonancia
reverberación
noun
1. versierde band langs de naad van een uniform
galón
/
ˌɣɑɫvaniˈzeːrə(n)/
verb
1. een laag zink opbrengen
galvanizar
/
'ɣɑm.bi.ja/, /
'χɑm.bi.ja/
pronoun
1. een land in West-Afrika
Gambia
adjective
gambiano
gambiana
noun
1. schaakopening
gambito
noun
adicción a los videojuegos
noun
- 3-4
escala
gama
- 1-2
gamma
/
ˈɣɑməl/
adjective
1. niet stevig meer, vervallen
destartalado
desvencijado
ruinoso
noun
1. mannelijke gans (Anser en Branta)
ganso macho
noun
- 1. lange smalle ruimte
corredor
pasillo
- 3. onderdeel van een maaltijd
plato
/
'ɣɑŋbar/
adjective
1. wat gebruikelijk is
corriente
/
ˈɣɑŋ(g).pɑd/, /
ˈɣɑŋ.pɑt/, /
ˈχɑŋ.pɑt/
noun
1. een pad voor wandelaars, voetpad
pasillo
pasadizo
paso
/
gɑŋ'gren/
noun
1. de afsterving en ontbinding van een levend organisme
gangrena
/
ˈgɛŋstər /
noun
1. een lid van een criminele organisatie
gángster
adjective
1. helemaal
entero
todo
íntegro
noun
1. benaming voor vogels uit de geslachten Anser en Branta
ganso
oca
ánsar
noun
crisantemo
margarita silvestre
noun
1. orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een gans (Anser anser), na het slachten vaak gegeten als delicatesse
hígado de ganso
noun
B. plant
anserina
argentina
cincoenrama
hierba de los pájaros
/
ˈɣa.pə(n)/, /
ˈɣaː.pə(n)/, /
ˈχa.pə(n)/
verb
1. heel diep inademen met de mond ver open, moeilijk om bewust tegen te gaan
bostezar
/
ɣa.ˈra.zʲǝ/
noun
- 1. een overdekte autostalling
garaje
- 2. een bedrijf dat reparatieservices aan motorvoertuigen verricht
garaje
taller
/
ɣarɑndɪːrə(n)/
verb
1. de uitkomst ergens van verzekeren
garantizar
afianzar
/
ɣa'rɑn(t)si/, /
ɣa'rɑnsi/
noun
1. verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
garantía
noun
1. een roe
palmeta
vara
verga
noun
1. een keukengerei bestaande uit een stel gebogen draden waarmee geklopt en geklutst kan worden.
batidor
noun
- bewaarplaats voor kleren
guardarropa
ropero
ropería
vestuario
- 1. voorraad kleren
indumentaria
ropaje
noun
1. bewegelijke pasvorm waaraan de trekstrengen bevestigd worden om het halsjuk uit te balanceren
balancín
ballestrilla
volea
noun
1. samengebonden bundel halmen
gavilla
verb
1. versieren van voeding
guarnecer
/
ɣɑs/, /
χɑs/
noun
1. aggregatietoestand
gas
noun
cromatografía de gases
noun
1. gaslamp
farol de gas
lámpara de gas
noun
1. een buis waardoor verschillende materialen in gasvorm vervoerd kunnen worden
gasoducto
noun
1.
lámpara de descarga
noun
het rechter pedaal van een auto waarmee de brandstoftoevoer naar de motor geregeld wordt
acelerador
noun
argoma
chacay
espinillo
retamo espinoso
tojo
/
ɣɑst/, /
χɑst/
noun
1. iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
huésped
invitado
noun
1. iemand die tijdeljk naar een ander land komt om daar arbeid te verrichten
trabajador invitado
noun
1. een boek of elektronische versie daarvan waarin bezoekers hun opmerkingen achter kunnen laten
libro de visitas
noun
1. maagwandontsteking
gastritis
adjective
1. met betrekking tot maag en darm
gastrointestinal
noun
endoscopia gastrointestinal alta
esofagogastroduodenoscopia
gastroscopia
panendoscopia oral
/
ɣɑstˈfrɛɪ/, /
ʝɑstˈfrɛː/
adjective
1. gul in het onthalen of herbergen van gasten
hospitalario
/
ɣɑt/, /
χɑt/
noun
- 1. opening
agujero
boquete
- 6. achterste
culo
- 2. een tekort of ontbrekend deel
déficit
verb
embaucar
embelecar
engatusar
noun
1. politieke beweging in Frankrijk ontstaan na de Tweede Wereldoorlog gekenmerkt door een sterke nationale republiek, eenheid en een sterk presidentschap
gaullismo
noun
- 2. een geschenk
regalo
- 1. een bijzondere aanleg
talento
dote
noun
1. benaming voor slanke hoefdieren
gacela
/
ɣə/, /
χə/
personalPronoun
1. tweede persoon enkelvoud. In Nederland verouderd, maar in België in dagelijks gebruik.
tú
vos
noun
carácter
naturaleza
índole
/
ɣə'ʔɑxt/
adjective
- 2. waardig
acreditado
- 1. als waardig beschouwd, beleefdheidsvorm in aanhef brief
caro
querido
/
xəˈbar/
noun
- 1. een beweging waarmee men iets wil zeggen
ademán
- 2. een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
gesto
noun
1. meestal zoet, gebakken voedsel specifiek gemaakt om van te genieten
pastelería
pasteles
verb
1. communiceren door het maken van gebaren
gesticular
hacer gestos
noun
lengua de señas
lengua de signos
/
ɣə'bɛt/
noun
1. het bidden
oración
rezo
noun
1. een verzameling van bergen die met elkaar een groter geheel vormen
sierra
cordillera
/
ɣə'bɵːrə(n)/
verb
1. plaatshebben, werkelijkheid worden
acontecer
acaecer
pasar
advenir
noun
1. iets dat zich voordoet
acontecimiento
suceso
/
ɣəˈbit/, /
χəˈbit/
noun
1. een deel van het aardoppervlak
área
región
territorio
zona
noun
1. de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden
modo imperativo
noun
1. alle tanden en kiezen van een dier of mens
dentadura
dientes
/
xəˈblat/
noun
1. het blaten van een schaap
balido
balado
/
ɣəˈbladərtə/, /
χəˈbladərtə/
noun
1. een verzameling van bladeren van één of meer bomen
follaje
adjective
1. met bloemversieringen
floreado
noun
canalla
chusma
mala gente
adjective
3.
denso
espeso
ligada
ligado
trabada
trabado
/
ɣəˈboːrtə/, /
χəˈbo̝ːrtə/
noun
1. actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
nacimiento
natividad
noun
1. een getal dat aangeeft hoeveel geboorten er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
tasa de natalidad
índice de natalidad
tasa de nacimiento
noun
país natal
tierra natal
noun
derecho de nacimiento
adjective
- 1. ter wereld gebracht, gebaard
- 2. begonnen, ontstaan
nacido
noun
1. een constructie waarin men kan wonen of werken
edificio
construcción
noun
- 2. een defect
defecto
mal
- 1. een tekort
falta
insuficiencia
adjective
1. één of meerdere gebreken hebbend
deficiente
defectivo
defectuoso
imperfecto
inválido
noun
enfermedad de deficiencia
/
ɣəˈbroːkən/, /
χəˈbroːkən/
adjective
roto
entrecortado
noun
- 1. een standaard manier van doen
costumbre
hábito
usanza
- 2. toepassen van iets
uso
utilización
consumo
adjective
1. naar gewoonte, zoals men regelmatig doet
habitual
usual
acostumbrado
/
ɣəˈbrœʏkən/, /
χəˈbrœʏkən/
verb
1. zich bedienen van, toepassen
usar
emplear
hacer uso de
/
ɣə'brœːkər/, /
χə'brœʏkər/
noun
1. iemand die iets gebruikt
usuario
noun
1. handleiding
guía de usuario
manual de usuario
noun
1. meestal schriftelijke instructie die bij een product wordt gegeven
modo de empleo
noun
artículo de uso
objeto de uso
adjective
1. ingewikkeld
complicado
/
ɣə'dɑɣdə/, /
ɣəˈdɑxtə/
noun
1. het nadenken, idee
pensamiento
noun
1. minder dan het geheel
parte
porción
/
ɣəˈdeltələk/, /
ʝəˈdeltələk/
adjective
parcial
noun
1. iemand die door de staat van zijn vrijheid beroofd is
prisionera
prisionero
noun
1. een in versmaat of in dichterlijke stijl opgesteld stuk
poema
/
ɣə'dɛɪə(n)/
verb
1. voorspoedig groeien
prosperar
noun
1. de manier waarop iemand optreedt of iets ergens op reageert
comportamiento
conducta
verb
1. zich ~: de manieren die iemand meest in de omgang met anderen aan de dag legt
comportarse
noun
terapia de la conducta
adjective
abatido
desanimado
/
ɣədʏɫt/
noun
1. de rust en bereidheid om te wachten
paciencia
/
gə'dʌldəx/
adjective
1. bereid te wachten en tegenslagen te verdragen
paciente
adjective
a menudo
continuo
frecuente
perenne
adjective
involuntario
obligatorio
/
ɣeːl/, /
ɣeːɫ/, /
χeɪɫ/
adjective
1. citroen-, goudkleurig
amarillo
/
ɣeːl/, /
ɣeːɫ/, /
χeɪɫ/
noun
1. kleur tussen oranje en groen
amarillo
adjective
1. een kleur hebbend die tussen geel en bruin in ligt
sepia
adjective
gris amarillento
adjective
verde amarillento
adjective
amarillo naranja
noun
1.1 bepaald soort vogel, Serinus serinus
verdecillo
noun
1.
azafrán indio
azafrán árabe
cúrcuma
palillo
turmeric
yuquilla
indefinitePronoun
1. ontkennend onbepaald lidwoord: tegenovergestelde van één, niet een
ninguno
ningún
phraseologicalUnit
1.
de nada
adverb
de ninguna manera
de ningún modo
noun
1. smalle ranke zeevis met afgeplat lichaam en een lange snavelvormige bek, Belone belone
aguja
/
ɣeːst/, /
χeːst/
noun
- 1. dat wat zich afspeelt in iemands gedachten
- 2. een onsubstantieel wezen
espíritu
/
ɣesdrɪft/
noun
entusiasmo
acaloramiento
inspiración
labia
numen
vena
adjective
1. met betrekking tot de geest
mental
espiritual
adjective
1. met humor, gevat
mordaz
noun
agudeza
chiste
embuchado
morcilla
ocurrencia
/
ɣ̟eːβ̞/, /
χeːu/
noun
1. het zich uitrekken, meestal met open mond, bij slaperigheid, ontspanning of verveling
bostezo
/
ɣɪːwə(n)/
verb
1. gapen
bostezar
noun
1. het geluid dat geproduceerd wordt doordat lucht langs een opening of holte geblazen wordt
silbido
noun
trastorno de ansiedad generalizada
noun
base de datos
conjunto de datos
adjective
brillado
lucido
lustrado
adjective
acaudalado
acomodado
adinerado
verb
al gratin
al gratén
gratinado
verb
a la parrilla
a la plancha
asado
asado a la parrilla
braseado
en parrilla
noun
1. fijngehakt of gemalen vlees
carne picada
noun
molinillo de carne
máquina de picar carne
picadora de carne
/
xəˈɦɛndiˌkɛpt/, /
ɣəˈɦɑndiˌkɑpt/
adjective
1. met een lichamelijke afwijking
minusválido
inválido
adverb
entero
total
completo
todo
noun
1. mensen die helemaal geen alcohol gebruiken
abstemio
adjective
sagrado
santificado
/
ɣəɦɛɪm/
adverb
1. opzettelijk verborgen
secreto
/
ɣəɦɛɪm/
noun
1. informatie die verborgen wordt en bestemd is om dat te blijven
secreto
noun
cifra
clave
criptografía
noun
- 1. het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen
- 2. snel toegankelijke plaats om data op te slaan
memoria
noun
efecto térmico de memoria (metales)
noun
1. het organische systeem om geluiden waar te nemen
oído
audición
noun
audífono
aparato auditivo
noun
1. een holle buis die de oorschelp met het middenoor verbindt
conducto auditivo
canal auditivo
/
ɣə'hoːrzam/, /
ɣə'ɦoːrzam/, /
χə'ɦo̝ːrzam/
adjective
1. bereid gehoor te geven aan regels of bevelen
obediente
verb
1. gevolg geven aan een opdracht of bevel
obedecer
acatar
verb
verplicht zijn
contenido
mantenido
tenido
/
ɣəˈhʏxt/
noun
1. een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland
aldea
/
ɣɛi̯l/, /
χɛi̯l/
adjective
lascivo
/
ˈɣɛɪ̯t/, /
ˈɣɛːt/, /
ˈχɛɪ̯t/
noun
1. bepaald soort zoogdier Capra aegagrus hircus
cabra
noun
voedzaam vocht dat tepels van een geit afscheiden
leche de cabra
noun
2. bepaald soort vogel, Caprimulgus europaeus
chotacabras
/
ɣɛk/, /
χɛk/
adjective
loco
alienado
demente
extravagante
extraño
frenético
/
ɣəˈkɛr.stənd/, /
ɣəˈkɛr.stənt/, /
χəˈkɛr.stənt/
verb
cristianizado
noun
1. grappige dwaasheid
tontería
/
ˈɣɛ.kə(n).hœːs/, /
ˈɣɛ.kə.ɦœːs/, /
ˈχɛ.kə.ɦœʏ̯s/
noun
manicomio
noun
1. gekko
salamanquesa
perenquén
adjective
1. van kleuren voorzien
colorado
adjective
1. van gerechten
aromatizado
especiado
picante
sazonado
verb
bromear
burlarse
mofarse
/
xɛkˈsxerənt/
adjective
1.
bromeando
burlándose
mofándose
adjective
1. op een onnatuurlijke, gedwongen manier gemaakt
artificial
noun
2. een product om haar mee in model te houden
gel
/
ɣəˈlɑx/
noun
1. het lachen
risa
noun
banquete
consumición
festín
noun
1. geestestoestand waardoor men een onaangename situatie alleen door doffe...
resignación
noun
cola de pescado
cola de pez
gelatina
grenetina
áspic
/
ˈɣɛlt/, /
ˈχɛlt/
noun
1. een ruilmiddel dat gegarandeerd wordt door een land waarmee goederen en diensten kunnen worden gekocht
dinero
plata
/
ˈɣɛldərˌlɑnd/, /
ˈɣɛɫdərˌlɑnt/, /
ˈχɛɫdərˌlɑnt/
pronoun
1. provincie in het oosten van Nederland, die door de Flevoland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht en het Duitse Noord-Rijnland-Westfalen wordt omringd
Güeldres
adjective
1. waarvan de waarde of wettigheid erkend wordt
válido
vigente
admisible
noun
1. hoeveelheid geld
suma de dinero
noun
1. straf die bestaat uit het betalen van een geldbedrag
multa
noun
1. bepaalde infectieziekte, veroorzaakt door het gelekoortsvirus
fiebre amarilla
vómito negro
/
ɣəˈledə(n)/, /
χəˈledə(n)/
adverb
1. een woord om aan te duiden dat iets zich in het verleden af heeft gespeeld
hace
noun
- 4. gewricht
articulación
juntura
- 3. verbinding tussen twee delen van een voertuig
nudo
juntura
/
ɣə.let.ˈpo.tə.ɣə/, /
ɣə.ˈleːd.ˌpoː.ti.ɣə/, /
χə.let.ˈpo.tə.χə/
noun
1. een dier met een uitwendig skelet van chitine
artrópodo
adjective
1. zich veel aan studie gewijd hebbend
docto
erudito
noun
1. iemand die onderricht en bekwaam is in een bepaalde tak van de wetenschap
estudioso
erudito
/
ɣǝ.'le.ɣǝn.ɦɛjt/
noun
1. mogelijkheid tot
ocasión
oportunidad
noun
conductancia
conductancia eléctrica
conductividad
/
ɣəˈlɛɪdələk/
adjective
1. in geordende, kalme opeenvolging van het een op het ander overgaand
gradual
paulatino
progresivo
verb
conducir
guiar
orientar
noun
- 1. elektrische stroomgeleider
- 2. warmtegeleider
conductor
- 3. ...delen van instrumenten...
- 4. persoon die wat geleidt
guía
/
ɣə'lɛɪdɪŋ/
noun
1. het verschijnsel waarbij transport van elektrische lading of warmte plaatsvindt in een materiaal
conductibilidad
conductividad
/
ɣə.ˈlɪx/, /
ˈɣe.ləx/, /
ˈɣe.lɪx/, /
ˈχe.ləχ/, /
χə.ˈlɪχ/
adjective
2. op geel lijkend
amarillento
/
ɣə'lɛɪk/
adjective
1. met elkaar overeenstemmend
igual
idéntico
/
ɣəlɛɪgˈbenəx/
adjective
1 & 2.
isósceles
verb
parecerse
semejar
semejarse
adjective
parecido
semejante
noun
- 2. een verhaal dat een bepaalde relgieuze les presenteert door het met een bepaalde gebeurtenis te vergelijken
parábola
- 1. de mate waarin iets of iemand aan een ander doet denken
semejanza
verb
1. egaliseren, vlak maken
igualar
abalanzar
verb
1. zeggen dat iets gelijk is zonder dat het dat ook echt is
equipar
noun
corriente continua
corriente directa
noun
motor de corriente continua
motor eléctrico de corriente continua
adjective
simultáneo
al mismo tiempo
adjective
1. alle zijden gelijk in lengte
equilátero
adjective
admisible
creíble
crédulo
plausible
/
ɣə'lɔftə/
noun
1. een plechtige verklaring iets voortaan te zullen doen of na te zullen laten
voto
/
ɣəˈlof/, /
χəˈlof/
noun
- 2. de overtuiging dat iets zo is
creencia
fe
- 1. godsdienst
religión
fe
adjective
admisible
creíble
crédulo
fidedigno
plausible
noun
1. de mate waarin iets of iemand verdient geloofd te worden
credibilidad
adjective
purificado
refinado
verb
1. overtuigd zijn dat iets waar is
creer
/
ɣə.ˈlo.vəx/, /
ɣə.ˈloː.vɪx/, /
χə.ˈlo.vəχ/
adjective
1. vast en innig gelovend in een god of goden
creyente
religioso
/
ɣəˈlœʏt/, /
χəˈlœʏt/
noun
1. dat wat hoorbaar is
sonido
son
adjective
1. zodanig geïsoleerd dat geluiden niet binnen kunnen dringen of de ruimte verlaten
insonorizado
noun
1. Geluidsoverlast
molestia por el ruido
noun
amortiguador
silenciador
noun
1. Geluidsoverlast
molestia por el ruido
noun
molestia por el ruido
/
ɣəˈlɵk/, /
χəˈlɵk/
noun
1. prettige loop van de omstandigheden
suerte
felicidad
adjective
- 2. door gunstig toeval, met mazzel
afortunado
fortunado
- 1. in een tevredene toestand zijn, zich goed voelen
feliz
afortunado
alegre
contento
phraseologicalUnit
1. een traditionele wens bij een nieuw jaar
Feliz Año Nuevo!
adverb
1. op een gelukkige manier
afortunadamente
noun
sentimiento de felicidad
/
ɣə.ˈlɵks.ˌvoː.ɣəl/, /
χə.ˈlɵks.ˌvo(ʊ̯).χɔɫ/
noun
1. iemand die onwaarschijnlijk veel geluk lijkt te hebben
chiripero
suertero
suertudo
adjective
afectado
artificial
/
ɣə.'mal/
noun
installatie die overtollig water een polder uitmaalt
noria
adjective
veilig en lekker gemakkelijk
cómodo
adjective
1. lijkend op marmer
jaspeado
marmolado
veteado
adjective
moderado
templado
comedido
módico
noun
1. Zingiber officinale, een specerij met een scherpe smaak
jengibre
noun
1. fijngemalen gedroogde wortels van Zingiber officinale
gengibre en polvo
noun
jengibre
raíz de jengibre
noun
- 1. het met één of meer andere deel hebben aan iets
- 3. geheel van personen of zaken die tot elkaar in een bepaald opzicht in een geregelde betrekking staan
comunidad
- 2. samenleving
sociedad
- 4. geslachtsgemeenschap
trato sexual
/
ɣəmenˈsxɑpələk/, /
χəmenˈsχɑpələk/
adjective
3. gerelateerd aan meer dan een entiteit
común
colectivo
/
ɣəˈmentə/, /
ɣəˈmeɪntə/, /
ʝəˈmentə/
noun
- 2. gezamenlijke gelovigen
cofradía
congregación
- 1. bestuurlijke eenheid
municipio
adjective
comunal
municipal
noun
ayuntamiento
concejo municipal
/
ratslɪt/
noun
1. een lid van een gemeenteraad
concejal
adjective
1.op een voet van gelijkheid, zonder afstand
familiar
/
ɣəˈmɪdəld/, /
ɣəˈmɪdəlt/, /
χəˈmɪdəɫt/
adjective
1. tot de middenmoot behorend
medio
noun
1. de som van een aantal getallen gedeeld door het aantal ervan
promedio
media
adjective
1. vriendelijk en gezellig
familiar
noun
1. in de Alpen levende soort berggeit
gamuza
rebeco
noun
1. drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
gen
gene
/
ɣəˈnaːmt/, /
χəˈnaːmt/
adjective
llamado
noun
gracia
misericordia
clemencia
noun
cinifolio
escurripa
graciola
hierba de las calenturas
hierba del pobre
adjective
inmisericorde
inclemente
/
ˈdʒɛndər/
noun
1. sekse
género
noun
1. een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam
genealogía
/
γ̊əˈneːskʏndə/
noun
1. de wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van ziekten
medicina
noun
1. een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
fármaco
/
ɣə'neɣənɦɛɪt/
noun
1. het gesteld zijn op iemand
afecto
cariño
simpatía
noun
1. iemand die het bevel heeft over een leger
general
verb
1. over één kam scheren, geen onderscheid maken
generalizar
noun
- 2. overheidsorganisatie
Generalitat
- 1. algemeenheid
generalidad
noun
1. alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn
generación
adjective
generativo
sexual
/
ˌɣenəˈratɔr/, /
ˌχenəˈratɔr/
noun
- 1. een apparaat of persoon die iets genereert (doet ontstaan)
generador
- 4. toestel tot het verkrijgen van gas, gasgenerator
generador de gas
- 3. een machine die stroom opwekt
generador elétrico
verb
1. schaamte voelen
avergonzarse
/
ɣəˈnetis/
adjective
1. gerelateerd aan de erfelijkheid
genético
noun
manipulación genética
verb
1. ergatief: gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
curar
convalecer
noun
frecuencia alélica
frecuencia génica
adjective
1. briljant, zeer slim, uitmuntend
brillante
genial
noun
1. iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is
genio
/
ɣəˈnipəx/, /
ɣəˈnipɪx/, /
χəˈnipəχ/
adjective
1. op een achterbakse manier en gemeen
disimulado
adjective
1. met betrekking tot de geslachtsorganen
genital
noun
1. naamval als aanduiding van bezit, oorsprong of hoeveelheid
genitivo
noun
1. stelselmatige uitroeiing van een volk
genocidio
noun
Convención para la Prevención y la Sanción del Delito de Genocidio
indefinitePronoun
bastante
suficientemente
adjective
1. waarbij men plezier beleeft
agradable
/
xəˈnom/
noun
1. een verzameling van alle genen van de chromosomen van een organisme
genoma
noun
academia
asociación
cooperativa
liga
sindicato
sociedad
noun
- 1. genoegen, plezier
placer
delicia
- 2. gebruik
uso
noun
estimulante
psicoestimulante
psicotónico
noun
1. het geheel van genetische kenmerken dat een soort onderscheidt
genotipo
adjective
ansioso de placeres
noun
1. categorie in een kunstvorm
género
noun
1. een gloeiend korreltje of brokstukje
chispa
pronoun
1. Vlaamse provinciehoofdstad van Oost-Vlaanderen, België
Gante
pronoun
1. een stad in Noordwest-Italië
Génova
noun
geoquímica
química geológica
noun
2. kortste verbinding tussen twee punten op een bol
línea geodésica
noun
1. aardrijkskunde
geografía
adjective
1. aardrijkskundig, met betrekking tot de aardrijkskunde
geográfico
adjective
1. op de geologie betrekking hebbend
geológico
noun
1. een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met ruimtelijke figuren
geometría
/
ɣeˈjɔrɣis/, /
ɣeˈjɔrɣɪs/, /
χeˈjɔrχis/
pronoun
1. de taal die in Georgië gesproken wordt
georgiano
/
ɣeˈjɔrɣi.jə/, /
χeˈjɔrχi.jə/
pronoun
1. een soevereine staat in West-Azië, gelegen in de Kaukasus. De officiële taal is het Georgisch
Georgia
/
ɣəˈpɑstə/
adjective
conveniente
cómodo
oportuno
adjective
jubilado
pensionado
noun
1. moeizame, uitputtende bezigheid
afán
diligencias
sudor
adjective
refinado
sofisticado
/
ˈɣeː.rɑrd/, /
ˈɣeː.rɑrt/, /
ˈχɪː.rɑrt/
pronoun
2. spelwoord voor de letter g
Guatemala
noun
1. Gerbillinae, een ondersoort van de familie Muridae, die daarnaast ook de muizen,...
jerbo
noun
- 2. rechtbank, de rechter
juzgado
tribunal
- 1. een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
plato
guiso
manjar
noun
1. een mechanisch instrument dat gebruikt wordt om werk te kunnen doen
herramientas
utensilios
noun
1. afsluitbare bak waarin gereedschap opgeborgen en bijeengehouden wordt
caja de herramientas
adjective
1. niet spontaan, terughoudend door verlegenheid
cohibido
noun
1. een medisch specialist die de geriatrie beoefent
geriatra
adjective
1. met ribbels
rizado
/
ɣə'rɪŋ/
adjective
1. klein in afmeting of getal
escaso
fútil
poco
noun
1. een scheikundig element met symbool Ge en atoomnummer 32
germanio
noun
2. en 3. (zaad van de) plant Hordeum vulgare
cebada
/
ˈɣɛrstəˌmɪːɫ/
noun
harina de cebada
/
ɣə'rɵxt/
noun
- 2. een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is
rumor
habladuría
- 1. lawaai; een klein geluid
rumor
ruidito
adjective
apoyado
respaldado
sostenido
adjective
considerable
notable
noun
1. zelfstandig gebruikte verbogen infinitief
gerundio
adjective
tranquilo
sosegado
verb
1. iemands angst of zorgen ontzenuwen of minder aannemelijk maken
tranquilizar
sosegar
/
ɣəˈsxɛŋk/, /
ʝəˈsçɛŋk/
noun
1. iets dat men geeft
regalo
/
ɣəˈsxidə(n)/, /
χəˈsχidə(n)/
verb
1. werkelijkheid worden
acaecer
ocurrir
suceder
acontecer
realizarse
tener lugar
/
ɣəˈsxidəˌnɪs/
noun
2. de gebeurtenissen van het verleden
historia
noun
1.
historiador
historiógrafo
adjective
1. met de juiste eigenschappen
adecuado
apropiadamente
conveniente
noun
manzana de la discordia
punto de debate
punto de discusión
noun
clamor
gritería
griterío
/
ɣə'sxɵpt/
adjective
1. bedekt met schubben
escamoso
/
ˈɣeː.zəl/, /
ˈχe.səɫ/
noun
1. werktuig van touwen of riempjes met knopen of stukjes metaal, waarmee men ter bestraffing op iemands lichaam slaat
flagelo
azote
/
ɣesələ(n)/
verb
1. iemand met een zweep of gesel tuchtigen
azotar
flagelar
/
χəˈslɑχt/
noun
- 5. afstammelingen van één persoon
dinastía
estirpe
- 3. (biologisch) genus
especie
- 4. grammaticaal geslacht
género (gramatical)
género
- 2. geslachtsorganen
sexo
noun
cel die deelneemt aan de voortplanting
célula sexual
gameto
noun
corpúsculo de Barr
cromatina sexual
noun
1. seks waarbij de man met zijn penis het lichaam van de partner binnengaat
contacto sexual
noun
índice de masculinidad
noun
1. een aandoening aan de geslachtsorganen, vaak een seksueel overdraagbare aandoening
enfermedad venérea
adjective
paladeado
saboreado
/
ɣɛsp/
noun
1. sluitmechanisme aan riemen e.d.
hebilla
adjective
ahorrado
economizado
adjective
3. ongemakkelijk, blijk gevend van stress, het punt van (uit-)barsten naderend
estresado
adjective
1. met sterk ontwikkelde stevige spieren
musculoso
fornido
noun
1. een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
conversación
charla
plática
noun
1. een persoon die deelneemt aan een gesprek
interlocutor
conversador
noun
1. de vorm van een rechtopstaande mens
estatura
talla
noun
Psicología de la Gestalt
noun
1. zwangerschap
gestación
adjective
acomodado
situado
/
ɣəˈstentə/
noun
1. het materiaal waaruit de aardkorst bestaat, bestaande uit mineralen
roca
noun
predisposición
disposición
estado
verb
1. gebaren maken, vooral bij het spreken
gesticular
accionar
verb
bobinado
enrollado
envuelto
noun
1. een elektrische centrale die functioneert op het verschil tussen eb en vloed
centrales maremotrices
noun
1. de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
marea
noun
1. (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) elektrische centrale die werkt door middel van getijdenstromen ontstaan door het hoogteverschil tussen eb en vloed
centrales maremotrices
noun
1. een grafische registratie van de waterstand
mareógrama
adjective
- getypt
tecleado
- 2.
tocado
adjective
1. voltooid deelwoord van trouwen
casado
noun
1. iemand die een gebeurtenis heeft meegemaak of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
testigo
verb
1. een veelal beëdigde verklaring afleggen ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
testificar
atestiguar
testimoniar
noun
certificación
certificado
/
ɣøːr/, /
χøːr/
noun
1. gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming
olor
adjective
aromático
fragante
oloroso
/
ɣəˈvar/
noun
1. groot risico
peligro
/
ɣəˈvarlək/, /
ɣəˈvaːrlɪk/, /
χəˈvarlək/
adjective
1. gevaar met zich meebrengend
peligroso
verb
estado libre
estado vacante
/
ɣəˈʋɑŋə(n)/, /
χəˈʋɑŋə(n)/
adjective
prisionero
noun
1. iemand die gevangen genomen is
prisionero
preso
cautivo
encarcelado
penado
presidiario
/
ɣǝvɑŋǝnis/
noun
1. een gebouw waarin personen gevangen worden gehouden vanwege hun misdaden
prisión
cárcel
noun
1. een veroordeling waarbij iemand een zekere tijd zijn vrijheid verliest
detención
verb
1. iemand van zijn vrijheid beroven en in hechtenis nemen
apresar
hacer prisionero
noun
1. het gevangennemen
arresto
captura
detención
prisión
noun
1een driehoekige rode reflector
triángulo reflectante
/
ɣəˈvɛxt/, /
χəˈvɛxt/
noun
1. een handgemeen
combate
batalla
noun
1.
helicóptero de combate
/
ˈxeː.vəl/, /
ˈɣeː.vəl/
noun
1. buitenmuur van een gebouw
fachada
/
ˈɣevə(n)/, /
ˈχevə(n)/
verb
1. overdragen van het bezit van iets aan iemand anders
dar
entregar
pasar
noun
1. bepaald soort plant, Conium maculatum
cañahueca
ceguda
cicuta
cicuta mayor
adjective
1. met vleugels
alado
alada
noun
- 1. gewaarwording
sensación
- 2. emotionele gewaarwording
sentimiento
adjective
sensible
susceptible
delicado
exquisito
fino
susceptivo
noun
- 1. een aandoenlijkheid
- 2. de nauwkeurigheid van instrumenten
- 3. de spanning van een film
sensibilidad
noun
1. verschijnsel
temperatura de sensación
temperatura sensorial
noun
1. een verzamelnaam voor vogels die gekweekt worden als voedsel
aves
/
ɣəˈvɔlx/, /
ɣəˈvɔɫx/, /
χəˈvɔɫχ/
noun
- 1. iets dat voortkomt uit iets anders
consecuencia
corolario
efecto
resultado
- 2. een groep die volgt, die er achteraan of later komt
cortejo
séquito
comitiva
adjective
arriesgado
atrevido
verb
1. bewust worden van de betekenis van sensorische prikkels of wat lijkt op sensorische prikkels en waarvan je dus denkt dat het waar is, dat het overeenkomt met de werkelijkheid
apercibirse
apercibirse de
sentir
noun
1. dat wat aanwast op het veld, maar nog niet geoogst is.
cultivo
agosto
cosecha
noun
1. een stel uit been bestaande hoorns van herten; al dan niet vertakt
cornamenta
noun
1. elke kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken
violencia
/
ɣə'ʋɛldəx/
adjective
2. bijzonder goed
formidable
noun
1. een proces waarbij een eerder ongewone prikkel steeds meer als normaal ervaren gaat worden
aclimatación
adjective
deseable
deseado
grato
noun
región
comarca
provincia
/
ɣəˈʋetə(n)/
noun
1. het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt
conciencia
adjective
1. vroegere
antiguo
/
ɣəˈʋɪxt/, /
χəˈʋɪxt/
noun
1. de kracht die dat voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefent
peso
noun
1. een sport waarbij de beoefenaars proberen om zware gewichten op te heffen die aan stalen staven zijn bevestigd
halterofilia
noun
1. het zonder gewicht zijn
ingravidez
phraseologicalUnit
media ponderada
noun
1. bepaald soort loofboom, Acer pseudoplatanus
arce blanco
falso plátano
sicómoro
noun
consuelda mayor
sinfito mayor
noun
1. Balaenoptera physalus, een groot zeezoogdier, lang en gestroomlijnd met puntige kop
rorcual común
noun
de vrucht van de gewone walnoten- of okkernotenboom
nuez
nuez de nogal
/
ɣəˈwoːn/, /
ɣəˈβ̞oːn/, /
χəˈʋon/
adjective
habitual
adocenado
corriente
normal
ordinario
simple
noun
1. een samengesteldbloemige veldbloem met zeer fijn ingesneden blad en wit, roze of paars bloemscherm
milenrama
noun
1. Galanthus nivalis, een vroegbloeiend bolgewas met witte bloempjes
campanilla de invierno
galanto
adverb
1. zoals de ervaring leert dat het meestal is
normalmente
comúnmente
/
ɣəˈwoːntə/, /
ɣəˈβ̞oːntə/, /
χəˈʋontə/
noun
1. vaste wijze om dingen te doen
costumbre
hábito
adjective
arraigado
radicado
noun
1. verbinding
articulación
noun
1. bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
autoridad
prestigio
adjective
colectivo
común
unido
noun
embajador
emisario
mensajero
noun
gebouw van een legatie
embajada
noun
- 1. een vaste idiomatische verbinding met een figuurlijke betekenis, maar zonder werkwoord
expresión
predicado
término
- 2. alle zinsdelen behalve het onderwerp
predicado
noun
1. makker, reisgenoot
camarada
compañero
/
χəˈzɛləx/
adjective
- 3. knus
acogedor
- 2. sociaal aangenaam
sociable
íntimo
/
ɣə'zɛlsxɑp/
noun
- 1. een groep mensen die iets gemeen hebben
compañía
corro
círculo
peña
redondel
sociedad
- 3. een vereniging met een bepaald doel
sociedad
compañía
noun
juego de mesa
juego de casa
/
ɣəˈzɛt/, /
χəˈzɛt/
adjective
grueso
corpulento
noun
1. de voorkant van een menselijk hoofd
cara
vista
noun
punto de vista
aspecto
visión
noun
1. doorzichtige kunststof gezichtsbedekking
careta
noun
campo de visión
campo visual
campo óptico
noun
1. huishouden bestaande uit een of meer ouders en hun kinderen
familia
famille
adjective
propenso
inclinado
noun
reagrupación familiar
noun
vida de familia
vida familiar
/
ɣəˈzɔx/, /
ɣəˈzɔxt/, /
χəˈzɔχt/
adjective
1.
buscado
/
xə.ˈzɔnt/, /
ɣə.ˈzɔnt/
adjective
- 1. vrij van ziektes en zeertes
- 2. bevorderlijk voor een goede conditie
sano
saludable
noun
1. welbevinden, in goede staat zijn
salud
sanidad
noun
1. het volledige fysieke, spirituele en sociale welzijn
estado de salud
adjective
rápido
con prisa
con prontitud
adjective
contenido
envuelto
implicado
phraseologicalUnit
circuito integrado
/
'ɣa.na/, /
'χa.na/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Ghana
Ghana
noun
libra de Gibraltar
libra gibraltareña
/
ɣɪts/, /
χɪts/
noun
persoon die een groep begeleid en uitleg geeft
guía
/
ɣiːr/, /
χiːr/
noun
1. benaming voor grote aasetende roofvogels met een kale kop en machtige vleugels
buitre
gallinazo
adjective
1. geen geld of bezit aan een ander willende geven
tacaño
avaro
avaricioso
noun
1. de mate waarin men niet bereid is in de buidel te tasten
avaricia
codicia
noun
2. en 3. (zaden van) de graansoort Panicum miliaceum
mijo
/
ˈχirstmɛldə/
noun
candonga
canigua
dahua
hupa
licsa
quinoa
/
ˈɣirˌzʋalyw/
noun
1. bepaald soort vogel, Apus apus
vencejo común
verb
1. een vloeistof vallend laten vloeien
verter
noun
1. een soort emmer met sproeibuis om de planten te begieten
regadera
noun
1. een bedrijf dat zich toelegt op het gieten van metalen voorwerpen
fundición
noun
hierro fundido
fundición
hierro colado
/
ɣɪf/, /
χɪf/
noun
1. substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
veneno
noun
lechuga ponzoñosa
lechuga silvestre
lechuga venenosa
lechuguilla
noun
1. een giftige slang
culebra venenosa
serpiente venenosa
noun
1. geschenk, gave
obsequio
regalo
presente
/
ˈɣɪftəx/, /
ˈχɪftəx/
adjective
- 2. zeer nijdig
mordaz
- 1. gif bevattend
venenoso
ponzoñoso
/
ɣɛɪ̯/, /
ɣɛː/, /
χɛɪ̯/
personalPronoun
tú
usted
vos
ustedes
/
ˈɣɛɪ̯zəlaːr/, /
ˈɣɛːzəlaːr/, /
ˈχɛɪ̯zəlaːr/
noun
1. een veelal onschuldig persoon die tegen de eigen wil door een gijzelnemer gevangen wordt gehouden en die bedreigd wordt met het doel iets van derden gedaan te krijgen
rehén
noun
1. iemand die personen in gijzeling houdt
secuestrador
captor
raptor
noun
1. iemand die personen in gijzeling neemt
secuestrador
captor
raptor
/
ɣɪɫ/
noun
1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep
grito
/
ˈɣɪldə/, /
ˈχɪɫdə/
noun
gremio
cofradía
corporación
noun
privilegio del gremio
/
ˈɣɪlə(n)/, /
ˈχɪlə(n)/
verb
1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
aullar
chillar
gritar
/
ɣɪnts/
adverb
1. daar in de verte
ahí
allí
noun
1. tandvleesontsteking
gingivitis
noun
- 2. pleister, gipshoudend kalkmengsel
escayola
- 1. (scheikunde) een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO₄·2H₂O
yeso
/
ʒi'rɑf/
noun
1. Herkauwend dier
jirafa
noun
1. herkauwend dier dat in Midden-Afrika leeft met een zeer lange hals, Giraffa camelopardalis
jirafa
verb
1. geld overmaken door het uitschrijven van een giro
girar
transferir
verb
1. een vermoeden uitspreken over iets
conjeturar
noun
1. gedachte waarvoor men onvoldoende gegevens heeft om de juistheid of onjuistheid ervan te kunnen vaststellen
acertijo
noun
1. de naam voor een aantal soorten micro-organismen
levadura
fermento
/
ˈɣɪstər/, /
ˈχɪstər/
adverb
1. de laatste dag die voltooid is
ayer
adverb
1. de avond vóór de afgelopen nacht
anoche
/
ˈɣɪstərə(n)/, /
ˈχɪstərə(n)/
adverb
1. de laatste dag die voltooid is
ayer
adverb
1. de avond vóór de afgelopen nacht
ayer noche
/
ɣi'tar/
noun
1. een muziekinstrument
guitarra
jarana
noun
1. (muziek) een musicus die een gitaar bespeelt
guitarrista
pronoun
1. stad in Armenië
Guiumrí
verb
1. met een laag suiker bedekken en dan verhitten zodat de suiker glanzend wordt, kan ook gedaan worden met honing
glasear
alcorzar
/
ɡlaˈsi/
noun
3. helling aan de buitenkant van een vesting of fort
glacis
noun
4.
glaseado
glaceado
glacé
glasa
noun
estoque
gladiolo
gladíolo
verb
1. door strijken glad of effen maken
alisar
planchar
atusar
noun
1. betoverend uiterlijk, schone schijn
glamour
esplendor
noun
brillo
fulgor
lumbre
resplandor
noun
avena descollada
gramari
maguita
maquilla
mazarilla
mazorra
/
ˈɣlɑns.kol/, /
ˈɣlɑns.koɫ/, /
ˈχlɑns.ko̝ɫ/
noun
1. een vorm van steenkool die sterk verhit is geweest
antracita
verb
1. in zekere mate licht weerspiegelen of voortbrengen
brillar
resplandecer
/
ɣlɑs/, /
χlɑs/
noun
- 3. om uit te drinken
vaso
copa
vidrio
- 2. op basis van SiO₂
vidrio
cristal
- 1. niet-kristallijne vaste stof
vidrio
vaso
noun
1. een container voor het gescheiden inzamelen van glasafval
contenedor para vidrio
depósito para vidrio
noun
1. iemand die glazen voorwerpen maakt
soplador de vidrio
noun
1. glasharmonica
armónica de cristal
noun
temperatura de transición vítrea
noun
temperatura de transición vítrea
noun
isolatiemateriaal gemaakt van glas
lana de vidrio
noun
1. een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld...
glaucoma
noun
limpiacristales
lavacristales
adjective
1. als glas, op glas lijkend
vidrioso
verb
- 2. met een laag glanzende suiker bedekken
glasear
alcorzar
- 1. met een laag glazuur bedekken
vidriar
esmaltar
noun
- 3. mengsel van poedersuiker...
azúcar glaseada
azúcar glaseado
- 1-2
esmalte
barniz vitrificable
glasura
noun
1. een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen
glaciar
noun
1. een langgerekte opening of inkeping in iets
ranura
adjective
1. glad, moeilijk houvast op te krijgen
resbaladizo
escurridizo
/
ˈxlɛɪdə(n)/, /
ˈɣlɛːdə(n)/
verb
1. met geringe wrijving gericht voortschuiven
deslizarse
noun
1.een verlager van het bloedglucose
glimepirida
noun
1. een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt
sonrisa
/
'ɣlɪmlɑχən/
verb
1. zacht onhoorbaar lachen
sonreir
sonreír
verb
- 3. zichtbaar trots zijn
brillar
- 1. schitteren
brillar
destellar
- 2. licht afgeven
resplandecer
noun
1. een nachtelijk lichtgevend kevertje uit de familie Lampyridae
luciérnaga
/
ɣloˈbal/
adjective
- 1. ongedetailleerd
aproximado
- 3. wereldwijd
global
noun
sistema de posicionamiento global
noun
1. een voortgaand proces van wereldwijde economische, culturele en politieke integratie
globalización
/
ɣlobaˈlɪsmə/
noun
1. het proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie
globalización
noun
globo terrestre
globo terráqueo
adjective
ardiente
caliente
incandescente
ígneo
/
ˈɣluilɑmp/
noun
1. een lamp die licht produceert met een gloeidraadje
bombilla
lámpara incandescente
noun
1. het omhoog of omlaag gaan van de bodem
talud
terraplén
cuesta
declive
/
ɣloːriˈjøːs/
adjective
1. roemrijk
glorioso
noun
1. druivensuiker
glucosa
/
ˈɣlyː.rə(n)/
verb
1. in het geheim aandachtig naar iemand kijken
espiar
acechar
mirar de soslayo
noun
glicerina
glicerol
E422
noun
glicerina
glicerol
E422
/
ˌɣlikɔˈɣen/
noun
1. een opvanghuis voor wezen
glucógeno
noun
1. een metamorf gesteente met verschillend gekleurde banden of aders
neis
gneis
noun
1. Connochaetes, een dier behorende tot de familie Bovidae...
ñu
noun
1. mythologisch wezen dat lelijk, klein van stuk is en meestal een baard heeft
gnomo
pronoun
1. bovennatuurlijk en volmaakt wezen, dat beschikt over superieure krachten en dat onsterfelijk is
Dios
/
ɣɔd/, /
ɣɔt/, /
χɔt/
noun
1. hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht...
dios
noun
1. een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
deidad
divinidad
pronoun
1. benaming voor het vrouwelijk opperwezen
Diosa
noun
1. een vrouwelijke godheid
diosa
noun
1. een geloof en alle daar bij horende rituelen en doctrines
religión
noun
psicología de la religión
noun
ciencia de la religión
noun
- 1. belediging of bespotting van God/een godheid
- 2. een vloek
blasfemia
adjective
1. kwaliteit bezittend
bueno
buena
adverb
1. op goede wijze
bien
noun
1. iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
bien
adjective
1. met goede bedoeling(en) gedaan
bienintencionado
noun
naar (iemands) goeddunken
al criterio
/
ˌɣudə.ˈvrɛɪ̯.dɑx/
pronoun
1. de vrijdag voor Pasen
Viernes Santo
pronoun
1. de week vanaf Palmzondag tot Stille Zaterdag
Semana Santa
/
ˌɣudəˈmɔrɣə(n)/
interjection
groet
buenos días
interjection
avondwens
buenas noches
interjection
1. een groet die in de avond gebruikt wordt
buenas tardes
buenas noches
noun
1. een lift die eigenlijk alleen geschikt is voor het vervoer van goederen
montacargas
noun
1. trein die uitsluitend is bestemd om goederen te vervoeren
tren de mercancías
tren de carga
adjective
espléndido
generoso
/
ˌxutxəˈlœʏmt/, /
ˌɣutxəˈlœʏmt/
adjective
1. in een toestand van vrolijkheid verkerend.
de buen humor
verb
1. toestemming verlenen
aprobar
verb
1. instemming betuigend
aprobando
noun
1. een positieve beoordeling
asentimiento
adjective
1. laag in prijs
barato
económico
noun
1. gevoel dat je graag van iets wil gaan genieten
ganas
/
ɣɔk/, /
χɔk/
noun
- 2. een keuze zonder het juiste antwoord te weten
aventura
- 3. neus
napias
narizota
/
ˈɣɔkən/, /
ˈχɔkən/
verb
1. iets van waarde, veelal geld, inzetten op de mogelijke uitkomst van iets onzekers
jugar
noun
juego de azar
juego de suerte
phraseologicalUnit
paracaídas dorado
/
gɔlf/, /
χɔl(ə)f/
noun
- 4. grote baai
golfo
- 1, 2 en 3
onda
ola
- 1. balspel waarbij een golfbal met een golfclub in een aantal slagen in de hole moet worden geslagen.
golf
pronoun
1. streek en provincie van Spanje rond de stad Bilbao
Golfo de Vizcaya
Mar Cantábrico
pronoun
1. zee die begrenst wordt door Mexico, de Verenigde Staten van Amerika en Cuba
golfo de México
noun
campo de golf
cancha de golf
noun
bola de golf
pelota de golf
noun
1. constructie om de kracht van watergolven te weerstaan
rompeolas
escollera
malecón
noun
club de golf
palo de golf
noun
verpakkingsmateriaal, bestaande uit één of meer lagen dun, gegolfd karton
cartón ondulado
noun
campo de golf
cancha de golf
noun
Guerra del Golfo
Guerra del Golfo pérsico
noun
energía mareomotriz
energía olamotriz
energía undimotriz
noun
síndrome de la Guerra del Golfo
síndrome del Golfo
noun
campo de golf
cancha de golf
noun
1. vergelijking die het verloop van een golf in tijd en ruimte beschrijft
ecuación de onda
/
ˈɣɔlvən/, /
ˈχɔlvən/
verb
1. een golfvormige beweging maken
ondear
/
ɣɔm/
noun
- 2. een kleverige vloeistof die wordt gemaakt van het sap van bomen
- 1. een gum
goma
/
ˈɣɔma/
noun
2. soort boom (Guarea gomma)
bilibil
gito
requia
/
ˈɣɔndəl/
noun
1. een pleziervaartuig in Venetië
góndola
noun
1. een hangend slagwerk
gong
noun
1. een geslachtziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Neisseria gonorrhea
gonorrea
/
ˈgu:gələ(n)/, /
ˈɡu.ɡə.lə(n)/, /
ˈɣu.ɣə.lə(n)/
verb
1. naar informatie zoeken op het internet, m.n. met Google
googlear
guglear
/
ˈɣoːi̯ən/, /
ˈχoːi̯ən/
verb
1. het door de lucht verplaatsen van een voorwerp, al dan niet naar een doelwit
tirar
echar
lanzar
abalanzar
abarrajar
achocar
/
χot/
noun
1. lid van een Oost-Germaans volk
godo
/
ˈɣotsten/
noun
1. een bak, meestal ingebouwd in een aanrecht, onder een kraan en met een afvoer
fregadero
noun
1. een band die om het middel gedragen wordt
cinturón
noun
1. zoogdier met pantser van beweegbare schubben uit de familie Dasipodidae
armadillo
tato
noun
herpes zóster
zona
zóster
/
ɣɔrˈdɛːn/, /
χɔrˈdɛɪn/
noun
1. doek ter afdekking
cortina
noun
1. (bouwkunde) houten dwarsbalk of ligger
larguero
plinto
noun
1. Afrikaanse mensaap uit het geslacht Gorilla
gorila
pronoun
1. Maleis-Polynesische taal die wordt gesproken door een miljoen mensen in de provincie Gorontalo op Sulawesi in Indonesië
gorontalo
/
ɣɔrs/, /
χɔrs/
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Emberizidae
escribano hortelano
/
ˈɣɔtlɑnt/, /
ˈʝɔtlɑnt/
pronoun
1. Zweeds eiland
Gotland
/
ɣʌʊt/
noun
1. een edelmetaal met atoomnummer 79 dat wordt aangegeven met het symbool Au, het is een geel metalliek overgangsmetaal
oro
noun
1. Physalis peruviana
uchuva
alquejenje
alquequenje
tomatillo
uvilla
noun
1. bepaald soort vis, Sparus aurata
dorada
pargo dorado
adjective
1. met een kleur die een combinatie is tussen goudkleurig en bruin
castaño
phraseologicalUnit
medalla de oro
noun
- 2. kevers uit de familie Chrysomelidae met als goud blinkende schilden
crisomelino
- 1. bepaald soort klein vogeltje met een goudkleurig kruintje Regulus regulus
reyezuelo
abadejo chino
noun
1. bepaald appelras
manzana reineta
reineta
noun
caléndula
maravilla
flamenquilla
flor de muerto
flor de todos los meses
maravilla caléndula
noun
1. een smid die met goud werkt
orfebre
noun
- 2. guldenroede
consuelda sarracénica
lingote de oro
té de Gredos
vara de San José
- 1. staaf goud
lingote de oro
noun
1. bepaald soort vogel, Pyrrhul pyrrhula
camachuelo común
camachuelo
/
ˈɣaʊ̯d.vɪs/, /
ˈɣɔʊ̯t.fɪs/, /
ˈχʌʊ̯t.fɪs/
noun
1. bepaald soort kleine goudkleurige of rode vis die uit China afkomstig is en die door veel mensen thuis gehouden wordt, Carassius auratus auratus
pez de colores
carpa dorada
pez dorado
noun
1. een stoofschotel van o.a. rundvlees, paprika en uien, tevens het nationale gerecht van Hongarije
gulasch
gulash
noun
1. het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
gobernador
noun
2. district, gewest, provincie
distrito
provincia
noun
sistema de posicionamiento global
noun
- 1. eenheid om hoeken te meten
grado sexagesimal
grado
- 4. rang
rango
título
noun
- 1. geschiedkundige term voor een landsheer, oorspronkelijk belast met de rechtspraak...
conde
- 1. beschrijving van gegevens in de vorm van een verzameling punten,...
grafo
/
ɣrax/, /
χraχ/
adverb
1. met plezier, met graagte; dat doe ik graag
con mucho gusto
de buena gana
interjection
1. beleefd antwoord nadat je bedankt bent
de nada
noun
espina
espina de pescado
hueso
noun
- 1. (wijk van) een reeks grachten rondom het centrum van een stad (bijv. in Amsterdam)
barrio de canales
canales
- 2. ± (lid van) een linksgeoriënteerde, stedelijke elite
izquierda caviar
adjective
grácil
con elegancia
elegante
noun
1. een instrument waarmee een hoek van een gekende grote uitgezet of gemeten kan worden
transportador
adjective
1. trapsgewijs
gradual
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Oudgrieks of gevormd naar Oudgrieks voorbeeld
helenismo
/
ɣrɑf/, /
χrɑf/
noun
- 1. ruimte om één of meer lijken in te begraven
- 2. plaats waar één of meer lijken begraven liggen
tumba
sepulcro
noun
1. een grafische voorstelling van een verzameling gegevens
gráfico
noun
in plaatjes gekristalliseerde koolstof
grafito
noun
1.
enterramiento
entierro
noun
1. op een grafsteen gegraveerde korte tekst, gewijd aan de overledene
epitafio
noun
1. een rechtopstaande gebeeldhouwde steen die de aanwezigheid van een graf markeert
lápida sepulcral
lápida
noun
1. een afgeleide eenheid voor massa in het SI-stelsel (éénduizendste van een kilogram, 0,001 kg)
gramo
/
ˈɣrɑmklørɪŋ/
noun
tinción de Gram
noun
1. een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal.
gramática
adjective
gramatical
gramático
noun
1. schijf van eboniet, kunsthars, pvc e.d., waarin geluidsinformatie in analoge vorm in een groef is opgenomen in de vorm van kleine horizontale en verticale afwijkingen
disco
disco de vinilo
/
ˌɣrɑmneɣaˈtif/
adjective
1. met betrekking tot bacteriën die bij Gram-kleuring rood kleuren
gram negativo
/
ˌɣrɑmposiˈtif/
adjective
1. met betrekking tot bacteriën die bij gramkleuring blauwpaars kleuren
gram positivo
noun
5. groep kubische mineralen
granate
noun
- 2. vrucht
granada
granado
- 1. boom
granado
noun
1. Punica granatum, een tot zes meter hoge struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae)...
granado
/
ɣɾaˈni:t/
noun
1. stollingsgesteente bestaande uit lichtgekleurde, met het blote oog onderscheidbare mineralen.
granito
/
ˌɣranyloˈsit/
noun
1.
granulocito
/
ɣrɑp/, /
χrɑp/
noun
1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
broma
chiste
noun
1. een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
pomelo
toronja
noun
1. sap van de vrucht van de boom Citrus paradisi
zumo de pomelo
jugo de toronja
noun
1.een Italiaanse alcoholische drank
grappa
/
ˈɣrɑpəχ/
adjective
1. de lust tot (glim-) lachen opwekkend
divertido
cómico
gracioso
noun
- 1.1 benaming voor planten uit de familie Poaceae die een oppervlak met sprietvormige groene bladeren begroeien
grama
césped
- 1. benaming voor planten uit de familie Poaceae
hierba
grama
/
ɣrɑsmajər/
noun
cortacésped
noun
1. Sylvia communis, een zangvogel uit de familie zangers Syviidae
curruca zarcera
/
ˈɣrɑsvɛlt/, /
ˈɣrɑzvɛld/, /
ˈχrɑsvɛɫt/
noun
1. een veld dat door met name gras wordt begroeid
césped
pasto
/
ˈɣrɑsvlɑktə/, /
ˈχrɑsvlɑktə/
noun
1. een groot stuk land dat met gras is begroeid
pradera
noun
1. extraatje bovenop het normale loon
suplemento
adjective
1. wat zonder betaling verkregen wordt
gratis
adjective
1. donkergrijs, kleurloos
gris
verb
1. een gat in de grond maken met de handen of met een graafwerktuig
cavar
ahondar
excavar
verb
1. met een scherp gereedschap iets krassen in glas of metaal
grabar
noun
1. vrouwelijke graaf
condesa
noun
1. de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
gravitación
gravedad
pronoun
constante de gravitación universal
/
'χrazə(n)/
verb
1. het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen
pastar
campear
apacentar
/
ɣreːp/, /
χreːp/
noun
6. handvat
empuñadura
fuste
mango
/
ɣre.ˈna.da/, /
ɣrɛ.ˈna.da/, /
χre.ˈna.da/
pronoun
land in het Caribisch gebied
Granada
adjective
op Grenada betrekking hebbend
granadino
granadina
noun
- 2. de raaklijn tussen twee landen
- 1. een al dan niet denkbeeldige scheidingslijn
frontera
límite
/
ɣrik/, /
χrik/
noun
1. inwoner van Griekenland
griego
/
ˈɣrikə(n)ˌlɑnd/, /
ˈɣrikə(n)ˌlɑnt/, /
ˈχrikə(n)ˌlɑnt/
pronoun
1. een land in het zuidoosten van Europa
Grecia
/
ɣriks/, /
χriks/
adjective
griego
griega
/
ɣriks/, /
χriks/
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Griekenland en op Cyprus
griego
/
ˈɣriksə/, /
ˈχriksə/
noun
griega
/
ɣrip/
noun
1. een vierusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn
gripe
influenza
gripa
noun
1. grof gemalen meel
sémola
harina gruesa
/
ɣrit/, /
χrit/
noun
- B. grutto
aguja colinegra
- A. jonge vrouw, meisje
chica
muchacha
- C. vissoort
rombo
remól
verb
- 2. pijnigen
acongojar
afligir
entristecer
- 1. beledigen
ofender
verb
1. gevoelens van angst en afkeer ervaren
estremecerse
temblar
noun
cancillería
secretaría
noun
1. iemand die de taak heeft alle communicatie rond een zaak schriftelijk vast te leggen en te ordenen
secretario judicial
verb
1. plotseling iets of iemand beetpakken
asir
coger
agarrar
acapillar
adjective
1. de kleur grijs hebbend
gris
noun
tint grijs met RAL-nummer 9007
aluminio gris
noun
1. bepaald soort vogel met een grijze kop, Thalassarche chrysostoma
albatros de cabeza gris
noun
1. bepaald soort vogel, Picus canus
pito cano
noun
onredelijk en willekeurig gedrag
capricho
noun
parrilla
grill
asadora
gratinador
adjective
caprichoso
caprichudo
extravagante
/
ˈgrɪzliˌbeːr/, /
ˈɣrɪzliˌbeːr/
noun
1. Ursus arctos horribilis, een Amerikaanse ondersoort van de bruine beer.
oso grizzly
/
ɣruj/, /
χruj/
noun
1. het groter worden
crecimiento
aumento
incremento
/
ˈɣrui̯ə(n)/
verb
groter worden
crecer
noun
proceso de crecimiento
adjective
- 3. onervaren
novicio
- 1. met de kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben
verde
noun
1. kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd
verde
/
'ɣrun lɑxə(n)/
phraseologicalUnit
1. geforceerd glimlachen
la risa del conejo
noun
1. de jonge scheuten van Asparagus officinalis
espárrago verde
verb
1. groen worden
verdecer
/
ˈɣrun.lɑnd/, /
ˈɣrun.lɑnt/, /
ˈχrun.lɑnt/
pronoun
1. een groot eiland ten noordoosten van Canada, deel uitmakend van het koninkrijk Denemarken
Groenlandia
adjective
groenlandés
groenlandesa
noun
1. bepaald soort zeezoogdier, Balaena mysticetus
ballena boreal
ballena de cabeza arqueada
pronoun
1. de zee ten westen van Groenland
mar de Groenlandia
noun
- 1. vissenfamilie
lorcha
molva
- 2. groene zangvogel
verderón común
verderón europeo
noun
1. eetbare planten of delen daarvan
verdura
legumbre
hortaliza
noun
1. het sap van één of meerdere groenten dat kan gedronken worden
jugo de legumbres
zumo de hortalizas
/
ɣrup/, /
ʝrup/
noun
1. uit meerdere personen of eenheden bestaand geheel
grupo
agrupación
verb
1. in groepen stellen
agrupar
noun
inmunidad de grupo
inmunidad colectiva
/
ˈɣrut/, /
ˈχrut/
noun
1. een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
saludo
/
ˈɣrutə(n)/
noun
1. iemand goedendag of gedag zeggen
saludar
/
ɣrɔk/, /
ɣrɔx/
noun
1. alcoholisch mengsel van rum, suiker en heet water
grog
noun
1. een beginsel dat als regel wordt aangenomen
principio
noun
1. benaming voor vissen uit de familie Gobiidae
góbido
adjective
1. vrijwel overal aandacht aan schenkend
a fondo
concienzudo
exhaustivo
profundo
radical
noun
derechos fundamentales
noun
- 1. metselwerk in de grond
base
cimiento
fundamento
- 2. datgene waarop een beschouwing...
base
fundamento
noun
materia prima
recurso natural
materia bruta
material
material básico
noun
- 1. een zuivere sinustoon
frecuencia fundamental
- 2. de laagste toon van een toonladder
tónica
noun
1. al het water dat zich in de aardbodem bevindt
agua subterránea
noun
1. wet die de principes van een staat definieert
constitución
/
ˈɣroːˌnɪŋə(n)/, /
ˈχroˌnɪŋə(n)/
pronoun
- 1. hoofdstad van de provincie Groningen
- 2. gemeente in de provincie Groningen waarin de stad Groningen ligt
- 3. provincie in het noorden van Nederland, die door Friesland, Drenthe en het Duitse Oost-Friesland wordt begrensd
Groninga
/
ɣroːt/
adjective
- 3. machtig, belangrijk
- 2. bewonderenswaardig, goed
- 4. volwassen
grande
- 1. meer dan normaal in formaat
grande
gran
adjective
1. met een zeer forse penis
bien dotado
/
ˌɣroːd brɪˈtɑni.jə/, /
ˌχrot brɪˈtɑni.jə/
pronoun
1. benaming voor het '[[Verenigd Koninkrijk|Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland]]', dat officieel met Verenigd Koninkrijk wordt aangeduid.
Gran Bretaña
noun
1. de verzameling van alle grootboekrekeningen met de wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen
libro maestro
libro mayor
verb
1. het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen
criar
educar
noun
1. cirkel op bol met gelijk middelpunt
gran círculo
pronoun
1. stad in Namibië
Grootfontein
noun
1. zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars...
cantidad
magnitud
tamaño
noun
megalomanía
manía de grandeza
noun
1. adellijke titel die hoger is dan die van hertog maar lager dan die van koning
gran duque
noun
objetivo gran angular
noun
1.
inquisidor general
gran inquisidor
noun
- 2. opperbestuurder van ... Vrijmetselaren
gran maestre
- 1. schaker of dammer...
gran maestro
gran maestro internacional
- 3. een van de grootofficieren of de hoogste vrouwelijke beambte bij het huis van de koningin
senescal
noun
1. een moeder van een ouder
abuela
noun
otocyon megalotis
zorro orejudo
/
ˈɣrotˌʌʊdər/
noun
1. de ouder van een ouder
abuelo
abuela
noun
fanfarronada
jactancia
/
ˈɣroːtˌfaːdər/
noun
1. de vader van een ouder
abuelo
noun
1. in de klassieke zeilvaart de onderste, grootste zeil aan de grote mast
vela mayor
noun
1. authentieke uitgifte met uitvoerbare titel
primer testimonio
noun
precio al por mayor
precio de mayoreo
/
ɣrɔt/
noun
1. een onderaardse holte
cueva
gruta
caverna
noun
1. soort zeevogel van ongeveer 70 centimeter groot, Larus hyperboreus
gavión hiperbóreo
noun
1. de eindhersenen en de tussenhersenen vormen samen de grote hersenen
cerebro
noun
amapola
ababol
adormidera roja
amapola silvestre
papola
pronoun
1. de naam voor de 5 grote meren op of nabij de grens tussen de Verenigde Staten en Canada
Grandes Lagos
pronoun
1. de oceaan die ligt tussen Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië
océano Pacifico
noun
1. bepaald soort overblijvende plant, Sanguisorba officinalis
pimpinela mayor
sanguisorba
noun
1. Balaena mysticetus, grote massieve walvis met een kolossale kop
ballena boreal
ballena de cabeza arqueada
noun
1. bepaalde soort zeevogel, te herkennen aan zijn zwarte kuif en snavel met een klein geel puntje, Sterna sandvicensis
charrán patinegro
adverb
1. voor het grootste gedeelte
en su mayor parte
adjective
1. op afschrikwekkende wijze buitenissig
grotesco
/
ˈxrywəl/
noun
1.
abominación
adjective
1. afschuw opwekkend
espantoso
horripilante
/
ɣeʲɛz'ɛm/
noun
Sistema Global para las Comunicaciones Móviles
noun
een dipsaus uit Midden-Amerika
guacamole
adjective
guadalupeña
guadalupeño
noun
1. bepaald soort zoogdier, Lama guanicoe
guanaco
/
ˌgʋɑ.tə.ˈma.la/, /
ˌgβ̞ɑ.tə.ˈma.la/, /
ˌɣ<sup>ʊ</sup>a.tə.ˈma.la/
pronoun
land in Midden-Amerika, officieel de Republiek Guatemala
Guatemala
adjective
guatemalteco
guatemalteca
adjective
guatemalteco
guatemalteca
noun
1. en 2. (vrucht van) Psidium guajava
guayaba
/
ɣi.ˈne/, /
χi.ˈne/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Guinee
Guinea
noun
habitante de Guinea-Bissau
pronoun
1. een taal die oorspronkelijk in Gujerat gesproken wordt. De taal wordt nu ook in Uganda, Tanzania, Kenia en Pakistan gesproken
gujaratí
guyarati
adjective
1. vrijgevig
generoso
abundante
amplio
copioso
noun
bacalao
bacalao (común)
noun
consuelda sarracénica
té de Gredos
vara de San José
vara de oro silvestre
/
ɣɵlp/
noun
1. een door een strook stof afgesloten opening aan de voorzijde van een broek van de man,...
bragueta
noun
1. een object waarmee potlood weer weggehaald kan worden
goma
/
ɣɵnst/, /
χɵnst/
noun
1. het vrijwillig verlenen van een dienst of goed aan iemand om iemand ter wille te zijn
favor
gracia
noun
1. een levendbarend tandkarpertje en aquariumvisje uit Zuid-Amerika
guppy
noun
biempensante
buenista
buonista
noun
1. een gootvormige steekbeitel voor houtbewerking
gubia
/
ɣi.ˈja.na/, /
ɣβ̞i.ˈja.na/, /
χi.ˈja.na/
pronoun
1. een land in Zuid Amerika, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana
Guyana
noun
1. oefeningen voor de gezondheid van een mens
gimnasia
adjective
1. met betrekking tot vrouwenziekten
ginecológico
/
ɣinəkoˈlox/
noun
ginecólogo
/
ˌɣiroˈskop/
noun
giroscopio
giróscopo
/
ˈgœtɪŋən/
pronoun
1. + 2. stad en district
Gotinga
noun
bomba H
bomba de hidrógeno
noun
1. een vakafhankelijke index die het "carrière-effect" van de publicaties van een wetenschappelijk onderzoeker meet
índice h
noun
1. een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas
valla
cercado
seto verde
noun
1. bepaald soort loofboom, Carpinus betulus
carpe
hojaranzo
noun
1. bepaald soort slingerplant met klokvormige bloemen, Calystegia sepium
campanilla blanca
campanilla de los cercados
corregüela mayor
correhuela de cercas
correhuela mayor
hiedra campana
/
haːɪ̯/, /
ɦaɪ̯/
noun
1. benaming voor roofvissen uit de superorde Selachimorpha
tiburón
noun
1.
sopa de aletas de tiburón
/
haːk/
noun
gancho
alcayata
escarpia
percha
noun
2. elk van de tekens, rond of met hoeken, gebruikt in paren om woorden of getallen af te zonderen
braqueto
noun
1. een naald die wordt gebruikt bij haakwerk
ganchillo
/
ɦan/
noun
- 1. mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels
gallo
- 2. trekker bij een vuurwapen
gatillo
noun
2. schelpdier dat wel als voorafje gegeten wordt in mosselrestaurants
gallito
noun
1.1 hoofdhaar, uitgroeisel van de epidermis dat delen van het hoofd bedekt
cabello
pelo
vello
noun
- 2. plaats van waaruit zich een ziekte of andere ramp verspreidt
foco
- 1. plaats in de woning bedoeld om er een vuur te branden
hogar
fogón
noun
1. omhulsel van open weefsel om een kapsel in vorm te houden of om te voorkomen dat hoofdhaar iemands werkzaamheden verstoort
redecilla
noun
1. een doorgaans dunne speld waarmee het haar kan worden opgestoken.
horquilla
personalPronoun
ella misma
noun
1. Lepus eropaeus, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren
liebre
/
hast/
adverb
1. bijna
casi
/
hast/
noun
1. de drang hebben om iets snel te doen
prisa
/
'ɦastən/
verb
1. trachten om dat wat men te doen heeft snel af te maken
apresurarse
apurarse
acelerarse
adjective
1. zich niet de tijd nemend
precipitado
/
ˈhastəxəˌsput ɪˈzeldə(n)ˌɣut/
interjection
1. iets overhaast doen levert vaak fouten op
a gran prisa, gran vagar
pronto y bien, nunca va juntos
/
ɦaːt/
noun
1. sterk gevoel van vijandschap
odio
pronoun
2. boek in de Bijbel
Habacuque
adjective
1. uit gewoonte
habitual
adjective
1. aanmerkelijk aan gevaar of risico blootstaand
delicado
peligroso
precario
verb
1. inbreken in een informatiesysteem
hackear
piratear
noun
1. iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
hacker
noun
1. scheikundig element met symbool Hf en atoomnummer 72
hafnio
noun
1. langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde Lacertilia
lagarto
lagartija
/
haɣəɫ/
noun
1. bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
granizo
pedrisco
noun
1. een bui met hagel
granizada
verb
1. het uit de hemel neerkomen van hagelstenen
granizar
noun
1. een vuurwapen om voornamelijk hagelpatronen mee af te schieten
escopeta
noun
- 3. hagelschade
daño causado por el granizo
daño causado por el pedrisco
- 1. een soort broodbeleg, bestaande uit strooisel van chocolade of gekleurde suiker
fideos de chocolate
- 2. het met kracht neervallen van de hagel
granizada
pedrisco
/
ˈhaɣəlˌsten/
noun
1. een klontje ijs dat als neerslag uit de lucht komt
granizo
pedrisco
pronoun
2. boek in de Bijbel
Ageo
noun
- 3. werktuig om de grond mee open te hakken
azada
- 1. hiel van de voet
tacón
taco
verb
- 3. bevestigen d.m.v. een haak
enganchar
colgar de un gancho
- 2. (met een haaknaald) een weefsel maken door het aanbrengen van lussen
hacer a ganchillo
hacer crochet
hacer ganchillo
/
ˈhaː.kə(n)ˌkrœys/
noun
cruz gamada
/
ˈɦɑkə(n)/
verb
picar
cortar
noun
1. zeer breed mes
cuchilla
/
ɦɑl/
noun
- 3. een grote overdekte ruimte gericht op het uitvoeren van activiteiten
mercado
- 2. een entreeruimte in een gebouw of huis, een ontvangstruimte
sala
- 1. ruimte achter de voordeur
vestíbulo
- 1. hardheid van de grond tengevolge van de vorst, plek bevroren grond, hardbevroren aardkorst
suelo congelado
/
ɦɑlf/
adjective
1. de helft zijnde
medio
noun
1. een halfgeleider met een negatieve indirecte bandgap
metaloide
semimetal
noun
1. het oppervlak van een halve bol, met name van de aarde
hemisferio
adjective
2. waaruit de helft van de vetten verwijderd is
semidesnatado
noun
1. de tijd waarin een exponentieel vervalled proces tot de helft van zijn oorspronkelijke waarde vermindert
período de semidesintegración
verb
1. zinsbegoochelingen hebben
alucinar
noun
1. gras- of graanstengel
tallo herbáceo
adjective
terco
tozudo
acérrimo
/
ˈhɑɫtə/
noun
- 1. een plaats waar gestopt wordt
parada
- 2. een plaats waar een bus stopt
parada de autobús
noun
1.schijngestalte van de maan
media luna
cuarto creciente
/
ɦɑm/
noun
- 1. vlees van de achterkant van een varken
jamón
- 2. dikke dij van een mens
jamón
pernil
/
ˈham.bʏr.ɣər/, /
ˈhɑm.bʏr.ɣər/, /
ˈhɑm.bʏr.χər/
noun
1. schijf gebraden gehakt
hamburguesa
noun
- 1. werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
- 2. een van de gehoorsbeentjes in het oor
martillo
noun
1. klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
hámster
verb
1. een voorraad aanleggen bij voedselschaarste
acaparar
acopiar
/
ɦɑnt/
noun
1. uiterste deel van de arm, voorbij de pols
mano
/
ˈɦɑnt.ɑr.bɛɪ̯t/, /
ˈɦɑnt.ɑr.bɛːt/
noun
trabajo manual
/
ˈɦɑnt.ɑr.bɛɪ̯.dər/, /
ˈɦɑnt.ɑr.bɛː.dər/
noun
artesano
trabajador manual
/
ˈɦɑnt.buk/
noun
1. een boek waarin getracht wordt alle informatie nuttig voor een bepaalde bezigheid bijeen te brengen
manual
compendio
/
ˈɦɑnt.boːr.maˌʃi.nə/, /
ˈɦɑnt.bo̝ːr.maˌʃi.nə/
noun
taladro de mano
noun
1. een doek waarmee men zich afdroogt
toalla
noun
apretón de manos
apretón
apretón de mano
/
ˈɦɑndəl/
noun
1. de in- en verkoop van goederen
comercio
gremio
noun
1. iemand die handel drijft
comerciante
mercader
traficante
verb
- 1. iets doen, al of niet met de handen, optreden
actuar
obrar
- 2. handel drijven
comerciar
noun
1. datgene dat gedaan is
acto
pronoun
Actos de los Apóstoles
noun
asociación comercial
compañía comercial
noun
1. vaste activapool van een winkel of bedrijf die wordt gebruikt om een zaak te drijven
fondo de comercio
noun
1. verhandelbaar waardepapier aan toonder of aan order
efecto negociable
noun
2. deel van het privaatrecht m.b.t. handelszaken
derecho mercantil
/
ˈɦɑn.dən.ɑr.bɛɪ̯t/, /
ˈɦɑn.dən.ɑr.bɛːt/
noun
trabajo manual
verb
- 1. iets doen voortbestaan, aan iets vasthouden
mantener
atener
- 3. zich een positie in een groep verzekeren
mantenerse
abroquelarse
/
ˈɦɑndɪɣ/, /
ˈɦɑndɪχ/
adjective
1. goed met de handen om kunnen gaan
diestro
hábil
práctico
noun
1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hand
manojillo
noun
- 2. gebruiksaanwijzing
manual
compendio
guía
recolección
- 1. leerboek dat tot leidraad...
manual
libro de estudio
libro de texto
noun
1. binnenzijde van de hand
palma
palma de la mano
noun
1. met de hand bediende rem
freno de mano
/
hɑnd.sxun/, /
ɦɑnt.sxun/, /
ɦɑnt.sχun/
noun
1. een handkledingstuk met aparte vingers
guante
noun
- 2. een met de hand geschreven boekwerk
autógrafo
manuscrito
- 1. de manier waarop iemand met de hand schrijft
letra
noun
1.
agarradera
agarradero
asa
mango
empuñadura
/
hɑnd.wɑrm/, /
ɦɑnt.ʋɑrm/, /
ɦɑnt.β̞ɑrm/
adjective
templado
/
ˈhanə(n)kɑm/
noun
- 2.
cresta
- 1. Cantharellus cibarius, een eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak
rebozuelo
cantarela
/
ɦɑŋ/
noun
1. de neiging tot iets
inclinación
tendencia
/
ˈɦɑŋə(n)/
verb
colgar
pender
/
ˈhɑŋənt/
adjective
colgante
noun
- 2. hangend sierraad
pendiente
- 1. voorwerp waaraan men iets kan hangen
percha
noun
1. een lamp die aan het plafond hangt
lámpara colgante de iglesia
/
ˈɦɑŋmɑt/
noun
1. een doek dat aan de uiteinden opgehangen wordt en waarin personen kunnen liggen
hamaca
hamaca paraguaya
noun
1. een slot dat aan een beugel hangt
candado
noun
1. toneelfiguur, het meest overeenkomende Harlekijn
Arlequín
pronoun
1. verbond van Noord-Europese handelssteden
Hansa
Liga Hanseática
noun
1. stad die deel uitmaakt van de Hanze
ciudad hanseática
noun
1. voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
bocado
mordisco
noun
2. aarzeling
duda
vacilación
noun
2. (voeding) (kookkunst) klein gerechtje
bocadito
montadito
pincho
adjective
1. betrekking hebbend op de tastzin
háptico
noun
1. en 2 grof gemalen meel van harde tarwe (Triticum durum)
sémola de trigo candeal
sémola de trigo duro
verb
- 5. zichzelf meer weerstand verschaffen
arcerarse
- 2. psychisch tegen moeilijkheden bestand maken
endurecer
- 1. hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
templar
/
'ɦɑrdər/
noun
1. Mugil curema, een straalvinnige vissoort
mújol
noun
1. een vrouwelijke beoefenaar van de hardloopsport
corredora
/
'ɦɑrd.lo.pə(n)/
noun
corrimiento
/
'ɦɑrd.lo.pə(n)/
verb
correr
noun
1. een mannelijke beoefenaar van de hardloopsport
corredor
adverb
en voz alta
en alta voz
verb
1. met bij temperaturen boven 450°C gesmolten metaal voorwerpen van metalen...
soldador fuerte
noun
1. elektronische en mechanische delen in en om computersystemen
hardware
adjective
peludo
velloso
velludo
/
ˈɦarɪŋ/
noun
- 1. zoutwatervis
arenque
- 2. tentharing
puntal
noun
1. bepaalde middelgrote haai en consumptievis, Lamna nasus
marrajo
tiburón cailón
noun
1. tuingereedschap aan lange steel, met een reeks tanden aan de onderzijde
rastrillo
noun
armonización
harmonización
verb
1. standaardiseren
armonizar
noun
1. (muziekinstrument) een toetsinstrument dat gerekend wordt tot de aerofonen
armonio
noun
1. een wapenuitrusting gemaakt van metalen platen die het lichaam volledig of grotendeels bedekt
armadura
arnés
/
hɑrˈpun/, /
ɦɑrˈpun/
noun
- 2. een speer met weerhaken
- 1. een grote pijl met weerhaken aan een touw
arpón
verb
1. het vangen van vissen door middel van een harpoen
arponar
arponear
/
ɦɑrs/
noun
1. het stroeve en plakkerige product van boomsappen, met name van naaldbomen
resina
noun
1. het afsterven van hartspierweefsel door afsluiting van een kransslagader of een tak hiervan
ataque cardiaco
infarto agudo de miocardio
noun
1. verstopping van een kransslagader of een tak hiervan, leidend tot het afsterven van hartspierweefsel
infarto de corazón
/
ˈɦɑrtkʋaːl/
noun
1. kwaal aan het hart
dolencia cardiaca
enfermedad del corazón
noun
latido del corazón
latido cardiaco
adjective
1. sterke emoties van schok en ontzetting oproepend
desgarrador
noun
1. een taai ondoorzichtig vliesachtig zakje in de thorax, waarin het hart zich bevindt
pericardio
/
ˈɦɑrtsiktə/
noun
1. kwaal aan het hart
dolencia cardiaca
enfermedad del corazón
noun
1. softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen
hachís
noun
cáñamo
cáñamo indio
hachich
hachís
haschich
marijuana
noun
1. scheikundig element met symbool Hs en atoomnummer 108
hasio
hassio
adjective
1. door onvriendelijke gevoelens gedreven
malévolo
odioso
/
'ɦatə(n)/
verb
kwade gevoelens jegens iemand koesteren
odiar
aborrecer
detestar
noun
1. drie doelpunten in één wedstrijd gemaakt door één speler
tripleta
/
ˌotkuˈtyr/
noun
alta costura
noun
1. een droge doosvrucht, die minstens driemaal zo lang als breed is, zoals bij koolzaad en pinksterbloem.
silicua
/
ɦavə(n)/
noun
1. natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen.
puerto
/
ˈɦaːvən.ˌɑrbɛidər /
noun
1. arbeider die in een haven werkt
descargador
verb
echar a perder
estropear
noun
1. een golfbreker bij een haven
rompeolas
noun
1. havenarbeider, dokwerker, bootwerker
descargador
noun
1. en 2. (zaden van) eenjarig graangewas Avena sativa
avena
/
ˈhavərˌmɪːɫ/
noun
zeer fijn gemalen haver
harina de avena
noun
plantaardige melk op basis van hele haverkorrels
bebida de avena
noun
met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen van haverkorrels
fibra de avena
noun
havervlokken
copos de avena
hojuelas de avena
noun
met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen van haverkorrels
salvado de avena
/
ˈɦavɪk/
noun
- 1. Accipiter gentilis, een roofvogel die op kleine zoogdieren en vogels jaagt
azor
gavilán
- 2. iemand die graag oorlog wil voeren
halcón
azor
noun
1. een heester waaraan hazelnoten groeien
avellano
avellanero
/
ˈhazəɫˌnot/
noun
1. een vrucht van de hazelaar
avellana
/
ˈhaː.zə(n)ˌlɪp/
noun
labio leporino
noun
2. plant
cola de liebre
lágrimas de la virgen
noun
1. snelle hond wordt ingezet voor wedrennen of jacht op hazen
galgo
lebrel
/
ha.ˈhi.ti/, /
ɦa.ˈi.ti/, /
ɦɑ.ˈi.ti/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied bezettend de westelijk derde van het eiland Hispaniola
Haití
adjective
haitiano
haitiana
pronoun
islas Heard y McDonald
noun
1. kenmerkende, vreemde gewoonte
mala costumbre
resabio
/
ˈɦɛbə(n)/
verb
1. bezitten
haber
tener
pronoun
1. officiële taal van Israël, de heilige taal van de Joden en de taal van de Tenach
hebreo
adjective
1. blijk gevend van hebzucht, hebberig
codicioso
avaricioso
verb
- 3. zich hechten aan
acaserarse
- 1. een wond dichtnaaien
suturar
noun
1. arrest, gevangenschap
custodia
detención
noun
sutura
adherencia
punto quirúrgico
noun
1. 100 liter
hectolitro
/
ˈɦeː.də/
noun
1. werk, afval van vlas of hennep
estopa
adverb
- 1. in de tegenwoordige tijd, in deze tijd
ahora
- 2. op deze dag
hoy
/
ˌɦe:dənˈda:xs/
adjective
1. gangbaar in de huidige tijd
contemporáneo
noun
fondo de alto riesgo
fondo de inversión libre
instrumento de inversión alternativa
noun
1. leer dat genot het hoogste goed is
hedonismo
noun
merluza
carioca
merluza europea
pescada
pescadilla
/
heːl/
adjective
1. niet stuk
entero
completo
intacto
/
heːl/
adverb
1. in hoge mate
muy
/
he.ˈlal/, /
ɦe.ˈlaɫ/
noun
[1] het gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
universo
cosmos
noun
1. de tak van de geneeskunde die met operatie probeert te genezen
cirugía
noun
1. de christelijke aanduiding voor God
Señor
/
ɦɪːr/
noun
- 6. baas
amo
dueño
jefe
patrón
- 4. welgemanierd persoon
caballero
gentilhombre
- 11. leger
ejército
- 5. heerser
rey
- 1.
señor
noun
cola de caballo
candalillo
cien nudillos
cienudillos
cola de caballo del campo
cola de caballo menor
noun
- 1. de waardigheid van heer
- 2-3
señoría
señorío
- 4. (pejoratief) mannelijk persoon
tipo
tío
/
hersxɑˈpɛi/
noun
1. geheel der dingen waarover iemands macht zich uitstrekt, waarover hij heerst (bewind uitoefent) en het daarbij horende gezag geniet
mando
gobierno
potencia
señoría
/
hersə(n)/
verb
1. de macht uitoefenen
regir
reinar
gobernar
imperar
noun
1. iemand die de macht uitoefent
soberano
gobernante
/
ɦeːt/
adjective
1.
caliente
caluroso
ardiente
noun
fondo de alto riesgo
fondo de inversión libre
instrumento de inversión alternativa
verb
levantar
elevar
recaudar
alzar
imponer
noun
1. oplegging van belastingen: tolheffing
arancel
impuesto
noun
1. een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
helicóptero
/
ɦɛftəx/
adjective
1. extreem in mate
impetuoso
vehemente
noun
1. een (meestal lijnvormige) aanplanting van struiken en/of bomen die dient om ruimten te scheiden
cercado
seto
noun
polígono del desierto
polígono trepador
noun
1. een zangvogel ter grootte van een huismus met opvallend grijs op de kop
moscareta
papamoscas
noun
1. een stuk tuingereedschap dat gebruikt wordt om heggen te snoeien
cizallas para setos
tijera para setos
/
ˈhɛɪ̯də/, /
ˈhɛːdə/
noun
- 1. een met heidekruid begroeide vlakte
brezal
- 2. onbebouwde grond
landa
noun
1. mensen die geen jood of christen zijn
pagano
noun
1. een verzamelnaam voor de polytheïstische religies waarmee het zich verspreidende christendom in aanraking kwam
paganismo
adjective
1. van de heidenen
pagano
/
ɦɛjl/
noun
1. voordeel
salvación
noun
1. bepaald soort grote schol, reus onder de platvissen en consumptievis, Hippoglossus hippoglossus
halibut
fletán
/
ɦɛj.ləɣ/
adjective
1. door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
santo
sagrado
sacrosanto
noun
1. plaats of gebouw gewijd aan een god of godin
santuario
phraseologicalUnit
santo grial
noun
1. de pauselijke regering
Santa Sede
noun
vergrijp aan iets heiligs
sacrilegio
profanación
/
ˈɦɛɪmələk/, /
ˈɦɛːmələk/
adjective
1. geheim, opzettelijk verborgen
furtivo
secretamente
noun
1. funderingspaal die diep de grond in geboord of geslagen wordt om een stevig fundament te zijn ...
pilote
noun
- 2. sterke afkeer
antipatía
- 1. werktuig gebruikt bij het verwerken van hennep of vlas
rastrillo
noun
1. gedicht waarin ondeugden of misstanden aan de kaak worden gesteld
sátira
/
ɦɛks/
noun
1. een over het algemeen vrouwelijk persoon aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
bruja
pronoun
Malleus Maleficarum
/
ˈhɛksə(n)ˌjɑxt/
noun
1. het jagen op vermeende heksen
caza de brujas
persecución de brujas
noun
1. pandemonium
pandemonio
noun
1. het geheel van staven etc. waardoor een hek wordt gevormd, rastering of balustrade
verja
/
'ɦɛl/
adjective
claro
luminoso
/
'ɦɛl/
noun
1. een plek waar de ziel van daartoe veroordeelde overledenen naar toe gaan
infierno
adverb
1. jammer genoeg, spijtig genoeg
desgraciadamente
adjective
1. klaar, doorzichtig
claro
/
'hɛl·dərˌhɛɪt/
noun
- 3. zindelijkheid, schoonheid
aseo
limpieza
pulcritud
- 2. de intensiteit van uitgezonden licht
brillantez
lumbre
luminancia
luminosidad
- 1. lichtscherpte
claridad
nitidez
- 4. van geest
lucidez
serenidad
/
'ɦeləmal/
adverb
1. in z'n geheel
enteramente
completamente
/
'ɦelə(n)/
verb
- 1. gezond worden
curar
sanar
cicatrizar
- 2. gestolen goed in ontvangst nemen
receptar
/
ˈhelər/
noun
1. iemand die bereid is om gestolen goederen op te kopen
perista
pronoun
1. mythologische hond
Cancerbero
/
ɦelɪˈkɔptər/
abbreviation
1. luchtvaartuig dat d.m.v. een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
helicóptero
autogiro
/
ˈhe.lɪŋ/
noun
- 1. het gezond worden of maken van iemand
curación
- 2. het verkopen van gestolen goederen zonder dat de verkoper ze zelf gestolen heeft
receptación
noun
1. een chemisch element en een inert edelgas
helio
noun
1. lang middeleeuws wapen
alabarda
noun
1. een glooiing in het landschap
pendiente
cuesta
declive
/
ɦɛlm/
noun
- 2. helmgras
barrón
- 1. beschermend hoofddeksel
casco
yelmo
/
ˈɦɛlpə(n)/
verb
1. iemand bijstaan
ayudar
auxiliar
noun
ayudante
asistente
adjunto
noun
1. kledingstuk voor het bovenlijf
camisa
/
ˈɦeːməl/
noun
- 1. lucht, onmetelijke ruimte die overal op aarde bovenaan zichtbaar is
cielo
firmamento
- 2. het hiernamaals, leven na de dood
cielo
paraíso
noun
1. lijkbezorging waarbij het lichaam van een dode een plaats boven de grond krijgt waar het door dieren wordt opgegeten
entierro celestial
noun
ailanto
ailantus
falso zumaque
zumaque falso
árbol de cielo
árbol de los dioses
noun
cuerpo celeste
objeto astronómico
adjective
azul celeste
celeste
noun
crásula mayor
hierba callera
hierba de callos
hierba telefio
pronoun
1. de herdenking dat Jezus Christus na zijn verrijzenis opgevaren is naar God Zijn Vader in de hemel
Ascensión
Ascensión de Jesucristo
noun
ascensión
ascensión de Jesucristo
noun
1. christelijke feestdag waarin gevierd wordt dat Jezus na de opstanding naar de Hemel ging
Ascención
noun
1. bloederziekte
hemofilia
noun
1. knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
hemorroides
/
ɦɛn/
noun
1. vrouwtje van hoenderachtige vogels
gallina
/
ˈhɛndrɪk/
pronoun
2. spelwoord voor de letter h
Honduras
noun
1. visserswerktuig
caña
caña de pescar
/
ɦɛŋst/
noun
- 3. harde klap
estallido
- 1. mannelijk paard
semental
garañón
/
ˈɦɛ.nəp/
noun
cáñamo
- 2. variëteit indica
cáñamo
cáñamo indio
marijuana
noun
hierba tora
jopo
rabo de lobo
noun
1. C31H64
hentriacontano
personalPronoun
ellas mismas
ellos mismos
adjective
1. met betrekking tot de lever
hepático
noun
1. leverontsteking
hepatitis
/
herɑl'dik/
noun
1. de wetenschap die zich bezighoudt met de wapenkunde
heráldica
noun
1. verzameling van, album met gedroogde planten
herbario
noun
1. eet- en overnachtingsgelegenheid die kleiner, goedkoper en eenvoudiger is dan een hotel
posada
venta
albergue
verb
- 1. huisvesten
albergar
hospedar
alojar
- 2. tot verblijf dienen
alojar
- 3. bevatten
contener
noun
1. dier dat zich met plantaardig voedsel voedt
herbívoro
pronoun
1. Romeinse halfgod
Hércules
verb
1. plechtig aandacht schenken aan een gebeurtenis uit het verleden
conmemorar
recordar
/
hɛrˈdɛŋkɪŋsˌdinst/
noun
1. een (kerk)dienst ter herdenking
ceremonia de conmemoración
/
'ɦɛrdər/
noun
1. begeleider en bewaker van een kudde
pastor
noun
1. hond die een kudde bewaakt
perro pastor
noun
2. benaming voor plantensoorten uit het geslacht Capsella
alforja
bolsa de pastor
bolsa del pastor
calzoncitos
pan y quesillo
paniquesillo
noun
1. een geestelijke die in afzondering leeft
eremita
noun
1. Geronticus eremita
ibis eremita
noun
1. een kreeftachtige (Eupagurus bernhardus) uit de orde van tienpotigen, die in de schelp van een zeeslak woont
cangrejo ermitaño
noun
servicio feudal
servidumbre
noun
1. een toilet of wc-ruimte voor mannen
baño de señores
servicio de caballeros
noun
1. derde jaargetijde
otoño
noun
1. herfstdag
día de otoño
noun
1. bepaald soort plant, Colchicum autumnale
cólquico
cólchico
espantapastores
mata perros
narciso de otoño
adjective
- bijwoord: herhaaldelijke keren
repetidamente
- bijvoeglijk naamwoord
repetido
verb
- 1. iets opnieuw doen
repetir
- 1. iets opnieuw zeggen
repetir
redecir
noun
1. het nogmaals plaatsvinden
repetición
noun
1. lastige en hinderlijke veldmosterd die meestal op en rond akkers groeit
mostaza de campo
/
ɦɛr.'ɪ.nə.rə(n)/
verb
- 1. opnieuw in gedachte brengen
recordar
- 2. uit het geheugen opdiepen
recordarse
noun
recuerdo
memoria
remembranza
noun
1. een herbivoor die zijn voedsel herkauwt
rumiante
verb
1. waarnemen en beseffen wie het is
reconocer
noun
origen
procedencia
descendencia
proveniencia
/
hɛrˈlevə(n)/
verb
1. opnieuw tot leven komen, opnieuw opbloeien
revivir
renacer
reponerse
resurgir
verb
1. opnieuw lezen
releer
noun
1. bepaald klein wezelachtig zoogdier, Mustela erminea
armiño
adjective
1. luchtdicht
hermético
noun
1. uitstulping van een orgaan of weefsel uit de lichaamsholte waar het normaliter in ligt
hernia
verb
1. een eerder verloren positie opnieuw veroveren
reconquistar
noun
een verdovend middel
heroína
adjective
1. heldhaftig, dapper
heroico
noun
1. veel en onaangenaam geluid
ruido
alboroto
estruendo
tumulto
verb
1. opnieuw oprijzen, opnieuw gaan leven of functioneren
realzarse
reponerse
resucitar
resurgir
verb
1. zeggen dat iets, dat je eerder gezegd hebt, niet klopt
revocar
anular
contramandar
contraordenar
verb
1. iets volledig nieuws ergens van maken
transformar
transformarse
noun
muerte cerebral
muerte encefálica
noun
indoctrinatietechniek
lavado de cerebro
verb
- 1. terug werkend krijgen, repareren
reparar
- 2. er terug bovenop geraken, weer beter worden
reponerse
- 3. weer invoeren
restablecer
noun
1. benaming voor herkauwende zoogdieren uit de familie Cervidae
ciervo
venado
noun
1. een landsheer, oorspronkelijk van een hoger hiërarchisch niveau dan de markies
duque
noun
1. het gebied dat onder leiding staat of stond van een hertog
ducado
verb
1. opnieuw in het huwelijk treden
casarse
noun
estrella de mar
estrellamar
hierba de la estrella
noun
1. de eenheid voor frequentie van trillingen
hercio
/
ɦɛrˈvɔr.mə(n)/
verb
1. iets grondig wijzigen
reformar
remodelar
/
ɦɛrˈvɔr.mər/
noun
1. een persoon die hervormingen nastreeft
reformador
reformista
noun
- 3. beweging tot herstel der oorspronkelijke zuiverheid in de leer...
Reforma
Reforma protestante
- 1. het proces van hervormen
reforma
/
hɛr.ˈzin/, /
ɦɛr.ˈzin/
verb
1. opnieuw naar iets kijken om veranderingen aan te brengen
revisar
inspeccionar
/
(ɦ)ət/, /
hɛt/
article
1. bepaald lidwoord
el
la
lo
/
(ɦ)ət/, /
hɛt/
personalPronoun
1. 3e persoon enkelvoud onzijdig
lo
ello
le
phraseologicalUnit
1. het kan me niets schelen
me importa un carajo
no me importa
me importa una mierda
/
hət ˈre.γənt ˈpɛipə.ˌste.lə(n)/
phraseologicalUnit
Llueve a cántaros.
noun
generador aire caliente
/
'he.tə(n)/, /
'ɦe.tə(n)/
verb
1. de naam dragen
llamarse
adjective
1. aan de zijkant (buitenkant)
heterolateral
/
ˈhetroziˌgot/
adjective
1. in het bezit zijnde van twee allelen van een gen bij een (diploïd) organisme
heterocigoto
heterocigótico
heterócigo
pronoun
1. een dode taal die in het huidige Turkije werd gesproken
hitita
demonstrativePronoun
1. de gelijke identiteit bezittend; onzijdig enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt
lo mismo
noun
1. getande platte staaf waarop d.m.v. een tandrad iets verplaatst kan worden
cremallera
noun
deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht, waar het been met de romp verbonden is
cadera
noun
een kleine platte fles
petaca
/
ɦøs/
adjective
1. hoffelijk, beleefd
correcto
/
ˈhøvəɫ/
noun
1. verhoging in het landschap die wat lager is dan een berg
colina
cerro
/
'ɦøvəlɑxtəx/
adjective
1. met aanzienlijke hellingen en hoogteverschillen
accidentado
/
'ɦevəl/
noun
2. een geheel met vloeistof gevulde pijp of slang waarvan het ene einde lager gehouden wordt dan de andere, waardoor vloeistof van de laatste mond naar de eerste stroomt
sifón
adjective
1. als hoofdas van de rotatiesymmetrie een zestallige as bezittend
hexagonal
noun
hexámetro
verso hexámetro
noun
1. een enigszins uitstekend deel achteraan de voet
talón
noun
1. iemand die overdreven kruiperig en onderdanig jegens iemand anders is
lamebotas
/
ɦiːr/
adverb
1. op deze plaats
aquí
acá
noun
1. leven na de dood
allá
/
hɑj/
adjective
1. in een euforische toestand van veranderd bewustzijn verkerend
alucinado
/
'hɑjtɛk/
noun
alta tecnología
/
hɛɪ̯/, /
ɦɛɪ̯/, /
ɦɛː/
personalPronoun
1. Nominatief mannelijk derde persoon enkelvoud
él
verb
1. zwaar ademhalen ten gevolge van een lichamelijke inspanning
jadear
acezar
resollar
verb
1. iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol
izar
encaramar
noun
1. een constructie om zware lasten op te tillen
grúa
noun
1. een periodiek optredende, spontane, onwillekeurige samentrekking van het middenrif tijdens inademing...
hipo
singulto
noun
1. vrolijkheid of gelach
hilaridad
pronoun
1. + 2. stad en district
Hildesheim
/
ˈhɪndə/
noun
1. een vrouwelijk hert
cierva
noun
molestia
turbación
joroba
/
'ɦɪndərə(n)/
verb
estorbar
obstaculizar
entorpecer
noun
emboscada
asechanza
insidia
noun
1. iets of iemand die een belemmering vormt bij het bereiken van een bepaald doel
estorbo
impedimento
pronoun
1 taal die vooral gesproken wordt in de noordelijke staten van India
hindi
noun
1. iemand uit Hindoestan
hindú
indostano
noun
2. kinderspel, waarbij men zich deels op één been verplaatst
rayuela
bebeleche
verb
1. het geluid van een paard voortbrengen
relinchar
adjective
1. betrekking hebbend op de paardensport
hípico
noun
hipopotomonstrosesquipedaliofobia
/
hirimotu/
pronoun
1. een van de drie officiële talen van Papoea-Nieuw-Guinea
Hiri Motu
noun
1. overmatige beharing
hirsutismo
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Spaans of gevormd naar Spaans voorbeeld
hispanismo
noun
historiador
historiógrafo
noun
2. geschiedenis van een volk, een land enz
historia
adjective
histórico-crítico
noun
1. lied dat in korte tijd zeer populair wordt
éxito
noun
saludo hitleriano
saludo nazi
/
hɪ.tə.bə.stɛn.dɪx/, /
ɦɪ.tə.bə.stɛn.dəx/, /
ɦɪ.tə.bə.stɛn.dəχ/
adjective
1. bestand tegen hitte; kan na contact met hitte nog even goed functioneren
refractario
noun
1. menselijk immuundeficiëntievirus
VIH
/
ɦɔbələç/, /
ˈɦɔbələx/
adjective
1. met hobbels, oneffen
desigual
noun
caballito de balancín
/
hɔbi/
noun
1. een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
afición
noun
1. orkestinstrument, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
oboe
noun
1. iemand die hobo speelt
oboísta
noun
1. balspel waarbij twee elftallen de bal met een hockeystick in elkaars doel proberen te slaan
hockey
pronoun
1. stad in Israël
Hod HaSharon
/
ɦu/
adverb
1. op welke wijze
cómo
como
phraseologicalUnit
¿Cómo se llama usted?
/
hud/, /
ɦut/
noun
- 1. een hoofddeksel
- 2. deel van een zwam
sombrero
noun
- een functie die men vervult
calidad
- een gesteldheid
estado
/
ˈhu.də(n)/, /
ˈɦu.də(n)/
verb
1. een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden
guardar
custodiar
pastorear
/
ɦuf/
noun
1. hoornachtig omhulsel aan de teentop
pezuña
casco
noun
1. hoefdragend zoogdier
ungulado
noun
1. nagel waarmee de hoefsmid de hoefijzers aan de hoeven vastnagelt
clavo de herrar
/
ɦuk/
noun
1. een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen
esquina
ángulo
rincón
noun
1. een huis dat zich op de hoek van de straat bevindt
casa que hace esquina
/
ˈhuk.steːn/
noun
- 1. een steen die gebruikt wordt om de hoekpunten van bouwwerken te verstevigen
- 2.
piedra angular
adverb
cuánto tiempo
cuánto
noun
conejitos
ortiga mansa
noun
4. Onderdeel van een rolstoel
aro de empuje
/
ɦur/
noun
1. vrouw die tegen betaling seksuele diensten verricht
puta
ramera
noun
1. ellendeling
hijo de puta
noun
1. reflexmatige explosieve uitademing
tos
verb
1. reflexmatige explosief uitademen bij prikkeling van de luchtwegen
toser
interrogativeCardinalNumeral
1. welk aantal?
cuánto
cuanto
/
huˈvɪ:ɫhɛɪt/
noun
1. de kwantiteit waarin iets aanwezig is
cantidad
cuantía
conjunction
1. drukt een tegenstelling uit
aunque
/
ɦɔf/
noun
- 1. de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
corte
- 3. een stuk bebouwd land of tuin
patio
corral
jardín
- 2. een instelling waar recht gesproken wordt
tribunal
pronoun
Tribunal de Justicia de la Unión Europea
noun
berro
creson
lepidio
lepido
mastuerzo
noun
mantequilla maitre d'hotel
noun
1. een gebied waar relatief een hogere druk heerst dan elders, term uit de meteorologie
anticiclón
noun
olla a presión
olla exprés
olla al vapor
olla rápida
noun
hidrolavadora
hidrolimpiadora
hidrolimpiadoras
noun
HPLC
cromatografía líquida de alta eficacia
noun
1. hoge cilindervormige hoed
chistera
/
ˈɦoːɣər/, /
ˈɦoːχər/
adjective
más alto
superior
noun
instelling waar hoger onderwijs wordt gegeven in bepaalde vakken
academia
college
universidad
noun
1. een spoorweg geschikt voor hogesnelheidstreinen met snelheden van meer dan 200 km/h
línea de alta velocidad
abbreviation
1. een trein geschikt voor dienstsnelheden van 200km/h en hoger
tren de alta velocidad
noun
1. bepaald soort vis, Macruronus novaezelandiae
merluza neozelandesa
noun
1. grot, spelonk
cueva
noun
1. Ursus spelaeus, een grote berensoort, kwam in Europa voor in het Pleistoceen
oso cavernario
oso de las cavernas
noun
1. bepaald soort vogel, Columba oenas
paloma zurita
/
ˈɦɔlɑnt/
pronoun
- 1. een gedeelte van het westen van Nederland dat de provincies Noord-
- 2. heel Nederland
Holanda
noun
1. met eieren gebonden warme botersaus
salsa holandesa
/
ˈhɔlɑnts/
adjective
holandés
- 2. Nederlands
neerlandés
/
ˈhɔlɑnts/
pronoun
neerlandés
noun
1. scheikundig element met symbool Ho en atoomnummer 67
holmio
/
ˈholokaust/
pronoun
Holocausto
/
ˈholokaust/
noun
1. massale vernietiging van mensen of dieren
holocausto
/
ˈholoˌkɔːstɔntˌkɛnɪŋ/
noun
negacionismo del Holocausto
noun
1. een term die het geheel van iets weergeeft, terwijl in werkelijkheid slechts een deel wordt bedoeld
holónimo
/
'ɦɔltə/
noun
1. een lege ruimte ingesloten is iets anders
cavidad
caverna
noun
computadora doméstica
noun
aanhanger of beoefenaar van de homeopathische geneeswijze
homeópata
adjective
1.volgens de homeopathie
homeopático
noun
1. zelfregulering, chemisch en fysiologisch evenwicht
homeostasis
homeostasia
/
ˈhɔməɫ/
noun
1. insect uit het geslacht Bombus dat in de taxonomie wordt beschouwd als een grote harige bij
abejorro
abejarrón
abejón
noun
1. gelijkklinkend woord
homófono
homófona
noun
1. op dezelfde manier gespeld woord
homógrafo
noun
1. een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht
matrimonio igualitario
noun
1. een woord dat hetzelfde wordt uitgesproken als een ander woord maar in betekenis verschilt
homónimo
adjective
1. betrekking hebbend op de liefde voor geslachtsgenoten
homosexual
noun
1. man met seksuele voorkeur voor mannen of vrouw met seksuele voorkeur voor vrouwen
homosexual
/
ˈhomoziˌgot/
adjective
1. in het bezit van slechts één allel van een gen
homocigoto
homozigoto
/
ˈhɔnd/, /
ˈɦɔnt/
noun
1. Canis lupus familiaris, een zoogdier dat tot huisdier getemd is
perro
can
cachorro
/
ˈhɔn.də.ˌʋer/
noun
tiempo de perros
/
ˈɦɔndərt/
cardinalNumeral
1. het getal 100
cien
ciento
adjective
centesimal
centígrado
cardinalNumeral
1. het getal 100.000, een tiende deel van een miljoen
cien mil
ordinalAdjective
cienmilésimo
ordinalAdjective
centésimo
noun
1. bepaald soort kruipende, geurende plant met paarsblauwe bloemen, Glechoma hederacea
hiedra terrestre
hiedra sueca
noun
apio de perro
cicuta menor
perejil de perro
/
hɔn.ˈdyː.rɑs/, /
ɦɔn.ˈduː.rɑs/
pronoun
1. een land in Centraal Amerika, officieel de Republiek Honduras
Honduras
verb
1. bespotten
burlarse
mofarse
/
hɔŋ(g).ˈɣar/, /
ɦɔŋ.ˈɣar/, /
ɦɔŋ.ˈχar/
noun
1. iemand afkomstig uit Hongarije
Húngaro
/
hɔŋ(g).ˈɣaːrs/, /
ɦɔŋ.ˈɣars/, /
ɦɔŋ.ˈχars/
adjective
1. betreffende Hongarije of het Hongaars
húngaro
húngara
/
hɔŋ(g).ˈɣaːrs/, /
ɦɔŋ.ˈɣars/, /
ɦɔŋ.ˈχars/
pronoun
1. een Finoegrische taal die voornamelijk wordt gesproken in Hongarije
húngaro
/
hɔŋ(g).ˈɣar.sə/, /
ɦɔŋ.ˈɣar.sə/, /
ɦɔŋ.ˈχar.sə/
noun
húngara
/
ˌhɔŋ(g)ɣaˈrɛɪ̯.jə/, /
ˌɦɔŋɣaˈrɛː.jə/, /
ˌɦɔɴχaˈrɛɪ̯.jə/
pronoun
1. land in het midden van Europa
Hungría
/
ˈɦɔŋər/
noun
1. behoefte aan voedsel
hambre
noun
1. een wijdverspreide honger als gevolg van voedselschaarste
hambre
hambruna
noun
1. het weigeren van voedsel uit protest
huelga de hambre
/
hɔŋˈkɔŋ/
pronoun
1. een speciale administratieve regio van de Volksrepubliek China
Hong Kong
adjective
hongkonesa
hongkonés
noun
1. munteenheid van Hongkong
dólar de Hong Kong
noun
1. een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
miel
noun
1. een bij van de soort Apis mellifera die honing maakt uit nectar en bloemen bestuift
abeja melífera
noun
coronilla real
trébol real
noun
1. en 2. (vrucht van) plant Cucumis melo var. inodorus
melón blanco
casaba
melón rocío de miel
melón verde
adjective
- 2.
- 3.
empalagoso
- 4.
melifluo
- 1. zeer zoet
meloso
noun
1. balsport waarbij de bal met een knuppel geslagen wordt en de spelers langs een drietal honken trachten rond te lopen tot zij weer de thuisplaat bereiken
béisbol
verb
pagar
- 2. als geldig erkennen
reconocer
/
ɦoːft/
noun
1. een belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de hersenen...
cabeza
/
'ɦovduk/
noun
1. een vierkante lap stof die vooral door vrouwen driehoekig samengevouwen over het hoofd gedragen wordt
pañuelo de cabeza
noun
1.
plato principal
plato fuerte
plato de fondo
noun
1. een scheikundig element uit de reeks hoofdgroepmetalen van het periodiek systeem
metal del bloque P
noun
1.voornaamste kantoor van een instelling
central
noun
1. een letter die een groter formaat en meestal ook een andere vorm heeft dan een kleine letter
mayúscula
noun
1. klein, vleugelloos en bloedzuigend insect dat parasiterend leeft in het hoofdhaar
piojo
noun
1. Persoon die aan het hoofd van het onderzoek staat
investigador principal
noun
1. de voorste pagina van een website
página principal
noun
1. pijn in het hoofd
dolor de cabeza
noun
premio mayor
premio gordo
primer premio
/
'ɦof(t).stɑt/
noun
1. een belangrijke stad waarvandaan het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd
capital
noun
1. het tuig dat een paard om het hoofd gedaan wordt om het dier berijdbaar te maken
brida
noun
1. een telwoord dat een hoeveelheid of aantal aanduidt
número cardinal
adverb
1. in belangrijke mate, in overwegende mate
esencialmente
especialmente
principalmente
/
ɦoʊ̯χ/ /'ɦoʊ̯χə/ /ˈɦoʊ̯χst/, /
ɦoːx/ /'ɦoːɣə/ /ˈɦoːxst/
adjective
1, 2, 3, 4
alto
verb
1. in hoog aanzien houden
acatar
apreciar
estimar
adjective
altivo
con altanería
con altivez
noun
1. iemand met titel professor die aan een hogeschool of universiteit een leerstoel in een bepaald vak bekleedt en die het onderzoek en onderwijs in dit vak leidt
catedrático
pronoun
1. boek in de Bijbel met liefdespoëzie
Cantar de los Cantares
Cantar de Salomón
noun
1. overschatting van eigen kunnen
soberbia
noun
caldera de condensación
noun
alta tensión
alta tensión eléctrica
noun
red de transporte de energía eléctrica
noun
1. atletiekdiscipline waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat of touw te springen
salto de altura
noun
2. opvallend goede prestatie
proeza
hazaña
noun
- 1. een verheffing van de aardkorst
altitud
- 2. niveau
nivel
altura
noun
- 1. bijzonder belangrijk of goed ogenblik
cenit
cima
culminación
punto culminante
- 3. orgasme
orgasmo
- 2. snijpunt van de hoogtelijnen van een driehoek
ortocentro
noun
1. de vertikale afstand tussen twee of meer plaatsen
diferencia de altitud
/
ˈɦoxtəvres/, /
ˈɦoçtəvres/
noun
1. angst voor hoogten
acrofobia
altofobia
noun
lámpara de rayos ultravioleta
noun
2. hoge waterstand in 't algemeen
marea alta
flujo
/
ˈɦojbɛrx/
noun
1. een ter bewaring opgestapelde hoeveelheid gedroogd gras
almiar
pajar
noun
1. vorkvormig landbouwwerktuig waarmee bijvoorbeeld hooi wordt opgestoken
horca
bieldo
noun
- 1. voertuig waarop hooi wordt vervoerd
caro de heno
- 2. benaming voor geleedpotigen uit de orde Opiliones
segador
típula
/
ɦoːp/
noun
- 3. verwachting van iets wenselijks
esperanza
- 2. grote hoeveelheid
montón
- 1. stapel
pila
cúmulo
adjective
esperanzador
prometedor
noun
aparato auditivo
audífono
/
hoːrnar/, /
ho̝ːrnar/
noun
1. Vespa crabro, een soort grote wesp
avispón
adjective
1. waaraan hoop op succes ontbreekt
desesperado
/
ˈɦoːpə(n)/
verb
1. wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt
esperar
tener esperanza
noun
1. loopnummer in de atletiek
carrera de vallas
noun
1. de bedrijfstak die alle eet- en drinkgelegenheden en hotels omvat
horeca
/
hɔː.rən/
verb
1. waarnemen met het oor zonder er noodzakelijkerwijs aandacht aan te besteden
oír
oir
escuchar
adjective
1. in de richting die haaks staat op die van de zwaartekracht van de aarde
horizontal
noun
1. een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen
reloj
adjective
1. met betrekking tot hormonen
hormonal
noun
1. een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden ...
hormona
/
ˈɦɔrzəɫ/
noun
1. parasitaire vliegsoort
éstrido
estro
noun
1. ziekenhuis, vooral voor militairen
hospital
noun
1. opneming in een ziekenhuis
hospitalización
noun
1. het vijandig zijn
hostilidad
animadversión
animosidad
enemistad
/
hoˈtɛl/, /
ɦoˈtɛɫ/
noun
1. gebouw waar men tegen betaling kan eten en overnachten,...
hotel
albergue
noun
1. de eigenaar van een hotel
hotelero
noun
1. een kamer die voor gasten per nacht te huur is in een hotel
habitación de hotel
cuarto de hotel
noun
1.de tijd dat producten veilig kunnen gebruikt worden
caducidad
/
ˈɦɑʊdənt/
verb
conteniendo
manteniendo
noun
portador
propietario
retén
noun
1. het onder zich hebben van andermans goed
mera tenencia
noun
- 2. gedragslijn, opstelling
actitud
ademán
aire
- 1. een pose
postura
actitud
porte
noun
fiesta de inauguración de piso
/
ɦɑʊ̯t/, /
[ɦʌ̞̈ʊt]/
noun
1. het materiaal in het binnenste van houtige planten
madera
leña
noun
leño
taco
tarugo
zoquete
noun
construcción de madera
noun
1. bepaalde soort wilde duif, Columba palumbus
paloma torcaz
torcaz
/
ˈhɑutə(n)/
adjective
de madera
noun
1. iemand die beroepsmatig houthakt
leñador
noun
1. jas die sluit met staafjes en lussen
trenca
/
ˈhɑutkɑxəl/
noun
estufa de leña
noun
1. een door koken onder druk uit hout verkregen grondstof voor papier
pasta de madera
pulpa de madera
noun
1. verkoold hout
carbón
carbón vegetal
noun
grabado de madera
grabado en madera
xilografía
noun
1. een vogel uit de familie van snipachtigen, Scolopacidae
becada
chocha
sorda
noun
1. benaming voor verschillende in hout levende insectenlarven
carcoma
/
ɦʌu/
noun
1. een slag met een scherp voorwerp
tajo
tajadura
/
hovəlɪŋ/
noun
1. een onderdaan die tot het dagelijkse gezelschap van een vorst behoort
cortesano
verb
1. water uit een boot scheppen
achicar
baldear
pronoun
1. bepaalde telescoop die als een kunstmaan rond de aarde draait
telescopio espacial Hubble
pronoun
1. binnenzee in Noordoost-Canada
bahia de Hudson
noun
1. het huichelen
hipocresía
verb
1. veinzen, doen alsof
fingir
pronoun
1. Uto-Azteekse taal gesproken door 30 duizend mensen in de deelstaten Jalisco en Nayarit in Mexico
huichol
/
hœːd/, /
ɦœʏ̯t/, /
ɦœːt/
noun
- 1. vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
piel
cutis
- 2. de buitenbekleding van een schip
tablazón
adjective
1. bij het heden behorend
actual
contemporáneo
noun
1. specialist in de geneeskunde
dermatólogo
/
hœytsiktə/
noun
1. aandoening van de huid
enfermedad de la piel
dermatosis
enfermedad cutánea
/
hœːx/, /
ɦœʏ̯χ/, /
ɦœːx/
noun
1. een lapje afhangend weefsel aan het uiteinde van het zachte verhemelte, waarmee onder andere het neuskanaal afgesloten kan worden
úvula
campanilla
noun
1.
niño con crisis de llanto
/
ɦœy̯lə(n)/
verb
- 1. het geroep van wolven
aullar
- 1. traanvocht uitscheiden door emotie
llorar
/
hœːs/, /
ɦœʏ̯s/, /
ɦœːs/
noun
1. gebouw bestemd om in te wonen
casa
residencia
noun
1. strafbepaling
arraigo domiciliario
arresto domiciliario
noun
1. een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
médico de cabecera
médico de familia
/
ˈɦœyzdiːr/
noun
1. een dier dat in het huis of om het huis woont en leeft
animal doméstico
mascota
noun
1. een familie die een samenwonende economische eenheid vormt
hogar
noun
1. vrouw die andermans huishouden verzorgt
ama de llaves
noun
sala de estar
cuarto de estar
noun
alcachofera de gatos
barba de Júpiter
siempreviva
siempreviva mayor
siempreviva tapizante
noun
1. iets dat men zonder bewijs als geneesmiddel gebruikt
remedio casero
remedio de la abuela
noun
1. bepaald soort knaagdier dat vaak in en rond gebouwen voorkomt, Mus domesticus
ratón casero
ratón común
ratón doméstico
noun
- 2. iemand die het liefst thuis blijft
casero
- 1. kleine zangvogel die liefst in de buurt van de mensen leeft
gorríon
gorrión común
/
ˈɦœy̯s.raːt/
noun
1. alle roerende niet eetbare goederen in een huis
mobiliario
ajuar
mueblaje
noun
1. iemand die beroepsmatig schilderwerken aan en in gebouwen uitvoerd
pintor de brocha gorda
noun
1. stof in een woning
polvo de casa
noun
- 1. het huisvesten van iemand
acomodación
- 2. het onderkomen dat iemand al of niet vindt
acomodación
instalaciones
noun
1. een vrouw die thuisblijft om het huishouden te doen
ama de casa
noun
1. schoolwerk dat thuis verricht moet worden
deberes
noun
1. Delichon urbica, een zwaluw die zijn nest tegen de huizen aanbouwt
golondrina
noun
1.een rilling als gevolg van afschuw of koude
estremecimiento
noun
bloque
manzana
manzana de casas
noun
1. eerbetoon
homenaje
honor
noun
barca
barco
barco sin cubierta
/
ɦʏlp/
noun
- 1. handeling om iemand steun of bijstand te verlenen
ayuda
socorro
auxilio
asistencia
- 2. iemand die ondersteuning of bijstand geeft
ayudante
asistente
adjective
1. graag bereid te helpen
oficioso
servicial
noun
1. bereidheid om steun of assistentie te verlenen
buena voluntad
noun
1. iemand die zich toelegt op het verlenen van hulp in algemene zin
asistente social
trabajador social
noun
1. een werkwoord dat samen met een ander werkwoord de tijd of de hoedanigheid van het werkwoord vaststelt
verbo auxiliar
auxiliar
noun
1. bepaald soort groenblijvende boom of heester met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen, Ilex aquifolium
acebo
adjective
humano
humanitario
noun
1.aanhanger van het humanisme
humanista
pronoun
corriente de Humboldt
noun
1. een fluorhoudend magnesium-ijzer-silicaat met de chemische formule (Mg,Fe2+)₇(SiO₄)₃(F,OH)₂ dat behoort tot de nesosilicaten
humita
noun
1. puree van o.m. gekookte kikkererwten
hummus
humus
/
ˈɦynəbɛt/
noun
1. neolithische begraafplaats
dolmen
/
ɦyrə(n)/
verb
1. tegen betaling gebruiken
alquilar
arrendar
tomar en alquiler
verb
1. op de onderbenen gaan zitten
acuclillarse
/
ɦʏt/
noun
- 4. scheepshut
camarote
- 1. een primitieve woning
choza
noun
1. stamppot van aardappelen en wortels (eventueel uien)
hervido de zanahorias, cebolla y patata
puré de patatas con carne, cebollas y zanahorias
puré de patatas con cebollas y zanahorias
noun
camelina
nabo francés
sésamo bastardo
/
ɦyr/
noun
1. tijdelijk gebruik van goederen of diensten tegen betaling
alquiler
noun
sicario
asesino a sueldo
matón a sueldo
noun
1. onderdeel van het burgerlijk recht m.b.t. de huur en verhuur van woon- en bedrijfsruimte
derecho de locación
derecho de arrendamiento
noun
coche de alquiler
simón
noun
casa de alquiler
piso de alquiler
/
ɦiu̯ələk/
noun
1. ambtelijke of kerkelijke verbintenis tussen twee personen
matrimonio
noun
ondertrouw; in ondertrouw gaan, aangifte doen
amonestaciones
publicar sus amonestaciones
noun
1. een voorstel om in het huwelijk te treden
pretensión
noun
1. akte van de burgerlijke stand waarin staat dat twee mensen met elkaar getrouwd zijn
certificado de matrimonio
noun
1. notarieel contract waarin de vermogenspositie van beide huwelijkspartners wordt geregeld
capitulaciones matrimoniales
/
ˈɦiu̯ələksˌrɛɪ̯s/
noun
1. de reis die een pasgetrouwd stel gewoonlijk onmiddellijk na hun trouwen onderneemt
luna de miel
viaje de novios
noun
1. notarieel contract waarin de vermogenspositie van beide huwelijkspartners wordt geregeld
capitulaciones matrimoniales
/
hʊ.ˈzaːʁ/
noun
1. een ruiterijsoldaat.
húsar
noun
1. een speciale uitgeruste waterkraan geplaatst ten behoeve van de brandweer
boca de riego
adjective
1.
hidroeléctrico
adjective
1. wateropslorpend
hidrófilo
adjective
waterafstotend
hidrófobo
noun
1. de splitsing van scheikundige verbindingen door opneming van water
hidrólisis
noun
1. vocht in de borstholte
hidrotórax
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de onderfamilie Hyaeninae
hiena
noun
1.een instrument om vochtigheid van de lucht te meten
higrómetro
noun
higroscopio
higrómetro
noun
1. een verheven loflied op een bepaald onderwerp (zoals een land, God ...)
himno
adjective
1. onder verhoogde druk
hiperbárico
noun
ultracorrección
sobrecorrección
noun
1. bloedaandrang, overmatig bloedgehalte van een orgaan of lichaamsdeel
hiperemia
noun
1. overmatige gevoeligheid
hiperestesia
noun
1. verhoogd suikergehalte in het bloed
hiperglucemia
noun
1. overmatige zweetafscheiding
hiperhidrosis
noun
1. benaming voor torren uit het geslacht Hyperion
hiperión
noun
1. overmatige bewegingsdrang
hipercinesia
noun
1. een gekleurd en/of onderstreept tekstgedeelte dat een onderliggende verwijzing bevat
hiperenlace
hipervínculo
noun
1. verhoogd vetgehalte in het bloed
hiperlipidemia
noun
1. een woord dat een verzameling van verwante specifiekere woorden samenvoegt, een overkoepelende term
hiperónimo
noun
1. bovenmatige vermeerdering van weefsel
hiperplasia
noun
1. een verhoogde reactie op prikkels (te hoge reflex)
hiperreflexia
noun
1. verhoogde afscheiding
hipersecreción
noun
1. verhoogde gevoeligheid
hipersensibilidad
noun
1. overmatige prikkeling
estimulación exagerada
noun
1. verhoogde bloeddruk
hipertensión
noun
1. overmatige haargroei
hipertricosis
noun
1. bovenmatige groei
hipertrofia
noun
1. het sneller-dan-normaal ademhalen, ofwel oppervlakkig ofwel diep
hiperventilación
noun
1. te groot bloedvolume
hipervolemia
adjective
1. met betrekking tot hypnose (een tijdelijke trance-achtige toestand)
hipnótico
verb
1. het onder hypnose brengen van mensen
hipnotizar
noun
1. onvoldoende urinezuur in het bloed
hipouricemia
adjective
1. onder verhoogde druk
hipobárico
noun
1. overdreven bezorgdheid om de eigen gezondheid
hipocondría
/
ɦipoˈkrit/
adjective
1. huichelachtig
hipócrita
/
ɦipoˈkrit/
noun
1. iemand die voordoet bepaalde waarden te huldigen, maar zich er zelf niet aan houdt
hipócrita
noun
1. huichelarij
hipocresía
/
ˌhipoˈfizə/
noun
1. een klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt
hipófisis
noun
1. te laag gehalte aan bloedsuiker
hipoglucemia
noun
1. lichte vorm van ziekelijke aandrift (psychische opwindingstoestand)
hipomanía
noun
1. term die een subcategorie van een algemenere klasse aanduidt
hipónimo
noun
1. onvoldoende ontwikkeling
hipoplasia
noun
1. lage bloeddruk
hipotensión
noun
1. de schuine zijde van een rechthoekige driehoek
hipotenusa
noun
1. bezitloos bezwaren van een onroerend goed als onderpand
hipoteca
noun
1. onderkoeling
hipotermia
noun
1. verlaagde spierspanning
hipotonía
noun
1. tekortschietende ademhaling
hipoventilación
noun
1. tekort aan vitamine
hipovitaminosis
noun
1. onvoldoende bloedvolume
hipovolemia
noun
1. Hyssopus officinalis, een gewas met geneeskundige kracht
hisopo
noun
1. verwijdering van de baarmoeder
histerectomía
/
ɦe/
interjection
- 1. uitroep om aandacht
eh
oye
- 5. informele groet
hola
noun
bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
cottage
noun
1. een mineraal met de chemische formule UO₂.5(UO₃) .10(H₂O)
iantinita
adjective
1. door medisch ingrijpen veroorzaakt
iatrógeno
pronoun
1. een Europees schiereiland dat zich ten zuiden van de Pyreneeën bevindt...
Península Ibérica
península ibérica
noun
1. een vogel met een lange gebogen snavel behorend tot de familie Threskiornithidae
ibis
/
idiˈjal/
adjective
1. zo gunstig mogelijk
ideal
idóneo
/
idiˈjal/
noun
1. iets wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men wil verwezenlijken
ideal
verb
1. iets gunstiger of zelfs als ideaal beoordelen
idealizar
/
idejaˈlɪsmə/
noun
idealismo
/
ideja'lɪst/
noun
- 1. iemand die idealen nastreeft
- 2. (filosofie) aanhanger van het idealisme
idealista
noun
1. de volmaaktheid, de hoedanigheid van ideaal te zijn
idealidad
/
iˈde/
noun
1. gedachte, plan
idea
concepto
noun
1. een dwangmatige gedachte
monomanía
idea fija
adjective
1. volledig hetzelfde, van dezelfde oorsprong
idéntico
noun
1. geheel van eigenschappen dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
identidad
/
idɛnti'tɛitskart/
noun
1. een identiteitsbewijs dat op een kaart gedrukt is
tarjeta de identidad
noun
fisicalismo de tipo
teoría de identidad de la mente
teoría de la identidad de tipo
teoría de la identidad mente-cerebro
teoría de la identidad mente-cuerpo
/
ˌideo'ɣrɑm/
noun
1. een grafisch teken dat een voorwerp symboliseert
ideograma
/
ˌideoloˈɣi/
noun
1. het geheel van ideeën dat ten grondslag ligt aan een wijsgerig stelsel, m.b.t. hun maatschappelijke of politieke strekking
ideología
adjective
1. van, betreffend of volgens een ideologie
ideológico
noun
1. iemand die een ideologie opstelt
ideólogo
noun
1. een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door trillend materiaal
idiófono
adjective
1. het idioom betreffend
idiomático
noun
1. een bijzondere uitdrukking in een bepaalde taal die samengesteld is door eigenaardig taalgebruik
modismo
usos idomáticos
/
idi'ot/
adjective
1. zwakzinnig in de hoogste graad
idiota
/
idi'ot/
noun
1. iemand die een grote maat van zwakzinnigheid heeft
idiota
adjective
1. van onbekende oorzaak
idiopático
idiopática
noun
2. kenmerkende eigenaardigheid
idiosincrasia
noun
1. komplete waanzin
idiocia
/
idoliserə(n)/
verb
1. buitensporig vereren
idolatrar
adjective
1. bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid
idílico
personalPronoun
1. clitische vorm van de 3e persoon enkelvoud mannelijk nominatief
él
/
i.də.ˈreːn/
indefinitePronoun
1. elke persoon
todos
/
iːr/
noun
1. inwoner van Ierland, of iemand afkomstig uit Ierland
irlandés
/
ˈiːrlɑnd/, /
ˈiːrlɑnt/
pronoun
1. een groot eiland in Noordwest-Europa
Irlanda
/
iːrs/
adjective
irlandesa
irlandés
/
iːrs/
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Ierland
irlandés
pronoun
idioma irlandés
irlandés
indefinitePronoun
1. een of ander ding
algo
alguna cosa
adverb
1. in bescheiden mate
algo
noun
1.alkylerend oncolyticum
ifosfamida
/
ˈiɣlo/
noun
1. sneeuwhut
iglú
adjective
1. vol van zelfbewondering, een te hoge dunk hebbend van het eigen voorkomen en/of de eigen bekwaamheden
vanidoso
vano
noun
1. het zich toeleggen op betekenisloze uiterlijkheden
vanidad
/
'ɛɪ̯kə(n)/
verb
1. meting op juiste schaal brengen
calibrar
aforar
verb
1. van koorts wartaal spreken
delirar
/
ɛɪ̯s/, /
ɛːs/
noun
- 2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
helado
hielo
- 1. de vaste vorm van water, bevroren water
hielo
noun
- 2. ijsbaan
pista de hielo
- 3. kunstijsbaan
pista de hielo artificial
- 2. natuurijsbaan
pista de hielo natural
noun
1. bepaald soort zoogdier, Ursus maritimus
oso polar
oso blanco
noun
1. een zeer groot brok ijs dat in de zee drijft
iceberg
noun
1. en 2 (bladeren van) Lactuca sativa var. capitata
lechuga iceberg
noun
1. een sterk, krachtig schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om zich een weg door het ijs te banen en alzo een vaargeul voor andere schepen te openen.
rompehielos
noun
1. bepaald soort vogel Gavia immer
colimbo grande
noun
1. ijssport waarbij twee teams van ieder vijf personen plus goalie met behulp van een stick een schijfje (puck) in het doel van de tegenstander proberen te schieten
hockey sobre hielo
/
ˈɛɪʃə/
noun
1. portie van een uit roomijs of waterijs vervaardigde lekkernij
helado
/
ˈɛɪ̯slɑnd/, /
ˈɛɪ̯slɑnt/, /
ˈɛːslɑnt/
pronoun
1.een Europees land, dat omgeven is door de Atlantische Oceaan en tussen Groenland en Europa in ligt. Tot 1944 behoorde IJsland bij Denemarken, maar tegenwoordig is het zelfstandig. De officiële naam is Lýðveldið Ísland.
Islandia
/
ˈɛɪ̯slɑnds/, /
ˈɛɪ̯slɑnts/, /
ˈɛːslɑnts/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken op IJsland
islandés
noun
2. tang om ijsblokjes op te pakken
tenaza para hielo
noun
1.een theevariant
té helado
/
ˈɛɪ̯sfoχɔɫ/, /
ˈɛɪ̯zvoːɣəl/, /
ˈɛːsfoːɣəl/
noun
1. bepaald soort blauwgroen vogeltje met oranje borst en spitse snavel, Alcedo atthis
martin pescador
martín pescador
noun
celo
ardor
fervor
asiduidad
diligencia
pronoun
1.een rivier in West-Vlaanderen (België) en Frans-Vlaanderen (Frankrijk)
Yser
/
ˈɛi̯zər/
noun
1. een scheikundig element met het symbool Fe en het atoomnummer 26
hierro
fierro
noun
curalotodo
hierba de los hechiceros
hierba de los hechizos
hierba sagrada
hierba santa
verbena común
noun
1. een verbinding van ijzer en zuurstof, waarin zuurstof de oxidatietoestand -2 bezit
óxido de hierro
noun
espadachín
espadón
matón
phraseologicalUnit
1. een verklaring van liefde aan iemand
te amo
te quiero
adjective
1. in weerwil van de wet
ilegal
ilícito
noun
1. een buitenlander die zonder werk- en verblijfsvergunning in een land verblijft
ilegal
sin papeles
indocumentado
noun
1. de wereld van diegenen die zich niet storen aan de regels van de heersende macht
clandestinidad
verb
1. verlichten
iluminar
adornar con luces
adjective
1. beroemd, zeer bekend van reputatie
conocido
célebre
famoso
noun
1. het beeld dat van een persoon of instelling bestaat
imagen
noun
- 1. bepaald beeld dat van een persoon of instelling bestaat
imagen
- 2. resultaat van de volledige gedaanteverwisseling bij een insect
imago
/
ˌimiˈtasi/, /
ˌimiˈtatsi/
noun
1. nabootsing
imitación
noun
iemand die een ander persoon nadoet
imitador
/
ˌimiˈterən/
verb
1. doen wat iemand anders doet
imitar
noun
1. iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
apicultor
/
ˈɪmatəriˌjel/
adjective
inmaterial
/
ˈɪmiɣrɑnt/
noun
inmigrante
noun
1. het zich metterwoon vestigen van vreemdelingen in een land
inmigración
verb
1. een land binnenkomen om zich er te vestigen
inmigrar
/
ɪmoˈrel/
adjective
inmoral
noun
1. opwekken van onvatbaarheid
inmunización
noun
1. onvatbaarheid voor een ziekte
inmunidad
noun
1. de leer van het afweersysteem dat verantwoordelijk is voor: afweer tegen besmettelijke ziekten...
inmunología
adjective
1. onvatbaar
inmune
noun
sistema de inmunidad
sistema inmune
sistema inmunitario
sistema inmunológico
adjective
imperdonable
inexcusable
injustificable
noun
1. de tijdsafhankelijke mate waarin een materiaal het passeren van elektrische lading bemoeilijkt
impedancia
noun
1. de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden
imperativo
noun
1. een stof, voorwerp, toestel etc. dat in een lichaam wordt aangebracht
implante
noun
1. inplanting
implantación
verb
1. het in een lichaam aanbrengen van een stof, voorwerp, toestel etc
implantar
noun
implementación
realización
noun
1. verwikkeling
implicación
verb
1.stilzwijgend ten gevolge hebben
implicar
comportar
connotar
noun
1. zeer snel ineenklappen van een holle ruimte
implosión
verb
1. ontzag inboezemen
impresionar
imponer
noun
1. onvermogen tot geslachtsgemeenschap
impotencia
noun
1. ter plekke verbeterde versie van een muziekstuk, voorlezing enz.
improvisación
verb
1. iets bedenken zonder vooropgesteld plan
improvisar
/
ɪmˈpʏls/
noun
- 2. product van massa en snelheid
cantidad de movimiento
impulso
- 1. innerlijke drang
impulso
instinto
/
ˌɪmpʏl'sif/
adjective
impulsivo
preposition
- 1.-12. in (ruimtelijk)
en
- 2. in (tijdelijk)
vào
en
phraseologicalUnit
1.
abandonar
desamparar
adverb
2. op het laatste moment
a última hora
phraseologicalUnit
1. in een omgeving waar weinig gepresteerd wordt...
en el reino de los ciegos, el tuerto es el rey
adverb
1. werkelijk aanwezig, in het echt
en carne y hueso
preposition
1. als vervanger van, als vervanging voor
en vez de
en lugar de
verb
1. een periode van opsluiting beëindigen volgens de daarvoor geldende regels
poner en libertad
/
ˌɪnɑkˈtif/
adjective
1. onwerkzaam, niks aan het doen
inactivo
verb
1. lucht uit de omgeving opnemen
inhalar
inspirar
aspirar
respirar
/
ˌɪnʌʊɣyˈratsi/
noun
1. de feestelijke of plechtige inwijding in een ambt
inauguración
investidura
verb
1. een zuigeling geheel in windselen inwikkelen
envolver
adjective
1. erbij horend, erbij geteld
incluso
/
ɪmbɪndə/
verb
- 1. door stevige omwikkeling bijeenhouden
- 2. losse geschriften tot een enkel boekwerk verwerken
encuadernar
- 3. minder heftig tekeergaan
recoger velas
noun
1. alle roerende niet eetbare goederen in een huis
enseres
noun
1. het inbreken
robo
allanamiento de morada
noun
3. terugbrengen van een als voorschot op de erfenis geschonken goed dat dient te worden verrekend met het erfdeel
colación de bienes
noun
1. iets schenden
infracción
violación
noun
1. inklemming
incarceración
/
ˌɪŋkɑˈseːrə(n)/, /
ˌɪŋkɑˈsɪːrə(n)/
verb
- 1. (geld) in ontvangst nemen.
cobrar
percibir
- 2. te verduren krijgen.
encajar
noun
1. onderneming die zich bezighoudt met het innen van openstaande vorderingen in opdracht van, hoofdzakelijk, andere ondernemingen
empresa de cobros
noun
1. Engelse duim, lengtemaat van 2,54 cm
pulgada
/
ˈɪntʃɛˌkə(n)/
verb
1. zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven.
facturar
registrarse
noun
1. een opschudding verwekkend voorval
incidente
/
ˌɪnsidɛnˈtɪːɫ/
adjective
1. niet stelselmatig voorkomend
incidental
noun
1. voorkomen per jaar
incidencia
noun
1. insnijding
incisión
adjective
1. snijdend
incisivo
noun
incisivo
diente incisivo
preposition
1. met inbegrip van
incluido
inclusivo
adjective
1. onverenigbaar
incompatible
/
ˌiŋkɔmpəˈtɛn(t)si/
noun
incompetencia
/
ˈɪŋkɔŋɣrywɛnt/
adjective
incongruente
noun
1. het onvermogen om urine of ontlasting op te houden
incontinencia
/
ɪŋkɔˈrɛkt/
adjective
abusivo
desacertado
equivocado
erróneo
falso
impropio
noun
1. het sluimeren van een ziektekiem
incubación
adjective
1. niet volgens de regels van fatsoen
indecente
noun
clasificación
categorización
ordenación
verb
2. zich iets ~: begrip kunnen opbrengen voor iets
figurarse
imaginarse
/
ˌɪndərˈdad/, /
ˌɪndərˈdat/
adverb
1. een bevestiging dat iets het geval is
efectivamente
en efecto
de hecho
noun
- 6. indexbestand
- 3. toegevoegd cijfer
- 4. indicator voor een belangrijke eigenschap
índice
- 5. prijsindex
índice de precios al consumo
- 2. index librorum prohibitorum
índice expurgatorio
- 1. inhoudsopgave
índice
concordancias
pronoun
1. vooraanstaande databank op het web met wetenschappelijke botanische namen van schimmels
index fungorum
/
ˈɪn.di.ja/
pronoun
1. soeverein land in het zuiden van Azië
India
noun
1. inwoner van Amerika voor de komst van de Europeanen
indio
indio americano
noun
1. aanwijzing
indicación
noun
1. de vorm van het werkwoord die de werkelijkheid aangeeft
indicativo
modo indicativo
conjunction
1. onder de voorwaarde dat
si
/
ɪn.ˈdi.ɣo/, /
ɪn.ˈdi.χo/
noun
1. een kleur die in het het lichtspectrum voorkomt met een golflengte van 440 tot 420 nanometer
añil
índigo
phraseologicalUnit
1. zinsdeel dat de actie van een overgankelijk werkwoord niet rechtstreeks ondergaat,...
complemento indirecto
/
ˈɪndis/
adjective
- 2. op India betrekking hebbend of daarvan afkomstig
hindú
indio
- 1. op Nederlands-Indië (nu Indonesië) betrekking hebbend of daarvan afkomstig
indonesio
noun
1. bepaald soort boom of struik met een naar kaas riekende moerbeiachtige vrucht, Morinda citrofolia
noni
nonu
/
ˌɪndisəˌosiˈan/, /
ˌɪndisˌə̯osejˈaːn/
pronoun
1. de oceaan die tussen Oost-Afrika en Zuid-Azië ligt
océano Índico
/
ɪndɪs'kret/
adjective
indiscreto
noun
1. een scheikundig element en zilvergrijs overgangsmetaal met het symbool In en het atoomnummer 49
indio
noun
psicología individual
adjective
1. afzonderlijk, op zichzelf
individual
noun
adoctrinamiento
indoctrinación
verb
1. dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden
adoctrinar
verb
1. in een lichte slaap vallen
adormecerse
/
ɪndo'nezis/
pronoun
1. een taal die voornamelijk in Indonesië gesproken wordt
indonesio
/
ˌɪn.do.ˈne.zi.jə/
pronoun
1. een land dat bestaat uit een groot eilandengebied tussen Zuidoost-Azië en Australië
Indonesia
noun
- 3. bemoeizuchtig persoon
entremetido
- 1-2
intruso
noun
- 3. bemoeizuchtig persoon
entremetida
intrusa
adjective
1. een grote indruk achterlatend
impresionante
imponente
noun
- 1. gevolgtrekking
- 7. spanningsopwekking in geleider
inducción
/
ˈɪndʏfələ(n)/
verb
1. zich warm aankleden
aborujarse
abrigarse
arrebujarse
noun
1. verharding
induración
noun
1. Nijverheid
industria
adverb
1. snel en onverwachts
de pronto
verb
construir
componer
juntar
noun
sistema de referencia inercial
noun
1. verstopping van een ader of slagader, leidend tot de afsterving van weefsel
infarto
/
ɪnfɛk'terən/
verb
contagiar
infectar
noun
1. een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of...
infección
contagio
adjective
1. besmettelijk
infeccioso
noun
enfermedad infecciosa
adjective
- 1. minderwaardig
- 2. (militair) lager in rang, ondergeschikt
inferior
noun
1. hel, oord van helse verschrikkingen
infierno
adjective
1. het zich niet kunnen voortplanten bij dieren en planten
estéril
infértil
verb
infiltrar
infiltración
noun
cálculo de infinitesimales
cálculo infinitesimal
/
ɪɱfinitif/
noun
1. het hele werkwoord
infinitivo
noun
1. tussengevoegd morfeem
infijo
noun
1. ontsteking
inflammación
noun
1. stijging van het prijspeil waardoor het geld in waarde daalt
inflación
noun
2. de eigenschap dat een elektrisch geladen lichaam...
influencia
noun
1. de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie
informática
noun
1.
libro de informática
noun
seguridad de la información
noun
1. aanbieder van inlichtingen of kennis
fuente de información
noun
1. samenleving, waarin informatie als de belangrijkste productiefactor gezien wordt.
sociedad de la información
noun
1.
sistema de información
noun
teoría de la información
teoría matemática de la comunicación
teoría matemática de la información
/
ɪnfɔr'meːl/
adjective
informal
noun
fotografía infrarroja
/
ˈɪɱfrastrʏktyr/
noun
1. het totaal van onroerende voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden,...
infraestructura
noun
1. vochttoediening in de bloedvaten
infusión
noun
2. een opening waar iets doorheen kan
entrada
/
ˈɪŋɣəbɛt/
adjective
integrado
/
ˈɪŋɣəˌbɛdə/
adjective
integrado
/
ˌɪŋʒeˈɲør/
noun
1. iemand die is opgeleid in het hoger onderwijs om allerhande technische problemen op te lossen
ingeniero
ingeniera
adjective
1. niet eenvoudig en zeer samengesteld
complicado
complejo
/
ˈɪŋɣrep/
verb
intervención
verb
2. zich beslissend mengen in het verloop van iets
intervenir
mezclarse
noun
1. inademing van dampen
inhalación
/
'ɪnɦɑm/
noun
nicho ahuecado por las olas
/
ɪnˈhems/
adjective
1. van oorsprong ergens voorkomend
indígena
nativo
adjective
1. onlosmakelijk verbonden
inherente
/
ˈɪnhɑut/
noun
- 1. datgene wat bevat is in een ander lichaam
- 3. alles wat in een geschrift of ander medium staat
contenido
- 2. ruimtelijke capaciteit
volumen
noun
1. overzicht van de onderwerpen of hoofdstukken in een boek
índice de materias
tabla de contenidos
noun
1. feestelijke gelegenheid waarbij iemand wordt gehuldigd, zoals een koning/vorst door diens onderdanen, bij aanvaarding van diens ambt
investidura
adjective
1. initieel, aanvankelijk
inicial
noun
1-2 beginletter
inicial
/
ini(t)ʃali'zerə(n)/
verb
1.
iniciar
/
inisjaˈtif/
noun
1. het ter hand nemen van iets nieuws
iniciativa
verb
1. het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald
inyectar
noun
1. een door insnijding ontstane gleuf
entalladura
noun
1. regelmatig verkregen som geld
ingreso
ingresos
noun
distribución de la renta
noun
1. heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen
impuesto sobre la renta
noun
1. een gekleurde vloeistof waarmee geschreven wordt
tinta
/
ˈɪŋtpot/
noun
1. een meestal glazen of plastic vaatje waar inkt in bewaard wordt
tintero
/
ˈɪŋktfɪs/
noun
1. een koppotig weekdier met vangarmen dat een inktachtig vocht afscheidt ter verdediging
calamar
jibia
sepia
verb
1.iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning
acuartelar
verb
1. het vatten van edelstenen in edelmetaal
incrustar
verb
- 2. begin maken aan een verhaal
encabezar
introducir
- 3. invoeren
introducir
/
ˈɪnlɛɪdɪŋ/, /
ˈɪnlɛːdɪŋ/
noun
1. een tekst waarmee men een indruk probeert te geven van de inhoud van een langere tekst
introducción
noun
agencia de inteligencia
servicio de inteligencia
/
ˈɪnlɛɪvə(n)/
verb
2. het toe-eigenen van een grondgebied
anexar
anexionar
/
ˈɪnlɛɪvɪŋ/
noun
- 2. annexatie, een proces van het met geweld grondgebied toe-eigenen
anexión
- 1. het verplicht of gedwongen toetreden tot een groep
incorporación
verb
escabechar
adobar
confitar
curar con sal
hacer confitura
marinar
/
ɪnˈmɪdəls/
adverb
1. in de tussentijd
entretanto
mientras tanto
verb
- 4. kleding vernauwen
achicar
acortar
angostar
- 1. binnengaan en in bezit nemen
capturar
ocupar
- 2. iemand voor zich winnen
encantar
- 3. uit circulatie halen
retirar
verb
1. verschuldigd geld in ontvangst nemen
cobrar
percibir
verb
1. iets nieuws bedenken of maken
innovar
adjective
1. niet meer heelkundig te behandelen
inoperable
/
ˈɪmpɑkə(n)/
verb
1. in een verpakking doen
envolver
verb
1. zich iets op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets
envolver
verb
1. diep in het geheugen vastleggen
imbuir
inculcar
noun
1. functionaris van de kerkelijke rechtbank die ketters moet opsporen en bestraffen
inquisidor
noun
1. een rechtbank van de Rooms-Katholieke Kerk, die was belast met de opsporing, het onderzoek en het opleggen van straffen van ketters
Inquisición
inquisición
verb
1. een woning ~: een ruimte geschikt maken voor bewoning met vloerbedekking, behang, huisraad, enzovoort
amoblar
amueblar
decorar
noun
1. een weg die van de straat naar een gebouw e.d. voert
entrada
/
'ɪnsxepə(n)/
verb
1. aan boord gaan van een schip voor een reis ermee
embarcar
adjective
1. van een persoon dat deze genegen is zich aan te passen aan andere mensen
complaciente
verb
1. een lidmaatschap of deelnemerschap schriftelijk vastleggen
inscribirse
noun
1. geleedpotige met drie paar poten en geen, één of twee paar vleugels
insecto
noun
- 3. het inslaan van iets
impacto
- 1. horizontale draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering worden ingebracht
trama
/
ˈɪnslapə(n)/
verb
1. in slapende toestand geraken
dormirse
adormecer
/
ˈɪn.slœʏ̯.tə(n)/, /
ˈɪn.slœː.tə(n)/
verb
- 1. opsluiten in iets
encerrar
- 2. iets omgeven
envolver
circundar
- 3. iets bijvoegen
incluir
adjuntar
noun
1. het onvermogen om aan financiële verplichtingen te voldoen
insolvencia
noun
1. slapeloosheid
insomnio
noun
1. de fysieke moeite die men voor iets doet
esfuerzo
verb
1. grondig en nauwkeurig bekijken
inspeccionar
revisar
noun
1. een grondige en nauwkeurige controle
inspección
/
ɪnspi'rasi/
noun
1. een gevoel over hoe men een klus kan aanpakken
inspiración
verb
1. de geest gaande maken
inspirar
noun
1. onbestendigheid
inestabilidad
noun
- 1. de actie van het installeren
- 8. een kunstvorm
instalación
noun
disyuntor
disyuntor termomagnético
interruptor automático
interruptor magnetotérmico
verb
- 2. het invoeren en gebruiksklaar maker van een computerprogramma
- 1. de formele aanvang van een officiële functie
instalar
noun
café instantáneo
café liofilizado
verb
- 1. het op juiste wijze afregelen van een toestel
ajustar
- 2. het in het leven roepen van een organisatie
establecer
noun
2. organisatie, die vaak subsidie van de overheid krijgt en geen geld wil verdienen
institución
entidad
verb
1. het eens zijn
consentir
asentir
aprobar
noun
1. gedrag dat geheel genetisch bepaald is
instinto
adjective
instintivo
instintivamente
verb
1. zwichten voor de zwaartekracht
colapsar
noun
1. een order, een aanwijzing
instrucción
noun
libro de instrucciones
noun
manual de instrucciones
noun
- 2. verkort voor muziekinstrument
- 1. werktuig
instrumento
herramienta
/
ˌɪnzyˈlinə/
noun
1. een hormoon gemaakt in de bètacellen van de pancreas in de zogenaamde eilandjes van Langerhans, dat de lever aanzet bloedglucose op te nemen en op te slaan in de vorm van glycogeen
insulina
noun
1. een epileptische aanval, een toeval
convulsión
adjective
1. in goede staat, onaangetast
intacto
íntegro
/
ɪnˈtexə(n)del/
adverb
en cambio
en contra
/
ɪntəˈɣra(t)si/
noun
integración
verb
1. tot een samenhangende groep maken
integrar
adjective
1. gericht op het opnemen in een groter geheel
integrando
integrante
/
ɪntəɣriˈtɛit/
noun
1. onschendbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid
integridad
/
ɪntɛli'xɛnt/
adjective
1. met een goed verstand of daarvan blijk gevend
inteligente
noun
een eigenschap van de werking van de hersenen
inteligencia
adjective
1. zeer krachtig, hevig
intenso
adverb
1. in hoge mate
intensamente
noun
1. onderlinge beïnvloeding
interacción
/
ɪntərɑk'tif/
adjective
interactivo
noun
período de entreguerras
adjective
interdependiente
noun
interdicto
prohibición
adjective
1. wekt interesse
interesante
noun
- 1. belang
- 2. belangstelling
- 3. iets waar belangstelling voor is
interés
verb
- 1. nieuwsgierig maken
interesar
- 2. zich ~ voor: belangstelling hebben voor iets
interesarse
noun
rango intercuartílico
noun
1. regelafstand
entrelínea
adjective
intermediario
mediador
adjective
1. inwendig, binnen
interno
/
ɪntərnɑ(t)ʃo'nal/
adjective
1. meer dan één land
internacional
pronoun
Fondo Monetario Internacional
pronoun
Oficina Internacional de Pesas y Medidas
verb
1. een verplichte verblijfplaats aanwijzen
internar
confinar
noun
1. een wereldwijd netwerk van computers
internet
noun
1. organisatie of persoon die diensten levert op of via het internet
empresa de alojamiento
proveedor de servicios de Internet
noun
televisión por internet
noun
seguridad en el internet
adjective
1. voor interpretatie vatbaar
interpretable
noun
1. uitlegging, vertaling
interpretación
verb
1. uitleggen of opvatten
interpretar
adjective
interprofesional
/
'ɪntɛrpɵŋktsi/
noun
puntuación
adjective
1. tussenliggend
intersticial
noun
1. ingreep
intervención
noun
1. vraaggesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
entrevista
interviú
verb
1.een vraaggesprek met iemand houden
entrevistar
adjective
- bijvoeglijk gebruikt
de confianza
íntimo
- bijwoordelijk gebruikt
íntimamente
/
ɪntimiˈda(t)si/
noun
intimidación
/
ɪntimi'dɪːrə(n)/
verb
1. iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen
intimidar
acoquinar
amilanar
apocar
asustar
atemorizar
noun
1. onverdraagzaamheid
intolerancia
noun
entonación
entonamiento
tono
noun
1. vergiftiging
intoxicación
adjective
intracomunitario
adjective
1. zonder de mogelijkheid van een lijdend of meewerkend voorwerp
intransitivo
verb
pisar
quebrantar
romper con estrépito
adjective
1. in de ader gelegen of plaatvindend
intravenoso
/
'ɪntredə/
noun
acceso
entrada
ingreso
noun
accesos
entradas
ingresos
noun
accesos
entradas
ingresos
verb
- 1. interesse wekken, fascineren
intrigar
- 2. met slinkse streken te werk gaan
intrigar
tramar
adjective
intrínseco
intrínsecamente
verb
- 1. iets nieuws inbrengen of invoeren
- 2. een nieuw persoon toegang verschaffen
introducir
- 3. iemand voor het eerst voorstellen
presentar
/
ɪntroˈdʏksi/
noun
de presentatie van iets nieuws, of de inleiding van een nieuwkomer
introducción
noun
mannelijk persoon die ergens geïntroduceerd (ingeleid) wordt
convidado
introducido
/
ˈɪntrɔn/
noun
1. stukje DNA dat zich bevindt in een gen maar dat niet wordt gebruikt om het eiwit te coderen
intrón
/
ɪn'tʌsə/
adverb
1. gedurende de tijd die het genoemde vereist
entretanto
noun
- 1. invasie
invasión
- 2. plotseling opkomende gedachte
ocurrencia
verb
- 1 vallend iets binnengaan
caerse
- 2 iemands plaats tijdelijk innemen
sustituir
/
ˌɪɱvariˈjɑnt/
adjective
invariante
noun
1. een mengsel van gelijke delen druivensuiker en vruchtensuiker
azúcar invertido
noun
1. een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald
inversión
colocación
pronoun
Querella de las Investiduras
verb
2. een persoon op een doorgaans vriendelijke en vrijblijvende manier vragen om iets te doen
invitar
/
ˈɪnvluːt/
noun
- 1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
- 2. het vermogen om op anderen in te werken
influencia
noun
1. een kring of gebied waarbinnen iemand of een staat invloed heeft
esfera de influencia
/
ˈɪnvurə(n)/
verb
- 2. gegevens in een electronisch apparaat stoppen
importar
introducir
- 1. iets nieuws introduceren
introducir
instituir
noun
1. natuurlijke veroudering
involución
/
ɪɱ.'wɛn.dɪx/, /
ɪɱ.'ʋɛn.dəχ/, /
ɪɱ.'β̞ɛn.dəx/
adjective
interno
interior
/
ˈɪɱwɪləɣə(n)/
verb
1. aan een verzoek voldoen
conceder
consentir
acceder
acordar
verb
1. bijeenbrengen
recoger
colectar
noun
- 1. op het spel zetten
apostar
- 2. beschikbare hulpmiddelen gebruiken
desplegar
adverb
particularmente
principalmente
especialmente
sobre todo
noun
motor iónico
propulsor iónico
noun
1. ontleding in ionen (elektrisch geladen atomen of moleculen)
ionización
adjective
1. wat ionen betreft
iónico
/
i'peʔadrɛs/
noun
1. een combinatie van getallen waarmee een computer in een IP-netwerk kan worden herkend
dirección IP
/
i.ˈrɑk/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten dat voor een groot deel in en rond het stroomgebied van de rivieren de Eufraat en de Tigris ligt
Irak
Iraq
/
i.ˈrɑn/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten met als hoofdstad Teheran
Irán
pronoun
Nueva Guinea Occidental
noun
1. een scheikundig element met symbool Ir
iridio
noun
- 1. orgaan in het oog van vele organismen
iris
- 2. benaming voor planten uit het geslacht Iris
lirio
/
ɪroˈniː/
noun
1. vorm van spot
ironía
/
ˌɪ.ri.ˈɣa.si/, /
ˌɪ.ri.ˈχa.tsi/
noun
1. het op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien
irrigación
riego
noun
sistema de irrigación
/
ˌɪ.ri.ˈɣeː.rə(n)/, /
ˌɪ.ri.ˈχɪː.rə(n)/
verb
1. op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien
regar
irrigar
adjective
1. in hoge mate vervelend
irritante
/
ˌɪriˈtaʦi/
noun
1. uitslag
irritación
verb
1. op onaangename wijze prikkelen
irritar
amohinar
noun
1. een zenuwontsteking bij de heup
ciática
noun
1. godsdienst die na alle profeten uit het jodendom en Christus, Mohammed ...
islam
islamismo
adjective
islamista
islámico
noun
1. een verzameling punten onder constant houden van de druk gemeten
isobara
isóbara
noun
1. een verzameling punten onder constant houden van volume gemeten
isocora
noun
- 1. ruimtelijke afzondering
- 2. het voorkomen van geleiding van energie of stroom
aislamiento
verb
- 1. persoonlijk
- 2. chemisch
- 3. elektrisch
- 4. warmte
aislar
noun
isolínea
curva de nivel
isaritma
isopleta
isógrama
noun
1. een verzameling punten constante temperatuur gemeten of waar de temperatuur dezelfde waarde heeft
isoterma
/
ˈɪs.ra.hɛl/, /
ˈɪs.ra.ɛɫ/
pronoun
1. land in het Midden-Oosten, gelegen aan de Middellandse Zee
Israel
pronoun
1. een provinciehoofdstad in Turkije
Estambul
/
italiˈjaːns/
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Italië, San Marino, Vaticaanstad, Slovenië en Zwitserland
italiano
/
italiˈjaːnsə/
noun
1. vrouwelijke persoon die uit Italië komt
italiana
/
iˈtaːli.jə/
pronoun
1. een land
Italia
noun
1. herhaling
iteración
/
i.ˈvoːr.kʏs/, /
i.ˈvoːr.kʏst/, /
i.ˈvo̝ːr.kʏst/
pronoun
een land in West-Afrika, officieel de Republique de Côte d'Ivoir
Costa de Marfil
adjective
marfileña
marfileño
noun
habitante de Costa de Marfil
marfileña
pronoun
. spelwoord voor de letter i
Ida
/
jaː/
adverb
1. duidt bevestiging of instemming aan
sí
/
'jaxpɑt/
noun
1. een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
camino de sirga
/
ja:r/
noun
1. de duur van een omloop van de aarde om de zon van circa 365 dagen.
año
noun
1. een tentoonstelling die één of tweemaal per jaar gehouden wordt waarop men nieuwe producten...
feria
feria anual
/
ˈjar.ɣə.ˌtɛɪ̯.də/, /
ˈjar.ɣə.ˌtɛː.də/, /
ˈjar.χə.ˌtɛɪ̯.də/
noun
1. een deel van een jaar met unieke eigenschappen
estación
/
ˈjar.ləks/, /
ˈjar.lɪks/
adjective
1. eenmaal per jaar
anual
/
ˈjar.ləks/, /
ˈjar.lɪks/
adverb
anualmente
noun
cuentas anuales
estados contables
estados financieros
informes financieros
noun
chorrera de camisa
guirindola
/
jɑxt/
noun
3. een snel vaartuig
yate
noun
1.
coto de caza
cazadero
tierra de caza
noun
1.
coto de caza
cazadero
tierra de caza
noun
1. hond die speciaal gefokt wordt voor de jacht
perro de caza
sabueso
perro cazador
noun
1. een hoorn als signaalinstrument op de jacht
cuerno de caza
trompa de caza
noun
1. zeer snel, betrekkelijk groot Afrikaans katachtig roofdier, Acinonyx jubatus
guepardo
noun
1. persoon die toeziet op naleving van jachtwet
guarda de caza
noun
temporada de caza
época de caza
noun
1. de taal die vaak bij de jacht gebruikt wordt.
lenguaje cinegético
noun
1.
coto de caza
cazadero
tierra de caza
noun
hierba de Santiago
sacapeos
senecio jacobeo
zuzón
/
ˈjaːɣə(n)/
verb
1. bewegende wezens proberen te vangen
cazar
/
ˈjaɣənt/
adjective
1. bezig met een achtervolging van een vijand of prooi
cazando
jalando
monteando
noun
- 2. jachtvliegtuig
caza
- 1. iemand die op jacht gaat
cazador
- 5. benaming voor roofmeeuwen, behorend tot de familie Stercorariidae
págalo
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera onca
jaguar
tigre
noun
1. bepaald soort zoogdier, Herpailurus yaguaroundi
yaguarundí
noun
1. Canis aureus, hondachtig roofdier
chacal
noun
hierba de Santiago
sacapeos
senecio jacobeo
zuzón
noun
- 2. transportband
cinta transportadora
noria
- 1. zeer lange ladder...
escalera de Jacob
- 3. plant
valeriana azul
valeriana griega
polemonio
noun
1. benaming voor bepaald soort mosselachtig schelpdier
vieira
concha de Santiago
/
jaˈkobʏs/
pronoun
Santiago
noun
jaca
jalapa
ruibarbo de las Indias
adjective
1. een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
envidioso
celoso
/
jɑˈluːrshɛɪt/, /
jɑˈluːrshɛːt/
noun
1. een wrok die iemand koestert omdat men een ander niet gunt wat men zelf begeert
envidia
/
jɑluˈziː/
noun
1. gevoel
envidia
celos
/
ʃɛm/
noun
1. een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
mermelada
/
(d)ʒa.mɛɪ̯.ka/, /
dʒɑ.mɑɪ̯.ka/
pronoun
1. een eiland in de Grote Antillen ten zuiden van Cuba en ten westen van het eiland Hispaniola
Jamaica
/
ˌ(d)ʒa.mɛɪ̯.ˈkans/, /
ˌdʒɑ.mɑɪ̯.ˈkans/
adjective
jamaicana
jamaicano
jamaiquina
jamaiquino
/
ˌ(d)ʒa.mɛɪ̯.ˈkan.sə/, /
ˌdʒɑ.mɑɪ̯.ˈkan.sə/
noun
jamaicana
jamaiquina
noun
dólar jamaicano
dólar jamaiquino
verb
1. klagende, huilende geluiden maken
clamar
/
jɑn/
pronoun
. spelwoord voor de letter j
Juan
noun
1. bepaalde zeevogel, Morus bassanus
alcatraz
planga
sula loca
/
jɑnyˈwaːri/
noun
1. de eerste maand van het jaar
enero
pronoun
- 2. Romeinse god
- 3. maan
Jano
/
jaˈpɑn/, /
jɑˈpɑn/
pronoun
1. een land in het oosten van Azië
Japón
/
jɑ'pɑns/
adjective
1. betreffende Japan of het Japans
japonés
japonesa
/
jɑ'pɑns/
pronoun
1. een taal die in Japan gesproken wordt
japonés
noun
1. lang kledingstuk voor vrouwen
vestido
ropón
/
jɑr.ˈɣɔn/
noun
2. vaktaal, taalgebruik binnen een bepaalde groep, vaak moeilijk te volgen voor een buitenstaander
jerga
argot
/
ˈjaːrəx/
adjective
1. iemand is jarig tijdens zijn verjaardag
cumplir añas
noun
kledingstuk dat romp en armen bedekt, van voren met knopen wordt gesloten en over andere kledingstukken wordt gedragen
abrigito
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Jasminum
jazmín
noun
arroz Pandan
arroz jazmín
arroz tailandés
verb
3.
descortezar
mondar
pelar
verb
1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
birlar
afanar
mangar
noun
cajuil de Surinam
makopa
manzana de Java
manzana de agua
/
jaʋɔːrt/
noun
1. het bevestigende antwoord op een huwelijksaanzoek
sí
/
ˈjemən/, /
ˈjeːmən/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel de Republiek Jemen
Yemen
/
jə'nevər/
noun
1. gedestilleerde alcoholische drank vervaardigd op basis van graan (mout)
ginebra
noun
- 2. vrucht
baya de enebro
- 1. Juniperus communis
enebro
/
dʒɛt/
noun
1. een straalvliegtuig
jet
avión a reacción
/
ˈjøːxt/
noun
1. het jong zijn
juventud
adjective
1. jong, fris, onbevangen
juvenil
noun
1. kriebel
picor
hormigueo
/
ˈje.zʏs/
pronoun
1. centrale figuur in het Nieuwe Testament
Jesús
pronoun
1. Jezus van Nazareth
Jesucristo
pronoun
2. apocrief boek uit de Bijbel
Sirácides
/
je.zy.ˈit/
noun
1. een lid van de Sociëteit van Jezus
jesuita
noun
1. een pijnlijke ontsteking als gevolg van gekristalliseerd uraat in een gewricht
gota
pronoun
1. Germaanse taal die door de Joden in West-Europa gesproken werd
yídish
yidis
/
jEi/, /
jɛɪ̯/, /
jɛː/
personalPronoun
1. aangesproken persoon enkelvoud informeel
tú
te
/
ˈjodələ(n)/
verb
1. zingen met een snelle wisseling van borst- naar keelstem
cantar como los tiroleses
noun
estrella amarilla
estrella de David
insignia amarilla
noun
1. systematische actie om Joden het leven onmogelijk te maken of om hen te doden
persecución de judíos
pogromo
noun
1. systematische actie om joden tot bekering te dwingen en hen anders het leven onmogelijk te maken of te doden
persecución de judíos
pogromo
/
joˈdin/
noun
1.
judía
hebrea
noun
1. scheikundig element met symbool I en atoomnummer 53
yodo
noun
jogging
pantalon de chándal
pants
pronoun
- 2.1 een van de vier Evangeliën
- 4. spelwoord voor de letter j
Juan
noun
algarroba
algarroba mediterránea
garrofa
garrover
pan de San Juan Bautista
noun
goma garrofín
harina de granos de algarrobo
pronoun
. spelwoord voor de letter j
José
noun
1. speelgoed
yoyó
yo-yo
adjective
1. van geringe leeftijd
joven
/
jɔŋəˈɦɪ:r/
noun
1. een jong persoon van het mannelijk geslacht
joven
noun
1. aanspreektitel voor een groep jongeren
gente
jóvenes
noun
1. onvolwassen man
chico
muchacho
niño
noun
1. een persoon van jeugdige leeftijd
jovencito
menor
noun
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jongere
jóvenes
noun
desposada
desposado
novia
novio
/
jɔŋˈle.rə(n)/
verb
hacer juegos malabares
hacer malabarismos
/
jɔŋˈlør/
noun
3. de artiest die zo veel mogelijk objecten weet op te gooien...
malabarista
noun
1. een jong persoon, jongeman, jongemeid
muchacha
muchacho
noun
1. schip
junco
junco chino
noun
- 1. aanhanger van het joodse geloof
judío
hebreo
- 1. element jodium
yodo
adjective
1. te maken hebbend met het joodse geloof, het jodendom
judío
/
jɔr.ˈda.ni.jə/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië
Jordania
/
jɑu̯/
personalPronoun
te
ti
/
ʒurˈnaɫ/
noun
2. een boek waarin dagelijks de gebeurtenissen worden bijgehouden
diario
noun
verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert
periodista
reportero
/
jɑu̯/
possessivePronoun
1.
tu
tus
adjective
1. opgewekt en tegelijk aardig en vriendschappelijk in de omgang
jovial
noun
manillar
palanca de juego
palanca de mando
noun
1. 21e-eeuws gevechtsvliegtuig dat ook gronddoelen kan aanvallen en nauwelijks zichtbaar is voor vijandelijke radar
JSF
/
jybələ/
verb
1. juichen
exultar
adjective
1. bezig met te juichen
exultante
noun
1. feestelijke herdenking van de dag waarop iets gebeurde of begon
jubileo
pronoun
2. boek in de Bijbel
Judas
noun
1. kus die Judas aan Jezus gaf
beso de Judas
noun
1. vriendelijk gebaar van een iemand die veinst een vriend te zijn, kort voordat zijn ware bedoelingen duidelijk worden
beso de Judas
noun
1. naam voor planten uit het geslacht Lunaria
hierba de la plata
hierba del nácar
pronoun
2. apocrief boek uit de Bijbel
Judit
/
'jy.do/
noun
1. een Japanse vechtsport
judo
yudo
/
jʏˈfrɑu/
noun
- 2. lerares, onderwijzeres
maestra
señorita
soltera
adjective
1. zoals het moet, waar
correcto
preciso
noun
azufaifa
azufaifo
jujuba
jujube
jujubo
sísifo
noun
1. houten pasvorm die op de schouders gedragen wordt en twee te dragen gewichten verbindt
yugo
noun
1. een van de beenderen van de schedel
pómulo
hueso cigomático
/
jyˈlɛi/
noun
1. de zevende maand van het jaar
julio
pronoun
Revolución de 1830
/
ˈjʏli/
personalPronoun
- 2.
- 3.
vosotras
vosotros
- 1.
vosotros
vosotras
/
ˈjʏli/
possessivePronoun
1. jullie
vuestro
vuestra
noun
1. de zesde maand van het jaar
junio
/
ˈjypiˌtɛr/
pronoun
Júpiter
adjective
1. betrekking hebbend op het recht en de rechtsleer
jurídico
noun
1. een deskundige op het gebied van rechtsleer
jurista
letrado
/
jʌrək/
noun
1. een kledingstuk voor vrouwen dat van de schouders tot op de benen reikt
vestido
noun
1. een groep mensen die oordeelkundig geacht wordt en gevraagd een oordeel ergens over uit te spreken
jurado
noun
1. saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
salsa
jugo
jugo de carne
salsa de carne
/
ˌʃydoˈrɑ̃ʃ/
noun
zumo de naranja
noun
1. (huishouden) diepe opscheplepel met gebogen steel
cucharón salsero
adjective
de bastvezels
yute
noun
1. sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
joya
noun
1. iemand die juwelen vervaardigt en erin handelt
joyero
verb
1. naast elkaar plaatsen
yuxtaponer
noun
1. krokodilachtige uit de onderfamilie Caimaninae van de familie alligators
caimán
yacaré
noun
dólar de las Islas Caimán
noun
1. deel van schedel waarin tanden en kiezen zitten
mandíbula
noun
1. een van de beenderen van de schedel
mandíbula
noun
1. een mogelijk dodelijke infectieziekte veroorzaakt door Colistridium tetani
tétanos
adjective
1. zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
calvo
noun
1. het kaal zijn
calvicie
noun
1. persoon
calva
calvo
pelada
pelado
pelona
pelón
noun
cigüeña de cabeza pelada
cigüeñón
tuyuyú
tántalo americano
noun
2. klein stukje uitgebraden vet, spek of reuzel
chicharrón
noun
1. een in zee vooruitstekende landpunt
cabo
pronoun
1. de naam van de zuidwestelijkste punt van Afrika
cabo Arkona
pronoun
1. de naam van de zuidwestelijkste punt van Afrika
cabo de Buena Esperanza
pronoun
1. een kaap in Zuidwest-Spanje, bekend om de gelijknamige zeeslag die er uitgevochten werd
Cabo Trafalgar
pronoun
1. een van de hoofdsteden van Zuid-Afrika, gelegen bij de Kaap de Goede Hoop
Ciudad del Cabo
El Cabo
/
ˈkaːp.stɑn.dər/
noun
1. kaapstander
cabrestante
cabestrante
/
kab.ˈvɛr.di.jə/, /
kap.ˈfɛr.di.jə/
pronoun
1. een land in West-Afrika
Cabo Verde
verb
1. het behandelen van ruwe katoen of wol met behulp van een kaard
cardar
/
kars/
noun
1. een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
vela
candela
cirio
noun
1. het schijnsel van een brandende kaars
luz de vela
noun
nog in te delen vertalingen
mapa
verb
1. een kaartspel spelen
jugar a las cartas
noun
2. papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
billete
boleto
cupón
ficha
tarjeta
/
kartspɛl/
noun
- 2. een spel kaarten
baraja
- 1. een spel met speelkaarten
juego de cartas
noun
1. voedingsproduct gemaakt van gestremde melk
queso
/
ˈkasfɔndy/
noun
1. een gerecht waarbij etenswaren in een saus van kaas gedompeld worden
fondue
fondue de queso
/
ˈkasxaf/, /
ˈkasχaf/
noun
1. een gebruiksvoorwerp waarmee een dun plakje van een stuk kaas kan worden gesneden
rebanador de queso
cortaquesos
cortalonchas de queso
/
ˈkasufle/
noun
1. een gefrituurde snack van een stuk kaas met daaromheen bladerdeeg en paneermeel
queso en hojaldre
soufflé de queso
noun
campana para el queso
quesera
/
kɑˈbal/
noun
1. zeer luide verstoring van rust en orde
alboroto
/
'kɑbələ(n)/
verb
1. zacht stromen en geluid maken
murmurar
noun
1. lijn van 3 tot 6 ineengedraaide touwen van hennep, kunststof, staal of ander materiaal
cable
cabo
noun
1. Gadus morhua, middelgrote zoutwatervis
bacalao
abadejo
noun
1. en 2. lever van Gadus morhua voor opslag van bloed, galproductie en stofwisseling
hígado de bacalao
/
'kabul/
pronoun
1. Afghaanse stad/provincie
Kabul
noun
1. sprookjesfiguur
gnomo
duende
enano
trasgo
pronoun
cabileño
idioma cabilio
/
ˈkɑ.xəl/, /
ˈkɑ.xəɫ/, /
ˈkɑ.χɔɫ/
noun
1. een apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen
estufa
/
ˈkɑxtəl/, /
ˈkɑxtəɫ/, /
ˈkɑχtəɫ/
noun
1. een jong van een paard.
potro
potranco
resbalón
verb
1. een afbakening maken van de eigendomsrechten van grondbezit en deze in kaart brengen
catastrar
noun
1. dood lichaam van een dier
cadáver
noun
1. beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
muelle
noun
1. rand die om iets (m.n. een afbeelding of schilderij) heen wordt aangebracht
marco
cuadro
recuadro
/
kɑjnoˈzowikʏm/
noun
Cenozoico
/
kɑf/
noun
1. de vliezen rondom de graankorrels
cascabillo
noun
ciruela cafra
manzana de rey
noun
1. een gesloten kano om in wild water of op zee te varen
kayak
kayac
/
kaki/
noun
caqui
kaki
palo santo
palosanto
persimo
sapote japonés
noun
kakistocracia
kakistocracy
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Blattodea
cucaracha
noun
1. rommelig geheel van vele klanken door elkaar
cacofonía
verb
calandrar
satinado
satinar
noun
1. kaalhoofdig iemand
calva
calvo
pelada
pelado
pelona
pelón
noun
1. tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz.
calendario
almanaque
noun
1. middernacht tot middernacht
día calendario
noun
1. een periode van een jaar, beginnend op 1 januari en eindigend op 31 december
año calendario
año de calendario
noun
1. jong van het rund en sommige andere zoogdieren.
ternero
ternera
becerro
noun
ternera
carne de ternera
noun
1. middellijn van de ziel van vuurwapens...
calibre
noun
1. scheikundig element met symbool K en atoomnummer 19
potasio
noun
E261
acetato de potasio
noun
E501ii
bicarbonato de potasio
carbonato ácido de potasio
noun
carbonato de potasio
E501
E501i
carbonato potásico
noun
cloruro de potasio
E508
noun
E536
ferrocianuro de potasio
hexacianoferrato (II) de potasio trihidratado
noun
E337
Sal de Seignette
tartrato doble de sodio y potasio
noun
E252
nitrato de potasa
nitrato de potasio
nitrato potásico
potassium nitrate
noun
E249
nitrito de potasio
noun
permanganato de potasio
permanganato potásico
noun
E283
propanoato de potasio
propionato de potasio
noun
E202
sorbato de potasio
noun
E515
sulfato de potasio
noun
E225
disulfito de calcio
metasulfito
pirosulfito de calcio
/
ˈkɑl(ə)k/
noun
aanduiding voor een aantal alkalische zouten van calcium
calcio
cal
noun
abrepuño
abrojo
calcitrapa
cardo estrellado
cardo garbancero
centaurea
noun
1. bepaald soort gedomesticeerde vogel, Meleagris gallopavo
pavo
guajolote
guanajo
/
kɑlm/
adjective
1. weinig in beroering, zonder opwinding
calmo
sosegado
tranquilo
sereno
verb
- 1. kalm worden
calmar
acallar
aplacar
aquietar
sosegar
- 3. zich kalmeren
calmarse
apaciguarse
sosegarse
/
ˈkɑlmus/, /
ˈkɑɫmus/
noun
cálamo aromático
noun
calma
tranquilidad
serenidad
verb
1. een jong baren bij runderen
parir
/
kɑm/
noun
- 4. bergkam
cresta
- 1. getand object om haren mee te verzorgen
peine
/
kɑ'mel/
noun
1. bepaald soort hoefdier met twee bulten op de rug, Camelus bactrianus
camello
dromedario
/
ka'melejɔn/
noun
- 1. tropische hagedis vooral bekend voor zijn snelle kleurveranderingen
- 2. veranderlijk persoon
camaleón
noun
1. deel van een huis
habitación
cuarto
pronoun
Cámara de comercio
noun
compañero
camarada
compañera
noun
1. het kameraad zijn
camaradería
noun
1. een lange huisjas
bata
/
ˌka.mə.ˈrun/
pronoun
1. een land in Midden-Afrika, officieel de Republiek Kameroen
Camerún
adjective
camerunesa
camerunés
noun
planta de interior
planta de casa
noun
1. kamertoon
diapasón
la 440
noun
1. elk van de planten van het geslacht Matricaria
manzanilla
camomila
noun
1. mannenvest met lange mouwen en diepe zakken
camisola
camiseta
camisón
/
kɑmə(n)/
verb
1. met een kam haar in orde brengen
peinar
peinarse
verb
1. een vorm van openluchtrecreatie
acampar
campar
noun
1. geslacht van klimstruiken (Lonicera)
madreselva
/
kɑmpiun/
noun
1. de winnaar van een kampioenschap
campeón
noun
1. wedstrijd waar bepaald wordt wie de kampioenstitel mag dragen
campeonato
noun
1. kampeervergunning
tarjeta de camping
noun
1. plaats waar een wedstrijd plaatsvindt
arena
redondel
noun
vuur in een kamp waaromheen mensen zich (ter gezelligheid) verzamelen
fogata
fuego de campamento
noun
1. een winkel op een kamp of een kampeerterrein
tienda de camping
noun
1. khorasantarwe (Triticum turgidum ssp. turanicum)
kamut
noun
detección y corrección de errores
verb
1. rechttrekken tot een kanaal
canalizar
noun
1.1 bepaald soort vogel Serinus canarius
canario
adjective
1. een heldergele kleur zoals die van sommige kanaries
amarillo canario
pronoun
1. een stad gelegen in Zuid-Afghanistan en de hoofdstad van de gelijknamige provincie
Kandahar
noun
kandelaar met verscheidene armen
candelabro
/
kɑndiˈdat/
noun
- 1. iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
- 2. iemand die zich beschikbaar gesteld heeft voor een baan of functie
candidato
/
kɑn'dɛɪ/
noun
1. gekristalliseerde, meestal bruine suiker
azúcar cande
azúcar candi
candí
noun
azúcar cande
azúcar candi
/
kɑˈnel/
noun
1. een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom,...
canela
noun
1. tot poeder vermalen kaneel
canela en polvo
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Macropus
canguro
noun
1. een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
cáncer
adjective
cancerígeno
carcinógeno
noun
- 1. mens die of dier dat vlees van zijn eigen soort eet
caníbal
- 2. woesteling
caribe
salvaje
noun
1. een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
cañón
noun
bala de cañón
bola de cañón
noun
- 1. mogelijkheid dat er iets gaat gebeuren
probabilidad
posibilidad
- 2. een mooie gelegenheid
probabilidad
posibilidad
oportunidad
ganga
provecho inesperado
noun
1. een kerkelijk, meestal verhoogd, meubelstuk waarvanaf de voorganger in de dienst zijn preek uitspreekt
púlpito
cátedra
noun
- 2. hoofd van een kanselarij
canciller
- 1. eerste minister
canciller
chanciller
noun
teoría de la probabilidad
noun
juego de azar
juego de suerte
noun
distribución de probabilidad
/
kɑnt/
noun
- 1. een vorm van vlechtwerk
encaje
puntilla
- 3. zijde
lado
/
kɑnˈtel/
noun
1. elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren
almena
pronoun
een Chinese taal gesproken door ongeveer 54 miljoen mensen in het zuiden van China en ook buiten het land
chino cantonés
verb
1. troepen legeren in dorpen en steden
acantonar
noun
1. een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
oficina
despacho
/
kɑn'torbədində/
noun
dependiente
empleado
noun
1. een titel die aan bepaalde geestelijken wordt verleend binnen enkele christelijke kerkgemeenschappen.
canónigo
noun
1. de waardigheid en taken van een kanunnik
canonjía
noun
1. de waardigheid en taken van een kanunnik
canonjía
/
kɑp/
noun
- 2. een bedekking van het hoofd
capucha
cofia
capuz
toca
- 3. de afdekking van een gebouw
techumbre
tejado
noun
1. klein kerkgebouw
capilla
noun
1. een priester van de katholieke kerk, werkzaam in een parochie
capellán
vicario
noun
- 1. vroegere zeerover...
bucanero
corsario
filibustero
pirata
- 2. terrorist
terrorista
/
ˈka.pər.ˌbrif/
noun
1. een brief door de overheid of koning werd geschreven, waarmee een schip dat die brieven aan boord had het recht werd gegeven om schepen van vijandelijke mogendheden aan te vallen en leeg te roven
patente de corso
adjective
- 1. van de hoogste rang
capital
- 2. voortreffelijk
excelente
noun
- 1-2
capital
- 3. fonds
fondo
fondos
medios
capital
letra capital
letra mayúscula
mayúscula
noun
1. markt waarop vermogenstitels worden verhandeld met een onbepaalde looptijd, of met looptijden vanaf circa twee jaar
mercado de capitales
mercado de valores
verb
1. kapitaal laten aangroeien
capitalizar
noun
2. aanhanger van het kapitalisme
capitalista
noun
1. (beroep) (scheepvaart) gezagvoerder van een schip [1], bijv. van een koopvaardijschip
capitán
noun
1. bepaald soort zeevogel, Larus ridibundus
gaviotta reidora
/
'kɑpmɛs/
noun
1. stevig mes
machete
noun
capoc
ceiba
kapok
miraguano
árbol del algodón
noun
capoc
ceiba
árbol del algodón
adjective
1. gebroken
quebrado
roto
destrozado
noun
1. overjas voor soldaten
capote
/
ka'pɔtʲə/
noun
2.
goma
forro
/
'kɑ.pər.tʲə/
noun
2. klein groen bloemknopje van de kappertjesplant, Capparis spinosa, dat meestal op zuur bewaard wordt en dat als kruiderij gebruikt wordt
alcaparra
noun
1. gelegenheid waar mensen hun haren laten knippen en hun kapsels laten verzorgen
salón de peluquería
/
kɑpsɛɪ̯zə(n)/, /
kɑpsɛːzə(n)/
verb
1. ondersteboven komen liggen
zozobrar
volcar
noun
1. de manier waarop het haar geknipt is
peinado
tocado
noun
1. een meubelstuk bedoeld om jassen en hoeden aan op te hangen
perchero
noun
1. een tafel met een spiegel erboven en met laatjes voor toiletbenodigdheden
tocador
peinador
noun
1. tafelfles met wijde buik en smalle hals
garrafa
decantador
noun
1. aard
carácter
índole
noun
1. gebrande suiker
caramelo
verb
1. door verhitting, suiker omzetten tot karamel
acaramelar
pronoun
1. stad in Namibië
Karasburg
noun
1. japanse gevechtsport
karate
/
kɑrboˈnadə/
noun
1. een stuk vlees van een varken, kalf of lam
chuleta
noun
plant en zaad
cardamomo
adjective
cardenalicio
cardinal
noun
1. hoge geestelijke in de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk,...
cardenal
noun
2. heester van de soort Euonymus europaeus
bonete de cura
bonetero
evónimo
noun
bonete de cura
bonetero
evónimo
noun
1. en 2. bladeren van Cynara cardunculus
cardo
noun
- 1. patroonhuls
cartucho
- 2. hondenras
perro de aguas
pronoun
2. spelwoord voor de letter k
kilo
pronoun
1. een aan het Fins verwante taal die wordt gesproken in Karelië, Rusland en Finland
carelio
adjective
escueto
frugal
parco
verb
1. een karikatuur maken van
caricaturizar
noun
1. bedelmonnik van de orde onzer lieve-vrouwe van den Berg Karmel
carmelita
adjective
rojo carmin
carmín, (color de) ~
noun
1. de rode kleur van karmijn
carmesí
noun
1. gefermenteerde melk
suero de manteca
suero de la leche
suero de la mantequilla
suero de leche
verb
1. het langdurig mechanisch bewerken van melk
batir la leche
noun
1. bepaald soort grote zoetwatervis met een hoge rug, die van oorsprong uit Azië komt, Cyprinus carpio
carpa
/
ˈkɑrəcjə/
noun
1.
carrillo
noun
- 1. kerf, keep, inkeping
cartel
entalladura
cártel
/
kɑrˈtɔn/
noun
2. verpakking
cartón
pasta de cartón
adjective
cartujo
cartujano
noun
1. kloosterling van de strenge contemplatieve orde van Sint-Bruno van Keulen
cartujo
cartujano
noun
1. een klus of hoeveelheid werk die gedaan moet worden
faena
tarea
trabajo
noun
plant, zaad en specerij
alcaravea
alcarahueya
carvi
alcarabea
alcaravia
carvia
noun
1. gedroogde (gemalen) aromatische zaad van Carum carvi
semilla de alcaravea
/
'kɑs/
noun
- 1. de bak die het ontvangen geld bevat
caja
- 3. een doorzichtige -meest glazen- constructie...
invernadero
invernáculo
noun
diaro de caja
libro de caja
registro de caja
pronoun
1. een Westslavische taal die gesproken wordt in het oosten van Pommeren
casubio
pronoun
1. een grote door land omsloten zoutwatervlakte op de grens van Europa en Azië
mar Caspio
noun
- 1. plaats waar men aankopen betaalt in een winkel
- 3. machine om ontvangen geld te registreren en te bewaren
caja
- 2. plaats waar men tickets betaalt of reserveert
taquilla
noun
1. straatkei gemaakt van natuursteen met de grootte van het hoofd van een kind
adoquín
noun
1. iemand die het beheer heeft over de kas en de mutaties ervan bijhoudt
cajero
noun
estado de flujo de efectivo
/
kɑs/, /
kɑst/
noun
1. een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
armario
clóset
noun
- 1. de vrucht
castaña
castaña marrón
- 1. de boom
castaño
noun
1. streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
casta
noun
1. een middeleeuwse versterkte woning
castillo
noun
1. bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus
gato
gata
noun
1. geheel van de afbraakprocessen in een lichaam
catabolismo
adjective
1. aan een kat herinnerend of erop gelijkend.
felino
/
kataˈliːzə/
noun
catálisis
verb
1+2. snel voort doen gaan
catalizar
noun
- 1. belegeringswapen
catapulta
- 3. lanceerinrichting voor vliegtuigen
catapulta
plataforma de lanzamiento
- 2. speeltuig
tirachinas
tirador
tiragomas
noun
- 1. mannetje van de kat
gato
- 2. gevolgen van alcoholgebruik
resaca
guayabo
cruda
hachazo
caña
chaqui
chuchaqui
/
kɑtədral/
noun
1. een hoofdkerk van een bisdom
catedral
noun
1. buisje dat tijdelijk in een lichaamsholte wordt aangebracht, bijv. om lichaamsvocht op te vangen of een medicijn toe te dienen
catéter
noun
1-2 scheikunde + elektronica
cátodo
/
ˌka.to.ˈlik/
adjective
- 1. overeenkomstig de geloofsleer van de Katholieke Kerk
- 2. te maken hebbend met de Katholieke Kerk
católico
/
ka.ˈtɛɪf/, /
kɑ.ˈtɛːf/
adjective
1. ellendig, ongelukkig
miserable
/
ka.ˈtɛɪf/, /
kɑ.ˈtɛːf/
noun
- 2. feeks, boosaardig vrouwmens
arpía
bruja
fiera
- 1. ellendeling, stakker
miserable
/
kɑˈtun/
noun
1. een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit
algodón
noun
aceite de semilla de algodón
noun
1. een werktuig dat het mogelijk maakt een last met een beperkte kracht te verplaatsen
polea
carrillo
noun
albahaca de gatos
hierba gatera
menta de gato
nébeda
almaro
cataria
noun
1. Corvus monedula, eem zwarte kraaiachtige zangvogel met een grijze nek
grajilla
noun
1. een zacht samenhangend snoepgoed dat niet bedoeld is om in te slikken
chicle
goma de mascar
pronoun
1. een taal die van oorsprong door de Kazachen in Kazachstan gesproken werd
kazako
kazajo
noun
vrouwelijke inwoner van Kazachstan
kazaja
noun
1. gebouw waar soldaten gelegerd zijn
cuartel
noun
1. een mouwloos opperkleed dat door een priester gedragen wordt bij het lezen van de mis
casulla
pronoun
1. oudste zoon van Adam en Eva
Caín
/
keːl/
noun
- 1. voorste, uitwendige gedeelte van de hals
garganta
- heraldiek
gules
noun
1. dokter die zich gespecialiseerd heeft in ziekten van organen binnen het hoofd die direct contact met de buitenlucht hebben
otorrinolaringólogo
/
kelɔntstekɪŋ/
noun
1. een infectie van de slijmhuid van de keel
inflamación de garganta
noun
1. pijnlijke irritatie van het slijmvlies in de keelholte, meestal door een ontsteking ervan
dolor de garganta
/
keːp/
noun
- 1. kerf
entalladura
- 2. kleurrijke vinkensoort
pinzón real
/
ˈkipər/
noun
arquero
guardameta
portero
noun
1. telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
vez
noun
1. langharige, middelgrote hond met pluimstaart
lulú
lulú de Pomerania
noun
1. gebouwtje voor tijdelijk verblijf
barracón
cabina
casilla
cobertizo
garita
pronoun
1. stad in Namibië
Keetmanshoop
noun
1. geblokte doek die traditioneel voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat over het hoofd gedragen wordt
kufiyya
/
ˈke.xəl/
noun
- 2. de flesvormige houten stukken van het kegelspel
bolo
- 1. een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
cono
noun
bolera
cancha de boliche
noun
1. een kromme gevormd door het snijden van een kegel met een plat vlak
cónica
sección cónica
noun
1. een monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
emperador
noun
1. een vrouwelijke monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
emperatriz
imperatriz
noun
1. een gebied waar een keizer het staatshoofd is
imperio
noun
1. operatieve verlossing
cesárea
noun
1. een ondergrondse bergruimte
sótano
/
kɛɫt/
noun
1. lid van een Indo-Europees volk waarvan na de Romeinse tijd de meeste leden op de Britse eilanden en in Bretagne leven
celta
/
kɛɫtən/
noun
2. Indo-Europees volk waarvan de meeste leden op de Britse eilanden en in Bretagne leven
celtas
/
ˈkɛl.tis/, /
ˈkɛɫ.tis/
adjective
1. met betrekking tot Kelten
celta
/
ˈkɛl.tis/, /
ˈkɛɫ.tis/
pronoun
celta
noun
1. bepaald soort vogel, Calidris pugnax
combatiente
noun
1. een netnummer bij telefonie
código de área
indicativo
indicativo telefónico
prefijo
prefijo telefónico
/
ˈke.ni.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, de Republiek Kenia, grenzend aan Somalië, Ethiopië, Oeganda, Tanzania en de Indische Oceaan
Kenia
adjective
keniana
keniano
keniata
keniato
/
'kɛnmɛrkə(n)/
verb
1. een herkenningspunt ergens van zijn
señalar
caracterizar
verb
2. door studie of oefening geleerd hebben
conocer
saber
/
ˈkɛnɪs/
noun
- 1. wat je weet of hebt geleerd
conocimiento
sabiduría
- 1. iemand met wie men bekend is
conocido
noun
gestión del conocimiento
noun
1. een teken waaraan iets of iemand herkenbaar is
distintivo
noun
1. een strook metaal waarop een kentekennummer is vermeld
chapa de número
matrícula del automóvil
placa del coche
noun
cruzado de doble trama
cabrio
/
ˈkɛpəl/
noun
1. hoofddeksel in de vorm van een ondiep bolsegment
kipá
adjective
2. gemaakt van keramiek
cerámico
noun
1. middel dat de hoornlaag van de huid verweekt
queratolítico
/
kɛrk/
noun
- 1. openbaar gebouw voor religieuze handelingen of samenkomsten
- 2. Christelijke organisatie voor beleving van een specifieke christelijke godsdienst
- 3. Georganiseerde groep die bepaalde christelijke standpunten aanhangt
iglesia
/
ˈkɛrk.bɑn/
noun
1. uitsluiting van de sacramenten of de kerkgemeenschap
excomunión
anatema
/
ˈkɛrk.bɑŋk/
noun
1. harde langwerpige constructie waar in een kerkgebouw waarop gelovigen tijdens een dienst kunnen zitten
banco de iglesia
noun
1. bijeenkomst van een christelijke gemeente waarin God vereerd wordt
servicio de iglesia
noun
consistorio
presbiterio
/
kɛrkər/
noun
1. een ondergrondse ruimte die bestemd is voor het opsluiten van gevangenen
calabozo
mazmorra
/
ˈkɛrkχɑŋər /
noun
1. een gelovige die zich naar de kerk begeeft om de kerkdienst bij te wonen
feligrés
/
ˈkɛrkχɑŋstər /
noun
1. een gelovige vrouw die zich naar de kerk begeeft om de kerkdienst bij te wonen
feligresa
noun
1. terrein waar overledenen begraven worden
cementerio
noun
1. eretitel die in de Rooms-Katholieke Kerk wordt toegekend aan schrijvers die uitmunten door hun schrijftalent
doctor
doctor de la iglesia
noun
1. lied bedoeld om tijdens de eredienst of mis te zingen
cántico
pronoun
1. liturgische taal van de Slavische oosters-orthodoxe en oosters-katholieke Kerken
eslavo eclesiástico
eslavón
/
ˈkɛrgœːl/, /
ˈkɛrkœʏ̯ɫ/, /
ˈkɛrkœːl/
noun
1. bepaald soort vogel, Tyto alba
lechuza común
lechuza
noun
1.
padre de la iglesia
noun
1. een feest met attracties
feria
kermés
verbena
/
ˈkɛrnandrɛɪvɪŋ/
noun
aangedreven door kernenergie
propulsión nuclear
noun
1. energie geproduceerd door kernfusie of kernsplijting, waarmee in een kerncentrale elektriciteit wordt opgewekt
energía nuclear
noun
1. het proces waarbij twee atoomkernen botsen en één zwaardere kern vormen waarbij energie vrij komt
fusión nuclear
noun
1. een experiment met een atoombom
prueba nuclear
noun
accidente nuclar
incidente nuclear
noun
1. een rampzalige gebeurtenis waarbij de brandstof van een kernreactor smelt door het wegvallen van de koeling
fusión de núcleo
fusión de reactor
noun
resonancia magnética nuclear
noun
1. een vrij zware fractie alkanen die met name als vliegtuigbrandstof gebruikt wordt
queroseno
kerosén
noun
- 1. steenvrucht van een kersenboom, Prunus subg. Cerasus
cereza
guinda
- 1. benaming voor bomen uit het ondergeslacht Prunus subg. Cerasus
cerezo
/
ˈkɛr.sə.ˌlaːr/
noun
1. een boom uit het geslacht Prunus
cerezo
noun
1. benaming voor bomen waaraan kleine ronde vruchten groeien, uit het ondergeslacht Prunus subg. Cerasus
cerezo
adjective
1. zo rood als rijpe kersen
guinda
noun
arañón
ciruela chabacana
ciruela del Japón
mirabel
mirobolán
mirobálano
adjective
1. zo rood als rijpe kersen
guinda
/
kɛr.ˈsta.vɔnt/, /
kɛr.ˈz(d)a.vɔnd/
noun
Nochebuena
/
ˈkɛrsd.bɑɫ/, /
ˈkɛrz.bɑl/
noun
1. een bal die men als versiering ophangt aan de takken van een kerstboom
bola de Navidad
/
ˈkɛrsd.bom/, /
ˈkɛrz.bom/
noun
1. rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
árbol de Navidad
/
ˈkɛrs.dɑx/, /
ˈkɛrs.dɑχ/, /
ˈkɛrz.dɑx/
noun
día de Navidad
/
ˈkɛr.stə.ˌnə(n)/
verb
2. heidense volkeren, al dan niet massaal, tot het christendom bekeren; veelal in historische context
cristianizar
/
ˈkɛr.stə.ˌnɪŋ/
noun
1. het proces waarbij heidense volkeren zich, al dan niet massaal, tot het christendom bekeren
cristianización
/
ˈkɛrs.fes/, /
ˈkɛrst.fest/
noun
Navidad
fiesta de Navidad
/
ˈkɛrs.kart/, /
ˈkɛrst.kart/
noun
1. een wenskaart die wordt gekenmerkt door een kerstgroet en wensen voor het komende nieuwe jaar
tarjeta navideña
/
ˈkɛrs.lid/, /
ˈkɛrst.lit/
noun
1. een op Kerstmis betrekking hebbend lied
villancico
/
ˈkɛrs(t)məs/, /
ˈkɛrsmɪs/, /
ˈkɛrstmɪs/
noun
1. een feest ter herinnering van de geboorte van Jezus met een vieringsdatum die verschilt per christelijke traditie
Navidad
/
kɛrst.ˈnɑxt/, /
kɛrst.ˈnɑχt/, /
ˈkɛrs.nɑx/
noun
1. de nacht van 24 op 25 december
Nochebuena
/
ˈkɛr.sto.ˌmat/
noun
1. een trostomaat zo groot als een kers
tomate cereza
tomate cherry
tomate en rama
/
ˈkɛr.stɑl/, /
ˈkɛr.stɑɫ/
noun
1. een voorstelling van de geboorte van Jezus met figuren van hout of gips, die vooral in katholieke gezinnen rond Kerstmis in huis te vinden is, vaak onder de kerstboom
belén
pesebre
/
ˈkɛrstɛr/
noun
flor de Pascua
Noche Buena
Pascua
pascuero
/
ˈkɛr.strɔŋk/
noun
1. een gebak in de vorm van een stronk dat met kerst gegeten wordt.
tronco de Navidad
/
ˈkɛrst.fa.ˌkɑn.si/, /
ˈkɛrst.fa.ˌkɑn.ʦi/, /
ˈkɛrz.va.ˌkɑn.si/
noun
1. een schoolvakantie op het einde van het jaar die gewoonlijk twee weken duurt
vacaciones de Navidad
/
ˈkɛrst.fər.ˌsiː.rɪŋ/, /
ˈkɛrz.vɛr.ˌsiː.rɪŋ/
noun
1. aangekochte of zelfgemaakte voorwerpen die gebruikt worden ter versiering ter gelegenheid van Kerstmis
decoración navideña
noun
- 1. plant
cerafolio
perifollo
- 2. keukenkruid
perifollo
cerafolio
verb
1. met een scherp voorwerp een insnijding trachten te maken in een hard oppervlak
entallar
grabar
noun
1. een saus op basis van tomaten
ketchup
salsa de tomate
catchup
catsup
salsa tomate
noun
- 1. meestal rond metalen vat, vaak geschikt om onder druk gezet te worden
- 3. keteldal
caldera
- 2. waterketel
caldero
/
ˈke.təl.dɑl/, /
ˈke.təɫ.dɑɫ/, /
ˈkeː.təl.dɑl/
noun
1. een half cirkelvormige vallei gevormd door de erosie die een gletsjer veroorzaakt
caldera
circo glaciar
noun
1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
cadena
noun
zuurvergiftiging bij suikerziekte
cetoacidosis
noun
1. iemand die vanwege afwijking van de katholieke leer tot misdadiger verklaard was
hereje
/
ˌkɛtəˈrɛɪ/
noun
1. het ingaan in woord of gedachte tegen de doctrines van de kerk
herejía
noun
- 2. een stevige, maar buigzame verbinding van in elkaar grijpende ringen of achtvormige schakels
cadena
- 4. een snoer bestaande uit een draad die door doorboorde kralen of andere voorwerpen gevoerd is
collar
noun
1. gebruik van een keten van metalen schakels om beweging tussen tandwielen over te brengen
accionamiento por cadena
transmisión de cadena
noun
1. metalen, linnen of plastic hoes om een fietsketting die ook de tandwielen omvat, bedoeld om de ketting en de kleding van de fietser te beschermen
cubrecadena
noun
1. motorzaag die een ketting met getande schakels heeft
motosierra
/
ˈkøːkə(n)/
noun
- 1. een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
- 2. de wijze waarop in een land of streek gekookt wordt
cocina
noun
procesadora
robot de cocina
noun
1. alle gebruiksvoorwerpen in de keuken
utensilios de cocina
noun
1. iemand die in de keuken meehelpt
ayudante de cocina
pinche de cocina
noun
procesadora
robot de cocina
noun
1. uit natriumchloride bestaand voedingszout
sal de cocina
noun
2. uitgelezen verscheidenheid
elección
verb
1.zich een oordeel vormen over de waarde of deugdelijkheid van iets
examinar
probar
aquilatar
catar
adverb
1. erg netjes en beleefd
decente
noun
1. merkteken als bewijs van keuring
marca de certificación
/
'kø:s/
noun
gelegenheid
elección
verb
1. gezellig praten zonder al te veel diepgang
charlar
noun
1. het besluit om uit verschillende mogelijkheden er één te nemen
elección
opción
/
ˈkevər/, /
ˈkɛvər/
noun
- 1. bepaald insect
- 2. bepaald type Volkswagen
escarabajo
/
ˈkiːbɔː(r)d/, /
ˈkiːbɔː(r)t/
noun
- 1. een elektronisch muziekinstrument met een toetsenbord
- 2. een apparaat waarmee, door toetsen in te drukken, gegevens in een computer ingevoerd kunnen worden
teclado
pronoun
1. taal die in Cambodja gesproken wordt
khmer
/
kɪbələ(n)/
verb
1. woordenstrijd hebben
altercar
disputar
reñir
verb
1. wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
secuestrar
raptar
/
ˈkɪd.ˌnɑ.pər/, /
ˈkɪt.ˌnɑ.pər/, /
ˈkɪt.ˌnɛ.pər/
noun
1. iemand die mensen kidnapt of ontvoert
raptor
secuestrador
noun
1.1 benaming voor roofvogels uit het geslacht Circus
aguilucho
noun
- 1. verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip
quilla
- 1. kledingstuk zonder voorsluiting dat het bovenlichaam bedekt
blusa
verb
1. zijdelings scheef in het water komen te liggen, al of niet om reparaties uit te voeren
carenar
noun
estabilizador vertical
noun
1. spoor van waterstroom (achter een schip)
estela
/
'kim.ʋɔr.təl/
noun
1. eerste worteltje van een zaailing
radícula
noun
grieta
hendedura
hendidura
quebraja
resquicio
adjective
1. een vrij grote tand die achter in de mond staat
muela
adjective
1.
delicado
exquisito
fino
noun
1. pijn in één of meerdere kiezen
dolor de dientes
odontalgia
noun
1. de wijze waarop de volksvertegenwoordiging bij verkiezingen wordt gekozen.
sistema de votación
verb
1. het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
cosquillear
hacer cosquillas
noun
1. ademhalingsorgaan van vele in water levende dieren
branquia
pronoun
1. de hoofdstad van Oekraïne
Kiev
noun
- 3. silicium (zie silicium)
silicio
- 1-2
sílex
/
ˈkizəɫˌʋirə(n)/
noun
2. stam van eencellige organismen, Bacillariophyta
diatomeas
verb
1. uit meerdere mogelijkheden één nemen
elegir
escoger
noun
cáñamo
cáñamo indio
marijuana
adjective
1. iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
envidioso
noun
1. iemand die kijkt
espectador
verb
1. ruzie maken, een woordenstrijd hebben
barajar
disputar
reñir
noun
1. benaming voor amfibieën uit de orde Anura
rana
noun
1. legsel
freza de rana
noun
1. en 2. (zaden van) de plant Cicer arietinum
garbanzo
noun
1. fijn gemalen kikkererwten
harina de garbanzo
noun
1. kikker- of paddenlarve
renacuajo
noun
- 1. informele afkorting van "kilogram" de SI-eenheid van massa (symbool: kg)
- 2. informele afkorting van "kilogram" een niet-SI-eenheid van gewicht of kracht
kilo
abbreviation
1. kilogram
kilogramo
kilo
noun
1. duizend meter
kilómetro
noun
medidor de consumo eléctrico
noun
1. het vooruitstekende deel van de onderkaak
mentón
barbilla
barba
noun
azuceno colorado
cascarilla amarga
cinchona
quina
quina roja
quino
noun
- 2. persoon voortkomend uit
hijo
hija
- 1. mens tussen 0 en 18 jaar
niño
nene
hijo
adjective
1. zich niet als volwassene gedragend alsof men nog een kind is
pueril
noun
1.Het kinderachtig zijn
chiquillada
niñería
noun
explotación infantil
trabajo infantil
noun
1. een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kinderen
pediatra
noun
pediatría
medicina infantil
noun
1. kindermeisje (in een huishouden)
niñera
pronoun
Cruzada de los Niños
noun
2. jongedame die als taak heeft op de kinderen te passen
niñera
noun
1. de behandeling van een kind met het toebrengen van fysieke of psychische schade als doel
abuso y maltrato infantil
noun
1. het om het leven brengen van een kind
infanticidio
noun
parque de juegos
parque infantil
noun
1. ziekte bij kinderen
enfermedad infantil
noun
1. kind dat deelneemt aan een gewapend conflict
niño soldado
adjective
1. wat beweging veroorzaakt
cinético
/
kɪŋk(h)ust/
noun
1. een bepaalde kinderziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Bordetella pertussis
tos ferina
tosferina
noun
buccino
caracol marino
concha
pronoun
1. officiële taal van Ruanda, behoort tot de Bantoe-talen
kinyarwanda
/
kɪp/
noun
- 1. Gallus gallus domesticus, gedomesticeerde vogel uit de familie van de hoenderachtigen
gallina
pollo
- 4. Laotiaanse kip
kip lao
- 2. kippenvlees
pollo
carne de pollo
noun
el huevo o la gallina
noun
1. stukje wit kippenvlees zonder bot of vel
filete de pollo
pechuga de pollo
noun
hok voor kippen
gallinero
noun
1. orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een hoen, na het slachten vaak gegeten als delicatesse
higado de pollo
noun
muslo de pollo
pata de pollo
/
ˈkɪpəvɛɫ/
noun
1. het verschijnsel waarbij als gevolg van kou de huid gaat kleine bubbeltjes vertoont
piel de gallina
carne de gallina
pronoun
1. de taal die in Kirgizië gesproken wordt
kirguizo
/
kɪr.ˈɣi.zi.jə/, /
kɪr.ˈχi.zi.jə/
pronoun
1. een land in Centraal Azië, officieel de Kirgizische Republiek, dat geheel door land omsloten is
Kirguistán
Kirguizistán
Kirguizia
/
ˌki.ri.ˈbɑs/
pronoun
1. land in Oceanië, officieel de Republiek Kiribati
Kiribati
pronoun
1. taal die door 67 790 mensen in Kiribati, Fiji, Nauru, de Solomoneilanden, Tuvalu en Vanuatu wordt gesproken
gilbertés
idioma gilbertés
noun
1. een alcoholische drank die bereid wordt door gegist kersensap te destilleren
kirsch
noun
1. dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting
masilla
noun
1. schijnkunst die niet aanslaat met veel versieringen en/of de verkeerde materialen waarvan de meeste mensen denken dat het wansmaak is
kitsch
noun
2. vrucht van plantengeslacht Actinidia
kiwi
adjective
quejicoso
quejicón
/
klaːr/
adjective
- 2. helder, duidelijk
claro
- 1. in staat van gereedheid gebracht, gereed
terminado
adjective
1. kennelijk
evidente
verb
- 3. iemand bevredigen en tot een orgasme brengen
hacer correrse
- 2. uit ingrediënten klaarmaken
preparar
aderezar
- 1. voorbereiden
preparar
aparejar
acondicionar
aviar
verb
1. iets moeilijks in orde of ten einde brengen
agenciar
conseguir
noun
1. een aanklacht
pleito
querella
reclamación
noun
1. een blok met kladpapier
bloc de notas
bloc
borrador
verb
pintarrajar
pintarrajear
verb
1. ongenoegen uiten
quejarse
lamentarse
verb
1. een plotseling luid geluid maken door twee zaken tegen elkaar te slaan...
castañetear
chasquear
restallar
noun
1. fijn net waaronder men slaapt om muggen buiten te houden
mosquitera
noun
2. een klem of haak waaraan een touw kan worden bevestigd
grapa
laña
noun
1. in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
sonido
son
tono
/
ˈklɑŋknabotsɪŋ/
noun
2. een woord dat is ontstaan uit het proberen een geluid na te doen
onomatopeya
/
ˈklɑŋk.vər.ˌsχœʏ̯.vɪŋ/
noun
1. het verschijnsel dat een klank in een taal in de loop van de tijd vervangen wordt door een andere klank
cambio fonético
noun
1. afnemer van een product of dienst van een leverancier
cliente
noun
1. een verzameling klantgegevens (persoonlijke gegevens, bankgegevens, bestelgeschiedenis, lopende bestellingen,...
cuenta de cliente
noun
1. maatregelen van een bedrijf om iemand als klant te behouden
retención de clientes
noun
tarjeta de fidelidad
tarjeta de fidelización
noun
- 2. bestraffing
bofetón
bofetada
- 1. plotselinge, luidruchtige slag
golpe
noun
1.
neumático pinchado
reventón del neumático
noun
coco
coco de agua
coco fruto
cocotero
copra
nuez de coco
noun
coco
coco de agua
coco fruto
cocotero
noun
1. Papaver rhoeas, een plant met een felrode bloem uit de familie Papaveraceae
amapola
ababa
noun
1. een schaats die bij het langeafstandsschaatsen gebruikt wordt
patín clap
patín de pista larga
noun
- 1. ± stuk rundvlees van de borst of klaprib, dat langdurig in een oven gebraden wordt
falda
- 2. hoogtepunt van een uitvoering, concert
mejor
verb
1. heftig slaan met de vleugels
aletear
verb
1. helder maken
clarificar
noun
1. een houten blaasinstrument waarop de melodie wordt gespeeld in een harmonie
clarinete
noun
1. een soort trompet met een schelle klank
clarín
/
klɑs/
noun
- 1. een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
- 2. een leerjaar op school
- 3. een klaslokaal
clase
noun
1. een medeleerling, iemand die in dezelfde schoolklas zit
compañero de clase
noun
clase
categoría
- 3. plantengeslacht
género
/
ˈklʌʊtərə(n)/
verb
1. klimmen, zich verticaal verplaatsen met behulp van alle vier de ledematen
trepar
encaramarse
/
klʌu/
noun
- 1. poot van een roofdier
- 2. hand
garra
noun
martillo sacaclavos
martillo de orejas
noun
1. langwerpig vierkant toetsinstrument dat behoort tot de muzikale familie van de toetsinstrumenten.
clavicordio
noun
1. toetsinstrument
clavecín
clavicémbalo
noun
1. langwerpig vierkant toetsinstrument dat behoort tot de muzikale familie van de toetsinstrumenten.
clavicordio
verb
- 1. kleren aandoen
- 2. met weefsel bedekken, van kleding voorzien
vestir
noun
1. het textiel voor de bedekking van het lichaam
ropa
vestido
atavío
atuendo
indumentaria
ropaje
noun
- 1.1 tapijt
alfombra
- 1.2 kleding
vestido
noun
amor de hortelano
azotalenguas
lapa
amor del hortelano
presera
noun
1. rijstsoort die veel zetmeel bevat
arroz glutinoso
noun
1. iemand wiens beroep bestaat uit het maken van kleding.
sastre
noun
1. nachtvlindersoort waarvan de rupsen textiel eten
polilla de la ropa
/
klɛɪ̯/, /
klɛː/
noun
1. zeer fijne, vochthoudende grondsoort
arcilla
/
ˈklɛidœyvəˌsxitə(n)/
verb
tiro skeet
adjective
1. van geringe grootte
pequeño
chico
bajo
menudo
corto
chiquillo
noun
hierba cana
hierba de las quemaduras
lechocino
lechozino
senecio
toribo
pronoun
Anatolia
Asia menor
adjective
- 2. benepen, bekrompen
cuadriculado
pequeñoburgués
- 1. de klasse tussen de gegoede burgerij en de arbeiders
pequeñoburgués
/
ˈklɛɪndɔxtər/
noun
1. een dochter van iemands kind, een vrouwelijk kleinkind
nieta
pronoun
1. een hoog aan het noordelijk halfrond duidelijk sterrenbeeld
Osa Menor
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
Canis Minor
/
ˈklɛːnɣɛlt/
noun
1. geld in kleine coupures, vooral in munten
suelto
cambio
menudo
noun
minorista
detallista
tendero
/
ˈklɛːŋkɪnt/, /
ˈklɛːɪŋkɪnt/
noun
1. kind van zoon of dochter
nieto
nieta
noun
1. klein voorwerp van hoge waarde
joya
adjective
1. bekrompen in uitingen en opvattingen of daarvan getuigend
mezquino
noun
1. een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind
nieto
noun
1. een werktuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden
abrazadera
verb
coger con pinzas
pellizcar
pinzar
noun
1. verstelbare afsluiting
batiente
válvula
valva
/
ˈklepəl/
noun
peervormige staaf in een klok
badajo
adjective
1. volgens de principes van een kleptocratie
kleptocrático
noun
1. de onweerstaanbare drang om te stelen
cleptomanía
/
ˈkleː.rən/
noun
1. kleding of kledingstukken
ropa
indumentaria
ropaje
vestidos
vestuario
verb
2. praten, babbelen
charlar
charlatanear
parlar
comadrear
/
kløːr/
noun
1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht
color
verb
1. van kleur voorzien met potloden, stiften, wasko etc.
colorear
colorar
teñir
noun
1. het maken van foto's waarbij in de afbeelding de kleurindrukken van het origineel benaderd worden
fotografía a color
fotografía en color
fotografía en colores
adjective
1. een kleur hebbend (gekleurd) of een verscheidenheid aan kleuren vertonend
abigarrado
multicolor
adjective
1. zonder kleur
incoloro
descolorido
adjective
1. vol opvallende kleuren
abigarrado
multicolor
variopinto
noun
dispersión refractiva
noun
1. stof waarmee men iets kleurt
tinte
tintura
colorante
materia colorante
pigmento
/
'kløtərsxol/
noun
1. een school voor de leeftijdsgroep 4-6 jaar
parvulario
/
ˈkleːvərɪx/
adjective
1. vasthechtend bij aanraking
pegajoso
pegadizo
/
ˈklivə(n)/
verb
1. langs een scherp breukvlak in tweeën hakken
partir
surcar
noun
1. steile hoge rots
acantilado
noun
2. actie op en computerscherm
clic
verb
- 1. een klikkend geluid maken
castañetear
chasquear
restallar
- 3.
delatar
denunciar
noun
1. de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
clima
noun
1. de verandering van het klimaat in een bepaald gebied over een bepaalde periode, m.n. de wereldwijde opwarming sinds de 19e eeuw
cambio climático
pronoun
CMNUCC
Convención Marco de las Naciones Unidas sobre el Cambio Climático
/
klɪmɑtoloˈɣi/
noun
1. leer van de lucht- en weersgesteldheid.
climatología
/
klɪmɑtoˈloxɪs/
adjective
1. op het klimaat betrekking hebbend
climatológico
noun
1. beoefenaar van klimatologie, de leer van de lucht- en weersgesteldheid
climatólogo
verb
- 2. stijgen, omhooggaan, groeien, hoger worden of komen
abejucarse
- 1. het bewegen in een omhooggaande richting dan wel over obstakels
subir
aumentar
noun
1. iemand die de bergsport beoefend
escalador
/
'klɪ.mɔp/
noun
1. Hedera helix, een groenblijvende houtige plant
hiedra
yedra
noun
hierba gallinera
té de Europa
noun
flor de agua
ranúnculo acuático
pronoun
1. een kunsttaal die uitgevonden is door Marc Okrand voor Star Trek-films
klingon
noun
1. een inrichting waar patiënten worden verpleegd
clínica
adjective
1. direct voor de arts (hulpverlener) zichtbaar
clínico
/
klɪŋk/
noun
1. handvat om de deur te openen of te sluiten
picaporte
asa
verb
- 2. proosten
chincar
chocar
- 4. vastspijkeren
clavar
- 3. vastklinken
remachar
roblar
- 1. een bepaalde klank voortbrengen
sonar
/
ˈklɪŋkər/
noun
1. een klank van de menselijke spraak waarbij geen obstructie in de ademstroom aangebracht wordt.
vocal
noun
1. een metalen verbinding tussen twee platen bestaande uit twee cilidrische delen die van weerszijden,...
remache
roblón
noun
damán
marmota de abisinia
marmota del cabo
noun
1. plant met kleverige bloemknoppen
bardana
lampazo
laparasa
yerba de los tiñosos
noun
1., 2. plant met kleverige bloemknoppen
bardana
lampazo
laparasa
yerba de los tiñosos
noun
- 2. een belvormige idiofoon, vooral bekend van kerktorens en carillons
campana
campanilla
- 1. een instrument dat de tijd bijhoudt
reloj
/
ˈklɔkɦœs/, /
ˈklɔkɦœʏs/
noun
1. binnenste van een vrucht
corazón
verb
2. een geluid voortbrengen dat als "klok" klinkt
cloquear
noun
1. iemand die een klokkenspel, beiaard of carillon bespeelt
campanólogo
noun
1. muziekinstrument met klokken
carillón
noun
1. iemand die een beiaard of carillon bespeelt
campanólogo
noun
- 1. smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
campanario
- 2. smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer wijzerplaten van een uurwerk
torre del reloj
noun
1. klokkenbrons
metal de campana
/
klɔmp/
noun
- 2. een vrij vormeloze hoeveelheid materiaal
terrón
bola
- 1. schoeisel van hout, eventueel in combinatie met leer
zueco
almadreña
verb
1. een identieke kopie van een levend wezen maken
clonar
noun
1. een hoeveelheid verdikt materiaal met een omvang die niet goed te definiëren is.
grumo
terrón
verb
1. klonten vormen
abodocarse
aborujar
aborujarse
aburujar
noun
1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord klont
cubo
terrón
dado
grumo
noun
1. een ten gevolge van erosie, diep uitgesleten rivierdal, met steile wanden
cañón
barranco
cañó
/
klon/
noun
1. een levend wezen dat een exacte genetische kopie is van een ander wezen
clon
/
klostər/
noun
- 1. een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is
- 2. een kloostergemeenschap als zodanig
monasterio
convento
/
klostərlɪŋ/
noun
1. iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster
fraile
fray
monje
noun
3. informele benaming voor teelbal
cojones
verb
- 5. verslaan
batir
- 3. in overeenstemming zijn
cuadrar
- 2. hoorbaar bewegen
latir
palpitar
- 1. tegen iets slaan
llamar
- 4. in toestand brengen
montar
noun
1. voorwerp om mee te kloppen
batidor
batidor de varilla
mazo
varilla
noun
- 2. lachwekkend voorval
farsa
- 1. toneelstuk
farsa
sainete
/
klœʏs/, /
klœːs/
noun
1. een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast
caja fuerte
cámara acorazada
verb
1. een bot in handen houden en er vlees van afhappen
roer
noun
1. driehoekig zeil aan de boegspriet
foque
noun
1. iemand die alleen en in afzondering leeft
ermitaño
anacoreta
noun
1. een onhandig persoon
torpe
/
klyt/
noun
1. bepaald soort watervogel, Recurvirostra avosetta
avoceta
noun
1. tot een bol opgewonden draad
ovillo
/
ˈknaxdiːr/, /
ˈknaɣdiːr/
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Rodentia
roedor
noun
1. jongen, jongeman
chico
mozo
muchacho
verb
1. met de tanden aanvreten
roer
noun
salchicha de Frankfurt
noun
1. een mengsel van zuurstof en waterstof in (ongeveer) de verhouding 1:2
oxihidrógeno
verb
1. een hard geluid of knal geven
estallar
noun
silenciador
amortiguador de ruido
mofle
mufla
adjective
- 2. aantrekkelijk
guapo
majo
- 1. verstandig
inteligente
listo
hábil
verb
1. hoorbaar zijdelings bezwijken
chasquear
crujir
adjective
crujiente
crujientito
noun
problema de la mochila
verb
1. geluid voortbrengen door twee hard oneffen voorwerpen met kracht over elkaar heen te bewegen
rechinar
verb
1. de kaken op elkaar geklemd over elkaar bewegen, gewoonlijk uit ergernis of frustratie
apretar
noun
1. iemand die in dienst is van met name een boer
criado
mozo
verb
1. een massa soepel maken door er steeds in te knijpen
amasar
heñir
verb
1. pijnlijk drukken
apretar
noun
apuro
cuello de botella
embotellamiento
problema
noun
1. bepaald soort vinkachtige, Carduelis cannabina
pardillo
pardillo común
verb
1. binden, boeien
amordazar
noun
1. gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
rodilla
noun
- 1.1. buiging als eerbetoon
genuflexión
- 1.2. buiging als vorm van sportbeoefening
sentadilla
verb
1. op de knieën gaan
arrodillarse
noun
1. het schijfvormige bot in de knie
rótula
verb
1. tussen twee punten druk uitoefenen
apretar
pinzar
/
'knɪkə(n)/
verb
1. een verticale beweging met het hoofd maken
cabecear
noun
1. balletje van glas, marmer, steen, hout of klei
canica
bolincha
noun
1. opvouwbaar mes waarbij vaak een veer zorgt voor het uitklappen
cuchillo plegable
navaja
noun
1. teken in de vorm van het kort toeknijpen van een oog om verstandhouding of waardering uit te drukken
guiño
/
knɪˈpa/
noun
- 2. vrucht van de gelijknamige boom
mamoncillo
quenepa
- 1. fruitboom in de Amerikaanse tropen (Melicoccus bijugatus)
mamoncillo
quenepo
verb
- 1. met een schaar uitsnijden
- 3. (informatica) overnemen van informatie
cortar
verb
1. een licht knetterend geluid maken
crepitar
noun
cisne blanco
cisne común
cisne mudo
verb
- 2. iets slordig vervaardigen
chafallar
chapucear
estropear
- 3. onjuist of onwettig omgaan met gelden...
defraudar
estafar
noun
- 1. karwats
knut
- 2. bundel ineengedraaid haar
moño
noun
1. looksoort Allium sativa met samengevouwen bol
ajo
ajo morado
noun
1. vingergewricht
nudillo
artejo
verb
- 2. (figuurlijk) vechten
luchar
- 1. vechten
luchar
pelear
noun
- 2. koolraap, een eetbare wortel van een plant uit het geslacht Brassica.
nabo
- 3. aftands werkpaard.
rocín
penco
rocinante
- 1. verdikte plantenwortel.
tubérculo
noun
apagador menor
parasol carne roja
noun
- 3. aan een jas e.d.
botón
- 1. in een draad
- 2. snelheidsmaat
nudo
noun
1. een platte knoopvormige batterij die meestal in draagbare elektronische apparatuur wordt gebruikt
pila de botón
noun
cártamo silvestre
liebrecilla
noun
1. een kruispunt van twee of meer grote wegen
nodo
nudo
noun
1. spleet die in een stuk stof is gemaakt zodat een ander stuk stof daaraan kan worden vastgemaakt
ojal
verb
1. een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken
anudar
atar
/
'knɔrə(n)/
verb
- 1. een geluid voortbrengen zoals een varken
gruñir
- 3. snurken
roncar
noun
- 1. omhelzing
abrazo
mimo
caricia
achuchón
- 2. speelgoed
muñeco de peluche
animal de peluche
noun
1. korte dikke stok, bedoeld om lijfstraf mee uit te delen
cachiporra
porra
noun
1.
beatilla
chaquistle
chinche chupadora
/
knʌtsələ(n)/
verb
1. zelf voorwerpen uit liefhebberij vervaardigen met gebruik van gereedschap als hamer, zaag en schaaf
bricolar
noun
1. een Australisch buideldier
koala
noun
1. scheikundig element met symbool Co en atoomnummer 27
cobalto
adjective
azul cobalto
azul de cobalto
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
araña
noun
1. vrouwelijk rund
vaca
noun
1. behuizing voor rundvee
vaqueriza
noun
galleta
pastel
bizcocho
noun
1. metalen doos met een deksel of klep bedoeld om koekjes of ontbijtkoek te bewaren
caja para galletas
/
[ˈkuc̠͡ç̠jø̜]/
noun
2. klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
galleta
noun
1. bepaald soort vogel, Cuculus canorus
cuco
cuclillo
adjective
1. met een naar verhouding lagere temperatuur dan de warme of hete omgeving
fresco
noun
frigorífico
refrigerador
noun
refrigeración
enfriamiento
frigorificación
noun
1. een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie,...
nevera
frigorífico
noun
1. koelvloeistof
refrigerante
líquido de refrigeración
noun
- 1. een gewelf in de vorm van een halve bol of een halve ellipsoïde
- 2. een ruimtelijke figuur, veelvlak
cúpula
pronoun
1. een taal die door de Koerden gesproken wordt
kurdo
curdo
noun
1. kleine wijziging van de koers om de gewenste richting te behouden
corrección de rumbo
noun
bicicleta de carreras
noun
1. de uitgezette koers die een vliegtuig / vaartuig zou moeten volgen
ropa
traje
noun
1. overdekte ruimte waarin koeien kunnen verblijven
vaqueriza
vaquería
/
ˌku.tər.ˈʋaːls/
noun
1. aanduiding voor een onverstaanbare taal
galimatías
noun
1. vierwielig rijtuig met vering, vaak gesloten, dat getrokken wordt door paarden
coche
calesa
berlina
noun
1. stevige metalen stang voorzien van een gespleten einde, gebruikt om er zaken mee open te breken
pata de cabra
pie de cabra
alzaprima
/
ˈkuwɛɪ̯t/, /
ˈkuʋɛɪ̯t/, /
ˈkuβ̞ɛ:t/
pronoun
1. een kleine olierijke monarchie op het Arabische schiereiland in Azië aan de kust van de Perzische Golf
Kuwait
/
ˈkuwɛɪ̯ts/, /
ˈkuʋɛɪ̯ts/, /
ˈkuβ̞ɛ:ts/
adjective
kuwaití
/
ˈkuwɛɪ̯tsə/, /
ˈkuʋɛɪ̯tsə/, /
ˈkuβ̞ɛ:tsə/
noun
kuwaití
noun
1. draagbare bergruimte van stevig materiaal met een handvat, waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen
maleta
noun
1. het gedeelte van een auto waar de bagage in geplaatst wordt
baúl
maletero
noun
1. samensmelting van twee of meer bestaande woorden
palabra de maleta
noun
1. drank uit koffiebonen
café
cafeto
noun
1. sterk geconcentreerd aftreksel van koffie
extracto de café
noun
achicoria
achicoria amarga
achicoria de Bruselas
achicoria de café
achicoria de hoja
achicoria de raíz
noun
1. het donkere bezinksel van gemalen koffiebonen dat overblijft na het zetten van koffie
poso de café
poso del café
noun
filtro de café
filtro para café
noun
1. een uitspanning waar men koffie kan nuttigen
cafetería
café
noun
cucharada cafetera
cucharita de café
noun
1. een huishoudelijk apparaat waarin koffiebonen kunnen worden gemalen
molinillo de café
molino de café
noun
- 1-2. munitie
- 3. metalen bal gebruikt bij kogelstaten
bala
noun
trayectoria balística
verb
1.
lanzamiento de martillo
noun
1. benaming voor zeevissen uit het geslacht Tetraodontidae
pez globo
verb
1. vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
cocer
noun
- 1. een smal cilindervormig hol voorwerp
estuche
vaina
- 2. een keukenapparaat waarin iets kan gekookt worden
hervidor
verb
1. behaagziek zijn
coquetear
noun
berberecho
cardias
croque
noun
1. bepaald soort zeevogel met een gekleurde kop en een lachende roep, Chroicocephalus ridibundus
gaviota reídora
gaviota reidora
/
ˈko.kɔsˌbom/
noun
1. een palm die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
cocotero
/
'kokɔsnot/
noun
1. holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
coco
/
ˈko.kɔsˌo.li/
noun
1. een soort olie gewonnen uit kokosnoten
aceite de coco
aceite de copra
/
ˈko.kɔsˌpɑlm/, /
ˈko.kɔsˌpɑɫm/
noun
1. een palm die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
cocotero
noun
hoge witte muts
gorro de cocinero
noun
1. benaming voor bomen uit het geslacht Cola
cola
kola
noun
granja colectiva
koljós
noun
carbonero
comerciante de carbón
/
ˈkolə(n)ˌsxɔp/, /
ˈkolə(n)ˌsχɔp/
noun
1. een schep om kolen mee te scheppen
pala de carbón
noun
4. een bolvormig stuk glaswerk met een afgeplatte bodem en een lange hals
retorta
noun
1. een zeer klein vogeltje met een zeer snelle vleugelslag van de familie Trochilidae uit de orde der grootvleugeligen
colibrí
picaflor
noun
1. een hevige pijn door krampen in een hol orgaan, zoals de darmen
cólico
noun
espacio de Kolmogórov
noun
taladradora
taladro pedestal
noun
1. een hoge militaire rang
coronel
adjective
1. betrekking hebbend op koloniën en het hebben van koloniën
colonial
/
koˈloni/
noun
1. een vestiging van een deel van een bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk
colonia
verb
1. koloniën vormen
colonizar
noun
1. iemand die zich in een kolonie heeft gevestigd
colono
colonizador
adjective
colosal
enorme
extenso
gigantesco
inmenso
noun
1. eetgerei zoals een bord, maar dan dieper
cuenco
/
koˈmedi/
noun
1. een blijspel
comedia
noun
1. een licht hemellichaam van ijs, gas en stof, zich in een baan ver buiten die van de planeten bewegend, dat bij het naderen van de zon een wolk van gas en gruis in de vorm van een staart ontwikkelt
cometa
verb
1. bewegen van verder weg naar dichterbij
venir
llegar
pronoun
1. macrotaal die door 220 duizend mensen in Rusland gesproken wordt
Komi
adjective
1. lachlust opwekkend
cómico
noun
1. iemand die een publiek vermaakt door ze aan het lachen te brengen
cómico
noun
plant, zaden en specerij
comino
noun
bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
grano de comino
semilla de comino
pronoun
Internacional Comunista
/
kɔm.ˈkɔ.mər/
noun
1. Cucumis sativus, een langwerpige vrucht die men vooral rauw als salade eet
pepino
/
ˈkɔma/
noun
1. een leesteken dat een pauze aangeeft
coma
noun
1. instrument waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst
brújula
compás
noun
lechuga borde
lechuga escarola
lechuga romana
lechuga silvestre
lechuguilla
noun
1. een persoon die werkzaam is in de mijnbouw
minero
noun
1. bepaalde straalvinnige vis, Conger conger
congrio
pronoun
Estado Libre del Congo
/
kɔˈnɛɪn/, /
kɔˈnɛːn/
noun
1. zoogdier dat ook gedomesticeerd kan worden gehouden
conejo
coneja
/
ˈkonɪŋ/, /
ˈkoːnɪŋ/
noun
- 1. het mannelijk hoofd van een koninkrijk
- 2. speelkaart waarvan de waarde meestal tussen die van de vrouw en de aas ligt
rey
/
konɪˈŋɣɪn/, /
konɪˈŋɪn/, /
koʊnɪˈŋɪn/
noun
reina
noun
cannabina
eupatorio
eupatorio de los árabes
noun
1. een bewuste moord op een koning.
regicidio
/
ˈkonɪŋklək/
adjective
1. betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand
real
regio
/
ˈkonɪŋkˌrɛɪ̯k/, /
ˈkoːnɪŋkˌrɛɪ̯k/, /
ˈkoːnɪŋkˌrɛːk/
noun
1. staatsvorm met een koning aan het hoofd
reino
noun
1. de billen, het achterwerk
culo
trasero
/
koːɪ/
noun
- 3. stal
corral
- 1. een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
jaula
- 4. slaapplaats op een schip
litera
coy
noun
boek waaruit men leert koken
libro de cocina
libro de recetas
/
ˈkok.ɛɪ̯.lɑnd/, /
ˈkok.ɛɪ̯.lɑnt/, /
ˈkok.ɛː.lɑnt/
noun
1. een fornuis met toebehoren midden in de keuken
cocina independiente
noun
punto de ebullición
temperatura de ebullición
noun
aumento ebulloscópico
/
ˈkokʋɛkər/
noun
1. een apparaatje dat in de keuken gebruikt wordt om de tijd te meten
temporizador
minutero
noun
- 2. een zwarte brandstof die voornamelijk uit koolstof bestaat
carbón
- 1. een eetbare plant met veel ondersoorten uit de kruisbloemfamilie
col
repollo
berza
noun
1. reukloos gas dat ontstaat bij volledige verbranding van koolstof
anhídrido carbónico
dióxido de carbono
E290
noun
1. een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen
hidrato de carbono
glúcido
carbohidrato
/
ˈkol.stɔf/
noun
2. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
carbono
noun
dióxido de carbono
anhídrido carbónico
gas carbónico
óxido de carbono (iv)
noun
1. verbinding met moleculen van één atoom zuurstof en één atoom koolstof (CO)
monóxido de carbono
noun
1. bepaald soort vis met donker gekleurde mondholte en rug die voorkomt in het hoge noorden van de Atlantische Oceaan, Pollachius virens
carbonero
fogonero
/
kol'watərstɔf/
noun
1. een verbinding die uit koolstof en waterstof is opgebouwd
hidrocarburo
noun
aceite de canola
aceite de colza
/
'kolzyr/
noun
1. H₂CO₃
ácido carbónico
noun
1. een gas, bestaande uit een verbinding van koolstof en zuurstof (CO₂)
dióxido de carbono
/
kop/
noun
adquisición
compra
noun
1. iets wat men voordelig aanschaft
ganga
provecho inesperado
noun
1. de hoeveelheid goederen of diensten die gekocht kan worden met een bepaald geldbedrag
poder adquisitivo
poder de compra
noun
paridad de poder adquisitivo
noun
1.goederen die een koopman wilt verkopen
mercancía
noun
1. een groep mensen die samen zingen
coro
noun
1. streng van in elkaar gedraaide vezels
cordel
cuerda
noun
1. rechte tussen twee cirkelpunten
cuerda
noun
1. hek dat staat tussen het koor en het schip van een kerk
ambón
coro alto
tribuna
noun
1. (medisch) verhoging van de lichaamstemperatuur
fiebre
calentura
noun
1. hielbeentje van het paard
cuartilla
noun
1. beentje van vinger of teen
falange
noun
- 1. hoofd van een dier
- 2. hoofd van een mens
cabeza
- 9. zijde van een geldstuk met een afgebeeld hoofd
cara
- 1. porseleinen recipiënt met oor, om uit te drinken
taza
noun
1. iemand waarop iedereen zijn ergernis over een misstand afreageert
cabeza de turco
noun
bálsamo de copaiba
copal
verb
1. in ruil voor geld iets in bezit krijgen
comprar
noun
- 2. scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29
cobre
- 1. persoon die koopt
comprador
compradora
noun
1. het zich onrechtmatig toe-eigenen van koper of andere koperhoudende legeringen zoals brons of messing
robo de cobre
noun
1. een ambachtsman die platen koper of andere zachte metalen bewerkt. Dit bewerken omvat verschillende bewerkingen, zoals knippen, buigen, solderen en felsen
calderero
phraseologicalUnit
kopi luwak
noun
1. een afschrift of andere reproductie van een document of ander voorwerp
copia
noun
copiadora
fotocopiadora
máquina copiadora
máquina fotocopiadora
/
kopi<sup>j</sup>'ɪːrə(n)/
verb
- 1. een duplicaat maken van
copiar
- 2. imiteren
imitar
noun
1. kopje
taza
cubilete
tacita
/
ˈkɔplɑmp/
noun
1. een witte of gele lamp aan de voorzijde van een voertuig
faro
reflector
abbreviation
1. lijstaanvoerder van een sportcompetitie
líder
primer clasificado
noun
- 3. stelsel van twee gelijke en evenwijdige krachten...
par
par de fuerza
par de fuerzas
- 1-2
par
pareja
cinturón
noun
- 2. iemand die probeert twee mensen met elkaar in contact te brengen (met name voor een niet-huwelijkse relatie)
alcahuete
alcahueta
celestina
- 1. iemand die probeert mensen van verschillende groepen met elkaar in contact te brengen (met name voor een huwelijk)
casamentera
casamentero
noun
- 5. het koppelen
acoplamiento
- 1. een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
embrague
noun
modelo de negocios de cebo y anzuelo
noun
1. een werkwoord dat een eigenschap koppelt aan het onderwerp
cópula
verbo copulativo
/
ˈkɔpəx/, /
ˈkɔpəç/
adjective
1. vasthoudend aan eigen wil of inzicht
obstinado
terco
testarudo
tozudo
cabezota
cabezudo
adjective
angustioso
medroso
noun
1. ± combinatie van een glas bier en een glas sterke drank, al dan niet gemengd
submarino
noun
1. stel van twee kleine luidsprekers die men tegen of in de oren plaatst
cascos
auriculares
audifonos
casco auricular
adjective
1. betrekking hebbend op de kopten (een christelijk Egyptisch volk)
copto
noun
1. skelet van de koraalpoliep
coral
pronoun
1. (de tekst van) het heilig boek van de islam
Corán
/
ko'ran/
noun
1. exemplaar van de Koran
corán
noun
1. instelling die vooral onderricht geeft in het heilige boek van de moslims
escuela de Corán
madraza
adjective
1. vastbesloten, vastberaden
resuelto
noun
1. afzetting gemaakt van posten of personen om een gebied af te sluiten van de omgeving
cordón
/
koˈre.ja/
pronoun
1. een schiereiland in Oost-Azië
Corea
/
koreˈjaːns/
adjective
coreana
coreano
/
koreˈjaːns/
pronoun
1. taal die in Korea gesproken wordt
coreano
noun
1. een balsport waarbij een bal door een mand (korf) moet worden gegooid
korfbal
noun
1. en 2. (gedroogde) zaden van Coriandrum sativum
cilantro
culantro
/
korijɑndərblɑt/
noun
1. (gedroogd) blad van Coriandrum sativum
foglie di coriandolo
noun
1. gemalen gedroogde zaden van Coriandrum sativum
cilantro en polvo
/
korijɑndərzaːt/
noun
1. gedroogde zaden van Coriandrum sativum
semilla de cilantro
noun
1. rang van vaandrig bij de cavalerie en de artillerie bij de Koninklijke Landmacht
corneta
noun
1. geluid dat met een stethoscoop te horen is wanneer de extern aangelegde druk in de manchet van een bloeddrukmeter tussen de systolische en diastolische bloeddruk ligt
sonido de Korotkoff
noun
1. een rang in de hiërarchie net boven die van soldaat
cabo
noun
- 1. een enkele zaad van graan
grano
- 2. basisdeeltje waaruit een granulair, korrelig materiaal bestaat
gránulo
/
ˈkɔrəlˌhaɣəl/
noun
granizo menudo
granos de hielo
/
kɔrst/
noun
1. een harde buitenste laag om iets dat verder relatief zacht is
costra
corteza
adverb
- 2. van geringe lengte
- 1. van geringe duur
corto
breve
adjective
1. heel snel boos zijn
brusco
desabrido
noun
1. verlaging van een te betalen bedrag
rebaja
descuento
reducción
noun
estenografía
taquigrafía
/
ˈkɔrt.slœy.tɪŋ/
noun
1. het plaatsvinden van een gewenste of ongewenste weerstandloze verbinding in een stroomkring
cortocircuito
noun
1. het gehele tijd-ruimte continuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
cosmos
/
ˈkɔsɔˌvo/
pronoun
1. land op het Balkanschiereiland dat volgens Servië een provincie van Servië is, maar dat zichzelf als een onafhankelijke staat beschouwt
Kosovo
noun
2. voedsel, als onderdeel van het dagelijks bestaan
alimento
adjective
valioso
caro
preciso
verb
1. als te betalen prijs hebben
costar
valer
noun
análisis costo-beneficio
análisis de coste-beneficio
/
'kɔstənplats/
noun
centro de costos
noun
1. kerkelijke bediende, die met de zorg van het kerkgebouw, en het vlot verloop van de kerkdiensten belast is
sacristán
noun
- 2. (uitdrukking) tegen kostprijs
a precio de coste
al precio de coste
- 1. totaal van de uitgaven die een producent doet om een product te maken
precio de coste
precio de costo
noun
1. een school waar de leerlingen vijf dagen per week niet alleen les volgen, maar ook maar ook kost en inwoning krijgen
internado
instituto
/
kotəˈlɛt/
noun
1. een stuk vlees van een varken, kalf of lam
chuleta
verb
1. de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
provocar
/
kɑu̯/
noun
1. lage temperatuur
frío
/
kʌʊt/
adverb
1. niet warm, fris, kil, koel
frío
/
ˈkɑu̯də/
noun
1. het koud zijn
frío
adjective
prensado en frío
noun
1. de afsterving en ontbinding van een levend organisme
gangrena
adverb
1. harteloos, zonder warmte
fríamente
/
kaʊ̯s/, /
kɔʊ̯s/, /
kʌʊ̯s/
noun
- 2. een hulpmiddel om een brandstof in licht om te zetten, dat deel uitmaakt van een olie- of petroleumlamp
mecha
mechero
- 1. een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt
media
calcetín
noun
- 2. extreem lange peulvrucht
caupí
ejote chino largo
frijol de vaca
judia china larga
judía carilla
judía espárrago
- 1. elastische band om de kous op te houden
jarretera
liga
adjective
1. van een persoon dat hij het sneller dan de meeste andere mensen koud heeft...
friolero
noun
1. zoon van oom of tante
primo
/
krax/
noun
1. een kledingstuk rond de hals
cuello
collar
/
kraɪ̯/, /
kraːɪ̯/
noun
1.1 bepaald soort zwarte vogel, Corvus corone
corneja
chova
cuervo
noun
- 2. uitkijkplaats in de mast van een schip
gavia
- 1. nest van een kraai
nido de chova
/
ˈkrakben/
noun
1. een speciale vorm van bindweefsel met een elastisch karakter als gevolg van eigenschappen van de extracellulaire matrix
cartílago
ternilla
noun
puesto
barraca
tenderete
noun
clínica de maternidad
noun
4. werktuig om voorwerpen in de hoogte te verplaatsen
grúa
noun
1. bepaald soort grote vogel, Grus grus
grulla
noun
1. kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
cangrejo
noun
- 3. vluchtige schets
boceto
croquis
bosquejo
esbozo
- 4. ondertekening
firma
- 2. haal met pen of potlood
garabato
verb
3. zonder veel aandacht schrijven of tekenen
garabatear
verb
1. met de nagels bewerken
rascar
arañar
noun
1. (gereedschap) voorwerp om mee te krabben, onmisbaar voor schilders die oude verflagen willen verwijderen of mensen die jeuk op hun rug hebben.
rascador
raspador
noun
chorlito
cigüeñela cangrejera
noun
bancarrota
quiebra
quiebra financiera
noun
- 3. werkzaamheid
eficacia
propiedad
- 5. werknemer
empleado
persona
- 2. levenskracht
energía
fuerza
savia
vigor
- 1. vermogen om iets te verrichten
fuerza
adjective
1. beschikkend over veel kracht
fuerte
vigoroso
enérgico
potente
pronoun
1. na Warschau en Łódź de op twee na grootste stad van Polen
Cracovia
noun
1. baksel in de vorm van een acht
rosquilla seca
noun
1. galanterieën
atavíos
galas
noun
1. een toestand van onwillekeurige en aanhoudende samentrekking van een spier
calambre
espasmo
rampa
adjective
alienado
frenético
loco
noun
2. bijeenkomst van dames die met elkaar de stand van zaken bespreken
rosca
rosco
rosquilla
noun
1. klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
periódico
diario
/
'krɑntəpaˌpir/
noun
1. een soort papier zoals waarop de kranten gedrukt worden
papel de periódico
noun
1. houten of plastic doos met openingen in de zijkanten in een standaardformaat, vaak gebruikt voor opslag en het vervoer van flessen, fruit of andere waren
botellero
caja
/
kreˈdit/
noun
1. een lening
crédito
noun
tarjeta de crédito
carta de crédito
pronoun
2. teken van de dierenriem van 21 juni tot 23 juli
Cáncer
/
kreːft/
noun
1. zeekreeft, hommer
bogavante
noun
1. de hoogste breedtegraad van ca. 23,5 ° noorderbreedte waarboven de zon bij zonnestilstand in het zenit staat
trópico de Cáncer
noun
1. het – vaak al deels ontbonden – stoffelijk overschot van bepaalde dieren
cadáver
verb
- 2. benadelen
abusar
- 1. beledigen
insultar
ofender
noun
- 1. druif
pasa de Corinto
- 3. zitvlak
posaderas
- 2. gierigaard
tacaño
tacaña
roñoso
roñosa
pronoun
1. bij Griekenland behorend eiland in de Egeïsche Zee
Creta
verb
1. de vorming van kreukels op een voorheen glad oppervlak
arrugar
estrujar
verb
2. gekreukt raken
arrugar
/
krønə(n)/
verb
1. ongearticuleerde geluiden maken, vaak van pijn of ander leed
gemir
adjective
1. dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen
cojo
noun
1.laag stuikgewas waarbij de takken van de boompjes door elkaar heen groeien
mata
noun
- 2. onrustig, rusteloos gevoel (om te bewegen, reizen, e.d.)
impulso
- 1. ongemak dat jeuk e.d. veroorzaakt
picazón
picor
noun
cereza agria
cereza amarga
cereza silvestre
guinda
guinda garrafal
noun
- 2. een klein persoon
enana
- 1. een klein soort kip
gallina pigmea
verb
1. jeuken, kriebelen
escocer
picar
/
ˈkrɛɪ.ɣə(n)/
verb
1. verwerven, ontvangen
recibir
obtener
noun
1. iemand die zich toelegt op het voeren van oorlog, met name tussen stammen
guerrero
noun
1. een olifant die vroeger tijdens op het land uitgevochten oorlogen werd ingezet als strijddier
elefante de guerra
noun
- 2. vergadering van officieren
consejo de guerra
- 1. een raad die optreedt als rechtsorgaan in het krijgsrecht
corte marcial
verb
1. luidkeels schreeuwend een hoog geluid voortbrengen
chillar
gritar
vocear
noun
- 3. een periode die deel uitmaakt van het mesozoïcum
Cretácico
- 2. schrijfmateriaal uit dat materiaal vervaardigd
- 1. wit mineraal dat uit calciumcarbonaat bestaat
tiza
creta
/
krɛɪtə(n)/
verb
1. huilen
llorar
noun
Eufausiáceos
Euphausiacea
Krill
/
krɪm/
pronoun
een schiereiland aan de noordkust van de Zwarte Zee
Crimea
pronoun
1. een van de Turkse talen, gesproken door ongeveer een half miljoen mensen, oorspronkelijk van de Krim afkomstig, maar door een deportatie in 1944, nu vooral in Oezbekistan en Kirgizië, maar ook in Moldavië, Roemenië en Turkije gesproken
tártaro de Crimea
verb
1. kleiner in omvang worden
achicarse
encoger
noun
- 2. een gemeenschap van mensen
corro
peña
sociedad
tertulia
- 1. een ronde figuur zoals een cirkel
círculo
redondel
noun
1. een hoeveelheid ordelijk gerangschikte atomen of moleculen in vaste vorm
cristal
noun
detector de bigotes de gato
noun
1. kristalvorming
cristalización
verb
1. ordeningsproces
cristalizar
noun
radio a galena
radio de galena
noun
elk van de hoofdafdelingen waartoe men de grondvormen van de kristallen teruggebracht heeft
sistema cristalino
noun
azúcar granulado
azúcar cristalizado
adjective
1. op het scherp van de snede, met onzekere uitkomst, zeer ernstig
crítico
adjective
1. ernaar geneigd vraagtekens te plaatsen achter iets
crítico
/
kroˈwatis/, /
kroˈwaːtɪs/
adjective
croata
/
kroˈwatis/, /
kroˈwaːtɪs/
pronoun
1. een taal die vooral in Kroatië gesproken wordt
croata
idioma croata
/
kroˈwatsi.jə/, /
kroˈwaːsi.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa ten zuiden van Hongarije
Croacia
/
krux/
noun
1. publieke drinkgelegenheid
bar
taberna
noun
1. iemand die een kroeg bedrijft
tabernero
noun
keropok
snack de gamba
adjective
1. krullend
crespo
chino
rizado
/
ˈkrus.har/
noun
pelo chino
pelo crespo
pelo rizado
noun
1. bepaald soort vis met kort lichaam en hoge rug, Carassius carassius
carpín
verb
1. sterk krullen van haar
rizarse
noun
1. een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt
croqueta
/
krokoˈdɪl/
noun
1. een groot, in het water levend reptiel dat behoort tot de familie der Crocodylidae
cocodrilo
/
kroko'dɪlwɑxtər/
noun
1.
chorlito egipcio
corredor egipcio
pluvial
noun
1. irisachtige lentebloem
croco
adjective
1. niet recht
torcido
corvo
noun
1. een gebogen lijn
curva
verb
2. bochtig zijn
curvar
noun
doblegamiento
recodo
recoveco
verb
1. vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen
abarquillar
abarquillarse
verb
1. iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten
coronar
/
ˈkronɪŋ/
noun
ceremonie
coronación
consagración real
/
ˈkrɔŋkələ(n)/
verb
1. in veel bochten lopen of bewegen
culebrear
serpentear
noun
1. hoofddeksel dat door een vorst gedragen wordt
corona
noun
1. een metalen dopje voor het afsluiten van flessen
chapa
tapón corona
noun
1. en 2. (bladeren van) éénjarige plant Cichorium endiva var. latifolia
escarola lisa
noun
1. slaplant waarvan de bladeren een vaste krop vormen
lechuga acogollada
lechuga de cogollo
noun
1. oude, slechte, kapotte armoedige woning
chabola
/
krœʏ̯t/, /
krœːd/, /
krœːt/
noun
hierba
verb
1. specerij bij een gerecht doen
sazonar
condimentar
aliñar
noun
- 1. winkelier in levensmiddelen
abacero
abacera
tendero
- 2. winkel met levensmiddelen
abacería
tienda de comestibles
noun
queso a las finas hierbas
queso con hierbas
noun
mimosa púdica
mimosa sensitiva
noun
1. specerij van de kruidnagelboom
clavo
clavo de olor
clavo de especia
clavo aromático
clavo de especias
pimienta de olor
/
krœyjər/
noun
1. iemand die bagage vervoert op o.a. stations en vliegvelden
mozo de equipajes
/
ˈkrœy.məl/
noun
miga
migaja
noun
criminal de poca monta
/
'krʌʏ.pə(n)/
verb
arrastrarse
reptar
noun
2. bepaald soort wilde eenjarige of vaste plant, Hordeum murinum
cebadilla ratonera
espiguilla
hierba cebaera
noun
- 1. geometrisch figuur
- 4. symbool
cruz
noun
1. overgevoeligheid uitgelokt door een bestaande overgevoeligheid
alergia cruzada
reactividad cruzada
noun
1. een beeld waarop Christus aan het kruis te zien is
crucifijo
noun
1. Ribes uva-crispa
grosella espinosa
noun
Cruzada
hierba de miel
noun
- 2. schiettuig
ballesta
- 1. bouwkunde
ojiva
verb
- 4. aan een kruis slaan, kruisigen
crucificar
- 3. zich verplaatsen met gewone snelheid
cruzar
/
ˈkrœʏsər/
noun
- 1. een oorlogsschip dat hoge snelheden kan halen
- 2. een type jacht
crucero
noun
1. een door een blok hout verschuifbare liniaal, die is voorzien van een ijzeren punt
gramil
verb
1. een vorm van executeren: aan het kruis hangen tot de dood erop volgt
crucificar
noun
1. besmetting opgelopen binnen het ziekenhuis
infección cruzada
noun
hierba cana
hierba de las quemaduras
lechocino
lechozino
senecio
toribo
noun
1. een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen
cruce
intersección
noun
1. gekruiste weerstand, resistent worden van bacteriestam voor antibioticum, verwant aan antibioticum waarmee bacteriestam wordt behandeld
resistencia cruzada
noun
1. kruissleutel
llave de cruceta
noun
1. een door een metalen blok verschuifbare liniaal, die is voorzien van een ijzeren punt
gramil
noun
- 1. ondernemingen van de westerse christenen tussen 1095 en 1271 in Palestina
Cruzada
cruzada
- 2. overdreven actie om een bepaald doel te bereiken
cruzada
noun
1. kruiswoordpuzzel
crucigrama
palabras cruzadas
noun
1. een ontplofbaar mengsel...
pólvora
noun
1. een eenwielige kar met twee lange handgrepen voor het transport van zware, meestal losse lading
carretilla
noun
hierba buena
menta
menta romana
menta verde
yerbabuena
noun
- 2. hulpmiddel bij het lopen
muleta
- 1. simpel zitmeubel zonder leuningen
taburete
banquillo
noun
1. een element in de vorm van een kruis met zijbalken aan ieder eind
cruz potenzada
noun
2. lok haar die de vorm van [1] aanneemt
bucle
noun
1. en 2. (bladeren van) éénjarige plant Cichorium endiva
escarola rizada
/
ˈkrʏɫsla/
noun
1. slaplant met gekrulde bladeren
lechuga rizada
/
ˈkrʏl.spɛlt/
noun
1. hulpmiddel waarom je een haarlok kunt wikkelen om krullen te maken in stijlhaar
rulo
rulero
noun
1. scheikundig element met symbool Kr en atoomnummer 36
criptón
kriptón
/
kup/
noun
1. Zweeds buitenspel
kubb
noun
1. dat getal dat driemaal met zichzelf vermenigvuldigd een bepaald getal oplevert
raíz cúbica
noun
1. 20-eeuwse stroming binnen de beeldende kunst waarin de werkelijkheid op een sterk vereenvoudigde manier wordt weergegeven
cubismo
noun
1. een regelmatig zesvlakkig lichaam, begrensd door zes gelijke vierkanten
cubo
hexaedro
verb
1. kort en zacht hoesten
toser
carraspear
/
'kɵdə/
noun
een kudde schapen
rebaño
noun
1. een dier als lid van een kudde
animal gregario
noun
- 3. opstaand verenkleed op de kop van een vogel
airón
copete
moño
penacho
- 1. opstaande haarlok op het hoofd
copete
moño
noun
1. bepaald soort vrij kleine watervogel, Podiceps auritus
zampullín cuellirrojo
noun
ajipuerco
cebollón
hierba religiosa
jacinto de penacho
jacinto uval
matacandiles
/
ˈkœʏ̯kə(n)/, /
ˈkœːkə(n)/
noun
donzig jong vogeltje
polluelo
pollo
noun
1. uitholling, holte, diepte
hoyo
hueco
noun
1. wijd, houten, metalen of plastic vat
artesa
caldera
cuba
pila
tina
/
ˈkœʏ.sə(n)/
verb
2. verwijderen van aanstootgevend materiaal
expurgar
noun
castidad
integridad
pudor
virtud
- 1. helderheid
limpieza
noun
- 2. visseneitjes
huevas
- 1. deel van het been
pantorrilla
noun
1. het achterste van beide botten in het onderbeen van de mens
fíbula
peroné
/
kykələky/
interjection
1. het geluid van een haan
quiquiriquí
noun
alcarabea
alcarahueya
alcaravea
carvi
carvia
comino de prado
noun
1. en 2. (citrusvrucht van) plant Citrus japonica
kumquat
cumquat
/
ˈkʏndə/
noun
2. bekwaamheid in een vak, wetenschap of in algemene zin
conocimiento
/
'kɵndəx/
adjective
1. in staat vaardigheden toe te passen
capaz
hábil
experto
perito
versado
/
ˈkʏnə/, /
ˡkʏnə/
noun
1. geslacht, sekse
sexo
verb
1. in staat zijn om, het vermogen hebben om
poder
saber
noun
1. toepassing van opvallende vaardigheid en verbeelding om iets moois of betekenisvols te scheppen
arte
noun
1. iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken
artista
noun
pista de hielo artificial
adjective
1. door menselijk, moedwillig ingrijpen tot stand gekomen
artificial
noun
1. een combinatie van chemische stoffen die aan de aarde wordt toegevoegd ter bemesting daarvan
abono
noun
1. schaats speciaal gemaakt voor het kunstschaatsen
patin para figuras
noun
1. sport waarbij individuelen, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken, die vaak met muziek wordt uitgevoerd
patinaje artístico sobre hielo
noun
1. een schilderes van kunstwerken
pintora
noun
1. een materiaal dat langs chemische weg vervaardigd is, veelal een polymeer
materia plástica
material sintético
/
ˈkʏns.tal/, /
ˈkʏns.taɫ/
noun
1. een artificiële of geconstrueerde taal is een taal waarvan de structuur, vocabulair en grammatica speciaal ontworpen is door een individu of een kleine groep, inplaats van op een natuurlijke wijze geëvolueerd in een cultuur
lengua construida
conlang
ideolengua
idioma artificial
lengua planificada
/
kʌnstwɛrk/
noun
1. resultaat van een inspanning om iets te maken dat bijzonder mooi of indringend is
obra de arte
/
kʏrk/
noun
- 1. afdichting voor flessen, gemaakt uit de veerkrachtige schors van een bepaalde boomsoort, Quercus suber
corcho
tapón de corcho
- 1. licht, poreus materiaal, afkomstig van de kurkeik
corcho
/
kʏr.kɛi̯k/, /
kʏr.kɛːk/, /
kʏrk.ʔɛi̯k/
noun
1. Quercus suber; een boom uit de napjesdragersfamilie
alcornoque
noun
1. een werktuig om flessen te ontkurken
sacacorchos
sacatapón
noun
1. kurkentrekkerregel
regla de la mano derecha
noun
plant en specerij
cúrcuma
palillo
yuquilla
azafrán indio
azafrán árabe
turmeric
noun
1. het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
beso
noun
1. een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het (slaap)comfort van de gebruiker te verbeteren
almohada
cojín
verb
1. een kus geven
besar
noun
1.
pelea de almohadones
pelea de cojines
noun
1. een stoffen omhulsel voor een kussen
funda de almohada
/
'kɵst/
noun
1. de waterkant langs de zee
costa
noun
1. grens tussen land en zee, wijze waarop de kust gevormd is
costa
noun
1. een vrij klein schip bedoeld voor de zeevaart in de kustwateren
buque de cabotaje
noun
1. een vrij klein handelsschip bedoeld voor de zeevaart in de kustwateren
barco de cabotaje
buque costero
buque de cabotaje
/
kɵt/
noun
vrouwelijk schaamdeel
coño
concha
conejo
/
ˈkɵtwɛɪf/
noun
1.
hijaputa
noun
- 2. vreemd gedrag, bijzondere karaktertrek
capricho
- 1. een behandeling ter genezing van een ziekte of een ongezonde situatie (zoals een verslaving)
cura
noun
1. een oord met geneeskrachtige baden
balneario
adjective
- 1. schade aanrichtend
maligno
dañoso
nocivo
perjudicial
pernicioso
- 2. met een slecht karakter
maligno
malicioso
malvado
malévolo
/
kʋɑp/
noun
2. een gedeelte van lever, longen of hersenen
lóbulo
noun
1. langwerpige, op de bodem levende zoetwatervis, Lota lota
lota
doncella
/
kwɑ'drat/
noun
- 2. vierkant
cuadrado
cuadrado
cuadrado algebraico
noun
1. een jongen die dingen doet die men niet goedkeurt, maar die men toch aardig vindt
galopín
golfo
/
kʋɑk/
noun
2. bepaalde reigersoort, Nycticorax nycticorax
garza bruja
gauda
guaco
huairavo
martinete común
verb
1. witter
croar
graznar
parpar
/
ˈkʋɑkˌsɑlvər/
noun
1. iemand die bedrieglijk minderwaardige geneeskunde uitoefent
charlatán
medicastro
noun
charlatanismo
curanderismo
/
kʋɑl/
noun
1. vrijzwemmend, voornamelijk in zee levend ongewerveld dier met een geleiachtig lichaam in de vorm van een klok of paraplu
medusa
aguamala
aguamar
noun
calificación
cualificación
verb
1. voldoen aan de voorwaarden om ergens aan mee te kunnen doen
calificar
cualificar
noun
- 2. eigenschap
calidad
- 1. een peil van uitmuntendheid
cualidad
noun
cuantificación
cuantización
noun
1. de kleinste natuurlijke eenheid die in onze kosmos voorkomt
cuanto
noun
cromodinámica cuántica
quantum chromodynamics
noun
vorm van onkraakbare beveiliging voor elektronische communicatie
criptografía cuántica
noun
een theorie die een integratie is van de relativistische versie van de Wetten van Maxwell met de theorie van de kwantummechanica
electrodinámica cuántica
noun
getal dat in de kwantummechanica wordt gebruikt voor het beschrijven van de eigenschappen van bepaalde deeltjes
número cuántico
noun
een theorie die kwantummechanica en relativiteitstheorie met elkaar zou moeten verenigen
gravedad cuántica
noun
1. studie en beschrijving van het gedrag van de kleinste deeltjes
mecánica cuántica
noun
een discipline van de natuurkunde die de kwantumeffecten die bij licht optreden bestudeert en gebruikt
óptica cuántica
noun
fysisch potentiaalproces, dat een vlak potentiaalverloop vertoont omringt met heel hoge wanden
pozo cuántico
noun
een theoretisch kader voor de constructie van kwantummechanische modellen van veld-achtige systemen of, equivalent, veeldeeltjessystemen
teoría cuántica de campos
noun
entrelazamiento cuántico
/
kʋɑrk/
noun
cuajada
cuajo
quark
queso quark
requesón
noun
1. een vierde deel
cuarto
noun
een kwart van een kalenderjaar
trimestre
noun
1. Coturnix coturnix, vederwild en hoendervogel
codorniz
noun
1. een groep van vier muzikanten
cuarteto
noun
- 1. kwart uur
cuarto
cuarto de hora
- 2. kwartier als maanfase
cuarto
fase
noun
2. militair, één graad hoger dan 1e matroos
cabo
noun
een vorm van siliciumdioxide
cuarzo
noun
escala de cuartos de tono
noun
escala de cuartos de tono
/
kʋɑst/
noun
2. Schilderswerktuig
pincel
noun
1. boom...
gamboa
membrillo
noun
1. bepaalde grassoort, Elytrigia repens
grama
grama de las boticas
grama francesa
/
'kʋekə(n)/
verb
1. dieren of planten verzorgen en hun voortplanting mogelijk maken
cultivar
verb
1. pijn of ergernis bezorgen
atormentar
aquejar
atenazar
molestar
noun
1. datgene wat iemand groot ongemak en ellende bezorgt
vejación
tormento
noun
1. zaak, geschil, probleem
cuestión
problema
adjective
1. weinig beschermd tegen beschadiging
vulnerable
verb
- 2. beledigen, schofferen
herir
desairar
zaherir
- 1. beschadigen, schaden
herir
lesionar
noun
2. overdreven vroom persoon
beatona
beatón
santurrona
santurrón
verb
1. een vloed van speeksel onwillekeurig uit de mond laten lopen
babear
verb
1.
languidecer
marchitarse
mustiarse
/
kʋɛɪtə(n)/
verb
1. een belofte inlossen of aan een verplichting voldoen
cumplir
desempeñar
/
ˈkʋɛːtrakə(n)/
verb
2. niet meer weten waar iets is
perder
noun
1. een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met symbool Hg en atoomnummer 80
mercurio
noun
lámpara de mercurio
lámpara de vapor de mercurio
noun
lámpara de mercurio
lámpara de vapor de mercurio
noun
1. benaming voor vogels uit de geslachten Motacilla en Dendronanthus
lavandera
aguzanieves
andaríos
noun
1. een metaal dat vloeibaar is bij kamertemperatuur
mercurio
argento vivo
noun
1.
ocurrencia
agudeza
chiste
verb
1. druk met de staart zwaaien.
colear
menear
agitar
verb
1. met de staart heen en weer bewegen als teken van vrolijkheid
colear
menear
/
ˈkʋɪstəx/, /
ˈkβ̞istəç/
adjective
- 2. royaal gevend
generoso
pródigo
- 1. op lichtzinnige wijze verbruikend
pródigo
fastuoso
noun
recibo
acuse de recibo
talón
pronoun
1. de hoofdstad van Oekraïne
Kiev
pronoun
- 1. hoofdstad van Bolivia
- 2. Boliviaans departement gelegen in het westen van het land
La Paz
/
lax/
adjective
- 2. niet vergevorderd zijn in een rangorde of volgorde
- 3. geluid met een klein aantal trillingen per tijdseenheid
- 4. met een beperkt aanzien
bajo
- 1. niet ver boven iets anders zijn
bajo
baja
- 5. gemeen
infame
malo
rastrero
vil
/
lax/
noun
1. iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
capa
tongada
estrato
noun
baja tensión
baja tensión eléctrica
noun
bajamar
marea baja
reflujo
noun
1. toestand van volkomen eb
marea baja
adjective
censurable
reprobable
vituperable
noun
1. weg die aan beide kanten wordt geflankeerd door bomen
avenida
noun
1. een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt
bota
adjective
1. overtreffende trap van laat
último
postrero
adverb
1. onlangs
últimamente
indefiniteOrdinalNumeral
postrero
último
noun
1. laatste kwartier
cuarto menguante
/
lɑp/
noun
1. een ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
laboratorio
noun
1. met de lippen gevormde medeklinker, lipklank
labial
consonante labial
/
lɑ'bil/
adjective
1. onstandvastig, wankelbaar
inestable
noun
1. medeklinker, gevormd met onderlip en boventanden
labiodental
consonante labiodental
noun
1. ruimte voor wetenschappelijk onderzoek
laboratorio
noun
1. een stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
laberinto
/
lɑx/, /
lɑχ/
noun
1. een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak...
risa
verb
1. zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden
reír
noun
1. vluchtige verbinding, N₂O
gas hilarante
óxido de nitrógeno
noun
is een suiker die o.a. in melk voorkomt
lactosa
azúcar de leche
noun
het niet kunnen verdragen van melksuiker
intolerancia a la lactosa
noun
1. iets dat ontbreekt
laguna
noun
1. houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen
escalera
escalera de mano
noun
1. uitschuifbare bergplaats
cajón
/
ˈlaːdə(n)/
verb
- 1. van een lading voorzien
- 2. van elektriciteit voorzien
cargar
noun
- 3. opeengehoopte elektriciteit
carga eléctrica
- 1. goederen die vervoerd worden
carga
cargamento
noun
densidad de carga eléctrica
pronoun
1. Romaanse taal gesproken door 35 duizend mensen in Italië en de Verenigde Staten
ladino
idioma ladino
pronoun
1. op het Castiliaans gebaseerde taal van nakomelingen van Sefardische joden
Ladino
noun
1. beschadiging van het weefsel in een organisme
lesión
/
lɑf/
adjective
- 1. een gebrek aan moed tonend
cobarde
pusilánime
- 2. onaangenaam smakeloos
soso
/
ˈlɑfart/
noun
1. iemand die door zijn angst wegvlucht uit gevaarlijke situaties.
cobarde
/
ˈlɑfɦɛit/
noun
1. de neiging keuzes te maken die van weinig moed getuigen
cobardía
noun
1. een gebied waar relatief een lagere druk heerst dan elders, term uit de meteorologie
zona de bajas presiones
/
ˈlaːɣər/, /
ˈlaːχər/
adjective
1. een constructie die er ...
cojinete
rodamiento
noun
Cámara de los Comunes
Cámara baja
noun
1. ondiep meer
laguna
albufera
lago de atolón
pronoun
1. stad in Pakistan
Lahore
noun
1. stof die een dunne beschermlaag vormt nadat ze opgelost in een vluchtig oplosmiddel...
laca
/
ˈlakə(n)/
noun
2. een rechthoekig stuk stof dat ter bedekking dient, m.n. bij het slapen
sábana
/
ˈlakə(n)/
verb
1. iemand iets verwijten
censurar
desaprobar
reprender
reprobar
/
ˈlɑk.mus.ˌpruf/
noun
prueba de tornasol
adjective
1. niet in staat om te bewegen
cojo
noun
1. jong van het schaap
cordero
noun
1. soort Zuid-Amerikaans eeltpotig zoogdier Lama glama
llama
noun
1. in het water levende zoogdieren uit het geslacht Trichechus
manatí
vaca marina
/
lɑmp/
noun
1. een voorwerp gemaakt om licht te geven
lámpara
noun
1. kap over een lamp om het licht af te schermen
pantalla de lámpara
pantalla
noun
1. een kan met waswater, vaak samen met een ondiepe teil, de waskom, bedoeld om zich in de morgen...
aguamanil
noun
farolillo
linterna de papel
noun
1. het schijnsel voortgebracht door een lamp
luz de lámpara
noun
1. benaming voor vissen uit de familie Petromyzontidae
lamprea
noun
1. plant met paarse bloemen die op de kwelders voorkomt, Limonium vulgare
acelga salada
estrella de arroyos
tripolio
áster
áster marítimo
noun
1. vlees van een lam
carne de cordero
cordero
noun
1. een dubbelsnedig operatiemes
lanceta
noun
- 4. niet verstedelijkt gebied
campo
país
- 5. het eigen land, het land waar men geboren is
patria
- 3. een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen
país
tierra
- 1. gedeelte van het aardoppervlak dat boven water uitsteekt
- 2. dat deel van de aardbodem dat geschikt is voor bebouwing...
tierra
/
ˈlɑntbɑuw/
noun
1. het cultiveren van land voor de voortbrengst van voedsel en andere nuttige producten
agricultura
/
lɑntbɑuwər/
noun
1. iemand die met landbouw of/en veeteelt zijn geld verdient
agricultor
campesino
labrador
noun
1. een dier dat op het land leeft
animal terrestre
verb
1. vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten
aterrizar
aterrar
noun
1. iemand uit hetzelfde land
compatriota
noun
- 2. vlucht van vliegtuigen...
aterrizaje
toma de tierra
- 1. vanaf een schip
desembarco
desembarque
noun
1. vlakke, brede strook land op een vliegveld waarvan vliegtuigen gebruik kunnen maken bij het landen en het opstijgen
pista de aterrizaje
pista de despegue
noun
1.klimaat dat niet wordt beïnvloed door een zee of oceaan, onder meer gekenmerkt door grote temperatuurverschillen...
clima continental
noun
1. landmeetkunde
agrimensura
noun
1. schildpad uit de familie Testudinidae
tortuga de tierra
noun
1. smalle strook land die zich in zee of meer uitstrekt
cabo
lengua de tierra
adjective
- 2. van grote lengte
alto
largo
- 1. van grote duur
largo
adjective
1.een lange tijd durend
prolongado
largo
noun
1. een vrouwelijke atleet die zich specialiseert in het lopen van afstanden boven 1500 meter
corredora de fondo
noun
1. mannelijke atleet die zich specialiseert in het lopen van afstanden boven 1500 meter
corredor de fondo
noun
1. een manier van voortbewegen op latten door de sneeuw
esquí de fondo
esquí nórdico
noun
1. benaming voor kleine Noorse kreeft
langostino
noun
1. benaming voor muggen met opvallend lange broze poten, die de familie Tipulidae vormen
típula
zancudo
segador
verb
2. voorbijgaan
pasar
pasar de largo
sobrepasar
/
lɑŋskomə(n)/
verb
- 1. voorbijgaan
pasar por
- 2. langsgaan, op bezoek komen
pasar
pasarse
abbreviation
1. grammofoonplaat met een doorsnede van 30 cm...
disco de larga duración
disco lp
adjective
1. in de lengterichting van het schip
de popa a proa
longitudinal
/
lɑŋ.ʋɛr.pəx/
adjective
1. lang en smal van vorm
oblongo
prolongado
/
ˈlɑŋzam/
adjective
1. met weinig snelheid
lento
/
ˈlɑŋzam/
adverb
despacio
lentamente
con lentitud
adjective
1. blijk gevend van bereidheid om de voorkeur van anderen te volgen
tolerante
noun
gezuiverd vet van schapenwol
E913
Wollwachs
lanolin
lanolina
noun
1. een lang steekwapen met een metalen punt
lanza
noun
cuatronarices
jaracacá amarilla
jergón
macagua
mapanare
noun
1. constructie van glas en metaal of hout, zodat wind en regen geen vat op een brandende lichtbron hebben
farol
linterna
/
lɑntarn̩pal/
noun
1. een paal met een lichtbron
farola
noun
1. Chemisch element
lantano
noun
1. Chemisch element
lantano
/
ˈla.ɔs/
pronoun
1. een land in Azië grenzend aan Myanmar, China, Vietnam, Cambodja en Thailand
Laos
adjective
laosiana
laosiano
pronoun
1. een taal die in Laos gesproken wordt
lao
laosiano
noun
1. een stuk van iets
trapo
parche
noun
1. kat waarvan de pels oogt als een lappendeken
gato abigarrado
noun
1. kleine draagbare computer
ordenador portátil
computadora portátil
noun
1. jeugdstadium van de meeste insecten en veel amfibieën
larva
noun
1. metalen instrument met een handvat en spatel om de larynx ...
laringoscopio
noun
1. Bovenste deel van de luchtpijp
laringe
/
lɑs/
noun
1. voeg
soldadura
noun
1. een bril die de ogen bij laswerk tegen ultraviolette straling beschermt
gafas de soldadura
noun
1. lichtbron die uiterst intense lichtstraal van één kleur uitzendt
láser
noun
1. een masker dat de ogen bij laswerk tegen ultraviolette straling beschermt
máscara de soldadura
verb
1. door plaatselijke sterke verhitting van de voeg twee metalen voorwerpen met elkaar verbinden
soldar
sangrar
noun
1. iemand die stukken metaal op een naad door sterke plaatselijke verhitting verbindt
soldador
noun
1. een gedomesticeerd dier dat men gebruikt om vracht te vervoeren
bestia de carga
animal de carga
noun
1. onterechte beweringen die iemand in een kwaad daglicht stellen
calumnia
difamación
maledicencia
noun
2. gever van een lastgeving
mandante
noun
1. opdrachtovereenkomst met verplichting tot handelen in eigen of andermans naam
mandato
/
ˈlɑs.təx.fɑ.lə(n)/, /
ˈlɑs.təχ.fɑ.lə(n)/, /
ˈlɑs.tɪɣ.vɑ.lə(n)/
verb
2. op vervelende wijze iemands aandacht trekken door na te roepen, dreigende of obscene gebaren te maken e.d.
acosar
verb
- 3. niet doen
- 4. niets veranderen
- 5. vertrekken
- 6. aansporing
- 1. veroorzaken
dejar
adjective
1. sluimerend
latente
/
ˈlaː.tər/
adjective
posterior
/
ˈlaː.tər/
adverb
más tarde
posteriormente
adjective
1. aan de zijkant (buitenkant)
lateral
pronoun
1. taal van de Romeinen in de oudheid, die later in gebruik bleef in religie en wetenschap
latín
noun
2. (gedroogde) bladeren van Laurus nobilis
hoja de laurel
laurel
noun
1. CH₃(CH₂)10COOH
ácido láurico
/
laʊ̯/, /
lʌʊ̯/, /
lʌː/
adjective
1. een temperatuuraanduiding die tussen warm en koud ligt
tibio
noun
1. meubel of plaats in een gebouw met voorzieningen om zich te wassen
lavabo
noun
1. koepelvormige structuur die ontstaat als lava die rijk is aan silica naar buiten treedt uit de barsten en spleten van een groeiende kussenachtige structuur
domo de lava
noun
1. bepaald kruid, Levisticum officinale, dat zowel in de keuken als in de geneeskunde gebruikt wordt
apio de monte
alheña
ligústico
noun
enema
lavado
lavativa
clisma
noun
1. Lavandula, een struik uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae
espliego
lavanda
cantueso
verb
1-2 bij tegenwind zigzagsgewijs opzeilen
bordear
barloventear
navegar de bolina
/
la'ʋaj/
noun
1. luid en storend geluid
ruido
/
la'ʋinə/
noun
1. een sneeuwverschuiving op een berghelling
alud
avalancha
noun
1. Chemisch element
laurencio
lawrencio
/
lɑksɑ'tif/
adjective
1. de stoelgang bevorderend
laxativo
noun
1. een stof die de stoelgang bevordert
laxante
noun
1. een grote mobiele medische (militaire) installatie die tijdelijk de taken van een ziekenhuis kan overnemen
lazareto
noun
2. enzym uit de lebmaag
cuajo
noun
1. de vierde maag van een herkauwer, zoals een rund
cuajar
noun
1. dialect dat in Lecce wordt gesproken
lecés
noun
1.verwijst naar alles wat gelezen kan worden
lectura
/
lɛt/
noun
1. elektronische lichtbron in de vorm van een diode die licht uitstraalt
diodo emisor de luz
/
ˈledəmat/
noun
1. een aan de romp aanhangend onderdeel van het lichaam dat door spieren bewogen kan worden...
miembro
extremidad
noun
1. lijst van leden, m.n. van een vereniging
lista de socios
noun
1. huidlaag die onmiddellijk onder de opperhuid ligt
dermis
verb
1. de inhoud volledig verwijderen
vaciar
/
let/
noun
1. verdriet en pijn
sufrimiento
noun
1. het genoegen scheppen in het leed van een ander
regodeo
alegría por el mal ajeno
noun
espacio vital
espacio habitacional
noun
1. de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren
edad
noun
1. de ongelijkheid van de leeftijd; onderscheid in leeftijd
diferencia de edad
noun
1. middelen tot levensonderhoud, proviand
vitualla
/
lex/
adjective
1. zonder inhoud
vacío
verb
1. geleidelijk zijn inhoud verliezen
desinflarse
/
lek/
noun
2. iemand die niet tot de geestelijke stand behoort, gewone gelovige
laico
/
lem/, /
leɪm/
noun
1. kleihoudende grondsoort
suelo franco
/
len/
noun
1. leengoed; vastgoed dat door de heer aan zijn vazal ten gebruike werd afgestaan
feudo
noun
1. staatsvorm
feudalismo
/
ˈlenvərˌtalɪŋ/
noun
1. woord dat aan een vreemde taal is ontleend in letterlijke vertaling en analoge constructie
calco
/
ˈlenʋɔːrt/
noun
1. een woord dat door een taal aan een andere taal ontleend is
préstamo
préstamo lingüístico
noun
- 1. stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid
cuero
- 2. theorie, doctrine
doctrina
noun
1. een boek bedoeld om er iets uit te leren
libro de texto
noun
1. iemand die lesgeeft
docente
noun
1. iemand die onderwijs volgt
alumno
pupilo
aprendiz
estudiante
noun
alumna
aprendiza
novicia
noun
1. de verzameling van alle leermaterialen die een lerende dient te bestuderen
materia de la enseñanza
noun
2. rubberen opzetstuk tussen pijpstukken
junta de estanqueidad
noun
1. een boek met teksten, meestal om kinderen te leren lezen
libro de lectura
noun
1. conventioneel symbool in interpunctie
signo de puntuación
noun
1. een tekst om het lezen te oefenen
lectura
texto
pronoun
2. teken van de dierenriem van 23 juli tot 23 augustus
Leo
noun
1. Panthera leo een groot katachtig roofdier met lange manen
león
noun
parte del león
tajada del león
noun
1. vrouwtje van de leeuw
leona
adjective
branie, moed
agallas
adjective
1. wettig, rechtmatig
legal
noun
- 1-2. Romeinse officier of pauselijk gezant
legado
legado papal
- 1. testamentaire beschikking
legado
verb
1. de wet zodanig aanpassen dat iets niet langer een vergrijp is
legalizar
/
ˈleːɣər/, /
ˈleːχər/
noun
- 1. een militaire strijdmacht
ejército
- 2. een ondiep kuiltje in het veld
madriguera
/
lə'ɣɪːrən/
verb
1. verschillende metalen tot een verbinding samensmelten
alear
noun
1. Metaalverbinding van twee of meer elementen
aleación
liga
noun
1. tenten en/of gebouwen waarin een leger is ondergebracht
campamento
/
ˈlɛɣə(n)/, /
ˈlɛχə(n)/
verb
1. doen liggen
poner
colocar
/
ˌleɣyˈwan/
noun
1. hagedis
iguana
garrobo
noun
2. schrijflei
pizarrón
noun
2. band waaraan een kind leert lopen
andadores
verb
- 2. iets tot gevolg hebben
abocar
- 1. een leidinggevende functie hebben
llevar
conducir
guiar
/
ˈlɛɪ̯dər/, /
ˈlɛːdər/
noun
1. iemand die leidt of bestuurt
líder
director
dirigente
jefe
noun
- 3. een buis, pijp of slang die een vloeistof...
cañería
tubería
- 1. het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen
dirección
gerencia
noun
agua corriente
agua de cañeria
agua de grifo
agua de tubo
noun
3. iemand die je vertelt welke weg je moet gaan
adalid
guía
mentor
noun
directora
dirigente
guía
jefa
noun
sensible
nota sensible
noun
1. blauwgrijs gesteente
pizarra
adjective
1. vloeistof of gas doorlatend
pinchado
noun
1. opening waardoor een vloeistof of een gas in of uit kan
fuga
verb
1. vloeistof laten ontsnappen
gotear
salirse
escaparse
hacer agua
adjective
1. aangenaam van smaak
rico
sabroso
rica
/
ˌlɛ.kər.ˈnɛi/
noun
golosina
/
le.li.tʲə.vɑn.da.ləⁿ/
noun
1. bepaald soort kleine tot 30 centimeter hoge vaste plant, Convallaria majalis
muguete
/
ˈleːlək/
adjective
1. onprettig om naar te kijken, niet mooi
feo
noun
- 2. een woordenboekartikel
- 1. het eerste woord van een artikel in een woordenboek of encyclopedie
artículo
- 3. een hulpstelling waarvan de juistheid in afwachting van nader bewijs wordt aangenomen
lema
noun
lima
lima Tahití
lima agria
lima mexicana
lima persa
limón agrio
noun
1. een knaagdier dat vooral in het hoge noorden op de toendra's voorkomt
léming
noun
1. laagste deel van de rug voor het kruis
lomo
cintura
verb
1. iets wat eigendom is van een ander tijdelijk gebruiken, al dan niet in ruil voor een kleine vergoeding
dejar
noun
- 2. uitlener, leninggever
prestador
- 1. ontlener, leningnemer
prestatario
noun
1. kabeljauwachtige zoutwatervis, Molva molva
maruca
/
ˈlɛŋktə/
noun
- 1. afmeting van een voorwerp
- 1. op welke meridiaan een plaats ligt
longitud
/
'le.nɪx/
adjective
1. met soepele ledematen
flexible
noun
- 1. een geslepen stuk transparant materiaal dat lichtstralen breekt
lente
- 3. een zeer kleine glazen of kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
lente de contacto
- 2. een stelsel van lenzen of lensdelen dat op een camera zit zodat er een scherp beeld op de film of CCD wordt geprojecteerd
objetivo
noun
1. lentedag
día de primavera
pronoun
. spelwoord voor de letter l
Lima
Llave
/
ˈlepəɫ/
noun
1. een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
cuchara
noun
1. een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
espátula
noun
2. benaming voor kruisbloemige planten van het geslacht Cochlearia
coclearia
cuchareta
noun
1. bepaald soort vis met lepelvormig verbrede bek die 2 meter lang kan worden en meer dan 80 kilogram kan wegen, Polyodon spathula
pez espátula
pez espátula del Mississippi
noun
1. inrichting voor mensen die aan lepra lijden
leprosería
adjective
1. met een smal gelaat en een smalle lichaamsbouw
leptosómico
/
ˈleːraˑr/
noun
1. iemand die lesgeeft
profesor
/
ˈleːrə/, /
ˈlɪːrə/
verb
1. kennis of vaardigheid verwerven
aprender
/
lɛs/
noun
1. onderricht gedurende een korte tijd
lección
noun
1. eld wat je moet betalen voor onderwijs
matrícula
/
le.'sɔ.to/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel het Koninkrijk Lesotho
Lesoto
/
ˈlɛsə(n)/
verb
1. met vocht de dorst beëindigen
saciar
noun
1. een standaard om bladmuziek op te plaatsen
pupitre
/
le.ˈtal/, /
le.ˈtaɫ/
adjective
1. de dood veroorzakend
letal
noun
- 1. een toestand van geestelijke ongevoeligheid
apatía
- 2.
letargo
/
ˈlɛtlɑnd/, /
ˈlɛtlɑnt/
pronoun
1. een Europees land aan de Oostzee
Letonia
/
lɛts/
pronoun
1. de officiële taal van Letland
letón
noun
1. lichamelijke schade met name aangericht in een ongeluk of gevecht
lesión
trauma
traumatismo
noun
1. een teken om in geschreven taal een klank van de gesproken taal weer te geven
letra
/
ˈlɛtərˌxrep/, /
ˈlɛtərˌɣrep/
noun
1. elk van de groepen waarin een woord kan worden verdeeld
sílaba
noun
1. de studie van de literatuur
literatura
noun
1. een stylistisch samenhangende set tekens die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden
tipo de letra
carácter de imprenta
tipo de imprenta
/
'lɛtərzɛtər/
noun
1. tekstopmaker
cajista
/
ˈløːɣən/, /
ˈlʏːχən/
noun
1. mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden
mentira
embuste
noun
1. iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijn
mentiroso
embustero
noun
paradoja del mentiroso
noun
1. leugendetector
detector de mentiras
adjective
- 2. prettig, aangenaam
amable
lindo
placentero
- 1. grappig, schalks, vermakelijk
divertido
- 3. kalm, bedaard
tranquilo
sosegado
noun
1. bloedkanker
leucemia
verb
1. steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen
apoyarse
arrimar
noun
- 1. iets waartegen men aan kan leunen
baranda
barandilla
antepecho
balaustrada
parapeto
respaldo
- 2. de achterkant van een stoel
respaldo
noun
1. een stoel met leuningen om lekker in te zitten
sillón
verb
1. bij de huizen aanbellen om rotzooi te verkopen
vender como buhonero
/
ˈløːˌvə(n)/
pronoun
1. de provinciehoofdstad van Vlaams-Brabant in België
Lovaina
/
'levən/
noun
- 2. de tijdsspanne die men levend doorbrengt
- 1. een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
vida
/
'levən/
verb
1. het doormaken van het leven
vivir
adjective
1. vol opgewekte drukte
acalorado
animado
avispado
efervescente
gallardo
turbulento
noun
animación
ardor
vitalidad
vivacidad
adjective
1. tot de dood durend
vitalicio
noun
tecnología de los alimentos
noun
señal de vida
signo de vida
noun
1. het kunnen gaan leven
viabilidad
noun
1. een bruinkleurig orgaan dat gal produceert
hígado
/
ˈlevərˌblumpʲə/
noun
1. Hepatica nobilis, een plant uit de ranonkelfamilie
hepática
noun
coscojo del hígado
duela del hígado
/
ˈlevərə(n)/
verb
1. voor de aanvoer van iets zorg dragen
suministrar
abastecer
proveer
abastar
entregar
noun
agrimonia
agrimoña
cannabina
eupatorio
eupatorio de los árabes
hierba bacera
noun
aceite de hígado de bacalao
aceite de bacalao
noun
butifarra de hígado
embutido de hígado
salchicha de hígado
verb
1. zien en interpreteren van geschreven tekst
leer
noun
1. iemand die (een bepaald geschrift) leest
lector
/
ˈli.ba.nɔn/, /
ˈli.bɑ.nɔn/
pronoun
land in het Midden-Oosten, grenzend met Israël en Syrië, officieel de Libanese Republiek
Líbano
/
li.ˈbɛl/, /
li.ˈbɛɫ/
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Odonata
libélula
alguacil
/
libəˈral/
adjective
liberal
/
li.'beː.ri.ja/, /
li.'bɪː.ri.ja/
pronoun
land in West-Afrika, officieel de Republiek Liberia
Liberia
noun
liberalismo libertario
libertarismo
noun
libertinismo
nihilismo moral
/
ˈli.bi.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Staat Libië
Libia
noun
- 1. academicus
bachiller
licenciado
- 2. graad van licentiaat
licenciatura
noun
- 3. een hoeveelheid materie met een bepaalde vorm
- 2. een instantie
cuerpo
- 1. een geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier
cuerpo
cadáver
/
ˈlɪxamsbəˌweɣɪŋ/
noun
1. bezigheden die bijdragen aan de lichamelijke fitheid
ejercicio físico
noun
área de superficie corporal
noun
lenguaje corporal
comportamiento kinésico
adjective
1. met betrekking tot het lichaam
corporal
físico
somático
noun
1. huidverdikking
liquenificación
adjective
- 1. helder van kleur
claro
luz
- 3. van een gerecht
ligera
- 2. van een gewicht
ligero
leve
- Vertalingen: na te kijken en onderverdelen per verklaring
liviano
ligero
noun
- 1. Elektromagnetische golven
- 2. lichtbron
luz
adjective
1. een lichte oranje kleur die naar rood zweemt
rojo claro anaranjado
noun
2. aan de voorzijde open bak waarin een licht brandt, waarvan stropers...
faro
noun
1. refractie
refracción
adverb
levemente
un poquito
verb
- 2. bliksemen
centellear
- 1.
rielar
- 4. lossen
vaciar
/
ˈlɪxtər/
noun
2. vaartuig van geringe diepgang, voor vervoer van lading
gabarra
noun
1. gas dat in een gasfabriek wordt geproduceerd door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof
gas de alumbrado
noun
1. de afstand die het licht in één jaar aflegt, ongeveer 9460 miljard kilometer
año luz
noun
interruptor de la luz
noun
electricidad doméstica
noun
punto de luz
punto luminoso
noun
1.
barco faro
buque fanal
buque faro
noun
1. de snelheid waarmee het licht zich voortplant in het luchtledige (ongeveer 299792 km/s)
velocidad de la luz
/
ˈlɪxtstɛrktə/
noun
1. helderheid van een lichtbron
luminancia
noun
contaminación lumínica
adjective
frívolo
ligero
liviano
somero
noun
1. het lichtzinnig zijn
frivolidad
ligereza
liviandad
noun
1. iemand die behoort tot een groep, organisatie of sekte
afiliado
miembro
noun
1. iemand die lid is van een organisatie, voornamelijk een kerk
miembro
partidario
noun
1. een staat die toegetreden is tot een inter- of supranationale organisatie
estado miembro
/
ˈlixtə(n)ˌstɛɪ̯n/, /
ˌlixtə(n)ˈstɛːn/, /
ˌliχtə(n)ˈstɛɪ̯n/
pronoun
1. een klein land in Europa gelegen tussen Zwitserland en Oostenrijk
Liechtenstein
noun
1. muzikale vorm waarin tekst op muziek wordt verklankt
canción
adjective
crapuloso
disoluto
noun
1.het geven van hulp
caridad
noun
1. uiting of gevoel van grote genegenheid en/of het zich aangetrokken voelen
amor
noun
1. brief waarin men zijn liefde betuigt
carta de amor
carta amorosa
noun
1. roman met liefdesperikelen als hoofdonderwerp
novela de amor
novela romántica
noun
liefdesrelatie
relación amorosa
verb
1. liefde voelen tot iemand of iets
amar
querer
noun
1. aai, streling
caricia
verb
1. met opzet feiten vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd
mentir
/
lir/
noun
- 2. een werktuig om te hijsen, trekken of slepen
cabestrante
cabrestante
torno
- 1. een Grieks snaarinstrument
lira
noun
1. benaming voor kevertje van de familie Coccinellidae
mariquita
vaca de San Antón
noun
1. iemand die vaak iets liefs doet of door iemand lief gevonden wordt
querido
/
ˌlivə'vraʊ̯wəˌbɛtstro/, /
ˌlivəˌvrɔʊ̯β̞ə'bɛtstro/, /
ˌlivəˌvrʌʊ̯β̞ə'bɛtstro/
noun
1.
hepática estrellada
asperilla
noun
- 1. een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
ascensor
elevador
- 2. de draagkracht van een vliegtuig
sustentación
noun
1. opwaartse kracht
sustentación
noun
bicicleta reclinada
bici reclinada
verb
- 2. op een bepaalde plaats bevinden
estar
estar situado
estar echado
ubicarse
- 1. zich horizontaal in toestand van rust gelegd hebben
yacer
estar
noun
1. een horizontaal constructie-element
larguero
noun
1. de wijze waarop iets of iemand gelegen is
posición
/
'lɪxplats/
noun
1. een plaats waar iemand of iets ligt
yacimiento
noun
1. een stoel waarin men gemakkelijk kan liggen
tumbona
hamaca
noun
1. olijfachtige heester veel gebruikt voor het maken van heggen
aligustre
alheña
/
lɛɪdələk/
adjective
1. zonder verzet ongemak verdragend
pasivo
verb
1. smart en ellende ondergaan
sufrir
padecer
adolecer
penar
phraseologicalUnit
1. zinsdeel waarop de actie die wordt uitgedrukt door een overgankelijk werkwoord rechtstreeks van toepassing is
objeto directo
adverb
pacienzudo
resignado
/
lɛi̯f/
noun
1. lichaam
cuerpo
noun
servidumbre
servicio feudal
pronoun
1. een Finoegrische taal die in Estland en Letland gesproken wordt
livonio
noun
1. levenslange rente
renta vitalicia
noun
1. een spreuk waarnaar iemand zijn leven inricht
divisa
lema
noun
1. een straf waarbij iemand lijfelijk pijn gedaan wordt
castigo corporal
castigo físico
/
ˈlɛɪfʋɑxt/
noun
in te delen vertalingen
guardaespaldas
noun
1. hybride kruising tussen een mannetjesleeuw en een vrouwtjestijger
ligre
noun
1. dood lichaam
cadáver
cuerpo
/
ˈlɛi.kə(n)/
verb
- 2. naar aanschijn zijn
- 1. uitzien als
parecer
/
lɛikə(n)hœys/
noun
1. een plaats waar lijken tijdelijk opgebaard liggen
depósito de cadáveres
tanatorio
/
ˈlɛɪkxeˌʋat/
noun
1. de kleding waarin een overledene begraven wordt
mortaja
sudario
/
ˈlɛɪ̯.kɪs/, /
ˈlɛɪ̯k.kɪst/, /
ˈlɛːk.kɪst/
noun
1. de kist waarin een overledene ter aarde besteld wordt
ataúd
noun
1. ± arts die het lichaam van een overledene onderzoekt om de doodsoorzaak vast te stellen
médico forense
noun
1. textiel waarin een overledene begraven wordt
mortaja
sudario
noun
1. plakmiddel
cola
pegamento
verb
1. twee of meer delen aan elkaar bevestigen met behulp van een kleefstof
pegar
encolar
/
lɛi̯n/
noun
- 11. een band, riem om een huisdier in te tomen
correa
- 1. een streep
línea
phraseologicalUnit
línea de Weber
noun
1. motor waarbij alle cilinders in één lijn staan
motor en línea
noun
aceite de linaza
aceite de lino
noun
aceite de linaza
aceite de lino
/
lɛist/
noun
- 1. een opsomming van zaken die onder elkaar staan
lista
- 2. een rand in een speciale vorm om iets in te vatten, zoals een schilderij
marco
noun
1. benaming voor zangvogels uit de familie Turdidae
tordo
zorzal
noun
1. geslacht van loofbomen, Sorbus
serbal
noun
1. iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
cabeza de lista
adjective
decaído
lánguido
mortecino
noun
1. een drank bereid met gestookte alcohol, aangevuld met smaakstoffen en veelal ook suiker
licor
verb
1. met de tong aanraken
lamer
lamber
noun
1. lichte tint van paars
lila
noun
1. en 2. (zaden van) plant Phaseolus lunatus
el frijol ancho
haba lima
judia de lima
adjective
1. met betrekking tot de omranding
límbico
/
ˈlɪm.bʏrx/, /
ˈlɪm.bʏrχ/
pronoun
- 1. provincie in het zuidoosten van Nederland
- 2. een provincie in België
Limburgo
noun
1. Een citrusvrucht
lima
limón
noun
abrótano
abrótano macho
hierba lombriguera
toronjil
noun
gaseosa
limonada
- 1. een drank die vervaardigd is van citroensap, suiker en water
limonada
/
ˈlɪndə/
noun
loofboom
tilo
adjective
1. lijnvormig
lineal
noun
lencería
ropa interior
noun
lengua franca
lengua vehicular
noun
1. beoefenaar van de taalkunde
lingüista
noun
1. wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft
lingüística
ciencia del lenguaje
/
ˌliniˈ<sup>ʲ</sup>aɫ/
noun
1. een meetinstrument waarmee lengtes kunnen worden opgemeten
regla graduada
adjective
1. gevaarlijk
peligroso
noun
- 1. een betrekking of relatie
conexión
- 2. een verwijzing
enlace
vínculo
hiperenlace
conexión
adjective
1. aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
izquierdo
siniestro
noun
1. link-editor
enlazador
noun
mano izquierda
mano zurda
noun
1. linkerhandregel
regla de la mano izquierda
adjective
1. tegenovergestelde van rechts
izquierdo
a la izquierda
adjective
1. wanneer men de linkerhand verkiest boven de rechter voor alledaagse handelingen
zurdo
noun
1. product afkomstig uit vlas
lienzo
hilo
noun
1. lange, smalle strook stof
cinta
banda
cordón
noun
1. een platte worm die parasiteert in de darm bij mens en dier
tenia
solitaria
noun
sierra de cinta
sierra sin fin
noun
faki soupa
sopa de lentejas
/
liˈpidə/
noun
1. vetten en vetachtige stoffen die in de biochemie een belangrijke rol spelen
lípido
noun
- 1. stift met zacht materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
- 2. zacht materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
pintalabios
barre de labios
noun
1. Typha
espadaña
totora
noun
- 2. het geheel van als kunstzinnig beschouwde geschreven werken, m.n. proza of poëzie
- 3. de verzameling geschreven en na controle door vakgenoten gepubliceerde mededelingen van een vakgebied
literatura
/
ˈlitiˌʲʏm/
noun
1. chemisch element en een zilverwit alkalimetaal
litio
noun
batería de ion de litio
noun
1. de wetenschap van de beschrijving en het ontstaan van sedimentgesteenten (steen- en rotsenkunde)
litología
/
liˈtaʊ̯.wə(n)/, /
liˈtɑuwə(n)/, /
liˈtɔʊ̯.β̞ə(n)/, /
ˈliˌtʌʊ̯.β̞ə(n)/
pronoun
1. een Europees land ter hoogte van Wit-Rusland
Lituania
/
liˈtaʊ̯s/, /
ˈlitɔʊ̯β̞s/, /
ˈlitʌʊ̯s/
pronoun
1. een Baltische taal die wordt gesproken in Litouwen
lituano
idioma lituano
noun
1. zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
cicatriz
noun
1. eertijds een dienst ten bate aan de gemeenschap waartoe de rijken verplicht waren...
liturgia
noun
1. scheikundig element met symbool Lv en atoomnummer 116
livermorio
noun
1. lichamelijke opvoeding
EF
verb
1. poging de besluitvorming te beïnvloeden
cabildear
noun
geslacht van kruidachtige planten Lobelia
lobelia
matacaballos
tabaco de indios
noun
1. een bepaald punt in de ruimte
lugar
sitio
pronoun
2. spelwoord voor de letter l
Lima
Llave
/
ˈlu.jə(n)/
verb
1. een langgerekt klagend geluid voortbrengen
mugir
berrear
bramar
noun
1. met vlees en groente gevulde en gefrituurde lap deeg
rollo de primavera
lumpia
verb
1. scheel kijken
bizquear
bizcar
noun
op de loer liggen
estar al acecho
noun
civeta palmera asiática
noun
- 1. prijzen
elogio
- 2. groente
endivia
escarola
verb
1. iemand lof toezwaaien
alabar
noun
1. versiering aan een gevel
moldura
adjective
1. moeilijk wendbaar door een grote omvang
pesado
torpe
noun
1. de exponent van de macht waartoe een gegeven getal verheven moet worden om een ander getal te krijgen
logaritmo
noun
1. boek met gegevens over de navigatie
cuaderno de bitácora
noun
palco
galería
logia
tribuna
verb
1. in huis openemen, herbergen
alojarse
estar convidado
hospedarse
noun
1. een vissersschip, tegenwoordig met een motor aangedreven, dat vroeger een loggergetuigd zeilschip was
lugre
noun
galería
logia
palco
tribuna
/
ˈloɣis/
adjective
- 1. natuurlijk, voor de hand liggend
- 2. betrekking hebbend op de logica
lógico
/
lɔk/
noun
1. haarlok, pluk haar
bucle
rizo
mechón
/
loˈkal/
adjective
1. plaatselijk, van beperkte omvang
local
/
loˈkal/
noun
cuarto
cámara
habitación
localidad
sitio
noun
1. stuk vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen.
cebo
carnada
carnaza
señuelo
noun
1. plaatsbepaling
localización
verb
2. de plaats vaststellen van
localizar
noun
1. een met glaswerk ed. beveiligd doorgeefluik
taquilla
ventanilla
noun
adolescente de señuelo
noun
cachondeo
juerga
parranda
noun
1. zeevis, behorende tot de dorsvissen
brosmio
adjective
zich op een onwellevende en onbehouwen manier gedragend
grosero
palurdo
noun
1. een onhandig persoon
grosero
mastuerzo
palurdo
noun
palurdo
grosero
mastuerzo
/
ˈlɔndən/
pronoun
1 en 2
Londres
noun
1. orgaan waarin gaswisseling plaatsvindt tussen lucht en bloed ten behoeve van het metabolisme.
pulmón
/
ˈlɔŋblaʃə/
noun
1. een blaasje in de longen waarin gasuitwisseling plaatsvindt
alvéolo
noun
pulmonaria
salsa de Jerusalén
/
'lɔŋɔntsteːkɪŋ/
noun
1. een ontsteking in de longen
pulmonía
neumonía
inflamación de los pulmones
pneumonía
noun
1. bloedvat dat vanuit de rechter hartkamer naar de longen gaat
arteria pulmonar
/
ˌlɔnsdeˈlit/
noun
1. zeer harde vorm van diamant
lonsdaleíta
noun
1. koord voor ontsteking
mecha
/
'lo.xənə(n)/
verb
1. iets tot een leugen verklaren
negar
noun
1. een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82
plomo
noun
1. vakman die zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering
fontanero
plomero
/
lotlɛin/
noun
1. een lijn die een rechte hoek maakt met de raaklijn van de figuur waarop zij wordt neergelaten
perpendicular
adjective
- 2. in een rechte hoek
perpendicular
- 1. verticaal, in één lijn met het middelpunt van de aarde
vertical
/
loːts/
noun
- 1. gebouw voor opslag van goederen
cobertizo
tinglado
- 2. iemand die schepen als stuurman begeleidt bij het varen van en naar een haven
práctico
piloto
noun
1. een witte verfstof met bestanddelen van lood
albayalde
cerusa
blanco de plomo
noun
- 1. gebladerde boom
planifolio
- 2. bladverliezend boom
árbol caducifolio
pronoun
Cenopegias
fiesta de las Cabañuelas
fiesta de los Tabernáculos
/
loːx/
noun
een alkalische substantie
lejía
verb
1. het bewerken van een dierenhuid ter vervaardiging van leer
curtir
adobar
noun
1. (beroep) een persoon die van de huid van dieren leer maakt
curtidor
adjective
van groot gewicht
pesado
noun
tanino
E181
ácido tánico
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Allium
alióideas
/
loːn/
noun
1. financiële vergoeding voor geleverde arbeid
sueldo
salario
/
loːp/
noun
voorste deel van een wapen
cañón
noun
1. reeks van maatschappelijke posities
carrera
/
ˈlopχraf/
noun
1. een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen...
trinchera
zanja
noun
fiebre de las trincheras
noun
1.
guerra de trincheras
/
ˈlopˌfoχɔɫ/, /
ˈloːbˌvoːɣəl/, /
ˈloːpˌfoːɣəl/
noun
- 2. vogel die niet kan vliegen
ave corredora
- 1. loopvogel als taxonomische benaming
ratite
verb
- 1. stappen, gaan
andar
caminar
- 2. rennen
correr
noun
- 4. schaakstuk dat zich slechts diagonaal verplaatsen mag
alfil
arfil
- 2. sleutel waarmee een hele serie verschillende sloten geopend kan worden
llave maestra
ganzúa
noun
1.Dit geneesmiddel behoort tot de benzodiazepinen
lorazepam
lorazepán
adjective
crapuloso
disoluto
suelto
verb
plotseling woeden
desatar
noun
1. een onverantwoordelijk iemand
calavera
noun
1. geld betaald voor iemands vrijlating
rescate
verb
2. losknopen van een touw of riem
desabotonar
desabotonarse
desabrochar
desabrocharse
verb
1. ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
soltar
desabrochar
desatar
desprender
desceñir
deshacer
verb
1. het onbedoeld verbreken van de verbinding die tussen twee zaken of personen aanwezig was
soltarse
zafarse
/
ˈlɔs.rʏ.kə(n)/
verb
1. met een ruk losmaken
arrancar
/
ˈlɔsə(n)/
verb
3. ontladen, afladen
descargar
noun
2. noodlot, wat het toeval iemand toebedenkt
hado
destino
adjective
1. onguur, verdacht, met een slechte reputatie
sospechoso
turbio
verb
1. #zuiveren van een stof
acendrar
acrisolar
purificar
verb
1. blijk geven van bewondering
loar
alabar
elogiar
noun
1. het geheel van bladeren van een of meer bomen
follaje
/
loˈjal/
adjective
leal
legal
verb
1.iets uitwerpen, kwijt zien te raken, gewoonlijk een vloeistof
verter
noun
apio de montaña
levístico
ligústico
zazalicpatli
pronoun
1. naam van een van Jezus' discipelen
Lucas
/
lʏxt/
noun
- 1. mengsel van gassen waaruit de afmosfeer bestaat
aire
- 3. geur
olor
noun
1. een aanval vanuit de lucht op een grondpositie
asalto aéreo
noun
aeróstato
balón
globo
globo aerostático
noun
1. lijkbezorging waarbij het lichaam van een dode een plaats boven de grond krijgt waar het door dieren wordt opgegeten
entierro celestial
noun
burbuja
burbuja de aire
campanilla
glóbulo de aire
noun
filtro de aire
elemento de filtro de aire
noun
fotografie vanuit de lucht
fotografía aérea
aerofotografía
adjective
con enfriamiento por aire
con refrigeración por aire
noun
1. een vliegveld voor verkeersvliegtuigen met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers
aeropuerto
adjective
- 1. met lucht doortrokken
airoso
fresco
- 2. zorgeloos
ligero
frívolo
noun
1. muziekinstrumenten die een toon voortbrengen door een trillende luchtkolom
aerófon
noun
enfriamiento por aire
refrigeración por aire
noun
1. een vaartuig dat zowel over water als over land op een luchtkussen voortzweeft.
aerodeslizador
hovercraft
/
ˈlʏxmɑxt/, /
ˈlʏχmɑχt/
noun
1. een krijgsmacht in de lucht die bestaant uit vliegtuigen, raketten, projectielen en personeel
Aviación
fuerza aérea
noun
corriente
corriente de aire
soplo de aire
noun
1. verkeer in de lucht
aviación
aeronáutica
noun
1. een bedrijf dat vervoer door de lucht aanbiedt
aerolínea
línea aérea
noun
ingeniería aeroespacial
ingeniería aeronáutica
noun
control del tráfico aéreo
noun
contaminación del aire
/
ˈlʏχt.fres/
noun
aerofobia
noun
resistencia aerodinámica
adjective
mareado en avión
noun
1. een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken
cerilla
fósforo
/
lœʏ/, /
lœː/
adjective
1. werkschuw, niet houden van inspanning of werk
vago
perezoso
/
lœʏ/, /
lœː/
noun
1. groep mensen
gente
noun
2. benaming voor zoogdieren uit de onderorde Folivora
perezoso
perico ligero
/
ˈlœʏ̯dən/, /
ˈlœːdən/
verb
1. doen klinken, gewoonlijk van een bel
sonar
tañer
/
lœʏ̯k/, /
lœːk/
pronoun
- 1. een provinciehoofdstad in België
- 2. een Belgische provincie
Lieja
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera pardus
leopardo
/
lœʏ̯s/, /
lœːs/
noun
1. benaming voor verschillende meestal vleugelloze insecten die parasiteren op dieren en planten
piojo
noun
1. iemand die luistert
oyente
/
'lœstərə(n)/
verb
- 1. gericht waarnemen met het oor
escuchar
- 2. een bevel opvolgen
escuchar
obedecer
noun
1. rang in het leger
teniente
noun
1. opperofficier bij de land- en luchtmacht
teniente general
verb
1. tot een succes leiden
salir bien
noun
1. spit, lendenpijn
lumbago
adjective
con claridad
fastuoso
magnífico
/
lɵnsʲ/
noun
1. een maaltijd rond of iets na het middaguur
almuerzo
lunch
merienda
verb
1. de lunch gebruiken
almorzar
noun
1. en 2. (zaden van) geslacht Lupinus
altramuz
chocho
noun
1. tot meel vermalen zaden van de plant Lupinus
harina de altramuz
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Portugees of gevormd naar Portugees voorbeeld
lusitanismo
/
lʏst/
noun
- 3. plezier, genot
avaricia
codicia
deseo
gusto
pasión
talante
- 2. behoefte of verlangen iets te doen
deseo
gusto
pasión
talante
voluntad
- 1. seksueel verlangen
lujuria
deseo
voluptuosidad
adjective
zonder energie, fut om iets te ondernemen
apático
decaído
desganado
lánguido
mortecino
adjective
2. opgewekt
alegre
noun
1. scheikundig element met symbool Lu en atoomnummer 71
lutecio
/
ˈlywə(n)/
verb
1. minder hard gaan waaien, minder hevig worden
amainar
calmarse
disminuir
/
lyks/
noun
1. niet alledaagse dingen die gebruikt worden voor het persoonlijk genot
lujo
/
ˈlyksəmˌbʏrx/, /
ˈlyksəmˌbʏrχ/
pronoun
1.-3.
Luxemburgo
/
ˈlyksəmˌbʏrɣər/, /
ˈlyksəmˌbʏrχər/
noun
1. een inwoner of iemand die afkomstig is van het Groothertogdom Luxemburg
Luxemburgués
/
ˈlyksəmˌbʏrxs/, /
ˈlyksəmˌbʏrχs/
adjective
1. betreffende Luxemburg of het Luxemburgs
luxemburgués
noun
escuela de enseñanza media
liceo
noun
1. bepaald soort zoogdier, Lynx lynx
lince
/
mṇ/
possessivePronoun
1. van de eerste persoon enkelvoud
mi
/
maːx/
noun
1. Orgaan
estómago
noun
1. het kanaal
aparato digestivo
pronoun
- 3. de moeder van Jesus
Virgen
Madre de Dios
- 2. teken van de dierenriem waar de zon in staat van ca. 23 augustus tot ca. 23 september
- 1. sterrenbeeld van de dierenriem
Virgo
/
maːxt/, /
maːçt/
noun
1. ongerepte jonge vrouw
virgen
doncella
noun
1. eigenschap dat je niet eerder geslachtsverkeer hebt gehad
virginidad
/
ˈmaɣdəˌvlis/, /
ˈmaʝdəˌvlis/
noun
vlies
himen
noun
cáncer de estómago
cáncer gástrico
noun
1. een pijnlijk gevoel in de maagstreek
dolor de estómago
/
maxsɑp/
noun
1.maagsap
jugo gástrico
noun
1. een getrokken machine verder ontwikkeld tot een zelfrijdende landbouwmachine, die gebruikt wordt ...
cosechadora
/
ˈmaɪ̯ə(n)/
verb
1. met een werktuig het bovengrondse deel ergens van verwijderen
segar
/
'majvɛlt/
noun
1. het grondoppervlak, waarvan de hoogte vaak opgegeven wordt ten opzichte van...
nivel del suelo
rasante
/
ma:l/
verb
1 1. telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
vez
/
ˈmaɫtekə(n)/
noun
1. het symbool × of · of * om een vermenigvuldiging aan te duiden
signo de multiplicación
noun
1. een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen
comida
noun
potaje
potaje de comida
/
maːnt/
noun
1. elk van de twaalf met een eigen naam onderscheiden tijdvakken van 28, 30 of 21 dagen waarin een jaar verdeeld wordt
mes
/
ˈmaːndɑx/
noun
1. een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde
lunes
/
ˈman.də.ləks/, /
ˈmaːn.də.lɪks/
adjective
1. iedere maand een keer
mensual
/
ˈman.də.ləks/, /
ˈmaːn.də.lɪks/
adverb
1. iedere maand een keer
mensualmente
/
ˈmaneˌklɪps/
noun
1. het verschijnsel dat de maan in de schaduw van de aarde komt te staan, waardoor deze verduisterd raakt
eclipse lunar
noun
1. het zonlicht dat van de maan naar de aarde reflecteert
luz lunar
/
ˈmansvərˌdœʏ̯stərɪŋ/, /
ˈmansvərˌdœːstərɪŋ/
noun
1. het verschijnsel dat de maan verduisterd raakt doordat ze in de schaduw...
eclipse lunar
noun
semillas de adormidera
/
maːr/
conjunction
1. tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert
pero
mas
/
maːrt/
noun
1. derde maand van het jaar
marzo
pronoun
Revolución alemana de 1848-1849
/
mas/
pronoun
1. een rivier die onspringt in Frankrijk en door België en Nederland stroomt
Mosa
/
mas/
noun
1. een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaat
malla
nudo corredizo
/
maːt/
noun
- 1. makker
compañero
- 6. (muziek) manier om een muziekstuk ritmisch in te delen
compás
- 3. eenheid van lengte enz.
medida
- 5. grootte van kledingstuk/schoen
talla
noun
1. een glas met maatverdelingen
vaso medidor
jarra medidora
taza de medir
taza para medir
noun
3. inhoudsmaat van 0,1 liter
decilitro
noun
1. een glazen kolf met een geijkte maatstreep voor het nauwkeurig bepalen van een volume vloeistof
matraz aforado
noun
cuchara de medida
cuchara de medir
cuchara medidora
cuchara para medir
noun
1. iets dat wordt beslist om een doel te treffen
medida
/
matsxɑpələk/
adjective
1. op de maatschappij betrekking hebbend
social
noun
- 1. vereniging tot het drijven van handel
compañía
- 2. de wereld, omgang en verkeer der mensen
sociedad
noun
eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemeten
criterio
estándar
noun
3. dirigeerstok
batuta
noun
2. gerecht op basis van gebogen pijpjes van deeg
macarrones
macarrón
pronoun
1. een stad op een eiland aan de zuidkust van China, ten westen van Hong Kong
Macau
Macao
pronoun
1. Slavische taal die vooral wordt gesproken in de Noord-Macedonië
makedonska
macedonio
/
ˌmasəˈdoni.jə/, /
ˌmasəˈdoːni.jə/
pronoun
- 3. land
- 1. historisch Grieks koninkrijk
- 2. regio in Griekenland
Macedonia
noun
1. staatsleer waarin het belang van de staat alle middelen, zelfs bedrog of geweld, kan rechtvaardigen
maquiavelismo
noun
1. oneerlijke, geheime manier van handelen
maquinación
maraña
noun
1. geweer waarmee kort na elkaar meerdere schoten kunnen worden afgevuurd, ...
ametralladora
noun
1. een ruimte voor machines
sala de máquinas
noun
1. licht machinegeweer
metralleta
subfusil
/
mɑˈʃinəˈri/
noun
1. geheel van machines
maquinaria
noun
1. het vermogen om elders de eigen wil op te leggen
poder
poderío
potencia
noun
1. een persoon met gezag
gobernante
/
ˈmɑxtəx/, /
ˈmɑxtɪx/, /
ˈmɑχtəχ/
adjective
1. meer invloed hebben dan anderen
poderoso
potente
verb
1. aan iemand anders het recht overdragen in je naam te handelen
autorizar
apoderar
noun
1.het gebruiken van macht voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is
abuso del poder
noun
1. gevecht om de macht
batalla de fuerza
noun
het fotograferen van voorwerpen op korte afstand door middel van een macro-objectief
macrofotografía
/
ma.da.'ɣɑs.kɑr/, /
ˌma.dɑ.'χɑs.kɑr/
pronoun
2. staat op het bovengenoemde eiland, de Republiek Madagaskar
Madagascar
noun
1. Pootloze larve
gusano
larva
noun
1. Bellis perennis
margarita
pascueta
vellorita
noun
1. wijn van het eiland Madeira die door een verhoogd alcoholgehalte en lange rijping bij hoge temperaturen lang houdbaar is
madeira
/
mɑf/
adjective
1. vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar
chiflado
disparatado
noun
1. criminele organisatie, oorspronkelijk van Sicilië
mafia
/
ˈmafis/
adjective
1. arm aan silica of silicahoudende mineralen
máfico
noun
- 2. winkel met groot assortiment
almacén
- 1. opslagplaats
depósito
/
ˈma.ɣər/, /
ˈma.χər/
adjective
1.
flaco
magro
delgado
enjuto
pronoun
1. verpersoonlijking van de dood
Parca
noun
1. magerzucht, eetstoornis
anorexia
noun
apio de montaña
levístico
ligústico
zazalicpatli
noun
apio de montaña
apio de monte
levístico
ligústico
zazalicpatli
noun
1. toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt om dingen te verwezenlijken die een bovennatuurlijke indruk maken
magia
adjective
1.met een bijzondere, bovennatuurlijke betekenis
mágico
adjective
1. van zeer goede kwaliteit
magistral
noun
1. een persoon die rechtspreekt
magistrado
magistrada
noun
1. gemagnetiseerd metaal
imán
magnete
noun
interruptor de lengüeta
reed switch
noun
banda magnética
cinta magnética
franja magnética
pista magnética
tira magnética
noun
1. Chemisch element
magnesio
noun
E504
E504i
carbonato de magnesio
carbonatos de magnesio
magnesita
noun
1.het magnesiumzout van stearinezuur
estearato de magnesio
adjective
1. verschijnselen vertonend die toegeschreven kunnen worden aan een kringstroom...
magnético
noun
densidad de flujo magnético
verb
magnetizar
imanar
imantar
adjective
magnetoeléctrico
/
ˈmɑɣ.nə.trɔn/, /
ˈmɑχ.nə.trɔn/
noun
1. een toestel waarin met zeer korte en gerichte golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
microondas
horno microondas
adjective
bellísimo
fastuoso
magnífico
soberbio
noun
1. boom met tulpachtige bloemen
magnolia
noun
maharaja
maharajah
maharajá
marajá
noun
1. een houtsoort
caoba
/
mɑjs/
noun
1. een graansoort afkomstig uit Midden-Amerika
maíz
noun
1. een etagewoning met eigen toegang waarbij woon- en slaapverdieping boven elkaar liggen
dúplex
noun
1. en 2. verbinding van glucose en koolhydraten of bindmiddel dat uit maiskorrels wordt gewonnen
almidón de maíz
adjective
1. gedwee, tam, niet wild
dócil
manso
domesticado
noun
1. schoonheidsproducten
maquillaje
noun
1. de tussenpersoon in de handel
corredor
comisionista
/
ˌmakəˈlɛɪ̯/, /
ˌmakəˈlɛː/
noun
hechura
/
ˈmaːkən/
verb
1. in elkaar zetten
hacer
noun
1. iemand die iets maakt of gemaakt heeft
autor
constructor
creador
adjective
1. niet moeilijk, waar weinig moeite en inspanning voor vereist is
fácil
/
mɑkər/
noun
1. iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is
compañero
noun
1. bepaalde soort zeevis, Scomber scomber
caballa
escombro
/
mɑl/
adjective
1. blijk gevend van gebrek aan gezond verstand
necio
tonto
bobo
noun
1. gebrekkige opname van voedingsstoffen
malabsorción
adjective
te kwader trouw
mala fide
noun
1. infectieziekte die veroorzaakt wordt door eencellige parasieten van het geslacht Plasmodium
malaria
paludismo
/
ma.'la.wi/, /
ma.'la.ʋi/, /
ma.'la.β̞i/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zambia, dat niet aan de zee grenst
Malaui
Malawi
/
mɑl.ˈdi.və(n)/, /
mɑɫ.ˈdi.və(n)/
pronoun
1. land in de Indische Oceaan
Maldivas
/
mɑ.ˈlɛɪs/
pronoun
1. een Austronesische taal en de officiële taal van Maleisië, Brunei en Singapore die ook in delen van...
malayo
/
maˈlɛ:zis/, /
maˈlɛɪ̯zis/, /
maˈlɛɪ̯zɪs/
adjective
malasio
malayo
/
maˈlɛ:zi.jə/, /
maˈlɛɪ̯zi.jə/
pronoun
1. een land in het zuidoosten van Azië dat bestaat uit twee afzonderlijke delen die gescheiden worden door de Zuid-Chinese Zee
Malasia
/
malə(n)/
verb
1. tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven
moler
/
'ma.li/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Mali
Malí
adjective
1. met slechte bedoelingen
malicioso
adjective
1. zacht en sappig
tierno
suave
/
ˈmɑlta/, /
ˈmɑɫta/
pronoun
- 1. eiland in de Middellandse Zee
- 2. land in de Middellandse Zee
Malta
/
mɑlˈteːs/, /
mɑɫˈtes/
pronoun
1. Semitische taal die wordt gesproken door 570 duizend mensen op Malta
maltés
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Malva
alboeza
malva
/
ˌmɑl.vɛr.ˈza.si/, /
ˌmɑɫ.vər.ˈza.si/, /
ˌmɑɫ.vər.ˈza.tsi/
noun
malversación
/
mɑm/
pronoun
1. Mayataal die wordt gesproken door 500 duizend mensen in Guatemala
mam
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Mammuthus
mamut
noun
1. het afbeelden van de borstklier door middel van röntgenstraling
mamografía
noun
- 3. een mens
hombre
- 1. persoon van het mannelijk geslacht
hombre
varón
- 2. een echtgenoot, een getrouwde man
marido
noun
- 2. de activiteit van het besturen van een organisatie
administración
- 1. de leiding van een organisatie, de verzameling managers
gestión
noun
1. een adviseur van het management in het bedrijfsleven, bij de overheid en in andere organisaties in zaken beleidsmatige en organisatorische vraagstukken
consejero de consultoría
noun
1. een persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een organisatie
director
gerente
mánager
administrador
directivo
ejecutivo
adjective
corderoy
corduroy
pana
noun
1. een dubbele of stevige stof aan rond de opening van de mouw of hals
puño
manguito
noun
1. een sierknoop die de manchet aan de mouw van een overhemd sluit
gemelo
mancuerna
noun
1. een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat
cesta
cesto
noun
1. Een citrusvrucht
mandarina
tangerina
clementina
noun
1. schil van Citrus reticulata, Citrus reticulata var. 'mandarine' of Citrus × tangerina
piel de mandarina
noun
1. situatie waarbij een onroerend goed bestemd is tot gemeenschappelijk gebruik van aanpalende erven
medianería
noun
1. een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
mandolina
noun
1. Chrysocyon brachyurus, Zuid-Amerikaanse wilde hondachtige, meer verwant met de vos dan met de wolf
aguará guazú
lobo de crin
aguará
/
manəsxɛɪn/
noun
1. Het door de maan weerkaatste licht dat op de aarde schijnt, maanlicht
luz de luna
luz lunar
/
ˈmɑŋɣa/
noun
1. Japans stripboek
manga
noun
1. Chemisch element
manganeso
noun
dióxido de manganeso
peróxido de manganeso
/
mɑn.ˈχan.pɛr.ɔk.si.ˌda.zə/
noun
1. een enzym dat met behulp van mangaanionen andere stoffen kan oxideren
manganeso peroxidasa
/
'mɑnɣɑt/
noun
1.
orificio de acceso
/
ˈmɑŋələ(n)/
verb
- 3. door de mangel halen, met een mangel glad maken
calandrar
- 1. ontbreken, tekortschieten
faltar
- 2. ruilen, aan ruilhandel doen
trocar
noun
1. soort oranje-groene sappige tropische vrucht
mango
noun
1. onderfamilie van de civetkatten, zeer snelle en behendige roofdiertjes...
mangosta
/
mɑˈniːr/
noun
manera
modo
noun
- 1.
manifestación
- 2. openbare gebeurtenis
manifestación
demostración
manifestación pública
verb
- algemeen bekend maken, aan iedereen laten blijken
manifestar
- 3. waarneembaar worden
manifestarse
noun
1. en 2. (wortel van) de plant Manihot esculenta
mandioca
yuca
noun
1. hemels voedsel
maná
adjective
- 2. behorend tot het mannelijke woordgeslacht
- 1. tot geslacht behorend dat voor bevruchting zorgt
masculino
masculina
- 3. gedrag
varonil
noun
hombría
masculinidad
virilidad
noun
1. iemand die nieuwe kledingontwerpen dragend deze aan een publiek vertoont
maniquí
modelo
noun
salep
satirión manchado
noun
asarabacara
hierba tabernera
oreja de fraile
oreja de hombre
yerba tabernera
noun
1. omhullend kledingstuk
manto
capa
abrigo
pronoun
1. een Keltische taal die (als tweede taal) wordt gesproken op het eiland Man
manés
noun
1. deze stof blokkeert de werking van monoamino-oxidase
IMAO-remmer
pronoun
1. taal die door de Maori's wordt gesproken
maorí
noun
1. variant van het communisme zoals uitgedragen en toegepast in China gedurende het derde kwart van de 20e eeuw
maoísmo
/
mɑp/
noun
- 2. een gebundelde verzameling gegevens
carpeta
- 3. deel van het bestandssysteem
carpeta
directorio
noun
1. een bitterzoete, heldere likeur gemaakt op basis van de marascakers, een variëteit van de zure kers.
marrasquino
noun
licor marrasquino
marrasquino
pronoun
1. taal die met name in Maharashtra, een staat in India gesproken wordt, onder andere in Mumbai (Bombay)
marathi
pronoun
2. boek in de Bijbel
Marcos
noun
1. grafische registratie van de waterhoogte opgetekend door een maregraaf
mareógrama
noun
1. Viscum album
muérdago
liga
/
mɑrɣiˈnal/
adjective
1. aan de rand of de rand betreffend
marginal
noun
1. het hoogfeest ter gedachtenis van de aankondiging (annunciatie) van de geboorte van Jezus aan Maria
Anunciación
noun
Candelaria
Purificación
noun
Asunción de María
Tránsito de María
pronoun
2. spelwoord voor de letter m
México
noun
cáñamo
cáñamo indio
marijuana
/
mɑˈrɪmba/
noun
1. een zeer grote houten xylofoon uit Guatemala met onder elke toets een resonator van houtsnijwerk
marimba
/
maːˈrinə/
noun
1. zeemacht
marina
armada
adjective
1. donkerblauw
azul marino
verb
adobar
aliñar
dejar en adobo
enmarinar
escabechar
marinar
noun
2. kruid
mejorana
almoradux
/
mɑr.ˈkeːr.stɪft/
noun
1. een viltstift waarmee met stukken tekst doet opvallen
resaltador
/
mɑr.kɪː.rə(n)/
verb
1. het afbakenen van een grens
marcar
acotar
noun
mezcla de mercadotecnia
noun
adellijke titel, lager dan een hertog maar hoger dan een graaf
marqués
noun
warenverkoop op pleinen en straten
mercado
noun
adoración del mercado
veneración del mercado
/
'mɑrk.dɑx/
noun
1. dag waarop markt gehouden wordt
día de mercado
noun
puesto
puesto de mercado
noun
investigación de mercados
noun
socialismo de mercado
pronoun
2. boek in de Bijbel
Marcos
noun
- 2. sterk touw
cabo delgado
merlín
- 1. een straalvinnige vis
marlín
noun
1. broodbeleg van fijngekookt fruit
mermelada
/
mɑremər/
noun
1. een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
mármol
verb
jaspear
marmolar
vetear
noun
1. knaagdier dat vooral in het hooggebergte leeft maar ook veel als huisdier wordt gehouden
marmota
/
ma.ˈrɔ.ko/
pronoun
1. land in het uiterste noordwesten van Afrika
Marruecos
noun
1. een Italiaanse versterkte wijn die gemaakt wordt in de omgeving van Marsala op het westelijk deel van Sicilië
Marsala
vino de Marsala
/
mɑr.ʃəl.ɛɪ̯.lɑn.də(n)/, /
mɑr.ʃəl.ɛː.lɑn.də(n)/, /
mɑr.ʃəɫ.ɛɪ̯.lɑn.də(n)/
pronoun
1. een land in Oceanië
Islas Marshall
noun
1. iemand die voor een zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak
mártir
noun
1. het martelaar-zijn
martirio
verb
1. een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
torturar
noun
1. opzettelijk toegebrachte pijniging van een gevangene
tortura
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Martes
marta
noun
1. traditioneel en stelselmatig beoefende stijl van vechten
arte marcial
pronoun
2. spelwoord voor de letter m
México
noun
1. de socialistische ideologie van de volgelingen van Karl Marx
marxismo
noun
1.aanhanger van het marxisme
marxista
noun
1. schoonheidsmiddel
rímel
verb
encubrir
enmascarar
ocultar
tapar
/
ˈmɑsaː/
noun
- 2. grote hoeveelheid
acervo
cúmulo
montón
pila
- 1. totale hoeveelheid materie in een object
masa
- 3. menigte
multitud
noun
1. massaal uitsterven van levensvormen
extinción masiva
adjective
1. op grote schaal, in groten getale
masivo
noun
masacre
matanza
baño de sangre
noun
1. moord op een groot aantal personen
asesinato masivo
asesinato en masa
masacre
verb
1. het toepassen van uitwendige druk op de zachte weefsels
masajear
noun
- 3. lange paal voor vlaggen
asta
- 1. lange, rechtop staande paal midden op het schip
mástil
palo
árbol
noun
almácigo
charneca
lentisco
mata
árbol de la almáciga
noun
1. het stimuleren van de eigen geslachtsdelen
masturbación
noun
partido
competición
concurso
noun
1. een tastbare stof
material
noun
ciencia de materiales
/
maθe'mat/
noun
matemático
adjective
1. in geringere mate dan mogelijk of gewenst
moderado
sobrio
verb
1. minder uitbundig of extreem optreden
moderar
atemperar
atenuar
templar
tranquilizar
adjective
1. geneigd om vroeg op te staan
madrugador
noun
2. kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
farru
mullet
/
mɑtrɑs/
noun
1. lichaamsondersteunend onderdeel van een bed
colchón
noun
1. vorm die dient om meerdere gelijke producten te maken
matriz
noun
1. een zeeman van de laagste rang
marinero
noun
yerba mate
hierba mate
mate
/
ˌmaʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/, /
ˌmɔʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/, /
ˌmʌʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Islamitische Republiek Mauritanië
Mauritania
/
maʊ̯.'ri.si.jəs/, /
mɔʊ̯.'ri.si.jəs/, /
mʌʊ̯.'ri.tsi.jəs/
pronoun
1. een land in de Indische Oceaan, officieel de Republiek Mauritius
Mauricio
noun
Mauritia flexuosa
moriche
adjective
1. zacht paars
malva
adjective
1. het grootst mogelijk
máximo
adverb
1. ten hoogste
por lo más
abbreviation
1. grootst mogelijke hoeveelheid
máximo
noun
1. de hoogst toegestane snelheid voor voertuigen op een openbare weg
velocidad máxima
/
ˌmajoˈnɛːzə/
noun
1. een saus op basis van eieren
mayonesa
noun
1. kinderziekte die veroorzaakt wordt door het Morbillivirus en gekenmerkt wordt door rode stipjes op de huid
sarampión
noun
1. een vrouw die een relatie heeft met een getrouwde man
querida
/
ˈmaʲɪs/, /
ˈmɛɪ̯s/
noun
1. bepaalde graansoort afkomstig uit Midden-Amerika, Zea mays
maíz
/
ˈmaʲɪsbrot/
noun
1. van maismeel vervaardigd brood
borona
pan de maíz
/
ˈmaʲɪsɣel/
adjective
amarillo maíz
/
ˈmaʲɪsˌoli/
noun
aceite de maiz
noun
1. iemand die kunstenaars en wetenschappers financieel ondersteunt
mecenas
adjective
1. met betrekking op de mechanica, machinaal, automatisch zonder na te denken
mecánico
noun
- 3. filosofische doctrine
mecanicismo
- 1. machinerie
mecanismo
dispositivo
noun
1. metalen schijf, in het bijzonder als onderscheidingsteken na bepaalde prestaties
medalla
condecoración
noun
- 1. licht alcoholische drank vervaardigd van honing
aguamiel
- 2. een plant waarvan de wortel...
rubia
/
medə'delzam/
adjective
1. bereid informatie te delen
comunicativo
/
ˈmedəˌdelən/
verb
- 2. doen vernemen
comunicar
informar
- 1. deelnemen, deel hebben
participar
noun
1. informatie die bekend wordt gemaakt
comunicación
verb
1. samen met anderen naar iets dingen
competir
concursar
rivalizar
noun
derecho de la competencia
/
ˈme.dəˌklɪŋ.kər/
noun
1. een klank waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan
consonante
noun
1. verdriet over het leed van anderen
piedad
compasión
noun
1. behulpzaam persoon bij een misdrijf
cómplice
noun
1. het mede schuld hebben aan een misdrijf
complicidad
noun
1. iemand die met anderen in hetzelfde bedrijf, organisatie of vestiging werkt
colaborador
noun
1. het voorschrijven van geneesmiddelen
medicación
noun
1. een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
medicamento
medicina
fármaco
adjective
1. geneeskrachtig
medicinal
/
mə'dina/, /
mədi'na/
noun
1. oudste gedeelte van Noord-Afrikaanse steden
medina
adjective
1. op de geneeskunde betrekking hebbend
médico
noun
1. spirituele bezigheid
meditación
/
ˈmedijʏm/
adjective
medio
medio hecho
/
meː/
noun
1. licht alcoholische drank vervaardigd van honing
aguamiel
noun
1. puistje
comedón
espinilla
verb
1. iets/iemand ~ iets/iemand met zich mee vervoeren
traer
/
ˈmedelə(n)/
verb
1. een feit vertellen
comunicar
notificar
/
ˈmedɛŋkə(n)/
verb
1. participeren in een denkproces
pensar
/
ˈmeɣəˌrekənt/
adjective
computado
incluido en cuenta
verb
1. anderen helpen iets te doen
coadyuvar
colaborar
noun
1. elektronica
realimentación positiva
noun
1. Rubia tinctorum
rubia roja
/
mel/, /
meɫ/, /
mɪːɫ/
noun
1. gemalen graan
harina
noun
1. dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen...
mildiu
/
ˈme.ma.kə(n)/
verb
1. getuige zijn van een gebeurtenis
presenciar
/
meːr/
noun
1. groot water dat helemaal omringd is door land
lago
noun
- 1. een groep die binnen een groter geheel in aantal meer dan de helft uitmaakt
mayoría
mayoridad
- 2. superioriteit
superioridad
noun
escrutinio uninominal mayoritario
mayoría relativa
sistema de pluralidad
sufragio directo
adjective
1. de leeftijd bereikt hebbend dat men alle rechten en plichten van een volwassene heeft
mayor de edad
adulto
noun
1. één van een aantal Afrikaanse apensoorten uit de Cercopithecus-familie
cercopiteco
noun
prueba de opción múltiple
noun
pregunta de opción múltiple
noun
1. bepaald soort watervogel, Fulica atra
focha común
focha
noun
1. meerpaal
bolardo
noray
noun
1. een gehydrateerd magnesium-silicaat met de chemische formule Mg₄Si₆O15·6(H₂O), een fylosilicaat dat behoort tot de mica's.
sepiolita
noun
1. de staat van meerdere talen te kunnen spreken
plurilingüismo
noun
1. Woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert
plural
adjective
2. het beschikken over meerdere waarden
plurivalente
noun
1. benaming voor kleine weinig schuwe vogels uit de familie Paridae
carbonero
herrerillo
adjective
1. van iets dat het de aandacht trekt; van iets dat men er zich bij betrokken voelt
acarreando
/
meːst/
indefiniteCardinalNumeral
2. het meest / meest
más
adverb
1. in het merendeel van de gevallen
casi siempre
indefiniteCardinalNumeral
1. de grootste hoeveelheid, het hoogste aantal
mayoría
indefiniteCardinalNumeral
1. het grootste aantal personen
mayoría
noun
- 1. baas, heer, patroon
amo
dueño
patrón
jefe
- 4. iemand die het doctoraal examen in de rechtsgeleerdheid heeft afgelegd
doctor en derecho
- 5. iemand die door het maken van een proefstuk...
- 7. meerdere in een sadomasochistische relatie
maestro
- 3. schoolmeester
maestro
maestro de escuela
- 2. virtuoos
maestro
virtuoso
noun
imperatoria
imperatoria romana
pencedano
noun
1. een grensstreep, een eindstreep
línea de llegada
línea final
noun
1. eenheid die gebruikt wordt om meetresultaten in uit te drukken
unidad de medida
/
ˈmetɪnstryˌmɛnt/
noun
1. een instrument waarmee grootheden gemeten kunnen worden
instrumento de medición
noun
1. meetklok
comparador de cuadrante
reloj comparador
/
'metkɵndə/
noun
1. tak van de wiskunde
geometría
/
ˈmetlɑt/
noun
1. een langwerpig voorwerp waarmee maten opgenomen worden
regla
/
meːβ̞/, /
mɪːβ̞/
noun
1. benaming voor zeevogels uit de familie Laridae
gaviota
/
'mevɑlə(n)/
verb
1.
salir mejor de lo esperado
noun
ganga
provecho inesperado
verb
acarrear
llevarse consigo
verb
1.deelnemen aan een bepaald werk
coadyuvar
colaborar
cooperar
verb
colaborando
cooperando
/
ˈmewɛrkəntˌforwɛrᵊp/
phraseologicalUnit
1. zinsdeel dat de actie van een overgankelijk niet rechtstreeks ondergaat,...
complemento indirecto
/
'mezɪŋə(n)/
verb
1. gezamenlijk met anderen zingen
cantar a coro
noun
1.een antimalariamiddel
mefloquina
noun
1. megahertz (1 miljoen Hz)
megahercio
noun
megalomanía
manía de grandeza
noun
1. een miljoen watt
megavatio
noun
1. de vijfde maand van het jaar
mayo
/
mɛi̯t/
noun
muchacha
criada
/
ˈmɛɪ̯.dorn/
noun
1.
espino
noun
1. Melolontha melolontha, schildvleugelig insect dat in mei te voorschijn komt
escarabajo sanjuanero
melolonta
escarabajo de San Juan
noun
1. Convallaria majalis
muguete
lirio de los valles
noun
1. de verkondiging van één of meerdere leugens terwijl men heeft gezworen de waarheid te vertellen
perjurio
/
ˈmɛɪ̯ʃə/, /
ˈmɛːsjə/
noun
1. jonge vrouw
niña
muchacha
chica
noun
1. scheikundig element met symbool Mt en atoomnummer 109
meitnerio
adjective
met droevige gedachten aan de dagen van weleer
melancólico
noun
1. een restproduct bij de suikerproductie
melaza
noun
1. Atriplex sp, een geslacht van meer dan tweehonderd soorten plantjes...
armuelle
orzaga
verb
1. iets rapporteren, bekendmaken
notificar
delatar
indicar
verb
avisando
dictaminando
informando
mencionando
refiriendo
adjective
2. lusteloos, verveeld
cargante
enojoso
fastidioso
noun
1. chocolade die bereid is met room of melk
chocolate con leche
noun
cerraja
cardeña
cerrajón
lechecilla
lechecilla cerraja
lechecino
/
mɛlkə(n)/
verb
1.
ordeñar
muir
noun
1. alle tijdelijke tanden en kiezen van een dier of mens, die na verloop van tijd worden vervangen door permanente tanden
dentición decidua
dientes de leche
noun
1.het orgaan dat bij het zoogdier de melk produceert
glándula mamaria
/
mɛlkku/
noun
1. een soort koe die gekweekt wordt voor haar melkproductie
vaca lechera
noun
een suiker die o.a. in melk voorkomt
lactosa
Laktose
Milchzucker
azúcar de leche
noun
1. zoogdieren die gehouden worden voor de melkproductie
ganado lechero
pronoun
1. het sterrenstelsel waarin wij ons bevinden en dat op donkere nachten als lichtende band aan de hemel te zien is.
vía láctea
noun
1. organisch zuur
ácido láctico
E270
noun
1. een opeenvolging van toonhoogtes die een bepaald muzikaal gestalte vormt
melodía
aire
adjective
aangenaam klinkend
melodioso
cantarín
noun
1. een toneelvorm begeleid door muziek, gewoonlijk met een goede afloop
melodrama
noun
pomp waar de pompwerking ontstaat door een membraan te laten trillen
bomba de membrana
bomba de diafragma
verb
1. uit het hoofd leren
memorizar
/
ˌmɛndeˈleviʏm/
noun
mendelevio
/
məˈneːr/, /
məˈnɪːr/
noun
1. een formele manier om een man aan te spreken
señor
/
menə(n)/
verb
- 3. denken, een mening toegedaan zijn
creer
pensar
opinar
- 2. serieus zijn
hablar en serio
- 1. de bedoeling hebben
querer decir
significar
verb
1. het homogeniseren van twee of meer zaken
mezclar
noun
1. grote groep mensen dicht op elkaar
multitud
enjambre
adjective
2. veelsoortig
diverso
/
ˈmeːnɪŋ/
noun
1. oordeel, opinie
opinión
noun
1. levensfase waarin vrouwen niet langer menstrueren
menopausia
noun
1. hevige maandstonden, hevige menstruatie
menorragia
noun
1. de Homo sapiens, het zoogdier waar wij toe gerekend worden
hombre
humano
persona
individuo
noun
1. een gemeenschappelijke naam voor dieren uit de orde van de primaten
mono
simio antropomorfo
adjective
- 1. zoals de mens
- 2. goed voor de medemens
humano
/
ˈmɛnsələkɦɛjt/
noun
humanidad
noun
trata de personas
tráfico de personas
noun
2. geheel van de fundamentele rechten en vrijheden die ieder mens toekomen
derechos humanos
noun
1. het schenden van mensenrechten
violación de los derechos humanos
noun
1. iemand die zich inzet voor de naleving van de mensenrechten
defensor de derechos humanos
noun
contrabandista humano
noun
1. een verzamelnaam voor alle mensen ter wereld met al hun onderlinge sociale relaties
humanidad
noun
1. maandelijkse bloeding bij vrouwen en geslachtsrijpe meisjes
menstruación
adjective
1. verband houdend met het brein
mental
/
ˌmɛn.taː.liˈtɛit/
noun
mentalidad
noun
1. vluchtige olie die een belangrijk bestanddeel is van pepermuntolie,...
mentol
verb
1. hard slaan
abofetear
/
meːrəl/, /
ˈmɪːrəɫ/
noun
1. bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, Turdus merula
mirlo
noun
1. het grootste deel
mayoría
noun
1. zacht weefsel in de kern van een bot
tuétano
médula
noun
- 1. een kenteken aangebracht ter identificatie van iets
marca
- 2. een herkenbaar product door een bepaalde producent vervaardigd
marca
marca registrada
verb
- 1. iets waarnemen of herkennen
advertir
notar
apercibirse
observar
percatar
percatarse
- 2.
hacer un signo
indicar
marcar
adjective
1. vreemd, raar
curioso
noun
1. een term die een deel van iets anders weergeeft
merónimo
noun
1. vrouwelijk paard
yegua
noun
1. snijwerktuig
cuchillo
navaja
/
ˈmɛsjə/, /
ˈmɛʃjə/
noun
cuchillito
/
ˌmesoʔɑrˈxaikʏm/
noun
Mesoarcaico
/
mesoˈlitikʏm/
noun
Mesolítico
noun
1. historische land tussen de rivieren Eufraat en Tigris, het huidige Irak
Mesopotamia
/
ˌmesoˌprotəroˈzowikʏm/
noun
Mesoproterozoico
/
ˌmesoˈzowikʏm/
noun
Mesozoico
/
mɛˈsijɑs/
pronoun
1. de in de joodse Tenach voorspelde Redder die door God gezonden zal worden en die door de christenen met Jezus gelijkgesteld wordt
Mesías
noun
1. uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
abono
estiercol
estiércol
noun
1. een hoop waarop stalmest opgestapeld wordt
estercolero
muladar
/
ˈmɛstkevər/
noun
1. een donkergekleurde kever die zich met mest voedt
escarabajo pelotero
noun
1. dieren die vetgemest worden om als slachtvee voor voedsel te dienen
ganado de engorde
/
mɛd/, /
mɛt/
preposition
con
phraseologicalUnit
premeditado
noun
1. ieder element dat gekenmerkt wordt door glans en het vermogen om warmte en elektriciteit te geleiden
metal
noun
1. machine die een ingeklemd werkstuk van metaal snel ronddraait zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
torno
noun
1. stofwisselprodukt
metabolito
noun
1. het geheel van de biochemische processen op celniveau
metabolismo
/
me.ta.ˈfɔːr/, /
mæː.ta.ˈfoːr/
noun
1. beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een verband is van gelijkenis
metáfora
noun
1. de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke ervaring, maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert
metafísica
/
ˌmetaˈfizis/
adjective
1. bovennatuurlijk; (nog) niet met de gangbare wetenschap te verklaren
metafisico
noun
1. vorm van logica die de grondbeginselen van de logica bestudeert
metalógica
noun
1. weefselvormverandering
metaplasia
noun
1. wetenschappelijke theorie waarmee een of meerdere andere theorieën beschreven worden
metateoría
/
mɛ.ˈden/, /
mɛ.ˈten/
adverb
- 2. tegelijkertijd
al mismo tiempo
- 1. onmiddellijk
inmediatamente
verb
1. de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde
medir
tomar la medida
noun
1. een kortstondig lichtspoor aan de hemel door de verbranding van een uit de ruimte vallende meteoriet
meteoro
bólido
noun
aerolito
meteorito
piedra meteórica
/
meteˌjoroloˈɣi/
noun
1. de studie van het weer en het klimaat
meteorología
/
meteoroˈloʝɪs/, /
meteɔroˈloɣis/
adjective
1. betrekking hebbend op de meteorologie
meteorológico
noun
- 4. een doopmoeder
madrina
- 1. de SI-eenheid van lengte
metro
/
metərɔpnemər/
noun
1. iemand die de meterstand komt opnemen
lector de contadores
noun
1. een medicament uit de groep biguaniden dat vooral gebruikt wordt bij de behandeling van suikerziekte
metformina
noun
compañero
acompañador
camarada
noun
1. Een stroming in het protestantisme
metodismo
/
ˌmetoˈdɪst/
noun
1. een lid van de methodistenkerk
metodista
/
ˌmetodoloˈɣi/, /
ˌmetodoloˈχi/
noun
metodología
/
meˈtilxloˌridə/
noun
clorometano
noun
1. kleurstof die als indicator van de zuurgraad gebruikt wordt omdat zij bij toevoeging van zuur een gele kleur krijgt
azul de metileno
/
mæː.to.ˈny.mi.ja/
noun
metonimia
/
mæː.to.ny.ˈmiː/
noun
metonimia
adjective
2. volgens het metrieke stelsel
métrico
noun
1. ondergronds openbaar vervoer
metro
subte
/
ˌmetroloˈɣi/
noun
1. de studie van het weer en het klimaat
metrología
noun
1. wereldstad
metrópoli
/
metrɔraˈɣi/
noun
metrorragia
noun
1. bouwvakker gespecialiseerd in metselen
albañil
noun
1. stuk huisraad
mueble
noun
1. een vakman die beroepsmatig meubels vervaardigt
ebanista
meublista
noun
mueble
pieza de mobiliario
/
ˌmø.bi.ˈlɛːr/, /
ˌmøː.by.ˈlæːr/
noun
1. verzameling meubels waarmee een gebouw is gestoffeerd
mobiliario
ajuar
mueblaje
muebles
noun
- 2. (onbeheersbare) groep mensen, menigte
banda
multitud
- 1. groep (jacht)honden, e.d.
jauría
manada
noun
1. formele manier om een vrouw aan te spreken
señora
/
ˈmɛg.zi.ˌko/, /
ˈmɛk.si.ˌko/
pronoun
1. een land in Amerika, officieel de Verenigde Mexicaanse Staten grenzend aan de Verenigde Staten, Belize en Guatemala, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico
México
Méjico
interjection
1. het geluid van een kat
miau
ñau
verb
1. het geluid maken dat kenmerkend is voor een kat
maullar
hacer miau
/
miˈxa/, /
ˈmiʃa/
pronoun
Miqueas
noun
1. een antischimmelmiddel
miconazol
/
ˈmiːkroʔɔrɣaːnɪzmə/, /
ˈmiːkroʔɔrʝaːnɪzmə/
noun
1. meestal eencellig wezen
microorganismo
noun
1. een levend micro-organisme
microbio
noun
1. de tak van de biologie die zich bezighoudt met micro-organismen en hun effecten op de mens en andere levende organismen
microbiología
noun
1. fotografie m.b.v. een microscoop
microfotografía
/
ˌmikroɣraˈfi/
noun
- 1. een afbeelding volgens een beeld in een microscoop
- 1. een zeer klein handschrift
micrografía
noun
1. miljoenste gram
microgramo
noun
1. een meetinstrument waarmee zeer nauwkeurig dikten, afstanden en diepten kunnen worden gemeten
micrómetro
/
ˌmi.kro.ˈne.zi.ja/
pronoun
1. een land in Oceanië, officieel de Federale Staten van Micronesia
Micronesia
noun
geïntegreerde schakeling die de hele CVE van een computer bevat op één enkele chip
microprocesador
/
mɪkroˈskoːp/
noun
1. instrument dat het beeld van heel kleine dingen sterk vergroot
microscopio
adjective
1. zeer klein, voor het blote oog onzichtbaar
microscópico
noun
horno microondas
microondas
noun
- 2. het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur
- 1. het midden van de dag, 12.00
mediodía
noun
1. een maaltijd die tussen de ochtend en de middag genuttigd wordt
almuerzo
adjective
1. tussen de vroegste en de laatste fase in
medio
phraseologicalUnit
bachillerato
escuela secundaria
instituto
/
ˈmɪdəɫe:wə(n)/
noun
1. de periode tussen ongeveer 300 n.Chr. tot 1500 n.Chr.
Edad Media
/
ˈmɪdəɫɪ:ws/
adjective
1. gerelateerd aan de middeleeuwen
medieval
pronoun
1. randzee van de Atlantische Oceaan, gelegen tussen Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië
mar Mediterráneo
Mediterráneo
noun
1. middellijn
diámetro
noun
1. een lijn die loodrecht op het midden van een lijnstuk staat
mediatriz
/
ˈmɪdəlmat/
noun
centro
medio
/
ˌmɪdəɫˈmatəx/
adjective
- 1. zich rond het gemiddelde bevinden
mediano
- 2. niet in positieve zin opvallen
mediocre
noun
1. van een cirkel of bol is het punt dat tot alle punten op de omtrek dezelfde afstand heeft
centro
/
mɪdəlpɵntflidənt/
adjective
1. neigend van het middelpunt weg te bewegen
centrífugo
indefiniteOrdinalNumeral
zich in het midden bevindend
central
noun
- 1. vinger
dedo de en medio
dedo del corazón
- 2. als beledigend gebaar
higa
preposition
en medio de
a mediados de
pronoun
1. het gebied tussen Noord-Amerika en Zuid-Amerika
América Central
noun
1. regio die bestaat uit Zuidwest-Azië en het noordoosten van Afrika
Oriente Medio
adverb
en medio de
a mediados de
en medio
noun
oído medio
cavidad timpánica
noun
spier- en peesachtig tussenschot tussen borstholte en buikholte
diafragma
noun
- 1. weg, pad tussen twee andere wegen
carretera del medio
- 2. (gulden) middenweg, de ideale positie tussen twee uitersten
dorada medianía
justo medio
noun
crisis de la mediana edad
noun
festividad de San Juan
verb
1. via de blaas als vloeistof lozen van lichamelijke afvalstoffen
mear
empapar de meado
noun
1. een kruipend, in grote kolonies levend omnivoor insect
hormiga
noun
1. benaming voor tandloze zoogdieren uit de onderorde Vermilingua
oso hormiguero
noun
1. bovengronds deel van een mierennest in de vorm van opgestapelde grond en plantenresten
hormiguero
noun
1. HCOOH
ácido fórmico
noun
2. wortel
rábano picante
rábano rusticano
raíz picante
jaramago
mostaza romana
rúcula
noun
1. slapjanus, kleinzerig persoon
debilucho
noun
1. schele hoofdpijn
migraña
jaqueca
verb
1. ontwijken, trachten niet in aanraking te komen met iets of iemand
esquivar
rehuir
/
mɛi̯l/
abbreviation
milla
noun
1. een paal die op elke mijl staat
hito
piedra miliar
/
mɛi̯n/
noun
- 3. afslag
almoneda
subasta
- 1. onderaardse plaats waar delfstoffen gewonnen worden
mina
/
mɛi̯n/
possessivePronoun
1. van mij
mi
mío
noun
1. het bedrijven van winning van delfstoffen
minería
/
ˈmɛinbɑuwˌkʏndə/
noun
ingeniería de minas
adverb
1. van mijn kant
por mi parte
noun
- 2. de heer des huizes
amo
- 1. een aanspreektitel voor een man
señor
noun
1. een persoon die werkzaam is in de mijnbouw
minero
noun
- 2. stapel
pira
- 1. benaming voor dieren uit de superorde Acariformes
ácaro
noun
1. hoofddeksel voor kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders
mitra
pronoun
1. stad in het noordwesten van Italië
Milán
/
mi.li.ˈjøː/, /
mɪɫˈjø/
noun
- 1. de sociale omgeving
entorno
medio
medio ambiente
medio social
- 2. de wereldwijde natuurlijke omgeving
medio ambiente
ambiente
entorno
medio
noun
evaluación de impacto ambiental
/
miɫˈjøkʏnˌdə/
noun
ecología
/
ˌmiliˈtæːr/, /
ˌmiliˈtɛːr/
adjective
1. met het leger te maken hebbend
militar
castrense
/
ˌmiliˈtæːr/, /
ˌmiliˈtɛːr/
noun
1. lid van een leger
militar
noun
1. 1.000.000.000 (= 10⁹)
millardo
mil millones
ordinalAdjective
- 1. nummer miljoen in een rij
- 2. gedeeld door één miljoen
millonésimo
noun
1. dikke koude drank
batido de leche
batido
noun
1. een periode van 1000 jaar
milenio
/
mɪlt/
noun
1. een klier in de buikholte die een rol speelt bij het zuiveren en de opslag van bloed
bazo
/
ˈmɪltfyr/
noun
1. een infectieziekte, die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
carbunco
noun
1. gezichtsuitdrukking
mímica
pantomima
adverb
1. minus, verminderd met (-)
menos
adjective
1. zonder respect
aborreciendo
con desprecio
despectivamente
despreciando
menospreciando
/
ˈmɪnɑxtɪŋ/
noun
1. het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over
desprecio
menosprecio
/
ˈmɪndər/
indefiniteCardinalNumeral
1. vergrotende trap onverbogen vorm van weinig
menos
noun
1. een groep die binnen een groter geheel in aantal minder dan de helft uitmaakt
minoría
minoridad
noun
complejo de inferioridad
noun
1. water dat mineralen bevat die de smaak veranderen of het water een (vermeende) therapeutische waarde geven
agua mineral
agua mineralizada
noun
1. de vorming van mineralen
mineralización
noun
1. groentesoep
minestrone
noun
1. type computer uit de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw
minicomputadora
/
ˈminimal/
adverb
1. minstens
a lo menos
abbreviation
1. kleinst mogelijke hoeveelheid
mínimo
noun
1. een persoon die deelneemt aan de regering van een land
ministro
noun
1. de minister die het kabinet aanvoert
primer ministro
primera ministra
presidente de Gobierno
noun
1. uit ministers bestaand college
Consejo de Ministros
noun
1. bepaald zoogdier, Neovison vison
víson
/
mɪnst/
indefiniteCardinalNumeral
mínimo
menos
adjective
con minuciosidad
minucioso
pedante
preciso
noun
- 1. tijdeenheid
- 2. hoek
minuto
noun
arrayán
mirto
mirto común
mirto griego
murta
murtrera
noun
1. een godsdienstoefening in de katholieke kerk, een eucharistieviering
misa
adjective
2. niet onontbeerlijk, te vervangen
dispensable
prescindible
noun
1. in overmatige mate ergens een probleem van makend
alharaca
aspaviento
/
mɪzˈbrœykən/, /
mɪzˈbrœːkən/
verb
op een slechte wijze gebruik maken van iets of iemand
abusar
noun
1. een handeling die een ernstig vergrijp tegen het wetboek van strafrecht is
delito
crimen
noun
novela negra
novela policíaca
/
mɪs'dadəx/
adjective
criminal
noun
1. is iemand die de priester helpt tijdens het opdragen van de mis
acólito
noun
1. een misdaad of delict
crimen
delito
/
mɪzˈdʒɛndərən/
verb
verwijzen naar een persoon met termen die het verkeerde gender uitdrukken
malgenerizar
verb
1.een mislukte poging doen iets te grijpen
desacertar
verb
1. niet aanstaan, niet behagen
desagradar
desplacer
disgustar
displacer
verb
1. iemand slecht behandelen en pijn doen of verwonden
maltratar
brear
noun
1. het moedwillig toebrengen...
abuso
maltrato
noun
aborto espontáneo
aborto
verb
1. iemand in de waan van iets brengen
engañar
mistificar
adjective
1.
engañoso
despistando
engañando
falaz
/
mɪsˈlʏkə(n)/
verb
verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
fracasar
noun
1. iets dat niet goed is gegaan
fracaso
falla
adjective
descontento
insatisfecho
noun
- 1. bepaald soort loofboom Mespilus germanica
níspero
- 2. vrucht van de mispelboom
níspola
níspero
/
məˈsxin/
adverb
1. duidt aan dat er een bepaalde kans bestaat dat de uitspraak waar is
tal vez
quizás
quizá
acaso
a lo mejor
adjective
- 1. tot braken geneigd
mareado
con náuseas
- 2. een nare indruk makend, onuitstaanbaar
nauseabundo
noun
asco
náusea
repugnancia
/
ˈmɪsə(n)/
verb
- 6. de afwezigheid voelen van
echar de menos
extrañar
- 5. ontberen
faltar
- 1. niet raken, niet treffen
perder
errar
noun
1. een doeleind dat verwezenlijkt dient te worden
misión
noun
1. laaghangende bewolking die het zicht belemmert
niebla
neblina
noun
1. bepaald soort groenblijvende plant die als halfparasiet op bomen leeft, Viscum album
muérdago
noun
1. mengsel van niet of maar gedeeltelijk gegist druivensap, alcohol en soms ook suiker
mistela
noun
faro antiniebla
faro para niebla
adjective
1. depressief stemmend, niet op te vrolijken
abatido
triste
noun
deformación
deformidad
desfiguración
noun
1.wijn die gebruikt wordt in de misdiensten
vino de misa
/
ˌmito'xɔndriɵm/
noun
1.
mitocondria
verb
1. beschieten met een machinegeweer
ametrallar
conjunction
1. indien, op voorwaarde dat
con tal que
a condición de que
siempre que
conjunction
juntamente con
noun
1. mengsel
mezcla
mixtura
/
ˈmɪk.sər/
noun
- 2. keukengereedschap
batidora
licuadora
mezclador
trituradora
- 1. apparaat om te mengen
- 3. apparaat waarmee signalen...
mezclador
interjection
1. uitroep van verrukking
ñam
mmm
adjective
1. gemakkelijk verplaatsbaar of bewegend
movible
móvil
/
moˈbilcə/
noun
1. draagbare telefoon
teléfono celular
teléfono móvil
móvil
verb
- 1. optrommelen en inschakelen van helpers, actiebereid maken van geestverwanten
- 2. gevechtsklaar maken van legeronderdelen
movilizar
noun
1. beweeglijkheid
movilidad
/
'mɔkɑsɛː/, /
mokɑ'sæː/
noun
- 1. een Noord-Amerikaans indianenschoeisel
mocasin
- 2. een leren lage schoen, zonder veters
mocasín
noun
1.een reversibele monoamino-oxidaseremmer
moclobemida
noun
modalidad
modo
modo de ser
noun
1. mengsel van aarde, vuil en water
barro
lodo
fango
noun
- 5. een standaard, toonbeeld of voorbeeld
estándar
modelo
verb
- 1. op schaal navormen
hacer un modelo
- 2. boetseren
modelar
noun
2. overdreven modieus geklede man of vrouw
dandi
petimetre
/
moˈdɛrn/
adjective
1. van deze tijd, volgens de laatste mode
moderno
/
mo.dɛr.ni.ˈzɪː.rə(n)/, /
mo.dɛr.nɪ.ˈzeː.rə(n)/
verb
1. modern maken
modernizar
/
modɛrniˈzerɪŋ/
noun
modernización
adjective
1. volgens de mode
elegante
noun
1. plaatselijke stop in de weefsels
modulador
/
muː/
adjective
1. geneigd tot rusten of slapen
cansado
fatigado
/
mud/, /
mut/
noun
- 1. dapperheid, lef, branie
valor
valentía
coraje
- 2. inborst, stemming, gemoed
ánimo
/
ˈmudəlos/
adjective
1. somber doordat men de hoop heeft verloren
desanimado
cabizbajo
noun
1. een vrouwelijke ouder
madre
noun
placa base
placa madre
noun
1. een dag ter ere van de moeders
Día de la Madre
fiesta de la Madre
noun
cornadillo
cornatillo
cornezuelo de centeno
cornezuelo del centeno
cornichos
cornichuelo
noun
altamisa
amagarza
amargaza
botón de plata
camomila de Aragón
erísimo
noun
1. het fungeren als moeder
maternidad
/
ˈmu.dərs.kɪnt/
noun
1. onzelfstandig, afhankelijk kind dat (te) erg op de moeder is gericht
hijo de mamá
muchacho de mamá
noun
lengua materna
lengua nativa
/
ˈmuːdəx/, /
ˈmuːdəç/
adjective
1. geen angst voor gevaar tonend
valiente
bravo
animoso
adjective
1. expres, opzettelijk, met boze opzet, weloverwogen
adrede
de propósito
noun
1. de diersoort waartoe het tamme schaap behoort, Ovis gmelini
muflón
noun
1. toestand waarin je door afmatting behoefte hebt om uit te rusten
cansancio
fatiga
agotamiento
/
mu<sup>ɪ</sup>lɛ<sup>ɪ</sup>k/
adjective
1. niet gemakkelijk, waar moeite, geduld en inspanning voor vereist is
difícil
noun
1. iets dat moeilijk of lastig is
dificultad
/
ˈmuitə/
noun
1. een grote inspanning
esfuerzo
afán
noun
- [A]
tuerca
- [C] 1. drassig land, vooral gebruikt voor natte veengebieden
marisma
pantano
noun
1. bepaald soort kruipende, overblijvende plant, Teucrium scordium
camedrio acuático
escordio
maro
noun
alfalfa chilota
cuernecillo grande
noun
altarreina
filipéndula
reina de los prados
ulmaria
noun
1. wijfjesvos
vulpeja
zorra
noun
1. fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
compota
papilla
puré
noun
1. de regentijd in tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd
monzón
/
ˈmus.tœʏ̯n/, /
ˈmus.tœːn/
noun
1. een tuin waarin op kleine schaal verschillende groenten en evt kruiden en/of fruit worden verbouwd
huerta
huerto
verb
1. gedwongen zijn
tener que
deber
pronoun
1. een rivier die ontspringt in de Vogezen en na 544 kilometer bij Koblenz in de Rijn uitmondt
Mosela
noun
1. met bont gevoerde koker om de handen warm te houden
manguito
adjective
1. een keuze om iets te doen
posible
adverb
1. misschien
posiblemente
quizás
noun
1. iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren
posibilidad
noun
1. zware hamer met korte steel
maceta
adjective
café moka
moca
moka
pronoun
1. een taal die in het zuiden van Mordovië gesproken wordt
moksha
moxel
noun
- 1. bepaald soort zoogdier, Talpa europaea
topo
- 3. hoeveelheid van een stof die net zo veel deeltjes bevat als er atomen...
mol
/
mɔlˈdaːvi.jə/, /
mɔɫˈdavi.jə/
pronoun
1. een land en regio in Zuidoost-Europa grenzend aan Oekraïne en Roemenië
Moldavia
adjective
1. bestaande uit moleculen
molecular
phraseologicalUnit
mecánica molecular
/
moləˈkyle/
noun
1. het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof bezit
molécula
/
moləˈkyɫ/
noun
1. het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof bezit
molécula
noun
1. installatie die de stroming van lucht of water gebruikt als energiebron
molino
/
ˈmolənar/
noun
1. iemand die het werken in een molen als beroep heeft
molinero
verb
1. iemand in elkaar slaan
molestar
/
ˈmɔɫ.frɑk.si/
noun
fracción molar
adjective
1. een beetje dik, volslank
gordito
mórbido
orondo
rollizo
noun
1. met brandbare stof gevulde glazen fles die via een lont of lap stof wordt ontstoken
coctel molotov
cóctel molotov
noun
1. Chemisch element
molibdeno
noun
1. zeer korte tijd
momento
adverb
1. op dit moment
actualmente
por el momento
verb
1. geluiden maken die moeilijk te verstaan zijn
murmurar
mascullar
musitar
/
moˈnako/, /
ˈmo.na.ko/
pronoun
- 1. een dwergstaatje in Zuid-Europa, officieel het Vorstendom Monaco, dat aan Frankrijk grenst
- 2. de hoofdstad van Monaco
Mónaco
noun
1. is van origine een regeringsvorm waarbij alle macht bij één persoon berust
monarquía
/
[mɔnt]/
noun
- 1. ingang van het spijsverteringskanaal
boca
desembocadura
noun
respiración artificial
noun
marketing boca a boca
marketing boca-oreja
adjective
1. via het gesproken woord
oral
noun
1. instrument met doorslaande tongen dat met de mond bespeeld wordt
armónica
órgano de boca
noun
1. het inwendige deel van de mond
cavidad bucal
/
ˈmɔndijal/
adjective
1. met betrekking tot of geldend voor de gehele wereld
mundial
/
ˈmɔndɪŋ/
noun
1. plaats waar een rivier uitkomt in zee of meer
desembocadura
/
ˈmɔnt.kɑp/
noun
mascarilla
tapaboca
noun
1. dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet
boquilla
/
ˈmɔntwatər/
noun
1. vloeistof waarmee de mondholte kan worden gespoeld
enjuague bucal
colutorio
/
monəˈɣɑskis/, /
monəˈɣɑskɪs/, /
monəˈχɑskis/
adjective
monegasco
/
monəˈɣɑskis/, /
monəˈɣɑskɪs/, /
monəˈχɑskis/
pronoun
idioma monegasco
noun
melanocitosis dérmica congénita
/
mɔŋ.ˈ(g)ɣo.li.jə/, /
mɔŋ.ˈɣo.li.jə/, /
mɔŋ.ˈχo.li.jə/
pronoun
1. een land in Azië en omringd door China in het zuiden en Rusland in het noorden
Mongolia
noun
1. iemand met het syndroom van Down
mongol
pronoun
1. macrotaal die de officiële taal van Mongolië is en die ook in China en Rusland gesproken wordt
mongol
mongólico
/
ˈmoniˌtɔr/
noun
beeldscherm
monitor
noun
1. een man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een klooster
monje
noun
- 3. plant
acónito
- 1. van een monnikspij
capucha
noun
1. deze stof blokkeert de werking van monoamino-oxidase
inhibidor de la monoaminooxidasa
/
ˈmonokʏɫˌtyːr/
noun
1. landbouw met één gespecialiseerd gewas
monocultivo
noun
1. het samenleven of getrouwd zijn met één persoon
monogamia
noun
1. een wetenschappelijk boek of verhandeling over één onderwerp of een beperkte groep van samenhangende onderwerpen, in het algemeen geschreven door één auteur
monografía
noun
1. figuur met initialen
monograma
/
mo.no.'klin/
adjective
1. een symmetrie bezittend die ten hoogste een tweetallige hoofdas of een spiegelvlak bevat
monoclínico
/
ˌmonoˈlox/
noun
1. een gesprek gevoerd door één persoon, meestal op toneel
monólogo
soliloquio
noun
2. te eenzijdige fixatie op één zaak
monomanía
noun
1. het geheel beheersen van een markt door een enkele leverancier
monopolio
noun
1. een behandeling met één geneesmiddel
monoterapia
noun
- 1. schrikwekkend wezen
monstruo
- 2. een willekeurige hoeveelheid ontnomen aan een grotere massa
muestra
verb
3. grondig onderzoeken
tantear
noun
ola gigante
ola monstruo
noun
1. techniek waarbij een complex proces vele malen wordt nagebootst met telkens...
método de Monte Carlo
/
ˌmɔntəˈnegro/, /
ˌmɔntəˈneːɣro/
pronoun
1. land in Zuidoost-Europa gelegen aan de Adriatische Zee en grenzend aan Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Albanië
Montenegro
verb
1. de juiste beelden achter elkaar zetten
montar
/
mɔnsɛ'rɑ/
pronoun
Montserrat
noun
1. een groot gedenkteken
monumento
adjective
zeer groot en indrukwekkend
monumental
/
moːj/
adjective
1. prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken, schoon
bello
guapo
bonito
hermoso
/
ˈmoːrd/, /
ˈmoːrt/, /
ˈmʊːrt/
noun
1. handeling met het doel en het gevolg dat iemand dood gaat
asesinato
homicidio
verb
1. rondgaan om moorden te plegen
asesinar
/
mordənar/
noun
1. iemand die een moord gepleegd heeft
asesino
asesina
noun
arma homicida
arma asesina
noun
1. anekdote met een verrassend en komisch slot
chiste
noun
1. rups van een soort nachtpauwoog Gonimbrasia belina
oruga mopane
noun
1. een mannelijk persoon die vaak moppert
gruñón
noun
1. een vrouwelijk persoon die vaak moppert
gruñona
verb
1. onvrede uiten
refunfuñar
rezongar
gruñir
adjective
1. veel mopperend
gruñón
noun
1. hond uit een bepaald ras met een stompe snuit
pug
/
moˈral/
noun
moraleja
moral
adjective
moralizador
moralizadora
noun
1. leer van de gewoontes en deugden
moralidad
noun
1. een uitstel van betaling
moratoria
/
moˈrel/
noun
estado de ánimo
ethos
noun
1. de kleinst mogelijke morfosyntactische eenheid in een taal
morfema
noun
1.een alkaloïde dat het werkzame bestanddeel van opium is
morfina
/
ˌmɔr.fo.lo.ˈɣi/, /
ˌmɔr.fo.lo.ˈχi/
noun
1. de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeert
morfología
/
ˈmɔrxə(n)/, /
ˈmɔrɣə(n)/
adverb
1. eerstvolgende dag na vandaag
mañana
cras
/
ˈmɔrxə(n)/, /
ˈmɔrɣə(n)/
noun
1. eerste deel van de dag
mañana
adverb
mañana por la noche
mañana por la tarde
noun
1. de rode lucht bij zonsopgang
arrebol
crepúsculo matutino
noun
2. Tragopogon, een plantengeslacht uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae)
barba cabruna
barba de cabra
barba de cabrón
salfisi
noun
anticonceptivo de emergencia
noun
1. seinalfabet
Morse
alfabeto Morse
código Morse
noun
1. weergave van letters, leestekens en cijfers door patronen van korte en lange signalen met tussenpozen
código morse
/
'mɔrsə(n)/
verb
1.
derramar
adjective
1. onzindelijk, slonzig
desaliñado
desaseado
noun
1. het sterftecijfer
mortalidad
noun
tasa de mortalidad
índice de mortalidad
noun
1. mengsel waarmee wordt gewerkt...
argamasa
mortero
forja
noun
1. een scheikundig element met het symbool Mc en het atoomnummer 115
moscovio
noun
1. gebedshuis
mezquita
noun
1. een geloofsaanhanger van de islam
musulmán
mahometano
noun
terrorismo islamista
terrorismo islámico
yihadismo
noun
fundamentalismo islámico
noun
1. Mytilus edulis, een eetbaar tweekleppig schelpdier
mejillón
noun
1. een in de keuken gebruikte kruidenpasta
mostaza
noun
1. een vlinderachtig insect
polilla
phraseologicalUnit
moción de censura
noun
- 2.3.
motivo
- 1. de reden om iets te doen
motivo
móvil
porqué
/
moːtiˈveːrə(n)/
verb
1. met redenen omkleden
motivar
/
'mo.tɔr/
noun
- 2. voertuig
moto
- 1. krachtbron
motor
noun
bloque de cilindro
bloque de cilindros
bloque del motor
noun
1. een klein tot middelgroot bootje dat voortbewogen wordt door middel van een motor
lancha motora
noun
piloto de motociclismo
noun
par del motor
par motor
noun
aceite de motor
aceite motor
noun
wegvoertuig
vehículo a motor
vehículo de motor
noun
vehículo a motor
vehículo de motor
noun
1. door een motor aangedreven kettingzaag
motosierra
noun
1. lichte neerslag in de vorm van heel kleine druppeltjes water
llovizna
verb
1. regenen in zeer fijne druppeltjes
lloviznar
chispear
noun
bola de alcanfor
bola de naftalina
noun
bicicleta de montaña
bici montaña
noun
1. de grondstof voor bier, jenever en whisky,...
malta
noun
1. dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat
manga
verb
1. aanzetten tot
mover
/
ˌmo.zɑm.ˈbik/, /
ˌmo.zɑm.ˈbɪk/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de republiek Mozambique
Mozambique
noun
SARM
staphylococcus aureus resistente a la meticilina
noun
SARM
staphylococcus aureus resistente a la meticilina
adjective
abarrotado
lleno a tope
/
ˈmysli/, /
ˈmyə̯zli/
noun
1. eten gemaakt van graanvlokken, zuivel, fruit en noten
muesli
granola
/
mɵf/
adjective
1. onaangenaam en bedorven ruikend
viciado
noun
1. kleine, vliegende insecten van de onderorde Nematocera
mosquito
nematócero
verb
disputar
criticar
zaherir
noun
- 1. bek van een groot dier
fauces
- 3. bepaald soort schoeisel
babucha
- kruising tussen een paard en een ezel
mulo
mula
noun
1. een kruising van een ezelhengst en een paardenmerrie
mulo
mula
noun
1. een kruising van een paardenhengst en een ezelin
burdégano
mulo
mula
noun
1.een leren of metalen korf die voor de bek van een dier gespannen wordt om bijten onmogelijk te maken
bozal
mordaza
verb
2. beletten te spreken
abozalar
/
mœʏ̯s/, /
mœːs/
noun
- 1. klein zoogdier, meestal van het geslacht "Mus"
- 3. computermuis
ratón
verb
1. in opstand komen tegen wettige autoriteit
amotinarse
noun
1. benaming voor vissen uit geslacht Mullus
salmonete de fango
salmonete de roca
/
ˈmʏltidɪsɪpliˌnɛ:r/
adjective
1. betrekking hebbend op meerdere disciplines
multidisciplinario
noun
1. composietplaat die bestaat uit meer dan 3 gelijmde laagjes hout
contrachapado
noun
1. een door balseming en uitdroging geconserveerd lichaam van een dode
momia
noun
1. en 2. (boon van) eenjarige plant Vigna radiata
judías mungo
poroto mung
/
mʏˈnitsi/, /
mʏˈnisi/
noun
schietbenodigdheden
munición
noun
- 5. muntzijde van geldstuk
cruz
- 1. en 2. (blaadjes van) het plantengeslacht Mentha
menta
hierbabuena
/
/
noun
1.munteenheid
unidad monetaria
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Passeridae
gorrión
adjective
1. met betrekking tot de spieren
muscular
noun
1. een gebouw waarin voorwerpen van culturele waarde tentoongesteld worden
museo
noun
1. iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
músico
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
calabaza moscada
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
calabaza moscada
/
'mɵskɵs/
noun
1. de geurstof uitgescheiden door de geurklieren van bepaalde zoogdieren
almizcle
noun
1. hertachtig dier in Centraal-Azië
almizclero
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
calabaza moscada
noun
1. Ondatra zibethicus, een soort waterrat
rata almizclera
rata almizclada
noun
1. proces waardoor de genetische informatie van een organisme verandert en er een nieuw stabiel organisme ontstaat
mutagénesis
noun
1. een sprongsgewijze verandering
mutación
/
mʏʦ/
noun
1. hoofddeksel van textiel zonder harde rand.
gorro
bonete
/
myːr/
noun
- 1. verticale vlakke constructie van metselwerk
pared
muro
tapia
tabique
- 1. kruidachtige plant
capiquí
hierba gallinera
pamplina
noun
2. Cheiranthus cheiri
alhelí
alhelí amarillo
noun
Picardía
cimbalaria
melena
palomilla de muro
ruinas
/
my'zik/
noun
1. een akoestisch fenomeen
música
noun
1.een muziekinstrument
caja de música
noun
1. een groep personen die zich gezamenlijk oefent ...
banda de música
/
myˈzikˌɪnstrymɛnt/
noun
1. instrument om muziek mee te spelen
instrumento musical
noun
1. een lerares die les geeft in het schoolvak waarin geleerd wordt over muziek en gespeeld wordt op instrumenten
profesora de música
noun
1.een schoolvak waarin geleerd wordt over muziek
clase de música
noun
1.een teken om de tonen naar hun tijdsvolgorde en tijdsduur te noteren
nota musical
noun
1.een school waar men muziek leert maken
escuela de música
noun
1.een muzikaal werk
pieza musical
noun
1.het bestuderen van de muziek in al haar vormen
musicología
noun
1. iemand die muziek maakt
músico
/
ˌmikoloˈɣi/
noun
1. de wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van schimmels
micología
/
miˈkozə/
noun
1. een door een schimmel veroorzaakte ziekte
micosis
noun
1. pupilverwijder
midriático
noun
1. afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
miopía
noun
1. CH₃(CH₂)12COOH
ácido mirístico
/
mi.tɔ.lɔ.ɣi/
noun
mitología
noun
síndrome de Münchhausen por poder
noun
síndrome de Münchhausen
preposition
- 1. in tijd volgend op
después
tras
detrás de
- 4. later in volgorde (achter)
detrás de
tras
adjective
1. iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
envidioso
noun
comisura
junta
unión
- 1.
costura
sutura
/
naf/
noun
1. centrale as of middenstuk van een wiel of rad
buje
cubo
noun
1. een doos waarin naaigerei bewaard wordt
canasta de costura
costurero
/
ˈnaːi̯ə(n)/
verb
- 1. naaldwerk verrichten
coser
- 3. iemand een veraderlijke streek leveren
joder
- 2. geslachtsgemeenschap hebben
joder
follar
noun
máquina de coser
cosedora
noun
1. een vrouw die naaiwerk verricht
costurera
/
naːkt/
adjective
1. zonder beharing of andere fysieke bescherming van de huid, ontkleed
desnudo
noun
1. het naakt zijn
desnudez
/
nald/, /
naɫt/
noun
1. gereedschap voor naaien
aguja
noun
- 2. bekendheid, reputatie
fama
reputación
nombre
- 1. kort stukje tekst dat een persoon, instelling of object bijna identiek kan benoemen
nombre
denominación
noun
1. een dag waarop een heilige wordt herdacht
santo
onomástica
noun
1. elk der buigingsvormen van een naamwoord
caso
/
namwort/
noun
1. een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt
nombre
noun
complemento predicativo
atributo
/
naːr/
adjective
1. onaangenaam, niet leuk
desagradable
/
naːr/
preposition
1. in de richting van
hacia
conjunction
1. in een mate die gelijk opliep met de genoemde verandering
a medida
a medida que
conforme
conforme a
adjective
1. ijverig en vlug
diligente
solícito
preposition
1. aan de zijkant van
al lado de
noun
1. liefde jegens de medemens
caridad
noun
1. een verdere behandeling na de hoofdingreep
tratamiento suplementario
adjective
1. zich in de onmiddellijke omgeving bevindend
cercano
próximo
/
'na.bo.tsə(n)/
verb
1. nadoen, imiteren
imitar
contrahacer
adjective
1. in de buurt ervan gelegen
vecino
adyacente
cercano
contiguo
noun
1. meest nabije buren
vecino
/
nɑx/, /
nɑxt/, /
nɑχt/
noun
1. de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
noche
noun
1. een dier dat overdag slaapt en 's nachts actief is
animal nocturno
noun
1. lijsterachtige zangvogel met een rossig bruine staart die heel mooi kan zingen
ruiseñor
noun
1. dag en nacht duren evenlang
equinoccio
/
ˈnɑxtjɑˌpɔn/
noun
1. kledij die vrouwen 's nachts dragen
camisa de dormir
noun
1. lage kast of tafel zonder laden die bij het hoofdeinde van het bed staat
mesa de noche
mesita de luz
mesita de noche
noun
mesita de luz
mesita de noche
noun
- 2. een schrikbeeld
pesadilla
- 1. een zeer angstige droom
pesadilla
incubo
noun
mesa de noche
mesita de luz
mesita de noche
noun
1. een verbinding door middel van een nachttrein
conexión de tren nocturno
noun
1. vlinder die 's nachts actief is
mariposa nocturna
polilla
noun
1. nachtwachter
sereno
noun
visión nocturna
escotopía
/
na'dɑt/
conjunction
después que
noun
1. ongunstige eigenschap
desventaja
adjective
1. kwalijk, schadelijk
perjudicial
contrario
nocivo
adjective
pensativo
meditando
reflexionando
verb
1. In aantocht zijn
acercarse
avecinar
adverb
1. in de tijd erna
después
adverb
1. geeft een gevolg in tijd aan: daarna
después
noun
1. denkbeeldig punt aan de sterrenhemel loodrecht onder de waarnemer
nadir
adjective
enfático
significativo
/
ˈnaː.ɣəˌbor.tə/
noun
3. de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
alumbramiento
noun
1. hoornplaat op laatste teen- en vingerkootjes
uña
noun
1. een weefsel onder en achter de nagel, waar de nagel uitgroeit
lecho ungular
noun
1. schoonheidsmiddel
esmalte de uñas
barniz de uñas
esmalte
laca de uñas
adverb
1. voor het overgrote deel
casi
/
ˈna.wɑtl̥̩/, /
ˈna.wɑtl̩/
pronoun
1. benaming voor de talen die door de oorspronkelijke bewoners van Mexico gesproken worden
náhuatl
/
ˈnahʏm/
pronoun
2. boek in de Bijbel
Naún
verb
1. corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
controlar
averiguar
comprobar
examinar
inspeccionar
verb
2. in een testament toebedelen
legar
noun
1. wat door de erflater bij zijn overlijden overgedragen wordt
herencia
noun
1. een fout doordat er iets nagelaten wordt
negligencia
noun
1. een geneesmiddelengroep van pijnbestrijders
nalbufina
/
ˈnamələk/
abbreviation
a saber
o sea
es decir
nominal
pronoun
1. provincie in het oosten van België
Namur
/
na.'mi.bi.jə/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika
Namibia
noun
1. tijd aan het einde van de middag
tarde
noun
1. vrouw die zorgt voor de kinderen van haar opdrachtgevers
niñera
adjective
1. van na de oorlog
posguerra
pronoun
1. stad in Italië
Nápoles
adjective
amarillo narciso
noun
1. een kunstmatige algehele verdoving
narcosis
anestesia
noun
1. een verdovend middel
narcótico
verb
narcotizar
narcotizarse
pronoun
1. de taal van de Narom
narón
noun
1. bepaald soort zeezoogdier, Monodon monoceros
narval
/
naˈsal/
adjective
1. met betrekking tot de neus
nasal
/
naˈsal/
noun
1. een neusklank
consonante nasal
nasal
noun
1. een veranderde smaak van iets dat men al heeft doorgeslikt heeft en in het begin anders smaakte
retrogusto
/
ˈnaː.spøː.rə(n)/
verb
1. nauwkeurig onderzoeken
investigar
averiguar
verb
1. een doel trachten te bereiken
perseguir
adjective
1. gedrenkt in een vloeistof, meestal water
mojado
húmedo
verb
1. na het eten aan tafel blijven zitten (om wat te praten en/of nog een hapje en drankje te nuttigen)
quedarse para la sobremesa
noun
1. een groep mensen die zich door gemeenschappelijke taal, cultuur of politieke geschiedenis verbonden voelt
nación
noun
estado nación
estado-nación
adjective
1. op een volk met een eigen land betrekking hebbend
nacional
adjective
nacionalsocialista
noun
1. voorliefde voor het vaderlandse
nacionalismo
verb
- 2. overtrekken
calcar
- 1. onderzoeken of iets werkelijk klopt
verificar
noun
E500
E500i
carbonato de sodio
carbonato ácido de sodio
noun
lámpara de sodio
lámpara de vapor de sodio
noun
E524
hidróxido de sodio
noun
1.2.3. stroming in de literatuur aan het eind van de 19e eeuw, die de mens beschouwt als bepaald door milieu en erfelijkheid en leer die de natuur boven alles stelt
naturalismo
noun
- überhaupt
naturaleza
- De aard van iets of iemand
índole
noun
fotografie van de natuur
fotografía de naturaleza
/
naˈtyrkʏndə/, /
naˈtyːrkʏndə/
noun
1. subdiscipline binnen de natuurwetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van materie en
física
adjective
1. uit de natuur afkomstig
natural
adverb
1. vanzelfsprekend
naturalmente
noun
1. mens van vlees en bloed die kan deelnemen aan het rechtsverkeer
persona física
noun
1. een ongelukkige gebeurtenis die door de natuur veroorzaakt wordt
desastre natural
catástrofe natural
noun
2. in de natuurlijke orde van de dingen gefundeerd
derecho natural
ley natural
noun
- 2. natuurrecht
derecho natural
- 1.wetmatigheid bij natuurverschijnsel
ley científica
/
na'tyrʋetənsxɑp/, /
na'tyrʋetənsçɑp/
noun
ciencia natural
/
na.ˈu.ru/, /
naˈuru/, /
ˈnaʊ̯.ru/
pronoun
1. een land in de Stille Oceaan
Nauru
/
nɑuruˈwans/
pronoun
1. taal die door 6 000 mensen wordt gesproken in Nauru
nauruano
noun
1. misselijkheid
náuseas
adjective
1. een geringe breedte hebbend
estrecho
angosto
adverb
1. slechts in geringe mate
apenas
adjective
1. met veel aandacht, op details lettend
concienzudo
meticuloso
puntual
adjective
clavado
exacto
formal
puntual
noun
1. de mate waarin men zaken tot in de puntjes behandelt
exactitud
noun
1. opeenhoping van wollig materiaal in iemands navel
pelusilla del ombligo
/
ˈnavəlstrɛŋ/
noun
snoer dat de vrucht aan de moederkoek verbindt
cordón umbilical
cuerda umbilical
noun
1. varkensachtig dier, met een kort gedrongen gestalte en korte kop
báquiro
pecarí
saíno
noun
sistema de navegación
noun
1. iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders
descendiente
sucesor
adjective
1. van of uit Nazareth
nazareno
/
nazaˈrenər/
noun
1.inwoner van Nazareth
nazareno
verb
1. herhalen wat iemand anders al gezegd heeft, bevestigen wat iemand anders al gezegd heeft
repetir
reiterar
réitérer
verb
1. iets aan iemand toesturen
reenviar
remitir
/
ˈnatsi/
noun
1. een aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei
nazi
nacional-socialista
nacionalsocialista
verb
1. corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
controlar
averiguar
comprobar
examinar
inspeccionar
noun
saludo hitleriano
saludo nazi
noun
nacionalsocialismo
nazismo
adjective
cándido
ingenuo
incauto
franco
natural
phraseologicalUnit
non bis in idem
noun
1. interstellaire gas- en stofwolken die worden beschouwd als de geboorteplaats van de sterren
nebulosa
noun
1. een biografie van een overleden persoon en/of een bespreking van diens werk
necrología
noun
1. de afsterving van weefsel
necrosis
noun
2. een perzikachtige vrucht van boom Prunus persica var. nucipersica
nectarina
melocotonero
pelón
pronoun
1. een in Noord-Duitsland en Nederland gesproken West-Germaanse taal...
bajo alemán
/
ˈne.dər.ˌfrɑŋ.kis/
noun
1. de verzamelnaam voor een aantal West-Germaanse talen en taalvariëteiten die van het Oudnederfrankisch afstammen
bajofranconio
bajofráncico
adjective
1. een onderdanige houding aannemend
humilde
noun
1. het aannemen van een houding waarbij geen aanspraak gemaakt wordt op macht of eer
humildad
noun
1. het verlies van een strijd
derrota
/
ˈnedərˌlɑnt/, /
ˈneːdərˌlɑnd/, /
ˈneːdərˌlɑnt/
pronoun
1. land in het westen van Europa, grenzend aan Duitsland en België, belangrijkste deel van het Koninkrijk der Nederlanden
Países Bajos
/
ˈne.dər.ˌlɑn.dər/
noun
1. inwoner van Nederland of persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit
neerlandés
holandés
/
ˈne.dər.ˌlɑnds/, /
ˈne.dər.ˌlɑnts/
adjective
1. met betrekking tot Nederland of de Nederlandse taal
holandés
neerlandés
/
ˈne.dər.ˌlɑnds/, /
ˈne.dər.ˌlɑnts/
pronoun
1. een West-Germaanse taal die als officiële taal gesproken wordt in Nederland, Vlaanderen, Suriname en op de Nederlandse Antillen
holandés
neerlandés
pronoun
Indias Orientales Neerlandesas
/
ˌne.dər.lɑnt.sə.ɑn.ˈtɪ.lə(n)/, /
ˌneː.dər.lɑnt.sə̯an.ˈtɪ.lə(n)/
pronoun
1. voormalig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden
Antillas Neerlandesas
noun
1. gebarentaal gebruikt door de dovengemeenschap van Nederland
lengua de signos neerlandesa
pronoun
Unión de la Lengua Neerlandesa
pronoun
1. een in Noord-Duitsland en Nederland gesproken West-Germaanse taal zonder Hoogduitse klankverschuiving
bajo alemán
noun
1. een vestiging, een bewoonde plaats
solución
/
neː/
interjection
1. ontkenning
no
noun
- 2. kozijn
primo
- 1. mannelijke oomzegger
sobrino
/
ner/
adverb
1. in benedenwaartse richting
abajo
noun
1. het iemand schijnbaar beleefd behandelen maar waarbij men toch ook duidelijk laat merken dat...
condescendencia
verb
1.
abatir
agobiar
deprimir
desalentar
verb
1. slordig schrijven
garabatear
borrajear
borronear
noun
1. de wetenschap die de Nederlandse taal- en letterkunde bestudeert
filología neerlandesa
verb
1. laten zakken
abajar
bajar
verb
2. met geweld onderdrukken
ahogar
sofocar
noun
- 1. hemelwater
precipitación
- 2. bezinksel
sedimento
/
ˈnerslɑχˌmetər/
noun
1. een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
pluviómetro
verb
1. iets op een lagere plek plaatsen
colocar
asentar
noun
1. nierontsteking
nefritis
adjective
1. met betrekking tot nierziekten
nefrótico
noun
1. het ontkennen
negación
denegación
adjective
1. ontkennend, afwijzend
negativo
/
ˈne.ɣə(n)/, /
ˈne.χə(n)/
cardinalNumeral
1. het getal 9
nueve
/
ˈne.ɣən.də/, /
ˈne.χən.də/
ordinalAdjective
1. nummer negen in een rij
noveno
nono
cardinalNumeral
1. het getal 29
veintinueve
/
ˈne.ɣə(n).ˌhɔn.dərd/, /
ˈne.ɣə(n).ˌɦɔn.dərt/, /
ˈne.χə(n).ˌɦɔn.dərt/
cardinalNumeral
1. het getal 900
novecientos
novecientas
cardinalNumeral
1. het getal 19
diecinueve
ordinalAdjective
decimonoveno
/
ˈne.ɣə(n).təx/, /
ˈne.ɣə(n).tɪx/, /
ˈne.χə(n).təχ/
cardinalNumeral
1. het getal 90
noventa
ordinalAdjective
nonagésimo
noun
1. iemand met voorouders uit Afrika bezuiden de Sahara met lichamelijke kenmerken daarvan
negro
verb
1. doen alsof iemand of iets niet bestaat
ignorar
desoír
arrumbar
noun
1. vrouw met een donkere huidskleur en vaak zwart kroeshaar wier voorouders afkomstig zijn uit Afrika bezuiden de Sahara
negra
noun
1. lekkernij, bestaande uit een rond wafeltje, een bolletje schuim (van suiker en ei) en een overkapping van chocolade
beso de moza
noun
1. gemakkelijk ochtendgewaad, deftige dameskamerjapon
bata
ropa de casa
noun
1. handelswaar waarmee iemand een kleine handel drijft met name bij venters en marktkooplieden
comercio
negocio
/
nɛk/
noun
1. achterste gedeelte van de hals
nuca
cogote
verb
1. noodlottig worden; letterlijk: iemand de nek te breken
acogotar
/
ˈne.mə(n)/
verb
1. iets vastpakken met de handen
tomar
asir
/
ˌnejoʔɑrˈxaikʏm/
noun
Neoarcaico
/
nejoˈkomijʏm/
noun
Neocomiano
/
nejoˈɣen/
adjective
neógeno
/
nejoˈɣen/
noun
geologisch tijdperk
Neógeno
/
nejoˈlitikʏm/
noun
Neolítico
/
ˌne.jo.lo.ˈχɪs.mə/, /
ˌne.jo.loː.ˈɣɪz.mə/
noun
1. een woord dat nieuw is of nieuw gevormd is
neologismo
noun
1. een chemisch element en een kleurloos edelgas
neón
noun
1. licht afkomstig van een neonlamp
luz de neón
/
ˌnejoˌprotəroˈzowikʏm/
noun
Neoproterozoico
adjective
1. onecht, vals
falso
/
ˈnepɑɫ/, /
ˈneːpɑl/
pronoun
1. een land in Azië, gelegen in de Himalaya tussen India en China (Tibet)
Nepal
noun
rupia nepalesa
rupia nepalí
pronoun
1. een taal die vooral in Nepal gesproken wordt
nepalés
/
nepo'tɨzmə/
noun
1.
nepotismo
noun
1. Chemisch element
neptunio
noun
- 1. bladnerf
nervadura
nervio
vena
vena
veta
nervadura
nervio
noun
1. benaming voor bepaalde pelsdieren uit de familie der marterachtigen
visón
adverb
1. lijdend aan gespannen zenuwen
nervioso
noun
1. zenuwachtigheid
nerviosismo
/
nɛst/
noun
1. de verblijfplaats van een dier
nido
/
ˈnɛstələ(n)/
verb
1. het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels
anidar
noun
1. een geheel van fijne draden
red
/
netəlros/
noun
1. een allergische irritatie van de huid
urticaria
/
ˈnɛcəs/
adjective
1. net, schoon
ordenado
arreglado
/
ˈnɛcəs/
adverb
1. op een nette manier
ordenado
arreglado
noun
1. een vlies aan de binnenkant van het oog waarop een beeld wordt gevormd
retina
noun
1. managen van netwerken
network management
noun
1. indeling en koppelingen van computers en andere apparaten binnen een netwerk
topología de red
/
ˈnøːk.bar/
adjective
follable
jodible
verb
1. geslachtsgemeenschap hebben met
follar
joder
adjective
1. met betrekking tot de zenuwen
neural
noun
1. zenuwpijn
neuralgia
noun
1. zenuwontsteking
neuritis
verb
1. met gesloten mond zingen
canturrear
noun
1. de studie van alles wat met de ontwikkeling en werking van het zenuwstelsels te maken heeft.
neurobiología
noun
1. de chemische processen in zenuwstelsels
neuroquímica
noun
1. het ontstaan van nieuwe zenuwcellen in levende organismen, dat zowel voor als na de geboorte plaatsvindt
neurogénesis
noun
1. middel gebruikt bij geestesziekte
neuroléptico
adjective
neurolingüístico
noun
1. een discipline binnen de biologie en geneeskunde die zich bezighoudt met alles wat aandoeningen van het centrale zenuwstelsel betreft
neurología
noun
een zeer belangrijke cel in het zenuwstelsel
neurona
célula nerviosa
adjective
1. met betrekking tot een zenuwcel
neuronal
noun
1. zenuwziekte
neuropatía
adjective
1. met betrekking tot een ziekelijke houding
neurótico
/
ˈnøːrotransˌmɪtər/, /
ˈnøːrotrɑnsˌmɪtər/, /
ˈnʏːrotrɑnsˌmɪtər/
noun
1. een chemische stof die fungeert als overbrenger van de zenuwprikkel
neurotransmisor
/
nøʏs/, /
nøːs/
noun
- 3. het voorste deel van een voorwerp
cima
extremo
punta
- 1. een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
nariz
napias
noun
1. dokter die zich gespecialiseerd heeft in ziekten van organen binnen het hoofd die direct contact met de buitenlucht hebben
otorrinolaringólogo
noun
adenoide
amígdala faríngea
vegetación adenoidea
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso nasal
noun
1. bepaald soort zoogdier, Nasua nasua
coatí
cuatí
noun
1. het eerste stuk van het luchtwegstelsel waar de ingeademde lucht doorheen gaat
cavidad nasal
noun
1. een groot en zwaar zoogdier uit de familie van de Rhinocerotidae dat in Afrika en Azië leeft...
rinoceronte
/
ˈnøsklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
nasal
noun
neusvleugel
aleta nasal
/
nøt/
noun
2. blokje van natuursteen of hout waarop een kozijnstijl rust
modillón
/
nøˈtral/
adjective
- 1. geen partij kiezend in een conflict
neutral
neutro
- 2. natuurkunde: noch een positieve noch een negatieve lading dragend
- 4. scheikunde: noch zuur noch alkaline
neutro
noun
1. opheffing
neutralización
noun
1. een onpartijdige houding aanhouden ten opzichte van twee partijen met een geschil
neutralidad
noun
1. een officiële verklaring van een neutrale houding
declaración de neutralidad
adjective
1. kleurbaar met neutrale kleurstoffen
neutrófilo
noun
estrella de neutrones
noun
2. wolken in de nabijheid van de grond, ontstaan door plaatselijke oorzaken zoals door afkoeling of door menging van koude met warme vochtige lucht
niebla
noun
1. bijwerking
efecto secundario
/
nuˈjɔːrk/
pronoun
1. deelstaat van de Verenigde Staten
Nueva York
noun
2. taal waarin de betekenis van woorden is aangepast om een bepaald politiek doel te dienen
neolengua
nuevahabla
noun
Cantar de los nibelungos
/
ˌni.ka.ˈra.gβ̞a/, /
ˌni.ka.ˈra.ɣuwa/, /
ˌni.kɑ.ˈra.gʋa/
pronoun
1. een staat in Midden-Amerika, tussen Honduras en Costa Rica
Nicaragua
noun
batería de níquel cadmio
noun
- 4. mannelijke homoseksueel
marica
- 3. dochter van iemands oom of tante
prima
- 1. dochter van iemands broer of zus
sobrina
pronoun
2. spelwoord voor de letter n
Nicaragua
noun
1. een van de voor de mens noodzakelijke vitaminen...
E375
niacina
ácido nicotínico
indefinitePronoun
1. geen enkel persoon
nadie
/
nimən'dɑl/
indefinitePronoun
nada
ninguna cosa
noun
1. een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine.
riñón
noun
1. een samengroeisel in het nierbekken dat meestal uit urinezuur en urinezure zouten bestaat
cálculo renal
cálculo de riñón
piedra renal
noun
1. glibberige stof, gewonnen uit het weefsel rond de beide organen die bij zoogdieren het bloed zuiveren
sebo
adverb
1. ontkenning, tegenovergestelde van 'wel'
no
noun
1. klein, vaak beugelvormig, metalen voorwerp met twee spitse uiteinden
grapa
noun
1. een apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden
grapadora
/
nitəx/
adjective
- 1. verwaarloosbaar klein
diminuto
fútil
insignificante
- 2. ongeldig
nulo
noun
1. klein, vaak beugelvormig, metalen voorwerp met twee spitse uiteinden
grapa
noun
1. apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden
grapadora
indefinitePronoun
1. geen enkel ding, geen enkele zaak
nada
noun
1. iemand die voor niets deugt
ablandabrevas
adverb
no obstante
sin embargo
aun asi
/
ˈnitʋar/
interjection
no
verdad
/
niβ̞/, /
nyʊ̯/
adjective
- 2. recentelijk ontdekt
nuevo
- 1. recentelijk gemaakt
- woorden die in een of meer van de bovenstaande categorieën horen, maar waarvan niet bekend is in welke (voel u vrij deze woorden in de juiste categorie in te voegen)
- 4. onderscheidt nieuwere namen van oudere
- 7. recentelijk aangekomen of opgedoken
- 5. in originele staat
- 3. huidige
- 6. vreemd, onbekend
nuevo
nueva
/
niβ̞.ˈze.lɑnt/, /
nyʊ̯.ˈze.lɑnd/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van de Grote Oceaan, gelegen naast Australië
Nueva Zelanda
Nueva Zelandia
noun
1. nieuwe maan
luna nueva
novilunio
pronoun
1. samenstelling van Bijbelboeken
Nuevo Testamento
/
ˈniβ̞əˌlɪŋ/, /
ˈnywəˌlɪŋ/
noun
1. iemand ergens die nieuw is
novicio
novato
novata
noun
1. het feit dat iets nieuw is
novedad
noun
1. iets dat nieuw is
novedad
noun
1. feestdag ter gelegenheid van het begin van een nieuw jaar van de gebruikte kalender
Año Nuevo
año nuevo
/
niwˈjarskart/
noun
1. een kaart die verstuurd wordt voor Nieuwjaar met nieuwjaarswensen
tarjeta para felicitar el nuevo año
/
niu̯s/
noun
- 1. actuele ontwikkelingen
- 2. een uitzending in de media waarin berichten over actuele ontwikkelingen worden verspreid aan het publiek
noticias
noun
1. mededeling van nieuws, gecommuniceerd via de media
informe
noun
1.een regelmatige publicatie
boletín informativo
carta informativa
hoja informativa
/
ˈniu̯sˌɣirəx/
adjective
1. verlangend om iets te weten of waar te nemen
curioso
noun
1. een zeer recent nieuwsbericht
noticia
novedad
nueva
adverb
1. nergens
en ninguna parte
verb
1. plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
estornudar
/
'ni.ɣər/, /
'ni.χər/
pronoun
- 1. land in West-Afrika
- 2. een rivier in West-Afrika
Níger
/
ni.'ɣeː.ri.ja/, /
ni.'χɪː.ri.ja/
pronoun
1. een land in West-Afrika
Nigeria
noun
1. zelfstandig denker die vindt dat voor werkelijke verbetering dingen die nu...
nihilista
noun
1. een scheikundig element met het symbool Nh en het atoomnummer 113
nihonio
/
nɛɪt/
noun
1. grondige afkeer
envidia
noun
1. buiging als beleefde groet
reverencia
noun
1. groot en zwaar in Afrika levend zoogdier, Hippopotamus amphibius
hipopótamo
adjective
1. hard werkend
diligente
laborioso
trabajador
noun
1. Chemisch element
níquel
noun
batería de níquel cadmio
noun
batería de níquel e hidruro metálico
noun
batería de níquel hidrógeno
noun
- 3. wolk
nimbo
- 1. stralenkrans
nimbo
aureola
noun
- 1. wezen dat rivieren, bossen enz. bewoont
- 2. bekoorlijk meisje
ninfa
- 4. insect in de tweede toestand van gedaanteverwisseling
ninfa
crisálida
adverb
1. op geen enkel moment
nunca
/
niˈjobijʏm/
noun
1. Chemisch element
niobio
/
nɪs/
noun
1. een inham in een muur
nicho
hornacina
noun
- 1. een zout van salpeterzuur dat het ion NO₃− bevat
- 2, een ester van salpeterzuur
nitrato
noun
1. een verbinding van stikstof waarin dit element in de oxidatietoestand -3 optreedt
nitruro
noun
1. een zout dat het ion NO₂− bevat
nitrito
noun
vloeibare springstof
nitroglicerina
noun
1. de rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, enzovoort
nivel
verb
1. gelijk maken, op gelijk niveau brengen
nivelar
/
ˈnivoˌmetər/
noun
1. een toestel dat de hoeveelheid gevallen sneeuw (d.i. vaste neerslag) meet
nivómetro
noun
1. scheikundig element
nobelio
noun
1. een jaarlijkse geldprijs voor wetenschappers en anderen die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd
Premios Nobel
Premio Nobel
/
'no.dəx/
adjective
1. waar behoefte aan is
necesario
verb
1. met een naam aanduiden
apellidar
denominar
noun
1. het getal onder de streep van een breuk
denominador
noun
almendrado
nougat
turrón
/
'nɔ.ɣɑl/
adverb
1. tamelijk, in aanzienlijke mate
bastante
algo
un poco
noun
3. uitstulpingen aan as
leva
noun
1. as met nokken
árbol de levas
noun
1. een eerste van de 8 naamvallen van de Indo-Europese talen
nominativo
caso nominativo
nominal
/
nɔn/
noun
inwoonster van een vrouwenklooster
monja
phraseologicalUnit
non bis in idem
noun
bebidas no alcohólicas
noun
1.iemand die zich niet aanpast aan de geldende regels en opinies
inconformista
noun
Tratado de No Proliferación Nuclear
adjective
1. achteloos, onbekommerd
descuidado
negligente
/
ˈnɔŋkəɫ/
noun
1. broer of zwager van iemands vader of moeder
tio
noun
colegio de monjas
escuela de monjas
noun
2. soort eend, Mergellus albellus
serreta chica
noun
- 1.
emergencia
desastre
miseria
- 2.
necesidad
noun
generador de emergencia
adjective
indigente
menesteroso
necesitado
pobre
noun
caso de emergencia
caso de urgencia
noun
aterrizaje de emergencia
noun
1. een tijdelijk verband gebruikt door de EHBO
venda de emergencia
adjective
1. erg nodig
necesario
/
ˈnoːit/
adverb
1. op geen enkel moment
nunca
jamás
no ... nunca
/
nɔːrt ˈafrɪkɑ/, /
nɔːrt ˈɑfrɪkɑ/
pronoun
gedeelte van het Afrikaanse continent ten noorden van de Sahara
África del Norte
pronoun
het continent dat ten noorden van [[Zuid-Amerika]] ligt, tussen de Grote, Arctische en de Atlantische Oceaan
América del Norte
Norteamérica
/
noːrd.ˈbra.bɑnt/, /
no̝ːrd.ˈbra.bɑnt/, /
ˌnoːrd.bra.bɑnd/
pronoun
1. een provincie in het zuiden van Nederland, die aan Gelderland, Limburg, Zeeland, Zuid-Holland en België grenst
Brabante Septentrional
/
noːrt.ˈɦɔ.lɑnt/, /
no̝ːr.ˈtɔ.lɑnt/, /
ˈnoːrd.hɔ.lɑnd/
pronoun
1. een provincie in het noordwesten van Nederland, ...
Holanda Septentrional
/
ˌnoːrt koˈre.ja/, /
ˌno̝ːrt koˈre.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Azië, officieel de Democratische Volksrepubliek Korea
Corea del Norte
pronoun
Renania del Norte-Westfalia
adjective
boreal
hiperbóreo
norteño
nórdico
septentrional
adjective
boreal
hiperbóreo
norteño
nórdico
septentrional
pronoun
islas Marianas del Norte
pronoun
1. wordt beschouwd als het noordelijkste punt van het Europese vasteland
cabo Norte
/
ˈnoːrtkrɔmp/
noun
1. bepaalde soort in zee levend schelpdier, Arctica islandica
almeja de Islandia
pronoun
1. Noordpool
Polo Norte
Polo Boreal
Polo Ártico
noun
1,2,3. noordpool
polo norte
pronoun
1. een vorm van skisport waarbij de twee onderdelen van het Noords skiën, schansspringen en langlaufen, gecombineerd worden
combinada nórdica
noun
1. grote gestroomlijnde vinvis met brede platte U-vormige snuit, Balaenoptera borealis
balena boba
ballena sei
rorcual boreal
rorcual de Rudolphi
rorcual del norte
rorcual norteña
noun
merluza norteamericana
/
ˈnoːrdzeː/, /
ˈnoːrtseː/, /
ˈno̝ːrtse/
pronoun
1. zee tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
mar del Norte
Mar del Norte
/
noːrs/, /
no̝ːrs/
adjective
1. betreffende Noorwegen en/of het Noors
noruego
noruega
/
noːrs/, /
no̝ːrs/
pronoun
1. de taal die wordt gesproken in Noorwegen
noruego
/
ˈnoːrˌweɣə(n)/, /
ˈnoːrˌβ̞eɣə(n)/, /
ˈno̝ːrˌʋeχə(n)/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa
Noruega
/
noːt/
noun
1. (kookkunst) eetbaar, oliehoudend zaad, kern of pit met harde dop
nuez
noun
1. en 2. (gepeld) zaad van de nootmuskaatboom Myristica fragrans
nuez moscada
noun
film alveolar
papel burbuja
plástico de burbujas
noun
mostense
premonstratense
noun
1. sport waarbij gelopen wordt met aangepaste skistokken
caminata nórdica
pronoun
- 4. taal
Norfolk
- 1. eiland
Norfolk
isla Norfolk
isla de Norfolk
noun
norma
directriz
normativa
/
nɔrˈmaɫ/
adjective
- 2. als norm dienend
normal
- 1. gangbaar, gewoon
regular
corriente
normal
ordinario
noun
1. in overeenstemming brengen met een norm
normalización
/
nɔrˈmɑndɪə/
pronoun
1. streek in het noorden van Frankrijk
Normandía
adjective
1. onvriendelijk en zwijgzaam, kortaf
hosco
brusco
áspero
noun
nostalgia
añoranza
morriña
noun
- 2.
apunte
- 1.
nota
factura
noun
1. jurist die bevoegd is om authentieke akten op te maken
notario
noun
1. set van vijf lijnen
pentagrama
pentágrama
noun
1. een boomsoort uit het geslacht Juglans
nogal
árbol de nogal
noun
1. muzieknotatiesysteem
notación musical
verb
1. aantekeningen maken
anotar
apuntar
notar
noun
1. aantekenboekje met afscheurbare blaadjes
bloc de notas
bloc
noun
1. algemene bekendheid
notoriedad
noun
1. een verslag van een bijeenkomst
acta
adverb
1. op dit moment
ahora
noun
1. schuldvernieuwing
novación
noun
1. de elfde maand van het jaar
noviembre
pronoun
Revolución de Noviembre
adverb
1. op het huidige tijdstip
ahora
ya
adverb
1. op onregelmatige tijden
de vez en cuando
noun
1. een minimaal verschil
matiz
/
nɵxtər/
adjective
1. niet onder de invloed van iets bedwelmends, vooral alcohol
sobrio
noun
1. negatief geladen (deel van) molecuul
nucleófilo
noun
ácido nucleico
ácido nucleínico
adjective
2. te fijngevoelig
dengoso
gazmoño
melindroso
mojigato
/
nɵl/
cardinalNumeral
1. getal
cero
nada
noun
energía del punto cero
noun
1. de munt- en penningkunde
numismática
/
ˈnʏmər/
abbreviation
1. een aanduiding met een getal
número
noun
1. een op een voertuig aangebracht teken met een registratienummer
matrícula
noun
1. metalen of kunststoffen plaat aangbracht op een voertuig met het kenteken ervan
chapa de número
matrícula del automóvil
placa del coche
noun
1. een geïsoleerde bergtop, -rand of -piek in een gebied met permanente ijsbedekking, die vrij is van sneeuw en ijs.
nunatak
noun
1.
nuncio
nuncio apostólico
nuncio papal
/
nʏt/
noun
1. baat, voordeel
utilidad
provecho
ventaja
adjective
1. zonder voordeel
inútil
/
'nɵtəɣə(n)/
verb
1. voedsel gebruiken
consumir
ingerir
noun
1. de vijftiende letter van het alfabet
o
noun
2. afwijking van de normale stand van de benen, waarbij de knieën naar buiten staan
piernas arqueadas
/
o'azə/
noun
1. plek in een woestijn waar water voorhanden is en vegetatie groeit.
oasis
/
oˈbɑtja/
pronoun
2. boek in de Bijbel
Obadías
noun
1. een bediende in een restaurant of café
camarero
mesero
adjective
orientado a objetos
adjective
2. onpartijdig, volgens de feiten, neutraal
objectivo
objetivo
noun
1. een onzedelijke uiting of handeling
obscenidad
noun
obscurantismo
oscurantismo
verb
1. in buitensporige, ziekelijke mate boeien
obsesionar
noun
1. iemand die observeert, een observator, waarnemer
observador
noun
1. waarneming
observación
noun
puesto de observación
noun
1. (beroep) iemand die observeert (waarnemingen doet)
observador
verb
1.gericht via de zintuigen van iets kennis nemen
observar
atalayar
noun
1. dwangvoorstelling
obsesión
adjective
obsesivo-compulsivo
noun
trastorno obsesivo-compulsivo de la personalidad
noun
1. moeilijke stoelgang
estreñimiento
noun
1. verstopping
obstrucción
estreñimiento
verb
1. een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
obstruir
noun
1. (muziekinstrument) een fluit die veelal gemaakt wordt van gebakken klei
ocarina
adjective
1. nu en dan voorkomend
ocasional
pronoun
1. een taal die in het zuiden van Frankrijk gesproken wordt
occitano
occitana
noun
1. een zeer grote zee tussen verschillende werelddelen
océano
/
oseˈjani.jə/, /
oseˈjaːni.jə/
pronoun
1. de collectieve naam voor een groot aantal eilanden in de Stille Oceaan...
Oceanía
noun
1. bepaald soort zoogdier, Leopardus pardalis
ocelote
manigordo
cunaguaro
gato onza
tigrecillo
tigrillo
noun
1. eerste deel van de dag, tussen ca. 6.00 en 12.00 uur
mañana
madrugada
AM
/
ˈɔxtəntblɑt/
noun
1. een krant die 's morgens vroeg wordt bezorgd
diario matutino
periódico matutino
/
ˈɔxtəntkrɑnt/
noun
1. een blad dat 's morgens vroeg wordt bezorgd
periódico matutino
diario matutino
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
noun
1,2,3. toontrap, interval en toonhoogtereeks
octava
noun
número de octano
índice de octano
/
ɔkta'ʔedər/
noun
1. een regelmatig achtvlak, een ruimtelijke figuur begrensd door acht gelijkzijdige driehoeken
octaedro
noun
1. achtarmige inktvis
pulpo
octópodo
adjective
1. met betrekking tot het oog
ocular
noun
1. een beweging
ecumenismo
noun
1. (medisch) waterzucht
edema
hidropesía
verb
1. proberen zonder fouten uit te voeren
practicar
ejercitar
noun
1. test om de kennis te peilen
ejercicio
práctica
/
u.'ɣɑn.da/, /
u.'χɑn.da/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, officieel de Republiek Oeganda
Uganda
/
ukraˈɦins/, /
ukraˈʔins/
pronoun
1. een Slavische taal die in Oekraïne gesproken wordt
ucraniano
ucranio
noun
1. munteenheid van Oekraïne
grivna ucraniana
/
ukraˈɦinə/, /
ukraˈʔinə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa met als hoofdstad Kiev
Ucrania
/
ˌenoloˈɣi/
noun
1. de wetenschap van de wijnbereiding
enología
pronoun
montes Urales
río Ural
noun
een bos dat van oudsher bestaat
bosque primario
bosque virgen
/
ˈuːrknɑl/
noun
1. de volgens de bigbangtheorie enorme explosie waaruit het heelal zo'n 13,7 miljard jaar geleden zou zijn ontstaan
big bang
noun
mar primordial
océano primordial
/
ˈuː.rɔs/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Bos primigenius
uro
noun
jungla
selva
selva virgen
/
uˈsʲɑŋka/
noun
1. muts
ushanka
shapka-ushanka
noun
1. tweekleppig weekdier uit de familie Ostreidae met onregelmatige schelpkleppen
ostra
noun
1. bepaald soort eetbare paddenstoel die meestal groeit op de stam van een loofboom, Pleurotus ostreatus
orellana
noun
1. een vrouwelijk hormoon
estrógeno
noun
1. waterkant
ribera
orilla
noun
1. bepaald soort kleine vogel uit het palearctisch gebied, Actitis hypoleucos
andarríos chico
noun
avión zapador
golondrina zapadora
pronoun
1. een taal die verwant is aan het Turks en die door de Oezbeken gesproken wordt
uzbeco
/
us.ˈbe.kɪ.stɑn/, /
uz.ˈbe.kɪ.stɑn/
pronoun
1. een land in centraal Azië, officieel de Republiek Oezbekistan, dat geheel door land wordt omsloten
Uzbekistán
conjunction
- 1. keuze
o
u
- 2. onzekerheid
si
adjective
1. aanvallend
ofensivo
noun
1. een gave aan een godheid
sacrificio
libación
verb
- 2. doden van een dier
inmolar
sacrificar
- 1. wijden aan
sacrificar
ofrendar
/
ɔ'fɛrtə/
noun
1. een aanbieding van goederen of diensten tegen een vaste prijs
oferta
adjective
1. erkend door bevoegd gezag
oficial
noun
1. iemand die een rang in het leger bekleedt die hem of haar het bevel over...
oficial
verb
1. aanbieden, specifiek het aanbieden van een dienst of product door een bedrijf
ofrecer
/
ɔfˈtɑɫmis/
adjective
1. met betrekking tot het oog en/of de ziekten ervan.
oftálmico
noun
1. de tak van de medische wetenschap die zich met het oog en het zicht bezig houdt
oftalmología
noun
1. Een bepaald tijdstip
momento
adjective
aparente
aparentemente
noun
1. groot zoogdier dat nauw verwant is aan de giraffe
okapi
noun
1. een mineraal dat als gele of oranje kleurstof gebruikt wordt
ocre
noun
1. walnoot
nogal común
noun
ambón
coro alto
tribuna
noun
1. holte tussen de arm en de romp
axila
sobaco
noun
1. beharing in de holte tussen de bovenarm en de romp
vello axilar
noun
1. de tiende maand van het jaar
octubre
pronoun
Revolución de Octubre
interjection
1. goed, in orde
vale
de acuerdo
noun
1. bepaalde soort sierplant, Nerium oleander
adelfa
noun
1. vettige vloeistof
aceite
óleo
noun
raffinage van aardolie
refinación del petróleo
noun
1. een sedimentair fijnkorrelig gesteente dat organische en chemische stoffen bevat en waar synthetisch olie en gas uit gewonnen kan worden
esquisto bituminoso
lutita bituminosa
pizarra bituminosa
noun
yacimiento petrolífero
noun
1. het belangrijkste enkelvoudig onverzadigde vetzuur met brutoformule C18H34O₂
ácido oleico
noun
1. groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf
elefante
/
ˌoliɣoˈsen/
noun
Oligoceno
noun
1. stof met beperkt aantal gelijke delen
oligómero
/
oˈlɛɪf/, /
oˈlɛːf/
noun
1. een vrucht van de olijfboom
aceituna
oliva
noun
1. bepaald soort boom, Olea europaea
olivo
aceituno
/
oˈlɛɪ̯fkløːrɪx/, /
oˈlɛɪ̯fklʏːrəχ/, /
oˈlɛːfkløːrəx/
adjective
1. de kleur van olijven hebbend
aceitunado
cetrino
verde oliva
noun
1. fijne spijsolie verkregen door persing uit olijven
aceite de oliva
verb
1. met olie bewerken
aceitar
engrasar
noun
1. boom uit de iepenfamilie
olmo
adjective
1. verband houdend met de Olympische Spelen
olímpico
/
o.ˌlɪm.pi.sə.ˈspe.lə(n)/
pronoun
1. een vierjaarlijks sportevenement dat zijn oorsprong in de stad Olympia in de Griekse landstreek Elis heeft
Juegos Olímpicos
pronoun
1. evenement dat eens in de vier jaar wordt gehouden waarbij allerlei wintersporten competitief beoefend worden
Juegos Olímpicos de Invierno
noun
1. moeder van een ouder
abuela
/
o.ˈman/, /
ˈo.mɑn/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel het Sultanaat Oman
Omán
verb
1. de armen om iemand heen slaan
abrazar
noun
1. bepaald soort vis Argyrosomus regius
corvina
tímalo
verrugato
verb
1. doden, om het leven brengen
matar
verb
arquear
doblar
doblarse
doblegarse
encorvar
/
ɔm.'dɑt/
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
porque
ya que
puesto que
/
ɔmdrajə(n)/
verb
1. twee zijden van iets van plaats doen verwisselen
volver
retorcer
noun
1. een gerecht dat bereid wordt door geklutste eieren te bakken
tortilla
omelette
revuelto
noun
- 2. processie
procesión
- 1. de manier waarop mensen contact met elkaar hebben
trato
verb
1. zich eromheen bevinden
rodear
verb
1. met een gordel omgeven
ceñir
adverb
1. om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten
alrededor de
verb
1. aan alle kanten omsluiten
cercar
verb
1. de armen om iemand slaan
abrazar
verb
1. de andere zijde boven- of voorleggen
revolver
volver
verb
1. andere kleren aandoen
cambiar
verb
1. de scherpe punt van iets onschadelijk maken door om te vouwen
rebotar
/
ˈɔmkomə(n)/
verb
1. bij een gebeurtenis het leven laten
perecer
/
ˈɔmkopə(n)/
verb
1. (iemand ~) met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzakent
corromper
sobornar
cohechar
untar
adverb
1. in neerwaartse richting
abajo
/
ɔm'laːxan/
verb
1. naar beneden gaan
bajar
verb
3. een ander verloop geven
conmutar
desviar
verb
1. het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg
desviar
derivar
noun
1. een aangegeven andere route
desvio
noun
derredor
giro
rotación
vuelta
- 5. wielercriterium
giro
vuelta
- 4. nagelriemontsteking, paronychia
paroniquia
verb
- 1. via een omweg lopen
circunvalar
rodear
- 2. de hele kring om een middelpunt doorlopen
orbitar
noun
1. kleine rondwandeling, korte tocht die weer bij het vertrekpunt eindigt
paseo
noun
1. de achterkant van een blad papier
dorso
revés
verb
1. omsluiten met een stenen muur
cercar
amurallar
noun
1. alleseter, zowel plantaardig als dierlijk voedsel
omnívoro
verb
1. door praten van gevoelens doen veranderen
convencer
gitanear
persuadir
verb
1. aan alle kanten omsluiten
cercar
alambrar
encercar
verb
1. aan alle kanten omgeven
rodear
cercar
circundar
verb
1. in enige woorden een definitie ergens van geven
definir
describir
verb
1. aan alle kanten omsluiten
rodear
cercar
envolver
acordonar
acorralar
encerrar
noun
- 2. een doek om een ziek lichaamsdeel
compresa
- 1. het bekleedsel aan de buitenkant van een boek.
tapa
noun
hoe de zaken er voorliggen
circunstancia
verb
1. iets met een slag om laten vallen
derribar
volcar
noun
- 1. de lengte van een gesloten kromme
circunferencia
- 4. het gebied rondom een bepaalde plaats
perímetro
preposition
2. aangaande
acerca de
concerniente a
con relación a
con respecto a
en relación con
por lo tocante a
noun
- 1. omtrek
circunferencia
- 3. uitgestrektheid
extensión
- 2. grootte
tamaño
magnitud
volumen
/
omˈvɑŋrɛik/
adjective
abultado
cuantioso
grueso
verb
1. binnen zich insluiten
incluir
abarcar
verb
2. een einde maken aan een bewind
derrocar
abayuncar
/
ˈɔm.vɔl.kɪŋ/
noun
gran reemplazo
noun
2. wal om een vesting, stad e.d
baluarte
muralla
/
ˈɔmʋɛx/
noun
1. de weg die langer is dan de gewone of kortste verbinding tussen twee plaatsen
rodeo
noun
1. politieke revolutie
revolución
verb
2. behoedzaam ontwijken
esquivar
/
ˈɔm.zɛ.tə(n)/
verb
- 2. verwisselen met een andere geldwaarde
convertir
cambiar
- 3. veranderen
convertir
transformar
/
ˈɔmzɛtɪŋ/
noun
conversión
transformación
adjective
cauto
con cautela
con prudencia
noun
prudencia
cautela
circunspección
parsimonia
recato
prefix
1. toegevoegd aan een bijvoeglijk naamwoord drukt dit voorvoegsel het tegendeel uit.
des-
adjective
antipático
bronco
brusco
adjective
inacabado
inconcluso
adjective
1. geen verbinding hebbend met
independiente
noun
autonomía
independencia
noun
guerra de independencia
noun
declaración de independencia
adjective
1. helemaal bij elkaar horend
inseparable
noun
onagro
asno salvaje asiático
hemión
adjective
1. eigen voordeel verwaarlozend ten behoeve van anderen
desinteresado
adjective
con timidez
tímido
adverb
1. niet of zeer moeilijk te begrijpen, rationeel niet te volgen, onlogisch
incomprensible
adjective
1. niet behorend tot de kennis
ignoto
desconoscido
adjective
antipático
desagradable
adjective
incapacitado
incapaz
incompetente
adjective
1. slecht gemanierd
descortés
maleducado
noun
1. onethisch gedrag dat geen rekening houdt met een ander
incorrección
adjective
3. het is niet duidelijk om wie of wat het gaat
indefinido
indeterminado
noun
artículo indefinido
artículo indeterminado
noun
1. de onverbogen werkwoordsvorm die naar persoon en getal onvervoegd is
infinitivo
noun
arrogancia
inmodestia
presunción
pretenciosidad
adjective
inconstante
movible
adjective
atolondrado
liviano
adjective
1. niet te vertrouwen
sospechoso
adjective
infecundado
infertilizado
/
'ɔmbə'wexələk/
adjective
- 2. niet bewogen kunnen worden
fijo
- 1. zonder enige beweging
inmóvil
adjective
deshabitado
desierto
despoblado
adjective
1. zonder kennis van te nemen
inconsciente
noun
1. het niet langer gebruiken van iets
desuso
noun
1. een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
oncólogo
noun
1. middel dat de groei van gezwellen remt
oncolítico
adjective
1. zonder erkentelijk te zijn voor ontvangen hulp of producten
ingrato
desagradecido
preposition
ondanks dat
a pesar de
pese a
a despecho de
noun
1.een middel tegen misselijkheid en braken door chemotherapie,door bestraling en na operaties
ondansetrón
/
ˈɔn.dər/
preposition
1. niet gesorteerd
abajo
/
ˌɔndərˈɑrṃ/
noun
1. gedeelte van de arm tussen de elleboog en de hand
antebrazo
noun
1. het geheel van processen dat zich in iemands geest afspeelt en waar deze zich niet van bewust is
subconsciencia
verb
1. actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
interrumpir
/
ɔn.dər.ˈbre.kɪŋ/, /
ɔn.dər.ˈbreː.kɪŋ(g)/
noun
- 2. een kort ophouden van bezigheden als pauze
intermisión
- 1. een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
pausa
interrupción
noun
1. kledingstuk dat onder de gewone broek wordt gedragen
slip
calzón
noun
1. het gedeelte van de buik dat het dichtste bij de benen is
abdomen
noun
1. plaats waar men kan verblijven of schuilen
cobijo
refugio
/
ˌɔndərˈdanəx/
adjective
1. gehoorzaam aan een leider
sumiso
dócil
obediente
/
ˈɔndərde:l/
noun
1. deel van een groter geheel
componente
noun
1. onderdominant
subdominante
verb
1. onder een vloeistofoppervlak laten zakken
sumergir
sumir
verb
1. een wens, verlangen, uiting of ontwikkeling eventueel met geweld tegengaan
oprimir
ahogar
reprimir
sofocar
noun
1. onder water duiken
buceo
inundación
sumersión
verb
- 1. onder water gaan
bucear
sumergirse
sumirse
- 2. in de illegaliteit treden
esconderse
ocultarse
/
ˈɔndərˌdœykər/
noun
1. een persoon die zich schuil houdt
escondido
verb
1. onderhevig gemaakt worden
padecer
sufrir
perecer
vivir un hecho
vivir un suceso
noun
- 2-3.
decadencia
baja
- 1.
puesta
adjective
- 1. van minder belang
secundario
- 2. aan iemand onderworpen
subalterno
inferior
súbdito
noun
- 1. die het bericht ondertekend heeft
abajofirmante
- 2. (schertsend) in verwijzing naar zichzelf
menda
/
ˈɔn.dər.ˌɣud/, /
ˈɔn.dər.ˌɣut/, /
ˈɔn.dər.ˌχut/
noun
1. kleding die direct op het lichaam gedragen wordt, doorgaans nog onder andere kleding
ropa interior
verb
de basis waarop iets rust eronder vandaan halen
socavar
minar
noun
1.de grond onder de oppervlaktelaag
subsuelo
verb
1. overleggen om tot een afspraak te komen
negociar
/
ɔndər'ɦɑndəlɪŋ/
noun
1. een proces van overleg waarbij partijen trachten tot een voor beiden aanvaardbare afspraak te komen
negociación
noun
1. de tafel aan welke men de onderhandelingen voert
mesa de negociaciones
noun
- 2. een gesprek waarin ...
entrevista
- 1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden.
mantenimiento
manutención
verb
1. zorgen dat iets in goede staat blijft
mantener
adjective
1. aangenaam vermaak gevend
divertido
adjective
1. onder de huid gelegen
subdérmico
noun
1. de onderste kaak
mandíbula inferior
mandíbula
/
ˈɔndərkledɪŋ/
noun
1. kleding die onder de zichtbare kledingstukken wordt gedragen
ropa interior
noun
1. gouverneur van een land of een provincie die als vervanger van de monarch optreedt
virrey
noun
1. iemand die zich overdreven slaafs opstelt
esquirol
esquirolla
adjective
1. tussen de betrokken partijen
recíproco
mutuo
adverb
1. op onderlinge wijze
entre sí
mutuamente
verb
1. een bedrijf of actie in werking stellen
emprender
acometer
noun
1. een organisatie
empresa
negocio
/
ɔn.də.'rɔn.s<sup>j</sup>ə/
noun
conversacion secreta
reunión intima
adjective
1. van landen en gebieden dat er weinig economische en/of culturele activiteit is
subdesarrollado
/
ˌɔndərɔntˈʋɪkəltɦɛɪt/
noun
1. een toestand van achterstand in ontwikkeling
subdesarrollo
noun
1. de voorziening van opleidingen of lessen
enseñanza
verb
1. onderwijzen
culturizar
enseñar
noun
diferencia
distinción
diversidad
verb
- 2. iemands bijzonder gedrag erkennen, bijvoorbeeld middels een medaille
condecorar
- 4. zich onderscheiden
diferenciarse
distinguirse
lucirse
portarse
- 1. een verschil in aanmerking nemen
distinguir
discernir
noun
- 1. handtekening
firma
- 2. tekst onder een afbeelding
leyenda
subtítulo
adverb
1. verticaal omgekeerd
cabeza abajo
verb
1. helpen, bijstaan
sostener
adjective
apoyando
sosteniendo
noun
subvención
sustentación
sustento
/
ˌɔndərˈtitələ(n)/
verb
1. ondertiteling aanbrengen
subtitular
noun
1. een geschreven vertaling die bij een film(pje) in beeld wordt gebracht
subtítulo
adverb
1. in de tussentijd
mientras tanto
entretanto
entremedias
noun
1. iets geleerd hebben door iets te doen of mee te maken
experiencia
/
ɔndərˈvut/
adjective
desnutrido
/
ɔndərˈvraxə(n)/
verb
1. iemand aan een intensieve reeks vragen onderwerpen
interrogar
verb
1. te weinig waarderen
subvalorar
/
ɔndərˈwatər/, /
ˈɔndərwatər/
adverb
subacuático
noun
arqueología subacuática
/
ˌɔn.dər.ˈʋa.tər.ˌfo.to.χra.ˌfi/, /
ˌɔn.dər.ˈβ̞a.tər.ˌfo.to.ɣra.ˌfi/
noun
1. een vorm van fotografie onder water
fotografía subacuática
/
ˌɔndərˈwɛx/, /
ˌɔndərˈʋɛχ/, /
ˌɔndərˈβ̞ɛx/
adverb
1. bezig zijn zich van plek A naar plek B te verplaatsen
en camino
de camino
noun
- 1. de kringen van de criminaliteit
hampa
- 2. het schimmenrijk van de doden
inframundo
infierno
noun
- 2. zinsdeel waarnaar de persoonsvorm zich richt en dat bijv. de handelende persoon of zaak beschrijft
sujeto
- 1. waar iets over gaat, een thema
tema
sujeto
verb
1. gezag opleggen
sojuzgar
someter
avasallar
sujetar
adverb
1. in de tussentijd
entretanto
mientras
mientras tanto
noun
1. de voorziening van opleidingen
educación
enseñanza
verb
1. scholing verzorgen voor iemand
enseñar
educar
adjective
1. gericht op het iemand wat aanleren
enseñando
noun
1. iemand die lesgeeft
maestro
noun
1. een oude benaming voor een vrouwelijke leraar op een lagere school of basisschool
maestra
noun
1. een vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen
submarino
noun
2. voorwerp dat onder een met vloeistof gevuld glas gezet kan worden
posavasos
/
ɔndər'zuːk/
noun
1. het onderzoeken van iets
investigación
verb
investigar
inquirir
inspeccionar
noun
1. iemand die een onderzoek uitvoert
investigador
adjective
- 1. stout, ongehoorzaam
- 2. grappig en uitdagend
travieso
adjective
1. niet mis de verstaan, met slechts één betekenis
inequívoco
unívoco
adjective
deshonesto
tramposo
/
ɔnˈɛiɣə(n)lək/
adjective
1. niet overeenkomend met de oorspronkelijke bedoeling
impropio
adjective
1. zonder einde
infinito
adjective
1. ter zake nieuw
inexperto
adjective
1. Niet deelbaar door twee
impar
noun
2. zoogdieren met een oneven aantal tenen met hoeven, orde Perissodactyla
Perissodactyla
perisodáctilos
noun
1. ongewenste dieren, die de mens op een of andere manier last bezorgen
alimañas
bichos
adjective
- 2. illegaal, zonder geldige verblijfsvergunning
indocumentado
- 1. zonder vastlegging in blijvende vorm, zonder schriftelijk bewijs
indocumentado
no registrado
adjective
con soltura
suelto
/
ɔnɣə'hoːrzam/, /
ɔnɣə'ɦoːrzam/, /
ɔnχə'ɦo̝ːrzam/
adjective
1. niet bereid gehoor te geven aan gestelde regels
desobediente
indócil
noun
1. het niet opvolgen van opgelegde regels
desobediencia
adjective
1. niet getrouwd
soltero
adjective
incoloro
sin color
adjective
- 2. niet onderricht in lezen en schrijven
analfabeto
- 1. niet belezen, hebbende een gebrekkige, literaire kennis
inculto
ineducado
/
ˌɔnɣəˈlɛi̯k/, /
ˌɔnχəˈlɛi̯k/
adjective
- 2. oneffen (van een weg)
desigual
- 1. niet met elkaar overeenstemmend
diferente
desigual
distinto
noun
1.het niet geloven
incredulidad
adverb
1. geen geloof verdienend (omdat het onwaarschijnlijk overkomt)
incrédulo
adjective
con incredulidad
descreído
incrédulo
/
ˈɔnɣəˌlɵk/, /
ˈɔnɣəˌlʏk/
noun
1. een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
accidente
adjective
met een gevoel van bedroefde onvrede
infeliz
desafortunado
desgraciado
infortunado
miserable
adverb
desafortunadamente
desgraciadamente
noun
número de mala suerte
noun
- 2. kwaal aan het lichaam
achaque
- 1. onaangename verstoring
molestia
incomodidad
adjective
1. bezorgd dat iemand iets zal overkomen
intranquilo
adjective
inadecuado
incapacitado
incapaz
inepto
inútil
/
ɔnɣəvɑl/
noun
1. een ongeluk
accidente
abbreviation
bij benadering
aproximadamente
adjective
1. zonder gevoel bij prikkeling van de zintuigen
duro
impasible
insensible
adjective
indeseable
indeseado
adjective
1. van een persoon (meestal een kind) dat je hem niets kunt zeggen omdat hij toch niet luistert en geboden niet wil opvolgen
desobediente
adjective
desfavorable
adverso
contrario
adjective
1. niet goed met de handen om kunnen gaan
torpe
desmañado
adjective
1. zonder mogelijkheid om ongedaan gemaakt te worden
irrevocable
definitivo
irremediable
rotundo
adjective
descortés
grosero
insolente
adjective
1. niet met de oren waarneembaar
inaudible
/
ˈɔŋkəɫ/
noun
1. broer of zwager van iemands vader of moeder
tio
adjective
1. niet vatbaar voor omkoping en corruptie
incorruptible
insobornable
noun
1. planten die voorkomen op plekken waar ze niet gewenst zijn
mala hierba
maleza
noun
1. gif of andere methode om planten die op de verkeerde plaats staan uit te roeien
herbicida
adjective
impuro
liviano
lujurioso
obsceno
/
ɔŋ.kʏn.dəx/, /
ɔŋ.kʏn.dəχ/, /
ɔŋ.kʏn.dɪx/
adjective
1. niet kundig, niet over kennis of vaardigheden beschikkend om iets bepaalds te kunnen
ignorante
/
ɔnlaŋs/
adverb
1. recentelijk, niet lang geleden
recientemente
últimamente
adjective
1. in verbintenis met het internet
en línea
adjective
- 2. zonder omwegen
- 1. zonder uitstel
inmediato
adjective
esencial
imprescindible
indispensable
adjective
1. waarover geen twijfel kan bestaan
innegable
evidente
inequívoco
adjective
1. niet te verwezenlijken
imposible
adjective
impreciso
impuntual
indefinido
inexacto
vago
adjective
- 3. dwaas, naïef
ingenuo
abobado
credulone
crédulo
cándido
incauto
- 4. onbeduidend
insignificante
/
ˌonomatoˈpe/
noun
1. door klanknabootsing gevormd woord
onomatopeya
adjective
continuo
incesante
adjective
1.expres je anders voordoen dan je bent
insincero
/
ˈɔnovərˌɣɑŋkələk/, /
ˌɔnovərˈɣɑŋkələk/
adjective
1. (van een werkwoord) zonder lijdend voorwerp waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
intransitivo
neutro
noun
1. een werkwoord dat niet vergezeld kan worden door een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp in een zin
verbo intransitivo
noun
1. schadeverwekkende inbreuk op een zorgvuldigheids- of rechtsnorm waardoor burgerrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat
delito civil
noun
anomalía
irregularidad
adjective
- onzuiver, onkuis
impuro
inmundo
- vuil
impuro
sucio
adjective
1. nog niet volledig rijp
inmaduro
noun
1. niet-verplaatsbare zaak, bijv. grond, delfstoffen, beplantingen en opstallen
biene inmueble
noun
1. het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, rust
agitación
desasosiego
intranquilidad
possessivePronoun
1. van de 1e persoon meervoud
nuestro
nuestra
/
ˌɔnsamə(n)ˈhɑŋənd/, /
ˌɔnsamə(n)ˈhɑŋənt/
adjective
1. geen samenhangend geheel vormen
incoherente
inconexo
/
ɔnˈsxʏɫdəx/
adjective
1. niet schuldig
inocente
adjective
1. moeilijk in toom te houden
impetuoso
efervescente
violento
verb
1. overgaan in iets verkeerds
degenerar
abastardar
bastardear
/
ɔntˈberə(n)/
verb
1. iets missen waaraan men grote behoefte heeft
carecer
noun
1. eerste maaltijd van de dag
desayuno
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
noun
cereal para el desayuno
verb
- 2. het uiteen (laten) vallen van een chemische stof in een aantal andere
descomponer
- 1. een organisatie opheffen
disolver
rescindir
resolver
verb
anulando
contramandando
/
ɔndˈbladərə(n)/, /
ɔntˈbladərə(n)/
verb
1. (een plant, boom, struik of gewas) van de bladeren ontdoen
defoliar
verb
1. een gebied ontdoen van het erop groeiende woud
deforestar
noun
temperatura de inflamación
verb
1. niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt
faltar
/
ɔntˈsɛɪ̯fərə(n)/, /
ɔntˈsɛːfərə(n)/
verb
1. qua betekenis duiden
descifrar
/
ɔnˈdɛ.kə(n)/
verb
- 1. ergens achter komen
descubrir
- 2. een onbekend gebied verkennen en onderzoeken
explorar
noun
1. het vinden van iets nieuws
descubrimiento
verb
1. ophouden bevroren te zijn
descongelar
deshelar
/
ɔnˈdœykə(n)/
verb
- 1. door zich te bukken, aan iets ontkomen
- 5. (om een onderwerp) ontsnappen
- de belasting ontduiken
evadir
evadirse
noun
expropiación
desposeimiento
adjective
innumerable
incontable
verb
1. van zijn of haar eer beroven
deshonrar
desprestigiar
/
ɔntəˈvredə(n)/
adjective
1. behoefte voelend om aanmerkingen te maken
descontento
insatisfecho
verb
1. iemand iets afhandig maken
birlar
verb
desespinar
despinar
espinar
noun
1. rituele toelating tot een studentencorps
novatada
verb
1. iemand gastvrij verwelkomen
acoger
agasajar
recibir
adjective
1.verdreven van huis en haard
descolocado
verb
- 2. de gewijde functie van iets verwijderen
desconsagrar
- 1. iets wat gewijd is schenden, onteren
profanar
noun
1. schending van wat heilig is of heilig gevonden wordt
sacrilegio
violación
adjective
desembarazado
exento
libre
verb
1. iemand doden door het hoofd van de romp te scheiden
decapitar
descabezar
degollar
verb
- 2. bewust iets niet doen
abstenerse
- 1. in het geheugen bewaren
recordar
retener
/
ɔnt'ɦɑʊdɪŋ/
noun
1. het bewust niet een gewoonte of behoefte volgen
abstinencia
/
ɔntˈɦɵlə(n)/, /
ɔntˈɦʏlə(n)/
verb
- 1. van het hulsel ontdoen
descubrir
- 2. openbaren van onbekende feiten
revelar
descubrir
translucir
adjective
1. verbijsterd, ontsteld
consternado
desconcertado
/
ɔnt.ˈkɑl.kə(n)/, /
ɔnt.ˈkɑɫ.kə(n)/
verb
1. kalk van een metalen oppervlak verwijderen
descalcificar
/
ɔnt.ˈkɑl.kɪŋ/, /
ɔnt.ˈkɑɫ.kɪŋ/
noun
1. het verwijderen van kalk van een metalen oppervlak
descalcificación
verb
1. verklaren dat het gestelde niet waar is
negar
desmentir
noun
1. handeling of uiting waarmee iemand kan laten weten dat iets niet waar is
negación
denegación
verb
1. de kleur doen verdwijnen
decolorar
noun
- 1.
- 2.
descarga
- 3.
explosión
verb
- 2. van verkeer
desahogar
- 3. poepen
desembarazar
- 1. een last verminderen
eximir
eximirse
verb
1. anatomiseren, analyseren
diseccionar
analizar
anatomizar
descomponer
verb
- 2. van elkaar verschillen
diferir
distinguirse
- 1. een bepaald lot vermijden
escaparse
evitar
verb
1. van luister of aanzien beroven
amancillar
deslucir
manchar
verb
1. een geheel dusdanig in delen uiteennemen dat het niet meer als geheel fuctioneert
desguarnecer
verb
1. de ware aard laten zien van iets of iemand
desenmascarar
verb
1. de moed ontnemen
desanimar
desalentar
abatir
verb
1. met iemand kennismaken en een gesprek voeren
encontrar
hallar
noun
1. het toevallige samenkomen
encuentro
noun
1. plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten
lugar de encuentro
lugar de reunión
punto de encuentro
verb
1. zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt
quitar
noun
morfogénesis
ontogenia
ontogénesis
/
ɔntolo'gi/
noun
ontología
verb
1. de regelmaat verstoren
desajustar
adjective
1. een staat waarin een persoon verkeert als iets hem of haar emotioneel geraakt heeft
conmovido
emocionado
verb
1. gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen
conmover
emocionar
conmocionar
adjective
1. aandoenlijk, aangrijpend
conmovedor
enternecedor
verb
1. verwijderen van room van melk; aflaten van melk
descremar
desnatar
verb
1. een gebouw of gebied voorgoed verlaten en leeg achterlaten
desalojar
desocupar
evacuar
verb
1. van de schoonheid beroven
afear
desgraciar
verb
- 1. arbeidsovereenkomst beëindigen
despedir
- 2. iemand ontslaan van een verplichting
liberar
/
ɔnt'slɑx/
noun
1. het verbreken van het dienstverband met een werknemer
despido
despedida
destitución
verb
1. kleine organismen zoals bacteriën gericht doden
desinfectar
noun
1. ontkomen aan gevangenschap
escape
evasión
noun
1. een weg of methode waarlangs men kan wegvluchten
ruta de escape
/
ɔntˈspɑnə(n)/
adjective
destensar
distender
relajar
verb
1. uit het aangelegde spoor geraken
descarrilar
/
ɔnt.ˈstan/
verb
1. de verandering ondergaan van niet bestaan naar wel bestaan
nacer
suscitarse
/
ɔnt.'ste.kə(n)/
verb
- 1. in vlammen (doen) opgaan
encender
inflamar
- 3. geïnfecteerd raken
infectarse
inflammarse
noun
- 2. ontbranding
encendido
ignición
- 1. (medisch) ontsteking
inflamación
- 3. systeem
sistema de encendido
noun
antiflogístico
antiinflamatorio
verb
2. van stemming geraken
desafinar
desafinarse
verb
- 1. het van een schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting
desarmar
- 2. het demonteren van een installatie
desmontar
/
ɔn'trɛkɪŋ/
noun
1.
extracción
/
ɔn'tronə(n)/
verb
1. iemand van de macht beroven
destronar
/
ɔntʌxt/
noun
- 1. seks die tegen de heersende moraal ingaat
fornicación
impudicia
libertinaje
- ontucht plegen
fornicar
/
ɔndˈvaŋ(g)ə(n)/, /
ɔntfɑŋə(n)/
verb
- 1. het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten
recibir
aceptar
- 2. het op bezoek krijgen van gasten
recibir
acoger
noun
concepción
fecundación
noun
- 1. iemand aan wie...
destinatario
receptor
- 4. ontvangtoestel
receptor
adjective
2. aan de voorwaarden voldoend
aceptable
admisible
razonable
verb
1. vlam vatten
deflagrar
encenderse
inflamarse
verb
1. door te vluchten aan iets ontkomen
escaparse
huir
verb
1. wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
secuestrar
raptar
noun
1. het, tegen iemands zin, wederrechtelijk verplaatsen van een persoon
rapto
secuestro
verb
1. niet meer abonneren
dejar de seguir
verb
emancipar
libertar de la tutela
verb
- 2. iets los vouwen
desdoblar
desplegar
- 1. iets verklaren
exponer
explicar
verb
1. een moeilijk waarneembaar object beginnen waar te nemen
divisar
vislumbrar
avistar
distinguir
verb
1. vis, gevogelte of wild van de ingewanden ontdoen
achurar
eviscerar
noun
trastorno de la personalidad por evitación
noun
- 1. iemand die ontwikkelt
desarrollador
- 2. oplossing waarin belicht fotomateriaal...
revelador fotográfico
adjective
2.
culto
desarrollado
docto
intelectual
/
ɔntʋɪkələ(n)/
verb
- 1. iets ~ een aanwezige aanleg tot bloei brengen
- 4. ontwerpen en uitvoeren op basis van onderzoek
desarrollar
desarrollarse
- 2. zich ~ tot geleidelijk iets worden
desarrollarse
- 3. een film ~ het latente beeld van een belicht fotografisch materiaal chemisch zichtbaar maken
revelar
desarrollar
noun
1. geleidelijke verandering in een zekere richting
desarrollo
noun
morfogénesis
ontogenia
ontogénesis
noun
psicología del desarrollo
noun
cooperación al desarrollo
noun
trastorno del desarrollo
verb
desarticular
desquiciar
noun
verwonding door losmaking uit het gewricht
luxación
dislocación
/
ɔntˈzɑx/, /
ɔntˈzɑχ/
noun
respeto
verb
- 2. afzien van het genot of gebruik van iets
abstenerse
- 1. een toelating weigeren of intrekken
negar
rechazar
verb
- 2. hevig doen schrikken
consternar
- 3. de genoemde waardigheid...
destituir
verb
1. van opgelost zout ontdoen
desalar
desalinizar
verb
1. van opgelost zout ontdoen, ontzilten
desalar
desalinizar
adjective
1. immuun, resistent
a prueba de
inmune
adjective
1.niet te verdragen
insoportable
inaguantable
adjective
incompatible
irreconciliable
adjective
imperdonable
inexcusable
injustificable
adjective
1. plotseling zonder dat iemand er op voorbereid is
bruscamente
brusco
adjective
indefectible
inevitable
irremediable
irremisible
adjective
1. zijn verstand niet gebruikend en daardoor ook grote risico's lopend
estulto
insensato
necio
sandio
disparatado
temerario
adjective
1. zonder vrees, met veel moed
osado
adjective
1. duidt de onmogelijkheid aan de plaats van iets door iets anders in te laten nemen
insustituible
irreemplazable
insubstiuible
adjective
1. niet van tevoren zien aankomen
inesperado
insospechado
/
ɔnvɔldundə/
adjective
insuficiente
noun
pluscuamperfecto
pretérito imperfecto
adjective
niet voorbereid
desapercibido
desprevenido
adjective
1. bij verrassing optredend
repentino
adjective
1. een geringe kans bezittend om waar te worden of te blijken
improbable
adjective
irresistible
fascinador
fascinante
adjective
1. zich niet gezond voelend
indispuesto
noun
een variëteit van kwarts
ónix
noun
incertidumbre
indeterminación
inseguridad
turbidez
turbiedad
noun
relación de indeterminación
noun
1. benaming voor torren uit de familie Coccinellidae
mariquita
vaca de San Antón
pronoun
1. christelijk gebed
Padre nuestro
/
ɔn'zɛidəx/
adjective
neutro
noun
sinsentido
majadería
tontería
absurdo
adjective
1.zonder enige betekenis of nut
absurdo
descabellado
dispratado
/
ox/, /
oːx/, /
oχ/
noun
1. gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels
ojo
noun
1. een bril voor één oog
monóculo
/
ˈoχ.lɪt/
noun
1. een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden
párpado
/
ˈoxmεrk/, /
ˈoχmεrk/
noun
propósito
verb
1. het van het land halen van het rijpe gewas
cosecha
recolección
siega
verb
- 2. als reactie krijgen
cosechar
- 1. het volgroeide gewas van het veld halen
cosechar
recoger
noun
- 2. een landbouwmachine
cosechadora
- 1. een systeem om informatie te verzamelen
cosechadora
segadora-trilladora mecánica
noun
1. vrouwelijk schaap
oveja
oveja madre
noun
1. bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten, Ciconia ciconia
cigüeña
noun
2. een plantengeslacht uit de Ooievaarsbekfamilie
geranio
/
oːk/
adverb
1. daarnaast; verder; tevens
también
además
noun
1. broer of zwager van iemands vader of moeder
tío
/
oːr/
noun
1. het lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
oreja
oído
noun
1. een ornament dat in of op het oor aangebracht wordt
pendiente
/
ort/
noun
1. een bepaalde plaats
lugar
sitio
noun
juicio
- 1. een mening, een opinie
opinión
noun
1. plug in of schelp om het oor die het gehoor beschermt tegen lawaai
tapón para los oídos
noun
1. wetenschap die oorkonden typeert en beschrijft naar hun vorm
diplomática
noun
1.het onderste deel van de oorschelp bestaande uit vetweefsel
lóbulo
noun
1. een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen en/of tussen twee of meer landen
guerra
conflagración
noun
cine bélico
película de guerra
noun
1. een daad in tijd van oorlog die het oorlogsrecht of -gebruik schendt
crimen de guerra
/
'orlɔxsmɪsdadəxər/
noun
1. iemand die een oorlogsmisdaad pleegt of heeft gepleegd en daarvoor individueel aansprakelijk gesteld...
criminal de guerra
/
ˈorɔntˌstekɪŋ/
noun
1. een ontsteking van het oor
otitis
/
orsxɛlp/, /
o̝rsχɛɫp/
noun
1. het uit het hoofd stekende deel van een oor
pabellón auricular
noun
stroperige vloeistof in de gehoorgangen
cerumen
cera
adjective
1. zoals het in begin was
original
inicialmente
originario
primitivo
noun
1.1 gewone oorworm (Forficula auricularia)
tijereta
/
os.ˈti.mɔr/
pronoun
1. een land in Zuidoost-Azië, bestaande uit een gedeelte van het eiland Timor en de kleinere eilandjes Atauro en Jaco in het geheel
Timor Oriental
/
ˈostə(n)/
noun
1. een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
este
oriente
levante
/
ˈostə(n)ˌrɛɪ̯k/, /
ˈoːstə(n)ˌrɛɪ̯k/, /
ˈoːstə(n)ˌrɛːk/
pronoun
1. een republiek in Midden-Europa grenzend aan Zwitserland en Liechtenstein in het westen, aan Duitsland...
Austria
/
ˈo.stə.ˌrɛɪ̯.kər/, /
ˈo.stə.ˌrɛː.kər/, /
ˈos.tə(n).ˌrɛɪ̯.kər/
noun
1. een inwoner van Oostenrijk of persoon die de Oostenrijkse nationaliteit bezit
austriaco
austríaco
pronoun
1. zee die tussen Zweden en de Baltische staten ligt
mar Báltico
Báltico
adverb
estesudeste
estesureste
verb
3. (van een ambassadeur) laten komen om een kritiek op beleid van zijn regering over te brengen
convocar
noun
1. de vader van een ouder
abuelo
abuelito
/
o'pal/
noun
1. een halfedelsteen en een amorfe variëteit van kwarts, SiO₂·nH₂O, gehydrateerd siliciumdioxide met een waterpercentage van soms wel 20%
ópalo
/
ˈɔˌbɛlə(n)/
verb
1. iemand telefonisch proberen te bereiken
llamar
verb
1. op een veilige plaats wegdoen
guardar
verb
4. brideren
bridar
embridar
noun
muñeca hinchable
muñeca inflable
/
'ɔp.bla.zə(n)/
verb
- 3. op overdreven manier beschrijven
exagerar
- 1. doen ontploffen
explotar
estallar
- 2. een gas in een uitzetbare ruimte pompen
inflar
verb
1. bolrond worden
abultarse
verb
1. het naar boven komen van gasbellen door een vloeistof
borbollar
borbotear
bullir
noun
3. constructie
construcción
estructura
/
'ɔbrɛŋə(n)/
verb
1. als batig resultaat leveren
rendir
rentar
conjunction
para que
a fin de que
/
ˈɔbdinə(n)/
verb
1. eten en drinken op tafel zetten
servir
verb
op de huid aanbrengen
ponerse
verb
voor iets moeten opdraaien
apechugar
apencar
noun
1. een te verrichten werk
misión
tarea
faena
/
'ɔpdrɛɪvə(n)/
verb
1. iets naar boven toe doen bewegen
aumentar
/
ˈɔbdrɪŋə(n)/
verb
constreñir
imponer
obligar
verb
1. weer aan het oppervlak zichtbaar worden na ondergedoken geweest te zijn
emerger
verb
acopiar
acumular
reunir
adverb
1. snel en onverwachts
de repente
de golpe
repentinamente
adjective
consecutivo
sucesivo
noun
encadenación
encadenamiento
orden
secuencia
/
ˈoː.pə(n)/
adverb
1. niet gesloten
abierto
adjective
1. vrij toegankelijk
público
noun
1. openbaar toegankelijk personenvervoer
transporte público
verb
1. wat voorheen een geheim was algemeen bekend maken
revelar
noun
1. laatste boek van de Bijbel
Apocalipsis
Revelación
verb
1. door druk van binnenuit met geweld opengaan
estallar
reventar
verb
- 2. ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is
- 3. openstellen, toegankelijk maken
- 4. (informatica) een bestand inladen
- 1. laten beginnen, in bedrijf brengen
abrir
- 5. zich ~
abrirse
/
ˈoː.pə(n).ɣaːn/
verb
1. zich openen
abrirse
noun
1. een plaats die toegang biedt tot iets dat is afgesloten
apertura
/
ˈopə(n)lək/
adjective
1. zonder te verbergen, in het openbaar
al aire libre
descubierto
noun
1. een in hoofdzaak gezongen en orkestraal begeleid muziekdrama, gewoonlijk van ernstige aard
ópera
adjective
1. van een aandoening (met name een tumor) dat deze met een operatie genezen kan worden
operable
noun
- 2. een chirurgische ingreep
- 3. een bewerking op een object
operación
adjective
1. ...d.m.v. een operatie
operativo
noun
1. ruimte waar heelkundige bewerkingen uitgevoerd worden
quirófano
sala de operaciones
verb
- 1. aan een chirurgische ingreep onderwerpen
- 2. acties uitvoeren, optreden
operar
noun
1. felgele delfstof, zwavelarsenicum (As₂S₃)
oropimente
verb
2. sterker gaan branden
renacer
verb
1. oprijzen, omhooggaan
subir
montar
verb
1. alles gebruiken tot het op is
consumir
verb
acabado
agotado
apurado
consumido
destrozado por el uso
supurado
adjective
emperifollado
endomingado
recargado
adjective
1. verlost van de zorg dat er iets naars gaat gebeuren
aliviado
verb
emperifollado
endomingado
recargado
adverb
1. geïsoleerd van de buitenwereld
emparedado
enjaulado
verb
1. de strijd staken en zich gewonnen geven
cejar
verb
- 1. een voorwerp uit de bodem naar boven halen
desenterrar
exhumar
- 2. een archeologisch onderzoek houden
excavar
verb
1.de tijd tot de volwassenheid doorbrengen
crecer
verb
1. een voorwerp of persoon bij iets/iemand vandaan halen
recoger
/
'ɔpɦɑŋə(n)/
verb
- 3. aan de galg opknopen
ahorcar
colgar
- 2. een telefoongesprek beëindigen
colgar
- 1. iets in een hangende positie bevestigen
colgar
tender
suspender
noun
ahorcamiento
suspensión
verb
1. op het hoofd dragen
llevar
tener puesto
/
'ɔpɦɛfə(n)/
verb
1. iets in opwaartse richting brengen
alzar
noun
- 1. het optillen
- 2, 3.
levantamiento
verb
1. duidelijkheid scheppen in iets
aclarar
esclarecer
elucidar
explicar
verb
1. kwaad en opgewonden maken
acuciar
agitar
azuzar
embravecer
ensañar
verb
- 1. op elkaar stapelen
acumular
amontonar
apilar
aglomerar
amontar
- 2. zich ophopen
acumularse
verb
2. een activiteit beëindigen
cesar
noun
1. opiumbevattend geneesmiddel
opiato
noun
1. een mening of oordeel
opinión
noun
1. onderzoek naar de mening van...
sondeo de opinión
noun
1. een steekproefsgewijs onderzoek naar de mening van de bevolking
sondeo de opinión
noun
1. het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol (Papaver somniferum), een pijnstillend, verdovend en verslavend middel
opio
/
'ɔpkɛɪkə(n)/, /
'ɔpkɛːkə(n)/
verb
2. (~ van) verrast worden
maravillarse
sorprenderse
verb
1. zorgen dat iemands stemming verbeterd
estimular
/
'ɔpklarə(n)/
verb
1. het ontstaan van open plekken in wat een gesloten wolkendek was
despejarse
escampar
abonanzar
clarear
serenarse
noun
1. het wegtrekken van de bewolking
claro
escampada
verb
2.verbeteringen aanbrengen
arreglar
apañar
mejorar
verb
- 4. op toneel verschijnen
aparecer
- 1. zichzelf of iemand anders verdedigen
ayudar
defender
- 2. omhoogkomen
levantarse
- 3. naar een bijeenkomst gaan
presentarse
verb
- 1. een materiële lading op iets aanbrengen
- 2. een elektrische lading op iets aanbrengen
cargar
noun
1. totaal aantal afdrukken van een drukwerk dat in één keer wordt vervaardigd
tirada
tiraje
verb
3. iemand aan een dwangmaatregel onderwerpen
acensar
acensuar
verb
1. kennis en vaardigheid bijbrengen
formar
instruir
verb
1. weer tot bloei komen
revivir
renacer
reverdecer
verb
1. uiteindelijk als resultaat geven
causar
verb
2. met bedrog iemand geld afhandig maken
estafar
sisar
noun
1. bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
estafa
noun
1. bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
estafa
noun
café instantáneo
café liofilizado
verb
- 1. een homogeen mengsel gaan vormen
diluirse
disolverse
- 2. een homogeen mengsel doen vormen
disolver
- 3. een probleem ophelderen
solucionar
resolver
solventar
noun
- 1. een mengsel
disolución
solución
- 2. een manier om van een probleem af te komen
solución
noun
1.het gevoel bevrijd te zijn van iets dat dreigde
alivio
desahogo
adjective
1. bijzonder genoeg om opgemerkt te worden
notable
verb
- 2. een waarneming of opinie meedelen aan anderen, met een zekere nadruk
indicar
- 1. bemerken, waarnemen
observar
notar
noun
1. een uiting van een gedachte
advertencia
observación
verb
1. opvrolijken, animeren
alegrar
animar
/
'ɔpnam(ə)/
noun
- 2. opname beeld
foto
fotografía
- 2. geluid
grabación
- 3-4
incorporación
ingreso
inscripción
verb
- 5. beginnen
establecer
iniciar
- 7. (beeld, geluid) registreren, vastleggen
grabar
- 1. in handen nemen
recoger
agarrar
- 2. het resultaat vaststellen
tomar
/
ˈɔpniu/
adverb
1. nog een keer, een vorige gebeurtenis herhalend
de nuevo
otra vez
verb
- 4./5. zich opofferen
abnegarse
inmolarse
sacrificarse
- 1./2./3. bij noodzaak moeten gebruiken, laten doden of bewust prijsgeven
sacrificar
inmolar
noun
- 1. tijd die men ergens verblijft
estancia
permanencia
- 2. onverwachte vertraging in gemaakte plannen
retraso
noun
1. kinderoppas
canguro
noun
1. hoop gemaaid en gedroogd gras
almiar
noun
1. bot in de bovenarm
húmero
/
'ɔpərbəˌvɛlɦɛbər/
noun
1. de persoon die aan het hoofd staat van het gehele leger
comandante en jefe
generalísimo
verb
1. iets voorstellen
aducir
expresar
proponer
sugerir
noun
1. leider van een stam
jefe
pronoun
1. een Westslavische taal die in het gebied Opper-Lausitz in het oosten van Duitsland gesproken wordt
alto sorabo
/
ˈɔpərvlɑk/
noun
1. vlak dat iets naar boven begrenst
superficie
/
ɔpər'vlɑkəx/
adjective
- 2. zich aan de oppervlakte bevindend
superficial
somero
- 1. niet diepgaand of niet grondig
superficial
somero
intrascendente
noun
- 1. vlak dat iets naar boven begrenst
superficie
- 2. uitgebreidheid
área
noun
agua superficial
agua de la superficie
/
ɔpɔrtyˈnɪst/
noun
oportunista
adjective
1. voordeel willen halen uit een bepaalde situatie
oportunista
noun
1. geschiktheid van tijd of gelegenheid
oportunidad
adjective
van pas komend, gelegen
oportuno
/
ˌɔpoˈzitsi/
noun
- 2. mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
- 1. tegenstand
oposición
noun
trastorno negativista desafiante
verb
1. het vuur feller doen branden door erin te poken
atizar
adjective
1. de waarheid sprekend
sincero
franco
verb
- 2. een instelling in het leven roepen
constituir
erguir
- 1. in verticale stand brengen
levantar
alzar
elevar
erigir
noun
1. Het begin van iets
creación
establecimiento
/
ˈɔprɔlə(n)/
verb
- 1. zich ~, tot een rol vormen
arrollar
enrollar
- 3. een (semi-)georganiseerde groep arresteren
desarticular
verb
1. kwaad en opgewonden maken
acuciar
agitar
amotinar
azuzar
ensañar
verb
- 2. iets uitverkopen
liquidar
- 3. iets in orde brengen, netjes maken
ordenar
adecentar
- 1. iets uit de weg ruimen
recoger
noun
1. een lange, grote en diepe lepel
cucharón
cazo
cuchara de servir
verb
2. aangedikte beweringen doen
fanfarronear
jactarse
presumir
blasonar
cacarear
chulear
noun
1. iemand die vaak opschept tot ergernis van anderen
fanfarrón
verb
1. haast maken
apurarse
verb
asustar
asustarse
sobresaltar
verb
schuddend ordenen
mullir
/
'ɔpsxɵdɪŋ/
noun
1. een reactie van schok, verbazing of afkeer op een daad of gebeurtenis
perturbación
/
ˈɔpslan/
verb
5. informatica: vastleggen of bewaren van gegevens
guardar
almacenar
noun
1. berging
almacenamiento
almacén
verb
1. in zich opnemen
absorber
verb
1.
encerrar
acerrojar
recluir
verb
1. in de hoogte springen
saltar
verb
- 3. (koken) op het vuur staan
estar en el fuego
- 1. gaan staan
- 2. het bed verlaten
levantarse
/
ˈɔpstɑnt/
noun
1. een massale, vaak gewelddadige, poging het heersende gezag af te schudden
rebelión
alzamiento
noun
1. iemand die zich gewapenderhand verzet tegen het heersende gezag
rebelde
amotinado
insurrecto
sublevado
noun
1. verrijzenis
resurrección
/
ˈɔpstɛːɣə(n)/, /
ˈɔpstɛːɪχə(n)/
verb
- 1. in de lucht stijgen
despegar
decolar
- 2. te paard stijgen
montar
verb
1. met een strijkijzer in de vereiste toestand brengen
planchar
verb
1. met de post verzenden
enviar
expedir
despachar
verb
1. bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd
sumar
contar
noun
1. het samenvoegen van een of meer termen tot een totaal, de som
adición
suma
verb
- 1. een keuze doen
optar
- 1. verteren, geheel opmaken
acabar
apurar
consumir
noun
1. iemand die kundig is in de optica
óptico
noun
1. een van de keuzes die gemaakt kan worden
opción
elección
verb
1. met spierkracht iets van de grond opheffen
levantar
alzar
coger
recoger
apalancar
aupar
adjective
1. het best mogelijk
óptimo
noun
1. de verwachting dat gebeurtenissen gunstig gaan uitvallen
optimismo
noun
1. iemand die alles van de positieve kant beschouwt
optimista
noun
1. een vrouwelijk iemand die alles van de positieve kant beschouwt
optimista
adjective
1. van het positieve uitgaand
optimista
adjective
1. met betrekking tot het licht
óptico
/
'ɔpfɑlə(n)/
verb
1.
llamar la atención
verb
- 1. uitvoeren wat een ander aangeraden of bevolen heeft
obedecer
seguir
- 2. iemands functie overnemen
suceder
noun
1. iemand die een ambt bekleedt na iemand anders
sucesor
verb
1. opmonteren, animeren
alegrar
animar
verb
acolchar
atiborrar
mechar
rellenar
verb
- 1. opmonteren, animeren
alegrar
animar
avivar
- 2. doen ontstaan
animar
estimular
noun
3. het zeer lokaal (bij de afnemers zelf) opwekken van elektriciteit en/of warmte die ook aan het net wordt geleverd
generación distribuida
noun
1. innerlijke drang
impulso
instinto
verb
- 2. draaiend onder spanning zetten
devanar
- 3. in staat van agitatie brengen
excitar
apasionar
calentar
irritar
verb
1. door wrijven glanzend maken
pulir
abrillantar
verb
enviar
despachar
expedir
noun
- 1. de manier waarop aan iets vorm gegeven is
designio
- 2. het onderdeel zijn van een zo gewenst plan
intención
dolo
intencionalidad
adverb
1. bewust op deze manier
intencionadamente
intencionalmente
verb
- 1. opzwellen
hincharse
- 5. taxidermie bedrijven
rellenar
noun
1. iemand die toezicht houdt
supervisor
adjective
1. bedoeld om in het oog te vallen, vaak op banale wijze
vistoso
verb
- 1. in hoog aanzien hebben, van hogere status achten
admirar
repetar
- 2. iets met angst en vrees bekijken
temer
/
'ɔpsʋɛlə(n)/
verb
1. in volume toenemen
hincharse
inflarse
abofarse
adjective
1. met betrekking tot de mond
oral
noun
1. mensaap met lange armen en roodbruinachtig haar
orangután
adjective
1. de kleur oranje hebbend
naranja
anaranjado
pronoun
Estado Libre de Orange
noun
naranja agria
naranja amarga
naranja cajera
naranja de Sevilla
noun
- 1. bittere sinaasappel
naranjero agrio
naranjo amargo
- 1. gewone sinaasappel
naranjo
adjective
pardo anaranjado
pronoun
1. en 2.
Oranjemund
noun
1. rede
discurso
oración
/
ɔˈratɔr/
noun
1. redenaar
orador
noun
1. plant van de talrijke orchideeënfamilie, m.n. benaming voor de kleurrijke bloemen
orquídea
noun
2. aanduiding om de grootte van een getal mee uit te drukken, uitgedrukt als de exponent van de dichtstbijzijnde macht van 10
orden de magnitud
verb
arreglar
organizar
planear
noun
- 2. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
orden
mandato
- 1. een verzoek om diensten of goederen te leveren
pedido
noun
ordinario
- 2. de vastliggende delen van een liturgie
ordinario de la misa
/
ɔrdoˈvisijʏm/
noun
Ordovícico
noun
- 2. keukenkruid
- 1. Origanum vulgare
orégano
noun
- 1. Onderdeel van het organisme
- 2. Communicatiemiddel
órgano
/
ˌɔrɣɑniˈzasi/, /
ˌɔrχɑniˈzaʦi/
noun
- 3. een groep die een bepaald doel of of bepaalde rol heeft
- 1. het organiseren
- 2. de manier waarop iets georganiseerd is
organización
pronoun
Organización para la Cooperación y el Desarrollo Económicos
pronoun
Organización para la Seguridad y la Cooperación en Europa
noun
1. een adviseur van het bedrijfsleven, de overheid en andere organisaties in beleidsmatige en organisatorische vraagstukken
consejero de consultoría
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert
estudios organizacionales
noun
1. iemand die organiseert of die organisatietalent heeft
organizador
adjective
1.wat de organisatie betreft
organizativo
/
ɔr.ˈɣa.nɪs/, /
ɔr.ˈχa.nɪs/
adjective
- 1. met betrekking tot een orgaan of de organen
- 2. koolstof bevattend
orgánico
/
ˌɔrɣɑniˈzeːrə(n)/, /
ˌɔrχɑniˈzɪːrə(n)/
verb
- 1. een bepaalde structuur aanbrengen
- 2. iets, vaak een evenement, tot stand brengen
organizar
noun
1. een afzonderlijk en volledig levend wezen dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen metabolisme en bestaat uit verschillende organen
organismo
/
ɔr.ˈɣaː.no.ɣe.ˌneːzə/
noun
1. het zich ontwikkelen van organen uit enkele typen weefsel
organogénesis
noun
1. diagram dat laat zien hoe taken en zeggenschap in een bedrijf of ander samenwerkingsverband zijn verdeeld
organigrama
noun
química organometálica
noun
1. lustgevoelens bij seksuele opwinding (klaarkomen)
orgasmo
/
ˈɔrɣəɫ/
noun
1. een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen
órgano
adjective
- 1. enige of zeer zeldzaam in zijn soort
- 2. gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker
original
noun
deporte de orientación
noun
sentido de la orientación
/
ˈɔr.ka/
noun
1. Orcinus orca, een walvissoort die vrij gedrongen van bouw is...
orca
noun
1. een bijzonder hevige storm
huracán
ciclón
/
ɔrˈkɛst/
noun
1. een groep musici
orquesta
noun
achiote
achioto
achote
anato
annato
annatto
/
oroˈsirijʏm/
noun
Orosírico
noun
1. de tandheelkunde die gericht is op de vorming van een regelmatig gebit
ortodoncia
noun
1. een tandarts-specialist die de vorm, groei en ontwikkeling van het gebit en de kaken bestudeert
ortodoncista
/
ɔrtoˈdɔks/
adjective
1. star vasthoudend aan een bepaald geloof
ortodoxo
/
ɔrtodɔk'si/
noun
ortodoxia
adjective
1. rechthoekig
ortogonal
adjective
1. genormeerd rechthoekig
ortonormal
noun
cirugía ortopédica
ortopedia
adjective
1. met betrekking tot de behandeling van misvormingen van beenderen en gewrichten
ortopédico
pronoun
Orthoptera
Ortópteros
adjective
1. aanwezig op de juiste en/of oorspronkelijke plaats
ortotópico
noun
escribano hortelano
hortelano
pronoun
- 1. Boliviaans departement gelegen in het westen van het land
- 2. hoofdstad van het Boliviaans departement met de gelijkaardige naam
Oruro
noun
1. gecastreerde stier
buey
noun
1. oscillatie
oscilación
noun
1. oscillator
oscilador
noun
1. Chemisch element
osmio
noun
filete de buey
solomillo
solomillo de vaca
noun
cola de buey
cola de res
colita de res
rabo de buey
rabo de toro
pronoun
1. een taal uit de centrale Kaukasus
idioma osetio
oseta
/
ˌɔstejoˈsit/, /
ˌɔstejoˈsyt/, /
ˌɔsteoˈsit/
noun
1. een cel die bot om zich heeft aangemaakt en daar nu door omgeven wordt
osteocito
noun
1. botontkalking
osteoporosis
noun
1.1 bepaald soort zoogdier Lutra lutra
nutria
ludria
pronoun
2. spelwoord voor de letter o
Olimpo
/
aʊ̯d/, /
ɔʊ̯t/, /
ʌʊ̯t/
adjective
- 1. oud mens, dier
anciano
viejo
vieja
anciana
- 2. oud ding, concept
antiguo
viejo
vieja
antigua
- 3. vorige
viejo
vieja
noun
1. reeks boeken in de christelijke Bijbel die zijn ontleend aan de joodse Tenach
antiguo testamento
noun
vejez
ancianidad
antigüedad
edad
/
ˈaʊ̯.də.rə/, /
ˈɔʊ̯.də.rə/, /
ˈʌʊ̯.də.rə/
noun
mayor
/
ˈaʊ̯.dərs/, /
ˈɔʊ̯.dərs/, /
ˈʌʊ̯.dərs/
noun
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ouder
padres
adjective
1. niet langer gebruikt of in de mode
anticuado
antiguo
pronoun
1. uitgestorven Westgermaanse taal der Franken uit de 4e tot de 8e eeuw
fráncico
pronoun
1. het Frans zoals dat in het noorden van Frankrijk gesproken werd van de 10e tot de 14e eeuw
francés antiguo
francés medieval
/
ɑʊ̭tɦɛɪ̭t/
noun
1. het tijdperk van de geschiedenis vóór de middeleeuwen
Antigüedad
antigüedad
pronoun
1. de Slavische taal die rond de negende eeuw rond Thessaloniki gesproken werd
antiguo eslavo eclesiástico
eslavo eclesiástico antiguo
pronoun
1. een taal die de voorganger van de Scandinavische talen was
nórdico antiguo
pronoun
1. een taal die de voorloper van het Noors was
noruego antiguo
/
'ʌʊtom/
noun
1.
tío abuelo
pronoun
1. taal die vanaf de 10e tot in de 15e eeuw werd gesproken door de bewoners van Castilië
castellano medieval
español medieval
/
'ʌʊtɑntə/
noun
1.
tía abuela
noun
1. een meestal instrumentaal muziekstuk dat als opening fungeert van een opera of operette
obertura
noun
1. bekende Griekse alcoholische drank
ouzo
/
o'val/
adjective
1. in vorm gelijkend op een ei
oval
ovalado
/
ovə/
noun
1. besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz.
horno
noun
insecto de fuego
termobia de las tahonas
adverb
1.
en todas partes
por todas partes
noun
1. werkkleding
mono
overol
noun
1. een zo grote belasting van een persoon, mechanische structuur of elektrisch netwerk dat schade aan de persoon, de structuur of het netwerk kan ontstaan
sobrecarga
noun
1. toestand waarbij een ruimte, gebied of land zo dichtbevolkt is dat het problemen geeft
sobrepoblación
superpoblación
verb
1. overhouden
quedar
sobrar
verb
1. naar een andere rekening overzetten
transferir
/
ˈovərbrɛŋə(n)/
verb
- 2. meedelen, melden
comunicar
informar
transmitir
- 3. van de ene persoon of zaak op de andere doen overgaan
transferir
transmitir
- 1. van de ene locatie naar de andere brengen
trasladar
transportar
noun
relaciones de cambio
relación de transmisión
adjective
1. meer dan nodig
excesivo
extremo
/
ˌovərˈdɑx/
adverb
1. tijdens de uren van de dag
de día
verb
1. opnieuw doen
hacer de nuevo
rehacer
verb
1. verbluffen
acojonar
aturullar
desconcertar
noun
1. officieel iets in handen van de andere partij geven
entrega
transmisión
traspasamiento
traspaso
verb
1.
transferir
trasladar
adjective
1. buiten proportie weergegeven
exagerado
excesivo
verb
1. de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn
exagerar
abultar
noun
- 1. een eigenschap die hetzelfde is
analogía
semejanza
- 2. een bindende afspraak waarmee alle partijen instemmen
contrato
adjective
1. gelijkenis vertonend
análogo
conforme
verb
- 2. in overeenstemming brengen
concertar
condecir
conformar
conformarse
congeniar
- 1. gelijkenis vertonen
corresponder
coincidir
noun
- 3. de plaats waar men iets kan passeren
paso
pasaje
travesía
- 2. het van een toestand in een andere geraken
transición
noun
1. de naam voor elk element uit het D-blok van het periodiek systeem der elementen
metal de transición
noun
intermedio de reacción
noun
1. een werkwoord dat vergezeld wordt door een lijdend voorwerp in een zin, dat gewoonlijk in de lijdende vorm het onderwerp kan worden
verbo transitivo
/
'ovərɣavə/
noun
- 1. het opgeven van de strijd en zich aan de wijand onderwerpen
capitulación
rendición
- 2. een volledige toewijding
dedicación
verb
- 2. capituleren
rendirse
- 1. braken
vomitar
devolver
noun
1.overgevoelige reactie van het afweersysteem
hipersensibilidad
noun
- 1. te groot lichaamsgewicht
adiposis
obesidad
sobrepeso
- 2. boven bepaald gewicht geleverd
sobrepeso
verb
1. door te gieten in een ander vat brengen
transvasar
decantar
trasegar
noun
1. moeder van de grootvader of van de grootmoeder
bisabuela
/
ˈovərɣrotˌʌʊdər/
noun
1. een ouder van een grootouder
bisabuela
bisabuelo
/
ˈovərɣrotˌvadər/
noun
1. een vader van een grootouder
bisabuelo
verb
1. iemand zo ver proberen te krijgen ergens in mee te gaan
persuadir
noun
dominante
prevaleciente
verb
1. in de handen van een ander geven
entregar
verb
1. de macht uitoefenen over een ander volk
dominar
prevalecer
/
ˈovərɦɛit/
noun
1. het geheel aan gezagvoerende lichamen
gobierno
autoridades
noun
empresa pública
empresa estatal
/
ˈovərˌɦɛmt/
noun
camisa
camiseta
noun
1. (te) grote haast
atropello
/
ˌovəˈrɛɪ̯sɔɫ/, /
ˌovəˈrɛɪ̯səl/, /
ˌovəˈrɛːsəɫ/
pronoun
1. provincie in het oosten van Nederland
Overijssel
noun
1. een jas die hoofdzakelijk als bescherming van de kleding eronder wordt gedragen
sobretodo
abrigo
gabán
paletó
noun
1. een dak hebbend maar geen muren, vooral van een station
techumbre
tejado
/
ˈo.vər.ˌlɑs/, /
ˈo.vər.ˌlɑst/
noun
1. hinder op een onacceptabel niveau
molestia
incomodidad
adjective
1. gestorven, doodgegaan
fallecido
muerto
/
ovərˈlɛx/
noun
1. beraad, beraadslaging
consideración
reflexión
noun
1. organisatie waarbij verschillende partijen op een regelmatige basis met elkaar overleggen, onderhandelen en informatie uitwisselen
órgano consultivo
/
ˌovərˈlevə(n)/
verb
1. in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen
sobrevivir
noun
instinto de conservación
instinto de supervivencia
verb
1. nog eens, opnieuw lezen
releer
verb
1. ophouden met leven
morir
fallecer
fenecer
perecer
noun
1. iemand die overloopt (naar de vijand)
pasado
tránsfuga
verb
- 1. opnieuw maken
rehacer
- 2. laten overschrijven
transferir
remitir
adjective
1. buitensporig
excesivo
extremo
conjunction
1. omdat of aangezien, geeft onderschikkend een reden aan
porque
puesto que
visto que
ya que
adverb
pasado mañana
mañana pasado
verb
1. ergens de nacht doorbrengen
pernoctar
noun
oferta pública de adquisición
toma de posesión
verb
1. met de wielen van een voertuig over iets of iemand heen rijden
atropellar
arrollar
verb
2. zaken doen met een andere partij
reconvertir
noun
chanclo
chanclo de goma
galocha
/
ˈo.vər.sxɔt/
noun
1. wat er overblijft, de rest
residuo
resto
saldo
verb
1. de overzijde van een grens betreden
exceder
rebasar
verb
2. geld overmaken
transferir
verb
1. een beurt doen missen
saltear
/
ˌovərˈspɑnə(n)/
adjective
- 2. (handel) overbelast, te actief
exagerado
sobrecargado
- 1. ziek door een te zware belasting op geestelijk vlak
exagerado
sobreexcitado
noun
1. seks hebben met een ander dan de echtgenoot of vaste partner
adulterio
noun
2. verandering van vervoermiddel
correspondencia
verb
1. met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen
transbordar
noun
1. het oversteken van de ene plaats naar de andere
travesía
noun
1. plaats waar anderen dan voetgangers veilig een weg kunnen overgaan
paso
verb
1. doorkruisen om de overzijde te bereiken
cruzar
atravesar
verb
1. overladen met allerlei zaken
abrumar
agobiar
colmar
/
ˌovərˈstromɪŋ/
noun
1. het binnenlopen van water in doorgaans droog gebied
inundación
adjective
1. wat in te ruime mate aanwezig is
superfluo
verb
1. bepaalde denkbeeldige of daadwerkelijke lijnen te buiten gaan
violar
contravenir
desobedecer
noun
1. een relatief licht strafbaar feit
infracción
verb
1.een voorheen behaald niveau te boven gaan
exceder
aventajar
superar
sobrepujar
verb
1. een denkbeeld doen aanvaarden
convencer
persuadir
cerciorar
adjective
convincente
persuasivo
convencedor
persuadidor
persuasor
noun
1. sterke mening of geloof
convicción
noun
1. plotselinge aanval, gewoonlijk van misdadige aard
atraco
verb
- 2. bij verrassing een pand aanvallen (om bijv. te beroven
acometer
atracar
robar
- 1. bij verrassing iemand belagen of overweldigen
emboscar
acometer
atracar
- 3. zodanig verassen en verbazen dat je er niet direct een antwoord op hebt
tomar por sorpresa
/
ovərˈvluːdəx/, /
ovərˈvluːdəç/
adjective
1. in ruime hoeveelheid aanwezig
abundante
adjective
1. meer dan vol, te vol
relleno
repleto
/
'ovərʋɛx/, /
ovər'ʋɛx/
noun
1. een kruising van een weg met een spoorbaan
paso a nivel
/
ovər'ʋeɣən/, /
ˈovərʋeɣən/
verb
de voor- en nadelen bezien alvorens een beslissing te nemen
considerar
ponderar
reflexionar
noun
1. beoordeling van argumenten
consideración
reflexión
verb
1. een gewelf maken over
abovedar
noun
preponderancia
ascendiente
predominio
superioridad
verb
1. een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen
vencer
derrotar
verb
- 3. zie vertalen
traducir
- 2. van het ene systeem naar het andere systeem brengen
transferir
noun
- 2. samenvatting van de inhoud, beschrijving in hoofdlijnen
resumen
- 1. toestand dat je het geheel kunt duidelijk overzien
vista general
panorama
verb
1. alles tegelijk kunnen zien
escudriñar
noun
1. het gereedkomen van een eicel uit de eierstok.
ovulación
noun
1. (scheik.) een vorm van zuurstof met drie zuurstofatomen inplaats van twee
ozono
/
ozɔnlax/
noun
1. laag in de atmosfeer die veel ozon bevat
capa de ozono
/
pajə(n)/
verb
- 2. trachten in het gevlij te komen bij iemand
complacer
- 1. het leggen en bevruchten van eieren door vissen
desovar
noun
- 4. (heraldiek) een loodrechte band midden over een wapenschild
palo
- 2. (informeel) een penis in erectie
palo
porra
- 3. een doelpaal
poste
- 1. een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
poste
palo
noun
1. een dorp dat uit paalwoningen bestaat
aldea lacustre
pueblo lacustre
noun
1. in zee levend weekdier dat zich in hout boort, Teredo navalis
broma
/
paːr/
indefinitePronoun
1. meerdere, maar niet heel veel
unos
algunos
/
paːr/
noun
- 1. twee van een soort die bij elkaar horen
par
- 2. twee geliefden die een relatie hebben
pareja
/
paːrt/
noun
- 2. turntoestel
caballete
- 3. schaakstuk
caballo
- 1. tam hoefdier met manen
caballo
yegua
noun
1. en 2. (bladeren of bloemen van) plant Taraxacum officinale
diente de león
achicoria amarga
noun
haba
haba caballar
haba común
habichuela ancha
noun
adiestramiento
doma
doma clásica
noun
- 2. vrucht van een loofboom uit het geslacht Aesculus
castaña
- 1. geslacht van bladrijke bomen, Aesculus
castaño
castaño de indias
/
'pardə(n)krɑxt/
abbreviation
maat voor arbeidsvermogen
caballo de vapor
caballo de fuerza
noun
1. een zeer zwaar middel
purga de caballo
remedio heroico
/
ˈpardəmolə/
noun
1. een ronddraaiende attractie met paarden om op te zitten
caballitos
calesita
carrusel
tiovivo
noun
- 2. haardracht
- 3. staart van een paard
cola de caballo
- 1. sporenplant
cola de caballo
equiseto
cien nudillos
equiseto menor
hierba para el estaño
/
ˈpardəˌstɑɫ/
noun
1. een stal bedoeld om paarden te huisvesten
cuadra
caballeriza
noun
1. paardenzuring is een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie Polygonaceae
lampazo acuático
/
ˈpaːrt.rɛidə(n)/
noun
- zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen
andar a caballo
montar caballo
- het rijden op een paard, ter ontspanning of als sportbeoefening
equitación
adjective
1. met een kleur tussen rood en blauw
morado
violeta
noun
1. diverse kleurschakeringen tussen blauw en rood.
morado
violeta
adjective
1. bij paren, twee aan twee
emparejado
por parejas
noun
2. ongezuurd brood dat de joden bij het paasfeest eten
pan ácimo
noun
- 2. ter gelegenheid van Pasen gekleurd en versierd kippenei
- 1. ei van chocolade of suiker dat op of omstreeks Pasen gegeten wordt
huevo de Pascua
noun
conejo de Pascua
liebre de Pascua
noun
1. vakantieperiode
vacaciones de Pascua
noun
1. de dag waarop christenen vieren dat Jezus opgestaan is uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging
Domingo de Pascua
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Cuniculus
paca
pronoun
1. gebergte op de grens van de Braziliaanse deelstaat Roraima en Venezuela
Sierra de Pacaraima
verb
1. tot vrede of tot rust brengen
apaciguar
pacificar
pronoun
1. oceaan die ligt tussen Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Ausralië
océano Pacifico
noun
aanhanger van het pacifisme
pacifista
/
pɛːt/
noun
- 1. een kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
sapo
- 1. een smalle weg of voetweg
sendero
senda
noun
1. vruchtlichaam van een doorgaans onder de grond levende schimmel of zwam
seta
hongo
champiñón
noun
hongo mágico
hongo psilocibio
/
paˈeʎa/
noun
1. gerecht
paella
noun
1. persoonlijke dienaar van iemand
paje
verb
1. de bladzijden van een drukwerk voorzien van een doorlopende paginanummering
paginar
noun
1. als lastdier gebruikt hoefdier, Equus asinus
burro de carga
/
ˈpa.kɪ.ˌstɑn/
pronoun
1. een land in het zuiden van Azië grenzend aan India, Afghanistan, Iran en China. De officiële naam is de Islamitische Republiek
Pakistán
Paquistán
/
ˈpɑkʲə/
noun
1.
cajetilla
paquete
verb
1. in de handen nemen
coger
tomar
agarrar
noun
1. Aziatische groene koolsoort met witte stelen Brassica rapa subsp. chinensis
bok choy
pak choi
noun
consonante paladial
consonante palatal
noun
1. een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie heeft of een (woon)huis voor een staatshoofd is
palacio
/
ˌpalejoʔɑrˈxaikʏm/
noun
Paleoarcaico
/
palejoˈɣen/
noun
1.
Paleógeno
/
ˈpalejoˌlitikʏm/
noun
1. eerste periode van de steentijd
Paleolítico
noun
1. aardkunde die gericht is op de bestudering van fossielen
paleontología
noun
1. iemand die fossielen bestudeert
paleontólogo
/
ˌpalejoˌprotəroˈzowikʏm/
noun
Paleoproterozoico
/
ˌpalejoˈzowikʏm/
noun
Era Paleozoica
Paleozoico
noun
1. een symmetrisch woord dat van links naar rechts gelezen hetzelfde is als van rechts naar links gelezen. Voorbeelden: lepel en parterretrap maar ook kok en lol
palíndromo
capicúa
noun
1. bepaald soort langwerpige consumptievis, Anguilla anguilla
anguila
noun
1. hansworst
clown
payaso
noun
1. chemisch element
paladio
adjective
1. verzachtend
paliativo
noun
- 2. binnenzijde van de hand
palma de la mano
- 1. (sub-)tropisch gewas
palmera
noun
1. blad van een palmboom
hoja de palmera
noun
aceite de almendra de palma
noun
Een sterk geurende suiker die wordt verkregen uit het sap van palmbomen
azúcar de palma
pronoun
1. de zondag voor Pasen
Domingo de Ramos
/
pɑn/
noun
1. keukengereedschap om in te koken of braden
sartén
olla
cacerola
/
ˌpɑndeˈmi/
noun
1. een epidemie op wereldwijde schaal
pandemia
/
pɑnde'monijʏm/
noun
1. een chaotische toestand met een hels lawaai en drukte
pandemonio
/
pɑn.deʲ'ɪsmə/
noun
1. een theologische positie
pandeísmo
pronoun
1. Boliviaans departement gelegen in het noorden van het land
Pando
noun
1. de theologische positie dat God immanent is in de gehele schepping en dat het universum een deel is van God en dat God de drijvende kracht vormt achter het universum
panenteísmo
noun
1. blaasinstrument dat is samengesteld uit een reeks van eentonige fluiten
zampoña
noun
- 1. afkeer van panseksuelen
- 1. onredelijke angst voor veel verschillende dingen
homofobia
noun
1. het streven naar de vereniging van alle Griekse volkeren
panhelenismo
noun
1. een platte, ronde koek die in een pan gebakken is
panqueque
tortita
noun
1. benaming voor verschillende grote katachtige roofdieren
pantera
/
pɑn.teʲ'ɪsmə/
noun
panteísmo
noun
zapatilla
babucha
chinela
/
pɑnˈtɔfəldirtʲə/
noun
1. eencellig diertje
paramecio
noun
1. toneelspel alleen maar met gebaren en lichaamsuitdrukkingen dus zonder woorden
pantomima
noun
1. een beschermende laag om dieren of voorwerpen
coraza
verb
1. met een pantser bekleden
blindar
acorazar
noun
vehículo blindado de combate
noun
1. een voertuig op wielen dat uitgerust is met een verstevigde buitenzijde om gewelddadige aanvallen te kunnen weerstaan
carro blindado
noun
1. stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
dinoflagellata
noun
1. gerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel
papilla
gachas
/
paˈpa.ja/
noun
- 2. vrucht van Carica papaya
fruta bomba
lechosa
mamao
papaya
- 1. meloenboom
- 1. en 2. (vrucht van) de boom Carica papaya
papaya
noun
1. een plantengeslacht waarin ook de opiumpapaver thuis hoort
amapola
ababa
adormidera
noun
hoja de lima kaffir
lima kaffir
limón rugoso
noun
1. benaming voor vogels uit de orde Psittaciformes
loro
papagayo
noun
1.1 bepaald soort opvallende zeevogel die zelfs onder water kan vliegen, Fratercula arctica
frailecillo
noun
clamidiosis
fiebre del loro
ornitosis
psitacosis
pronoun
1. taal die wordt gesproken op een aantal eilanden in het Caribisch gebied, waaronder de Benedenwindse Eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao en daar officiële status heeft
papiamento
pronoun
1. een taal die wordt gesproken op een aantal eilanden in het Caribisch gebied, waaronder de Benedenwindse Eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao en daar officiële status heeft
papiamento
/
pɑ'pir/
noun
- 2. document
documento
- 1. een dun vezelachtig beschrijfbaar materiaal
papel
noun
1. aanhanger van de paus, het papisme
papista
noun
2. een Indonesische provincie
Nueva Guinea Occidental
/
ˌpa.pu.wa.niβ̞.ɣi.ˈne.ja/, /
ˌpa.pu.wa.niβ̞.χi.ˈne.ja/, /
ˌpa.pu.wa.nyʊ̯.ɣi.ˈne.ja/
pronoun
land en staat in Oceanië
Papúa-Nueva Guinea
Papúa Nueva Guinea
noun
kina de Papúa Nueva Guinea
/
ˈpaprika/, /
ˈpɑprika/
noun
2. vrucht van een bepaalde gekweekte vorm van een peperplant, Capsicum annuum
pimiento
morrón
pimiento dulce
pimiento morrón
/
ˌparaˈboɫ/
noun
1. kegelsnede waarbij het snijvlak parallel loopt met een lijn die aan de kegel raakt en tevens het toppunt snijdt.
parábola
abbreviation
1. veelgebruikt medicijn tegen koorts en pijn
paracetamol
noun
1. schouwspel in de vorm van een optocht
desfile
gala
adjective
1.lijkend op het paradijs dus zeer mooi, heerlijk en fijn
paradisíaco
/
ˌpɑrɑˈdɛɪ̯svoɣəl/, /
ˌpɑrɑˈdɛɪ̯svoχəɫ/, /
ˌpɑrɑˈdɛːsvoɣəl/
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Paradisaeidae
ave del paraíso
/
ˌparadɔkˈsal/
adjective
1. tegenstrijdig lijkend
paradójico
noun
1. bij iemand of iets behorende zaken
parafernalia
noun
1. achtervoeging van slotklank
epítesis
noun
2. onderdeel van een hoofdstuk, een artikel, een wet of een officieel stuk
parágrafo
párrafo
/
ˈpa.ra.gʋɑɪ̯/, /
ˈpa.ra.gβ̞ɑɪ̯/, /
ˈpa.ra.ɣ<sup>ʊ</sup>ɛɪ̯/, /
ˈparaˌɡwe/
pronoun
Paraguay
adjective
1. evenwijdig
paralelo
noun
postulado de las paralelas
quinto postulado de Euclides
/
paralɛloˈɣrɑm/, /
pɑrɑlɛloˈʝrɑm/
noun
1. (wiskunde) een vierhoek waarvan de overstaande zijden evenwijdig zijn
paralelogramo
noun
1. schakeling van elektrische componenten die vertrekken op gezamenlijke geleider en samenkomen op een gezamenlijke geleider
circuito paralelo
/
para'lizə/
noun
1. een toestand waarin men zich niet bewegen kan
parálisis
noun
1. in te stellen grootheid in een model
parámetro
noun
1. achtervolgingswaanzin
paranoia
noun
nuez Brasil
nuez de Brasil
nuez de Para
nuez del Brasil
adjective
paranoico
paranoide
noun
trastorno paranoide de la personalidad
/
ˌpa.ra.ˈply/
noun
1. een scherm waarover een waterdichte stof is gespannen om zich te beschermen tegen de regen
paraguas
noun
- 2.
gorrón
parásito
- 1. klaploper, iemand die ten koste van een ander leeft, een profiteur
parásito
adjective
1. door parasieten veroorzaakt
parasitario
noun
1. leer en studie van de parasieten en het parasitisme
parasitología
noun
sombrilla
parasol
quitasol
noun
1. bepaald soort naaldboom, Pinus pinea
estróbilo
pino piñonero
noun
geneesmiddel dat de werking van het autonoom zenuwstelsel nabootst
parasimpaticomimético
noun
1. in het kaf voorgekookte rijst
arroz precocido
noun
- 3. bijnaam voor talentvolle speler of prominent bedrijf, gebouw, gebied of land
joya
- 1. een hard, rond voorwerp dat door bepaalde weekdieren wordt gemaakt,...
perla
noun
2. bepaald soort vogel, Gavia arctica
colimbo ártico
gavia ártica
noun
1. rond gepolijste gepelde gerst
cebada perlada
noun
1. benaming voor vogels uit het geslacht Numididae
gallina de Guinea
gallina pintada
/
parəl'mur/
noun
1. het glanzende mineraal dat de binnenzijde van bepaalde schelpen bedekt
nácar
madreperla
adjective
gris oscuro perlado
adjective
rojo rubí perlado
adjective
gris claro perlado
adjective
verde ópalo perlado
adjective
gris musgo perlado
adjective
azul noche perlado
noun
1. schelpdier dat een oester kan voortbrengen
ostra perlífera
noun
club de alterne
puticlub
adjective
1. betrekking hebbend op een ouder of meerdere ouders
parental
/
pɑ'rerə(n)/
verb
desviar
repulsar
noun
1. winkel waar men parfums verkoopt
perfumería
pronoun
1. de hoofdstad van Frankrijk
París
noun
- 2. het in paren bijeenbrengen
apareamiento
- 1. geslachtsdaad
apareamiento
copulación
/
pɑrᵊk/
noun
1. een groengebied bedoeld voor recreatie of natuurbehoud
parque
noun
1. garage voor het parkeren van motorvoertuigen
aparcamiento
noun
luz de estacionamiento
noun
1. een installatie met klok die na de muntinworp de toegestane parkeertijd aangeeft
parquímetro
noun
1. plek waar auto's of andere voertuigen geparkeerd kunnen worden
aparcamiento
parking
noun
reloj de aparcamiento
noun
prohibición de aparcar
noun
guarda de aparcamiento
noun
guarda de aparcamiento
guardacoches
verb
1. (een voertuig) tijdelijk ergens laten staan
estacionar
aparcar
noun
1. risicosport waarbij een traject met obstakels zo snel en vloeiend mogelijk moet worden afgelegd
parkour
/
pɑrˈmɑntəx/
adjective
1. deftig en trots
garboso
noun
1. gemeenschap van gelovigen in de katholieke kerk die bij één kerkgebouw hoort
parroquia
/
pa.ˈrɔ.xiˌkɛrk/, /
pa.ˈrɔ.χiˌkɛrk/
noun
1. een lokaal kerkgebouw dat het religieuze centrum van een parochie vormt
iglesia parroquial
igreja paroquial
noun
1. woord dat een of meerdere morfemen met een ander woord deelt en daardoor soms met dat andere woord verward kan worden
parónimo
noun
1. ontsteking van het nagelbed
paroniquia
noun
1. begane grond
piso bajo
planta baja
/
ˌpɑrtisiˈpeːrə(n)/
verb
1. ergens aan deelnemen
participar
/
pɑrˈsʲeːl/
adjective
parcial
/
pɑrˈsʲeːl/
adverb
parcialmente
noun
- 6. feestje, party
celebración
fiesta
- 2. vereniging van gelijkgezinden die binnen een bepaald gebied hun politieke doelstellingen...
partido
bando
facción
noun
ejecutiva del partido
noun
- 3. iemand met wie men gehuwd of niet een relatie heeft
- 2. deelgenoot in spelen, speelgenoot, mededanser
compañero
camarada
noun
intercambio de pareja
/
pɑr.və.'ny/
noun
advenedizo
nuevo rico
adverb
1. even tevoren
recién
hace un momento
sólo
noun
- 3. identiteitsbewijs
pasaporte
- 1. het plaatsen van de voet
paso
- 4. doorgang tussen bergtoppen
paso
paso de montaña
noun
1. het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
Pascua
noun
desposada
desposado
novia
novio
noun
1. een ruimte in een kledingzaak waarin men kleding kan passen
probador
noun
A 1. schotschrift of smaadschrift waarin men iets of iemand belachelijk maakt
libelo
pasquín
noun
1. iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig
pasajera
pasajero
noun
barco de pasajeros
buque de pasaje
verb
1. precies de goede maat zijn, erin kunnen
caber
quedar
adjective
oportuno
como es debido
acorde
conforme
conveniente
cómodo
verb
1. voorbijgaan, voorbijsteken, inhalen
pasar
adelantar
adjective
1. niet zelfstandig werkzaam
pasivo
noun
1. (eetbare) vrucht van het plantengeslacht Passiflora
maracuyá
fruta de la pasion
noun
1. de benaming voor een aantal Italiaanse deegproducten
pasta
noun
glasto
hierba pastel
pastel
noun
1. een document of ander kunstwerk zoals een toneel- of muziekstuk dat is gemaakt via nabootsing en/of het combineren van bepaalde kenmerken van een of meerdere originelen
pastiche
noun
1. bepaald circa 20 cm lang knolgewas, Pastinaca sativa
chirivía
/
ˈpɑstɔr/
noun
cura
dómine
pastor
pastor protestante
sacerdote
noun
1. remise doordat een speler geen zet meer kan doen
tablas
pronoun
1. benaming voor het zuidelijke deel van Zuid-Amerika, tussen de Colorado en de Straat van Magellaan
Patagonia
noun
1. gefrituurde aardappelreepjes
patatas fritas
noun
1. schotel voor de hostie
patena
noun
patente
patente de invención
adjective
1. & 2. vaderlijk
paternal
adjective
1. de eigenschap bezittend om een ziekte te veroorzaken
patógeno
noun
1. de tak van de geneeskunde die het ontstaan en verloop van ziektes bestudeert
patología
adjective
1. ziekte betreffend
patológico
noun
1. een medisch specialist die de pathologie beoefent
patólogo
noun
1. een al dan niet omheinde binnenplaats bij een huis of ander pand
patio
/
pɑˈsʲɛnt/
noun
iemand die medische hulp krijgt
paciente
noun
1. een vogel uit de familie van de fazanten
perdiz
perdiz pardilla
noun
1. klein rond raam in een scheepswand dat waterdicht kan worden afgesloten
ventanilla
noun
- 1. goede vaderlander
patriota
- 2. aanhanger van de Patriotten
patriota
repúblico
noun
1. zowel baas als beschermheer zijn
patronal
noun
1. munitie voor een vuurwapen
bala
noun
1. een beschermheilige
patrono
noun
reconocimiento de patrones
pronoun
1. stad in Thailand
Pattaya
noun
1. stevig, maar smeerbaar mengsel van fijngemalen vlees
paté
noun
1. een grote verstembare keteltrommel zoals gebruikt in een orkest
timbal
témpano
/
pɑu̯s/
noun
1. hoofd van de katholieke kerk
papa
Papa
noun
1. benaming voor siervogels uit het geslacht Pavo
pavo real
pavo
/
ˈpɑʊzə/
noun
1. tijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken
pausa
/
peˈse/
noun
1. een computer voor persoonlijk gebruik
PC
/
pɛx/, /
pɛχ/
noun
1. de conditie waarin er tegenslag te verwerken is die niet door eigen schuld veroorzaakt is
mala suerte
adjective
pecuniario
pecunial
noun
- 1. met de voet te bedienen hefboom
- 3. met de voet te bedienen hefboom van een muziekinstrument
pedal
noun
1. iemand die op een doordachte manier helpt kinderen op te voeden
pedagogo
adjective
1. iemand die zichzelf beter en wijzer vindt dan andere mensen
pedante
adjective
1. behorende tot het verlangen van een volwassene naar seksueel contact met kinderen
pedófilo
paidófilo
noun
1. een volwassene die verlangt naar seksueel contact met kinderen
pedófilo
pederasta
paidófilo
noun
1.
paidofilia
pedofilia
noun
- 2. gloeilamp
bombilla
ampolla
- 1. vrucht
pera
peral
adjective
1. de vorm hebbend van een peer, dus rond met één enkele uitloper
piriforme
de forma de pera
/
pes/
noun
1. een uitloper van spierweefsel die de spier aanhecht aan het bot
tendón
noun
1. een aandoening van een pees en de aanhechting ervan aan het bot
tendinitis
/
ˈpetmudər/
noun
1. vrouw die bij de doop wordt aangewezen als tweede moeder, om op het kind te letten in de opvoeding en pleegmoeder te worden mocht dat nodig zijn
madrina
/
pɛːl/, /
pɛːɫ/
noun
1. niveau of stand van bijvoorbeeld water
nivel
noun
1. een antenne met voorkeur voor één richting
antena radiogoniométrica
verb
1. de waterdiepte bepalen
aforar
noun
1. gewicht aan een touw
escandallo
sondaleza
noun
aforo
calibrador
varilla del nivel
/
ˈpɛɪ̯nzə(n)/, /
ˈpɛːnzə(n)/
verb
1. heel diep nadenken
meditar
cavilar
/
'pejorɑ'tif/
adjective
peyorativo
verb
1. overgankelijk blootstellen aan een sterke oplossing van zout
salar
curar con sal
poner en adobo
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Pelecanidae
pelícano
/
peloˈtɔn/
noun
een groep soldaten
pelotón
noun
1. de dichtbehaarde huid van verschillende dieren
piel
noun
1. zoogdier waarvan de behaarde huid als bont gebruikt wordt
animal de piel
noun
1. (kleding) een mantel vervaardigd van het bont van pelsdieren
abrigo de piel
noun
1. een patroon van twee afwisselende kleuren dat het schild bedekt
abrigo de pieles
noun
- 3. lange, stevige veer van vogels
pluma
- 1. instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
pluma
bolígrafo
noun
1. een directe vrije trap voor de aanvallende partij na een zware overtreding van de verdedigende partij binnen het strafschopgebied
penalti
noun
entrepaño
entreventana
parteluz
noun
1. het mannelijke geslachtsdeel
pene
noun
hierba de la moneda
nummularia
noun
1. loon uitgesteld tot de tijd dat iemand niet langer actief is op de arbeidsmarkt
pensión
jubilación
pensión de jubilación
noun
fondo de jubilaciones
fondo de jubilación
fondo de pensiones
noun
1. een gelegenheid waar men kan overnachten
pensión
casa de huéspedes
verb
- 1. pensioen krijgen
jubilar
- 2. pensioen geven
pensionar
noun
pentagrama
pentáculo
pentágrama
pentalfa
pentángulo
noun
1.behoort tot een groep geneesmiddelen die morfine-achtige pijnstillers of opiaten worden genoemd
pentazocina
noun
1. dit geneesmiddel zorgt dat bloedcellen minder makkelijk aan elkaar kleven
pentoxifilina
noun
1. een specerij van gemalen peperkorrels met een scherpe, hete smaak
pimiento
pimienta
noun
1. vaatje met al dan niet gemalen peperkorrels dat op tafel gezet wordt
pimentero
verb
1. met peper bestrooien, kruiden
salpimentar
noun
molinillo de pimienta
noun
1. en 2. (bladeren van) de plant Mentha × piperita
piperita
menta
noun
infusión de menta
té con menta
té de menta
preposition
- 3. over een periode van, over een afstand van.
- 5. door, wegens
por
- 1. door middel van
por medio de
/
pɛrsɛnˈtaʒə/
noun
1. een percentsgewijze berekend bedrag of hoeveelheid
porcentaje
noun
1. gewaarworden door een van de zintuigen
percepción
/
perə(n)bom/
noun
1. een boom met peren als vrucht
peral
noun
1. compote van peren
compota de peras
noun
1. vruchtensap dat uit peren is bereid
zumo de pera
/
pɛrˈfɛkt/
adjective
1. zonder enig gebrek
perfecto
verb
1. meer perfect of volmaakt maken
perfeccionar
/
ˌpɛrfoˈratɔr/
noun
1. een apparaat om gaten te maken in papier, karton, kunststof folie of metaalplaat.
perforadora
perforador
verb
1. ergens een gat in maken dat de ene zijde met de andere verbindt
perforar
adjective
1. rond het harde hersenvlies
peridural
adjective
1. aan de buitenzijde
periférico
adjective
1. rondom de ogen, rond de oogbol
periocular
/
pɪri'jodɘ/
noun
- 5. cyclus
ciclo
- 1. tijdperk
- 2. menstruatie
periodo
período
adjective
1. periodisch, regelmatig terugkerend
periódico
noun
1. tijdschrift
periódico
revista
noun
1.
tabla periódica de los elementos
noun
1. afgebakend stuk grond
bancal
cuadro
macizo
adjective
1. voortdurend
permanente
noun
1. krullen in het haar
permanente
noun
1. doordringbaarheid
permeabilidad
adjective
1. gevaarlijk, kwaadaardig
pernicioso
noun
1. populistische en nationalistische politieke stroming in Argentinië
peronismo
/
pɛˈrɔn/
noun
1. een hoge, lange zijstoep of verhoogde vrije stoep aan een station om in en uit te stappen
andén
plataforma
noun
- 2. journalistieke media
prensa
- 1. instrument waarmee druk uitgeoefend kan worden
prensa
exprimidor
juguera
tórculo
persa
noun
1. schriftelijke verklaring om iets via de media bekend te maken
comunicado de prensa
verb
planchar
apretar
exprimir
presionar
pronoun
Perseidas
lágrimas de San Lorenzo
noun
1. apparaat voor individueel gebruik dat met programma's gegevens verwerkt
computadora personal
noun
het onderwijzend personeel
personal
noun
- 1. menselijk individu
- 2. grammaticaal begrip
persona
adjective
1. betrekking hebbend of uitgevoerd door de persoon zelf
personal
noun
1. een voornaamwoord dat in de plaats komt van een zelfstandig naamwoord of eigennaam en hiernaar verwijst
pronombre personal
noun
1. het geheel van kenmerken en gedragingen dat iemand uniek maakt
personalidad
noun
trastorno de personalidad
noun
culto a la personalidad
/
pɛrˈsoːnsˌfɔrm/
noun
1. finiet werkwoord
forma personal
/
pɛrspɛkˈtif/
noun
perspectiva
noun
bálsamo de Tolú
bálsamo del Perú
noun
trastorno generalizado del desarrollo
adjective
perverso
malvado
pervertido
noun
1. perversiteit, tegennatuurlijkheid, verdorvenheid
perversión
noun
perversidad
perversión
verb
1. iets bederven, slecht maken
pervertir
depravar
noun
1. sappige vrucht van de perzikboom
melocotón
durazno
noun
1. gepureerde vruchten van de perzikenboom
pure de melocotón
noun
1. een vruchtensap die uit perziken bereid is
jugo de melocotón
zumo de melocotón
pronoun
1. een Indo-Iraanse taal die gesproken wordt in Iran, Afghanistan en Tadzjikistan
persa
farsi
noun
1. een anticonceptiemiddel waarbij een rubberen kapje in de vagina de baarmoedermond afsluit
pesario
diafragma intrauterino
noun
1. de verwachting dat gebeurtenissen ongunstig gaan uitvallen
pesimismo
noun
(medisch) Dodelijke en besmettelijke ziekten veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis
peste
noun
pesticida
plaguicida
agroquímico
biocida
noun
1. bepaald soort vogel, Bombycilla garrulus
ampelis europeo
ampelis
noun
1. tamelijk plat hoofddeksel met een klep
gorra
cachucha
noun
groente
raices de peregril
adjective
betrekking hebbend op de industrie die aardolie als grondstof verwerkt
petroquímico
petroleoquímico
noun
1. gesteentekunde
petrología
pronoun
- 3. Peter
Pedro
- 1. discipel van Jezus
Pedro
Cefas
San Pedro
Simón Bariona
Simón Pedro
noun
- 1. overblijfsel van een opgerookte sigaret of sigaar
colilla
- 2. sigaret
pitillo
noun
2. en 3. (peulen van) Pisum sativum var. saccharatum
guisante mollar
guisante azucarado
noun
1. een jong kind in de leeftijd van een tot vier jaar
infante
noun
1. musicus die een piano bespeelt
pianista
noun
1. groot snaarinstrument met klavier (algmeen)
piano
adjective
1. gerelateerd of afkomstig uit Picardië
picardo
/
pɪˈkɑrdɪʲə/
pronoun
regio in Noord-Frankrijk
Picardía
noun
1. piccolofluit
piccolo
noun
- 2. een kleine open vrachtauto
camioneta
- 1. een apparaat om grammofoonplaten af te spelen
tocadiscos
gramófono
noun
1. een maaltijd in de vrije natuur
jira
pic-nic
picnic
noun
trinitrofenol
ácido pícrico
verb
± langdurig nadenken
ruminar
noun
1. geslachtsdeel van de man, penis gebruikt voor onvolgroeide jongens
pajarito
pito
adjective
1. zeer slim
despabilado
listo
verb
- 1.1 het geluid van een muisje
chillar
- 1.4 het fijn schril geluid van een krakende scharnier
chirriar
- 3. stiekem, snel of oppervlakkig naar iets kijken
espiar
husmear
- 1.2 het geluid van de vogeltjes
piar
- 1.3 het geluid van een hijgende adem
resollar
noun
- 1. benaming voor vogels uit het geslacht Anthus
bisbita
- 3. aardappel
papa
adjective
1. bijzonder klein
diminuto
chiquito
noun
1. jong slachtkuiken
polluelo
/
piːr/
noun
- 1. een regenworm
lombriz
- 2. een in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
muelle
embarcadero
noun
ringetje, staafje enz.
pirsin
noun
1. ondiep zwembad geschikt voor heel kleine kinderen die nog niet kunnen zwemmen
piscina
pronoun
1. jongensnaam
Pedro
noun
1. benaming voor stekelige zeevissen uit de familie Trachinidae
peje araña
pronoun
1. hoofdstad van KwaZoeloe-Natal
Pietermaritzburgo
noun
1. een organische of minerale stof met een vaste kleur
pigmento
noun
1. verkleuring
pigmentación
noun
1. projectiel
flecha
saeta
noun
1. weekdier met lange tentakels en zuignappen, o.a. van het geslacht Loligo
calamar
noun
capellanes
draba
floretas
mastuerzo bárbaro
mastuerzo oriental
papoles
noun
3. zwemeend
ánade rabudo
noun
maranta
sagú
arrurruz
amaranta
sulú
/
pɛɪ̯n/, /
pɛːn/
noun
- 1. lichamelijk leed
dolor
- 1. pijnboom, een naaldboom uit het geslacht Pinus
pino
/
ˈpɛɪ̯nɑpəɫˌkliːr/, /
ˈpɛːnɑpəlˌkliːr/
noun
1. klier in de hersenen, die melatonine uitscheidt
glándula pineal
noun
ecúleo
potro
potro de tortura
verb
1. het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand
atormentar
torturar
adjective
1.wat de pijn doet ophouden
analgésico
calmante
lenitivo
sedativo
/
pɛi̯p/
noun
- 2. broekspijp
pernera
- 1. buis
tubo
pipa
noun
aristoloquia
aristoloquia clematidea
aristoloquia roja
clematítide
noun
1. samenstel van pijpen om vloeistoffen of gassen door te leiden
cañería
tubería
noun
- 3. pek
pez
- 2. houweel
pico
- 4. wrok
pique
- 1. penis
polla
pija
verb
4. vlees inrijgen met reepjes spek
bardar
lardear
larder
mechar
noun
- 4. kaartspel
los cientos
- 2. troep soldaten of wacht
- 3. groep personen die met spandoeken etc. probeert een staking af te dwingen
piquete
/
ˈpɪkhʌʊʋɪ:ɫ/
noun
1. hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijde
pico
verb
- 1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
birlar
- 4. (met de snavel) prikken
picar
noun
- 2
pastilla
píldora
- 1
píldora
pastilla
noun
1. een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
columna
noun
1. een bestuurder van een vliegtuig, luchtschip of race-auto
piloto
noun
pimienta de Jamaica
pimienta gorda
pimienta inglesa
pimienta jamaicana
noun
1. bepaalde mezensoort, Cyanistes caeruleus
alionín
herrerillio común
herrerillo común
noun
1. een dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
clavija
noun
1. weefsel van ananasvezels
pinaza
noun
- 2. een vrucht van deze plant
cacahuete
- 1. een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
maní
adjective
1. een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout
manteca de cacahuete
crema de cacahuate
/
ˈpɪŋɡwɪn/
noun
1. benaming voor niet-vliegende zeevogels uit de orde
pingüino
noun
1. de vijfde, kleinste en buitenste vinger
dedo meñique
meñique
/
'pɪŋkstərblum/
noun
1. een kruisbloemachtige die eind april het hoogtepunt heeft van haar bloei
berro de prado
cardamina
cardamina de prados
mastuerzo de prado
pronoun
1. Christelijk feest
Pentecostés
/
ˈpɪmpɑs/
noun
1. betaalkaart waarmee bedragen rechtstreeks worden afgeschreven van de bankrekening van de betaler.
tarjeta de débito
/
piˈɔn/
noun
1. een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan
peón
noun
explorador
iniciador
innovador
vanguardista
noun
moquillo de las gallinas
pepita
/
pi.ˈpɛt/
noun
1. een instrument waarmee heel precieze hoeveelheden vloeistof kunnen worden afgemeten door de vloeistof erin op te zuigen, meestal een in het midden verwijde en spits uitlopende glazen buis
pipeta
noun
1.
pirata
bucanero
corsario
filibustero
noun
esquema de pirámide
estafa piramidal
noun
ajuga pyramidalis
pinillo
noun
een NSAID ontstekingsremmer en pijnstiller
piroxicam
noun
1. een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
uretra
verb
1. plassen
mear
orinar
empapar de meado
noun
1. een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
pistola
noun
1. licht machinegeweer
metralleta
subfusil
noun
- 1. zaadhoudende kern van verschillende vruchten
cuesco
hueso
grano
pipa
semilla
- 2. kaarsen- of lampenpit
mecha
noun
1. een bulterriër die gekweekt wordt om zijn grote vechtlust
pitbull
pronoun
1. groep van vijf eilanden halverwege Paaseiland en Tahiti
islas Pitcairn
noun
habitante de las Islas Pitcairn
adjective
- 1. niet te onderschatten
enérgico
vivo
- 2. stevig en scherp van smaak
picante
sabroso
verb
- 1. op een steunpunt in het midden ronddraaien
- 2. draaien met één voet aan de grond
pivotar
noun
1. een beeldpunt
pixel
/
ˈpidza/, /
ˈpitsa/
noun
1. gerecht van een belegde broodbodem
pizza
noun
1. deeg voor de bodem van een pizza
masa de pizza
masa para pizza
noun
1. restaurant
pizzería
noun
wijdverspreid onheil, ongemak
plaga
castigo
noun
- 4. zandplaat
banco
banco de arena
- 3. grammofoonplaat
disco
- 2. afbeelding
estampa
figura
imagen
- 1. vlak, plat en vrij dun stuk materiaal
placa
chapa
plancha
/
plaːts/
noun
- 4. een kleine ruimte achter een huis
corral
patio
- 3. een dorp of stad (woonplaats)
localidad
población
aldea
pueblo
ciudad
lugar geométrico
- 1. een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
lugar
sitio
localidad
adjective
1. betrekking hebbend op een bepaalde plaats
local
tópico
verb
1. op een bepaalde plaats zetten
poner
colocar
depositar
verb
1. gebeuren, zich afspelen
celebrarse
tener lugar
noun
1. het aantal argumenten van een relatie of functie
aridad
noun
1. bewijs dat met recht heeft om ergens te zijn en er gebruik van te maken m.n. voor openbaar vervoer ...
billete
boleto
/
ˈplatsnemə(n)/
verb
1. gaan zitten op een daartoe bestemde plek
sentarse
/
platsˈvɪndə(n)/
verb
1. gebeuren, geschieden, plaatshebben
ocurrir
realizarse
noun
1. geneesmiddel zonder werkzame stof
placebo
sustancia placebo
/
plɑˈfɔnt/
noun
1. de bovenkant van een ruimte in een gebouw
techo
verb
- 1. iemand lastigvallen
afligir
vejar
- 1. iemand (goedmoedig) pesten
molestar
fastidiar
noun
loncha
lonja
rodaja
plancha
placa
tajada
/
ˈplɑg.bɑnt/
noun
1. een lintvormige drager die aan één of beide zijden bedekt is met kleefstoffen
cinta adhesiva
noun
- 2.
anuncio
- 1.
cartel
letrero
pancarta
rótulo
verb
1. steenachtige, houten of andere ondergronden met plamuur egaliseren of repareren
emplastecer
noun
1. een voorgenomen handelswijze
plan
noun
1. een groot, rond en massief hemellichaam dat zelf geen licht geeft en in een vaste baan rond een ster draait
planeta
noun
1. een toestel om de bewegingen van planeten voor te stellen
planetario
noun
1. stelsel van planeten om de zon of een ster
sistema planetario
noun
1. een brok vaste materie die net als een planeet in een baan rond de zon draait, maar kleiner is dan een planeet
asteroide
/
plɑŋk/
noun
1. een plat en langwerpig stuk hout
tablero
tablón
tabla
plancha
noun
planeamiento
planificación
noun
- 1. organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
- 2. van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
planta
/
plɑntˈaːr.dəx/
adjective
1. tot de planten behorend, uit planten bestaand of daarvan afkomstig
vegetal
noun
1. een uitgestrekt stuk grond waarop ...
plantación
verb
1. (een plant) in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien
plantar
sembrar
noun
1. dier dat uitsluitend plantaardig voedsel eet
herbívoro
noun
1. het onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de studie van de planten
botánica
noun
1. een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
uretra
/
plɑs.ˈmi.də/
noun
1. een ringvormig DNA-molecuul dat voornamelijk voorkomt voor bij bacteriën
plásmido
verb
1. via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen
hacer pis
mear
orinar
noun
(kindertaal, kinderlijk) penis
pilila
pito
pinga
/
'plɑstik/, /
'plɛstɪk/
noun
plastisch vervormbare polymere kunststof
plástico
adjective
3. kneedbaar
plástico
noun
1. een chirurgisch specialisme waarin men zich richt op het uit esthetisch en/of functioneel oogpunt aanpassen van het uiterlijk
cirugía plástica
adverb
- 2. van weinig culterele diepgang getuigend
patán
banal
trivial
vulgar
- 1. vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
plano
llano
verb
1. iets met kracht samendrukken
aplastar
noun
1. bepaalde omgeving waarin een computer werkt
plataforma
noun
1. scheikundig element met symbool Pt en atoomnummer 78
platino
adjective
1. een variant van de blonde haarkleur, herinnerend aan de kleur van platina.
rubio platino
/
ˌplɑtəˈvɛil/
noun
lima plana
/
ˈplɑtvɪs/
noun
1. een orde van vissoorten die op hun zijde op de bodem leven, en geheel plat zijn
pez plano
/
plɑt.flurs/
adjective
1. laag bij de grond, onbeschaafd
vulgar
adjective
met ceremonieel
solemne
noun
een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
ceremonia
solemnidad
acto
adjective
1.
ceremonial
solemne
noun
1. toilet
excusado
retrete
váter
noun
1.
acogimiento familiar
/
'pleɣə(n)/
verb
- 1. een gewoonlijk verboden handeling uitvoeren
cometer
- ontucht plegen
fornicar
- 2. gewoon zijn, vaak doen
soler
/
ˈplɛinˌvreːs/
noun
agorafobia
noun
- 1. (gipshoudend) kalkmengsel
escayola
estuco
- 2. zelfklevend verband
tirita
esparadrapo
verb
2. iets met kalkspecie of gips bestrijken
enyesar
enlucir
estucar
noun
1. rustplaats tijdens een tocht
parada
/
plɛk/
noun
1. plaats, positie
sitio
paraje
adjective
1. in aanwezigheid van allen
plenario
verb
1. plat maken
achatar
aplanar
noun
1. machine die wegen effent
apisonadora
aplanadora
noun
1. borstvliesontsteking
pleuresía
pleuritis
noun
1.
chorlito
chorlito real
adjective
agradable
placentero
noun
1. pleziervaartuig
yate
noun
viaje de placer
viaje de recreo
noun
1. een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen
deber
obligación
cometido
noun
1. op zeegaande vrachtschepen aangebracht merkteken
disco Plimsoll
marca de Plimsoll
marca de francobordo
/
ˌplijoˈsen/
noun
Plioceno
verb
1. het aanbrengen van fijne plooien in een gesteven stof
plisar
alechugar
noun
- 1. landbouwgereedschap om de grond om te woelen
arado
- 2. groep personen
equipo
cuadrilla
verb
2. land met de ploeg bewerken
arar
labrar
noun
trabajo a turnos
trabajo en turnos
noun
1. snijdend deel van ploeg
reja
noun
bellaco
bribón
canalla
granuja
/
ˈplɔfklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal
consonante explosiva
noun
ataque a cajeros automáticos
verb
1. een geluid voortbrengen zoals dat van iets dat luidruchtig in een vloeistof ondergedompeld wordt
chapotear
verb
1. iets in losse vouwen opstapelen
plegar
plisar
/
ploˈsif/
noun
1. medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie...
consonante oclusiva
adjective
1. snel en onverwacht
repentino
súbito
adverb
1. snel en onverwacht
de golpe
noun
pluma
mazorca
panoja
panícula
noun
1. vlok droge, lichte stof met een open structuur
copo
pelusilla
/
plɵk/
noun
2. het plukken
recolección
/
'plɵkə(n)/
verb
- 4. (sport) een door de lucht vliegende bal grijpen
atrapar
- 2. ontdoen van de veren
- 3. iemand geld afzetten
desplumar
- 1. (bloemen) afbreken of oogsten
recolectar
verb
1. met geweld zich roerende goederen toeëigenen uit de woning van iemand anders
pillar
merodear
robar
noun
indumentaria
ropaje
vestuario
noun
1. stevige cilindervormige, grove zak waarin soldaten, matrozen, vissers e.d. hun bagage meenemen
petate
/
plyra'lɪsmə/
noun
pluralismo
noun
mayoría ordinaria
mayoría simple
pluralidad
noun
1. Chemisch element
plutonio
/
ˌplyvioˈɣraf/
noun
1. een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
pluviógrafo
/
ˈplyvioˌmetər/
noun
1. een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
pluviómetro
noun
1. longontsteking
neumonía
pulmonía
inflamación de los pulmones
pneumonía
verb
1. zichzelf groots voorstellen
fanfarronear
jactarse
noun
1. een gewoonlijk verhoogde open ruimte waarop iets voor een publiek...
podio
estrado
tarima
noun
1. platte doos voor cosmetisch poeder
polvera
noun
café instantáneo
café liofilizado
noun
1. zeer fijn gemalen suiker
azúcar glas
azúcar flor
azúcar impalpable
azúcar de lustre
azúcar en polvo
azúcar glaseada
noun
1. een vrij klein stilstaand water
charco
noun
1. schijf met een V-vormige insnijding in de zijkant
carrillo
carrucha
garrucha
polea
trocla
trócola
noun
extractor mecánico
extractor para poleas
noun
1. bepaald soort zoogdier, Felis concolor
puma
noun
1. uitgescheiden vaste afvalstoffen van mens of dier
caca
mierda
defecación
excremento
verb
1. zijn behoefte doen
cagar
defecar
noun
1. een van de oudste huisdieren van de mens
gata
gato
noun
1. sociaal-economische en politieke praktijk in Rusland in het begin van de 21 eeuw
putinismo
/
ˈputsə(n)/
verb
1. door middel van wrijven zaken schoner maken
acicalar
bruñir
lustrar
/
ˈpoɣə(n)/, /
ˈpoχə(n)/
verb
1. iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
intentar
tratar
ensayar
probar
noun
intento
tentativa
afán
esfuerzo
gestión
noun
- 1. razzia tegen joden
matanza de judíos
pogromo
- 2. gewelddadige aanvallen...
pogromo
noun
1. staande jachthond
perro perdiguero
perro rastrero
noun
distribución de Poisson
noun
1.kaartspel
póquer
póker
noun
guayaco
guayacán
guayacán genuino
guayacán negro
palo de hierro
vera
noun
2. epidemische huidziekte
viruela
/
polariˈza(t)si/
noun
polarización
noun
microscopio de luz polarizada
/
ˈpɔldəʀ/
noun
1. een bedijkt stuk land waarin de waterstand kunstmatig geregeld wordt
pólder
/
ˈpolə(n)/, /
ˈpoːlə(n)/
pronoun
1. een land in het midden van Europa met de officiële naam Republiek Polen (Rzeczpospolita Polska)
Polonia
/
poˈlɛɪstə(n)/
verb
1. een stenen of glazen oppervlak bijzonder glad slijpen met steeds fijnere slijpmiddelen
bruñir
pulir
noun
dispensario
policlínica
/
ˈpo.lɪs/
noun
1. schriftelijke vastlegging van een overeenkomst
póliza
noun
1. een discipline
ciencia política
politología
noun
- 2. een politieagent
poli
policía
- 1. een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde...
policía
noun
1. een persoon die belast is met hulpverlening en met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
policía
noun
1. een speciale auto voor politieagenten
coche de policía
noun
comisaría
comisaría de policía
/
poliˈtik/
adjective
1. betreffende de politiek
político
/
poliˈtik/
noun
1. datgene dat gerelateerd is aan het besturen van een land
política
noun
1. een spannend verhaal met een beschrijving van het werk van de politie
novela policíaca
noun
1. een speciale auto voor politieagenten
coche de policía
noun
- 1.(Nederland) een vrij vlakke, houten of kunststoffen lepel gebruikt voor het roeren van voedsel dat toebereid wordt
cuchara de palo
- 2.(België) een diepe, grote lepel met een lange steel gebruikt voor het opdienen van soepen, sauzen e.d.
cucharón
cazo
cuchara de servir
noun
1. de hak van een schoen
polevi
noun
1. Chemisch element
polonio
noun
anatomie: 1. gewricht
muñeca
noun
1. een uurwerk dat om de pols gedragen wordt
reloj de pulsera
reloj
noun
2. thermoplastisch polymeer
policarbonato
noun
bifenilos policlorados
noun
hiperdactilia
polidactilia
noun
1. verhoogd dorstgevoel, veel drinken
polidipsia
noun
1. een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten
polígono
noun
1. leugendetector
detector de mentiras
polígrafo
noun
química de los polímeros
pronoun
1. eilanden in de Grote Oceaan of Stille Oceaan die samen Oceanië vormen
Polinesia
noun
1. een keten van een groot aantal met elkaar verbonden aminozuren
polipéptido
noun
thermoplastische kunststof, bereid door polymerisatie van propeen
polipropileno
noun
1. het kunnen hebben van meerdere (verwante) betekenissen
polisemia
adjective
1. meerwaardig
polivalente
noun
policloruro de vinilo
noun
- 3. de boom Citrus maxima
- 4. vrucht van de boom Citrus maxima
pomelo
noun
1.
naranja agria
naranja amarga
naranja cajera
naranja de Sevilla
noun
central hidroeléctrica reversible
/
ˈpɔmpəlˌmus/, /
ˈpɔmpəɫˌmus/
noun
- 1. bepaald soort tot tien meter hoge boom, Citrus maxima
cimboa
pampelmusa
pumelo
- 2. een vrucht van deze boom
pomelo
toronja
verb
1. vloeistof of gas met behulp van een pomp verplaatsen
bombear
abombar
adjective
1. overdreven prachtig, gezwollen
pomposo
noun
1. een zeer oud cultuurgewas uit Midden- en Zuid-Amerika
calabaza
zapallo
noun
1. naam voor verschillende munteenheden die in het Verenigd Koninkrijk en sommige Engelstalige landen worden gebruikt
libra
verb
gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons
perforar
agujerear
noun
kaart die tot de jaren 80 werd gebruikt voor het vastleggen van gegevens d.m.v. erin geponste gaatjes
tarjeta perforada
/
ˈpɔntis/
pronoun
1. een variant van het Grieks die vroeger vooral gesproken werd in de streek Pontus, en momenteel vooral in Griekenland.
póntico
noun
1. paard uit een ras met een schofthoogte tot ongeveer anderhalve meter
poni
jaca
/
'poːjər/
noun
1. een man die prostituees tegen betaling beschermt en helpt.
proxeneta
chulo
rufián
/
pol/, /
poɫ/, /
po̝ɫ/
noun
1. een inwoner van Polen, of iemand afkomstig uit Polen
polaco
noun
- A 1. uiteinde van een draaiingsas
- A 2. een van beide einden van een magneet
- A 3. een uitzonderlijk punt waar een functie naar oneindig neigt
polo
noun
1. hond uit een ras dat gefokt is in het Noordpoolgebied
perro esquimal
/
poɫs/, /
poːls/, /
po̝ɫs/
adjective
1. gerelateerd aan Polen of het Pools
polonés
/
poɫs/, /
poːls/, /
po̝ɫs/
pronoun
1. een taal die in Polen gesproken wordt
polaco
/
pol.sə/, /
poɫ.sə/, /
po̝ɫ.sə/
noun
1. een vrouw van Poolse komaf
polonesa
/
ˈpɔːɫshoxtə/
noun
1. de hoogte van de hemelpool
latitud
noun
1. bepaald soort zoogdier, Alopex lagopus
zorro ártico
noun
1. benaming voor zeevissen uit familie Triglidae
rubio
trilla
arete oscuro
/
poːrt/
noun
- 1. met deuren afsluitbare doorgang door een muur
puerta
- 2.
puerta
puerta lógica
noun
- 2. verpopte rups
crisálida
- 1. speeltuig
muñeca
muñeco
noun
1. holle nagel waarvan de rand omgebogen wordt door met een speciale tang (de popnageltang) te trekken aan een stift die dan afbreekt
remache pop
noun
1. een in het klein uitgevoerde versie
casa de muñecas
verb
1. begrijpelijk maken voor het grote publiek
popularizar
noun
1. het populair zijn van iemand of iets
popularidad
noun
1. politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite de belangen van het volk verwaarloost...
populismo
/
pɔrsəlɛːn/, /
pɔrsəˈlɛɪn/
noun
- 1. fijn, geglazuurd aardewerk
- 2. voorwerpen van fijn, geglazuurd aardewerk
porcelana
/
pɔrt/
noun
- 1.
franqueo
- 2. wijn
vino Oporto
vino de Oporto
noun
1,2 portaal (entree)
portal
zaguán
noun
1. portaalkraan
grúa de pórtico
noun
platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijke
cartera
noun
- 1. geldbuidel
portamonedas
- 2. (uitdrukking) pijn in de portemonnee hebben
tener un cocodrilo en el bolsillo
noun
1. een deel van een voorraad toebedeeld aan een bepaald persoon
porción
ración
noun
- 1. woningingang bestaande uit een open portaal binnen de voorgevellijn
portal
- 2. zuilengalerij
pórtico
noun
1.schilderij, foto of andere artistieke voorstelling van een persoon
retrato
noun
1. fotografie met het menselijk gelaat als onderwerp
fotografía de retrato
/
'pɔrtyɣɑl/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van Europa, officieel de Portugese Republiek
Portugal
/
ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /
ˌpɔr.ty.ˈχes/
adjective
1. verwijzend naar Portugal of naar de Portugese taal
portugués
portuguesa
/
ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /
ˌpɔr.ty.ˈχes/
noun
1. inwoner van Portugal
portugués
portuguesa
/
ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /
ˌpɔr.ty.ˈχes/
pronoun
2. taal gesproken in Portugal
portugués
/
pɔr.ty.ˈɣe.sə/, /
ˌpɔr.ty.ˈχe.sə/
noun
1. vrouw
portuguesa
/
po'zisi/
noun
- 7. de ligging van de hand
- 1. een stand van het lichaam
- 2. een innerlijke houding
- 3. een plaats van waaruit men iets onderneemt
- 4. een toestand waarin iemand zich bevindt
- 6. een maatschappelijke stand
- 8. een opstelling van troepen en materieel
posición
- 5. een vaste betrekking
puesto
cargo
noun
1. postbeambte
cartero
noun
1. een afgerichte duif die berichten kan overbrengen
paloma mensajera
noun
1. bepaalde soort eenjarige groene plant, Portulaca oleracea
verdolaga
noun
2. (aanplak)biljet
afiche
cartel
póster
letrero
pancarta
rótulo
noun
1. het later komen, het tegenovergestelde van prioriteit
posterioridad
noun
1. koerier die de post vervoerde
postillón
noun
1. kantoor dat zich bezighoudt met de bezorging van post en vaak ook andere diensten levert ...
oficina de correos
adjective
1. na de geboorte
postparto
adjective
1. na een letsel
postraumático
noun
trastorno por estrés postraumático
noun
1. de vorm van een rechtopstaande mens
postura
/
ˈpɔ(st)sɑk/
noun
1. zak om poststukken in te verzamelen en te vervoeren
mala
/
ˈpɔseɣəl/, /
ˈpɔseχəɫ/
noun
1. betalingsmiddel voor het verzenden van post
sello
estampilla
sello postal
noun
tarro
tortillera
bollera
cachapera
verb
1. ondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
plantar
noun
diferencia de potencial
noun
superficie equipotencial
noun
1. vermogen, kracht
potencia
adjective
1. mogelijkheid
potencial
noun
1. regelbare weerstand
potenciómetro
noun
1. schrijfgerei met een zachte stift vervaardigd van klei en grafiet ingebed in een houten huls
lápiz
pronoun
- 1. een Boliviaans departement gelegen in het zuidwesten van het land
- 2. de hoofdstad van het Boliviaans departement met de gelijkaardige naam
Potosí
noun
1. bepaald soort zeezoogdier, Physeter macrocephalus
cachalote
adjective
1. teleurstellend klein of gering
pobre
/
po.ˈwe.tɪs/, /
po.ˈβ̞e.tis/
adjective
1. uit de poëzie, gelijkend op poëzie
poético
noun
1. in ritme, maat en klank verwoorden
poesía
/
prax/, /
praç/
pronoun
hoofdstad van Tsjechië
Praga
/
ˈpraːt.jə/
noun
- 2. min of meer informele voordracht
- 3. gezellige conversatie
charla
/
ˈpraːt.jəs.ˌma.kər/
noun
- 2. iemand die praat om te imponeren of te misleiden
fanfarrón
- 1. vlotte prater
hablador
noun
esplendor
lujo
pompa
resplandor
/
'prɑxtəx/
adjective
1. bijzonder mooi
guapo
magnifico
noun
1. Cynomys, een eekhoornachtig zoogdier uit Noord-Amerika dat een scherp blaffend geluid maakt
perrito de las praderas
/
prɑkˈtɛɪ̯k/, /
prɑkˈtɛːk/
noun
- 1. ruimte waarin een arts zijn beroep uitoefent
consulta
consultorio
- 2. hoe dingen werkelijk gaan...
- 4. gewoonte(n), manier van doen
práctica
adjective
1. op een manier die ook echt uitgevoerd kan worden
práctico
/
ˌprazejoˈdimijʏm/
noun
1. Chemisch element
praseodimio
/
ˈpraː.tə(n)/
verb
1. zich met behulp van de stem uiten
hablar
/
prɑu/
noun
1. een soort kano
piragua
/
preˈkɑmbrijʏm/
noun
Precámbrico
/
presəˈdɛnt/
noun
- 1. eerder plaatsgevonden hebbend geval
- 2. bestaande jurisprudentie die dient ter beslechting van een vergelijkbaar geschil
precedente
noun
antecedencia
precedencia
adjective
preciso
exacto
justo
adjective
1. nauwkeurig, verfijnd
precioso
/
pre'kɵrsɔr/
noun
1. een voorloper
precursor
noun
3. (grammaticaal) gezegde
predicado
/
ˌpredikaˈtif/
adjective
predicativo
verb
1.de leer van een geloof verkondigen
predicar
noun
1. vatbaarheid
predisposición
noun
2. bureau van een prefect
prefectura
verb
1. de voorkeur geven
preferir
anteponer
preponer
noun
1. een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
prefijo
noun
1. en 2 (bladeren van) plant Allium porrum
puerro
verb
1. een preek houden
predicar
noun
1. een muzikale introductie tot een muziekstuk
preludio
/
prema'tyr/
adjective
prematuro
noun
1. de betaling aan een verzekeringsmaatschappij voor een verzekering
cuota
noun
1. de minister die het kabinet aanvoert
primer ministro
adjective
mostense
premonstratense
adjective
1. betrekking hebbend op de tijd vóór de geboorte
prenatal
/
ˈprenejoˌlitikʏm/
noun
Preneolítico
noun
1. bereiding van chemische stof, geneesmiddel e.d
preparado
noun
1. voorhuid van penis
prepucio
noun
presbicia
vista cansada
adjective
1. aanwezig
presente
/
ˌpresɛnˈtatsi/
noun
- 3. aanbod
oferta
ofrecimiento
- 1. het presenteren van iets
presentación
noun
capa de presentación
nivel de presentación
verb
1. op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
presentar
ofrecer
noun
1. aanwezig zijn van een persoon op een bepaalde plaats
presencia
adjective
1. voorbehoedmiddel
preservativo
noun
1. het staatshoofd van een republiek
presidente
verb
1. het beoefenen van de functie van voorzitter
presidir
noun
logro
acción
acto
hecho
prestación
/
ˌpresiˈnɑptis/
adjective
1. voor de synaps, d.i. de spleet tussen twee zenuwcellen, liggend
presináptico
noun
2. mogelijke opvolger die (later) een titel of rang overneemt
pretendiente
noun
- 1. aanspraak, claim
derecho
- 2. aanmatiging
pretensión
adjective
1.verwaand, met veel pretenties
pretencioso
/
prøts/
adjective
1. zeer ingetogen, overdreven kuis
mojigato
pudoroso
melindroso
remilgado
/
prəˈvɛn(t)si/
noun
1. voorkoming (van ziekte, brand, etc)
prevención
noun
1. ongezond langdurige erectie van de penis
priapismo
noun
1. priemgetal
número primo
noun
teorema de los números primos
noun
canarios
cañaheja
gallomba
gayomba
ginestera
retama de flor
noun
1. iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
sacerdote
cura
noun
1. een vrouw die de taak heeft religieuze rituelen te verzorgen
sacerdotisa
noun
- 1. de gevraagde geldsom bij verkoop
precio
premio
- 2. een uitzonderlijke beloning, bijvoorbeeld voor een bepaalde prestatie
premio
noun
cambio
cotización
curso
verb
1. iemand lof toezwaaien
alabar
loar
elogiar
enaltecer
/
prɨk/
noun
- 2. injectie
inyección
- 4. lamprei
lamprea
picadura
noun
impulso
estimulación
incitación
noun
1. materiaal bestaande uit een dubbele, in elkaar gedraaide metalen draad...
alambre de espino
alambre de púas
alambre espinoso
/
ˈprɪkələn/
verb
- 2. aanzetten, aansporen
acuciar
azuzar
incitar
- 5. (seksueel) opwinden
excitar
- 4. (medisch) irriteren
irritar
- 3. ergeren
irritar
aguzar
- 1. (herhaaldelijk) prikken
repicar
verb
1. een prik of steek toedienen, met een dun voorwerp doorboren
pinchar
picar
noun
- 2. kerkelijke titel
primado
- 1. benaming voor zoogdieren uit de orde Primates
primate
primado
adjective
1. voornaamst
principal
/
prɪnˈsipə/
noun
principio
noun
principio de Hamilton
principio de Maupertuis
principio de menor acción
principio de mínima acción
noun
principio de Hamilton
principio de Maupertuis
principio de menor acción
principio de mínima acción
noun
cuestión de principios
noun
- 1. hoogste adellijke titel van een man of jongen
- 2. laagste koninklijke titel van een man of jongen
príncipe
noun
- 1. de hoogste adellijke titel van een vrouw of meisje
- 2. de laagste koninklijke titel van een vrouw of meisje
princesa
/
ˈprɪntər/
noun
1. toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier.
impresora
noun
1. (elektrotechniek) plaat waarop elektronische bedrading aanwezig is, aangebracht met frees- of etstechnieken
placa de circuito impreso
/
pri'vatrɛxt/
noun
1. vakgebied van het recht m.b.t. de onderlinge verhoudingen tussen private personen, maar ook hun privébelangen
derecho privado
verb
1. omvormen van staatsbedrijven, overheidsdiensten tot particuliere, private bedrijven
privatizar
verb
1. voorrechten schenken aan iemand
privilegiar
adjective
1. voor persoonlijk gebruik gereserveerd
privado
noun
1. de tijd die besteed wordt aan persoonlijke bezigheden
vida privada
/
proˈberə(n)/
verb
- 3. iets met succes trachten te beëindigen waarvan men niet weet of het gaat lukken
intentar
probar
tratar
- 1. testen
- 2. onderzoeken
probar
ensayar
noun
1. iets dat schade teweegbrengt of de voortgang van iets anders in de weg staat
problema
adjective
1. met problemen behept
problemática
problemático
noun
1. het geheel van problemen en bijzonderheden rond een vraagstuk
problemática
adjective
1. een probleem vormend
problemático
problemática
/
prosəˈdyrə/, /proseˈdyrə/
noun
- 3. gerechtelijk ...
enjuiciamiento
procedimiento
trámite
- 1.
- 4.
procedimiento
noun
proceder
procedimiento
/
pro'sɛnt/
noun
1. een honderdste deel
por ciento
/
proˈsɛs/
noun
- 1. het voeren van een gerechtszaak
proceso
- 2. opeenvolging van gebeurtenissen, gang van zaken
proceso
desarrollo
abbreviation
- 1. de akte waarmee een overheidsambtenaar verslag uitbrengt over wat hij in de uitoefening van zijn functies heeft verricht
acta
- 2. bekeuring
atestado
noun
derecho procesal
derecho justicial
ley procesal
/
proˈsɛˌsi/
noun
procesión
/
prosɛsirʏps/
noun
1. larve van een processievlinder, Thaumetopoeinae
oruga procesionaria
verb
1. in het openbaar voorlezen of bekendmaken van een officiële zaak
proclamar
noun
1. wegvallen van een of meer klanken aan het begin van een woord
aféresis
/
proky'ra(t)sihɑudər/
noun
1. iemand die mag handelen uit naam van het bedrijf
procurador
noun
3. hoogste ambtenaar in het Openbaar Ministerie
procurador del estado
verb
1. bij voortduring vervaardigen
producir
elaborar
noun
1. het resultaat van een bewerking
producto
noun
1. voortbrenging
producción
fabricación
adjective
1. vruchten afwerpend
productivo
noun
factores de producción
noun
proceso de producción
noun
- 2. experiment
experimento
ensayo
- 4. monster
muestra
espécimen
verb
- 2. smaak waarnemen
degustar
- 1. onderzoeken hoe iets smaakt
degustar
probar
noun
1. een persoon die boodschappen van een godheid aan de mensen doorgeeft
profeta
noun
1. een persoon, die beroepsmatig werkzaam is
profesional
/
proˈfɛsɔr/
noun
1. de aanspreektitel voor een hoogleraar
profesor
noun
1. het -met name financiële- voordeel dat men heeft bij een bepaalde zaak
ganancia
provecho
verb
aprovechar
aprovecharse
noun
1. zwangerschapshormoon
progestágeno
noun
- 1. een applicatie voor de computer
- 5. onderling afgesproken doelstellingen en plannen
programa
adjective
1. volgens een van tevoren gemaakt (politiek) programma
programático
noun
lenguaje de programación
verb
1. het schrijven van computerporgramma
programar
adjective
- 1. vooruitstrevend
progresista
progresivo
- 2-3
progresivo
/
proˈjɛkt/
noun
1. een zaak die men denkt uit te voeren of te onderzoeken
proyecto
noun
toestel om een afbeelding op een scherm te projecteren
proyector
noun
1. snelle vermenigvuldiging
proliferación
noun
1. verhandelbare schuldbekentenis
pagaré
noun
1. een scheikundig element met het symbool Pm en het atoomnummer 61; een zilverwit à grijs lanthanide
prometio
promecio
adjective
destacado
prominente
noun
factor primario
prominencia
/
proˈmotə(n)/
verb
te controleren vertalingen
promover
/
proˈmotsi/
noun
- 2. bevordering naar een hogere speelklasse
ascenso
- 1. een verhoging in rang
promoción
noun
doctorando
doctoranda
candidata al doctorado
candidato al doctorado
noun
1. en 2. (peulvrucht van) Phaseolus coccineus
judía escarlata
ayecote
ayocote
poroto pallar
verb
1. vertoon maken met mooie dingen
ostentar
alardear
lucir
/
prost/
interjection
1. heildronk
salud
noun
- 1. voortplanting of uitbreiding
- 2.
propagación
adjective
1. goed schoongemaakt, netjes verzorgd
limpio
pulcro
/
propijoˈnat/
noun
1. een ester of zout afgeleid van propionzuur
propionato
noun
1. CH₃CH₂COOH
ácido propílico
adjective
1. evenredig
proporcional
noun
1. een organische verbinding gekenmerkt door de aanwezigheid van twee hydroxylgroepen
propilenglicol
/
prozeˈlit/
noun
prosélito
noun
het op grote schaal zoeken naar delfstoffen
prospección
noun
1.een klier tussen de blaas en de penis van de man
próstata
glándula prostática
verb
1. iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten
prostituir
noun
1. het tegen betaling ter beschikking stellen van het lichaam voor het seksuele genot van een ander
prostitución
noun
1. scheikundig element met symbool Pa en atoomnummer 91
protactinio
noun
1. het streven naar volmaaktheid
perfeccionismo
/
ˌprotəroˈzowikʏm/
noun
Proterozoico
noun
1. een uiting van ontevredenheid met het gevolgde beleid
protesta
noun
1. christen die is aangesloten bij het protestantisme, een van de kerkgenootschappen ontstaan door afsplitsing van de Rooms-Katholieke Kerk in de zestiende eeuw
protestante
/
ˌpro.tə.ˈstɑnts/
adjective
1. gerelateerd aan het protestantisme
protestante
verb
1. grote bezwaren uiten
protestar
noun
1. een kunstmatig lichaamsdeel
prótesis
noun
1. voorvoeging van beginklank
prótesis
noun
4. geheel van voorschriften en afspraken in de internationale diplomatieke omgang
protocolo
noun
1. oorspronkelijk model, eerste model van een product
prototipo
adjective
1. met betrekking tot de Provence
provenzal
noun
empresa de alojamiento
/
pro.ˈvɪn.si/
noun
1. een staatkundig onderdeel van een land
provincia
adjective
1. van iets of iemand dat het voor een kortere periode is maar niet niet goed genoeg is voor altijd
provisional
provisorio
verb
provocar
desafiar
retar
noun
1. een kunstmatig haarstuk waarmee het hoofd bedekt wordt
peluca
noun
2. vrucht van de pruimenboom
ciruela
noun
ciruela pasa
ciruela seca
noun
1. compote van pruimen
ciruelas cocidas
noun
1. een variant van de kleur blauw met een groenachtige ondertoon
azul de Prusia
noun
1. een bak waar het afval in wordt gedeponeerd totdat de vuilnisdienst het ophaalt
papelera
noun
caballo de przewalski
caballo salvaje mongol
takhi
pronoun
1. boek in de Bijbel met lofliederen op God
Salmos
noun
- 1. oud snaarinstrument
- 2. psalmboek
salterio
noun
laringotraqueobronquitis
/
psœydoˈnim/
noun
1. een aangenomen naam waaronder men iets publiceert
seudónimo
pseudónimo
noun
1. schubziekte met overmatige vette schilfers van de huid
psoriasis
/
ˌpsɪxeˈdelɪs/
adjective
1. de werking van het bewustzijn verruimend
psicodélico
sicodélico
noun
psiquiatría
siquiatría
adjective
1. geestelijk
psíquico
noun
1. stroming in de psychologie
psicoanálisis
sicoanálisis
noun
psicoquinesia
telekinesia
telequinesis
noun
1. geneesmiddel dat bepaalde geestelijke functies onderdrukt
psicoléptico
/
psixoloˈɣi/, /
psiχoloˈχi/
noun
1. de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar bewustzijnsverschijnselen
psicología
sicología
adjective
1. met betrekking tot het gevoelsleven.
psicológico
/
ˌpsi.χo.ˈloχ/, /
ˌpsɪ.xo.ˈlox/
noun
1. een beoefenaar van de psychologie
psicólogo
sicólogo
noun
1. de bewuste, vanuit de hersenen gestuurde beweging
psicomotricidad
noun
1.iemand die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis die antisociaal gedrag veroorzaakt
psicópata
sicópata
/
psi'xozə/
noun
1. een geestesziekte waarbij men wanen heeft
psicosis
sicosis
adjective
1. met betrekking tot het verband tussen geest en lichaam
psicosomático
noun
1. stroming in de psychologie
psicoterapia
sicoterapia
noun
psychisch trauma dat wordt opgelopen na het meemaken van een afschuwelijke gebeurtenis
trauma psíquico
adjective
1. behorende tot, zich voordoend bij pubers
adolescente
noun
1. het proces van seksuele rijping van kind naar volwassene en het gedrag dat daar bij hoort
pubertad
verb
1. bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium
publicar
divulgar
/
pyˈblik/
adjective
2. wat het publiek aangaat
público
/
pyˈblik/
noun
1. een groep toeschouwers
audiencia
público
noun
1. harde rubberen schijf gebruikt bij ijshockey
disco
puck
noun
1. nagerecht, vaak zoet, koud en op basis van melk
pudín
budín
natillas
pudding
puding
pronoun
1. een met de Verenigde Staten geassocieerde vrijstaat in het oostelijk deel van de Caribische Zee
Puerto Rico
noun
pumita
piedra pómez
piedra poma
/
pœʏ̯n/, /
pœːn/
noun
1. een massa vergruizelde steen
escombros
/
pœyn(h)op/
noun
- 2. een bende
desastre
desorden
relajo
- 1. een hoop puin, meestal door de verwoesting van bouwwerken
escombrera
ruina
/
pœʏ̯st/, /
pœːst/
noun
1. ontsteking van de huid die tot een bobbeltje leidt
pupa
pústula
adjective
1. met puisten bezet
pustuloso
/
pʌlovər/
noun
1. gebreide herentrui met mouwen die over een overhemd gedragen wordt
pull-over
noun
hipertensión arterial pulmonar
noun
1. een klopping
pulsación
abbreviation
modulación por impulsos codificados
noun
1. een damesschoen zonder sluiting en met hoge hak
zapato de salon
noun
1. het plaatsen van leestekens in een tekst
puntuación
pronoun
1. taal die in de Punjab, zowel in India als in Pakistan gesproken wordt
punjabí
noun
- 1. een spits toelopend uiteinde
- 1. een positie in de ruimte
punto
noun
diagrama de dispersión
noun
1. taps toelopende houder met een mesje dat bedoeld is voor het aanslijpen van een verse punt aan een potlood
sacapuntas
noun
1. grafiek met punten
diagrama de dispersión
adjective
1. spits
puntiagudo
noun
1. verkleinwoord van punt
puntita
noun
1. een leesteken dat twee nauw aan elkaar gerelateerde zinnen tot een geheel verbindt (;)
punto y coma
noun
- 2. leerling
alumno
- 1. onder voogdij staand kind
tutelado
- 1. oogappel
pupila
noun
1. pasgeboren hond, jonge hond
perrito
cachorro
noun
1. chocolade van zuivere cacaopasta plus suiker
chocolate amargo
chocolate fondant
noun
gerecht van fijngestampte of gezeefde aardappelen, tomaten, vruchten, groenten enz
puré
noun
1. streven naar puurheid
purismo
adjective
1. Met betrekking tot puisten
pustuloso
/
pɵt/
noun
1. een pijpvormige uitholling in een oppervlak
pozo
noun
2. distelvink
jilguero
/
pyzəl/, /
pʏzɔl/
noun
acertijo
enigma
- 1. een raadsel of moeilijke opgave die men als tijdverdrijf probeert op te lossen
puzzle
noun
acroniem van polyvinylchloride
policloruro de vinilo
noun
1. gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen
pijama
piyama
noun
1. een oranje verkeerskegel, gebruikt bij wegwerkzaamheden
cono de tráfico
pronoun
1. een gebergte op de grens van Frankrijk en Spanje
Pirineos
noun
vidrio borosilicatado
noun
1. koorts
fiebre
hipertermia
pirexia
temperatura
noun
2. een vaste stof die het structuurtype heeft waarvan [1] het archetype is
pirita
noun
1. onweerstaanbare drang om brand te stichten
piromanía
/
piˈrozɪs/
noun
1. een brandend gevoel ten gevolge van oprisping van maagzuur
pirosis
noun
1. een niet-giftige en grote wurgslang
pitón
serpiente pitón
/
kɑt/
noun
1. blad van een bedektzadige plant Catha edulis
qat
khat
/
ka'tar/, /
ka'tɑr/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten
Qatar
Catar
/
kʋa/
preposition
1. wat betreft
respecto a
acerca
en cuanto a
noun
1. vierkanaals stereofonie
cuadrafonia
noun
1. een met vier paarden bespannen tweewielige wagen van de oude Grieken en Romeinen
cuadriga
noun
- 1. een Franse contradans uit de 18e eeuw
contradanza
- 1. een omberspel met vier spelers
cuatrillo
adjective
1. viervoudig
cuádruple
verb
1. verviervoudigen
cuadruplicar
noun
1. volgeling van een religieuze beweging gekend onder de naam Genootschap der Vrienden
cuáquero
noun
1. de kleinste natuurlijke eenheid die in onze kosmos voorkomt
cuanto
noun
1. tijdelijke afzondering van personen, dieren of zaken die besmet zouden kunnen zijn met ziektekiemen
cuarentena
/
kwɑrˈtɛːr/
adjective
cuaternario
/
kwɑrˈtɛːr/
noun
Cuaternario
Neozoico
Período Cuaternario
noun
crisis del cuarto de vida
adverb
1. in schijn
fingido
/
kwatəerˈnɛːr/
adjective
cuaternario
noun
1. iemand die voortdurend klaagt over onrecht dat hem zou zijn aangedaan
quejón
noun
1. lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters
índice de masa corporal
/
kwiˈnowa/
noun
1. Zuid-Amerikaanse plant (Chenopodium quinoa) en 2. zaden van die plant
quinua
quinoa
pronoun
3. spelwoord voor de letter q
Quito
noun
lulo
naranjilla
naranjilla de montaña
naranjita de Quito
noun
1. spel waarbij de deelnemers vragen moeten proberen te beantwoorden
quiz
noun
- 2. spelwoord voor de letter q
Quito
- 1. resultaat van de deling van het deeltal door de deler
cociente
interjection
1. horizontaal draaibare boom aan mast
verga
/
rat/, /
raːd/
noun
- 1. aanbeveling hoe om te gaan met een probleem
- 2. een orgaan dat bestaat uit leden die raadgevende of beslissende bevoegdheden bezitten
consejo
pronoun
Consejo de la Unión Europea
verb
1. een bron van informatie of ervaring aanspeken
consultar
noun
1. iets waarnaar men moet raden
acertijo
enigma
misterio
advininanza
/
ratsəlɑxtəx/
adjective
1. onbegrijpelijk door dubbelzinnige of verborgen informatie
enigmático
misterioso
noun
1. iemand die advies geeft
consejero
noun
1. een lid van een gemeenteraad
concejal
noun
- 1.
abogado
consejero
- 2.
consejero
adjective
aconsejable
recomendable
/
raːf/
noun
1. grootste van alle zangvogels, met flinke snavel, Corvus corax
cuervo
/
rak/
adverb
1. zijn doel treffend
acertado
noun
- 2. lijst, kader
marco
- 1. venster: muuropening om lucht en licht door te laten
ventana
noun
1. gewas met een groot aantal variëteiten, waarvan keukenraap en meiraap...
nabo
colinabo
naba
noun
aceite de colza
aceite de nabina
noun
colinabo
colza
naba
nabina
nabo silvestre
noun
aceite de colza
aceite de nabina
adjective
1. afwijkend van gewoonlijk, verbazing opwekkend
extraño
raro
noun
1. en 2. (stengels van) plant Rheum rhabarbarum
ruibarbo
noun
1. wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen
carrera
noun
1. een baan om snelheidswedstrijden op te houden
pista de carreras
noun
1. racemisch mengsel
mezcla racémica
adjective
1. met gelijke concentraties van beide optische isomeren
racémico
noun
1. wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
rueda
verb
ajusticiar en la rueda
verb
1. een gissing maken naar iets
adivinar
acertar
noun
1.een scheepstype dat wordt voortbewogen door schoepenraderen
vapor de ruedas
noun
1. een scheepstype dat wordt voortbewogen door schoepenraderen
vapor de ruedas
adjective
2. straalsgewijs
radial
noun
1. de SI-eenheid voor een hoek
radián
noun
1.
motor estrella
motor radial
noun
1. toestel dat het koelwater van een verbrandingsmotor afkoelt
radiador
sistema celular
noun
1. een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
radiador
adverb
radical
radicalmente
noun
1. bepaalde soort uit de kruisbloemfamilie, Raphanus sativus
rábano
rabanito
/
ˈradijo/
noun
- 2. medium
radio
- 1. toestel
radio
aparato de radio
noun
1. radio-omroep
radiodifusión
noun
radiorreceptor
receptor de radio
adjective
radiactivo
radioactivo
noun
1.
radiactividad
radioactividad
noun
1. radiozendstation voor de navigatie
radiofaro
noun
bulbo
tubo de vacío
válvula de vacío
válvula electrónica
válvula termoiónica
noun
1. frequentie van radiogolven
radiofrecuencia
noun
1. fotograferen door middel van röntgenstralen
radiografía
/
ˌradijoˈɣrɑm/
noun
2. radiotelegram
radiotelegrama
noun
1. het medisch specialisme...
radiología
noun
datación radiométrica
noun
isótopo radiactivo
radioisótopo
noun
fluoroscopia
radioscopia
roentgenoscopia
noun
estación de radio
estación radiofónica
noun
1. bestraling
radioterapia
noun
emisora de radio
radiotransmisor
noun
1. scheikundig element met symbool Ra en atoomnummer 88
radio
noun
1. met symbool Rn en atoomnummer 86
radón
/
'ra.fəl/
noun
1. een losgeraakte draad van een weefsel
hilacha
hilacho
verb
1. vlug spreken
farfullar
noun
het raffineren
refinación
noun
1. een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
rail
raíl
riel
carril
noun
1. cilindervormig projectiel dat door een naar achteren gerichte ontploffing wordt voortbewogen
cohete
mísil
noun
jaramago
rúcula
oruga
roqueta
ruca
arrúgula
noun
1. tint van een kleur zoals gedefinieerd door een Duitse organisatie voor handelsnormen
RAL color
pronoun
2. teken van de dierenriem van 21 maart tot 20 april
Aries
aries
noun
1. mannelijk schaap
carnero
morueco
/
ˈramə(n)/
verb
1. inschatten, vaak middels berekening
estimar
calcular
/
ˈramɪŋ/
noun
estimación
valuación
noun
alunizaje
vehículo-ariete
noun
1. mannetje van een dier uit de familie der Haasachtigen
conejo macho
liebre macho
noun
1. een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
catástrofe
desastre
calamidad
adjective
1. op een ramp uitdraaiend
desastroso
aciago
desgraciado
fatídico
siniestro
verb
1. een bepaalde volgorde in iets aanbrengen
clasificar
ordenar
noun
1. een telwoord dat een rangorde of volgorde aanduidt
número ordinal
adjective
delgado
esbelto
menudo
noun
1.
prisa
prontitud
vivacidad
noun
1. schriftelijk bericht over een gebeurtenis of toestand
informe
verb
1. het uitbrengen van een verslag of rapport
informar
relatar
noun
1. hond die voldoet aan de kenmerken van een bepaald hondenras
perro de raza
noun
1. een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
rallador
escofina
rallo
/
ˈrɑstərelɛkˌtronəmikroˌskop/
noun
1. een type elektronenmicroscoop waarmee men direct oppervlaktestructuren goed kan afbeelden.
microscopio electrónico de barrido
/
rɑt/
noun
1. een muisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus
rata
noun
1. gifslang uit het geslacht Crotalus
serpiente de cascabel
crótalo
verb
1. bekrachtigen van een internationaal verdrag door het nationale parlement of regering
ratificar
/
ra.si.jo/, /
ra.ti.jo/, /
ra.tsi.jo/
noun
- 1. wiskundige verhouding
proporción
razón aritmética
- 3. het vermogen te denken en begrijpen
razón
adverb
1. ongekookt en vers
crudo
noun
1. schade, verwoesting
ruina
noun
1. een diepe, steile insnijding in een terrein
barranco
noun
1. kleine vierkante deegplakjes die gevuld zijn met gehakt, tomaten en kruiden, overgoten met bijpassende saus
raviolis
verb
aprovisionar
avituallar
noun
abastecimiento
avituallamiento
noun
1. een op zijde gelijkende kunstvezel
rayón
noun
frenesí
paroxismo
rabia
noun
1. een actie die een gevolg is van een stimulus
reacción
noun
mecanismo de reacción
noun
1. een turbine die draait als gevolg van de reactiewerking
turbina de reacción
noun
capacidad de reacción
noun
1. vermogen om te reageren
reactividad
/
'reʲaɣɛns/
noun
1. een chemische stof die deelneemt aan een reactie
reactivo
verb
1. op een nieuwe situatie actie ondernemen
reaccionar
responder
noun
1. het in de praktijk tot stand brengen van iets
realización
noun
het reanimeren
reanimación
/
reani'merən/
verb
1. het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand
reanimar
verb
rebelarse
rebelar
alzarse
resistirse
sublevarse
noun
1. soort raadsel
jeroglífico
verb
1. een beoordelend verslag schrijven, meestal van een culturele gebeurtenis
reseñar
adjective
1. een korte tijd geleden gebeurd of begonnen
reciente
adverb
1. nog niet lang geleden
recientemente
noun
1. voorschrift voor de bereiding van een gerecht
receta
receta de cocina
noun
libro de recetas
recetario
noun
2. een plaats waar iemand binnenkomende gasten of klanten ontvangt
recepción
noun
1. bestanddeel dat gevoelig is voor prikkels
receptor
receptor celular
noun
1. iemand die een politioneel onderzoek uitvoert
detective
adjective
- 4. juist
correcto
derecho
estricto
exacto
justo
derecho
recto
noun
1. het geheel van rechtsregels en instituties van het recht
derecho
adverb
1. regelrecht
directamente
noun
1. een instelling waar rechtgesproken wordt
tribunal
juzgado
adverb
1. noch naar rechts noch naar links van richting veranderend
todo recto
noun
1. een rechte lijn
línea recta
recta
noun
1. hoek van 90 graden
ángulo recto
/
ˈrɛxtə ˈklɪɯɪŋ/
noun
1. lengtegraad op de hemelbol
ascensión recta
noun
2. geheel van de fundamentele rechten en vrijheden die ieder mens toekomen
derechos humanos
noun
1. student in de rechtsgeleerdheid
estudiante de derecho
/
ˈrɛxtər/
adjective
1. aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
derecho
/
ˈrɛxtər/
noun
1. persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
juez
jueza
/
'rɛxtuk/
noun
1. een vierhoek met vier rechte hoeken
rectángulo
adjective
1. het in een rechte hoek staan van lijnen of vlakken
rectangular
adjective
1. volgens het recht, de wet
legítimo
adjective
1. tegenovergestelde van links
derecho
derecha
adverb
1. onder een min of meer rechte hoek naar rechts van richting wijzigen
a la derecha
a mano derecha
noun
1. feit of samenstelling van feiten waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt
hecho jurídico
noun
1. het voeren van een gerechtszaak
juicio
proceso
pleito
noun
1. kennis of studie van recht
jurisprudencia
noun
igualdad ante la ley
igualdad jurídica
noun
1. doelgerichte wilsuiting die rechtsgevolgen heeft
acto jurídico
/
ɾɛχts.pɛɾ.soːn/
noun
1. groepering van goederen of natuurlijke personen die kan deelnemen aan het rechtsverkeer
persona moral
/
ˈrɛɣtspoːˌsitsi/
noun
1. het geheel van iemands rechten en plichten
situación jurídica
situación legal
noun
1. het proces waarin door een rechter een oordeel wordt gevormd over een rechtszaak
jurisdicción
noun
1. staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het geldende recht
estado de derecho
noun
1. drager van subjectieve rechten en plichten
sujeto de derecho
/
rɛx'streks/
adjective
1. zonder omwegen
directo
inmediato
derecho
/
rɛx'streks/
adverb
1. zonder omwegen
directamente
inmediatamente
sin mediación
/
rɛx(t)sak/
noun
1. het voeren van een rechtsgeding
pleito
juicio
proceso
noun
1. de ruimte waar een rechtszitting gehouden wordt
sala de justicia
sala de tribunal
adverb
1. recht naar voren
seguidamente
seguido
adjective
1. in overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
justo
equitativo
verb
1. onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
justificar
cohonestar
inocentar
motivar
santificar
sincerar
noun
1. de overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
justicia
equidad
verb
2. corrigeren
rectificar
desagraviar
/
resiprosi'tɛit/
noun
reciprocidad
adjective
1. een dimensie bezittend die de omgekeerde is van een andere dimensie
recíproco
adjective
1. een dimensie bezittend die de omgekeerde is van een andere dimensie
recíproco
noun
1,2 informatie over, en aanprijzing van diensten, producten en ideeën
publicidad
verb
1. geld terugvragen
reclamar
noun
1. DNA waarin een stukje vreemd DNA is ingelast
recombinante
adjective
1. een aanbeveling verdienend
aconsejable
recomendable
verb
1. weder opbouwen
reconstruir
reconstituir
/
ˌrekɔnvalɛˈsɛntsi/
noun
1. het herstel na een ziekte
convalecencia
/
rəˈkɔrt/
noun
- 3. bij elkaar behorende gegevens
récord
- 1. beste prestatie
récord
marca
adjective
1. met betrekking tot de endeldarm
rectal
noun
1. het herstel van krachten
recuperación
noun
1. iemand die berichten verzamelt en bewerkt voor publicatie
redactor
noun
1. het redigeren, de werkzaamheden voor het opstellen en rangschikken van artikelen
redacción
verb
1. actie ondernemen om iets of iemand uit de moeilijkheden te halen
salvar
rescatar
noun
1. iemand die iemand anders redt
salvador
noun
1. een speciaal gebouwde en uitgeruste boot om het schip in geval van nood veilig te kunnen verlaten.
bote salvavidas
noun
- 2. een formele toespraak
oración
discurso
arenga
- 3. een ankerplaats buitengaats
rada
razón
adjective
1. wat op nuchtere wijze te beredeneren is
razonable
racional
noun
1. eigenaar van een schip
naviero
armador
verb
2. het verlagen van het oxidatiegetal door het toevoegen van elektronen aan een molecuul of ion
reducir
noun
1. scheikundige herleiding, vermindering
rebaja
noun
agente reductor
reductor
/
redypliˈkatsi/
noun
1. vorming van een nieuw woorden of zinsneden door geheel of gedeeltelijke herhalen van een deel daarvan
reduplicación
noun
1. sierlijk slank hert, komt bijna in heel Europa voor
corzo
noun
1. een opeenvolgende rij van gebeurtenissen
serie
noun
1. een glycoproteïne dat vooral een belangrijke rol speelt bij het sturen van de neuronale migratie...
reelina
noun
1. een stemming over een wetsvoorstel, waarbij gestemd wordt door het volk zelf...
referéndum
noun
1. verwijzing
referencia
noun
electrodo de referencia
verb
1. verwijzen naar
referir
verb
1. een beeld weerkaatsen
reflejar
reflectar
noun
1. voorwerp bestemd om geluid of elektromagnetische straling zoals licht terug te kaatsen
reflector
noun
1. een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
reflejo
/
ˈreɣəɫ/
noun
- 1. een zin in een tekst
- 2. een vers in een gedicht
línea
- 3. een voorschrift, richtlijn, norm
regla
norma
pauta
verb
1. zorgen dat het gebeurt
regular
arreglar
concertar
reglamentar
organizar
regularizar
noun
1. een combinatie van afspraken voor een bepaalde groep
acuerdo
arreglo
regulación
construcción
reglaje
noun
2. ordelijke schikking in de ruimte
frecuencia
regularidad
adjective
1. aan een bepaalde regel gehoorzamend
regular
adverb
1. op gezette tijden
regularmente
noun
1.Het volgen van vaste regels
regularidad
noun
1. een apparaat of een verzameling apparatuur om het gedrag van een of ander systeem of proces te regelen
sistema de control
/
reχən/
noun
1. neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
lluvia
adjective
1. regelmatig regenend of neigend naar regen
lluvioso
/
ˈreːχənboːx/
noun
1. een natuurfenomeen dat na regen als een verschijnende veelkleurige boog te zien is
arco iris
arcoíris
noun
1. een trui voor de wereldkampioen wielrennen
camiseta arco iris
noun
1. het gekleurde vlies in het oog waarin de pupil zich bevindt
iris
noun
1. een tijdelijke periode van regen tengevolge van het overtrekken van een wolkenveld
chubasco
chaparrón
/
ˈreɣə(n)ˌdrʏpəɫ/
noun
1. een druppel die als regen uit de lucht naar beneden valt
gota de lluvia
/
ˈreɣənə(n)/
verb
1. het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
llover
lluvia
noun
2. herstelgroei
regeneración
adjective
1. terugwinnend, herwinnend
regenerativo
noun
1. een waterdichte overjas die geschikt is voor regenachtig weer
impermeable
gabardina
noun
1. toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag in een bepaalde periode op een bepaalde plaats meet
pluviómetro
pluvímetro
noun
1. een paraplu
paraguas
noun
agua de lluvia
agua llovediza
agua lluvia
agua pluvial
/
'reɣəʋɔrm/
noun
1. benaming voor dieren uit de familie Lumbricidae
lombriz de tierra
noun
1. een bos in een klimaat met het hele jaar door neerslag
pluviselva
bosque lluvioso
selva lluviosa
verb
1. het uitoefenen van de politieke macht...
regir
gobernar
reinar
/
re.'ɣeː.rɪŋ(g)/, /
rə.'ɣeː.rɪŋ/, /
rə.'χɪː.rɪŋ/
noun
1. een groep van personen die een land bestuurt, specifiek het staatshoofd en alle ministers
gobierno
/
ˌreɣiˈsidə/
noun
1. een bewuste moord op een koning.
regicidio
noun
1. bestuur van een land, vaak onderdrukkend, dwingend, alles omvattend
régimen
noun
1. geografisch gebied
región
adjective
1. op de streek betrekking hebbend
regional
noun
- 2. (politiek) het streven naar gewestelijke autonomie
regionalismo
- 1. het cultiveren van streektradities
regionalismo
regionalización
noun
realizador
director
director de escena
noun
- 2. inhoudsopgave
concordancias
índice
- 5. stilistische variatie
extensión
registro
registro lingüístico
- 1. lijst met gegevens
- 3-4
- 6. computerregister
registro
verb
1. vastleggen in een register
registrar
abanderar
noun
1. aanpassing aan de normale toestand
regulación
noun
1. benaming voor ooievaarachtige watervogels uit de familie Ardeidae
garza
verb
1. ~ naar: de armen uitstrekken tot iets
estrechar
adjective
anhelando
añorando
suspirando
adjective
1. zonder vuil
limpio
puro
verb
1. zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen
limpiar
asear
/
ˈrɛɪnəχɪŋ/, /
ˈrɛːnəɣɪŋ/
noun
1. het schoonmaken van iets
purificación
adjective
1. met een zuiver witte kleur
blanco puro
/
rɛɪ̯s/
noun
1. grote, lange tocht of trip
viaje
noun
itinerario
plan de viaje
verb
1. onderweg zijn
viajar
/
ˈrɛɪzəɣər/
noun
viajante
- 1. persoon op reis
viajero
viajera
noun
2. raamwerk
estantería
noun
- 1. ondeugende jongen
muchacho travieso
- 2. mannetje van de hond, de vos, de wolf en de das
perro macho
zorro
noun
1. een boek waaruit iemand leert rekenen
libro de cálculo
/
ˈre.kə.nə(n)/
verb
- 2. in rekening brengen
cobrar
pedir
- 1. getallen manipuleren
contar
calcular
pronoun
1. orgaan dat toezicht houdt op het financieel beheer van de Belgische overheid op nationaal en provinciaal niveau
Tribunal de Cuentas
noun
- 1. de optelsom van te betalen bedragen
- 2. mogelijkheid om bij een bank onder een eigen nummer betalingen te doen en te ontvangen en geld te sparen of te lenen
cuenta
noun
de leer van de operaties die op getallen worden uitgevoerd (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, ...)
aritmética
noun
1. apparaat dat rekenkundige berekeningen kan uitvoeren
calculadora
noun
aclaración
explicación
noun
1. een verzoekschrift waarmee men zich tot de rechter of een bestuursorgaan kan wenden om een bepaalde voorziening te krijgen
petición
verb
alargar
extender
prolongar
tender
noun
1. een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
tumulto
disturbio
noun
- 3. iemand waarmee men zakelijke contacten onderhoudt
conocido
- 1. een min of meer vast verband
relación
conexión
/
rəlaˈtif/
adverb
1. betrekkelijk
relativo
noun
principio de relatividad
noun
1. een natuurkundige theorie die ervan uitgaat dat de tijd een relatief begrip is
teoría de la relatividad
/
rə'liɣi/
noun
1. een godsdienst
religión
/
relɪˈɣɪøs/, /
relɪˈʝɪøs/
adjective
1. te maken hebbend met godsdienst of geloof
religioso
noun
1. een overblijfsel van het lichaam van een heilige of een voorwerp dat...
reliquia
/
relɪŋ/
noun
1. een leuning boven de verschansing die een scheepsdek omgeeft
borda
empalletado
noun
1. een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
freno
noun
1. de afstand die een rijdend voertuig nodig heeft om tot stilstand te komen
distancia de frenado
distancia para frenar
/
rəˈmedi/, /reˈmedi/
noun
1. een medicijn of een op genezing gerichte behandeling
remedio
noun
1. tijdelijke vermindering of verdwijning van ziekteverschijnselen
remisión
noun
canal de freno
tubería de freno
noun
luz de freno
luz de frenado
noun
interruptor de luces de pare
verb
1. snelheid doen verminderen
frenar
noun
líquido de freno
líquido de frenos
/
rəmɔn'strɑnt/
noun
1. een Nederlandse calvinist die in de 17e eeuw volgeling van Arminius was
arminiano
noun
1. een Nederlandse calviniste die in de 17e eeuw volgeling van Arminius was
arminiana
/
ˈrɛm.spor/
noun
- 1. spoor van een rubberband
huella del frenado
marca de derrape
- 2.
palomino
raspa
noun
líquido de freno
líquido de frenos
noun
1. de afstand die een rijdend voertuig nodig heeft om tot stilstand te komen
distancia de frenado
distancia para frenar
adjective
1. met betrekking tot de nier
renal
noun
- 1. een overgangsperiode in de Europese geschiedenis
Renacimiento
- 2. vernieuwing, herleving
renacimiento
noun
hipódromo
pista de carreras
/
rɛndəˈmɛnt/
noun
rendimiento
verb
winst opleveren
beneficiar
noun
1. een hertachtig zoogdier met een breed uitlopend gewei
reno
rangífero
noun
1. Chemisch element
renio
noun
[A] 1. zeer snel lopen
correr
/
rənoˈverə(n)/
verb
1. opknappen, repareren, vernieuwen
renovar
noun
1. paard dat gefokt is met het doel om aan paardenrennen deel te nemen
caballo de carreras
noun
- 1. op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
interés
- 2. periodieke geldelijke opbrengst
renta
verb
1. iets weer in werkende staat brengen
reparar
arreglar
componer
rehacer
/
re.pe.ˈteː.rə(n)/
verb
- 1. een toneel- of muziekstuk bij wijze van proef op- of uitvoeren
ensayar
- 2. herhalen
repetir
- 3. zich ~: een mededeling opnieuw doen
repetirse
noun
1. verdubbeling van DNA tijdens celdeling, herhaling van een experiment
replicación
noun
2. kopie (van een kunstwerk)
reproducción
/
repʏˈbliːk/
noun
1. staatsvorm
república
pronoun
Provincias Unidas de los Países Bajos
noun
1. de manier waarop iemand bekend is
reputación
noun
1. mis opgedragen voor een overledene
réquiem
noun
miñoneta
reseda
reseda de olor
verb
1. vrijhouden
reservar
noun
1. iemand die oproepbaar is voor militaire dienst in tijden van oorlog, oorlogsdreiging of andere situaties waarin inzet van het leger nodig is
reservista
/
ri'sɛtə(n)/
verb
reinicializar
noun
- 1. hof van een staatshoofd
corte
residencia
adjective
1. residueel, overblijvend restant
residual
noun
resistencia eléctrica
adjective
- 1. bestand tegen
a prueba de
- 2. immuun
inmune
noun
- 2. pixeldichtheid
- 1. motie
resolución
/
rɛsˈpɛkt/
noun
eerbied uit hoogachting of angst
respeto
adjective
1. eerbiedwaardig
respetable
verb
- 1. iemand in aanzien houden
- 2. iets naleven
respetar
respectar
adverb
1. in dezelfde volgorde
respectivamente
/
rɛst/
noun
1. wat er overblijft
resto
noun
2. het minitieus herstellen van een voorwerp van kunstzinnig of historisch belang
restauración
/
rɛstɪːrə(n)/
verb
1. ~ van: ergens van overblijven
permanecer
restar
quedarse
noun
1. een opgelegde beperking
restricción
/
rezɵl'tat/
noun
1. een uitkomst
resultado
noun
1. apensoort waarbij de resusfactor het eerst ontdekt werd
macaco rhesus
noun
1. ophouding, het vertraagd afgeven of vasthouden van iets
retención
noun
1. netvliesaandoening
retinopatía
noun
- 1-2
retórico
- 3. bombastisch, hol spreker
vanílocuo
noun
1. een verouderd toestel voor het destilleren bestaande uit een vat met een neergebogen tuit
retorta
/
rətu'ʃeːrə(n)/, /
rətu'ʃɪːrə(n)/
verb
retocar
/
rəturˈnerən/
verb
1. iets of iemand naar het punt van vertrek terugbrengen of terugzenden
devolver
noun
3. vergoeding aan de grondeigenaar voor opstalrecht
canon
noun
1. jachthond die het geschoten wild apporteert (naar de jager brengt)
perro cobrador
adjective
1. terugkijkend naar het verleden
retrospectivo
noun
1. een mannelijke hond
perro macho
noun
- 2. gewaarwording van geur via de neus
olfato
- 1. geur
olor
noun
1. een vloeistof die bedoeld is om een aangename geur te verspreiden
agua de colonia
perfume
noun
1. een buitengewoon grote man
gigante
adjective
- 2. in zeer hoge mate, enorm
enorme
gigantesco
inmenso
- 1. zeer groot
gigantesco
colosal
noun
1. verkregen door uitsmelting van varkensvet
manteca de cerdo
noun
1. bepaald soort plant, Impatiens glandulifera
impaciencia
sensible
noun
1. bepaald soort paddenstoel Langermannia gigantea
bejín gigante
langermannia gigantea
noun
1. bepaald soort vaste plant, Equisetum telmateia
equiseto mayor
noun
1. een beer die leeft in de hooggelegen hellingen van berggebieden in centraal China
panda gigante
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita maxima
calabaza gigante
noun
1. herwaardering
revaluación
/
ˈrevə(n)/
verb
1. het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling
arrizar
noun
- 4. politieke stroming die herziening van bepaalde verdragen over het afstaan van gebieden wil
revanchismo
- 1-3. streven naar herziening (van het marxisme, de geschiedenis)
revisionismo
/
revɔlˈveːrə(n)/
verb
om zijn as doen draaien
revolver
noun
2. tijdschrift
revista
noun
- 3. het weerzien van voormalige studenten, collega's, enz.
reencuentro
- 1. (verouderd) hereniging
- 2. (verouderd) regelmatige bijeenkomst van personen
reunión
pronoun
1. een rivier van 812 km lengte die ontspringt in Zwitserland, door Frankrijk naar het zuiden stroomt en uitmondt in de Middellandse Zee
Ródano
noun
1. elk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
costilla
noun
1. een van de platte, dunne, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
costilla
noun
1. het geraamte van de borst
caja torácica
pronoun
2. spelwoord voor de letter r
Rafael
noun
1. een antenne met voorkeur voor één richting
antena direccional
antena directiva
/
ˈrɪxtɪŋ/, /
ˈrɪχtɪŋ/
preposition
1. de kant op van
dirección
noun
1. een systeem om richting aan te geven in een voertuig
intermitente
noun
- 1. aanwijzing voor een te volgen gedrag
directriz
norma
directiva
normativa
orientación
- 4. (militair) denkbeeldige lijn ...
orientación
noun
2. voorschrift waarnaar men zich richt
directiva
directriz
noun
bepaald soort snelgroeiende tropische boom, Ricinus communis
ricine
noun
1. oorspronkelijk een bereden en bepantserde ruiter die de ridderslag ontvangen had
caballero
caballera
noun
2. onderscheiding die door de koning wordt gegeven aan mensen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd
orden
noun
delfinio
espuela de caballero
consuelda real
noun
izcua
lengua de vaca
lenguaperro
noun
1. een handwerktuig voor het verplaatsen van bladeren, gras of gewied materiaal in de vorm van een grote vork met smalle tanden
horca
/
rim/
noun
1. een band van leer of een ander materiaal
correa
cinturón
noun
1.
propulsión por correa
transmisión por correa
noun
1. bepaald soort sterrenmuurachtige plant, Corrigiola litoralis
pasacaminos
/
rit/
noun
1. plantensoort
caña
carrizo
noun
1. een lid van de gorzenfamilie
escribano palustre
noun
2. drinkbuisje
pajita
pajilla
noun
suiker, verkregen uit het sap van suikerriet
azúcar de caña
noun
1. een ondiepte in water, koraalbank, klip
arrecife
noun
1.een antibioticum
rifampicina
noun
1. stijfheid, onbuigzaamheid
rigidez
entumecimiento
/
rixoˈrøs/
adjective
1. onverbiddelijk, radicaal
riguroso
noun
- 1. weggedeelte bestemd voor voertuigen
calzada
vía
- 2. oefenbaan in een manege
picadero
pista
- 3. verharde strook van een vliegveld
pista
/
ˈrɛɪ̯bəˌwɛɪ̯s/, /
ˈrɛɪ̯bəˌʋɛɪ̯s/, /
ˈrɛːbəˌβ̞ɛːs/
noun
1. een officieel document waarmee de bezitter bevoegd is om een motorvoertuig te besturen
permiso de conducir
licencia de conducir
/
ˈrɛɪ̯də(n)/, /
ˈrɛːdə(n)/
verb
1. zich verplaatsen met behulp van een voertuig
conducir
dirigir
ir en vehículo
/
ˈrɛɪɣə(n)/
verb
1. met een naald een draad ergens doorvoeren
hilvanar
/
rɛɪ̯k/, /
rɛːk/
adjective
1. veel geld en/of eigendommen hebbend
rico
rica
riquísimo
/
rɛɪ̯k/, /
rɛːk/
noun
1. een staat of natie onder een vorst of heerser
estado
/
ˈrɛik.dɔm/
noun
1. het bezitten van veel geld en goud
riqueza
adverb
1. overvloedig, niet nauw rekenend
abundante
copioso
generoso
rico
noun
1. fraai uitgevoerde bol met bovenop een kruis die symbolisch de wereld voorstelt
orbe
noun
- 1. bevroren dauw
helada blanca
- 1. gelijkheid van klank in een vers
rima
/
rɛɪ̯n/, /
rɛːn/
pronoun
1. een van de langste en belangrijkste rivieren van Europa die op de grens ligt tussen Midden- en West-Europa.
Rin
Rhin
noun
1. Duitse wijn uit de Rijnstreek
vino del Rin
adjective
1. geschikt voor de oogst
maduro
noun
1. bevroren dauw
helada blanca
noun
1. voor rijden geschikt paard
caballo de montar
noun
agente levantador
gasificante
impulsor
leudant
levadura
/
rɛi̯st/
noun
1. graan van het geslacht Oryza
arroz
noun
1. zoet gerecht van rijst met melk gekookt
arroz con leche
noun
mesa de arroz
mesa indonesia de arroz
noun
1. een alcoholische drank met als basis rijst
vino de arroz
noun
1. ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen
salvado de arroz
verb
1. met een scheurende beweging uit elkaar trekken
desgarrar
rasgar
noun
vector fila
vector renglón
verb
1. bij elkaar halen, opruimen
rastrillar
noun
reparador de bicicletas
verb
- 2. uitzetten en luchtig worden
levar
hincharse
montar
- 1. opstijgen
subir
ascender
noun
1. een oppervlakkige vouw of golving, in het bijzonder van de menselijke huid
arruga
/
'rɪmpələ(n)/
verb
1. plooien of golven in het oppervlak vormen
ondular
noun
- 1. cirkelvormig sieraad voor om de vinger
- 5. ringweg
anillo
- 2. cirkelvormig voorwerp
anillo
sortija
anilla
aro
ceño
- 3. plaats waar gestreden wordt
ring
palestra
noun
1. Natrix natrix
serpiente de jarretera
culebra de collar
noun
1. vierde vinger gerekend vanaf de duim
anular
dedo anular
noun
- 1. gelede worm van de stam Annelida
anélido
- 2. huidziekte door een schimmel veroorzaakt
tiña
/
rijoɡrɑnˈdɛnsər hunsˈrykiʃ/
pronoun
1. vorm van Duits zoals gesproken in het zuiden van Brazilië
hunsriqueano riograndese
noun
1. een vaak ondergronds kanaal voor de afvoer van drek
alcantarilla
cloaca
sumidero
noun
1. bruine rat, rioolrat,
rata de alcantarilla
rata marrón
noun
1. het zuiveren van rioolwater
tratamiento de aguas residuales
noun
1. apparatuur die het mogelijk maakt water uit de riolen weer voor gebruik gereed te maken
estación depuradora de aguas residuales
pronoun
1. een Rijnfrankisch dialect dat behoot tot de Middelduitse dialectgroep
fráncico ripuario
ripuario
noun
1. een mogelijk gevaar voor schade
riesgo
noun
1. omstandigheid die de kans op ziekte vergroot
factor de riesgo
noun
1. een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
ritmo
cadencia
adjective
rítmico
rítmicamente
noun
2. ritssluiting
cremallera
verb
1. een zacht ruisend geluid doen horen
susurrar
/
riːˈviːr/
noun
1. een natuurlijke waterstroom
río
noun
1. bepaald soort slanke eetbare Euraziatisch zoetwatervis, Gobio gobio
gobio
noun
1. een soort kreeft die in riviertjes leeft
cangrejo de río
noun
1. afkorting van ribo nucleic acid (ribonucleïnezuur), een hoogmoleculaire verbinding...
ARN
noun
acacia blanca
acacia de sombra
acacia espinosa
acacia falsa
falsa acacia
robinia
/
ˈro.bɔt/
noun
1. machine die beschikt over een stoffelijke vorm en een beslissingsmodel
robot
/
roˈbyst/
adjective
robusto
resistente
noun
1. kwaadsprekerij, achterklap
chismorreo
habladurías
verb
1. op een vervelende manier over anderen praten
chismorrear
chismear
cotillear
noun
1. bepaald soort loofboom Cornus sanguinea
cornejo sanguiñuelo
sanguino
noun
1. rossig gekleurde zaden (zemel en kern) van aan gewone rijst (Oryza sativa) verwante planten
arroz rojo
arroz colorado
noun
1. een alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van rode druiven
vino tinto
noun
1. Canis rufus, een lid van de Canivora, leefde in het gehele oostelijk deel van de Verenigde Staten...
lobo rojo
pronoun
1. langgerekte binnenzee, gelegen tussen Azië en Afrika
mar Roja
mar Rojo
/
ˌro.də.ˈhɔnt/
noun
1. een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
rubéola
noun
1. en 2. donkerrood sluitkoolgewas
cacho lombarda
col lombarda
noun
1. chemisch element met symbool Rh
rodio
noun
1. een groep
manada
jauría
noun
barco de remo
bote de remos
verb
1.zich met behulp van roeispanen in een boot ergens begeven
remar
bogar
noun
1. iemand die roeit
remero
noun
1. bepaalde soort kraaiachtige vogel, Corvus frugilegus
grajo
graja
adjective
1. zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
temerario
noun
1. eer en glorie
gloria
fama
/
ruˈmens/, /
ruˈmeːns/
adjective
1. betreffende Roemenië of het Roemeens
rumano
/
ruˈmens/, /
ruˈmeːns/
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Roemenië
rumano
/
ruˈmeni.jə/, /
ruˈmeːni.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa ten noorden van Bulgarije
Rumania
Rumanía
/
rup/
noun
- 2. faam, reputatie
fama
- 1. een vrij harde klank geproduceerd met stemgeluid
grito
/
'ru.pə(n)/
verb
1. met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen
llamar
gritar
/
'rupɪŋ/
noun
1. een taak waarvoor een persoon zich verplicht voelt, vaak met religieuze invloed
vocación
noun
1. vlak waarmee gestuurd wordt
timón
/
ˈrur.bɑ.kə(n)/
verb
1. een kooktechniek voor het bereiden van voedsel in een wok
cocimiento con movimiento
sofreír
noun
1. het beweegbare vlak van een roer waarmee gestuurd wordt
pala de timón
/
'rurdɔmp/
noun
1. schuchtere vogel uit de reigerfamilie die een dompend geluid voortbrengt
ave-toro
/
rurɛi/
noun
1. een gerecht van gebakken eieren en losgeklopte melk
huevos revueltos
verb
- 4. in opstand komen
alborotarse
- 2. een emotie in iemand oproepen
conmover
- 1. een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
remover
noun
1. beweegbare, stoffelijke zaak
biene mueble
adjective
1. beweeglijk
movedizo
noun
1. (scheepvaart) het achterste deel van een roer
azafrán
/
'rurlos/
adjective
1. bewegingloos
inmóvil
/
rus/
noun
borrachera
embriaguez
noun
1. geoxideerd ijzer
herrumbre
moho
óxido
verb
- 3. (kippen) op stok zitten
aselarse
posarse
- 2. door roest vast gaan zitten
incrustarse
- 1. het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
oxidarse
- 4. (biologie) het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild
posarse
adjective
1. roestbestendig
inoxidable
/
rut/
noun
1. koolstofneerslag die ontstaat door onvolledige verbanding van koolstofhoudende stoffen
hollín
tizne
noun
filtro antipartículas
filtro de gases de escape
filtro de hollín
filtro de partículas de hollín
noun
- 1. achtbaan
montaña rusa
- 2. glijbaan
tobogán
noun
1. benaming voor brede, platte vissen met een smalle staart uit de superorde Rajomorphii
raya
noun
1. en 2. (zaden van) plant Secale cereale
centeno
/
ˈrɔɣəbrod/
noun
1. een van rogge gebakken brood
pan de centeno
/
ˈrɔɣəˌmɪːɫ/
noun
harina de centeno
noun
1. gekiemde en gedroogde granen van rogge
malta de centeno
noun
1. plat gewalste granen van rogge
copos de centeno
noun
- 1. buis- of kegelvormig kledingstuk
falda
pollera
- 2. rokkostuum
frac
noun
1. zet in een schaakspel
enroque
/
ˈroːkə(n)/
verb
- 3. conserveren door langdurige blootstelling aan rook
ahumar
acecinar
- 2. nuttigen door het inhaleren van de rook ervan
fumar
humear
- 1. rook afgeven
humear
fumar
adjective
humeante
humeantes
verb
1.1. het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren
enrocar
noun
2. een rond een spil gewonden lange strook papier of stof
papel
noun
hockey patín
hockey sobre patines
noun
1. looprek op wieltjes
andador rollator
verb
1. zich wentelend over een oppervlak bewegen
rodar
noun
1. vervoermiddel voor mensen die slecht ter been zijn
silla de ruedas
noun
1. trap met bewegende treden
escalera mecánica
noun
1. de verdeling van de rollen in een toneelstuk of in het maatschappelijke leven
reparto
noun
B 1. volk in Europa en Azië dat traditioneel een zwervend bestaan leidt
pueblo gitano
noun
1. een lang soort verhaal in boekvorm
novela
/
romaˈnɛs/
pronoun
Taal door veel zigeuners gesproken
Romaní
Romanó
noun
1. (kool van) groentesoort Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis
romanescu
/
roˈmani/
pronoun
Taal door veel zigeuners gesproken
Romaní
Romanó
/
ˌromaniˈzeːrə(n)/, /
ˌromaniˈzɪːrə(n)/
verb
1. Romaanse invloeden ondergaan
romanizar
/
roˈmɑns(x)rɛɪvər/
noun
1. een mannelijke persoon die romans schrijft
novelista
adjective
romántico
novelesco
/
ˈro:mə/
pronoun
1. de hoofdstad van Italië
Roma
/
roˈmɛɪnsə rɛɪk/
pronoun
1. een historisch rijk dat op zijn hoogtepunt de gehele Middellandse Zeeregio in handen had
Imperio Romano
Imperio romano
noun
basura
desechos
caos
desperdicios
detrito
escombros
noun
- 2. het gedeelte van een vliegtuig zonder vleugels en stabilo
fuselaje
- 1. het lichaam van een mens of dier zonder ledematen, kop of staart
torso
tronco
adjective
1. cirkelvormig
redondo
/
rɔndelə(n)/
verb
1. rondgaande aan ieder een deel geven
distribuir
/
rɔntˈdrajə(n)/
verb
1. een cirkelvormige beweging maken
girar
noun
- 2. een wedstrijd in de vorm van een rondrit
circuito
vuelta
- 3. een rondgang om iets te controleren
patrulla
ronda
verb
circular
rodear
circundar
noun
rotonda
cruce giratorio
verb
1. doelloos rondlopen
deambular
vagabundear
/
ˈrɔntwɛx/
noun
1. verharde route die verkeer rond een plaats leidt
circunvalación
/
rod/, /
rot/
adjective
1. de kleur rood hebbend
rojo
colorado
/
rod/, /
rot/
noun
1. een primaire kleur zoals die van licht met een golflengte tussen de ca. 620 en 740 nm.
rojo
noun
1. bepaald soort struik, Daphne mezereum
hoja de San Pedro
laureola hembra
leño gentil
matapollo
mecereo
mezereon
noun
1. bepaald soort vis, Sebastes marinus
gallineta nordica
noun
2. bepaald soort vrij gedrongen vogeltje met opvallende bruinrode keel, Erithacus rubecula
petirrojo
adjective
1. met rood gekleurde haren
pelirrojo
pronoun
1. sprookjesfiguur
Caperucita Roja
noun
1. bepaald soort vogel, Gavia stellata
colimbo chico
noun
alcaudón común
alcaudón senador
noun
1. en 2. (bladeren van) Cichorium intybus var. foliosum
radicchio
noun
1. bepaald soort vis die leeft in de Atlantische Oceaan, Lutjanus campechanus
acara aya
pargo
noun
2. de korst van een wond
costra
/
ˈrovdir/
noun
1. dier dat zijn prooi bejaagt en doodt
fiera
animal depredador
noun
1. benaming voor gewervelde waterdieren met kieuwen die hun prooi bejagen en doden
pez carnívoro
/
ˈroˌfoχɔɫ/, /
ˈroːˌfoːɣəl/, /
ˈroːˌvoːɣəl/
noun
1. eierleggend dier met veren, twee vleugels, twee klauwen en een snavel dat zijn prooi bejaagt en doodt
ave de presa
ave rapaz
ave de rapiña
/
'rojən/
verb
1. het uit de grond halen van een oogst
arrancar
/
roːk/
noun
1. damp, zichtbaar gas
humo
noun
1. een wolk van rook
nube de humo
noun
1. gerookte worst
salchicha ahumada
noun
1. de vette delen van melk waarvan boter gemaakt wordt
nata
crema
noun
1. een soort boter dat, in tegenstelling tot margarine, gemaakt wordt van room
mantequilla
noun
salsa a la crema
salsa crema
salsa de crema
noun
servicio de habitaciones
/
roːs/
noun
- 2. midden van een schietschijf
blanco
diana
- 3. aandoening
caspa
- 1. bloem
rosa
noun
- A1. object bestaande uit een
enrejado
reja
- B een schema waarop aangegeven...
horario
verb
1. in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
asar
emparrillar
noun
rosbif
roast beef
roastbeef
verb
1. een paard met borstel en kam reinigen
almohazar
adjective
rood, rossig (van haar)
rojizo
rosado
noun
1. wijn met een lichtrode kleur
rosado
vino rosado
adjective
palma de la India
ratán
rota
noun
rotación
giro
rotacional
rotor
vuelta
verb
2. draaien om een as
rodar
noun
1. kleine wit-zwarte gans met een ver klinkende rott-rott roep, Branta bernicla
barnacla
ganso negro
noun
1. Surinaams (Hindoestaans) gerecht van ongerezen brood met kousenband, aardappelen, hardgekookte eieren, groenten en vlees en vooral gekruid met o.a. masala
chapatti
roti
noun
2. bepaald soort vuurwerk dat na het aansteken van de lont wordt weggegooid en dan een harde knal geeft
petardo
noun
- 2. een rond, pleinvormig kruispunt van wegen
glorieta
plaza circular
- 1. een rond gebouw
rotonda
noun
1. een grote ruwe steen
roca
peña
adjective
1.waar veel rotsen zijn
rocoso
noun
1. een eiland dat vooral uit rotsen bestaat
islote
/
ˈrɔtstœʏn/, /
ˈrɔtstœːn/
noun
1. een tuin met rotspartijen en rotsplanten
jardín de rocas
verb
1. een proces van fermentatie ondergaan
pudrirse
podrir
pudrir
corromperse
noun
A. bacteriële groei
putrefacción
noun
1. Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren
Rottweiler
noun
2. iemand die zich eropuit is anderen ergernis te bezorgen
canalla
granuja
noun
2. wanordelijke zaak of toestand
perturbación
noun
ruta
recorrido
curso
vía
noun
sistema de navegación
/
ra<sup>ʊ</sup>/, /
rʌʊβ̞/, /
rʌːβ̞/
noun
1. grote smart of droefenis na een verlies
luto
duelo
/
rʌʊβ̞ə(n)/, /
rʌːβ̞ə(n)/
verb
1. de emotionele nasleep van het overlijden van een geliefd persoon
estar de duelo
guardar luto
noun
1.
capilla ardiente
cámara ardiente
cámara mortuoria
noun
1. iemand die door geweldpleging iemand besteelt
ladrón
ladrona
/
roˈjal/
adjective
- 3. van flinke afmetingen
amplio
espléndido
vasto
- 1. vrijgevig en gul
generoso
noun
1. iemand die een aanhanger is van het koningshuis en de monarchie
realista
/
roˈjerə(n)/
verb
destituir
/
roːzə/, /
rɔːs/, /
rɔːzə/
adjective
1. heel bleke of lichte rode kleur, met soms ook blauwe tinten
rosa
rosado
noun
2. keukenkruid
romero
rosmarino
noun
1. schijnvrucht van wilde rozen
escaramujo
tapaculo
noun
1. een gebedssnoer met 165 kralen
rosario
noun
2. bepaald soort vaste plant, Antennaria dioica
antenaria
pie de gato
noun
1. kleine gedroogde vruchtjes van Vitis vinifera
pasa
pasa uva
/
ˈrɵ.bər/
noun
goma
hule
caucho
noun
árbol del caucho
cauchera
higuera cauchera
árbol gomero
noun
1. een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
rubéola
noun
1. Chemisch element
rubidio
noun
epígrafe
rúbrica
tramo
título
noun
1. en 2. (bladeren van) eenjarige plant Eruca sativa
rúcula
oruga
jaramago
roqueta
ruca
arrúgula
pronoun
2. spelwoord voor de letter r
Rafael
/
rɵx/
noun
- 1. zijde van de romp tegenover de buik en borst gelegen
espalda
dorso
- 6. hoger liggend, lang gerekte landsvorm
lomo
noun
columna vertebral
espina
espinazo
verb
1. ondersteunen, helpen
sostener
noun
1. pijn in de rug
dolor de espalda
dorsalgia
adjective
áspero
basto
tosco
/
rœʏkə(n)/, /
rœːkə(n)/
verb
- 1. een geur waarnemen
- 2. een geur verspreiden
oler
husmear
/
rœʏl/, /
rœːl/
noun
permuta
verb
1. overeenkomen bezit tegen dat van een ander uit te wisselen
cambiar
canjear
trocar
/
rœy̯m/
adjective
1. van grote omvang of uitgestrektheid
amplio
espacioso
ancho
/
rœy̯m/
noun
1. de laadruimte van een schip
bodega
noun
stuk gereedschap waarmee men een boorgat iets ruimer kan maken
escariado
adverb
1.op meer dan voldoende wijze
largamente
noun
- 3. heelal
- 1. beschikbare uitgestrektheid
espacio
- 2. vertrek, kamer
lugar
local
localidad
sitio
noun
exploración del espacio
exploración espacial
noun
1. vaartuig geschikt om zich buiten de aardse atmosfeer te begeven
nave espacial
astronave
noun
1. in een baan om de aarde door de mens achtergelaten voorwerpen
basura espacial
noun
observatorio espacial
telescopio espacial
noun
1. iemand die zich buiten de dampkring van de aarde begeeft
astronauta
noun
1. het zich in de ruimte buiten de dampkring van de aarde begeven
astronáutica
exploración espacial
noun
transbordador espacial
/
ˈrœʏ̯m.tə.ˌʋɑn.də.lɪŋ/, /
ˈrœːm.tə.ˌβ̞ɑn.də.lɪŋ/
noun
1. het uitvoeren van een activiteit buiten een ruimteschip
paseo espacial
/
rœʏn/
noun
1. gecastreerde hengst
caballo castrado
caballo capón
verb
murmurar
runrunear
susurrar
noun
1. bepaald soort zoetwatervis die zich graag tussen het riet ophoudt, Scardinius erythrophtalmus
gobio
noun
- 2. een vierhoek waarvan de zijden gelijk in lengte zijn
rombo
losange
- 1. een glazen plaat in een venster
vidrio
cristal
noun
1.
rey de diamantes
rey de oros
noun
1. installatie om de ruiten van een auto schoon te sproeien
lavaparabrisas
noun
motor del rociador del parabrisas
noun
1. een apparaatje dat de ruiten van een auto automatisch wist met een bewegende arm met wisserblad
limpiaparabrisas
noun
motor del limpiaparabrisas
noun
interruptor del limpiaparabrisas
noun
- 2. uitstekend stukje
caballete
- 1. berijder van een rijdier
jinete
caballero
verb
2. masturberen
hacerse la paja
noun
een sterkedrank die bereid wordt uit het sap van suikerriet
ron
adjective
alborotador
bullanguero
bullicioso
estrepitoso
estruendoso
ruidoso
/
rʏnd/, /
rʏnt/
noun
- 1. holhoornig herkauwend zoogdier
bovino
vacuno
- 2. een dom en onhandig iemand
imbécil
noun
1. plat stukje vlees van koe of stier
bistec de carne de vaca
bistec de ternera
noun
1. als vee gehouden runderen
ganado
ganado vacuno
vacuno
/
ˈrʏntfleːs/
noun
1. het vlees van een volwassen rund
carne de vaca
carne de res
noun
1. een inwoner van Rusland
Ruso
noun
1. autoritaire nationalistische ideologie in Rusland
ruscismo
pronoun
1. een soevereine staat met het Russisch als officiële taal die zich uitstrekt van het oosten van Europa tot het oosten van Azië
Rusia
/
ˈrʏsis/
adjective
1. betreffende Rusland of het Russisch
ruso
rusa
/
ˈrʏsis/
pronoun
1. een Slavische taal die gesproken wordt in Rusland
ruso
/
rɵst/
noun
1. voortdurende toestand van kalmte
tranquilidad
verb
1. werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen
reposar
descansar
adjective
1. kalm, weinig sensorische prikkels creërend
tranquilo
noun
- 1.
descanso
- 2.
punto de apoyo
noun
1. scheikundig element met symbool Ru en atoomnummer 44
rutenio
noun
1. scheikundig element met symbool Rf en atoomnummer 104
rutherfordio
adjective
- 2. grof, onbesuisd
rudo
bruto
grosero
- 1. oneffen, niet glad
rugoso
áspero
noun
1. toestand waarin men in ernstig conflict is met anderen
pelea
riña
/
ryˈinə/
noun
1. een zeer vervallen gebouw
ruina
/
ˌryiˈnerə(n)/
verb
- 2. iemand financieel te gronde richten
arruinar
- 1. helemaal kapotmaken
destruir
destrozar
/
ru.ˈwɑn.da/, /
ru.ˈʋɑn.da/, /
ˈrβ̞ɑn.da/
pronoun
1. een land in Oost Afrika, officieel de Rwandese Republiek, dat geheel door land omsloten wordt
Ruanda
noun
olla de barro
römertopf
noun
1. scheikundig element met symbool Rg en atoomnummer 111
röntgenio
/
saɪ̯/, /
saːɪ̯/
adjective
aburrido
soso
/
ˈsɑbɑt/
noun
sabbat
sábado
verb
1. likken en zuigen aan iets
chupetear
noun
marta cebellina
marta cibelina
noun
1. een vijandige ingreep op zaken om deze te laten mislukken of te vernielen
sabotaje
noun
1. caloriearme kunstmatige zoetstof die geen directe invloed heeft het bloedsuikergehalte
sacarina
noun
1. een disacharide, bestaande uit een glucose-eenheid en een fructose-eenheid
sacarosa
noun
1. een ruimte in een rooms-katholieke kerk, waarin men alles bewaart dat nodig kan zijn om een kerkdienst te houden.
sacristía
noun
1. iemand die bevrediging zoekt in het pijnigen van een ander
sádico
noun
1. een kostbare, transparante blauwe edelsteensoort die een variant is van korund (α-Al₂O₃)
zafiro
noun
alazor
azafranillo
azafrán bastardo
cártamo
flores de cártamo
noun
aceite de alazor
aceite de cardo
aceite de cártamo
noun
1. specerij bereid uit de saffraankrokus Crocus sativus
azafrán
adjective
amarillo azafrán
/
sent.ˌvɪn.sɛnt.ɛn.də.χre.na.ˈdi.nəs/
pronoun
1. land in het Caraïbisch gebied
San Vicente y las Granadinas
pronoun
San Pedro y Miquelón
noun
1. directe eigendomsovergang onder algemene titel op de erfgenamen
saisine hereditaria
noun
Japanse alcoholische drank
sake
noun
1. Falco cherrug
sacre
noun
1. bepaalde salade van Franse origine
ensalada nizarda
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Caudata
salamandra
noun
1. regelmatige, meestal maandelijkse beloning voor werk verricht in een werkverband
salario
sueldo
noun
aumento de salario
aumento de sueldo
/
sali'silzyr/
noun
1. een organisch carbonzuur dat oorspronkelijk gewonnen wordt uit wilgenbast
ácido salicílico
noun
gedroogde stukjes van de echte salie
salvia
/
ˌsaliˈvasi/, /
ˌsaliˈvaʦi/
noun
1. de productie van speeksel
salivación
noun
dólar de las Islas Salomón
/
ˈsa.lo.mɔns.ˌɛɪ̯.lɑn.də(n)/, /
ˈsa.lo.mɔns.ˌɛː.lɑn.də(n)/
pronoun
1. land in Melanesië
Islas Salomón
noun
1. een sterk zure chemische verbinding met de formule HNO₃ of een waterige oplossing daarvan
ácido nítrico
/
samariˈtan/
noun
samaritano
adjective
samaritana
samaritano
noun
1. scheikundig element met symbool Sm en atoomnummer 62
samario
pronoun
1.een rivier die in Picardië (Frankrijk) ontspringt en via Charleroi naar Namen loopt waar ze na 194 km in de Maas vloeit
Sambre
verb
1. zaken of personen van verschillende plaatsen op één plaats verzamelen
acabildar
congregar
juntar
noun
1. gezin met kinderen van één of beide partners uit een eerdere relatie met een ander
familia ensamblada
familia reconstituida
/
ˈsamə(n)ɣəˌstɛldə/
adjective
complejo
verb
1. bij elkaar verzamelen
juntarse
confluir
reunir
noun
1. een bevolking die een sociaal geheel vormt
sociedad
noun
1. wijze waarop verschillende personen bij een spel elkaar steunen of een geheel vormen
conjunto
verb
1. meerdere uitgekozen zaken tot een geheel maken
componer
compilar
noun
- 1. het samenstellen
composición
- 2. verbinding van twee of meer zelfstandige woorden
compuesto
verb
1. in elkaar trekken
contraer
astreñir
astringir
astriñir
/
ˈsaːməvɑtɪŋ/
noun
1. een beknopte beschrijving van een inhoud
resumen
verb
1. bij elkaar doen
agrupar
conglomerar
verb
1. met een of meer aan hetzelfde werken
colaborar
cooperar
noun
1. het samenwerken van meerdere personen
colaboración
cooperación
verb
1.met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
abarraganarse
convivir
/
ˈsamə(n)ˌzʋɪːrə(n)/
verb
1. geheimelijk met anderen samenwerken ten nadele van een derde partij
conspirar
aconchabarse
conchabarse
conjurar
pronoun
1. een verzameling talen die gesproken worden in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland door de Saami
sami
pronoun
1. een verzameling talen die gesproken worden in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland door de Saami
sami
lenguas sami
/
sa.ˈmo.wa/
pronoun
1. een land in Oceanië ten noorden van Nieuw-Zeeland en ten oosten van Australië...
Samoa
/
ˈsɑmuˌrɑɪ/
noun
1. een lid van de vroegere Japanse krijgsstand
samurái
samurai
noun
3. in een computer opgeslagen, digitaal opgenomen signaal
muestreo digital
/
'sɑŋksi/
noun
1. strafmaatregel
sanción
/
sɑnˈdal/
noun
1. schoeisel
sandalia
noun
1. een bepaald houtsoort (Santalum album of verwante soorten)
sándalo
/
ˈsɑntwɪtʃ/
noun
emparedado
sándwich
verb
1. met behulp van ingrijpende maatregelen een einde maken aan een ongezonde financiële toestand
sanear
noun
1. een Spaanse licht-alcoholische drank
sangría
adjective
1. met betrekking tot de gezondheid
sanitario
pronoun
- 1. Boliviaans departement gelegen in het oosten van het land
- 2. de hoofdstad van het Boliviaans departement met de gelijkaardige naam
Santa Cruz
noun
dobra de Santo Tomé y Príncipe
/
saʊ̯.to.ˌme.je̞n.prɪn.ˈtsi.pə/, /
ˌsa.o.to.me.ʔɛn.ˈprɪn.si.pə/, /
ˌsʌu.to.me.ɛn.ˈprɪn.si.pə/
pronoun
1. land en eilandengroep aan de westkust van Afrika in de Golf van Guinee
Santo Tomé y Príncipe
/
sa.ˌu.di.ɑ.ˈra.bi.jə/, /
zaʊ̯.di.ja.ˈra.bi.jə/
pronoun
1. en 2., land en staat in Azië
Arabia Saudí
Arabia Saudita
noun
1. plantenvocht
zumo
jugo
savia
noun
1. Manilkara zapota
zapote
adjective
1. vol met sap
jugoso
noun
1. plant die van organisch afval leeft
saprofito
noun
1. een stenen doodskist
sarcófago
noun
1. lage spiermassa en daardoor verminderde spierkracht als gevolg van ouder worden, immobiliteit en leefstijl, dieet of ziekte
sarcopenia
noun
1. klein zilverkleurig haringachtig visje, Sardina pilchardus
sardina
noun
1. straalvinnige visSardina pilchardus, uit de familie van haringen
sardina
noun
1. een Italiaans eiland in de Middellandse Zee
Cerdeña
pronoun
1. Romaanse taal die wordt gesproken door 1,3 miljoen mensen op Sardinië
sardo
/
sɑr'donis/
adjective
1. op een bittere manier grijnzen of lachen
sardónico
/
'sɑrən/
verb
1. iemand voortdurend lastig vallen
irritar
/
sɑsaˈres/
pronoun
1.
sassarés
/
ˈsatɑn/
pronoun
Satanás
Satán
/
saˈtɑn/
noun
satanás
satán
noun
1. aanbidding van Satan
satanismo
noun
1. grauwwitte, licht giftige paddenstoel (Boletus satanas)
boleto de Satanás
noun
sistema de navegación por satélite
noun
televisión por satélite
noun
1. een weefsel vervaardigd met een weeftechniek, waarbij de kruispunten van de ketting-...
satén
/
saˈtiris/
adjective
satírico
noun
salsa de cacahuetes
salsa satay
/
saˌudiaˈrabijə/
pronoun
1. en 2., land en staat in Azië
Arabia Saudí
Arabia Saudita
/
saˈul/
pronoun
2. jongensnaam
Saúl
/
sɑu̯s/
noun
1. een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan voor extra smaak
salsa
noun
1. (huishouden) lepel waarmee men saus opschept
cucharón salsero
cacillo
cuchara para la salsa
noun
1. een grasland met verspreid voorkomende bomengroei
sabana
noun
1. en 2. (bladeren van) Brassica oleracea convar. capitata var. sabauda)
col de Milán
col de Saboya
col rizada de otoño
/
sɑkso'fon/
noun
1. een metalen blaasinstrument met een enkel riet
saxofón
saxófono
noun
1. huidinfectie die veroorzaakt wordt door de parasiet Acarus scabiei
sarna
noun
2. een soort duikerspak
escafandra
traje de buceo
/
skɑn.ˈdeː.rə(n)/, /
skɑn.ˈdɪː.rə(n)/
verb
2. ritmisch declameren met één sterke nadruk per versvoet.
escandir
pronoun
1. Denemarken, Noorwegen en Zweden.
Escandinavia
noun
1. scheikundig element met symbool Sc en atoomnummer 21
escandio
/
sə.ˈna.ri.jo/
noun
1. een kort uitgewerkt schema voor de handeling van een dramatisch werk
guión
noun
1. sierlijk bewerkte staf, symbool voor het gezag van een regerende vorst
cetro
/
ˈskɛptɪs/
adjective
1. geneigd tot twijfel
escéptico
noun
1. een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
cepillo
guillame
noun
2. machine voor het schaven van hout
cepilladora
cepillo de banco
noun
- 2. het schaakspel als zodanig
ajedrez
- 1.
jaque
/
ˈsxagbɔrt/, /
ˈsχagbɔrt/
noun
1. een vierkant bord met 64 donkere en lichte vakjes waarop schaak gespeeld wordt
tablero de ajedrez
noun
1. een spel met verschillende stukken op een schaakbord
ajedrez
/
ˈsxakstʌk/
noun
1. een onderdeel van het schaken dat over het schaakbord bewogen wordt.
pieza de ajedrez
/
sxaːldir/
noun
1. een dier met een schaal als uitwendig skelet
crustáceo
marisco
noun
1. kleine parasieten die voorkomen in het schaamhaar, maar ook op wimpers...
ladilla
piojo del pubis
noun
1.het deel van het menselijk lichaam waar zich de liezen en geslachtsorganen bevinden
pubis
/
'sxa:m.tə/
noun
1. eerste betekenisomschrijving
vergüenza
noun
1. Ovis aries, een holhoornige herkauwer waarvan de gedomesticeerde soort wol levert
oveja
carnero
noun
- 3. grijporgaan van sommige schaaldieren en spinachtigen
pinza
tenaza
- 1. werktuig om te knippen
tijeras
tijera
adjective
1. weinig in aantal of hoeveelheid
escaso
raro
/
'sxarstə/
noun
1. eerste betekenisomschrijving
escasez
noun
1. een ijzer dat onder de schoenen wordt gebonden of aan de schoenen is vastgemaakt, om zich daarmee over het ijs te verplaatsen
patín
verb
1. zich voortbewegen op schaatsen
patinar
/
ˈsxɑxt/
noun
1. (holle) buis
caña
noun
1. geheel van beschadigingen
daño
/
ˈsxadələk/
adjective
1. schade toebrengend
dañoso
nocivo
perjudicial
pernicioso
contraindicado
noun
1. het genoegen scheppen in het leed van een ander
alegría por el mal ajeno
regodeo
/
ˈsxaː.dyu̯/
noun
1. een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
sombra
verb
1. iemand ongemerkt volgen
vigilar de cerca
noun
interruptor
conmutador
verb
1. een verbinding tot stand brengen
cambiar
verb
- 1. schaakspel spelen
jugar al ajedrez
- 2. ontvoeren
raptar
/
sxa'kerɪŋ/
noun
1. kleurnuance, verschillende tinten van één kleur
matiz
verb
1. blaasinstrument met een rechte conische boring en een los dubbel riet dat de toon vormt
chirimía
caramillo
/
ˈsxaː.mə(n)/, /
ˈsχa.mə(n)/
verb
1. schaamte voelen
avergonzarse
abatatarse
abochornarse
noun
1. een zaak die iemand in opspraak brengt en waarvan mensen schande spreken
escándalo
noun
1. iets wat bij het publiek minachting oproept, iets oneervols
vergüenza
deshonor
noun
1. een paal op een plein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd...
picota
cepo
noun
1. (militair) in het veld opgeworpen versterkingswerk
reducto
noun
1. korf met aarde of steenvulling
gavión
cestón
noun
1. een wintersport waarbij op skis van een helling (de schans) gesprongen wordt. Het doel daarbij is om zowel zo ver als zo mooi mogelijk te springen
saltos de esquí
noun
1. een plank om iets op te zetten
estante
anaquel
noun
1. verblijf voor schapen die als kleinvee worden gehouden
redil
aprisco
noun
1. het vlees van een schaap
carnero
noun
acedera menor
acederilla
romaza
ruibarbillo
verb
5. Seksuele handeling
tribadismo
/
sxɑrˈnir/
noun
1. draaiverbinding
bisagra
gozne
verb
- 1. losse verkering hebben met
cortejar
flirtear
galantear
- 4. in de grond wroeten
rascar
revolotear
noun
- 1. een kip die op een zo natuurlijk mogelijke wijze mag leven en vrij bewegen (scharrelen)
gallina de corral
- 2. scharrelkippenvlees
pollo de caserio
pollo de corral
noun
1. verzamelde rijkdom
tesoro
/
'sxatərə(n)/
verb
1. luidkeels lachen
carcajear
noun
1.uiting van vreugde
carcajada
risotada
/
'sxɑtə(n)/, /
'sχɑtə(n)/
verb
- 1. op prijs stellen
apreciar
- 2. benaderen van een waarde door berekening
estimar
adjective
1. leuk, aardig, enig
lindo
verb
- 1. gladmaken door middel van een schaaf.
cepillar
acepillar
- 2. verwonden door wegscheuring van de huid.
desollarse
rozarse
érafler
noun
1. een stellage voorzien van een galg of een valbijl waar veroordeelden terechtgesteld worden
cadalso
patíbulo
noun
1. houder waarin men een zwaard of mes kan steken
vaina
/
sxeːf/
adjective
1. niet recht, schuin
oblicuo
torcido
de soslayo
inclinado
sesgado
/
sxeːf/
noun
1. afvaldeeltje van de houtpijp
agramiza
cañamiza
noun
2. maat voor de graad van asymmetrie van een verdeling
asimetría estadística
/
sxeːl/
adjective
1. het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden
bisojo
bizco
noun
1. voorkant van het onderbeen van de mens tussen de knie en de enkel
espinilla
canilla
/
ˈsxenben/
noun
tibia
espinilla
noun
1. hard en droog baksel, geschikt voor lange (zee)reizen
galleta marinera
galleta del barco
tachuela
noun
1. de goederen die in het ruim van een vrachtschip vervoerd worden
carga
cargamento
noun
1. een ruimte voor het opslaan van goederen in een schip
bodega
bodega de barco
noun
1. een scheepsinstrument waarmee de brug aan de machinekamer het toerental en de draairichting van de schroef aanvraagt
telégrafo náutico
noun
1. (scheepvaart) een werkgebied
astillero
noun
1. het verkeer op het water
navegación
transporte marítimo
noun
máquina de afeitar
afeitadora
/
ˈsxɪːrkʋɑst/
noun
1. een dikke kwast waarmee men scheerzeep aanbrengen
brocha de afeitar
noun
cuerda de tienda
estay
tirante
noun
cicuta acuática
cicuta mayor
/
sxeːrmɛs/, /
sχɪːrmɛs/
noun
1. een bijzonder scherp mes waarmee men zich kan scheren
navaja de afeitar
navaja de barbero
/
ˈsxeːrzep/, /
ˈsχɪːrzep/
noun
1. zeep die gebruikt wordt om tijdens het scheren de huid te beschermen
jabón de afeitar
/
ˈsxɛi̯də(n)/
verb
1. in afzondering brengen
apartar
separar
noun
- 3. het verbreken van een huwelijk
divorcio
- 2. de lijn aan weerszijden waarvan haar naar de ene of de andere kant valt
raya
- 1. het uiteenhalen van iets in zijn onderdelen
separación
segregación
noun
cuchilla desconectadora
/
'sxɛɪtsrɛxtər/
noun
1. iemand die tijdens een spel de spelregels toepast
árbitro
noun
1. wetenschap die zich bezig houdt met de studie van de samenstelling en de bouw van de stoffen
química
adjective
1. dat wat tot de scheikunde behoort, volgens de scheikunde
químico
química
noun
1.
ampolla de decantación
embudo de decantación
embudo de separación
adjective
estridente
acerbo
afilado
agudo
/
ˈsχɛldə/
pronoun
1.een rivier die ontspringt in de gemeente Gouy in noordelijk Frankrijk
Escalda
/
sxɛldə(n)/
verb
1. krenkende of beledigende woorden uitspreken op heftige of ruwe toon
maldecir
blasfemar
/
'sxɛltwoːrt/
noun
1. een term die bedoeld is om iets of iemand te beledigen
palabrota
taco
palabro
noun
palabros
palabrotas
tacos
verb
1. een verschil maken
importar
/
sxɛlp/
noun
1. een uit kalk gewoonlijk uitwendig skelet, dat door een weekdier wordt aangemaakt
concha
noun
1. bepaald soort kabeljauwachtige consumptievis, Melanogrammus aeglefinus
eglefino
pescadilla
/
ˈsxemər/
noun
1. de periode van verminderend licht tussen dag en nacht
crepúsculo
/
ˈsxemərə(n)/
verb
1. donker of licht worden, tussen licht en donker zijn
amanecer
anochecer
atardecer
noun
2. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
crepúsculo
noun
drôle de guerre
guerra de broma
guerra de mentira
guerra de pega
guerra falsa
/
sxɛndə(n)/
verb
1. iets niet in acht nemen
violar
noun
1. het schenden van iets
violación
quebradura
/
'sxɛŋ.kə(n)/
verb
- 1. geven
donar
regalar
- 2. overgieten
echar
escanciar
verter
noun
obsequio
presente
regalo
noun
1. lepelvormig werktuig
pala
/
ˈsxɛpə(n)/
verb
1. doen ontstaan uit niets
crear
lograr
noun
1. iemand die iets maakt
creador
noun
1. iets nieuws dat uit het niets gemaakt is
creación
noun
1. creatuur; iets dat gemaakt is
criatura
/
sxeːrə(n)/, /
sχɪːrə(n)/
verb
- 1. baard afsnijden
afeitar
rasurar
- 2. zich de baard kort afsnijden
afeitarse
afeitar
noun
1. verticale draden van het weefgetouw
urdimbre
noun
2.1. een monitor van een technisch toestel
pantalla
noun
protector de pantalla
salvapantallas
/
sxɛr'mɵʦəlɪŋ/
noun
escaramuza
adjective
1. goed snijdend
agudo
afilado
noun
tirador apostado
tirador de primera
adjective
perspicaz
sagaz
ingenioso
listo
verb
1. als grap opmerken
bromear
bufonear
noun
bosquejo
esbozo
boceto
croquis
estudio
verb
- 1. met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
bosquejar
esbozar
abocetar
- 2. in overdrachtelijke zin: een korte maar rake beschrijving van iets geven
esbozar
noun
1. ziekte ten gevolge van ascorbinezuurdeficiëntie
escorbuto
/
sxʏːrə(n)/
verb
1. in twee of meer delen trekken
rasgar
romper
noun
- 2. een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof...
chorro
- 1.
retoño
brote
adjective
pronto
de prisa
desde luego
en el acto
en seguida
inmediato
noun
1. een landmassa die voor het grootste deel door water omgeven wordt, en slechts op (relatief) smalle verbinding heeft met het vasteland.
península
/
ˈsxi.tə(n)/, /
ˈsχi.tə(n)/
verb
1. een projectiel afvuren met een wapen
disparar
tirar
noun
1. een draad met loden balletje om de loodrechte stand van iets te onderzoeken
plomada
cuerda de plomada
noun
1. een confrontatie waarbij partijen elkaar beschieten
tiroteo
noun
1. (industrie) een draaibare klos in een schuitje die bij het weven door het vak van de ...
canilla
noun
1. bepaald soort loofboom, Salix alba
bardaguera blanca
sauce
sauce blanco
verb
separar
apartar
cortarse
destriar
dispersar
segregar
/
sxɛi̯f/
noun
1. plat en rond voorwerp
disco
noun
- 3. diskette
disquito
- 2. cognacgrog met een plakje van een citroen
rodajita
noun
1. een rem, waarbij op de as van het af te remmen toestel een schijf meedraait, die door middel van remblokken afgeremd kan worden.
freno de disco
/
sxɛi̯n/
adverb
- 1. bedriegelijk voorkomen
apariencia
aire
- 2. zweem
fulgor
sombra
/
ˈsxɛːnbar/, /
ˈsχɛɪnbar/
adjective
1. naar aanzien
aparente
noun
1. de periodiek wisselende aanblik van de maan (en de planeet Venus) ten gevolge van de veranderende belichting door de zon
fase
/
sxɛɪ̯nˈhɛɪ̯lɪx/, /
sxɛːnˈhɛːləx/, /
sχɛɪ̯nˈhɛɪ̯ləχ/
adjective
1. tegen beter weten in de schijn van goedheid of onschuld ophoudend
hipócrita
mojigato
farsante
/
'sxɛi̯n.ɦi.u̯ə.lək/
noun
1. huwelijk voor de schijn
matrimonio de conveniencia
/
sxɛɪtə(n)/, /
sxɛːtə(n)/, /
sχɛɪtə(n)/
verb
1. poepen
cagar
/
sxɪk/
noun
1. pret
diversión
divertimento
verb
1. goed uitkomen
convenir
acomodar
noun
- 2. beslechting door partijen van hun rechtsgeschil(len)
transacción
- 1. compromis, overeenkomst waarbij iedereen iets toegeeft
término medio
noun
1. buitenste bekleding van een vrucht
cáscara
/
sxɪlt/
noun
1. (militair) een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
escudo
caparazón
mantelete
pavés
protección
Égida
noun
- 1. een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
- 2. een handwerksman die huizen schildert
pintor
verb
- 1. een kunstwerk vervaardigen door met verf een beeld op een oppervlak te maken
- 2. een bouwwerk of voorwerp van een beschermend laag verf voorzien
pintar
noun
1. een vrouwelijke schilder
pintora
/
ˌsxɪldə'rɛː/, /
ˌsχɪɫdə'rɛɪ/
noun
1. een met verf op doek of andere achtergrond gemaakte afbeelding
pintura
cuadro
lienzo
noun
cuadro
descripción
pintura
/
sxɪldərkʌnst/
noun
1. een beeldende kunst die zich bezighoudt met het met penseel en verf op een plat vlak aanbrengen van lijnen en kleuren
pintura
noun
1. een van beide figuren -menselijk of anderszins- die het wapen flankeren
soporte
/
sxɪldkliːr/, /
sxɪɫtkliːr/, /
sχɪɫtkliːr/
noun
1. klier
tiroides
glándula tiroides
noun
1. kwaadaardige groei in de schildklier
cáncer de tiroides
cáncer tiroideo
noun
1. orde van reptielen waarvan het voornaamste kenmerk is dat het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild
tortuga
galápago
noun
1. een vliesdun loskomend stukje materiaal
desconchón
verb
1. de schil van een vrucht verwijderen
pelar
mondar
noun
1. heft met een snijblad, geschikt om de schil van een vrucht te verwijderen
cuchillo pequeño para mondar
noun
- 1. paardenras met een grotendeels witte vacht met fijne grijze of blauwige tekening
caballo tordo
- 2. zwamsoort of substantie die op dode of levende organismen groeit.
hongo
noun
2. rijk binnen de eukaryoten, Fungi
hongo
noun
- 2. grootste ruimte in de lengterichting van een kruiskerk
nave
- 1. groot zeewaardig vaartuig
nave
navío
barco
/
sxɪbrøk/
noun
1. een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt
naufragio
zozobra
noun
1. het slachtoffer van een schipbreuk
náufrago
noun
1. iemand die de verantwoordelijkheid heeft voor de besturing van een schip
barquero
capitán
noun
1. uit elkaar vallen van een kerkgenootschap in twee delen door sterk verschillende opvattingen
cisma
/
'sxɪtərənt/
adjective
2. prachtig, bijzonder mooi
magnífico
noun
centelleo
fulgor
lumbre
resplandor
noun
1. een chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
esquizofrenia
noun
trastorno esquizotípico de la personalidad
noun
trastorno esquizoide de la personalidad
noun
1. bepaald Duits hondenras
schnauzer
verb
1. van schoeisel voorzien
calzar
noun
1. alles wat men om de voeten heen kan dragen, zoals schoenen en laarzen
calzado
/
sxun/
noun
1. voetbekleedsel
zapato
calzado
noun
1. een 18e eeuws langsgetuigd zeilschip met oorspronkelijk 2, maar later ook meer masten
goleta
noun
1. iemand die als vak schoenen repareert
zapatero
noun
1. smeersel om schoenen blinkend te wrijven
betún
betún para calzado
lustre
noun
1. veter om een schoen of laars dicht te rijgen
cordón
cordón del zapato
noun
1. een mineraal met de chemische formule (UO₂)₈O₂(OH)12·12H₂O
schoepita
/
ˈsxɔfəl/, /
ˈsχɔfəɫ/
noun
1. een horizontaal liggend scherp geslepen mes van staal dat bevestigd is aan een houten steel
escardillo
sacho
noun
- 1. schouder van paard of rund
cruz
- 1.
canalla
noun
- 1. een plotsklapse en hevige beweging
choque
impacto
- 2. een gebeurtenis die iemand hevig van de wijs brengt
conmoción
noun
1. mechanisme om schokken te dempen
amortiguador
noun
1. bepaald soort platvis, Pleuronectus platessa
solla
platija
noun
1. zwart-witte waadvogel met luide roep, Haematopus ostralegus
ostrero
verb
1. aan een opleiding onderwerpen
enseñar
formar
instruir
noun
1. een school die verschillende schooltypen omvat
centro de segunda enseñanza
noun
1. iemand die basisonderwijs of voortgezet onderwijs volgt
alumno
discípulo
noun
1. een hangend speeltuig bestaande uit touw en een zitje, vooral gebruikt in kinderspeeltuinen
columpio
verb
1. op een schommel heen en weer bewegen
balancear
/
ˈsxɔməlstul/
noun
1. een stoel, gewoonlijk op gebogen staanders, waarop men heen en weer kan schommelen
balancín
mecedora
silla mecedora
/
sxoːl/, /
sxoːɫ/, /
sχoːɫ/
noun
1. een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen
escuela
colegio
noun
1. een agenda, speciaal voor scholieren
agenda escolar
noun
pizarra
tablero
pizarrón
noun
costo de la enseñanza
/
sxols/, /
sχo̝ɫs/
adjective
1. zoals op school
escolar
/
ˈsxoːl.tɑs/
noun
mochila escolar
noun
- 1.De levensfase dat men naar school gaat
días de escuela
- 2. De tijden van de dag dat men naar school gaat
horario escolar
/
sxoːn/
adjective
- 1. mooi
bello
hermoso
bonito
- 2. proper
limpio
pulcro
/
ˈsxombruːr/
noun
1. de echtgenoot van iemands broer of zus, of de broer van iemands echtgenoot of echtgenote.
cuñado
noun
1. de vrouw van een zoon of dochter
nuera
/
ˈsxoːn·hɛɪt/
noun
1. de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
belleza
hermosura
adjective
armonioso
eufónico
sonoro
verb
1. reinigen
limpiar
escarbar
purificar
/
ˈsxonmudər/
noun
1. de moeder van de huwelijkspartner
suegra
noun
1. de vader van de huwelijkspartner
suegro
noun
1. de man van een dochter of zoon
yerno
/
ˈsxonzʉs/
noun
1. de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote.
cuñada
noun
1. de echtgenote van broer of zus, of de zus van de echtgenoot of echtgenote
cuñada
noun
1. rookkanaal boven een stookplaats
chimenea
noun
1. een persoon wiens werk het verwijderen van roet uit schoorstenen is
deshollinador
limpiachimeneas
/
sxot/, /
sχot/
noun
1. de bovenkant van de dijen van iemand die zit
regazo
seno
/
ˈsxotkɔmˌpjutər/
noun
1. een invouwbare, draagbare computer
ordenador portátil
noun
- 1. graafwerktuig
laya
pala
- 1. trappende aanraking met de voet
patada
puntapié
/
'sxɔ.pə(n)/
noun
1. kaartkleur
pica
picas
/
'sxɔ.pə(n)/
verb
1. een trap geven
dar patadas
pronoun
2. teken van de dierenriem van 23 oktober tot 22 november
Escorpio
noun
1. spinachtige met scharen en gifstekel
escorpión
alacrán
/
sxɔrs/
noun
1. buitenste laag van (boom)stam
corteza
noun
escorzonera
salsifí
salsifí de España
salsifí negro
noun
1. een lap stof die voorgebonden wordt gewoonlijk rond de middel om de kleding te beschermen ...
delantal
noun
1. een persoon afkomstig uit Schotland
escocés
escocesa
/
ˈsxɔtlɑnt/, /
ˈsçɔtlɑnt/
pronoun
1. deel van het Verenigd Koninkrijk
Escocia
/
ˌsxɔts.ɣa.ˈe.lis/, /
ˌsxɔts.ɣa.ˈe.lɪs/, /
ˌsχɔts.χa.ˈe.lis/
pronoun
1. Keltische taal die door ongeveer 60.000 personen wordt gesproken op de Schotse eilanden ...
gaélico escocés
noun
1. een wond veroorzaakt door een kogel
balazo
noun
1. deel van romp tussen arm en hals
hombro
noun
1. het vlakke driehoekige bot dat de achterzijde van de schouder vormt
escápula
omóplato
omoplato
noun
1. vlagofficier bij de Koninklijke Marine, de derde in rang na luitenant-admiraal en viceadmiraal
contralmirante
noun
- 2-3 schoorsteen
chimenea
- 5. pont
transbordador
- 1. inspectie
visitación
noun
1. een spel dat een publiek van toeschouwers beoogt te boeien
espectáculo
noun
mesa de caballete
mesa de caballetes
verb
raspar
raer
legrar
rascar
noun
- 1. gierigaard
avaro
- 2. iets waarmee men kan schrapen
rascador
raspador
/
sxreu̯/, /
sχrɪːu̯/
noun
1. een luide (uit)roep
grito
alarido
noun
1. bepaald soort roofvogel, Aquila pomarina
águila pomerana
/
ˈsxreːʋə(n)/
verb
1. luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid
gritar
vocear
/
srɪft/, /
sxrɪf/, /
sxrɪft/
noun
- 1. een dun boekje met lege bladzijden om in te schrijven
cuaderno
escritura
- 3. de letter- en cijfertekens van een taal
- 4. de lettersoort gebruikt in boeken, teksten en inscripties
escritura
noun
1. een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden
máquina de escribir
/
ˈsrɛɪ̯fstər/, /
ˈsxrɛɪ̯fstər/, /
ˈsxrɛːfstər/
noun
1. een persoon van het vrouwelijk geslacht die op professionele manier boeken of verhalen schrijft
escritora
autora
/
sxrɛɪ̯ftafəl/, /
sxrɛːftafəl/, /
ˈsrɛɪ̯ftafəɫ/
noun
1. een meubelstuk ontworpen om aan te schrijven
escritorio
/
'srɛɪ̯fʋɛɪ̯zə/, /
'sxrɛɪ̯fwɛɪ̯zə/, /
'sxrɛːfβ̞ɛːzə/
noun
1. spelling
ortografía
verb
1. branderig aanvoelen
escocer
/
ˈsxrɛ(i)və(n)/
noun
1. een stuk in tekens vastgelegde tekst
escrito
/
ˈsxrɛ(i)və(n)/
verb
1. tekst in tekens vastleggen
escribir
/
ˈs(x)rɛɪvər/
noun
2. een persoon die beroepsmatig schrijft
escritor
autor
noun
1. het ervaren van een gevoel van angst, bijvoorbeeld als gevolg van een plotselinge verandering of gevaarlijke situatie
susto
terror
noun
día bisiesto
día intercalar
29 de febrero
noun
1. een jaar met 366 dagen
año bisiesto
año intercalar
noun
1. een extra seconde die aan de tijdrekening wordt toegevoegd om in rekening te brengen dat de draaiing van de aarde enigszins aan wisselingen onderhevig is
segundo intercalar
segundo adicional
verb
1. een schokkende verrassing ondergaan
asustarse
noun
- 2. werktuig met twee of meer gebogen bladen die door draaiing een schip of vliegtuig voortbewegen
hélice
- 1. voorwerp dat wordt gebruikt om andere voorwerpen vast te zetten
tornillo
hélice
noun
1. schroefdraad
filete de tornillo
rosca de tornillo
noun
1. een meetinstrument waarmee zeer nauwkeurig dikten, afstanden en diepten kunnen worden gemeten
micrómetro
verb
1. de oppervlakte een beetje verbranden
chamuscar
noun
1. een werktuig om schroeven vast of los te draaien
destornillador
atornillador
noun
duda
escrúpulo
vacilación
adjective
tímido
con timidez
encogido
noun
1. metaalafval
chatarra
metralla
/
sxʏp/
noun
1. een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten...
escama
noun
1. Annona squamosa, een vruchtboom die op de Antillen voorkomt
anona
anón
chirimoyo
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de familie Manidae
pangolín
noun
1. bepaald soort plant, Asplenium ceterach
doradilla
adjective
tímido
tímidamente
verb
1. snel heen en weer bewegen om iets te mengen
agitar
sacudir
noun
1. manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp
cerrojo
noun
calibre a vernier
calibre de nonio
verb
1. zich verbergen
guarecerse
noun
abrigo
refugio
escondite
escondrijo
noun
abrigo
escondite
escondrijo
refugio
/
sxʌʏm/
noun
- 2. van laag allooi
escoria
- 1. iets dat veel luchtbellen bevat
espuma
noun
1. een soort wijn die koolzuurbelletjes bevat
vino espumoso
adjective
1. niet-loodrecht
oblicuo
inclinado
soslayo
adverb
1. schuins (bijw. gebruik)
al soslayo
de soslayo
/
sxœyt/
noun
1. een eenvoudig open vaartuig
bote
barco sin cubierta
verb
1. over de grond verplaatsen
deslizarse
hacer deslizar
noun
- 2. een verantwoordelijkheid die iemand wordt toegeschreven voor een laakbare gebeurtenis of toestand
culpa
- 1. een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe niet betaald wordt
deuda
noun
1. schriftelijk bewijs van financiële schuld
reconocimiento de deuda
noun
1. iemand aan wie iemand iets (meestal geld) verschuldigd is
acreedor
noun
1. iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
deudor
noun
crisis de la deuda soberana
/
'sxɵldəx/
adverb
culpable
/
'sxʏ.nəx/
adjective
- 3. laag, onfatsoenlijk (van gedrag, handelingen en bewoordingen)
guarro
verde
- 1. haveloos, armoedig
harapiento
- 2. laag, onbetamelijk (van karakter)
vil
villano
/
sxyrə(n)/
verb
1. een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
lijar
estregar
acepillar
/
sxɵrft/
noun
1. een huidaandoening veroorzaakt door de schurftmijt
sarna
noun
arador de la sarna
sarcopte
noun
1. bepaald soort vis, Arnoglossus laterna
peluda
serrandell
/
sxɵrk/
noun
1. persoon die kwaad in de zin heeft en/of bedrijft
canalla
bribón
bellaco
pillo
ruin
noun
1. zone rond een besmettingshaard waar maatregelen worden toegepast om verspreiding van een ziekte te voorkomen
cordón sanitario
/
sxyːr/, /
sχyːr/
noun
1. een opslagplaats voor veldvruchten en gereedschappen
granero
hórreo
noun
1. elektrisch gereedschap om mee te schuren
lijadora
noun
película de ciencia ficción
noun
1. ziekelijke verharding
esclerosis
/
ˈskrɪp.si/
noun
1. een werkstuk over een (literatuur-) onderzoek dat gemaakt wordt om een opleiding te kunnen voltooien
tesis doctoral
ensayo
adjective
1. zorgvuldig, zeer gewetensvol
escrupuloso
meticuloso
noun
1. scheikundig element met symbool Sg en atoomnummer 106
seaborgio
noun
- 1. SI-grondeenheid van tijd
- 5. een interval met een toonafstand
segundo
noun
1. zeer sterke lijm die vrijwel onmiddellijk hecht
cianoacrilato
noun
1. schrijfmeubel met laatjes
secreter
taquilla
/
səkrəta'rɛsə/
noun
vrouw
secretaria
/
sɪkrətariˈjat/
noun
secretaría
/
səkre'tarəs/
noun
1. functie in organisatie
secretario
noun
1. afscheiding
secreción
noun
- 2. een onderzoek waarbij een lichaam...
autopsia
- 1. een afgezonderd deel van iets
sección
/
'sɛktɔr/
noun
- 1. een deel van een cirkel in de vorm van een taartpunt
- 3. de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden
sector
adjective
1. niet aan de religie gebonden
secular
/
səkʏnˈdɛːr/
adjective
secundario
noun
1. type personenauto
berlina
sedán
noun
1. het verlagen van de staat van het bewustzijn van een patiënt met het doel een medische procedure of ingreep aangenamer te maken
sedación
noun
1. kalmerend middel
sedante
noun
1. een laag materiaal dat door bezinking uit een waterige suspensie ontstaan is
sedimento
/
sə'fɑrd/
noun
1. jood uit Portugal, Spanje, Noord-Afrika of het Midden-Oosten
sefardí
/
sə'fɑrdə(n)/
noun
1. meervoud van Sefard
sefardíes
sefardís
/
sɛɪn/
noun
- 1. een betekenisvolle beweging
señal
- 3. een verkeerslicht of verkeersbord voor treinen
señales de ferrocarril
pronoun
1. een rivier in Frankrijk
Sena
/
ˈsɛinpal/
noun
2. sein bij spoorweg
semáforo
noun
1. grafische voorstelling van een door een seismograaf waargenomen aardbeving
sismograma
noun
1. de wetenschap van de aardbevingen
sismología
/
sɛɪ̯.ˈzun/, /
sɛː.ˈzun/
noun
- 1. elk van de vier periodes waarin het jaar verdeeld wordt
estación
estación del año
- 2. een jaarlijks terugkerende periode
temporada
/
sɛks/
noun
2. geslachtsgemeenschap
sexo
/
sɛksy'el/
adjective
1. op de geslachtsdrift betrekking hebbend
sexual
noun
1. infectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
enfermedad de transmisión sexual
noun
1. ziekten die vooral worden overgedragen door seksueel contact.
enfermedades de transmisión sexual
/
ˌsɛksʏwolo'ɣi/
noun
sexología
/
ˌsɛksʏwo'loɣ/
noun
sexólogo
noun
adicción al sexo
hipersexualidad
/
ˈsɛks.wɛr.kər/
noun
trabajador sexual
trabajadora sexual
/
ˈsɛktə/
noun
1. religieuze groepering die opziet naar een bepaald mens als leider
secta
noun
1. tuinkruid, vergelijkbaar met peterselie, maar dan met een veel sterkere smaak
apio
noun
1. bepaald soort plant, Apium graveolens
apio
verb
seleccionar
elegir
escoger
adjective
1. uitkiezend
selectivo
noun
casilla de verificación
check box
noun
1. Scheikundig element met symbool Se en atoomnummer 34
selenio
noun
1. een medicijn tegen de ziekte van Parkinson
selegilina
noun
1. een verbinding van seleen waarin dit element de oxidatietoestand -2 bezit
seleniuro
noun
1. taalkunde
semántica
/
se'mɑntis/
adjective
1. de semantiek betreffend
semántico
noun
espermatograma
espermiograma
espermograma
seminograma
noun
seminario
seminario conciliar
/
ˈse.ne.ˌɣɑl/, /
ˈse.ne.ˌχɑɫ/
pronoun
1. land in West-Afrika
Senegal
/
seˈnil/
adjective
1. aan de ouderdom eigen, door de ouderdom afgetakeld
senil
noun
1. geestelijke en lichamelijke ouderdomsverschijnselen
senilidad
noun
agnación
parentesco agnaticio
noun
1. sterke beroering door een verrassend voorval of bericht
sensación
noun
1.
periodismo del corazón
prensa rosa
revista del corazón
adjective
1. sensorisch, gewaarwordend, zintuiglijk
sensorial
adjective
1.in vaak overdreven mate op gevoelens spelend
sentimental
noun
trastorno de ansiedad por separación
noun
1. een gehydrateerd magnesium-silicaat met de chemische formule Mg₄Si₆O15·6(H₂O), een fylosilicaat dat behoort tot de mica's.
sepiolita
noun
1. negende maand van het jaar
septiembre
setiembre
noun
1. bloedvergiftiging
septicemia
adjective
1. infectiewekkend, bederfwekkend
séptico
pronoun
Biblia Septuaginta
/
ˌse.kwɛn.si.ˈjeːl/
adjective
secuencial
/
seˈkoja/, /
seˈkɔja/
noun
1.1 benaming voor bomen uit het geslacht Sequoia
sequoia
noun
1. het helder en kalm zijn
serenidad
noun
1. een rang onder de onderofficieren
sargento
noun
1. een aantal elementen op volgorde
serie
serial
noun
asesinato en serie
asesino múltiple
asesino serial
noun
asesino en serie
asesino serial
asesino múltiple
adverb
1. ernstig
serio
seriamente
formal
/
sə.'rɪŋ/
noun
1. boomsoort met welriekende bloesem, meest paars of wit in de vorm van een kaars
lila
noun
1. een neurotransmitter met een overwegend inhiberende werking
serotonina
noun
1. een vergiftiging met serotonine
síndrome serotoninérgico
noun
1. een slang
serpiente
serpentón
noun
1. de vloeibare stof die overblijft als bloed is gestold
suero
noun
seroterapia
sueroterapia
noun
1. een computer die of computerprogramma dat diensten verleent aan andere programma's
servidor
verb
1. iets op tafel opdienen
servir
/
sɛrˈvɛt/
noun
1. een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
servilleta
/
ˈsʏːrvɪs/
noun
1. bediening, diensten ten behoeve van de klanten.
asistencia
servicio
/
sɛr'vis/
noun
servicio
servicio de mesa
vajilla
/
ˈsɛrvis/, /
ˈsɛrvɪs/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Servië
servio
serbio
/
sɛrvoːkroːˈaːtis/
pronoun
serbocroata
noun
- 1. verzameling
conjunto
grupo
- 2. ronde
serie
noun
ambientación
escenario
pronoun
1.de langste Britse rivier
Severn
/
se.ˈʃɛ.lə(n)/, /
sɛɪ̯.ˈʃɛ.lə(n)/
pronoun
1. een land in de Indische Oceaan, officieel de Republiek der Seychellen
Seychelles
noun
3. bolvormig vlak rond een centraal punt
esfera
globo
/
ˈʃɑm.po/
noun
1. product, meestal in vloeibare vorm, dat bedoeld is om het haar te wassen.
champú
/
ʃɑˈria/
noun
1. de islamitische wetgeving
sharia
sharía
noun
1. een Spaanse versterkte wijn
jerez
noun
1. hemdachtig kledingstuk
camisa
camiseta
/
ʃɔk/
noun
1. een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systeem
choque
choque circulatorio
noun
1. een schaatsdiscipline waarbij op een baan van 111,12 meter op diverse afstanden geschaatst wordt door meerdere rijders tegelijk
patinaje de velocidad sobre pista corta
/
ʃoʊ/
noun
espectáculo
exhibición
/
ˈʃo.pro.sɛs/
noun
farsa judicial
noun
1. object bestaande uit een kurk en veren
volante
noun
zevende muzieknoot in de toonladder
si
abbreviation
1. Internationaal Stelsel van Eenheden
Sistema Internacional de Unidades
noun
1. bepaald soort grote, palingachtige vis die zware stroomstoten kan afgeven, Electrophorus electricus
gimnoto
anguila eléctrica
noun
1. naam voor soorten platvis die hun prooi kunnen verdoven met een elektrische stroomstoot
torpedo
tembladera
tremielga
/
siˈderijʏm/
noun
Sidérico
verb
adornar
engalanar
ornamentar
/
'sirlək/
adverb
1. met gratie
gracioso
elegante
/
ˌsʲɛ.rɑ.le.ˈjo.ne/, /
ˌʃæː.ra.le.ˈjo.nə/, /
ˌʃɛ.ra.le.ˈjo.nə/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Sierra Leone
Sierra Leona
noun
leone de Sierra Leona
/
sɪɣɑˈrɛt/, /
sɪʝɑˈrɛt/
noun
in papier gerolde tabak
cigarrillo
pitillo
noun
colilla de cigarrillo
/
sɪɲˈaːl/
noun
1,2,3,4,5,6. vorm van informatie
señal
adjective
amarillo señales
verb
1. constateren en waarschuwen
señalar
noun
teoría de las signaturas
/
sɪχnifiˈkɑnt/
adjective
1. belangrijk
significativo
significante
noun
acepción
sentido
significación
significado
significatividad
noun
1. benaming voor een hoefdier Cervus nippon
ciervo sica
/
ˈsɪkəl/
noun
1. maaiwerktuig met halvemaanvormig lemmet
hoz
segadera
noun
1. afbeelding van een ondoorzichtig object dat sterk contrasteert met de achtergrond en zo een duidelijke vorm heeft, maar verder egaal van kleur is
silueta
noun
1. Scheikundig element met symbool Si en atoomnummer 14
silicio
noun
E551
dióxido de silicio
óxido de silicio
pronoun
2. spelwoord voor de letter s
Santiago
/
sɪmpəł/
adjective
1. zonder veel complicaties
simple
sencillo
verb
simular
aparentar
ficción
fingir
simulación
adjective
1. gelijktijdig
simultáneo
noun
1. Vrucht van de sinaasappelboom
naranja
noun
1. jam waarin de schillen van sinaasappel met het vruchtvlees worden meeverwerkt
mermelada de naranja
noun
1. vruchtvlees van een sinaasappel, nadat het sap verwijderd is
pulpa de naranja
noun
1. een vruchtensap die uit sinaasappels bereid is
jugo de naranja
zumo de naranja
preposition
1. sedert, vanaf het moment dat
desde
noun
1. makkelijk baantje, taak
sinecura
/
sɪŋ.(g)ɣa.poːr/, /
sɪŋ.gɑ.poːr/, /
sɪŋ.gɑ.po̝ːr/
pronoun
1. een stadstaat in Zuidoost-Azië
Singapur
noun
1. een van beide vormen van dizuurstof die zich in een aangeslagen toestand met alleen gepaarde elektronen bevindt
oxígeno singlete
oxígeno singulete
noun
de linguïstieke en culturele assimilatie van termen en concepten naar die van de taal en cultuur van China
sinificación
sinización
/
ˈsɪŋk.sə(n)/
noun
1. christelijk feest waarbij herdacht wordt dat de Heilige Geest over de apostelen neergedaald is
Pentecostés
/
ˌsɪntøˈsta(t)sijʏs/
pronoun
San Eustaquio
/
sɪnt.'maːr.tən/
pronoun
1. eiland in het noordoostelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
San Martín
noun
1. bepaald Zwitsers ras van grote dogachtige honden
san bernardo
noun
1. Pecten jakobeus
venera
noun
corazoncillo
hierba de San Juan
hierba de las heridas
hierba militar
hipericón
hipérico
noun
1. bepaalde soort dagactieve nachtvlinder, Zygaena filipendulae
ziygena de las seis puntos
noun
- 2. feestdag
fiesta de San Martín
- 3. Frans
San Martín francés
- 1. Caribisch eiland,
San Martín
isla de San Martín
pronoun
1. een stad in Rusland, het voormalige Leningrad
San Petersburgo
noun
baile de San Vito
corea
mal de San Vito
noun
1. feest
fiesta de San Nicolás
noun
víspera de San Nicolás
noun
feest met cadeaus dat in Nederland, België en andere landen jaarlijks wordt gevierd
fiesta de San Nicolás
noun
een lied dat gezongen wordt voor Sinterklaas tijdens het sinterklaasfeest
sintlid
sintlide
sintlied
noun
1. een ontsteking van een bijholte van de neusholte
sinusitis
noun
nudo sinusal
nódulo sinoatrial
nódulo sinoauricular
noun
1. een toestel om een akoestisch alarmsignaal weer te geven
sirena
noun
betel
buyo
nuez de areca
/
siro:p/
noun
almíbar
jarabe
sirope
jarabe de azúcar
/
ˈsɪsklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
sonido silbante
/
sity'waː(t)si/
noun
1. hoe de zaken er voorliggen
situación
verb
1. op minder fatsoenlijke manier handel drijven
cambalachear
noun
1. een kleine uiensoort
chalote
/
ˈʃu.mə.lə(n)/
verb
engañar
hacer trampa
verb
1. iets met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
abarbetar
trincar
verb
1. lopen met een zware lading
cargar
noun
1. iemand die beroepsmatig zware lasten verplaatst
mozo
noun
1. samenstel van onderdelen dat het lichaam stevigheid geeft
esqueleto
noun
1. een kabelbaan voor skiërs
telesquí
verb
1. zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
esquiar
/
skiər/
noun
1. een mannelijk iemand die aan skiën doet
esquiador
noun
3. bont van bovengenoemd dier
piel de mofeta
noun
- 4. salade
ensalada
lechuga
- 2 en 3. (bladeren van) Lactuca sativa
- 1. plant van de soort Lactuca
lechuga
/
slaːf/
noun
1. een persoon die het bezit is van een ander
esclavo
verb
1. een klap uitdelen; met de arm of een vastgehouden voorwerp een snelle, rakende beweging maken
batir
golpear
pegar
/
slap/
noun
- 3. zijvlak van het hoofd
sien
- 1. periode van inactiviteit
sueño
noun
síndrome de apnea-hipopnea durante el sueño
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso temporal
noun
ababa
adormidera
adormidera soporífera
amapola
amapola real
dormidera
noun
1. een kamer die hoofdzakelijk gebruikt wordt om in te slapen
dormitorio
alcoba
noun
1. melodie met eenvoudige tekst die gezongen wordt om een kind in slaap te krijgen
nana
arrullo
noun
1. een geneesmiddel dat slaap veroorzaakt
somnífero
soporífero
hipnótico
noun
1. meestal in een punt uitlopend hoofdbedekking van textiel, gedragen tijdens de nachtrust
gorro de dormir
/
ˈslapstornɪs/
noun
desorden del sueño
trastorno del sueño
noun
1. iemand die loopt in een toestand van verminderd bewustzijn
sonámbulo
somnámbulo
noun
saco de dormir
bolsa de dormir
/
slɑp/
noun
1. doekje om op te morsen
babero
noun
escurridora de ensalada
/
slɑxtə(n)/
verb
1. een dier doden voor het vlees of als offer
matar
faenar
/
ˈslɑx.hœːs/, /
ˈslɑxt.ɦœːs/, /
ˈslɑχ.tœʏ̯s/
noun
1. een bedrijf waar dieren geslacht worden
matadero
noun
2.
masacre
carnicería
matanza
noun
2. iets of iemand die kwalijke gevolgen ondervindt van een gebeurtenis
víctima
noun
1. een ader die van het hart af stroomt
arteria
/
ˈslɑxbom/, /
ˈslɑçbom/
noun
balk die dwars over een weg kan worden neergelaten als afsluiting
barrera
/
ˈslaːɣə(n)/, /
ˈslaːχə(n)/
verb
1. iets bereiken
conseguir
noun
1. een verkoper van vlees
carnicero
noun
1. bedrijf van een slager
carnicería
noun
fulminante
llave de percusión
pistón
noun
nata montada
nata batida
/
ˈslaxfɛlt/
noun
1. een gebied waarop een militair treffen tussen twee legers plaatsvindt of plaatsgevonden heeft
campo de batalla
noun
- 1. een buikpotig weekdier (wijngaardslak)
babosa
limaza
- 1. een buikpotig weekdier (huisjesslak)
caracol
- 2. een onoplosbaar afvalproduct bij het smelten van metaal
escoria
noun
1. Rostrhamus sociabilis, een roofvogel van de moerassen van de warmere streken van de beide...
caracolero
noun
1. kom waarin sla wordt klaargemaakt en opgediend
ensaladera
noun
- 2. een buigzame buis
manguera
manguito
- 1. benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
serpiente
culebra
noun
encantador de serpientes
noun
1. bepaald soort een-, twee- of meerjarige plant, Echium vulgare
Tarragona
estragón
lengua de buey
lengua de vaca
tarragón
viborera
adjective
achatado
decaído
débil
enclenque
flojo
fláccido
verb
1. in een toestand van lichamelijke rust verkeren
dormir
apolillar
/
ˈsla.pə.rəx/, /
ˈsla.pə.rəχ/, /
ˈsla.pə.rɪx/
adjective
1. behoefte tot slaap vertonend
somnoliento
soñoliento
adormilado
noun
trata de esclavos
tráfico de esclavos
comercio de esclavos
noun
comerciante de esclavos
/
ˈslaː.və(n)ˌsxɪp/
noun
barco negrero
barco de esclavos
noun
1. rolletje gehakt (gemalen en gekruid) met een lapje spek erom)
paupiette
popieta
/
slɛçt/
adjective
1. niet goed
malo
mal
/
slɛçt/
adverb
1. niet goed
mal
noun
1. de hoedanigheid van het slecht zijn
maldad
adverb
1. alleen maar, vervoeging van slecht
solamente
noun
1. Falco peregrinus, een roofvogel en de snelst vliegende vogel ter wereld
halcón peregrino
noun
1. een voertuig dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
trineo
noun
1. een krachtige boot die andere vaartuigen versleept
remolcador
/
ˈsle.prœʏ̯m/, /
ˈsle.prœːm/
noun
1. de vrucht van de sleedoorn (Prunus spinosa)
endrina
verb
1. trekkend over de grond of het wateroppervlak verplaatsen
arrastrar
remolcar
atoar
halar
/
sløːtəl/, /
sløːtəɫ/, /
ˈslø.tɔɫ/
noun
- 2. moer- of Engelse sleutel
llave fija
- 1. werktuig om te (ont)sluiten
- 4. een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend of toegang kan worden verkregen
llave
clave
noun
1. het bot dat het borstbeen met de schouder verbindt
clavícula
/
ˈsløtəɫˌbɔs/
noun
1. aantal sleutels dat aan eenzelfde ring of band hangt
manojo de llaves
/
ˈsløtəɫχɑt/, /
ˈsløːtəlɣɑt/
noun
1. een gat in een slot waardoor een sleutel moet worden gestoken om hem te openen
bocallave
/
ˈsløtəɫˌɦɑŋər/
noun
1. ring om sleutels aan te hangen, vaak voorzien van een logo of label.
llavero
/
slɛːk/, /
slɛːɪk/
noun
1. mengsel van aarde, vuil en water
barro
lodo
fango
limo
cieno
/
slɛɪm/
noun
1. kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
moco
mucosidad
noun
1. een met vocht gevuld 'kussentje' tussen een pees en de onderliggende botstructuur bij een gewricht, dicht bij de aanhechting van de pees op het bot
bursa
noun
1. slijm afscheidend membraan
mucosa
membrana mucosa
verb
1. door wrijving met een hard fijnverdeeld poeder het oppervlak van een vast voorwerp spiegelglad maken
afilar
abrillantar
noun
afiladora
amoladora
amoladora de banco
verb
1. de slokdarm in
tragar
deglutir
adjective
1. intelligent, snel van begrip
listo
noun
guirnalda
badajo
péndulo
noun
fundíbulo
lanzapiedras
trabuquete
/
slɪpə(n)/
verb
1. door gladheid over de weg schuiven
derrapar
patinar
noun
1. licht schoeisel zonder of met open hiel
chancleta
chinela
zapatilla
verb
1. foutieve uitspraak van de letter s
cecear
noun
1. een brandewijn gedestilleerd uit gefermenteerde pruimen
slivovice
slivovitz
noun
1. een brandewijn gedestilleerd uit gefermenteerde pruimen
slivovitz
slivovice
noun
1. iemand die op grove wijze onordelijk is
negligente
noun
1. een klein scheepstype dat op het dek van een groter schip wordt meegevoerd
chalupa
bote
/
slɔf/
noun
1n een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
zapatilla
chancleta
/
sloːt/
noun
1. smal watergang om of tussen weilanden
zanja
verb
1. een structuur ontmantelen, afbreken
demoler
derruir
adjective
1. zonder de nodige zorg uitgevoerd
descuidado
desordenado
negligente
desaliñado
noun
- 2. een middeleeuwse versterkte woning
castillo
cerradura
- 1. mechanisme waarmee in combinatie met bijvoorbeeld een sleutel een deur of een raam kan worden afgesloten
cerradura
cierre
noun
cambio de cierre
cotización de cierre
/
sloˈvens/, /
sloˈveːns/, /
sloˈweːns/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Slovenië
esloveno
/
sloˈveni.jə/, /
sloˈveːni.jə/, /
sloˈweːni.jə/
pronoun
1. een land in Centraal-Europa
Eslovenia
/
slo.ˈwaks/, /
slo.ˈʋaks/, /
slo.ˈβ̞aks/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Slowakije
eslovaco
/
ˌslowaˈkɛɪ̯.jə/, /
ˌsloʋaˈkɛɪ̯.jə/, /
ˌsloβ̞aˈkɛː.jə/
pronoun
1. een land in Midden-Europa; het oostelijke deel van het voormalige Tsjechoslowakije.
Eslovaquia
/
ˈslœʏpə(n)/, /
ˈslœːpə(n)/
verb
1. zeer voorzichtig lopen, op zo'n manier dat ontdekking vermeden kan worden
deslizarse
verb
1. toedoen, dichtmaken
cerrar
noun
2. middel om meerdere objecten, losse delen of uiteindes samen te voegen
cierre
noun
1. het tijdstip dat een winkel, horecazaak gaat sluiten
hora de cerrar
hora de cierre
noun
1. een afsluitbare gebogen pin waarmee men twee stukken stof bijeen kan houden, voorzien van een veiligheidskapje dat voorkomt dat men zich eraan bezeren kan
imperdible
alfiler de seguridad
pin de seguridad
noun
1. verlengde snuit
trompa
noun
- 1. zoogdier uit de orde Proboscidea
- 2. dier met een slurf
proboscidio
noun
- 3. bepaalde subjectieve voorkeur
gusto
- 2. gewaarwording bij het proeven van eten en drank
sabor
sazón
noun
potenciador del sabor
verb
1. ~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
suspirar
adjective
1. goed van smaak zijnd of van een goede smaak genietend
rico
sabroso
bueno
suculento
/
ˈsmaː.kə.los/
adjective
- 1. (van voedsel) geen smaak hebbend
desabrido
insípido
soso
desaborido
insulso
- 2. (figuurlijk) geen fatsoen of gevoel voor esthetiek of mode hebbend, vulgair
hortera
naco
de mal gusto
sin gusto
adjective
1. met een geringe breedte
estrecho
angosto
noun
1. het klein zijn; het niet breed zijn
estrechez
angostura
noun
ferrocarril de vía estrecha
/
smɑrt/
noun
pena
pesar
dolor
sufrimiento
aflicción
angustia
/
ˈsmɑrtə(n)xɛlt/
noun
1. financiele vergoeding voor geleden leed
pretium doloris
verb
1. het bewerken van metalen door deze heet te maken en met een hamer te slaan om het materiaal de gewenste vorm te geven
forjar
noun
1. atelier, werkplaats van een smid, smederij
forja
noun
1. is ijzer dat wordt gemaakt door het te smeden
hierro forjado
noun
grasa
lubrificante
sebo
unto
noun
1. een zacht soort kaas dat uitgesmeerd kan worden op bijvoorbeeld brood
queso de untar
queso para untar
queso untable
noun
lubricante
lubrificante
noun
1. een ventiel voor doorsmeervet
engrasador
pezón de engrase
noun
aceite de engrase
aceite lubricante
noun
linimento
lubrificante
/
smekə(n)/
verb
1. nederig om een gunst verzoeken
suplicar
rogar
noun
1. hoeveelheid gesmolten materie
aguacioso
lanzón
verb
1. van vaste in vloeibare vorm overgaan
derretirse
fundir
derretir
deshacer
/
ˈsmɛltkrus/
noun
- 1. vuurvaste pot voor het mengen van gesmolten metaal
crisol
- 2.
crisol cultural
crisol de culturas
/
smɛltpʌnt/
noun
1. de temperatuur waarbij iets gaat smelten
punto de fusión
noun
1. de hoeveelheid warmte die opgenomen wordt bij het smelten van een kristallijne vaste stof
calor de fusión
noun
1. water dat afkomstig is van gesmolten sneeuw of ijs
agua de deshielo
verb
- 3. proberen om te kopen
aceitar
aceitar
engrasar
lubricar
lubrificar
- 1. met een zachte massa bestrijken
untar
adjective
1. Bijzonder vuil
sucio
mugriento
sórdido
noun
engrasado
lubricación
lubrificación
noun
ziekelijke angst voor verontreiniging
misofobia
noun
1. iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
herrero
forjador
noun
1. werkplaats van een smid
fragua
noun
1. smient
silbón europeo
/
smɛitə(n)/
verb
1. hard gooien of werpen
arrojar
tirar
abarrar
/
smul/
noun
- 2. (vulgair of informeel) aangezicht
hocico
jeta
- 1. (vulgair of informeel) mond
hocico
jeta
morro
noun
1. praatje, uitvlucht
excusa
pretexto
son
noun
contrabandista
traficante
/
ˈsmɔ.kə.lə(n)/
verb
1. wederrechtelijk goederen over een grens brengen om heffingen te ontduiken
contrabandear
matutear
noun
balasto
balastra
balastro
bobina de inducción
bobina de reactancia
reactancia inductiva
/
ˈsmʏl.pa:p/
noun
gastrónomo
noun
- 1. strip- en tekenfilmfiguur in de vorm van een soort blauwe kabouter met een wit mutsje
- 3. iemand die niet meetelt
pitufo
noun
- 2. lang zeer dun rond en flexibel voorwerp
cuerda
cordel
- 2. schoondochter
nuera
noun
1. muziekinstrumenten waarbij de toon wordt geproduceerd door een trillende snaar
cordófon
/
'snɑpə(n)/
verb
1. iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
tañar
/
ˈsnavəɫ/
noun
1. bek van een vogel of schildpad
pico
/
ˈsnedə/
noun
cortadura
corte
filo
rebanada
tajada
trozo
/
sne/
noun
2. een afgeneden plak, meestal van brood
corte
rebanada
cortadura
tajada
noun
3. dunne afgesneden plak
rebanada
/
sneʊ̯/, /
sneːβ̞/, /
snɪːβ̞/
noun
1. in kristallen bevroren water
nieve
/
ˈsneʊ̯bɑl/, /
ˈsnɪːwbɑɫ/
noun
- 2. kamperfoelieachtige heester
barbadejo
viburno
- 1. een tot een bal samengepakte hoeveelheid sneeuw, vaak bedoeld voor een speels sneeuwballengevecht
bola de nieve
pronoun
Tierra bola de nieve
noun
efecto de bola de nieve
adjective
1. verblind door de hevige schittering van de sneeuw
deslumbrado por la nieve
noun
1. bril ter voorkoming van sneeuwblindheid
gafas para la nieve
noun
1. een bui sneeuw
chubasco de nieve
nevada
verb
1. het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken
nevar
noun
cabra blanca
cabra de las rocasas
noun
1. patrijsachtige vogel uit koude streken, die in de zomer een bruinig...
perdiz nival
lagópodo alpino
perdiz blanca
noun
cadena antideslizante
cadena para la nieve
noun
1. een pop die gemaakt is van sneeuw
muñeco de nieve
noun
1. een toestel dat de hoeveelheid gevallen sneeuw (d.i. vaste neerslag) meet
nivómetro
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera uncia
leopardo de las nieves
noun
1. een pop die gemaakt is van sneeuw
muñeco de nieve
mono de nieve
muñeca de nieve
noun
moto de nieve
motonieve
/
'snew.stɔrm/
noun
tormenta de nieve
nevasca
noun
1. bepaald soort vogel, Bubo scandiacus
búho nival
bubo scandiacus
búho del ártico
gran búho blanco
/
'snewvlɔk/
noun
1. een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen
copo de nieve
/
sne'ʋɪt/
adjective
1. zo wit als sneeuw
níveo
pronoun
Blancanieves
Blanca-nieve
/
snɛɫ/
adjective
rápido
pronto
noun
1. de verandering in de tijd van de plaats van een voorwerp
velocidad
rapidez
noun
1. meter die de snelheid meet van de lucht (luchtvaart)
anemómetro
indicador de velocidad
noun
estenografía
taquigrafía
/
'snɛlʋɛx/
noun
1. een grote brede weg speciaal voor motorvoertuigen
autopista
noun
1. en 2. (peulvrucht van) ras van Phaseolus vulgaris
ferraúra
judia verde plana
/
ˈsnɛɪdə(n)/
verb
1. met een scherp voorwerp in stukken delen
cortar
noun
- 1. iets dat of iemand die snijdt
cortador
rebanador
- 2. kleermaker
sastre
noun
1. gehard stalen blokje met een van schroefdraad voorzien gat, waarmee men uitwendige schroefdraad kan snijden
terraja
cojinete de roscar
noun
tabla de cortar
tabla para cortar
noun
punto de intersección
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Scolopacidae
agachadiza
chocha
becacina
becada
/
ˈsnujə(n)/
verb
1. terugbrengen op gewenste lengte
podar
recortar
/
ˈsnujsxar/, /
ˈsnujsχar/
noun
1. een stevige, korte schaar voor het snoeien van planten, struiken e.d.
tijeras de podar
noun
1. bepaald soort roofvis die in zoete wateren voorkomt, Esox lucius
lucio
noun
1. bepaald soort zoetwaterroofvis, Sander lucioperca
lucioperca
noun
1. een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij
caramelo
adjective
cautivador
encantador
noun
1. beharing
bigote
mostacho
noun
1. hard, stijf en dun uitgroeisel van de opperhuid om mee te tasten bij vele zoogdieren in de omgeving van de mond
bigotito
vibrisas
noun
1. een holle gebogen buis van rubber of plastic, met een mondstuk, dat je in staat stelt adem te halen als je aan het wateroppervlak zwemt met je hoofd onder water.
esnórquel
tubo de nadar
tubo de respiración
noun
1. een slijmerige afscheiding uit de neusholte
moco
noun
muchacho travieso
niño travieso
noun
1. soort skiplank
snowboard
verb
- 2. nieuwsgierig doorzoeken
curiosear
fisgar
husmear
- 1. aandachtig ruiken
olfatear
noun
1. reukorgaan van dieren
hocico
morro
verb
1. door beurtelings de neus samen te knijpen en door de neus te blazen slijm uit de neusholte verwijderen
sonarse
verb
1. ademen met een niet goed geopende luchtpijp, waardoor een rochelend geluid ontstaat
roncar
noun
1. infectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
ETS
ITS
/
soʃal/
adjective
- 1. betrekking hebbend op de menselijke samenleving
- 2. geneigd om in groepen te leven
- 3. gevoel hebbend voor de nood van de medeleden van de samenleving
social
noun
anarquismo socialista
noun
1. aanzien dat of voorname positie die iemand heeft in een groep of samenleving
estatus social
noun
1. een aanhanger van het socinianisme
sociniano
noun
1. wetenschap
sociología
/
so.si.e.'tɛit/
abbreviation
1. een gezelligheidsvereniging
club
sociedad
pronoun
Socotra
isla de Socotra
noun
E500i
carbonato ácido de sodio
soda
sosa
noun
agua carbonatada
agua gaseosa
/
su.ˈdɑn/, /
zu.ˈdaːn/
pronoun
1. land in Noordoost Afrika dat voor een groot deel in en rond het stroomgebied van de rivier Nijl ligt, officieel de Republiek Sudan
Sudán
noun
1. vloeibaar gerecht
sopa
potaje
noun
1. diep bord
plato hondo
plato sopero
sopera
/
'supəł/
adjective
- 1. Yodio buigend en zich aanpassend
flexible
- 2. weinig problemen ondervindend
fácil
noun
- 3. de hoeveelheid die in een soeplepel past
cuchara sopera
cucharada sopera
- 2. lepel waarmee soep gegeten wordt
cuchara
cuchara sopera
noun
aruana
cahuama
suruana
tartaruga
tortuga blanca
tortuga verde
noun
1. een geglazuurde schaal om soep of stoofpot uit te serveren
escudilla
noun
1. een gestoffeerde zitbank met een rugleuning
sofá
noun
Sofía
ajenjo loco
hierba de la sabiduría
noun
1. de verzamelnaam voor besturings- en toepassingsprogramma's,...
programa
software
noun
desarrollador de software
noun
1. eiwitrijke boon van de sojaplant
haba de soja
poroto soya
noun
salsa de soja
salsa de soya
noun
- 1. kous die tot net boven de enkel komt
calcetín
calceta
- 1. sok (verbindingsstuk)
camiseta
manguito
noun
1. een voetstuk, voornamelijk voor beelden
pedestal
noun
3. munteenheid in Peru
sol
noun
1. vergoeding aan de opstalgever voor opstalrecht
canon
/
sɔlˈdaːt/
noun
1. krijgsman met de laagste rang binnen een strijdmacht
soldado
noun
1. verkleinvorm van soldaat
Soldatchen
soldadito
noun
1. een stuk gereedschap om mee te solderen
soldador
verb
1. een door verhitting vloeibare tussenstof aanbrengen tussen losse metaaldelen waardoor deze na afkoeling vast verbonden blijven
soldar
noun
unidad de estado sólido
noun
candidato
pretendiente
noun
solicitud
solicitación
/
ˈsolo/
noun
solitario
solo
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Somalië
somalí
/
so.'ma.li.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, officieel de Somalische Republiek
Somalia
noun
trastorno de somatización
adjective
1. met betrekking tot het lichaam
somático
adjective
1. in neergeslagen stemming
sombrío
melancólico
negro
pesimista
noun
- 1. aanmaning
mandato
orden
- 3. optelling
sumación
verb
1. met autoriteit een bevel geven
mandar
ordenar
indefinitePronoun
1. een onbepaald, meestal klein aantal
algunos
noun
1. instrumentaal muziekstuk
sonata
noun
3. een onbemand ruimtevaartuig
tienta
/
ˈsɔːrt/
noun
- 2. een groep levende wezens die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en...
- 1. een groep voorwerpen die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en...
especie
phraseologicalUnit
1. compactheid
densidad
adjective
1. van dezelfde soort
parecido
semejante
similar
/
ˌsɔporaˈtif/
adjective
soporífero
pronoun
1. een groep Slavische talen die wordt gesproken in het oosten van Saksen en het zuidoosten van Brandenburg
sorabo
sorbiano
noun
sordina
capodastro
cejilla
interjection
1. een informele verontschuldiging of excuses
perdone
verb
1. orde in een verzameling aanbrengen door soort bij soort te leggen
clasificar
seleccionar
ordenar
noun
1. klein voorwerp dat helpt om aan een prettige ervaring met een plaats of persoon terug te denken
souvenir
recuerdo de viaje
pronoun
Unión Soviética
Soviet Union
noun
- 2. staaf als hefboom
palanca
- 1. een staaf die de naaf en de velg van een wiel verbindt
rayo
radio
/
ˈspakbeɪn/
noun
bot in de onderarm
radio
/
spaːns/
adjective
1. met betrekking tot Spanje of het Spaans
español
española
/
spaːns/
pronoun
1. een taal die oorspronkelijk werd gesproken in (het centrale deel van) Spanje,...
español
castellano
/
ˈspan.sə/
noun
1.
española
noun
guerra civil española
noun
Cayena
Chile
ají
ají Chile
ají de Cayena
ají guaguao
adjective
1.
hispanohablante
hispanoparlante
noun
1.
hispanohablante
hispanoparlante
/
ˈsparlɑmp/
noun
1. een energiezuinige lamp
lámpara compacta fluorescente
noun
1. afgesloten voorwerp waarin contant geld opgespaard wordt
hucha
alcancía
chanchito
/
'spar.zam/
adjective
1. zorg dragend niet te verspillen
ahorrador
noun
1. brede, zware schep, bedoeld voor het spitten van grond
pala
noun
acordonamiento
espaldera
noun
- 4. lengtemaat
palmo
- 1. geheel van trekdieren
par
pareja
/
ˈspɑ.ɲard/, /
ˈspɑɲ.jart/
noun
1. een inwoner van Spanje, of iemand afkomstig uit Spanje
español
/
ˈspɑ.ɲə/, /
ˈspɑɲ.jə/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van Europa op het Iberisch Schiereiland
España
verb
1. onder trekkracht brengen
atirantar
noun
- 1. mechanische spanning
tensión
- 2. emotionele spanning
tensión
ansiedad
suspense
- 3. elektrische spanning
tensión
voltaje
noun
1. schakeling die een elektrische spanning afgeeft waarvan de grootte onafhankelijk is van de belasting
fuente de tensión
noun
2. meetinstrument om een druk te meten
manómetro
noun
2. benaming voor een naaldboom uit het geslacht Picea
abeto
pícea
/
ˈspa.rə(n)/
verb
- 1. geld niet uitgeven
ahorrar
economizar
escatimar
- 3. ontzien
ser indulgente
noun
1. krampstillend middel
espasmolítico
noun
1. verhoogde spierspanning, continue kramp
espasticidad
noun
1. spaan, lepel, e.d. met plat, bot uiteinde om mee te smeren
espátula
noun
1. tussenruimte tussen twee woorden
intersticio
espacio
noun
1. een gedroogd plantendeel, anders dan een groen blad of stengel, dat als geur-, kleur- of smaakstof aan voedsel wordt toegevoegd
especia
condimento
noun
1. benaming voor middelgrote robuuste vogels behorende tot de familie Picidae
pájaro carpintero
pito
/
spe.si.ˈjal/, /
spe.ˈsjaːl/, /
spe.ˈʃaːl/
adjective
1. op een positieve manier anders dan het andere
especial
particular
/
ˈspesɪɑlɪst/
noun
- 1. persoon die ergens veel verstand van heeft
- 2. arts die een bepaald onderdeel van de geneeskunde beoefent
especialista
noun
1. bijzondere kennis of vaardigheid van iemand
especialidad
noun
1. mengsel waarmee wordt gewerkt
argamasa
mortero
noun
1. specificatie
especificación
verb
1. in details beschrijven
especificar
detallar
precisar
adjective
1. kenmerkend
específico
adverb
1. in het bijzonder
específicamente
específico
noun
donkere of juist lichte lijn in het spectrum van licht
línea espectral
noun
1. kleurenband
espectro
/
ˌspe.ky.ˈlas/
noun
1. een harde, droge kruidkoek, die vooral rond Sinterklaas gegeten wordt, soms gevuld met amandelspijs
galletas de especias
speculaas
spekulatius
verb
1. inzetten op een bepaalde kans, meestal met hoog risico
especular
noun
1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
saliva
noun
1. een klier die speeksel produceert en naar de mondholte afscheidt
glándula salival
noun
- 2. weerloos slachtoffer
juguete
pelota
pelota
noun
1.een muziekinstrument
caja de música
/
'spelfɪlm/
noun
largometraje
/
ˈspelɣud/, /
ˈspelɣut/, /
ˈspɪːɫχut/
noun
1. één of meer voorwerpen voor kinderen om mee te spelen
juguete
juguetes
noun
carro de juguete
coche de juguete
noun
1. meubelstuk
mesa de juego
noun
1. een omheinde plek grond met speelobjecten voor kinderen
parque de juegos
noun
1. een veld waarop een spel wordt gespeeld
campo deportivo
noun
centro de ocio
salón de juego
salón de juegos
salón de maquinitas
salón recreativo
noun
- 2. tepel van een zoogdier
pezón
tetilla
- 1. rubber of plastic afsluiting op een zuigfles
tetilla de biberón
noun
1.1 bepaald soort plant met niervormige bladeren, botergele bloemen en wortelknolletjes, Ficaria verna
celidonia menor
centella menor
escrofularia menor
noun
1. een big dat nog gezoogd wordt
lechón
cochinillo
/
spɪːr/
noun
1. lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht of oorlogvoering
lanza
jabalina
verb
lanzamiento de jabalina
noun
1. onderhuidse vetlaag bij varkens
tocino
lardo
noun
1. opzienbarend schouwspel
espectáculo
noun
1. bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
juego
noun
alfabeto por palabras
/
'spɛl.kɔm.pju.tər/
noun
1. een computersysteem dat specifiek gemaakt is om spellen op te spelen
videoconsola
/
ˈspeːlə(n)/
verb
jugar
tocar
- 2. muziek maken
tocar
noun
- 3. acteur
actor
- 1. deelnemer aan een spel
- 2. een partij
jugador
noun
espacio
juego
tolerancia
verb
1. letters in de juiste volgorde plaatsen
deletrear
silabear
/
ˈspɛlɪŋ/
noun
1. de al dan niet vastgelegde manier waarop de woorden van een taal geschreven worden
ortografía
noun
1. een spleetvormige holte in een berg
antro
cueva
gruta
noun
1. grove tarwesoort
espelta
escaña mayor
noun
1. fijn gemalen zaden van Triticum spelta
harina de espelta
harina de trigo espelta
/
spɛltmɪːɫ/
noun
1. fijn gemalen zaden van Triticum spelta
harina de espelta
harina de trigo espelta
noun
inyección de espermatozoides
noun
espermatozoide
espermatozoo
noun
1. Accipiter nisus, een kleine snelle roofvogel
gavilán
noun
1. en 2. (peul van) cultivar van Phaseolus vulgaris
judía verde
noun
1. speciaal opgeleide hond voor het zoeken en volgen van reuksporen
sabueso
noun
- 1. beelden terugkaatsend voorwerp
espejo
- 2. de vlakke achtersteven van een schip
popa
noun
1. gebakken ei met hele dooier
huevo frito
noun
microscopio reflectante
noun
2. gegevens om stiekem af te kijken
apunte escondido
apunte ilegal
noun
1. bepaald soort klein zilverwit visje, Osmerus eperlanus
eperlano
/
ˈspiːrpɛɪ̯n/, /
ˈspiːrpɛːn/
noun
1. pijn in een spier
dolor muscular
mialgia
noun
1.een spierkwetsuur waarbij de spiervezels uitgerekt worden
esguince muscular
verb
2. ter dood brengen door doorboring met een spies
atravesar
noun
- 1. metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
clavo
- 2. (uitdrukking) ± De spijker op de kop slaan.
dar en el clavo.
dar en la diana.
- 4. (uitdrukking) ± Spijkers op laag water zoeken.
hilar fino.
- 3. (uitdrukking) ± Spijkers met koppen slaan.
ir al ajo del asunto.
noun
1. bereid voedsel
plato
manjar
/
spɛi̯t/
noun
remordimiento
/
spɛj.tǝ:/
verb
1. berouw veroorzaken
doler
sentirlo
noun
- 1. een kaapstaander
cabrestante
- 2. de as waar iets rond draait
eje
noun
1. geleedpotig dier met acht poten
araña
noun
1. bepaald soort snelgroeiende, eenjarige plant, Spinacia oleracea
espinaca
noun
- 1. een klos waarop de katoen- of vlasdraad wordt gewonden
broca
- 2.
eje
noun
1. toetsinstrument met schuin geplaatste snaren
espineta
verb
- 1. een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
hilar
- 2. snorren, een brommend geluid maken
ronronear
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
araña
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
araña
noun
1. een door een spin gemaakt net om insecten te vangen
telaraña
noun
tela de araña
tela de la araña
telaraña
noun
1. de handeling van het spioneren
espionaje
verb
1. voor concurrentie of vijand geheime informatie trachten te verwerven
espiar
acechar
noun
1. vrouwelijke spion
espía
noun
- 5. bepaald voorbehoedmiddel
dispositivo intrauterino
- 1. een kromme lijn
espiral
hélice
noun
- 1. draaiende staak waarop men vlees of een geslacht dier spietst en boven of naast een hittebron roostert
asador
espetón
picudo
asador de cocina
- 2. hevige lage rugpijn, lendenpijn
lumbago
adjective
- 2. scherpzinnig
perspicaz
- 1. in een punt uitkomend
puntiagudo
noun
- 3. klein vrachtschip, binnenschip (ook wel gebruikt als woonboot)
barcaza
- 2. binnen een ploeg een aanvallende speler die een positie opzoekt waarin hij een doelpunt kan maken
delantero
- 1. grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen
hora pico
hora punta
- 5. type hond met een spitse snuit
lulú de Pomerania
- 4. scherp, puntig uiteinde
punta
cima
vértice
pronoun
1. een Noorse eilandengroep
Svalbard
pronoun
Svalbard y Jan Mayen
noun
1. klein muisachtig diertje met spitse snuit en korte poten, behorend tot de familie Soricidae
musaraña
/
splet/
noun
hendedura
hendidura
rendija
grieta
ranura
verb
1. langs een nerf in tweeën breken
dividir
partir
cachar
/
'splɪntər/
noun
1. klein puntig scherfje
astilla
noun
grieta
hendedura
hendidura
noun
1. halve erwt zonder zaadhuid
guisante partido
guisante seco pelado y partido
verb
1. in twee of meer delen uiteen gaan
bifurcarse
noun
grietas
hendeduras
hendiduras
quebrajas
noun
1.
premura
prisa
prontitud
adverb
1. binnen een kort tijdsbestek
pronto
noun
- 1. een cilindrische vorm
bobina
carrete
- 2. een element van zelfinductie
bobina
inductor
- 3. fotografische
carrete
- 4. schietspoel
lanzadera
noun
ascaris
ascáride
lombriz intestinal
noun
patrocinador
fiador
protector
noun
1. een geestverschijning die een bepaald gebouw of bepaalde locatie onveilig maakt
fantasma
noun
2. benaming voor zoogdieren uit de familie Tarsiidae
lémur
mono zorro
noun
1. een legendarisch schip dat zonder bemanning eeuwig blijft rondvaren
barco fantasma
noun
- 10. doornachtige uitsteeksel aan de poten van mannelijke, hoenderachtige vogels
espolón
- 2. spore
espora
- 9. metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de rijlaars
espuela
- 3. afdruk
rastro
huella
pista
- 1. twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein rijdt
vía
raíl de ferrocarril
noun
1. overzicht met de dienstregeling van de treinen
guía ferroviaria
noun
ancho de vía
anchura de vía
noun
barro de acoplamiento
noun
1. een gelijkvloerse kruising tussen een verkeersweg en een spoorweg
paso a nivel
noun
estación de ferrocarril
noun
1. bepaald soort loofboom, Frangula alnus
arraclán
aliso negro
alno baccífero
chopera
/
spɔrt/
noun
- 3. stoelspaak
barrote
- 1. lichaamsbeweging
deporte
- 2. trede van een ladder
escalón
peldaño
verb
1. aan sport doen
hacer deporte
noun
1. beoefenaar van een sport
deportista
noun
medicina deportiva
medicina del deporte
noun
iemand die zich toelegt op het bedrijven van sport
deportista
noun
campo deportivo
estadio
noun
zapatilla de deporte
zapato deportivo
noun
deportista
- 1. iemand die door sportprestaties veel aandacht krijgt
estrella de deporte
noun
1. terrein waar men een sport beoefenen kan
campo deportivo
noun
1. (sport) grasveld met doelpalen, grenslijnen e.d. waarop diverse sporten worden bedreven
campo deportivo
noun
1. een vereniging voor personen die eenzelfde sport beoefenen of die nauw betrokken zijn bij diezelfde sport
club deportivo
noun
reportero de deportes
verb
1. vangen van vis als hobby
pesca deportiva
verb
1. zich met belachelijk makende of oneerbiedige scherts uiten
burlarse
noun
1. een zangvogel die geluiden kan nabootsen
zarcero icterino
noun
1. (bouwkunde) luchtruimte tussen twee muren van een dubbele
grieta
hendedura
hendidura
quebraja
/
sprak/
noun
1. het vermogen om te spreken
lenguaje
noun
1. een spreekstoornis
defecto del habla
impedimento del habla
noun
1. een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal
gramática
adjective
snel geneigd tot spreken
locuaz
noun
1. een voordracht voor een publiek over een bepaald onderwerp
conferencia
charla
/
ˈsprekyːr/
noun
1. de tijd waarin een hulpverlener patiënten te woord staat
hora de consulta
noun
1. Sturnus vulgaris, een middelgrote zangvogel
estornino pinto
estornino
/
sprɛi/
noun
1. een soms kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt
colcha
verb
1. wijd uiteendoen
desenvolver
extender
tender
/
ˈspreːkə(n)/
verb
1. zich met behulp van de stem uiten
hablar
noun
1. iemand die een toespraak houdt
conversador
noun
1. zegswijze
aforismo
dicho
máxima
/
ˈspɾøkə(n)/
noun
Proverbios
noun
1. Antidorcas marsupialis, een aan de gazelle verwante antilope, leeft in Zuid-Afrika
springbok
verb
1. na zich tegen de zwaartekracht afgezet te hebben een korte vrije val door de lucht maken
saltar
brincar
adjective
1. los van de grond komend door te springen
estallando
reventando
saltando
noun
1. een insect van de Orthoptera-orde
saltamontes
langosta
noun
1. bepaald soort vrij kleine vogel met gestreepte bovenzijde en monotone zang, Locustella naevia
buscarla pintoja
/
ˈsprɪŋklərɪnstɑla(t)si/
noun
1.automatische blusinrichting
rociador de incendios
/
ˈsprɪntə(n)/
verb
correr
embalar
embalarse
noun
boquilla
eyector
manguera
rociador
vaporizador
noun
1. een bruin vlekje op de huid dat veroorzaakt wordt door ultraviolet licht
peca
noun
1. verzonnen vertelling
cuento de hadas
fábula
noun
Sprattus sprattus
espadín
noun
- 2. een uitloper van de spruitkool
col de Bruselas
- 1. een uitloper aan een plant
retoño
brote
vástago
noun
1. slijmvliesontsteking in mond of darmen
sapito
algodoncillo
/
'spy.ɣə(n)/
verb
1. speeksel uit de mond doen uitschieten
escupir
/
spœy̯t/
noun
- 3. injectiespuit
inyector
manga
/
'spyʋə(n)/
verb
escupir
esputar
expectorar
noun
programa espía
software espía
/
sri.ˈlɑŋ.ka/
pronoun
1. een republiek in Azië gelegen op een eiland ten zuiden van India
Sri Lanka
noun
rupia de Sri Lanka
rupia esrilanquesa
/
staf/
noun
barrote
lingote
noun
batidora de pie
batidora de inmersión
licuadora de inmersión
noun
1. overeenkomst voorlopig een einde te maken aan de gevechtshandelingen
alto el fuego
/
staːɫ/
noun
- 1. een legering van ijzer en koolstof
acero
- 2. een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef
muestra
espécimen
/
stalwɔl/
noun
lana de acero
estropajo de acero
/
stant/
adjective
estando de pie
quedando
vistiendo
noun
- 2. het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
calo
cola
- 1. een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
cola
rabo
noun
- 1. een land
- 1. toestand
estado
noun
1. een discipline
ciencia política
politicología
adjective
1. staats-
estatal
noun
1. officiële publicatie van een staat waarin onder andere nieuwe wetten worden afgekondigd
Boletín Oficial del Estado
noun
1. iemand die burgerrechten in een staat heeft
ciudadano
súbdito
noun
fondo soberano de inversión
noun
confesión del estado
religión de estado
religión estatal
noun
1. iemand die in een staat het hoogste gezag bekleedt of personifieert
jefe de Estado
noun
ideología de estado
ideología del estado
ideología estatal
noun
capitalismo de estado
noun
hombre de estado
hombre político
político
noun
derecho constitucional
noun
terrorismo del estado
noun
forma de gobierno
régimen
adjective
1. standvastig, duurzaam
estable
asentado
firme
noun
1. het vast van waarde maken
estabilización
noun
estabilizador
estabilizante
noun
1. in 1997 door de lidstaten van de Europese Unie gesloten pact
pacto de estabilidad
noun
1. de vleugel op de staart van een vliegtuig
estabilizador horizontal
/
stɑd/, /
stɑt/
noun
Woonplaats
ciudad
pueblo
/
ˈstɑdhœːs/, /
ˈstɑthœʏs/, /
ˈstɑthœːs/
noun
1. een gebouw waar de stadsdiensten gehuisvest zijn
ayuntamiento
noun
1.
puerta de la ciudad
noun
municipio bajo jurisdicción central
noun
1. een vernieuwing van verpauperde stadswijken
renovación urbana
noun
1. een stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
báculo
noun
1. een touw of kabel waarmee een mast stabiel wordt gehouden
estay
tirante
verb
1. niet langer voortbewegen of vooruitgaan, tot stilstand komen
estancarse
estancar
atascarse
/
'stakɪŋ/
noun
1. het neerleggen van de werkzaamheden, meest uit protest of om verbeteringen af te dwingen
huelga
paro
/
stɑl/
noun
1. ruimte bestemd voor de huisvesting van dier(en)
establo
cuadra
noun
1. variant van het marxisme-leninisme gekenmerkt door een totalitair nationalistisch...
estalinismo
noun
Candelaria
cardo blanco
friegaplatos
hierba del paño
molena
noun
- 7.
raíz
radical
- 4. op verwantschap berustende samenlevingsvorm van meer families in beschavingen met weinig verstedelijking
tribu
- 2. deel van de boom tussen de wortels en de kruin
tronco
/
'stɑmbom/
noun
1-2
pedigrí
árbol genealógico
verb
1.
balbucear
tartamudear
verb
- 3. van een schip...
arfar
cabecear
- 1. met kracht de voet op de grond doen belanden
atabalear
patear
- 2. iets fijn maken door er een zwaar voorwerp op te laten belanden
machacar
machucar
triturar
noun
- 1. moker
maza
- 2. vijzelstamper
pilón
maja
- 3. vrouwelijk orgaan
pistilo
adjective
1. zo vol dat het lijkt alsof het aangestampt is
abarrotado
noun
- A 2. sociale positie in de maatschappij
clase
estamento
estatus
rango
- A 1. hoe of waar iets staat
posición
- B. plaats op een tentoonstelling
puesto
adjective
1. als regel, normaal
estándar
noun
- 3. herkeningsvlag, onderscheidingsvlag
bandera
estandarte
oriflama
- 1,4,5
estándar
noun
electrodo estándar de hidrógeno
/
ˈstɑn.dard.ˌɑf.wɛɪ̯.kɪŋ/, /
ˈstɑn.dart.ˌɑf.ʋɛɪ̯.kɪŋ/, /
ˈstɑn.dart.ˌɑf.β̞ɛː.kɪŋ/
noun
1. spreidingsmaat
desviación estándar
verb
1. alles onderwerpen aan een vooraf bepaalde standaard
estandardizar
noun
1. officieel vastgelegde taalvorm die binnen een bepaald gebied als de voorgeschreven norm geldt.
lengua estándar
noun
1. een kunstzinnige afbeelding vaak van een persoon in drie dimensies, meestal gehouwen in steen of gegoten in metaal
estatua
/
stɑmplats/
noun
5. de plaats waar een voertuig of ander verkeersmiddel stilhoudt
parada
/
stɑmpʌnt/
noun
1. Houding ten aanzien van een vraagstuk
postura
punto de vista
noun
1. snel uitgevoerde berechtiging (m.n. executies)
procedimiento sumarísimo
/
stɑŋ/
noun
1. meestal metalen voorwerp in de vorm van een lange stijve cilinder
barra
vara
noun
1. een sterke, stinkende geur
hedor
fetidez
mal olor
/
stɑp/
noun
1. het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan
paso
noun
- 3. een houten stokje ingeklemd tussen het boven- en onderblad van de klankkast van een snaarinstrument
alma
- 1. een gestructureerde hoop spullen
pila
montón
noun
1.Twee bedden op elkaar
litera
noun
pista de aterrizaje
pista de despegue
verb
1. iets op gang brengen
arrancar
noun
arrancador
motor de arranque
pronoun
isla de los Estados
/
staˈterijʏm/
noun
Estatérico
noun
1. reeds betaalde bijdrage die men weer terugkrijgt bij de inlevering van de verpakking (of een gebruiksvoorwerp)
SDDR
adjective
majestuoso
pomposo
solemne
/
sta.ˈsʲɔn/
noun
1. plaats waar voertuigen kunnen stoppen
estación
adjective
- 1.
estacionario
- 2. bewegingloos
estacionario
inmóvil
adjective
1. cijfermatig berekend
estadístico
noun
het stilstaand gedeelte van een motor of generator
estator
noun
- 1. plaats in een vast geheel of een bepaald proces
estatus
- 1.1 aanzien in de maatschappij
grado
rango
adverb
1. voortdurend
siempre
cada vez
noun
1. zeer smal straatje
pasadizo
/
steːk/
noun
1. een penetratie met een scherp puntig voorwerp
picadura
punzada
noun
1.
muestra estadística
noun
1. een spel waarbij twee ridders elkaar met lansen trachtten uit het zadel te werpen
justa
torneo
noun
1.
diablito
carretilla de carga
carro de carga
/
sten/, /
steːn/
noun
1. een harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar omvattende vele soorten
piedra
cálculo
noun
1. vogel uit de familie der arendachtigen
águila real
águila caudal
pronoun
2. teken van de dierenriem van 22 december tot 20 januari
Capricornio
noun
1.1 bepaald soort zoogdier, Capra ibex
íbice
ibex
noun
1. bepaald soort vis Trisopterus luscus
faneca
/
ste.nɛi̯k/, /
ste.nɛːk/, /
sten.ʔɛi̯k/
noun
1. Quercus ilex; een boom uit de napjesdragersfamilie
encina
carrasca
chaparra
chaparro
noun
1. zwart-bruine stof die ontstaan is door plantenafzettingen en gebruikt wordt als energiebron
hulla
carbón de piedra
carbón
noun
1. een kooi of gaaswerk van roestvrij materiaal, waarin losse brokken stenen bijeen worden gehouden
gavión
cestón
/
ˈstentɛit/
noun
Edad de Piedra
/
ˈstenœʏ̯ɫ/, /
ˈsteːnœːl/
noun
1. bepaald soort vogel, Athene noctua
mochuelo
noun
vlezige vrucht waarvan het binnenste deel steenhard is
drupa
noun
1. de kennis van het op verborgen wijze overbrengen van informatie
esteganografía
noun
2. werkvloerconstructie in de bouw
andamio
/
stɛil/, /
stɛːl/
adjective
1.
escarpado
empinado
/
ˈste.kəl/
noun
1. een langwerpig, scherp stukje van bijvoorbeeld een plant of dier
espina
púa
noun
1. benaming voor kleine vissen met puntige doorns op de rug en de buik uit de familie Gasterosteidae
espinosillo
espinoso
/
stekələx/
adjective
1. met stekels bezet
espinoso
noun
2. benaming voor planten uit het geslacht Acaena
acaena
noun
1. een groot knaagdier met stekelige vacht
puercoespín
puerco espín
verb
1. doorboren, prikken
apuñalar
noun
1. stekker
enchufe
clavija
verb
1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
robar
hurtar
agafar
furtar
noun
- 3. getimmerte ter ondersteuning
andamio
- -
banco
caballete
adjective
estelar
astral
sideral
noun
reactor estelar
stellarator
/
'stɛləx/
adjective
1. met volle overtuiging en geen ruimte voor twijfel latend
categórico
cierto
positivo
seguro
noun
- 2. stijger
andamio
- 1. een bewering die men als waarheid aangenomen wil zien worden
tesis
teorema
proposición
/
stɛlsəl/
noun
- 1. een geordend geheel, samenstel van delen
- 2. een systeem
sistema
noun
2. een waadvogel op lange poten
zancuda
noun
- 6. een keuze gemaakt door een stemmer (kiezer) bij een stemming (verkiezing)
voto
- 1. het geluid dat door het trillen van de menslijke stembanden wordt geproduceerd
- 2. het geluid dat een mens bij het spreken voortbrengt
voz
voto
noun
1. geluidvoortbrengende plooien in het strottenhoofd
cuerda vocal
noun
1. een bus waarin ingevulde stemformulieren verzameld worden
urna
noun
1. stemhamer
afinador
instrumento afinador
/
ˈstɛmɦɔkʲə/
noun
1. schrijfblad omringd door drie wanden waarbinnen een kiezer zich bij een verkiezing afzondert
cabina electoral
noun
1. een draaibare stift met draaiknop van een muziekinstrument
clavija
/
stεmə(n)/
verb
- 2. een instrument op de juiste toonhoogte brengen
concertar
- 3. iemand een bepaald gevoel geven
inspirar
poner
- 1. deelnemen aan een verkiezing
votar
balotar
adjective
formal
serio
sobria
sobrio
noun
- 1. een mentale of emotionele toestand
estado de ánimo
- 2. het uitbrengen van de stem, bijvoorbeeld bij verkiezingen
votación
elección
/
ˈstɛmpəl/, /
ˈstɛmpəɫ/
noun
- A2. een afdruk van [1]
- A:1. voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
sello
verb
acuñar
estampar en relieve
sellar
troquelar
noun
1. een draaibare stift met draaiknop van een muziekinstrument
clavija
noun
1. stemtoonhoogte
diapasón
la 440
/
stɛmvɔrək/
noun
1. stemvork
diapasón
noun
1. langgerekt en stevig orgaan van een vaatplant dat water en voedingstoffen vervoert
tallo
tallo herbáceo
verb
1. met steenworpen doden
lapidar
apedrear
matar a pedradas
noun
estenografía
taquigrafía
noun
1. iemand die stenografische verslagen maakt
estenógrafo
noun
estenografía
taquigrafía
verb
estenografiar
taquigrafiar
noun
dactilógrafo
taquimecanógrafo
noun
dactilógrafa
taquimecanógrafa
noun
1. vervoermiddel op twee wielen, (gedeeltelijk) met de voet aangedreven
patinete
noun
almilla
faja de señora
noun
1. grote boomloze vlakte in de zone van het Middellandse Zeeklimaat
estepa
noun
- 1. een hemellichaam, een gasbol die licht uitzendt door kernfusie
- 2. een beroemdheid
estrella
astro
noun
anís estrella
anís estrellado
badiana
badián
noun
1. bepaald soort plant, Chrysophyllum cainito
caimito
cainito
cauje
estrella
sapote caimito
noun
fotografía estereoscópica
/
ˈstɛrvbɛt/
noun
1. het bed waarop men sterft
lecho de muerte
noun
día de la muerte
fecha de la defunción
noun
1. het voorkomen van een gebeurtenis waarbij iemand overlijdt
fallecimiento
/
'sterftə/
noun
1. het aantal sterfgevallen in een bepaalde tijd of in bepaalde omstandigheden
mortalidad
noun
1. een getal dat aangeeft hoeveel sterfgevallen er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
tasa de mortalidad
índice de mortalidad
noun
1. benaming voor overblijvende planten uit het geslacht Scilla
cebolla albarrana
escila
adjective
- 1. zonder microbiële besmetting, heel schoon
- 2. onvruchtbaar
estéril
/
ˌsteriliˈzasi/, /
ˌsterəliˈzatsi/
noun
1. een handeling waarmee alle ziektekiemen worden gedood
esterilización
verb
- 1. iets vrij maken van micro-organismen
- 2. onvruchtbaar maken
esterilizar
noun
1. onvruchtbaarheid
sterilidad
/
stɛrk/
adverb
1. in sterke mate
mucho
muchísmo
noun
A 1. bepaalde plant, Lepidium sativum
nastuerzo hortense
/
'stɛrktə/
noun
- 2. grootte
cantidad
- 1. de mate waarin iets sterk is
fuerza
vigor
noun
análisis dafo
análisis foda
noun
1.
motor estrella
motor radial
noun
1. benaming voor slanke meeuwachtige vogels uit de familie Sternidae
golondrina de mar
charrán
noun
ciello estrellado
cielo nocturno
espacio sideral
firmamento estelífero
noun
berro
creson
lepidio
lepido
mastuerzo
noun
1. kijker voor astronomische waarnemingen
telescopio
noun
1. wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
astronomía
/
stɛrən'kʏndəɣə/
noun
astrónomo
noun
1. een - vooralsnog hypothetisch - ruimtevaartuig in staat tot interstellair reizen
astronave
nave espacial
verb
1. overgaan van levende toestand naar dode toestand
morir
fallecer
acabarse
verb
1. stervend
moribundo
muriendo
noun
carambola
carambolera
fruta de estrella
fruta estrella
/
steto'skop/
noun
1. een medisch instrument waarmee men geluiden in het lichaam kan beluisteren
estetoscopio
/
støn/
noun
- 2. morele of materiële hulp
apoyo
ayuda
- 1. iets om op te steunen
apoyo
respaldo
- 3. sociale uitkering
seguro de desempleo
/
'stønə(n)/
verb
- 1. een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
apoyar
ayudar
respaldar
auspiciar
- 2. ~ op: de last gedeeltelijk op iets leggen
depender de
- 3. van vermoeidheid of pijn een kreunend geluid maken
gemir
noun
apoyadero
punto de apoyo
noun
1. bepaald soort anadrome vis, Acipenser sturio
esturión
adjective
- 1. van aanzienlijk sterkte
fuerte
recio
robusto
sólido
firme
consistente
- 4. voedzaam (zonder verfijning)
rustico
pronoun
1. derde grootste eiland van Nieuw-Zeeland, gelegen ten zuiden van het Zuidereiland en ervan gescheiden door de Straat van Foveaux
isla Stewart
verb
1. de grondslag voor iets leggen, iets instellen
fundar
noun
1. degene die iets grondvest
fundador
noun
2. zelfstandig vermogen met rechtspersoonlijkheid opgericht op de verwezenlijking...
fundación
/
ˈstifkɪnt/
noun
1. een kind van iemands partner en zijn of haar vroegere partner
hijastra
hijastro
/
ˈstif.mu.dər/
noun
1. latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
madrastra
noun
1. echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
padrastro
pronoun
- 1. sterrenbeeld van de dierenriem
- 2. astrologisch teken
Tauro
/
ˈstirənvɛxtər/
noun
1. een persoon die in een stierengevecht de stier uitdaagt, bevecht en uiteindelijk doodt
torero
/
stɛif/
adjective
rígido
tieso
con rigor
/
ˈstɛi̯xˌbøː.ɣəl/
noun
1. voetsteun voor de ruiter
estribo
estafa
/
ˈstɛi̯ɣə(n)/
verb
1. naar boven gaan, toenemen
subir
ascender
noun
1. het stijgen, het hoger worden
aumento
subida
/
stɛi̯l/
noun
- 1. handelswijze
estilo
aire
- 2. post
poste
noun
1. leer van de uitdrukkingswijze en zijn middelen
estilística
/
ˈstɪkstɔf/
noun
1. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
nitrógeno
noun
narcosis de nitrógeno
verb
1. stileren van tekst
estilizar
redactar
noun
1. mes waarbij het lemmet uit het handvat kan klappen
navaja automática
estilete
pronoun
1. de oceaan die ligt tussen Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië
océano Pacifico
pronoun
1. dag na Goede Vrijdag en voor Pasen
Sábado Santo
noun
1. krachtige aanzet
estímulo
verb
1. maatregelen nemen om iets te bevorderen
estimular
animar
impulsar
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mephitis mephitis
mofeta
verb
1. een onaangename geur hebben
heder
apestar
oler
adjective
maloliente
hediondo
noun
durio
durián
durión
fruta del duriano
adverb
1. met grote precisie
puntual
noun
1. actievoering waarbij voorschriften en regels naar de letter gevolgd worden
huelga de celo
noun
1. Kuehneromyces mutabilis
nameko entero
adjective
aleatorio
estocástico
pronoun
1. de hoofdstad van Zweden
Estocolmo
/
stul/, /
stuɫ/
noun
1. zitmeubel
silla
noun
juego de las sillas
juego de las sillas musicales
/
'stulɣɑŋ/
noun
- 1.
defecación
deposición
- 2.
deposición
heces
/
ˈstuɫpot/
noun
1. de poot van een stoel
pata de la silla
noun
1. een kabelbaan waarin je zittend een hoogte overbrugt
telesilla
adjective
2. indruk maken door sterk te zijn of sterk proberen te zijn
machista
noun
1. een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
comitiva
noun
- 1. materiaal, chemische verbinding
materia
sustancia
- 2. weefsel, textiel
tela
tejido
- 1. heel kleine deeltjes
polvo
adjective
1. tot de materie behorend of eruit bestaand, materieel
material
noun
cantidad de sustancia
/
'stɔfʋɪsəlɪɳ/
noun
1. het geheel van chemische processen dat gepaard gaat met het in leven zijn van een wezen
metabolismo
noun
enfermedad metabólica
noun
1. bepaald soort kruidachtige, vaste plant, Monotropa hypopitys
monótropa
noun
1. een elektrisch toestel dat stof en kleine deeltjes opzuigt
aspiradora
aspirador
/
ˈstoː.kəˌbrɑnt/
noun
1. iemand die als een vuur de gemoederen of onrust aanwakkert
incendiario
verb
- 3. distilleren
alambicar
destilar
calentar
noun
1. bepaald soort tweejarige plant met lange, houtachtige stengel en roosachtige bloemen
malva loca
malva real
real rosa
noun
1. gedroogde kabeljauw of kabeljauwachtige vis, zoals heek, leng, lom, schelvis en koolvis
bacalada
bacalao
bacalao seco
pescadilla
/
ˈstɔlə(n)/
verb
1. overgaan van een vloeibare naar een vaste toestand
coagularse
/
ˈstɔlɪŋsɣəˌstentə/
noun
1. gesteente bestaande uit gestolde lava of gestold magma.
roca ígnea
noun
1. (glazen) klok
campana
adjective
- 3. dom
estólido
zote
- 1. geluidloos
- 2. niet in staat te spreken
mudo
- 3. saai en waardeloos
soso
aburrido
noun
- 1. huidmondje, een opening in een blad waar gassen doorheen kunnen
- 2. een kunstmatige uitgang in het (menselijk) lichaam
estoma
verb
- 3. etenswaar garen door het in hete stoom te hangen
cocer al vapor
cocinar al vapor
- 1. iets ter reiniging en desinfectie met stoom bewerken
lavar en seco
- 2. zichtbaar waterdamp afgeven
vaporizar
noun
limpieza en seco
tintorería
noun
- 1. dom persoon
bobo
tonto
- 2. iemand die domme dingen doet
manazas
torpe
noun
1. iemand die ergerlijk stom doet
cretino
imbécil
tonto
noun
een bijzonder onverstandige daad
estupidez
necedad
tontería
adjective
1. een pijnlijke stoot met de gebalde vuist
metido
puñada
puñetazo
noun
1. stoofschotel, stoofgerecht
estofado
guisado
guiso
noun
1. een brandstof waarmee men verwarmingsketels stookt
gasóleo
noun
1. schouderband van priester
estola
noun
1. warme ruimte
baño de vapor
noun
1. een schip dat met behulp van stoom wordt voortbewogen
barco de vapor
buque de vapor
noun
1. een locomotief die wordt aangedreven door een stoommachine
locomotora de vapor
noun
1. een machine die door middel van stoom drijfkracht ontwikkelt
máquina de vapor
noun
horno cocedor a vapor
horno de vapor
noun
1. een schip dat voortgedreven wordt middels een stoommachine
barco de vapor
noun
1. door stoom voortbewogen weg wals
apisonadora a vapor
noun
1. afwezigheid of afwijking van een functie die tot de normale menselijke ontwikkeling behoort
disfunción
estorbo
impedimento
noun
trastorno dismórfico corporal
noun
1. grote slagtand
colmillo
noun
- 4. besluit om groei of toename te stoppen
cesación
- 1. zekering
fusible
plomo
- 2. halte
parada
- 3. voorwerp dat een opening kan afsluiten
tapón
/
ˈstɔplɪxt/
noun
1. een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
semáforo
luz de tráfico
/
ˈstɔ.pɔɫ.ˌbart/, /
ˈstɔ.pəl.ˌbard/, /
ˈstɔ.pəɫ.ˌbart/
noun
1. een baard waarvan de haren slechts enkele millimeters lang zijn, alsof deze pas een à twee dagen oud is
barba de varios días
verb
3. doen halthouden
detener
parar
atajar
meter
/
'stɔpər/
noun
1. een voorwerp waarmee iets afgestopt of afgesloten kan worden
tapón
noun
1. welriekende harsachtige stof verkregen van de storaxboom
estoraque
noun
1. zonnegordijn aan de binnenkant van een venster, rolgordijn
persiana
/
ˈstorə(n)/
verb
1.het functioneren nadelig beïnvloeden
estorbar
interferir
noun
1. een hinderlijke onderbreking, een bepaald proces wordt onderbroken of bemoeilijkt
perturbación
interrupción
noun
1. erg harde wind
tempestad
tormenta
borrasca
vendaval
noun
een toestel, balk, e.d. om een deur, poort te forceren
ariete
verb
- 2. geld in een rekening inbrengen
depositar
remitir
- 1. van enige hoogte ergens in laten vallen
verter
noun
1. het storten van geld op een bankrekening
depósito
verb
1. met een korte snelle beweging (weg)duwen
empujar
/
stɑu̯t/
adjective
- 2. zonder angst
atrevido
osado
- 4. seksueel prikkelend
pícaro
- 1. in overtreding van een gestelde regel, met onvoldoende respect
travieso
verb
1. over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden
estofar
brasear
guisar
noun
1. een wijsbegeerte die leert slechts de rede te volgen en de hartstochten uit te bannen
estoicismo
/
straɫ/, /
ˈstral/
noun
- 1. de lijn van middelpunt naar omtrek
radio
- 2. een bundel elektromagnetische straling
rayo
noun
1.
propulsión a chorro
noun
1. jachtvliegtuig met straalmotor
avión a reacción
caza a reacción
reactor militar
noun
motor de reacción
reactor
/
strat/
noun
- 1. een weg tussen de huizen in een bewoonde plaats
calle
arroyo
- 2. een smalle doorgang tussen twee zeeën
estrecho
pronoun
1.
Estrecho de Gibraltar
/
ˈstracjə/, /
ˈstratjə/
noun
1. verkleinwoord van straat
callejón
callejuela
noun
1. de naam die aan een straat gegeven wordt voor de herkenbaarheid
nombre de la calle
noun
1. informele, soms ruwe taal met veel invloed uit talen van immigranten,...
jerigoncio
jerigonza
jeringozo
noun
1. onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding
castigo
pena
penitencia
/
ˈstrɑfə(n)/
verb
1. negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
castigar
penar
noun
juicio penal
proceso penal
noun
punto de penalización
/
'strɑfrɛxt/
noun
1. het geheel van rechtsregels waarmee bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld
derecho penal
noun
1. directe vrije trap
penalti
noun
1. gedeelte van het voetbalveld
área de penalti
noun
1. een rechtszaak die door de strafrechter behandeld wordt
causa criminal
adjective
- 1. nauwzittend
ajustado
estrecho
- 4. zonder franje
depurado
- 3. streng
estricto
adverb
- 3. een korte tijd geleden
ahora mismo
hace un momento
- 1. op een later moment
después
luego
/
ˈstralə(n)/
verb
- 1. straling uitzenden
brillar
radiar
- 3. een heel blije uitdrukking op het gezicht hebben
resplandecer
noun
1. Strook land langs de kust
playa
verb
1. aan de grond vastlopen
abarrancar
encallar
/
straˈteɣ/
noun
1. een persoon die strategieën uitwerkt
estratega
noun
1. een plan om iets te bereiken
estrategia
noun
1. racecircuit voor auto's of motorfietsen op de openbare weg
circuito de carreras callejero
noun
1. verdeling in lagen
estratificación
noun
1. een kegelvormige vulkaan met traagvloeibare lava
estratovolcán
noun
- 2. een handige manipulatie
artificio
jugarreta
truco
- 1. een gebied met een eigen karakter
región
comarca
zona
noun
- 4. koppelteken
guión
- 1. een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
linea
- 2. lijnvormig patroon
- 3. (figuurlijk) begrenzing die niet overtreden dient te worden, schreef
raya
noun
- 2. typografisch teken "-"
guion
- 1.
rayita
verb
estirar
extender
tender
noun
2. bedoeling
finalidad
intención
objeto
tendencia
verb
- 1. zachtjes met de hand over iets of iemand strijken
acariciar
- 2. zichzelf zachtjes aaien
acariciarse
noun
1. een uiting van tederheid
caricia
noun
oplossing die spijsverteringsenzymen bevat
cuajo
adverb
1. zonder ruimte voor tegenspraak
adusto
austero
inclemente
severo
noun
4. riem waarmee een trekdier voor een wagen wordt gespannen
tirante
verb
bobinar
enrollar
envolver
noun
1. spanning, geestelijke druk.
estrés
noun
het willen bereiken van een doel
afán
aspiración
procura
verb
1. een doel willen bereiken
procurar
afanarse
esforzarse
noun
- 2. een militair treffen
combate
acción
batalla
- 1. een handgemeen
lucha
noun
hacha de combate
hacha de guerra
tomahawk
verb
1. ondanks weerstand een doel proberen te bereiken
luchar
pelear
batallar
combatir
noun
1. een persoon die strijdt
combatiente
adjective
contradictorio
contrario
noun
1. een slagwapen in de vorm van een metalen staf met een versterkte kop
maza
noun
grito de batalla
grito de guerra
adjective
batallador
combativo
guerrero
noun
1. afgeperkt terrein ...
arena
redondel
verb
- 3. iets laten zakken
arriar
- 2. wasgoed desinfecteren en gladmaken met hulp van een heet ijzer, een strijkijzer
planchar
- 1. over een oppervlak laten glijden
rozar
/
ˈstrɛɪ̯.gɛɪ̯zər/, /
ˈstrɛɪ̯k.ʔɛɪ̯zər/, /
ˈstrɛː.kɛːzər/
noun
1. een huishoudelijk gereedschap dat gebruikt wordt om textiel glad te strijken
plancha
noun
1. een constructie waarmee de snaren van een strijkinstrument in trilling gebracht worden
arco
noun
- 2. strook
cinta
cubierta
faja
- 1. een boek met een verhaal in beeldvorm
historieta
tebeo
noun
1. een boek met een verhaal in beeldvorm
tebeo
historieta
verb
1. het zich ontdoen van alle kleding of een groot deel van de kleding die het lichaam bedekt, vaak met een erotische bijbedoeling
hacer strip-tease
noun
1. getekend verhaal met korte teksten
tebeo
/
stro/
noun
1. droge bloeistengels van graangewassen
paja
noun
1. kruidachtige overblijvende plant met grijs-groene bladeren aan lange stelen, Helichrysum arenarium
antenaria
meaperros
siempreviva amarilla
siempreviva de los arenales
yesquera
adjective
1. met een gele kleur die lijkt op de kleur van stro
amarillo pajizo
noun
1. hoed
canotier
sombrero de paja
verb
1. in overeenstemming zijn met
concordar
/
'stromən/
verb
1. voortbewegen van vloeistoffen
correr
fluir
afluir
/
'stromɪŋ/
noun
- 1. voortbewegen van een vloeistof
corriente
- 2. bepaalde beweging die zekere denkbeelden gemeen heeft
tendencia
noun
dinámica de fluidos
mecánica de fluidos
noun
iemand die domme dingen doet
cabeza de mierda
noun
1. scheikundig element met symbool Sr en atoomnummer 38
estroncio
noun
1. zweertje op het ooglid
orzuelo
verb
desparramar
echar
verter
noun
- 2. strook stof of papier
cinta
faja
faralá
tira
volante
- 1, strook
cinta
tira
faja
lista
/
ˈstroklɑt/
noun
flexicurva
plantilla de Lesbos
regla de Lesbos
/
stroːm/
noun
- 2. elektriciteit
corriente
- 1. rivier, beek
río
noun
1. een ideale stroombron levert een stroom waarvan de grootte onafhankelijk is van de belasting
fuente de energía
noun
1.stroomsterkte per eenheid stroomgeleidend oppervlakte
densidad de corriente
intensidad de la corriente
noun
1. elekriciteitsdraad
hilo conductor
noun
1. materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
conductor
noun
1. een circuit waarin een elektrische stroom rond vloeit
circuito
noun
1. denkbeeldige kromme lijn ...
línea de corriente
verb
1. iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt
aerodinamizar
noun
arma de electrochoque
noun
transformador de corriente
noun
distribuidor (de encendido)
rotor
noun
1. dikke, viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost
almíbar
noun
2. zakelijk avontuur dat tot groot verlies lijdt
chasco
fiasco
fracaso
noun
1. een dun, dekselachtig kraakbeenklepje, bedekt met een slijmvlies, dat zich aan de basis van de tong bevindt
epiglotis
noun
1.
colchón de paja
jergón de paja
adjective
1. met betrekking tot de opbouw van een geheel
estructural
/
strʏkˈtyr/
noun
de interne opmaak van een geheel
estructura
verb
1. het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt
tropezar
noun
1. begroeiing die bestaat uit bij elkaar staande planten met houtige stengels die zich al direct boven de grond vertakken
matorral
broza
noun
1. bepaald soort in heel Europa voorkomende plant, Calluna vulgaris
brezo
biércol merino
brezo común
bereza
bermeja
biércol
noun
1. iemand die vanuit een hinderlaag reizigers berooft
salteador de caminos
adjective
resistente
robusto
/
ˈstrœʏ̯sˌfoχɔɫ/, /
ˈstrœːsˌfoːɣəl/, /
ˈstrœːzˌvoːɣəl/
noun
1. Struthio camelus, grote loopvogel, die niet kan vliegen
avestruz
noun
1. zeer vergiftig alkaloïde
estricnina
noun
1. een ruimte om te studeren
estudio
noun
1. iemand die hoger onderwijs volgt
estudiante
verb
1. het volgen van een opleiding en verwerven van kennis als voornaamste bezigheid
estudiar
noun
- 1. werkplaats van een beeldend kunstenaar
- 2. plaats waar geluidsopnamen, films of televisie- of radioprogramma's gemaakt worden
- 3. een eenkamerappartement
estudio
noun
1. een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen
convulsión
/
'stœyptrɛkɪŋ/
noun
1. stuipachtige beweging
convulsión
noun
1. onderste deel van de ruggengraat, de laatste vier vergroeide ruggenwervels
cóccix
/
ˈstœʏ̯.tə(n)/, /
ˈstœː.tə(n)/
verb
1. een beweging tot staan brengen
parar
atajar
verb
brotar
hacer polvo
polvorear
surgir
/
stɵk/
noun
1. deel
pieza
trozo
pedazo
noun
1. Soort bouwvakker
estucador
estuquista
verb
1. ophouden te functioneren al of niet door te breken
estropearse
romperse
noun
1.
parte
pedazo
pieza
trocito
noun
1. eenvoudig woninkje
cabaña
adjective
1. dom, bot, stompzinnig
stúpido
noun
onverstandigheid, onverstandige/ondoordachte daad
estupidez
necedad
tontería
/
'styːrə(n)/
verb
- 2. het stuur van een auto bedienen.
conducir
- 6. [een persoon] ergens heen doen gaan
enviar
mandar
- 1. de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt.
gobernar
- 5. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert.
manejar
verb
1. iets door het plaatsen van een steun voor omvallen behoeden
sostener
acodalar
acodar
apuntalar
/
styːr/
noun
1. een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig
volante
noun
1. de rechterzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
estribor
noun
timonera
cámara del timón
noun
1. knuppel of stok waarmee gestuurd kan worden in een vliegtuig
palanca
noun
1. iemand die een vaartuig bestuurt
timonel
noun
1. een stuk software dat een verbinding legt tussen de hardware en het besturingssysteem
controlador de dispositivo
adjective
bronco
brusco
con brusquedad
noun
1. vaste of regelbare waterkering
presa
/
stywadɔːr/
noun
1. degene die verantwoordelijk is voor het gebalanceerd laden en lossen van schepen
estibador
noun
1. waterkering voor energiewinning
presa
verb
estibar
interceptar
propulsar
noun
1. kunstmatig meer
embalse
pantano
noun
subdominant
subdominante
noun
1. een werkwoordswijs waarmee men een wens of onzekerheid tot uitdrukking kan brengen.
subjuntivo
adjective
exquisito
sublime
noun
2. het proces waarbij een vaste stof overgaat in zijn dampfase
sublimación
/
sʌpsidi'ɛr/
adjective
subsidiario
noun
principio de subsidiariedad
noun
1. door de overheid beschikbaar gestelde fondsen bedoeld om een prijs te verlagen...
subsidio
subvención
verb
1. van overheidswege financiële hulp voor een bepaalde activiteit, ver- of aankoop verlenen
subvencionar
noun
1. stof (stoffen)
substancia
sustancia
adjective
substancioso
sustanciosa
sustancioso
noun
1. zelfstandig naamwoord
sustantivo
substantivo
verb
substantivar
sustantivar
verb
reemplazar
remplazar
substituir
noun
1. vervanging
sustitución
noun
1. ondergrond
substrato
sustrato
noun
1. taal die in eerste instantie werd gesproken binnen een gemeenschap of gebied waar nu een andere taal de omgangstaal is
substrato lingüístico
sustrato lingüístico
/
sʌp'til/
adjective
- 1. alleen bij nauwkeurig toezien of voor fijn gevoel waar te nemen of te begrijpen
sutil
- 2. fijn onderscheidend, scherpzinnig
sutil
delicado
refinado
adjective
1. gezagsondermijnend
subversivo
noun
1. gewenste resultaat van een opzet
éxito
adjective
sucesivo
consecutivo
noun
impuesto de sucesión
impuesto sobre sucesiones
adjective
1. succes hebbend
afortunado
logrado
coronado de éxito
pronoun
1. hoofdstad van het Boliviaans departement Chuquisaca
Sucre
/
suˈdɑn/
pronoun
land in Noordoost Afrika, officieel de Republiek Sudan
Sudán
noun
1.het gemis aan helderheid van geest
aturdimiento
noun
1. een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
sufijo
verb
1. een suggestie doen
sugerir
sugestionar
/
sʏˈxɛsti/
noun
1. hetgeen dat voorgesteld wordt
sugestión
sugerencia
noun
Atis
anona blanca
anona del Perú
anón
chirimoya verrugosa
manzana azucarada
noun
1. bepaalde ondersoort van de biet waaruit bietsuiker gewonnen wordt
remolacha azucarera
noun
- 2. snoepje in de vorm van een boon
almendra garapiñada
- 1. sperzieboon
judía verde
noun
- 2. groente
escarola
- 1. uit suiker, kaneel, eieren en bloem samengesteld brood
pan de azúcar
pronoun
Eid al-Fitr
Eid ul-Fitr
noun
1. blokvormig stukje kristalsuiker
terrón de azúcar
azucarillo
noun
1. een vaatje bedoeld om een voorraadje suiker op tafel te brengen
azucarero
noun
1. een rietsoort die verbouwd wordt vanwege zijn suikergehalte en waaruit rietsuiker gewonnen wordt
caña de azúcar
caña
/
ˈsœʏkərˌspɪn/, /
ˈsœːkərˌspɪn/
noun
1. lekkernij bestaande uit een hoeveelheid gesponnen suiker aan een stokje
algodón de azúcar
noun
metabolismo de carbohidratos
noun
melaza
melaza de azúcar
noun
1. stofwisselingsziekte waarbij het bloed een te hoog gehalte aan suiker bevat
diabetes
noun
1. een organische verbinding met een sulfonamide functionele groep
sulfamida
noun
1.een organische verbinding die een sulfonylgroep gekoppeld aan een ureumgroep bevat
sulfonilurea
noun
1., 2. en 3. (gedroogde vrycht van) een variëteit van de druif Vitis vinifera
sultanina
sultana
pasa de Esmirna
/
ˈsypərbɛnˌzinə/
noun
gasolina súper
noun
1. afwezigheid van elektrische weerstand
superconductividad
noun
2. radio-ontvanger
receptor superheterodino
noun
1. een staat die zoveel macht heeft dat ze de wereldpolitiek beslissend kan beïnvloeden
superpotencia
noun
het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert
supernova
noun
principio de superposición
noun
1. toezicht dat tevens het geven van leiding inhoudt
supervisión
noun
1. iets dat als aanvulling toegevoegd wordt
suplemento
adjective
adicional
suplementario
supletorio
adjective
suplementario
supletorio
noun
1. iemand die een bepaalde club steunt
fan
hincha
noun
1. zetpil, pil die via de anus wordt ingebracht
supositorio
noun
1. ettering
supuración
noun
1. samenwerking en besluitvorming tussen verschillende staten
supranacionalidad
/
ˈsʏrvə(n)/
verb
2. zich op het internet begeven
navegar
noun
1. een plank waarop men surft
windsurf
/
ˌsy.ri.ˈna.mə/
pronoun
1. een land in Zuid-Amerika
Surinam
noun
1. overschot
excedente
/
sʏrˈpriːzə/
noun
1. een op een speciale manier ingepakt cadeau
sorpresa
noun
substitutivo
sucedáneo
noun
1. iemand die tijdens een examen surveilleert
vigilante
/
ˌsʏrvɛ'jerə(n)/
verb
1. toezicht houden
vigilar
pronoun
1. een Bantoetaal die veel gesproken wordt in Oost-Afrika
suajili
swahili
pronoun
1. stad in Namibië
Swakopmund
/
ˈswa.zi.ˌlɑnd/, /
ˈsʋa.zi.ˌlɑnt/, /
ˈsβ̞a.zi.ˌlɑnt/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel het Koninkrijk Swaziland
Suazilandia
Swazilandia
noun
een sportieve katoenen trui
suéter
noun
1. een logische redenering waaruit een conclusie afgeleid wordt
silogismo
verb
1. een betekenis hebben die verwijst naar
simbolizar
/
si'metris/
adjective
1. aan twee zijden, bijvoorbeeld spiegelbeeldig gelijk
simétrico
noun
1. middel met opwekkende werking van het autonoom zenuwstelsel
simpaticomimético
noun
1. een gevoel van toegenegenheid
simpatía
adjective
con simpatía
simpatizante
/
sɪmˈpoziəm/
noun
1. een wetenschappelijke samenkomst waarop verschillende wetenschappers een lezing houden over een bepaald onderwerp
simposio
coloquio público
adjective
1. met betrekking tot ziekteverschijnselen
sintomático
noun
1. ziekteverschijnsel
síntoma
noun
1. gebedshuis van joden.
sinagoga
verb
natación sincronizada
noun
sincrociclotrón
sincrotrón
noun
- 2. verlegging van de maataccenten
síncopa
- 3. wegval van middenklank
síncopa
síncope
- 1. plotseling bewustzijnsverlies
síncope
/
sɪnˈdrom/
noun
1. ziektebeeld
síndrome
phraseologicalUnit
síndrome de Asperger
noun
1. situatie waarbij het samengaan van delen groter is dan de som der delen
sinergia
noun
1. gelijkbetekenend woord
sinónimo
noun
een beknopte weergave, een overzicht
sinopsis
/
sɪnˈtɑksəs/
noun
- 2.
- 1.
sintaxis
noun
1. samenstelling
síntesis
adjective
1. op kunstmatige manier gefabriceerd
sintético
/
ˈsi.ri.jə/, /
ˈzi.ri.jə/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel de Arabische Republiek Syrië
Siria
/
siˈstem/
noun
1. een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel...
sistema
noun
- 1. een interdiscipline tussen informatie en bedrijfskunde, gericht op het analyseren van systemen, voorafgaande aan reorganisatie en of automatisering van bedrijfsprocessen
- 2. een werkwijze om verschijnselen te bestuderen voorafgaande aan de ontwikkeling van informatiesystemen
análisis de sistemas
noun
administrador de sistema
noun
biología de sistemas
biología sistémica
noun
pensamiento sistémico
noun
propiedad del sistema
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ingeniería de sistemas
noun
1. de theorie over de systematische beschouwing van systemen in de natuur, wetenschap en of maatschappij
teoría de sistemas
noun
1. de wetenschap en wetenschappen gebaseerd op het systeemdenken.
ciencia de sistemas
noun
1. een aangebrachte ordening
sistemática
verb
1. het stelselmatig ordenen volgens een vooropgezet systeem
sistematizar
noun
1. een aangebrachte ordening
sistematizacíon
noun
1. dun kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en zonder kraag
camiseta
polera
noun
1. een erfelijke aandoening van de exocriene klieren, gekenmerkt door de afscheiding van taai (visceus) slijm (mucus)
fibrosis quística
/
taːk/
noun
1. een te verrichten werk
tarea
faena
/
taːl/
noun
1. systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke...
lengua
idioma
lenguaje
noun
1. een achterstand in de beheersing van de taal
retraso lingüístico
noun
1. een advies rond taalkundige kwesties
consejo lingüístico
adjective
1. een gebrekkige taalbeheersing en woordenschat hebbend
de lenguaje pobre
noun
1. een gebrekkige ontwikkeling van de taalbeheersing en de woordenschat
pobreza lingüística
/
talɑtlɑs/
noun
1. een verzameling van taalkaarten of dialectkaarten
atlas lingüístico
noun
1. een belemmering in de communicatie, veroorzaakt door het verschil in taal
barrera lingüística
/
ˈtaːlbəˌɦeːrsɪŋ/
noun
1. het vermogen zich te kunnen uitdrukken in een of meer talen
dominio del idioma
noun
1. een cursus met als doel, het aanleren van een taal
curso de idioma
noun
1. uitdrukkingen en zegswijzen uit een bepaalde taal
modismo
usos idomáticos
noun
1. talengroepen die een zelfde voorgeschiedenis hebben
familia de lenguas
familia lingüístical
noun
filosofía del lenguaje
/
talfɔut/
noun
1. een fout tegen de grammatica van een taal
error gramatical
falta gramatical
noun
- 2. een geheel van zaken die op taal betrekking hebben
dominio del idioma
- 1. een gebied waar een bepaalde taal gesproken wordt
región lingüística
noun
1. de manier...
lenguaje
noun
comunidad lingüística
noun
1. de geschiedenis van de talen
historia lingüística
/
ˈtalɣəˌvul/, /
ˈtaɫχəˌvuɫ/
noun
1. het vermogen om het juiste gebruik van een taal aan te voelen
capacidad lingüística
noun
1. grens van een taalgebied
frontera lingüística
/
ˈtaɫɣrup/
noun
2. een groep mensen die dezelfde taal spreken
grupo lingüístico
noun
1. performatief taalgebruik
acto de habla
noun
1. geografische kaart waaop de verschillende talen worden aangeduid
mapa lingüístico
noun
1. wetenschap
lingüística
adjective
1. volgens de regels van de taalkunde
lingüístico
noun
1. een beoefenaar van de taalkunde
lingüista
noun
1. een les met als doel, het aanleren van een taal
curso de idioma
noun
1. het verschaffen van taallessen
enseñanza de la lengua
/
ˈtalstrɛːit/, /
ˈtalstrɛːt/
noun
1. een strijd om de talen die in een bepaalde situatie gebruikt moeten worden of de wijze waarop de taal gebruikt moet worden
conflicto lingüístico
noun
1.
tipología lingüística
noun
1. de vaardigheid van een vlot gebruik van de taal
dominio del idioma
noun
1. achteruitgang van een taal vooral op gebied van woordenschat
empobrecimiento de la lengua
noun
1. de vooruitgang van een taal op gebied van taaleigen woordenschat en uitdrukkingen
enriquecimiento de la lengua
noun
adquisición del lenguaje
adquisición lingüísta
noun
1. de wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft
lingüística
noun
1. een beoefenaar van de taalkunde
lingüista
/
taːrt/
noun
1. cirkelvormig zoet gebak
tarta
noun
1. grafische weergave vernoemd naar cirkelvormig etenswaar
gráfica de pastel
noun
1. een genotsmiddel afkomstig van de bladeren van de tabaksplant, wordt gerookt, gekauwd en gesnoven
tabaco
noun
aroma a tabaco
olor a tabaco
noun
1. een geordende lijst met gegevens
tabla
cuadro
noun
- 1. pastille
comprimido
pastilla
- 2. plak
tableta
noun
1. een algemeen aanvaard moreel verbod; iets dat onbespreekbaar of ondenkbaar is
tabú
cardinalNumeral
1. het getal 80
ochenta
pronoun
Guerra de Flandes
Guerra de los Ochenta Años
ordinalAdjective
octogésimo
verb
1. op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen
blocar
noun
1. kleine, gevouwen tortilla, gevulde mexicaanse maïspannenkoek
taco
/
tɑkˈtik/
noun
1. een manier om onder gegeven omstandigheden een doel te bereiken
táctica
/
ˈtɑkt.fɔɫ/
adjective
delicado
discreto
/
taˈdʒikɪˌstɑn/
pronoun
1. een land in een land in Centraal-Azië met als hoofdstad Doesjanbe
Tayikistán
/
ˈtafəɫ/
noun
- 1. een meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
mesa
- 2. tabel
tabla
/
ˈtafəɫˌblɑt/
noun
tablero
noun
porrón común
porrón europeo
noun
comensal
compañero de mesa
noun
comensal
compañera de mesa
/
ˈtafəlˌklet/
noun
kleed dat als bescherming of versiering over een tafel ligt
mantel
/
ˈtafəɫˌpot/
noun
1. een verticaal deel van een tafel dat ter ondersteuning dient
pata de mesa
noun
charla de sobremesa
discurso de sobremesa
noun
1. (sport) een spel waarbij twee spelers, ieder met een batje, een pingpongbal op tafel houden
tenis de mesa
ping-pong
noun
1.een meestal goedkope wijn zonder specifieke afkomst, die aangenaam bij een doordeweekse maaltijd wordt gedronken.
vino de mesa
vino de pasto
noun
1. fijn zout
sal de mesa
noun
curtido
encurtido
pickles
pronoun
1. taal die op de Filipijnen gesproken wordt
tagalo
noun
1. een soort van pasta, gemaakt van gemalen sesamzaad met toevoeging van o.a. citrussap, knoflook, peterselie...
tahina
tahini
/
tɑjˈfuːn/
noun
1. een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie.
tifón
/
tɑjˈkuːn/
noun
1. een rijk persoon die een groot deel van een bepaalde bedrijfstak in handen heeft.
magnate
/
ˌtɑjkoˈnaʊ̯t/, /
ˌtɑjkoˈnɔʊ̯t/, /
ˌtɑjkoˈnʌʊ̯t/
noun
1. een Chinese ruimtevaarder.
taikonauta
noun
1. het middelste deel van het lichaam
cintura
talle
/
tɑk/
noun
1. een deel van een boom of struik
rama
/
ˈtaləˌkɛnəs/
noun
1. kennis van verschillende talen
conocimiento lingüístico
noun
1. een speciaal talent voor het aanleren van vreemde talen
don de lenguas
noun
1. bijzondere aanleg
talento
adjective
1. begaafd
talentado
talentoso
/
tɑɫx/
noun
1. huidvet, een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren
sebo
noun
1.een klier om de haarzakjes, die talg afgeeft
glándula sebácea
noun
2. islamitische guerrillabeweging in Afghanistan en het westen van Pakistan
talibán
noun
1. benaming voor kleine vogels uit het geslacht Anas of het geslacht Callonetta
cerceta
/
'tɑlɪn/
pronoun
1. de hoofdstad van Estland
Tallin
adjective
1. met betrekking tot Talossa of het Talossaans
talosano
pronoun
1. een kunsttaal gemaakt in 1980 door R. Ben Madison voor zijn micronatie Talossa
talosano
adjective
1. groot in aantal
numeroso
noun
sistema de numeración
noun
1. en 2. (vruchten van de) tamarindeboom
tamarindo
noun
1. benaming voor altijd groene bomen en heesters uit het geslacht Tamarix
atarfe
tamarisco
tamariz
taraje
taray
noun
1. trommelslager die de maat aangeeft bij het marcheren van soldaten
tambor
adverb
1. nogal, in relatief grote mate
bastante
pronoun
1. taal die gesproken wordt in India, Sri Lanka, Singapore, en Maleisië
tamil
noun
- 1. hard en wittige gecalcificeerde structuur in de mond
- 2. scherp uitsteeksel
diente
leva
noun
1. een medisch specialist op het gebied van de tandheelkunde
dentista
noun
1. de helpster van de tandarts
ayudante del dentista
noun
1. aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën
caries
noun
1. het been waaruit tanden voor het grootste deel bestaan
dentina
marfil
noun
1. borsteltje om de tanden mee te reinigen
cepillo de dientes
escobilla de dientes
verb
1. knarsen met de tanden
crujir los dientes
noun
1. puntig instrumentje om etensresten tussen de tanden te verwijderen
palillo mondadientes
mondadientes
noun
1. het blinkend glazuur op de tandkroon die rond het tandbeen gelegen is
esmalte dental
noun
1. wetenschap voor de verzorging van de tanden
odontología
/
ˈtand.pɑs.taː/, /
ˈtɑnt.pɑs.ta/
noun
1. een poetsmiddel voor de tanden
dentífrico
pasta de dientes
crema dental
/
tɑntpɛin/
noun
1. pijn in één of meerdere tanden
dolor de dientes
odontalgia
noun
ferrocarril de cremallera
noun
1. de afzetting van caliumzouten en verontreinigingen op gebitselementen
sarro
tártaro
noun
1. de maker van kunstgebitten en kunsttanden
mecánico dental
/
ˈtɑntfles/
noun
1. deel van het mondslijmvlies waarin de tanden vastzitten
encía
noun
1. een ontsteking van het tandvlees
gingivitis
inflamación de las encías
/
'tɑntʋil/
noun
1. een wiel met een gekartelde rand bedoeld om in te grijpen in die van een ander ter overdracht van aandrijfkracht
rueda dentada
noun
1. een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
hilo dental
seda dental
verb
- 1. verzwakken, afnemen, slinken, verflauwen, verminderen, aflopen
amainar
decrecer
disminuir
menguar
- 2. looien
- 3. vaalgeel/bruin kleuren
curtir
/
tɑŋ/
noun
- 2. oude vrouw
arpía
harpía
- 1. een uit twee delen opgebouwd gereedschap waarvan de beide delen op één punt aan elkaar vastzitten...
tenaza
pinzas
alicate
noun
teorema de la tangente
noun
3. spelwoord voor de letter t
Teresa
/
tɑŋk/, /
tɛŋk/
noun
- 2. een oorlogsvoertuig
carro de combate
tanque de combate
- 1. een groot vat
tanque
cisterna
depósito
noun
1. schip
barco aljibe
barco cisterna
petrolero
noun
1. aanduiding voor de persoon die de moed had om voor een pantserwagen met kanon te gaan staan als vorm van geweldloos verzet
hombre del tanque
/
ˈtɑŋkstaʃɔː/, /
ˈtɛŋkstɑʃɔn/
noun
estación de servicio
gasolinera
puesto de gasolina
noun
tanino
E181
ácido tánico
noun
1. scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73
tantalio
tántalo
noun
1. scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73
tantalio
noun
1. zus of schoonzus van iemands vader of moeder
tía
/
ˌtɑn.za.ˈni.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika
Tanzania
/
ˈtapa/
noun
1. Spaans borrelhapje
banderilla
pincho
tapa
noun
1. een apparaat voor het opnemen van geluid op een band
magnetófono
noun
1. zetmeel verkregen uit de wortelknol van Manihot esculenta
tapioca
almidón de mandioca
almidón de tapioca
almidón de yuca
noun
almidón de yuca
casava
cazabe
guacamote
mandioca
tapioca
/
ˈtapɪr/
noun
1. hoefdier, zo groot als een ezel en met een kleine beweeglijke slurf
tapir
noun
1.buffet met biertap
bar
bufete
adjective
1. iets dat laat tot uiting komt
tardío
/
tɑˈrif/
noun
1. een vastgesteld bedrag per eenheid
tarifa
arancel
pronoun
- 1. een Boliviaans departement gelegen in het zuiden van het land
- 2. de hoofdstad van het Boliviaans departement met de gelijkaardige naam
Tarija
pronoun
1. taal uit de Turkse talen met ongeveer anderhalf miljoen sprekers die vooral wordt gesproken in Tatarstan, een deelrepubliek van Rusland maar ook in andere delen van de vroegere Sovjet-Unie en daarbuiten
tártaro
pronoun
1. stad in Estland
Tartu
/
ˈtɑrʋə/
noun
- 3. zaad van tarwe
- 2. meest verbouwde tarwe soort (Triticum aestivum)
trigo
/
ˈtɑrʋəˌbrot/, /
ˈtɑrβ̞əˌbrot/
noun
1. een brood op basis van tarwemeel
pan de trigo
noun
1. en 2 grof gemalen meel van (gewone) tarwe (Triticum)
sémola de trigo
semolina de trigo
noun
aceite de germen de trigo
/
ˈtɑrʋəˌmɪːɫ/
noun
harina de trigo
noun
1. (voorgekookte) geplette tarwegranen
copos de trigo
noun
zemelen van tarwekorrels
salvado de trigo
noun
1. zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
bolsa
saco
pronoun
1. randzee van de Grote Oceaan, gelegen tussen Australië en Nieuw-Zeeland
mar de Tasmania
pronoun
1. taal uit de Turkse talen met ongeveer anderhalf miljoen sprekers die vooral wordt gesproken in Tatarstan, een deelrepubliek van Rusland maar ook in andere delen van de vroegere Sovjet-Unie en daarbuiten
tártaro
pronoun
1. de autonome republiek van Rusland met de hoofdstad Kazan
Tataristán
noun
1. een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht
tatuaje
/
tatuʷ'erə(n)/
verb
1. met een naald en inkt een blijvende tekening in de huid inbrengen
tatuar
/
tɑuˈge/
noun
1. uitlopers van mungbonen
brotes de judia mungo
noun
estimación
evaluación
valoración
valuación
verb
apreciar
estimar
evaluar
tasar
valorar
valuar
/
tɑk.si/
noun
1. een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen
taxi
libre
noun
calle de rodaje
pista de carreteo
pista de rodaje
pista de taxeo
noun
taxonomía
clasificación biológica
/
'tɑksʏs/
noun
1. altijd groen blijvende conifeer
tejo
phraseologicalUnit
malicioso
maligno
malévolo
/
tiːm/
noun
- 1. een ploeg van bij elkaar horende spelers
- 2. een groep samenwerkende mensen
equipo
noun
1. scheikundig element met symbool Tc en atoomnummer 43
tecnecio
noun
1. iemand die techniek toepast
técnico
noun
1. De bewerkingen en verrichtingen die nodig zijn om iets tot stand te brengen
técnica
ingeniería
adjective
1. op techniek betrekking hebbend
técnico
adjective
delicado
exquisito
fino
tierno
noun
1. het teder zijn
ternura
/
tef/
noun
1. wijfjeshond
perra
noun
1. achtpotige parasiet uit de orde Ixodida
garrapata
cabarra
noun
- 1. vingers van de voet
dedo del pie
ortejo
dedo
- 3. twijg
mimbre
/
ter/
adjective
1. broos, breekbaar
delicado
exquisito
fino
frágil
tenue
/
ter/
noun
1. olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit
alquitrán
brea
noun
1. asfalt, waarin naast bitumen ook teer als bindmiddel gebruikt is
pisasfalto
noun
1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes
dado
noun
1. hybride kruising tussen een mannetjestijger en een vrouwtjesleeuw
tigón
/
ˈteɣəɫ/
noun
1. een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
baldosa
azulejo
losa
/
təɣəˈlɛɪk/
adverb
1. op hetzelfde moment
concomitantemente
juntamente
simultáneamente
noun
1. een bouwvakker die wandtegels zet en vloertegels legt
enlosador
/
teːɣən/, /
teːχən/
preposition
1. zijdelings aanleunend
contra
en contra de
adverb
quiera o no
quiérase o no
adverb
1. tegen
apoyarse contra
noun
1. een aanval tegen een aanval
contraataque
noun
1. een actie tegen een actie
acción de respuesta
noun
1. een bericht dat een vorig bericht tegenspreekt
aviso contrario
noun
1. een beweging in tegengestelde zin
movimiento contrario
noun
1. een bezoek ter beantwoording van een ander bezoek
visita de correspondencia
verb
1. zodanig brassen dat de wind van voor in de zeilen valt en het schip geen vaart meer maakt
abroquelar
noun
1. het tegenovergestelde
lo contrario
lo opuesto
/
ˌteɣə(n)ˈdrats/
adjective
1. tegen de draad, weerspannig
en contra
noun
1. druk in tegenovergestelde zin
presión contraria
verb
1. proberen iets te stoppen of te verhinderen
contrarrestar
/
ˈteɣə(n)ɣəstɛɫt/
adjective
1. de negatieve waarde van iets hebbend
opuesto
contrapuesto
contrario
noun
1. een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwakt
antídoto
verb
- 2. verhinderen
impedir
- 1. iets of iemand stoppen
parar
detener
aguantar
retener
adverb
1. zich tegen iets verzettend
en contra de
noun
1. een andere kandidaat uit een tegenpartij
candidato contrario
/
'te.ɣən.ko.mə(n)/
verb
1. bij toeval ontmoeten
encontrar
noun
1. elektronica
realimentación negativa
verb
1. lachend tegemoet zien
sonreír
noun
1. tegemoetkomend voertuig
vehículo en dirección contraria
adverb
1. tegen de natuur in
contranatural
antinatural
noun
1. tegenaanval
contraofensiva
adjective
1. precies andersom
adverso
contrario
opuesto
noun
1. hetgeen wat precies voorstelt wat iets helemaal niet is
contrario
opuesto
noun
1. de andere partij
adversario
parte contraria
noun
1. iemand met een tegengesteld karakter
polo opuesto
noun
1. een prestatie als vergoeding
contraprestación
/
ˈteɣə(n)ˌslɑx/, /
ˈteχə(n)ˌslɑχ/
noun
1. het gebeuren van ongeluk
contratiempo
adversidad
contrariedad
infortunio
mala suerte
revés
verb
1. weerstand bieden door wilde bewegingen te maken
oponerse
respingar
noun
- 1. een speler van de tegenpartij
adversario
- 2. iemand die met een ander samenspeelt
antagonista
noun
1. ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
desgracia
infortunio
noun
1. tegenspreken, ontkennen
contradicción
verb
1. zich met woorden verzetten
contradecir
verb
1. al mopperend protesteren
rezongar
respingar
verb
asquear
cansar
fastidiar
hartar
repugnar
noun
1. verzet
oposición
resistancia
noun
1. vijand, rivaal
adversario
noun
1. het tegenovergestelde
contraste
contraposición
verb
1. weerstand bieden
cocear
respingar
adjective
1. niet overeenstemmend
contradictorio
noun
1. iets tegenstrijdigs
contradicción
verb
1. minder gunstig verlopen dan verwacht
decepcionar
noun
1. tegenslag
contratiempo
noun
1. een voorstel als antwoord op een voorafgaand voorstel
contraproposición
noun
1. de overeenkomstige waarde
contravalor
noun
1. verdediging
resistencia
verb
1. zich tegen iets verzetten
contrariar
noun
1. tegenstand
oposición
noun
1. wat iets in evenwicht houdt
contrapeso
noun
1. wind tegen
viento contrario
adjective
- 1. huidig
actual
de hoy
- 2. aanwezig
presente
noun
1. vorm die aangeeft dat het huidige moment bedoeld wordt
presente
noun
1. aanwezigheid
presencia
noun
1. het geen zin hebben in iets
desgana
disgusto
noun
1. vaste verblijfplaats
hogar
residencia
noun
1. ondiepe maar brede waterdichte bak
barreño
noun
1. symbool, signaal, aanduiding
signo
muestra
noun
1. iemand die beroepsmatig tekent
dibujante
noun
bloc de dibujo
libro de dibujo
verb
een tekening maken
dibujar
delinear
/
ˈtekə(n)ˌfɪlm/, /
ˈtekə(n)ˌfɪɫm/
noun
1. een film waarin een getekende realiteit wordt verbeeld
película de dibujos animados
noun
- 5. een beschrijving
descripción
- 1. een door tekenen ontstane afbeelding of voorstelling
- 3. een wijze waarop iets van figuren is voorzien of zich in figuren vertoont
dibujo
- 2. een ondertekening
firma
- 4. een bouwkundig ontwerp
plano
noun
1. een ontbrekende hoeveelheid
déficit
carencia
escasez
falta
noun
- 2. de woorden van een compositie voor stemmen
letra
- 1. verzameling letters en/of woorden
texto
noun
bocadillo de cómic
globo
noun
1. discipline binnen de toegepaste taalkunde
lingüística del texto
lingüística textual
noun
1. een computerprogramma waarmee teksten kunnen worden geschreven en bewerkt
procesador de textos
noun
1. natuurlijke processen
tectónica
noun
de technologie en haar toepassing die communicatie over grote afstanden mogelijk maakt
telecomunicacíon
noun
- 1. toestel waarmee tekeningen...
- 2. faxpost
fax
/
ˌtelefoˈneːrən/
verb
1. een telefoon gebruiken
telefonear
llamar
llamar por teléfono
/
ˌtelə'fon/, /
ˌteːlə'foːn/
noun
1. een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom
teléfono
noun
1. is een boek met een grote verzameling telefoonnummers gerangschikt op naam en woonplaats
guía de teléfono
guía telefónica
guía de teléfonos
noun
cabina de teléfonos
cabina telefónica
noun
central de teléfonos
central telefónica
noun
guía de teléfono
guía de teléfonos
guía teléfonica
noun
1. een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting
número de teléfono
noun
2. het afluisteren van telefoongesprekken
escucha telefónica
noun
1. een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom
teléfono
verb
1. per telegraaf berichten
telegrafiar
cablegrafiar
noun
berichten overseinen door middel van de telegraaf
telegrafía
noun
telegrama
cable
cablegrama
despacho
parte
noun
1. grijs met RAL-nummer 7045
gris tele 1
noun
1. tint grijs met RAL-nummer 7046
gris tele 2
noun
1. tint grijs met RAL-nummer 7047
gris tele 4
noun
1. het verschijnsel van de beweging of verplaatsing van voorwerpen zonder aanraking door een persoon
psicoquinesia
telekinesia
telequinesia
verb
1. door nauwgezette verzorging doen groeien
cultivar
noun
1. een optisch instrument, waarmee ver verwijderde objecten bekeken kunnen worden
telescopio
adjective
1. in lengte wijzigbaar
telescópico
adverb
1. een onaangenaam gevoel hebbend omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is
desengañado
verb
1. iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen
decepcionar
desengañar
noun
1. een emotie opgeroepen door het niet uitkomen van een verwachting
desilusión
decepción
desengaño
noun
- 2. medium
televisión
televisor
- 1. elektrisch apparaat
televisor
aparato de televisión
televisión
noun
programa de televisión
/
ˌteləˈviziˌseːri/, /
ˌteləˈviziˌsɪːri/
noun
1. een opeenvolging van afleveringen van een programma op de televisie
serie televisiva
noun
1. een toestel dat een elektrisch of elektromagnetisch signaal omzet in beeld en geluid
televisor
noun
aparato de télex
télex
verb
1. aantal bepalen
contar
computar
/
ˈtɛlər/
noun
contador
- 1. het getal boven de streep van een breuk
numerador
noun
1. scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52
telurio
noun
1. scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52
telurio
teluro
pronoun
1. een Dravidische taal met ongeveer 70 miljoen sprekers
telugu
verb
1. tam maken
domar
amansar
domeñar
domesticar
adiestrar
amaestrar
/
ˈtɛm.pəl/, /
ˈtɛm.pəɫ/
noun
1. een gebouw voor godsverering
templo
noun
caballero templario
templario
noun
pintura al temple
témpera
/
ˈtɛmpɛrɑtyːr/
noun
1. grootheid die de warmte weergeeft
temperatura
noun
coeficiente de temperatura
/
'tɛmpo/
noun
tempo
velocidad
noun
- 1. verleiding
tentación
- 2. kwelling, marteling
tormento
tortura
noun
1. beweging in bepaalde richting, neiging
tendencia
adjective
1. gekleurd door bijbedoelingen
tendencioso
noun
1. wagen achter een locomotief
tender
noun
1. een peesontsteking
tendinitis
pronoun
1. het grootste eiland van de Canarische Eilanden, een tot Spanje behorende eilandengroep
Tenerife
verb
1. tot niets terugbrengen
anular
noun
1. aanklacht door openbaar aanklager
cargo
acusación
adverb
1. duidt een minimale voorwaarde aan
al menos
por lo menos
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de orde Tenrecidae
tenrec
noun
1. verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
tienda campaña
tienda
noun
1. het toetsen van kennis opgedaan bij één vak
examen parcial
/
ˈtɛntəˌkɑmp/
noun
1. een kamp met tenten als behuizing
campamento
/
tɛnˈtonstɛlə(n)/
verb
1. voor een publiek toonbaar maken
exhibir
exponer
presentar
/
tɛnˈtonstɛlɪŋ/
noun
1. een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
exposición
exhibición
/
ˈtɛn.zɛɪ/
conjunction
1. behalve wanneer
salvo
a menos que
noun
1. snaarinstrument uit de luitfamilie
tiorba
noun
1. een gepigmenteerd knopvormig uitsteeksel op de borst van de mens
pezón
noun
2. eetbaar schelpdier
lapa
noun
alcoholische drank afkomstig uit Mexico
tequila
adjective
1. wat misvormingen in de ontwikkeling van de baby veroorzaakt
teratogénico
noun
1. een stof die misvormingen bij een baby veroorzaakt
teratogénico
noun
1. scheikundig element met symbool Tb en atoomnummer 65
terbio
verb
1. uiteindelijk, vaak per ongeluk, ergens geraken
dar en
ir a parar a
llegar en su destino
verb
1. het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel
ejecutar
ajusticiar
verb
1. met teer besmeren
alquitranar
embrear
verb
1. iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren
provocar
noun
- 1. uitgaven voor levensonderhoud
consumación
- 2. verzamelnaam voor ziektes waarbij de patiënt wegkwijnt
tisis
noun
1. waardeloze rommel
pedazo de mierda
/
tɛrəm/
noun
1. een woord of uitdrukking
término
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Isoptera
termita
comején
/
tɛrˈmɛin/
noun
1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn
plazo
plazo de tiempo
término
adjective
1. in het eindstadium
terminal
noun
1. licht-donkergrens
terminador
adjective
abatiendo
deprimiendo
desalentando
adjective
1. ontmoedigd, somber vanwege tegenslag
abatido
desalentado
desanimado
/
tɛra'kɔta/
noun
terracota
noun
een met een horecaterras vergelijkbare plek in een tuin
terraza
/
tɛ'rɛin/
noun
1. een stuk grond van enige omvang
terreno
campo
noun
1. grondgebied
territorio
/
ˈtɛri.ər/
noun
1. hond uit bepaalde rassen, vroeger veel gebruikt voor de jacht
terrier
verb
1. in de greep van angst houden, terreur uitoefenen
aterrorizar
noun
het ontwrichten van een samenleving door terreurdaden tegen burgers, vaak met een politiek of religieus oogmerk
terrorismo
noun
1. iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
terrorista
adverb
- 2. zo, aanstonds
enseguida
- 1. onmiddellijk, meteen
inmediatamente
/
tɛrsjɛːr/
adjective
terciario
/
trʏχ/, /
təˈrʏx/
adverb
terug van weggeweest
de vuelta
hacia atrás
/
trʏχ/, /
təˈrʏx/
postposition
atrás
/
tə'rʌxblɪk/
noun
1. een blik op voorbijgegane zaken
retrospección
adjective
1. terugkijkend naar het verl
retrospectivo
/
təˈrʏxbrɛŋə(n)/
verb
- 1. naar het punt van vertrek brengen
- 2. naar de eigenaar brengen
devolver
verb
2. achteruit draaien
desdar
/
t(ə)ˈrʏɣ.drɪŋə(n)/
verb
- 2. beperken, zie ook verminderen
acurtar
reducir
- 1. dringen naar de oorspronkelijke richting
hacer volver
repulsar
verb
1. weer gebruikmaken van iets ouds en vertrouwds
recurrir
verb
1. een min of meer elastische botsing ondergaan
botar
rebotar
verb
1. gaan naar een plaats waar men eerder vandaan kwam
volver
regresar
/
tə'rʌxkomə/
verb
1. opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is
regresar
volver
reaparecer
noun
realimentación
retroalimentación
verb
1. terug plaatsen
reponer
/
tə'rɵxlopən/
verb
- 1. verminderen
descender
disminuir
- 2. weer naar het beginpunt van een route lopen
regresar
volver
noun
viaje de regreso
viaje de vuelta
verb
1. iets (of iemand) weer naar de plaats doen vertrekken waar het vandaan kwam
devolver
/
təˈrʏxˌtɔxt/
noun
1. de tocht terug naar een eerder beginpunt
vuelta
/
tɛr.ˈwɛɪ̯l/, /
tɛr.ˈʋɛɫ/
conjunction
- 2. hoewel
mientras que
mientras
- 1. gedurende de periode dat nog een andere actie aan de gang is
mientras
en tanto que
pronoun
1. naam van twee boeken uit het Nieuwe Testament
Tesalonicenses
/
tɛst/
noun
- 1. probeersel
prueba
test
- 3. toets
test
examen
noun
1. akte met een wilsbeschikking voor na de dood
testamento
noun
1. teelbal, zaadbal
testículo
noun
1. een kans om iets te toetsen
opción de prueba
noun
1. een infectieziekte die door een gifstof leidt tot spierspasmen
tétanos
tétano
noun
1.behoort tot de groep geneesmiddelen die tetracycline-antibiotica worden genoemd
tetraciclina
noun
1. een door vier gelijkzijdige driehoeken ingesloten lichaam
tetraedro
/
tøx/
noun
1. een grote slok
trago
sorbo
/
ˈtøɣəl/, /
ˈtøʝəl/
noun
1. stuurriem van rijdier
rienda
pronoun
2. spelwoord voor de letter t
Teresa
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Oenothera
capa de San José
hierba de asno
hierba del asno
hierba del burro
hierba del vino
onagra
noun
1. datgene wat over is boven de gewenste hoeveelheid
exceso
/
təvərˈɣefs/
adverb
en vano
adverb
1. in de tijd ervoor
previamente
/
təˈvredə(n)/
adjective
1. geen behoefte voelend om aanmerkingen te maken
contento
satisfecho
/
təvredənɦɛɪt/
noun
1. het gevoel genoeg te hebben en voldaan te zijn
satisfacción
/
tə'vredənˌstɛlə(n)/
verb
1. ervoor zorgen dat iemand tevreden wordt
contentar
/
tɛk'stilɪndʌstri/
noun
de industrie van het maken van stoffen en kleding met textiel
industria textil
noun
1. de manier waarop iets is samengesteld, hoe het materiaal aanvoelt en hoe de structuur eruit ziet
textura
pronoun
1. de officiële taal van Thailand
tailandés
/
ˈtɑɪ̯.lɑnt/, /
ˈtɛɪ̯.lɑnd/
pronoun
1. een land in Azië dat vroeger Siam heette
Tailandia
noun
1. scheikundig element met symbool Tl en atoomnummer 81
talio
noun
1. een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
teatro
noun
trastorno histriónico de la personalidad
noun
- 2. dienblad
azafate
bandeja
- 1. blad van de theestruik
hoja de té
/
ˈteduk/
noun
1. katoenen of linnen doek, m.n. gebruikt om serviesgoed, bestek, pannen e.d. mee af te drogen
paño de cocina
repasador
noun
1. een kleine lepel om thee mee te roeren
cucharilla de té
cucharadita
pronoun
1.de grootste rivier van Engeland
Támesis
noun
1. een gevoerde kap om de thee warm te houden
cubretetera
noun
1. kan met deksel en schenktuit waarin een warme drank wordt bereid door bladeren in heet water te laten trekken
tetera
/
tema/
noun
1. een onderwerp dat behandelt wordt
tema
noun
1. staatsvorm die gebaseerd is op goddelijke
teocracia
pronoun
2. spelwoord voor de letter t
Teresa
noun
1. leer over God, het goddelijke en de godsdienst
teología
noun
1. een beoefenaar van de theologie
teólogo
/
ˌteɔːˈretis/
adjective
1. wat niet perse in de werkelijkheid voorkomt, m.b.t. feiten en wetten berustende ...
teórico
noun
1. een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
teoría
noun
iemand die een patiënt behandelt
terapeuta
noun
1. een methode om aan de genezing van zieken te werken
terapia
noun
columna térmica
deriva vertical
térmica
noun
1. een poedermengsel van een onedel metaal, gewoonlijk aluminium, en een oxide van een edeler metaal, vaak ijzer of koper
termita
adjective
1. met betrekking tot warmte
térmico
noun
1. de leer van warmte en arbeid
termodinámica
noun
plástico termoestable
adjective
magnetotérmico
termomagnético
/
ˈtɛrmoˌmetər/
noun
1. een meetinstrument om temperaturen te meten
termómetro
noun
1. synoniemenwoordenboek
tesauro
diccionario de sinónimos
/
ˈtiosɵlˌfat/
noun
1.
tiosulfato
noun
1. scheikundig element met symbool Th en atoomnummer 90
torio
noun
1. filmthriller
película de suspense
/
tœʏs/, /
tœːs/
noun
1. een plek waar iemand woont en zich veilig voelt
hogar
casa
/
tœysbəzɔrɣə(n)/
verb
1. afleveren aan huis
entregar a domicilio
llevar a domicilio
repartir a domicilio
noun
1. geheel van organisaties en activiteiten waarmee de burgerbevolking een bijdrage aan de oorlog levert
frente doméstico
noun
- 2.plaats waar iemand zich thuis voelt of thuis hoort
hogar
puerto base
- 1.haven waar een schip geregistreerd is
puerto base
noun
educación en el hogar
noun
1. benaming voor groenblijvende boompjes uit het geslacht Thuja
thuja
tuya
árbol de la vida
noun
1. scheikundig element met symbool Tm en atoomnummer 69
tulio
/
ˌtiroˈid/, /
ˌtiroˈit/
noun
1.een klier gelegen aan de voorzijde van de hals
glándula tiroides
pronoun
2. de rivier die stroomt door Rome
Tíber
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Tibet en buiten Tibet door een grote groep vluchtelingen
tibetano
cardinalNumeral
1. het getal 10
diez
noun
2. kerkbelasting
diezmo
ordinalAdjective
1. nummer tien in een rij
décimo
adjective
2. rekenend met het tientallige stelsel
decimal
ordinalAdjective
deizmilésimo
noun
1. jongere tussen 10 en 20 jaar oud
adolescente
noun
1. vrouwelijke borst
teta
/
tɛit/, /
tɛɪ̯d/, /
tɛːt/
noun
1. onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden
tiempo
adjective
1. voor een beperkte tijd, niet permanent
temporal
transitorio
noun
1. iemand die in dezelfde historische periode leefde
contemporáneo
adjective
1. op het juiste moment
a tiempo
noun
aviso
comunicación
noticia
/
ˈtɛːtmɑˌʃinə/, /
ˈtɛːɪtmɑˌʃinə/
noun
1. machine om mee door de tijd te reizen
máquina del tiempo
verb
competición contrarreloj
noun
1. het laten zien hoe laat het is; het laten zien wanneer iets gebeurd is
indicación horaria
noun
1. blad waarvan met vaste tussenpozen afleveringen verschijnen
revista
/
tɛɪdsdyr/
noun
1. de tijd dat iets duurt
duración
longitud de tiempo
noun
1. de tijdsperiode tussen twee momenten in de tijd
periodo
período
noun
1. afsluitmechanisme van een kluis of ruimte waarin een of meer uurwerken zijn verwerkt
cerradura de tiempo
noun
1. een punt in de tijd
momento
noun
1.verschil in tijd van de dag
diferencia de tiempo
verb
- 2. aan iets beginnen
arrancar
partir
salir
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera tigris
tigre
noun
vrouwelijke tijger
tigresa
noun
1. bepaald soort zoogdier, Leopardus tigrinus
tigrillo
noun
1. bepaald soort kleine, van oorsprong Aziatische mug met tijgerstrepen op de romp en de pootjes, Aedes albopictus
mosquito tigre
noun
3. kruid gebruikt in de keuken
tomillo
/
ˈtɪkə(n)/
verb
- 3. typen
mecanografiar
escribir a máquina
teclear
- 1. een of meer keren een niet harde slag of klap geven
palmear
- 2. het regelmatige, korte maar energieke geluid van zo'n slag of klap
tictac
/
tɪlə(n)/
verb
1. van de grond opheffen
levantar
verb
1. houten zaken in elkaar zetten
carpintear
noun
1. iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
carpintero
carpintera
noun
1. een vrouw die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
carpintera
noun
scheikundig element
estaño
pronoun
2. spelwoord voor de letter t
Teresa
/
tɪp/
noun
1. een uiterste punt van iets
cima
extremo
punta
noun
1. een tent tent met een puntdak die o.a. gebruikt wordt door de Noord-Amerikaanse indianen
tipi
/
ˈtɪ.pə.lar.stər/
noun
2. prostituée op straat
callejera
noun
1. onrechtmatige heerschappij, gekenmerkt door willekeur en geweld
tiranía
verb
1. overheersen op een vervelende manier
tiranizar
pronoun
- 1. regio
- 2. deelstaat van Oostenrijk
Tirol
noun
2. een verhaal uit de Griekse mythologie...
titanomaquia
noun
1. scheikundig element met symbool Ti en atoomnummer 22
titanio
noun
- 1. opschrift van een document
- 2. aanduiding van een persoon
título
noun
titulación
análisis volumétrico
noun
1. een kleine zangvogel uit de Zangers Sylviidae
mosquitero común
mosquitero
noun
1. broodrooster
tostador
tostadora
verb
1. zich ergens zorgen over maken
cavilar
preocuparse
pronoun
2. apocrief boek uit de Bijbel
Tobit
/
dɔx/, /
tɔx/, /
tɔχ/
adverb
no obstante
pronoun
idioma tocario
tocario
noun
- 1. bewegende koude lucht binnen een ruimte als gevolg van openingen naar buiten
aire
- 2. activiteit waarbij men naar een of meer bestemmingen gaat
viaje
noun
1. waardeloze, smerige, oude lap
harapo
trapo
verb
1. het eigendom zijn van
pertenecer
verb
1.
achacar
atribuir
valorar en
verb
1. het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand
administrar
asestar
noun
1. plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
acceso
noun
1. entreebewijs op een stevig stukje papier
billete de entrada
adjective
1.te bereiken
accesible
/
ˈtuɣəˌstanə/
adjective
lícito
permitido
verb
- 2. erkennen
admitir
reconocer
- 1. toestaan
permitir
ceder
verb
1. met gejuich begroeten
aplaudir
aclamar
ovacionar
vitorear
vivar
noun
1. benaming voor tropische vogels uit de familie Ramphastidae
tucán
adjective
entrante
predicativo
próximo
adjective
1. van de tijd die komen gaat
futuro
venidero
noun
infantado
patrimonio
subvención
verb
1. niet onmogelijk maken of verbieden
admitir
/
ˈtulɪxˌtɪŋ/
noun
1. nadere tekst om het te verduidelijken
explicación
comentario
aclaración
/
tun/
adverb
2. in een vervlogen tijd
entonces
noun
1. het groter worden in aantal of maat
aumento
elevación
noun
1. grote moerassige en boomloze vlakte in de noordelijke poolstreken
tundra
verb
1. groter worden in getal of maat
aumentar
crecer
acentuarse
verb
- 1. in de praktijk brengen
aplicar
apropiar
- 2. gebruiken
utilizar
noun
1. een manier waarop iets gebruikt wordt
aplicación
verb
- 1, aanreiken
alargar
transferir
- 2. volstaan
bastar
ser suficiente
verb
wat toereikt
bastante
suficiente
noun
1. het reizen voor ontspanning
turismo
noun
1. een mannelijk persoon die voor zijn plezier reist
turista
noun
1. een vrouwelijk persoon die voor haar plezier reist
turista
adjective
1. een plaats die veel toeristen aantrekt
turístico
/
tuˈsxitələk/
adjective
1. welwillend
con facilidad
/
tusxɔuər/
noun
1. iemand die naar iets kijkt
espectador
verb
1. het auteurschap of de eigenaar van iets associëren met iemand
atribuir
culpar
noun
1. een bonus vanwege een specifieke situatie
suplemento
/
ˈtuspra:k/
noun
1. een voordracht voor een groter publiek
discurso
verb
arengar
dirigir la palabra a
dirigirse a
/
'tustɑnt/
noun
- geheel van omstandigheden
estado
condición
situación
- een ongelukkige situatie
rollo
noun
1. een werktuig dat uit meer dan één onderdeel bestaat
aparato
verb
consentir
acceder
asentir
acordar
aprobar
confirmar
noun
een toezegging dat iets geoorloofd is
autorización
permiso
verb
1. iemand zo mishandelen dat hij of zij zichtbaar lichamelijk letsel heeft
maltratar
baldar
lisiar
noun
1. gerecht waarmee een maaltijd kan worden afgesloten
postre
noun
- 1. onderdeel van een klavier
- 3. een knop op het bedieningspaneel van een schrijfmachine of computer die het mogelijk maakt een symbool in te typen
tecla
verb
probar
ensayar
intentar
/
ˈtutsə(m)ˌbɔrt/
noun
1,2 een apparaat waarmee, door toetsen in te drukken, gegevens in een computer e.d. ingevoerd kunnen worden
teclado
noun
1. muziekinstrument met een toetsenbord
teclado
/
ˈtuːvɑl/
noun
- 2. een aanval van epilepsie
ataque
- 1. een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
casualidad
coincidencia
azar
adjective
casual
aleatorio
accidental
adventicio
contingente
por incidencia
verb
1. tot vermeerdering bijvoegen
añadir
agregar
adicionar
incorporar
noun
1. datgene wat met een groter geheel verenigd wordt
adición
añadido
noun
- 2. een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt toegevoegd om zo een nieuw woord te vormen
afijo
- 1. wat toegevoegd wordt
complemento
epíteto
suplemento
verb
abastecer
proveer
suministrar
/
tuʋɛɪ̭zə(n)/
verb
1. goederen of fondsen een bestemming geven
asignar
adjudicar
noun
1. het in de gaten houden, het letten op
control
inspección
vigilancia
noun
1. Japans product van gestremde sojamelk gemaakt
queso de soja
tofu
tofú
/
'to.ɣo/, /
ˈto.χo/
pronoun
1. een land in West-Afrika
Togo
/
tʋɑ'lɛt/
noun
- 3. persoonlijke verzorging
aseo
aseo personal
atavío
atuendo
ropaje
- 1. een plaats waar men zich kan ontlasten
inodoro
retrete
lavabo
excusado
servicio
cuarto de baño
/
ˈtɔki ˈpoːnaː/
pronoun
1. bepaalde minimalistische kunsttaal
toki pona
verb
2. snaren bespelen
coger
pellizcar
pinzar
pizcar
pulsar
puntear
/
tɔl/
noun
- 3. plaats waar men slechts tegen betaling mag passeren
- 4. geld dat men bij een tol geheven wordt
peaje
- 2. kinderspeeltuig
peonza
trompo
peón
adjective
1. verdraagzaam
tolerante
comprensivo
noun
1. de bereidheid ander gedrag dan het eigen te dulden
tolerancia
noun
1. een persoon die gesproken tekst (meteen) vertaalt naar gesproken tekst in een andere taal
intérprete
/
toˈmat/
noun
- 1. een eetbare vrucht van de tomatenplant
tomate
jitomate
- 2. plant
tomatera
noun
1. strijdbijl van de Noord-Amerikaanse indianen
tomahawk
noun
concentrado de tomate
puré de tomate
noun
1. een vruchtensap dat uit tomaten is bereid
zumo de tomate
jugo de tomate
noun
salsa de jitomate
salsa de tomate
salsa ketchup
salsa tomate
tomate frito
noun
ensalada de tomate(s)
noun
1. röntgenfoto waarbij slechts één vlak scherp wordt afgebeeld (doorsnede)
tomografía
laminografía
noun
- 2. een tonvormige boei
baliza
boya
- 1. een vat in de vorm van...
barril
tonel
barrica
- 3. een gewichteenheid van 1000 kilogram
tonelada
tonelada métrica
/
toˈnel/
noun
escena
escenario
teatro
/
tonə(n)/
verb
2. laten zien
mostrar
enseñar
noun
- 1. beweeglijk lichaamsdeel in de mond van mensen en veel dieren
- 2. wat gesproken wordt
lengua
- 4. om zijn verfijnde smaak gewilde soort van platvis, Solea solea
lenguado
pronoun
- 1. Tongaans, een Polynesische taal die in Tonga gesproken wordt
tongano
Tonga
noun
1. een gewelf in de vorm van een halve cilinder
bóveda de cañón
/
ˈtɔŋval/
noun
1. het accent waarmee iemand spreekt
acento
dejo
dialecto
noun
escolopendra
lengua cervina
lengua de ciervo
melsera
noun
1. benaming voor snelle oceaanvissen uit het geslacht Thunnus
atún
noun
1. inhoudsmaat voor een schip
tonelaje
/
ˈtɔnsɪl/
noun
1. een amandel
amígdala
noun
amigdalitis
angina
anginas
noun
- 3. dubbele segmentboog
arco
- 1. ambtskleed
sotana
verb
1. iets versieren
adornar
noun
1. stuurriem van rijdier
rienda
/
ton/
noun
een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte
tono
noun
1. het klankkarakter van een toonladder
tonalidad
noun
1. een winkeltafel waarop waren worden getoond en afgerekend
mostrador
noun
amortiguador
silenciador
noun
1. een stijgende of dalende opeenvolging van tonen
gama
escala musical
adjective
inacentuado
átono
noun
1. een volgens bepaalde schema stijgende of dalende opeenvolging van tonen
escala musical
gama
/
'tonsort/
noun
1. een stelsel van toonafstanden dat gebruikt wordt in een muziekstuk
tonalidad
/
ˈtostə(n)/
verb
1. een heildronk uitbrengen, op iets of iemand drinken
brindar
noun
1. hoogste punt, (bovenste) uiteinde
cumbre
adjective
1. de borsten bloot latend
topless
noun
- 2. fig.
apogeo
colmo
cumplimiento
fastigio
pináculo
ápice
cumbre
cúspide
extremo
fastigio
vértice
/
tɔːrə(n)/
noun
- 1. een hoog bouwwerk
torre
- 2. een bepaald schaakstuk in de vorm van een toren
torre
roque
noun
1. meest algemene Europese valk die vaak in nestkasten en gebouwen nestelt, Falco tinnunculus
cernícalo
noun
1. een draaiende, trechtervormige uitstulping onder een wolk tijdens een onweersbui
torbellino
tornado
noun
1. bepaald soort lichtbeige vogel, Streptopelia turtur
tórtola
/
tɔt.ˈʋeːr.zins/
interjection
1. een groet waarmee iemand afscheid neemt
hasta la vista
hasta luego
interjection
1. een groet bij het vertrek die de hoop uitspreekt elkaar weer te zien
hasta la vista
hasta luego
noun
1. alle onderdelen tezamen
total
/
ˈto.to.ˌlɔs/
noun
van vaartuigen, voertuigen en goederen dat het economisch niet meer verantwoord is...
pérdida total
perdita totale
verb
1. getallen, punten bij elkaar optellen
totalizar
/
ˈtoːtɘmˌpaːl/
noun
1. een houten standbeeld
tótem
verb
- 2. in ontvangst nemen
obtener
recibir
- 1. inwendig onderzoeken met de vingers
tocar
noun
1. een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken
autocar
/
tɑu̯/
noun
1. een middel om zaken bij elkaar te binden
cuerda
cordel
/
ˈtovərkʏnst/
noun
1. mogelijkheid om langs bovennatuurlijke weg resultaten te bereiken
magia
noun
1. staf om mee te toveren
varita mágica
noun
1. giftigheid
toxicidad
/
ˌtɔk.si.ˌko.lo.ˈɣi/, /
ˌtɔk.si.ˌko.lo.ˈχi/
noun
1. de wetenschap die de werking van giftige stoffen op biologische systemen bestudeert
toxicología
/
ˌtɔk.si.ko.ˈlo.ɣis/, /
ˌtɔk.si.ko.ˈlo.ɣɪs/, /
ˌtɔk.si.ko.ˈlo.χis/
adjective
1. met betrekking tot gifstoffen
toxicológico
/
ˌtɔk.si.ko.ˈlox/, /
ˌtɔk.si.ko.ˈloχ/
noun
1. een wetenschapper die de werking van giftige stoffen op biologische systemen bestudeert
toxicóloga
toxicólogo
noun
1. klierziekte veroorzaakt door het virus toxoplasma
toxoplasmosis
/
traːx/
adjective
1. met geringe snelheid
lento
tardo
noun
- 2. ook inertie genoemd
inercia
- 1. het langzaam zijn
lentitud
noun
- 2. olie bereid uit het spek van zeezoogdieren als walvissen en robben
aceite de ballena
- 1. vocht dat uit klieren bij de ogen vloeit
lágrima
noun
1. een van de beederen van de schedel
hueso lacrimal
unguis
noun
1.
gas lacrimógeno
gas lacrimoso
/
ˈtraːnɦøvəl/
noun
1. verhevenheid in de ooghoek aan de zijde van de neus
carúncula lacrimal
carúncula lagrimal
noun
1. klier, gelegen boven de oogbollen, die traanvocht produceert
glándula lagrimal
noun
1. ruw, grijs uitvloeiingsgesteente
traquita
noun
1. korrelachtige ontsteking van het oogbindvlies
tracoma
verb
1. een poging in het werk stellen
intentar
tratar de
/
ˈtrɑktɔr/
noun
motorvoertuig
tractor
/
tradisʲoˈnel/
adjective
1. zoals de gewoonte dat meebrengt, van oudsher
tradicional
/
traˈxedi/
noun
- 1. een toneelspel dat handelt over een bedroevende gebeurtenis
- 2. gebeurtenis met een droevige of rampzalige afloop
tragedia
verb
1. het doen van lichamelijke oefeningen
entrenar
adiestrar
ejercitar
noun
1. een oefening
entrenamiento
noun
campo de entrenamiento
noun
1. de af te leggen of afgelegde weg van een voorwerp door de ruimte
trayecto
/
trɑk'tat/
noun
- 2. verhandeling
tratado
- 1. overeenkomst tussen staten
tratado internacional
verb
agasajar
obsequiar
tratar bien
/
traːli/
noun
2. glazen of metalen plaat
red de difracción
/
tram/, /
trɑm/, /
trɛm/
noun
1. railvoertuig dat meestal in steden voor personenvervoer gebruikt wordt
tranvía
noun
1. een morfine-achtige pijnstiller
tramadol
noun
trampolín
cama elástica
noun
1. een dissociatief verschijnsel waarbij iemand een ander bewustzijnsniveau heeft en waarbij het persoonlijke identiteitsgevoel verminderd kan zijn
trance
noun
tenedor para trinchar
/
ˈtra.nə(n).ˌdɑl/, /
ˈtra.nə(n).ˌdɑɫ/
noun
1. plek van enorm verdriet
valle de lágrimas
noun
1. kosten die je moet maken om een bepaalde zakelijke handeling te kunnen verrichten
coste de transacción
noun
1. giststof die een aminogroep van de ene stof op de andere kan overdragen
transaminasa
noun
transcendencia
trascendencia
verb
transcender
trascender
verb
transcribir
trascribir
/
trɑnsˈkrɪpsi/
noun
- 1. de conversie naar een geschreven tekst van een andere geschreven, getypte of gedrukte tekst.
- 3.
transcripción
adjective
1. door de huid
transdérmico
/
trɑnsˈfɛːr/
noun
1. overdracht
traslado
abbreviation
transformador
noun
1. het inbrengen van bloed in het bloedvatenstelsel
transfusión
noun
1. structurele overgang of omschakeling
transición
/
'trɑnzitif/
adjective
transitivo
noun
comunidad de transición
adjective
1. van voorbijgaande aard
transitorio
noun
traslación
traspasamiento
traspaso
/
trɑns.la.ˈtif/
adjective
translativo
noun
1. verplaatsing, overplaatsing
traslocación
noun
1. constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel
transmisión
noun
cadena de transmisión
adjective
1. lichtdoorlatend
transparente
noun
1. doorzichtbaarheid
transparencia
noun
1. het overbrengen van (levend) weefsel naar een andere plaats die zowel in hetzelfde lichaam als in een ander lichaam van een mens, dier of plant kan zijn
trasplantación
trasplante
transplante
noun
compañía de transporte
empresa de transporte
verb
- 2. overdragen
transferir
- 1. personen of objecten naar een andere plek brengen
transportar
noun
1. vervoerder
transportista
noun
1. overzetting naar andere toonsoort
transposición
trasposición
/
trɑnsˈpozɔn/
noun
1.
transposón
noun
transubstanciación
transustanciación
adjective
1. door de urinebuis
transuretral
noun
- 1. verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen,...
escalera
- 2. stoot met de voet
patada
puntapié
pisotón
- 1. benaming voor vogels uit de familie Otididae
avutarda
/
trɑˈpezə/
noun
- 1. een zweefrek voor acrobaten
- 2. een hulpmiddel voor het buiten boord hangen om een zeilboot in balans te houden
trapecio
/
trɑˈpezɪʏm/
noun
1. een vierhoek waarvan twee zijden evenwijdig lopen
trapecio
noun
elevador de escaleras
verb
1. met een krachtige beweging van de voet raken of verplaatsen
acocear
noun
1. horzontaal gedeelte tussen twee trapppen
rellano
noun
psychische stoornis, ontstaan door een schokkende ervaring
trauma
traumatismo
adjective
1. door een letsel ontstaan
traumático
noun
- 1. handlanger
compinche
- 2. satelliet
satélite
noun
1. taps toelopende buis, gebruikt voor het vullen van vaten
embudo
/
tre/
noun
1. opstapje dat deel uitmaakt van een trap
escalón
verb
1. raak schieten
acertar
golpear
noun
1. een krachtige vissersboot die met een trechtervormig net vist
trainera
noun
1. een rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
tren
noun
1. kaartje dat dient als betalingsbewijs voor een reis per trein
billete de tren
billete del tren
noun
viaje en tren
viaje por ferrocarril
/
ˈtrɛin.vərˌkeːr/, /
ˈtrɛin.vərˌkɪːr/
noun
1. het verkeer per treinen
tráfico de trenes
/
ˈtrɛɪtərə(n)/
verb
1. rottigheid uithalen ten nadele van iemand met het doel diegene dwars te zitten
cabrear
chinchar
fastidiar
molestar
noun
- 3. verlangen naar eten
apetito
apetencia
- 2. migratie
migración
- 1. iets dat iemand karakteriseert
rasgo
rictus
tic
verb
- 1. op een voorwerp een kracht uitoefenen in een richting die ervan wegvoert
- nog te sorteren
tirar
noun
2. een tractor
tractor
noun
- 2. een onwillekeurige spiercontractie
contracción
- 1.
sorteo
noun
1. paard dat een voertuig trekt
caballo de tiro
noun
1. benaming voor sprinkhanen die normaal gesproken solitair leven,...
langosta
noun
1. een vogel die 's winters een andere verblijfplaats kiest dan in de broedtijd
ave migratoria
ave de paso
noun
1. een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
camino de sirga
noun
1. diakritisch teken
diéresis
crema
noun
- nieuwe mode
moda
tendencia
- ontwikkeling in een bepaalde richting
tendencia
verb
1. verdrietige gevoelens koesteren, vaak na het verlies van iemand of iets
afligirse
estar triste
noun
aflicción
pena
tristeza
noun
1. bepaald soort boom met dunne neerhangende takken, Salix babylonica
sauce llorón
sauce de Babilonia
/
'trøzəlar/
noun
1. iemand die niet opschiet en te veel tijd verdoet
gandul
remolón
noun
1. een slaginstrument in de vorm van een vrijhangende metalen driehoek
triángulo
noun
1. meetmethode die gebruikmaakt van het feit dat een driehoek volledig bepaald is als...
triangulación
noun
1. de plaatsen voor het publiek
tribuna
noun
1. mensenziekte
tricomoniasis
adjective
1. somber stemmend
triste
afligido
mohíno
/
ˈtrɪf.tɔŋ/
noun
1. een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
triptongo
adjective
1. aan drie kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
trilateral
/
ˈtrɪlɦarˌdirtʲə/
noun
1. eencellig organisme
ciliado
cilióforo
/
'trɪlə(n)/
verb
1. snel heen een weer bewegen
vibrar
temblar
rehilar
noun
1. een periode van drie maanden
trimestre
pronoun
- 1. het grootste eiland van Trinidad en Tobago
- 2. de hoofdstad van het Boliviaans departement Beni
Trinidad
/
ˌtrinidɑd ɛn toˈbaːɣo/, /
ˌtrinidɑt ɛn toˈbaːɣo/, /
ˌtrinidɑt ɛn toˈbaχo/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied bestatend uit twee eilanden, officieel de Republiek Trinidad en Tobago
Trinidad y Tobago
Trinidad y Tabago
noun
dólar de Trinidad y Tobago
noun
- 3. seksuele activiteit met drie personen
- 1. een muziekstuk voor drie spelers
trío
noun
2. grootse overwinning of prestatie
triunfo
noun
1. korte reis
excursión
viaje
noun
1.een kleurloze, sterke likeur
triple seco
noun
1. de meest voorkomende vorm van dizuurstof in de grondtoestand die twee ongepaarde elektronen per molecule bezit
oxígeno triplete
noun
1. compositieplaat betaande uit 3 laagjes gelijmd hout in verschillende vezelrichtingen
contrachapado
noun
1. politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
triunvirato
noun
grupo
troupe
acervo
compañía
conjunto
cuadrilla
noun
1. duurzaam voorwerp dat na een overwinning als symbool daarvan aan de winnaar wordt uitgereikt
trofeo
noun
1. een driekantige platte schep met handvat voor het opbrengen van metselspecie
llana
noun
1. een langgerekte voederbak.
comedero
noun
caballo de Troya
troyano
/
'trɔ.li.bɵs/
noun
trolebús
trole
/
ˌtrɔmboˌsitopeˈni/
noun
1. het symptoom dat men een te laag aantal bloedplaatjes of trombocyten heeft.
trombocitopenia
noun
1. middel dat bloedproppen (stolsels) oplost
trombolítico
noun
1. een koperen blaasinstrument
trombón
noun
1. de vorming van een bloedprop in een bloedvat of het hart
trombosis
coágulo
noun
- 2. een vaak ronde, afsluitbare, gewoonlijk metalen doos
caja
lata
lata de conservas
- 1. een cilindervormig, met een vel bespannen slaginstrument
tambor
noun
1. onderdeel van een wiel, waarin twee halfcirkelvormige lichamen van binnenuit tegen de wand van een cilinder rond de as worden gedrukt
freno de tambor
noun
1. een koperen blaasinstrument met ventielen
trompeta
verb
1. het geluid van een olifant
barritar
noun
1. musicus die een trompet bespeelt
trompetista
noun
1. Psophia crepitans
agamí
aramí
jacamín
tente
trompetero ala gris
/
troːn/
noun
1. zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden
trono
noun
baldaquino
baldaquín
palio
noun
1. het aftreden als vorst
abdicación
noun
1. aanvaarding van vorstelijke macht, met de daarbij horende ceremonie
entronización
coronación
noun
1. steun bij verdriet of pijn
consuelo
consolación
verb
1. als iemand verdriet of pijn heeft deze persoon geestelijke steun geven
consolar
noun
1. streken tussen beide keerkringen
trópico
noun
- 3. een scheepskabel
cable
cabo
amarra
estacha
- 1.
corimbo
- 2. de bundel vruchten die uit een dergelijke bloeiwijze voortkomen
racimo
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Teucrium botrys
germandrina
hierba tercianera
noun
1. bepaalde grassoort, Setaria italica
mijo
mijo menor
panizo común
adjective
- 1. erg blij met wat men (bereikt) heeft
orgulloso
- 2. vervuld van grootsheid
orgulloso
soberbio
noun
- 2. het gevoel dat men wil pronken met wat men heeft of doet
orgullo
- 1. denken dat men beter is dan anderen
orgullo
soberbia
verb
1. niet laten afschrikken door iemand of iets
afrontar
desafiar
noun
1. stroming binnen het leninisme, die Stalins politiek te weinig marxistisch vindt en een minder autoritaire en meer internationalistische benadering voorstaat
trotskismo
/
trɔˈtʋar/
noun
1. een opvanghuis voor wezen
acera
/
trʌʊ/
adjective
1. op wie men steeds opnieuw een beroep kan doen
fiel
leal
/
trʌʊ/
noun
1. het zich houden aan...
fidelidad
lealtad
verb
1. het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
casarse
casar
desposar
desposarse
noun
alianza
anillo de boda
/
tryk/
noun
1. een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
truco
/
tryk/
noun
- 2. het zelfrijdende deel van een vrachtwagen-opleggercombinatie
camion à plateforme
- 1. vrachtauto waarvan de aanhangwagen op een draaibaar onderstel zit
camión
noun
1. een warm kledingstuk voor over het bovenlichaam
jersey
suéter
pull-over
/
tsaːr/
noun
1. vroegere Russische keizer
zar
/
tʃad/, /
tʃat/
pronoun
1. een land in Centraal-Afrika, officieel de Republiek Tsjaad
Chad
/
ˈtʃɛxis/, /
ˈtʃɛxɪs/, /
ˈtʃɛχis/
pronoun
1. Slavische taal die vooral wordt gesproken in de Tsjechische Republiek
checo
pronoun
1. een land in [[Midden-Europa]].
República Checa
/
ˈtʃɛxi.jə/, /
ˈtʃɛχi.jə/
pronoun
1. een land in Midden-Europa, officieel de Tsjechische Republiek, en is het westelijke deel van het voormalige Tsjecho-Slowakije.
Chequia
República Checa
pronoun
1. een vroegere staat in Europa, ten zuiden van Polen (van 1918 tot 1993)
Checoslovaquia
/
tʃɛnobil/
pronoun
Chernóbil
pronoun
1. een taal die in Tsjetsjenië gesproken wordt
checheno
/
tsuˈnami/
noun
1. een grote vloedgolf
tsunami
noun
1. een koperen blaasinstrument met lage toon
tuba
/
ˌtybɛrky'løs/
adjective
1. met betrekking tot tuberculose
tuberculoso
/
ˌtybɛrkyˈlozə/
noun
1. een ziekte veroorzaakt de de tuberculosebacterie Mycobacterium tuberculosis
tuberculosis
tisis
noun
1. middel tegen tuberculose
tuberculostático
noun
correccional
reformatorio
noun
derecho disciplinario
/
tœy̯x/
noun
5. scheepstoerusting
aparejo
noun
1. het geheel van masten, bomen, zeilen en touwwerk van moderne zeilschepen
aparejo
noun
1. Tursiops truncatus, dolfijnsoort met robuust gestroomlijnd lichaam
delfín mular
pez mular
tursión
/
tœy̯n/
noun
1. begrensd stuk grond waarop gewassen worden geplant of verbouwd
jardín
noun
haba
haba común
haba mayor
habichuela
habichuela ancha
noun
1. vorm van gewassenkwekerij die zich specifiek toelegt op het intensief telen van groenten, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden
horticultura
cultivo de hortalizas
noun
horticultor
hortelano
horticulturista
noun
1. Sylvia borin, een zangvogel ...
curruca mosquitera
noun
caléndula
flamenquilla
flor de muerto
flor de todos los meses
maravilla
mercadela
/
ˈtœʏnhœʏs/
noun
1. een gebouwtje in een tuin voor recreatief gebruik
pabellón
noun
1. en 2. cultuurplant en eetbaar kruid Lepidum sativum
berro hortelano
berro de jardin
lepido
noun
titimalo
tomagallos
tornagallos
verb
schenkpijp aan een kan of ketel
pico
noun
- 2. taart in de vorm van een tulband
brioche
rosca
roscón
- 1. hoofddeksel
turbante
/
ty.ˈne.zi.jə/, /
tʏ.ˈne.zi.jə/
pronoun
land in Noord-Afrika, officieel de Republiek Tunesië
Túnez
Tunicia
noun
1. lange bloes of korte jurk vaak gedragen over een lange broek door vrouwen
túnica
noun
1. een kunstmatige ondergrondse doorgang
túnel
noun
1. een schoepenrad als energieopwekker
turbina
verb
1. veen als brandstof
turba
noun
1. het delven en gebruiksklaar maken van turf
extracción de turba
pronoun
1. de hoofdstad van de regio Piëmont en de provincie Turijn
Turín
/
tʏrk/
noun
1. Inwoner van Turkije
turco
/
tʏrˈkɛɪ̯.jə/, /
tʏrˈkɛː.jə/
pronoun
1. land in Europa en Azië
Turquía
noun
manat turcomano
manat turkmeno
/
tʏrˈkojs/, /
tʏrˈko̝js/
noun
1. een steen bestaande uit het mineraal turkoois
turquesa
azul turquí
adjective
1. met de blauwgroene kleur turkoois.
turquesa
/
tʏrks/
pronoun
1. een taal die vooral in Turkije gesproken wordt
turco
pronoun
islas Turcas y Caicos
islas Turks y Caicos
noun
1. bepaald soort tuinplant, Lilium martagon
azucena silvestre
lirio atigrado
lirio silvestre
martagón
verb
1. een sport beoefenen die bestaat uit een verzameling gymnastische oefeningen op een toestel of de grond
gimnasia
adjective
1. blauwgroene kleur.
turquesa
/
ˈtʏ.sən/
preposition
1. met iets aan minimaal twee kanten het kind staat tussen haar ouders
entre
/
ˌtʏsənˈdoːrtjə/
noun
1. een versnapering, iets te eten tussen de maaltijden door
piscolabis
refrigerio
tentempié
noun
intervención
intercesión
intermediación
mediación
noun
gestor
intermediario
mediador
persona intermediaria
noun
1.
interludio
entreacto
/
ˈtʏsə(n).ʋɛrpsəɫ/
noun
1. een uitroep, een woord, een frase of een zin die een expressie van emotie is
interjección
/
ˌtu.va.ˈlu/
pronoun
1. een land in Oceanië
Tuvalu
noun
2. een elektrisch apparaat om bewegende beelden en geluid te ontvangen
televisor
noun
1. vrouw die gewend is om televisieprogramma's op een beeldscherm te bekijken
telespectadora
/
twaːlf/, /
tʋaːl(ə)f/
cardinalNumeral
1. het getal 12
doce
ordinalAdjective
1. nummer twaalf in een rij
duodécimo
noun
1. Oryzoborus crassirostris, een kleine vinkensoort uit Midden- en Zuid-Amerika
semillero picón
/
tʋeː/
cardinalNumeral
1. het getal 2
dos
/
tʋeː/
noun
1. het cijfer twee
dos
phraseologicalUnit
(como) guisantes en una vaina
adjective
1. bestaande uit twee atomen
biatómico
diatómico
/
ˈtʋeːdə/
ordinalAdjective
segundo
segunda
noun
1. naamval als aanduiding van bezit, oorsprong of hoeveelheid
genitivo
pronoun
1. het geheel van afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945...
Segunda Guerra Mundial
/
tʋedəˈɦɑn(t)s/, /
tʋedəˈɦɑnts/
adjective
1. reeds door iemand bezeten geweest
de segunda mano
usado
noun
ropa de segunda mano
ropa usada
noun
tienda de ropa de segunda mano
tienda de ropa usada
/
ˈtʋeklɑŋk/
noun
1. een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
diptongo
noun
1. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
crepúsculo
/
ˈtwelɪŋ/, /
ˈtʋelɪŋ/, /
ˈtβ̞elɪŋ/
noun
1. twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
gemelo
mellizo
pronoun
2. teken van de dierenriem, traditioneel behorend bij geboortedata van ongeveer 21 mei tot 21 juni
Géminis
adjective
1.om de twee maanden
bimestral
adjective
- 2. binair
binario
- 1. bivalent
divalente
cardinalNumeral
1. het getal 22
veintidós
/
ˈtʋɛɪfəɫ/
noun
1. gevoel van onzekerheid ten aanzien van wat men in een gegeven situatie moet doen, geloven e.d.
duda
incertidumbre
adjective
1. met een gevoel van onzekerheid over de morele juistheid
dudoso
sospechoso
/
tʋɛɪ.fəɫ.χə.vɑɫ/, /
tβ̞ɛː.fəl.ɣə.vɑl/
noun
1. een situatie of entiteit waarover getwijfeld wordt
caso dudoso
/
twɛɪ̯x/, /
tʋɛɪ̯χ/, /
tβ̞ɛːx/
noun
1. een dun buigzaam takje van een boom of struik
ramita
ramilla
/
ˈtʋɪntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 20
veinte
noun
1. welgeteld twintig
veintena
noun
1. een langdurig geschil
alteración
cuestión
/
ˈtwɪstə(n)/, /
ˈtʋɪstə(n)/, /
ˈtβ̞ɪstə(n)/
verb
- 1. onenigheid hebben
alegar
- 2. een discussie voeren
altercar
bregar
contender
debatir
disputar
/
tɑjˈkuːn/
noun
1. een rijk persoon die een groot deel van een bepaalde bedrijfstak in handen heeft.
magnate
/
tiˈfon/, /
tɑjˈfuːn/
noun
1. een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie.
tifón
noun
1. door bepaalde karakteristieken herkenbare soort
tipo
/
ˈtɛɪ̯.pə(n)/
verb
1. gegevens invoeren
mecanografiar
dactilografiar
escribir a máquina
teclear
adjective
2. kenmerkend
típico
característico
típicamente
noun
1. iemand die zich bezighoudt met het vormgeven, zetten en drukken van teksten
tipógrafo
noun
2. grafische vorm van tekst
tipografía
/
yː/
personalPronoun
u (pers.vnw.)
usted
noun
1. bocht van 180°
cambio de sentido
giro en U
/
ˈyfo/
noun
1. vliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is, meestal in verband met een (vermeende) buitenaardse oorsprong
ovni
/
œʏ̯/, /
œː/
noun
1. Allium cepa, een eetbaar bolgewas
cebolla
/
œyjəsup/
noun
1. een uit uien bereide soep
sopa de cebolla
noun
1. de melkklier van een herkauwer
ubre
/
œʏ̯ɫ/, /
œːl/
noun
1. benaming voor vogels uit de orde Strigiformes
búho
lechuza
/
ˈœytˌadəmən/
verb
espirar
exhalar
noun
1. het uitademen
espiración
verb
1. uitdiepen door middel van baggeren
dragar
verb
1. iets uitdrijven of wegjagen
exorcizar
noun
2. het uitstoten van gassen, rook en lava door een vulkaan
erupción
verb
1. in beeld voorstellen
representar
verb
1. met een beitel uithakken
escoplear
cincelar
/
ˈœʏtbenə(n)/, /
ˈœːdbeːnə(n)/, /
ˈœːtbenə(n)/
verb
1. het been uit (het vlees) halen
deshuesar
desosar
verb
externalizar
subcontratar
verb
1. door een bijtende stof aantasten
corroer
noun
1. hevige berisping
reprensión
reprimenda
admonición
vituperación
vituperio
verb
1. iets een groter oppervlak laten innemen
ampliar
ensanchar
noun
ampliación
aumento
expansión
extensión
incremento
verb
1. eieren verwarmen totdat deze uitkomen
criar
empollar
/
ˈœʏtbœʏtiŋ/
noun
1. het gebruik van iemand maken zonder daar naar waarde voor te belonen
explotación
adjective
- 1. het gewone of de maat overschrijdend
abundante
- 2. enthousiast
acalorado
verb
1. iemand met woord of daad tot actie prikkelen
desafiar
adjective
desafiante
retador
/
ˈœʏdaχɪŋ/, /
ˈœːdaɣɪŋ/
noun
1. taak die moeilijk te verwezenlijken valt
desafío
verb
- een (flinke) klap uitdelen
abarajar
- 1. meerdere personen ergens op trakteren
repartir
verb
1. iemand op opvallende wijze kleden
adornar
ataviar
atildar
adjective
explícito
expreso
verb
1. een gevoel of gedachte in taal verwoorden
expresarse
expresar
/
ˈœytrʏkɪŋ/, /
ˈœːdrʏkɪŋ(g)/, /
ˈœːtrʏkɪŋ/
noun
- 2. verbinding van woorden
- 3. geheel van sprekende gelaatstrekken
- 4. het uitdrukken, uiting
expresión
verb
1. een enkele kudde of menigte in meerdere delen opdelen door een drijvende beweging te maken
dispersar
/
œʏ̯tˈen.χan/, /
œːtˈen.ɣan/
verb
separarse
verb
1. een verklarende uitleg van iets geven
desenvolver
explicar
exponer
/
ˈœʏ.tεɪn.ˌdә/, /
ˈœː.tεːn.ˌdə/
noun
extremo
expiración
vencimiento
/
ˈœʏ̯tə(n)/, /
ˈœːtə(n)/
verb
2. zeggen
boquear
proferir
adverb
naturalmente
por supuesto
adverb
extremamente
sumamente
verb
- 1. ophouden met branden
apagarse
- 3. naar de bar, disco of restaurant gaan
- 4. naar buiten gaan
salir
/
'œʏtχɑŋ/, /
'œːtɣaŋ/
noun
salida
noun
1. de aannames en veronderstellingen waar men van uitgaat
punto de partida
/
ˈœʏtχavə/, /
ˈœːdɣavə/, /
ˈœːtxavə/
noun
- 4. uitgegeven werk
- 2. reeks van uitgeven literaire werken
edición
- 1. bedrag dat men uitgeeft
gasto
- 3. het uitgeven van een werk
publicación
adverb
1. dodelijk vermoeid
agotado
consumido
rendido
adjective
amplio
vasto
profundo
verb
- 1. financiële middelen aanspreken
gastar
- 2. een geschrift in drukvorm verspreiden
publicar
noun
1. een persoon die of bedrijf dat boeken of andere publicaties in omloop brengt
editor
verb
1. door glijden ten val komen
resbalar
verb
1.het door en door gloeien van materialen om fysische eigenschappen te wijzigen
recocer
verb
1. iets door graven uit de grond halen
desenterrar
/
œʏtˈhems/
adjective
1. van oorsprong ergens niet voorkomend
exótico
verb
1. langdurig moeilijkheden verdragen of belasting dragen
aguantar
aguantar hasta el fin
noun
het vermogen van iemand om zich voor een lange tijd in te spannen of pijn te verdragen
aguante
resistencia
/
ˈœʏ̯tɪŋ/, /
ˈœːtɪŋ/
noun
expresión
verb
1. honend toeroepen
abuchear
noun
1. betaling van geld op basis van sociale wetgeving
prestación
verb
1. uit een aantal mogelijkheden één of meer selecteren
elegir
seleccionar
verb
- 2. met verlangen op iets wachten
esperar
- 1. voorzichtig zijn
tener cuidado
verb
3. tevoorschijn komen
brotar
/
'œʏ̯tkɔmst/, /
'œːtkɔms/, /
'œːtkɔmst/
noun
- 3. resultaat van een bewerking
cociente
producto
resolución
resto
resultado
suma
- 1. de afloop van een bepaald proces
consecuencia
efecto
fin
resultado
término
- 2. middel
recurso
remedio
verb
2. uittrekken
quitar
sacar
/
ˈœʏ̯tlat/, /
ˈœːtlaːt/
noun
1. een opening waardoor iets als afvalproducten naar buiten kan treden
escape
noun
silenciador de escape
verb
1. vrachtgoed uit een scheepsruim of uit overdekte wagen lossen
descargar
desembarcar
noun
1. een verhaal bedoeld om iets begrijpelijk te maken
explicación
aclaración
verb
- 2. iets groter, langer of ruimer maken
alargar
ensanchar
- 3. iets leggend uitspreiden
desplegar
desdoblar
- 1. iets doen begrijpen
explicar
noun
aclaración
explicación
exégesis
verb
1. iets voor tijdelijk gebruik aan een ander afstaan
prestar
verb
1. een verlangen tot verzadiging kunnen botvieren
desmadrarse
verb
1. een gevangene in handen van een andere autoriteit overdragen
entregar
noun
alineación
alineamiento
verb
2. nieuwe takjes en blaadjes krijgen
abrotoñar
acogollar
brotar
retoñar
verb
- 1. beëindigen
acabar
concluir
terminar
- 2. doven
ahogar
apagar
extinguir
- 3. beslissen
decidir
adjective
1. voortreffelijk
excelente
/
'ʌʏt.no.də.ɣə(n)/
verb
1. iemand verzoeken iets bij te wonen
convidar
invitar
noun
1. een verzoek om iets bij te wonen
invitación
verb
1. in praktijk brengen
ejercer
/
ˈœʏtpɑkə(n)/, /
ˈœːtpɑkə(n)/
verb
- 1. uit een verpakking halen
- 2. uit een omhulsel halen
desenvolver
verb
1. van tevoren proberen of het bevalt
probar
noun
producto cruz
producto externo
producto vectorial
noun
1. de toestand waarin iets of iemand aan het eind van zijn of haar krachten is
agotamiento
noun
1. uitputtende oorlog, oorlogsvoering
guerra de desgaste
/
ˈœʏ̯trɛɪ̯də(n)/, /
ˈœːtrɛɪ̯də(n)/, /
ˈœːtrɛːdə(n)/
verb
1. rijdend weggaan
salir
noun
1. een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijden
salida
noun
erradicación
exterminio
extinción
/
ˈœtruːp/, /
ˈœytruːp/
noun
1. wat men uitroept, luid geuite woorden of klanken
exclamación
noun
1. !, een leesteken dat uitdrukt dat de zin een uitroep, bevel of uitdrukking van verbazing is
signo de admiración
noun
1. benodigdheden voor een taak
equipo
verb
2.door andere schakeling deactiveren
desconectar
desacoplar
desenchufar
verb
- 1. stoppen
cesar
- 2. voortbrengen
excretar
/
'œytsxɛldə(n)/, /
ˈœtsxɛldə(n)/
verb
1. iemand met scheldwoorden bewerken
insultar
verb
4. uitlopen, uitspruiten
abotonar
saltar
verb
1. zijn best doen, mogelijk overdreven
prodigarse
verb
1. niet langer tot de mogelijkheden rekenen
excluir
descartar
/
œʏtˈslœʏtənt/
adjective
1. geen ruimte voor andere mogelijkheden latend
exclusivo
noun
principio de exclusión
noun
principio de exclusión de Pauli
noun
1. firmament, de hemel
firmamento
verb
1. besparen
economizar
ahorrar
verb
desbordarse
ir de juerga
/
œytspra:k/
noun
- 1. manier waarop iets ten gehore gebracht wordt
pronunciación
- 3. veroordeling
sentencia
condena
/
ˈœʏ̯tˌsprɪŋə(n)/, /
ˈœːtˌsprɪŋə(n)/
verb
sobresalir
noun
2. kort plezierreisje
excursión
/
'œytsteksəl/
noun
1.
protuberancia
verb
2. de ogen met een scherp voorwerp stekend verwijderen
arrancar
/
'ʌʏt.ste.kənt/, /
ʌʏt.'ste.kənt/
adjective
2. uitmuntend
excelente
noun
demora
detención
dilación
retraso
tardanza
verb
1. naar een later tijdstip verschuiven
aplazar
demorar
retardar
diferir
verb
1.
extinguirse
desaparecer
noun
efluvio
emanación
irradiación
radiación
noun
2. biologisch materiaal van de baarmoedermond dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd
citología
prueba
verb
promulgar
denunciar
proclamar
adjective
1.
elegido
favorito
predilecto
noun
1. persoon die uitvindingen doet
inventor
inventora
noun
1. de daad van het uitvinden, het ontdekken van een nieuwe methode of een nieuw toestel
invento
invención
/
ˈœytflujsəl/
noun
1.
consecuencia
efecto
resultado
noun
subterfugio
pretexto
son
adjective
1. mogelijk om uitgevoerd te worden
factible
realizable
viable
verb
- 3. software runnen
ejecutar
- 1. exporteren
exportar
- 2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen
realizar
ejecutar
cumplir
efectuar
adjective
ejecutivo
ejecutor
noun
- 1. het in de praktijk brengen van iets
consumación
ejecución
realización
- 2. het ten gehore brengen van een bepaald werk
presentación
representación
- 3. wijze van bewerking
versión
verb
3. uitbijten, corroderen
corroer
noun
- 2. ongewenste of ziekelijke doorontwikkeling
exceso
- 1. uitgroeisel
excrecencia
adjective
1. zich aan de buitenkant bevindend
externo
exterior
noun
producto cruz
producto externo
producto vectorial
verb
1. nauwkeuriger maken van wat al in grote lijnen is bepaald
detallar
elaborar
verb
- 1. naar buiten werpen
arrojar
- 3. buiten het veld gooien
arrojar
lanzar
verb
- 2. de waarheid aan het licht brengen
demostrar
- 1. na een juridisch proces naar een ander land sturen
expulsar
verb
intercambiar
permutar
trocar
verb
1. door het zakken uit de gewone stand of vorm komen
abolsarse
verb
2. een programma uitzenden
transmitir
noun
1. complete uitrusting van kleren, linnengoed, borden, etc. van een bruid of bruidspaar
ajuar
noun
- 2. verwachting, iets waar men naar kan uitzien
perspectiva
- 1. wat men van de omgeving vanaf een bepaalde plek kan zien
vista
panorama
noun
mirador
punto de vista
/
'œy̆t.sin/
verb
- 2. naar een verlangen koesteren
anhelar
- 1. een zekere aanblik hebben
aparecer
verb
1. een selectie maken uit een grotere verzameling
escoger
verb
1. buiten een bepaalde regel plaatsen
exceptuar
/
œytsɔndərɪŋ/
noun
1. een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
excepción
/
œʏtˈzɔndərlək/
adjective
1. niet alledaags, niet gewoon
excepcional
noun
1. een lichtbewapende bereden soldaat in enkele Europese legers
ulano
noun
1. maagzweer
úlcera estomacal
úlcera péptica
/
ʏltɪˈmatʏm/
noun
1. laatste eis
ultimátum
adjective
. in een diepe tint blauw met RAL-nummer 5002
azul ultramar
noun
- 1. blauwe verfstof, blauw pigment dat van nature wordt aangetroffen in het mineraal lazuriet
azul de ultramar
azul ultramarino
- 2. tint blauw met RAL-nummer 5002
azul ultramar
/
ˈumlʌʊt/
noun
- 1. trema dat een vocaalwijziging aangeeft
diéresis
- 2. vocaalwijziging o.i.v. een klinker in de volgende lettergreep
metafonía
/
ʏnɑˈnim/
adjective
1. met eenheid van stemmen
unánime
adjective
1. in de vorm van klassieke hoofdletters, maar daarvan onderscheiden door een afgeronde omtrek
uncial
noun
- 1. een verzorgd majuskelschrift met een afgeronde omtrek
- 1. een letter uit het unciaalschrift
uncial
pronoun
Fondo de Naciones Unidas para la Infancia
/
y.ˈnik/
adjective
1. enige in zijn soort
único
noun
teoría del campo unificado
adjective
1. éénvormig, gelijkvormig
uniforme
adjective
1. éénzijdig
unilateral
adjective
1. alom bekend, vertegenwoordigd of erkend
universal
/
ynivɛrzitɛɪt/
noun
1. een instelling voor hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening
universidad
noun
1. het gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
universo
cosmos
/
ʌnstər/
noun
- 2. een eenvoudig weegtoestel gebaseerd op de rek van een veer
balanza de muelle
- 1. een eenvoudig weegtoestel gebaseerd op een balans met ongelijke armen
romana
noun
1. scheikundig element met symbool Uub en atoomnummer 112
ununbio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uuh en het atoomnummer 116
ununhexio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uuo en het atoomnummer 118
ununoctio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uup en het atoomnummer 115
ununpentio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uuq en het atoomnummer 114
ununquadio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uus en het atoomnummer 117
ununseptio
noun
1. een scheikundig element met het symbool Uut en het atoomnummer 113
ununtrio
noun
1. een gemoderniseerde versie van een computerprogramma
actualización
verb
1.
actualizar
poner al día
verb
1. een bestand van een lokale computer of server naar een computer of server op afstand overbrengen
subir
cargar
noun
1. scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92
uranio
noun
1. scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92
uranio
noun
1. een trek van de landelijke gebieden naar de stad
urbanización
pronoun
1. de officiële taal van Pakistan en een van de officiële talen van India
urdu
noun
1. bloedvergiftiging door onvoldoende werking van de nieren
uremia
noun
1. een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
uretra
noun
1. de mate waarin iets dringend gewenst of nodig is
urgencia
noun
1. middel dat de urinezuuruitscheiding bevordert
uricosúrico
noun
1. een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
orina
noun
1.bij zoogdieren een orgaan dat de urine uit de nieren verzamelt en deze opslaat tot het moment van urineren
vejiga urinaria
noun
1. een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
uretra
noun
1. de buis die loopt tussen het nierbekken en de blaas
uréter
uretra
/
ˌyriˈnɪːrə(n)/
verb
1. het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
orinar
mear
noun
localizador uniforme de recursos
noun
1. eerste betekenisomschrijving
urna
noun
cultura de los campos de urnas
noun
1. röntgenfoto van de urinewegen
urografía
noun
1. allergische irritatie van de huid
urticaria
/
ˈu.ru.ˌgʋɑɪ̯/, /
ˈu.ru.ˌgβ̞ɑɪ̯/, /
ˈuruˌɡwe/, /
ˌu.ru.ˈɣ<sup>ʊ</sup>ɛɪ̯/
pronoun
- 1. en 2. land en staat in Zuid-Amerika
Uruguay
- 1. rivier in Zuid-Amerika
Río Uruguay
/
ˌyʔɛsˈbeːˈmɛmoriˌstɪk/
noun
memoria usb
/
yʔɛsˈbeʔport/
noun
1. aansluitmogelijkheid waardoor apparaten gegevens uit kunnen wisselen volgens de USB-standaard
puerto USB
/
yʔɛsˈbeʔstafjə/
noun
memoria usb
/
yʔɛsˈbeʔstɪk/
noun
memoria usb
verb
1. toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen
usurpar
noun
1. de baarmoeder
útero
matriz
/
ˌytoˈpi/
noun
1. een volmaakte toestand die niet te bereiken is
utopía
/
ˈytrɛx/, /
ˈytrɛxt/, /
ˈytrɛχt/
pronoun
- 4. spelwoord voor de letter u
Uruguay
- 2. de hoofdstad van de provincie Utrecht
Utrecht
Utrech
/
yːr/
noun
1. een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten
hora
noun
1. een mechaniek dat de tijd bijhoudt of aangeeft
reloj
/
yu̯/
possessivePronoun
bezittelijk voornaamwoord uw
su
sus
noun
1. drijfriem met V-vormige doorsnee
correa en v
noun
1. voltooid verleden toekomende tijd
condicional anterior
adjective
vago
confuso
borroso
/
vaːk/
adverb
1. vele malen
frecuentemente
a menudo
muchas veces
/
val/, /
vaɫ/
adjective
1. tot bijna kleurloos verbleekt
pálido
descolorido
noun
1. vlag
bandera
estandarte
noun
± onderscheidende vlag van een schip en/of militaire eenheid
pabellón
enseña
bandera
estandarte
adjective
hábil
diestro
suelto
/
ˈvaːrdəxɦɛːt/, /
ˈvaːrdəxɦɛːɪt/
noun
1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
habilidad
destreza
soltura
/
ˈvarɣøːl/, /
ˈvarχʏːɫ/
noun
2. een strook bevaarbaar water tussen twee zandbanken
espacio o camino abierto
noun
- 2. kanaal, bevaarbaar gemaakte watergang
canal
- 3. het varen, het bedrijven van scheepvaart als beroep
navegación
- 1. opgebouwde snelheid
velocidad
/
ˈvaːrtœx/, /
ˈvaːrtœyx/
noun
1. vervoermiddel op water
embarcación
noun
vía fluvial
vía navegable
interjection
een groet bij een (meestal definitief) afscheid
adiós
noun
1. een aardewerken of glazen kruik, vooral bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
jarrón
florero
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
lavaplatos
lavavajillas
friegaplatos
lavadora de vajilla
máquina lavaplatos
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
lavavajillas
lavaplatos
friegaplatos
lavadora de vajilla
máquina lavaplatos
/
vakˈsæː/, /
vɑkˈsɛː/
noun
1. uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen
vacuna
noun
1. een inenting
vacunación
verb
1. een injectie met een vaccin geven
vacunar
noun
1. behaarde huid van een dier, vel van woldragende dieren, met de wol erop
piel
pellejo
vellón
noun
1. materievrije ruimte
vacío
vacuo
noun
1. een mannelijke ouder
padre
noun
1. een dag waarop vaders extra verwend worden
Día del Padre
noun
1. een land of staat waar iemand geboren en opgegroeid is
patria
/
ˈvadsəχ/
adjective
1. loom, lui, slaperig, traag
decaído
lánguido
mortecino
noun
dírham de los Emiratos Árabes Unidos
/
ˈva.ɣə.ˌvyːr/, /
ˈva.χə.ˌvyːr/
noun
1. een toestand waar de zielen van gestorven personen gereinigd worden.
purgatorio
noun
1. het vrouwelijke geslachtsorgaan
vagina
coño
noun
- 3. schoolvak
asignatura
- 1. beroep
oficio
/
vɑˈkɑn(t)si/
noun
- 1. jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen vrijaf hebben
- 2. reis in een jaarlijks terugkerende periode waarin je vrijaf hebt
vacaciones
noun
1. vakvereniging van arbeiders ter verdediging van hun belangen
sindicato
noun
1. een man die zijn vak of professie verstaat
especialista
experto
profesional
noun
disciplina científica
noun
1. het begin van de avond, gekenmerkt door schemer
tarde
pronoun
1. Catalaans zoals dat gesproken wordt in Valencia en omgeving
valenciano
noun
1. 14 februari, de dag van de verliefden
Día de San Valentín
noun
1. CH₃(CH₂)₃COOH
ácido valérico
adjective
1. in staat tot werken en normaal functioneren
sano
/
vɑlk/
noun
1. roofvogel
halcón
noun
1. bedrijver van valkerij
halconero
cetrero
/
vɑlkə'rɛɪ/
noun
1. africhten van roofvogels
cetrería
noun
1. een laagte tussen bergen
valle
verb
1. vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
caer
noun
1. scharnierend vloerschot
escotillón
trampa
trampilla
noun
evaluación
valorización
adjective
- 1. niet echt
falso
- 3. kwaadaardig
malicioso
maligno
malévolo
noun
1. bepaald soort vrij algemeen voorkomende plant, Anthemis arvensis
amagarza
amargarza
manzanilla bastarda
manzanilla de los campos
noun
falsedad
malicia
malignidad
phraseologicalUnit
falsedad en documento público
/
ˈvɑlstrɪk/
noun
1. een contraptie of manipulatie bedoeld mens of dier te vangen
asechanza
insidia
noun
1. mythologisch ondood wezen
vampiro
noun
1. scheikundig element met symbool V en atoomnummer 23
vanadio
adverb
1.duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
desde
adverb
esta noche
esta tarde
adverb
1. op deze dag
hoy
hoy día
noun
1. moedwillige en nodeloze beschadiging of vernietiging van andermans of openbaar eigendom
vandalismo
verb
- 2. onderscheppen
atrapar
- 1. te pakken krijgen
capturar
atrapar
cautivar
- 3. verdienen
ganar
/
ˈvɑŋ.re(i)l/
noun
1. metalen stroken langs autowegen, die dient om te voorkomen dat auto's van de rijbaan raken
barrera de seguridad
valla protectora
/
vɑŋs/, /
vɑŋst/
noun
botín
presa
/
vɑ'nijə/
noun
een smaak- en geurstof geëxtraheerd van de vanilleplant
vainilla
noun
1. vloeistof onttrokken aan vanillestokjes in een ethanol oplossing
extracto de vainilla
esencia de vainilla
noun
azúcar avainillada
azúcar avainillado
azúcar de vainilla
azúcar vainillada
azúcar vainillado
adverb
1. tijdens de middag van de lopende dag
esta tarde
adverb
1. de afgelopen ochtend
esta mañana
adverb
1. de komende nacht
esta noche
adverb
1. de afgelopen ochtend
esta mañana
/
va.nu.ˈwa.tu/
pronoun
1. een land in Oceanië, officieel de Republiek Vanuatu
Vanuatu
adverb
1. iets dat geen verdere uitleg nodig heeft
evidente
obvio
noun
1. iets dat zo logisch te verwachten is dat men het niet expliciet hoeft te vertellen of te bewijzen
naturalidad
noun
1. Varanidae, de grootste levende hagedis
varano
noun
1. een sporenplant
helecho
noun
1. veranderlijkheid
variabilidad
/
ˌva.ri.ˈjɑn.si/, /
ˌva.ri.ˈjɑn.tsi/
noun
1. een maat voor de spreiding van een variabele of van een verdeling gedefinieerd als de wortel uit de variantie
varianza
noun
análisis de la varianza
noun
coeficiente de variación
noun
music hall
teatro de varietés
noun
- 1. een tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees
- 2.
cerdo
puerco
cochino
pronoun
1. baai op de Cubaanse kust
bahía de Cochinos
playa Girón
noun
onder-/zijkant van de buik van een varken
panza de cerdo
noun
1. geslacht van kruidachtige planten, Polygonum
palero
hierba de Santa Maria
hierba pejiguera
polígona
/
'vɑr.kəns.ɦas/
noun
1. haas van een varken
solomillo de cerdo
noun
pata de cerdo
pierna de cerdo
pierna de puerco
noun
2. lever van een varken
lengua de cerdo
noun
grasa de cerdo
unto de puerco
noun
carne de cerdo
carne de puerco
adjective
1. met betrekking tot de bloedvaten
vascular
adverb
- 1. niet los, stevig bevestigd
fijamente
- 2. niet los te krijgen, muurvast
fijo
- 3. hoogstwaarschijnlijk
probable
/
vɑstə'lɑnt/
noun
1. land in verbinding met continentale landmassa
continente
verb
1. zich onthouden van voedsel
ayunar
pronoun
Martes de Carnaval
Martes de Carnestolendas
noun
física del estado sólido
verb
1. iets of iemand grijpen en vasthouden
agarrafar
agazapar
coger
noun
1. het blijven doorgaan met het werken naar een bepaald doel en niet opgeven
perseverancia
tenacidad
verb
2. zich met inspanning ergens aan vasthouden
aferrarse
abrazarse
agarrarse
verb
1. bewaren van gegevens
registrar
/
ˈvɑstˌmakə(n)/
verb
1. ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
asegurar
atar
fijar
sujetar
verb
1. iets of iemand grijpen en vasthouden
coger
agazapar
verb
1. met een of meer spelden vastmaken
alfilerar
verb
1. met spijkers bevestigen
clavar
verb
- 1. bevestigen dat iets zo is.
determinar
confirmar
- 2. opleggen.
imponer
noun
determinación
establecimiento
fijación
noun
1. contractuele formalisering van een bereikte schikking
contrato de transacción
verb
- 1. iets zodanig zetten...
apear
asegurar
bloquear
encerrar
sujetar
- 3. iemand opsluiten
encerrar
noun
1. ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
barril
/
vatiˈkaːns/
adjective
Vaticano
/
vatiˈkanstɑt/, /
vatiˈkaːnstɑd/, /
vatiˈkaːnstɑt/
pronoun
1. land in Europa, het kleinste onafhankelijke land ter wereld, het territorium van de Heilige Stoel.
Ciudad del Vaticano
Vaticano
verb
- 1. vastgrijpen
agarrar
coger
- 2. begrijpen
comprender
entender
noun
ajinomoto
glutamato monosódico
verb
1. strijd leveren
luchar
pelear
/
ˈvɛxtər/
noun
1. iemand die een gevecht niet uit de weg gaat
guerrero
luchador
adjective
1.
batallador
combativo
noun
producto cruz
producto externo
producto vectorial
/
ˈveda/
pronoun
1. elk van de vier voornaamste heilige hindoegeschriften
Veda
noun
1. middeleeuws, meestal vijfsnarig strijkinstrument
viola de arco
/
veː/
noun
1. door de mens om economische redenen gehouden dieren
ganado
noun
1. iemand die zich specialiseert in de geneeskunst van dieren
veterinario
/
feɪɫ/, /
veːl/
indefiniteCardinalNumeral
1. groot in hoeveelheid
mucho
mucha
adverb
1. in de meeste gevallen, vaak
a menudo
con frecuencia
principalmente
noun
1. een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten
polígono
noun
1. bepaald soort zoogdier, Gulo gulo
glotón
/
veːr/, /
vɪːr/
noun
- 2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
muelle
resorte
- 1. lichaamsbedekking van een vogel
pluma
noun
- 1. elasticiteit
elasticidad
- 2. herstellingsvermogen van iemands gestel of gemoed
energía
tono
vigor
noun
1. een persoon die een veer bedient
barquero
noun
1. een overzetvaartuig
pontón
noun
arandela de seguridad
/
ˈvɪːrtin/
cardinalNumeral
1. het getal 14
catorce
ordinalAdjective
decimocuarto
/
ˈfɪːrtəx/
cardinalNumeral
1. het getal 40
cuarenta
ordinalAdjective
cuadragésimo
noun
1. het onderhouden en fokken van vee.
ganadería
crianza de ganado
noun
1. om mee te vegen
escoba
adjective
1. als of voor vegetariërs
vegetariano
adjective
1. buiten het bewustzijn om
vegetativo
adjective
1. niet aan gevaar blootstaand
seguro
noun
1. een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten
seguridad
noun
1. een bril die de ogen beschermt
gafas protectoras
noun
agencia de seguridad
servicio de seguridad
noun
1. een stevige band die iemand in een voer- of vliegtuig vasthoudt in zijn zetel ter bescherming tegen onverhoedse bewegingen
cinturón de seguridad
noun
ficha de datos de seguridad
noun
1. een klep die een opening in een reservoir of een leiding afsluit en die geopend wordt als de inwendige spanning te hoog wordt
válvula de seguridad
noun
medida de protección
medida de seguridad
pronoun
1. orgaan van de Verenigde Naties met als primaire verantwoordelijkheid ...
Consejo de Seguridad de las Naciones Unidas
noun
1. een afsluitbare gebogen pin waarmee men twee stukken stof bijeen kan houden, voorzien van een veiligheidskapje dat voorkomt dat men zich eraan bezeren kan
imperdible
alfiler de seguridad
pin de seguridad
/
ˈvɛɪ̯.lɪŋ/, /
ˈvɛː.lɪŋ/
noun
1. een plaats waar goederen bij opbod of afslag verkocht worden
subasta
almoneda
verb
1. zich onecht voordoen
fingir
aparentar
disimular
noun
- 1. dunne laag
hoja
- 2. afgestroopte huid
piel
pellejo
/
vɛlt/
noun
nog na te kijken
campo
campaña
noun
1. een simpel bed op pootjes dat snel geplaatst kan worden
cama de campaña
catre
noun
grama de los prados
grama de prado
hierba ratonera
noun
transistor de efecto campo
noun
1. bepaald soort loofboom, Acer campestre
arce común
arce menor
/
ˈvɛltflɛs /
noun
1. een afsluitbare en draagbare fles, meestal uit metaal of plastic vervaardigd, die gebruikt wordt om de drager buitenshuis van vocht te voorzien
cantimplora
noun
cebada de campo
cebadilla de campo
centenillo
noun
bizniega
cinoglosa
lengua de perro
noun
1. Microtus arvalis, familie van de woelmuis
ratón campesino
ratón de campo
verb
ciclo-cross
ciclocross
noun
1. en 2. (bladeren van) kruidachtige plant Valerianella locusta
canónigo
dulceta
hierba de canónigo
hierba de canónigos
hierba de los canónigos
lechuga de campo
noun
1. een treffen tussen twee of meer legers
batalla
/
vɛltɔxt/
noun
1. een trektocht van een leger met het doel de vijand te verslaan
campaña
/
ˈvɛld.zyː.rɪŋ/, /
ˈvɛɫ.tsyː.rɪŋ/
noun
- 1. bepaald soort overblijvende plant, Rumex acetosa
acedera común
- 1. en 2. (bladeren van) de plant Rumex acetosa
vinagrera
acedera
/
ˈveːlən/
verb
padecer
sufrir
tolerar
/
vɛlx/, /
vɛlχ/
noun
1. de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
llanta
verb
1. neer doen komen, doen vallen
talar
noun
bandera
compañía
cuadrilla
estandarte
adjective
1. met betrekking tot de geslachtsziekten
venéreo
/
/
pronoun
1. provincie in Italië
Venecia
/
və'nøs/
adjective
1. met betrekking tot de aders
venoso
/
ˌvenəzoˈlan/, /
ˌvenəzoˈlaːn/
noun
1. een inwoner van Venezuela
venezolano
/
ˌvenəzyˈweːla/, /
ˌvenəzyˈβ̞ela/, /
ˌvenəzyˈβ̞eːla/
pronoun
1. een land in het noorden van Zuid-Amerika
Venezuela
noun
1. soort naaldboom (Taxus baccata)
tejo
noun
- 2. plant Foeniculum vulgare
foeniculum vulgare
- 1., 2., 3. of 3. (zaad, bladeren of knol van) plant Foeniculum vulgare
hinojo
noun
1. gedroogde zaden van Foeniculum vulgare
semilla de hinojo
noun
1. onderneming of bedrijf met meerdere aandeelhouders
sociedad
noun
1. muuropening om lucht en licht door te laten
ventana
noun
alféizar
repisa de la ventana
noun
1. kerel, man
tío
tipo
gaché
gachó
/
ˈvɛntə(n)/
verb
vender como buhonero
noun
- 2. inrichting in sommige muziekinstrumenten
pistón
válvula
noun
ventilador
aventador
soplador
verb
1. verse lucht in een ruimte brengen
airear
ventilar
adjective
1. met betrekking tot de orgaanholte
ventricular
/
vɛn.ˈtri.kɔɫ/, /
vɛn.ˈtri.kəl/, /
vɛn.ˈtri.kəɫ/
noun
1. elk van twee kamers van het hart
ventrículo
verb
fibrilación ventricular
adverb
1. op grote afstand
lejano
adjective
desdeñado
despreciado
adjective
1. waarvoor men geen enkel respect kan opbrengen
despreciable
/
vərˈɑxtə(n)/, /
vərˈɑçtə(n)/
verb
- 2. trotseren
desdeñar
- 1. in hoge mate minachten
despreciar
menospreciar
aborrecer
/
vɛ.ˈrɑf.sxy.wə(n)/
verb
1. afschuw hebben voor
detestar
aborrecer
verb
1. Amerikaans maken
americanizar
verb
- 2. zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
cambiar
alterar
modificar
- 1. zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
cambiar
modificar
inmutar
remodelar
noun
1. iets dat anders is geworden
cambio
noun
1. het (snel) kunnen veranderen
variabilidad
adjective
1. iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen
responsable
noun
1. de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
responsabilidad
verb
- 1. rechtvaardigen
justificar
- 2. zich rechtvaardigen
justificarse
noun
1. de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
justificación
responsabilidad
noun
1. een geneesmiddel behorende tot de groep van calciumblokkers
verapamilo
verb
1. armer worden
empobrecer
adjective
1. met woorden
verbal
adverb
asombrado
atónito
extrañado
maravillado
pasmado
sorprendido
- 1. als je iets vreemd vindt omdat je het niet verwacht had
con sorpresa
verb
1. een proces-verbaal opmaken
multar
noun
1. een stuk stof om een wond e.d. mee af te dekken
venda
vendaje
noun
1. doos met EHBO-benodigdheden
botiquín
noun
1. Een verbandgaas dient ter bedekking van een wond
gasa esterilizada
gasa hidrófila
noun
1. doos met EHBO-benodigdheden
botiquín
verb
1. iemand van regeringswege dwingen een bepaald gebied te verlaten
exiliar
desterrar
expulsar
extrañar
/
vər.ˈbɑ.nɪŋ/
noun
1. het verbod opgelegd krijgen naar een bepaalde plaats terug te keren
exilio
destierro
verb
- 1. door iets onverwachts gevoelsmatig treffen
asombrar
sorprender
atolondrar
- 2. door iets onverwachts gevoelsmatig getroffen worden
asombrarse
atolondrarse
sorprenderse
noun
1. grote verwondering
sorpresa
asombro
/
vərˌbazɪŋˈʋɛkənt/
adjective
1. wat verbazing opwekt, wat buitengewoon is
asombroso
verb
- 1. kunstzinnig weergeven
- 2. een weergave zijn van
reproducir
retratar
/
vər.ˈbeːɫ.dɪŋ/, /
vər.ˈbɪːɫ.dɪŋ/, /
vɛr.ˈbeːl.dɪŋ(g)/
noun
- 2. iets visualiseren, ergens een beeld bij maken
imaginación
- 1. zich iets visueel voorstellen, ergens in het hoofd een beeld van maken
presunción
verb
1. iets ergens plaatsen waar het niet gemakkelijk door anderen gevonden wordt
esconder
ocultar
/
vərˈbetərə/
verb
- 2. van fouten ontdoen
corregir
- 1. (iets) beter maken, de kwaliteit verhogen
mejorar
/
vər.ˈbe.tə,rɪŋ/
noun
1. een verandering ten goede
mejora
mejoramiento
verb
1. van staatswege in beslag nemen
confiscar
decomisar
verb
1. aan onbeduidende zaken verspillen
desaprovechar
/
vɛɾ.'bi:.dǝ(n)/
verb
1. een bepaalde handeling strafbaar stellen
prohibir
interdecir
proscribir
verb
1.in verwarring of extreme verbazing brengen
desconcertar
consternar
verb
1. zijn gevoelens van ergernis of pijn onder controle houden
contener
verb
- 1. twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
conectar
acoplar
enganchar
- 3. behandelen door het aanbrengen van verband
vendar
/
vər.ˈbɪn.dɪŋ/, /
vɛr.ˈbɪn.dɪŋ(g)/
noun
- 2. scheikunde
compuesto
combinación
- 3. communicatie
comunicación
- 1. verbinden of samenvoegen
conexión
noun
2. twee-personen-verhouding waarbij de ene tot een prestatie gerechtigd, de andere tot dezelfde verplicht is
obligación
verb
1. bitter maken
amargar
acibarar
/
vər'bɪtərɪŋ/
noun
1.
amargura
verb
1. alle kleur verliezen
palidecer
empalidecer
desteñirse
noun
estadía
estancia
mansión
permanencia
noun
1. een plaats waar men, al dan niet noodgedwongen, verblijft
paradero
residencia
verb
1. tijdelijk wonen, ergens tijd doorbrengen
permanecer
verb
deslumbrar
cegar
fulminar
ofuscar
- 2. een illusie geven aan
ilusionar
/
vərˈbɔt/
noun
1. strafmaatregel
prohibición
noun
pacto
alianza
coalición
adjective
1.onzichtbaar gemaakt
escondido
verb
- 2.planten telen
cultivar
- 1.anders bouwen
reformar
verb
1. verteerd worden door vuur of hitte
quemar
abrasar
abrasarse
noun
combustión
quema
quemadura
- 5. crematie
cremación
incineración
noun
1. motor waarbij de kracht wordt opgewekt door verbranding van een brandstof
motor de combustión
adjective
extendid0
propagado
noun
2. de totale verbruikte hoeveelheid
consumo
verb
acabar
apurar
consumir
supurar
/
vər.ˈbœʏ̯.χɪŋ/, /
vər.ˈbœː.ɣɪŋ/
noun
1. naamwoordsflexie
declinación
verb
1. afvlakken tot burgerlijkheid
aburguesar
verb
1. met een laagje chroom bedekken
cromar
noun
1. iemand die verdacht wordt
sospechoso
verb
1. een zitting opschorten tot een nadere datum
aplazar
verb
1. beschermen tegen een aanval
defender
proteger
noun
- 2. bedekking van iets
cubierta
- 1. dek van een schip
cubierta
puente
verb
1. in kleinere stukken uiteendoen
dividir
partir
abanderizar
/
vərˈdɛlxə(n)/
verb
1.
exterminar
noun
función de distribución
verb
1. het vermoeden hebben van iets slechts
sospechar
/
vər.ˈdɛŋ.kɪŋ/
noun
1. het vermoeden van het uitvoeren van een (strafbaar) feit
sospecha
adverb
restante
además
demás
por lo demás
por otra parte
adverb
op een zekere afstand van de genoemde plaats
mas adelante
mas allá
/
ˈvɛrdərˈzɛtə(n)/
verb
1. voortzetten, doorgaan met
continuar
proseguir
seguir
/
vərˈdɪxtsəl/
noun
1. iets dat niet bestaat
invención
verb
- 2. geld verkrijgen door arbeid of een andere prestatie
ganar
- 1. het recht op een beloning of bestraffing verwerven
merecer
noun
- 2. goede, opbouwende daad
mérito
provecho
- 1. het geld dat een arbeider krijgt voor het uitvoeren van werk
salario
/
vɛr.ˈdi.pə(n)/
verb
- 2. ernstig nadenken over
absorberse
- 1. dieper maken
ahondar
profundizar
/
vər.ˈdi.pɪŋ/
noun
- 1. het dieper maken
ahondamiento
profundización
- 3. alle ruimten op één hoogte in een gebouw
piso
planta
verb
- 1. dikker worden
- 2. dikker doen worden
espesar
verb
1. de pijnprikkel onderdrukken, bijvoorbeeld door het toedienen van een medicijn
anestesiar
atarantar
aturdir
noun
1. bereidheid om te aanvaarden dat anderen zich gedragen op een manier die je niet goed vindt
tolerancia
verb
torcer
corromper
deformar
retorcer
/
vərˈdrɑx/
noun
1. een wettelijk wederzijds bindende overeenkomst tussen twee of meer staten
tratado
pronoun
Tratado de Londres
pronoun
tratado de la Unión Europea
pronoun
acuerdo de Schengen
verb
1. bestand zijn tegen
aguantar
noun
1. een gevoel van droefheid
tristeza
pena
adjective
1. in sombere stemming
triste
afligido
verb
1.uit het land verjagen
expulsar
ahuyentar
echar
verb
- 2. in het water doen omkomen
- 3. door drinken van alcohol doen verdwijnen
ahogar
- 1. in het water omkomen
ahogarse
verb
1. onderdrukken
oprimir
reprimir
/
vər.ˈdœʏ̯.də.lə.kɪŋ/, /
vər.ˈdœː.də.lə.kɪŋ/, /
vɛr.ˈdœː.də.li.kɪŋ(g)/
noun
1. iets wat ter verduidelijking dient
aclaración
explicación
verb
- 2. iets (m.n. geld) ontvreemden/stelen
malversar
- 1. donkerder maken
oscurecer
obscurecer
ensombrecer
/
vər.ˈdœʏ̯.stə.rɪŋ/, /
vər.ˈdœː.stə.rɪŋ/, /
vɛr.ˈdœːs.tə.rɪŋ(g)/
noun
eclipse
oscurecimiento
verb
2. door toevoeging van oplosmiddel de concentratie verlagen
diluir
verb
1. ongemak of lijden verdragen
endurar
sufrir
tolerar
verb
1. dwaas maken/dwaas worden
entontecer
/
vərˈdʋɛɪnə(n)/
verb
- 1. wegraken
- 2. afnemen
desaparecer
disipar
noun
1. het verdwijnen
desaparición
verb
- 1. in de adelstand verheffen
ennoblecer
- 2. edeler maken, verfijnen
refinar
acendrar
ennoblecer
purificar
verb
1. met eelt bedekt worden
encallecer
/
vəren'zɛlvəxə(n)/
verb
1.
identificar
/
vɛrɛɪsə(n)/
verb
1. nodig hebben
requerir
necesitar
/
vər'enə(n)/
verb
1.
unificar
/
vəˈrenəχt ˈkonɪŋkˌrɛɪ̯k/, /
vəˈreːnəxt ˈkoːnɪŋkˌrɛːk/, /
vəˈreːnɪx ˈkoːnɪŋkˌrɛɪ̯k/
pronoun
Reino Unido
/
vɛrenəɣdə arabisə emiratən/
pronoun
land in het Midden-Oosten, officieel de Verenigde Arabische Emiraten, vaak afgekord tot V.A.E.
Emiratos Árabes Unidos
noun
Organización de las Naciones Unidas
Naciones Unidas
pronoun
1. een land dat een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent beslaat en opgedeeld is in vijftig staten
Estados Unidos
/
və.ˌre.nəx.də.ˈsta.tə(n).vɑn.ɑ.ˈmeː.ri.ka/, /
və.ˌreɪ̯.nəχ.də.ˌsta.tə(n).vɑn.ɑ.ˈmɪː.ri.ka/, /
vɛ.ˌʁe.nɪx.də.ˈsta.tə(n).va.na.ˈmeː.ʁi.ka/
pronoun
1. een land dat een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent beslaat en opgedeeld is in vijftig staten
Estados Unidos
Estados Unidos de América
verb
1. afzonderlijke delen tot één geheel maken
juntar
unir
aliar
/
və.ˈre.nə.ɣɪŋ/, /
və.ˈre.nə.χɪŋ/, /
vər.ˈe.ni.ɣɪŋ(g)/
noun
- 1. groepering van mensen die op een bepaald doel gericht is
asociación
- 3. een operatie die twee of meer verzamelingen samenvoegt
unión
verb
1. tot onderwerp van aanbidding hebben, eer bewijzen
acatar
adorar
honrar
verb
1. erger worden of maken
agravar
empeorar
agudizar
noun
adoración
culto
veneración
/
vɛrf/
noun
1. de algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen...
pintura
tintura
tinte
noun
hiniesta
hiniesta de tintes
jinesta de tintes
retama de los tintoreros
retama de montes
retama de tinte
adjective
delicado
elegante
sofisticado
verb
1. fijner of gevoeliger maken
afinar
refinar
/
vɛrflax/
noun
1. een laag verhard, vaak met pigment gekleurd materiaal ooit aangebracht in vloeibare vorm
capa de pintura
noun
1. metalen voorwerp met handvat waarmee men verf op een schilderij kan aanbrengen
espátula
/
vɛr.ˈfu.jə(n)/
verb
1. afschuw hebben van
abominar
aborrecer
detestar
verb
1. mooier maken
embellecer
adornar
agraciar
verb
1. Franstalig maken/worden
afrancesar
verb
arrugar
estrujar
apretujar
noun
decapador por aire caliente
pistola de calor
/
vərˈɣadəˌrɪŋ/, /
vərˈχadəˌrɪŋ/
noun
1. een georganiseerde bijeenkomst voor bespreking en overleg
reunión
asamblea
junta
/
vərˈɣɑŋkələk/
adjective
fugaz
huidizo
temporal
noun
fugacidad
temporalidad
verb
1. bijeenbrengen
amontonar
acaudalar
atesorar
recoger
verb
agasajar
obsequiar
tratar bien
adjective
ilusorio
ineficaz
inútil
vano
adjective
1. niet goed kunnen onthouden
olvidadizo
verb
2.
devolver
recompensar
verb
1. geel worden door veroudering of invloed van de omgeving
amarillear
amarillecer
adjective
1. goed te vergelijken
comparable
verb
1. de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen
comparar
cotejar
asemejar
asimilar
/
vɛrɣə'lɛɪkɪŋ/
abbreviation
- 1. relatie tussen twee zaken
comparación
- 2. wiskundige uitdrukking
ecuación
verb
1. iets eenvoudiger of makkelijker maken
facilitar
agilitar
/
'vɛrɣə(n)/
verb
1. als noodzakelijke voorwaarde hebben
exigir
pedir
requerir
noun
obscuridad
olvido
oscuridad
verb
1. uit het geheugen verloren gaan
olvidar
verb
- 2. vergiftigen
envenenar
emponzoñar
- 1. vergiffenis schenken
perdonar
disculpar
/
vərˈxevənsxəzɪnt/
adjective
1. klaar om anderen te vergeven
clemente
indulgente
noun
1. het iemand niet kwalijk nemen van iets; het kwijtschelden van een schuld
perdón
/
'vɛrxəvɔrdərt/
adjective
1.
tardo
tardío
verb
1. met iemand meegaan
acompañar
/
vərˈxit/
noun
1. teiltje met gaten
colador
escurridor
/
vərˈɣɪf/
noun
1. iets dat levende wezens schaadt
veneno
tósigo
tóxico
noun
1. het iemand niet kwalijk nemen van iets; het kwijtschelden van een schuld
perdón
noun
1. een stof die in kleine hoeveelheden toegediend een zeer schadelijke of zelfs dodelijke werking heeft
veneno
verb
1. blootstellen aan een voor het lichaam schadelijke vreemde stof
envenenar
emponzoñar
noun
de toestand van vergiftigd worden
envenenamiento
intoxicación
verb
1. eerste betekenisomschrijving
aberrar
/
vər.ˈɣɪ.sɪŋ/, /
vər.ˈχɪ.sɪŋ/, /
vɛr.ˈɣɪ.sɪŋ(g)/
noun
1. iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
error
verb
1. aan iemand compensatie verlenen voor gemaakte kosten of geleden schade
compensar
indemnizar
/
vərˈxudɪŋ/
noun
1. compensatie voor gemaakte kosten of geleden schade
honorarios
verb
1.iemands iets onoorbaars of onzedigs aandoen
atentar
verb
- 1., 2. grijs worden, grijze haren krijgen
encanecer
- 3. ouder worden
envejecer
noun
envejecimiento demográfico
noun
1. bolle lens waardoor de voorwerpen die men bekijkt groter lijken
lupa
lente de aumento
verb
1. groter doen worden
agrandar
engrandecer
/
vərˈɣrotəndə trɑp/
noun
1. de vorm die het bijvoeglijk naamwoord aanneemt in vergelijkingen
grado comparativo
noun
1. een toename in grootte
aumentación
verb
1. een voorwerp bedekken met een dun laagje goud
dorar
noun
1. een officiële (noodzakelijke) toestemming om een bepaalde activiteit uit te voeren
licencia
permiso
autorización
/
vər'ɦal/
noun
1. verslag (mondeling of schriftelijk) van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis
historia
relato
narración
verb
acelerar
activar
adelantar
apresurar
verb
- 1. een verhaal vertellen
contar
narrar
- 2. schadevergoeding eisen, kosten laten betalen
recuperar
noun
tratado
disertación
ensayo
memoria
verb
naar fysiek of geestelijk niveau brengen
elevar
alzar
encaramar
encumbrar
levantar
realzar
adjective
contento
contenta
verb
- 3. iemand ~ vreugde bereiden
alegrar
ilusionarse
- 1. zich ~: blijdschap ervaren
alegrarse
- 2. zich ~ op: reikhalzend uitzien naar iets
ilusionarse
noun
altura
cerro
grandiosidad
magnitud
verb
1. heviger worden
intensificar
recrudecer
verb
1. voorkomen, ervoor zorgen dat iets niet gebeurt
impedir
atascar
verb
- 1. verwarmen
calentar
- 2. aanwakkeren
excitar
verb
1. hoger doen worden
aumentar
elevar
realzar
/
vər.ˈɦo.ɣɪŋ/, /
vər.ˈɦo.χɪŋ/, /
vɛr.ˈho.ɣɪŋ/
noun
- 2. het hoger maken van een prijs, premie e.d.
aumento
- 1. een plaats die hoger aangelegd is dan zijn omgeving
elevación
noun
1. een indringende ondervraging van een gevangene of verdachte
interrogatorio
/
vərˈɦɔʊ̯.dɪŋ/, /
vərˈɦʌʊ̯.dɪŋ/, /
vɛrˈhaʊ̯.dɪŋ/
noun
- 1.
proporción
- 2. de betrekking van personen onderling
- 3. een intieme, duurzame relatie tussen twee personen
relación
verb
- 1. van woonplaats veranderen
mudarse
mudar
- 2. de inboedel van een ander overbrengen
trasladar
mudar
/
vərˈhœʏzɪŋ/, /
vərˈhœːzɪŋ/
noun
1. de verwisseling van één (semi-) permanente woonplaats voor een andere
mudanza
verb
1. iets niet openlijk zeggen of tonen
celar
ocultar
verb
1. nagaan, controleren
verificar
verb
desbaratar
frustrar
malograr
/
ˈveː.rɪŋ/, /
ˈvɪː.rɪŋ/
noun
1. mechanisme dat dient om schokken op te vangen
suspensión
noun
1. de dag waarop iemand viert dat hij of zij geboren werd
cumpleaños
aniversario
verb
1. dwingen om weg te gaan
ahuyentar
asustar
verb
- 3. de dag van de geboorte opnieuw bereiken
celebrar su cumpleaños
- 1. het tijdstip van een bepaalde geldigheidsduur overschrijden
expirar
noun
1. het niet meer afdwingbaar zijn van een vordering door het verloop van de tijd
prescripción
verb
1. jonger maken
rejuvenecer
verb
1. kalkachtig worden
calcificar
calcificarse
calcinar
calcinarse
adjective
1. niet openlijk, ondergronds
oculto
secreto
noun
1. het geheel van verplaatsingen waarbij goederen of personen vervoerd worden
tráfico
circulación
adjective
1.
equivocado
erróneo
/
vər'kersaxɛnt/
noun
1.
policía de tráfico
adjective
amarillo tráfico
noun
1. een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
semáforo
luz de tráfico
verb
- 1.
explorar
- 2. waarnemingen in een vijandelijk of onbekend gebied uitvoeren om strategische informatie in te winnen
reconocer
noun
exploración
- 2. militaire verkenning
reconocimiento
verb
- 3. veranderen
cambiar
- 2. omgang en/of een amoureuze band hebben
relacionarse
tener relación
verb
1. iemand door een stemming een ambt doen toekomen
elegir
preferir
/
vər.ˈki.zɪŋ/, /
vɛr.ˈki.zɪŋ(g)/
noun
1. het kiezen door middel van stemming
elección
comicios
adjective
1. (spreektaal) verliefd zijn op
encalabrinado
/
vɛrˈklarə(n)/
verb
- 2. een officieel standpunt uitspreken
declarar
- 1. duidelijk maken
explicar
aclarar
declarar
desarrollar
desenvolver
/
vər.ˈkla.rɪŋ/, /
vɛr.ˈkla.rɪŋ(g)/
noun
- 3. opheldering
aclaración
- 4. schriftelijk stuk
certificación
- 2. plechtige bekendmaking
declaración
- 1 het verklaren
explicación
explanación
verb
- 1. andere kleren aandoen
cambiarse de ropa
- 2. zich vermommen door andere kleren aan te trekken
enmascarar
verb
1. tot minder grote proporties terugbrengen
empequeñecer
reducir
/
vərˈklɛɪ̯nʋɔːrt/
noun
1. woord waardoor iets als klein of weinig wordt voorgesteld
diminutivo
verb
averiar
chafallar
chapucear
corromper
deteriorar
echar a perder
noun
1. het verkopen (voor geld aan een ander geven)
venta
/
vərˈkopə(n)/
verb
1. goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
vender
noun
1. iemand die goederen of diensten verkoopt
vendedor
/
vər.ˈkɔr.tɪŋ/, /
vɛr.ˈkɔr.tɪŋ/
noun
abreviación
noun
1. een virusinfectie aan keel of neus
resfriado
catarro
constipado
verb
- 2. op grove wijze schenden
forzar
violentar
- 1. iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
violar
noun
1. een seksuele daad onder dwang
violación
verb
1. in spiercontractie geraken
crispar
verb
1. in bezit krijgen, verwerven
obtener
adquirir
noun
adquisición
consecución
ganancia
verb
1. iets gebruiken zonder dat je het goed of volledig benut
despilfarrar
malgastar
derrochar
prodigar
verb
transbordar
transbordado
/
vərˈlaxə(n)/
verb
1. op een lager peil brengen
rebajar
noun
1. een vermindering in hoogte of aantal
disminución
rebaja
/
vər'lɑmə(n)/
verb
1. van het vermogen zich te bewegen beroven
paralizar
anquilosar
noun
1. toestand waarin men niet is staat is zich te bewegen
parálisis
noun
1. iets willen hebben
deseo
verb
1. iets erg graag willen hebben
desear
apetecer
verb
- 2. in de steek laten
abandonar
- 1. weggaan
abandonar
salir
irse
noun
1. een toestand van door allen verlaten zijn
abandono
soledad
noun
abandonamiento
- 2. het later worden
retraso
adjective
1. voorbij
pasado
anterior
noun
1. de voorafgaande tijd
pasado
pretérito
noun
1. het woord dat deel heeft aan het werkwoord en aan het naamwoord en als afgesloten gezien wordt
participio pasado
participio pasivo
adjective
cohibido
con timidez
corto
tímido
verb
1. tot kwaad brengen
tentar
seducir
inducir
/
vər.ˈlɛɪ̯.dɪŋ/, /
vər.ˈlɛː.dɪŋ/, /
vɛr.ˈlɛɪ̯.dɪŋ/
noun
1. het verleiden van iets of iemand
seducción
tentación
/
vərlenə(n)/
verb
1. iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan
otorgar
conferir
dar
conceder
/
vərˈlɛŋə(n)/
verb
- 1. langer maken
alargar
- 2. langer laten duren
prolongar
noun
elektrisch snoer voorzien van stekker en contrastekker
cable alargador
alargador
verb
activar
alegrar
amenizar
animar
incitar
verb
- 2. minder zwaar maken
aliviar
- 1. van licht voorzien
alumbrar
iluminar
clarificar
- 3. minder moeilijk maken
facilitar
noun
- 5. periode van het rationalisme...
Ilustración
iluminación
noun
técnica de la iluminación
noun
amoureuze gerichtheid op een bepaalde persoon
enamoramiento
noun
1. het teloorgaan, kwijtraken
pérdida
verb
- 1. iets kwijt raken
- 2. niet winnen
perder
noun
1. iemand die in een spel, wedstrijd, onderhandeling of oorlog verliest
vencido
perdedor
/
vərˈludərə(n)/
verb
1. te gronde gaan
decaer
verb
1. tot kwaad brengen
tentar
seducir
noun
1. iemand die toegezegd heeft met een partner in het huwelijk te willen treden
prometido
prometida
novia
novio
verb
1. zijn geldigheid verliezen
expirar
/
vərˈloːrə(n)/
adjective
- 5.2. (Bijbel) verloren zoon
hijo prodigo
- 5.3. (Bijbel) verloren schaap (afgedwaald van de kudde)
oveja descarriada
oveja extraviada
oveja perdida
- 1-5.
perdido
verb
- 2. een vrouw geneeskundig bijstaan bij de bevalling
asistir en el parto
ayudar a dar a luz
- 1. daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden
liberar
librar
/
vər.ˈlɔ.sɪŋ/, /
vɛr.ˈlɔ.sɪŋ/
noun
1. de bevrijding van de gevolgen van de zonden van de mens door het geloof in Jesus
salvación
verb
- 1. het luiden van klokken
repicar
- 5. zoals vernomen is
supuestamente
noun
divertimento
diversión
pasatiempo
placer
verb
1.aan lichaamsgewicht verliezen
enflaquecer
adelgazar
verb
1. iemand prettig en leuk bezighouden
divertir
entretener
verb
1. in getal doen toenemen of laten toenemen
acrecentar
acrecer
ampliar
aumentar
incrementar
noun
aumento
acrecentamiento
verb
1. een feit noemen in een verhaal of tekst
mencionar
mentar
verb
- 2. verwarren
confundir
entremezclar
mezclar
amalgamar
verb
1. het herhaald optellen van een getal; een rekenkundige bewerking waarvan de uitkomst het product wordt genoemd
multiplicar
/
vər.ˌme.nəx.ˈvʏɫ.də.ɣɪŋ/, /
vər.ˌme.nəχ.ˈvʏɫ.də.χɪŋ/, /
vɛr.ˌme.nɪx.ˈvʏl.di.ɣɪŋ(g)/
noun
- 1 .een vermeerdering tot een veelvoud van het oorspronkelijke aantal
multiplicación
- 2.een voortplanting
procreación
reproducción
/
vərˈmetəl/
adjective
1.
osado
/
vərˈmɛi̯də(n)/
verb
1. trachten te ontwijken
evitar
rehuir
adjective
2. in een tint rood met RAL-nummer 2002
naranja sanguineo
noun
- 2. naar oranje zwemende dieprode kleur
- 1. bepaalde rode kleurstof op basis van kwik(I)sulfide, HgS
bermellón
- 3. tint rood met RAL-nummer 2002
naranja sanguíneo
verb
- 2. doen afnemen in aantal, kleiner maken
disminuir
bajar
reducir
decrecer
aminorar
- 1. afnemen in aantal, kleiner worden
disminuir
menguar
amenguar
reducirse
noun
1. verkleining
disminución
conjunction
1. omdat of aangezien, geeft onderschikkend een reden aan
porque
puesto que
visto que
ya que
adjective
1. naar men denkt, maar niet zeker weet
presunto
probable
adverb
1. naar men denkt, maar niet zeker weet
presumiblemente
presuntamente
noun
1. een waarschijnlijke waarheid
suposición
presunción
verb
1. een gedachte koesteren waarvan men niet zeker is maar die een zekere waarschijnlijkheid inhoudt
suponer
presentir
adjective
1. behoefte hebbend om uit te rusten
cansado
verb
cansar
cargar
fastidiar
hartar
/
vərˈmoχə(n)/
noun
- 1. een hoeveelheid kapitaal
capital
patrimonio
posesión
- 2. de kwaliteiten om iets te kunnen doen
potencia
adjective
acaudalado
acomodado
adinerado
rico
noun
electrónica de potencia
verb
1. gewelddadig van het leven beroven
asesinar
matar
verb
1. door morsen verloren laten gaan
acabar
verb
1. in kleine stukken slaan, pletten
destrozar
quebrantar
noun
1. versterkte wijn, op smaak gebracht met aromatische planten en kruiden
vermú
vermut
verb
1. iemand zo behandelen dat hij zich minderwaardig voelt
humillar
rebajar
abismar
verb
destrozar
destruir
derrotar
verb
1. een einde maken aan, het bestaan uitwissen van, volledig tenietdoen
destruir
destrozar
anonadar
arrasar
noun
1. einde maken aan het bestaan van iets
destrucción
exterminio
noun
campo de exterminio
campo de la muerte
fábrica de la muerte
verb
1.een voorwerp bedekken met een dun laagje nikkel
niquelar
noun
1. een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen...
barniz
verb
1. iets voorzien van een laag vernis
barnizar
acharolar
charolar
verb
1. een bepaalde aanname maken
suponer
presumir
presuponer
verb
1. bij een ongeluk om het leven komen
accidentarse
perecer
/
vər.ɔnt.ˈrɛɪ̯.nə.χə(n)/, /
vər.ɔnt.ˈrɛː.nə.ɣə(n)/, /
vɛr.ɔnt.ˈrɛɪ̯.nɪ.ɣə(n)/
verb
1. ergens schadelijke en stoffen en vuiligheden inbrengen
contaminar
verb
1. ongerust maken, zorgen baren
inquietar
preocupar
asustar
adjective
1. onrust veroorzakend
inquietante
adverb
1. gevoelens koesterend dat men te na gekomen is
indignado
verb
1. boos maken; woedend maken; sterk afkeuren
indignar
/
və.rɔn.ˈtʋar.də.χɪŋ/, /
və.rɔn.ˈtβ̞ar.də.ɣɪŋ/, /
vɛr.ɔnt.ˈwar.di.ɣɪŋ(g)/
noun
1. boosheid
indignación
verb
1. in een rechtszaak een oordeel uitspreken
condenar
desaprobar
rechazar
verb
1. zichzelf iets toestaan, gewoonlijk een financiële uitgave
permitir
verb
1. de oorzaak zijn van
causar
ocasionar
provocar
producir
/
vərˈʌʊdərə(n)/
verb
- 2. uit de mode raken
anticuar
- 1. ouder worden
envejecer
anticuar
/
vərovərə(n)/
verb
1. een gebied door een militaire operatie in zijn macht nemen
conquistar
verb
envolver
empacar
envasar
noun
1. het materiaal waarin iets verpakt is
embalaje
envase
envoltorio
/
vər'pɑndə(n)/
verb
empeñar
pignorar
verb
1. ervoor zorgen dat iets niet leuk meer is
emponzoñar
estropear
follar
noun
- 1. iemand die beroepshalve patiënten verpleegt
- 2. een deskundige in de verpleegkunde
enfermero
enfermera
noun
1. vrouw die zorg verleent aan zieken of gewonden
enfermera
verb
1. een zieke verzorgen
cuidar
asistir
verb
abrumar
quebrantar
romper con estrépito
adjective
1. door iets of iemand gedwongen
obligatorio
obligado
verb
1. tot regel maken dat iets moet
obligar
/
vər.ˈplɪx.tɪŋ/, /
vər.ˈplɪχ.tɪŋ/, /
vɛr.ˈplɪx.tɪŋ(g)/
noun
1. iets dat moet
obligación
deber
imposición
/
vəˈraːt/
noun
1. het schenden van trouw
traición
deslealtad
verb
2. een geheim prijsgeven
traicionar
revelar
noun
1. iemand die verraad pleegt
traidor
verb
- 2. iemand onverwachts verblijden
dar una sorpresa
- 1. iemand onverwachts met iets confronteren
sorprender
/
və.ˈra.sɪŋ/, /
və.ˈrɑ.sɪŋ/, /
vɛ.ˈrɑ.sɪŋ(g)/
noun
1. een geheel onverwachte gebeurtenis
sorpresa
/
ˈvɛrəˌkɛːkər/, /
ˈvɛrəˌkɛːɪkər/
noun
1. een optisch instrument om voorwerpen op grote afstand te kunnen waarnemen door het vergrotend effect van het instrument
prismáticos
catalejo
verb
1. rijker maken
enriquecer
/
və'rɛizə(n)/
verb
1.
levantarse
surgir
noun
1. uit de dood opstaan
resurrección
verb
1. in beweging komen
mover
/
və.rɔ.tə(n)/
verb
1. vergaan als gevolg van het rottingsproces
pudrirse
verb
1. in vervoering brengen
embelesar
arrobar
embebecer
extasiar
adjective
- 2. niet ingeblikt, niet diepgevroren
fresco
- 1. nieuw, net gemaakt
recién hecho
noun
1. gedicht
verso
versículo
poema
/
vərˈsaɣə(n)/, /
vərˈsaχə(n)/
verb
1. de moed opgeven
abatirse
desalentarse
desanimarse
desfallecer
verb
1. benodigdheden beschikbaar maken
deparar
facilitar
procurar
proporcionar
/
vər'sxɑlkə(n)/
verb
1.
burlar
/
vər'sxɛidənɛit/
noun
diversidad
variedad
verb
1. aan stukken rijten
despedazar
romper
rasgar
despezar
/
vər'sxɛɪnə(n)/
verb
- 1. aan het licht treden, zichtbaar worden
aparecer
presentarse
- 3. voor het gerecht verschijnen
comparecer
- 2. in druk of in andere vorm voor het eerst aangeboden worden
publicarse
salir
noun
aparición
apariencia
aspecto
- 3. bovennatuurlijk verschijnsel
fantasma
visión
/
vɛrsxɛɪnsəɫ/
noun
1. iets dat zich voordoet
fenómeno
noun
1. een aspect dat bij vergelijking anders is
diferencia
adjective
1. niet op elkaar lijkend
diferente
distinto
indefiniteCardinalNumeral
1. meerdere en telkens andere
diverso
noun
2. verontschuldiging
disculpa
/
vər'sxɔpəlɪŋ/
noun
1.
paria
adverb
1. zo erg dat men er van schrikt
terrible
horrible
espantoso
verb
alarmar
asustar
aterrorizar
espantar
inquietar
sobresaltar
verb
1. het verbranden van materiaal zonder aanwezigheid van vuur
agostar
chamuscar
abrasar
verb
1. door uitdroging rimpelig en klein worden
acartonarse
verb
2. iets in contact met de grond doen voortbewegen
deslizar
noun
corrimiento
desprendimiento
/
ˈfɛrsi/
noun
- 1. specifieke vorm of variant van een uitgave
- 2. bepaalde verklaring of interpretatie van een gebeurtenis
versión
/
vɛrˈsi:rə(n)/
verb
- 1. iets meer aantrekkelijk of mooier maken
adornar
acicalar
- 3.
camelar
ligar
noun
1. iets aangebracht om het uiterlijk fraaier te maken
ornamentación
adorno
noun
- 1.iets wat is aangebracht ter verfraaiing, maar verder geen nuttig doel heeft
adorno
alhaja
- 2. een uiterlijk teken horend bij een (koninklijke) onderscheiding
condecoración
noun
1.iemand die verslaafd is aan iets
adicto
adicta
verb
1. een definitieve overwinning boeken op een tegenstander
batir
vencer
derrotar
/
vərˈslɑx/
noun
1. bericht over een gebeurtenis of toestand
informe
noun
reportero
correspondiente
corresponsal
verb
1. minder gespannen worden, slap worden
aflojar
aflojarse
ciar
flaquear
/
vər.ˈsla.vɪŋ/, /
vɛr.ˈsla.vɪŋ(g)/
noun
1. een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is
adicción
noun
empeoramiento
deterioro
verb
1. door veelvuldig gebruik onbruikbaar worden of maken
desgastarse
gastarse
verb
derretir
derretirse
fundir
verb
1. een grotere snelheid (doen) bereiken
acelerar
apresurar
adelantar
aligerar
noun
- 1. toename van het tempo
aceleración
- 3. mechaniek voor overdracht van aandrijving
marcha
noun
1. een schakelinrichting aan een motorvoertuig om van de ene naar de andere versnelling te gaan
caja de cambios
caja de velocidades
caja de cambio
verb
arriesgar
aventurar
jugarse
verb
1. door nalatigheid verloren laten gaan
desperdiciar
despilfarrar
derrochar
/
vər.ˈspɪ.lɪŋ/
noun
1. het teloor laten gaan van iets waardevols door nalatigheid
derroche
desperdicio
despilfarro
verb
1. tot splinters maken
astillar
fragmentar
verb
- 2. zich ~: een proces van uitbreiding ondergaan
dispersarse
- 1. in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden
esparcir
diseminar
dispersar
desparramar
verb
1. een uitspraak doen die men niet zo bedoelde te maken
trabucarse
/
vər.ˈstaːn/
verb
1. begrijpen van een uiting
entender
noun
te controlerende vertalingen
cordura
juicio
mente
conocimiento
entendimiento
intelecto
adjective
1. met verstand
sensato
inteligente
cuerdo
prudente
sabio
noun
caja de ingletes
ingletadora
adjective
1. als je iets vreemd vindt omdat je het niet verwacht had
alucinado
helado
sorprendido
verb
- 2. anders stellen
ajustar
- 1. weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt
zurcir
remendar
verb
1.
petrificarse
petrificar
verb
- 3. beter bestand maken tegen aanvallen
fortalecer
- 1. sterker maken
fortalecer
amplificar
robustecer
- 2. het aantal vergroten
reforzar
noun
- 1. signaalversterker
- 1. versterker
amplificador
/
vər.ˈstɛr.kɪŋ/, /
vɛr.ˈstɛr.kɪŋ(g)/
noun
- 3,4. signaalversterking
amplificación
- 3. een fortificatie
fortificación
- 2. extra hulp in probleemsituaties
- 1. het versterken
refuerzo
verb
1. stijf worden
entumecer
verb
1. doen stikken
sofocar
asfixiar
ahogar
abochornar
atufar
adjective
1.
acérrimo
empedernido
terco
tozudo
verb
1. plotseling sprakeloos worden
enmudecer
callarse
/
vər'stɔpə(n)/
verb
1. iets stoppen waar het niet gemakkelijk gevonden zal worden
esconder
ocultar
/
vərˈstɔ.pər.tjə/
noun
escondite
escondidas
noun
- 2.
atasco
obstrucción
- 1. geen ontlasting kunnen krijgen
estreñimiento
/
vərˈstorə(n)/
verb
1. uit de concentratie brengen, onderbreken wat men aan het doen is
interrumpir
perturbar
verb
1. niet langer in de omgeving dulden
repudiar
negar
verb
1. ter beschikking stellen
proveer
proporcionar
verb
1. het verlopen van een tijdslimiet
vencer
expirar
pasar
adjective
1. geestelijk afgeleid
distraído
abstraído
verb
- 1. vermaken
distraer
regalar
- 1. spreiden
esparcir
verb
1. in fijne nevel omzetten
vaporizar
atomizar
pulverizar
verb
1. iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven
enviar
cursar
verb
1. omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal
traducir
/
vərˈtalɪŋ/
noun
1. iets dat vertaald is
traducción
/
ˈvɛrtə/
noun
1. het gebied dat nog net binnen zichtsafstand is
lejanía
noun
1. gewerveld dier
vertebrado
verb
1. teder stemmen
enternecer
conmover
noun
1. iemand die de plaats van een ander inneemt
representante
verb
1. een al of niet ware gebeurtenis verhalen
contar
relatar
narrar
decir
noun
1. een persoon die vertelt
narrador
noun
1. een verhaal dat bedoeld is om verteld te worden
narración
cuento
verb
1. voedsel afbreken
digerir
noun
1. draaiduizeligheid
vértigo
verb
1. een voorwerp bedekken met een dun laagje tin
estañar
/
vər'tuvə/
verb
1. zich ophouden, ergens verblijven
permanecer
verb
1. vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal
interpretar
verb
1. laten zien
mostrar
exponer
asomar
presentar
adjective
1.
enfadado
enojado
irritado
verb
1. langzamer doen worden
enlentecer
lentificar
ralentizar
retrasar
/
vər.ˈtra.ɣɪŋ/, /
vər.ˈtra.χɪŋ/, /
vɛr.ˈtra.ɣɪŋ(g)/
noun
1. het langzamer gaan
retraso
retención
noun
- 1.
cuarto
habitación
cámara
- 2. de actie van het vertrekken of weggaan
partida
salida
verb
1. weggaan
irse
salir
zarpar
marcharse
adverb
digno de confianza
familiar
fidedigno
notorio
sabido
noun
confidente
hombre de confianza
noun
1. het geloof in betrouwbaarheid van een persoon
confianza
confidencia
verb
1. geloven in de betrouwbaarheid van een persoon
confiar
noun
hombre de confianza
persona de confianza
adjective
angustioso
medroso
verb
1. maken, samenstellen
fabricar
confeccionar
hacer
verb
esfumarse
borrarse
desdibujarse
desvanecer
noun
1 verslechteren
decadencia
adversidad
baja
verb
1. een bedrieglijke kopie maken van een waardevol voorwerp
adulterar
/
vər.ˈvɑɫ.sɪŋ/, /
vɛr.ˈvɑl.sɪŋ(g)/
noun
1. een artefact opzettelijk nagemaakt om mensen in de waan te brengen dat het echt is
falsificación
/
vər'vɑŋə(n)/
verb
1. het ene de plaats doen innemen van het andere
reemplazar
sustituir
substituir
noun
sustitución
substitución
verb
3. zich ~: niet weten wat te doen
aburrirse
fastidiarse
adjective
- 1. niet boeiend
aburrido
- 2. onaangenaam/onprettig en tegelijkertijd hinderlijk en lastig
fastidioso
molesto
/
vər'vɛlə(n)/
verb
1. oude huid afwerpen om daarmee nieuwe onderliggende huid bloot te stellen
despellejarse
verb
1. met verf bestrijken
pintar
interjection
diablos
maldición
verb
A.1 omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
conjugar
/
vər.ˈvu.ɣɪŋ/, /
vər.ˈvu.χɪŋ/, /
vɛr.ˈvu.ɣɪŋ(g)/
noun
1. werkwoordsflexie
conjugación
/
vərˈvuːr/
noun
1. overbrenging van zaken van één plaats naar de andere
transporte
trasporte
verb
1. personen of objecten naar een andere plek brengen
transportar
carretear
noun
1. voorwerp bestemd om personen of goederen naar een andere plaats te brengen
medio de transporte
/
vər'vɔlɣən/
verb
- 1. een handeling voortzetten of de draad opnieuw opnemen
continuar
proseguir
- 2. niet rusten voor iemand bestraft of geweld aangedaan is
perseguir
noun
2. het vervolgen of vervolgd worden
persecución
acoso
verb
1. meer volmaakt maken
perfeccionar
verb
1. de vorm van iets doen veranderen, meestal ten nadele ervan
deformar
verb
1. vreemd maken, van eigenaar doen wisselen
alienar
enajenar
noun
2. overdracht van het eigendom
enajenación
alienación
verb
1. vrouwelijk maken
afeminar
verb
1. bezoedelen met verontreinigingen
contaminar
/
vərˈvœy̯lɪŋ/
noun
contaminación
polución
verb
1. het (doen) uitkomen van een voorspelling of belofte
cumplir
adjective
1. zich boven anderen verheven voelend
presuntuoso
arrogante
fatuo
hueco
ufano
vanidoso
noun
1. het hebben van een hinderlijk hoge dunk van zichzelf
arrogancia
presunción
pretenciosidad
adjective
1. niet de moeite om zich met iets bezig te houden
insignificante
verb
- 1. zich niet verzorgen
abandonarse
- 1. iets niet de benodigde verzorging schenken
descuidar
abandonar
/
vər.ˈʋɑχ.tɪŋ/, /
vər.ˈβ̞ɑx.tɪŋ/, /
vɛr.ˈwɑx.tɪŋ(g)/
noun
datgene wat verwacht wordt
expectativa
expectación
previsión
pronóstico
adjective
- 1. geparenteerd, familie zijnd
emparentado
deudo
pariente
- 2. op een of andere wijze gerelateerd
relacionado
semejante
noun
1. familielid
pariente
noun
- 2. overeenkomst, affiniteit
afinidad
afinidad química
afinidad
filiación
parentesco
noun
sistema terminológico de parentesco
verb
- 2. zich ~ : zich opwarmen
acalorarse
calentarse
- 1. iets warm maken
calentar
caldear
acalorar
/
vər.ˈʋɑr.mɪŋ/, /
vər.ˈβ̞ɑr.mɪŋ/, /
vɛr.ˈwɑr.mɪŋ(g)/
noun
1. het proces van verwarmen
calefacción
calentamiento
/
vɛrˈʋɑrən/
verb
1. in de war brengen
azorar
turbar
/
vər.ˈʋɑ.rɪŋ/, /
vər.ˈβ̞ɑ.rɪŋ/, /
vɛr.ˈwɑ.rɪŋ(g)/
noun
1. een verwarde toestand
confusión
/
vɛrˈʋɛ.χɪsˌtɑn/, /
vɛrˈβ̞ɛ.ɣɪsˌtɑn/
pronoun
1. uithoek, een hypothetisch en oneindig ver land
culo del mundo
/
və(r).ˈʋɛ.kə(n)/
verb
doen ontstaan (ook in biologische zin)
engendrar
verb
engendrando
suscitando
noun
1.iemand die de biologische vader van iemand is
genitor
/
vər'ʋɛlkomə(n)/
verb
1. iemand begroeten en welkom heten
agasajar
verb
1. iemand een te goede behandeling geven
consentir
malcriar
mimar
noun
1. vloek of belediging
maldición
verb
1. zich verdedigen
defenderse
/
vərˈʋɛrkə(n)/
verb
- 2. overdrachtelijk: geestelijk in het reine komen met een moeilijkheid of verandering
ocuparse de
- 1. een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen
procesar
tratar
adjective
censurable
desechable
reprobable
verb
- 2. wraken
desaprobar
- 1. afwijzen
rechazar
descartar
adjective
extremo
fuera
lejano
lejos
/
vərˈwɛɪ̯dərə(n)/, /
vərˈʋɛɪ̯dərə(n)/, /
vərˈβ̞ɛːdərə(n)/
verb
- 2. zich verwijderen
alejarse
- 1. weghalen
quitar
remover
alejar
noun
1. het verwijderen
eliminación
/
vər'ʋɛɪzə(n)/
verb
1. naar iets of iemand anders wijzen of sturen
remitir
referir
enviar
noun
1. een vermelding van een bron waar meer informatie te vinden is
referencia
verb
1. twee zaken elkaars plaats in doen nemen
confundir
verb
1. ~ van iemand ergens van op de hoogte brengen
informar
avisar
verb
1. totaal vernielen
asolar
destruir
aniquilar
arruinar
desolar
verb
1. lichamelijk letsel veroorzaken
herir
lesionar
adjective
asombrado
atónito
extrañado
maravillado
pasmado
sorprendido
- 1. bijwoordelijk gebruikt
con admiración
con sorpresa
verb
- 1. overgankelijk werkwoord
asombrar
- 2. wederkerend werkwoord
asombrarse
verb
1. ten kwade veranderen in iets
abastardar
bastardear
degenerar
verb
1. vermengen en verdunnen door samen in een vijzel te poederen
pulverizar
triturar
verb
1. minder erg maken
ablandar
reblandecer
suavizar
ablandarse
atenuar
/
vərzadɪxt/
adjective
- 1. verzadigd van eten
saciado
- 5. van kleuren
saturado
verb
descuidar
desaprovechar
desatender
verb
- 2. een verzameling hebben of aanleggen
coleccionar
- 1. bijeenbrengen
reunir
- 3. bijeenkomen
reunirse
/
vər.ˈza.mə.lɪŋ/, /
vɛr.ˈza.mə.lɪŋ(g)/
noun
- 1. meerdere voorwerpen...
colección
- 2. wiskundige verzameling
conjunto
noun
teoría de conjuntos
álgebra de conjuntos
noun
acaparador compulsivo
acumulación compulsiva
noun
acaparador compulsivo
acumulación compulsiva
/
vərzekərar/
noun
1. een bedrijf dat tegen betaling van een premie een bepaald risico voor een klant dekt
asegurador
adjective
- 2. wie een verzekering heeft
asegurado
- 1.
asegurado
cierto
verb
- 1. verklaren dat iets ...
afirmar
aducir
aseverar
- 2. tegen betaling van een premie ...
asegurar
afianzar
hacer un segura
/
vər.ˈze.kə.rɪŋ/, /
vɛr.ˈze.kə.rɪŋ(g)/
noun
- 2. de mededeling dat iets ...
afirmación
aserción
aserto
seguridad
- 1. overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d...
seguro
verb
1. een bericht via post of e-mail overbrengen
enviar
noun
número de saponificación
noun
1. handelingen gericht tegen de heersende macht of de aanvallende vijand
resistencia
noun
1. beweging van het verzet, de gezamenlijke mensen die zich verzetten tegen een overheerser
movimiento de resistencia
verb
1.een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver
argentar
platear
verb
- 4. met een laag zink afdekken
galvanizar
- 3. iets in een materiaal doen zinken
hundir
- 2. diep in gedachten zijn
sumergirse
abismarse
ensimismarse
sumirse
verb
fraguar
idear
inventar
inventarse
noun
1. vraag om iets te doen of te laten
demanda
verb
1. aan iemand vragen iets al dan niet te doen
pedir
rogar
suplicar
verb
1. vrede laten sluiten
reconciliar
conciliar
avenir
noun
conciliación
reconciliación
adjective
- 2. (figuurlijk) gek zijn op
chalado
- 1. gek, verdwaasd
chalado
chiflado
loco
verb
1. zuur (doen) worden
acidificar
acedar
agriar
/
vɛrzʋɑkə(n)/
verb
- 1. zwakker maken
debilitar
aflojar
- 1. zwakker worden
debilitarse
verb
- 1. figuurlijk erger maken
agravar
- 2.opzettelijk beladen met extra gewicht
cargar
/
ˈvɛsəˌmə(n)/
verb
1. (een draad) door het oog van een naald steken.
ensartar
noun
1. een mouwloos jasje, te dragen onder de jas van het kostuum
chaleco
noun
portal
vestíbulo
zaguán
verb
- 1. stichten
establecer
fundar
- 2. richten
fijar
- 3. er gaan wonen
instalarse
noun
establecimiento
instalación
adjective
- 6. lijkend op iets vets
aceitoso
gordo
graso
mantecoso
- 5. door veel inkt, verf...
negrita
- 1. dik, vet inhoudend
pingüe
gordo
grueso
noun
- 2. gespecialiseerd dierlijk weefsel
grasa
- 1. gladde, zeer vette vloeistoffen, smeermiddelen
grasa
sebo
/
vɛtblɑt/
noun
1.1 bepaald soort vleesetende plant, Pinguicula vulgaris
grasilla
tiraña
noun
- 1. een voormalig militair die gevochten heeft, een uitgediend krijgsman
- 2. een ervaren en oud persoon in een bepaald onderwerpgebied, zoals een sporter, geleerde, etc.
veterano
noun
gevaarlijke longontsteking, veroorzaakt door de legionellabacterie
enfermedad del legionario
legionelosis
noun
grasilla
siempreviva menor
uva de gato
verb
1. een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt
cebar
engordar
adjective
adiposo
grasiento
noun
tejido adiposo
tejido graso
noun
ziekelijke vetafzetting in menselijke weefsels
adiposis
obesidad
/
ˈvɛtzyr/
noun
1. een keten van ten minste twee koolstofatomen en een carboxylgroep
ácido graso
noun
1. jong van bepaalde hoefdieren als het paard, de ezel, de kameel en de zebra
potro
potranco
resbalón
noun
1. een vezel is een lang, dun filament waarvan de lengte ten minste drie keer groter is dan de doorsnede
fibra
hebra
preposition
1. langs
a lo largo de
a través de
por
través de
noun
círculo vicioso
dialelo
pronoun
2. spelwoord voor de letter V
Venezuela
noun
1. bepaald soort zoogdier, Vicugna vicugna
vicuña
noun
- 3. apparaat
aparato de vídeo
videograbadora
vídeo
- 1.2
vídeo
noun
1. magnetische beeld- en geluidsband voor een videorecorder
cinta de vídeo
noun
1. een telefoontoestel waarmee geluid en beeld verzonden kunnen worden
videófono
noun
vcr
videocasetera
videograbadora
vídeo
noun
1. elektronisch spel, met beelden op een monitor of tv
videojuego
/
viːr/
noun
1. het getal tussen de drie en de vijf
cuatro
/
ˈviːrdə/
ordinalAdjective
- 1. nummer vier in een rij
- 2. gedeeld door vier (een kwart)
cuarto
verb
- 2. een touw of kabel vieren
aflojar
- 1. een feest vieren
celebrar
verb
cortar en cuartos
cuartear
descuartizar
cardinalNumeral
1. het getal 24
veinticuatro
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vier hoeken en derhalve ook vier zijden
cuadrilátero
/
ˈviː.rɪŋ(g)/, /
ˈviː.rɪŋ/
noun
1. het vieren
celebración
festejo
adjective
1. met de vorm van een vierkant
cuadrado
noun
1. geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit 4 gelijke hoeken van 90 graden en 4 zijden met gelijke lengte
cuadrado
cuadro
noun
1. dat getal dat met zichzelf vermenigvuldigd een gegeven getal oplevert
raíz cuadrada
noun
motor de cuatro tiempos
noun
tracción a las cuatro ruedas
tracción total
pronoun
lago de los Cuatro Cantones
pronoun
1. de officiële taal van Vietnam
vietnamita
noun
1. waakzaamheid
vigilancia
noun
1. iemand met wie men op voet van oorlog leeft
enemigo
adjective
1. van de vijand
enemigo
hostil
noun
1. een vijandige daad
hostilidad
adjective
1. zich als een vijand gedragend
hostil
enemigo
noun
1. het vijandig zijn
hostilidad
animadversión
animosidad
enemistad
noun
1. een toestand van op voet van oorlog zijn
enemistad
hostilidad
animadversión
/
vɛi̯f/
cardinalNumeral
1. het getal 5
cinco
/
ˈvɛɪ̯f.də/, /
ˈvɛɪ̯v.də/, /
ˈvɛːv.də/
ordinalAdjective
1. nummer vijf in een rij
quinto
cardinalNumeral
1. het getal 25
veinticinco
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vijf hoeken en derhalve ook vijf zijden
pentágono
ordinalAdjective
quingentésimo
noun
1. atletiekmeerkamp met vijf onderdelen
pentatlón
/
ˈvɛi ̯ftin/
cardinalNumeral
15
quince
ordinalAdjective
decimoquinto
/
ˈfɛi̯ftəx/
cardinalNumeral
1. het getal 50
cincuenta
ordinalAdjective
quincuagésimo
noun
1. vrucht van de vijgenboom
higo
brevo
noun
1. tropische boom
higuera
higuera breval
noun
1. een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van een voorwerp te verwijderen
lima
noun
1. tamelijk klein door de mens aangelegd water
estanque
noun
- A 1. een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
mortero
almirez
- B 1. een dommekracht of krik
gato
cric
verb
1. in- of uitdraaien van een schroef
atornillar
/
ˈvikɪŋ/
noun
1. Scandinavische krijger, behorend tot de noordelijke tak van de Germanen
vikingo
verb
1. van het vel ontdoen
despellejar
desollar
noun
door langdurig bewerken verdichte wol
fieltro
/
ˈvɪltə(n)/
adjective
1. van vilt gemaakt
de fieltro
noun
1. hoed
sombrero de fieltro
noun
1. een pen met een poreuze kern
rotulador
marcador
plumón
/
vɪn/
noun
1. uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren
aleta
aleta natatoria
/
'vɪndə(n)/
verb
- 2. iets bedenken
- 4. iets ondervinden, iets ten deel krijgen
encontrar
- 1. iets aantreffen nadat ernaar gezocht is
encontrar
hallar
- 3. iets op een bepaalde wijze beschouwen of ervaren
encontrar
opinar
noun
2. ontdekking, uitvinding
invención
invento
adjective
conceptuoso
imaginativo
ingenioso
inventivo
noun
1. extremiteiten van de hand
dedo
/
ˈvɪ.ŋər.ˌɑf.drʏk/, /
ˈvɪ.ŋər.ˌɑv.drʏk/
noun
1. een afdruk op een oppervlak van een vinger met meestal de unieke, persoonsgebonden figuur...
huella digital
huella dactilar
/
'vɪŋərə(n)/
verb
1. met de hand of vinger bevredigen
dedear
/
'vɪŋərˌɦut/
noun
1. hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaien
dedal
noun
digital
calzones de zorra
chupamieles
dedalera
digital lanuda
digitalis
noun
topje van een vinger
yema del dedo
punta del dedo
noun
1. (kleur) een kleur tussen blauw en ultraviolet, met een golflengte tussen de 430 en 380 nm
violeta
noun
1. musicus die een viool bespeelt
violinista
noun
1. een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de violoncellist of cellist tussen de knieën wordt gehouden
violoncelo
noun
- 1. strijkinstrument
violín
- 1. benaming voor uit het geslacht Viola
violeta
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Viola
violeta
/
ˈvʏːrcuwəlriˌjɛləti/
noun
realidad virtual
noun
virtuosidad
virtuosismo
noun
- 2. het vlees van een vis
pescado
pez
- 1. Pisces, gewerveld dier met kieuwen, levend in water
pez
pescado
noun
1. Pandion haliaetus, een vooral visetende roofvogel die de enige soort uit de familie Pandionidae is
águila pescadora
noun
1. een handelaar die gespecialiseerd is in de verkoop van vis
pescadero
adjective
1. met betrekking tot de ingewanden
visceral
noun
1. stroperigheid van een vloeistof of gas
viscosidad
/
vi.ˈse.rə(n)/
verb
1. voor gezien tekenen
visar
noun
1. de wijze waarop men zaken beoordeelt of beschouwt
opinión
visión
noun
1. een droombeeld
visión
noun
- 3. bezoek van Maria bij Elizabeth
Visitación
- 1. onderzoek van vervoermiddelen en van vervoerde goederen
visitación
noun
1. naamkaartje
tarjeta
tarjeta de visita
noun
1. verkleinwoord van vis
pescadito
adjective
1. stroperig ten gevolge van inwendige wrijving
viscoso
noun
1. een stof verkregen uit de gedroogde zwemblazen van vissen
cola de pescado
colapez
ictiocola
noun
1.
cuchillo de pescado
noun
1. vlechtwerk van touw om zeedieren te vangen of in water te bewaren
red de pesca
atarraya
chinchorro
noun
1. geraffineerde olie afkomstig uit vissen
aceite de pescado
noun
1. een seizoen waarin het toegestaan is om te vissen
temporada de pesca
pronoun
2. teken van de dierenriem, traditioneel behorend bij geboortedata van ongeveer 19 februari tot 21 maart
Pisces
Piscis
verb
1. proberen te vangen
pescar
noun
1. iemand die beroepsmatig vist
pescador
noun
1. het vangen van vis, al of niet als broodwinning
explotación pesquera
pesca
noun
barco pesquero
barco de pesca
noun
Pescatorio
anillo del Pescador
verb
1. iets beeldend voorstellen (mentaal)
visualizar
/
vizyʋel/
adjective
1. betreffende het zicht, betreffende het zienbare
visual
noun
- 2. hoeveelheid gevangen vis
pesca
- 1. het vangen van vis
pesca
explotación pesquera
noun
1. een stof die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft, maar niet of bijna niet door het lichaam zelf aangemaakt kan worden en derhalve in voldoende mate via voedsel of supplement ingenomen moet worden
vitamina
noun
cobalamina
vitamina B12
verb
criticar
disputar
zaherir
noun
- 1. een richttoestel op de loop van een vuurwapen
alza
mira
- 3. in het
tener en el punto de mira
- 2. klep aan een hoofddeksel
visera
- 1. minister of hoog staatsdienaar
visir
noun
± vloeibaar dessert van zuivel, eieren en vanille, evt. verdikt met zetmeel
natillas
natilla
/
vlax/
noun
1. een plotselinge windstoot
racha
ráfaga
/
ˈflaːɪ̯/, /
ˈvlaɪ̯/
noun
1. Limburgse vlaai, plat rond gebak.
flan
pronoun
1. Nederlands zoals dat in Vlaanderen gesproken wordt
flamenco
idioma flamenco
noun
1. bepaald soort kraaiachtige vogel, Garrulus glandarius
arrendajo
gayo
pronoun
1. de noordelijke deelstaat van België
Flandes
/
vlɑχ/
noun
1. lap stof met een vast patroon van kleuren die gevoerd wordt als symbool van een organisatie, beweging of natie
bandera
estandarte
noun
asta de bandera
asta de pabellón
/
ˈvlɑɣəˌsxɪp/
noun
1. schip waarop zich de bevelvoerder over een vloot of eskader bevindt
buque insignia
noun
1. bepaald soort vis, Thymallus thymallus
tímalo
salvelino
/
vlɑk/
adjective
1. zonder bergen of dalen
plano
llano
liso
raso
/
vlɑk/
noun
1. een verzameling punten die twee dimensies vult
llanura
plano
noun
2. machine voor het schaven van hout
cepilladora
cepillo de banco
noun
stuk rubber dat door wrijven potloodschrift van papier kan verwijderen
goma
noun
1. gebied met weinig of geen hoogteverschillen
llanura
llano
noun
1. kleinste vorm van vuur
llama
noun
horno de arco eléctrico
/
'vlamɪŋ/
noun
1. een inwoner van Vlaanderen of iemand afkomstig uit Vlaanderen
flamenco
noun
1. een stoomketel waarbij de hete rookgassen, door met water omringde vlampijpen, geleid worden
caldera pirotubular
noun
punto de encendido
punto de inflamabilidad
adjective
1. een lichtgele, lichtblonde kleur zoals die van rijp vlas
color de lino
noun
1. bepaald soort vinkachtige vogel Carduelis cannabina
pardillo
noun
1. een gebonden pluk haar
trenza
/
ˈvlɛx.tə(n)/, /
ˈvlɛχ.tə(n)/
verb
1. in elkaar strengelen
trenzar
entrelazar
entrecruzar
tejer
noun
1. klein vliegend zoogdier
murciélago
noun
- 1. spierweefsel van bepaalde organen
- 2. spierweefsel van dieren dat opgegeten kan worden als onderdeel van de voeding
carne
noun
1. een vleesetend dier
carnívoro
adjective
1. de kleur van vlees bezittend
encarnado
noun
sucedáneo de carne
análogo de carne
noun
1. verzamelnaam voor producten uit bewerkt vlees, zoals worst of boterhambeleg
charcutería
verb
1. (onoprechte) complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen
adular
lisonjear
noun
- 2. gehucht
aldea
pueblecito
- 1. een vieze plek
mancha
mácula
adjective
1. lichamelijk, en dan nog vooral seksueel
carnal
noun
- 1. lichaamsdeel van bepaalde diersoorten
- 2. onderdeel van een vliegtuig
- 5. een deel van een leger
ala
- 3. muziekinstrument
piano de cola
/
'vlidə(n)/
verb
- 2. formeel: snel weg trachten te komen, vluchten
- 1. formeel: (van tijd) voorbijgaan
huir
/
vlix/, /
vliχ/
noun
1. tweevleugelig insect
mosca
noun
aerofobia
miedo a volar
noun
1. een militair vliegveld
base aérea
noun
1. groot vaartuig dat is ingericht voor het opstijgen, landen, vervoer en onderhoud van meerdere vliegtuigen
portaaviones
portaviones
/
ˈvli.ɣə(n)/, /
ˈvli.χə(n)/
verb
1. zich door de lucht voortbewegen
volar
/
ˈvli.ɣənd/, /
ˈvli.ɣənt/, /
ˈvli.χənt/
adjective
volador
noun
1. benaming voor zeevissen uit de familie Exocoetidae
pez volador
noun
1. bepaald soort paddenstoel, Amanita muscaria
matamoscas
falsa oronja
noun
- 6. iemand die vliegt
aviador
piloto
aviadora
- 1. een voorwerp dat door de wind aan een draad in de lucht opgelaten kan worden
cometa
- 2. een vierhoek waarvan twee paar aanliggende zijden en één paar ...
deltoide
noun
1. demonstratie met (stunt)vliegtuigen, parachutespringen etc.
exhibición de vuelo
/
ˈvlixtœːx/, /
ˈvliχtœʏχ/
noun
1. vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht
avión
aeroplano
noun
motor aeronáutico
motor de aeronave
motor de aviación
/
ˈvlixfɛɫt/
noun
1. een terrein waar vliegtuigen kunnen landen en opstijgen
aeródromo
aeropuerto
noun
buharda
buhardilla
desván
noun
- 2. dun flexibel scheidingsvlak
membrana
- 1. dunne laag op een oppervlak
película
vellón
/
'vlitə(n)/
verb
- 1. formeel: zachtjes vloeien of stromen
correr
fluir
- 2. formeel: als iets vluchtigs voorbijgaan
fluir
noun
1. benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera
mariposa
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Siphonaptera
pulga
noun
1. verhoging van de waterstand
pleamar
marea
adjective
1. in staat te vloeien, gezegd van de aggregatietoestand van stoffen die niet vast en niet gasvormig zijn
líquido
/
ˈvlujə(n)/
verb
1. zacht stromen
fluir
manar
noun
- 1. papier om een sigaret van te rollen
papel de fumar
- 2.
papel secante
noun
1. een stof in die aggregatietoestand waarin het geen eigen vorm heeft, maar wel een eigen volume
líquido
fluido
noun
refrigeración líquida
noun
1. bewust uitgesproken wens om iemand kwaad of leed aan te doen
juramento
taco
verb
1. uitroepen van vloekwoorden, beledigende taal gebruiken
maldecir
jurar
renegar
blasfemar
noun
1. een samenhangend hoopje van sneeuw of andere lichte stof
copo
/
vloːt/
noun
1. bij elkaar horende schepen
flota
adjective
1. gemakkelijk, eenvoudig, zonder veel problemen
fluido
fácil
noun
1. een drijvende constructie
balsa
armadía
noun
detector de nivel de líquido
flotador
nadador
noun
- 4. spanwijdte
envergadura
- 3. het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf
fuga
huida
- 2. een groep vliegende vogels
tropel
- 1. het zich door luchtruim bewegen
vuelo
/
'vlɵxtəlɪŋ/
noun
1.
refugiado
fugitivo
noun
campamento de refugiados
campo de refugiados
/
vlɵxtə(n)/
verb
1. (onovergankelijk) trachten te ontkomen aan dreigend gevaar
huir
fugarse
afufar
adjective
- 2. zonder al te veel aandacht voor alle details
de soslayo
superficial
- 1. gemakkelijk in damp overgaand
volátil
fugaz
/
ˈvlʏxtstrok/
noun
1. een door een doorgetrokken streep gemarkeerd afgescheiden gedeelte van de rijbaan op de autosnelweg of autoweg, bedoeld voor noodsituaties
arcén
/
vlɵx/
adjective
1. met hoge snelheid
ágil
rápido
presto
pronto
/
vlɵx/
adverb
1. met hoge snelheid, in korte tijd
con prontitud
con agilidad
con destreza
con prisa
de prisa
pronoun
1. wereldwijde organisatie waarin alle landen kunnen samenwerken
ONU
noun
1. de vijfde naamval waarin een naamwoord staat dat aanduidt tot wie het woord wordt gericht
vocativo
noun
1. de mate van vocht
humedad
verb
1. van voedsel voorzien
alimentar
nutrir
/
vudərə(n)/
verb
1. voedsel verschaffen aan dieren
alimentar
/
ˈvu.dɪŋ(g)/, /
ˈvu.dɪŋ/
noun
1. voedsel
alimentación
nutrición
noun
1. toevoeging aan voeding
aditivo alimentario
noun
1. voedingsmiddel dat bedoeld is als aanvulling op de normale voeding
suplemento dietético
noun
1. alles wat een organisme tot zich neemt om het metabolisme in werking te houden
alimento
alimentación
verb
3. afwerken van metselwerk
emporar
mampostear
/
ˈvuxʋoːrt/
noun
conjunción
verb
1. gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk
sentir
percibir
noun
2. voelmaat
calibre de espesores
galga
noun
calibre de espesores
galga
noun
1. een langgerekt, gewoonlijk geleed, uitwendig orgaan op de kop van een insect dat zintuigen voor de tastzin of soms ook voor gehoor of smaak bevat
antena
/
vur/
noun
1. voedsel, inzonderlijk voor huisdieren en vee
forraje
pienso
verb
- 2. kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien
aforrar
- 3. dieren te eten geven
alimentar
forrar
- 4. een kind eten in de mond stoppen
alimentar
nutrir
/
ˈvuː.rɪŋ(g)/, /
ˈvuː.rɪŋ/
noun
1. de binnenbekleding van een voorwerp
forro
pronoun
sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
Auriga
noun
1. taal die bij het onderwijs en in officieel verkeer gebruikt wordt
idioma oficial
lengua oficial
/
ˈvuːrtœx/, /
ˈvuːrtœyx/
noun
1. vervoermiddel over land
vehículo
coche
noun
1. voortzetting van het been beneden de enkel
pie
pata
/
ˈvut.bɑɫ/
noun
1. een balsport waarbij twee teams van 11 spelers met hun voeten (of hoofd) een bal in het doel van de tegenstander proberen te krijgen
fútbol
balompié
futbol
verb
1. een spel met een voetbal spelen
jugar fútbol
noun
1. een persoon die de sport voetbal beoefent
futbolista
/
vuˈterə(n)/
verb
1. te voet gaan
ir a gamba
ir a pie
noun
1. iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
peatón
/
'vutpɑt/
noun
1. een pad voor voetgangers
via peatonal
senda
noun
1.
bomba a pedal
bomba de pie
noun
1. een rem die met de voet bediend wordt
freno de pie
noun
1. de onderzijde van de voet
planta del pie
/
ˈvoːɣəl/, /
ˈvoχɔɫ/
noun
1. een gewerveld dier (Aves) met twee vleugels, twee poten, een snavel en veren...
ave
pájaro
noun
1. enige zoogdier met een snavel, Ornithorhynchus anatinus
ornitorrinco
noun
mijo
mijo menor
panizo común
pronoun
península Cabeza de Pájaro
península de Doberai
noun
capiquí
pamplina
hierba de los canarios
hierba del pollo
hierba pajarera
hierba roquera
noun
- 4. snack
huevo a la escocesa
- 1. nestje van een vogel
nido de ave
nido de pájaro
- 2. vogelnestorchis
nido de pájaro
- 5. het van speeksel gebouwde...
nido de pájaro
nido de salanganas
noun
1. grote behaarde spin die leeft in de tropische streken
tarántula
araña jarera
migala
noun
1. manshoge pop
espantapájaros
adjective
1. buiten de wet gesteld
fuera de la ley
/
vɔl/, /
vɔɫ/
adjective
1. geheel gevuld
lleno
pleno
noun
- 2. strook op een japon
faralá
- 1. pluimbal
volante
pronoun
1. een kunstmatige taal die in 1880 door Johann Martin Schleyer gemaakt werd
volapük
volapuk
verb
1. geheel uitvoeren
cumplir
verb
1. een eis vervullen
satisfacer
cumplir
adverb
1. tot bevrediging
suficientemente
indefinitePronoun
1. toereikend, genoeg
suficiente
bastante
/
vɔl.ˈdu.nɪŋ(g)/, /
vɔɫ.ˈdu.nɪŋ/
noun
1. tevredenheid
satisfacción
/
'vɔlɣəlɪŋ/
noun
1. iemand die een -vaak godsdienstig- leider volgt
seguidor
discípulo
/
'vɔlxə(n)/
verb
1. achterna gaan
seguir
adjective
1. dat later komt
siguiente
próximo
preposition
1. geeft een bron aan voor de gegeven redenering
según
de acuerdo con
noun
1. vergoeding aan de kunstenaar bij doorverkoop van zijn kunstwerk
droit de suite
adjective
1. moeilijkheden taai trotserend
perseverante
tenaz
/
vɔl.ˈhɑr.dɪŋ(g)/, /
vɔɫ.ˈɦɑr.dɪŋ/
noun
persistencia
/
vɔlk/
noun
- 5. een groep insecten die in hetzelfde nest wonen
enjambre
- 4. een aantal mensen
gente
- 1. een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
- 2. de inwoners van een land
pueblo
pronoun
Sociedad de las Naciones
Sociedad de Naciones
noun
1. internationaal privaat- en publiekrecht
derecho internacional
noun
1. brood van meel met zemelen
pan integral
noun
1. tarwe met zemelen en kiem
trigo integral
noun
1. traditioneel feest dat door de gehele gemeenschap wordt gevierd gevierd
fiesta popular
noun
1. samenwerkingsverband van (linkse) politieke partijen en organisaties
frente popular
noun
1. lied dat dienst doet als symbool voor een volk of een natie
himno nacional
himno
noun
1. traditioneel gezongen tekst
cancíon tradicional
/
ˈvɔlksvərˌhœyzɪŋ/
pronoun
1. het binnentrekken van het Romeinse rijk door stammen die voorheen ten noorden en oosten daarvan woonden
grandes invasiones
invasiones bárbaras
noun
1. fase of schijngestalte van de maan, waarbij de naar de aarde gekeerde zijde, geheel door de zon wordt verlicht en daardoor zichtbaar is
luna llena
adverb
1. zonder iets ongedaan te laten
completo
entero
íntegro
noun
completación
integridad
verb
1. het maken van vilt door langdurig de wol te slaan
abatanar
noun
1. spel
voleibol
vóleibol
balonvolea
/
vɔlˈmaːkt/
adverb
1. zonder enig gebrek
perfecto
perfectamente
noun
1. de volmaaktheid
complemento
cumplimiento
idealidad
noun
1. rechtsbevoegdheid om namens een ander te handelen
poder
verb
- 1. vullen
llenar
- 1. perfectioneren (eigenlijk vervolmaken)
perfeccionar
verb
1. overvol maken door er nog iets bij te duwen
atiborrar
abarrotar
amazacotar
empapuzar
adjective
1. compleet, volledig
completo
entero
todo
total
/
vɔl.ˈstan/
verb
bastar
ser suficiente
/
vɔl'taʒə/
noun
1. de elektrische spanning
voltaje
noun
1. spanningmeter
voltímetro
adjective
2. perfect
perfecto
noun
1. het woord dat deel heeft aan het werkwoord en aan het naamwoord en als afgesloten gezien wordt
participio pasado
participio pasivo
noun
pretérito pluscuamperfecto
verb
1. ten einde brengen
completar
terminar
acabar
finalizar
noun
impacto directo
tiro exacto
/
vɔl'trɛkə(n)/
verb
- 1. ten uitvoer brengen
cumplir
ejecutar
consumar
- 2. gebeuren
ocurrir
tener lugar
noun
- 1. ruimtelijke capaciteit
volumen
- 3. fysieke informatiedrager
volumen
tomo
/
volymi'nøs/
adjective
1.
voluminoso
adjective
1. mollig en voorzien van rondingen
voluptuoso
verb
1. tot een succesvol einde brengen
ejecutar
perpetrar
noun
ejecución
perpetración
adjective
1. een leeftijd bereikt hebbend waarop men volgroeid en onafhankelijk kan zijn
adulto
noun
1. iemand die volgroeid is
adulto
noun
1. een tot een volledige zin geordende taaluiting van redelijk grote omvang
oración
noun
1. een gloeiend korreltje of brokstukje
chispa
verb
1. vonken geven
chispear
noun
1. een beslissing van een rechter in dagvaardingsprocedures
sentencia
veredicto
noun
1. Haïtiaanse religie
vudú
/
voːxt/
noun
1. belangenbehartiger van minderjarige
tutor
tutora
noun
1. Iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent
tutora
noun
1. belangenbehartiging van minderjarige
tutela
/
vor/
noun
1. ploegsnede
surco
/
vor/
preposition
- 4. eerder in tijd
antes
antes de
- 1. dichterbij dan
delante de
en frente de
adjective
1. gezaghebbend
prominente
eminente
destacado
noun
1. afbeelding van iets, zoals van voren gezien
vista frontal
adverb
a priori
antes
de antemano
previamente
verb
preceder
adelantarse
ir delante
/
vo:ɾ.ɑl/
adverb
- 1. voornamelijk
- 2. als het voornaamste of als zeer gewichtig
sobre todo
noun
- 1. begin van de avond
tarde
- 2. periode voorafgaand aan een bepaalde gebeurtenis of datum
víspera
noun
1.
neumático delantero
noun
1. iets ter navolging
ejemplo
noun
anticonceptivo
método contraceptivo
verb
1. handelingen verrichten die een latere gebeurtenis mogelijk moeten maken
preparar
aprestar
predisponer
/
ˈvor.bə.rɛɪ̯.dɪŋ(g)/, /
ˈvor.bə.rɛː.dɪŋ/, /
ˈvo̝r.bə.rɛɪ̯.dɪŋ/
noun
1. het voorbereiden
preparación
adjective
1. wat al in het verleden ligt
pasado
adjective
1. slechts tijdelijk van aard
pasajero
transitorio
verb
pasar de largo
sobrepasar
/
ˈvorbodə/
noun
- 2. iets dat het naderen van een feit in de toekomst bekend maakt (figuurlijk)
agüero
augurio
- 1. vooruitgestuurde bode (letterlijk)
heraldo
noun
- 2. aangename eigenschap
baza
- 1. profijt
- 3. (tennis)
provecho
ventaja
adjective
1. een voordeel gevend, met name geldelijk
ventajoso
económico
/
'voːrdøːr/
noun
1. de hoofddeur aan de voorzijde van een woning
portón principal
puerta de la calle
puerta principal
/
ˈvoːrˌdrɪ.ŋə(n)/
verb
colarse
noun
- 2. dienstdoende predikant in een kerkdienst
oficiante
- 1. de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde
predecesor
antecesor
noun
1. een gebergte, dat voor de kust uitsteekt
promontorio
verb
intentado
llevado
tenido puesto
noun
1. eerste, meestal lichte gang van een maaltijd
entrada
noun
- 2.
antepasados
- 1.
ascendiente
noun
1. gevel aan de voorkant
fachada
verb
1. voorwenden
aparentar
figurar
fingir
simular
noun
premonición
presentimiento
corazonada
/
vɔːr.'ɦɑn.də(n)/
adjective
1. beschikbaar, voorradig
disponible
verb
1. van plan zijn
intentar
proponerse
noun
1. het deel van het gezicht tussen de wenkbrauwen, de normale haarlijn en de slapen
frente
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso frontal
noun
1. voorhuid van penis
prepucio
noun
aprehensión
aprensión
prejuicio
preocupación
prevención
/
ˈvoːrkør/
noun
1. de neiging tot kiezen van het één boven het ander
preferencia
/
ˈvorlixt/
noun
faro delantero
noun
2. een type schaaf die gebruikt wordt voor houtbewerking
garlopa
/
vorˈlopəx/, /
vorˈlopəç/
adjective
1. tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
provisional
adjective
1. van hoog aanzien in een gemeenschap
ilustre
noun
1. naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.
nombre de pila
nombre propio
/
ˈvɔːr.nam.ˌʋɔːrt/
noun
1. een woord dat verwijst naar iets anders zonder ze te noemen
pronombre
verb
1. van plan zijn iets te gaan doen
proponerse
noun
1. iemand van wie afgestammen wordt
antepasado
noun
1. een voorlopige test
prueba
/
ˈvɔːrˌraːt/
noun
1. wat voor later gebruik wordt opgeslagen
existencias
stock
provisión
expediente
noun
prioridad
precedencia
antecedencia
noun
privilegio
prerrogativa
noun
1. glazen vlak aan de voorkant van een voertuig dat zorgt voor zicht op de weg en bescherming tegen weer en wind
parabrisas
guardabrisa
noun
1. een vervroegde betaling op het loon
adelanto
anticipo
/
'vɔːrsxrɛɪvə(n)/
verb
1. een schriftelijke opdracht geven
prescribir
ordenar
verb
1. voor een rijtuig of kar spannen
uncir
noun
1. voorbereidende inleiding
preludio
verb
1. een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
predecir
augurar
adivinar
agorar
antedecir
/
'vorsprɔŋ/
noun
1. de mate waarin men verder gevorderd is dan anderen
delantera
noun
1. lijn of staalkabel die is gespannen tussen de boeg en de masttop
puntal de proa
noun
1. iemand die voor iets is
partidario
noun
1. hetgeen dat voorgesteld wordt
propuesta
proposición
verb
- 2. een beeld geven
presentar
- 1. een plan voorleggen
proponer
/
voːrt/
adverb
lejos
adelante
fuera
/
'vortbrɛŋsəl/
noun
1.
producto
noun
1. signaal dat aan een gebeurtenis voorafgaat
presagio
noun
1. symbolen aan het begin van een notenbalk
armadura de clave
armadura de tonalidad
verb
1. in hoog tempo aan iets werken
apresurarse
abreviar
verb
- 2. voortbewegen van
propagar
- 1. een nieuwe generatie voorbrengen
reproducir
proliferar
verb
propagando
reprocuciendo
noun
aparato genital
aparato reproductivo
aparato reproductor
sistema genital
sistema reproductor
adjective
excelente
exquisito
noun
colonizador
gastador
vanguardista
verb
1. geleidelijk verder verlopen
avanzar
verb
1.
remolcar
arrastrar
atoar
jalar
verb
resultar
seguir
seguirse
noun
1.
consecuencia
efecto
resultado
/
voːˈrœːt/, /
vo̝ːˈrœʏ̯t/
interjection
1. in voorwaartse richting
adelante
/
voːˈrœːdbəˌtaːlə(n)/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tbəˌtalə(n)/
verb
1. iets van tevoren betalen
adelantar
antepagar
/
voːˈrœːdˌɣaːn/, /
voːˈrœːtˌxaːn/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌχan/
verb
- 2. vooruitgang boeken
acrecentar
avanzar
progresar
- 1. naar voren gaan
avanzar
noun
- 2. een proces van verbeteringen
mejora
- 1. het proces van technologische en economische groei van een samenleving
progreso
avance
adelanto
/
voːˈrœːtˌkoːmə(n)/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌkomə(n)/
verb
- 1. vorderingen maken op weg naar iets
avanzar
- 2. een betere positie krijgen
prosperar
/
voːˈrœːtˌloːpə(n)/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌlopə(n)/
noun
anticipación
/
voːˈrœːtˌloːpə(n)/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌlopə(n)/
verb
anticipar
noun
1. voorúítzicht
expectación
expectativa
perspectiva
previsión
pronóstico
/
voːˈrœːdˌzin/, /
voːˈrœːtˌsin/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌsin/
noun
previsión
/
voːˈrœːdˌzin/, /
voːˈrœːtˌsin/, /
vo̝ːˈrœʏ̯tˌsin/
verb
presagiar
prever
adjective
1.zoals bij de voorvaderen
ancestral
noun
1. event, gebeurtenis, incident
acaecimiento
evento
incidencia
verb
1.
acaecer
occur
ocurrir
pasar
suceder
/
ˈvoːrvuxsəɫ/
noun
1. een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
prefijo
noun
1. omstandigheid die noodzakelijk is of gemaakt wordt wil iets anders plaats of...
condición
/
vorˈʋardələkə ˌʋɛːs/, /
vorˈʋardələkə ˌʋɛːɪs/
noun
1. de modus waarin een werkwoord gebruikt wordt als gedaan zou worden
condicional
verb
aparentar
figurar
fingir
impostar
noun
1. een object, iets dat fysiek bestaat
objeto
noun
rueda delantera
rueda directriz
noun
1. een soort van aandrijfmechanisme, waarbij de motorkracht op de voorwielen wordt uitgeoefend
propulsión delantera
tracción delantera
noun
1. een onverbuigbaar woord dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft
preposición
/
vɔːrˈzɪxtəx/
adverb
1. op een oplettende manier
prudente
cuidadoso
cauteloso
precavido
prevenido
/
vɔːrˈzɪxtəxˌhɛɪt/
noun
1. het voorzichtig zijn
cuidado
/
vɔːr.'zin/
verb
- 1. herkennen als toekomstige ontwikkeling
presagiar
- 2. beschikbaar maken, voorzorgen treffen voor
proveer
proporcionar
/
vorzinɪŋ/
noun
facilidad
provisión
noun
1. hoofd van een bestuur, leider van een vergadering
presidente
noun
precaución
previsión
provisión
noun
principio de precaución
noun
principio de precaución
verb
- 1. vooruitgang boeken
avanzar
- 2. dwingend iets opeisen
requisar
/
vɔɾ.dǝ.ɾɪŋ/
noun
- 2. opeisen
demanda
requisa
requisición
- 1. vooruitgang, progressie
progreso
/
'vɔː.rə/
noun
1. ploegsnede
surco
indefiniteOrdinalNumeral
1. degene die of datgene dat eerder een positie innam
anterior
pasado
noun
- 3. bepaald landbouwwerktuig (vergelijk met hooivork, mestvork)
horca
tenedor
- 4. fietsonderdeel waarin het wiel wordt bevestigd: telescopische vork, voorvork en achtervork
horquilla
tenedor
- 2. voorwerp bestaande uit een greep en (meestal 3 of 4) tanden, waarmee vast voedsel wordt gegeten
- 1. aftakking van een boomtak of van een weg
tenedor
trinche
noun
- 1. ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
- 4. lichamelijke conditie
forma
- 2. sjabloon of bak waarin iets gegoten...
molde
/
'vɔrmələk/
adjective
1. heel erg stijf en formeel zich houden aan de regels van de etiquette
formal
verb
1. in de juiste vorm brengen
formar
configurar
conformar
/
ˈvɔrᵊmɣevə(n)/
verb
moldear
noun
- 1. het ontstaan...
configuración
formación
- 2. het onderwijs
educación
/
vɔrst/
noun
- 3. nok
caballete
- 2. weersomstandigheden
escarcha
helada
- 1. heerser
monarca
príncipe
rey
noun
1. bepaald zoogdier, Vulpes vulpes
zorro
zorra
noun
1. bepaald soort plant, Vaccinium vitis-idaea
arándano rojo
noun
carricera
cola de zorra
cola de zorro
/
vra:x/, /
vra:χ/
noun
1. een verzoek om inlichting
pregunta
cuestión
consulta
solicitud
petición
solicitación
noun
1. een gesprek waarin iemand een aantal vragen beantwoordt
entrevista
noun
1. een leesteken (?) dat men aan het eind van een zin plaatst om deze vragend te maken
signo de interrogación
/
vrɑxt/, /
vrɑχt/
noun
1. de lading van een vervoermiddel
cargamento
carga
/
ˡvrɑxtɑuto/
noun
1. een auto voor goederenvervoer
camión
noun
1. een boot die gebouwd is om vracht te vervoeren
buque
carguero
noun
1. prijs die men betaalt om een bepaalde hoeveelheid vracht naar een andere locatie te vervoeren
tarifa de flete
noun
1. een schip dat uitsluitend bedoeld is voor het vervoer van goederen
carguero
buque de carga
noun
1. een wagen voor goederenvervoer
camión
/
ˈvraɣə(n)/, /
ˈvraχə(n)/
verb
- 2. mondeling of schriftelijk actie verzoeken
pedir
preguntar
- 1. mondeling of schriftelijk informatie verzoeken
preguntar
interrogar
noun
1. ontbreken van oorlog
paz
/
ˈvre.dəx/, /
ˈvre.dəχ/
adjective
1. onverstoord door geschil of onrust
apacible
pacífico
adjective
1. van buiten, niet van hier
extranjero
extraño
forastero
/
'vremdə/
noun
1. iemand die niet bekend is
extraño
noun
1. iemand die afkomstig is uit een ander gebied of land dan dat waar hij verblijft
extranjero
forastero
noun
1. het gevoel dat iets gevaarlijk is of kan zijn
miedo
temor
adjective
1. bijzonder erg, schrikwekkend
terrible
adverb
enormemente
extensamente
inmensamente
prolijamente
verb
1. het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
atracarse
noun
1. een blij gevoel
alegría
gozo
noun
grito de alegría
grito de júbilo
/
ˈvrøx.də.ˌvyːr/, /
ˈvrøɣ.də.ˌvyːr/, /
ˈvrøχ.də.ˌvyːr/
noun
1. een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren
fogata
/
ˈvrezə(n)/
verb
1. bang zijn, angst hebben
temer
noun
- 1. een persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
amigo
- 2. de mannelijke persoon met wie je verkering hebt
novio
adjective
1. met het nodige respect
amistoso
simpático
amable
noun
- 1. een vrouwelijk persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
amiga
- 2. de vrouwelijke persoon met wie je verkering hebt
amiga
novia
compañera
noun
1. gelijkwaardige relatie tussen personen die elkaar wederzijds genegen zijn en een vergelijkbare relatie tegelijkertijd ook met anderen kunnen hebben
amistad
adjective
1. in het kader van de vriendschap, niet competitief
amistoso
noun
1. schade aangebracht aan smaak zowel als structuur van bevroren voedsel
quemadura de congelación
/
vrispʌnt/
noun
punto de congelación
punto de congelamiento
noun
1. een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren
congelador
adjective
1. ongebonden, niet in beweging beperkt
libre
noun
patente
patente de corso
salvoconducto
noun
1. een zeerover
filibustero
corsario
noun
1. een dag van de week die na donderdag en voor zaterdag komt
viernes
noun
azalá del viernes
yumu'ah
noun
indiferencia religiosa
phraseologicalUnit
ocio
tiempo libre
verb
- 2. knuffelen
acariciarse
achucharse
- 1. liefde bedrijven
acostarse
noun
educación Waldorf
pedagogía Waldorf
/
vrɛɪˈɣevəx/
adjective
1. gul
generoso
liberal
adjective
1. een ongehuwde man of vrouw
soltero
noun
1. een ongehuwde man of vrouw
soltera
noun
1. avond voor iemands huwelijk
despedida de soltera
despedida de soltero
noun
1. avond voor iemands huwelijk
despedida de soltera
despedida de soltero
noun
comercio libre
librecambismo
noun
asociación de libre comercio
noun
área de libre comercio
noun
1. een haven met bijzondere vrijstellingen, bijvoorbeeld de vrijstelling van betaling van belasting
puerto franco
/
ˈvrɛi̯ɦɛi̯t/
noun
1. het vrij zijn
libertad
noun
libertad de expresión
/
ˈvrɛɪhɛɪtsbəˌrovɪŋ/, /
ˈvrɛːhɛːtsbəˌrovɪŋ/
noun
2. iemand wederrechtelijk in detentie houden
privación de libertad
verb
1. toestaan om uit gevangenschap weg te gaan
manumitir
verb
desembarazar
desobstruir
desocupar
libertar
poner en libertad
noun
francmasón
masón
masónico
noun
francmasonería
masonería
/
vrɛi'mudəx/
adjective
franco
noun
2. vluchthaven
asilo
refugio
verb
- 1. door pleiten vrijspraak verwerven voor iemand, door pleiten de onschuld aantonen van iemand, door pleiten verdedigen
exculpar
exonerar
- 1. aantoonen of betoogen dat men niet aan iets schuldig is
defenderse
justificarse
/
'vrɛisprekə(n)/
verb
1. onschuldig verklaren
absolver
/
ˈvrɛistɛlɪŋ/
noun
franquicia
adjective
1. niet gedwongen
voluntario
noun
In een vrille geraken
entrar en barrena
adjective
cuerdo
juicioso
sensato
/
ˈvrud.vrɑu/
noun
1. een vrouw die een bevalling begeleidt
partera
comadrona
matrona
adjective
2. eerder dan verwacht
temprano
/
ˈvruxər/, /
ˈvruɣər/
adjective
anterior
pasado
previo
/
ˈvruxər/, /
ˈvruɣər/
adverb
1. (zoals) in het verleden
antaño
antes
anteriormente
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
verb
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
desayunar
noun
1. begin van de morgen
madrugada
adjective
1. in goede stemming
alegre
risueño
noun
- 2. de vrouwelijke partner in een huwelijk
mujer
esposa
- 1. een volwassen vrouwelijke mens
mujer
hembra
noun
preservativo femenino
noun
2. grootste in Europa voorkomende orchideeënsoort, Cypripedium calceolus
zueco de dama
noun
1. een man die veel vrouwen verleidt
mujeriego
noun
1. volgroeid vruchtbeginsel
fruto
fruta
/
'vrɵɣbar/
adjective
- 1. in staat vrucht af te werpen
- 2. tot resultaat leidend
fecundo
fértil
/
'vrʏxt.bar.ɦɛɪ̯t/, /
'vrʏxt.bar.ɦɛːt/, /
'vrʏɣ.ba.rɛɪ̯d/
noun
1. het vermogen vrucht te dragen
fertilidad
fecundidad
noun
1. boom die eetbare vruchten voortbrengt
frutal
árbol frutal
noun
ensalada de fruta
macedonia de frutas
/
ˈvrʏxtə(n)ˌsɑp/, /
ˈvrʏχtə(n)ˌsɑp/
noun
1. sap gewonnen uit fruit
jugo de fruta
zumo de fruta
zumo de frutas
jugo de frutas
noun
1. wijn van vergist sap van andere vruchten dan druiven
vino de fruta
noun
líquido amniótico
fluido amniótico
/
vœy̯l/
adjective
1. niet schoon
sucio
/
vœy̯l/
noun
viezigheid, onreine materie
suciedad
/
vœylbɑk/
noun
1. een bak waarin men huisvuil verzamelt
cubo de basura
verb
1. obsceniteiten zeggen
decir groserías
decir obscenidades
noun
- 3. een vuile, gemene uiting
obscenidad
- 1. dat wat vuil is
- 2. poep
suciedad
noun
1. materiaal dat weggeworpen wordt
basura
desechos
desperdicios
detrito
/
'vœylnɪsbɑk/
noun
1. een bak waarin men huisvuil verzamelt
cubo de basura
noun
1. een opstapeling van huisvuil
basurero
vertedero de basura
noun
1. iemand die voor de afvoer van afval zorgt
basurero
/
ˈvœʏɫnɪsˌʋaxə(n)/, /
ˈvœːɫnɪsˌβaɣə(n)/
noun
1. een auto van de vuilophaaldienst
camión de la basura
noun
1. grote plastic zak voor huisvuil
bolsa de basura
noun
- 2. zware hamer
maceta
- 1. gebalde hand
puño
/
ˈvœʏ̯sbɛːɫ/, /
ˈvœːstbɛːɫ/, /
ˈvœːzbɛɪ̯l/
noun
1. een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien
bifaz
verb
1. vulgair maken, platvloers maken, onder het volk brengen
vulgarizar
noun
1. natuurlijke processen
vulcanismo
verb
1. vol maken
llenar
atestar
noun
het materiaal waarmee iets opgevuld is
relleno
farsa
/
ˈvʏl.pɛn/, /
ˈvʏɫ.pɛn/
noun
1. een schrijfpen met holle houder waarin zich een inktreservoir bevindt
pluma estilográfica
estilógrafo
noun
1. de schaamspleet, de ingang tot de vagina
vulva
/
vy.rə(n)/
verb
1. schoten lossen
disparar
tirar
adjective
ardiente
ferviente
fervoroso
impetuoso
ígneo
/
vyːr/
noun
1. lichtverschijnsel bij brand
fuego
incendio
noun
1. het eerste gevecht van een soldaat
bautismo de fuego
noun
1.een strijd waarbij partijen elkaar beschieten met vuurwapens
tiroteo
pronoun
1. een archipel aan de zuidpunt van Zuid-Amerika
Tierra del Fuego
noun
1. soort godsoordeel
prueba de fuego
noun
1. een hoog lichtbaken aan de kust
faro
noun
1. iemand die ter vermaak van een publiek vlammen dooft met zijn mond
tragafuegos
noun
1. een wapen dat een kogel schiet met behulp van een chemische ontploffing
arma de fuego
noun
1. voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels
fuegos artificiales
fuego artificial
noun
1. benaming voor vogels uit de onderorde Charadrii
ave zancuda
noun
1. iemand die veel durft
temerario
atrevido
noun
1. roekeloosheid
temeridad
/
'ʋajə(n)/
verb
1. plaatsvinden van een sterke luchtstroming
soplar
noun
1. scherm in halve schijfvorm
abanico
abano
verb
- 1. een waaier gebruiken
abanar
abanicar
abaniquear
- 2. zich koelte toewuiven
abanicarse
/
ˈʋakɦɔnt/
noun
1. een hond die het huis of een erf bewaakt
perro guardián
noun
1. een klein vlammetje dat continu brandt in een geiser, gaskachel, gasfornuis of cv-ketel, dat ervoor zorgt dat het gas vrijwel direct ontbrandt wanneer de gaskraan van een brander wordt geopend
llama piloto
noun
1. oplettendheid
vigilancia
/
wal/
noun
(demoniem) 1. bewoner of iemand die afkomstig is uit Wallonië
Valón
/
wal/
pronoun
(eigennaam) 1. brede zijrivier van de Rijn in Nederland
Waal
pronoun
1. een taal die verwant is aan het Frans en die in Wallonië gesproken wordt
valón
noun
1. het lijden aan een geestesstoornis
locura
enajenación
frenesí
adjective
loco
alienado
frenético
adjective
alienada
alienadas
alienado
alienados
frenética
frenéticas
/
ʋar/
adjective
1. correct
verdadero
cierto
/
ʋar/
adverb
1. op welke plaats
dónde
/
ʋar/
noun
1. koopwaar, te verhandelen goederen
mercancía
mercadería
adverb
de veras
en efecto
verdaderamente
noun
1. een geldbedrag of iets anders dat tijdelijk gegeven wordt als onderpand voor het geval men een verplichting niet na kan komen
garantía
aval
fianza
prenda
/
ʋaːrt/
adjective
3. geacht, beste
caro
querido
/
ʋaːrt/
noun
A 1. baas van een herberg, taveerne of café
mesonero
/
ˈʋardəˌlos/
adjective
2. bijzonder slecht
malísimo
noun
1. document met geldswaarde
título valor
verb
- 2. op prijs stellen
apreciar
valuar
- 1. op waarde schatten
estimar
valorar
evaluar
tasar
valuar
noun
1. het hechten van een waarde aan iets of het tonen daarvan
estimación
aprecio
estima
/
'ʋardəˌvɔl/
adjective
1. een grote waarde hebbend
valioso
/
'ʋar.dəx/
adjective
1. op een wijze die in overeenstemming met het eergevoel is
digno
noun
dignidad
- 3. valentie
valencia
noun
1. dat wat waar is
verdad
noun
tabla de valores de verdad
adverb
1. echt, volgens de waarheid
verdaderamente
de veras
en efecto
en verdad
realmente
adjective
discernible
observable
patente
perceptible
verb
1. iets via de zintuigen in zich opnemen
percibir
advertir
noun
- 1. iemand die iets waarneemt
- 3. een persoon die aanwezig is bij een gebeurtenis om de gang van zake in de gaten te houden
observador
noun
1. iets via de zintuigen registreren
observación
percepción
/
ʋarˈɔm/
noun
1. door welke oorzaak?
por qué
adjective
1. aannemelijk, iets dat vermoedelijk zo is
probable
adverb
1. aannemelijk, iets dat vermoedelijk zo is
probablemente
noun
probabilidad
verosimilitud
/
ˈʋaːrsxyu̯ə(n)/
verb
1. iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
advertir
avisar
amonestar
prevenir
/
'ʋaːr.sχy.ʋɪŋ/
noun
1. een mededeling dat er onaangename gevolgen op til zijn
advertencia
aviso
verb
adivinar
predecir
profetizar
noun
1. het voorspellen van de toekomst langs magische weg
adivinación
videncia
noun
2. mat, witachtig laagje op sommige fruitsoorten
pruina
/
ˈʋɑx.tə(n)/, /
ˈβɑx.tə(n)/
verb
1. op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
esperar
aguardar
noun
1. ruimte of vertrek voor wachtenden, bijvoorbeeld bij een arts of op een station
sala de espera
/
ˈʋɑxtlɛɪst/
noun
1. een lijst met wachtenden
lista de espera
noun
1. een aantal elementen die in een bepaalde volgorde op een gebeurtenis wachten
cola
noun
1. een geheim woord dat men moet produceren om ergens toegelaten te worden
contraseña
clave
noun
1. een bij eb droogvallend buitendijks gebied
llanura de marea
pronoun
1. een binnenzee die aan de ene kant grenst aan de Waddeneilanden en de Noordzee en aan de andere kant begrensd wordt door het vasteland van Nederland, Duitsland en Denemarken
Mar de Frisia
verb
1. door ondiep water lopen
vadear
interjection
1. krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
guau
noun
1. plat gebak dat vervaardigd wordt in een wafelijzer
gofre
barquillo
noun
1. een toestel waarin wafels gebakken worden
gofrera
waflera
/
ˈʋaːɣə(n)/, /
ˈʋaːχə(n)/
noun
2. een auto
coche
carro
/
ˈʋaːɣə(n)/, /
ˈʋaːχə(n)/
verb
1. een poging ondernemen
atreverse
arriesgar
arriscar
aventurar
noun
1. reisziekte
cinetosis
/
ʋa'ɣɔn/
noun
1. een voertuig dat deel uitmaakt van een trein
vagón
/
ˈwa.kə/, /
ˈʋa.kə/, /
ˈβ̞a.kə/
noun
vigilia
/
ˈwa.kə(n)/, /
ˈʋa.kə(n)/, /
ˈβ̞a.kə(n)/
verb
velar
adjective
1. niet in slaap
despierto
pronoun
1. een van de delen van het Verenigd Koninkrijk, gelegen op een groot eiland in het noordwesten van Europa.
Gales
País de Gales
verb
1. hevige afkeer voelen voor iets
asquear
noun
1. een sterke weerzin die fysiek gevoeld wordt
náuseas
pronoun
1. Germaanse strijdgodin
Valquiria
pronoun
Wallis y Futuna
islas Wallis y Futuna
/
ʋɑˈlonɪə/
pronoun
Valonia
/
wɑlrʌs/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Odobenus rosmarus
morsa
noun
1. benaming voor eenjarige of overblijvende kruidachtige planten uit het geslacht Galium
agana
cuajaleche
galio
hierba sanjuanera
sanhuanera
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de onderorde Cetacea
ballena
noun
2. infraorde van grote, in het water levende zoogdieren, Cetacea
cetáceos
pronoun
1. zeehaven in Namibië
Walvis Bay
noun
1.
ballenero
barco ballenero
noun
camiseta
camisón
gambesón
noun
1. een misdaad, een slechte of gruwelijke handeling
atrocidad
fechoría
barbaridad
exceso
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso parietal
hjässben
noun
conducta
comportamiento
/
ˈʋɑn.də.lə(n)/, /
ˈβ̞ɑn.də.lə(n)/
verb
1. een wandeling maken
pasear
caminar
/
ˈʋɑn.də.lɪŋ/
noun
1. het lopend afleggen van een bepaalde afstand
paseo
/
ˈʋɑn.dəɫ.ˌsχun/, /
ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌsxun/
noun
1. een schoeisel dat speciaal geschikt is om grote wandelingen mee te maken
bota de montaña
/
ˈʋɑn.dəɫ.ˌspɔrt/, /
ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌspɔrt/
noun
1. het wandelen als sport
senderismo
/
ˈʋɑn.dəɫ.ˌstɔk/, /
ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌstɔk/
noun
1. stok die dient als steun bij het wandelen en beschermt tegen vallen
bastón para caminar
/
ˈʋɑn.dəɫ.ˌʋa.χə(n)/, /
ˈβ̞ɑn.dəɫ.β̞a.ɣə(n)/
noun
1. een wagen waarin jonge kinderen rondgereden kunnen worden
carriola
cochecito
noun
1. zijkant van het gezicht onder het oog
mejilla
carrillo
/
'ʋɑn.χə.drɑx/
noun
1. gedrag dat tegen de regels van het fatsoen ingaat
mala conducta
adjective
1. iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
envidioso
/
ˈʋɑnɦop/
noun
1. een ellendige toestand waarin men geen uitkomst meer ziet
desesperación
verb
desesperanzarse
desesperar
/
ˈʋɑŋkəɫˌmotɔr/
noun
1. een verbrandingsmotor die niet met heen en weer gaande zuigers werkt, maar met een roterende zuiger.
motor Wankel
/
ʋɑnklɑŋk/
noun
tono disonante
/
ʋɑ.ˈneːr/
adverb
1. op welke tijd
cuándo
cuando
/
ʋɑ.ˈneːr/
conjunction
1. op het moment dat
cuando
verb
1. graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallen
aventar
apalear
noun
1. een ongeregelde toestand met gebrek aan orde
desorden
relajo
noun
1. het niet nakomen van een overeenkomst
incumplimiento de contrato
/
ʋɑnt/
conjunction
1. geeft nevenschikkend een reden aan
porque
pues
/
ʋɑnt/
noun
- 1. handschoen
manopla
- 2. scheepvaart
obenque
jarcia
/
ˈwɑn.tu.stɑnd/, /
ˈʋɑn.tu.stɑnt/, /
ˈβ̞ɑn.tu.stɑnt/
noun
1. een onacceptabel slechte situatie
abuso
exceso
noun
desconfianza
escama
recelo
sospecha
suspicacia
verb
1. niet vertrouwen
desconfiar
recelar
sospechar
adjective
receloso
suspicaz
/
ˈʋaːpən/
noun
- 1. een werktuig van geweld
arma
escudo
- 2. een wapenschild
escudo
blasón
noun
1. een internationale sanctie waarbij een partij geen wapens kan aankopen
embargo de armas
verb
1. voor de strijd uitrusten
armar
armarse
noun
1. een korte tekst die de bedoeling van iets weergeeft
divisa
lema
noun
1. een overeenkomst met de vijand om de vijandelijkheden op te schorten
tregua
armisticio
noun
carrera armamentista
carrera de armamentos
noun
1. een grote winkel die een uitgebreid assortiment aan goederen verkoopt
almacén
noun
1. een antistollingsmiddel
warfarina
/
ʋɑrṃ/
adjective
Na te kijken en uit te splitsen vertalingen
caliente
cálido
caluroso
/
ʋɑrmˈbludəx/
adjective
3. temperamentvol
apasionado
noun
1. bladgewas Beta vulgaris
acelga
noun
- 1. de mate waarin het weer warm is.
- 2. de hoeveelheid thermische energie.
calor
noun
1. een thermische centrale waarbij de restwarmte ook wordt gebruikt.
central de cogeneración
noun
conducción de calor
conductividad térmica
noun
1. een verwarmingsinstallatie die via mechanische arbeid warmte onttrekt aan een koude omgeving en deze toevoert aan een warmere omgeving
bomba de calor
noun
intercambiador de calor
pronoun
1. hoofdstad van Polen
Varsovia
/
ʋɑs/
noun
1. weke laagsmeltende en waterafstotende stof
cera
/
ˈʋɑsbɑk/
noun
1. een bassin waarin gewassen kan worden
lavabo
noun
1. klein Noord-Amerikaans zoogdier, Procyon lotor
mapache
oso lavador
noun
1. Nyctereutes procyonoides, een zoogdier en roofdier uit de familie Canidae
tanuki
noun
geribbeld bord waarop men de was kan doen
tabla de lavar
noun
1. een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
secadora
secarropas
/
ˈwɑs.knɛɪ̯.pər/, /
ˈʋɑs.knɛɪ̯.pər/, /
ˈβ̞ɑs.knɛː.pər/
noun
1. een knijper die gemaakt is van hout of plastic om nat wasgoed aan een waslijn te klemmen
pinza
noun
1. een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigt
lavadora
lavarropa
noun
1. zeep in een vorm om kleding en ander textiel in water te reinigen
detergente
noun
2. locatie waar kleding en ander textiel met water wordt gereinigd
lavadero
lavandería
/
'ʋɑsə(n)/
verb
- 3. groeien
crescer
- 1. iets schoonmaken
- 2. zichzelf schoonmaken
lavar
noun
1. een plaats waar men kleding en textiel kan (laten) wassen (zonder personeel)
lavandería
noun
1. een bak waarin men zich of iets wast
lavabo
lavamanos
lavatorio
phraseologicalUnit
1.
¿Como te llamas?
¿Cómo se llama Usted?
noun
1. een constructie om water naar een bepaalde plek te geleiden
desagüe
noun
pomarrosa
jambo amarillo
manzana de rosa
manzana rosa
pomarosa
noun
1. de balans tussen de opname en afgifte van water
equilibrio hídrico
noun
1. het in of op het water uitgevoerd ballet
ballet acuático
noun
1. een bed waarvan het matras gevuld is met water
cama de agua
noun
1. met water gevuld bekken
estanque
depósito de agua
noun
1. ontwerp, bouw en onderhoud van waterstaatkundige bouwwerken
ingeniería hidráulica
noun
1. wetenschap die zich richt op ontwerp en beheer van waterbouwkundige werken
ingeniería hidráulica
hidráulica
noun
1. Bubalus bubalis, een tot de runderen behorend trekdier...
búfalo de agua
búfalo asiático
noun
1. kasteel op een eiland of tussen grachten
castillo de foso
noun
1. een toiletpot met waterspoeling
baño
lavabo
servicio
noun
vapor de agua
vapor acuoso
adjective
1. ondoordringbaar voor water
estanco
impermeable
noun
estanquidad
impermeabilidad
noun
presión de agua
presión del agua
noun
1. druppel water, een kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt / vrij valt en die bolvormig met een staart is (druppelvormig) op het moment van loslaten
gota de agua
/
ˈʋatərˌdrʏpəɫ/
noun
1. kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt / vrij valt en die...
gota de agua
/
ˈʋaːtərən/
verb
1. urine uitscheiden
orinar
noun
1. een vaartuig met een aandrijving zoals op fietsen waarmee men zich over het water kan voortbewegen door middel van het trappen op pedalen
bicicleta acuática
pédalo
/
ˈwatərˌɣlɑtɦɛɪ̯t/, /
ˈʋatərˌχlɑtɦɛɪ̯t/, /
ˈβ̞atərˌɣlɑtɦɛːt/
noun
1. verschijnsel waarbij een dunne waterfilm ontstaat.
acuaplaneo
aquaplaning
noun
1. een drinkglas voor water
vaso de agua
noun
2. een haargolving die kunstmatig is aangebracht
marcado
noun
- 1.1 bepaald soort watervogel, Gallinula chloropus
gallina de agua
- 1. benaming voor watervogels uit het geslacht Gallinula
polla de agua
noun
1. ijs gemaakt op basis van water / vruchtensap / stroop
sorbete
noun
1. een dier dat behoort tot een van honderden soorten van de Coenagrionidae
libélula
caballito del diablo
noun
1. apparaat dat een zeer sterke straal water kan produceren
cañón de agua
carro lanza agua
noun
1. daar waar land ophoudt en een water, zoals beek, rivier, meer of kanaal begint
orilla
ribera
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Rorippa
berro
noun
enfriamiento por agua
refrigeración por agua
noun
energía hidráulica
energía hídrica
noun
central hidroeléctrica
noun
ciclo hidrológico
ciclo de agua
noun
1. een kruik om water in te bewaren
cántaro
noun
1. een leidingnetwerk om drinkwater vanuit een waterreservoir naar de verbruiker te vervoeren
conducto de agua
/
ˈwatərˌlɛin/
noun
- 1. de grens tot waar het water komt
línea de agua
- 2. de grens tussen onderwaterschip en bovenwaterschip
línea de flotación
noun
1. dunne, snelgroeiende loot aan een oude tak of aan de stam van een boom
chupón
pronoun
2. teken van de dierenriem van 20 januari tot 19 februari
Acuario
/
ˈʋaːtərməˌlun/
noun
1. Citrullus vulgaris, een grote vrucht met vochtig en rood vruchtvlees
sandía
patilla
melón de agua
noun
filigrana
marca de agua
noun
medidor de agua
contador de agua
noun
2. een molen die door stromend water aangedreven wordt
aceña
molino de agua
noun
bepaald soort eenjarige waterplant met eetbare knollen, Trapa natans
castaña de agua
abrojo acuático
abrojo de agua
noun
ablandador de agua
suavizador de agua
suavizante de agua
noun
1. een werktuig dat gebruikt wordt om zeker te stellen dat iets loodrecht op de richting van de zwaartekracht komt te staan
nivel
noun
equialtímetro
nivel topográfico
nivel óptico
noun
chilillo
persicaria picante
pimienta acuática
pimienta de agua
noun
1. een stoomketel waarbij de hete rookgassen over met water gevulde pijpen geleid worden
caldera acuotubular
noun
1. pistool waaruit een straal water kan spuiten
pistola de agua
noun
1. plaats waar men kan urineren
urinario
noun
2. goedaardige infectieziekte die gepaard gaat met het verschijnen van rode vlekjes op de huid die daarna overgaan in jeukende blaasjes
varicela
noun
1. een balsport waarbij twee ploegen van zeven spelers elkaar in het water bestrijden
waterpolo
polo acuático
noun
1. werktuig om water te verplaatsen
bomba de agua
noun
1. platte grijptang met verstelbaar scharnier
pico de loro
picoloro
noun
1. put waaruit men water haalt
pozo de agua
noun
1. een schoepenrad dat draait door de stroming van het water
rueda hidráulica
noun
1. bepaald soort watervogel, Rallus aquaticus
rascón europeo
noun
1. grote halfaquatische woelmuis
rata de agua
rata topera
noun
cicuta acuática
cicuta de agua
cicuta menor
cowbane
noun
1. grenslijn tussen twee stroomgebieden
divisoria
divisoria de drenaje
línea divisoria de las aguas
noun
1. ski voor het waterskiën
esquí acuático
esquí náutico
verb
1. zich op waterski's achter een snelle boot laten voorttrekken
practicar el esqui acuátion
noun
- 1. sterrenbeeld
Hidra
- 2. dier
culebra de agua
serpiente de agua
- 3.gereedschap
manga
manguera
noun
1. wateroppervlak, bovenste grensvlak van het water
superficie del agua
noun
1. Argyroneta aquatica, middelgrote spin die in stilstaande wateren leeft
araña de agua
alguacil de moscas
araña acuática
argironeta
noun
1. sport die in of op het water uitgeoefend wordt
deporte náutico
noun
1. bepaald soort bruine, bolle vogel met witte borst, Cinclus cinclus
mirlo de agua
noun
1. hoogte van het water in een rivier, zee of ander water
nivel del agua
/
ˈʋatərˌstɔf/
noun
1. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
hidrógeno
noun
enlace de hidrógeno
enlace por puente de hidrógeno
puente de hidrógeno
noun
1. een molecule met de formule HCN en het giftige gas dat uit deze deeltjes bestaat
cianuro de hidrógeno
ácido cianhídrico
noun
economía de hidrógeno
noun
1. scheikundige term voor verbinding van waterstof en fluor (HF)
ácido fluorhídrico
noun
almacenamiento de hidrógeno
noun
1. middel dat gebruikt kan worden om te bleken, als desinfectiemiddel of als verbrandingshulp (in raketten)
peróxido de hidrógeno
noun
producción de hidrógeno
noun
1. verbinding van twee waterstofatomen en één zwavel atoom, de formeel juiste benaming is diwaterstofsulfide
sulfuro de hidrógeno
noun
tecnología del hidrógeno
noun
1. een toren die zorgt voor een gelijkmatige waterdruk in het waterleidingnet
torre de agua
alcubilla
arca de agua
noun
felandrio acuático
hinojo de agua
noun
clepsidra
reloj de agua
noun
1. plaats waar stromend water bij een hoogteverschil zijn weg al vallend voortzet
cascada
catarata
caída de agua
salto de agua
noun
consumo de agua
uso de agua
noun
contaminación de aguas
contaminación del agua
contaminación hídrica
polución del agua
noun
contaminación del agua
contaminación hídrica
contaminación de aguas
polución del agua
noun
1. wateroppervlak, bovenste grensvlak van het water
superficie del agua
noun
1. een vliegtuig dat kan opstijgen en landen op het water
hidroavión
hidroplano
noun
pulga de agua
pulga acuática
noun
provisión de agua
suministro de agua
noun
alisma
llantén de agua
noun
vía fluvial
vía navegable
noun
1. apparaat dat een zeer sterke straal water kan produceren
cañón de agua
carro lanza agua
noun
1. (medisch) waterzucht
edema
hidropesía
noun
purificación del agua
noun
lampazo acuático
paniega
noun
1. een knaagdier
capibara
carpincho
chigüire
chigüiro
ronsoco
chiguiro
noun
1. ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan bedoeld voor het aanbrengen op wonden
algodón
noun
1. plukje watten bevestigd op een houten of plastic stokje, gebruikt voor bepaalde medische doeleinden...
bastoncillo
cotonete
hisopo
verb
1. opvullen met watten
acolchar
/
ʋese/
noun
1. toilet
inodoro
váter
noun
1. spinnenweb
telaraña
noun
1. een digitale videocamera die via het internet beelden en geluid verstuurt
cámara web
noun
1. iemand die een website ontwerpt en/of beheert
webmaster
noun
1. plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
sitio web
verb
1. geld wagen op een toekomstige gebeurtenis
apostar
noun
1. bepaald soort kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen, Isatis tinctoria
glasto
hierba de San Felipe
hierba pastel
noun
1.1 bepaald soort sleutelbloemige plant met ovale bladen met zwarte punten en gele,...
lisimachia
lisimaquia
lisimaquia amarilla
lisimaquia vulgar
noun
1. een werkwoord waarbij de handelende persoon tevens het voorwerp van de handeling is
verbo reflexivo
verbo pronominal
/
ˈwedərˈvɛrkop/
noun
1. de inkoop van waren in 't groot en de verkoop van deze waren in 't klein
reventa
noun
contestación
respuesta
/
wedərˈzɛits/
adjective
mutuo
recíproco
verb
competir
rivalizar
contender
echar
echarse
noun
1. wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen
carrera
noun
1. een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is
competición
concurso
carrera
partido
/
ˈʋeːdyʋə/
noun
vrouw
viuda
/
ʋeː/
noun
1. pijnlijke samentrekking die het barensproces inleidt
dolores
dolores de parto
/
ˈʋeːf.xəˌtɑu̯/
noun
1. toestel waarmee garen tot weefsel gevlochten wordt
telar
noun
- 2. een groep van gelijkaardige lichaamscellen die dezelfde functie in een levend organisme vervullen
- 1. een dunne geweven stof of textiel
tejido
pronoun
teken van de dierenriem van 23 september to 23 oktober
Libra
noun
1. een meetinstrument waarmee het gewicht kan worden bepaald
balanza
báscula
/
wek/, /
ʋek/, /
β̞ek/
adjective
1. slap
blando
flojo
tierno
débil
/
wek/, /
ʋek/, /
β̞ek/
noun
1. tijdseenheid van 7 dagen
semana
/
'ʋekblɑt/
noun
1. een publicatie die wekelijks verschijnt
semanario
hebdomadario
noun
1. periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
fin de semana
/
ˈʋikɛnt/
noun
1. periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
fin de semana
noun
plastificador
plastificante
/
'ʋeldə/
noun
1. omstandigheden van overvloed waar men in leeft
riqueza
abundancia
opulencia
adjective
abundante
exuberante
opulento
suntuoso
noun
1. gevoel van treurnis, verdriet, nostalgie
melancolía
adjective
1. lichtdroevig gestemd
melancólico
/
weːr/, /
ʋɪːr/, /
β̞eːr/
adverb
1. nog een keer
de nuevo
nuevamente
/
weːr/, /
ʋɪːr/, /
β̞eːr/
noun
- 1. atmosferische gesteldheid
tiempo
clima
- 2. gecastreerde bok
castrón
- 1. visweer
corral de pesca
noun
1. bericht of mededeling over de toestand van het weer
previsión del tiempo
pronóstico del tiempo
boletín meteorológico
predicción del tiempo
predicción meteorológica
previsión meteorológica
noun
manipulación del clima
verb
1. beletten om iets te doen
impedir
abstener
noun
1. kaart van een bepaald gebied waarop de weerssituatie is weergegeven
mapa meteorológico
carta del tiempo
carta meteorológica
mapa del tiempo
noun
- 2. datgene wat weerkaatst wordt (licht, beeld, warmte of geluid)
reflejo
resonancia
- 1. het weerkaatsen
reverberación
noun
- 1. weerkaatst geluid
eco
resonancia
- 2. instemmende reactie
resonancia
/
ʋerˈkɵndəx/, /
ʋerˈkʏndəç/
adjective
1. betrekking hebbend op de weerkunde
meteorológico
noun
1. iemand die beroepsmatig het weer bestudeert
meteorologista
verb
1. een eerdere bewering ontkrachten
refutar
rebatir
noun
1. een betoog waarmee men iets weerlegt
refutación
noun
1. kunstmaan die gelanceerd wordt om meteorologische gegevens te verkrijgen
satélite meteorológico
adjective
1. onwillig, recalcitrant, zich verzettend
recalcitrante
verb
1. stand houden, weerstand bieden aan
resistir
aguantar
noun
- 2. de tegenstand die een stroom in een geleider ondervindt
- 1. een reactie die poogt een bepaalde actie tegen te werken
resistencia
resistor
- 3. een elektronica-onderdeel
resistor
resistencia
noun
. een mythisch wezen dat bij volle maan van mens in wolf verandert
hombre lobo
licántropo
noun
contestación
respuesta
noun
1. sterke afkeer
asco
repugnancia
repulsión
adjective
1. waar je een weerzin tegen hebt
repugnante
/
ˈʋeshœʏs/
noun
1. een opvanghuis voor wezen
asilo de huérfanos
orfanato
/
ˈʋesjɔŋə(n)/
noun
1. een jongen van wie beide ouders overleden zijn
huérfano
/
ˈwes.mɛɪ̯.ʃə/, /
ˈʋes.mɛɪ̯.ʃə/, /
ˈβ̞es.mɛː.ʃə/
noun
1. een meisje van wie beide ouders overleden zijn
huérfana
/
ʋɛχ/, /
β̞ɛx/
noun
1. smalle strook grond voor het verkeer
carretera
ruta
camino
noun
1. bepaald soort loofboom, Rhamnus cathartica
aladierna
alaterna
cambrón
cervispina
espina cervina
espino cerval
/
ˈʋeχə(n)/, /
β̞eɣə(n)/
verb
- 1. het gewicht/de massa bepalen
- 2. een bepaald gewicht/massa als eigenschap hebben
pesar
noun
mapa de carreteras
mapa de rutas
/
ˈwɛ.ɣaːn/, /
ˈʋɛ.χan/
verb
- 3. uit een relatie stappen
abandonar
dejar
- 1. zich ergens vandaan begeven
irse
ausentarse
abarse
marcharse
verb
1. afstand nemen van iets door het aan iemand te geven
regalar
dar
verb
1. van zijn plaats halen
quitar
sacar
verb
apartar
contener
detener
verb
echar
espantar
remontar
verb
1. fysiek in steeds minder goede staat komen te verkeren
atrofiar
consumirse
languidecer
verb
- door slepen iets of iemand verwijderen
arrastrar
- een voertuig, e.d. van de openbare weg, vaar- of vluchtroute verwijderen
remolcar
verb
2. door steken verwijderen
tallar
/
'wɛxstyrə(n)/
verb
1. doen weggaan
despedir
verb
terug van weggeweest
aligerarse
verb
despachar
despedir
echar
enviar
expedir
/
ˈʋɛx.zɛ.tə(n)/
verb
- 1. ter zijde zetten
apartar
- 2. bewaren
reservar
/
ʋɛɪ/
noun
- 1. een stuk grasland voor begrazing door vee
prado
pradera
pasto
dehesa
pastizal
- 3. bloedplasma
suero
- 2. een vloeistof die ontstaat als restproduct bij het kaasmaken
suero
suero lácteo
pronoun
1. de grootste rivier van Polen
Río Vístula
noun
- 2. bepaald soort kersenboom, Prunus mahaleb
cerecino
cerezo de Mahoma
cerezo de Santa Lucía
mahaleb
árbol de Santa Lucía
- 1. smakelijke zure kers waarvan men jam maakt, vrucht van Prunus mahaleb
cereza de Mahoma
cereza de Santa Lucía
mahaleb
noun
prado
pastizal
pradera
dehesa
pasto
verb
1. vee op een stuk grond laten grazen
apacentar
pastar
pastorear
pacer
/
'ʋɛɪfələ(n)/
verb
1. in besluiteloosheid niet tot handelen overgaan
vacilar
verb
1. niet voldoen aan een verzoek of opdracht
rehusar
denegar
negar
negarse
noun
1. het niet voldoen aan een verzoek of opdracht
rechazo
negación
/
'ʋɛɪlɑnt/
noun
1. een stuk grasland in gebruik voor de begrazing door vee
prado
pastizal
dehesa
pradera
pronoun
República de Weimar
/
ˈwɛɪ̯nɪx/, /
ˈʋɛɪ̯nəχ/, /
ˈβ̞ɛːnəx/
noun
- 1. in een kleine hoeveelheid, niet veel
- 2. in een klein aantal
poco
escaso
limitado
/
ˈwe.kə.lɪks/, /
ˈʋe.kə.ləks/, /
ˈβ̞e.kə.ləks/
adverb
- 1. elke week
semanal
semanalmente
/
ˈwe.kə(n)/, /
ˈʋe.kə(n)/, /
ˈβ̞e.kə(n)/
verb
1. door langdurig in een vloeistof te leggen zacht, plooibaar of beter wasbaar maken
remojar
ablandar
verb
1. wakker maken
despertar
/
ˈʋɛkər/
noun
1. een apparaat dat gebruikt wordt om de tijd bij te houden en een functie heeft die veel geluid produceert op een ingestelde tijd
despertador
reloj despertador
interjection
bueno
pues bien
noun
1. de kunst om iets goed te kunnen verwoorden
elocuencia
noun
1. een goede daad voor iemand doen
beneficio
noun
1. een daad die iemand iets goeds doet
beneficencia
/
ʋɛl'dra/
adverb
1. niet ver in de toekomst, spoedig
en breve
enseguida
adjective
1. financieel goed gesitueerd
acomodado
/
ʋɛlk/
relativePronoun
cuál
/
ˈʋɛɫkɔm/
adjective
1. gewenst zijn te blijven
bienvenida
/
ˈʋɛɫkɔm/
interjection
1. begroeting
bienvenido
bienvenida
/
ʋɛˈlɪxt/
adverb
1. mogelijk, misschien
quizá
tal vez
adjective
eufónico
armonioso
rotundo
sonoro
noun
1.
lujuria
voluptuosidad
adjective
lascivo
lujurioso
libidinoso
sensual
voluptuoso
noun
concupiscencia
sensualidad
/
wɛlp/
noun
1. jong van hond, wolf, leeuw e.d.
cachorro
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Wales
galés
/
ˈʋɛlvart/
noun
prosperidad
bienestar
verb
over ruime financiële middelen beschikkend
próspero
verb
3. zich welven
abombarse
noun
1. het welwillend zijn
benevolencia
/
'wɛlzɛin/
noun
1. wanneer een individu of maatschappij zich in een goede toestand bevindt ...
bienestar
/
ʋɛndɘ(n)/
verb
- 3. zich tot een instantie wenden
acercarse
dirigirse
- 2. andere koers gaan varen
girar
hacer girar
virar
voltear
verb
1. traanvocht uitscheiden door emotie
llorar
noun
1. knokige rand boven het oog, meestal begroeid met haar
ceja
verb
acostumbrarse
acostumbrar
habituar
habituarse
noun
1. een bron die een wens kan vervullen.
pozo de los deseos
/
ˈwɛntələ(n)/
verb
hacer dar vueltas
hacer girar
hacer rodar
rular
voltear
/
ˈweː.ʁəlt/, /
ˈʋɪː.rɔɫt/, /
ˈβ̞eː.rəɫt/
noun
1. de aarde
mundo
planeta
noun
1. een kaart van het oppervlak van de aarde in de vorm van een bol
globo
globo terráqueo
/
ˈweːrəlˌdeːl/, /
ˈʋɪːrəɫˌdeːɫ/, /
ˈβ̞eːrəlˌdel/
noun
1. een groot boven de zee uitstekend stuk droog land en de omringende eilanden die op hetzelfde continentale plat liggen
continente
noun
1. geheel van activiteiten die de mensheid onderneemt om schaarste op te heffen
economía mundial
/
xxxx/
noun
1. uniek en als collectief bezit beschouwd cultureel of natuurlijk erfgoed
patrimonio de la humanidad
patrimonio mundial
pronoun
Organización Mundial de la Salud
pronoun
1. intergouvernementele organisatie die toeziet op de naleving van afspraken over de handel tussen landen
Organización Mundial del Comercio
noun
1. persoon die of team dat tijdens een toernooi of competitie om de wereldtitel in een bepaalde tak van sport winnaar is
campeón mundial
/
ˈweː.rəld.ˌkam.pi.ˌjun.sxɑp/, /
ˈʋɪː.rəɫt.ˌkɑm.pi.ˌjun.sχɑp/, /
ˈβ̞eː.rəlt.ˌkɑm.pi.ˌjun.sxɑp/
noun
1. een kampioenschap waarin de besten van de wereld het tegen elkaar opnemen
campeonato mundial
adjective
1. betrekking hebbend op deze wereld, in tegenstelling tot met name het hiernamaals of de kerk
secular
profano
noun
música global
música universal
músicas del mundo
pronoun
Fondo Mundial para la Naturaleza
noun
1. een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.
guerra mundial
adjective
1. niet op het geestelijke, maar op de wereld gericht
mundanal
pronoun
1. vierjaarlijks internationaal sportevenement voor sporten en sportonderdelen die niet binnen de Olympische Spelen vallen
Juegos Mundiales
World Games
noun
1. groot evenement met sporttoernooien voor deelnemers uit meerdere continenten die hun land vertegenwoordigen
juegos mundiales
noun
1. een tentoonstelling waaraan landen uit de wereld aan kunnen deelnemen
exposición universal
/
wɛr(ə)f/
noun
1. een scheepswerf
astillero
/
ʋɛrk/
noun
- 4. dat wat gemaakt is, kunstwerk
obra
- 1. dat wat gedaan moet worden
- 2. beroep
- 3. de plek waar men werkt, werkplek
trabajo
- hede, afval van vlas of hennep
estopa
noun
1. werkbank
banco de taller
banco de trabajo
noun
1 een dag waarop gewerkt wordt
día laboral
día de trabajo
/
'ʋɛrkələkɦɛɪt/
noun
1. de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan
realidad
/
ʋɛrkən/
verb
- 2. functioneren, draaien
funcionar
actuar
- 1. arbeid verrichten, lichte vorm van zwoegen
trabajar
obrar
/
ʋɛrkɘr/
noun
obrero
trabajador
noun
1. persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
empleador
patrono
noun
1. groep mensen die gezamenlijk een bepaald probleem aanpakt
grupo de trabajo
noun
1. de manier waarop iets werkt
funcionamiento
/
ˈʋɛrkrɑxt/
noun
- 2. het vermogen om te werken
capacidad de trabajo
- 1. een persoon die gewoonlijk tegen betaling werk verricht
mano de obra
obrera
obrero
trabajador
trabajadora
adjective
desempleado
desocupado
/
wɛrkˈloshɛit/
noun
- 1. het werkloos zijn
- 2. het aandeel van de beroepsbevolking zonder betaalde baan
desempleo
paro
noun
1. uitkering voor iemand die buiten zijn of haar schuld om werkloos is
asignación por desempleo
/
ʋɛrkˈnemǝr/
noun
1. iemand die voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt
empleado
obrero
noun
1. een stuk gereedschap om een taak eenvoudiger en/of lichter te maken
herramienta
utensilio
instrumento
noun
1.het ontwerpen, vervaardigen en in bedrijf houden van machines
ingeniería mecánica
/
wɛrəktœyxkʌndə/
noun
1. de leer van werktuigen
mecánica
noun
1.
máquina herramienta
noun
1.dagen per week waarop er gewerkt wordt
semana de trabajo
semana laboral
semana laborable
/
ʋɛrkʋɛɩ̭zə/
noun
1. de manier waarop men te werk gaat
método
noun
1. woordsoort die in de eerste plaats een handeling of toestand uitdrukt
verbo
adjective
1. als werknemer bezig
activo
noun
1. vlijt, ijver
actividad
verb
- 1. met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
lanzar
- 2. (van zoogdieren) ter wereld brengen, baren
parir
noun
3. bij honkbal
lanzador
noun
1. bot van de wervelkolom
vértebra
noun
espina
columna vertebral
noun
corriente de Foucault
noun
1. een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect
avispa
noun
- 1. door wespen gebouwd nest waar zij hun broed verzorgen
- 2. (figuurlijk) netelige situatie, waar men beter niet in verzeild raakt
avispero
noun
orquídea heleborina
reina de las nieves
noun
1. een prik door een gewone wesp
picadura de avispa
noun
1. een zeer smalle taille
cintura de avispa
talle de avispa
pronoun
África Occidental
África del Oeste
pronoun
1. grootste van de Australische deelstaten, gelegen in het westen van het land
Australia occidental
pronoun
Alemania Occidental
pronoun
Indias Occidentales
pronoun
1. een verzameling Vlaamse dialecten met typische kenmerken gesproken in West-Vlaanderen en een klein deel van Nederland en Frankrijk
flamenco occidental
adjective
occidental
del oeste
pronoun
Sáhara Occidental
Sahara occidental
/
ˈʋɛs.tə(n)/
noun
oeste
poniente
noun
corriente circumpolar antártica
/
ˈwɛstərlɪŋ/
noun
2. iemand die in het Westen, de westerse wereld woont of daarvan afkomstig is
occidental
/
ʋɛs.tǝɾs/
adjective
1.
occidental
/
wɛt/
noun
1. een door de overheid opgestelde regel
ley
phraseologicalUnit
ley de Faraday
ley de inducción electromagnética de Faraday
phraseologicalUnit
ley de Murphy
/
ˈʋeː.tə(n)/
verb
1. ergens kennis van hebben
saber
/
'ʋetənsxɑp/
noun
- 2. georganiseerde activiteit
ciencia
- 1. het weten van de mens
conocimiento
ciencia
/
,ʋetən'sxapələk/
adjective
científico
/
ˈʋetəˌsxɑpər/
noun
1. iemand die de wetenschap beoefent
científico
noun
filosofía de la ciencia
/
'ʋetənsχɑpsχəˈsχidəˌnɪs/, /
'β̞etənsxɑpsɣəˈsxidəˌnɪs/
noun
historia de la ciencia
noun
1. het geheel aan wetten die in een land gelden
legislación
/
wɛtɔu(d)ər/
noun
1. een lid van het dagelijkse uitvoerende bestuur van een Nederlandse gemeente
concejal
noun
1. door de regering uitgaand voorstel tot wet
proyecto de ley
/
ˈʋɛts.foːrˌstɛl/
noun
1. door het parlement uitgaand voorstel tot wet
proposición de ley
/
ˈwɛtələk/
adjective
- 2. tot de wet behorend
legal
- 1. in overeenstemming met de wet
legítimo
/
'ʋɛtən/
verb
1. het aanscherpen van een mes op een wetsteen
afilar
amolar
/
ˈweː.və(n)/, /
ˈʋe.və(n)/
verb
1. draden e.d. dooreenvlechten
tejer
noun
1. iemand die voor zijn beroep stoffen weeft
tejedor
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mustela nivales
comadreja
mostela
/
ˈʋeː.zə(n)/
noun
- 2. aard
esencia
naturaleza
- 1. individu
ser
noun
2. iets dat bestaat
entidad
/
wezə(n)lək/
adjective
esencial
real
noun
1. een sterke drank die uit gerst of uit maïs en rogge gestookt is
whisky
noun
1. het verkrijgen van informatie door middel van bovennatuurlijke of niet wetenschappelijk aangetoonde middelen
adivinación
/
wiː/, /
ʋiː/, /
β̞iː/
relativePronoun
1. vragend voornaamwoord
quién
quien
noun
1. een bedje voor een pasgeboren zuigeling, vaak met een hemel van fijn gaas en soms met de mogelijkheid het kind zachtjes heen en weer te bewegen
cuna
/
ˈwiɣə(n)/
verb
1. zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
acunar
mecer
remecer
noun
1. het plotseling zonder duidelijke oorzaak overlijden van een zuigeling
muerte de cuna
/
ʋik/
noun
- 2. molenwiek
aspa
- 3. kaarsenpit
mecha
noun
1. ronddraaiende schijf
rueda
noun
1. de afstand tussen de twee middelpunten van de voor- en achteras
batalla
noun
1. deksel dat de naaf van een wiel afsluit
tapón
noun
1. de sport van het wielrennen
ciclismo
verb
ciclismo de competición
noun
1. iemand die op hoge snelheid fietst in wedstrijdverband
ciclista
noun
1. in water voorkomende vaatloze, plantachtige organismen
alga
/
ˈʋiː.roːk/
noun
1. gomhars, gebruikt als reukoffer
incienso
/
ʋit/
noun
1. een softdrug die bestaat uit gedroogde hennep
cáñamo
cáñamo indio
marijuana
yerba
noun
1. een metalen of houten voorwerp in de vorm van een driehoekig blok met een scherpe hoek van 5 to 20 graden
cuña
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso esfenoides
noun
1. koepelvormig huis gebruikt door de Noord-Amerikaanse indianen
wigwam
/
wɛɪ̯/, /
ʋɛɪ̯/, /
β̞ɛː/
personalPronoun
1. 1e persoon meervoud nominatief
nosotros
nosotras
/
ˈʋixə(n)/
pronoun
Wijchen
/
wɛɪ̯d/, /
ʋɛɪ̯t/, /
β̞ɛːt/
adjective
ancho
verb
1. geheel voor een bepaald doel bestemmen
dedicar
/
ʋɛi̯f/
noun
1. vrouw
guaricha
tía
/
ʋɛi̯k/
noun
1. een bewoond deel van een stad of een gemeente
barrio
verb
cesar
ciar
ceder
sucumbir
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
porque
/
wɛɪ̯n/, /
ʋɛɪ̯n/, /
β̞ɛːn/
noun
1. sterke drank van gegiste druiven
vino
noun
1. azijn uit wijn bereid
vinagre de vino
noun
1. Japanse wijnbes
uva del Japón
noun
het verbouwen van druiven voor de productie van wijn
viticultura
vitivinicultura
noun
1. een glas dat speciaal ontworpen is om wijn uit te drinken
copa
noun
1. een lijst waarop men de wijnen die te verkrijgen zijn in een restaurant, wijnhuis, enz... vermeldt in soorten, jaartallen en prijzen
carta de vinos
noun
bitartrato de potasio
cremor tártaro
noun
E334
cremor tártaro
ácido tartárico
/
ˈʋɛi̯n.stɔk/
noun
1. klimplant waaraan druiven groeien
vid
noun
1.
viticultura
vitivinicultura
/
wɛɪ̯s/, /
ʋɛɪ̯s/, /
β̞ɛːs/
adjective
1. van groot inzicht getuigend
sabio
sensato
razonable
/
wɛɪ̯s/, /
ʋɛɪ̯s/, /
β̞ɛːs/
noun
1. een melodie
melodía
noun
1. gerijpt inzicht
sabiduría
/
ˈʋɛɪsnøs/, /
ˈβ̞ɛːsnøs/
noun
1. iemand die meent alles beter te weten dan anderen
listillo
noun
1. tweede vinger, gelegen tussen de middelvinger en de duim
dedo índice
índice
/
ˈʋɛi.tɪŋ/
noun
1. bepaald soort straalvinnige vis, Merlangius merlangus
merlán
plegonero
noun
1. gewijd water
agua bendita
noun
1. steel met slappe borstel waarmee in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk de priester wijwater over de gelovigen heen sprenkelt
hisopo
/
ˈʋɛɪʋatərˌvɑt/
noun
1. een meestal aan de muur van een kerk bevestigd vat met water waarmee gelovigen zich besprenkelen
acetre
noun
1. manier
modo
forma
manera
son
verb
indicar
mostrar
enseñar
verb
1. zodanig aan iets werken dat het anders wordt
modificar
cambiar
noun
1. verandering in een regel, document, wikipagina enz
alteración
modificación
/
ʋɪkifiˈsɪːrə(n)/
verb
1. een tekst aanpassen aan het wikisysteem
wikificar
pronoun
1. een door de Wikimedia Foundation gecreëerde rechtenvrije encyclopedie op het internet...
Wikipedia
verb
1. draaiend iets buigzaams rond een voorwerp aanbrengen
bobinar
enrollar
envolver
/
ˈwikʃoˌnɛri/, /
ˈʋɪkʃəˌnɛri/
pronoun
1. deelproject van de Wikimedia Foundation met als doel het produceren van een compleet ...
Wikcionario
/
ʋɪl/
noun
1. de bereidheid of zin om iets te doen
voluntad
adjective
3. onbeschaafd, bruusk
salvaje
noun
1. bepaald soort zoogdier, Sus scrofa
jabalí
noun
1. iemand zonder beschaving
salvaje
noun
3. graan van Zizania palustris, die worden gegeten als rijst
arroz salvaje
noun
adelfilla
adelfilla de hoja estrecha
epilobio
rosadelfilla
adjective
arbitrario
gratuito
/
ˈwɪləm/, /
ˈʋɪləm/, /
ˈβ̞ɪləm/
pronoun
2. spelwoord voor de letter w
Washington
/
ˈʋɪ.lən/
verb
1. iets als verlangen of voorkeur hebben
querer
desear
tener ganas
adverb
1. met opzet
adredemente
de propósito
noun
1. onvermogen om te handelen, ook al weet je wat je moet doen
abulia
noun
uiterste wilsbeschikking
disposición
testamento
noun
2. discrepantie tussen de reële en de verklaarde wil waardoor het totstandkomen van wilsovereenstemming verhinderd wordt
vicio del consentimiento
noun
1. bewust uitdrukking geven van de eigen wil
manifestación de voluntad
noun
- 1. eenzijdige wilsuiting die gericht is op het tot stand brengen van rechtsgevolgen
declaración de voluntad
- 2. verklaring waarin iemand aangeeft wat zijn wensen zijn rondom behandeling of levenseinde
voluntades anticipadas
/
ʋɪnt/
noun
- 2. gasvormige ontlasting uit de darmen
ventosidad
- 1. stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
viento
aire
noun
2. benaming voor slingerende planten met kegelvormige bloemen uit het geslacht Convolvus
cacho
cachuelo
campanillas
corregüela menor
enredadera
enredadera de campanilla
/
ˈʋɪndə(n)/
verb
1. een draad of kabel draaiend op een as of klos aanbrengen
enrollar
bobinar
envolver
noun
energía eólica
energía del viento
adjective
1. weerstoestand waarbij er veel wind aanwezig is
ventoso
noun
1. wedstrijd waarbij honden een kunsthaas moeten achtervolgen op een baan
carrera de galgos
noun
- 2. windturbine
aerogenerador
- 1. molen die door de wind gedreven wordt
molino de viento
noun
1. een gebied waar windenergie gewonnen wordt met behulp van een aantal molens
parque eólico
noun
1. toestel waarmee energie wordt opgewekt
aerogenerador
noun
1. ronde open zak, meestal is de zak in het rood en wit, die de richting en de sterkte van de wind aangeeft
manga
noun
1. plaats waar koopwaar wordt verkocht
tienda
comercio
noun
1. gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd
centro comercial
noun
1. een werktuig bedoeld om rechte hoeken mee uit te zetten
escuadra
/
ˈwɪŋkəl.jʏˈfrɑu/
noun
1. een vrouw die beroepsmatig in een winkel, een supermarkt, een warenhuis of buiten werkt, met name klanten bedient, waren verkoopt of achter de kassa zit
vendedora
dependienta
soltera
noun
1. degene die een strijd of wedstrijd in zijn voordeel beslist
ganador
noun
1. een vrouwelijk persoon die een (wed)strijd in haar voordeel beslist
ganadora
vencedora
/
ˈwɪnə(n)/, /
ˈʋɪnə(n)/, /
ˈβ̞ɪnə(n)/
verb
- 1. als beste partij uit een wedstrijd komen
- 2. iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
- 4. iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten
ganar
- 3. een grondstof uit de natuur halen
producir
/
ʋɪnst/
noun
1. datgene wat men meer heeft dan voordat men investeerde
beneficio
ganancia
provecho
/
ʋɪntər/
noun
1. seizoen
invierno
noun
1. klein gedrongen vogeltje met opgewipt staartje,
chochín
troglodito
adjective
1. typerend voor de winter
invernal
noun
1. een toestand van hypothermie en inactiviteit bij sommige warmbloedige dieren in de winter
hibernación
noun
1. zuidelijke keerpunt van de zon
solsticio de invierno
/
ʋɪp/
noun
1. een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
balancín
subibaja
/
'ʋɪpə(n)/
verb
- 1. op en neer bewegen
balancear
- 2. geslachtsgemeenschap hebben, paren
coger
/
ˈwɪpstul/
noun
1. zetel waarin je comfortabel voor- en achterover kunt schommelen
balancín
mecedora
silla mecedora
noun
1. de formele studie van patronen en structuren.
matemáticas
matemática
/
ʋɪsˈkʏndəx/
adjective
1. op wiskunde betrekking hebbend of er gebruik van makend
matemático
adjective
caprichoso
inconstante
/
ʋɪsəl/
noun
- 1. speciale constructie in een spoorweg om een voertuig naar een ander spoor te leiden
desvío
- 2. handelspapier voor de overdracht van geld
letra de cambio
noun
bandera española
banderita española
cinco negritos
lantana
lantana cuasquito
maestrante del Brasil
/
wɪsələ(n)/
verb
permutar
cambiar
mudar
trocar
noun
cambio
conversión
transformación
noun
wisselkoers
tipo de cambio
tasa de cambio
noun
libranza de letras de colusión
noun
1. een elektrische spanning die afhankelijk van de tijd van teken wisselt
tensión alterna
noun
1. wisselstroom
corriente alterna
noun
motor eléctrico de corriente alterna
adjective
accidentado
aleatorio
inconstante
variable
noun
variabilidad
vicisitud
verb
1. het niet meer laten bestaan van
borrar
noun
1. iets van weinig betekenis, kwestie die eenvoudig op te lossen is
bagatela
/
ʋɪt/
noun
1. lichtst mogelijke kleur
blanco
albar
/
wɪt.ˈrʏs.lɑnd/, /
ʋɪt.ˈrʏs.lɑnt/, /
β̞ɪt.ˈrʏs.lɑnt/
pronoun
land in Oost-Europa.
Bielorrusia
/
ˌwɪtˈrʏsɪs/, /
ˌʋɪtˈrʏsis/, /
ˌβ̞ɪtˈrʏsis/
pronoun
1. een Slavische taal die vooral in Wit-Rusland wordt gesproken
bielorruso
noun
1. fijn tarwebrood
pan blanco
adjective
verde blanquecino
noun
1. loof van met dat doel in het donker geteelde varianten van cichorei, Cichorium intybus var. foliosum
endivia
escarola
pronoun
1. dag voor Goede Vrijdag
Jueves Santo
noun
1. gepelde en gepolijste rijst
arroz blanco
noun
1. alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van voornamelijk witte druiven
vino blanco
noun
delito de guante blanco
criminalidad de cuello blanco
noun
1. (een) fijn tarwebrood
pan blanco
noun
1. en 2. (bladeren van) sluitkoolgewas dat lichtgroen tot wit van kleur is
col repollo
noun
1. een heldere, kleurloze en nagenoeg geurloze sterkedrank
vodka
/
ˈʋudə/
noun
1. een gevoel van erge kwaadheid
cólera
ira
rabia
furia
/
'ʋudənt/
adjective
1. bijzonder boos
furioso
colérico
enfadado
interjection
1. krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
guau
noun
1. iemand die woeker drijft
usurero
/
ˈʋu.ləx/
adjective
turbulento
noun
1. klein, gravend, muisachtig knaagdier met stompe snuit
topillo
campañol
noun
1. grote halfaquatische woelmuis
rata de agua
rata topera
/
ˈʋunzdɑx/
noun
1. een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
miércoles
adjective
- 1. onbebouwd, braakliggend
baldío
salvaje
- 4. heel boos, razend
furibundo
furioso
noun
1. grote dorre vlakte, met weinig neerslag en weinig vegetatie
desierto
noun
1. titel voor bestuurder of legeraanvoerder in Slavische gebieden
vaivoda
voevoda
voivoda
/
ˈvɔɪ̯vɔtsxɑp/
noun
1. naam voor bepaalde bestuurlijke gebieden in Oost-Europa
voivodato
voivodia
noun
1. ronde pan die wordt gebruikt in de oosterse keuken, vooral om te roerbakken
wok
paila
sartén china
/
ʋɔl/
noun
1. weefsel van wollen garens
lana
/
wɔlf/, /
ʋɔlf/
noun
1. bepaald zoogdier, Canis lupus
lobo
loba
noun
1. scheikundig element met symbool W en atoomnummer 74
wolframio
tungsteno
/
ˈwɔlᵊfsbʏrᵊx/
pronoun
1.
Wolfsburgo
noun
1. sporenplant van het geslacht Lycopodium
licopodio
noun
lechetrezna
euforbia
lecheruela
titímalo
noun
1. samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
nube
/
ˈwɔl.kə.ˌlos/, /
ˈʋɔɫ.kə.ˌlos/, /
ˈβ̞ɔɫ.kə.ˌlos/
adjective
1. zonder wolken
descubierto
despejado
/
ˈwɔlkə(n)ˌkrɑbər/, /
ˈʋɔɫkə(ŋ)ˌkrɑbər/, /
ˈβ̞ɔɫkə(ŋ)ˌkrɑbər/
noun
1. een zeer hoog gebouw dat met bewolkt weer zichtbaar in de wolken kan steken
rascacielos
rascacielo
noun
1. aaneengesloten bewolking over de gehele hemel
capa de nubes
/
wɔlˈvɪn/, /
ʋɔlˈvɪn/
noun
vrouwelijke wolf
loba
/
wɔnd/, /
ʋɔnt/, /
β̞ɔnt/
noun
1. een beschadiging in of aan het lichaam
herida
noun
1. een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt
milagro
noun
1. Ricinus cummunis, een snelgroeiende boom van tropische oorsprong uit de wolfsmelkachtigen
ricino
adjective
1. opmerkelijk, ongewoon
milagroso
noun
E1503
aceite de palma-christi
aceite de ricino
noun
guisante silvestre
trébol de las arenas
vulneraria
/
ˈwo.nə(n)/, /
ˈʋo.nə(n)/, /
ˈβ̞o.nə(n)/
verb
1. een permanente behuizing hebben
vivir
habitar
residir
noun
1. een doorgaans afgesloten constructie waarin men kan leven
vivienda
noun
1. een kamer ingericht om in te wonen en gasten te ontvangen
sala de estar
/
ʋoːrt/, /
ˈʋʊːrt/, /
ˈβoːrd/, /
ˈβoːrt/
noun
- 1. spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
- 2. belofte
- 3. het woord van god of de inhoud van de bijbel
palabra
vocablo
noun
1. de semantische inhoud van een woord
acepción
significado
/
ˈʋɔːrdə(n)ˌbuk/
noun
1. een boek waarin de woorden en uitdrukkingen van een taal zijn gerangschikt met hun...
diccionario
vocabulario
léxico
/
ˈʋɔːrdə(n)ˌlɛɪst/
noun
1. een lijst bestaande uit woorden
vocabulario
noun
ataque de diccionario
noun
caudal de palabras
torrente de palabras
verborragia
noun
altercado
discusión
disputa
intercambio de palabras
noun
constituyente sintáctico
noun
1. lexicaal veld
campo léxico
noun
1. volgorde van woorden in een zin
orden de las palabras
orden de palabras
noun
formación de palabras
/
ˈwɔrdə(n)/, /
ˈʋɔrdə(n)/, /
ˈβ̞ɔrdə(n)/
verb
volverse
ser
convenir
convertirse
devenir
noun
1. geschiedenis van het ontstaan en de groei van iets
génesis
noun
1.
trabajólico
workahólico
/
ʋɔrm/
noun
- 1. een betrekkelijk klein, lang, ongewerveld dier met een zacht lichaam
gusano
lombriz
entozoario
- 4.
tornillo sin fin
noun
een hypothetische mogelijkheid binnen de ruimte-tijd
agujero de gusano
/
ʋɔrp/
noun
- 2. het aantal jonge dieren dat een moederdier bij één dracht op de wereld zet
camada
- 1. de handeling van het werpen van iets
lanzamiento
noun
1. een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
salchicha
embutido
longaniza
verb
luchar
bregar
forcejear
/
ˈʋɔrtəl/
noun
- 2. Ondergronds gedeelte van een plant
- 3. Getal
- 4. Woord
raíz
- 1. Groente peen
zanahoria
verb
1.wortel schieten
arraigar
enraizar
noun
perejil nabo-arraigado
noun
1. het sap van wortelen dat gedronken kan worden
jugo de zanahoria
zumo de zanahoria
noun
tarta de zanahoria
torta de zanahoria
pronoun
1. Finoegrische taal die door de Woten in Ingrië gesproken werd
voto
/
ʋʌːt/, /
ʋʌːut/
noun
1. groot bos
bosque
/
ʋʌʊ̯/, /
β̞ʌːβ̞/
noun
- A 1. benaming voor roofvogels uit het geslacht Milvus
milano
aguililla
- B 1. bepaald soort plant, Reseda luteola
gualda
noun
1. het vergelden van doorgemaakt lijden
venganza
noun
deseo de venganza
sed de venganza
verb
- afkeuren, verwerpen
desaprobar
- juridisch
recusar
adjective
1. heel onvriendelijk
cruel
despiadado
feroz
noun
1. bovenkant van de voet tussen tenen en enkel
empeine
/
ˈvrɛi̯fklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
fricativa
consonante fricativa
verb
1. handeling
frotar
restregar
friccionar
refregar
/
'ʋrɪŋən/
verb
1. met een draaiende beweging iets vervormen
torcer
retorcer
/
'wruɣɪŋ/
noun
arrepentimiento
remordimiento
noun
1. oorspronkelijk een rol van twee ineengedraaide repen stof, gevuld met haar of wol, aangebracht bovenop de helm om vijandelijke slagen te breken
burelete
/
wœyvə/
verb
- 2. heen en weer buigen, zwenken
agitarse
- 1. een groet brengen door met de handen te zwaaien
saludar con la mano
noun
1. Numenius arquata, een vogel uit de familie van de snipachtigen (Scolopacidae)
zarapito real
adjective
2. verlangend naar genot
lascivo
libidinoso
lujurioso
sensual
voluptuoso
noun
concupiscencia
sensualidad
verb
1. iets of iemand vermoorden door het dichtknijpen van de keel
estrangular
pronoun
1. West-Germaanse taal die in het de Poolse plaats Wilamowice wordt gesproken
vilamoviciano
noun
1. de vierentwintigste letter van het alfabet
x
/
ˈɪksɑs/
noun
1.
eje de las equis
noun
2. afwijking van de normale stand van de benen, waarbij de knieën naar binnen gericht zijn.
piernas torcidas
/
ˈɪkstralə(n)/
noun
1. röntgenstraling
rayos X
pronoun
2. spelwoord voor de letter x
xilófono
/
ksɑnˈtɪpə/
noun
1. een boosaardige en kijfachtige vrouw
arpía
adjective
1. welgezind jegens vreemdelingen en/of buitenlanders
xenófilo
/
ksenofɪˈli/
noun
1. het welgezind zijn jegens vreemdelingen of buitenlanders
xenofilia
malinchismo
/
ksenofoˈbi/
noun
1. een afkeer van alles wat vreemd of buitenlands is
xenofobia
noun
1. iemand die een sterke afkeer van vreemdelingen heeft
xenófobo
/
ˈksenɔn/
noun
1. een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Xe en het atoomnummer 54
xenón
/
ˈksenotrɑnsplɑnˌtatsi/
noun
1. een transplantatie van dierlijke organen bij de mens
xenotrasplante
/
ˌksɪːroɣraˈfi/
noun
1. een droge, niet-chemische en fotografische methode die gebaseerd is op elektrostatische aantrekkingsverschijnselen
xerografía
/
ˈksɪːrɔks/
noun
1. een fotokopie die gemaakt is door middel van xerografie
xerografía
/
ˈksɪːrɔksɑpaˈrat/
noun
1. een fotokopieerapparaat om xeroxen te maken
fotocopiadora xerox
/
ˈksɪːrɔksə(n)/
verb
1. kopieën maken volgens het systeem van de xerografie
sacar xerografías de
/
ˈɛkstəsi/
noun
1. de afkorting voor ecstasy, een hallucinerende drug
XTC
/
ˈɛkstəsilɑboraˌtɔːriəm/
noun
1. een laboratorium waar xtc gemaakt wordt
laboratorio de XTC
/
ksiˈlen/
noun
1. een oplosmiddel voor stoffen als lak en rubber
xileno
/
ˌksiliˈtɔl/
noun
1. een zoetstof die bereid is door hydrogenatie van xylose
xilitol
noun
1. melodisch slaginstrument dat bestaat uit een reeks op toon gestemde hardhouten staafjes waar met kleine hamertjes op geslagen wordt
xilofón
xilófono
/
ksiloɣraf/
noun
1. een houtsnijder of houtgraveur
xilógrafo
/
ˌksiloɣraˈfi/
noun
- 1. houtsnijkunst
- 2. houtsnede of houtgravure
xilografía
/
iˈɣrɛk/, /
ɛɪ̯/, /
ɛː/
noun
1. de vijfentwintigste letter van het alfabet
y
noun
1. een van de beide geslachtschromosomen dat in de helft van de zaadcellen voorkomt
cromosoma Y
noun
1. antenne met dipool, reflector en director(en)
antena yagi
noun
1. antenne met dipool, reflector en director(en)
antena yagi
noun
1. spel met vijf dobbelstenen en een kaart met de geëiste worpen
yahtzee
noun
1. cilinderslot met een platte sleutel
cerradura Yale
noun
1. een tropisch voedselgewas
batata
noun
1. actieve, mannelijke beginsel in de kosmos (volgens de Chinese filosofie), een van beide principes die samen de tao vormen
yang
noun
1. een Amerikaan uit het noordelijke deel van de Verenigde Staten
yanqui
noun
- 2. spelwoord voor de letter y
Yucatàn
- 1. Amerikaan uit het noordelijke deel van de Verenigde Staten
yanqui
noun
1. een geschreeuwde leuze
grito de ánimo
noun
1. de munteenheid van Japan
yen
/
ˈjeti/
noun
1. een legendarisch monster met de bijnaam 'de verschrikkelijke sneeuwman' die voor zou komen in de Himalaya
yeti
noun
1. het passieve vrouwelijke beginsel in de kosmos volgens de Chinese filosofie, een van beide principes die samen de tao vormen
yin
/
ˈjoxa/
noun
1. het streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie...
yoga
/
ˈjɔxərt/, /
ˈjɔχərt/
noun
1. lichtzuur en enigszins lobbig zuivelproduct,...
yogur
/
'jɔxɵrtɛɪs/
noun
- 2. roomijs met yoghurtsmaak
helado de yogur
- 1. consumptie-ijs op basis van yoghurt
yogur helado
noun
1. een beoefenaar van de yoga
yogui
noun
- 2. spelwoord voor de letter y
Yucatàn
- 1. de letter y
i griega
noun
1. scheikundig element met symbool Yb en atoomnummer 70
iterbio
noun
1. lelieachtige sierplant uit Noord-Amerika
yuca
noun
1. een jong, kindloos persoon die snel carrière gemaakt heeft en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl heeft
yuppie
noun
1. jong, kindloos persoon die snel carrière gemaakt heeft en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl heeft
yuppie
noun
1. een ronde nomadentent
yurta
/
sɛt/, /
zɛt/
noun
1. de zesentwintigste letter van het alfabet
z
/
ˌzɛtoˈzɛt/
interjection
1. kijk op de achterkant van deze pagina
v.a.d.
/
zaːt/
noun
- 2. zaadcellen uit de mannelijke geslachtsorganen van een mens of een dier
semen
esperma
- 1. een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant van dezelfde soort groeit
simiente
semilla
/
'zadbɑl/
noun
1. een orgaan waar de spermacellen gevormd worden
testículo
noun
1. een vorm van kanker die ontstaat in de zaadbal
cáncer de testículo
/
ˈzadbɑŋk/
noun
- 2. een spermabank
banco de esperma
banco de semen
- 1. een zandbank met mosselzaad
criadero de mejillones
/
ˈzatsɛl/
noun
1. de mannelijke geslachtscel
espermatozoide
/
'zadlɛɪdər/
noun
conducto deferente
ducto deferente
/
zax/
noun
1. een stuk gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen
sierra
noun
1. plat stuk metaal met een lange kartelrand om hard materiaal door te snijden
hoja de sierra
noun
1. een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
serrín
aserrín
serraduras
/
'zaxsəl/
noun
1. een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
serrín
aserrín
serraduras
/
'zaxtɑnt/
noun
- 1. scherpe tandvormige karteling aangebracht op de rand van een zaagblad
diente de sierra
- 2. iets in de vorm van een zaagtand
muesca
mella
noun
1. benaming voor haaiachtige vissen met aan de kop een zaagvormig uitsteeksel uit de familie Pristidae
pez sierra
priste
verb
1. zaad strooien
sembrar
noun
1. persoon die het land inzaait
sembrador
adjective
competente
ducho
experto
noun
1. recht om een goed te volgen in andere handen
derecho de persecución
reipersecutoriedad
/
zal/
noun
sala
salón
gran sala
local
pronoun
2. spelwoord voor de letter z
Zorro
pronoun
Nahuatltaal die in 1983 gesproken werd door 125 duizend mensen, vooral in het bergachtige gebied rond Zacapoaxtla
náhuatl de la sierra noreste de Puebla
pronoun
2. boek in de Bijbel
Zacarías
pronoun
2. spelwoord voor de letter z
Zorro
adverb
4. aangenaam voor de zinnen
suave
ligero
adjective
apacible
bondadoso
manso
suave
/
zɑxt'mudəx/
adjective
apacible
suave
adjective
1. niet al te ruw, de dingen ontziend
apacible
bondadoso
dulce
manso
tierno
noun
zitplaats op dier of fiets
silla
silla de montar
verb
1. een zadel plaatsen op
ensillar
noun
1. voor rijden geschikt paard
caballo de montar
/
'zadəlpɵnt/
noun
1. een punt op een gekromd vlak dat in de ene richting een maximum en in de andere een minimum is
punto de silla
/
ˈza.ɣə(n)/, /
ˈza.χə(n)/
verb
1. in stukken delen door middel van een zaag
serrar
aserrar
noun
aserradero
aserrio
serrería
noun
- 2. een plek in kleding waarin kleine spullen kunnen worden meegedragen
bolsillo
bolsa
- 1. slappe, vormeloze tas
saco
bolsa
bolso
- de zak geven (zie ook ontslaan)
saquar
noun
carné
librito de memoria
/
ˈzɑgduk/
noun
1. een doek om de neus in te snuiten
pañuelo
/
zaːkən/
noun
2. commerciële activiteiten
negocios
/
'zakəmɑn/
noun
1. iemand die met zakendoen zijn brood verdient
hombre de negocios
empresario
noun
1. onderdeel van het burgerlijk recht m.b.t. de rechtsverhouding tot een goed
derecho de bienes
verb
2. niet slagen voor een examen
suspender
bajar
noun
1. iemand die ongemerkt waardevolle zaken steelt
ratero
noun
1. lamp op zakformaat
linterna de bolsillo
linterna
noun
1. een draagbare bron van licht, gewoonlijk van energie voorzien middels batterijen
linterna de bolsillo
noun
1. een draagbare bron van licht, gewoonlijk van energie voorzien middels batterijen
linterna de bolsillo
/
ˈzɑkmɛs/
noun
1. een klein invouwbaar mes, vaak met extra gereedschappen
navaja
noun
1. een woordenboek in klein formaat
diccionario de bolsillo
noun
smeerbare massa om op de huid aan te brengen
ungüento
pomada
adjective
2. bijzonder aangenaam, hemels
beato
bienaventurado
phraseologicalUnit
1. een uitdrukking om iemand een gelukkige paasviering te wensen
Felices Pascuas
Feliz Pascua
noun
- 2.
gloria
- 1.
gloria
salud eterna
salvación
/
zɑlm/, /
zɑɫm/
noun
1. benaming voor een aantal vissoorten uit de familie Salmonidae
salmón
lõhe
noun
1. een stuk zalm dat door zorgvuldig snijden ontdaan is van alle minderwaardige bestanddelen
filete de salmón
noun
1. consumptievis, meestal regenboogforel (Oncorhynchus mykiss), met zalmkleurig vlees
trucha asalmonada
adjective
1. een lichtroze kleur zoals die van zalm
asalmonado
salmonado
noun
ensalada de salmón
ensalada salmón
/
zɑlvə(n)/
verb
2. het aanbrengen van een welriekende olie, meestal als inhuldiging in een politieke of religieuze hoedanigheid
ungir
/
'zɑm.bi.ja/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zambia, dat geheel door land wordt omsloten
Zambia
/
ˈzɑmbo/
noun
1. een persoon van gemengd negroïde en indiaanse afkomst.
garífuna
lobo
zambo
noun
1. losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen en schelpen
arena
noun
1. een bak gevuld met zand om in te spelen
arenero
cajón de arena
noun
1. een ophoping van zand op de bodem van een zee of meer
alfaque
noun
1. een van zand gebouwd miniatuurkasteel
castillo de arena
noun
1. een korreltje zand
grano de arena
noun
1. toestel waarmee de tijd wordt gemeten door zand uit het bovenste reservoir via een smalle doorgang naar het onderste reservoir te laten lopen
reloj de arena
noun
1. een wezen dat zand in de ogen van kinderen zou strooien
hombre de arena
noun
een harde, droge wind die boven een woestijngebied een grote hoeveelheid zand en stof doet opwaaien
tormenta de arena
tormenta de polvo
noun
1. zandweg. Weg met onverhard wegdek
camino arenoso
camino de arena
noun
1. een balk in de lengterichting bevestigd onder het bovenblad van de klankkast van een snaarinstrument
barra armónica
/
ˈzɑŋər/
noun
1. een mannelijk iemand die zingt
cantante
noun
1. een vrouwelijk iemand die zingt
cantante
cantora
noun
maestro de cantos
profesor de canto
noun
1. Turdus philomelos, een lijstersoort die algemeen is in Nederland en Vlaanderen
zorzal común
/
zanəkə(n)/
verb
1. hinderlijk ergens over blijven klagen
chinchar
importunar
machacar
noun
1. een dag van de week die na vrijdag en voor zondag komt
sábado
noun
1. algehele dronkenschap
embriaguez
noun
1. zwart-wit gestreepte paardachtige
cebra
noun
1. een patroon van witte strepen aangebracht op het wegdek ter aanduiding van een beschermde voetgangersoversteekplaats
paso de cebra
adjective
1. zoals het volgens normen en waarden behoort
moral
noun
1. de leer van de gezamenlijke plichten der zedelijke wezens
moral
ética
adjective
casto
dengoso
gazmoño
melindroso
mojigato
/
ze/, /
zeː/
noun
1. uitgestrektheid zoutwater
mar
noun
1. grote zwarte zwemvogel, onderfamilie van de eend, gans, zwaan, die leeft aan de kusten en op zee
negreta
noun
1. op de zeebodem levend bolvormig stekelig ongewerveld diertje
erizo de mar
noun
1. smalle doorgang tussen twee zeeën
estrecho
estrecho de mar
noun
1. zeevis (Conger conger)
congrio
noun
1. bepaald soort tropische boom, Terminalia catappa
almendra tropical
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Actiniaria
anémona de mar
actina
anemone de mar
/
ˈzeʲʔɑˌkʋarijəm/
noun
1. zoutwateraquarium voor zeevissen
sal marina acuario
noun
1. bepaald soort roofvogel die in kustgebieden leeft, Haliaeetus albicilla
águila marina
pigargo europeo
noun
1. inham van een zee
brazo de mar
noun
1. blad van de plant Zeeaster
estrella de arroyos
tripolio
áster
áster marítimo
noun
1. een atlas met zeekaarten
atlas marítimo
atlas náutico
noun
1. baarsachtige zeevis, Dicentrarchus labrax
róbalo
noun
1. gevarieerde vismaaltijd
maricos
pescados
/
ˈzebenə(n)/
noun
1. zeevaste benen hebben
no marearse
adjective
1. bestand tegen het zeewater
resistente al agua del mar
noun
1. aardbeving waarvan het epicentrum op de bodem van de zee ligt
maremoto
noun
1. iemand die zich toelegt op de studie van het leven in zee.
biólogo marino
noun
1. het grondvlak van een zee
fondo del mar
lecho marino
/
ˈzebɔŋk/
noun
1. ervaren zeeman
lobo de mar
noun
1. stenen strekdam dienend om de kracht van de golven te breken
escollera
malecón
rompeolas
pronoun
1. en 2. dorp, deelgemeente en zeehaven
Zeebrugge
noun
1. een zeeofficier in opleiding bij de marine
alférez de fregata
guardiamarina
noun
pino de las Landas
pino marítimo
pino negral
pino resinero
pino rodeno
rondeño
noun
1. opgeworpen bescherming tegen de zee, langs de kust of langs de monding van een rivier
dique de mar
noun
1. bepaald soort grote zeevis, Lophius piscatorius
rape
noun
1. werktuig om grovere van fijnere bestanddelen te scheiden
cedazo
colador
noun
1. het dierlijk leven in de zee
fauna de mar
noun
1. een van de beenderen van de schedel
hueso etmoides
/
'zevdrɵk/
noun
serigrafía
adjective
1. zich in volle zee begeven
para servicio de mar
noun
1. de deining van de zee
oleaje
noun
1. uiteinde van een rivier of zeearm dat toegang biedt tot de open zee
estuario
noun
1. een zeeslag
batalla naval
combate naval
noun
- 2. schilderij met de zee als onderwerp
marina
- 1. zicht op de zee
vista al mar
/
'zeɣodə(n)/, /
'zeɣɔt/
noun
dios del mar
noun
1. vrouwelijke godheid die woont en heerst over de zee, ofwel de vrouw van een zeegod
diosa del mar
noun
1. benaming voor planten aangepast aan het leven in zout water uit het geslacht Zostera
hierba de mar
pelota marina
sebas de mar
adjective
1. blauwachtig groen, kleur van de zee
verde mar
noun
1. haven die in verbinding staat met de zee
puerto de mar
puerto marítimo
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de familie Phocidae
foca
noun
1. de pels van de zeehond
piel de foca
noun
1. pier of dijk die in zee uitsteekt
muelle
embarcadero
noun
1. een geografische kaart waarmee men zijn positie op zee kan bepalen
carta de marear
carta de navegación
carta marina
carta marítima
carta náutica
noun
1. klimaat dat veel invloed van een meestal nabijgelegen zee of oceaan ondergaat, onder meer gekenmerkt door koele zomers...
clima marítimo
clima oceánico
noun
1. plantenetend zoogdier uit de orde Sirenia
manatí
vaca marina
/
ˈzekut/
noun
1. zwart-witte zeevogel, Uria aalge
arao común
noun
1. benaming voor op de op komkommers lijkende zeedieren uit de klasse Holothuroidea
pepino de mar
noun
1. bepaald soort op de kusten van centraal Europa voorkomende plant, Crambe maritima
berza marina
col marina
noun
1. kreeftachtige, leeft in zee en kustgebieden
masera
noun
1. in zee levende kreeft
bogavante
noun
1. de begrenzing van land door de zee
costa
noun
1. neteldier in de vorm waarin het vrij in het water zwemt
medusa
aguamala
/
ˈzelɑnt/, /
ˈzeːlɑnd/, /
ˈzeːlɑnt/
pronoun
1. een provincie in het zuidwesten van Nederland, die aan Noord-Brabant, Zuid-Holland, België en de Noordzee grenst
Zelanda
noun
1. iemand die zelen vervaardigt.
cordelero
noun
1. grote oorrob
león marino
otaria
noun
1. een groep van personen die voor hun beroep de zee bevaren
marineros
marinos
noun
1. bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis, Tinca tinca
tenca
noun
1. lucht aan of op zee
aire de mar
/
zem/
noun
- 1. een stuk zeemleer waarmee men een glazen ruit droog kan wrijven
gamuza
- 2. zeemleer, leer gemaakt van gemzenhuid
piel de gamuza
noun
Marina
fuerzas navales
noun
1. vaardigheid in het bedienen, onderhouden en het besturen van een schip
arte de navegar
noun
1. begrafenis waarbij het lichaam van de overledene aan de zee wordt toevertrouwd, graf in de golven
tumba en el mar
noun
1. onthaaltehuis voor zeelieden aan de wal
residencia para marineros
noun
1. een door zeelieden gebruikte knoop om een touw vast te maken
nudo marinero
noun
1. mythisch zeewezen
sirena
noun
1. benaming voor zeevogels uit de familie Laridae
gaviota
noun
1. afstandsmaat, in gebruik op zee, 1852m
milla náutica
milla marina
milla marítima
noun
1. in zee geplaatste onder water drijvende bom, bedoeld om vijandelijke vaartuigen te vernietigen
mina submarina
noun
1. een mogendheid met een oorlogsvloot, zeemacht
potencia marítima
noun
1. gedrocht dat in de zee zou leven
monstruo marino
noun
1. een natie met een zeevloot
pueblo de marinos
noun
1. een waternimf die in zee woont
nereida
oceánidas
noun
1. hoogte van de zeespiegel
nivel del mar
noun
1. officier bij de zeevaardij
oficial de marina
noun
1. rob uit het geslacht Mirounga
elefante marino
noun
1. een oorlog die wordt uitgevochten op zee
guerra naval
noun
1. schuimverwerkend reinigingsmiddel
jabón
noun
- 2. het paard van Neptunus
caballo de Neptuno
- 1. walrus
morsa
/
ˈzepaːrtʲə/
noun
2. benaming voor zeevisjes waarvan de kop op een paardenkop lijkt en die rechtopstaand zwemmen, uit het geslacht Hippocampus
caballito de mar
caballito marino
hipocampo
noun
1. in zee levende kongeraal, Conger conger
congrio
noun
1. bolvormig vlies van water en zeep dat een hoeveelheid gas (meestal lucht) omringt
pompa de jabón
noun
1. polder die ontstaat langs de kust, door bedijking van kwelders, als deze hoog genoeg zijn aangeslibd
pólder
noun
1. brieven en verzendingen over zee
correo maritímo
noun
1. zwaar ongeluk op zee, schipbreuk
desastre marítimo
noun
1. wettelijke bepaling met betrekking tot de zeevaart, zeerecht omvat een groot aantal verdragen die in de afgelopen eeuwen tot stand zijn gekomen
derecho marítimo
noun
1. reis per schip over de zee
travesía
/
ˈzerɔp/
noun
2. benaming voor grote zeezoogdieren uit de familie Phocidae
foca
noun
1. geweldpleging gevolgd door roof tegen een schip op volle zee, dit zonder machtiging van een oorlogvoerende natie
piratería
noun
1. te volgen weg over zee onder de meest gunstige omstandigheden
via marítima
noun
1. iemand die op zee een schip berooft
pirata
bucanero
corsario
noun
1. het uitvoeren van een zeeroof
corso
piratería
noun
1. een verzamelplaats van zeerovers
nido de piratas
noun
1. het uitwendig skelet van zeeweekdieren
concha marina
noun
1. benaming voor zeedieren uit de familie Cheloniidae
tortuga marina
galápago
noun
1. een zeewaardig schip gebouwd om de zee te kunnen trotseren
barco de altura
nave de altura
noun
1. luchtige massa die bij heftige beweging van golven in zeewater ontstaat
espuma de mar
verb
1. de bezigheid van een zeeschuimer
practicar la pirateria
noun
1. militair treffen op zee
batalla naval
combate naval
/
ˈzeslɑk/
noun
1. in zee levende slak
caracol marino
/
ˈzeslɑŋ/
noun
1. giftig reptiel dat leeft in ondiepe zeegebieden en riviermondingen
serpiente marina
serpiente de mar
noun
1. relatief kleine, maar zeer zeewaardige sterke boot die gebouwd is om schepen in nood te helpen, te bergen, drijvende vrachten over zee te slepen en olieplatforms te bevoorraden
remolcador de altura
noun
1. benaming voor schijfvormige zeedieren met vijf armen uit de klasse Asteroidea
estrella de mar
estrellamar
noun
1. stormachtige wind over de zee
temporal
noun
1. een smalle doorgang tussen twee zeeën en daarmee tevens de scheiding tussen twee landmassa's
estrecho
noun
1. een grote constante beweging van het zeewater
corriente marina
noun
1. bepaald soort platvis, Solea solea
lenguado
noun
1. iemand die voor zijn beroep de zee bevaart
navegante
noun
1. scheepvaart over de zee
navegación
noun
1. stuurmanskunst, de kennis om een schip over zee te brengen
náutica
adjective
1. betreffende de zeevaartkunde
náutico
noun
1. school waar de leerlingen een opleiding krijgen voor een beroep op een zeeschip
academia naval
escuala de náutica
escuala naval
escuela de marina
adjective
1. een varende functie op een zeeschip uitoefenen
navegante
noun
1. vaste zeeroute tussen twee of meer plaatsen
comunicación marítima
noun
1. zeescout
scout de mar
adjective
1. vers product recht uit de zee
fresco
noun
1. vis die in de zee leeft
pez de mar
noun
1. visvangst vanuit de zee, per schip of van het strand
pesca marítima
/
ˈzeˌvoχɔɫ/, /
ˈzeːˌvoːɣəl/
noun
1. een vogel die vooral in de directe omgeving van de zee leeft
ave marina
noun
2. allerlei eetbare schaal- en schelpdieren
marisco
adjective
1. geschikt om veilig op zee te varen
navegable
noun
1. de mate waarin een schip of bemanning zeewaardig is
navegabilidad
adjective
1. naar zee gericht, in de richting van de zee
hacia el mar
/
ˈzeʋatər/
noun
1. water waarin diverse zouten zijn opgelost en waarmee de zeeën gevuld zijn
agua de mar
noun
1. waterkering tegen de zee
fortificación marítima
noun
1. al de maritieme zaken
asuntos marítimos
marina
noun
1. in zee levend wier
alga marina
noun
1. wind vanuit de zee, die landinwaarts waait
brisa marina
viento del mar
viento marero
/
ˈzeʋɔɫf/
noun
1. bepaald soort roofvis, Anarhichas lupus
lobo marino
verb
1. zeilen op zee
practicar la vela en el mar
noun
1. misselijkheid als gevolg van de onregelmatige beweging van een schip
mareo
noun
mamífero marino
mamífero del mar
noun
1. zout, uit zeewater gewonnen
sal marina
/
'zezʋalyw/
noun
1. benaming voor slanke meeuwachtige zeevogels met gevorkte staart uit de familie Sternidae
golondrina de mar
/
ˈzexəl/
noun
- 1. een middel om een voorwerp zodanig af te sluiten dat er later nagegaan kan worden of het geopend is
- 2. een stukje papier meestal voorzien van een plaklaag dat dient om aan te geven dat betaling heeft plaatsgevonden
sello
/
ˈzeːɣə(n)/, /
ˈzeːχə(n)/
noun
- 1. verlening van goddelijke of bovennatuurlijke bijstand
bendición
- 4. breed en naar verhouding niet erg hoog sleepnet
traína
verb
1. de zegen geven
bendecir
santiguar
adjective
afortunado
feliz
próspero
noun
- 3. bepaald soort palm uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, Serenoa repens
sabal
serenoa
- 1-2. ereteken voor een geboekte overwinning
trofeo
/
'zexəvirə(n)/
verb
1. de overwinning behalen
vencer
triunfar
noun
1. een geslacht van zowel bladverliezende als groenblijvende kruidachtige planten
carrizo
jisca
/
ˈzεɣə(n)ˌsxɑp/, /
ˈzεχə(n)ˌsχɑp/
noun
1. het recht om over iets te beslissen
poder de decisión
noun
1. persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert
portavoz
noun
1. doek dat in een mast gehesen is met als doel wind te vangen
vela
noun
1. een boot waarmee gezeild kan worden
velero
embarcación a vela
/
ˈzɛɪlə(n)/
verb
- 2. zich in een zeilboot met behulp van de wind over het water voortbewegen
- 1. voortgestuwd worden door de druk van de wind tegen een opgehouden zeil
navegar a vela
noun
2. een zeilboot
velero
noun
1. een schip waarmee gezeild kan worden
velero
barco de vela
noun
1. de sport van het zeilen
vela
noun
1. maaiwerktuig met gebogen snijblad en lange stok
guadaña
noun
1. een persoon met een zeis als verpersoonlijking van de dood
Parca
/
ˈze.kər/
adjective
1. waaraan niet getwijfeld hoeft te worden
seguro
cierto
/
ˈze.kə.rə(n)/
verb
1. het touw waarmee iemand klimt op een veilige manier vasthouden
asegurar
amarrar
/
'zekərɦɛɪt/
noun
certeza
certidumbre
seguridad
noun
1. elektronisch element ter voorkoming van een te grote stroom
fusible
noun
disyuntor termomagnético
interruptor magnetotérmico
adverb
1. bijzonder weinig voorkomend
raramente
adjective
1. naar verhouding gering in aantal
raro
/
zɛlf/, /
zɛɫf/
demonstrativePronoun
- 1. in eigen persoon
mismo
misma
- 2. in tegenstelling met iets anders
propio
mismo
noun
- 2. de mogelijkheid voor een volk om te bepalen onder welke soevereiniteit het wil vallen
autodeterminación
- 1. wilsvrijheid van het individu
autodeterminación
autonomía
libre elección
noun
2. internationaal bepaald begrip dat volkeren van de hele wereld...
derecho de autodeterminación
derecho de libre determinación de los pueblos
noun
1. seks waarbij iemand zichzelf een orgasme bezorgt
onanismo
adjective
- 2. zelfverzekerd
con aplomo
con seguridad
- 1. aantonend zelfbesef te hebben
consciente de sí mismo
demonstrativePronoun
mismo
noun
1. Het zich benemen van het leven
suicidio
/
ˈzɛɫfmoːrt/
noun
1. handeling waarbij men een einde maakt aan zijn eigen leven.
suicidio
noun
ataque suicida
atentado suicida
/
'zɛlfpɔrtrɛt/
noun
1. een kunstwerk gebaseerd op de afbeelding van het eigen gezicht
autorretrato
adjective
1. op zichzelf staand
independiente
noun
1. woordsoort die een zekere mate van zelfstandigheid van het genoemde uitdrukt, in veel talen standaard gecombineerd met een lidwoord
sustantivo
substantivo
nombre
noun
independencia
autonomía
noun
1. verdediging van zichzelf
autodefensa
defensa personal
noun
medicamento de venta directa
medicamento de venta libre
medicamento de venta sin receta
noun
B 1. ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen
acemite
salvado
/
'zɛndəlɪŋ/
noun
1. persoon die uitgezonden wordt om mensen tot het geloof in het protestantse christendom te bekeren
misionero protestante
verb
1. sturen
enviar
mandar
remitir
noun
- 2.
emisor
emisora
estación radiofónica
transmisor
- 1.
remitente
noun
ajuga
búgula
consuelda media
hierba del carpintero
pinillo
/
zenɪt/
noun
1. het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
cenit
noun
1. een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
nervio
/
ˈzenʏˌʋɑxtəx/
adjective
1. onrustig, bezorgd en gespannen over iets wat gaat gebeuren
nervioso
/
ˈze.ny.sɛl/, /
ˈze.nyʊ̯.sɛɫ/, /
ˈzeː.nyʊ̯.sɛl/
noun
een zeer belangrijke cel in het zenuwstelsel
neurona
célula nerviosa
noun
1.een geneesmiddel met een kalmerend effect
tranquilizante
noun
1. het gehele zenuwsysteem
sistema nervioso
noun
1. klasse silicaat-mineralen met een kristalstructuur die kanalen en holtes bevat in de grootteorde van nanometers
zeolita
ceolita
/
ˈzɛs.də/, /
ˈzɛz.də/
ordinalAdjective
nummer zes in een rij
sexto
cardinalNumeral
1. het getal 26
veintiséis
/
zɛsɦuk/
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit zes hoeken en derhalve ook zes zijden
hexagone
hexágono
cardinalNumeral
1. het getal 16
dieciséis
ordinalAdjective
decimosexto
cardinalNumeral
1. het getal 60
sesenta
ordinalAdjective
sexagésimo
/
zɛt/
noun
- beweging waarbij iets verplaatst wordt
empujón
- handeling gedurende een spelbeurt
movimiento
noun
- 1. constructie bestemd om prettig op te zitten
asiento
sede
- 2. lidmaatschap van een raad of vergadering met een beperkt aantal leden
cargo
sede
- 3. plaats waar een organisatie gevestigd is
sede
noun
distribución de escaños
noun
1. een medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
supositorio
verb
1. iets schikken
poner
noun
- 3. het vaststellen van een bedrag, een prijs
acuerdo
arreglo
- 4. inklinken
consolidación
rebaja
noun
1.
composición tipográfica
noun
1. vrouwelijk varken of everzwijn
cerda
puerca
marrana
cochina
verb
2. iets met grote inspanning verplaatsen
arrastrar
/
zœys/
pronoun
1. Griekse oppergod
Zeus
/
ˈzøvən/
cardinalNumeral
1. het getal 7
siete
/
ˈzøvən/
verb
1. de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
tamizar
noun
1. soort struik, Juniperus sabina
enebro corveño
/
ˈze.vən.də/
ordinalAdjective
séptimo
sétimo
/
ˈzøvənənˌtwɪntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 27
veintisiete
noun
plant en kruid
meliloto azul
/
ˈzøvənˌtin/
cardinalNumeral
1. het getal 17
diecisiete
ordinalAdjective
decimoséptimo
/
ˈzøvəntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 70
setenta
ordinalAdjective
septuagésimo
noun
- 2. speeksel
saliva
- 3. kletspraat
tontería
phraseologicalUnit
1.
acarrearse
phraseologicalUnit
1.met veel energie zich met iets gaan bezighouden
abalanzarse
noun
- 1. wat gezien kan worden
visibilidad
- 2. gezichtsvermogen
vista
- 1. kleine zeis
hocete
hocino
reflexivePersonalPronoun
se
adjective
1. lichamelijke toestand
enfermo
morboso
adjective
1. geneigd om vaak ziek te zijn
enclenque
noun
caja de enfermedad
seguridad social
noun
1. compensatie voor loon gederfd door ziekte
subsidio de enfermedad
/
ˈzi.kǝn.ˌɦœʏs/
noun
1. instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
hospital
noun
1. een voertuig ingericht voor het vervoer van patiënten, gewoonlijk naar een ziekenhuis toe
ambulancia
noun
1. een van de zeven sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk alsmede van de Orthodoxe Kerk dat door een priester wordt toegediend aan zieken die in doodsgevaar verkeren
unción de los enfermos
noun
1. dodelijke prionziekte waarbij de hersenen worden aangetast
enfermedad de Creutzfeldt-Jakob
noun
1. ziekte die het centrale zenuwstelsel steeds verder aantast
enfermedad de Parkinson
/
zil/
noun
1. het veronderstelde wezen van het niet-stoffelijke van de mens
alma
adjective
digno de lástima
adverb
con mucho gusto
con muchísimo gusto
de buena gana
de muy buena gana
verb
1. op sterven liggen
agonizar
boquear
verb
1. waarnemen met het oog
ver
/
ˈzɪftə(n)/
verb
1. de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
cribar
zarandar
zarandear
/
siˈɣønər/
noun
gitano
bohemio
/
sɛɪ̯/, /
zɛɪ̯/, /
zɛː/
noun
- 1. een van beide kanten van een lichaam
costado
lado
- 2. stof
seda
/
sɛɪ̯/, /
zɛɪ̯/, /
zɛː/
personalPronoun
- 1. 3e persoon enkelvoud vrouwelijk
ella
- 2. 3e persoon meervoud
ellos
ellas
noun
- 1. kant
lado
- 2. vezel van de cocon van de zijdevlinder
seda
noun
2. benaming voor klein Zuid-Amerikaanse aapjes uit het geslacht Mico
tití
noun
1. de larve van de zijdevlinder
gusano de seda
noun
1. een orgaan op de zijde van een groot aantal vissen dat verandering in waterdruk waarneemt
línea lateral
noun
1. de vlinder die uit de zijderups komt
mariposa del gusano de seda
noun
1. rups van de zijdevlinder, Bombyx mori
gusano de seda
/
zɛɪkɑnt/
noun
1. datgene dat de zijde vormt
lado
noun
1. een orgaan op de zijde van een groot aantal vissen dat verandering in waterdruk waarneemt
línea lateral
possessivePronoun
1. derde persoon enkelvoud m/o
su
sus
verb
- 3. zich bevinden.
estar
ser
- 5. gelijk zijn aan.
- 1. bestaan
- 6. tot de groep behoren van
- 11. zijn + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm
- 7. de eigenschap hebben.
- 10. zijn + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van ergatieven
ser
estar
noun
1. een rivier die niet in zee maar in een andere rivier uitmondt
afluente
noun
carretera secundaria
travesía
/
zɪlt/
adjective
1. met een relatief hoog zoutpercentage
salino
salobre
phraseologicalUnit
medalla de plata
noun
1. grote meeuwensoort
gaviota argéntea
noun
1. AgNO₃
nitrato de plata
noun
1. een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae), de naam van deze plant komt door het zilverig uiterlijk ...
anserina
noun
1. kleine in zuur ingelegde bol van Allium cepa
cebolleta
noun
1.1 bepaald soort insect Lepisma saccharina
pececillo de plata
lepisma de la harina
lepisma del azúcar
/
'zɪlvərvlisrɛist/
noun
rijst waarvan de zemelen en de kiem niet verwijderd zijn
arroz integral
adjective
1. lichtgrijs met een metaalglans
blanco plateado
/
zɪm.ˈbɑ.b<sup>ʊ</sup>ə/, /
zɪm.ˈbɑp.wə/
pronoun
land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zimbabwe
Zimbabue
noun
- 2. een verlangen om iets te doen
deseo
placer
- 1. een serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen
frase
oración
- 5. mogelijkheid om waar te nemen
sentido
sentido corporal
- 4. een bestaansreden
significación
significado
adjective
- 1.1 van kinderen: poepend en plassend op een toiletpot
aseado
entrenado
limpio
- 1.2 van huisdieren: alleen buitenshuis of binnenshuis op een daarvoor bestemde plaats poepend en plassend
entrenado
limpio
- 2. schoon, rein
limpio
puro
noun
1. een jong kind leren om de natuurlijke behoeften te beheersen en alleen uit te oefenen op een aangewezen plek
entrenamiento para ir al baño
verb
1. het musiceren met de menselijke stem
cantar
noun
1. , een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal
zinc
cinc
verb
1. in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken
hundir
adjective
amarillo de zinc
noun
1. ZnO
óxido de cinc
óxido de zinc
adjective
1. iets dat geen zin (nut) heeft
inútil
vano
adjective
- 1. van de zintuigen
físico
sensible
sensorio
- 2.-3.
libidinoso
lujurioso
sensual
voluptuoso
adjective
- 2. waar een logisch verband in te ontdekken is
- 1. dat wat zin heeft, een toekomstig nut dient
sensato
noun
1.syntactische eenheid binnen een zin
elemento oracional
noun
1. samenhangend deel van een betoog, tekst of zin
Phrase
frase
verb
1. op minder duidelijke wijze naar iets refereren
aludir
/
ˈzɪntœx/, /
ˈzɪntœyx/
noun
1. orgaan
sentido
/
zijoˈnɪsmə/
noun
sionismo
noun
1. scheikundig element met symbool Zr en atoomnummer 40
circonio
zirconio
/
zɪr'koːn/
noun
1. een mineraal
circón
zircón
noun
sala de estar
salón
cuarto de estar
noun
1. een plaats waar men kan zitten
asiento
/
ˈzɪ.tə(n)/
verb
1. op het zitvlak rusten
estar sentado
estar
sentarse
/
zɪtɪŋ/
noun
- 1. het gevoerde deel van een stoel waarop men zit
asiento
- 2. de tijd dat een raad of ander lichaam werkzaam bijeen is
sesión
junta
noun
1. achterste, achterwerk
culo
nalgas
posaderas
trasero
interjection
1. op die manier
así
tan
adverb
1. net, even tevoren
hace un momento
conjunction
- 1. in die mate als
- 2. bijvoorbeeld
como
adverb
1. in die mate
de tal forma
conjunction
en daardoor
manera, de ~ que, de modo que
adverb
1. op die wijze
por eso
verb
1. proberen te vinden
buscar
noun
- 2. een richtmiddel op een camera of vuurwapen
alza
buscador
- 4.
buscador
noun
1. een instrument waarmee men informatie kan zoeken in een bepaalde collectie...
motor de búsqueda
verb
1. zo behandelen dat iets niet meer terug te vinden is
perder
noun
1. een reis die men onderneemt op zoek naar iets
búsqueda
pronoun
1. Bantoetaal die door 12 miljoen mensen in Zuid-Afrika wordt gesproken
zulú
verb
1. een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt
zumbar
noun
1. het met de lippen aanraken van een persoon of een voorwerp
beso
verb
1. met de mond liefkozen
besar
/
ˈzut/
adjective
- 5. gehoorzaam, braaf
bueno
- 1. ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker
dulce
noun
1. een zetmeel houdende knol behorend tot dezelfde orde van planten als de aardappel
batata
/
ˈzu.tə(n)/
verb
1. zoet maken
azucarar
/
ˈzuthʌʊt/
noun
1. Glycyrrhiza glabra, een plant die tot de vlinderbloemigen behoort
regaliz
alcazuz
orozuz
palo dulce
noun
2. zoetstof zonder suiker
edulcorante
edulcorante artificial
endulzante
sustituto del azúcar
/
ˈzoːɣ.ə(n)/
verb
1. moedermelk geven
amamantar
dar el pecho
/
zo.ɣə.'namt/
adjective
1. door anderen zo genoemd (waarmee de gebruiker afstand nemend van de naam of het begrip zelf), niet echt
llamado
/
zo.ɣə.'namt/
adverb
1. naar (betwijfelde) bewering
presunto
seudo
conjunction
en tanto
hasta que
mientras
tanto como
/
ˈzɔldər/
noun
3. ruimte onder een (schuin) dak
desván
ático
buhardilla
altillo
noun
1. een luik dat toegang biedt naar een zolder
trampilla del desván
adverb
1. op willekeurige wijze, zonder nadenken of voorbereiden
sencillamente
noun
1. door magie uit de dood teruggebracht persoon
zombi
zombie
verb
1. van zomen voorzien
dobladillar
noun
1. bepaald soort loofboom, Quercus robur
roble común
carballo
roble
/
ˈzo.mər.ˌhœʏ̯s/, /
ˈzo.mər.ˌhœːs/
noun
1. huis om de zomer en de vakanties door te brengen
casa de veraneo
noun
campamento de verano
campo de verano
adjective
1. typerend voor de zomer
veraniego
noun
satirión de tres testículos
noun
1. regeling waarbij de klok gedurende de lente- en zomermaanden een uur vooruit wordt gezet
horario de verano
noun
1. bepaald soort lichtbeige vogel, Streptopelia turtur
tórtola europea
noun
1. de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat de aarde overdag verlicht
sol
noun
1. een dag van de week die na zaterdag en voor maandag komt
domingo
noun
1. overtreding van een goddelijke wet of regel
pecado
preposition
1. In afwezigheid van
sin
adjective
1. bij alle anderen bevreemding opwekkend
raro
/
zɔndəɣə(n)/
verb
1. het overtreden van een religieuze wet
pecar
noun
1. een catostrofale Bijbelse vloed
diluvio
/
ˈzoːnə/
noun
1. bepaald gebied dat is afgebakend van aangrenzend gebied
zona
/
ˈzɔneˌklɪps/
noun
1. het verschijnsel dat de maan voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
eclipse solar
eclipse de Sol
adverb
1. als dit niet het geval zou zijn
sino
noun
1. de zichtbare elektromagnetische straling van de ster waarrond onze aarde draait
luz solar
/
'zɔnəʔenɛr'ɣi/
noun
1. energie die gewonnen wordt uit de straling van de zon
energía solar
/
ˈzɔnəban/
noun
1. de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
eclíptica
/
zɔnəbɑt/
noun
het doelbewust de huid aan de stralen van de zon blootstellen om bruin te worden
baño de sol
noun
1. ligbank met lampen die ultraviolette stralen uitzenden waardoor de huid bruin wordt
solario
solárium
noun
1. vensterluik met horizontale latjes, om de zonnestralen buiten te houden
celosía
persiana
/
ˈzɔnəˌblum/
noun
1. bepaald soort tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem, Helianthus annuus
girasol
mirasol
noun
1. de vaak pijnlijke gevolgen van een blootstelling van de huid aan een te grote dosis ultraviolet licht
quemadura de sol
quemadura solar
noun
1. substantie tegen verbranding van de huid
protector solar
noun
1. een bril met speciale glazen (dikwijls polaroid) om de ogen tegen het zonlicht te beschermen
gafas de sol
gafas oscuras
noun
constante solar
constante solaire
noun
atrapamoscas
cola de raposo
drosera
hierba del rocío
rabo de ratón
rocío del sol
noun
- 1. plant
equinácea
- 2. hoed voor op het strand
sombrero de playa
/
ˈzɔ.nə.ˌjar/
noun
1. de tijd die het de aarde kost één keer rond de zon te draaien
año solar
noun
Cántico de las criaturas
/
ˈzɔnəpɑˌnel/, /
ˈzɔnəpɑˌnɪːɫ/
noun
1. een paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in elektriciteit
panel solar
panel fotovoltaico
noun
1. een scherm voor een venster om de zon buiten te sluiten
colgadizo
marquesina
parasol
quitasol
sombrilla
noun
1. het licht dat van de zon afkomstig is
sol
luz del sol
noun
1. plotselinge aandoening van de hersenen ten gevolge van te felle zonneschijn of te grote hitte
insolación
golpe de calor
golpe de sol
hipertermia
noun
1. keerpunt van de zon
solsticio
noun
rayo de sol
rayo solar
noun
energía solar fotovoltaica
noun
1. magnetische onregelmatigheid aan de oppervlakte van de zon die vanaf de aarde te zien is als een wat donkere vlek
mancha solar
noun
2. auto
automóvil solar
/
ˈzɔnəˌwɛndə/, /
ˈzɔnəˌʋɛndə/, /
ˈzɔnəˌβ̞ɛndə/
noun
1. de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke of zuidelijke positie (de keerkringen) bereikt
solsticio
noun
reloj de sol
reloj solar
noun
1. de stroom deeltjes die de zon uitstraalt
viento solar
adjective
1. zonovergoten, met zonneschijn
soleado
asoleado
/
zɔn'zɔndərχɑŋ/
noun
1. het ondergaan van de zon
puesta del sol
ocaso
noun
1. het opkomen van de zon
salida del sol
/
zɔnˈsɔpkɔmst/
noun
1. het 's morgens boven de horizon uitkomen van de zon
salida del sol
amanecer
alborada
aurora
/
ˈzɔnsvərˌdœʏ̯stərɪŋ/, /
ˈzɔnsvərˌdœːstərɪŋ/
noun
1. het verschijnsel dat de maan voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
eclipse solar
/
zuː/
noun
1. verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren.
zoológico
zoo
jardín zoo
/
ˈzox.diːr/, /
ˈzoːɣ.diːr/, /
ˈzoχ.diːr/
noun
1. werveldier dat zijn jongen zoogt
mamífero
/
ˈzox.diː.rə(n)/, /
ˈzoχ.diː.rə(n)/
noun
mamíferos
noun
1. onderkant van de voet
suela
planta
noun
- 1. rand aan de buitenkant
borde
linde
orilla
vera
- 2. tegen uitrafeling beschermende omslag van het uiteinde van een kledingstuk
dobladillo
/
zoːn/
noun
1. een mannelijk kind
hijo
noun
- 2. verpleging, voorzien in een behoefte
cuidado
- 1. behoedzame overweging
preocupación
inquietud
adjective
1. onbekommerd, zonder zorgen
descuidado
verb
1. zorg dragen
cuidar
procurar
adverb
1. met zorg voor alle details
cuidadoso
detenidamente
adjective
1. met de nodige zorg
cuidadoso
solícito
adjective
1. dwaas, gek
bobo
estulto
extravagante
necio
ridículo
sandio
noun
1. iemand die zich dwaas gedraagt
bobo
necio
tonto
/
zɑu̯t/
adjective
1. zout bevattend of zout smakend
salado
salino
/
zɑu̯t/
noun
1. alledaagse naam voor keukenzout
sal
adjective
1. op zout gelijkend
salado
adjective
1. overdrachtelijk: waar alle belangwekkendheid aan ontbreekt
insípido
soso
verb
1. met zout conserveren
salar
/
ˈzɑutˌvacə/
noun
2. tafelgereedschap dat het zout bevat en strooit
salero
noun
1. decoratieve pot die het zout bevat
salero
noun
1. een oplossing
ácido clorhídrico
ácido de sal
indefiniteCardinalNumeral
- 1. een bepaalde hoeveelheid
- 2. een onbepaald, bekend of bekend geacht aantal
tanto
/
ˈzo.zo/
adjective
mas o menos
/
zoʔo'lox/
noun
1. een wetenschapper die zich bezig houdt met de studie van dieren.
zoóloga
zoólogo
/
ˌzowospɛrˈmi/
noun
zoospermia
noun
- 1. onbedwingbare drang, verslaving
manía
- 1. hoorbare uitademing
suspiro
verb
1. hoorbaar diep uitademen, meestal als uiting van frustratie
suspirar
/
zœʏ̯t/, /
zœːd/, /
zœːt/
adverb
sur
/
zœʏ̯t.'a.fri.ka/, /
zœː'.dɑ.fri.ka/, /
zœːt.'a.fri.ka/
pronoun
land in het zuiden van Afrika
Sudáfrica
África del Sur
noun
Merluccius capensis
merluza del Cabo
/
ˌzœʏ̯t aˈmɪːrika/, /
ˌzœːd aˈmeːrika/
pronoun
een continent dat ten zuiden van Noord-Amerika ligt, tussen de Grote en de Atlantische Oceaan
América del Sur
Suramérica
Sudamérica
pronoun
1. Australische deelstaat in het zuiden
Australia meridional
pronoun
1. is een randzee van de Grote Oceaan en ligt ten zuiden van China
mar de la China Meridional
pronoun
Territorio británico de ultramar de las islas Georgias y Sándwich del Sur
islas Georgias del Sur y Sándwich del Sur
/
zœʏ̯.ˈtɔ.lɑnt/, /
zœːt.ˈɦɔ.lɑnt/, /
ˈzœːd.hɔ.lɑnd/
pronoun
1. een provincie in het zuidwesten van Nederland, die aan Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant, Zeeland en de Noordzee grenst
Holanda Meridional
/
ˌzœʏ̯t koˈre.ja/, /
ˌzœːt koˈre.ja/
pronoun
1. en 2., land en republiek in Azië
Corea del Sur
adjective
1.
austral
del sur
meridional
noun
hemisferio austral
hemisferio meridional
adjective
austral
meridional
pronoun
1. grootste eiland van Nieuw-Zeeland
isla Sur
pronoun
1. Noordpool
Polo Antártico
Polo Austral
Polo Sur
noun
bebé
crío
lactante
niño de pecho
/
ˈzœy̯.ɣə(n)/
verb
- 1. (met de mond) naar zich toe trekken
chupar
sorber
- 2. de moedermelk in zich opnemen
mamar
noun
1.
bomba de pistón
bomba de émbolo
noun
anillo de pistón
segmento
segmento de pistón
noun
segmento
segmento de pistón
adjective
1. voorzichtig met het uitgeven van geld of andere kostbare zaken
ahorrador
económico
/
ˈzœʏ̯.nəχ.ˌɦɛɪ̯t/, /
ˈzœː.nəx.ˌɦɛːt/, /
ˈzœː.nɪx.ˌhɛɪ̯d/
noun
1. het zuinig zijn
economía
verb
1. zwaar of gulzig drinken
chingar
empinar
noun
1. verzamelnaam voor melkproducten
productos lácteos
noun
1. voedingsmiddel op basis van melk
producto lácteo
adjective
1. onbezoedeld, zonder verontreiniging
inmaculado
limpio
puro
verb
1. van verontreinigingen ontdoen
purificar
depurar
limpiar
acendrar
apurar
noun
depuración
purificación
noun
estrella de arroyos
tripolio
áster marítimo
noun
1. en 2. een geslacht van meest overblijvende, kruidachtige planten uit de duizendknoopfamilie...
acedera
noun
1. een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht
hermana
noun
- 2.
enfermera
- 1. vrouwelijk kind van dezelfde ouders
hermana
/
zyːr/
noun
1. zure vloeistof
ácido
agrio
noun
constante de acidez
constante de disociación ácida
constante de ionización ácida
/
ˈzyrɣrat/
noun
1. de mate waarin iets zuur is, gewoonlijk gemeten als de negatieve logaritme (-log) van de concentratie waterstofionen
acidez
grado de acidez
noun
1. fijngesneden en licht gezouten kool die enige tijd gefermenteerd is
chucrut
/
ˈzyːrstɔf/
noun
1. een scheikundig element en een bij kamertemperatuur kleurloos twee-atomig gas O₂
oxígeno
noun
- 2. vrucht
guanábana
- 1. plant
guanábano
yaca
verb
1. begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
saludar
noun
faro de destello
luz giratoria
/
zʋan/
noun
1. benaming voor watervogels met lange sierlijke hals uit het geslacht Cygnus
cisne
adjective
van groot gewicht
pesado
noun
1. water waarin de waterstofatomen vervangen zijn door de waterstofisotoop deuterium
agua pesada
noun
1. een lang, scherp wapen
espada
noun
1.1 bepaald soort zeevis, Xiphias gladius
pez espada
emperador
espada
noun
1. Orcinus orca, een soort van walvis, vrij gedrongen van bouw en een opvallende rugvin
orca
adjective
1. van groot lichaamsgewicht
corpulento
obeso
adjective
adusto
melancólico
sombrío
noun
1. de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
gravitación
gravedad
noun
lente gravitacional
lente gravitatoria
adjective
2. zeer belangrijk
grave
importante
/
ˈzwɑbərə(n)/
verb
1. het reinigen met een zwabber
barrer con una mopa
/
zwaɣəˈrɛs/
noun
1. de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote.
cuñada
/
zwaɣəˈrɨn/
noun
1. de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote.
cuñada
/
zʋɑk/
adjective
débil
endeble
noun
debilidad
facilidad
flaqueza
flojedad
fragilidad
/
zwɑktə/
noun
adinamia
debilidad
noun
1. benaming voor trekvogels uit de familie Hirundinidae
golondrina
noun
1. bepaald soort moerasplant met roze bloemen, Butomus umbellatus
junco florido
adjective
1. de toestand waarin een vrouw verkeert wanneer er in de baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
embarazada
encinta
preñada
en estado
noun
1. de tijd dat een vrouw een ongeboren kind met zich draagt
embarazo
gravidez
noun
1. een voortijdige en kunstmatige beëindiging van een zwangerschap
aborto
interrupción del embarazo
noun
diabetes mellitus gestacional
noun
1. een voortijdige en kunstmatige beëindiging van een zwangerschap
aborto
interrupción del embarazo
noun
2. produkt dat via de urine tekenen van een zwangerschap onthult
prueba de embarazo
adjective
1. kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
negro
noun
1. gebied van de ruimte-tijd waaruit niets, zelfs geen licht kan ontsnappen omdat de zwaartekracht te sterk is
agujero negro
hoyo negro
noun
1. betaalmiddelen die afkomstig zijn uit belastingontduiking of onwettige handel
dinero negro
noun
1. een publicatie van gegevens over een misstand
libro negro
noun
1. vruchtje van Ribes nigrum
grosella negra
casis
cassis
phraseologicalUnit
mercado negro
noun
1. gepelde, ongepolijste zaden van specifieke rijstsoorten (Oryza sativa), met een heel donkere kleur
arroz negro
pronoun
1. de zee die ligt ingeklemd tussen Europa en Klein-Azië
mar Negro
Mar Negro
/
zʋɑrt'xɑləx/
adjective
1. melancholisch, somber
melancólico
sombrío
noun
1. het somber en cynisch zijn als stemming of persoonlijkheidskenmerk
hipocondría
pesimismo
noun
1. pessimist
pesimista
noun
1. bepaald soort vogel, Sylvia atricapilla
curruca capirotada
noun
apio caballar
apio caballuno
/
zʋavəl/
noun
1. scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16
azufre
adjective
1. een laag gehalte aan zwavel bevattend
con bajo nivel de azufre
noun
dióxido de azufre
E220
anhídrido sulfuroso
verb
1. met zwaveldamp desinfecteren
azufrar
sulfurar
sulfatar
adjective
sulfúreo
sulfúrico
noun
1. een verbinding van waterstof en zwavel met de formule H₂S
sulfuro de hidrógeno
noun
1. een sterk zuur bestaande uit zwavel, waterstof en zuurstof met een wateronttrekende en bijtende werking
ácido sulfúrico
/
ˈzweːdə(n)/, /
ˈzʋedə(n)/, /
ˈzβ̞eːdə(n)/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa, grenzend aan Noorwegen en Finland. De officiële naam is het Koninkrijk Zweden (Konungariket Sverige)
Suecia
/
zwed/, /
zʋet/, /
zβ̞et/
noun
1. een inwoner van Zweden, of iemand afkomstig uit Zweden
sueco
/
zweds/, /
zʋets/, /
zβ̞ets/
adjective
1. betreffende Zweden of het Zweeds
sueco
sueca
/
zweds/, /
zʋets/, /
zβ̞ets/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken in Zweden en Finland
sueco
noun
1. kabelbaan
teleférico
verb
volar a vela
volar sin moto
vuelo a vela
noun
1. een piloot die een zweefvliegtuig bestuurt en/of die de sport zweefvliegen beoefent
piloto de planeador
noun
1. toestel met vleugels dat zich ongemotoriseerd door de lucht verplaatst door gebruik te maken van opstijgende luchtstromingen
planeador
noun
1. vliegveld waar men zweefvliegen beoefend
campo de vuelo sin motor
noun
1. een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen
látigo
noun
1. vocht dat door de huid wordt uitgescheiden als koeling en middel om sommige afvalstoffen kwijt te raken
sudor
noun
1.een klier in het lichaam dat zweet produceert
glándula sudorípara
noun
2. eenhandsfluit
flauta de tres agujeros
txistu
/
zʋɛlɣə(n)/
verb
- 2. zich onmatig verlustigen in, te buiten gaan aan
deleitar
revolcar
- 1. gulzig opeten of -drinken
engullir
tragar
verb
1. in volume toenemen
hincharse
/
ˈzwɛmbɑd/, /
ˈzʋɛmbɑt/, /
ˈzβ̞ɛmbɑt/
noun
1. een bassin om in te zwemmen
piscina
alberca
noun
1. kledingstuk voor mannen dat gebruikt wordt om in te zwemmen
bañador
noun
1. kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
traje de baño
verb
1. zich gecoördineerd door het water voortbewegen
nadar
natación
/
ˈzʋɛmvɛst/
noun
1. een in het water om het lijf gedragen vest met hoog drijfvermogen om verdrinken te voorkomen
chaleco inflable
/
'zʋɛmvlis/
noun
- 2. schoeisel
aleta
- 1. huidplooi
membrana interdigital
verb
hacer dar vueltas
hacer girar
voltear
volver
noun
cañuela gigante
festuca
/
'zʋɪːrə(n)/
verb
- 1. met een eed bekrachtigen
jurar
- 2. etteren
supurar
ulcerarse
/
zʋɛrm/
noun
1. een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
enjambre
/
'zʋɛrvə(n)/
verb
1. doelloos of nomadisch heen en weer reizen
errar
vagar
vagabundear
/
'zʋetə(n)/
verb
1. transpireren
sudar
transpirar
/
'zʋevɪŋ/
noun
1. een geluidsverschijnsel dat veroorzaakt wordt door de interferentie van twee tonen met een gering verschil in toonhoogte
batimiento
noun
1. klierachtig, hormoonvormend orgaan
timo
noun
1. toegeven, wijken
ceder
rendirse
noun
- 2. gratie, elegantie
aire
gracia
- 1. draai, zwaai
giro
adverb
agraciado
elegante
gallardo
gentil
verb
1. ervan afzien te spreken
callar
callarse
/
'zʋɛɪxɛlt/
noun
dinero por callar
adjective
1. weinig sprekend
callado
noun
1. een varken
cerdo
puerco
/
ˈzʋɛinəstɑl/
noun
1. ruimte bestemd voor de huisvesting van varkens; 2. (figuurlijk) vuile boel
pocilga
/
zʋɪk/
noun
- 2. hoekstuk tussen een cirkel en de rechthoekige omlijsting hiervan
enjuta
- 4. het zwikken, verstuiking
torcedura
distorsión
esquince
/
'zʋɪŋəl/
noun
1. houten werktuig om vlas- en hennepvezels van de scheven te bevrijden
espadilla
/
ˈzwɪtsər/, /
ˈzʋɪtsər/, /
ˈzβ̞ɪtsər/
noun
1. een inwoner van Zwitserland, of iemand afkomstig uit Zwitserland
suizo
/
ˈzwɪtsərˌlɑnd/, /
ˈzʋɪtsərˌlɑnt/, /
ˈzβ̞ɪtsərˌlɑnt/
pronoun
1. een soeverein land in het zuiden van Centraal-Europa met als hoofdstad Bern en als officiële talen het Duits, het Frans, het Italiaans en het Reto-Romaans
Suiza
adjective
- 1. vochtig warm, drukkend, benauwd
bochornoso
sofocante
- 2. zinnelijk, erotisch sensueel
sensual
/
zi'mozə/
noun
1. de fermentatie van suikers door gist
fermentación
interjection
1. inleiding op een opmerking die met het voorgaande verbonden is
a propósito
/
ˈɔŋstrøm/
noun
1. lengtemaat met een waarde van 10-10 m
ángstrom
/
eːn/
cardinalNumeral
1. de inhoud van de kleinste niet-lege verzameling
uno
un
una