adverb
1. gedurende de avond
晚上
noun
4. de naam van een toon
羽
/aka'pɛla/
adverb
1. zonder instrumentale begeleiding
无伴奏
abbreviation
  1. 1. het akkoord a-c-e
  2. 2. de toonsoort
小調
abbreviation
  1. 1. het akkoord a-c-e
  2. 2. de toonsoort
小調
noun
1. (plantkunde) bepaalde soort esdoorn
枫属
noun
  1. 3. paling
  2. 4. kleine en jonge paling
鳗鱼
noun
慈善
noun
1.bepaald soort plant, Artemisia absinthium
中亚苦蒿
noun
1. benaming voor vogels uit het geslacht Phalacrocorax
鸬鹚
noun
铁砧
noun
1. het smeedblok waarop de smid het gloeiend metaal smeedt
鐵砧
verb
Nog na te kijken vertalingen
介绍
noun
保荐
verb
3. zich ~ (van zaken): zich vertonen, zich voordoen
出版
noun
1. een aanbieding
句子
noun
1. waardepapier
股
noun
  1. 1. een herinnering
  2. 2. een object ter herinnering ergens aan
记忆
verb
1. aanwijzen
指定
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
既然
verb
2. toenemen
增大
noun
1. een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
话
noun
1. leesteken om geciteerde woorden van die van de auteur te onderscheiden
引号
verb
  1. 2. arresteren
    关
  2. 3. in beslag nemen
    没收
noun
1. iemand die een proces aanspant
原告
verb
1. een bestemming bereiken
到達
noun
1. datgene wat men aankoopt
买
verb
3. doen branden
点燃
verb
1. zich opgeven
报名
verb
1. fysiek contact maken met iets
  1. 摸
  2. 接触
  3. 接觸
noun
3. een fysieke aanval op iemand met als doel seksuele handelingen af te dwingen
性侵犯
noun
责任
verb
1. doen ontbranden
点燃
noun
1. apparaatje om vuur te maken
打火机
adverb
1. binnen zeer korte tijd
马上
noun
1. een telbare hoeveelheid
数
noun
2. klein formaat bundel onbeschreven papier die men bij zich draagt om opmerkingen in op te schrijven
本子
noun
笔记
adjective
1. bekoorlijk
好看
verb
2. accepteren, in bezit ontvangen
接受
noun
1. een bevelhebber, een leider
首領
noun
1. verzoek, vaak min of meer officieel
请求
noun
1. een papieren of elektronisch blad waarin men de benodigde informatie dient in te vullen voor het aanvragen ergens van
请求
noun
1. verzoek, vaak min of meer officieel
请求
verb
2. sterker worden
增大
adjective
在场
noun
1. het aanwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
出现
/ˈanzuk/
noun
1. verzoek
申请
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de orde der primaten
  1. 猴子
  2. 類人猿
  3. 无尾猿
  4. 無尾猿
noun
  1. 1. bloeiwijze van granen
  2. 2. bovenste deel van de halm van gras- of graangewassen
穗
/aːrt/
noun
1. wezen, natuur, karakter
自然
noun
1. bepaald soort plant, Solanum tuberosum
  1. 土豆
  2. 马铃薯
noun
1. een salade die gemaakt wordt uit aardappelen
馬鈴薯沙拉
noun
地球大气层
/\ˈaːrt.bɛi̯\/
noun
2. eetbare vrucht van planten uit het geslacht Fragaria
草莓
adjective
草莓红
noun
1. een schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst, meestal te wijten aan ...
地震
noun
土
/ˈardə/
pronoun
地球
/ˈardə/
noun
  1. 1. planeet
    土
  2. 2. grond
    地
  3. de dampkring van de aarde
    地球大气层
noun
陶瓷材料
/artxɑs/
noun
1. een gas dat uit de aarde komt en dat grotendeels uit methaan bestaat
天然气
/ˈart.ɦɔ.mɔɫ/, /ˈart.ɦɔ.məɫ/, /ˈaːrd.hɔ.məl/
noun
1. benaming voor insecten uit vier nauw verwante soorten hommels, Bombus (Bombus), die hun nest onder de grond hebben
基调
/ˈar.dəx/, /ˈar.dəχ/, /ˈaːr.dɪx/
adjective
1. aangenaam in omgang
好
noun
1. de aarde, de blauwe planeet
地球仪
/ˈart.kɔrst/
noun
1. het buitenste gedeelte van de planeet Aarde
地壳
noun
地质学
noun
石油
/ˈartpɪːr/
noun
bepaald soort zonnebloem, Helianthus tuberosus
洋姜
/ˈardrɛiksˌkʏndə/
noun
地理学
adjective
1. betrekking hebbende op de aarde, tot de aarde behorend
地面電視
noun
蛞蝓
/ˈaːrtfɑrkə(n)/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Orycteropus afer
土豚
noun
1. het naar beneden schuiven van een grote massa grond
山崩
noun
蚯蚓
pronoun
1. een Waalse provinciehoofdstad
阿尔隆
noun
1. en 2. (blaadjes van) de plant Mentha spicata
綠薄荷
/ˈaːrzbɪsxɔp/, /ˈaːrʦbɪsxɔp/, /ˈaːrʦbɪsχɔp/
noun
1. de voornaamste bisschop van een kerkprovincie.
總主教
/'artsvɛɪɑnd/
noun
宿敌
/'as.xir/
noun
2. iemand die profijt probeert te halen uit de tegenslag van iemand anders
兀鹰
/ˈɑbɑkʏs/
noun
  1. 1. raam met staven
  2. 2. dekplaat van een kapiteel
算盘
/a.bɑ.ˈtwaːr/, /ɑ.bɑ.ˈtβ̞ar/
noun
1. een bedrijf waar dieren geslacht worden
屠宰场
pronoun
1. West-Kaukasische taal gesproken in Rusland en Turkije
阿巴扎语
noun
1. het inkorten van een woord of een frase
缩写
noun
1. de afkorting voor atomaire, bacteriologische en chemische wapens
大规模杀伤性武器
noun
1. een ophoping van pus in het lichaam, daarbij een onnatuurlijke holte vormend
膿腫
/ɑpˈxazis/
pronoun
1. een taal die in Abchazië gesproken wordt
  1. 阿布哈茲語
  2. 阿布哈兹语
noun
放弃
verb
1. afstand doen van de troon, aftreden als vorst
辞职
/ɑbˈdɛɪ̯/, /ɑbˈdɛː/
noun
1. klooster met aan de leiding een abt of abdis
修道院
/ɑbˈdɪs/
noun
1. bestuurster van een abdij.
女修道院院长
noun
肚
noun
1. bepaald soort loofboom, Populus alba
银白杨
adjective
niet levend
非生物的
noun
切除
/ˌɑb.la.ˈtif/, /ˌɑb.la.ˈtiːf/
noun
1. de zesde naamval die onder meer de instantie aangeeft waarvan iets uitgaat of vertrekt
离格
/ˈɑb.laut/, /ˈɑp.lɔut/, /ˈɑp.lʌut/
noun
1. regelmatige, grammaticaal bepaalde klinkerwisseling
元音變換
noun
富足
/ɑbɔ'nerə(n)/
verb
1. een abonnement aangaan
訂閱
/ɑ'bɔrtəs/
noun
墮胎
/abri/
noun
1. een wachthuisje bij een halte van het openbaar vervoer
庇护
noun
  1. 杏
  2. 杏子
  3. 杏實
noun
1. de afstand tot de opstaande as van een coördinatenstelsel
横坐标
noun
1.
请假
noun
bepaald soort plant, Artemisia absinthium
中亚苦蒿
noun
1. grootte van een reëel getal of lengte van een andere grootheid
绝对值
/ɑpsɔr'berə(n)/
verb
吸入
noun
吸收
/ɑb/, /ɑpt/
noun
1. het hoofd van een abdij
住持
/aˈbœys/
noun
错
noun
1. in ruime mate aanwezig of voorhanden zijn
富足
noun
高等专科院校
noun
tak van de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van mijten en teken
螨学
noun
1. toename van de snelheid
加速度
verb
加速
noun
1. een muziekinstrument waarbij door trekken en duwen een toon wordt geproduceerd
手风琴
noun
1. een toestel om elektriciteit op te slaan
蓄电池
noun
1. bepaald soort plant, Malpighia emarginata
西印度櫻桃
noun
1. een ester of zout afgeleid van azijnzuur
乙酸盐
/ˌɑsəˈtilxoˌlinə/, /ˌɑsəˈtiɫχoˌlinə/, /ˌɑsɛˌtylxoˈlin(ə)/
noun
1. een neurotransmitter die vooral betrokken is bij de impulsoverdracht van de zenuw naar de skeletspiercellen
乙酰胆碱
/ˌɑ.sə.ti.ˈlen/
noun
1. een verbinding van waterstof en koolstof met de samenstelling H₂C₂, die als gasvormige brandstof voor het vormen van hete vlammen gebruikt wordt
乙炔
/xxxx/
noun
1.
乙酰水杨酸
pronoun
1. figuur uit de Griekse mythologie
阿喀琉斯
cardinalNumeral
1. het getal 8
八
/ˈɑxtbaːn/
noun
1. een attractie met een karretje dat over een baan met bochten, stijgingen en dalingen rijdt
过山车
cardinalNumeral
1. het getal 88
八十八
cardinalNumeral
1. het getal 28
二十八
cardinalNumeral
1. het getal 68
六十八
preposition
后边
noun
1. een buurt die voornamelijk bewoond wordt door mensen met een laag inkomen
棚户区
adjective
1. op deze wijze na elkaar
下次
/ˈɑxtərkɑnt/
noun
背
/ˈɑxtərklɛɪ̯nzon/
noun
1. de zoon van iemands kleinkind
外曾外孙
verb
1. dumpen, weggaan van, verlaten
留
/ɑxtər'na/
adverb
1. iemand of iets volgend
后来
noun
1. een naam die van geslacht op geslacht en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
姓氏
noun
1. een spiegel aan een auto of motorfiets waarmee men de situatie op de weg achter zich kan zien
后视镜
/'ɑx.tər.vux.səl/
noun
1. een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
后缀
/ˈɑxtˌɦɔndərt/
cardinalNumeral
1. het getal 800
八百
noun
第八
noun
1.
八分音符
noun
1.
八分休止符
cardinalNumeral
1. "18", het getal tussen zeventien en negentien
十八
/ˌasidiˈtɛɪt/
noun
1. de zuurgraad, geeft aan hoeveel H+ er in een oplossing voorkomt
酸味
noun
痤
pronoun
1. braziliaanse deelstaat gelegen in de Regio Noord van het land. Hoofdstad is Rio Branco
阿克里州
noun
首字母縮寫詞
/ɑkˈtør/
noun
1. persoon
  1. 演員
  2. 演员
noun
动作
adjective
1. met iets bezig zijnde
主動
noun
1. Scheikundig element
锕系
noun
1. Scheikundig element
  1. 锕
  2. 錒
noun
1. iets waarmee men actief is
活动
/ɑktyˈwel/
adjective
當代
noun
1. een Chinese behandelingsmethode waarbij, ter genezing van een kwaal...
针灸
noun
  1. 1. gifslang
  2. 2. persoon
龙纹蝰
noun
1. bevoorrechte groep personen
貴族
noun
1. benaming voor sommige soorten grote roofvogels
鹰
/adəm/
noun
呼吸
/ˈa.də.mə(n)/
verb
1. de voor het leven nodige lucht inzuigen en weer uitdrijven
呼吸
/ˈa.də.ˌma.lə(n)/
verb
1. door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
呼吸
noun
1. door levende wezens ingezogen en uitgeblazen lucht
呼吸作用
noun
1. het systeem van luchtopname via de neus of mondholte, door de luchtpijp (trachea) met zijn vertakkingen naar de longen waardoor een organisme van zuurstof wordt voorzien
呼吸器
noun
1. goedaardig klierweefselgezwel
腺瘤
noun
三磷酸腺苷
noun
1. bloedvat met zuurstofarm bloed
管
noun
1. een woordsoort dat wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
形容词
noun
1. een woordsoort dat wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
形容词
/ˌɑtminɪsˈtrasi/, /ˌɑtminɪsˈtratsi/
noun
1. de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
行政
noun
1. opperbevelhebber van een oorlogsvloot
上将
noun
1. de reciproke complexe impedantie
导纳
noun
1. jeugdig persoon, puber
少年
noun
領養
/aˈdrɛs/
noun
1. aanduiding van de plaats waar iemand woont of iets is gevestigd
地址
pronoun
1. randzee van de Middellandse Zee, gelegen tussen Italië en het Balkanschiereiland
亚得里亚海
noun
1. een fenomeen dat optreedt aan het grensvlak van twee fasen, waarbij moleculen of atomen zich aan dit grensvlak hechten
吸附
/a.ˈdu.ki.ˌbon/
noun
1. bepaald soort kleine, rode sojaboon, Phaseolus angularis
紅豆
noun
1. een aankondiging in een krant, reclameblad, tijdschrift ...
广告
noun
1. een gegeven raad
劝告
noun
1. raadgever, raadsman
顾问
noun
1. pleiter, verdediger in rechtszaken
律师
noun
空气动力学
adverb
1. op onregelmatige tijden
有时
/ˈɑfbɛitə(n)/
verb
2. (iemand) afsnauwen, berispen, schelden
责骂
verb
1. geheel door brand teloorgaan
燃烧
verb
1. van richting veranderen
轉彎
verb
显示
noun
1. een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt toegevoegd om zo een nieuw woord te vormen
詞綴
/ɑf.ˈɣa.nɪ.ˌstɑn/, /ɑf.ˈχa.nɪ.ˌstɑn/, /ɑv.ˈɣa.nɪ.ˌstɑn/
pronoun
1. een land gelegen in Centraal-Azië.
阿富汗
/ɑfxodə'rɛi/
noun
偶像崇拜
noun
依赖性
noun
1. het inkorten van een woord of een frase
缩写
noun
黃麴毒素
noun
1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
段
verb
1. ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen
偷听
verb
2. doden, euthanasie bedrijven op een dier
宰杀
noun
1. de ruimte die iets in beslag neemt
号
noun
1. korte spreuk met een kernachtige boodschap
警语
pronoun
1. het continent ten zuiden van Europa, tussen de Indische en de Atlantische Oceaan.
非洲
/afriˈkaːns/
pronoun
1. een van het Nederlands afstammende taal die wordt gesproken in Zuid-Afrika en Namibië
  1. 南非荷兰语
  2. 南非语
noun
1.
春藥
verb
1. tot een einde brengen
取消
verb
2. met een scherm scheiden, omsluiten
分开
verb
1. door een scheurbeweging van een groter geheel losraken
扯
/af.sχɾɪft/
noun
副本
noun
1. een overeenkomst
配合
noun
2. belofte van twee verliefde mensen om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten
約會
verb
1. een onderling vergelijk vastleggen
约会
/ˈɑfstɑnt/
noun
1. de ruimte die zich ergens tussen bevindt
间距
noun
een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt
遥控器
verb
3. doen ontbranden
点燃
verb
  1. 1. rekenkundige bewerking waarbij een getal met een getal verminderd wordt
    减去
  2. 8. (een man) seksueel bevredigen, aftrekken
    手淫
/ ˈɑfɑlə(n) /
verb
  1. 1. gewicht verliezen.
    减肥
  2. 5. niet meer meetellen
    分泌
noun
1. het ontrouw worden aan zijn geloof
  1. 变节
  2. 叛教
  3. 變節
noun
1. water dat gebruikt is in de industrie of in het huishouden en dat na gebruik geloosd wordt
污水
/ˈɑfwɑxtə(n)/, /ˈɑfʋɑxtə(n)/, /ˈɑfʋɑχtə(n)/
verb
1. wachten op wat er gaat gebeuren
等
noun
食具
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
洗碗机
/'ɑfwɑsə(n)/, /'ɑfʋɑsə(n)/, /'ɑfβ̞ɑsə(n)/
verb
[1] het schoonmaken van de vaat, zoals, messen, vorken, lepels, borden
洗
noun
1. het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
请假
noun
2. afhandeling van een bepaald zakelijk of technisch proces
章程
/ˈɑfzwɪːrə(n)/
verb
誓绝
noun
  1. 1. een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts...
  2. 2. een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit agaat
文石
adjective
玛瑙灰
noun
廣場恐懼症
noun
农业家
adjective
1. aanvallend
好斗的
/aɣriˈmoni/
noun
1. benaming voor overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht Agrimonia
龙芽草属
noun
1. de landbouwkunde
农学
/a.ˈhɔrn/
noun
1. een boom of heester van het geslacht Acer.
枫
noun
1. een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt
艾滋病
noun
态度
noun
1. een apparaat dat voor airconditioning zorgt
空调
pronoun
1. hoofdstad van de Franse regio Corsica
阿雅克肖
pronoun
1. een stad in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, niet ver van Maastricht
阿亨
/'akər/
noun
2. vrucht van de eik
  1. 栓皮櫟
  2. 橡子
/ɑkəˈfitɕə/
noun
1. karweitje
小品曲
noun
1. bepaald soort vaste plant, Cerastium arvense
卷耳
noun
問荊
noun
田旋花
noun
2. samenklank van drie of meer, verschillende tonen
和弦
/ˌakusˈtik/
noun
1. de voortplanting van klank in een besloten ruimte en de ervaring die deze voortplanting ...
声学
adverb
1. reeds
已经
pronoun
1. Braziliaanse deelstaat gelegen in de Regio Noordoost van het land. Hoofdstad is Maceio
阿拉戈斯州
/ɑɫbaˈneːs/
pronoun
1. taal die vooral in Albanië en Kosovo gesproken wordt
  1. 阿尔巴尼亚语
  2. 阿爾巴尼亞語
/ɑlˈbaːni.jə/, /ɑɫˈbani.jə/
pronoun
1. een land in het westen van de Balkan, grenzend aan de Adriatische en de Ionische Zee en aan Griekenland, Macedonië, Kosovo en Montenegro
  1. 阿尔巴尼亚
  2. 阿爾巴尼亞
noun
珉
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Diomedeidae
信天翁
noun
天亮
noun
1. vroegere occulte wetenschap, waarin o.a. werd geprobeerd om goud en edelmetalen uit andere elementen...
炼金术
noun
1. elk van de verbindingen uiteen groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn...
  1. 酒精
  2. 醇
noun
酗酒
adverb
1. zo, op deze manier
那么
noun
de lettertekens van een taal
字母
noun
1. ontkiemde zaden van luzerne
紫花苜蓿
/ˈɑɫɣəbra/
noun
1. deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters...
  1. 代数学
  2. 代数
noun
常用
/ɑl.ɣə.'rɛɪ̯.jə/, /ɑɫ.ɣə.'rɛː.jə/, /ɑɫ.χə.'rɛɪ̯.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Democratische Volksrepubliek Algerije
  1. 阿尔及利亚
  2. 阿爾及利亞
/ɑɫˈxiːrs/, /ɑɫˈɣiːrs/
pronoun
1. Hoofdstad van Algerije
阿尔及尔
noun
算法
adverb
1. in deze plaats
这里
/ˈaː.liˌbi/
noun
1. het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad,...
jedrin
/ɑlk/
noun
1. bepaald soort zeevogel die veel op de zeekoet lijkt, maar een dikkere snavel heeft
海雀科
noun
1. een stikstof bevattende plantenbase
生物鹼
noun
烯烃
pronoun
1. God in islamistisch of Arabische context
安拉
/ɑl.ˈen/
adjective
1. zonder gezelschap
一
/ɑl.ˈen/
adverb
1. slechts
只有
noun
託寓
/ɑ.ˈlɛl/, /ɑ.ˈlɛɫ/
noun
1. elk van de alternatieve uitvoeringen van een gen, die allemaal in homologe chromosomen op dezelfde plaats liggen
等位基因
/ˌɑlɛrˈɣi/
noun
1. een reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen (allergenen), die op zich helemaal niet schadelijk hoeven te zijn
过敏
adjective
1. overgevoelig
过敏的
indefinitePronoun
1. al het mogelijke, de gehele verzameling of hoeveelheid zonder uitzondering
什么
noun
合金
noun
1. een grote krokodilachtige uit het geslacht Alligator
短吻鱷
noun
1.
同位異音
noun
benaming voor bloeiende, succulente planten uit het geslacht Aloe
芦荟
noun
  1. 1. bepaald soort zoogdier Vicugna pacos
  2. 2. zilverkleurige metaallegering
无峰驼
pronoun
1. een gebergte dat Italië van de rest van Europa scheidt
  1. 阿尔卑斯山
  2. 阿尔卑斯
verb
1. sport waarbij men op ski's een heuvel of berg afdaalt.
高山滑雪
noun
1. bepaald soort Zuid-Europese verdovende en bedwelmende overblijvende plant
毒茄蔘
/ɑls/, /ɑs/
conjunction
2. indien
假如
phraseologicalUnit
1. als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel
山中无老虎,猢狲称大王
noun
豚草
conjunction
1. luidt een vergelijking in
仿佛
adverb
1. als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
请
noun
1. offertafel voor godsdienstige plechtigheden
祭坛
conjunction
1. geeft in het tweede gedeelte meer specifiek aan wat er bedoeld wordt
至少
adverb
    1. 2. telkens opnieuw
    2. 3. in elk geval
    依然
  1. 1. op elk moment, blijvend
    总是
/alyˈminijʏm/
noun
1. scheikundig element met symbool Al en atoomnummer 13
  1. 铝
  2. 鋁
adverb
来着
noun
欧白鱼
noun
1. een klier die enzymen afscheidt in de twaalfvingerige darm om de afbraak van zetmeel, vet en eiwitten te bevorderen
胰脏
conjunction
1. luidt een handeling in die in de tijd voorafgaat aan die van de hoofdzin
先
/amɑl'ɣaːm/
noun
1. kwiklegering
汞齊
noun
1. eetbare pit van de amandelvrucht
  1. 扁桃
  2. 杏仁
noun
扁桃体
noun
1. of 2. (zaden van) geslacht Amaranthus
苋属
pronoun
亚马逊河
noun
1. de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andere.
  1. 大使館
  2. 大使馆
noun
1. iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen
大使
noun
1. voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengen
救护车
pronoun
阿默蘭島
noun
  1. 鋂
  2. 镅
/aˈmɪːriˌka/
abbreviation
1 en 2
  1. 美洲
  2. 美国
noun
2. een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika
美国人
adjective
1. betreffende of komende van Amerika
美国
noun
1. bepaald soort eenjarige plant, Lepidium virginicum
北美独行菜
noun
1. bepaald soort struik, Hamamelis virginiana
北美金縷梅
noun
1. Ursus americanus, een zwarte berensoort die in Noord - Amerika leeft.
狗熊
noun
1. in water en op land levend dier
  1. 兩棲動物
  2. 两栖动物
noun
1. een door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
双耳瓶
pronoun
1. een taal die in Ethiopië gesproken wordt
阿比西尼亚官语
pronoun
1. een taal die in Ethiopië gesproken wordt
阿比西尼亚官语
noun
1. een organische verbinding die kan worden beschouwd afgeleid te zijn van ammoniak...
胺
noun
氨基酸
noun
1. een chemische verbinding van stikstof en waterstof
氨
noun
1. geheugenverlies
健忘症
noun
1. een verklaring dat afgezien zal worden van strafvervolging voor een bepaalde groep
特赦
noun
1. eencellige eukaryoot die van vorm kan veranderen door het uitsteken en intrekken van schijnvoetjes
變形蟲
/aˈmɔs/
pronoun
1. en 3. profeet en jongensnaam
阿摩司书
noun
安培
noun
芥菜
/ɑmstər'dɑm/
pronoun
1. de hoofdstad van Nederland, gelegen in de provincie Noord-Holland
阿姆斯特丹
noun
1. een pijnstiller
镇痛药
noun
分析师
/ˌɑnəˈloːx/
adjective
2. tegenovergestelde van digitaal (geluidsopname, uurwerk)
模拟
/ɑnɐ'liːzə/
noun
分析
verb
1. gedetailleerd en nauwkeurig bekijken
分析
noun
1. een vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis
病史
noun
1. een vrucht van de ananasplant
  1. 菠萝
  2. 凤梨
noun
灯笼果
noun
无政府状态
noun
无政府主义
noun
解剖学
noun
1. een persoon die kennis draagt van de (menselijke) anatomie
剖析家
pronoun
安達魯西亞
pronoun
安達魯西亞
adjective
1. niet deze
其他
adverb
1. op andere wijze
不同
pronoun
安地斯山脈
noun
安山岩
pronoun
1. een kleine staat in Europa die grenst aan Frankrijk en Spanje
安道尔
pronoun
  1. 1. mythologische figuur
  2. 2. sterrenbeeld
仙女座
/a.nɛg.ˈdo.tə/
noun
1. een amusant, kort verhaal
軼事
noun
1.
貧血
noun
麻醉學
noun
1. het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
标枪
/ɑŋəl'sɑksis/
pronoun
1. een West-Germaanse taal die tussen ca. tussen 400 en 1100 werd gesproken en die geldt als de rechtstreekse voorloper van het Middelengels
古英语
noun
血管紧张素
noun
英国国教
noun
1. woord of uitdrukking overgenomen uit het Engels of gevormd naar Engels voorbeeld
英国说法
/ɑŋ.ˈ(g)ɣo.la/, /ɑŋ.ˈgo.la/
pronoun
1. een land in Zuidwest-Afrika, officieel de Republiek Angola grenzend aan...
安哥拉
noun
1. het gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
害怕
pronoun
安圭拉
noun
1. bepaald soort schermbloemige plant, Pimpinella anisum
八角
noun
  1. 1. onderdeel van een vaartuig
  2. 2. muuranker
  3. 3. onderdeel van een uurwerk
  1. 錨
  2. 锚
/ɑny'lerə/
verb
1. iets afgelasten
废除
noun
1. magerzucht, eetstoornis
神经性厌食症
adjective
1. niet tot de koolstofverbindingen behorend
无机
pronoun
1. het continent rond de zuidpool van de aarde
  1. 南极洲
  2. 南極洲
noun
  1. 1. een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling
  2. 2. een voelspriet bij dieren
  3. 3. een staafje aan een dobber
天线
noun
1. een wormdrijvend middel
抗蠕虫药
noun
抗生素
noun
敌基督
noun
1. technieken voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap
避孕
noun
1. een deeltje waarvan een aantal fysische eigenschappen dezelfde zijn, maar andere eigenschappen (waaronder de lading) precies tegengesteld
反粒子
noun
1. een tegengif
解毒剂
/ɑn.ˌti.(g)ɣ<sup>ʊ</sup>a.ɛn.bɑr.ˈbu.da/, /ɑn.ˌti.gwa.ɛn.bɑr.ˈbu.da/
pronoun
1. eilandstaat in het oostelijk deel van de Caribische Zee, op de grens met de Atlantische Oceaan
  1. 安提瓜岛和巴布达
  2. 安提瓜和巴布达
noun
1. een hoofdpersonage in een verhaal met niet de typerende positieve eigenschappen van een held
反英雄
noun
1. stof die de werking van de weefselstof histamine vermindert
抗组胺
noun
抗体
/ɑnti'lopə/
noun
1. een verzamelnaam voor slanke holhoornige hoefdieren die voornamelijk in Afrika leven
羚羊
adjective
1. (medisch) tegen ziekteverwekkers gericht
抗微生物
noun
  1. 銻
  2. 锑
noun
1. stof die reacties tegengaat waarbij elektronen worden uitgewisseld
抗氧化剂
noun
抗菌
noun
抗菌
noun
1. woord met tegengestelde betekenis
反义词
/an.tra.ˈsit/, /ɑn.tra.ˈsit/
noun
1. een vorm aan steenkopl die hoge temperatuur heeft gehad
无烟煤
adjective
煤灰
noun
1. een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
炭疽病
noun
人类学
/ˈantˌwɛrpə(n)/, /ˈɑntˌʋɛrpə(n)/, /ˈɑntˌβ̞ɛrpə(n)/
pronoun
  1. 1. een provinciehoofdstad in België
  2. 2. een Belgische provincie
安特卫普
/ˈɑnt.ʋɔːrt/
noun
1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien
回答
/ˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/
verb
1. het geven van een antwoord
回答
noun
1. opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal
肛
/aˈɔrta/
noun
1. de slagader die van het hart naar het lichaam, behalve de longen, loopt
黄喉
adjective
  1. 1. op zichzelf, afzonderlijk van het andere
  2. 2. bijzonder, opmerkelijk
自己的
noun
种族隔离
noun
远地点
/apo'tek/
noun
1. plaats waar men geneesmiddel en en andere gezondheidsproducten kan kopen.
药房
noun
药剂师
noun
1. toepassing
应用
noun
1. een afzonderlijke woning in een groter gebouw
公寓
/ɑ.ˈpɛl/, /ɑ.ˈpɛɫ/, /ˈɑ.pəl/, /ˈɑ.pəɫ/, /ˈɑpəɫ/
noun
1. vrucht
  1. 苹果
  2. 蘋果
noun
苹果醋片
noun
1. boom waaraan appels groeien
苹果树
noun
1. een vruchtensap bereid uit appels
  1. 蘋果汁
  2. 苹果汁
/ˌɑpəlˈsin/
noun
1. Vrucht van de appelsienboom
橙
noun
1. gebak gevuld met stukjes vruchten van de appelboom
苹果派
noun
1. Campaea margaritaria
青瓷
/ɑˈpɛndɪks/
noun
2. wormvormig aanhangsel
阑尾
/ɑ'plɔus/
noun
1. geklap in de handen als teken van goedkeuring of bewondering
鼓掌
/ɑˈprɪl/
noun
1. de vierde maand van het jaar
四月
noun
nog uit te zoeken
水彩画
/ɑˈkʋariˌʲʏm/
noun
1. een bak met water waarin onderwaterflora en -fauna gehouden wordt.
水族箱
noun
1. grote bont gekleurde papegaai uit Zuid-Amerika
金刚鹦鹉
/ˌɑ.ra.ˈbiːr/
noun
1. een persoon met het Arabisch als moedertaal
阿拉伯人
/ɑ'rabis/
adjective
1. verwijzend naar de Arabische taal,cultuur,het alfabet of Arabië
阿拉伯的
/ɑ'rabis/
pronoun
  1. 2. een van het Aramitisch afgeleid alfabet dat gebruikt wordt voor het schrijven van het Arabisch,...
    阿拉伯字母
  2. 1. een taal oorspronkelijk van het Arabisch schiereiland en de taal waarin de Koran...
    1. 阿拉伯语
    2. 阿拉伯語
verb
阿拉伯化
pronoun
阿拉伯
noun
花生油
pronoun
阿拉贡自治区
noun
1. Een inwoner van Aragon
阿拉贡人
pronoun
1. taal gesproken in Aragon
阿拉贡语
noun
1. energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
工作
noun
1. iemand die voor een loon handmatige arbeid levert
工人
noun
1. inkomsten die men ontvangt door het uitvoeren van werk
工资
adjective
1. behorend tot of betrekking hebbend op een zeer oud tijdperk
古体
/ˌɑr.xe.ˌjo.lo.ˈɣi/, /ˌɑr.xɛ.jo.lo.ˈɣi/, /ˌɑr.χe.ˌjo.lo.ˈχi/
noun
1. studie van de niet-geschreven overblijfselen van het verleden
考古学
noun
考古学家
noun
原型
noun
文件
noun
1. een eilandengroep
群島
noun
1. iemand die gebouwen ontwerpt
建筑师
noun
1. de bouwstijl van een gebouw
  1. 建筑
  2. 建筑学
verb
1. iets geclassificeerd opslaan om het later gemakkelijk terug te vinden
文件档案
pronoun
1. is de oceaan ten noorden van de continenten Azië en Noord-Amerika , waarin het grote ijsveld van de Noordpool ligt
北冰洋
pronoun
1. een rivier in Frankrijk
阿尔代什省
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
天鷹座
noun
1. roofvogel
  1. 老鹰
  2. 老鷹
/ˌɑrɣɛnˈtini.jə/, /ˌɑrχɛnˈtini.jə/
pronoun
1. een Spaanstalig land in het zuiden van Zuid-Amerika tussen het Andesgebergte en de zuidelijke Atlantische Oceaan.
阿根廷
/ˈɑrɣɔn/
noun
1. een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Ar en het atoomnummer 18
  1. 氩
  2. 氬
noun
詠嘆調
noun
1. een regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van een kleine groep, de zogenaamde aristocraten
贵族
noun
拱架
/ɑrṃ/
adjective
  1. 2. beklagenswaardig
    可怜
  2. 1. weinig bezittend
    穷
/ɑrṃ/
noun
1. lichaamsdeel
  1. 胳膊
  2. 手臂
noun
1. sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt
手镯
/ɑrˈmen/, /ɑrˈmeːn/
noun
1. een inwoner van Armenië, of iemand afkomstig uit Armenië
亚美尼亚人
/ɑrˈmens/, /ɑrˈmeːns/
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Armenië
亚美尼亚语
pronoun
亚美尼亚种族灭绝
/ɑrˈmeni.jə/, /ɑrˈmeːni.jə/
pronoun
1. een GOS-lidstaat in de Kaukasus (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). Het is een van de weinige landen die niet aan zee liggen. Het grenst in het oosten aan Azerbeidzjan, in het westen aan Turkije en de Naxçivan-exclave (Azer.), in het noorden aan Georgië en in het zuiden aan Iran
  1. 亚美尼亚
  2. 亞美尼亞
pronoun
阿纳姆
adjective
  1. 1. met geurstof
  2. 2. voldoende aan de regel van Hückel
香
noun
琶音
noun
雪橇
verb
1. van overheidswege in hechtenis nemen
逮捕
/ɑriveːrən/
verb
1. de bestemming bereiken
到达
noun
砷
noun
艺术家
adjective
1. kunstmatig
人造的
noun
1. de vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop worden als groente gegeten
洋蓟
noun
1. gewrichtsontsteking
关节炎
noun
1. een aandoening van het gewrichtskraakbeen
骨关节炎
noun
1. geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen
医生
/a.ˈru.ba/, /a.ˈry.ba/
pronoun
1. een eiland in het zuidelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
  1. 阿魯巴
  2. 阿鲁巴
noun
1. verbrandingsrest
灰
/ˈɑzbɑk/
noun
1. opvangbak
煙灰缸
noun
1. verzamelnaam van een aantal silicaten met een vezelige structuur
石棉
noun
無性戀
noun
柏油
pronoun
1. hoofdstad van Turkmenistan
阿什哈巴德
noun
阿斯巴甜
noun
1. een kant of zijde
方面
noun
1. Asperagas officinalis, een plant waarvan de jonge scheuten geteeld worden als groente
芦笋
noun
1. een middel tegen allerlei kwalen met als werkzame stof acetylsalicylzuur
阿司匹林
pronoun
1. een taal die in Assam, een staat in India, gesproken wordt
阿萨密语
noun
砹
noun
2. een bloem van de aster
紫菀
/ˈɑs.tə.ˌrɪs(x)/, /ˈɑs.tə.ˌrɪsk/
noun
1. typografisch symbool in de vorm van een sterretje
星號
noun
1. een klein vast hemellichaam dat net als een planeet om de zon draait
小行星
noun
1. een ziekte die, door vernauwing van de luchtwegen, benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt
哮喘
/ɑstrolo'gi/
noun
1. de leer die gebeurtenissen aan het hemelgewelf in verband brengt met gebeurtenissen op aarde
占星学
/ˌɑstroˈnaʊ̯t/, /ˌɑstroˈnɔʊ̯t/, /ˌɑstroˈnʌʊ̯t/
noun
1. een Amerikaanse ruimtevaarder
宇航员
noun
1. de wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
天文学
noun
四尖瓣线
pronoun
1. een van de 17 autonome regio's van Spanje die in het noordwesten van het land ligt
阿斯图里亚斯
noun
1. eerste dag van de vastentijd
大斋首日
adverb
不对称
/a.sɪmp.ˈtot/
noun
1. een lijn die door een kromme of functie willekeurig dicht benaderd wordt, maar deze nooit raakt
渐近线
pronoun
de hoofdstad van Griekenland
雅典
/ˌa.te.ˈjɪsmə/, /ˌɑ.te.ˈjɪsmə/
noun
1. overtuiging dat goden niet bestaan
无神论
/ˌa.te.ˈjɪst/, /ˌɑ.te.ˈjɪst/
noun
1. een persoon die niet gelooft in het bestaan van goden
無神論者
/ɑtˈlɑntikʏm/
noun
大西洋
pronoun
1. mythologisch eiland
阿特兰蒂斯
pronoun
1. de tweede grootste oceaan op aarde, gelegen tussen Europa en Afrika enerzijds en Noord- en Zuid-Amerika anderzijds
大西洋
noun
  1. 1. een boek dat geografische kaarten bevat
  2. 2. een verzameling van prenten, kaarten, afbeeldingen, tekeningen en dergelijke
  3. 3. de bovenste wervel in de hals die het hoofd draagt
  4. 1. satijn
大地图
noun
sporttak waarin vooral lopen, springen en werpen aan bod komen
田径
noun
  1. 1. een gasvormig omhulsel van een planeet of maan.
  2. 2. een stemming.
大气层
noun
原子
noun
原子核
noun
原子钟
noun
1. de massa van een atoom, uitgedrukt in de atomaire massa-eenheid u
原子量
noun
1. de kernlading van een atoom
  1. 原子序
  2. 原子序数
noun
2. centraal vertrek
中庭
noun
  1. 1. formele getuigenverklaring
  2. 2. bewijsplaats voor het bestaan van een woord in het verleden
证明
noun
1. houding
态度
noun
原秒
adjective
有吸引力的
noun
4. tot het wezen (de entiteit) behorende eigenschap
属性
/obɛrˈʒinə/
noun
2. purperachtige, vlezige vrucht
茄子
noun
声音
noun
有声书
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
奥格斯堡
/ʌuˈɣɵrk/, /ʌˈʝʏrk/
noun
1. kleine, in het zuur ingemaakte komkommer
黃瓜
/aʊ̯.ˈɣʏs.tʏs/, /ɔʊ̯.ˈɣʏs.təs/, /ʌʊ̯.ˈχʏs.təs/
noun
1. de achtste maand van het jaar
  1. 八月
  2. 8月
pronoun
1. een stad in Polen
奥斯威辛
/aʊ̯ˈstraːli.jə/, /ɔʊ̯ˈstrali.jə/, /ʌʊ̯ˈstrali.jə/
pronoun
1. een soevereine staat gelegen tussen de Indische Oceaan en de Grote Oceaan (officieel het Gemenebest van Australië) met de officiële taal Engels
澳大利亚
/aʊ̯ˈstraːli.jər/, /ɔʊ̯ˈstraːli.jər/, /ʌʊ̯ˈstrali.jər/
noun
1. een inwoner van Australië
澳大利亚人
/ɑustro'nezis/
adjective
behorend tot groep van talen
南島
noun
封閉經濟
/oˈtør/
noun
1. persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
作者
/ʌuˈtɪsmə/, /ʌˈtɪsmə/
noun
1. ontwikkelingsstoornis
  1. 自闭症
  2. 自閉症
/ɑʊ̯to/
noun
1. voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
汽车
noun
1. een groot voertuig voor het vervoeren van een groot aantal passagiers
公共汽车
adjective
1. oorspronkelijk in een bepaald gebied thuishorend
土着
noun
1. de oorspronkelijke bewoner van een land
土着
noun
手笔
adjective
  1. 1. niet bestuurd door de hand van de mens
  2. 2. vanzelfgaand
  3. 3. gedachteloos
模控学
noun
自动化
noun
1. een bestuurder van een auto
司机
noun
司机
/aʊ̯.to.no.ˈmi/, /ɔʊ̯.to.no.ˈmi/, /ʌʊ̯.to.no.ˈmi/
noun
自治
/ˌʌʊtoˈnom/
adjective
1. op zichzelf staand
自治
noun
1. weg voor snelverkeer (dat sneller kan en mag rijden dan 60 km per uur), met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse kruisingen
高速公路
/ɑu̯ˈtri.sə/
noun
1. persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
女作者
/'avatɑr/
noun
2. (informatica) een kleine afbeelding die een bepaalde gebruiker symboliseert
头像
pronoun
1. een stad in Frankrijk
亞維農
/ɑvoˈkado/
noun
1. een tropische vrucht van de avocadoboom
  1. 鳄梨
  2. 鱷梨
  3. 牛油果
noun
1. de periode van de dag waarin het nacht wordt
  1. 晚上
  2. 黄昏
noun
1. een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt
晚饭
noun
1. verbod om zich op straat te begeven na een zekere tijd
宵禁
noun
1. iemand die graag het avontuur opzoekt
冒险者
noun
1. de titel van een hoge sjiitische geestelijke
什叶派宗教学者等级
pronoun
1. een Indiaanse taal die in Zuid-Amerika wordt gesproken
艾马拉语
/ˌazərbɛɪ̯ˈdʒan/, /ˌazərbɛːˈdʒan/
pronoun
1 en 2. Aziatisch land grenzend aan Rusland, Iran, Armenië en Georgië
  1. 阿塞拜疆
  2. 亚塞拜然
/aˈzeːri/, /aˈzɪːri/
pronoun
1. Turkse taal die door 22 miljoen mensen vooral in Azerbeidzjan, maar ook in Iran, Georgië en Turkije wordt gesproken
阿塞拜疆人
/aˈzɛɪn/, /aˈzɛːn/
noun
1. en 2. verdund azijnzuur verkregen door oxidatie van verdund alcohol om voedsel te bereiden
醋
noun
火炬树
noun
1. CH₃COOH
乙酸
/azimɵt/
noun
1. horizontale hoek
方位角
pronoun
1. een continent ten oosten van Europa
  1. 亚洲
  2. 亞洲
/baːn/
noun
  1. 4. sportterrein
    电路
  2. 3. traject van een projectiel/hemellichaam
    轨迹
  3. 6. bovenblad van aambeeld
    餐桌
noun
1. kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
擔架床
/baːrt/
noun
1. gezichtsbeharing van de man
  1. 胡子
  2. 胡须
noun
1. voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt
  1. 子宫
  2. 子宮
noun
1. stekelvinnige riviervis
河鲈
/baːs/
noun
1. overste, leider, chef
老板
verb
1. gezellig praten over zaken van weinig belang
说话
noun
1. een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven
婴儿
noun
  1. 细菌
  2. 細菌
noun
1. een wetenschapper die zich bezighoudt met de bacteriologie
细菌学者
noun
2. een van de drie taxonomische domeinen, Bacteria
  1. 細菌
  2. 细菌
pronoun
1.
  1. 巴登-符騰堡
  2. 巴登-符腾堡
noun
1. een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen
  1. 洗手间
  2. 浴室
/ˈbɑtˌkœy̆p/
noun
1. een waterreservoir waarin één of enkele personen zich kunnen wassen en baden
浴缸
noun
1. een sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
羽毛球
noun
1. kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
泳衣
noun
1. stokbrood
推弹杆
/ba.ˈha.mas/, /ba.ˈɦa.mas/, /bɑ.ˈɦa.mas/
pronoun
1. een eilandengebied in het Caraïbische gebied
  1. 巴哈马
  2. 巴哈馬
/ba.ˈrɛɪ̯n/, /bɑx.ˈrɛːn/, /bɑχ.ˈrɛɪ̯n/
pronoun
1. eilandstaat in de Perzische Golf en de Golf van Bahrein. Het ligt ingeklemd tussen Saoedi-Arabië in het westen en Qatar in het oosten en zuiden
巴林
noun
1. een steekwapen bovenop de loop van een geweer
刺刀
noun
1. een markering, meer in het bijzonder gebruikt in de lucht- en scheepvaart...
燈塔
noun
1. iemand die brood en taarten bakt
面包师傅
noun
een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt
糕点店
pronoun
1. de hoofdstad van Azerbeidzjan
巴库
noun
1. uit klei of leem gebakken steen
砖
noun
1. een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen
球
noun
1. een driesnarig Russisch tokkelinstrument
巴拉莱卡琴
pronoun
巴利阿里群島
pronoun
1. gebied...
巴尔干
noun
1. een bouwkundig onderdeel
阳台
noun
叙事曲
noun
1. een artistieke dansvorm
芭蕾舞
noun
1. leer die de banen van projectielen bestudeert
弹道学
noun
1. een pen die de inkt met een bal of kogel op het papier overbrengt.
笔
noun
1. leer van de geneeskrachtige baden
浴疗学
noun
1. een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt
圓珠筆
noun
意大利香醋
pronoun
1. de nationale taal van Mali
班巴拉语
noun
1. een reuzengrassoort dat afkomstig is uit Azië
竹
noun
筍
noun
1. een vrucht van de bananenboom
香蕉
noun
  1. 1. een van de Midden-Amerikaanse staten zoals Honduras, Nicaragua, El Salvador of Guatemala, eens zo genoemd vanwege de bananenindustrie die daar alles overheerste
  2. 2. een in politiek en economisch opzicht corrupt en instabiel land, dat bovendien vaak rijk is aan grondstoffen
香蕉共和国
noun
  1. 1. ringvormige omhulling van iets anders, vooral dienend voor de uitwendige bescherming
    轮胎
    1. 2. breed koord
    2. 3. groep muzikanten die een bepaald muzikaal repertoire ten gehore brengt
    3. 4. relatie
    部
noun
1. een schurk of misdadiger
土匪
noun
1. apparaat waarmee men geluid kan vastleggen op magnetische tape
录音机
/ˌbɑŋ.(g)ɣə.la.ˈdɛʃ/, /ˌbɑŋ.lɑ.ˈdɛʃ/
pronoun
1. land in het zuiden van Azië dat ligt op het Indische subcontinent en grenst voor het grootste gedeelte aan India en voor een klein stukje aan Myanmar/Birma grenst
孟加拉国
noun
  1. 1. een meubelstuk met zitplaats voor meer dan één persoon
    1. 沙发
    2. 沙發
  2. 3. een financiële instelling
    银行
noun
1. een betaalmiddel van papier
庄票
noun
1. een bedrijf dat zich toelegt op het vervaardigen van gebak, taart en andere lekkernijen
糕点铺
noun
1. iemand die financiële diensten verleent
銀行家
noun
1. een rekening-courant bij een bank
銀行帳戶
noun
1. toestand van iemand die niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
破产
noun
1. een handig hulpmiddel om werkstukken in vast te houden
老虎钳
/ˈbɑntutaːl/
noun
1. een taal die tot de Bantoetak van de Niger-Congotalen behoort
班图语支
noun
蛮人
adjective
1. zonder beperkingen opgelegd door beschaafd gedrag
蛮
/ˈbɑr.ba.ˌdɔs/, /ˈbɑr.be.ˌdɔs/
pronoun
1. een eiland in het Caribisch gebied, dat behoort tot de Bovenwindse Eilanden van de Kleine Antillen
巴巴多斯
noun
1. Een slaapmiddel in de vorm van een barbituurzuur verbinding
巴比妥类药物
pronoun
  1. 巴塞罗那
  2. 巴塞羅那
verb
1. op de wereld brengen
出生
noun
巴伦支海
noun
1. plat hoofddeksel zonder klep
貝雷帽
noun
重晶石
noun
钡
noun
琥珀
/ˈbaroˌmetər/
noun
1. een instrument dat de luchtdruk meet
气压表
noun
1. adellijke titel, in rang tussen jonkheer en burggraaf
男爵
adjective
1. onverbiddelijk, onvriendelijk
严厉
noun
1. een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door de stolling van lava of magma
玄武岩
noun
触发器
noun
碱性
/baˈsilikəm/
noun
1. een keukenkruid
罗勒
noun
1. scholing voor kinderen van 4 tot 12 jaar
小学
/ˈbazɪsxoɫ/
noun
1. een school voor lager onderwijs
小学
noun
1. sport
  1. 篮球
  2. 籃球
pronoun
1. taal die wordt gesproken door de Basken
  1. 巴斯克语
  2. 巴斯克語
noun
1. een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk
私生子
noun
1. stokje dat een dirigent bij het dirigeren hanteert
推弹杆
noun
1. een elektrotechnisch component waarin elektrische energie is opgeslagen
电池
noun
1. eenheid van snelheid van informatieoverdracht van een datatransmissiekanaal (modem, telefoonlijn etc.)
波特
noun
1. een aap met een korte staart en een vooruitstekende snuit
狒
pronoun
1. stad in Zwitserland
巴塞尔
/bə.ʔˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/
verb
1. de reactie op een vraag geven
回
noun
垮掉的一代
/bɛd/, /bɛt/
noun
1. een meubel gemaakt om in te slapen
床
interjection
5. uitspraak om waardering en erkenning te tonen in dagelijks gebruik
谢谢
noun
卧具
/ˈbedəˌhœys/
noun
教会
verb
1. iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
覆盖
verb
1. om een aalmoes vragen
乞討
verb
  1. 2. door nadenken vinden
    在
  2. 3. iets schenken aan
    忘记
noun
1. de groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
业务
verb
1. iemand met een mogelijk gevaar confronteren
威脅
/bəˈdrɛɪ̯f/, /bəˈdrɛːf/
noun
1. organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren
公司
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert
企业经济学
noun
1. het geheel aan bedrijven in een bepaalde samenleving
經濟學
noun
精力,生命力
noun
1. aandoening waarbij men tijdens de slaap urineert
夜尿症
verb
1. onderwerpen of onderdrukken
送审
/bek/
noun
1. stromend watertje
小河
noun
1. driedimensionaal kunstwerk
画
noun
1. een beoefenaar van de beeldhouwkunst
雕刻家
noun
1.
品牌
/beːn/
noun
1. ledemaat waarop wordt gestaan en waarmee wordt gelopen
腿
noun
1. een verkoper van vlees
卖肉
/beːr/, /bɪːr/
noun
1. groot viervoetig zoogdier uit de familie Ursidae
  1. 熊
  2. 魋
/beːst/
noun
1. dier
兽
/beɪt/, /beːt/
noun
1. samenklemming tussen de kaken
咬
verb
1. iets doen dat onjuist of verboden is
错
noun
1. verlangen
慾望
verb
1. aanvangen
開始
noun
起点
noun
1. begintoon
根音
noun
1. een plaats waar overledenen begraven liggen
公墓
noun
1. een ceremonie waarbij een overledene in een kist aan de aarde wordt toevertrouwd
丧
verb
  1. 1. iets onder de grond stoppen
  2. 2. een overledene begraven
  3. 3. iets wegstoppen
下葬
adjective
明白
/bə.χrɛɪ.pə(n)/
verb
1. met het verstand vatten
明白
/beˈɦaː/
noun
1. een kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
  1. 胸罩
  2. 奶罩
verb
1. een diploma of certificaat verwerven
取得
preposition
1. met uitzondering van
除了
verb
  1. 2. bespreken, spreken of schrijven over
  2. 3. medisch verzorgen
办理
noun
2. een handeling gericht op herstel
治疗
/ˈbə'huftə/
noun
1. iets wat benodigd is
需要
/bəˈhuvə(n)/
verb
1. moeten
必须
cardinalNumeral
1. alle twee
两
pronoun
巴伐利亚
pronoun
1. taal gesproken door ten minste 12 miljoen mensen in Oostenrijk...
巴伐利亚语
adjective
米色
adjective
哔叽棕色
adjective
米灰色
adjective
米红色
/bɛɪrut/
pronoun
1. hoofdstad van Libanon
贝鲁特
noun
1. een scherp stuk gereedschap met een wigvormige snede
凿子
adjective
過時
verb
1. iemand op een bepaalde wijze behandelen
办理
noun
  1. 1. snavel van vogels
    喙
  2. 5. deel van een bankschroef
    嚼子
adjective
1. vertrouwd
有名
verb
3.
认识
noun
1. een boete die wordt opgelegd voor het overtreden van een wet
罚款
verb
2. iemands leed bejammeren
同情
verb
2. herstellen (van de schrik e.d.)
复
adjective
有才能
noun
  1. 1. klok, schel, zoemer
  2. 6. een rond, schaalvormig metalen voorwerp in de vorm van een klok of halve bol al dan niet met klepel...
鐘
/bəˈlɑɣələk/, /bəˈlɑχələk/
adjective
1. lachwekkend, om uit te lachen
好玩
/bəˈlɑŋəlos/
adjective
1. zonder geldelijke belangen
免费
adjective
1. van grote betekenis
重要
noun
1. door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie
税
verb
1. nare opmerkingen maken tegen of over een persoon
侮辱
noun
1. een krenking van iemands gevoel van eer of eigenwaarde
侮辱
/bəˈlɛx/
noun
1. langdurige uitsluiting van de buitenwereld door een vijandige strijdmacht
包围战
noun
1. leesteken bestaand uit drie puntjes (…)
删节号
verb
1. meemaken
經歷
noun
1. een stedelijke wachttoren met een stormklok
瞭望塔
/ˈbɛl.ɣɪs/, /ˈbɛɫ.ɣis/, /ˈbɛɫ.χis/
adjective
1. met betrekking tot België
比利时人
pronoun
比屬剛果
/ˈbɛlɣijə/, /ˈbɛɫɣijə/, /ˈbɛɫχijə/
pronoun
  1. 比利时
  2. 比利時
pronoun
1. de hoofdstad van Servië
贝尔格莱德
/be.ˈliː.zə/
pronoun
1. een Midden-Amerikaans land, en grenst aan Mexico in het noordwesten en Guatemala in het zuiden en westen. Aan het oosten grenst het aan de Caribische Zee
  1. 伯利兹
  2. 貝里斯
pronoun
1.
俾路支斯坦
noun
1. een ondelinge of schriftelijke verklaring waarin men iets belooft
宣誓
verb
1. toezeggen dat iets gedaan zal worden
承诺
noun
鈴聲
noun
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
机务人员
noun
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
机务人员
verb
1. amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
愛
/ˈbɛn.də/
noun
1. een informeel georganiseerde groep mensen, meestal met kwade of misdadige motieven
童黨
preposition
下边
pronoun
1. een taal die in Bangladesh en West-Bengalen gesproken wordt
孟加拉语
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera tigris tigris
孟加拉虎
verb
1. wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft
妒忌
/be.ˈnin/, /ˈbe.nɪn/
pronoun
1. een land in Afrika dat in het westen aan Togo grenst, in het noordwesten aan Burkina Faso, in het noordnoordoosten aan Niger in het oosten aan Nigeria. In het zuiden ligt het aan de Golf van Guinee
贝宁
verb
1. nodig hebben
需要
noun
苯
/bɛn'zinə/
noun
1. een aardolieproduct bestaande uit een mengsel van alifatische koolwaterstoffen...
汽油
noun
1. een installatie voor het tanken van benzine
加油站
noun
苯
/bə.ˈʔoːr.de.lɪŋ/, /bə.ˈʔo̝ːr.de.lɪŋ/
noun
分数
verb
1. overleg plegen over de gezamenlijk te voeren actie
斟酌
adjective
1. akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
准备
/bə'rɛɪkən/
verb
te controleren vertalingen
取得
/bɛrx/
noun
1. hoge terreinverheffing
山
noun
1. (fruit) een kleine, peervormige en zure citrusvrucht
佛手柑
noun
1. Tadorna tadorna, een forse bijna gansachtige eend
翘鼻麻鸭
noun
1. een soort geit die leeft op rotsachtige ondergrond in de bergen.
岩羚羊
noun
1. een lager
山口
noun
1. ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1 (thiamine)
脚气病
noun
1. overgebrachte korte communicatie, meestal over een recente gebeurtenis
信息
noun
綠柱石
pronoun
1. de zeestraat tussen de Grote Oceaan en de Noordelijke IJszee
白令海峽
/bɛrk/
noun
1. een katjes dragende loofboom met witte bast
樺樹
noun
锫
pronoun
  1. 1. de hoofdstad van Duitsland
  2. 2. een duitse deelstaat
柏林
pronoun
1. eilandengroep in de Atlantische Oceaan
  1. 百慕大
  2. 百慕大群岛
pronoun
1. de hoofdstad van Zwitserland
伯尔尼
pronoun
2. spelwoord voor de letter b
博洛尼亚
/bə'rumt/
adjective
1. onder velen bekend en bewonderd
有名
noun
1. een bezigheid waarmee men de kost verdient
职业
verb
1. iemand met geweld zijn bezit ontnemen
回避
/bəˈrilijʏm/
noun
1. een chemisch element en een donkergrijs aardalkalimetaal
  1. 鈹
  2. 铍
/bɛs/
noun
1. kleine vrucht
浆果
/bə.ˈsxa.vɪŋ/, /bə.ˈsχa.vɪŋ/
noun
1. de complexe maatschappij waarin veel van de mensen in steden leven en hun voedsel door middel van landbouw verkrijgen
文明
noun
1. een heilige onder wiens bescherming een bepaalde persoon of groep staat
主保圣人
/bə.ˈsxɛr.mɪŋ/, /bə.ˈsχɛr.mɪŋ/
noun
1. een beveiliging
保护
noun
1.e mogelijkheid om, indien nodig te kunnen beschikken over mensen, diensten of hulpmiddelen
可及性
verb
1. met scheldwoorden overladen
貶
verb
1. in woorden uitdrukken
描寫
noun
1. een persoon die de schuld heeft gekregen van iets
收据
verb
1. het reëel bewust worden van iets
领会
/bəˈsnɛidənɪs/
noun
包皮環切術
verb
1. muziek maken op een muziekinstrument
吹
verb
1. met aanzienlijke moeite waarnemen
发现
verb
1. een gesprek over een bepaald onderwerp voeren
讨论
/bə.ˈspre.kɪŋ/
noun
1. een mondeling overleg
  1. 讨论
  2. 討論
verb
  1. 2.~ uit samengesteld zijn uit bepaalde delen
    交
  2. 1. daadwerkelijk in het universum voorkomen
    有
noun
1. een verzameling van gegevens die een eenheid vormen
文件
/bəˈstɛl/
noun
1. een organisatie die als systeem een bepaald doel op een bepaalde manier dient
目
verb
1. je er grondig in verdiepen
读
noun
1. een geheel van systeemapplicaties dat de uitvoering van andere programma's bestuurt
  1. 作業系統
  2. 操作系统
/bəˈstyrdər/
noun
1. een persoon die een voertuig of andere machine bestuurt
司机
/bə.ˈtaː.lə(n)/
verb
1. geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
付款
/bə.ˈta.lɪŋ/
noun
1. het onderhandigen of overboeken van geld in ruil voor goed of dienst
支付
verb
  1. 1. ergens toe doen
  2. 1. ergens voor staan
表示...的意思
noun
1. wat iets betekent, waar iets voor staat
意思
/ˈbe.tɔɫ.ˌχø.zə/, /ˈbe.təl.ˌɣø.zə/, /ˈbe.təɫ.ˌɣø.zə/
pronoun
1. de één na helderste ster in het sterrenbeeld Orion, na Rigel
参宿四
noun
1.
檳榔
pronoun
1. stad in Judea, bekend als de geboorteplaats van Jesus
伯利恆
verb
1. een serie argumenten als een verhaal presenteren, bijvoorbeeld in een rechtszaak
陈述
/bə.ˈto.ɣɪŋ/, /bə.ˈto.χɪŋ/
noun
1. een samenkomst van velen, meestal op straat, met als doel een protest te laten horen
示威
adjective
混凝土灰
verb
1. getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
惊喜
verb
1. gaan over, als onderwerp hebben
关
/bə.ˈtrɛ.kɪŋ/
noun
  1. 1. band of relatie tussen personen of groepen
    关系
  2. 2. bezigheid waarvoor je een geregeld inkomen krijgt
    职位
verb
1. leedwezen tonen over iets
后悔
/bətrørən'swardəx/
adjective
1. waard betreurd te worden
遗憾
noun
  1. 3. lange smalle centrale hal van een kruiskerk
    中殿
  2. 1. boomsoort
    山毛榉
noun
  1. 4. bijeenkomst waar producenten van een bepaald vakgebied meest nieuwe producten tentoonspreiden
    博覽會
    1. 1. het beursgebouw waar aandelen gekocht en verkocht worden
    2. 2. een houder voor munten en biljetten
    证券交易所
/bøːrt/
noun
1. gelegenheid of opdracht die bewust telkens aan een andere persoon uit en groep gegeven wordt
圈
verb
2. het leven schenken aan een kind
生
adjective
1. -gewoonlijk vrouwelijke- schoonheid bezittend die bij anderen -gewoonlijk mannen- in de smaak valt
优美
verb
1. omvatten, in zich sluiten
介绍
/bə.ˈvɛɪ̯.lə.χɪŋ/, /bə.ˈvɛɪ̯.lɪ.ɣɪŋ/, /bə.ˈvɛː.lə.ɣɪŋ/
noun
1. de genomen maatregelen die er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
保护
noun
1. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak.
命令
verb
1. een dwingende opdracht geven.
令
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Castor
海狸
verb
1. zeggen dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
断言
noun
1. alle inwoners van een bepaald land, staat of gebied gerekend
人口
verb
1. ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt
保藏
/bə.ˈweː.ɣə(n)/, /bə.ˈʋe.χə(n)/, /bə.ˈβ̞e.ɣə(n)/
verb
1. van plaats veranderen
移动
/bə.ˈwe.ɣɪŋ(g)/, /bə.ˈʋe.χɪŋ/, /bə.ˈβ̞e.ɣɪŋ/
noun
  1. 1. in de staat verkeren waarin de locatie steeds verandert
  2. 2. van plaats/positie veranderen
  3. 3. een organisatie
动作
verb
1. iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
称
noun
1. datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
证据
/bə.ˈwɔn.də.rɪŋ/, /bə.ˈʋɔn.də.rɪŋ/, /bə.ˈβ̞ɔn.də.rɪŋ/
noun
1. het bekijken met enig ontzag
钦佩
/bə'wɤ(st)sɛin/
noun
1. een toestand waarin men gewaarwordingen uit zijn omgeving ondergaat
认识
noun
1. voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen
帚
verb
1. in gebruik nemen
办
verb
1. naar een object kijken
参观
noun
1. iets waarmee men bezig is
活动
/bə'zɪtə(n)/
verb
1. iets in eigendom hebben
有
verb
2. vuil maken
弄脏
/bəˈzukə(n)/
verb
1. bij iemand langsgaan of langskomen
参观
/bu.ˈtan/, /bu.ˈtɑn/
pronoun
1. een land in Azië dat in de Himalaya ingeklemd ligt tussen China, Tibet en India. Het zuidelijke gedeelte van Bhutan ligt op het Indisch subcontinent
不丹
noun
1. een skisport waarbij de deelnemers op bepaalde punten in een langlaufcircuit met een geweer...
冬季兩項
/ˌbiblijote'kaːrɪs/
noun
1. beheerder van een bibliotheek
图书馆员
/bib(l)ijo'tek/
noun
  1. 1. een plaats waar boeken verzameld staan
  2. 2. een instelling die boeken en andere media aan het publiek uitleent of ter inzage biedt
图书馆
verb
1. in gebed zijn, een godheid iets vragen
祈祷
noun
1. soort van aan de muur bevestigde kom of bak voor het met behulp van water reinigen van de geslachtsdelen, billen en anus na gebruik van het toilet, of om de voeten te wassen
坐浴桶
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Mantodea
螳螂拳
noun
1. een meubelstuk dat bedoeld is voor het aanhoren en afleggen van de biecht
告解室
noun
1. dunne lap vlees van de bovenbil van een rund
牛排
noun
1. alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout
啤酒
noun
釀酒酵母
noun
1. en 2. (groene sprietjes van) looksoort Allium schoenoprasum
蝦夷蔥
noun
甜菜 tian cai
noun
雙性戀恐懼
noun
重婚
/bɛɪ̯/
noun
1. benaming vliegende insecten uit het geslacht Antophila
  1. 蜜蜂
  2. 蜂
noun
1. (de heilige tekst van) het heilige boek der christenen
圣经
noun
1. een exemplaar van de originele Bijbel
聖經
noun
1. het bij elkaar komen van een groep van personen
会议
/ˈbɛɪ̯.ɣə.ˌlof/, /ˈbɛɪ̯.χə.ˌlof/, /ˈbɛː.ɣə.ˌlof/
noun
1. een geloof in iets extra's en onnatuurlijks
迷信
/bɛɪˈkɑns/
adverb
  1. 几乎
  2. 幾乎
/bɛɪ̯l/, /bɛːɫ/
noun
1. hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt
斧
noun
  1. 1. geschrift ter aanvulling
  2. 2. een bestand dat bij een e-mail is meegezonden
附件
/'bɛɪ.na/
adverb
1. op zo'n manier dat het niet veel scheelt of iets is zo
  1. 几乎
  2. 幾乎
noun
1. breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak
綽號
/ˈbɛi̯tə(n)/
verb
1. iets afsnijden of afscheuren door tanden tegen elkaar te duwen
咬
/bɛɪ̯ˌvuχlək ˈnamʋo̞rt/, /bɛːˌvuxlək ˈnamβ̞oːrt/, /ˌbɛɪ̯vuɣ(ə)lɪk ˈnaːmwoːrd/
noun
1. een woordsoort die wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van...
形容词
abbreviation
1. als voorbeeld, om tot voorbeeld te dienen
  1. 例如
  2. 比如
noun
1. een woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, een telwoord of een ander bijwoord nader bepaalt
副詞
noun
1. een afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
近視
noun
1. tweedelige zwemkleding voor de vrouw
比基尼
noun
1. elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken ...
屁股
adjective
1. aan twee kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
双方
noun
1. spel
台球
noun
1. en 2. (bladeren van) sla met een stevige rechte krop
蘿蔓萵苣
noun
1.een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
结膜炎
preposition
内
verb
1. ergens in gaan
进
verb
1. een ruimte betreden
入
adverb
1. binnen afzienbare tijd
不久
noun
binnenoor
内耳
noun
1. een minder belangrijke en meestal kortere weg
近路
/'bioˌxemi/
noun
1. de wetenschap die de chemische processen van het leven op moleculair niveau bestudeert
  1. 生物化学
  2. 生物化學
/ˈbiodivɛrsiˌtɛɪt/
noun
1. soortenrijkdom, het aantal verschillende diersoorten
生物多样性
noun
传记
/ˌbiʲoloˈɣi/, /ˌbiʲoloˈχi/
noun
1. wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
  1. 生物学
  2. 生物學
/ˌbijo'loːɣis/
adjective
1. te maken hebbend met de biologie
生物
noun
仿生学
noun
1. gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken
电影院
noun
1. een gebied met een uniform landschapstype waarin bepaalde organismen kunnen gedijen
生存空间
/ˈbɪzdɔm/
noun
1. kerkrechtelijk afgebakend gebied dat onder de bevoegdheid van een bisschop staat
教區
noun
双性恋
pronoun
1. streek en provincie van Spanje rond de stad Bilbao
比斯開省
noun
鉍
/bɪsxɔp/
noun
1. een christelijke geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom
主教
verb
1. een studiejaar overdoen na gezakt te zijn
留班
/bɪt/
abbreviation
1. in de informatica en de computertechnologie de kleinste eenheid van informatie
位元
noun
比特币
adverb
1. een vaak als onaangenaam ervaren smaak, niet behorend tot zout, zuur of zoet
苦
noun
1. bepaalde vissoort die voorkomt in schoon stilstaand of langzaam stromend water Rhodeus amarus
絲鰟鲏
noun
1. hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof
膀胱
noun
1. een muziekinstrument waarvan de klank wordt voortgebracht door een luchtstroom
吹奏乐器
noun
  1. 2. vel papier
    葉
  2. 1. plat, groen onderdeel van planten
    1. 葉
    2. 叶子
noun
1. muziek die in notenschrift op papier is gezet
乐
noun
  1. 1. hulpmiddel om bij te houden waar iemand is tijdens het lezen van een boek
  2. 2. bewaarde hyperlink
书签
/ˈblɑtsɛidɚ/
noun
1. elk van de beide zijden van een blad papier in boek, krant of tijdschrift
页
verb
1. geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
吠
noun
1. een afgang veroorzaakt door eigen falen
羞恥
/blɑŋk/
adjective
  1. 1. met lichte huidskleur
  2. 2. onbeschreven
白色
noun
1. iemand met een van nature bleke (pigmentarme) huid
白人
noun
1. bepaald soort zoetwatervis, Rutilus rutilus
  1. 亞美尼亞擬鯉
  2. 咸海擬鯉
  3. 擬鯉
  4. 湖擬鯉
  5. 烏茲博伊擬鯉
  6. 里海擬鯉
/blʌʊ/
adjective
1. de kleur blauw hebbend
  1. 蓝
  2. 蓝色
/blʌʊ/
noun
1. primaire kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet
蓝色
noun
1. Vaccinium corymbosum, een plant uit de heifamilie Ericaceae
北方高叢藍莓
noun
1. bepaald soort vaste plant, Vaccinium myrtillus
蓝莓
noun
1. bepaald soort grote vogel, Ardea cinerea
苍鹭
noun
1. Balaenoptera musculus, een baleinwalvis, de grootste van alle walvisachtige
蓝鲸
/ˈblɑuɣrɛis/
adjective
蓝灰色
/ˈblɑuɣrun/
adjective
蓝绿色
adjective
丁香蓝
noun
1. bepaald soort karperachtige riviervis Vimba vimba
  1. 小文鯿
  2. 文鯿
  3. 里海文鯿
/'bla.zə(n)/, /'ble.zə(n)/
verb
1. een luchtstroom veroorzaken
吹
adjective
1. gering van kleur
苍白
adjective
浅褐色
noun
搅拌机
/blɛi̯/
adjective
满意
/blɛ.və(n)/
verb
1. niet veranderen
留下
noun
2.1 cilindervormig luchtdicht afgesloten vaatje van dun metaal
罐頭
noun
1. een metalen stang of constructie die de bliksem aantrekt en naar de grond afvoert.
避雷针
noun
閃電戰
adjective
1. niet in staat te zien
  1. 失明
  2. 盲
/'blɪndɦɛɪt/
noun
1. een toestand waarin men niet in staat is te zien
盲目性
noun
1. rood lichaamsvocht in aderen
  1. 血液
  2. 血
noun
血压
noun
血型
noun
出血
noun
血清
noun
循环系统
noun
輸血
noun
1. een bloedader
血管
/'blutʋɔrst/
noun
1. vleeswaar vervaardigd van het bloed en het vet van een varken
血腸
noun
1. een worm die bloed zuigt uit mens en dier
歐洲醫蛭
/bluj/, /bluɪ̯/
noun
  1. 1. toestand waarin een plant bloemen draagt
  2. 2. toestand waarin iemand of iets op zijn best is
花
noun
1. een deel van plant met zaden
  1. 花
  2. 花儿
noun
花匠
noun
花匠
noun
1. bloemenverkoper
花商
noun
1. een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
  1. 花椰菜
  2. 花菜
/blusəm/
verb
1. het bloemengeheel van een vruchtboom
花
noun
1.
博主
noun
1. een eenvoudig houten blaasinstrument
直笛
verb
1. heel hard huilen
流泪
verb
1. een sport waarbij een bochtig ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee
有舵雪橇
noun
2. een brede baai aan de kustlijn
海湾
pronoun
1.
波鴻
noun
2. de grond
地
/ˈbodəmˌkʏndə/
noun
土壤学
pronoun
1.
博登湖
pronoun
1. de hoofdstad van Hongarije
布达佩斯
pronoun
佛陀
noun
1. volger van de leer van Boeddha
佛教徒
noun
1. de voorkant van een schip
船头
noun
1. een beeld dat ter versiering aangebracht werd op de voorsteven van een schip
装饰船头的
verb
1. voortslepen door een of meer (andere) schepen
拖輪
noun
1. een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
  1. 書
  2. 书
pronoun
1. de hoofdstad van Roemenië
布加勒斯特
/ˈbu.kə.ˌkɑs/, /ˈbu.kə.ˌkɑst/
noun
1. een kast voor de opslag en het laten zien van boeken
书架
noun
1. hulpmiddel om bij te houden waar iemand is tijdens het lezen van een boek
书签
noun
1. boekwinkel
书局
noun
1. iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt
會計員
noun
书
noun
1. en 2. (gepelde zaden van) plant Fagopyrum esculentum
蕎麥
/ˈbuk.wɪŋ.kəl/, /ˈbuk.ʋɪŋ.kɔɫ/, /ˈbuk.β̞ɪŋ.kəɫ/
noun
1. een winkel waar boeken verkocht worden
  1. 书店
  2. 書店
noun
顱骨
/buːr/
noun
1. landbouwer
農民
noun
  1. 1. een woning met bedrijfsruimte van een boer
  2. 2. een onderneming van een boer
农场
/burə'kol/
noun
1. en 2. (gekrulde bladeren van) bladgewas (kool)
羽衣甘藍
noun
1. bepaald soort samengesteldbloemige plant Tanacetum vulgare
菊蒿
/ˈburə(n)ˈzwalyw/
noun
1. een kleine trek- en zangvogel
家燕
noun
1. het gehele lichaam, inclusief gezicht en ogen, verhullend gewaad gedragen door (streng) islamitische vrouwen
波卡
noun
1. klei waarmee je een voorbeeld voor een beeldhouwwerk kunt maken, klei die op school gebruikt wordt bij handenarbeid
彩泥
/bɔf/
noun
2. ziekte
腮腺炎
pronoun
1. historische landstreek in de Tsjechische Republiek
波希米亚
noun
1. scheikundig element met symbool Bh en atoomnummer 107
𨨏
noun
1. mannelijke geit
公山羊
noun
1. een tactische vechtsport
拳击
noun
straalvinnige vis (Boops boops) uit de familie van zeebrasems
牛眼鯛
adverb
1. een glooiende uitstulping in een oppervlak vormend
凸
noun
1. een driedimensionaal rond lichaam zie sfeer
球面
noun
1. Agrostemma githago
麦仙翁
noun
1. hoed
圆顶礼帽
/boˈlivi.ja/
pronoun
1. een republiek in Zuid-Amerika die grenst aan Peru, Brazilië, Paraguay, Argentinië en Chili
  1. 玻利维亚
  2. 玻利維亞
pronoun
1. een stad in Italië
博洛尼亚
/bɔm/
noun
1. vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
炸弹
noun
1. beschieting met bommen, het werpen van bommen
炮击
noun
1. een brief die explodeert wanneer men hem opent
郵包炸彈
pronoun
1. eiland in het zuidelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
波内赫
noun
1. wapen
弓
pronoun
2. teken van de dierenriem van 22 november tot 22 december
人马座
noun
1. meerjarige plant met houten stam
  1. 树
  2. 樹
noun
1. bepaald soort vogeltje, Sitta europaea
茶腹䴓
noun
1. een rechtop gaande houten schacht van een boom
樹幹
noun
1. kleine sierlijke valk, familie van de torenvalk, Falco subbuteo
燕隼
noun
1. zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten,...
豆
noun
B. chemisch element en een zwart metalloïde
硼
/ˈbormɑˌʃinə/
noun
1. machine om te boren
电钻
/bo'zardəx/
adverb
1. met de intentie om kwaad te doen
刻毒
noun
2. de hoedanigheid van het kwaadaardig zijn
邪恶
/bɔRd/, /bɔrt/
noun
[1] Schijfvormig voorwerp
碟
adjective
酒红紫
noun
1. weefselversiering aangebracht met naaldwerk
刺繡業
verb
1. met een werktuig dat om zijn as draait een gat in iets maken
钻
noun
1. een chemisch element en een zwart metalloïde
硼
noun
2. elk van de twee vooruitstekende klieren bij vrouwen waaruit zich de moedermelk afscheidt
  1. 乳房
  2. 胸
noun
1. schoonmaakgereedschap met bos haren
  1. 刷
  2. 刷子
noun
1. is een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst, meestal (maar niet altijd) bij vrouwen
乳癌
noun
1. een groep bomen
森林
noun
野草莓
noun
  1. 1. en 3. plant, en bessen, uit geslacht Vaccinium
    藍莓
  2. 2. plant Vaccinium myrtillus
    黑果越橘
/ˈbɔsbɑuw/
noun
1. het systematisch bosbeheer (teelt en verzorging van bossen) voor de productie van hout
林业
noun
1. brand van of in een bos
森林大火
/ˈbɔsni.jə ɛn ˌhɛrtsəɣoˈviːna/, /ˈbɔsni.jə ɛn ˌɦɛrtsəɣoˈvina/, /ˈbɔsni.jə ɛn ˌɦɛrtsəχo(ʊ̯)ˈvina/
pronoun
1. republiek in het zuidoosten van Europa die ontstaan is bij het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië
  1. 波斯尼亚和黑塞哥维那
  2. 波斯尼亚和黑山共和国
  3. 波斯尼亞和黒塞哥維那
/ˈbɔsni.jər/
noun
1. een inwoner van Bosnië en Herzegovina
波斯尼亚人
pronoun
1. zeestraat tussen de Zee van Marmara en de Zwarte Zee
博斯普鲁斯海峡
noun
博卡日
noun
1. jonge, onvolgroeide geboste ui met blad
青蔥
noun
1. bepaald soort loofboom Salix caprea
黄花柳
adjective
1. stomp
鈍
noun
3. onderdeel van het skelet
  1. 骨
  2. 骨头
noun
植物学家
noun
1.
植物学家
/ˈbotər/
noun
1. zuivelproduct
  1. 黃油
  2. 黄油
noun
1. een aantal planten uit het geslacht Ranunculus behorende tot de familie Ranunculaceae
毛茛
noun
1. CH₃(CH₂)₂COOH
丁酸
/ˈbɔt.sɪŋ/
noun
2. een conflict of ruzie
争吵
/bɔ.ˈts<sup>ʊ</sup>a.na/, /bɔts.ˈʋa.na/, /bɔts.ˈβ̞a.na/
pronoun
1. een land dat geheel door land is omgeven in het zuiden van Afrika met ruim 1,5 miljoen inwoners, grenzend aan Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika
  1. 博茨瓦纳
  2. 波札那
noun
1. het onderdeel van een verbrandingsmotor dat door een vonk het mengsel van brandstofdamp en lucht in de cilinder tot ontploffing brengt
火花塞
noun
1. een aftreksel van magere vleesresten, beenderen of vis
汤
noun
psychologische toestand waarin een persoon terugkerende eetbuien heeft
暴食症
noun
基调
noun
资产阶级
pronoun
1. een van de 26 regio's van Frankrijk
勃艮第
/ˈbɑu̯ə(n)/
verb
1. een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
建
noun
1. een persoon die dingen bouwt
建构子
noun
1. (wetenschap)
建筑工程
/ˈboː.vən/
preposition
1. op een plaats hoger gelegen dan
上边
noun
1.bovenbeen
大腿
/bovənˈdin/
adverb
1. op de koop toe, daarenboven
以其
noun
1. subtonica
上主音
adjective
圣贤
noun
1. struik & 2. vrucht
黑莓
noun
1. ongewoon langzame hartslag
徐脈
noun
点字
verb
1.
焖
verb
1. genuttigd voedselwaar ongewild door de mond naar buiten brengen
使成为
/ˈbrɑnd/, /ˈbrɑnt/
noun
1. verbranding met vuur
火災
noun
1. een draagbaar toestel dat dient om een kleine of een beginnende brand te bestrijden
灭火器
verb
1. verteerd worden door vuur
燃烧
pronoun
1. een deelstaat in het oosten van Duitsland
勃兰登堡
noun
1. een soort sterke drank
白兰地
noun
1. een lens die het opvallende zonlicht op een klein oppervlak concentreert dat daardoor sterk verhit wordt
木瘤
noun
1. hout dat gebruikt wordt om te verbranden
木材
noun
家庭
noun
1. stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnen
燃料
noun
1. lid van de brandweer
  1. 消防员
  2. 消防員
/braˈʃɛːrə/
noun
1. dameskledingstuk
胸罩
/braˈzili.jə/
pronoun
1. een soevereine staat in Zuid-Amerika (officieel de Federale Repuliek van Brazilië, 'República Federativa do Brasil'), met als officiële taal het Portugees
巴西
noun
1. afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
宽度
noun
1. cirkel van gelijke geografische breedten
纬度
verb
1.
艌
/ˈbrɛɪ̯nald/, /ˈbrɛɪ̯naɫt/, /ˈbrɛːnalt/
noun
1. een naald die gebruikt kan worden bij het breien
棒針
noun
1. richtingverandering van stralen
折射
noun
折射率
pronoun
不来梅
adjective
金雀花黄
/ˈbrɛŋ.ə(n)/
verb
1. ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
取
pronoun
1. een schiereiland in het noordwesten van Frankrijk
布列塔尼
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Bretagne
布列塔尼语
noun
1. de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
分
noun
1. verzonden geschreven boodschap
信
noun
1. een korte brief in de vorm van een kaart
明信片
noun
1. een doorgaans sierlijk mesje dat men gebruikt om briefomslagen met te openen
開信刀
noun
信纸
/bris/
noun
1. zachte frisse wind
微風
noun
信箱
noun
1. een optisch instrument dat gebruikt wordt om de scherpte van het zicht te verbeteren
眼镜
/ˈbrɪl.beːr/, /ˈbrɪɫ.beːr/, /ˈbrɪɫ.bɪːr/
noun
1. een beer met grote cirkels rond de ogen, als een bril
眼鏡熊
noun
1. Bucephala clangula, een vogel uit de familie Anatidae
鹊鸭
adjective
亮红色
/brɪts/
adjective
1. gerelateerd aan Groot-Brittannië
英式
pronoun
不列顛
/ˈbrɔkɔlɪ/
noun
1. groente
西蘭花
noun
1. bouwsel met glazen wanden voor het opkweken van gewassen
暖房
noun
温室气体
noun
1. kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
裤子
noun
1. zak in een broek
裤袋
/bruːr/
noun
1. een mannelijk kind van dezelfde ouders
  1. 哥哥
  2. 兄弟
  3. 弟弟
noun
  1. 1. daar waar men informatie vandaan haalt
  2. 2. begin van een waterloop
来源
noun
1. ontsteking van de luchtpijptak
支气管炎
noun
青銅
/broːt/
noun
1. een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
  1. 麵包
  2. 面包
noun
1. boom Artocarpus altilis
麵包樹
noun
2. klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
圆面包
noun
製麵包機
noun
烤面包机
noun
溴
/brʏx/, /brʏχ/
noun
kunstmatige weg over een diepte
橋
adjective
1. nuttig, eenvoudig in het gebruik
实用
adjective
1. een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie hebbend
  1. 棕色
  2. 褐色
noun
1. kleur zoals die van koffie of chocola
  1. 棕色
  2. 褐色
adjective
米褐色
/ˌbrœʏnəˈbeːr/
noun
1. Ursus arctos, een beer die in Europa, Azië en Amerika voorkomt.
棕熊
noun
1. bepaalde soort zoetwatervis Ameiurus nebulosus
  1. 石紋棕真鮰
  2. 褐棕真鮰(引進)
  3. 雲斑鮰
/ˈbrœyŋɣrɛis/
adjective
褐灰色
adjective
褐绿
noun
褐煤
adjective
1. brood van tarwemeel dat nog zemelen bevat
红玄武土色
/ˈbrœy̯nvɪs/
noun
1. familie Phocoenidae van kleine rondsnuitige tandwalvissen
鼠海豚
/bry.ˈnɛɪ̯/, /bry.ˈnɛː/
pronoun
2. een land op op het eiland Borneo, in Zuidoost-Azië. Het ligt aan de Zuid-Chinese Zee, en wordt verder geheel omringd door Maleisië
文莱
pronoun
不伦瑞克
pronoun
1. de hoofdstad van België
布鲁塞尔
adjective
3. vrijpostig
法郎
noun
无耻
noun
国内生产总值
/'bɵfəl/
noun
1. verzamelnaam voor een aantal zware rundersoorten met vaak forse hoorns
水牛 (shuǐ niú)
noun
1. nijging als beleefde groet
鞠躬
/bœʏ̯k/, /bœːk/
noun
1. het onderste deel van de voorkant van de romp van mens of dier dat van boven door het middenrif en van onderen door de bekkengordel begrenst is
肚子
noun
拉肚子
noun
口技表演者
noun
1. een hol, cilindrisch voorwerp
管
/ˈbœʏ̯tə(n)/, /ˈbœːtə(n)/
adverb
外邊
noun
1. ieder land buiten het eigene
海外
/ˈbœytə(n)lɑndər/
noun
1. iemand die in het buitenland woont, of iemand afkomstig uit het buitenland
外國人
adjective
1. op het buitenland betrekking hebbend
外国
noun
1. bepaald soort middelgrote roofvogel, Buteo buteo
普通鵟
/bʏl/
noun
1. mannelijk rund en het mannetje van sommige andere zoogdieren en zeezoogdieren
公牛
noun
1. een stevig gebouwde hond met een grote kop en afhangende liphoeken...
  1. 牛头犬
  2. 牛頭犬
/bɵɫˈγ̊aːrs/
adjective
1. met betrekking tot Bulgarije of de Bulgaarse taal
  1. 保加利亚人的
  2. 保加利亚语的
/bɵɫˈγ̊aːrs/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Bulgarije
  1. 保加利亚语
  2. 保加利亞語
noun
保加利亚人
pronoun
1. een land in Zuidoost-Europa
保加利亚
noun
1. gestoomde, daarna gedroogde en vervolgens grof gemalen of gebroken tarwekorrels, meestal durumtarwe
布格麦
noun
1. zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren
推土機
noun
1. woning of vakantiehuis zonder bovenverdieping
平房
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mustela putorius
艾虎
noun
1. kasteel
城堡
noun
2. een (politie)kantoor
办公室
noun
官僚
noun
1. hoofd van het gemeentebestuur
市长
pronoun
1. deelstaat van Oostenrijk
布尔根兰州
noun
1. inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
公民
noun
1. een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen binnen hetzelfde land, waarbij soms ook het leger betrokken is
内战
/bur.ˌki.na.ˈfa.so/, /bur.ˌki.na.ˈfɑ.so/
pronoun
1. een republiek in West-Afrika voorheen Opper-Volta genaamd.
  1. 布基纳法索
  2. 布吉納法索
/bu.ˈrun.di/
pronoun
1. een land in Afrika dat grenst aan Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tanzania
  1. 布隆迪
  2. 蒲隆地
/bɵs/
noun
1. vervoermiddel op de weg voor een aanzienlijk aantal passagiers
公共汽车
noun
1. een ontplofbaar mengsel van fijngepoederde kool, zwavel en salpeter
火药
noun
1. kledingstuk voor vrouwen.
  1. 胸罩
  2. 奶罩
noun
1. C₄H10
丁烷
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
中国南瓜
/byr/
noun
1. een persoon die in andermans omgeving woont
邻居
noun
1. een man naast wie men woont
邻居
noun
  1. 2. de nabijheid
    周围
  2. 1. een (deel van een) wijk
    地区
/bɑjt/
noun
1. het kleinste adresseerbare gedeelte van een computergeheugen
位元组
noun
1. de toonnaam
道
/se'klɛɪn/
abbreviation
  1. 1. het akkoord c - es - g
  2. 2. de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord is
C小调
/ˌkɑbɑˈrɛ(t)/
noun
1. een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht
卡巴萊
/kakaˈoː/, /kaˈkɑu/
noun
1. product verkregen uit de bonen van de cacaoboom dat onder andere wordt gebruikt...
可可
/kɑˈkʌʊbom/
noun
1. een boom waarvan uit de vruchten de cacao wordt gewonnen
可可树
noun
1.
可可脂
noun
1. een poederachtige substantie die wordt verkregen door het uitpersen van de cacaomassa van cacaobonen
可可粉
noun
1. een vetplant met stekels
仙人掌
noun
1. een stekelige vrucht van de Opuntia
仙人掌果
/kaˈdoː/
noun
  1. 1. iets dat men aan iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
    礼物
  2. cadeau doen
    赠送
noun
1. scheikundig element met symbool Cd en atoomnummer 48
  1. 鎘
  2. 镉
pronoun
1. het sterrenbeeld “Graveerstift“
雕具座
noun
1. een alkaloïde met structuurformule C₈H10N₄O₂ die van nature wordt aangetroffen in koffiebonen en theebladeren
咖啡因
noun
1. een uitgaansgelegenheid waar men dranken kan nuttigen
咖啡馆
pronoun
卡拉布里亚
noun
浩劫
noun
1. scheikundig element met symbool Ca en atoomnummer 20
  1. 鈣
  2. 钙
/kɑlkʏˈlatɔr/
noun
1. machine
计算机
noun
1. een scheikundig element en vermoedelijk een grijs of zilverkleurig actinide met het symbool Cf en het atoomnummer 98
锎
pronoun
1. een van de vijftig deelstaten van de Verenigde Staten. De staat grenst aan de Pacifische Oceaan en aan de Mexicaanse deelstaat Baja California, alsmede aan de Amerikaanse deelstaten Nevada, Oregon en Arizona.
加利福尼亚
pronoun
  1. 1. nimf uit de Griekse mythologie
  2. 2. een van de vier grote manen van Jupiter
木星四
noun
1. een eenheid van warmte, gelijk aan de warmte benodigd om een gram water een graad C in temperatuur te doen stijgen
卡路里
verb
1. op doorschijnend papier of linnen overtrekken
描圖
/kɑm.ˈbɔ.dja/, /kɑm.ˈbɔ.tʃa/
pronoun
1. een land in Zuidoost-Azië dat in het noorden grenst aan Laos, in het noordwesten en westen aan Thailand en in het oosten en zuidoosten aan Vietnam
柬埔寨
pronoun
劍橋
/ˈkaməˌra/
noun
1. een apparaat om beelden mee te registreren
照相机
pronoun
坎帕尼亚
/ˈkɑmpʏs/
noun
1. universiteitsterrein
学园
/ˈka.na.da/, /ˈkɑ.nɑ.da/
pronoun
1. een soevereine staat in de noordelijke helft van Noord-Amerika
加拿大
pronoun
  1. 加那利群岛
  2. 加那利群島
pronoun
1. de federale hoofdstad van Australië, gelegen in het Australisch Hoofdstedelijk Territorium
堪培拉
noun
坎德拉
noun
1. schimmelziekte van huid en slijmvliezen
念珠菌症
/'ka.nɔn/
noun
1. de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
卡农
pronoun
1. een van de 17 autonome regio’s en provincie in het noorden van Spanje gelegen ten oosten van Asturië en ten westen van Baskenland met de hoofdstad Santander
坎塔布里亚
noun
1. en 2. (vrucht van) plant Cucumis melo var. cantalupensis
哈密瓜
/ˌkɑntaˈrɛɫ/
noun
1. bepaald soort eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak, Cantharellus cibarius
鸡油菌
/kɑˈpabəl/
adjective
1. kundig, bekwaam
有才能
/ˌkapiˈbaːra/
noun
1. Hydrochoerus hydrochaeris, een groot knaagdier...
水豚
noun
1. een haarvat, het kleinste vat van de bloedsomloop
毛发的
/ˌka.pɪ.la.ri.ˈtɛɪ̯t/
noun
毛细现象
pronoun
卡普里岛
adjective
卡布里蓝色
noun
1. CH₃(CH₂)₈COOH
癸酸
noun
1. CH₃(CH₂)₄COOH
己酸
noun
2.een omhulsel, veelal van gelatine met een medicijn erin
胶囊
/ˌka.py.ˈʃɔ̃ː/, /ˌkɑ.py.ˈʃɔn/
noun
1. hoofdkap bevestigd aan een kledingstuk
风帽
/karákas/
pronoun
1. de hoofdstad van de Zuid-Amerikaanse staat Venezuela
卡拉卡斯
/karaˈʔibə(n)/
pronoun
加勒比
noun
1. carbidgas/acetyleen
乙炔
noun
碳酸盐
adjective
1. kankerverwekkend
致癌物質
noun
1. kankergezwel
癌
noun
1.
充电器
pronoun
1. de zee ten westen van de Atlantische Oceaan, begrensd door de Kleine en de Grote Antillen, de noordkust van Zuid-Amerika en de oostkust van Midden-Amerika
加勒比海
noun
龋齿
noun
1. volksfeest waarbij onder meer grote verkleedpartijen plaatsvinden,...
狂歡節
noun
1. koetswerk van een voertuig
車體風格
noun
1. de kunst en wetenschap van het vervaardigen van land-, zee- en/of luchtkaarten
地图学
noun
腰果
noun
1. een gelegenheid waar in een luxe omgeving gegokt wordt
賭場
noun
1. een behuizing voor video- en audiobanden
卡式
noun
specerij
肉桂
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
仙后座
pronoun
1. landstreek in Spanje
卡斯蒂利亚
pronoun
卡斯蒂利亚-莱昂
pronoun
卡斯蒂利亚-拉曼恰
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Catalonië, Valencia, Aragón, Balearen, Andorra, Frankrijk en Italië
  1. 加泰羅尼亞語
  2. 加泰罗尼亚语
pronoun
1. een van de 17 autonome regio’s van Spanje, gelegen in het noordoosten van het Iberisch Schiereiland; de twee officiële talen zijn Catalaans en Spaans
  1. 加泰罗尼亚
  2. 加泰羅尼亞
noun
1. grijze staar, een troebeling van de ooglens die het zien verstoort
大瀑布
noun
1. een algemene ramp
灾害
noun
1. onderdeel van een rangschikking, rang, groep.
类别
noun
1. benaming voor knaagdieren uit het geslacht Cavia
豚鼠
pronoun
卡宴
noun
1. en 2. een peper, een scherp specerij
牛角椒
pronoun
1. de hoofdstad van Egypte
开罗
noun
1. compact disc
CD
noun
3. de kleinste eenheid binnen een levend organisme waarin alle genetische informatie vervat zit
  1. 細胞
  2. 细胞
noun
1.de wetenschap van organische cellen.
细胞生物学
noun
1. slagwerkinstrument met een klavier
钢片琴
/sɛlkɛrən/
noun
1.
细胞核
noun
1. een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de cellist tussen de knieën wordt gehouden
大提琴
/ˌsɛ.ly.ˈlo.zə/
noun
1. een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt en die de plant stevigheid geeft
纤维素
noun
1. een bouwmateriaal bestaande uit kalk, zand en grind
水泥
adjective
水泥灰
/sɛnˈsyr/
noun
1. de controle van de kant van de overheid op alles wat de media uitbrengen
审查
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
半人马座
noun
1.
人马
noun
百克
/'sɛntiˌmetər/
noun
1. een lengtemaat die gelijk is aan één honderdste van een meter
  1. 公分
  2. 厘米
adjective
1. in het midden gelegen
中央
/sɛn.ˌtral.a.fri.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/, /sɛn.ˌtral.ɑ.fri.ˌkans.re.pʏ.ˈbliːk/, /sɛn.ˌtraɫ.a.fri.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/
pronoun
1. een land in Midden-Afrika, officieel de Centraal-Afrikaanse Republiek, dat geheel door land wordt omsloten
  1. 中非共和国
  2. 中非共和國
pronoun
中亚
pronoun
1. Iraanse taal gesproken door 6 miljoen mensen in Irak en Iran
库尔德语
noun
1. centrifugaalmachine
離心機
noun
1. middelpunt
中心
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
仙王座
noun
陶瓷器
noun
1. een plechtige aangelegenheid
仪式
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
谷神星
noun
铈
/ˌsɛrtifiˈkat/
noun
1. een schriftelijk bewijs
证明
noun
铯
pronoun
休达
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
香槟
/ʃɑmˈpɑɲə/
noun
1. een schuimwijn uit de champagnestreek in Frankrijk
香槟酒
noun
1. bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus
雙孢蘑菇
noun
香颂
noun
1. mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
勒索
noun
1. grote wanorde
纷乱
noun
1. uitstraling
非凡的领导力
pronoun
1. grootste stad van Henegouwen
沙勒罗瓦
/sjarme/
noun
1. de eigenschappen van iemand waardoor die persoon aardig, leuk en vriendelijk wordt gevonden
魅力
/ʃaʊ̯.ˈføːr/, /ʃo.ˈføːr/, /ʃo.ˈfʏːr/
noun
1. de bestuurder van een motorvoertuig
司機
noun
沙文主义
noun
1. Acinonyx jubatus, een zeer snel Afrikaans katachtig roofdier
猎豹
noun
1. de baas, iemand die de leiding heeft
经理
noun
1. wetenschap die zich bezig houdt met de kennis van de stoffen ...
化学
pronoun
1.
开姆尼茨
noun
1. behandeling van kanker met medicijnen
化学疗法
/ʃɛk/
noun
支票
noun
2. eetbare hartvormige vrucht van Annona cherimola
毛叶番荔枝
/sʲik/
noun
2. uit de hoge stand
高贵的
/ˈʃi.li/
pronoun
1. een land in Zuid-Amerika, grenzend aan Peru, Bolivia en Argentinië en ingeklemd liggend tussen de Stille Zuidzee en het Andesgebergte
智利
/ˌʃɪm.pɑn.ˈse/
noun
1. Pan troglodytes, de meest aan de mens verwante mensaap, leeft in Centraal-Afrika
黑猩猩
noun
奇美拉
/ˈʃi.na/
pronoun
1. een land in Oost-Azië, officieel de Volksrepubliek China
  1. 中国
  2. 中國
/ʃi.ˈnes/
adjective
1. betreffende China
  1. 中文
  2. 中国
/ʃi.ˈnes/
pronoun
  1. 2. persoon
    1. 中文
    2. 普通话
  2. 1. de voornaamste taal die in China gesproken wordt
    1. 中文
    2. 汉语
    3. 普通话
noun
(bladeren van) Brassica rapa subsp. pekinensis
大白菜
noun
1. bepaald soort grasachtige plant, Eleocharis dulcis
荸荠
noun
1. bepaald soort kreeftachtige,
中华绒鳌蟹
noun
2. een klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht
硅片
/ʃi'rʏr(ə)x/
noun
1. specialist
外科医生
noun
1. de wetenschap van en de vaardigheid in het opereren
外科学
noun
氯
/ˈχlɔːr.zyr/
noun
1.
氯酸
noun
氯化物
noun
綠泥石
/ˌʃo.ko.ˈla/
noun
1. een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
巧克力
/ˌʃo.ko.ˈla.də/, /ˌʃɔko.ˈla.də/
noun
1. een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
巧克力
adjective
巧克力棕色
/χoləra/
noun
1. een zeer besmettelijke infectieziekte die de darmen aantast
霍乱
noun
1. vet dat in je lichaamscellen zit, zoals galvet, lichaamsvet
膽固醇
noun
编舞家
adjective
1. te maken hebbend met het christendom
基督教
/ˈkrɪs.tən/
noun
1. een belijder van de christelijke godsdienst
基督徒
/ˈkrɪ.stən.ˌdɔm/
noun
1. een religie gebaseerd op het evangelie en leven van Jezus zoals beschreven in het Nieuwe Testament
基督教
/ˈxrɪstʏs/
pronoun
基督
noun
1. de kleurenleer
色彩的
adjective
1. “kleuring” van standaardtreden van een toonladder door incidentele toonverhogingen of - verlagingen
半音的
noun
鉻
/ˌɣro.mo.zo.ˈmal/, /ˌɣro.mo.zo.ˈmaɫ/, /ˌχro.mo.zo.ˈmaɫ/
adjective
1. met betrekking tot de chromosomen, de eiwitten die erfelijke informatie bevatten
染色體
/ˌχroʊmoʊˈsoʊm/
noun
1. staafachtig lichaampje
染色体
/xrono.lo'ɣiː/
noun
1. de wetenschap die zich bezig houdt met het rangschikken in de tijd van historische gebeurtenissen
年表
noun
铬
adjective
铭绿色
noun
1.
菊花
noun
1. groot, halfvleugelig insect, leeft in Zuid-Europa en in de tropen (Cicadidae)
蝉
/ˌsikoˈrɛɪ/
noun
菊苣
noun
1. vruchtenwijn uit gegist appelsap of perensap
苹果酒
noun
1. een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden
  1. 數字
  2. 数字
noun
圆柱体
pronoun
1. een taal die tegenwoordig gesproken wordt in de gemeente Lusern in Trentino in Italië
辛布里语
noun
1.
电影院
noun
1. bepaald soort naaldboom, Cupressus sempervirens
柏树
abbreviation
差不多
noun
1. omloop voor snelheidswedstrijden
电路
noun
  1. 1. attractie
    杂技 [zájì]
  2. 2. chaotische toestand
    马戏
/ˈsɪrkəɫ/
noun
圓
noun
1. aanhaling, ontleende passage
话
verb
1. eigen of andermans woorden ontlenen
引用
noun
1. ovale, gele zure vrucht van de citroenboom
  1. 柠檬
  2. 檸檬
adjective
柠檬黄
noun
1. Melissa officinalis, een vaste plant die naar citroen ruikt; van de bladeren kan thee gezet worden
蜜蜂花
noun
柠檬酸
noun
柑橘
noun
土木工程
noun
分類
/klʌstrofoˈbiː/, /klʌustrofoˈbiː/
noun
1. vrees voor afgesloten ruimten
幽闭恐惧症
noun
1. de leiders van een kerkgenootschap
圣职者
noun
1. te veel gebruikte uitdrukking
老生常谈
noun
1. gevoelig orgaan bovenaan de schaamspleet van de vrouw dat voor de seksuele opwinding zorgt
阴蒂
noun
1. de gecombineerde darm- en urineuitgang bij bepaalde diersoorten
泄殖腔
/kloːn/, /klʌːun/
noun
1. komische artiest
小丑
/klɵp/
noun
  1. 1. besloten gemeenschap
  2. 2. gemakkelijke stoel
  3. 3. golfstok
俱乐部
/kowaˈli(t)si/
noun
1. verbond van twee of meer partijen, mogendheden of staten om een gemeenschappelijk doel te bereiken
联合
noun
同轴电缆
noun
1. gevaarlijke gifslang
眼鏡蛇
noun
1. een drug die bereid wordt uit de bladeren van de coca die euforie en ongevoeligheid voor pijn veroorzaakt en leidt tot verslaving
可卡因
pronoun
科恰班巴
noun
1. drankje bestaande uit gemixte alcoholische dranken
鸡尾酒
noun
茧
noun
尾声
noun
干邑白兰地
noun
1. ontgaste steenkool
焦炭
noun
2. koolzuurhoudende frisdrank
可乐
noun
2
合作者
/ˌkɔlɑˈɣen/
noun
1.
膠原蛋白
/kɔˈleɣa/, /kɔˈleχa/
noun
1. een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt
同事
noun
1. de tijd waarin een docent een bepaald onderwerp uitlegt aan studenten
课
noun
膠體
/ko.ˈlɔm.bi.ja/
pronoun
1. een land in het noordwesten van Zuid-Amerika
哥伦比亚
/ko'lɔnə/
noun
1. rij van militairen of voertuigen in een groot aantal gelederen van kleine frontbreedte
柱
noun
1. dikke darmonderzoek waarbij men met een endoscoop het darmslijmvlies onderzoekt en zo nodig een biopsie kan nemen
大腸鏡檢查
noun
1. de eerste, gelige moedermelk
产妇的初乳
noun
鈳鉭鐵礦
adjective
1. gerieflijk
舒服
/kɔmən'tar/
noun
  1. 1. toelichting of verklaring
  2. 2. kritiek
評論
noun
传播学
/kɔmyˈnɪsmə/
noun
1. ideologie die gericht is op gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen en verbruiksgoederen
共产主义
noun
共产
/ko.ˈmoː.rə(n)/, /ko.ˈmo̝ː.rə(n)/
pronoun
2. staat gevestigd op de gelijknamige eilanden
  1. 科摩罗
  2. 科摩羅
verb
2. voor rechter of notaris verschijnen
出版
noun
1. wedijver, concurrentie
竞争
noun
1. (informatica) computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')
编译器
verb
编纂
adjective
1. volledig, voltallig
满
noun
1. iemand die muziekstukken schrijft
作曲家
noun
een samengesteld materiaal dat is opgebouwd uit verschillende componenten
复合材料
noun
1. is het residu dat ontstaat na ontbinding van organisch materiaal (d.w.z. van plantaardige of dierlijke oorsprong)
堆肥
/kɔm.ˈpju.tər/, /kɔm.ˈpɪ̯uː.tər/
noun
1. informatieverwerkende machine
  1. 计算机
  2. 電腦
  3. 电脑
noun
计算机科学
noun
浓度
noun
1. afgesloten terrein met barakken waar machthebbers bepaalde groepen mensen zonder rechtsgang onder dwang van de samenleving afgezonderd houden
集中营
noun
1. een ontwerp, een project
概念
noun
1. een muziekuitvoering door een orkest etc.
音乐会
/kɔn.si.ˈjɛr.ʒə/, /kɔn.ˈʒɛr.ʒə/
noun
1. een huisbewaarder, een toezichter in een gebouw
禮賓部
noun
1. een besloten kerkvergadering van kardinalen waarbij een paus gekozen wordt
教宗选举
noun
课
verb
1. een gegeven) concreet maken
具体化
noun
1.
竞争
/kɔŋkʏˈrerə(n)/
verb
竞争
/kɔndɛn'zasi/
noun
冷凝
noun
1. elektrische component
电容器
noun
电容
noun
避孕套
noun
1. benaming voor sommige roofvogels uit de Amerikaanse tak (Cathartidae) van de gierenfamilie
神鷹
noun
电导
noun
冲突的
noun
1. de bijklank of gevoelswaarde van een woord of woordgroep, die tot op zekere hoogte losstaat van de letterlijke betekenis
含义
adjective
1. grondig, zorgvuldig, nauwgezet
认真
/kɔnˈsɛnzʏs/
noun
共識
noun
保守主义
noun
1. een school in het hoger onderwijs waar men zich kan laten opleiden tot professioneel musicus, acteur/actrice of danser(es)
音乐学校
noun
2. ingeblikt voedsel ter bewaring tegen bederf
罐头
noun
聯盟
noun
康铜
pronoun
君士坦丁堡
noun
2,3 sterrenbeeld, configuratie, onderlinge stand van hemellichamen
星座
noun
1. een ontwerper van constructies
建构子
noun
  1. 1. Romeins overheidspersoon
  2. 1. vertegenwoordiger
领事
noun
1.
使馆
noun
插口
noun
1. een zeer kleine glazen of kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
角膜接触镜
noun
中级
noun
集装箱
noun
貨櫃船
noun
1. een werelddeel
大陆
adverb
持續
/ˌkɔntinyˈweːrə(n)/
verb
1. voortzetten
持续
noun
1. het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten
低音提琴
/kɔnˈtrɑkt/
noun
1. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst
契約
noun
1. (muziekinstrument) fagot waarvan de noten een octaaf lager klinken dan de gewone fagot
低音巴松管
noun
会费
verb
1. inspecteren, toezicht houden, onderzoeken, nazien
控制 [kòngzhì]
/kɔn.vɛr.ˈsa.tsi/
noun
会话
adjective
1. bolrond, met een gebogen oppervlak
凸
noun
1. scheikundig element met symbool Cn en atoomnummer 112
鿔
/ˈkɔrnis/, /ˈkɔrnɪs/
pronoun
1. een Keltische taal die gesproken wordt in Cornwall
康瓦耳语
pronoun
1. schiereiland in het zuidwesten van Engeland
康沃尔
adjective
1. met betrekking tot de krans-slagaders van het hart
冠状
noun
身
adjective
1.
不错
noun
1. samenhang
相关
/ˌkɔriˈʒeːrə(n)/, /ˌkɔriˈʒɪːrə(n)/
verb
1. iets van fouten ontdoen
修正
noun
1. roest, een langzame verbinding met zuurstof
腐蚀
/'kɔrsɪkɑ/
pronoun
1. Frans eiland
科西嘉島
pronoun
1. een taal die op Corsica gesproken wordt
科西嘉语
/ˌkɔs.ta.ˈri.ka/
pronoun
1. een staat in Midden-Amerika, tussen Panama en Nicaragua
哥斯达黎加
noun
库仑
noun
1. massamedium
报纸
noun
古斯米
noun
1. veedrijver/veehoeder
牛仔
noun
1. bepaald soort zoogdier, Canis latrans
土狼
noun
巧合
noun
2. op samenwerking gegronde vereniging of bedrijf
合作社
noun
1. bepaald soort struik en 2. vrucht daarvan, Vaccinium macrocarpon
  1. 大果蔓越梅
  2. 小紅莓
noun
1. ernstig verkeersongeluk
坠机
noun
信用卡
/krɛˈʃɛndo/
noun
crescendo
noun
1. sociologie van misdaad en misdadigheid
犯罪學
noun
1. een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt
危機
/kriˈterijʏm/
noun
1. toets, een doorslag gevende reden
准则
noun
荷官
noun
密码分析
adjective
彩黄色
/ˈky.ba/
pronoun
eiland en land in het Caribisch gebied
古巴
noun
1. film die populair is bij een kleine maar betrokken groep fans
邪典電影
/kɵl'tyːr/
noun
1. het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren,...
文化
noun
1. taal die de standaardtaal is in een gebied waar ook dialecten worden gesproken
国家语言
/ky.ra.ˈsʌʊ̯/, /kyː.ra.ˈzaʊ̯/
pronoun
1. een eiland en 2. een land
库拉索
noun
2. gele voedselkleurstof
姜黄素
noun
鋦
noun
1. een precisiesport die lijkt op bowls, jeu de boules en bocce, die op ijs gespeeld wordt gespeeld met zware stenen in plaats van metalen (of plastic) ballen
冰壶
adjective
1.
斜体
/ˈkʏrsʏs/
noun
课
noun
曲线
noun
1. wetenschap van de besturing van systemen
  1. 控制论
  2. 控制論
noun
een cycloalkaan
环己烷
noun
2.
气旋
noun
1. terugkerende, regelmatige reeks
循环
/ˈki.prʏs/, /ˈsi.prʏs/
pronoun
land in de Middellandse Zee, tussen Europa en Azië, officieel de Republiek Cyprus, eiland in de Middellandse Zee
塞浦路斯
/sɪˈrɪlɪs/
adjective
1. betrekking hebbend op een alfabet
西里尔
/ˈkɪstə/
noun
1. holte gevuld met vocht
囊肿
/ˌsitɔˈplɑsma/
noun
細胞質
noun
1. de toonnaam
商
/daːr/
adverb
1. op die plaats
那里
/daːr/
conjunction
1. omdat
那里
conjunction
反之
adverbialPronoun
1. met dat, met die
以便
noun
虻
noun
达达主义
noun
1. iemand die iets (slechts) gedaan heeft
作者
/dɑx/, /dɑχ/
noun
1. tijd waarin een hemellichaam volledig om zijn as draait
  1. 天
  2. 日
noun
1. klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
报纸
noun
日記
noun
1. het aanbreken van de nieuwe dag, de tijd net voor zonopkomst
黎明
noun
1. een oproep om voor een rechtbank te verschijnen
传票
noun
1. deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
  1. 屋頂
  2. 屋顶
noun
1. elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
瓦
/dɑl/
noun
1. een laagte in een heuvel- of bergstreek
谷
/daːmə/
noun
3. koningin in het schaakspel
女皇帝
noun
1. Dama dama, behoort tot de familie Cervidae, hert met een breed plat gewei...
黇鹿
verb
1. het damspel spelen
西洋跳棋
/dɑmp/
noun
1. de gasvormige toestand van een stof, de toestand die ontstaan is door verdamping
蒸气
noun
2. de dampkring van de aarde
地球大气层
pronoun
3. jongensnaam
但以理书
interjection
1. uitdrukking van dankbaarheid
謝謝
noun
1. het dankbaar zijn
感谢
noun
1. een verzameling sierlijke bewegingen, meestal op basis van een muzikaal ritme
舞蹈
verb
1. ritmisch bewegen
跳舞
noun
1. mannelijk persoon die danst
跳舞者
noun
1. mannelijke bij
雄蜂
/dɑrm/
noun
1. onderdeel van het spijsverteringsstelsel tussen de maag en de anus
肠
noun
鐽
noun
1. evolutieleer die het ontstaan van de soorten verklaart door natuurlijke selectie uit varianten die bij reproductie optreden
達爾文主義
/dɑs/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Meles meles
獾
/ˈdɑs.lok/
noun
1. sterk riekende, eetbare plant uit de lookfamilie
熊葱
noun
数据库
noun
1. een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld,...
数据库
noun
1.
数据中心
noun
de derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen
与格
noun
1. een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar
  1. 日子
  2. 日期
noun
露
article
1. (de) wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
羽
verb
1. een lastige kwestie voortvarend en vastberaden aanpakken
打蛇打七寸
pronoun
1.
德帕内
interjection
1. er is een onomkeerbare stap gezet
无可挽回
noun
辩论
/deˈbil/
adjective
  1. bespottelijk, ridicuul
  2. in lichte mate zwakzinnig
虚弱的
/deˈbil/
noun
  1. 1. iemand die min of meer zwakzinnig is
  2. 2. bespottelijk iemand, halve gare, idioot
虚弱的
noun
  1. 1. C10H22
  2. 2. hoofd van een faculteit
癸烷
noun
旬
verb
1. het afgieten van een vloeistof nadat de vaste stof in de vloeistof bezonken is
滗析
noun
1. het langzamer voortbewegen dan voorheen; het remmen
减速度
noun
1. de twaalfde en tevens laatste maand van het jaar
十二月
noun
告白
noun
减压
noun
2. faillissement, bankroet
破产
noun
1. ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak
面团
noun
1. rol om deeg uit te rollen
擀面杖
noun
1. rol om deeg uit te rollen
擀面杖
/ˈdeːl/
noun
  1. 1. een afsplitsing van een geheel
  2. 2. één uit een reeks
份
verb
1. meedoen, meevoelen
參加
noun
粒子物理学
noun
粒子加速器
noun
分词
/den/, /deːn/
noun
1. een inwoner van Denemarken
丹麦人
/dens/, /deːns/
adjective
1. betreffende Denemarken of het Deens
丹麦的
/dens/, /deːns/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken in Denemarken
丹麦语
noun
1. begripsbepaling
定义
noun
1. het vallen van het prijspeil waardoor het geld in waarde toeneemt
通货紧缩
verb
开苞
noun
退化
pronoun
  1. 1. Griekse god van de paniek
  2. 2. kleinste van de twee manen van Mars
火卫二
noun
1. dikke deken gevuld met isolerend materiaal
被子
/dekə(n)/
noun
1. een (vaak dikke) doek, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden (tijdens de slaap)
毯子
/'dɛk.pɵnt/
noun
1.
不动点
noun
1.
餐桌
verb
2. in meer dan één stuk snijden of hakken
被除
verb
斟酌
noun
1. een wiskundige bewerking op twee getallen
分割
noun
1. een aandoening van de hersenen waardoor de verstandelijke en cognitieve vermogens verminderen
痴呆
noun
民主
noun
3. een protestmars
示威
pronoun
1. de hoofdstad van de provincie Zuid-Holland en tevens de stad waar de Nederlandse regering zetelt
海牙
/ˈdenəˌmɑrkə(n)/, /ˈdeːnəˌmɑrkə(n)/
pronoun
1. een Scandinavisch land in Noord-Europa
  1. 丹麦
  2. 丹麥
verb
1. een oplossing zoeken
想
adjective
冷杉绿
/ˈdejo/
noun
1. een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
體香劑
/ˌdejodɔːˈrɑnt/
noun
1. een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
體香劑
noun
义务伦理学
noun
  1. 1. ministerie
  2. 3. bestuurlijk gewest in sommige landen
省
/ˈdɛrdə/
noun
  1. 1. door drie gedeeld iets
    三分之一
  2. 1. nummer drie in een rij
    第三
/ˈdɛrdə/
ordinalAdjective
1. betrekking hebbend op nummer drie in een rij
第三
noun
与格
noun
第三人称
pronoun
第三帝国
verb
使分流
noun
1. een specialisme binnen de geneeskunde dat zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
皮肤病学
noun
1. Huidspecialist
皮肤科医生
cardinalNumeral
1. het getal 13
十三
ordinalAdjective
第十三
cardinalNumeral
1. het getal 30
三十
noun
设计师
adjective
1. met kennis van zaken
熟练的
noun
1. een specialist
家
noun
脱氧核糖核酸
noun
专制主义
noun
點心
noun
雷管
noun
1. iets dat goed is in zedelijk opzicht
德行
noun
1. ondeugend kind
小壞蛋
/døːr/
noun
1. een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof
  1. 门
  2. 門
noun
1. een handvat waarmee een deur wordt geopend of gesloten
梨果
/dewteɾoˈnomjum/
pronoun
  1. 申命記
  2. 申命记
/'devəntər/
adjective
1. gemeente en oudste stad in de provincie Overijssel
代芬特尔
demonstrativePronoun
1. aanduiding voor dichtbijzijnde dingen, dieren of mensen
這些
/deʲɪsmə/
noun
自然神论
noun
1. stofwisselingsziekte waarbij het lichaam geen of te weinig insuline produceert
糖尿病
noun
1. vaststelling van een ziekte
诊断
adjective
對角線
noun
een rechte lijn die twee niet-opeenvolgende hoekpunten van een veelhoek verbindt.
對角線
noun
een vierkante matrix waarvan alle elementen buiten de hoofddiagonaal (↘) 0 zijn
对角矩阵
noun
1. een symbolische en grafische voorstelling van een aantal zaken en hun onderling verband
图解
noun
执事
/diaˈlɛkt/
noun
1. een variant van een taal met kenmerkende grammaticale, fonologische en andere kenmerken
方言
noun
辩证法
/ˌdi.ja.ˌlɛk.to.lo.ˈɣi/, /ˌdi.ja.ˌlɛk.to.lo.ˈχi/
noun
1. de wetenschap die regionale verschillen tussen taalvariëteiten bestudeert
  1. 方言学
  2. 方言學
noun
对话
noun
1. bloedzuivering met een kunstnier
透析
noun
1. middellijn
直径
/diɑ're/
noun
1. darmstoornis die dunne ontlasting veroorzaakt
瀉 泻
preposition
1. op een korte afstand van
靠近
/dɪxtˈbɛː/, /dɪɣ.ˈbɛɪ̯/, /dɪχˈbɛɪ/
adjective
1. op heel korte afstand
近
noun
1. iemand die poëtische kunst voortbrengt
詩人
noun
1. compactheid
密度
verb
1. dicht maken door middel van een knoop
扣上
noun
1. staatsvorm waarbij de macht vrijwel volledig in handen van één of enkele personen ligt
  1. 獨裁政體
  2. 专政
verb
听写
/ˈdɪk.tʏm/
noun
1. beschikkend gedeelte van een vonnis of arrest
男高音
demonstrativePronoun
2. ter aankondiging van een bepaling
前者
/dif/
noun
1. iem. die steelt
賊
noun
1. het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren
  1. 盗窃
  2. 盜竊
noun
托盘
/ˈdinən/
verb
1. werken voor; in dienst zijn van
服务
noun
1.
业务
adjective
深橙色
/diːr/
noun
1. met zintuigen uitgerust meercellig organisme dat zijn energie verkrijgt uit andere dierlijke of plantaardige organismen
动物
adjective
1. waaraan men grote waarde hecht
爱人
/ˈdiːrə(n)ˌtœʏ̯n/, /ˈdiːrə(n)ˌtœːn/
noun
1. een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren.
动物园
noun
1. wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van dierziektes
兽医学
noun
1. de wetenschap die de dieren bestudeert.
动物学
noun
1. ontwikkeling in een bepaalde richting, het zich ontwikkelen van cellen, weefsels etc. tot...
分化
adjective
难
noun
绕射
/ˈdɪftɔŋ/
noun
1. een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
二合元音
adjective
1. met betrekking tot de spijsvertering
消化的
noun
1. middel dat
消化的
noun
四象
/dɛj/
noun
1. het deel van het menselijk been tussen heup en knie
大腿
/dɪk/
adjective
    1. 1. een naar verhouding grote dwarsdoorsnede hebbend
    2. 2. de genoemde dwarsdoorsnede hebbend
    3. 3. een naar verhouding grote lichaamsomvang hebbend
    4. 5. hecht
    5. 6. nauw aaneengesloten
    6. 7. weinig vloeibaar
    厚
  1. 4. ruim
    满
noun
2. mate waarin iets een grote dwarsdoorsnede
垕
adverb
常常
/dɪ'lɛmɑ/
noun
moeilijke keuze
困境
noun
1. de plant en de bladeren van het kruid
  1. 蒔蘿
  2. 莳萝
noun
  1. 1. afmeting in een bepaalde richting
  2. 2. parameter van een wiskundige ruimte
  3. 3. categorie waarin een fysische grootheid valt
号
noun
1. warme maaltijd
晚餐
verb
1. het diner gebruiken
晚饭
noun
1. voorwerp
东西
noun
1. Canis lupus dingo, een Australische wilde hond
澳洲野犬
/ˌdinoˈsʌʊriər/
noun
1. een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben
恐龍
/ˌdinoˈsʌʊrəs/
noun
1. een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben
恐龙
noun
1. dag van de week die na maandag en voor woensdag komt
  1. 星期二
  2. 周二
noun
1. bestuurlijk gebied in de rooms-katholieke Kerk of andere Kerken
教區
noun
  1. 二極管
  2. 二极管
noun
梁龍
noun
1. de kunst en de kunde van het voeren van overleg
外交
noun
1. dipoolantenne
偶极子天线
verb
1. iets even in een vloeistof dopen
回火
adjective
1. zonder te wachten, zonder iets daartussen
直击
noun
1. een leider van een orkest, koor of ander muziekgezelschap
乐队指挥
/dɪs/
noun
  1. 1. gedekte tafel
  2. 2. maaltijd
餐桌
/ˈdɪskʏs/
noun
1. een zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen.
圆盘
noun
1. een gedachtewisseling waarbij doorgaans verschillende meningen worden uitgewisseld
讨论
verb
讨论
verb
讨论
noun
逻辑或
verb
争取
/dɪsəl/
noun
3. houtbewerkingsbijl
錛子
noun
不协和音
noun
1. verdeling, verspreiding
分配
demonstrativePronoun
  1. 此
  2. 這
adjective
1. onderling duidelijk verschillend
各
noun
1. uitkering van (een deel van de) winst aan de aandeelhouders van een onderneming
股息
noun
氧气
noun
1. specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
营养学家
/(d)ʒi.ˈbu.ti/, /dji.ˈbu.ti/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika 2. de hoofdstad van
吉布提
pronoun
1.
第聂伯河
noun
1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes
骰子
noun
1. een vrouwelijk kind
女儿
/ˈdɔktɔr/
abbreviation
1. een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven
博士
noun
1. een verzameling leerstellingen of dogmas die niet ter discussie staan
信條
noun
1. een verzameling gegevens
文件
/dokymɛn'taʦi/
noun
1. geschreven materiaal dat een bepaald onderwerp om- en beschrijft
文档
/'do:dələk/
adjective
1. de dood veroorzakend
致命
/ˈdo.də(n)/
verb
1. iemand van het leven beroven.
  1. 杀
  2. 杀死
  3. 戕杀
  4. 戕殺
noun
  1. 1. een van de twee gemarkeerde ruimten op een sportveld
    愚人
  2. 1. het punt waarop men zich richt
    目的
noun
目标受众
noun
守门员
noun
愚人
verb
1. een actie ondernemen
做
verb
1. een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven
暗淡
/'dɔɣma/
noun
1. een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
宗教教義
noun
医生
/dɔl/
noun
1. roeipen
桨叉
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
海豚座
/dɔlˈfɛɪ̯n/, /dɔlˈfɛːn/, /dɔɫˈfɛɪ̯n/, /ˈdɔlfɛɪ̯n/, /ˈdɔlfɛːn/, /ˈdɔɫfɛɪ̯n/
noun
1. familie Delphinidae van mittelgrote tandwalvissen met vooruitstekende snuit
海豚
noun
匕首
/ ˈdɔlɑr /
noun
1. munt en munteenheid
元
adjective
1. van weinig verstand getuigend
笨
noun
1. hoofdkerk van een bisdom
大教堂
noun
2. vijfde trede van toonladder
属音
/ˌdo.mi.ni.ˌkan.sə.re.py.ˈblik/, /ˌdo.mi.ni.ˌkans.re.pʏ.ˈbliːk/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied dat ten westen aan Haïti grenst en daarmee...
  1. 多明尼加
  2. 多米尼加共和国
noun
1. een schenking
捐赠
pronoun
1. een rivier in Europa die in het Zwarte Woud in Duitsland ontspringt en naar de Zwarte Zee stroomt.
多瑙河
noun
1. een zeer luid geluid bij onweer
雷
noun
1. een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt
  1. 星期四
  2. 周四
adjective
1. zonder licht
黑
noun
1. toestand dat er geen licht is
黑
/doːt/
noun
1. de toestand na het leven
死亡
/ˈdotxan/
verb
1. het leven verlaten
死
/ˈdoːts.ɛsˌka.dər/
noun
1. bende die gevormd is om een of meerdere personen te doden
處決小隊
noun
棺
/doːf/
adjective
1. niet of minder goed tot horen in staat zijn
  1. 耳聋
  2. 聋
noun
聾
noun
蛋黃
noun
  1. 1. stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
  2. 2. ingewikkelde zaak
迷宮
/ˈdoːrɣan/, /ˈdɔːrχan/
verb
1. tot het einde meemaken
持续
noun
1. Datura stramonium, een zeer giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat
曼陀罗花
noun
2. diameter
直径
/ˈdorvərˌkopə(n)/, /ˈdo̝rvərˌkopə(n)/
verb
1. iets verkopen dat onlangs is gekocht
轉手
/doːrˈzɪxtəx/, /doːrˈzɪxtɪx/, /do̝ːrˈzɪχtəχ/
adjective
[1] waar licht zo ongehinderd door kan treden dat het zicht erdoor niet belemmerd wordt
透明
/doʊs/, /doːs/
noun
1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
箱子
noun
1. stimulerende (genees)middelen
兴奋剂
/dɔrp/
noun
1. kleine, permanente nederzetting
村
noun
口渴
noun
岁费
noun
1. een overheidsdienst die belast is met de controle op het internationaal goederenverkeer
海關
noun
海关人员
/duʃ/
noun
1. stortbad
淋浴
verb
1. een bestand van een computer of server op afstand naar een lokale computer of server overbrengen
下载
noun
1. een set van twaalf
打
/draːt/
noun
5. de schroefdraad
花丝
/drat.los/, /ˈdraːd.loːs/
adjective
1. waarbij geen draden nodig zijn voor de overdracht van een signaal
无线的
/ˈdraxbar/, /ˈdraχbar/
noun
1. een baar waarop iets gedragen kan worden
擔架床
noun
1. stok waaraan men iets draagt
扁担
noun
1. een machine die een ingeklemd werkstuk ronddraait zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
車床
noun
劇本
/ˈdraːi̯ən/
verb
Vertalingen: na te kijken
  1. 轉動
  2. 转动
noun
旋轉木馬
noun
1. een mechanisch bediend of automatisch spelend orgel, meestal op straat spelend
手摇风琴
pronoun
sterrenbeeld nabij de noordelijke hemelpool
天龙座
/draːk/
noun
1. fabeldier
  1. 龙
  2. 龍
verb
2. als kledingstuk of sieraad aanhebben
穿
noun
5. voorwerp dat iets ondersteund
斑块
/ˈdraɣɔn/
noun
2. kruid
龍蒿
noun
  1. 1. een droevige of aangrijpende gebeurtenis
  2. 2. een bepaald soort film of toneelstuk
戏剧
/drɑŋk/
noun
  1. 2. vloeistof om de dorst te lessen
  2. 1. alcoholhoudende vloeistof
饮料
noun
3. vloeibaar medicament
汁
noun
1. grassoort
溴
verb
1. een bestraffende handeling in het vooruitzicht stellen
威胁
noun
1. onderdorpel van een kozijn
门槛
/ˈdrɛntə/
pronoun
1. provincie in het noorden van Nederland, die door Friesland, Groningen, Overijssel en het Duitse Nedersaksen wordt begrensd
德伦特省
cardinalNumeral
1. telwoord
  1. 三
  2. 叁
noun
1. het cijfer 3
三
noun
三位一体
noun
1. tweedimensionale geometrische vorm, bestaande uit 3 hoeken en 3 zijden
三角形
noun
1. (romantische) verhouding waarbij drie mensen zijn betrokken
三角恋
/ˈdriˌɦɔndərt/
cardinalNumeral
1. het getal 300
三百
/ˈdriklɑŋk/
noun
2. akkoord van drie verschillende tonen
三和弦
pronoun
显现日
noun
三叉
cardinalNumeral
1. het getal 93
九十三
cardinalNumeral
1. het getal 23
二十三
verb
  1. e1. op het oppervlak van een vloeistof rusten
  2. e2. in de lucht zweven
漂浮
/'drɪŋkə(n)/
noun
喝
/ˈdrɔx.re.də(n)/, /ˈdrɔχ.re.də(n)/
noun
1. een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt
诡辩
noun
1. uitwerpsel, ontlasting
大便
noun
1. Camelus dromedarius, herkauwer uit Afrika met vetbult op de rug
單峰駱駝
verb
je een voorstelling maken van wat je graag wil
幻想
noun
幻想的人
/droːx/
adjective
1. geen of zeer weinig vocht bevattend.
乾
noun
烘干机
noun
1.1 constructie met horizontale spijlen, gebruikt om gewassen wasgoed op te hangen zodat het kan drogen
晾衣架
noun
1. lange periode zonder of met minder neerslag
乾旱
noun
  1. 1. beelden die men ziet wanneer men slaapt
    1. 夢
    2. 梦
  2. 2. een gedachte waarvan met graag had gehad dat ze werkelijkheid werd
    1. 梦
    2. 梦想
noun
zwart gekleurd snoepgoed
濃縮甘草
noun
2. vrucht van de wijnstok
葡萄
noun
1. pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
  1. 压力
  2. 壓力
noun
1. een persoon die afdrukken maakt
打印机
noun
爵士鼓
/drɵ.pəl/
noun
滴
noun
冒号
/ˈdʏ.bəl.ˌstɛr/, /ˈdʏ.bəɫ.ˌstɛr/
noun
1. twee sterren die om elkaar heen bewegen
联星
noun
1. een scheikundig element met het symbool Db
𨧀
/dʏf/
adjective
1. saai, doods
乏味
/ˈdœy̯dələk/
adverb
  1. 1. niet mis te verstaan
  2. 2. goed te herkennen
明确
/dœʏ̯f/, /dœːf/
noun
1. vogel die een koerend geluid maakt, uit de familie Columbidae
  1. 鸽子
  2. 鴿子
adjective
鸽蓝色
noun
潜艇
noun
1. iemand die voor beroep of plezier zich onder de waterspiegel begeeft
跳水员
/dœy̯m/
noun
  1. 1. eerste, kortste en dikste vinger
    拇指
  2. 2. lengtemaat
    英寸
/dœʏ̯n/, /dœːn/
noun
沙丘
pronoun
1. Franse stad aan de Noordzee bij de grens met België
敦刻尔克
noun
1. een toestand van weinig of geen verlichting
黑暗
/dœʏ̯ts/, /dœːts/
adjective
1. betreffende Duitsland of het Duits
德国的
/dœʏ̯ts/, /dœːts/
pronoun
1. een taal die gesproken wordt in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en België
  1. 德语
  2. 德語
/ˈdœʏ̯tsə/, /ˈdœːtsə/
noun
1. een vrouw van Duitse komaf
德国人
pronoun
東德
noun
1. hond uit een oorspronkelijk in Duitsland gefokt ras
德国牧羊犬
/ˈdœʏ̯tsər/, /ˈdœːtsər/
noun
1. een inwoner van Duitsland
德国人
/ˈdœʏ̯tslɑnt/, /ˈdœːtslɑnd/, /ˈdœːtslɑnt/
pronoun
1. een Midden-Europese staat die wordt gevormd door een federatie van 16 deelstaten en die het Duits als officiële taal heeft
  1. 德国
  2. 德意志
noun
  1. 恶魔
  2. 惡魔
/ˈdœy̆zənt/
noun
1000
  1. 千
  2. 一千
noun
蓍
adjective
1.
千年
noun
1. oude munt
公國
verb
1. produkten onder de gangbare prijs verkopen
使用
/dʏn/
adjective
2. van geringe dikte
薄
noun
1. bepaalde soort vis, Chelon ramada
薄唇鯔
/dywoˈdenʏm/
noun
1. twaalfvingerige darm
十二指肠
noun
1. duool
二连音
noun
1. enige tetraploïde tarwesoort die nog veel wordt verbouwd
硬粒小麦
conjunction
1.om die reden, daarom
  1. 所以
  2. 因此
verb
niet goedkoop
贵
/ˈdyːr.zam/
adjective
1. lang meegaand
持久
/dy.ʋǝⁿ/
verb
1. door druk uit te oefenen doen voortbewegen
推
noun
1. de afkorting voor digital versatile disc,...
DVD
adjective
1. onverstandig, gek
傻子
noun
1. iemand die onverstandig denkt en/of handelt
傻子
/dʋɛi̯l/
noun
1. een stuk weefsel in natte vorm gebruikt om een gladde vloer te reinigen
拖把
noun
1. een buitengewoon klein mens
侏儒
noun
1.
矮行星
noun
動力學
noun
迪納摩
/dɪslɛkˈsi/
noun
1. het onvermogen om woorden, waarvan men wel de letters ziet, in hun betekenis te vatten
失讀症
noun
1. scheikundig element met symbool Dy en atoomnummer 66
镝
pronoun
1.
杜塞尔多夫
noun
1. de toonnaam
角
/ˈiːmeːɫ/, /ˈiːmɪːɫ/
noun
  1. 1. systeem voor het verzenden van berichten via een computernetwerk
  2. 2. bericht dat verstuurd is via e-mail
电子邮件
noun
1. adres voor het ontvangen en verzenden van e-mail
电子函件
noun
回聲定位
adjective
2. waarachtig, juist, niet vervalst
真
conjunction
1. een beperkende tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) beperkt
然而
/ˈɛxtxəˌnot/
noun
1. een mannelijke huwelijkspartner
丈夫
/ˈɛxtxəˌnotə/, /ˈɛχtχəˌnotə/
noun
1. een vrouwelijke huwelijkspartner
妻子
/eˈklɪps/
noun
1. het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistert
日蚀
/ˌe.ko.lo.ˈɣi/, /ˌe.ko.lo.ˈχi/
noun
1. de tak van wetenschap die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
  1. 生态
  2. 生態
noun
2. het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
  1. 经济
  2. 經濟
noun
1. alle organismen in hun leefomgeving.
生态系统
noun
1. de naam voor elk element uit de achtste chemische reeks van het periodiek systeem
稀有气体
noun
1. een stuk edelgesteente
寶石
noun
出版
pronoun
2. spelwoord voor de letter e
尤金
noun
教育
/et/
noun
1. een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
誓詞
/ˈekˌhoːrn/
noun
1. benaming voor knaagdieren uit de familie Sciuridae
  1. 松鼠
  2. 栗鼠
/ems/
pronoun
埃姆斯河
adjective
一
verb
1. worden afgewezen door iemand die je amoureus benaderd hebt
遭到拒絕
noun
四叶重楼
/eːnt/
noun
1. benaming voor veel watervogels uit de familie Anatidae
  1. 鸭
  2. 鴨
noun
1. insect uit de orde Ephemeroptera
蜉蝣
noun
协和
cardinalNumeral
1. het getal 31
三十一
cardinalNumeral
1. het getal 81
八十一
/ˌe.nən.ˈtʋɪn.təχ/
cardinalNumeral
1. het getal 21
二十一
cardinalNumeral
1. het getal 41
四十一
/ˈenənˌzøvəntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 71
七十一
noun
2. maat waarin hoeveelheden worden uitgedrukt
統一
noun
麒麟
noun
單項式
/eːnˈvɑudəx/, /eːnˈvɑudəχ/
adjective
  1. 1. niet ingewikkeld
  2. 2. zonder overdaad of vertoon
容易
noun
1. de hoedanigheid van het eenzaam zijn
孤独
/er/
noun
1. aanzien, roem
荣誉
/ˈeːrɣɪstər/, /ˈɪːrχɪstər/
adverb
1. de voorlaatste dag die voltooid is
前天
/ˈɪːrɣɪstərə(n)/, /ˈɪːrχɪstərə(n)/
adverb
1. de voorlaatste dag die voltooid is
前天
/ˈeːrlək/
adverb
1. vrij van leugen en bedrog
誠實
noun
诽谤
noun
1. nummer één in een volgorde
第一
noun
1. eerste kwartier
上弦
noun
主格
phraseologicalUnit
1. grammaticale term die de spreker of sprekers aanduidt.
第一人称
pronoun
1. een militair conflict op wereldschaal, dat van 28 juli 1914 tot 11 november 1918 plaatsvond
第一次世界大战
/etlepəl/
noun
1.
勺子
noun
筷子
/eːu̯/
noun
1. een periode van 100 jaar
  1. 世纪
  2. 世紀
/eːwɪx/, /eːʋəχ/, /eːβ̞əx/
adjective
1. voortdurend, zonder einde
永恒
/eːwɪx/, /eːʋəχ/, /eːβ̞əx/
adverb
1. voortdurend, zonder einde
永远
/e.ˈfe.zə/
pronoun
1. in de oudheid een grote Ionische haven- en handelsstad
以弗所
pronoun
1. boek in het Nieuwe Testament
以弗所书
noun
1. uitwerking
效果
adverb
1. doeltreffend
有效
noun
1. de mate waarin nuttig gebruik gemaakt wordt van het beschikbare bij een bepaald proces
效率
/ˈexəl/
noun
1. bepaald soort zoogdier Erinaceus europaeus
  1. 蝟
  2. 猬
pronoun
爱琴海
/e.ˈɣɪp.tə/, /e.ˈχɪp.tə/
pronoun
1. een Arabisch land op de grens van Afrika en Azië
埃及
/ɛɪ/, /ɛɪ̯/, /ɛː/
noun
1. dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
  1. 蛋
  2. 鸡蛋
adjective
1. betrekking hebbend op de visuele vermogens
异常清晰的
noun
1. het binnenste, gele deel, van een ei
卵黃
noun
1. eierschaal
蛋壳
noun
1. het geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
卵巢
noun
1. de gele eidooier die in het midden van het ei zit
卵黃
noun
1. iemand die iets in eigendom heeft
物主
/'ʔɛɪɣəndɔm/
noun
1. eigendomsrecht
所有權
noun
1. een naam waardoor men een mens, dier of ding zich van andere van dezelfde soort onderscheidt
专有名词
/ɛi̯k/, /ɛːk/
noun
1. Quercus, een geslacht van loofbomen
橡樹
/ˈɛɪkəɫ/
noun
1. vrucht van de eik
  1. 橡子
  2. 栓皮櫟
/ɛilɑnt/
noun
1. een stuk land dat omringd is door water
  1. 島嶼
  2. 島
  3. 岛
/ˈɛɪ̯ndə/, /ˈɛːndə/
noun
1. het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt
最后
noun
1. scheikundig element met symbool Es en atoomnummer 99
锿
/ɛiwɪt/
noun
2. een tot een klasse van polymere stoffen met een hoog moleculair gewicht...
蛋白质
noun
射出
noun
1. bepaald soort zwartwitte kraaiachtige vogel, Pica pica
喜鹊
/ɛl.ˈsɑl.va.dɔr/, /ɛɫ.ˈsɑɫ.va.dɔr/
pronoun
1. land in Midden-Amerika dat grenst aan Guatemala, Honduras en de Stille Oceaan
  1. 萨尔瓦多
  2. 薩爾瓦多
noun
1. een groot hert uit de poolstreken met een opvallend groot en breed vertakt gewei
  1. 大鹿
  2. 駝鹿
noun
彈性
/eləˈɣɑnt/
adverb
1. een prettige uitstraling hebbend door de subtiele afwerking
  1. 典雅
  2. 典雅的
  3. 优雅
noun
1. vakman op gebied van elektriciteit
电工
/eˌlɛktrɪsiˈtɛɪt/
noun
2. de elektrische stroom als energiedrager
  1. 電
  2. 电
noun
1. een krachtcentale waar elektriciteit wordt opgewekt
發電站 发电站
noun
1.
电容
noun
电化学
noun
电极
noun
1. een magneet waarvan het veld door een elektrische stroom veroorzaakt wordt
电磁体
adjective
电磁
noun
电磁学
noun
1. een van de elementaire deeltjes, het lichtste deeltje met een elektrische lading
电子
noun
1. de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen...
  1. 电子学
  2. 電子學
noun
1. de studie en praktische toepassing van alles wat met elektriciteit en elektromagnetisme te maken heeft
電機工程學
noun
元素
adjective
基本
noun
基本粒子
cardinalNumeral
1. het getal 11
十一
noun
  1. 1. sportploeg die uit elf spelers bestaat
  2. 2. een groep van elf
十一
verb
2. verwijderen uit de bevolking, doden
分泌
/ɛlk/
indefinitePronoun
1. ieder afzonderlijk
每
/əl'kar/
reciprocalPronoun
1. als wederzijds lijdend voorwerp
自我
noun
1. Gewricht
肘
/ˈɛləpɛɪp/, /ˈɛləpɛːp/
noun
bot in de onderarm
尺骨
noun
  1. 1. twee-dimensionale figuur die wordt gevormd door alle punten waarvoor de som ...
  2. 2. een stijlfiguur waarbij een lopende zin wordt afgebroken, die echter door...
椭圆
noun
1. boomsoort
榿
/ˈɛlzɑs/
pronoun
1. regio in Frankrijk
阿尔萨斯
noun
栓塞
noun
1. een organisme in het eerste ontwikkelingsstadium na de bevruchting
胚胎
noun
1. de wetenschap die zich met het ongeboren leven bezighoudt
胚胎学
noun
移民出境
/ˈɛmər/
noun
1. busvormig vat (met hengsel), waarin men vloeistoffen of vaste stoffen kan verplaatsen
水桶
noun
1. bepaalde soort drietenige vogel Dromaius novaehollandiae
鸸鹋
adjective
1. wat op ervaring of proefneming berust
实证
noun
積膿
noun
乳浊液
conjunction
  1. 和
  2. 以及
noun
腦病
/ˌɛnsiklopeˈdi/
noun
1. een gestructureerde en geschreven verzameling van menselijke kennis, in boekvorm of digitaal
百科全书
noun
內視鏡
noun
1. (kijk)onderzoek van lichaamsholten of inwendige kanalen
內視鏡
/enər'ʒi/, /enɛr'ʒi/
noun
1. het vermogen iets te doen
  1. 能源
  2. 能量
adjective
1. angst veroorzakend
险恶
noun
1. hemels wezen
天使
noun
1. deel van het Verenigd Koninkrijk
  1. 英格兰
  2. 英国
/ˈɛ.ŋ(g)əls/, /ˈɛ.ŋɔɫs/, /ˈɛ.ŋəɫs/
adjective
1. als van, in of betrekking hebbend op Engelsen, Engeland of het Engels
  1. 英语
  2. 英文
/ˈɛ.ŋ(g)əls/, /ˈɛ.ŋɔɫs/, /ˈɛ.ŋəɫs/
pronoun
1. de taal
  1. 英语
  2. 英語
/ɛ.ŋɔɫs.mɑn/, /ɛ.ŋəls.man/, /ɛ.ŋəɫs.mɑn/
noun
1. iemand die in Engeland woont
英国人
adjective
1. niet dubbel, bijvoorbeeld enkel spoor, enkele reis
单一
adverb
1. niet dubbel
单一
noun
1. gewricht dat de voet met het been verbindt
脚踝
noun
1. een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
单数
/eˈnɔrm/
adjective
1. buitensporig groot
庞大的
/ɑŋ.ˈkɛː.tə/, /ɑ̃.ˈkɛt/
noun
1. een vragenlijst die aan meerdere personen wordt voorgelegd
询问
noun
實體
noun
昆虫学
noun
排骨肉
noun
1. een getal evenredig met de logaritme van het aantal realiseringmogelijkheden, ook wel gedefinieerd als de reversibele warmte gedeeld door de temperatuur
熵
noun
1. papieren omslag voor brieven
信封
noun
帆幅
/ɛnˈzim/
noun
1. een organische molecuul dat biologische reacties mogelijk maakt of versnelt zonder daarbij zelf...
酵素
/ˈepɛnˌtezɪs/
noun
1. invoeging van middenlank
插音
noun
1. het punt op het aardoppervlak loodrecht boven de haard van de aardbeving
震中
/epideˈmi/
noun
1. besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt onder een groep van mensen
流行病
noun
流行病学
/ˌepiˈfizə/
noun
1. een klier die onderdeel is van de epithalamus en melatonine uitscheidt
松果腺
noun
附生植物
noun
1. het vakgebied binnen de genetica dat de invloed bestudeert van de omkeerbare erfelijke veranderingen in de genexpressie die optreden zonder wijzigingen in de sequentie (volgorde van de basenparen) van het DNA in de celkern
表觀遺傳學
noun
1. vallende ziekte, toevallen
癫痫
adjective
叙事诗的
noun
1. woord dat gevormd is op basis van een eigennaam van een persoon
名祖
/ˌe.kwa.toː.ri.al.ɣi.ˈne.ja/, /ˌe.kʋa.to̝ː.ri.aɫ.χi.ˈne.ja/, /ˌe.kβ̞a.toː.ri.aɫ.ɣi.ˈne.ja/
pronoun
1. een land in Afrika grenzend aan Gabon en Kameroen
赤道几内亚
noun
1. passage van de zon door het vlak van de evenaar
分点
noun
等价
noun
1. een scheikundig element en zilverwit lanthanide met het symbool Er en het atoomnummer 68
铒
noun
1. oprichting van het mannelijk lid
勃起
pronoun
1.
埃尔福特
noun
1. schending van Gods regels door de eerste mens Adam als last die op ieder mens rust
原罪
adverb
1. in hoge mate
十分
adverb
哪儿
noun
人因工程学
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
厄里斯
/ˌeː.ri.ˈtre.ja/, /ˌɪː.ri.ˈtre.ja/
pronoun
1. een Afrikaans land grenzend aan Soedan, Ethiopië, Djibouti en de Rode Zee
厄立特里亚
pronoun
1. + 2. stad en stadsdistrict
埃尔朗根
/ərˈme/
adverbialPronoun
1. vervangt met het
以便
noun
1-2. beschadiging en afslijting
侵蚀作用
noun
1. steen
矿石 [kuàngshí]
adjective
1. bekwaam door ervaring
熟练的
noun
1. een vorm van kennis
经验
/ˈʔɛr.və(n)/
verb
1. de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen
繼承
noun
1. een bepaalde peulvrucht, een groentesoort
豌豆
/ˈɛzdorᵊn/
noun
1. boom of heester uit het geslacht (
枫
pronoun
1. een internationale kunsttaal die oorspronkelijk ontworpen is door Ludovico Zamenhof
  1. 世界语
  2. 世界語
noun
1. een koolstofverbinding met de functionele groep -C(=O)-O-C-
酯
adjective
美学
/ˈɛstis/, /ˈɛstɪs/
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Estland
  1. 爱沙尼亚语
  2. 愛沙尼亞語
/ˈɛslɑnd/, /ˈɛstlɑnt/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa dat grenst aan Letland en Rusland
  1. 爱沙尼亚
  2. 愛沙尼亞
noun
1. een vrouwelijk hormoon
雌激素
noun
层
verb
1. het nuttigen van voedsel
  1. 吃
  2. 食
noun
1. C₂H₆
乙烷
/etaˈnɔl/
noun
1. een chemische verbinding met twee koolstofatomen en een alcoholgroep
乙醇
noun
1. een praktische wijsbegeerte die zich bezighoudt met wat goed en kwaad is
伦理学
/ˌe.ti.ˈjo.pi.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika grenzend aan Eritrea, Djibouti, Somalië, Kenia en Soedan
埃塞俄比亚
noun
动物行为学
noun
1. onderdeel van de pathologie dat zich bezighoudt met de oorzaken van ziekten
原因論
/ɛtnoːloːɣi/, /ɛtnoːloːʝi/
noun
民族学
/ɛtər/
noun
1. wittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
脓
noun
  1. 1. woordherkomst
  2. 2. studie naar oorsprong en verandering van vorm en betekenis van woorden
  1. 语源学
  2. 语源
noun
1. een rooms-katholiek sacrament dat een voortzetting is van het laatste avondmaal van Christus
圣餐
noun
1-2.
委婉
/ˌø.fo̝.ˈri/
noun
1. verhoogd gevoel van welzijn
欣快
noun
優生學
/œykɑriotən/
noun
2. een van de drie taxonomische domeinen, Eukaryota
真核生物
noun
  1. 宦官
  2. 太监
pronoun
1. de naam van de grootste landmassa op aarde die de continenten Europa en Azië omvat
  1. 欧亚大陆
  2. 歐亞大陸
interjection
1.
尤里卡
/'øː.ro/, /'ɵː.ro/
abbreviation
1. munt en munteenheid
  1. 欧元
  2. 歐元
/øːˈroːpa/, /ʏːˈropa/
pronoun
1. een continent op het noordelijk halfrond, dat ten noorden van Afrika en ten westen van Azië ligt
  1. 欧洲
  2. 欧罗巴
/ˌøːropeˈjaːn/, /ˌʏːropeˈjan/
noun
1. bewoner van het Europese continent of iemand die daarvan afkomstig is
欧洲人
/øːroˈpeːs/, /ʏːroˈpes/
adjective
1. afkomstig van of betreffend het continent Europa
欧洲的
pronoun
欧洲人权法院
pronoun
欧洲议会
pronoun
欧洲中央银行
pronoun
欧洲联盟委员会
pronoun
欧洲人权法院
pronoun
欧洲投资银行
pronoun
歐洲監察使
pronoun
欧洲理事会
pronoun
欧洲审计院
/ˌøː.ro.ˌpe.sə.ˈy.ni/, /ˌʏː.ro.ˌpe.sə.ˈy.ni/
pronoun
unie van 27 Europese staten
  1. 欧洲联盟
  2. 歐洲联盟
noun
1. scheikundig element met symbool Eu en atoomnummer 63
铕
pronoun
歐洲隧道公司
noun
1. handelingen die iemands leven beëindigen of het sterven bespoedigen, om pijn en lijden te verkorten
安乐死
noun
富营养化
noun
搬空
noun
1. bespreking en beoordeling van de gang van zaken
估价
noun
福音
adjective
1. Deelbaar door twee
偶
/evəˈnar/, /ˈevənar/
noun
1. denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
赤道
adverb
1. ook, tevens
都
noun
1. in het wild levende voorouder van het varken Sus scrofa
山猪
noun
1. wild varken
野猪
/ˌevoˈlysi/, /ˌevoˈlytsi/
noun
1. ontwikkeling, verandering
演化
noun
1. theorie over de stapsgewijze ontwikkeling van het leven
演化
noun
1.
前妻
noun
1. onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging of opgedragen verrichtingen
考试
noun
异常
adjective
太过
adjective
1. wat andere mogelijkheden uitsluit
獨一
noun
1. uitscheiding
排泄作用
noun
正體
noun
解经学家
noun
注释
noun
存在主义
noun
存在
pronoun
  1. 出埃及記
  2. 出埃及记
noun
外气层
noun
实验
verb
1.
做试验
noun
1. een computersysteem dat specifieke kennis van menselijke experts representeert en gebruikt om een probleem binnen een bepaald gebied op te lossen
专家系统
verb
解说
verb
解说
noun
爆炸
verb
1. goederen aan een afnemer in het buitenland verhandelen
出口
noun
表现主义
pronoun
埃斯特雷马杜拉
pronoun
以西結
/ˈezəɫ/
noun
1. bepaald paardachtig zoogdier, Equus asinus
  1. 驢
  2. 驴
noun
1. vrouwelijke ezel
騲驢
pronoun
以斯拉
noun
1. één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'f'
F谱号
/ˈfabəl/
noun
1. een kort moraliserend verhaal met dieren of zaken als handelende personen
寓言
noun
1. plaats waar op industriële schaal productie bedreven wordt
厰
noun
1. document met een beschrijving van goederen die een bedrijf (aan een ander bedrijf) geleverd heeft
发票
noun
3. product van een reeks factoren
階乘
/ˈfæːrøːə̯r/, /ˈfɛːrʏːr/
pronoun
1. en 2., eilandengroep, land
法罗群岛
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken op de Faeröer
法罗语
noun
1. (muziekinstrument) een houten blaasinstrument met dubbelriet
低音管
/ˌfajisəˈmɛnt/
noun
2. een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
破产
noun
1. staaf of stok die aan de bovenkant in een brandbare stof gedrenkt is, brandend zorgt het voor verlichting
火炬
pronoun
福克兰群岛
adjective
使魔
/fa.ˈmi.li/, /fa.ˈmiː.lɪ̯ə/
noun
1. (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
  1. 家族
  2. 家庭
noun
1. naam die van generatie op generatie en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
姓
noun
狂热
noun
1.
幻想
noun
法拉
/ˈfarao/
noun
1.
法老
noun
  1. 2. klucht
  2. 3. vulling in voedsel
馅子
adjective
1. uit de farmacie, met betrekking tot de productie van geneesmiddelen
制药学的
noun
药理学
/fɑˈsʲɪsmə/
noun
ideologie
法西斯主义
/ˈfʌʊna/, /ˈfʌːna/
noun
1. het geheel aan dieren in een gebied
動物
adjective
颊髯
noun
1. bepaald soort kleurrijke vogel, Phasianus colchicus
野鸡
/febryˈwaːri/
noun
1. de tweede maand van het jaar
二月
noun
1. ontlasting
排便
noun
联邦主义
noun
1. een verbond van samenwerkende staten of lichamen die hun zelfstandigheid behouden
联邦
/fe:/
noun
1.
仙女
noun
1. een vermakelijke en vreugdevolle sociale gelegenheid
节日
noun
假日
noun
祝贺
noun
1.
殺害女性
noun
1. streven naar het opheffen van de achterstelling van vrouwen en vrouwelijke eigenschappen door een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen
女性主義
noun
1. vrouw die streeft naar gelijke rechten voor vrouwen
女权主义者
noun
飞秒
noun
plant en plantdelen van Trigonella foenum-graecum
胡芦巴
noun
不死鳥
noun
多酚
noun
現象學
/fenilɑlɑninə/
noun
1. aminozuur
苯丙氨酸
pronoun
2. spelwoord voor de letter f
佛罗伦萨
noun
1. gisting
发酵
noun
1.
精力,生命力
noun
1.
费米子
noun
1. scheikundig element met symbool Fm en atoomnummer 100
镄
/fɛs/
noun
1. bepaald soort hoed van Turkse oorsprong
菲斯
noun
小说
adjective
虚拟
adjective
1. trots
自豪的
/fits/
noun
1. tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen
自行車
verb
1. op een fiets rijden
自行车
/ˈfitspɑt/
noun
1. een weggedeelte of vrijliggend pad dat is gereserveerd voor het gebruik door fietsers en snorfietsers.
  1. 單車徑
  2. 单车径
noun
唧筒座
/ˈfi.(d)ʒi/, /ˈfi.dʒi/
pronoun
1. een land in Oceanië op het zuidelijk halfrond. Het bestaat uit 332 eilanden waarvan ongeveer 110 bewoond zijn
  1. 斐济
  2. 斐濟
noun
1. het stoer en flink zijn
精力,生命力
noun
郵票研究
/faɪl/
noun
  1. 1. lange rij met stilstaande of langzaam voortbewegende voertuigen of personen
    交通堵塞
  2. 1. bestand op de computer
    文件
/ˌfi.li.ˈpɛɪ̯.nə(n)/, /ˌfi.lɪ.ˈpɛɪ̯.nə(n)/, /ˌfi.lɪ.ˈpɛː.nə(n)/
pronoun
1. republiek in Oost-Azië bestaande uit een archipel van 7107 eilanden
  1. 菲律宾
  2. 菲律賓
noun
  1. 3. een opname van bewegende beelden die een verhaal vertelt
    电影
  2. 1. een dunne laag
    1. 菲林
    2. 电影
/fɪlm.ˈnwaʁ/
noun
1. film in de stijl en sfeer die in de eerste plaats wordt geassocieerd met misdaadfilms waarvan de hoofdfiguren in een existentieel bedreigende en nihilistische wereld leven
黑色電影
verb
1. beelden van iets vastleggen op film
录像
noun
文字学
/filozoˈfi/
noun
1. de oudste theoretische discipline die het verlangen heeft en streeft naar kennis en wijsheid
哲学
adjective
1.
哲学上
noun
  1. 1. de beslissende wedstrijd in een toernooi tussen de laatste twee deelnemers
  2. 2. het slotstuk van een meerdelig toneel- of muziekstuk
决赛
noun
1. finalis
根音
/ˈfɪnlɑnd/, /ˈfɪnlɑnt/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa
芬兰
/fɪns/
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Finland
芬兰语
pronoun
1.
芬兰湾
noun
1. een medicijnflesje
瓶
noun
(informatica) hardware of software die een computer of netwerk beschermt tegen misbruik van buitenaf
防火墙
noun
1. software die in hardware ingeprogrammeerd is
固件
/fjɔrd/, /fjɔrt/
noun
1. een bepaald type van inham in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjerwerking zijn uitgesleten
峡湾
noun
1. bepaald soort roze reigerachtige waadvogel met een haakvormige snavel...
  1. 火烈鸟
  2. 火烈鳥
noun
1. scheikundig element met symbool Fl en atoomnummer 114
𫓧
noun
1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
  1. 瓶子
  2. 瓶
adjective
瓶绿
/ˈflevoˌlɑnt/, /ˈfleːvoˌlɑnd/, /ˈfleːvoˌlɑnt/
pronoun
1. een provincie in het midden van Nederland, die door het IJsselmeer...
弗莱福兰省
/ˈflɛk.si/
noun
  1. 1. een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
  2. 2. vormverandering van een woord
词形变化
/ˈflɔrəns/
pronoun
2. de hoofdstad van Toscane
佛罗伦萨
pronoun
1.
佛罗里达
noun
1. een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
牙线
noun
  1. 1. buisvormig blaasinstrument
  2. 4. een slank drinkglas
笛
verb
1. een fluit bespelen
吹口哨
noun
1. een chemisch element en een geelgroen halogeen
氟
/flʏks/
noun
2.aantal krachtlijnen dat loodrecht door een oppervlakte-eenheid gaat
流
noun
1. een ziekelijke vrees
恐惧症
/ˈfokʏs/
noun
2. een punt of verzameling van punten waar alle stralengangen samenkomen
家庭
noun
鞘
noun
1. een nog niet voldragen menselijke of dierlijke vrucht
胎儿
noun
1.
民俗学者
noun
3. effect (waardepapier)
证券投资基金
noun
1.
音位
/ˌfoneˈtik/
noun
1.
语音学
adjective
语音学
/ˌfonoloˈɣi/
noun
1.
音系学
noun
1. nog niet verbeende plek in de schedel van een baby
囟脑门儿
/fɔnˈtɛɪn/, /fɔnˈtɛːn/
noun
1. kunstmatige bron, aangelegd om water omhoog te spuiten
噴泉
noun
奶嘴
noun
1. benaming voor zalmachtige zoetwatervissen uit de geslachten Salmo, Salvelinus en Oncorhynchus
尊鱼
/fɔrˈmel/
adjective
1. met inachtneming van strikte omgangsvormen
正式
noun
公式
pronoun
1. categorie in de autosport
级方程式
/fɔrmyˈlir/
noun
1. een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord
表
noun
1. vroeg in het voorjaar geel bloeiende sierheester / chinees klokje
連翹
noun
1. met symbool P en atoomnummer 15
磷
noun
1.
磷光
adjective
化石
noun
1 en 2
照片
noun
1. iemand die fotos maakt
摄影师
noun
1. de kunst om door chemische inwerking van licht op een gevoelige plaat afbeeldingen te maken
摄影
noun
1. een elementair deeltje waaruit elektromagnetische straling is samengesteld
光子
noun
1.
光合作用
noun
1. een toestel om mee te fotograferen
照相机
noun
傅里叶变换
/fɑut/
noun
1. vergissing, onjuistheid
错
noun
1. foxtrot
狐步
/fwɑ.ˈjeː(r)/, /fʋa.ˈje/
noun
1. verzamelplaats, zaal voor de verpozing (bijvoorbeeld in een hotel of schouwburg)
家庭
noun
段
noun
2. vrucht van de frambozenstruik
  1. 覆盆子
  2. 悬钩子
adjective
悬钩子红色
noun
1. een scheikundig element met symbool Fr en atoomnummer 87
钫
/frɑŋk/
noun
munteenheid
法郎
pronoun
美茵河畔法蘭克福
/ˈfrɑŋkrɛɪ̯k/, /ˈfrɑŋkrɛːk/
pronoun
1. een West-Europees land, grenzend aan België, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Italië, Monaco, Spanje en Andorra
  1. 法国
  2. 法兰西
/frɑns/
adjective
1. betreffende Frankrijk of het Frans
法语
/frɑns/
pronoun
1. een Gallo-Romaanse taal die vooral gesproken wordt in Frankrijk, België, Luxemburg...
  1. 法语
  2. 法語
pronoun
法属圭亚那
pronoun
法属波利尼西亚
/ˈfrɑns.man/, /ˈfrɑns.mɑn/
noun
1. iemand uit Frankrijk
法国人
noun
1. een aantal woorden die een begrip uitdrukken, vaak een zinsdeel, soms een hele zin
短语
noun
1. bedrog of gesjoemel door valsheid in geschrifte
詐騙
noun
1. graanproduct gemaakt van geroosterde groene tarwe
翡麦
noun
铣床
noun
  1. 2. Driemaster
    巡防舰
  2. 1. Oorlogsschip
    1. 巡防艦
    2. 巡防舰
noun
1,2. aantal keren of herhalingen per tijdseenheid
頻率
noun
1. bepaald soort klein marterachtig zoogdier, Mustela putorius furo
貂
/ˌfrikaˈtif/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
塞擦音
noun
1. en 2.
弗里西亚语
pronoun
2. benaming voor een Germaanse taal
  1. 夫里斯兰语
  2. 弗里西亚语
/ˈfrislɑnd/, /ˈfrislɑnt/
pronoun
1. provincie in het nooren van Nederland
弗里斯兰省
noun
1. de benaming voor een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
薯条
noun
1. everjong
小猪
noun
bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
果糖
/frœʏ̯t/, /frœːt/
noun
1. voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten
水果
noun
1.
果树
/ˈfrœʏtsɑp/, /ˈfrœːtsɑp/
noun
1. sap gewonnen uit fruit
果汁
/fœyf/
noun
节日
noun
  1. 1. taak
  2. 2. positie binnen een bedrijf of organisatie
  3. 3. (wiskunde) afhankelijkheid tussen een element en een veranderlijke
  4. 4. (informatica) onderdeel van de broncode van een computerprogramma
函数
noun
虚词
noun
1. een orthodoxe, antiliberale godsdienstige richting
原教旨主義
verb
1. een fundering aanbrengen
建立
noun
合并
/fʏt/
noun
1. de benodigde energie en zin ergens voor
能量
noun
1.
未来主义
/ˈfizika/
noun
1. de wetenschap van de materie en de bestudering van het gedrag en de interactie in ruimte en tijd
物理学
noun
物理学家
noun
生理学
noun
运动疗法
noun
植物病理學
/føn/
noun
1. een toestel dat een warme luchtstroom voortbrengt voor het drogen en opmaken van het kapsel
吹风机
noun
1. de toonnaam
合
noun
1. g-sleutel
G谱号
/ɣaːj/
noun
1. middelgrote, gewoonlijk vrij kleurrijke zangvogel met een vrij lange staart, Garrulus glandarius
松鴉
/ɣaːn/, /χaːn/
verb
1. zich in een bepaalde richting bewegen
  1. 去
  2. 走
/'ɣa.bɔn/, /ɣa.'bɔn/, /χa.'bɔn/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Gabonese Republiek
加蓬
noun
1. echtgenoot, echtgenote
配偶者
/ɣadoˈlinijʏm/
noun
1. een scheikundig element met symbool Gd en atoomnummer 64
钆
noun
[A] 1. uit de lever afkomstig vocht dat een rol speelt in de spijsvertering, met name van vet
胆汁
pronoun
1. boek van het Nieuwe Testament
加拉太书
noun
1. een peervormig hol orgaan dat aan de rechterkant van het lichaam, achter (d.w.z. meer naar binnen) en onder de lever ligt
胆囊
noun
1. een loodsulfide met de chemische formule PbS
方铅矿
noun
1. de laatste maaltijd die een ter dood veroordeelde mag nuttigen
临刑餐
adjective
  1. 1. een Spaanse regio in het noordwesten van het Iberisch schiereiland
  2. 2. betreffende het Galicisch
加里西亞語
pronoun
1. Romaanse taal gesproken in Galicië
加利西亚语
/ɣɑˈlisɪə/, /ʝɑˈlisɪə/
pronoun
1. Spaanse regio
  1. 加利西亚
  2. 加里西亚
noun
1. een scheikundig element met symbool Ga en atoomnummer 31
镓
pronoun
高卢
noun
1. streektaal die gesproken wordt in Frankrijk
加羅語
noun
1. een langdurige naklank
混響
/'ɣɑm.bi.ja/, /'χɑm.bi.ja/
pronoun
1. een land in West-Afrika
  1. 冈比亚
  2. 岡比亞
noun
1. mannelijke gans (Anser en Branta)
公鹅
/ˈɣɑŋ(g).pɑd/, /ˈɣɑŋ.pɑt/, /ˈχɑŋ.pɑt/
noun
1. een pad voor wandelaars, voetpad
通过
noun
1. benaming voor vogels uit de geslachten Anser en Branta
  1. 鹅
  2. 鵝
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
木卫三
/ɣa.ˈra.zʲǝ/
noun
  1. 1. een overdekte autostalling
  2. 2. een bedrijf dat reparatieservices aan motorvoertuigen verricht
车库
noun
蝦
pronoun
1.
加龍河
/ɣɑs/, /χɑs/
noun
1. aggregatietoestand
  1. 气体
  2. 气
pronoun
加斯科涅
noun
1. een buis waardoor verschillende materialen in gasvorm vervoerd kunnen worden
煤气管
noun
1. grote planeet die grotendeels of volledig bestaat uit een atmosfeer
气态巨行星
/ɣɑst/, /χɑst/
noun
1. iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
客人
noun
  1. 1. een man
  2. 2. (biologie) een organisme
东
noun
腸胃炎
noun
美食學
noun
款待
/ɣɑt/, /χɑt/
noun
  1. 1. opening
  2. 2. een tekort of ontbrekend deel
孔
pronoun
1. exclave van Palestina tussen Egypte, Israël en de Middellandse Zee
加沙地带
noun
1. benaming voor slanke hoefdieren
瞪羚属
noun
1. onderhouden, kort gemaaid grasveld bij een huis
草地
/xəˈbar/
noun
  1. 1. een beweging waarmee men iets wil zeggen
  2. 2. een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
动作
noun
1. meestal zoet, gebakken voedsel specifiek gemaakt om van te genieten
点心
noun
手語
/ɣə'bɛt/
noun
1. het bidden
祈求
noun
1. een verzameling van bergen die met elkaar een groter geheel vormen
山脉
/ɣə'bɵːrə(n)/
verb
1. plaatshebben, werkelijkheid worden
发生
noun
1. iets dat zich voordoet
事件
noun
1. de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden
命令式
/ɣəˈboːrtə/, /χəˈbo̝ːrtə/
noun
1. actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
出生
noun
1. een getal dat aangeeft hoeveel geboorten er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
出生率
noun
1. een constructie waarin men kan wonen of werken
建筑物
adjective
1. naar gewoonte, zoals men regelmatig doet
通用
/ɣəˈbrœʏkən/, /χəˈbrœʏkən/
verb
1. zich bedienen van, toepassen
  1. 用
  2. 使用
/ɣə'brœːkər/, /χə'brœʏkər/
noun
1. iemand die iets gebruikt
  1. 用户
  2. 使用者
/ɣə'dɑɣdə/, /ɣəˈdɑxtə/
noun
1. het nadenken, idee
三色堇
noun
1. minder dan het geheel
要害
noun
1. een in versmaat of in dichterlijke stijl opgesteld stuk
詩歌
noun
1. de manier waarop iemand optreedt of iets ergens op reageert
举止
/ɣədʏɫt/
noun
1. de rust en bereidheid om te wachten
耐性
preposition
tijdens
同時
/ɣeːl/, /ɣeːɫ/, /χeɪɫ/
adjective
1. citroen-, goudkleurig
  1. 黄色
  2. 黄
/ɣeːl/, /ɣeːɫ/, /χeɪɫ/
noun
1. kleur tussen oranje en groen
黄色
adjective
黄灰色
adjective
黄绿色
adjective
黄橙色
noun
黄疸
indefinitePronoun
1. ontkennend onbepaald lidwoord: tegenovergestelde van één, niet een
不要
/ɣeːst/, /χeːst/
noun
  1. 1. dat wat zich afspeelt in iemands gedachten
    精神
  2. 2. een onsubstantieel wezen
    鬼
/ɣ̟eːβ̞/, /χeːu/
noun
1. het zich uitrekken, meestal met open mond, bij slaperigheid, ontspanning of verveling
哈欠
/ɣɪːwə(n)/
verb
1. gapen
打哈欠
noun
一块
/ɣəɦɛɪm/
adverb
1. opzettelijk verborgen
秘密
/ɣəɦɛɪm/
noun
1. informatie die verborgen wordt en bestemd is om dat te blijven
秘密
noun
  1. 1. het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen
  2. 2. snel toegankelijke plaats om data op te slaan
記性 记性
noun
失憶症
verb
1. gevolg geven aan een opdracht of bevel
从属
/ɣɛi̯l/, /χɛi̯l/
adjective
情欲的
/ˈɣɛɪ̯t/, /ˈɣɛːt/, /ˈχɛɪ̯t/
noun
1. bepaald soort zoogdier Capra aegagrus hircus
羊
noun
1. gekko
壁虎
/ˈɣɛlt/, /ˈχɛlt/
noun
1. een ruilmiddel dat gegarandeerd wordt door een land waarmee goederen en diensten kunnen worden gekocht
  1. 钱
  2. 錢
/ˈɣɛldərˌlɑnd/, /ˈɣɛɫdərˌlɑnt/, /ˈχɛɫdərˌlɑnt/
pronoun
1. provincie in het oosten van Nederland, die door de Flevoland, Overijssel, Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht en het Duitse Noord-Rijnland-Westfalen wordt omringd
海尔德兰省
adjective
1. waarvan de waarde of wettigheid erkend wordt
有效
noun
硬币
/ɣəˈledə(n)/, /χəˈledə(n)/
adverb
1. een woord om aan te duiden dat iets zich in het verleden af heeft gespeeld
前
/ɣə.let.ˈpo.tə.ɣə/, /ɣə.ˈleːd.ˌpoː.ti.ɣə/, /χə.let.ˈpo.tə.χə/
noun
1. een dier met een uitwendig skelet van chitine
节肢动物
/ɣǝ.'le.ɣǝn.ɦɛjt/
noun
1. mogelijkheid tot
场合
/ɣə'lɛɪk/
adjective
1. met elkaar overeenstemmend
平
/ɣə'lɛɪk/
noun
1. juistheid, recht
道理
noun
直流電
/ɣəˈlof/, /χəˈlof/
noun
1. godsdienst
宗教
verb
1. overtuigd zijn dat iets waar is
相信
/ɣə.ˈlo.vi.ɣə/, /ɣə.ˈlo.və.ɣə/, /χə.ˈlo.və.χə/
noun
1. iemand die een bepaald geloof aanhangt
信徒
/ɣəˈlɵk/, /χəˈlɵk/
noun
1. prettige loop van de omstandigheden
好运
adjective
  1. 1. in een tevredene toestand zijn, zich goed voelen
  2. 2. door gunstig toeval, met mazzel
快乐
adjective
veilig en lekker gemakkelijk
舒服
noun
1. Zingiber officinale, een specerij met een scherpe smaak
  1. 姜
  2. 薑
noun
以刻板印象为特征
noun
  1. 2. samenleving
    公司
    1. 1. het met één of meer andere deel hebben aan iets
    2. 3. geheel van personen of zaken die tot elkaar in een bepaald opzicht in een geregelde betrekking staan
    共同体
/ɣəˈmentə/, /ɣəˈmeɪntə/, /ʝəˈmentə/
noun
1. bestuurlijke eenheid
市政當局
/ɣəˈmɪdəld/, /ɣəˈmɪdəlt/, /χəˈmɪdəɫt/
adjective
1. tot de middenmoot behorend
媒體
noun
1. in de Alpen levende soort berggeit
臆羚
noun
1. drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
基因
/ˈdʒɛndər/
noun
1. sekse
性別
noun
1. een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam
系譜學
noun
医生
/γ̊əˈneːskʏndə/
noun
1. de wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van ziekten
  1. 医学
  2. 醫學
noun
1. iemand die zich bezig houdt met de hoofdlijnen
通才
noun
1. alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn
輩
/ˌɣenəˈratɔr/, /ˌχenəˈratɔr/
noun
1. een apparaat of persoon die iets genereert (doet ontstaan)
发电机
pronoun
  1. 创世记
  2. 創世記
noun
1.de wetenschap van alles wat de werking van genen betreft, in het bijzonder erfelijke overdracht
遗传学
/ɣəˈnetis/
adjective
1. gerelateerd aan de erfelijkheid
遗传学
verb
1. ergatief: gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
复
noun
1. iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is
神灵
verb
1. voordeel hebben van iets
享受
noun
1. naamval als aanduiding van bezit, oorsprong of hoeveelheid
属格
noun
1. stelselmatige uitroeiing van een volk
种族灭绝
/xəˈnom/
noun
1. een verzameling van alle genen van de chromosomen van een organisme
基因組
noun
公司
noun
1. het geheel van genetische kenmerken dat een soort onderscheidt
基因型
pronoun
1. Vlaamse provinciehoofdstad van Oost-Vlaanderen, België
根特
adjective
龙胆蓝色
pronoun
1. een stad in Noordwest-Italië
热那亚
pronoun
2. stad in Zwitserland
日內瓦
noun
大地测量学
noun
地球物理学
noun
1. aardrijkskunde
地理学
noun
1. aardkunde
地质学
adjective
1. op de geologie betrekking hebbend
地質
noun
1. een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met ruimtelijke figuren
几何
noun
地貌学
/ɣeˈjɔrɣis/, /ɣeˈjɔrɣɪs/, /χeˈjɔrχis/
pronoun
1. de taal die in Georgië gesproken wordt
格鲁吉亚语
/ɣeˈjɔrɣi.jə/, /χeˈjɔrχi.jə/
pronoun
1. een soevereine staat in West-Azië, gelegen in de Kaukasus. De officiële taal is het Georgisch
格鲁吉亚
/ɣəˈpɑstə/
adjective
舒服
noun
  1. 1. een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
    份
  2. 2. rechtbank, de rechter
    法庭
noun
1. een scheikundig element met symbool Ge en atoomnummer 32
锗
noun
1. tak van wetenschap die het "ouder worden" bestudeert
老人學
noun
2. en 3. (zaad van de) plant Hordeum vulgare
大麦
/ɣə'rɵxt/
noun
2. een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is
谣传
/ɣɛs'xrot/
abbreviation
  1. 1. het akkoord ges - bes - des
  2. 2. de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord is
降G大調
/ɣɛs'xrot/
abbreviation
  1. 1. het akkoord ges - bes - des
  2. 2. de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord is
降G大調
/ɣəˈsxɛŋk/, /ʝəˈsçɛŋk/
noun
1. iets dat men geeft
礼物
/ɣəˈsxidə(n)/, /χəˈsχidə(n)/
verb
1. werkelijkheid worden
发生
/ɣəˈsxidəˌnɪs/
noun
2. de gebeurtenissen van het verleden
  1. 历史
  2. 歷史
noun
1.
历史学家
noun
史学史
adjective
1. met de juiste eigenschappen
合适
noun
1. geweldloos conflict
争吵
/χəˈslɑχt/
noun
4. grammaticaal geslacht
性
adjective
  1. 1. strak uitgerekt
  2. 2. in hoge mate werkzaam
  3. 3. ongemakkelijk, blijk gevend van stress, het punt van (uit-)barsten naderend
紧张
noun
1. het angstig en alert zijn; het nerveus zijn
株
noun
1. een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
会话
/ɣəˈstentə/
noun
1. het materiaal waaruit de aardkorst bestaat, bestaande uit mineralen
岩石
noun
数
noun
1. de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
潮
/xøl/
noun
5. een aanleg van ondergrondseinfrastructuur zoals kabels en leidingen
配线槽
/ɣøːr/, /χøːr/
noun
1. gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming
气味
/ɣəˈvarlək/, /ɣəˈvaːrlɪk/, /χəˈvarlək/
adjective
1. gevaar met zich meebrengend
危
noun
1. iemand die gevangen genomen is
犯人
/ɣǝvɑŋǝnis/
noun
1. een gebouw waarin personen gevangen worden gehouden vanwege hun misdaden
  1. 监狱
  2. 監獄
/ɣəˈvɛxt/, /χəˈvɛxt/
noun
1. een handgemeen
打
/ˈxeː.vəl/, /ˈɣeː.vəl/
noun
1. buitenmuur van een gebouw
松子
/ˈɣevə(n)/, /ˈχevə(n)/
verb
1. overdragen van het bezit van iets aan iemand anders
  1. 给
  2. 給
adjective
1. met vleugels
有翼的
noun
枪
noun
1. een stel uit been bestaande hoorns van herten; al dan niet vertakt
鹿角
noun
1. elke kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken
暴力
/ɣəˈʋetə(n)/
noun
1. het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt
良知
noun
1. een sport waarbij de beoefenaars proberen om zware gewichten op te heffen die aan stalen staven zijn bevestigd
举重
adverb
1. zoals de ervaring leert dat het meestal is
常常
/ɣəˈwoːntə/, /ɣəˈβ̞oːntə/, /χəˈʋontə/
noun
1. vaste wijze om dingen te doen
习惯
noun
1. verbinding
關節
/χəˈzɛləx/
adjective
4. leuk, onderhoudend
漂亮
/ɣə'zɛlsxɑp/
noun
  1. 1. een groep mensen die iets gemeen hebben
  2. 3. een vereniging met een bepaald doel
公司
/ɣəˈzɛt/, /χəˈzɛt/
adjective
垕
noun
1. de voorkant van een menselijk hoofd
面
noun
1. huishouden bestaande uit een of meer ouders en hun kinderen
家庭
noun
1. welbevinden, in goede staat zijn
健康
noun
积体电路
/'ɣa.na/, /'χa.na/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Ghana
加纳
pronoun
直布罗陀
/ˈɣixələ(n)/
verb
1. een snelle, wat ingehouden vorm van lachen
咯咯笑
/ɣiːr/, /χiːr/
noun
1. benaming voor grote aasetende roofvogels met een kale kop en machtige vleugels
雕
adjective
1. geen geld of bezit aan een ander willende geven
吝嗇的
noun
2. en 3. (zaden van) de graansoort Panicum miliaceum
小米
verb
倒
noun
铸铁
/ɣɪf/, /χɪf/
noun
1. substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
毒物
noun
1. een giftige slang
毒蛇
noun
1. geschenk, gave
礼物
noun
吉字节
adjective
庞大的
/ˈɣɛɪ̯zəlaːr/, /ˈɣɛːzəlaːr/, /ˈχɛɪ̯zəlaːr/
noun
1. een veelal onschuldig persoon die tegen de eigen wil door een gijzelnemer gevangen wordt gehouden en die bedreigd wordt met het doel iets van derden gedaan te krijgen
人质
noun
琴酒
noun
公孙树
noun
1.
人参
noun
1. (scheikunde) een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO₄·2H₂O
石膏
/ʒi'rɑf/
noun
1. Herkauwend dier
  1. 長頸鹿
  2. 长颈鹿
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
鹿豹座
noun
1. herkauwend dier dat in Midden-Afrika leeft met een zeer lange hals, Giraffa camelopardalis
  1. 長頸鹿
  2. 长颈鹿
noun
1. de naam voor een aantal soorten micro-organismen
酵母
/ˈɣɪstər/, /ˈχɪstər/
adverb
1. de laatste dag die voltooid is
昨天
/ˈɣɪstərə(n)/, /ˈχɪstərə(n)/
adverb
1. de laatste dag die voltooid is
昨天
/ɣi'tar/
noun
1. een muziekinstrument
  1. 吉他
  2. 六弦琴
adjective
墨黑色
noun
冰川学
adjective
平滑
/ˈɣlɑns.kol/, /ˈɣlɑns.koɫ/, /ˈχlɑns.ko̝ɫ/
noun
1. een vorm van steenkool die sterk verhit is geweest
无烟煤
/ɣlɑs/, /χlɑs/
noun
  1. 2. op basis van SiO₂
  2. 3. om uit te drinken
玻璃
noun
玻璃体
noun
1. een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld...
青光眼
noun
1. een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen
  1. 冰川
  2. 冰河
adjective
1. glad, moeilijk houvast op te krijgen
滑的
noun
滑梯
/'ɣlɪmlɑχən/
verb
1. zacht onhoorbaar lachen
微笑
noun
1. een voortgaand proces van wereldwijde economische, culturele en politieke integratie
全球化
/ˈɣluilɑmp/
noun
1. een lamp die licht produceert met een gloeidraadje
電燈泡
noun
术语表
noun
甘油
noun
甘油
noun
1. een metamorf gesteente met verschillend gekleurde banden of aders
片麻岩
noun
1. Connochaetes, een dier behorende tot de familie Bovidae...
角马
noun
2. doelpunt
愚人
pronoun
1. bovennatuurlijk en volmaakt wezen, dat beschikt over superieure krachten en dat onsterfelijk is
  1. 上帝
  2. 天主
/ɣɔd/, /ɣɔt/, /χɔt/
noun
1. hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht...
神
noun
1. een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
神
noun
1. een vrouwelijke godheid
女神
noun
1. een geloof en alle daar bij horende rituelen en doctrines
宗教
noun
1.
宗教自由
noun
教会
adjective
1. kwaliteit bezittend
好
/ˌɣudə.ˈvrɛɪ̯.dɑx/
pronoun
1. de vrijdag voor Pasen
耶稣受难日
/ˌɣudəˈmɔrɣə(n)/
interjection
groet
早上好
interjection
avondwens
晚安
interjection
1. een groet die in de avond gebruikt wordt
晚上好
noun
1. trein die uitsluitend is bestemd om goederen te vervoeren
货物列车
adjective
1. laag in prijs
便宜的
noun
古拉格
noun
宗師
noun
淘金潮
/gɔlf/, /χɔl(ə)f/
noun
  1. 1, 2 en 3
    波浪
  2. 4. grote baai
    海湾
  3. 1. balspel waarbij een golfbal met een golfclub in een aantal slagen in de hole moet worden geslagen.
    高尔夫球
noun
高爾夫球
noun
波长
/ɣɔm/
noun
  1. 1. een gum
  2. 2. een kleverige vloeistof die wordt gemaakt van het sap van bomen
橡皮
noun
生殖腺
noun
1. een hangend slagwerk
锣
/ˈgu:gələ(n)/, /ˈɡu.ɡə.lə(n)/, /ˈɣu.ɣə.lə(n)/
verb
1. naar informatie zoeken op het internet, m.n. met Google
google
noun
古戈爾
/ˈɣotsten/
noun
1. een bak, meestal ingebouwd in een aanrecht, onder een kraan en met een afvoer
洗碗池
noun
1. een band die om het middel gedragen wordt
腰带
noun
带状疱疹
/ɣɔrˈdɛːn/, /χɔrˈdɛɪn/
noun
1. doek ter afdekking
窗帘
noun
1. Afrikaanse mensaap uit het geslacht Gorilla
大猩猩
/ɣɔrs/, /χɔrs/
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Emberizidae
鵐
noun
福音音乐
/ˈɣɔtlɑnt/, /ˈʝɔtlɑnt/
pronoun
1. Zweeds eiland
哥得蘭島
/ɣʌʊt/
noun
1. een edelmetaal met atoomnummer 79 dat wordt aangegeven met het symbool Au, het is een geel metalliek overgangsmetaal
  1. 金
  2. 黄金
noun
1. Physalis peruviana
灯笼果
phraseologicalUnit
金牌
adjective
金黄色
noun
1. een smid die met goud werkt
冶金匠
/ˈɣaʊ̯d.vɪs/, /ˈɣɔʊ̯t.fɪs/, /ˈχʌʊ̯t.fɪs/
noun
1. bepaald soort kleine goudkleurige of rode vis die uit China afkomstig is en die door veel mensen thuis gehouden wordt, Carassius auratus auratus
  1. 金鱼
  2. 金魚
noun
1. een stoofschotel van o.a. rundvlees, paprika en uien, tevens het nationale gerecht van Hongarije
匈牙利汤
noun
1. het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
省长
noun
1. eenheid om hoeken te meten
度
noun
1. geschiedkundige term voor een landsheer, oorspronkelijk belast met de rechtspraak...
伯爵
noun
粮食
adjective
优美
/ɣrɑf/, /χrɑf/
noun
  1. 1. ruimte om één of meer lijken in te begraven
  2. 2. plaats waar één of meer lijken begraven liggen
坟
noun
in plaatjes gekristalliseerde koolstof
石墨
adjective
石墨灰
adjective
石墨黑
noun
1. op een grafsteen gegraveerde korte tekst, gewijd aan de overledene
墓誌銘
noun
1. een afgeleide eenheid voor massa in het SI-stelsel (éénduizendste van een kilogram, 0,001 kg)
克
noun
1. een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal.
语法
noun
5. groep kubische mineralen
石榴石
noun
2. vrucht
石榴
/ɣɾaˈni:t/
noun
1. stollingsgesteente bestaande uit lichtgekleurde, met het blote oog onderscheidbare mineralen.
花崗岩
adjective
花岗灰
/ɣrɑp/, /χrɑp/
noun
1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
笑话
noun
1. een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
西柚
noun
1. sap van de vrucht van de boom Citrus paradisi
葡萄柚汁
/ˈɣrɑpəχ/
adjective
1. de lust tot (glim-) lachen opwekkend
好玩
noun
1. benaming voor planten uit de familie Poaceae
草
adjective
草绿色
/ɣrɑsmajər/
noun
割草机
noun
草泥马
/ˈɣrɑsvɛlt/, /ˈɣrɑzvɛld/, /ˈχrɑsvɛɫt/
noun
1. een veld dat door met name gras wordt begroeid
草坪
adjective
1. wat zonder betaling verkregen wordt
免费
adjective
1. zonder reden, onderbouwing, motivatie en/of bewijs
无偿
adjective
1. donkergrijs, kleurloos
灰色
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
雕具座
verb
1. een gat in de grond maken met de handen of met een graafwerktuig
  1. 挖
  2. 挖掘
  3. 掘
noun
1. de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
引力
/ɣre.ˈna.da/, /ɣrɛ.ˈna.da/, /χre.ˈna.da/
pronoun
land in het Caribisch gebied
  1. 格林纳达
  2. 格林納達
noun
2. de raaklijn tussen twee landen
国境
/ɣrik/, /χrik/
noun
1. inwoner van Griekenland
希臘人
noun
希臘語
/ˈɣrikə(n)ˌlɑnd/, /ˈɣrikə(n)ˌlɑnt/, /ˈχrikə(n)ˌlɑnt/
pronoun
1. een land in het zuidoosten van Europa
  1. 希腊
  2. 希臘
/ɣriks/, /χriks/
adjective
希腊的
/ɣriks/, /χriks/
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Griekenland en op Cyprus
希腊语
/ɣrip/
noun
1. een vierusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn
流行性感冒
noun
1. grof gemalen meel
粗粒小麥粉
adjective
险恶
noun
1. Oudgrieks fabeldier met de kop, voorpoten en vleugels van een adelaar en de romp, achterpoten en staart van een leeuw
狮鹫
noun
1. een pijnlijke, hatelijke, satirische vertrekking van het gelaat
壞笑
adjective
1. de kleur grijs hebbend
灰色
noun
1. oude man
老人 [lǎorén]
adjective
1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van grijs
浅灰色
adjective
米灰色
adjective
灰蓝色
adjective
灰褐色
adjective
灰白色
adjective
1. iets dat een beetje grijs is
浅灰色
noun
1. vertrokken gelaat, grijns, frats
鬼脸
/ˈgrɪzliˌbeːr/, /ˈɣrɪzliˌbeːr/
noun
1. Ursus arctos horribilis, een Amerikaanse ondersoort van de bruine beer.
灰熊
noun
1. lange en smalle uitholling, insnijding, diepe rand
屄豁儿
/ˈɣrui̯ə(n)/
verb
groter worden
长
adjective
1. met de kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben
  1. 绿
  2. 绿色
noun
1. kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd
  1. 綠色
  2. 绿色
adjective
米绿色
adjective
蓝绿色
adjective
绿褐色
adjective
绿灰色
/ˈɣrun.lɑnd/, /ˈɣrun.lɑnt/, /ˈχrun.lɑnt/
pronoun
1. een groot eiland ten noordoosten van Canada, deel uitmakend van het koninkrijk Denemarken
格陵兰
adjective
格陵兰
noun
1.
铜绿
noun
1. eetbare planten of delen daarvan
蔬菜
noun
1. verkrachting door een groep personen
輪姦
/ˈɣrut/, /ˈχrut/
noun
1. een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
問候
/ˈɣrutə(n)/
noun
1. iemand goedendag of gedag zeggen
问候
noun
1.
葱
noun
原料
noun
2. de laagste toon van een toonladder
主音
noun
1. wet die de principes van een staat definieert
宪法
/ɣroːt/
adjective
1. meer dan normaal in formaat
大
/ˌɣroːd brɪˈtɑni.jə/, /ˌχrot brɪˈtɑni.jə/
pronoun
1. benaming voor het '[[Verenigd Koninkrijk|Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland]]', dat officieel met Verenigd Koninkrijk wordt aangeduid.
大不列颠岛
noun
1. cirkel op bol met gelijk middelpunt
大圆
noun
夸大狂
noun
1. adellijke titel die hoger is dan die van hertog maar lager dan die van koning
大公
noun
广角镜
noun
1. een moeder van een ouder
奶奶
noun
大耳狐
/ˈɣrotˌʌʊdər/
noun
1. de ouder van een ouder
外公
noun
号
/ˈɣroːtˌfaːdər/
noun
1. de vader van een ouder
  1. 外公
  2. 爷爷
  3. 爺爺
pronoun
1. hoog aan het noordelijk halfrond duidelijk zichtbaar sterrenbeeld
大熊座
noun
1. bepaald soort vrij grote vogel met zwarte rug- en lichtere buikzijde, Dendrocopos major
大斑啄木鳥
noun
  1. 虞美人
  2. 虞美人草
pronoun
1. de naam voor de 5 grote meren op of nabij de grens tussen de Verenigde Staten en Canada
五大湖
pronoun
1. de oceaan die ligt tussen Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië
太平洋
noun
1. bepaald soort overblijvende plant, Sanguisorba officinalis
地榆
noun
1. bepaalde soort zeevogel, te herkennen aan zijn zwarte kuif en snavel met een klein geel puntje, Sterna sandvicensis
白嘴端凤头燕鸥
phraseologicalUnit
1. een interval dat vier halve tonen omvat
大三度
noun
1. Melanitta fusca, een vrijwel geheel zwarte eendensoort die voornamelijk op zee voorkomt
斑脸海番鸭
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
粗粒小麦粉
noun
een dipsaus uit Midden-Amerika
鳄梨酱
pronoun
瓜德罗普
/ˌgwadəˈlupskreˌjols/
pronoun
1. mengtaal die op Guadeloupe wordt gesproken
瓜德罗普克里奥尔语
/ˌgʋɑ.tə.ˈma.la/, /ˌgβ̞ɑ.tə.ˈma.la/, /ˌɣ<sup>ʊ</sup>a.tə.ˈma.la/
pronoun
land in Midden-Amerika, officieel de Republiek Guatemala
  1. 危地马拉
  2. 危地馬拉
noun
1. en 2. (vrucht van) Psidium guajava
番石榴果
pronoun
根西岛
/ɣi.ˈne/, /χi.ˈne/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Guinee
几内亚
/ˌɣi.ne.bɪ.ˈsaʊ̯/, /ˌɣi.ne.ˈbɪ.sɔʊ̯/, /ˌχi.ne.ˈbɪ.sʌʊ̯/
pronoun
1. bepaalde soort vlinder, Vanessa atalanta
几内亚比索
noun
鱈魚
noun
1. een object waarmee potlood weer weggehaald kan worden
橡皮
/ɣi.ˈja.na/, /ɣβ̞i.ˈja.na/, /χi.ˈja.na/
pronoun
1. een land in Zuid Amerika, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana
圭亚那
/ɣɪm/
noun
1. gymnastiekles
健身
noun
1. oefeningen voor de gezondheid van een mens
健身
noun
婦科
/ˌɣiroˈskop/
noun
陀螺儀
/ˈgœtɪŋən/
pronoun
1. + 2. stad en district
哥廷根
noun
1. een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas
树篱
noun
1. bepaald soort loofboom, Carpinus betulus
鹅耳枥
/haːɪ̯/, /ɦaɪ̯/
noun
1. benaming voor roofvissen uit de superorde Selachimorpha
  1. 鲨鱼
  2. 鯊魚
/haːk/
noun
符尾
noun
2. elk van de tekens, rond of met hoeken, gebruikt in paren om woorden of getallen af te zonderen
괄호(括弧)
noun
1. een naald die wordt gebruikt bij haakwerk
符尾
adjective
1. onder een rechte hoek
垂直
/ɦan/
noun
1. mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels
公鸡
noun
1.1 hoofdhaar, uitgroeisel van de epidermis dat delen van het hoofd bedekt
  1. 头发
  2. 发
noun
1.
头带
noun
  1. 1. plaats in de woning bedoeld om er een vuur te branden
    壁炉
  2. 2. plaats van waaruit zich een ziekte of andere ramp verspreidt
    焦点
noun
吹风机
noun
漆
noun
1. Lepus eropaeus, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren
野兔
/hast/
adverb
1. bijna
  1. 几乎
  2. 幾乎
pronoun
2. boek in de Bijbel
哈巴谷书
/ˈhabiˌtɑt/
noun
1. het natuurlijke leefgebied van een organisme
  1. 栖息地
  2. 棲息地
noun
1. bepaalde soort vlinder, Vanessa atalanta
强子
noun
1. scheikundig element met symbool Hf en atoomnummer 72
铪
noun
1. langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde Lacertilia
蜥蜴
/haɣəɫ/
noun
1. bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
  1. 冰雹
  2. 雹
  3. 雹子
/ˈhaɣəlˌsten/
noun
1. een klontje ijs dat als neerslag uit de lucht komt
冰雹
pronoun
2. boek in de Bijbel
哈該書
noun
1.
俳句
noun
1-2
半导体
noun
1. een halfgeleider met een negatieve indirecte bandgap
类金属
noun
1. het oppervlak van een halve bol, met name van de aarde
半球
/hɑleˈlyja/
noun
1.
哈利路亚
interjection
1. groet
你好
noun
卤属
noun
笼头
/ˈhɑɫtə/
noun
2. een plaats waar een bus stopt
车站
noun
哑铃
noun
1.
二分音符
noun
1.
二分休止符
noun
1.schijngestalte van de maan
半月
/ɦɑm/
noun
1. vlees van de achterkant van een varken
火腿
noun
汉堡
/ˈham.bʏr.ɣər/, /ˈhɑm.bʏr.ɣər/, /ˈhɑm.bʏr.χər/
noun
1. schijf gebraden gehakt
汉堡
noun
1. werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
锤子
noun
1. klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
  1. 倉鼠
  2. 仓鼠
/ɦɑnt/
noun
1. uiterste deel van de arm, voorbij de pols
手
noun
手球
noun
1. een doek waarmee men zich afdroogt
毛巾
/ˈɦɑndəl/
noun
1. de in- en verkoop van goederen
貿易
adjective
1.
手写的
/hɑnd.sxun/, /ɦɑnt.sxun/, /ɦɑnt.sχun/
noun
1. een handkledingstuk met aparte vingers
手套
noun
1. de manier waarop iemand met de hand schrijft
歌詞
noun
签名
/ˈhanə(n)kɑm/
noun
1. Cantharellus cibarius, een eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak
鸡油菌
/ˈɦɑŋmɑt/
noun
1. een doek dat aan de uiteinden opgehangen wordt en waarin personen kunnen liggen
吊床
noun
1. een slot dat aan een beugel hangt
扣锁
pronoun
1. stad in Duitsland
汉诺威
noun
2. (voeding) (kookkunst) klein gerechtje
小吃
noun
1. en 2 grof gemalen meel van harde tarwe (Triticum durum)
硬质粗粒小麦粉
noun
1. elektronische en mechanische delen in en om computersystemen
硬件
noun
  1. 1. het voor vrouwen bestemde deel van een woning van een mohammedaan
  2. 2. groep vrouwen die een relatie hebben met één man
後宮
/ˈɦarɪŋ/
noun
1. zoutwatervis
青魚
noun
1. tuingereedschap aan lange steel, met een reeks tanden aan de onderzijde
耙
verb
1. standaardiseren
使调和
noun
1.
竖琴
/hɑrˈpun/, /ɦɑrˈpun/
noun
2. een speer met weerhaken
  1. 鱼叉
  2. 魚叉
/ɦɑrs/
noun
1. het stroeve en plakkerige product van boomsappen, met name van naaldbomen
树脂
/ɦɑrt/
noun
  1. 心脏
  2. 心臟
  3. 心
noun
1. het afsterven van hartspierweefsel door afsluiting van een kransslagader of een tak hiervan
心肌梗死
noun
1. verstopping van een kransslagader of een tak hiervan, leidend tot het afsterven van hartspierweefsel
心肌梗死
noun
激情
noun
1. scheikundig element met symbool Hs en atoomnummer 108
𨭆
/'ɦatə(n)/
verb
kwade gevoelens jegens iemand koesteren
恨
interjection
啊嚏
noun
1. iemand die behoort tot het gelijknamige volk
豪萨
pronoun
1. taal die wordt gesproken door meer dan 85 miljoen mensen, vooral in Niger en Nigeria
豪萨语
noun
1. een droge doosvrucht, die minstens driemaal zo lang als breed is, zoals bij koolzaad en pinksterbloem.
角果
/ɦavə(n)/
noun
1. natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen.
港口
noun
1. en 2. (zaden van) eenjarig graangewas Avena sativa
  1. 燕麦
  2. 燕麥
noun
plantaardige melk op basis van hele haverkorrels
燕麦奶
noun
havervlokken
大燕麥片
noun
1. een heester waaraan hazelnoten groeien
榛
/ha.ˈhi.ti/, /ɦa.ˈi.ti/, /ɦɑ.ˈi.ti/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied bezettend de westelijk derde van het eiland Hispaniola
海地
/ˈɦɛbə(n)/
verb
1. bezitten
有
pronoun
1. officiële taal van Israël, de heilige taal van de Joden en de taal van de Tenach
希伯来语
noun
1. leer dat genot het hoogste goed is
享樂主義
noun
歐洲無鬚鱈
/heːl/
adverb
1. in hoge mate
很
/he.ˈlal/, /ɦe.ˈlaɫ/
noun
[1] het gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
宇宙
noun
1. de tak van de geneeskunde die met operatie probeert te genezen
外a科
noun
1. de christelijke aanduiding voor God
上帝
/ɦɪːr/
noun
1.
先生
noun
問荊
/ɦeːt/
adjective
1.
热
noun
霸权
adjective
石南紫
noun
1. bepaald soort grote schol, reus onder de platvissen en consumptievis, Hippoglossus hippoglossus
大比目鱼
/ɦɛj.ləɣ/
adjective
1. door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
神聖
noun
1.
圣灵
noun
1. de pauselijke regering
圣座
/'hɛɪmʋe/
noun
1. sterk verlangen naar een plek die als thuis ervaren wordt
思鄉病
/ɦɛks/
noun
1. een over het algemeen vrouwelijk persoon aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
巫婆
/ˈhɛksə(n)ˌjɑxt/
noun
1. het jagen op vermeende heksen
猎巫
noun
1. het geheel van staven etc. waardoor een hek wordt gevormd, rastering of balustrade
扶手
/'ɦɛl/
noun
1. een plek waar de ziel van daartoe veroordeelde overledenen naar toe gaan
地獄
adverb
1. jammer genoeg, spijtig genoeg
可惜
/ɦɛlt/
noun
英雄
noun
1.
全音符
/ɦɛlft/
noun
半
pronoun
1. mythologische hond
刻耳柏洛斯
/ɦelɪˈkɔptər/
abbreviation
1. luchtvaartuig dat d.m.v. een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
直升机
noun
1. een chemisch element en een inert edelgas
氦
/ɦɛlm/
noun
1. beschermend hoofddeksel
  1. 头盔
  2. 頭盔
/ˈɦɛlm.knɔp/
noun
花药
/ˈɦɛlpə(n)/
verb
1. iemand bijstaan
  1. 帮
  2. 幫
pronoun
1. de hoofdstad van Finland
赫尔辛基
/ˈɦeːməl/
noun
  1. 1. lucht, onmetelijke ruimte die overal op aarde bovenaan zichtbaar is
  2. 2. het hiernamaals, leven na de dood
  1. 天
  2. 天空
noun
天体
adjective
天蓝色
noun
半球
/ɦɛn/
noun
1. vrouwtje van hoenderachtige vogels
鸡
/ˈhɛndrɪk/
pronoun
  1. 1. mannelijke voornaam
  2. 2. spelwoord voor de letter h
亨利
/ɦɛŋst/
noun
1. mannelijk paard
公马
/ˈɦɛ.nəp/
noun
大麻
noun
1. leverontsteking
肝炎
noun
1. C₇H16
庚烷
/herɑl'dik/
noun
1. de wetenschap die zich bezighoudt met de wapenkunde
纹章学
adjective
纹章学
noun
1. eet- en overnachtingsgelegenheid die kleiner, goedkoper en eenvoudiger is dan een hotel
客店
pronoun
  1. 1. Romeinse halfgod
  2. 2. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
武仙座
noun
纪念
noun
1. een geestelijke die in afzondering leeft
隐士
noun
1. een kreeftachtige (Eupagurus bernhardus) uit de orde van tienpotigen, die in de schelp van een zeeslak woont
寄居蟹
noun
异端
noun
1. derde jaargetijde
秋天
noun
1. bepaald soort plant, Colchicum autumnale
秋水仙
verb
  1. 1. iets opnieuw doen
  2. 1. iets opnieuw zeggen
重复
/ɦɛr.'ɪ.nə.rə(n)/
verb
1. opnieuw in gedachte brengen
记得
verb
1. waarnemen en beseffen wie het is
認出
noun
1. bepaald klein wezelachtig zoogdier, Mustela erminea
白鼬
pronoun
赫耳墨斯
/ɦɛr'nemə(n)/
verb
2. opnieuw opvoeren
复习
/hɛrˈniwə(n)/
verb
3. opnieuw doen, vernieuwen, weer nieuw maken
复习
noun
een verdovend middel
海洛因
noun
爬虫两栖类学
verb
1. opnieuw oprijzen, opnieuw gaan leven of functioneren
起床
noun
1. brein
脑
noun
indoctrinatietechniek
洗脑
noun
1. muzieksymbool
还原号
noun
1. benaming voor herkauwende zoogdieren uit de familie Cervidae
鹿
noun
1. een landsheer, oorspronkelijk van een hoger hiërarchisch niveau dan de markies
公爵
noun
1. het gebied dat onder leiding staat of stond van een hertog
公国
noun
1. de eenheid voor frequentie van trillingen
赫兹
noun
1. de verkiezing van een persoon in een functie die hij al eerder heeft bekleed
再选
noun
3. beweging tot herstel der oorspronkelijke zuiverheid in de leer...
宗教改革
/(ɦ)ət/, /hɛt/
personalPronoun
1. 3e persoon enkelvoud onzijdig
  1. 它
  2. 之
/'he.tə(n)/, /'ɦe.tə(n)/
verb
1. de naam dragen
叫
relativePronoun
1. wat
什麼
pronoun
1. een dode taal die in het huidige Turkije werd gesproken
赫梯语
noun
deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht, waar het been met de romp verbonden is
臀部
/ˈhøvəɫ/
noun
1. verhoging in het landschap die wat lager is dan een berg
小山
noun
1. C₆H14
己烷
noun
1. een enigszins uitstekend deel achteraan de voet
腳跟
noun
1. iemand die overdreven kruiperig en onderdanig jegens iemand anders is
拍马者
/ɦiːr/
adverb
1. op deze plaats
这里
/hɛɪ̯/, /ɦɛɪ̯/, /ɦɛː/
personalPronoun
1. Nominatief mannelijk derde persoon enkelvoud
他
verb
1. zwaar ademhalen ten gevolge van een lichamelijke inspanning
喘氣
noun
1. een constructie om zware lasten op te tillen
鹤科
noun
1. een periodiek optredende, spontane, onwillekeurige samentrekking van het middenrif tijdens inademing...
打嗝
pronoun
1. + 2. stad en district
希尔德斯海姆
/ˈhɪndə/
noun
1. een vrouwelijk hert
母鹿
pronoun
1 taal die vooral gesproken wordt in de noordelijke staten van India
  1. 印地语
  2. 印地語
noun
2. kinderspel, waarbij men zich deels op één been verplaatst
跳房子
noun
嬉皮士
noun
平假名
noun
历史学家
noun
  1. 1. verhaal
  2. 2. geschiedenis van een volk, een land enz
故事
adjective
历史
pronoun
1. hoofdstad van de Australische deelstaat Tasmanië
荷巴特
/hɔbi/
noun
1. een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
兴趣
noun
1. orkestinstrument, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
双簧管
/ɦu/
adverb
1. op welke wijze
  1. 多么
  2. 如何
/hud/, /ɦut/
noun
1. een hoofddeksel
帽子
/ɦuf/
noun
1. hoornachtig omhulsel aan de teentop
蹄
noun
马蹄铁
/ɦuk/
noun
1. een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen
角落
/ˈhuk.steːn/
noun
  1. 1. een steen die gebruikt wordt om de hoekpunten van bouwwerken te verstevigen
  2. 2.
基石
noun
婊子养的
noun
1. reflexmatige explosieve uitademing
咳嗽
verb
1. reflexmatige explosief uitademen bij prikkeling van de luchtwegen
咳嗽
interrogativeCardinalNumeral
1. welk aantal?
  1. 几
  2. 多少
/huˈvɪ:ɫhɛɪt/
noun
1. de kwantiteit waarin iets aanwezig is
多少
conjunction
1. drukt een tegenstelling uit
即使
/ɦɔf/
noun
  1. 1. de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
  2. 3. een stuk bebouwd land of tuin
霍夫
pronoun
歐洲聯盟法院
noun
1. een gebied waar relatief een hogere druk heerst dan elders, term uit de meteorologie
反气旋
noun
壓力鍋
abbreviation
1. een trein geschikt voor dienstsnelheden van 200km/h en hoger
动车
noun
  1. 1. grot, spelonk
  2. 2. ondergrondse woning of schuilplaats van een dier
洞
/ˈhɔɫbəˌʋonər/
noun
1. een dier dat in holen leeft
穴居
noun
1. bepaald soort vogel, Columba oenas
欧鸽
noun
1. theorie
整全觀
/ˈɦɔlɑnt/
pronoun
  1. 1. een gedeelte van het westen van Nederland dat de provincies Noord-
  2. 2. heel Nederland
荷兰
verb
跑
noun
1. scheikundig element met symbool Ho en atoomnummer 67
钬
/ˈholokaust/
pronoun
大屠杀
/ˈhɔməɫ/
noun
1. insect uit het geslacht Bombus dat in de taxonomie wordt beschouwd als een grote harige bij
  1. 土蜂
  2. 大黄蜂
noun
同性恋恐惧症
noun
1. gelijkklinkend woord
同音
noun
同性恋
/ˈhɔnd/, /ˈɦɔnt/
noun
1. Canis lupus familiaris, een zoogdier dat tot huisdier getemd is
  1. 狗
  2. 犬
/ˈɦɔndərt/
cardinalNumeral
1. het getal 100
  1. 百
  2. 一百
cardinalNumeral
1. het getal 100.000, een tiende deel van een miljoen
十万
pronoun
1.
百年战争
noun
狂犬病
/hɔn.ˈdyː.rɑs/, /ɦɔn.ˈduː.rɑs/
pronoun
1. een land in Centraal Amerika, officieel de Republiek Honduras
洪都拉斯
/hɔŋ(g).ˈɣar/, /ɦɔŋ.ˈɣar/, /ɦɔŋ.ˈχar/
noun
1. iemand afkomstig uit Hongarije
匈牙利人
/hɔŋ(g).ˈɣaːrs/, /ɦɔŋ.ˈɣars/, /ɦɔŋ.ˈχars/
adjective
1. betreffende Hongarije of het Hongaars
匈牙利的
/hɔŋ(g).ˈɣaːrs/, /ɦɔŋ.ˈɣars/, /ɦɔŋ.ˈχars/
pronoun
1. een Finoegrische taal die voornamelijk wordt gesproken in Hongarije
  1. 匈牙利语
  2. 匈牙利語
/hɔŋ(g).ˈɣar.sə/, /ɦɔŋ.ˈɣar.sə/, /ɦɔŋ.ˈχar.sə/
noun
匈牙利人
/ˌhɔŋ(g)ɣaˈrɛɪ̯.jə/, /ˌɦɔŋɣaˈrɛː.jə/, /ˌɦɔɴχaˈrɛɪ̯.jə/
pronoun
1. land in het midden van Europa
匈牙利
/ˈɦɔŋər/
noun
1. behoefte aan voedsel
饥饿
noun
1. een wijdverspreide honger als gevolg van voedselschaarste
饥荒
/hɔŋˈkɔŋ/
pronoun
1. een speciale administratieve regio van de Volksrepubliek China
香港
noun
1. een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
  1. 蜂蜜
  2. 蜜
noun
1. een bij van de soort Apis mellifera die honing maakt uit nectar en bloemen bestuift
蜜蜂
adjective
蜜黄色
/ɦoːft/
noun
1. een belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de hersenen...
頭
noun
1. een scheikundig element uit de reeks hoofdgroepmetalen van het periodiek systeem
贫金属
noun
枕头
noun
1. klein, vleugelloos en bloedzuigend insect dat parasiterend leeft in het hoofdhaar
虱子
noun
1. de voorste pagina van een website
首頁
noun
1. pijn in het hoofd
头痛
/'ɦof(t).stɑt/
noun
1. een belangrijke stad waarvandaan het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd
首都
noun
bepaalde opdeling van tekst of beeld in een boek
章
adverb
1. in belangrijke mate, in overwegende mate
主要
/ɦoʊ̯χ/ /'ɦoʊ̯χə/ /ˈɦoʊ̯χst/, /ɦoːx/ /'ɦoːɣə/ /ˈɦoːxst/
adjective
1, 2, 3, 4
高
pronoun
1. boek in de Bijbel met liefdespoëzie
雅歌
noun
高压
noun
1. atletiekdiscipline waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat of touw te springen
跳高
noun
2. niveau
高
/ˈɦoxtəvres/, /ˈɦoçtəvres/
noun
1. angst voor hoogten
惧高症
noun
高原
noun
2. hoge waterstand in 't algemeen
大水
noun
1. gedroogd gras
乾草
/ˈɦojbɛrx/
noun
1. een ter bewaring opgestapelde hoeveelheid gedroogd gras
草垛
/ɦoːp/
noun
3. verwachting van iets wenselijks
希望
/hoːrnar/, /ho̝ːrnar/
noun
1. Vespa crabro, een soort grote wesp
大黃蜂
noun
1. bepaald soort vogel, Upupa epops
戴胜
/ˈɦoːpə(n)/
verb
1. wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt
希望
/hɔː.rən/
verb
1. waarnemen met het oor zonder er noodzakelijkerwijs aandacht aan te besteden
  1. 听
  2. 听见
noun
地平線
noun
地平线
adjective
1. in de richting die haaks staat op die van de zwaartekracht van de aarde
水平
noun
1. een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen
手表
noun
1. een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden ...
激素
noun
1. ziekenhuis, vooral voor militairen
住院
/hoˈtɛl/, /ɦoˈtɛɫ/
noun
1. gebouw waar men tegen betaling kan eten en overnachten,...
  1. 酒店
  2. 旅馆
noun
1. een pose
态度
/ɦɑʊ̯t/, /[ɦʌ̞̈ʊt]/
noun
1. het materiaal in het binnenste van houtige planten
  1. 木
  2. 木材
noun
1. verkoold hout
煤
noun
1.
榴弹炮
pronoun
1. binnenzee in Noordoost-Canada
哈德森湾
/hœːd/, /ɦœʏ̯t/, /ɦœːt/
noun
1. vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
皮膚
noun
皮肤科医生
noun
1. het verschijnsel dat de geleiding van een hoogfrequente wisselstroom zich slechts voordoet aan de oppervlakte...
集膚效應
noun
1. specialist in de geneeskunde
皮肤科医生
/hœːx/, /ɦœʏ̯χ/, /ɦœːx/
noun
1. een lapje afhangend weefsel aan het uiteinde van het zachte verhemelte, waarmee onder andere het neuskanaal afgesloten kan worden
悬雍垂
/ɦœy̯lə(n)/
verb
1. traanvocht uitscheiden door emotie
哭
/hœːs/, /ɦœʏ̯s/, /ɦœːs/
noun
1. gebouw bestemd om in te wonen
  1. 房子
  2. 家
noun
1. een familie die een samenwonende economische eenheid vormt
家庭
noun
1. bepaald soort knaagdier dat vaak in en rond gebouwen voorkomt, Mus domesticus
小家鼠
noun
2. iemand die het liefst thuis blijft
电视迷
noun
1. iemand die beroepsmatig schilderwerken aan en in gebouwen uitvoerd
画家
noun
1. een vrouw die thuisblijft om het huishouden te doen
家庭主妇
/ɦʏlp/
noun
1. handeling om iemand steun of bijstand te verlenen
  1. 帮
  2. 帮助
noun
1. een werkwoord dat samen met een ander werkwoord de tijd of de hoedanigheid van het werkwoord vaststelt
助动词
noun
1. puree van o.m. gekookte kikkererwten
鹰嘴豆泥
verb
彈
/ɦyrə(n)/
verb
1. tegen betaling gebruiken
租
/ɦyr/
noun
1. tijdelijk gebruik van goederen of diensten tegen betaling
租约
noun
承租人
/ɦiu̯ələk/
noun
1. ambtelijke of kerkelijke verbintenis tussen twee personen
婚姻
noun
1. akte van de burgerlijke stand waarin staat dat twee mensen met elkaar getrouwd zijn
结婚证
noun
3. bolgewas
风信子
noun
水文地理学
noun
水文学
noun
羟基
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de onderfamilie Hyaeninae
土狼
noun
卫生
noun
1.een instrument om vochtigheid van de lucht te meten
濕度計
noun
1. een verheven loflied op een bepaald onderwerp (zoals een land, God ...)
圣歌
noun
双曲线
noun
1. een te hoog CO₂-gehalte van het bloed
高碳酸血症
noun
1. een woord dat een verzameling van verwante specifiekere woorden samenvoegt, een overkoepelende term
上位詞
noun
1. verhoogde bloeddruk
高壓
/ˌhipoˈfizə/
noun
1. een klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt
腦下垂體
noun
1. de schuine zijde van een rechthoekige driehoek
弦
noun
1. onderkoeling
低体温症
noun
bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
茅屋起司
pronoun
1. een Europees schiereiland dat zich ten zuiden van de Pyreneeën bevindt...
伊比利亚半岛
noun
1. een vogel met een lange gebogen snavel behorend tot de familie Threskiornithidae
䴉
noun
  1. 1. heiligenafbeelding, zoals vereerd in de kerken van het oosten
  2. 2.
  3. 3.
圣像
/iˈde/
noun
1. gedachte, plan
主意
noun
1. geheel van eigenschappen dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
個性
/idɛnti'tɛitskart/
noun
1. een identiteitsbewijs dat op een kaart gedrukt is
身分證
/ˌideo'ɣrɑm/
noun
1. een grafisch teken dat een voorwerp symboliseert
表意文字
/ˌideoloˈɣi/
noun
1. het geheel van ideeën dat ten grondslag ligt aan een wijsgerig stelsel, m.b.t. hun maatschappelijke of politieke strekking
意識形態
noun
1. een bijzondere uitdrukking in een bepaalde taal die samengesteld is door eigenaardig taalgebruik
方言
/idi'ot/
adjective
1. zwakzinnig in de hoogste graad
二百五
/idi'ot/
noun
1. iemand die een grote maat van zwakzinnigheid heeft
傻子
noun
  1. 1. aangeboren overgevoeligheid voor bepaalde voedings- en geneesmiddelen
  2. 2. kenmerkende eigenaardigheid
乖僻
pronoun
伊多语
/i.də.ˈreːn/
indefinitePronoun
1. elke persoon
大家
indefinitePronoun
任何人
/ˈiːrlɑnd/, /ˈiːrlɑnt/
pronoun
1. een groot eiland in Noordwest-Europa
  1. 爱尔兰
  2. 爱尔兰岛
/iːrs/
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Ierland
爱尔兰语
pronoun
1.
愛爾蘭海
indefinitePronoun
1. een of ander ding
东西
/ˈiɣlo/
noun
1. sneeuwhut
冰屋
noun
无知
/ɛɪ̯s/, /ɛːs/
noun
  1. 1. de vaste vorm van water, bevroren water
  2. 2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
冰
noun
3. kunstijsbaan
溜冰場
noun
1. bepaald soort zoogdier, Ursus maritimus
北极熊
noun
1. een zeer groot brok ijs dat in de zee drijft
冰山
noun
1. een sterk, krachtig schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om zich een weg door het ijs te banen en alzo een vaargeul voor andere schepen te openen.
破冰船
noun
1. bepaald soort vogel Gavia immer
普通潛鳥
noun
1. ijssport waarbij twee teams van ieder vijf personen plus goalie met behulp van een stick een schijfje (puck) in het doel van de tegenstander proberen te schieten
冰球
/ˈɛɪʃə/
noun
1. portie van een uit roomijs of waterijs vervaardigde lekkernij
冰淇淋
/ˈɛɪ̯slɑnd/, /ˈɛɪ̯slɑnt/, /ˈɛːslɑnt/
pronoun
1.een Europees land, dat omgeven is door de Atlantische Oceaan en tussen Groenland en Europa in ligt. Tot 1944 behoorde IJsland bij Denemarken, maar tegenwoordig is het zelfstandig. De officiële naam is Lýðveldið Ísland.
  1. 冰岛
  2. 冰島
/ˈɛɪ̯slɑnds/, /ˈɛɪ̯slɑnts/, /ˈɛːslɑnts/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken op IJsland
  1. 冰岛语
  2. 冰島語
/ˈɛisəl/
pronoun
1. Gelderse IJssel
艾瑟尔河
/ˈɛɪ̯sfoχɔɫ/, /ˈɛɪ̯zvoːɣəl/, /ˈɛːsfoːɣəl/
noun
1. bepaald soort blauwgroen vogeltje met oranje borst en spitse snavel, Alcedo atthis
普通翠鸟
noun
1. een zoete geurige wijn die vaak als dessertwijn wordt gedronken en gemaakt is van bevroren druiven
冰酒
/ˈɛi̯zər/
noun
1. een scheikundig element met het symbool Fe en het atoomnummer 26
  1. 铁
  2. 鐵
noun
铁矿
adjective
铁灰色
noun
马鞭草
noun
鐵器時代
personalPronoun
1.
我
phraseologicalUnit
1. een verklaring van liefde aan iemand
我爱你
noun
幻覺
noun
插画
noun
插圖畫家
noun
1. het zich metterwoon vestigen van vreemdelingen in een land
外來移民
noun
1. de leer van het afweersysteem dat verantwoordelijk is voor: afweer tegen besmettelijke ziekten...
免疫学
noun
1. de tijdsafhankelijke mate waarin een materiaal het passeren van elektrische lading bemoeilijkt
阻抗
noun
印象派
noun
1. ter plekke verbeterde versie van een muziekstuk, voorlezing enz.
即兴
/ɪmˈpʏls/
noun
2. product van massa en snelheid
动量
preposition
  1. 1.-12. in (ruimtelijk)
  2. 2. in (tijdelijk)
在
phraseologicalUnit
1. in een omgeving waar weinig gepresteerd wordt...
蜀中无大将,廖化当前锋
verb
1. lucht uit de omgeving opnemen
呼吸
noun
近親性交
adjective
1. niet volgens de regels van fatsoen
下流
noun
  1. 1. inhoudsopgave
  2. 2. index librorum prohibitorum
  3. 6. indexbestand
索引
/ˈɪn.di.ja/
pronoun
1. soeverein land in het zuiden van Azië
印度
noun
1. inwoner van Amerika voor de komst van de Europeanen
印第安座
noun
1. de vorm van het werkwoord die de werkelijkheid aangeeft
已然語氣
verb
1. een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie
交
/ɪn.ˈdi.ɣo/, /ɪn.ˈdi.χo/
noun
1. een kleur die in het het lichtspectrum voorkomt met een golflengte van 440 tot 420 nanometer
木藍
adjective
间接
/ˌɪndisəˌosiˈan/, /ˌɪndisˌə̯osejˈaːn/
pronoun
1. de oceaan die tussen Oost-Afrika en Zuid-Azië ligt
印度洋
noun
1. een scheikundig element en zilvergrijs overgangsmetaal met het symbool In en het atoomnummer 49
  1. 銦
  2. 铟
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
中南半岛
verb
1. dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden
洗腦
/ɪndo'nezis/
pronoun
1. een taal die voornamelijk in Indonesië gesproken wordt
印尼语
/ˌɪn.do.ˈne.zi.jə/
pronoun
1. een land dat bestaat uit een groot eilandengebied tussen Zuidoost-Azië en Australië
  1. 印度尼西亚
  2. 印尼
noun
电感
noun
1. Nijverheid
产业
noun
1. traagheid
惯性
noun
1.
內格
noun
1. de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie
  1. 計算機科學
  2. 计算机科学
noun
1.
信息
noun
1.
信息系统
adjective
红外线
/ˈɪɱfrastrʏktyr/
noun
1. het totaal van onroerende voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden,...
基础设施
noun
2. een opening waar iets doorheen kan
入口
/ˌɪŋʒeˈɲør/
noun
1. iemand die is opgeleid in het hoger onderwijs om allerhande technische problemen op te lossen
工程师
pronoun
1.
因戈尔施塔特
/ˈɪnhɑut/
noun
2. ruimtelijke capaciteit
体积
noun
1. feestelijke gelegenheid waarbij iemand wordt gehuldigd, zoals een koning/vorst door diens onderdanen, bij aanvaarding van diens ambt
就職典禮
noun
1. regelmatig verkregen som geld
收入
noun
1. een gekleurde vloeistof waarmee geschreven wordt
墨
/ˈɪŋtpot/
noun
1. een meestal glazen of plastic vaatje waar inkt in bewaard wordt
墨水瓶
/ˈɪŋktfɪs/
noun
1. een koppotig weekdier met vangarmen dat een inktachtig vocht afscheidt ter verdediging
章鱼
/ˈɪnlɛɪdɪŋ/, /ˈɪnlɛːdɪŋ/
noun
1. een tekst waarmee men een indruk probeert te geven van de inhoud van een langere tekst
介绍
/ɪnˈmɪdəls/
adverb
1. in de tussentijd
與此同時
/ˈɪmpɑkə(n)/
verb
2. in een omhulsel doen
打包
verb
1. zich iets op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets
包括
verb
1. een lidmaatschap of deelnemerschap schriftelijk vastleggen
内接
noun
1. geleedpotige met drie paar poten en geen, één of twee paar vleugels
  1. 昆虫
  2. 昆蟲
noun
无耻
noun
1. de fysieke moeite die men voor iets doet
努力
verb
2. het in het leven roepen van een organisatie
建立
noun
1. een order, een aanwijzing
法则
noun
2. verkort voor muziekinstrument
中國
/ˌɪnzyˈlinə/
noun
1. een hormoon gemaakt in de bètacellen van de pancreas in de zogenaamde eilandjes van Langerhans, dat de lever aanzet bloedglucose op te nemen en op te slaan in de vorm van glycogeen
胰岛素
/ɪntɛli'xɛnt/
adjective
1. met een goed verstand of daarvan blijk gevend
智能
noun
een eigenschap van de werking van de hersenen
知识分子
noun
1. sterkte
強度
/ɪntərɑk'tif/
adjective
互动
adjective
1. wekt interesse
有趣味的
noun
利息
/ĭn'tə(r)lĭng"wə/
pronoun
1. een hulptaal bedoeld is om de communicatie met anderstaligen te vereenvoudigen
  1. 国际语
  2. 國際語
adjective
中级
/ɪntərnɑ(t)ʃo'nal/
adjective
1. meer dan één land
国际
pronoun
國際貨幣基金組織
pronoun
國際度量衡局
noun
1. een wereldwijd netwerk van computers
  1. 互联网
  2. 因特网
noun
  1. 1. tussenperiode
  2. 3. de afstand tussen twee verschillende tonen
音程
noun
1. vraaggesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
访问
/ˈɪntrɔn/
noun
1. stukje DNA dat zich bevindt in een gen maar dat niet wordt gebruikt om het eiwit te coderen
内含子
/ɪn'tʌsə/
adverb
1. gedurende de tijd die het genoemde vereist
與此同時
noun
1. een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald
投资
noun
1. natuurlijke veroudering
內卷
noun
2. beschikbare hulpmiddelen gebruiken
部署
adverb
特地
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
木星一
/jɔn/
noun
离子
pronoun
1. randzee van de Middellandse Zee, gelegen tussen Zuid-Italië en West-Griekenland
伊奥尼亚海
noun
电离层
/i'peʔadrɛs/
noun
1. een combinatie van getallen waarmee een computer in een IP-netwerk kan worden herkend
IP地址
/i.ˈrɑk/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten dat voor een groot deel in en rond het stroomgebied van de rivieren de Eufraat en de Tigris ligt
伊拉克
/i.ˈrɑn/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten met als hoofdstad Teheran
伊朗
noun
1. een scheikundig element met symbool Ir
  1. 铱
  2. 銥
noun
  1. 1. orgaan in het oog van vele organismen
    彩虹
  2. 2. benaming voor planten uit het geslacht Iris
    鸢尾花
/ɪroˈniː/
noun
1. vorm van spot
反語
noun
1. godsdienst die na alle profeten uit het jodendom en Christus, Mohammed ...
回教
pronoun
伊斯兰堡
noun
同构
noun
同位素
/ˈɪs.ra.hɛl/, /ˈɪs.ra.ɛɫ/
pronoun
1. land in het Midden-Oosten, gelegen aan de Middellandse Zee
以色列
noun
以-
noun
1. een smalle strook land die twee grotere landmassa's verbindt
地峡
/italiˈjaːn/
noun
1. een persoon die uit Italië komt
意大利人
/italiˈjaːns/
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Italië, San Marino, Vaticaanstad, Slovenië en Zwitserland
  1. 意大利语
  2. 意大利語
/iˈtaːli.jə/
pronoun
1. een land
  1. 意大利
  2. 義大利
noun
象牙
adjective
象牙色
/i.ˈvoːr.kʏs/, /i.ˈvoːr.kʏst/, /i.ˈvo̝ːr.kʏst/
pronoun
een land in West-Afrika, officieel de Republique de Côte d'Ivoir
科特迪瓦
/jaː/
adverb
1. duidt bevestiging of instemming aan
  1. 是
  2. 嗯
/'jaxpɑt/
noun
1. een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
曳舟道
/ja:r/
noun
1. de duur van een omloop van de aarde om de zon van circa 365 dagen.
年
/ˈjar.ɣə.ˌtɛɪ̯.də/, /ˈjar.ɣə.ˌtɛː.də/, /ˈjar.χə.ˌtɛɪ̯.də/
noun
1. een deel van een jaar met unieke eigenschappen
季
/ˈjar.ləks/, /ˈjar.lɪks/
adjective
1. eenmaal per jaar
一年生
noun
蓝花楹属
/jɑxt/
noun
  1. 1. het achtervolgen van wild
  2. 3. een snel vaartuig
狩猎
noun
1. zeer snel, betrekkelijk groot Afrikaans katachtig roofdier, Acinonyx jubatus
猎豹
noun
gevechtsvliegtuig
战斗机
/ˈjaːɣə(n)/
verb
1. bewegende wezens proberen te vangen
打猎
noun
  1. 1. iemand die op jacht gaat
  2. 2. jachtvliegtuig
打猎者
noun
狩猎收集者
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera onca
美洲豹
noun
牦牛
noun
1. Canis aureus, hondachtig roofdier
当走狗
noun
1. benaming voor bepaald soort mosselachtig schelpdier
扇贝
/jaˈkobʏs/
pronoun
詹姆斯
adjective
1. een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
吃醋的
/ʃɛm/
noun
1. een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
果酱
/(d)ʒa.mɛɪ̯.ka/, /dʒɑ.mɑɪ̯.ka/
pronoun
1. een eiland in de Grote Antillen ten zuiden van Cuba en ten westen van het eiland Hispaniola
  1. 牙买加
  2. 牙買加
/jɑnyˈwaːri/
noun
1. de eerste maand van het jaar
  1. 一月
  2. 元月
/jaˈpɑn/, /jɑˈpɑn/
pronoun
1. een land in het oosten van Azië
日本
noun
日本人
/jɑ'pɑns/
adjective
1. betreffende Japan of het Japans
  1. 日本
  2. 日語
/jɑ'pɑns/
pronoun
1. een taal die in Japan gesproken wordt
  1. 日語
  2. 日语
pronoun
1. taalfamilie van Japans en een tiental verwante talen die in Japan worden gesproken
日本-琉球语系
/jɑr.ˈɣɔn/
noun
2. vaktaal, taalgebruik binnen een bepaalde groep, vaak moeilijk te volgen voor een buitenstaander
行話
noun
1.
大衣
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Jasminum
茉莉
pronoun
1. een taal die door meer dan 75 miljoen mensen op Java en Bali gesproken wordt
爪哇語
/'jɑʋɛl/
adverb
ja, antwoordend op een ontkennende vraag
是的
/ˈjemən/, /ˈjeːmən/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel de Republiek Jemen
  1. 也门
  2. 也門
  3. 葉門
pronoun
1. en 2.
耶拿
pronoun
耶利米
pronoun
  1. 以賽亞書
  2. 以赛亚书
/dʒɛt/
noun
1. een straalvliegtuig
射流
/ˈjøːxt/
noun
1. het jong zijn
青少年
adjective
1. jong, fris, onbevangen
年轻
/ˈje.zʏs/
pronoun
1. centrale figuur in het Nieuwe Testament
耶稣
/je.zy.ˈit/
noun
1. een lid van de Sociëteit van Jezus
耶稣会士
noun
1. een pijnlijke ontsteking als gevolg van gekristalliseerd uraat in een gewricht
痛风
pronoun
1. Germaanse taal die door de Joden in West-Europa gesproken werd
  1. 意第绪语
  2. 意第緒語
noun
圣战
/jEi/, /jɛɪ̯/, /jɛː/
personalPronoun
1. aangesproken persoon enkelvoud informeel
你
/'jɔb/
pronoun
约伯
noun
1. scheikundig element met symbool I en atoomnummer 53
碘
pronoun
南斯拉夫
pronoun
2.1 een van de vier Evangeliën
約翰
noun
1. speelgoed
溜溜球 ‎
verb
鬼牌
adjective
1. van geringe leeftijd
年轻
noun
1. onvolwassen man
男孩
/jot/
noun
  1. 犹太人
  2. 猶太人
noun
1. element jodium
碘
adjective
1. te maken hebbend met het joodse geloof, het jodendom
猶太的
/jɔr.ˈda.ni.jə/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië
  1. 约旦
  2. 約旦
/jɑu̯/
personalPronoun
你
noun
verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert
记者
/jɑu̯/
possessivePronoun
1.
四声
pronoun
2. boek in de Bijbel
  1. 犹大
  2. 猶大
/'jy.do/
noun
1. een Japanse vechtsport
柔道
/jʏˈfrɑu/
noun
小姐
/jyˈlɛi/
noun
1. de zevende maand van het jaar
七月
/ˈjʏli/
personalPronoun
  1. 1.
  2. 2.
  3. 3.
你们
noun
1. de zesde maand van het jaar
  1. 六月
  2. 6月
/ˈjypiˌtɛr/
pronoun
  1. 木星
  2. 朱庇特
adjective
1. betrekking hebbend op het recht en de rechtsleer
法律的
noun
判例
/jʌrək/
noun
1. een kledingstuk voor vrouwen dat van de schouders tot op de benen reikt
连衣裙
pronoun
1. vorm van Deens gesproken door mensen in Jutland in Denemarken
日德兰语
noun
1. deel van schedel waarin tanden en kiezen zitten
腭
noun
1. een mogelijk dodelijke infectieziekte veroorzaakt door Colistridium tetani
破傷風
noun
1. klap in het gelaat
掴
adjective
1. zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
禿頭的
noun
1. een in zee vooruitstekende landpunt
海角
pronoun
1. een kaap in Zuidwest-Spanje, bekend om de gelijknamige zeeslag die er uitgevochten werd
特拉法加角
pronoun
1. een van de hoofdsteden van Zuid-Afrika, gelegen bij de Kaap de Goede Hoop
开普敦
/kab.ˈvɛr.di.jə/, /kap.ˈfɛr.di.jə/
pronoun
1. een land in West-Afrika
佛得角
/kars/
noun
1. een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
  1. 蜡烛
  2. 蠟燭
noun
  1. nog in te delen vertalingen
  2. 1. schematische afbeelding van een ruimtelijk gebied op een plat vlak in een verkleinde schaal
  3. 2. bedrukt kartonnen vel dat met de post verstuurd kan worden
  4. 3. kartonnen of plastic vel uit een kaartspel, om mee te spelen
地图
/kartspɛl/
noun
  1. 1. een spel met speelkaarten
  2. 2. een spel kaarten
牌
noun
1. voedingsproduct gemaakt van gestremde melk
  1. 奶酪
  2. 芝士
noun
1. lijn van 3 tot 6 ineengedraaide touwen van hennep, kunststof, staal of ander materiaal
电线
noun
1. Gadus morhua, middelgrote zoutwatervis
  1. 鳕鱼
  2. 鱈魚
/'kabul/
pronoun
1. Afghaanse stad/provincie
喀布爾
noun
1. sprookjesfiguur
地精
/ˈkɑ.xəl/, /ˈkɑ.xəɫ/, /ˈkɑ.χɔɫ/
noun
1. een apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen
火炉
/ˈkɑxtəl/, /ˈkɑxtəɫ/, /ˈkɑχtəɫ/
noun
1. een jong van een paard.
駒子
noun
1. beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
码头
noun
3. geschoolde medewerkers in een organisatie
干部
noun
1. een gesloten kano om in wild water of op zee te varen
皮艇
/kaki/
noun
柿
adjective
土黄灰色
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Blattodea
蟑螂
noun
1. tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz.
日历
noun
1. jong van het rund en sommige andere zoogdieren.
  1. 小牛
  2. 犊
noun
1. scheikundig element met symbool K en atoomnummer 19
钾
/ˈkɑl(ə)k/
noun
aanduiding voor een aantal alkalische zouten van calcium
石灰
noun
1. bepaald soort gedomesticeerde vogel, Meleagris gallopavo
火鸡
noun
石灰岩
noun
1.
书法
/kɑm/
noun
1. getand object om haren mee te verzorgen
梳子
/kɑ'mel/
noun
1. bepaald soort hoefdier met twee bulten op de rug, Camelus bactrianus
  1. 骆驼
  2. 駱駝
/ka'melejɔn/
noun
  1. 1. tropische hagedis vooral bekend voor zijn snelle kleurveranderingen
    1. 变色龙
    2. 變色龍
  2. 2. veranderlijk persoon
    變色龍
noun
1. deel van een huis
房间
/ˌka.mə.ˈrun/
pronoun
1. een land in Midden-Afrika, officieel de Republiek Kameroen
  1. 喀麦隆
  2. 喀麥隆
noun
常温
noun
1. kamertoon
音叉
noun
樟腦
pronoun
英吉利海峡
/ka'naːl/
noun
运河
noun
1.1 bepaald soort vogel Serinus canarius
金丝雀
pronoun
1. een stad gelegen in Zuid-Afghanistan en de hoofdstad van de gelijknamige provincie
坎大哈
/kɑˈnel/
noun
1. een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom,...
  1. 桂皮
  2. 肉桂
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Macropus
袋鼠
/kanɪs/
noun
4.3
身体
noun
1.
日本汉字
noun
1. een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
癌
pronoun
1. taal die in de Indische staat Karnataka gesproken wordt
坎那达语
noun
獨木舟
noun
1. een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
大炮
noun
  1. 2. een mooie gelegenheid
  2. 1. mogelijkheid dat er iets gaat gebeuren
机会
noun
  1. 1. eerste minister
  2. 2. hoofd van een kanselarij
丞相
/kɑnt/
noun
1. een vorm van vlechtwerk
花边
noun
1. eetgelegenheid in bedrijven, scholen, verenigingen
餐厅
noun
1. een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
办公室
noun
高嶺土
noun
1. klein kerkgebouw
小教堂
/ˈka.pər.ˌbrif/
noun
1. een brief door de overheid of koning werd geschreven, waarmee een schip dat die brieven aan boord had het recht werd gegeven om schepen van vijandelijke mogendheden aan te vallen en leeg te roven
私掠許可證
noun
山寨
noun
1.
柱头
noun
  1. 1. (beroep) (scheepvaart) gezagvoerder van een schip [1], bijv. van een koopvaardijschip
  2. 2. (beroep) (militair) een rang in de hiërarchie net boven die van luitenant
上尉
noun
理发师
noun
1. de manier waarop het haar geknipt is
发式
noun
1. tafelfles met wijde buik en smalle hals
醒酒器
noun
1. gebrande suiker
焦糖
verb
1. door verhitting, suiker omzetten tot karamel
浇焦糖于
noun
1. vorm van vermaak, waarbij muziek wordt afgespeeld van een lied, en de amateur zanger in een microfoon de tekst (die op een televisiescherm te lezen is) live zingt
KTV
noun
1. japanse gevechtsport
空手道
noun
1.
商队
noun
1. bepaald soort zoogdier, Bubalis bubalis
水牛
noun
plant en zaad
白豆蔻
noun
1. hoge geestelijke in de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk,...
樞機
noun
1. en 2. bladeren van Cynara cardunculus
刺苞菜蓟
pronoun
1. een aan het Fins verwante taal die wordt gesproken in Karelië, Rusland en Finland
卡累里亚语
verb
1. een karikatuur maken van
讽刺
pronoun
1.
克恩頓
adjective
胭脂红
noun
1. gefermenteerde melk
酪漿
noun
1. bepaald soort grote zoetwatervis met een hoge rug, die van oorsprong uit Azië komt, Cyprinus carpio
鯉
noun
plant, zaad en specerij
葛縷子
pronoun
克什米尔
pronoun
1. een grote door land omsloten zoutwatervlakte op de grens van Europa en Azië
裏海
noun
  1. 1. plaats waar men aankopen betaalt in een winkel
  2. 3. machine om ontvangen geld te registreren en te bewaren
收银处
/kɑs/, /kɑst/
noun
1. een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
碗柜
noun
  1. 1. de boom
  2. 1. de vrucht
栗
adjective
粟棕色
noun
1. streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
  1. 种姓制度
  2. 種姓制度
noun
1. een middeleeuwse versterkte woning
城堡
noun
1. bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus
猫
noun
1. geheel van de afbraakprocessen in een lichaam
异化作用
noun
灵柩台
noun
2. afzonderlijk karakter uit het Japans lettergreepschrift voor leenwoorden
片假名
noun
    1. 1. belegeringswapen
    2. 3. lanceerinrichting voor vliegtuigen
    弹射器
  1. 2. speeltuig
    弹弓
noun
2. gevolgen van alcoholgebruik
宿醉
/kɑtədral/
noun
1. een hoofdkerk van een bisdom
大教堂
noun
1-2 scheikunde + elektronica
陰極
/kɑˈtun/
noun
1. een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit
棉花
pronoun
1. gebergte
高加索山脉
noun
1. Corvus monedula, eem zwarte kraaiachtige zangvogel met een grijze nek
寒鸦
verb
齚
noun
  1. 魚子醬
  2. 鱼子酱
pronoun
1. een taal die van oorsprong door de Kazachen in Kazachstan gesproken werd
哈萨克语
/ˈka.zɑx.stɑn/, /ˈka.zɑχ.stɑn/
pronoun
1. een land in Centraal-Azië en het uiterste oosten van Europa
哈萨克斯坦
noun
1. gebouw waar soldaten gelegerd zijn
兵营
pronoun
1. oudste zoon van Adam en Eva
该隐
/keːl/
noun
1. voorste, uitwendige gedeelte van de hals
喉
/ˈkipər/
noun
守门员
noun
1. telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
次
noun
回归线
noun
1. een steile wand waarachter grond of water wordt vastgehouden
护土墙
noun
1. een steile wand waarachter grond of water wordt vastgehouden
护土墙
noun
1.
下面
/ˈke.xəl/
noun
1. een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
锥体
noun
1. een kromme gevormd door het snijden van een kegel met een plat vlak
  1. 圆锥曲线
  2. 圓錐曲線
/kɛil/
noun
1. keil (wig)
楔子
noun
1. een monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
皇帝
noun
1. een vrouwelijke monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
女皇
noun
1. een gebied waar een keizer het staatshoofd is
帝國
noun
1. operatieve verlossing
剖宫产
noun
1. een ondergrondse bergruimte
地窖
noun
侍者
/kɛɫt/
noun
1. lid van een Indo-Europees volk waarvan na de Romeinse tijd de meeste leden op de Britse eilanden en in Bretagne leven
  1. 凯尔特人
  2. 凱爾特人
/ˈke.ni.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, de Republiek Kenia, grenzend aan Somalië, Ethiopië, Oeganda, Tanzania en de Indische Oceaan
肯尼亚
/ˈkɛ.nəl/
noun
狗窝
verb
  1. 1. bekend, vertrouwd zijn met
  2. 2. door studie of oefening geleerd hebben
认识
/ˈkɛnɪs/
noun
  1. 1. wat je weet of hebt geleerd
    知识
  2. 1. iemand met wie men bekend is
    朋友
/ˈkɛpəl/
noun
1. hoofddeksel in de vorm van een ondiep bolsegment
卡巴
noun
陶瓷材料
/kɛrk/
noun
  1. 1. openbaar gebouw voor religieuze handelingen of samenkomsten
    教堂
  2. 2. Christelijke organisatie voor beleving van een specifieke christelijke godsdienst
    1. 教會
    2. 教会
noun
1. terrein waar overledenen begraven worden
公墓
/ˈkɛrgœːl/, /ˈkɛrkœʏ̯ɫ/, /ˈkɛrkœːl/
noun
1. bepaald soort vogel, Tyto alba
仓鸮
noun
核电厂
noun
1. het proces waarbij twee atoomkernen botsen en één zwaardere kern vormen waarbij energie vrij komt
核聚变
noun
1.
核导弹
noun
核反应堆
noun
1. een vrij zware fractie alkanen die met name als vliegtuigbrandstof gebruikt wordt
煤油
noun
specerij
  1. 咖哩
  2. 咖喱
adjective
咖喱色
noun
1. steenvrucht van een kersenboom, Prunus subg. Cerasus
樱桃
noun
1. benaming voor bomen waaraan kleine ronde vruchten groeien, uit het ondergeslacht Prunus subg. Cerasus
樱桃树
/ˈkɛrsd.bom/, /ˈkɛrz.bom/
noun
1. rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
圣诞树
/ˈkɛrs.lid/, /ˈkɛrst.lit/
noun
1. een op Kerstmis betrekking hebbend lied
聖誕頌歌
/ˈkɛrs(t)məs/, /ˈkɛrsmɪs/, /ˈkɛrstmɪs/
noun
1. een feest ter herinnering van de geboorte van Jezus met een vieringsdatum die verschilt per christelijke traditie
  1. 聖誕節
  2. 圣诞节
/ˈkɛrstɛr/
noun
一品紅
/ˈkɛr.strɔŋk/
noun
1. een gebak in de vorm van een stronk dat met kerst gegeten wordt.
圣诞树干蛋糕
noun
1. een saus op basis van tomaten
番茄醬
noun
1. meestal rond metalen vat, vaak geschikt om onder druk gezet te worden
锅炉
noun
水垢
noun
1.een goederenwagon waarop een ketel gemonteerd is, geschikt voor het vervoer van vloeibare producten
罐车
noun
1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
鎖鏈
/ˌkɛtəˈrɛɪ/
noun
1. het ingaan in woord of gedachte tegen de doctrines van de kerk
異端
noun
4. een snoer bestaande uit een draad die door doorboorde kralen of andere voorwerpen gevoerd is
项链
/ˈkøːkə(n)/
noun
1. een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
厨房
pronoun
科隆
verb
1.zich een oordeel vormen over de waarde of deugdelijkheid van iets
考
noun
  1. 2. onderzoek
    检查
  2. 1. proces van het keuren
    考试
/'kø:s/
noun
gelegenheid
選擇
/ˈkevər/, /ˈkɛvər/
noun
1. bepaald insect
甲虫
/ˈkiːbɔː(r)d/, /ˈkiːbɔː(r)t/
noun
  1. 2. een apparaat waarmee, door toetsen in te drukken, gegevens in een computer ingevoerd kunnen worden
    鍵盤
  2. 1. een elektronisch muziekinstrument met een toetsenbord
    键盘
pronoun
1. taal die in Cambodja gesproken wordt
高棉语
/ˈkɪbuts/
noun
基布兹
noun
1.1 benaming voor roofvogels uit het geslacht Circus
鹞
noun
1. verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip
龙骨
noun
胚芽
/'kim.ʋɔr.təl/
noun
1. eerste worteltje van een zaailing
胚根
adjective
1. een vrij grote tand die achter in de mond staat
臼齿
verb
1. het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
胳肢
pronoun
1. de hoofdstad van Oekraïne
基輔
noun
凤头麦鸡
adjective
卵石灰
noun
小石块
verb
看
noun
1. benaming voor amfibieën uit de orde Anura
蛙
noun
1. en 2. (zaden van) de plant Cicer arietinum
鹰嘴豆
noun
1. fijn gemalen kikkererwten
鷹嘴豆粉
noun
1. kikker- of paddenlarve
蝌蚪
abbreviation
1. kilogram
  1. 千克
  2. 公斤
noun
1. duizend meter
  1. 公里
  2. 千米
noun
1. het vooruitstekende deel van de onderkaak
下巴
noun
  1. 1. mens tussen 0 en 18 jaar
  2. 2. persoon voortkomend uit
  1. 孩子
  2. 儿童
noun
童工
noun
兒歌
noun
1. het om het leven brengen van een kind
謀殺兒童
noun
1. een voertuig waarin zuigelingen of kleuters met de hand verreden kunnen worden
婴儿车
adjective
遲鈍的
noun
1. kind dat deelneemt aan een gewapend conflict
童兵
noun
奎宁
/kɪŋk(h)ust/
noun
1. een bepaalde kinderziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Bordetella pertussis
百日咳
noun
1. klein vrijstaand winkeltje waar men snoep, koffie, kranten en tijdschriften kan kopen
便亭
/kɪp/
noun
  1. 2. kippenvlees
    母雞
  2. 1. Gallus gallus domesticus, gedomesticeerde vogel uit de familie van de hoenderachtigen
    鸡
noun
hok voor kippen
鸡窝
/ˈkɪpəvɛɫ/
noun
1. het verschijnsel waarbij als gevolg van kou de huid gaat kleine bubbeltjes vertoont
鸡皮疙瘩
pronoun
1. de taal die in Kirgizië gesproken wordt
吉尔吉斯语
/kɪr.ˈɣi.zi.jə/, /kɪr.ˈχi.zi.jə/
pronoun
1. een land in Centraal Azië, officieel de Kirgizische Republiek, dat geheel door land omsloten is
吉尔吉斯斯坦
/ˌki.ri.ˈbɑs/
pronoun
1. land in Oceanië, officieel de Republiek Kiribati
基里巴斯
noun
1. schijnkunst die niet aanslaat met veel versieringen en/of de verkeerde materialen waarvan de meeste mensen denken dat het wansmaak is
媚俗
noun
2. vrucht van plantengeslacht Actinidia
奇異果
pronoun
耶利米哀歌
adjective
1. kennelijk
明白
verb
  1. 1. voorbereiden
  2. 2. uit ingrediënten klaarmaken
准备
verb
1. iets moeilijks in orde of ten einde brengen
工作
verb
1. ongenoegen uiten
告发
/ˈklaɣər/
noun
演员
noun
1. in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
音
noun
1. het zich naar voren verwijdende gedeelte van de opening van sommige blaasinstrumenten
gânîmâ guo ren
noun
語音學
/ˈklɑŋknabotsɪŋ/
noun
  1. 1. het (proberen) een zelfde geluid te produceren
  2. 2. een woord dat is ontstaan uit het proberen een geluid na te doen
拟声
noun
椰子
noun
椰子
noun
1. Papaver rhoeas, een plant met een felrode bloem uit de familie Papaveraceae
罌粟
noun
2. hoogtepunt van een uitvoering, concert
丁香花
noun
1. een houten blaasinstrument waarop de melodie wordt gespeeld in een harmonie
单簧管
noun
1. een ruimte in een school voor het geven van les aan scholieren
课室
noun
类
adjective
古典
noun
1. toetsinstrument
羽管鍵琴
noun
三叶草属
noun
1. het textiel voor de bedekking van het lichaam
打扮
noun
1.
衣服
noun
1. rijstsoort die veel zetmeel bevat
糯稻
/klɛɪ̯/, /klɛː/
noun
1. zeer fijne, vochthoudende grondsoort
黏土
adjective
1. van geringe grootte
小
noun
歐洲黃菀
/ˈklɛɪndɔxtər/
noun
1. een dochter van iemands kind, een vrouwelijk kleinkind
外孙女
pronoun
1. een hoog aan het noordelijk halfrond duidelijk sterrenbeeld
小熊座
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
小犬座
noun
1.
小黑背鷗
phraseologicalUnit
1. een interval dat drie halve tonen omvat
小三度
/ˈklɛːŋkɪnt/, /ˈklɛːɪŋkɪnt/
noun
1. kind van zoon of dochter
孙
noun
1.
小家畜
noun
1. een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind
外孙
noun
1. de onweerstaanbare drang om te stelen
盗窃癖
verb
2. praten, babbelen
聊天
/kløːr/
noun
1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht
  1. 颜色
  2. 顏色
noun
蜡笔
noun
2. orgaan
封垫
noun
1. steile hoge rots
悬崖
noun
1. de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
氣候
noun
1. de verandering van het klimaat in een bepaald gebied over een bepaalde periode, m.n. de wereldwijde opwarming sinds de 19e eeuw
氣候變遷
verb
1. het bewegen in een omhooggaande richting dan wel over obstakels
攀
/'klɪ.mɔp/
noun
1. Hedera helix, een groenblijvende houtige plant
常春藤
pronoun
1. een kunsttaal die uitgevonden is door Marc Okrand voor Star Trek-films
克林貢語
/ˈklɪŋkər/
noun
1. een klank van de menselijke spraak waarbij geen obstructie in de ademstroom aangebracht wordt.
元音
noun
鱈魚
noun
1., 2. plant met kleverige bloemknoppen
牛蒡
noun
1. een instrument dat de tijd bijhoudt
  1. 時鐘
  2. 鐘
  3. 时钟
  4. 钟
noun
1. een constructie die dient voor het ophangen van een of meerdere klokken
攻城塔
noun
1. smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
鐘樓
/klɔmp/
noun
1. schoeisel van hout, eventueel in combinatie met leer
木鞋
noun
1. een ten gevolge van erosie, diep uitgesleten rivierdal, met steile wanden
峡谷
/klon/
noun
1. een levend wezen dat een exacte genetische kopie is van een ander wezen
克隆
/klostər/
noun
  1. 1. een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is
  2. 2. een kloostergemeenschap als zodanig
修道院
noun
3. informele benaming voor teelbal
放屁
noun
混球
noun
  1. 2. lachwekkend voorval
  2. 3. schijnvertoning
鬧劇
/klœʏs/, /klœːs/
noun
1. een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast
保险柜
noun
1. iemand die alleen en in afzondering leeft
隐士
/ˈknaxdiːr/, /ˈknaɣdiːr/
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Rodentia
啮齿目动物
verb
1. met de tanden aanvreten
啃
verb
1. een massa soepel maken door er steeds in te knijpen
揉(麵團)
noun
封锁
noun
1. bepaald soort vinkachtige, Carduelis cannabina
赤胸朱顶雀
noun
1. gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
  1. 膝
  2. 膝盖
noun
1. het schijfvormige bot in de knie
膝盖骨
/knɛɪpkɑt/
noun
1. een batterijloze met de hand aangedreven elektrische zaklantaarn, zoals deze in de Tweede Wereldoorlog populair was
動力燈
noun
1.
動力燈
/'knɪkə(n)/
verb
1. een verticale beweging met het hoofd maken
点头
noun
1. balletje van glas, marmer, steen, hout of klei
弹珠
verb
  1. 1. met een schaar uitsnijden
  2. 3. (informatica) overnemen van informatie
cut
verb
1.
眨眼
noun
1. karwats
皮鞭
noun
1. looksoort Allium sativa met samengevouwen bol
大蒜
verb
1. vechten
斗争
noun
2. koolraap, een eetbare wortel van een plant uit het geslacht Brassica.
萝卜
noun
萝卜
noun
  1. 3. aan een jas e.d.
    1. 扣子
    2. 釦子
  2. 2. snelheidsmaat
    结
  3. 1. in een draad
    1. 结
    2. 节
noun
1. een kruispunt van twee of meer grote wegen
高速路路口
noun
棍棒
adjective
1. zeer slecht
噅
noun
2. speelgoed
毛绒玩具
noun
1. een Australisch buideldier
无尾熊
noun
1. scheikundig element met symbool Co en atoomnummer 27
  1. 钴
  2. 鈷
adjective
钴蓝色
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
蜘蛛
noun
1. vrouwelijk rund
母牛
noun
蛋糕
/[ˈkuc̠͡ç̠jø̜]/
noun
2. klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
饼干
noun
1. bepaald soort vogel, Cuculus canorus
杜鹃鸟
noun
1. een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie,...
冰箱
/ˈkuːmɛlk/
noun
牛奶
pronoun
1. een taal die door de Koerden gesproken wordt
库尔德语
noun
路
noun
1. overdekte ruimte waarin koeien kunnen verblijven
牛舍
/ˌku.tər.ˈʋaːls/
noun
1. aanduiding voor een onverstaanbare taal
胡话
/ˈkuwɛɪ̯t/, /ˈkuʋɛɪ̯t/, /ˈkuβ̞ɛ:t/
pronoun
1. een kleine olierijke monarchie op het Arabische schiereiland in Azië aan de kust van de Perzische Golf
科威特
noun
1. draagbare bergruimte van stevig materiaal met een handvat, waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen
手提箱
noun
1. samensmelting van twee of meer bestaande woorden
混成词
noun
1. drank uit koffiebonen
咖啡
noun
咖啡歐蕾
noun
1. een uitspanning waar men koffie kan nuttigen
咖啡店
noun
咖啡屬
noun
1-2. munitie
子彈
noun
厨师
verb
2. met behulp van ingrediënten een maaltijd klaarmaken
做饭
noun
  1. 2. een keukenapparaat waarin iets kan gekookt worden
    科赫爾河
  2. 1. een smal cilindervormig hol voorwerp
    箙
/ˈko.kɔsˌbom/
noun
1. een palm die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
椰子
/ˈko.kɔsˌmɛlk/, /ˈko.kɔsˌmɛɫk/
noun
1. vocht verkregen door het kiemwit van een kokosnoot met water te vermengen en uit te knijpen
椰奶
/'kokɔsnot/
noun
1. holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
椰子
/ˈko.kɔsˌpɑlm/, /ˈko.kɔsˌpɑɫm/
noun
1. een palm die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
椰子
noun
1. een zeer klein vogeltje met een zeer snelle vleugelslag van de familie Trochilidae uit de orde der grootvleugeligen
蜂鸟
noun
柱
noun
1. eetgerei zoals een bord, maar dan dieper
碗
noun
1.
红茶菌
noun
演员
noun
1. een licht hemellichaam van ijs, gas en stof, zich in een baan ver buiten die van de planeten bewegend, dat bij het naderen van de zon een wolk van gas en gruis in de vorm van een staart ontwikkelt
彗星
verb
1. bewegen van verder weg naar dichterbij
来
pronoun
1. macrotaal die door 220 duizend mensen in Rusland gesproken wordt
科密语
noun
plant, zaden en specerij
孜然
adjective
奇怪
/kɔm.ˈkɔ.mər/
noun
1. Cucumis sativus, een langwerpige vrucht die men vooral rauw als salade eet
  1. 黄瓜
  2. 青瓜
/ˈkɔma/
noun
1. een leesteken dat een pauze aangeeft
  1. 逗號
  2. 逗号
noun
1. instrument waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst
指南针
verb
1. plaatsen van levensmiddelen in suiker om deze te zoeten en te conserveren
蜜饯
pronoun
剛果自由邦
/kɔˈnɛɪn/, /kɔˈnɛːn/
noun
1. zoogdier dat ook gedomesticeerd kan worden gehouden
  1. 兔
  2. 兔子
/ˈkonɪŋ/, /ˈkoːnɪŋ/
noun
1. het mannelijk hoofd van een koninkrijk
  1. 国王
  2. 王
/konɪˈŋɣɪn/, /konɪˈŋɪn/, /koʊnɪˈŋɪn/
noun
  1. 女王
  2. 后
  3. 王后
pronoun
1. een stad in het voormalige Oost-Pruisen
加里寧格勒
/ˈkonɪŋklək/
adjective
1. betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand
王室的
/ˈkonɪŋkˌrɛɪ̯k/, /ˈkoːnɪŋkˌrɛɪ̯k/, /ˈkoːnɪŋkˌrɛːk/
noun
1. staatsvorm met een koning aan het hoofd
  1. 王國
  2. 王国
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
康斯坦茨
noun
1. de billen, het achterwerk
屁股
/koːɪ/
noun
1. een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
细胞 [xìbāo]
noun
boek waaruit men leert koken
菜谱
noun
1.
餐
noun
  1. 1. een eetbare plant met veel ondersoorten uit de kruisbloemfamilie
    1. 包心菜
    2. 洋白菜
  2. 2. een zwarte brandstof die voornamelijk uit koolstof bestaat
    煤炭
noun
1. reukloos gas dat ontstaat bij volledige verbranding van koolstof
二氧化碳
noun
1. een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen
  1. 碳水化合物
  2. 糖类
noun
大山雀
noun
一氧化碳
noun
瑞典芜菁
noun
苤藍
/ˈkol.stɔf/
noun
2. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
碳
noun
二氧化碳
noun
1. verbinding met moleculen van één atoom zuurstof en één atoom koolstof (CO)
一氧化碳
/kol'watərstɔf/
noun
1. een verbinding die uit koolstof en waterstof is opgebouwd
烃
noun
油菜
adjective
油菜黄
/'kolzyr/
noun
1. H₂CO₃
碳酸
noun
1. een gas, bestaande uit een verbinding van koolstof en zuurstof (CO₂)
二氧化碳
noun
1. iets wat men voordelig aanschaft
矸石
noun
1. de hoeveelheid goederen of diensten die gekocht kan worden met een bepaald geldbedrag
购买力
noun
1. streng van in elkaar gedraaide vezels
绳子
noun
1. rechte tussen twee cirkelpunten
绳子
noun
1. (medisch) verhoging van de lichaamstemperatuur
發熱
noun
    1. 1. hoofd van een dier
    2. 2. hoofd van een mens
    3. 9. zijde van een geldstuk met een afgebeeld hoofd
    头
  1. 1. porseleinen recipiënt met oor, om uit te drinken
    杯子
verb
1. in ruil voor geld iets in bezit krijgen
买
pronoun
1.
哥本哈根
noun
2. scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29
  1. 銅
  2. 铜
adjective
铜棕色
noun
1. een afschrift of andere reproductie van een document of ander voorwerp
备份
/kopi<sup>j</sup>'ɪːrə(n)/
verb
2. imiteren
去
noun
1. skelet van de koraalpoliep
珊瑚
adjective
珊瑚红色
pronoun
1. randzee van de Grote Oceaan
珊瑚海
pronoun
1. (de tekst van) het heilig boek van de islam
古兰经
/koˈre.ja/
pronoun
1. een schiereiland in Oost-Azië
  1. 朝鲜
  2. 韩国
  3. 韓國
/koreˈjaːns/
pronoun
1. taal die in Korea gesproken wordt
  1. 朝鲜语
  2. 韩语
noun
1. en 2. (gedroogde) zaden van Coriandrum sativum
香菜
noun
山茱萸
noun
身
noun
束腹
noun
地衣
adverb
  1. 1. van geringe duur
  2. 2. van geringe lengte
短
/ˈkɔrt.slœy.tɪŋ/
noun
1. het plaatsvinden van een gewenste of ongewenste weerstandloze verbinding in een stroomkring
短接
noun
刚玉
noun
宇宙学
noun
宇航员
/ˈkɔsɔˌvo/
pronoun
1. land op het Balkanschiereiland dat volgens Servië een provincie van Servië is, maar dat zichzelf als een onafhankelijke staat beschouwt
科索沃
adjective
1. zonder kosten
免费
verb
1. als te betalen prijs hebben
花費
/kɑu̯/
noun
1. lage temperatuur
寒冷
/kʌʊt/
adverb
1. niet warm, fris, kil, koel
冷
/ˈkɑu̯də/
noun
1. het koud zijn
寒冷
adjective
1. van een persoon dat hij het sneller dan de meeste andere mensen koud heeft...
怕冷的
noun
1. zoon van oom of tante
党哥
/kraɪ̯/, /kraːɪ̯/
noun
1.1 bepaald soort zwarte vogel, Corvus corone
  1. 乌鸦
  2. 烏鴉
/ˈkrakben/
noun
1. een speciale vorm van bindweefsel met een elastisch karakter als gevolg van eigenschappen van de extracellulaire matrix
软骨
noun
货摊
noun
3. mechanisme waarmee de stroming van vloeistof of gas geregeld kan worden
水龙头
noun
1. bepaald soort grote vogel, Grus grus
鶴
noun
1. kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
蟹
noun
1. vermogen om iets te verrichten
力
noun
1. de mate waarin iets of iemand doortastend optreedt
精力,生命力
adjective
1. beschikkend over veel kracht
厉害
pronoun
1. na Warschau en Łódź de op twee na grootste stad van Polen
克拉科夫
noun
1. een toestand van onwillekeurige en aanhoudende samentrekking van een spier
抽搐
noun
1. klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
  1. 報紙
  2. 报纸
pronoun
2. teken van de dierenriem van 21 juni tot 23 juli
巨蟹座
/kreːft/
noun
1. zeekreeft, hommer
  1. 龙虾
  2. 龍蝦
noun
1. de hoogste breedtegraad van ca. 23,5 ° noorderbreedte waarboven de zon bij zonnestilstand in het zenit staat
北回归线
noun
1. Gryllidae
蟋蟀
noun
3. zitvlak
波河
pronoun
1. bij Griekenland behorend eiland in de Egeïsche Zee
克里特岛
noun
1.laag stuikgewas waarbij de takken van de boompjes door elkaar heen groeien
guànmùcóng
/krɪp/
noun
3,4,5. golfbrekertjes
防波堤
verb
1. ruzie maken
吵架
noun
1. iemand die zich toelegt op het voeren van oorlog, met name tussen stammen
军人
noun
军阀
noun
1. een olifant die vroeger tijdens op het land uitgevochten oorlogen werd ingezet als strijddier
戰象
verb
1. luidkeels schreeuwend een hoog geluid voortbrengen
叫喊
noun
  1. 2. schrijfmateriaal uit dat materiaal vervaardigd
  2. 1. wit mineraal dat uit calciumcarbonaat bestaat
粉笔
/krɪm/
pronoun
een schiereiland aan de noordkust van de Zwarte Zee
克里米亚
noun
2. een gemeenschap van mensen
公司
noun
1. een hoeveelheid ordelijk gerangschikte atomen of moleculen in vaste vorm
水晶
noun
矿石收音机
/kroˈwatis/, /kroˈwaːtɪs/
pronoun
1. een taal die vooral in Kroatië gesproken wordt
克罗地亚语
/kroˈwatsi.jə/, /kroˈwaːsi.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa ten zuiden van Hongarije
克罗地亚
/krux/
noun
1. publieke drinkgelegenheid
吧
noun
1. een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt
炸丸子
/krokoˈdɪl/
noun
1. een groot, in het water levend reptiel dat behoort tot de familie der Crocodylidae
  1. 鳄鱼
  2. 鱷魚
noun
2. uitingen van gespeeld verdriet of berouw
猫哭耗子假慈悲
noun
1. irisachtige lentebloem
番红花
noun
历代志
/ˈkronɪŋ/
noun
ceremonie
加冕
noun
1. hoofddeksel dat door een vorst gedragen wordt
  1. 冠
  2. 王冠
/krœʏ̯t/, /krœːd/, /krœːt/
noun
草
noun
  1. 1. winkelier in levensmiddelen
    杂货商
  2. 2. winkel met levensmiddelen
    雜貨店
noun
1. specerij van de kruidnagelboom
丁香
/'krʌʏ.pə(n)/
verb
爬行
noun
  1. 1. geometrisch figuur
  2. 4. symbool
十字
/ˈkrœʏsər/
noun
  1. 1. een oorlogsschip dat hoge snelheden kan halen
  2. 2. een type jacht
巡洋舰
noun
十字架
noun
1. een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen
路口
noun
  1. 1. simpel zitmeubel zonder leuningen
    凳子
  2. 2. hulpmiddel bij het lopen
    拐杖
/ˈkrʏl.spɛlt/
noun
1. hulpmiddel waarom je een haarlok kunt wikkelen om krullen te maken in stijlhaar
捲髮卡子
noun
烫发钳
noun
1. scheikundig element met symbool Kr en atoomnummer 36
氪
noun
1. 20-eeuwse stroming binnen de beeldende kunst waarin de werkelijkheid op een sterk vereenvoudigde manier wordt weergegeven
立体主义
noun
1. een regelmatig zesvlakkig lichaam, begrensd door zes gelijke vierkanten
立方體
/ˈkœʏ̯kə(n)/, /ˈkœːkə(n)/
noun
donzig jong vogeltje
小鸡
noun
1. uitholling, holte, diepte
穆尔德河
noun
2. visseneitjes
獐鹿
noun
1. het achterste van beide botten in het onderbeen van de mens
腓骨
/kykələky/
interjection
1. het geluid van een haan
咕咕咕
noun
1. en 2. (citrusvrucht van) plant Citrus japonica
金橘
verb
1. in staat zijn om, het vermogen hebben om
会
noun
1. toepassing van opvallende vaardigheid en verbeelding om iets moois of betekenisvols te scheppen
  1. 艺术
  2. 藝術
noun
1. iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken
艺术家
noun
艺人
adjective
1. door menselijk, moedwillig ingrijpen tot stand gekomen
人造的
noun
1. sport waarbij individuelen, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken, die vaak met muziek wordt uitgevoerd
花式溜冰
noun
1. een schilder van kunstwerken
画家
noun
1. een schilderes van kunstwerken
女 画家
/ˈkʏns.tal/, /ˈkʏns.taɫ/
noun
1. een artificiële of geconstrueerde taal is een taal waarvan de structuur, vocabulair en grammatica speciaal ontworpen is door een individu of een kleine groep, inplaats van op een natuurlijke wijze geëvolueerd in een cultuur
人工語言
/kʏrk/
noun
  1. 1. afdichting voor flessen, gemaakt uit de veerkrachtige schors van een bepaalde boomsoort, Quercus suber
    塞
  2. 1. licht, poreus materiaal, afkomstig van de kurkeik
    软木
/kʏr.kɛi̯k/, /kʏr.kɛːk/, /kʏrk.ʔɛi̯k/
noun
1. Quercus suber; een boom uit de napjesdragersfamilie
軟木
noun
1. een werktuig om flessen te ontkurken
开塞钻
noun
plant en specerij
薑黃
noun
1. het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
吻
noun
1. een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het (slaap)comfort van de gebruiker te verbeteren
墊子
noun
1.
枕头仗
/'kɵst/
noun
1. de waterkant langs de zee
海岸
/kɵt/
interjection
大便
/kɵt/
noun
vrouwelijk schaamdeel
屄眼儿
adjective
2. met een slecht karakter
刻毒
/kʋɑl/
noun
1. vrijzwemmend, voornamelijk in zee levend ongewerveld dier met een geleiachtig lichaam in de vorm van een klok of paraplu
水母
noun
資格
noun
数量
noun
1. de kleinste natuurlijke eenheid die in onze kosmos voorkomt
量子
noun
量子色动力学
noun
een theorie die een integratie is van de relativistische versie van de Wetten van Maxwell met de theorie van de kwantummechanica
量子电动力学
noun
量子物理学
noun
getal dat in de kwantummechanica wordt gebruikt voor het beschrijven van de eigenschappen van bepaalde deeltjes
量子数
noun
een theorie die kwantummechanica en relativiteitstheorie met elkaar zou moeten verenigen
量子引力
noun
een discipline van de natuurkunde die de kwantumeffecten die bij licht optreden bestudeert en gebruikt
量量子光学
noun
een theoretisch kader voor de constructie van kwantummechanische modellen van veld-achtige systemen of, equivalent, veeldeeltjessystemen
量子场论
noun
量子纏結
noun
  1. 1. een vierde deel
    分之
  2. 3,4
    四度
noun
1. Coturnix coturnix, vederwild en hoendervogel
  1. 鹌鹑
  2. 鵪鶉
noun
1. kwart uur
刻
noun
1.
四分音符
noun
1. kwartool
四连音
noun
1.
四分休止符
noun
een vorm van siliciumdioxide
石英
adjective
石英灰
/kʋɑst/
noun
1. Versiering
流蘇
/ˈkwe.peːr/, /ˈkʋe.pɪːr/, /ˈkβ̞e.peːr/
noun
1. een peervormige vrucht van de Cydonia oblonga
榲桲
noun
1. zaak, geschil, probleem
问题
noun
脆弱性
noun
1. een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met symbool Hg en atoomnummer 80
汞
noun
1. benaming voor vogels uit de geslachten Motacilla en Dendronanthus
白鶺鸰
noun
1. een metaal dat vloeibaar is bij kamertemperatuur
汞
noun
1.
五度
noun
1. kwintool
五连音
pronoun
1. de hoofdstad van Oekraïne
基輔
noun
1. muzieknoot
羽
pronoun
拉里奥哈
/lax/
adjective
1. niet ver boven iets anders zijn
低
noun
1. weg die aan beide kanten wordt geflankeerd door bomen
大街
noun
1. een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt
靴子
adjective
  1. 2. 's avonds, 's nachts
  2. 1. na het voorziene ogenblik
晚
adjective
1. overtreffende trap van laat
最后
noun
1. laatste kwartier
下弦
/lɑp/
noun
1. een ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
实验室
noun
1. ruimte voor wetenschappelijk onderzoek
实验室
noun
1. een stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
迷宮
verb
1. zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden
笑
adjective
简洁
noun
is een suiker die o.a. in melk voorkomt
乳糖
noun
1. houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen
梯子
noun
1. uitschuifbare bergplaats
抽屉
pronoun
1. Romaanse taal gesproken door 35 duizend mensen in Italië en de Verenigde Staten
拉登語
noun
1. ondiep meer
潟湖
pronoun
1. stad in Pakistan
拉合爾
noun
2. stelsel waarin transacties tussen private partijen vrij zijn van overheidsbemoeienis
自由放任
noun
1. stof die een dunne beschermlaag vormt nadat ze opgelost in een vluchtig oplosmiddel...
漆
noun
石蕊
noun
1. jong van het schaap
小羊
noun
1. soort Zuid-Amerikaans eeltpotig zoogdier Lama glama
喇嘛
noun
1. in het water levende zoogdieren uit het geslacht Trichechus
海牛
/lɑmp/
noun
1. een voorwerp gemaakt om licht te geven
灯
noun
1. kap over een lamp om het licht af te schermen
灯罩
noun
1. benaming voor vissen uit de familie Petromyzontidae
七腮鳗
noun
  1. 4. niet verstedelijkt gebied
    国
  2. 3. een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen
    1. 國
    2. 国
/ˈlɑntbɑuw/
noun
1. het cultiveren van land voor de voortbrengst van voedsel en andere nuttige producten
  1. 农业
  2. 農業
/lɑntbɑuwər/
noun
1. iemand die met landbouw of/en veeteelt zijn geld verdient
农民
verb
1. vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten
降落
noun
1. iemand uit hetzelfde land
同乡
noun
1. een abstracte weergave van (een stuk van) de aarde
地图
/ˈlɑntsmɑn/
noun
2. landgenoot
同乡
noun
国家语言
adjective
1. van grote duur
长
noun
1. een manier van voortbewegen op latten door de sneeuw
越野滑雪
noun
1.
大螯虾
/ˈlɑŋzam/
adjective
1. met weinig snelheid
慢的
noun
1. een lang steekwapen met een metalen punt
矛
noun
1. constructie van glas en metaal of hout, zodat wind en regen geen vat op een brandende lichtbron hebben
灯笼
noun
1. Chemisch element
镧
noun
镧系元素
/ˈla.ɔs/
pronoun
1. een land in Azië grenzend aan Myanmar, China, Vietnam, Cambodja en Thailand
老挝
pronoun
1. een taal die in Laos gesproken wordt
老挝语
noun
1.
青金石
pronoun
拉普兰
noun
1. kleine draagbare computer
笔记型电脑
noun
1. benaming voor naaldbomen uit het geslacht Larix
红杉
noun
1. jeugdstadium van de meeste insecten en veel amfibieën
幼虫
noun
1. Bovenste deel van de luchtpijp
喉头
noun
1. lichtbron die uiterst intense lichtstraal van één kleur uitzendt
激光
verb
1. door plaatselijke sterke verhitting van de voeg twee metalen voorwerpen met elkaar verbinden
焊接
noun
1. iets wat een mens hindert
难题
noun
1. onterechte beweringen die iemand in een kwaad daglicht stellen
诽谤
verb
  1. 3. niet doen
  2. 4. niets veranderen
  3. 5. vertrekken
  4. 6. aansporing
使
/'la.tɛks/
noun
乳胶
pronoun
1. taal van de Romeinen in de oudheid, die later in gebruik bleef in religie en wetenschap
  1. 拉丁語
  2. 拉丁语
noun
boom en kruid
月桂樹
noun
2. (gedroogde) bladeren van Laurus nobilis
月桂葉
pronoun
1.
洛桑
/laʊ̯/, /lʌʊ̯/, /lʌː/
adjective
1. een temperatuuraanduiding die tussen warm en koud ligt
不冷不热
noun
1. vloeibaar gesteente dat uit een vulkaan tevoorschijn komt
熔岩
noun
1. meubel of plaats in een gebouw met voorzieningen om zich te wassen
盥洗室
noun
1. koepelvormige structuur die ontstaat als lava die rijk is aan silica naar buiten treedt uit de barsten en spleten van een groeiende kussenachtige structuur
火山穹丘
noun
1. Lavandula, een struik uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae
薰衣草
/la'ʋaj/
noun
1. luid en storend geluid
噪音
noun
1. Chemisch element
  1. 铹
  2. 鐒
/lɛt/
noun
1. elektronische lichtbron in de vorm van een diode die licht uitstraalt
发光二极管
/ˈledəmat/
noun
1. een aan de romp aanhangend onderdeel van het lichaam dat door spieren bewogen kan worden...
肢
noun
1. het genoegen scheppen in het leed van een ander
幸災樂禍
noun
1. de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren
年龄
/lex/
adjective
1. zonder inhoud
干
/lek/
noun
1. iemand die niet deskundig is op een bepaald gebied
世俗的
/lem/, /leɪm/
noun
1. kleihoudende grondsoort
壤土
adjective
土棕褐色
/ˈlenvərˌtalɪŋ/
noun
1. woord dat aan een vreemde taal is ontleend in letterlijke vertaling en analoge constructie
仿譯
noun
  1. 2. theorie, doctrine
    主义
  2. 1. stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid
    皮革
noun
1. een boek bedoeld om er iets uit te leren
课本
noun
1. iemand die onderwijs volgt
学生
noun
1. conventioneel symbool in interpunctie
标点符号
pronoun
2. teken van de dierenriem van 23 juli tot 23 augustus
狮子座
noun
1. Panthera leo een groot katachtig roofdier met lange manen
  1. 狮子
  2. 狮
  3. 獅子
noun
绝大部分
noun
云雀
noun
1. vrouwtje van de leeuw
母狮
adjective
branie, moed
胆
adjective
1. wettig, rechtmatig
合法
noun
1. testamentaire beschikking
字
adverb
连奏
/ˈleːɣər/, /ˈleːχər/
noun
1. een militaire strijdmacht
軍隊
noun
1. Metaalverbinding van twee of meer elementen
合金
/ˌleɣyˈwan/
noun
1. hagedis
鬣蜥
noun
  1. 2. schrijflei
  2. 3. daklei
板岩
/ˈlɛɪ̯dər/, /ˈlɛːdər/
noun
2. een persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd
老板
noun
主导动机
noun
导音
adjective
浅橄榄灰
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
莱比锡
noun
1. blauwgrijs gesteente
板岩
adjective
1. aangenaam van smaak
好吃
/ˌlɛ.kər.ˈnɛi/
noun
糖果糕點
noun
百合
/le.li.tʲə.vɑn.da.ləⁿ/
noun
1. bepaald soort kleine tot 30 centimeter hoge vaste plant, Convallaria majalis
铃兰
/ˈleːlək/
adjective
1. onprettig om naar te kijken, niet mooi
  1. 難看
  2. 醜
verb
  1. 1. iets wat eigendom is van een ander tijdelijk gebruiken, al dan niet in ruil voor een kleine vergoeding
  2. 2. iets aan iemand anders te leen geven
借
noun
1. kabeljauwachtige zoutwatervis, Molva molva
魣鱈
/ˈlɛŋktə/
noun
    1. 1. op welke meridiaan een plaats ligt
    2. 2. tijdsduur
    經度
  1. 1. afmeting van een voorwerp
    长
noun
列宁主义
noun
1. seizoen
  1. 春天
  2. 春季
noun
1. evenaarpassage van de zon richting noord
春分点
pronoun
. spelwoord voor de letter l
萊昂
/ˈlepəɫ/
noun
1. een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
  1. 匙
  2. 匙子
noun
1. een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
白琵鹭
noun
1. bepaald soort vis met lepelvormig verbrede bek die 2 meter lang kan worden en meer dan 80 kilogram kan wegen, Polyodon spathula
匙吻鱘
/ˈleːraˑr/
noun
1. iemand die lesgeeft
老师
/ˈleːrə/, /ˈlɪːrə/
verb
  1. 1. kennis of vaardigheid verwerven
    学
  2. 2. kennis of vaardigheid doen verwerven
    学习
/lɛs/
noun
1. onderricht gedurende een korte tijd
课
noun
教科書
/le.'sɔ.to/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel het Koninkrijk Lesotho
  1. 莱索托
  2. 萊索托
/lɛt/
noun
1. een inwoner van Letland, of iemand afkomstig uit Letland
拉脫維亞人
/ˈlɛtlɑnd/, /ˈlɛtlɑnt/
pronoun
1. een Europees land aan de Oostzee
  1. 拉脱维亚
  2. 拉脫維亞
/ˈlɛtlɑnds/, /ˈlɛtlɑnts/
adjective
1. betreffende Letland
拉脱维亚的
/lɛts/
adjective
1. betreffende Letland
拉脱维亚的
/lɛts/
pronoun
1. de officiële taal van Letland
拉脱维亚语
noun
1. een teken om in geschreven taal een klank van de gesproken taal weer te geven
字母
/ˈlɛtərˌxrep/, /ˈlɛtərˌɣrep/
noun
1. elk van de groepen waarin een woord kan worden verdeeld
音節
noun
1. de studie van de literatuur
文学
noun
1. een stylistisch samenhangende set tekens die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden
符号
/ˈløːɣən/, /ˈlʏːχən/
noun
1. mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden
  1. 谎言
  2. 假话
noun
1. iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijn
说谎者
adjective
  1. 1. grappig, schalks, vermakelijk
    好玩
  2. 2. prettig, aangenaam
    漂亮
noun
1. bloedkanker
白血病
noun
1. iets waartegen men aan kan leunen
扶手
/ˈløːˌvə(n)/
pronoun
1. de provinciehoofdstad van Vlaams-Brabant in België
鲁汶
/'levən/
noun
  1. 1. een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
  2. 2. de tijdsspanne die men levend doorbrengt
  1. 生活
  2. 生命
/'levən/
verb
1. het doormaken van het leven
  1. 住
  2. 生
noun
1. een van de goederen die het leven in stand houden, zoals etenswaren
食品
noun
1. een bruinkleurig orgaan dat gal produceert
  1. 肝脏
  2. 肝
/ˈlevərə(n)/
verb
1. voor de aanvoer van iets zorg dragen
供給
noun
鱼肝油
pronoun
利未記
noun
词位
verb
1. zien en interpreteren van geschreven tekst
  1. 读
  2. 看
/ˈli.ba.nɔn/, /ˈli.bɑ.nɔn/
pronoun
land in het Midden-Oosten, grenzend met Israël en Syrië, officieel de Libanese Republiek
黎巴嫩
/li.ˈbɛl/, /li.ˈbɛɫ/
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Odonata
蜻蜓
/li.'beː.ri.ja/, /li.'bɪː.ri.ja/
pronoun
land in West-Afrika, officieel de Republiek Liberia
利比里亚
/'libido/
noun
1. geslachtsdrift
性冲动
/ˈli.bi.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Staat Libië
  1. 利比亚
  2. 利比亞
noun
1. een geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier
  1. 身体
  2. 身體
adjective
Vertalingen: na te kijken en onderverdelen per verklaring
轻
noun
  1. 1. Elektromagnetische golven
  2. 2. lichtbron
光
adjective
亮象牙色
adjective
1. een lichte oranje kleur die naar rood zweemt
浅红橙
noun
1. refractie
折射
adjective
浅灰色
noun
1. de afstand die het licht in één jaar aflegt, ongeveer 9460 miljard kilometer
光年
adjective
淡粉红色
noun
1. de snelheid waarmee het licht zich voortplant in het luchtledige (ongeveer 299792 km/s)
光速
noun
1. iemand die behoort tot een groep, organisatie of sekte
会员
noun
冠词
/ˈlixtə(n)ˌstɛɪ̯n/, /ˌlixtə(n)ˈstɛːn/, /ˌliχtə(n)ˈstɛɪ̯n/
pronoun
1. een klein land in Europa gelegen tussen Zwitserland en Oostenrijk
  1. 列支敦斯登
  2. 列支敦士登
noun
1. muzikale vorm waarin tekst op muziek wordt verklankt
歌曲
noun
歌詞
noun
1.het geven van hulp
慈善
noun
1. uiting of gevoel van grote genegenheid en/of het zich aangetrokken voelen
  1. 爱
  2. 愛
verb
1. liefde voelen tot iemand of iets
爱
verb
1. met opzet feiten vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd
  1. 说谎
  2. 說謊
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
天琴座
/lir/
noun
1. een Grieks snaarinstrument
里拉
noun
1. benaming voor kevertje van de familie Coccinellidae
瓢虫
noun
1. een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
  1. 电梯
  2. 電梯
noun
躺式自行车
noun
1. de wijze waarop iets of iemand gelegen is
部位
pronoun
利古里亞
/lɛɪdələk/
adjective
1. zonder verzet ongemak verdragend
受动
/lɛi̯f/
noun
1. lichaam
身
pronoun
1. een Finoegrische taal die in Estland en Letland gesproken wordt
直播
noun
1. hybride kruising tussen een mannetjesleeuw en een vrouwtjestijger
獅虎
noun
1. dood lichaam
尸体
/ˈlɛi.kə(n)/
verb
  1. 1. uitzien als
  2. 2. naar aanschijn zijn
好像
/ˈlɛɪ̯.kɪs/, /ˈlɛɪ̯k.kɪst/, /ˈlɛːk.kɪst/
noun
1. de kist waarin een overledene ter aarde besteld wordt
棺
noun
1. een voortuig ingericht om een stoffelijk overschot te vervoeren
灵车
/lɛi̯n/
noun
  1. 1. een streep
    右派
  2. 11. een band, riem om een huisdier in te tomen
    莱讷河
noun
1. benaming voor zangvogels uit de familie Turdidae
鶇
noun
1. geslacht van loofbomen, Sorbus
花楸属
adjective
垕
adjective
酸软
noun
雞眼
noun
1. en 2. (zaden van) plant Phaseolus lunatus
棉豆
/ˈlɪm.bʏrx/, /ˈlɪm.bʏrχ/
pronoun
1. provincie in het zuidoosten van Nederland
林堡省
noun
湖沼學
noun
1. Een citrusvrucht
  1. 青檸
  2. 青柠
noun
1. een drank die vervaardigd is van citroensap, suiker en water
檸檬水
/ˈlɪndə/
noun
loofboom
椴树属
adjective
1. lijnvormig
线性
noun
1. beoefenaar van de taalkunde
语言学家
noun
1. wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft
语言学
/ˌliniˈ<sup>ʲ</sup>aɫ/
noun
1. een meetinstrument waarmee lengtes kunnen worden opgemeten
尺
noun
1.
左岸
adjective
1. tegenovergestelde van rechts
左
adjective
1. wanneer men de linkerhand verkiest boven de rechter voor alledaagse handelingen
惯用左手的
noun
1. product afkomstig uit vlas
亚麻布
noun
1. anatomie
  1. 嘴唇
  2. 嘴
/liˈpidə/
noun
1. vetten en vetachtige stoffen die in de biochemie een belangrijke rol spelen
脂類
noun
  1. 1. stift met zacht materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
  2. 2. zacht materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
口紅
pronoun
1.
里斯本
noun
  1. 2. het geheel van als kunstzinnig beschouwde geschreven werken, m.n. proza of poëzie
  2. 3. de verzameling geschreven en na controle door vakgenoten gepubliceerde mededelingen van een vakgebied
文学
/ˈlitiˌʲʏm/
noun
1. chemisch element en een zilverwit alkalimetaal
  1. 锂
  2. 鋰
noun
石版画
/liˈtaʊ̯.wə(n)/, /liˈtɑuwə(n)/, /liˈtɔʊ̯.β̞ə(n)/, /ˈliˌtʌʊ̯.β̞ə(n)/
pronoun
1. een Europees land ter hoogte van Wit-Rusland
立陶宛
/liˈtaʊ̯s/, /ˈlitɔʊ̯β̞s/, /ˈlitʌʊ̯s/
adjective
1. betreffende Litouwen of het Litouws
立陶宛的
/liˈtaʊ̯s/, /ˈlitɔʊ̯β̞s/, /ˈlitʌʊ̯s/
pronoun
1. een Baltische taal die wordt gesproken in Litouwen
  1. 立陶宛语
  2. 立陶宛語
noun
1. zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
伤疤
noun
1. scheikundig element met symbool Lv en atoomnummer 116
鉝
pronoun
  1. 1. eigennaam van Frankische herkomst
  2. 2. spelwoord voor de letter l
路易斯
/ˈlu.jə(n)/
verb
1. een langgerekt klagend geluid voortbrengen
吒
noun
1. met vlees en groente gevulde en gefrituurde lap deeg
春卷
noun
放大鏡
noun
op de loer liggen
潛水
noun
椰子貓
noun
1. prijzen
赞扬
noun
1. snelheidsmeter voor zeegaande schepen
测程仪
noun
1. de exponent van de macht waartoe een gegeven getal verheven moet worden om een ander getal te krijgen
对数
noun
理则
/ˈloɣis/
adjective
  1. 1. natuurlijk, voor de hand liggend
  2. 2. betrekking hebbend op de logica
理则
noun
1. beeldmerk, logogram, naambeeld
品牌
noun
1. een herkeningsteken
语素文字
/lɔk/
noun
1. haarlok, pluk haar
绺
/ˈlɔlɪ/
noun
snoepje
棒棒糖
pronoun
伦巴第大区
/ˈlɔndən/
pronoun
1 en 2
伦敦
noun
1. orgaan waarin gaswisseling plaatsvindt tussen lucht en bloed ten behoeve van het metabolisme.
肺
/'lɔŋɔntsteːkɪŋ/
noun
1. een ontsteking in de longen
肺炎
noun
1. bloedvat dat vanuit de rechter hartkamer naar de longen gaat
肺動脈
noun
1. koord voor ontsteking
导火线
noun
1. een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82
  1. 铅
  2. 鉛
adjective
2. in een rechte hoek
垂直
/loːts/
noun
2. iemand die schepen als stuurman begeleidt bij het varen van en naar een haven
領港員
adjective
叶绿色
/loːx/
noun
een alkalische substantie
洗濯用碱水
adjective
van groot gewicht
重的
/loːp/
noun
voorste deel van een wapen
卡农
verb
1. stappen, gaan
走
noun
2. de oranje vrucht van de Eriobotrya japonica
枇杷
noun
1. een onverantwoordelijk iemand
顱骨
pronoun
洛林
pronoun
1.
路易斯安那州
/lʏxt/
noun
1. mengsel van gassen waaruit de afmosfeer bestaat
  1. 空气
  2. 空氣
noun
蜘蛛
noun
1. een vliegveld voor verkeersvliegtuigen met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers
机场
noun
气管
noun
1. de luchtlagen boven een bepaald grondgebied
领空
noun
1. een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken
火柴
/lœʏ/, /lœː/
adjective
1. werkschuw, niet houden van inspanning of werk
懒
/lœʏ/, /lœː/
noun
1. groep mensen
人们
noun
2. benaming voor zoogdieren uit de onderorde Folivora
树懒
/lœʏ̯t/, /lœːd/, /lœːt/
adjective
高声
noun
喇叭
noun
尿布
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera pardus
  1. 豹
  2. 豹子
  3. 豼
  4. 貔
/lœʏ̯s/, /lœːs/
noun
1. benaming voor verschillende meestal vleugelloze insecten die parasiteren op dieren en planten
虱
/'lœstərə(n)/
verb
1. gericht waarnemen met het oor
听
/ˈlykɑs/
pronoun
  1. 卢克
  2. 盧克
verb
1. tot een succes leiden
成功
noun
1. geslachtsdeel van de man
鸟
noun
亮度
noun
1.
新月形
noun
1. en 2. (zaden van) geslacht Lupinus
羽扇豆
verb
2. passief deelnemen aan een interactief bedoelde toepassing van internet
潛水
/lʏst/
noun
  1. 2. behoefte of verlangen iets te doen
  2. 3. plezier, genot
激情
adjective
zonder energie, fut om iets te ondernemen
酸软
noun
1. scheikundig element met symbool Lu en atoomnummer 71
鎦
/ˈlyksəmˌbʏrx/, /ˈlyksəmˌbʏrχ/
pronoun
1.-3.
  1. 卢森堡
  2. 盧森堡
/ˈlyksəmˌbʏrxs/, /ˈlyksəmˌbʏrχs/
adjective
1. betreffende Luxemburg of het Luxemburgs
盧森堡語
/ˈlyksəmˌbʏrxs/, /ˈlyksəmˌbʏrχs/
pronoun
1. een taal die in Luxemburg gesproken wordt
卢森堡
pronoun
利沃夫
noun
1.
荔枝
noun
1. bepaald soort zoogdier, Lynx lynx
猞猁屬
pronoun
1.
里昂
/maːx/
noun
1. Orgaan
胃
noun
1. het kanaal
消化系统
pronoun
  1. 1. sterrenbeeld van de dierenriem
  2. 2. teken van de dierenriem waar de zon in staat van ca. 23 augustus tot ca. 23 september
  3. 3. de moeder van Jesus
室女座
pronoun
马格德堡
/ˈmaɣdəˌvlis/, /ˈmaʝdəˌvlis/
noun
vlies
处女膜
/ma:l/
verb
1 1. telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
次
noun
1. een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen
吃饭
/maːn/
noun
  1. 月球
  2. 月
/maːnt/
noun
1. elk van de twaalf met een eigen naam onderscheiden tijdvakken van 28, 30 of 21 dagen waarin een jaar verdeeld wordt
  1. 月份
  2. 月
/ˈmaːndɑx/
noun
1. een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde
  1. 星期一
  2. 周一
/ˈmansvərˌdœʏ̯stərɪŋ/, /ˈmansvərˌdœːstərɪŋ/
noun
1. het verschijnsel dat de maan verduisterd raakt doordat ze in de schaduw...
月蚀
noun
1. bepaald soort grote schijfvormige zeevis, Mola mola
曼波魚
/maːr/
conjunction
1. tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert
  1. 但是
  2. 可是
/maːrt/
noun
1. derde maand van het jaar
三月
/mas/
pronoun
1. een rivier die onspringt in Frankrijk en door België en Nederland stroomt
默兹河
/maːt/
noun
  1. 3. eenheid van lengte enz.
  2. 6. (muziek) manier om een muziekstuk ritmisch in te delen
节拍
noun
1. een glazen kolf met een geijkte maatstreep voor het nauwkeurig bepalen van een volume vloeistof
容量瓶
noun
  1. 2. de wereld, omgang en verkeer der mensen
  2. 1. vereniging tot het drijven van handel
社会
pronoun
1. een stad op een eiland aan de zuidkust van China, ten westen van Hong Kong
澳門
pronoun
1. Slavische taal die vooral wordt gesproken in de Noord-Macedonië
马其顿语
/ˌmasəˈdoni.jə/, /ˌmasəˈdoːni.jə/
pronoun
    1. 1. historisch Grieks koninkrijk
    2. 2. regio in Griekenland
    马其顿
  1. 3. land
    1. 马其顿
    2. 馬其頓
verb
腌
/mɑˈʃinə/
noun
機
noun
1. geweer waarmee kort na elkaar meerdere schoten kunnen worden afgevuurd, ...
機槍
/ma.da.'ɣɑs.kɑr/, /ˌma.dɑ.'χɑs.kɑr/
pronoun
2. staat op het bovengenoemde eiland, de Republiek Madagaskar
  1. 马达加斯加
  2. 馬達加斯加
noun
1. Bellis perennis
雛菊
pronoun
马德里
noun
法师
noun
  1. 1. gemagnetiseerd metaal
  2. 2. persoon, zaak of plaats
磁石
noun
磁場
noun
1. Chemisch element
  1. 镁
  2. 鎂
noun
1. magnetisch, ijzer bevattend mineraal; magnetisch erts
磁鐵礦
noun
  1. 磁
  2. 磁学
/ˈmɑɣ.nə.trɔn/, /ˈmɑχ.nə.trɔn/
noun
  1. 2. een type elektronenbuis
    多腔磁控管
  2. 1. een toestel waarin met zeer korte en gerichte golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
    微波炉
noun
1. boom met tulpachtige bloemen
木兰
adjective
桃花心木褐
/mɑjs/
noun
1. een graansoort afkomstig uit Midden-Amerika
玉米
adjective
玉米黄
noun
1. een etagewoning met eigen toegang waarbij woon- en slaapverdieping boven elkaar liggen
双工
noun
1. en 2. verbinding van glucose en koolhydraten of bindmiddel dat uit maiskorrels wordt gewonnen
玉米澱粉
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. een grotetertstoonladder
自然音阶
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. een toonladder met een grote terts
自然音阶
noun
1. schoonheidsproducten
化妆
/ˈmaːkən/
verb
1. in elkaar zetten
做
noun
1. iemand die iets maakt of gemaakt heeft
作者
adjective
1. niet moeilijk, waar weinig moeite en inspanning voor vereist is
容易
noun
1. bepaalde soort zeevis, Scomber scomber
鲭鱼
/mɑl/
adjective
1. blijk gevend van gebrek aan gezond verstand
傻子
noun
1. infectieziekte die veroorzaakt wordt door eencellige parasieten van het geslacht Plasmodium
疟疾
/ma.'la.wi/, /ma.'la.ʋi/, /ma.'la.β̞i/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zambia, dat niet aan de zee grenst
马拉维
/mɑl.ˈdi.və(n)/, /mɑɫ.ˈdi.və(n)/
pronoun
1. land in de Indische Oceaan
马尔代夫
pronoun
  1. 玛拉基书
  2. 瑪拉基書
/mɑ.ˈlɛɪs/
pronoun
1. een Austronesische taal en de officiële taal van Maleisië, Brunei en Singapore die ook in delen van...
马来语
/maˈlɛ:zi.jə/, /maˈlɛɪ̯zi.jə/
pronoun
1. een land in het zuidoosten van Azië dat bestaat uit twee afzonderlijke delen die gescheiden worden door de Zuid-Chinese Zee
马来西亚
/malə(n)/
verb
1. tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven
磨
/'ma.li/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Mali
  1. 马里
  2. 馬里
noun
1. stok voor slagwerkinstrumenten
推弹杆
/ˈmɑlta/, /ˈmɑɫta/
pronoun
  1. 1. eiland in de Middellandse Zee
  2. 2. land in de Middellandse Zee
马耳他
/mɑlˈteːs/, /mɑɫˈtes/
noun
1. inwoner van Malta of iemand die van Malta afkomstig is
马耳他人
/mɑlˈteːs/, /mɑɫˈtes/
pronoun
1. Semitische taal die wordt gesproken door 570 duizend mensen op Malta
  1. 马尔他语
  2. 馬爾他語
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Mammuthus
猛犸象
noun
1. persoon van het mannelijk geslacht
男人
pronoun
马瑙斯
noun
1. een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat
篮子
pronoun
1. Mandarijns Chinees
国语
noun
1. Een citrusvrucht
橘子
noun
1. een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
曼陀林
noun
1. Chrysocyon brachyurus, Zuid-Amerikaanse wilde hondachtige, meer verwant met de vos dan met de wolf
鬃狼
/manəsxɛɪn/
noun
1. Het door de maan weerkaatste licht dat op de aarde schijnt, maanlicht
月光
/ˈmɑŋɣa/
noun
1. Japans stripboek
  1. 漫画
  2. 漫畫
noun
1. Chemisch element
錳
noun
1. soort oranje-groene sappige tropische vrucht
芒果
noun
1. onderfamilie van de civetkatten, zeer snelle en behendige roofdiertjes...
獴
/ mɑˈniːr/
noun
办法
noun
抗议者
noun
  1. 1.
  2. 2. openbare gebeurtenis
示威
noun
1. en 2. (wortel van) de plant Manihot esculenta
木薯
adjective
  1. 1. tot geslacht behorend dat voor bevruchting zorgt
  2. 2. behorend tot het mannelijke woordgeslacht
男
noun
压力测量
noun
男人
pronoun
1. taal die door de Mantsjoes gesproken werd.
满语
pronoun
1. een Keltische taal die (als tweede taal) wordt gesproken op het eiland Man
马恩语
pronoun
1. taal die door de Maori's wordt gesproken
毛利语
pronoun
1. taal die met name in Maharashtra, een staat in India gesproken wordt, onder andere in Mumbai (Bombay)
马拉地语
noun
马拉松
noun
1. Viscum album
槲寄生
noun
人造奶油
/maːˈrinə/
noun
1. zeemacht
海军
adjective
1. donkerblauw
深蓝色
noun
2. kruid
墨角蘭
noun
adellijke titel, lager dan een hertog maar hoger dan een graaf
侯爵
noun
warenverkoop op pleinen en straten
市場
/mɑremər/
noun
1. een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
大理岩
noun
1. knaagdier dat vooral in het hooggebergte leeft maar ook veel als huisdier wordt gehouden
  1. 旱獭
  2. 旱獺
/ma.ˈrɔ.ko/
pronoun
1. land in het uiterste noordwesten van Afrika
摩洛哥
pronoun
  1. 火星
  2. 戰神
noun
1. een Italiaanse versterkte wijn die gemaakt wordt in de omgeving van Marsala op het westelijk deel van Sicilië
玛萨拉酒
noun
1.
杏仁膏
/mɑr.ʃəl.ɛɪ̯.lɑn.də(n)/, /mɑr.ʃəl.ɛː.lɑn.də(n)/, /mɑr.ʃəɫ.ɛɪ̯.lɑn.də(n)/
pronoun
1. een land in Oceanië
  1. 马绍尔群岛
  2. 馬紹爾群島
noun
1. iemand die voor een zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak
烈士
noun
1. benaming voor zoogdieren uit het geslacht Martes
貂
noun
貂
noun
1. traditioneel en stelselmatig beoefende stijl van vechten
武術
pronoun
马提尼克
noun
1. de socialistische ideologie van de volgelingen van Karl Marx
马克思主义
noun
1. schoonheidsmiddel
染睫毛油
pronoun
1. eilandengroep in de Indische Oceaan
马斯克林群岛
noun
1.
面具
noun
1. een wapen dat zeer velen doodt
大规模杀伤性武器
noun
  1. 1. lange, rechtop staande paal midden op het schip
  2. 3. lange paal voor vlaggen
桅杆
noun
1. een tastbare stof
材料
noun
物质
noun
产科
/mɑtrɑs/
noun
1. lichaamsondersteunend onderdeel van een bed
床垫
noun
1. vorm die dient om meerdere gelijke producten te maken
字模
noun
1. een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
矩阵
pronoun
馬太
/ˌmaʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/, /ˌmɔʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/, /ˌmʌʊ̯.ri.ˈta.ni.jə/
pronoun
1. een land in Noord-Afrika, officieel de Islamitische Republiek Mauritanië
毛里塔尼亚
/maʊ̯.'ri.si.jəs/, /mɔʊ̯.'ri.si.jəs/, /mʌʊ̯.'ri.tsi.jəs/
pronoun
1. een land in de Indische Oceaan, officieel de Republiek Mauritius
毛里求斯
abbreviation
1. grootst mogelijke hoeveelheid
大限
/ˌmajoˈnɛːzə/
noun
1. een saus op basis van eieren
蛋黄酱
pronoun
马约特
noun
1. kinderziekte die veroorzaakt wordt door het Morbillivirus en gekenmerkt wordt door rode stipjes op de huid
麻疹
/ˈmaʲɪs/, /ˈmɛɪ̯s/
noun
1. bepaalde graansoort afkomstig uit Midden-Amerika, Zea mays
玉米
noun
機械師
pronoun
梅克伦堡-前波美拉尼亚
noun
1. metalen schijf, in het bijzonder als onderscheidingsteken na bepaalde prestaties
奖章
verb
1. samen met anderen naar iets dingen
竞争
/ˈme.dəˌklɪŋ.kər/
noun
1. een klank waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan
子音
noun
1. verdriet over het leed van anderen
同情
noun
iemand die samen met jou een opleiding volgt; iemand die ook een student is
大学同学
noun
2.
中位数
noun
1. mediant
中音
noun
仲裁
noun
1. een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
  1. 药物
  2. 藥物
noun
1. spirituele bezigheid
冥想
verb
思索
verb
竞争
noun
1. Rubia tinctorum
茜草
/mel/, /meɫ/, /mɪːɫ/
noun
1. gemalen graan
麵粉
verb
1. bij het vertrek meevoeren
带
/meːr/
noun
1. groot water dat helemaal omringd is door land
  1. 湖
  2. 湖泊
pronoun
1.
日內瓦湖
noun
1. bepaald soort watervogel, Fulica atra
骨顶
noun
1. Woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert
复数
noun
1. baas, heer, patroon
大家
noun
1. een grensstreep, een eindstreep
方向
noun
1. eenheid die gebruikt wordt om meetresultaten in uit te drukken
计量单位
/ˈmetɪnstryˌmɛnt/
noun
1. een instrument waarmee grootheden gemeten kunnen worden
测量仪器
/'metkɵndə/
noun
1. tak van de wiskunde
几何
/ˈmetlɑt/
noun
1. een langwerpig voorwerp waarmee maten opgenomen worden
尺子
/meːβ̞/, /mɪːβ̞/
noun
1. benaming voor zeevogels uit de familie Laridae
  1. 海
  2. 鷗
noun
矸石
noun
1. megahertz (1 miljoen Hz)
兆赫
noun
自大狂
noun
1. een miljoen volt
兆伏
noun
1. een miljoen watt
兆瓦
noun
1. de vijfde maand van het jaar
五月
/ˈmɛɪ̯.dorn/
noun
1.
山楂
adjective
五月红
noun
1. Convallaria majalis
铃兰
noun
1. de verkondiging van één of meerdere leugens terwijl men heeft gezworen de waarheid te vertellen
伪证
/mɛɪˈozə/
noun
1.
减数分裂
/ˈmɛɪ̯ʃə/, /ˈmɛːsjə/
noun
1. jonge vrouw
  1. 姑娘
  2. 女儿
  3. 女孩儿
  4. 女孩子
noun
1. scheikundig element met symbool Mt en atoomnummer 109
䥑
pronoun
1. geboorteplaats van Mohammed en bedevaartplaats voor islamieten
麦加
noun
黑色素瘤
noun
1. een restproduct bij de suikerproductie
糖蜜
pronoun
1. tweede grootste stad van Australië en hoofdstad van de deelstaat Victoria
墨尔本
pronoun
梅利利亚
/mɛlk/
noun
  1. 奶
  2. 牛奶
noun
苦苣菜属
/mɛlkə(n)/
verb
1.
挤奶
/mɛlkku/
noun
1. een soort koe die gekweekt wordt voor haar melkproductie
乳牛
noun
1. een tand uit de eerste set tijdelijke tanden van de mens en sommige andere dieren (zoals de hond of de koe), die na verloop van tijd worden vervangen door de permanente tanden
乳牙
pronoun
1. het sterrenstelsel waarin wij ons bevinden en dat op donkere nachten als lichtende band aan de hemel te zien is.
天河
noun
1. organisch zuur
乳酸
noun
1. een opeenvolging van toonhoogtes die een bepaald muzikaal gestalte vormt
旋律
noun
  1. 瓜
  2. 甜瓜
adjective
浅橙黄
noun
1. een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door een trillend vel
膜质乐器
/ˌmɛndeˈleviʏm/
noun
钔
/menə(n)/
verb
3. denken, een mening toegedaan zijn
思想
noun
混合物
noun
1. levensfase waarin vrouwen niet langer menstrueren
更年期
noun
1. de Homo sapiens, het zoogdier waar wij toe gerekend worden
  1. 人
  2. 人类
noun
1. de bekendste en de meest gevreesde haai, Carcharodon carcharias
大白鯊
noun
2. geheel van de fundamentele rechten en vrijheden die ieder mens toekomen
人权
noun
1. een verzamelnaam voor alle mensen ter wereld met al hun onderlinge sociale relaties
人类
noun
1. maandelijkse bloeding bij vrouwen en geslachtsrijpe meisjes
月经
/ˌmɛn.taː.liˈtɛit/
noun
心理
noun
1.
小步舞曲
verb
1. hard slaan
打
pronoun
  1. 墨丘利
  2. 水星
/meːrəl/, /ˈmɪːrəɫ/
noun
1. bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, Turdus merula
烏鶇
noun
1. zacht weefsel in de kern van een bot
髓
noun
1. halve cirkel die de beide polen met elkaar verbindt
经线
noun
任人唯贤
adjective
1. vreemd, raar
奇怪
noun
1. vrouwelijk paard
母马
noun
1. snijwerktuig
  1. 小刀
  2. 刀
noun
1.
介子
noun
1. historische land tussen de rivieren Eufraat en Tigris, het huidige Irak
美索不达米亚
noun
中间层
noun
1. uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
肥料
/mɛd/, /mɛt/
preposition
和
noun
1. ieder element dat gekenmerkt wordt door glans en het vermogen om warmte en elektriciteit te geleiden
  1. 金
  2. 金属
noun
1. het geheel van de biochemische processen op celniveau
新陈代谢
/me.ta.ˈfɔːr/, /mæː.ta.ˈfoːr/
noun
1. beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een verband is van gelijkenis
隐喻
noun
1. de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke ervaring, maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert
形而上学
/ˌmetaˈfizis/
adjective
1. bovennatuurlijk; (nog) niet met de gangbare wetenschap te verklaren
形而上学
noun
类金属
noun
冶金学
noun
1. taal met behulp waarvan dezelfde of een andere taal wordt beschreven
元語言
noun
1. een kortstondig lichtspoor aan de hemel door de verbranding van een uit de ruimte vallende meteoriet
流星
/meteˌjoroloˈɣi/
noun
1. de studie van het weer en het klimaat
氣象學
noun
1. de SI-eenheid van lengte
米
noun
1. CH₄
甲烷
/meˈtodə/
noun
方法
noun
1. Een stroming in het protestantisme
循道宗
/ˌmetodoloˈɣi/, /ˌmetodoloˈχi/
noun
方法论
adjective
仔细
noun
1. ondergronds openbaar vervoer
地铁
/ˌmetroloˈɣi/
noun
1. de studie van het weer en het klimaat
度量衡学
noun
节拍器
noun
1. wereldstad
世界大城市
noun
1. bouwvakker gespecialiseerd in metselen
泥瓦工
noun
1. stuk huisraad
家具
noun
1. formele manier om een vrouw aan te spreken
夫人
/ˈmɛg.zi.ˌko/, /ˈmɛk.si.ˌko/
pronoun
1. een land in Amerika, officieel de Verenigde Mexicaanse Staten grenzend aan de Verenigde Staten, Belize en Guatemala, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico
墨西哥
/ˈmɛtsə/
noun
1.
一个开胃菜
interjection
1. het geluid van een kat
喵
/ˈmiːkroʔɔrɣaːnɪzmə/, /ˈmiːkroʔɔrʝaːnɪzmə/
noun
1. meestal eencellig wezen
微生物
noun
1. de tak van de biologie die zich bezighoudt met micro-organismen en hun effecten op de mens en andere levende organismen
微生物学
noun
单片机
noun
1. miljoenste gram
微克
noun
geïntegreerde schakeling die de hele CVE van een computer bevat op één enkele chip
微处理器
/mɪkroˈskoːp/
noun
1. instrument dat het beeld van heel kleine dingen sterk vergroot
  1. 顯微鏡
  2. 显微镜
noun
  1. 2. het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur
    下午
  2. 1. het midden van de dag, 12.00
    中午
/ˈmɪdəɫe:wə(n)/
noun
1. de periode tussen ongeveer 300 n.Chr. tot 1500 n.Chr.
中世紀
/ˈmɪdəɫɪ:ws/
adjective
1. gerelateerd aan de middeleeuwen
中世紀的
pronoun
1.
中古法语
pronoun
1. randzee van de Atlantische Oceaan, gelegen tussen Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië
地中海
/ˌmɪdəɫˈmatəx/
adjective
2. niet in positieve zin opvallen
平庸
noun
1. van een cirkel of bol is het punt dat tot alle punten op de omtrek dezelfde afstand heeft
中心
noun
1. vinger
中指
noun
1. het centrale deel
中
pronoun
1. het gebied tussen Noord-Amerika en Zuid-Amerika
中美洲
noun
1. regio die bestaat uit Zuidwest-Azië en het noordoosten van Afrika
中东
noun
中耳
noun
spier- en peesachtig tussenschot tussen borstholte en buikholte
横膈膜
/ˌmɪdərˈnɑxt/, /ˌmɪdərˈnɑχt/
noun
1. het midden van de nacht, twaalf tot één uur 's nachts
半夜
noun
1. een kruipend, in grote kolonies levend omnivoor insect
  1. 蚂蚁
  2. 螞蟻
noun
針鼴
noun
1. benaming voor tandloze zoogdieren uit de onderorde Vermilingua
食蚁兽
noun
1. HCOOH
甲酸
noun
2. wortel
辣根
noun
1. schele hoofdpijn
偏头痛
/mɛi̯l/
abbreviation
英里
noun
1. een paal die op elke mijl staat
里程碑
/mɛi̯n/
possessivePronoun
1. van mij
我的
noun
  1. 1. een aanspreektitel voor een man
  2. 2. de heer des huizes
先生
noun
1. een persoon die werkzaam is in de mijnbouw
矿工
noun
1. benaming voor dieren uit de superorde Acariformes
螨
pronoun
1. stad in het noordwesten van Italië
  1. 米兰
  2. 米蘭
/ˌmiliˈtæːr/, /ˌmiliˈtɛːr/
noun
1. lid van een leger
  1. 兵
  2. 軍人
noun
1. 1.000.000.000 (= 10⁹)
  1. 十亿
  2. 十億
noun
1. 1.000.000
  1. 百萬
  2. 百万
noun
1. iemand die een vermogen heeft van meer dan een miljoen eenheden van een bepaalde valuta (bijvoorbeeld euro, dollar)
百万富翁
noun
1. dikke koude drank
奶昔
noun
1. een periode van 1000 jaar
千年
noun
1. een lengtemaat ter grootte van een duizendste meter
毫米
noun
毫秒
/mɪlt/
noun
1. een klier in de buikholte die een rol speelt bij het zuiveren en de opslag van bloed
  1. 脾脏
  2. 脾臟
/ˈmɪltfyr/
noun
1. een infectieziekte, die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
炭疽病
adverb
1. minus, verminderd met (-)
减
noun
1. vrouw die tegen betaling het kind van een andere vrouw zoogt
喂奶
/ˈmɪnɑxtɪŋ/
noun
1. het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over
鄙夷
/ˈmɪndər/
indefiniteCardinalNumeral
1. vergrotende trap onverbogen vorm van weinig
减号
noun
1. een groep die binnen een groter geheel in aantal minder dan de helft uitmaakt
少数
adjective
1. onder de 18 jaar, waardoor de rechten en plichten van een volwassene nog niet gelden
未成年人
/minəˈral/
noun
礦物
noun
1. water dat mineralen bevat die de smaak veranderen of het water een (vermeende) therapeutische waarde geven
礦泉水
abbreviation
1. kleinst mogelijke hoeveelheid
最低限度
noun
1. een persoon die deelneemt aan de regering van een land
大臣
/ˌminɪsˈtɪːri/
noun
1. een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd
部
noun
降
adjective
薄荷绿
adjective
薄荷绿蓝色
noun
  1. 2. hoek
    分钟
  2. 1. tijdeenheid
    1. 分钟
    2. 分
noun
桃金娘
noun
1. een handeling die een ernstig vergrijp tegen het wetboek van strafrecht is
罪
noun
1. een misdaad of delict
罪行
noun
流产
/'mɪslopə(n)/
verb
2. fout aflopen
走
/məˈsxin/
adverb
1. duidt aan dat er een bepaalde kans bestaat dat de uitspraak waar is
或许
noun
子囊
/ˈmɪsə(n)/
verb
1. niet raken, niet treffen
想
/ˌmito'xɔndriɵm/
noun
1.
  1. 線粒體
  2. 线粒体
/miˈtozə/
noun
1.
有絲分裂
conjunction
1. indien, op voorwaarde dat
只要
noun
1. mengsel
混合物
/moˈbilcə/
noun
1. draagbare telefoon
手机
noun
1. mengsel van aarde, vuil en water
泥巴
/ˈmodə/
noun
模式
noun
現代主義
noun
现代
noun
变动
noun
模块
/muː/
adjective
1. geneigd tot rusten of slapen
累
/mud/, /mut/
noun
1. dapperheid, lef, branie
勇气
noun
1. een vrouwelijke ouder
  1. 母亲
  2. 妈妈
noun
主板
noun
1. een dag ter ere van de moeders
母亲节
noun
1. het fungeren als moeder
母性
noun
母语
/ˈmuːdəx/, /ˈmuːdəç/
adjective
1. geen angst voor gevaar tonend
勇敢
/mu<sup>ɪ</sup>lɛ<sup>ɪ</sup>k/
adjective
1. niet gemakkelijk, waar moeite, geduld en inspanning voor vereist is
难
noun
1. iets dat moeilijk of lastig is
困難
noun
[A]
螺母
noun
沼澤
noun
桑
noun
1. de regentijd in tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd
季风
verb
1. gedwongen zijn
得
pronoun
1. een rivier die ontspringt in de Vogezen en na 544 kilometer bij Koblenz in de Rijn uitmondt
摩澤爾河
noun
1. iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren
可能性
noun
1. drinkbeker
杯子
pronoun
1. een taal die in het zuiden van Mordovië gesproken wordt
莫克沙河
noun
3. hoeveelheid van een stof die net zo veel deeltjes bevat als er atomen...
摩尔
adjective
臼齿
/mɔlˈdaːvi.jə/, /mɔɫˈdavi.jə/
pronoun
1. een land en regio in Zuidoost-Europa grenzend aan Oekraïne en Roemenië
摩尔多瓦
/mɔlˈdaːvi.jər/, /mɔɫˈdavi.jər/
noun
1. inwoner van Moldavië
摩尔多瓦人
/moləˈkyle/
noun
1. het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof bezit
分子
/moləˈkyɫ/
noun
1. het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof bezit
分子
noun
1. installatie die de stroming van lucht of water gebruikt als energiebron
磑
/ˈmolənar/
noun
1. iemand die het werken in een molen als beroep heeft
磨坊主
adjective
1. een beetje dik, volslank
病的
noun
1. met brandbare stof gevulde glazen fles die via een lont of lap stof wordt ontstoken
燃烧瓶
noun
1. Chemisch element
  1. 鉬
  2. 钼
noun
1. zeer korte tijd
一会
adverb
1. op dit moment
目前
/moˈnako/, /ˈmo.na.ko/
pronoun
  1. 2. de hoofdstad van Monaco
    摩纳哥
  2. 1. een dwergstaatje in Zuid-Europa, officieel het Vorstendom Monaco, dat aan Frankrijk grenst
    1. 摩纳哥
    2. 摩納哥
noun
1. is van origine een regeringsvorm waarbij alle macht bij één persoon berust
君主制
/[mɔnt]/
noun
1. ingang van het spijsverteringskanaal
  1. 口
  2. 嘴
noun
1. instrument met doorslaande tongen dat met de mond bespeeld wordt
口琴
/ˈmɔndɪŋ/
noun
1. plaats waar een rivier uitkomt in zee of meer
河口
/ˈmɔnt.kɑp/
noun
面具
/ˈmɔntwatər/
noun
1. vloeistof waarmee de mondholte kan worden gespoeld
漱口水
noun
蒙古斑
/mɔŋ.ˈ(g)ɣo.li.jə/, /mɔŋ.ˈɣo.li.jə/, /mɔŋ.ˈχo.li.jə/
pronoun
1. een land in Azië en omringd door China in het zuiden en Rusland in het noorden
  1. 蒙古
  2. 蒙古国
noun
  1. 1. iemand met het syndroom van Down
  2. 4.
喀尔喀语
pronoun
1. macrotaal die de officiële taal van Mongolië is en die ook in China en Rusland gesproken wordt
  1. 蒙古语
  2. 蒙古語
noun
1. een man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een klooster
修士
noun
1. het samenleven of getrouwd zijn met één persoon
一夫一妻制
noun
1. een wetenschappelijk boek of verhandeling over één onderwerp of een beperkte groep van samenhangende onderwerpen, in het algemeen geschreven door één auteur
專著
noun
1. figuur met initialen
爻
/ˌmonoˈlox/
noun
1. een gesprek gevoerd door één persoon, meestal op toneel
单口
noun
1. het geheel beheersen van een markt door een enkele leverancier
專賣
noun
一神教
noun
坏空气
/ˌmɔntəˈnegro/, /ˌmɔntəˈneːɣro/
pronoun
1. land in Zuidoost-Europa gelegen aan de Adriatische Zee en grenzend aan Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Albanië
黑山
/mɔnsɛ'rɑ/
pronoun
  1. 蒙特塞拉特
  2. 蒙特塞拉
/moːj/
adjective
1. prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken, schoon
美
/ˈmoːrd/, /ˈmoːrt/, /ˈmʊːrt/
noun
1. handeling met het doel en het gevolg dat iemand dood gaat
殺人
/mordənar/
noun
1. iemand die een moord gepleegd heeft
凶手
noun
1. anekdote met een verrassend en komisch slot
笑话
pronoun
摩拉維亞
/moˈrel/
adjective
道德
noun
1. de kleinst mogelijke morfosyntactische eenheid in een taal
語素
noun
1.een alkaloïde dat het werkzame bestanddeel van opium is
嗎啡
/ˌmɔr.fo.lo.ˈɣi/, /ˌmɔr.fo.lo.ˈχi/
noun
1. de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeert
形态学
/ˈmɔrxə(n)/, /ˈmɔrɣə(n)/
adverb
1. eerstvolgende dag na vandaag
  1. 明天
  2. 明日
/ˈmɔrxə(n)/, /ˈmɔrɣə(n)/
noun
1. eerste deel van de dag
上午
noun
1. benaming voor de planeet Venus
启明
noun
苔藓
noun
1. een scheikundig element met het symbool Mc en het atoomnummer 115
鏌
adjective
苔藓绿
adjective
苔藓绿
noun
1. gebedshuis
清真寺
pronoun
1.
莫斯科
noun
1. een geloofsaanhanger van de islam
穆斯林
noun
1. een in de keuken gebruikte kruidenpasta
芥末
noun
芥子毒气
noun
1. een vlinderachtig insect
蛾
noun
2.3.
動機
noun
动机
/'mo.tɔr/
noun
2. voertuig
摩托
noun
摩托車
noun
1. het vermogen om het lichaam(sdeel) te bewegen
动作技能
noun
1. lichte neerslag in de vorm van heel kleine druppeltjes water
毛毛雨
noun
1. dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat
袖
/ˌmo.zɑm.ˈbik/, /ˌmo.zɑm.ˈbɪk/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de republiek Mozambique
莫桑比克
noun
鑲嵌藝術
noun
1. Italiaanse kaas
马苏里拉
noun
1. kleine, vliegende insecten van de onderorde Nematocera
蚊子
noun
kruising tussen een paard en een ezel
马骡
noun
1. een kruising van een ezelhengst en een paardenmerrie
骡
noun
1. een kruising van een paardenhengst en een ezelin
欣尼
/mœʏ̯s/, /mœːs/
noun
  1. 3. computermuis
    1. 老鼠
    2. 鼠
  2. 1. klein zoogdier, meestal van het geslacht "Mus"
    1. 鼠
    2. 老鼠
adjective
鼠灰色
noun
1. benaming voor vogels uit de orde Coliiformes
鼠鸟目
pronoun
1.
米卢斯
noun
多媒体
noun
1. een door balseming en uitdroging geconserveerd lichaam van een dode
干尸
noun
1. en 2. (boon van) eenjarige plant Vigna radiata
綠豆
noun
1. en 2. (blaadjes van) het plantengeslacht Mentha
薄荷
pronoun
穆尔西亚
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Passeridae
麻雀
noun
1. een gebouw waarin voorwerpen van culturele waarde tentoongesteld worden
博物馆
noun
1.
音乐学家
noun
1. iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
音乐家
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
中国南瓜
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
中国南瓜
noun
1.
鸟铳手
noun
蚊子
/'mɵskɵs/
noun
1. de geurstof uitgescheiden door de geurklieren van bepaalde zoogdieren
麝香
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita moschata
中国南瓜
noun
1. Ondatra zibethicus, een soort waterrat
麝鼠
noun
1. een sprongsgewijze verandering
突变
/mʏʦ/
noun
1. hoofddeksel van textiel zonder harde rand.
帽子
/myːr/
noun
1. verticale vlakke constructie van metselwerk
墙壁
/my'zik/
noun
1. een akoestisch fenomeen
音乐
/myˈzikˌɪnstrymɛnt/
noun
1. instrument om muziek mee te spelen
乐器
noun
1. iemand die muziek maakt
音乐家
/ˌmikoloˈɣi/
noun
1. de wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van schimmels
真菌学
noun
1. afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
近視
/mi.tɔ.lɔ.ɣi/
noun
神话
preposition
1. in tijd volgend op
以后
/ˈnaːi̯ə(n)/
verb
1. naaldwerk verrichten
缝
noun
缝纫机
noun
鼻涕虫
/nald/, /naɫt/
noun
1. gereedschap voor naaien
針
noun
  1. 1. kort stukje tekst dat een persoon, instelling of object bijna identiek kan benoemen
    1. 名
    2. 名字
  2. 2. bekendheid, reputatie
    1. 名字
    2. 名
noun
1.
品牌
noun
1. elk der buigingsvormen van een naamwoord
格
/namwort/
noun
1. een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt
名词
preposition
1. aan de zijkant van
旁边
adjective
1. in de buurt ervan gelegen
近
/nɑx/, /nɑxt/, /nɑχt/
noun
1. de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
  1. 夜晚
  2. 夜
adjective
夜曲
adjective
夜蓝色
noun
1. lijsterachtige zangvogel met een rossig bruine staart die heel mooi kan zingen
夜莺
adjective
夜曲
noun
  1. 1. een zeer angstige droom
  2. 2. een schrikbeeld
恶梦
noun
1. vlinder die 's nachts actief is
蛾
noun
1. denkbeeldig punt aan de sterrenhemel loodrecht onder de waarnemer
天底
/ˈnaː.ɣəˌbor.tə/
noun
3. de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
胞衣
noun
1. hoornplaat op laatste teen- en vingerkootjes
指甲
noun
1. schoonheidsmiddel
指甲油
/ˈna.wɑtl̥̩/, /ˈna.wɑtl̩/
pronoun
1. benaming voor de talen die door de oorspronkelijke bewoners van Mexico gesproken worden
納瓦特爾語
/ˈnahʏm/
pronoun
2. boek in de Bijbel
那鴻書
noun
1. herfst
秋天
/ˈnamələk/
abbreviation
换句话说
pronoun
1. provincie in het oosten van België
那慕爾
/na.'mi.bi.jə/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika
  1. 纳米比亚
  2. 納米比亞
noun
1. tijd aan het einde van de middag
下午
noun
1. vrouw die zorgt voor de kinderen van haar opdrachtgevers
保姆
noun
奈克
noun
1.
奈米
noun
纳米技术
pronoun
1. stad in Italië
那不勒斯
noun
水仙属
adjective
灰黄色
noun
1. bepaald soort zeezoogdier, Monodon monoceros
一角鲸
adjective
1. gedrenkt in een vloeistof, meestal water
湿
noun
1. een groep mensen die zich door gemeenschappelijke taal, cultuur of politieke geschiedenis verbonden voelt
  1. 國民
  2. 国家
adjective
原生
noun
民族國家
adjective
1. op een volk met een eigen land betrekking hebbend
国家
noun
纳粹主义
noun
1. voorliefde voor het vaderlandse
民族主义
noun
  1. 鈉
  2. 钠
noun
碳酸氢钠
noun
1.2.3. stroming in de literatuur aan het eind van de 19e eeuw, die de mens beschouwt als bepaald door milieu en erfelijkheid en leer die de natuur boven alles stelt
自然主义
noun
裸体主义
noun
überhaupt
大自然
/naˈtyrkʏndə/, /naˈtyːrkʏndə/
noun
1. subdiscipline binnen de natuurwetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van materie en
物理学
adjective
1. uit de natuur afkomstig
自然
adverb
1. vanzelfsprekend
自然
/na.ˈu.ru/, /naˈuru/, /ˈnaʊ̯.ru/
pronoun
1. een land in de Stille Oceaan
瑙鲁
/nɑuruˈwans/
pronoun
1. taal die door 6 000 mensen wordt gesproken in Nauru
瑙魯語
adjective
1. met veel aandacht, op details lettend
仔細
pronoun
1. taal die het zuidwesten van de Verenigde Staten wordt gesproken door 170 duizend Navajo's
纳瓦伙语
pronoun
納瓦拉
/'navəl/
noun
肚脐
/ˈnavəlstrɛŋ/
noun
snoer dat de vrucht aan de moederkoek verbindt
脐带
noun
1. varkensachtig dier, met een kort gedrongen gestalte en korte kop
  1. 野猪
  2. 野豬
noun
航海
noun
1. NAVO
北约
/ˈnatsi/
noun
1. een aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei
纳粹
noun
1. de afsterving van weefsel
坏死
noun
2. een perzikachtige vrucht van boom Prunus persica var. nucipersica
油桃
noun
1. het verlies van een strijd
败仗
/ˈnedərˌlɑnt/, /ˈneːdərˌlɑnd/, /ˈneːdərˌlɑnt/
pronoun
1. land in het westen van Europa, grenzend aan Duitsland en België, belangrijkste deel van het Koninkrijk der Nederlanden
  1. 荷兰
  2. 荷蘭
/ˈne.dər.ˌlɑn.dər/
noun
1. inwoner van Nederland of persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit
荷兰人
/ˈne.dər.ˌlɑnds/, /ˈne.dər.ˌlɑnts/
pronoun
1. een West-Germaanse taal die als officiële taal gesproken wordt in Nederland, Vlaanderen, Suriname en op de Nederlandse Antillen
荷兰语
/ˌne.dər.lɑnt.sə.ɑn.ˈtɪ.lə(n)/, /ˌneː.dər.lɑnt.sə̯an.ˈtɪ.lə(n)/
pronoun
1. voormalig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden
荷属安的列斯
/neː/
interjection
1. ontkenning
不对
noun
  1. 1. mannelijke oomzegger
    侄子
  2. 2. kozijn
    堂兄
/nen/
interjection
nee
不
adjective
1. ontkennend, afwijzend
非正
noun
1. een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaarden omgekeerd zijn t.o.v. de werkelijkheid
非正
/ˈne.ɣə(n)/, /ˈne.χə(n)/
cardinalNumeral
1. het getal 9
  1. 九
  2. 玖
/ˈne.ɣən.də/, /ˈne.χən.də/
ordinalAdjective
1. nummer negen in een rij
第九
cardinalNumeral
1. het getal 99
九十九
cardinalNumeral
1. het getal 29
二十九
cardinalNumeral
1. het getal 49
四十九
cardinalNumeral
1. het getal 69
69式
/ˈne.ɣə(n).ˌhɔn.dərd/, /ˈne.ɣə(n).ˌɦɔn.dərt/, /ˈne.χə(n).ˌɦɔn.dərt/
cardinalNumeral
1. het getal 900
九百
cardinalNumeral
1. het getal 19
十九
/ˈne.ɣə(n).təx/, /ˈne.ɣə(n).tɪx/, /ˈne.χə(n).təχ/
cardinalNumeral
1. het getal 90
九十
pronoun
尼希米記
/nɛk/
noun
1. achterste gedeelte van de hals
项
/ˈne.mə(n)/
verb
1. iets vastpakken met de handen
拿
noun
钕
/ˌne.jo.lo.ˈχɪs.mə/, /ˌne.jo.loː.ˈɣɪz.mə/
noun
1. een woord dat nieuw is of nieuw gevormd is
新词
noun
1. een chemisch element en een kleurloos edelgas
氖
noun
新生物
noun
新生物
/ˈnepɑɫ/, /ˈneːpɑl/
pronoun
1. een land in Azië, gelegen in de Himalaya tussen India en China (Tibet)
  1. 尼泊尔
  2. 尼泊爾
pronoun
1. een taal die vooral in Nepal gesproken wordt
尼泊尔语
noun
1. Chemisch element
镎
pronoun
海王星
/nɛst/
noun
1. de verblijfplaats van een dier
  1. 巢
  2. 窝
adverb
2. juist
仔細
noun
  1. 1. een geheel van fijne draden
    枷
  2. 2-6. netwerk enz.
    网
verb
1. geslachtsgemeenschap hebben met
肏
noun
een zeer belangrijke cel in het zenuwstelsel
神經元
/nøʏs/, /nøːs/
noun
1. een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
  1. 鼻子
  2. 鼻
noun
1. een groot en zwaar zoogdier uit de familie van de Rhinocerotidae dat in Afrika en Azië leeft...
犀牛
pronoun
1.
新錫德爾湖
noun
1. een onpartijdige houding aanhouden ten opzichte van twee partijen met een geschil
中立
noun
1. een officiële verklaring van een neutrale houding
中立宣言
noun
中微子
noun
中子
noun
中子星
noun
2. wolken in de nabijheid van de grond, ontstaan door plaatselijke oorzaken zoals door afkoeling of door menging van koude met warme vochtige lucht
霾
noun
1. bepaald soort zoogdier, Neofelis nebulosa
云豹
/nuˈjɔːrk/
pronoun
1. deelstaat van de Verenigde Staten
紐約
noun
尼伯龍根之歌
/ˌni.ka.ˈra.gβ̞a/, /ˌni.ka.ˈra.ɣuwa/, /ˌni.kɑ.ˈra.gʋa/
pronoun
1. een staat in Midden-Amerika, tussen Honduras en Costa Rica
尼加拉瓜
noun
1. dochter van iemands broer of zus
侄女
indefinitePronoun
1. geen enkel persoon
沒有人
noun
1. een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine.
  1. 肾
  2. 肾脏
adverb
1. ontkenning, tegenovergestelde van 'wel'
不
noun
非金属
noun
1. een apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden
订书机
noun
1. klein, vaak beugelvormig, metalen voorwerp met twee spitse uiteinden
形针
noun
1. apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden
订书机
indefinitePronoun
1. geen enkel ding, geen enkele zaak
沒什麼
/niβ̞/, /nyʊ̯/
adjective
    1. 2. recentelijk ontdekt
    2. 3. huidige
    3. 4. onderscheidt nieuwere namen van oudere
    4. 5. in originele staat
    5. 7. recentelijk aangekomen of opgedoken
    新
    1. 1. recentelijk gemaakt
    2. woorden die in een of meer van de bovenstaande categorieën horen, maar waarvan niet bekend is in welke (voel u vrij deze woorden in de juiste categorie in te voegen)
    1. 新
    2. 新的
pronoun
新喀里多尼亞
pronoun
1.
新几内亚
/niβ̞.ˈze.lɑnt/, /nyʊ̯.ˈze.lɑnd/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van de Grote Oceaan, gelegen naast Australië
  1. 新西兰
  2. 新西蘭
pronoun
1. Australische deelstaat gelegen in het zuidoosten van het land
新南威尔士
noun
1. nieuwe maan
新月
noun
1. feestdag ter gelegenheid van het begin van een nieuw jaar van de gebruikte kalender
元旦
verb
1. plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
打喷嚏
/'ni.ɣər/, /'ni.χər/
pronoun
  1. 1. land in West-Afrika
    1. 尼日尔
    2. 尼日尔河
  2. 2. een rivier in West-Afrika
    1. 尼日尔河
    2. 尼日尔
/ni.'ɣeː.ri.ja/, /ni.'χɪː.ri.ja/
pronoun
1. een land in West-Afrika
  1. 奈及利亞
  2. 尼日利亚
noun
1. buiging als beleefde groet
鞠躬
pronoun
1.
尼罗河
noun
1. groot en zwaar in Afrika levend zoogdier, Hippopotamus amphibius
  1. 河马
  2. 河馬
pronoun
奈梅亨
noun
1. Chemisch element
  1. 鎳
  2. 镍
noun
  1. 1. wezen dat rivieren, bossen enz. bewoont
  2. 4. insect in de tweede toestand van gedaanteverwisseling
仙女
/niˈjobijʏm/
noun
1. Chemisch element
  1. 鈮
  2. 铌
pronoun
紐埃
/nəʊflaiˈzɔ:nə/
noun
1. een gebied waar een vliegverbod heerst
禁飛區
noun
1. scheikundig element
  1. 鍩
  2. 锘
noun
1. een jaarlijkse geldprijs voor wetenschappers en anderen die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd
諾貝爾獎
/'no.dəx/
adjective
1. waar behoefte aan is
必要的
noun
命名法
adjective
命名的
noun
1. een eerste van de 8 naamvallen van de Indo-Europese talen
主格
noun
1. C₉H20
壬烷
/ˈnɔŋkəɫ/
noun
1. broer of zwager van iemands vader of moeder
舅父
noun
2.
必要
adjective
1. erg nodig
必要的
/ˈnoːit/
adverb
1. op geen enkel moment
从未
/noːr/, /no̝ːr/
noun
1. een inwoner van Noorwegen
挪威人
/ˈnoːrd/, /ˈnoːrt/, /ˈno̝ːrt/
adverb
北
pronoun
het continent dat ten noorden van [[Zuid-Amerika]] ligt, tussen de Grote, Arctische en de Atlantische Oceaan
北美洲
/noːrd.ˈbra.bɑnt/, /no̝ːrd.ˈbra.bɑnt/, /ˌnoːrd.bra.bɑnd/
pronoun
1. een provincie in het zuiden van Nederland, die aan Gelderland, Limburg, Zeeland, Zuid-Holland en België grenst
北布拉班特省
/noːrt.ˈɦɔ.lɑnt/, /no̝ːr.ˈtɔ.lɑnt/, /ˈnoːrd.hɔ.lɑnd/
pronoun
1. een provincie in het noordwesten van Nederland, ...
北荷兰省
/ˈɛlzɑs/
pronoun
1.
北爱尔兰
/ˌnoːrt koˈre.ja/, /ˌno̝ːrt koˈre.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Azië, officieel de Democratische Volksrepubliek Korea
  1. 朝鲜
  2. 朝鮮民主主義人民共和國
pronoun
1.
北馬其頓
pronoun
1. Australisch territorium gelegen in het noorden van het land
北領地
noun
1. windrichting
北
pronoun
1. wordt beschouwd als het noordelijkste punt van het Europese vasteland
北開普
/ˈnoːrtkrɔmp/
noun
1. bepaalde soort in zee levend schelpdier, Arctica islandica
北極蛤
adverb
东北
noun
1,2,3. noordpool
N极
adverb
西北
/ˈnoːrdzeː/, /ˈnoːrtseː/, /ˈno̝ːrtse/
pronoun
1. zee tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
北海
/noːrs/, /no̝ːrs/
adjective
1. betreffende Noorwegen en/of het Noors
挪威语的
/noːrs/, /no̝ːrs/
pronoun
1. de taal die wordt gesproken in Noorwegen
挪威語
/ˈnoːrˌweɣə(n)/, /ˈnoːrˌβ̞eɣə(n)/, /ˈno̝ːrˌʋeχə(n)/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa
挪威
/noːt/
noun
    1. 1. (kookkunst) eetbaar, oliehoudend zaad, kern of pit met harde dop
    2. 2. (plantkunde) boomvrucht met verhoute vruchtwand
    坚果
  1. 3. (muziek) een geluid van zekere tijdsduur
    音符
noun
2. gepeld zaad van de nootmuskaatboom Myristica fragrans
肉豆蔻
/nɔrˈmaɫ/
adjective
2. als norm dienend
正常
/nɔrˈmɑndɪə/
pronoun
1. streek in het noorden van Frankrijk
諾曼第
noun
1. jurist die bevoegd is om authentieke akten op te maken
公證人
noun
1. een boomsoort uit het geslacht Juglans
核桃
adjective
深棕色
adverb
1. op dit moment
今后
noun
1. de elfde maand van het jaar
十一月
noun
新手
adverb
1. op het huidige tijdstip
  1. 现在
  2. 現在
adverb
1. op onregelmatige tijden
有时
/nykleʏs/
noun
1.
细胞核
/nɵl/
cardinalNumeral
1. getal
零
/ˈnumeɾi/
pronoun
  1. 民数记
  2. 民數記
adjective
精神上的
/ˈnʏmər/
abbreviation
1. een aanduiding met een getal
数字
adjective
1. zonder voordeel
无用的
adjective
有用
/o'azə/
noun
1. plek in een woestijn waar water voorhanden is en vegetatie groeit.
綠洲
/oˈbɑtja/
pronoun
2. boek in de Bijbel
俄巴底亚书
noun
1. een bediende in een restaurant of café
侍者
noun
1. vetzucht
肥胖症
noun
1. lens
物镜
adjective
淫秽
noun
1. dwangvoorstelling
迷住
verb
1. een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
堵塞
pronoun
1. een taal die in het zuiden van Frankrijk gesproken wordt
欧西坦语
noun
1. een zeer grote zee tussen verschillende werelddelen
大洋
adjective
海蓝色
/oseˈjani.jə/, /oseˈjaːni.jə/
pronoun
1. de collectieve naam voor een groot aantal eilanden in de Stille Oceaan...
大洋洲
noun
1. bepaald soort zoogdier, Leopardus pardalis
虎貓
noun
1. eerste deel van de dag, tussen ca. 6.00 en 12.00 uur
  1. 上午
  2. 早晨
  3. 早上
noun
天亮
noun
1,2,3. toontrap, interval en toonhoogtereeks
五度音程
noun
1. C₈H18
辛烷
/ɔkta'ʔedər/
noun
1. een regelmatig achtvlak, een ruimtelijke figuur begrensd door acht gelijkzijdige driehoeken
正八面體
noun
1. achtarmige inktvis
章鱼
adjective
1. met betrekking tot het oog
眼的
noun
奥德
pronoun
敖德薩
noun
1. test om de kennis te peilen
练习
/u.'ɣɑn.da/, /u.'χɑn.da/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, officieel de Republiek Oeganda
乌干达
noun
1.
鵰鴞
/ukraˈɦins/, /ukraˈʔins/
pronoun
1. een Slavische taal die in Oekraïne gesproken wordt
  1. 乌克兰语
  2. 烏克蘭語
/ukraˈɦinə/, /ukraˈʔinə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa met als hoofdstad Kiev
  1. 乌克兰
  2. 烏克蘭
noun
1.
笨蛋
prefix
曾
noun
een bos dat van oudsher bestaat
原始森林
/ˈuː.rɔs/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Bos primigenius
原牛
noun
1. tweekleppig weekdier uit de familie Ostreidae met onregelmatige schelpkleppen
牡蛎
noun
1. een vrouwelijk hormoon
雌激素
noun
1. waterkant
岸
pronoun
1. een taal die verwant is aan het Turks en die door de Oezbeken gesproken wordt
乌兹别克语
/us.ˈbe.kɪ.stɑn/, /uz.ˈbe.kɪ.stɑn/
pronoun
1. een land in centraal Azië, officieel de Republiek Oezbekistan, dat geheel door land wordt omsloten
  1. 乌兹别克斯坦
  2. 乌兹别克
conjunction
1. keuze
  1. 或者
  2. 或
  3. 还是
  4. 還是
verb
3. betalen
付
adjective
1. erkend door bevoegd gezag
官方
adjective
非官方
noun
1. de tak van de medische wetenschap die zich met het oog en het zicht bezig houdt
眼科学
noun
1. een scheikundig element met het symbool Og en het atoomnummer 118
鿫
adjective
表面上
noun
1. groot zoogdier dat nauw verwant is aan de giraffe
霍加狓
adjective
赭石棕色
adjective
赭黄色
adjective
1. met betrekking tot Okinawa of de Okinawaanse taal
冲绳语
pronoun
1. een streektaal in Okinawa
冲绳语
pronoun
1. een van de vijftig deelstaten van de Verenigde Staten van Amerika.
奥克拉荷马州
noun
秋葵
noun
1. holte tussen de arm en de romp
  1. 腋窝
  2. 胁
  3. 脅
  4. 脇
  5. 腋
  6. 腋窩
noun
1. de tiende maand van het jaar
十月
pronoun
十月革命
noun
1. vettige vloeistof
油
noun
1. een baksel gemaakt van een vloeibaar gerezen beslag dat in hete olie gebakken is
贝奈特饼
noun
油棕
noun
1. het belangrijkste enkelvoudig onverzadigde vetzuur met brutoformule C18H34O₂
油酸
noun
1. groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf
  1. 象
  2. 大象
noun
寡头
noun
寡头政治
noun
1. stof met beperkt aantal gelijke delen
低聚物
/oˈlɛɪf/, /oˈlɛːf/
noun
1. een vrucht van de olijfboom
  1. 橄榄
  2. 橄欖
noun
1. bepaald soort boom, Olea europaea
木樨科
adjective
橄榄棕色
adjective
橄榄黄
adjective
橄榄灰绿色
adjective
橄榄绿
noun
1. fijne spijsolie verkregen door persing uit olijven
橄欖油
noun
橄榄石
/o.ˌlɪm.pi.sə.ˈspe.lə(n)/
pronoun
1. een vierjaarlijks sportevenement dat zijn oorsprong in de stad Olympia in de Griekse landstreek Elis heeft
  1. 奥林匹克运动会
  2. 奧林匹克運動會
pronoun
1. evenement dat eens in de vier jaar wordt gehouden waarbij allerlei wintersporten competitief beoefend worden
冬季奥林匹克运动会
noun
1. moeder van een ouder
外婆
/o.ˈman/, /ˈo.mɑn/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel het Sultanaat Oman
  1. 阿曼
  2. 阿曼苏丹国
adjective
暗灰
/ɔm.'dɑt/
conjunction
1. geeft onderschikkend een reden aan
因為
noun
1. een gerecht dat bereid wordt door geklutste eieren te bakken
煎蛋
noun
  1. 1. de nabijheid
  2. 2. personenkring
周围
verb
1. de armen om iemand slaan
抱
adverb
1. in neerwaartse richting
下边
verb
1. het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg
导出
noun
1. iets dat totaal anders is geworden
斯拉夫
noun
热闹的人
noun
hoe de zaken er voorliggen
事勢
noun
外邊
noun
4. het gebied rondom een bepaalde plaats
周围
noun
3. uitgestrektheid
帆幅
/omˈvɑŋrɛik/
adjective
垕
adjective
1. geen verbinding hebbend met
自主的
adjective
1. niet mogelijk om te kunnen veranderen of vermijden
不可避免的
adjective
1. slecht gemanierd
不宜
noun
1. gedrag dat schaamte op zou moeten roepen maar het bij die persoon niet doet
无耻
noun
1. kledingstuk dat onder de gewone broek wordt gedragen
四角裤
/ˈɔndərde:l/
noun
1. deel van een groter geheel
元件
noun
2. (schertsend) in verwijzing naar zichzelf
不才
verb
1. zorgen dat iets in goede staat blijft
维修
noun
1. de onderste kaak
下颌骨
noun
下面
/ˈɔndərkledɪŋ/
noun
1. kleding die onder de zichtbare kledingstukken wordt gedragen
下面
noun
1. gouverneur van een land of een provincie die als vervanger van de monarch optreedt
總督
noun
1.
创业
verb
1. een verschil in aanmerking nemen
使不同
noun
1. handtekening
签名
noun
1. een geschreven vertaling die bij een film(pje) in beeld wordt gebracht
字幕
adverb
1. in de tussentijd
與此同時
noun
1. waar iets over gaat, een thema
主題
verb
  1. 1. gezag opleggen
  2. 2. zich overgeven
提交
noun
1. de voorziening van opleidingen
教育
verb
1. scholing verzorgen voor iemand
学
noun
1. iemand die lesgeeft
教师
noun
潛水艇
/ɔndərˈzes/
adjective
潜艇
noun
1. een vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen
潛水艇
/ɔndər'zuːk/
noun
1. het onderzoeken van iets
检查
adjective
1. zonder einde
无限
noun
1. ongewenste dieren, die de mens op een of andere manier last bezorgen
害虫
adjective
2. niet onderricht in lezen en schrijven
文盲
/ˈɔnɣəˌlɵk/, /ˈɔnɣəˌlʏk/
noun
1. een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
事故
abbreviation
bij benadering
大約
adjective
1. niet goed met de handen om kunnen gaan
拙劣
noun
1. gif of andere methode om planten die op de verkeerde plaats staan uit te roeien
  1. 除草药
  2. 除草藥
/ɔnlaŋs/
adverb
1. recentelijk, niet lang geleden
前不久
adverb
  1. 1. zonder uitstel
  2. 2. zonder omwegen
马上
/ˌonomatoˈpe/
noun
1. door klanknabootsing gevormd woord
拟声
noun
1. een werkwoord dat niet vergezeld kan worden door een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp in een zin
不及物动词
possessivePronoun
1. van de 1e persoon meervoud
我們的
adjective
不朽
noun
1. eerste maaltijd van de dag
早餐
noun
1
分解作用
/ɔnˈdɛ.kə(n)/
verb
1. ergens achter komen
发现
noun
1. het vinden van iets nieuws
发现
noun
沒收
/ɔntəˈvredənɦɛɪt/
noun
1. het gevoel niet genoeg te hebben en onvoldaan te zijn
不满
noun
1. de manier waarop men iemand als gast ontvangt
接待
verb
1. verklaren dat het gestelde niet waar is
否認
noun
3.
爆炸
verb
1. anatomiseren, analyseren
分析
noun
解剖学
verb
1. een geheel dusdanig in delen uiteennemen dat het niet meer als geheel fuctioneert
拆卸
verb
1. met iemand kennismaken en een gesprek voeren
碰到
noun
爆炸
verb
1. aan gevangenschap, dreigende gevangenneming of ander gevaar ontkomen
跑
/ɔnt.ˈstan/
verb
1. de verandering ondergaan van niet bestaan naar wel bestaan
出生
/ɔn'tronə(n)/
verb
1. iemand van de macht beroven
废黜
/ɔndˈvaŋ(g)ə(n)/, /ɔntfɑŋə(n)/
verb
1. het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten
  1. 接到
  2. 收到
adjective
可燃
verb
  1. 1. iets verklaren
    解说
  2. 2. iets los vouwen
    部署
verb
1. een moeilijk waarneembaar object beginnen waar te nemen
发现
/ɔntˈʋɛrpə(n)/
verb
1. bedenken en uitwerken op papier
设计
noun
現在分詞
noun
現在式
noun
未完成時
/ɔnʋɪːr/
noun
1. meteorologisch verschijnsel waarbij regen gepaard gaat met donder en bliksem
雷暴
adjective
无形
/ox/, /oːx/, /oχ/
noun
1. gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels
眼睛
/ˌox.ɔm.ˌox, ˌtɑnt.ɔm.ˈtɑnt/, /ˌoɣ.ɔm.ˌox, ˌtɑnd.ɔm.ˈtɑnd/, /ˌoχ.ɔm.ˌoχ, ˌtɑnt.ɔm.ˈtɑnt/
interjection
1. benadrukt volledige vergelding
以眼还眼,以牙还牙
noun
眼科医生
/ˈoχ.lɪt/
noun
1. een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden
眼皮
verb
1. het volgroeide gewas van het veld halen
收获
noun
1. vrouwelijk schaap
母羊
/'oɪ̯.bɔs/
noun
托喀依
noun
1. bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten, Ciconia ciconia
  1. 白鹳
  2. 鹳
/oːk/
adverb
1. daarnaast; verder; tevens
也
noun
1. broer of zwager van iemands vader of moeder
伯伯
/oːr/
noun
1. het lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
  1. 耳朵
  2. 耳
noun
1. een ornament dat in of op het oor aangebracht wordt
耳环
noun
1. klein voorwerp om de gehoorgang te blokkeren zodat je niet door lawaai gehinderd wordt
耳塞
noun
1.het onderste deel van de oorschelp bestaande uit vetweefsel
朵
noun
1. een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen en/of tussen twee of meer landen
  1. 战争
  2. 戰爭
noun
1. een daad in tijd van oorlog die het oorlogsrecht of -gebruik schendt
战争罪
noun
戰爭紀念建築
noun
军舰
/ˈorɔntˌstekɪŋ/
noun
1. een ontsteking van het oor
耳炎
/orsxɛlp/, /o̝rsχɛɫp/
noun
1. het uit het hoofd stekende deel van een oor
耳廓
noun
stroperige vloeistof in de gehoorgangen
耳垢
noun
來由
adverb
東
pronoun
1.
东柏林
/os.ˈti.mɔr/
pronoun
1. een land in Zuidoost-Azië, bestaande uit een gedeelte van het eiland Timor en de kleinere eilandjes Atauro en Jaco in het geheel
东帝汶
/ˈostə(n)/
noun
1. een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
东
/ˈostə(n)ˌrɛɪ̯k/, /ˈoːstə(n)ˌrɛɪ̯k/, /ˈoːstə(n)ˌrɛːk/
pronoun
1. een republiek in Midden-Europa grenzend aan Zwitserland en Liechtenstein in het westen, aan Duitsland...
奥地利
/ˈo.stə.ˌrɛɪ̯.kər/, /ˈo.stə.ˌrɛː.kər/, /ˈos.tə(n).ˌrɛɪ̯.kər/
noun
1. een inwoner van Oostenrijk of persoon die de Oostenrijkse nationaliteit bezit
奥地利人
pronoun
1. zee die tussen Zweden en de Baltische staten ligt
波罗的海
noun
1. de vader van een ouder
  1. 外公
  2. 爺爺
  3. 爷爷
adjective
1. ondoorzichtig
不透光
/o'pal/
noun
1. een halfedelsteen en een amorfe variëteit van kwarts, SiO₂·nH₂O, gehydrateerd siliciumdioxide met een waterpercentage van soms wel 20%
蛋白石
adjective
蛋白石绿色
/'ɔbrɛŋə(n)/
verb
1. als batig resultaat leveren
报告
conjunction
以便
noun
1. een te verrichten werk
欠
/'ɔpdrɛɪvə(n)/
verb
1. iets naar boven toe doen bewegen
增大
/ˈɔpɛːsə(n)/
verb
eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven
索取
/ˈoː.pə(n)/
adverb
1. niet gesloten
開着
adjective
1. vrij toegankelijk
公共
noun
1. openbaar toegankelijk personenvervoer
公共交通
noun
1. laatste boek van de Bijbel
启示录
verb
  1. 1.
  2. 2.
怒放
noun
1. een in hoofdzaak gezongen en orkestraal begeleid muziekdrama, gewoonlijk van ernstige aard
歌剧
noun
1. een gebouw waarin opera's worden opgevoerd
歌劇院
noun
  1. 1. aantal gecoördineerde acties
  2. 2. een chirurgische ingreep
  3. 3. een bewerking op een object
手术
noun
1. felgele delfstof, zwavelarsenicum (As₂S₃)
雌黃
verb
5. een bestand van een computer of server naar een andere computer of server overbrengen
下载
verb
2. een activiteit beëindigen
停住
noun
1. een steekproefsgewijs onderzoek naar de mening van de bevolking
民意测验
noun
1. het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol (Papaver somniferum), een pijnstillend, verdovend en verslavend middel
鸦片
/'ɔpkɛɪkə(n)/, /'ɔpkɛːkə(n)/
verb
3. (~ naar) bewonderen
仰慕
verb
2. omhoogkomen
起床
noun
教育
verb
1. bij voortduring aandachtig zijn
小心
noun
  1. 1. een mengsel
    办法
  2. 2. een manier om van een probleem af te komen
    方法
verb
1. in handen nemen
失速
/ˈɔpniu/
adverb
1. nog een keer, een vorige gebeurtenis herhalend
再次
verb
2. gaan uitvoeren
陈述
noun
1. bot in de bovenarm
肱骨
noun
1. leider van een stam
老板
noun
  1. 2. uitgebreidheid
    场
  2. 1. vlak dat iets naar boven begrenst
    面
/ˌɔpoˈzitsi/
noun
2. mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
在野党
adjective
1. de waarheid sprekend
真心
noun
暴动
noun
1. een lange, grote en diepe lepel
勺子
verb
  1. 1. gaan staan
  2. 2. het bed verlaten
起床
/ˈɔpstɑnt/
noun
1. een massale, vaak gewelddadige, poging het heersende gezag af te schudden
反抗
/ˈɔpstɛːɣə(n)/, /ˈɔpstɛːɪχə(n)/
verb
1. in de lucht stijgen
起飞
verb
1. bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd
加
noun
光学
noun
1. iemand die kundig is in de optica
眼镜师
verb
1. met spierkracht iets van de grond opheffen
举
noun
视光学
adjective
1. grote rijkdom uitstralend
闊綽
noun
  1. 1. het proces waarin iemand wordt gevormd naar de normen van diens opvoeders, en daarmee meestal de samenleving waarin hij leeft
  2. 2. iemands algemene vorming en ontwikkeling
教育
noun
2. het onderdeel zijn van een zo gewenst plan
意图
verb
吸
adjective
1. de kleur oranje hebbend
  1. 橙色
  2. 橙黄色
pronoun
奧蘭治自由邦
adjective
桔黄褐
noun
1. plant van de talrijke orchideeënfamilie, m.n. benaming voor de kleurrijke bloemen
兰花
noun
  1. 3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
    排
    1. 1. gewenste regelmaat
    2. 2. een hiërarchische organisatie
    法则
noun
2. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
命令
noun
  1. 1. Origanum vulgare
  2. 2. keukenkruid
牛至
noun
1. Onderdeel van het organisme
器官
noun
1.
組織圖
/ˌɔrɣɑniˈzasi/, /ˌɔrχɑniˈzaʦi/
noun
3. een groep die een bepaald doel of of bepaalde rol heeft
组织
pronoun
经济合作与发展组织
pronoun
歐洲安全與合作組織
/ɔr.ˈɣa.nɪs/, /ɔr.ˈχa.nɪs/
adjective
  1. 1. met betrekking tot een orgaan of de organen
  2. 2. koolstof bevattend
有机
noun
1. een afzonderlijk en volledig levend wezen dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen metabolisme en bestaat uit verschillende organen
生物
/ˈɔrɣəɫ/
noun
1. een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen
管风琴
noun
1.
風琴管
adjective
戈亚红色
/ˈɔr.ka/
noun
1. Orcinus orca, een walvissoort die vrij gedrongen van bouw is...
逆戟鲸
noun
1. een bijzonder hevige storm
  1. 熱帶氣旋
  2. 颶風
/ɔrˈkɛst/
noun
1. een groep musici
管弦樂團
noun
鸟类学
noun
拼写
noun
1. gecastreerde stier
牛
pronoun
  1. 1. de hoofdstad en grootste stad van Noorwegen en is gelegen in het zuidoosten van het land
  2. 2. een provincie in Noorwegen
奥斯陆
noun
1. Chemisch element
  1. 鋨
  2. 锇
pronoun
1. de hoofdstad van Canada
渥太华
noun
1.1 bepaald soort zoogdier Lutra lutra
水獭
pronoun
2. spelwoord voor de letter o
奥斯卡
/aʊ̯d/, /ɔʊ̯t/, /ʌʊ̯t/
adjective
  1. 2. oud ding, concept
    1. 旧
    2. 老
  2. 1. oud mens, dier
    老
noun
1. reeks boeken in de christelijke Bijbel die zijn ontleend aan de joodse Tenach
旧约圣经
pronoun
1. het Engels zoals dat tussen ca. 400 en 1100 werd gesproken en dat wordt gezien als de rechtstreekse voorloper van het Middelengels en nog later het moderne Engels
古英语
/ˈaʊ̯.dərs/, /ˈɔʊ̯.dərs/, /ˈʌʊ̯.dərs/
noun
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ouder
父母
noun
1. periode van eind september tot half november waarin het nog zomerachtig weer kan zijn
秋老虎
noun
考古学家
pronoun
1. een taal die de voorganger van de Scandinavische talen was
古诺斯语
/'ʌʊtom/
noun
1.
伯公
adjective
古粉红色
adjective
1.
過時
noun
過時
noun
卵巢
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
天炉座
/ovə/
noun
1. besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz.
烤爐
adverb
1.
到处
verb
1. overhouden
住
verb
1. opnieuw doen
复习
noun
服药过量
verb
  1. 1. de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn
    夸大
  2. 2. naar de overkant drijven
    使分流
verb
2. tot een bindende afspraak komen
约会
noun
2. een bindende afspraak waarmee alle partijen instemmen
契約
verb
7. eroverheen gaan
用
noun
1. de naam voor elk element uit het D-blok van het periodiek systeem der elementen
过渡金属
noun
1. een werkwoord dat vergezeld wordt door een lijdend voorwerp in een zin, dat gewoonlijk in de lijdende vorm het onderwerp kan worden
他动词
verb
1. braken
嘔吐
verb
1. door te gieten in een ander vat brengen
流
noun
1. moeder van de grootvader of van de grootmoeder
外曾外祖母
/ˈovərɣrotˌvadər/
noun
1. een vader van een grootouder
外曾外祖父
/ˌovəˈrɛɪ̯sɔɫ/, /ˌovəˈrɛɪ̯səl/, /ˌovəˈrɛːsəɫ/
pronoun
1. provincie in het oosten van Nederland
上艾瑟尔省
noun
1. een jas die hoofdzakelijk als bescherming van de kleding eronder wordt gedragen
外套
/ˈo.vər.ˌlɑs/, /ˈo.vər.ˌlɑst/
noun
1. hinder op een onacceptabel niveau
烦扰
verb
2. in de strijd van zijde wisselen
投敵
adjective
1. buitensporig
太过
phraseologicalUnit
1. een interval van een kwart plus een halve toon
增四度
phraseologicalUnit
1. een interval van een grote seconde plus nog een halve toon
增二度
phraseologicalUnit
1. een interval van een grote terts plus nog een halve toon
增三度
adverb
后天
verb
1. met de wielen van een voertuig over iets of iemand heen rijden
坠毁
verb
2. geld overmaken
流
verb
1. een beurt doen missen
彈
/ˌovərˈstromɪŋ/
noun
1. het binnenlopen van water in doorgaans droog gebied
洪水
noun
富足
/'ovərʋɛx/, /ovər'ʋɛx/
noun
1. een kruising van een weg met een spoorbaan
平交道
verb
1. een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen
打败
noun
胜利
noun
2. samenvatting van de inhoud, beschrijving in hoofdlijnen
简介
pronoun
牛津
noun
氧化
noun
氧化物
noun
1. (scheik.) een vorm van zuurstof met drie zuurstofatomen inplaats van twee
臭氧
/pa:/
noun
1. vader
爸爸
/pajə(n)/
verb
1. het leggen en bevruchten van eieren door vissen
產卵
noun
1. in zee levend weekdier dat zich in hout boort, Teredo navalis
船蛆
/paːr/
noun
2. twee geliefden die een relatie hebben
两
/paːrt/
noun
  1. 1. tam hoefdier met manen
  2. 3. schaakstuk
  1. 马
  2. 馬
noun
  1. 1. en 2. (bladeren of bloemen van) plant Taraxacum officinale
    蒲公英
  2. 1. samengesteldbloemige plant Taraxacum officinale
    西洋蒲公英
noun
蚕豆
/'pardə(n)krɑxt/
abbreviation
maat voor arbeidsvermogen
馬力
noun
1. voedzaam vocht uit de melkklieren van een merrie
马奶
/ˈpaːrt.rɛidə(n)/
noun
het rijden op een paard, ter ontspanning of als sportbeoefening
障礙超越
adjective
1. met een kleur tussen rood en blauw
紫红色
noun
1. diverse kleurschakeringen tussen blauw en rood.
紫红色
adjective
紫蓝色
noun
  1. 2. ter gelegenheid van Pasen gekleurd en versierd kippenei
  2. 1. ei van chocolade of suiker dat op of omstreeks Pasen gegeten wordt
复活节彩蛋
pronoun
复活节岛
noun
复活节兔
noun
心脏起搏器
/pɑsiˈfɪsmə/
noun
1. een wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen oorlog en geweld is
和平主义
/pɛːt/
noun
1. een kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
蟾蜍
noun
1. vruchtlichaam van een doorgaans onder de grond levende schimmel of zwam
蘑菇
/paˈeʎa/
noun
1. gerecht
西班牙鐵鍋飯
noun
页
noun
1. de meest voorkomende vorm van zee-ijs en bestaat uit op elkaar geschoven ijsschollen; opeengepakt drijfijs
海冰
/ˈpa.kɪ.ˌstɑn/
pronoun
1. een land in het zuiden van Azië grenzend aan India, Afghanistan, Iran en China. De officiële naam is de Islamitische Republiek
  1. 巴基斯坦
  2. 巴基斯坦伊斯兰共和国
noun
1. Aziatische groene koolsoort met witte stelen Brassica rapa subsp. chinensis
小白菜
/palaˈdɛin/
noun
2. een ridder of hofdienaar
侠客
/pa.ˈlaʊ̯/, /pa.ˈlɔʊ̯/, /pa.ˈlʌʊ̯/
pronoun
1. een eilandenstaat in Oceanië
帛琉
noun
1. een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie heeft of een (woon)huis voor een staatshoofd is
宫殿
/palejoˈɣen/
noun
1.
古近纪
noun
1. aardkunde die gericht is op de bestudering van fossielen
古生物学
/ˌpalejoˈzowikʏm/
noun
古生代
pronoun
巴勒莫市
pronoun
巴勒斯坦
noun
調色板
noun
1. een symmetrisch woord dat van links naar rechts gelezen hetzelfde is als van rechts naar links gelezen. Voorbeelden: lepel en parterretrap maar ook kok en lol
回文
noun
1. bepaald soort langwerpige consumptievis, Anguilla anguilla
鳗鱼
noun
1. chemisch element
  1. 钯
  2. 鈀
noun
  1. 1. (sub-)tropisch gewas
  2. 2. binnenzijde van de hand
棕榈
noun
棕櫚
noun
棕榈酸
noun
棕榈油
noun
1. boomloze grasvlakte in Argentinië en Uruguay
大草原
/pɑn/
noun
1. keukengereedschap om in te koken of braden
平底锅
/ˈpa.na.ma/, /ˈpɑ.nə.ma/
pronoun
1. een land Centraal-Amerika
巴拿馬
pronoun
巴拿马运河
noun
2. een gebouw
建筑物
noun
1. (zoogdieren) een beerachtig dier uit het Himalayagebied
熊猫
/ˌpɑndeˈmi/
noun
1. een epidemie op wereldwijde schaal
瘟疫
/pɑn.deʲ'ɪsmə/
noun
1. een theologische positie
泛自然神论
noun
1. blaasinstrument dat is samengesteld uit een reeks van eentonige fluiten
排箫
noun
1. een platte, ronde koek die in een pan gebakken is
可丽饼
noun
裤子
noun
1. benaming voor verschillende grote katachtige roofdieren
豹
noun
拖鞋
/pɑnˈtɔfəldirtʲə/
noun
1. eencellig diertje
草履虫
noun
老婆当家的
noun
1. informele benaming voor vader door zijn kind
爸爸
/paˈpa.ja/
noun
1. en 2. (vrucht van) de boom Carica papaya
番木瓜
noun
1. een plantengeslacht waarin ook de opiumpapaver thuis hoort
罌粟
noun
1. benaming voor vogels uit de orde Psittaciformes
鹦鹉
/pɑ'pir/
noun
1. een dun vezelachtig beschrijfbaar materiaal
纸
/ˌpa.pu.wa.niβ̞.ɣi.ˈne.ja/, /ˌpa.pu.wa.niβ̞.χi.ˈne.ja/, /ˌpa.pu.wa.nyʊ̯.ɣi.ˈne.ja/
pronoun
land en staat in Oceanië
  1. 巴布亚新几内亚
  2. 巴布亞新幾內亞
/ˈpaprika/, /ˈpɑprika/
noun
2. vrucht van een bepaalde gekweekte vorm van een peperplant, Capsicum annuum
菜椒
adjective
草纸白
noun
对比
/ˌparaˈboɫ/
noun
1. kegelsnede waarbij het snijvlak parallel loopt met een lijn die aan de kegel raakt en tevens het toppunt snijdt.
抛物线
abbreviation
1. veelgebruikt medicijn tegen koorts en pijn
对乙酰氨基酚
noun
乐园
/ˈpa.ra.gʋɑɪ̯/, /ˈpa.ra.gβ̞ɑɪ̯/, /ˈpa.ra.ɣ<sup>ʊ</sup>ɛɪ̯/, /ˈparaˌɡwe/
pronoun
巴拉圭
noun
平行六面体
/paralɛloˈɣrɑm/, /pɑrɑlɛloˈʝrɑm/
noun
1. (wiskunde) een vierhoek waarvan de overstaande zijden evenwijdig zijn
平行四边形
/ˌpa.ra.ˈply/
noun
1. een scherm waarover een waterdichte stof is gespannen om zich te beschermen tegen de regen
  1. 傘
  2. 雨伞
noun
1. leer en studie van de parasieten en het parasitisme
寄生虫学
noun
傘
noun
1. een hard, rond voorwerp dat door bepaalde weekdieren wordt gemaakt,...
珍珠
noun
1. rond gepolijste gepelde gerst
大麥米
adjective
珍珠鼠灰
adjective
近于白色的浅灰
noun
薄壁組織
noun
括号
pronoun
1. de hoofdstad van Frankrijk
巴黎
noun
校验位
noun
1. een installatie met klok die na de muntinworp de toegestane parkeertijd aangeeft
收費咪錶
noun
1. plek waar auto's of andere voertuigen geparkeerd kunnen worden
停车场
verb
1. (een voertuig) tijdelijk ergens laten staan
停
noun
1. risicosport waarbij een traject met obstakels zo snel en vloeiend mogelijk moet worden afgelegd
跑酷
noun
议会
adjective
议员
noun
1. gemeenschap van gelovigen in de katholieke kerk die bij één kerkgebouw hoort
堂区
noun
1. ontsteking van het nagelbed
甲溝炎
noun
秒差距
noun
  1. 4. doorgang tussen bergtoppen
    山口
  2. 3. identiteitsbewijs
    护照
noun
1. eenheid voor druk (symbool: Pa)
帕斯卡
noun
1. het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
复活节
noun
护照
noun
客机
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
帕紹
adjective
舒服
noun
圆规
noun
1
激情
noun
1. (eetbare) vrucht van het plantengeslacht Passiflora
西番莲
adjective
崧蓝蓝色
adjective
淡橙
adjective
崧蓝绿松石色
adjective
崧蓝紫色
noun
1. bepaald circa 20 cm lang knolgewas, Pastinaca sativa
防风
noun
1. remise doordat een speler geen zet meer kan doen
欠行
pronoun
1. benaming voor het zuidelijke deel van Zuid-Amerika, tussen de Colorado en de Straat van Magellaan
巴塔哥尼亚
noun
1. gefrituurde aardappelreepjes
薯條
noun
教士
noun
1. de tak van de geneeskunde die het ontstaan en verloop van ziektes bestudeert
病理学
adjective
铜锈绿色
/pɑˈsʲɛnt/
noun
iemand die medische hulp krijgt
患者
noun
1. een vogel uit de familie van de fazanten
灰山鶉
noun
1. klein rond raam in een scheepswand dat waterdicht kan worden afgesloten
船窓
noun
父名
verb
巡邏
noun
1. een grote verstembare keteltrommel zoals gebruikt in een orkest
定音鼓
/pɑu̯s/
noun
1. hoofd van de katholieke kerk
  1. 教皇
  2. 教宗
pronoun
1. sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem
孔雀座
noun
1. benaming voor siervogels uit het geslacht Pavo
孔雀
noun
gânîmâ guo ren
/pɛx/, /pɛχ/
noun
1. de conditie waarin er tegenslag te verwerken is die niet door eigen schuld veroorzaakt is
不 走运
noun
小兒科
noun
1.
恋童
noun
1. vrucht
梨
/pes/
noun
1. een uitloper van spierweefsel die de spier aanhecht aan het bot
腱
pronoun
2. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
珀伽索斯
/'pejorɑ'tif/
adjective
贬义
noun
魚
noun
1. benaming voor vogels uit de familie Pelecanidae
  1. 鹈鹕
  2. 鵜鶘
adjective
松鼠灰
noun
1. instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
筆
noun
1. het mannelijke geslachtsdeel
阴茎
noun
1. een gelegenheid waar men kan overnachten
抚恤金
noun
五角星
noun
2.
倒数第二
noun
1. een specerij van gemalen peperkorrels met een scherpe, hete smaak
胡椒
noun
1. en 2. (bladeren van) de plant Mentha × piperita
胡椒薄荷
/pɛrsɛnˈtaʒə/
noun
1. een percentsgewijze berekend bedrag of hoeveelheid
百分比
/pɛrˈfɛkt/
adjective
1. zonder enig gebrek
完美的
noun
1. doorboring
打孔
noun
會陰
noun
元素周期表
noun
1. een dun schrijfmateriaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels
羊皮纸
noun
1. populistische en nationalistische politieke stroming in Argentinië
庇隆主义
adjective
垂直
/pɛˈrɔn/
noun
1. een hoge, lange zijstoep of verhoogde vrije stoep aan een station om in en uit te stappen
月台
adjective
员工
//
noun
1. een motorvoertuig voor het vervoer van enkele mensen
小客車
noun
  1. 1. menselijk individu
  2. 2. grammaticaal begrip
人
noun
1. het geheel van kenmerken en gedragingen dat iemand uniek maakt
性格
/peˈru/
pronoun
1. een land in Zuid-Amerika
秘鲁
verb
1. iets bederven, slecht maken
堕落
noun
1. sappige vrucht van de perzikboom
  1. 桃子
  2. 桃
pronoun
1. een Indo-Iraanse taal die gesproken wordt in Iran, Afghanistan en Tadzjikistan
  1. 波斯语
  2. 波斯語
pronoun
1.
波斯湾
pronoun
白沙瓦
noun
(medisch) Dodelijke en besmettelijke ziekten veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis
鼠疫
noun
农药
noun
1. bepaald soort vogel, Bombycilla garrulus
太平鸟
noun
2. kruid
香芹
noun
1.
石油化学
noun
1. gesteentekunde
岩石学
noun
1. overblijfsel van een opgerookte sigaret of sigaar
烟头
noun
2. en 3. (peulen van) Pisum sativum var. saccharatum
荷蘭豆
pronoun
  1. 1. Griekse god van de paniek
  2. 2. grotere van de twee manen van Mars
火卫一
noun
1. musicus die een piano bespeelt
钢琴家
noun
1. groot snaarinstrument met klavier (algmeen)
  1. 鋼琴
  2. 钢琴
/pɪˈkɑrdɪʲə/
pronoun
regio in Noord-Frankrijk
皮卡第
/piːr/
noun
1. een regenworm
蚓
pronoun
1. jongensnaam
皮艾尔
noun
挑剔的人
adjective
吹毛求疵的
noun
1. een organische of minerale stof met een vaste kleur
色素
noun
1. projectiel
  1. 箭
  2. 矢
/pɛɪ̯n/, /pɛːn/
noun
1. lichamelijk leed
痛
/ˈpɛɪ̯nɑpəɫˌkliːr/, /ˈpɛːnɑpəlˌkliːr/
noun
1. klier in de hersenen, die melatonine uitscheidt
松果腺
adjective
松绿色
noun
  1. 1. penis
    屌
  2. 3. pek
    魚
noun
1. een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
纵队
noun
  1. 2. een vrucht van deze plant
  2. 1. een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
花生
adjective
1. een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout
花生酱
/ˈpɪŋɡwɪn/
noun
1. benaming voor niet-vliegende zeevogels uit de orde
  1. 企鵝
  2. 企鹅
noun
1. de vijfde, kleinste en buitenste vinger
小拇指
pronoun
1. Christelijk feest
五旬節
/piˈɔn/
noun
1. een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan
兵
noun
1.
海盗
noun
1.
  1. 金字塔
  2. 棱锥
noun
開心果
noun
1. een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
手枪
adjective
2. stevig en scherp van smaak
辣
adjective
栩栩如生的
noun
1. een beeldpunt
像素
/ˈpidza/, /ˈpitsa/
noun
1. gerecht van een belegde broodbodem
比萨饼
pronoun
皮埃蒙特
noun
壓電效應
noun
wijdverspreid onheil, ongemak
害人虫
/plaːts/
noun
  1. 1. een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
  2. 2. een plein
广场
noun
1. precieze plek waar een misdaad is gebeurd
犯罪现场
/plɑˈfɔnt/
noun
  1. 2. hoogste niveau
    天棚
  2. 1. de bovenkant van een ruimte in een gebouw
    天花板
noun
抄袭
verb
剽窃
/ˈplɑg.bɑnt/
noun
1. een lintvormige drager die aan één of beide zijden bedekt is met kleefstoffen
膠帶
noun
1. een groot, rond en massief hemellichaam dat zelf geen licht geeft en in een vaste baan rond een ster draait
行星
noun
1. een toestel om de bewegingen van planeten voor te stellen
天文馆
noun
1. een brok vaste materie die net als een planeet in een baan rond de zon draait, maar kleiner is dan een planeet
微型行星
noun
  1. 1. organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
  2. 2. van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
植物
/plɑntˈaːr.dəx/
adjective
1. tot de planten behorend, uit planten bestaand of daarvan afkomstig
植物
verb
1. (een plant) in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien
  1. 种
  2. 种植
  3. 種
noun
1. het onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de studie van de planten
植物學
verb
1. via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen
尿尿
/'plɑstik/, /'plɛstɪk/
noun
plastisch vervormbare polymere kunststof
塑胶
noun
可塑性
adverb
1. vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
平
noun
1. benaming voor loofbomen uit het geslacht Platanus
懸鈴木屬
verb
1. iets met kracht samendrukken
坠毁
noun
1. scheikundig element met symbool Pt en atoomnummer 78
白金
adjective
铂灰色
pronoun
1. een stad in de Duitse deelstaat Saksen
普劳恩
pronoun
1. taal die tegenwoordig gesproken wordt in Canada en in dertien andere landen van mennonieten of menisten
门诺低地德语
noun
een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
仪式
noun
1. het plaatje waarmee snaren worden aangeslagen
拨子
noun
廣場
/ˈplɛinˌvreːs/
noun
廣場恐懼症
verb
1. plat maken
坠毁
noun
1.
鴴
noun
  1. 1. landbouwgereedschap om de grond om te woelen
    1. 犁
    2. 犁頭
  2. 2. groep personen
    隊
verb
2. land met de ploeg bewerken
犁
/ploˈsif/
noun
1. medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie...
塞音
/'plɵkə(n)/
verb
  1. 1. (bloemen) afbreken of oogsten
  2. 4. (sport) een door de lucht vliegende bal grijpen
摘
noun
好处
noun
加
pronoun
1.
冥王星
noun
1. Chemisch element
钚
/po/
pronoun
1. stroom in Italië
波河
noun
1. digitale radio-uitzending waarbij een audiobestand op internet wordt gezet...
播客
pronoun
1.
波多里亚
noun
1. uitgescheiden vaste afvalstoffen van mens of dier
便便
noun
1. een van de oudste huisdieren van de mens
猫
noun
1. grap
圈
/ˈpoɣə(n)/, /ˈpoχə(n)/
verb
1. iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
勉强
noun
1. staande jachthond
指标
noun
1.kaartspel
撲克
noun
2. epidemische huidziekte
痘
/ˈpolə(n)/, /ˈpoːlə(n)/
pronoun
1. een land in het midden van Europa met de officiële naam Republiek Polen (Rzeczpospolita Polska)
  1. 波兰
  2. 波蘭
noun
1. een discipline
政治学
noun
1. iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt
政治家
noun
1. een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde...
  1. 警察
  2. 警方
noun
1. een persoon die belast is met hulpverlening en met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
警察
noun
警察局
/poliˈtik/
adjective
1. betreffende de politiek
政治
/poliˈtik/
noun
1. datgene dat gerelateerd is aan het besturen van een land
政治
noun
1. iemand wiens taak het is de wet te handhaven en overtreders in de kraag te grijpen
警察
noun
  1. 1.(Nederland) een vrij vlakke, houten of kunststoffen lepel gebruikt voor het roeren van voedsel dat toebereid wordt
  2. 2.(België) een diepe, grote lepel met een lange steel gebruikt voor het opdienen van soepen, sauzen e.d.
勺子
noun
1. Chemisch element
  1. 钋
  2. 釙
noun
anatomie: 1. gewricht
手腕子
noun
聚酰胺
noun
一妻多夫制
noun
2. thermoplastisch polymeer
聚碳酸酯
noun
多酚
noun
性交疼痛
noun
多配偶制
noun
1. een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten
多边形
noun
1.
聚合物
noun
多型
noun
1. het kunnen hebben van meerdere (verwante) betekenissen
一詞多義
noun
1. godsdienst met meer dan één god
多神論
noun
1. en 2. (vrucht van de) boom Citrus maxima × Citrus ×paradisi
柚子
pronoun
1. historische regio in het zuiden van de Oostzee
波美拉尼亞
noun
泵
/ˈpɔmpəlˌmus/, /ˈpɔmpəɫˌmus/
noun
2. een vrucht van deze boom
  1. 文旦
  2. 柚子
  3. 內紫
  4. 朱欒
  5. 香欒
noun
1. een zeer oud cultuurgewas uit Midden- en Zuid-Amerika
南瓜
noun
1. naam voor verschillende munteenheden die in het Verenigd Koninkrijk en sommige Engelstalige landen worden gebruikt
英镑
noun
1. werkschuit met een vlak dek
躉船
noun
1. paard uit een ras met een schofthoogte tot ongeveer anderhalve meter
矮種馬
/pol/, /poɫ/, /po̝ɫ/
noun
1. een inwoner van Polen, of iemand afkomstig uit Polen
波兰人
noun
1. de begrenzing van het gebied waar 's zomer de middernachtszon gezien kan worden en 's winters de nacht een heel etmaal kan duren
極圈
noun
1.
极光
/poɫs/, /poːls/, /po̝ɫs/
pronoun
1. een taal die in Polen gesproken wordt
  1. 波兰语
  2. 波蘭語
/pol.sə/, /poɫ.sə/, /po̝ɫ.sə/
noun
1. een vrouw van Poolse komaf
波兰人
noun
北极星
/poːrt/
noun
1. met deuren afsluitbare doorgang door een muur
  1. 入口
  2. 大門
  3. 大门
  4. 篱笆门
  5. 籬笆门
  6. 門
noun
爪子
noun
1. speeltuig
玩偶
noun
玉米花
noun
1.
楊樹
noun
1. politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite de belangen van het volk verwaarloost...
民粹主義
noun
色情
/pɔrsəlɛːn/, /pɔrsəˈlɛɪn/
noun
1. fijn, geglazuurd aardewerk
瓷器
noun
1. geldbuidel
坤包
noun
1.schilderij, foto of andere artistieke voorstelling van een persoon
肖像
/'pɔrtyɣɑl/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van Europa, officieel de Portugese Republiek
葡萄牙
/ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /ˌpɔr.ty.ˈχes/
adjective
1. verwijzend naar Portugal of naar de Portugese taal
葡萄牙语
/ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /ˌpɔr.ty.ˈχes/
noun
1. inwoner van Portugal
  1. 葡萄牙人
  2. 葡萄牙的
/ˌpɔr.ty.ˈɣes/, /ˌpɔr.ty.ˈχes/
pronoun
2. taal gesproken in Portugal
  1. 葡萄牙语
  2. 葡萄牙語
/po'zisi/
noun
  1. 1. een stand van het lichaam
  2. 2. een innerlijke houding
  3. 3. een plaats van waaruit men iets onderneemt
  4. 4. een toestand waarin iemand zich bevindt
  5. 6. een maatschappelijke stand
  6. 7. de ligging van de hand
  7. 8. een opstelling van troepen en materieel
部位
adjective
非负
noun
正电子
/pɔs/, /pɔst/
noun
1. toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken
郵件
noun
地址
noun
1. postbeambte
郵遞員
noun
邮政编码
noun
1. bepaalde soort eenjarige groene plant, Portulaca oleracea
马齿苋
noun
1. de vorm van een rechtopstaande mens
手纹
/ˈpɔseɣəl/, /ˈpɔseχəɫ/
noun
1. betalingsmiddel voor het verzenden van post
  1. 邮票
  2. 郵票
noun
1. regelbare weerstand
可变电阻
noun
1. schrijfgerei met een zachte stift vervaardigd van klei en grafiet ingebed in een houten huls
铅笔
pronoun
1.
波茨坦
noun
1. bepaald soort zeezoogdier, Physeter macrocephalus
抹香鲸
noun
东西
noun
1. in ritme, maat en klank verwoorden
诗
/prax/, /praç/
pronoun
hoofdstad van Tsjechië
布拉格
noun
1. Cynomys, een eekhoornachtig zoogdier uit Noord-Amerika dat een scherp blaffend geluid maakt
  1. 草原松鼠
  2. 草原犬鼠
/ˌprazejoˈdimijʏm/
noun
1. Chemisch element
  1. 鐠
  2. 镨
/ˈpraː.tə(n)/
verb
1. zich met behulp van de stem uiten
谈话
/presəˈdɛnt/
noun
1. eerder plaatsgevonden hebbend geval
先例
noun
食肉兽
pronoun
传道书
noun
史前时代
noun
1. en 2 (bladeren van) plant Allium porrum
韭葱
noun
1. een fantasiestuk of een muzikale introductie tot een muziekstuk
前奏曲
noun
赏金猎人
noun
1. de eerste vaak feestelijke vertoning van een film, toneelstuk of een andere vorm van entertainment
首演
adjective
1. voorbehoedmiddel
避孕套
noun
1. het staatshoofd van een republiek
总统
noun
推斷
noun
1. priemgetal
素数
noun
1. iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
祭司
noun
1. de gevraagde geldsom bij verkoop
价格
verb
1. iemand lof toezwaaien
赞扬
noun
1. prime
奖金
noun
  1. 1. hoogste adellijke titel van een man of jongen
  2. 2. laagste koninklijke titel van een man of jongen
王子
noun
  1. 1. de hoogste adellijke titel van een vrouw of meisje
  2. 2. de laagste koninklijke titel van een vrouw of meisje
公主
/ˈprɪntər/
noun
1. toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier.
  1. 打印机
  2. 打印機
  3. 印表机
  4. 印表機
noun
1. (elektrotechniek) plaat waarop elektronische bedrading aanwezig is, aangebracht met frees- of etstechnieken
印制电路板
noun
棱柱
/pri'vatrɛxt/
noun
1. vakgebied van het recht m.b.t. de onderlinge verhoudingen tussen private personen, maar ook hun privébelangen
私法
adjective
1. voor persoonlijk gebruik gereserveerd
私人
/proˈberə(n)/
verb
  1. 1. testen
  2. 2. onderzoeken
  3. 3. iets met succes trachten te beëindigen waarvan men niet weet of het gaat lukken
试
noun
1. iets dat schade teweegbrengt of de voortgang van iets anders in de weg staat
  1. 问题
  2. 难题
/proˈsɛs/
noun
2. opeenvolging van gebeurtenissen, gang van zaken
行程
abbreviation
2. bekeuring
罚款
noun
程序法
noun
2. proefpersoon
受试者
verb
1. onderzoeken hoe iets smaakt
品尝
noun
1. een persoon die boodschappen van een godheid aan de mensen doorgeeft
先知
noun
1. een persoon, die beroepsmatig werkzaam is
专业
/proˈfɛsɔr/
noun
1. de aanspreektitel voor een hoogleraar
教授
verb
享受
noun
  1. 1. een applicatie voor de computer
  2. 3. een uitzending op radio of televisie
节目
noun
程序设计语言
verb
1. het schrijven van computerporgramma
编程
/proˈjɛkt/
noun
1. een zaak die men denkt uit te voeren of te onderzoeken
項目
noun
无产阶级
noun
无产者
noun
1. een scheikundig element met het symbool Pm en het atoomnummer 61; een zilverwit à grijs lanthanide
鉕
noun
博士班学生
noun
1. en 2. (peulvrucht van) Phaseolus coccineus
荷包豆
/prost/
interjection
1. heildronk
干杯
noun
1. C₃H₈
丙烷
noun
1. activiteiten of materiaal gericht op het beïnvloeden van de mening of het gedrag...
政治宣传
noun
丙烯
noun
螺旋
noun
1. CH₃CH₂COOH
丙酸
noun
1.een klier tussen de blaas en de penis van de man
前列腺
noun
1. het tegen betaling ter beschikking stellen van het lichaam voor het seksuele genot van een ander
卖淫
noun
1. scheikundig element met symbool Pa en atoomnummer 91
镤
noun
1.
蛋白质
noun
4. geheel van voorschriften en afspraken in de internationale diplomatieke omgang
外交禮節
/'protɔn/
noun
  1. 質子
  2. 质子
noun
1. oorspronkelijk model, eerste model van een product
原型
/pro.ˈvɪn.si/
noun
1. een staatkundig onderdeel van een land
省
noun
散文
adjective
1. met zorg, getuigend van wijsheid, getuigend van inzicht
圣贤
noun
1. een kunstmatig haarstuk waarmee het hoofd bedekt wordt
假发
noun
2. vrucht van de pruimenboom
李子
noun
梅乾
pronoun
普魯士
/psɑlm/
noun
1. elk van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
诗篇
pronoun
1. boek in de Bijbel met lofliederen op God
  1. 詩篇
  2. 诗篇
/psœydoˈnim/
noun
1. een aangenomen naam waaronder men iets publiceert
化名
noun
1. stroming in de psychologie
精神分析学
/psixoloˈɣi/, /psiχoloˈχi/
noun
1. de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar bewustzijnsverschijnselen
心理学
/psi'xozə/
noun
1. een geestesziekte waarbij men wanen heeft
思覺失調
adjective
宣传员
/pyˈblik/
adjective
2. wat het publiek aangaat
公共
/pyˈblik/
noun
1. een groep toeschouwers
  1. 觀眾
  2. 观众
noun
1. nagerecht, vaak zoet, koud en op basis van melk
布丁
pronoun
1. een met de Verenigde Staten geassocieerde vrijstaat in het oostelijk deel van de Caribische Zee
波多黎各
noun
浮岩
noun
1. een damesschoen zonder sluiting en met hoge hak
高跟鞋
pronoun
1. taal die in de Punjab, zowel in India als in Pakistan gesproken wordt
旁遮普语
noun
1. taps toelopende houder met een mesje dat bedoeld is voor het aanslijpen van een verse punt aan een potlood
鉛筆刀
noun
1. een leesteken dat twee nauw aan elkaar gerelateerde zinnen tot een geheel verbindt (;)
分号
noun
  1. 1. onder voogdij staand kind
    孤儿
  2. 1. oogappel
    瞳孔
noun
1. pasgeboren hond, jonge hond
小狗
noun
1. chocolade van zuivere cacaopasta plus suiker
黑巧克力
adjective
紫红色
adjective
紫红蓝色
/pɵt/
noun
1. een pijpvormige uitholling in een oppervlak
水井
noun
2. distelvink
金翅
noun
1.
俾格米
noun
1. gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen
睡衣
pronoun
1. een gebergte op de grens van Frankrijk en Spanje
比利牛斯山
noun
2. een vaste stof die het structuurtype heeft waarvan [1] het archetype is
黄铁矿
noun
1. onweerstaanbare drang om brand te stichten
縱火狂
noun
1. een niet-giftige en grote wurgslang
巨蛇
/kɑt/
noun
1. blad van een bedektzadige plant Catha edulis
恰特草
/ka'tar/, /ka'tɑr/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten
卡塔尔
noun
1. een motorfiets of brommer op vier wielen
全地形車
noun
1. de kleinste natuurlijke eenheid die in onze kosmos voorkomt
量子
noun
1. tijdelijke afzondering van personen, dieren of zaken die besmet zouden kunnen zijn met ziektekiemen
检疫
/kwɑrk/
noun
夸克
noun
类星体
/kwatəerˈnɛːr/
adjective
第四纪
pronoun
1.
奎德林堡
/kwiˈnowa/
noun
1. Zuid-Amerikaanse plant (Chenopodium quinoa) en 2. zaden van die plant
藜麥
pronoun
欧盟理事会
pronoun
欧洲委员会
noun
1. iets waarnaar men moet raden
谜
/raːf/
noun
1. grootste van alle zangvogels, met flinke snavel, Corvus corax
  1. 乌鸦
  2. 烏鴉
noun
1. venster: muuropening om lucht en licht door te laten
窗口
noun
1. en 2. (stengels van) plant Rheum rhabarbarum
大黄
/rɑˈbɛin/
noun
拉比
noun
1. een baan om snelheidswedstrijden op te houden
电路
noun
种族主义
noun
1. de SI-eenheid voor een hoek
弧度
noun
3.
部首
noun
1. bepaalde soort uit de kruisbloemfamilie, Raphanus sativus
萝卜
/ˈradijo/
noun
  1. 1. toestel
  2. 2. medium
收音机
adjective
放射性 ‎
noun
1. het medisch specialisme...
影像诊断学
noun
1. scheikundig element met symbool Ra en atoomnummer 88
  1. 鐳
  2. 镭
noun
1. met symbool Rn en atoomnummer 86
氡
noun
1. cilindervormig projectiel dat door een naar achteren gerichte ontploffing wordt voortbewogen
火箭
noun
芝麻叶
pronoun
2. teken van de dierenriem van 21 maart tot 20 april
白羊座
noun
1. mannelijk schaap
公羊
/ˈramə(n)/
verb
1. inschatten, vaak middels berekening
认为
noun
1. een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
災害
/rɑnt/
abbreviation
1. een munteenheid in Zuid-Afrika
兰特
/rɑnt/
noun
  1. 3. de buitenkant van een gebied of een ding
    兰特
  2. 1. de bovenkant van een bak of vat
    帽邊
noun
1. schriftelijk bericht over een gebeurtenis of toestand
报告
verb
1. het uitbrengen van een verslag of rapport
报告
noun
1. een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
擦子
/rɑt/
noun
1. een muisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus
  1. 老鼠
  2. 鼠
noun
1. bepaald soort loofboom, Populus tremula
杨树
noun
合理化
noun
理性主义
adverb
1. ongekookt en vers
生
noun
1. een diepe, steile insnijding in een terrein
困难
noun
1. kleine vierkante deegplakjes die gevuld zijn met gehakt, tomaten en kruiden, overgoten met bijpassende saus
意大利饺
noun
电抗
noun
1. een actie die een gevolg is van een stimulus
反應
adjective
反动
noun
試管
verb
领会
noun
實在論
noun
  1. 1. voorschrift voor de bereiding van een gerecht
  2. 2. doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
菜谱
noun
1. bestanddeel dat gevoelig is voor prikkels
受体
noun
1. een instelling waar rechtgesproken wordt
法庭
/ˈrɛxtər/
noun
1. persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
法官
pronoun
士师记
/'rɛxtuk/
noun
1. een vierhoek met vier rechte hoeken
长方形
adjective
1. tegenovergestelde van links
右
noun
1. kennis of studie van recht
法学
/ɾɛχts.pɛɾ.soːn/
noun
1. groepering van goederen of natuurlijke personen die kan deelnemen aan het rechtsverkeer
法人
noun
1. het proces waarin door een rechter een oordeel wordt gevormd over een rechtszaak
判例
noun
1. staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het geldende recht
法治国家
noun
法学
adjective
1. in overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
公平
noun
1. de overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
公义
verb
1.
修復
noun
保荐
/ˈre.də(n)/
noun
1. een motivatie door iemand bedacht of beredeneerd
所为
/ˌredəˈnɪːrɪŋ/
noun
1. het proces waarmee men van een aantal argumenten, premissen of axioma's tot een standpunt of conclusie komt
推理
verb
争取
/redypliˈkatsi/
noun
1. vorming van een nieuw woorden of zinsneden door geheel of gedeeltelijke herhalen van een deel daarvan
疊詞
noun
1. sierlijk slank hert, komt bijna in heel Europa voor
狍子
adjective
鹿褐色
adverb
1. al
已经
noun
1. een stemming over een wetsvoorstel, waarbij gestemd wordt door het volk zelf...
公民投票
verb
1. een beeld weerkaatsen
反射
noun
折射
noun
副歌
/ˈreɣəɫ/
noun
    1. 1. een zin in een tekst
    2. 2. een vers in een gedicht
    手纹
  1. 3. een voorschrift, richtlijn, norm
    規則
/reχən/
noun
1. neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
雨
/ˈreːχənboːx/
noun
1. een natuurfenomeen dat na regen als een verschijnende veelkleurige boog te zien is
  1. 彩虹
  2. 隮
/ˈreɣə(n)ˌdrʏpəɫ/
noun
1. een druppel die als regen uit de lucht naar beneden valt
雨滴
/ˈreɣənə(n)/
verb
1. het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
  1. 雨
  2. 下雨
noun
1. toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag in een bepaalde periode op een bepaalde plaats meet
雨量计
pronoun
  1. 1.
  2. 2.
雷根斯堡
noun
1. een paraplu
伞
noun
雨水
/'reɣəʋɔrm/
noun
1. benaming voor dieren uit de familie Lumbricidae
蚯蚓
noun
1. een bos in een klimaat met het hele jaar door neerslag
雨林
noun
中杓鹬
/re.'ɣeː.rɪŋ(g)/, /rə.'ɣeː.rɪŋ/, /rə.'χɪː.rɪŋ/
noun
1. een groep van personen die een land bestuurt, specifiek het staatshoofd en alle ministers
政府
noun
1. geografisch gebied
地区
noun
章程
noun
1. benaming voor ooievaarachtige watervogels uit de familie Ardeidae
苍鹭
/rɛɪ̯s/
noun
1. grote, lange tocht of trip
旅行
verb
1. onderweg zijn
行走
/ˈrɛɪzəɣər/
noun
1. persoon op reis
旅游者
/ˈre.kə.nə(n)/
verb
1. getallen manipuleren
計算
noun
1. apparaat dat rekenkundige berekeningen kan uitvoeren
计算机
noun
1. een verzoekschrift waarmee men zich tot de rechter of een bestuursorgaan kan wenden om een bepaalde voorziening te krijgen
申请
noun
  1. 1. een min of meer vast verband
  2. 2. een persoonlijke, vaak amoureuze verhouding
  3. 3. iemand waarmee men zakelijke contacten onderhoudt
关系
/rəlaˈtif/
adverb
1. betrekkelijk
有关的
noun
1. een natuurkundige theorie die ervan uitgaat dat de tijd een relatief begrip is
相對論
/rə'liɣi/
noun
1. een godsdienst
宗教
noun
1. een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
刹车
/rəˈmedi/, /reˈmedi/
noun
1. een medicijn of een op genezing gerichte behandeling
治癒
verb
1. snelheid doen verminderen
剎車
verb
winst opleveren
使成为
noun
1. een hertachtig zoogdier met een breed uitlopend gewei
  1. 驯鹿
  2. 馴鹿
noun
1. Chemisch element
铼
noun
[A] 1. zeer snel lopen
跑
/rənoˈverə(n)/
verb
1. opknappen, repareren, vernieuwen
革新
noun
1. paard dat gefokt is met het doel om aan paardenrennen deel te nemen
赛马
noun
1. op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
利息
noun
後果
/re.pe.ˈteː.rə(n)/
verb
3. zich ~: een mededeling opnieuw doen
重复出现
noun
镇压
noun
1.
再現
/rɛp'til/
noun
1.
爬虫
/repʏˈbliːk/
noun
1. staatsvorm
  1. 共和國
  2. 共和国
pronoun
荷蘭共和國
adjective
淡橄榄绿
noun
电阻
noun
电阻
noun
共振
/rɛst/
noun
1. wat er overblijft
找
noun
  1. 餐馆
  2. 餐厅
  3. 餐廳
  4. 餐館
/rezɵl'tat/
noun
1. een uitkomst
结果
noun
1. een mannelijke hond
公狗
noun
1. een buitengewoon grote man
巨人
noun
1. verkregen door uitsmelting van varkensvet
豬油
noun
1. een beer die leeft in de hooggelegen hellingen van berggebieden in centraal China
大熊猫
noun
1. en 2. (vruchtvlees) van plant Cucurbita maxima
笋瓜
noun
1. kermisattractie
摩天輪
noun
1.
革命
adjective
革命家
noun
转世
pronoun
羅德西亞
pronoun
1. een rivier van 812 km lengte die ontspringt in Zwitserland, door Frankrijk naar het zuiden stroomt en uitmondt in de Middellandse Zee
罗讷河
noun
1. elk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
肋骨
noun
  1. 1. een van de platte, dunne, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
    肋骨
  2. 1. de lengte van een zijde van een kubus of parallellepipedum
    边
noun
核糖核酸
/ˈrɪxtɪŋ/, /ˈrɪχtɪŋ/
preposition
1. de kant op van
方向
noun
1. oorspronkelijk een bereden en bepantserde ruiter die de ridderslag ontvangen had
骑士
noun
2. onderscheiding die door de koning wordt gegeven aan mensen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd
法则
/rim/
noun
1. een band van leer of een ander materiaal
带
/rit/
noun
  1. 2. onderdeel muziekinstrument
    簧片
  2. 1. plantensoort
    芦苇
adjective
芦苇绿
noun
2. drinkbuisje
吸管
noun
水蒲苇莺
noun
1. een ondiepte in water, koraalbank, klip
暗礁
pronoun
1.
里加
/rɛɪ̯/, /rɛː/
noun
1. geordende opstelling van een aantal eenheden in één richting
排
/ˈrɛɪ̯bəˌwɛɪ̯s/, /ˈrɛɪ̯bəˌʋɛɪ̯s/, /ˈrɛːbəˌβ̞ɛːs/
noun
1. een officieel document waarmee de bezitter bevoegd is om een motorvoertuig te besturen
驾驶执照
/rɛɪ̯k/, /rɛːk/
noun
1. een staat of natie onder een vorst of heerser
帝国
/ˈrɛik.dɔm/
noun
1. het bezitten van veel geld en goud
财富
/rɛɪ̯n/, /rɛːn/
pronoun
1. een van de langste en belangrijkste rivieren van Europa die op de grens ligt tussen Midden- en West-Europa.
莱茵河
pronoun
莱茵兰-普法尔茨
adjective
1. geschikt voor de oogst
熟的
pronoun
1. stad in Noord-Frankrijk nabij de Belgische grens
里尔
/rɛi̯st/
noun
1. graan van het geslacht Oryza
  1. 稻
  2. 米
noun
1. ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen
米糠
verb
1. met een scheurende beweging uit elkaar trekken
扯
noun
  1. 1. cirkelvormig sieraad voor om de vinger
  2. 2. cirkelvormig voorwerp
环
noun
1. een zangvogel uit de familie van mussen en sneeuwvinken
麻雀
noun
1. vierde vinger gerekend vanaf de duim
无名指
/'rɪŋwɛx/
noun
1. een weg die als een ring rond een bepaald gebied ligt
环城公路
noun
1. een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
节奏
noun
2. ritssluiting
拉鏈
verb
竞争
/riːˈviːr/
noun
1. een natuurlijke waterstroom
  1. 川
  2. 河
pronoun
1.
鲁贝
noun
  1. 红宝石
  2. 紅寶石
adjective
宝石红
/ˈro.bɔt/
noun
1. machine die beschikt over een stoffelijke vorm en een beslissingsmodel
机器人
pronoun
红十字
noun
1. bepaald soort zoogdier, Lynx rufus
短尾貓
noun
1. een alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van rode druiven
  1. 红葡萄酒
  2. 红酒
pronoun
1. langgerekte binnenzee, gelegen tussen Azië en Afrika
红海
/ˌro.də.ˈhɔnt/
noun
1. een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
風疹
noun
1. en 2. donkerrood sluitkoolgewas
紫甘藍
noun
1. chemisch element met symbool Rh
銠
/ˈrubəl/
noun
卢布
verb
1.zich met behulp van roeispanen in een boot ergens begeven
划船
noun
1. bepaalde soort kraaiachtige vogel, Corvus frugilegus
秃鼻乌鸦
adjective
1. zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
鲁莽
/ruˈmens/, /ruˈmeːns/
adjective
1. betreffende Roemenië of het Roemeens
罗马尼亚的
/ruˈmens/, /ruˈmeːns/
pronoun
1. een Romaanse taal die wordt gesproken in Roemenië
罗马尼亚语
/ruˈmeni.jə/, /ruˈmeːni.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Europa ten noorden van Bulgarije
  1. 罗马尼亚
  2. 羅馬尼亞
noun
錀
/'ru.pə(n)/
verb
1. met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen
叫喊
noun
1. vlak waarmee gestuurd wordt
舵
/ˈrur.bɑ.kə(n)/
verb
1. een kooktechniek voor het bereiden van voedsel in een wok
炒
noun
1. degene die aan het roer staat
舵工
noun
1. geoxideerd ijzer
  1. 锈
  2. 銹
/rut/
noun
1. koolstofneerslag die ontstaat door onvolledige verbanding van koolstofhoudende stoffen
油煙
noun
1. benaming voor brede, platte vissen met een smalle staart uit de superorde Rajomorphii
鱼
noun
1. en 2. (zaden van) plant Secale cereale
  1. 黑麦
  2. 黑麥
noun
1. buis- of kegelvormig kledingstuk
裙子
noun
色狼 (Sèláng)
noun
1. vervoermiddel voor mensen die slecht ter been zijn
轮椅
noun
1. een lang soort verhaal in boekvorm
  1. 小說
  2. 小说
noun
小说家
noun
1. (kool van) groentesoort Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis
宝塔花菜
/roˈmɑns(x)rɛɪvər/
noun
1. een mannelijke persoon die romans schrijft
小说家
/ˈro:mə/
pronoun
1. de hoofdstad van Italië
  1. 罗马市
  2. 罗马
adjective
1. met betrekking tot Rome
罗马
/roˈmɛɪnsə rɛɪk/
pronoun
1. een historisch rijk dat op zijn hoogtepunt de gehele Middellandse Zeeregio in handen had
羅馬帝國
noun
跳蚤市场
noun
1. het lichaam van een mens of dier zonder ledematen, kop of staart
  1. 胴
  2. 躯干
  3. 軀幹
noun
  1. 2. het draaien om een spil
    圈
  2. 1. het afleggen van een rondgaande weg
    电路
verb
1. op een plaats langdurig verblijven zonder iets te doen te hebben
闲荡
/rod/, /rot/
adjective
1. de kleur rood hebbend
  1. 红
  2. 红色
adjective
红褐色
pronoun
1. sprookjesfiguur
小红帽
adjective
丁香红
adjective
橘红
/ˈroˌfoχɔɫ/, /ˈroːˌfoːɣəl/, /ˈroːˌvoːɣəl/
noun
1. eierleggend dier met veren, twee vleugels, twee klauwen en een snavel dat zijn prooi bejaagt en doodt
猛禽
/roːk/
noun
1. damp, zichtbaar gas
  1. 烟
  2. 煙
noun
1. de vette delen van melk waarvan boter gemaakt wordt
乳脂
/roːs/
noun
1. bloem
月季花
noun
烤牛肉
noun
2. bepaald soort vuurwerk dat na het aansteken van de lont wordt weggegooid en dan een harde knal geeft
鞭炮
noun
1. een grote ruwe steen
岩石
/ra<sup>ʊ</sup>/, /rʌʊβ̞/, /rʌːβ̞/
noun
1. grote smart of droefenis na een verlies
丧
noun
1. iemand die door geweldpleging iemand besteelt
  1. 小偷
  2. 扒手
/roːzə/, /rɔːs/, /rɔːzə/
adjective
1. heel bleke of lichte rode kleur, met soms ook blauwe tinten
粉红色
noun
2. keukenkruid
迷迭香
noun
1. schijnvrucht van wilde rozen
蔷薇果
noun
1. een gebedssnoer met 165 kralen
佛珠
noun
1. Houtige plant met rozen als bloemen
刺客
noun
1. kleine gedroogde vruchtjes van Vitis vinifera
葡萄干
/ˈrɵ.bər/
noun
  1. 橡皮
  2. 橡胶
  3. 橡皮擦子
noun
1. Chemisch element
  1. 銣
  2. 铷
noun
1. en 2. (bladeren van) eenjarige plant Eruca sativa
芝麻菜
/rɵx/
noun
1. zijde van de romp tegenover de buik en borst gelegen
背
noun
背骨
noun
脊髓
noun
背包
/rœʏkə(n)/, /rœːkə(n)/
verb
1. een geur waarnemen
  1. 聞
  2. 闻
/rœʏl/, /rœːl/
noun
交換
noun
3. heelal
外层空间
noun
1. vaartuig geschikt om zich buiten de aardse atmosfeer te begeven
太空船
/rœʏn/
noun
1. gecastreerde hengst
去势的
noun
  1. 1. een glazen plaat in een venster
  2. 5. figuur uit een kaartspel
方块
noun
1. een apparaatje dat de ruiten van een auto automatisch wist met een bewegende arm met wisserblad
雨刷
noun
1. een taal die door de Rukai gesproken wordt
魯凱族
verb
1. in een snelle beweging trekken
扯
noun
een sterkedrank die bereid wordt uit het sap van suikerriet
兰姆酒
/ˈrʏntfleːs/
noun
1. het vlees van een volwassen rund
牛肉
noun
1. vlinderlarve
毛毛虫
noun
1. een inwoner van Rusland
俄羅斯人
noun
1. autoritaire nationalistische ideologie in Rusland
俄西斯主义
pronoun
1. een soevereine staat met het Russisch als officiële taal die zich uitstrekt van het oosten van Europa tot het oosten van Azië
  1. 俄罗斯
  2. 俄羅斯
  3. 俄国
  4. 俄國
/ˈrʏsis/
adjective
1. betreffende Rusland of het Russisch
  1. 俄羅斯
  2. 俄羅斯的
/ˈrʏsis/
pronoun
1. een Slavische taal die gesproken wordt in Rusland
  1. 俄語
  2. 俄语
verb
1. werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen
休息
noun
1. scheikundig element met symbool Ru en atoomnummer 44
  1. 钌
  2. 釕
noun
1. scheikundig element met symbool Rf en atoomnummer 104
鑪
noun
1. toestand waarin men in ernstig conflict is met anderen
争执
/ryˈinə/
noun
1. een zeer vervallen gebouw
  1. 毀滅
  2. 毁灭
/ru.ˈwɑn.da/, /ru.ˈʋɑn.da/, /ˈrβ̞ɑn.da/
pronoun
1. een land in Oost Afrika, officieel de Rwandese Republiek, dat geheel door land omsloten wordt
卢旺达
pronoun
1.
魯根島
pronoun
1. zijrivier van de Moezel
萨尔河
pronoun
薩巴
noun
1. een vijandige ingreep op zaken om deze te laten mislukken of te vernielen
陰謀破壞
noun
糖剂
noun
1. caloriearme kunstmatige zoetstof die geen directe invloed heeft het bloedsuikergehalte
糖精
noun
1. een disacharide, bestaande uit een glucose-eenheid en een fructose-eenheid
蔗糖
noun
1. een kostbare, transparante blauwe edelsteensoort die een variant is van korund (α-Al₂O₃)
蓝宝石
adjective
蓝宝石蓝
noun
1. specerij bereid uit de saffraankrokus Crocus sativus
番紅花
adjective
深黄色
pronoun
1. zandwoestijn in Noord-Afrika
撒哈拉沙漠
/sent.ˌvɪn.sɛnt.ɛn.də.χre.na.ˈdi.nəs/
pronoun
1. land in het Caraïbisch gebied
圣文森特和格林纳丁斯
pronoun
圣皮埃尔和密克隆
noun
1. Falco cherrug
猎隼
pronoun
1. Duitse deelstaat
萨克森
pronoun
萨克森-安哈尔特
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Caudata
蝾螈
/sali'silzyr/
noun
1. een organisch carbonzuur dat oorspronkelijk gewonnen wordt uit wilgenbast
水楊酸
noun
gedroogde stukjes van de echte salie
鼠尾草
noun
1.
沙门氏菌
/ˈsa.lo.mɔns.ˌɛɪ̯.lɑn.də(n)/, /ˈsa.lo.mɔns.ˌɛː.lɑn.də(n)/
pronoun
1. land in Melanesië
所罗门群岛
noun
1. een sterk zure chemische verbinding met de formule HNO₃ of een waterige oplossing daarvan
硝酸
noun
1. scheikundig element met symbool Sm en atoomnummer 62
  1. 釤
  2. 钐
noun
桑巴
adverb
一起
verb
1. bij elkaar verzamelen
会合
noun
1. een bevolking die een sociaal geheel vormt
公司
noun
2. verbinding van twee of meer zelfstandige woorden
合成词
/ˈsaːməvɑtɪŋ/
noun
1. een beknopte beschrijving van een inhoud
提要
/sa.ˈmo.wa/
pronoun
1. een land in Oceanië ten noorden van Nieuw-Zeeland en ten oosten van Australië...
萨摩亚
/ˈsɑmuˌrɑɪ/
noun
1. een lid van de vroegere Japanse krijgsstand
武士
noun
舢舨
pronoun
撒母耳記
/ˌsan maˈrino/
pronoun
1. een dwergstaat in Italië met republikeinse staatsinrichting.
圣马力诺
pronoun
1. klassieke taal en een van de officiële talen van India
梵語
/saʊ̯.to.ˌme.je̞n.prɪn.ˈtsi.pə/, /ˌsa.o.to.me.ʔɛn.ˈprɪn.si.pə/, /ˌsʌu.to.me.ɛn.ˈprɪn.si.pə/
pronoun
1. land en eilandengroep aan de westkust van Afrika in de Golf van Guinee
圣多美和普林西比
/sa.ˌu.di.ɑ.ˈra.bi.jə/, /zaʊ̯.di.ja.ˈra.bi.jə/
pronoun
1. en 2., land en staat in Azië
沙特阿拉伯
noun
1. plantenvocht
果汁
noun
1. plant die van organisch afval leeft
腐生生物
noun
1.
挖苦
noun
1. een Italiaans eiland in de Middellandse Zee
萨丁岛
/sɑtɛ'lit/
noun
卫星
noun
1. een weefsel vervaardigd met een weeftechniek, waarbij de kruispunten van de ketting-...
缎子
noun
讽刺
pronoun
1.
土星
/saˌudiaˈrabijə/
pronoun
1. en 2., land en staat in Azië
沙特阿拉伯王国
/'saʊna/
noun
1. een ruimte waarvan de temperatuur verhoogd wordt, zodat het lichaam begint te zweten (een zweetbad)
桑拿
/sɑu̯s/
noun
1. een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan voor extra smaak
沙司
/ˈsa.va/
pronoun
1. een rivier in Zuidoost-Europa met een lengte van 940 km.
薩瓦河
noun
1. een grasland met verspreid voorkomende bomengroei
大草原
noun
1. en 2. (bladeren van) Brassica oleracea convar. capitata var. sabauda)
野甘蓝
/sɑkso'fon/
noun
1. een metalen blaasinstrument met een enkel riet
  1. 萨克斯管
  2. 薩克斯風
pronoun
1. Denemarken, Noorwegen en Zweden.
斯堪的纳维亚
noun
1. scheikundig element met symbool Sc en atoomnummer 21
  1. 钪
  2. 鈧
noun
1. een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
刨
noun
2. het schaakspel als zodanig
象棋
/ˈsxagbɔrt/, /ˈsχagbɔrt/
noun
1. een vierkant bord met 64 donkere en lichte vakjes waarop schaak gespeeld wordt
棋盘
adverb
将杀
noun
1. een spel met verschillende stukken op een schaakbord
  1. 象棋
  2. 國際象棋
/sxaːldir/
noun
1. een dier met een schaal als uitwendig skelet
甲壳动物
noun
1. huidplooi bij de opening van de vulva, aan beide zijden van de vagina
阴唇
/'sxa:m.tə/
noun
1. eerste betekenisomschrijving
羞辱
noun
1. Ovis aries, een holhoornige herkauwer waarvan de gedomesticeerde soort wol levert
  1. 綿羊
  2. 羊
noun
1. werktuig om te knippen
  1. 剪刀
  2. 剪子
adjective
1. weinig in aantal of hoeveelheid
很少
noun
1. een ijzer dat onder de schoenen wordt gebonden of aan de schoenen is vastgemaakt, om zich daarmee over het ijs te verplaatsen
冰鞋
verb
1. zich voortbewegen op schaatsen
溜冰
/ˈsxaː.dyu̯/
noun
1. een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
  1. 阴影
  2. 陰影
noun
1. een sedimentair gesteente
頁岩
verb
1. blaasinstrument met een rechte conische boring en een los dubbel riet dat de toon vormt
芦管
noun
1. een zaak die iemand in opspraak brengt en waarvan mensen schande spreken
丑闻
noun
1. iets wat bij het publiek minachting oproept, iets oneervols
羞恥
noun
1. een wintersport waarbij op skis van een helling (de schans) gesprongen wordt. Het doel daarbij is om zowel zo ver als zo mooi mogelijk te springen
跳台滑雪
noun
1. een plank om iets op te zetten
架子
noun
1. het vlees van een schaap
羊肉
noun
1. verzamelde rijkdom
  1. 珍宝
  2. 珍寶
  3. 宝藏
  4. 寶藏
noun
柔荑花序
/'sxɑtə(n)/, /'sχɑtə(n)/
verb
2. benaderen van een waarde door berekening
认为
adjective
1. leuk, aardig, enig
可爱
noun
1. houder waarin men een zwaard of mes kan steken
刀鞘
/'sχedəl/
noun
頭骨
noun
1. voorkant van het onderbeen van de mens tussen de knie en de enkel
胫
/ˈsxenben/
noun
胫骨
noun
1. het verkeer op het water
航海
noun
剃须刀
/ˈsxɪːrkʋɑst/
noun
1. een dikke kwast waarmee men scheerzeep aanbrengen
剃须刷
/sxeːrmɛs/, /sχɪːrmɛs/
noun
1. een bijzonder scherp mes waarmee men zich kan scheren
剃刀
noun
1. wetenschap die zich bezig houdt met de studie van de samenstelling en de bouw van de stoffen
化學
adjective
1. dat wat tot de scheikunde behoort, volgens de scheikunde
化学的
/'sxɛltwoːrt/
noun
1. een term die bedoeld is om iets of iemand te beledigen
脏话
verb
1. een verschil maken
照顾
noun
1. bepaald soort kabeljauwachtige consumptievis, Melanogrammus aeglefinus
黑線鱈
noun
2. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
日落
noun
1-2
腘
/'sxɛŋ.kə(n)/
verb
1. geven
赠送
/ˈsxɛpə(n)/
verb
1. doen ontstaan uit niets
创造
/sxeːrə(n)/, /sχɪːrə(n)/
verb
  1. 1. baard afsnijden
  2. 2. zich de baard kort afsnijden
剃
noun
1. verticale draden van het weefgetouw
山脉
adjective
1. goed snijdend
銳利
verb
  1. 1. met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
  2. 2. in overdrachtelijke zin: een korte maar rake beschrijving van iets geven
勾划
noun
1. ziekte ten gevolge van ascorbinezuurdeficiëntie
壞血病
/sxʏːrə(n)/
verb
1. in twee of meer delen trekken
扯
adverb
  1. 几乎
  2. 幾乎
noun
1. een landmassa die voor het grootste deel door water omgeven wordt, en slechts op (relatief) smalle verbinding heeft met het vasteland.
  1. 半岛
  2. 半島
pronoun
斯希蒙尼克島
/ˈsxi.tə(n)/, /ˈsχi.tə(n)/
verb
1. een projectiel afvuren met een wapen
射
/sxɛi̯f/
noun
1. plat en rond voorwerp
唱片
/sxɛi̯n/
adverb
1. bedriegelijk voorkomen
外表
verb
1. zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze
出版
noun
1. een procedure die tot doel heeft slechts de illusie of schone schijn op te houden
鬧劇
verb
  1. 3.
    送审
  2. 1. goed uitkomen
    适合
noun
1. buitenste bekleding van een vrucht
果皮
noun
  1. 2. een handwerksman die huizen schildert
    画家
  2. 1. een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
    畫家
verb
  1. 1-2.
  2. 1. een kunstwerk vervaardigen door met verf een beeld op een oppervlak te maken
  3. 2. een bouwwerk of voorwerp van een beschermend laag verf voorzien
画
/ˌsxɪldə'rɛː/, /ˌsχɪɫdə'rɛɪ/
noun
1. een met verf op doek of andere achtergrond gemaakte afbeelding
画儿
/sxɪldkliːr/, /sxɪɫtkliːr/, /sχɪɫtkliːr/
noun
1. klier
甲状腺
noun
1. orde van reptielen waarvan het voornaamste kenmerk is dat het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild
龜
verb
1. de schil van een vrucht verwijderen
削皮
noun
  1. 1. paardenras met een grotendeels witte vacht met fijne grijze of blauwige tekening
  2. 2. zwamsoort of substantie die op dode of levende organismen groeit.
白马
noun
2. rijk binnen de eukaryoten, Fungi
菌类
noun
  1. 2. grootste ruimte in de lengterichting van een kruiskerk
    1. 中殿
    2. 船
  2. 1. groot zeewaardig vaartuig
    船
noun
1. gesteente
頁岩
/'sxɪtərənt/
adjective
2. prachtig, bijzonder mooi
优秀
noun
1. een chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
精神分裂症
noun
1. alles wat men om de voeten heen kan dragen, zoals schoenen en laarzen
鞋
/sxun/
noun
1. voetbekleedsel
  1. 鞋
  2. 鞋子
noun
1.
鲸头鹳
noun
1. een 18e eeuws langsgetuigd zeilschip met oorspronkelijk 2, maar later ook meer masten
大篷車
noun
鞋拔子
noun
鞋匠
/ˈsxɔfəl/, /ˈsχɔfəɫ/
noun
1. een horizontaal liggend scherp geslepen mes van staal dat bevestigd is aan een houten steel
锄头
noun
1. schouder van paard of rund
十字
noun
1. iemand die basisonderwijs of voortgezet onderwijs volgt
学生
noun
1. een hangend speeltuig bestaande uit touw en een zitje, vooral gebruikt in kinderspeeltuinen
秋千
/ˈsxɔməlstul/
noun
1. een stoel, gewoonlijk op gebogen staanders, waarop men heen en weer kan schommelen
摇椅
/sxoːl/, /sxoːɫ/, /sχoːɫ/
noun
1. een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen
学校
noun
黑板
noun
1.
粉笔
/ˈsxoːl.tɑs/
noun
书包
/sxoːn/
adjective
2. proper
干净
noun
1. de vrouw van een zoon of dochter
媳
/ˈsxoːn·hɛɪt/
noun
1. de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
美
noun
选美
verb
1. reinigen
清洗
/ˈsxonmudər/
noun
1. de moeder van de huwelijkspartner
婆婆
noun
1. de vader van de huwelijkspartner
公公
noun
1. de man van een dochter of zoon
女婿
noun
1. rookkanaal boven een stookplaats
煙囪
/ˈsxotkɔmˌpjutər/
noun
1. een invouwbare, draagbare computer
笔记本
/'sxɔ.pə(n)/
noun
1. kaartkleur
黑桃
/'sxɔ.pə(n)/
verb
1. een trap geven
踢
pronoun
2. teken van de dierenriem van 23 oktober tot 22 november
天蝎座
noun
1. spinachtige met scharen en gifstekel
  1. 蠍子
  2. 蝎子
/ˈsxɔtlɑnt/, /ˈsçɔtlɑnt/
pronoun
1. deel van het Verenigd Koninkrijk
  1. 苏格兰
  2. 蘇格蘭
pronoun
1. een Engels dialect dat gesproken wordt in Schotland
蘇格蘭語
/ˌsxɔts.ɣa.ˈe.lis/, /ˌsxɔts.ɣa.ˈe.lɪs/, /ˌsχɔts.χa.ˈe.lis/
pronoun
1. Keltische taal die door ongeveer 60.000 personen wordt gesproken op de Schotse eilanden ...
苏格兰盖尔语
/sxreu̯/, /sχrɪːu̯/
noun
1. een luide (uit)roep
喊
/ˈsxreːʋə(n)/
verb
1. luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid
叫喊
/srɪft/, /sxrɪf/, /sxrɪft/
noun
  1. 3. de letter- en cijfertekens van een taal
  2. 4. de lettersoort gebruikt in boeken, teksten en inscripties
文字
noun
1. een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden
打字机
/ˈsrɛɪ̯fstər/, /ˈsxrɛɪ̯fstər/, /ˈsxrɛːfstər/
noun
1. een persoon van het vrouwelijk geslacht die op professionele manier boeken of verhalen schrijft
女作家
/'srɛɪ̯fʋɛɪ̯zə/, /'sxrɛɪ̯fwɛɪ̯zə/, /'sxrɛːfβ̞ɛːzə/
noun
1. spelling
拼写
adjective
1. wijdbeens
橫跨兩側
/ˈsxrɛ(i)və(n)/
verb
1. tekst in tekens vastleggen
  1. 写
  2. 寫
/ˈs(x)rɛɪvər/
noun
2. een persoon die beroepsmatig schrijft
作家zuòjiā)
noun
1. een jaar met 366 dagen
闰年
noun
  1. 3. sprong met een draai om de lengteas
    螺旋桨
  2. 1. voorwerp dat wordt gebruikt om andere voorwerpen vast te zetten
    螺釘
noun
1. een werktuig om schroeven vast of los te draaien
  1. 螺丝刀
  2. 螺絲刀
verb
1. zich verbergen
隐藏
noun
1.
gânîmâ guo ren
noun
庇护
/sxʌʏm/
noun
1. iets dat veel luchtbellen bevat
泡沫
noun
1. een soort wijn die koolzuurbelletjes bevat
气泡酒
noun
斜线
/sxœyt/
noun
1. een eenvoudig open vaartuig
船
noun
  1. 2. een verantwoordelijkheid die iemand wordt toegeschreven voor een laakbare gebeurtenis of toestand
    毛病
  2. 1. een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe niet betaald wordt
    错
/'sxɵldəx/
adverb
有罪
/'sxʏ.nəx/
adjective
  1. 2. laag, onbetamelijk (van karakter)
    吹毛求疵的
  2. 3. laag, onfatsoenlijk (van gedrag, handelingen en bewoordingen)
    豬肉
pronoun
1.
什未林
noun
1. ziekelijke verharding
硬化
/ˈskrɪp.si/
noun
1. een werkstuk over een (literatuur-) onderzoek dat gemaakt wordt om een opleiding te kunnen voltooien
  1. 論文
  2. 论文
noun
1. scheikundig element met symbool Sg en atoomnummer 106
𨭎
noun
1. SI-grondeenheid van tijd
  1. 秒
  2. 秒鐘
/səkrəta'rɛsə/
noun
vrouw
秘书
/səkʏnˈdɛːr/
adjective
中学
pronoun
西番雅书
pronoun
1. een rivier in Frankrijk
塞纳河
noun
1. een toestel dat beweging en of trillingen van de aardkorst waarneemt en registreert
地震儀
noun
1. de wetenschap van de aardbevingen
地震学
noun
1. een toestel dat beweging en of trillingen van de aardkorst waarneemt en registreert
地震儀
/sɛɪ̯.ˈzun/, /sɛː.ˈzun/
noun
1. elk van de vier periodes waarin het jaar verdeeld wordt
  1. 季
  2. 季节
/sɛks/
noun
2. geslachtsgemeenschap
性行为
noun
1. sekse
性别
noun
性別歧視
noun
性快感
noun
1. infectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
花柳病
noun
1. tuinkruid, vergelijkbaar met peterselie, maar dan met een veel sterkere smaak
芹菜
noun
1. bepaald soort plant, Apium graveolens
芹菜
noun
1. Scheikundig element met symbool Se en atoomnummer 34
硒
noun
硒
noun
1. taalkunde
语义
noun
1. halve cirkel
半圆
noun
符號學
noun
参议院
noun
上议员
/ˈse.ne.ˌɣɑl/, /ˈse.ne.ˌχɑɫ/
pronoun
1. land in West-Afrika
塞内加尔
/seˈnil/
adjective
1. aan de ouderdom eigen, door de ouderdom afgetakeld
遲鈍的
noun
1. geestelijke en lichamelijke ouderdomsverschijnselen
痴呆
noun
1. sterke beroering door een verrassend voorval of bericht
感觉
/ˈsɛnsɔr/
noun
1.
传感器
adjective
乌贼棕色
noun
1. negende maand van het jaar
九月
noun
1.
七和絃
noun
1.
七和絃
noun
1. septimool
七连音
noun
1. septool
七连音
/seˈkoja/, /seˈkɔja/
noun
1.1 benaming voor bomen uit het geslacht Sequoia
红杉
noun
1. een rang onder de onderofficieren
警长
noun
絲氨酸
/sə.'rɪŋ/
noun
1. boomsoort met welriekende bloesem, meest paars of wit in de vorm van een kaars
紫丁香
noun
1. een slang
蛇
noun
1. een computer die of computerprogramma dat diensten verleent aan andere programma's
服务器
/sɛrˈvɛt/
noun
1. een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
餐巾
/ˈsɛrvis/, /ˈsɛrvɪs/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Servië
塞尔维亚语
/ˈsɛrvi.jə/
noun
1. een land in Zuidoost-Europa.
塞尔维亚
/ˈsɛrvi.jər/
noun
1. een inwoner van Servië, of iemand afkomstig uit Servië
塞族人
noun
1. een uit Afrika afkomstige plant uit de familie Pedaliaceae
芝麻
noun
胡麻油
noun
六度
noun
1. hoekmeetinstrument
六分仪
noun
1. sextool
六连音
/se.ˈʃɛ.lə(n)/, /sɛɪ̯.ˈʃɛ.lə(n)/
pronoun
1. een land in de Indische Oceaan, officieel de Republiek der Seychellen
塞舌尔
noun
3. bolvormig vlak rond een centraal punt
球面
/ˈʃɑm.po/
noun
1. product, meestal in vloeibare vorm, dat bedoeld is om het haar te wassen.
洗发精
noun
1. een Spaanse versterkte wijn
雪利酒
noun
1. klein hondenras, afkomstig uit Tibet
西施犬
noun
神道
abbreviation
1. Internationaal Stelsel van Eenheden
国际单位制
pronoun
西伯利亚
adverb
2. het staat zo letterlijk in de brontekst
原文如此
/sɪˈsɪlɪʲə/
pronoun
Italiaans eiland ten zuiden van het Italiaanse schiereiland
西西里岛
/ˈsirat/
noun
1. een voorwerp, meestal van edele metalen en edelstenen, dat bedoeld is het menselijk lichaam te tooien
首饰
/ˈsiradə(n)/
noun
1. naamwoord meervoud van sieraad
首饰
/ˌsʲɛ.rɑ.le.ˈjo.ne/, /ˌʃæː.ra.le.ˈjo.nə/, /ˌʃɛ.ra.le.ˈjo.nə/
pronoun
1. een land in West-Afrika, officieel de Republiek Sierra Leone
塞拉利昂
noun
雪茄烟
/sɪɣɑˈrɛt/, /sɪʝɑˈrɛt/
noun
in papier gerolde tabak
香烟
/sɪɲˈaːl/
noun
1,2,3,4,5,6. vorm van informatie
信号
adjective
信号蓝
adjective
信号褐
adjective
信号黄
adjective
信号灰
adjective
信号绿
adjective
交通橙
adjective
信号紫罗兰
adjective
信号白
adjective
信号黑
noun
1. benaming voor een hoefdier Cervus nippon
梅花鹿
/ˈsɪkəl/
noun
1. maaiwerktuig met halvemaanvormig lemmet
鐮刀
/siˈleziˌʲə/
pronoun
1. een historische regio in Midden-Europa
西里西亞
noun
硅酸盐
noun
1. Scheikundig element met symbool Si en atoomnummer 14
  1. 硅
  2. 矽
pronoun
2. spelwoord voor de letter s
苏珊
/sɪmpəł/
adjective
1. zonder veel complicaties
朴素
verb
模拟
noun
1. Vrucht van de sinaasappelboom
  1. 橙子
  2. 橙
noun
1. boom van de Citrus sinensis
橙树
preposition
1. sedert, vanaf het moment dat
从
/sɪŋ.(g)ɣa.poːr/, /sɪŋ.gɑ.poːr/, /sɪŋ.gɑ.po̝ːr/
pronoun
1. een stadstaat in Zuidoost-Azië
新加坡
noun
1.
汉学家
/ˌsɪntøˈsta(t)sijʏs/
pronoun
圣尤斯特歇斯
/sɪnt.'maːr.tən/
pronoun
1. eiland in het noordoostelijke gedeelte van de Caraïbische Zee
圣马丁岛
noun
1. bepaald Zwitsers ras van grote dogachtige honden
聖伯納犬
noun
1. Pecten jakobeus
扇貝
noun
貫葉連翹
pronoun
1.
圣劳伦斯河
pronoun
1. een stad in Rusland, het voormalige Leningrad
圣彼得堡
noun
正弦
noun
1. een ontsteking van een bijholte van de neusholte
慢性鼻窦炎
/ˈsɪsklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
塞擦音
noun
1.
锡塔琴
/sity'waː(t)si/
noun
1. hoe de zaken er voorliggen
情况
noun
1. een langwerpige lap stof die om de hals gedragen wordt
围巾
/ʃɑ'blo:n/
noun
模板
noun
1. een kleine uiensoort
火葱
noun
什叶派
/ʃul/
noun
犹太教堂
verb
1. lopen met een zware lading
闲荡
/ʃʋɑ/
noun
1. toonloze klinker
中央元音
noun
1. samenstel van onderdelen dat het lichaam stevigheid geeft
骨头架子
noun
滑雪板
noun
1. skin-effect
集膚效應
verb
1. zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
滑雪
/ˈskɔp.jə/
pronoun
1. de hoofdstad van Noord-Macedonië
斯科普里
noun
  1. 2 en 3. (bladeren van) Lactuca sativa
    1. 莴苣
    2. 萵苣
  2. 1. plant van de soort Lactuca
    莴苣属
/slaːf/
noun
1. een persoon die het bezit is van een ander
奴隶
/slap/
noun
  1. 3. zijvlak van het hoofd
    1. 太阳穴
    2. 鬓角
  2. 1. periode van inactiviteit
    睡眠
noun
1. een kamer die hoofdzakelijk gebruikt wordt om in te slapen
  1. 卧室
  2. 寝室
/slɑp/
noun
1. doekje om op te morsen
围兜
/ˈslɑx.hœːs/, /ˈslɑxt.ɦœːs/, /ˈslɑχ.tœʏ̯s/
noun
1. een bedrijf waar dieren geslacht worden
屠宰场
noun
  1. 1. een dier dat gedood wordt als offer voor een godheid
  2. 2. iets of iemand die kwalijke gevolgen ondervindt van een gebeurtenis
  3. 3. in het bijzonder iemand die sterft (of gewond raakt) ten gevolge van een gebeurtenis (ramp of gewelddaad)
受害人
noun
1. een ader die van het hart af stroomt
動脈
noun
1. een verkoper van vlees
卖肉
noun
1. door schade sterk naar één kan overhellen van een schip
歪位
noun
1. benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
蛇
noun
弄蛇人
noun
蛇毒
adjective
苗條
adjective
酸软
verb
1. in een toestand van lichamelijke rust verkeren
  1. 睡觉
  2. 睡
/ˈsla.pə.rəx/, /ˈsla.pə.rəχ/, /ˈsla.pə.rɪx/
adjective
1. behoefte tot slaap vertonend
困倦
/ˈslaː.və(n)ˌsxɪp/
noun
奴隸船
adjective
斯拉夫
pronoun
斯拉夫
/slɛçt/
adjective
1. niet goed
坏
/slɛçt/
adverb
1. niet goed
不对
adverb
1. alleen maar, vervoeging van slecht
只有
noun
1. Falco peregrinus, een roofvogel en de snelst vliegende vogel ter wereld
游隼
noun
1. slee
雪橇
noun
1. een voertuig dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
雪橇
noun
1. een krachtige boot die andere vaartuigen versleept
拖船
noun
1. het met een bijl in houtblokken hakken van boomstammen
磨损
verb
1. (langzaam) ergens heen lopen, futloos of lusteloos
闲荡
noun
婊子
/sløːtəl/, /sløːtəɫ/, /ˈslø.tɔɫ/
noun
  1. 1. werktuig om te (ont)sluiten
  2. 4. een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend of toegang kan worden verkregen
钥匙
/slɛɪm/
noun
1. kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
黏液
noun
1. slijm afscheidend membraan
黏膜
/slɛɪ̯.ˈta.zʲə/, /ˈslɛɪ̯.taːʃ/
noun
1. schade die door langdurig gebruik geleidelijk aangericht wordt
磨损
noun
食管shíguǎn)
verb
1. een structuur ontmantelen, afbreken
拆卸
noun
1. mechanisme waarmee in combinatie met bijvoorbeeld een sleutel een deur of een raam kan worden afgesloten
鎻
noun
1. slottoon
根音
/sloˈvens/, /sloˈveːns/, /sloˈweːns/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Slovenië
斯洛文尼亚语
/sloˈveni.jə/, /sloˈveːni.jə/, /sloˈweːni.jə/
pronoun
1. een land in Centraal-Europa
斯洛文尼亚
/slo.ˈwaks/, /slo.ˈʋaks/, /slo.ˈβ̞aks/
pronoun
1. een Slavische taal die wordt gesproken in Slowakije
斯洛伐克语
/ˌslowaˈkɛɪ̯.jə/, /ˌsloʋaˈkɛɪ̯.jə/, /ˌsloβ̞aˈkɛː.jə/
pronoun
1. een land in Midden-Europa; het oostelijke deel van het voormalige Tsjechoslowakije.
斯洛伐克
noun
走私
noun
船閘
verb
1. toedoen, dichtmaken
  1. 关
  2. 關
noun
祖母绿
adjective
翡翠绿色
/smekə(n)/
verb
1. nederig om een gunst verzoeken
恳求
noun
灰背隼
/ˈsmɛltkrus/
noun
  1. 1. vuurvaste pot voor het mengen van gesmolten metaal
    坩堝
  2. 2.
    大熔炉
/smɛltpʌnt/
noun
1. de temperatuur waarbij iets gaat smelten
熔点
noun
1. iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
鍛工
verb
3. iets in enig vet aanbraden, vervolgens vocht toevoegen en afdekken om het zachtjes gaar te laten worden
焖
noun
  1. 1. strip- en tekenfilmfiguur in de vorm van een soort blauwe kabouter met een wit mutsje
  2. 3. iemand die niet meetelt
蓝精灵
noun
2. lang zeer dun rond en flexibel voorwerp
绳子
noun
1. muziekinstrument met snaren
弦乐器
noun
1. een zaak waar men snacks en andere gefrituurde etenswaren verkoopt
小吃店
/ˈsnavəɫ/
noun
1. bek van een vogel of schildpad
喙
/sneʊ̯/, /sneːβ̞/, /snɪːβ̞/
noun
1. in kristallen bevroren water
雪
/ˈsneʊ̯bɑl/, /ˈsnɪːwbɑɫ/
noun
1. een tot een bal samengepakte hoeveelheid sneeuw, vaak bedoeld voor een speels sneeuwballengevecht
雪球
adjective
1. verblind door de hevige schittering van de sneeuw
雪盲症
verb
1. het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken
下雪
noun
雪雁
noun
1. patrijsachtige vogel uit koude streken, die in de zomer een bruinig...
岩雷鸟
noun
1. een pop die gemaakt is van sneeuw
雪人
noun
1. een pop die gemaakt is van sneeuw
雪人
/'snew.stɔrm/
noun
暴风雪
noun
1. bepaald soort vogel, Bubo scandiacus
雪鸮
pronoun
白雪
noun
1. de verandering in de tijd van de plaats van een voorwerp
速度
noun
莙薘菜
/ˈsnɛɪdə(n)/
verb
1. met een scherp voorwerp in stukken delen
cut
/ˈsnujə(n)/
verb
1. terugbrengen op gewenste lengte
修剪
/ˈsnujsxar/, /ˈsnujsχar/
noun
1. een stevige, korte schaar voor het snoeien van planten, struiken e.d.
修枝剪
noun
1. een holle gebogen buis van rubber of plastic, met een mondstuk, dat je in staat stelt adem te halen als je aan het wateroppervlak zwemt met je hoofd onder water.
通气管
noun
1. soort skiplank
滑雪板
verb
2.
拉
verb
1. ademen met een niet goed geopende luchtpijp, waardoor een rochelend geluid ontstaat
打鼾
adjective
1.
溫和的
noun
社交性
noun
阶级
noun
社会主义
noun
1. wetenschap
社会学
/so.si.e.'tɛit/
abbreviation
1. een gezelligheidsvereniging
公司
/su.ˈdɑn/, /zu.ˈdaːn/
pronoun
1. land in Noordoost Afrika dat voor een groot deel in en rond het stroomgebied van de rivier Nijl ligt, officieel de Republiek Sudan
  1. 苏丹
  2. 苏丹共和国
noun
蘇非主義
noun
遜尼派
noun
1. vloeibaar gerecht
汤
noun
詭辯
noun
1. de verzamelnaam voor besturings- en toepassingsprogramma's,...
  1. 软件
  2. 軟體
  3. 軟件
  4. 软体
noun
程序员
noun
1. de sojaplant is een peulvrucht waarvan de boon als grondstof dient voor veel producten
大豆
noun
1. eiwitrijke boon van de sojaplant
大豆
noun
豆乳
noun
1. kous die tot net boven de enkel komt
短襪
noun
1. Japans symbool dat een kleine つ of ツ voorstelt
促音
/sɔlˈdaːt/
noun
1. krijgsman met de laagste rang binnen een strijdmacht
  1. 士兵
  2. 军人
  3. 軍人
noun
唱名
/sɔm/
noun
1. resultaat van een optelling
和
pronoun
1. een taal die vooral wordt gesproken in Somalië
索马里语
/so.'ma.li.jə/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika, officieel de Somalische Republiek
  1. 索马里
  2. 索馬里
noun
1. instrumentaal muziekstuk
奏鸣曲
noun
歌詞
phraseologicalUnit
1. compactheid
密度
pronoun
1. een groep Slavische talen die wordt gesproken in het oosten van Saksen en het zuidoosten van Brandenburg
文德语
noun
弱音器
interjection
1. een informele verontschuldiging of excuses
对不起
noun
弱音器
noun
1. klein voorwerp dat helpt om aan een prettige ervaring met een plaats of persoon terug te denken
紀念品
pronoun
苏联
noun
1. een staaf die de naaf en de velg van een wiel verbindt
轮辐
/ˈspakbeɪn/
noun
bot in de onderarm
桡骨
/spaːns/
pronoun
1. een taal die oorspronkelijk werd gesproken in (het centrale deel van) Spanje,...
  1. 西班牙语
  2. 西班牙語
noun
椒
noun
1. afgesloten voorwerp waarin contant geld opgespaard wordt
扑满
noun
意大利面
noun
1.ongewenste e-mail
滥发电子讯息
/ˈspɑ.ɲard/, /ˈspɑɲ.jart/
noun
1. een inwoner van Spanje, of iemand afkomstig uit Spanje
西班牙人
/ˈspɑ.ɲə/, /ˈspɑɲ.jə/
pronoun
1. een land in het zuidwesten van Europa op het Iberisch Schiereiland
西班牙
/ˈspa.rə(n)/
verb
1. geld niet uitgeven
省
noun
1. benaming voor middelgrote robuuste vogels behorende tot de familie Picidae
啄木鸟
noun
1. specificatie
规格
adjective
1. kenmerkend
特定的
adverb
1. in het bijzonder
特定的
noun
1. kleurenband
光谱
noun
1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
口水
/ˈspelɣud/, /ˈspelɣut/, /ˈspɪːɫχut/
noun
1. één of meer voorwerpen voor kinderen om mee te spelen
玩具
noun
2. bedieningsorganen van een muziekinstrument
控制台
noun
  1. 1. rubber of plastic afsluiting op een zuigfles
    奶嘴
  2. 2. tepel van een zoogdier
    奶头
noun
1. een big dat nog gezoogd wordt
小猪
/spɪːr/
noun
1. lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht of oorlogvoering
矛
noun
1. bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
游戏
/ˈspeːlə(n)/
verb
  1. 打
  2. 拉
noun
  1. 3. acteur
    演员
    1. 1. deelnemer aan een spel
    2. 2. een partij
    球员
/ˈspɛlɪŋ/
noun
1. de al dan niet vastgelegde manier waarop de woorden van een taal geschreven worden
拼写
noun
1. grove tarwesoort
斯佩耳特小麦
noun
1. Accipiter nisus, een kleine snelle roofvogel
雀鹰
noun
1. en 2. (peul van) cultivar van Phaseolus vulgaris
豆角
pronoun
1.
施派尔
noun
1. beelden terugkaatsend voorwerp
镜子
noun
1. een orgaan
筋
/ˈspiːrpɛɪ̯n/, /ˈspiːrpɛːn/
noun
1. pijn in een spier
酸疼
verb
1.
翘课
noun
1. metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
钉子
verb
自尋煩惱
noun
楔形文字
noun
1. geleedpotig dier met acht poten
蜘蛛
noun
1. bepaald soort snelgroeiende, eenjarige plant, Spinacia oleracea
菠菜
/spɪndɘ/
noun
1. een voorraadkast, een provisiekast
食品储藏室
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
蜘蛛
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Araneae
蜘蛛
noun
特务
noun
1. een kromme lijn
螺旋
pronoun
1. een Noorse eilandengroep
斯瓦尔巴
/splet/
noun
缝隙
adverb
1. binnen een kort tijdsbestek
近期
verb
冲洗
noun
海绵
noun
1. een geestverschijning die een bepaald gebouw of bepaalde locatie onveilig maakt
鬼
noun
  1. 铁路
  2. 鐵路
adjective
散乱
/spɔrt/
noun
1. lichaamsbeweging
  1. 运动
  2. 運動
noun
1. beoefenaar van een sport
运动员
/sprak/
noun
1. het vermogen om te spreken
语言
noun
1. een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal
语法
noun
语法
noun
1. een voordracht voor een publiek over een bepaald onderwerp
演說
noun
成語
noun
1. Sturnus vulgaris, een middelgrote zangvogel
  1. 紫翅椋鸟
  2. 椋鳥
/ˈspreːkə(n)/
verb
1. zich met behulp van de stem uiten
  1. 说话
  2. 说
/ˈspɾøkə(n)/
noun
箴言
noun
1. Antidorcas marsupialis, een aan de gazelle verwante antilope, leeft in Zuid-Afrika
跳羚
verb
1. na zich tegen de zwaartekracht afgezet te hebben een korte vrije val door de lucht maken
跳
noun
1. een insect van de Orthoptera-orde
  1. 蚂蚱
  2. 螞蚱
noun
1. bepaald soort vrij kleine vogel met gestreepte bovenzijde en monotone zang, Locustella naevia
黑斑蝗莺
noun
1. een bruin vlekje op de huid dat veroorzaakt wordt door ultraviolet licht
雀斑
noun
1. verzonnen vertelling
童话
noun
2. een uitloper van de spruitkool
抱子甘藍
/'spy.ɣə(n)/
verb
1. speeksel uit de mond doen uitschieten
吐痰
noun
东西
/sri.ˈlɑŋ.ka/
pronoun
1. een republiek in Azië gelegen op een eiland ten zuiden van India
  1. 斯里兰卡
  2. 斯里兰卡民主社会主义共和国
/staːɫ/
noun
1. een legering van ijzer en koolstof
  1. 钢
  2. 钢铁
adjective
鋼青色
noun
1. een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
尾
noun
尾骨
noun
银喉长尾山雀
noun
彗星
noun
  1. 1. een land
  2. 1. toestand
國家
noun
1. illegale afzetting van een regering
政變
noun
1. een persoon die deelneemt aan de regering van een land
国务卿
adjective
1. standvastig, duurzaam
稳定
adverb
1.
断奏
/stɑd/, /stɑt/
noun
Woonplaats
  1. 城
  2. 城市
noun
2. iemand die in dezelfde grote plaats is geboren
同乡
/ˈstɑt.stat/
noun
1. staatsvorm
城邦
/ˈstɑts.ʋɑn.də.lɪŋ/, /ˈstɑts.β̞ɑn.də.lɪŋ/
noun
1. een wandeling door een stad, meestal met als doel belangrijkste plekken te bezichtigen
有向导的城市游览
noun
1.
大律师
/'stakɪŋ/
noun
1. het neerleggen van de werkzaamheden, meest uit protest of om verbeteringen af te dwingen
罢工
/stɑl/
noun
1. ruimte bestemd voor de huisvesting van dier(en)
馬厩
noun
4. op verwantschap berustende samenlevingsvorm van meer families in beschavingen met weinig verstedelijking
部落
/ˈstɑn.dard.ˌɑf.wɛɪ̯.kɪŋ/, /ˈstɑn.dart.ˌɑf.ʋɛɪ̯.kɪŋ/, /ˈstɑn.dart.ˌɑf.β̞ɛː.kɪŋ/
noun
1. spreidingsmaat
标准差
/ˈstɑn.dar.de.vi.ˈja.si/, /ˈstɑn.dar.de.vi.ˈja.tsi/, /ˈstɑn.dar.te.vi.ˈja.si/
noun
1. spreidingsmaat
标准差
noun
1. standaardmuziektoon
音叉
noun
1. een kunstzinnige afbeelding vaak van een persoon in drie dimensies, meestal gehouwen in steen of gegoten in metaal
雕像
noun
1. een gestructureerde hoop spullen
堆
noun
1. een begin ergens van
起飞
/sta.ˈsʲɔn/
noun
1. plaats waar voertuigen kunnen stoppen
站
noun
1. huidige stand van zaken
现状
noun
市民
adverb
1. voortdurend
总是
noun
1.
老虎车
/sten/, /steːn/
noun
1. een harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar omvattende vele soorten
  1. 石
  2. 石头
noun
1. vogel uit de familie der arendachtigen
红头雕
pronoun
2. teken van de dierenriem van 22 december tot 20 januari
摩羯座
noun
1.1 bepaald soort zoogdier, Capra ibex
羱羊
noun
南回归线
noun
石版画
adjective
石灰色
noun
1. zwart-bruine stof die ontstaan is door plantenafzettingen en gebruikt wordt als energiebron
烟煤
noun
1. bepaald soort zoogdier, Martes foina
貂
/ˈstentɛit/
noun
石器時代
noun
vlezige vrucht waarvan het binnenste deel steenhard is
核果
noun
2. werkvloerconstructie in de bouw
腳手架
noun
1. een groot knaagdier met stekelige vacht
豪猪
/stɛl/, /stɛɫ/
noun
1. een tweetal of een klein aantal bij elkaar behorende onderdelen of mensen
两
verb
1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
偷
noun
1. een bewering die men als waarheid aangenomen wil zien worden
部位
/stɛlsəl/
noun
  1. 1. een geordend geheel, samenstel van delen
  2. 2. een systeem
系统
/stɛlt/
noun
高跷
noun
  1. 2. het geluid dat een mens bij het spreken voortbrengt
    声
    1. 1. het geluid dat door het trillen van de menslijke stembanden wordt geproduceerd
    2. 6. een keuze gemaakt door een stemmer (kiezer) bij een stemming (verkiezing)
    声音
noun
1. geluidvoortbrengende plooien in het strottenhoofd
声带
noun
1.
投票室
noun
1. stemhamer
调音器
/stεmə(n)/
verb
1. deelnemen aan een verkiezing
投票
adjective
溫和的
/ˈstɛmpəl/, /ˈstɛmpəɫ/
noun
A3. beschrijvende plantkunde: bovenste gedeelte van de stamper in een bloem
柱头
noun
1. verplichting om te stemmen
強制投票
noun
1. stemtoonhoogte
音叉
/stɛmvɔrək/
noun
1. stemvork
音叉
noun
1. een hemellichaam, een gasbol die licht uitzendt door kernfusie
  1. 星
  2. 恆星
  3. 恒星
  4. 明星
noun
球面度
noun
八角
noun
1. bepaald soort plant, Chrysophyllum cainito
星
noun
以刻板印象为特征
noun
1. een getal dat aangeeft hoeveel sterfgevallen er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
死亡率
adjective
  1. 1. zonder microbiële besmetting, heel schoon
  2. 2. onvruchtbaar
不孕的
/stɛrk/
adjective
1. krachtig
厉害
noun
1. verzameling dicht bijeen staande sterren
星团
noun
1. wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
天文学
noun
恒星系统
verb
1. overgaan van levende toestand naar dode toestand
死
noun
楊桃
noun
1. bepaald soort anadrome vis, Acipenser sturio
  1. 鱘魚
  2. 鲟鱼
adjective
  1. 1. van aanzienlijk sterkte
  2. 3. flink
厉害
/ˈstif.mu.dər/
noun
1. latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
繼母
noun
1. echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
繼父
pronoun
  1. 2. astrologisch teken
  2. 1. sterrenbeeld van de dierenriem
金牛座
/stiːr/
noun
公牛
pronoun
1. deelstaat van Oostenrijk
施蒂利亚州
noun
淀粉
noun
1. stilistische niveau van taalgebruik
套准
/ˈstɪkstɔf/
noun
1. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
氮
pronoun
1. de oceaan die ligt tussen Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië
太平洋
verb
停住
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mephitis mephitis
臭鼬
verb
1. een onaangename geur hebben
臭
noun
1. actievoering waarbij voorschriften en regels naar de letter gevolgd worden
按章工作
pronoun
1. de hoofdstad van Zweden
斯德哥尔摩
/stul/, /stuɫ/
noun
1. zitmeubel
椅子
/'stulɣɑŋ/
noun
2.
粪便
noun
2. trottoir
人行道
noun
1. een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
(军队建制)排
noun
2. de locatie
馬棚
noun
  1. 2. weefsel, textiel
    物質
  2. 1. heel kleine deeltjes
    塵土
adjective
土灰色
/'stɔfʋɪsəlɪɳ/
noun
1. het geheel van chemische processen dat gepaard gaat met het in leven zijn van een wezen
新陈代谢
noun
1. een elektrisch toestel dat stof en kleine deeltjes opzuigt
吸塵器
/stɔk/
noun
手杖
noun
法式长棍面包
noun
1.Suricata suricatta, roofdier behorend tot de mangoesten
狐獴
noun
1. gedroogde kabeljauw of kabeljauwachtige vis, zoals heek, leng, lom, schelvis en koolvis
鱈魚
/ˈstɔlɪŋsɣəˌstentə/
noun
1. gesteente bestaande uit gestolde lava of gestold magma.
  1. 岩浆岩
  2. 火成岩
adjective
3. dom
傻的
noun
1. dom persoon
笨蛋
noun
1. iemand die ergerlijk stom doet
傻子
noun
een bijzonder onverstandige daad
愚蠢
noun
蒸氣
noun
汽锅
noun
1. een locomotief die wordt aangedreven door een stoommachine
  1. 蒸汽机车
  2. 蒸汽機車
/ˈstɔplɪxt/
noun
1. een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
交通號誌
/ˈstɔ.pɔɫ.ˌbart/, /ˈstɔ.pəl.ˌbard/, /ˈstɔ.pəɫ.ˌbart/
noun
1. een baard waarvan de haren slechts enkele millimeters lang zijn, alsof deze pas een à twee dagen oud is
胡子茬
noun
1. een hinderlijke onderbreking, een bepaald proces wordt onderbroken of bemoeilijkt
阻礙
noun
1. erg harde wind
暴风
noun
een toestel, balk, e.d. om een deur, poort te forceren
破城槌
noun
阵雨
/straɫ/, /ˈstral/
noun
  1. 2. een bundel elektromagnetische straling
    光线
  2. 1. de lijn van middelpunt naar omtrek
    半径
  3. 3. spuitend gas of vloeistof
    射流
noun
折射
/strat/
noun
1. een weg tussen de huizen in een bewoonde plaats
  1. 街
  2. 路
noun
1. hoofdstad van de Franse regio Grand Est
斯特拉斯堡
noun
1. informele, soms ruwe taal met veel invloed uit talen van immigranten,...
俚语
noun
1. onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding
惩罚
/ˈstrɑfə(n)/
verb
1. negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
懲罰
pronoun
1.
施特拉尔松
noun
1. Strook land langs de kust
  1. 海滩
  2. 沙滩
noun
1. een plan om iets te bereiken
战略
noun
平流层
noun
1. een kegelvormige vulkaan met traagvloeibare lava
複式火山
pronoun
1. een stad in de Duitse deelstaat Beieren
施特劳宾
noun
2. een handige manipulatie
圈
noun
1. een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
手纹
noun
1.
手纹
noun
1. een handgemeen
争吵
noun
双轮战车
/ˈstrɛɪ̯.gɛɪ̯zər/, /ˈstrɛɪ̯k.ʔɛɪ̯zər/, /ˈstrɛː.kɛːzər/
noun
1. een huishoudelijk gereedschap dat gebruikt wordt om textiel glad te strijken
熨斗
noun
1. een constructie waarmee de snaren van een strijkinstrument in trilling gebracht worden
提琴弓
noun
1. een boek met een verhaal in beeldvorm
漫画
noun
1. een boek met een verhaal in beeldvorm
漫画
/stro/
noun
1. droge bloeistengels van graangewassen
秸秆
noun
大便
noun
iemand die domme dingen doet
混球
noun
1. scheikundig element met symbool Sr en atoomnummer 38
锶
noun
1. zweertje op het ooglid
針眼
noun
2. strook stof of papier
部
/ˈstroklɑt/
noun
眼鏡蛇
/stroːm/
noun
  1. 1. rivier, beek
    江
  2. 2. elektriciteit
    电
noun
流域
noun
1. dikke, viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost
糖漿
noun
領帶
noun
喉
noun
1. een dun, dekselachtig kraakbeenklepje, bedekt met een slijmvlies, dat zich aan de basis van de tong bevindt
会厌
noun
喉
noun
1. heester
灌木
noun
1. bepaald soort in heel Europa voorkomende plant, Calluna vulgaris
帚石楠
/ˈstrœʏ̯sˌfoχɔɫ/, /ˈstrœːsˌfoːɣəl/, /ˈstrœːzˌvoːɣəl/
noun
1. Struthio camelus, grote loopvogel, die niet kan vliegen
鸵鸟
noun
1. zeer vergiftig alkaloïde
番木鳖碱
noun
1. iemand die hoger onderwijs volgt
学生
verb
1. het volgen van een opleiding en verwerven van kennis als voornaamste bezigheid
学习
noun
1.
研究
noun
教科書
noun
1.
花粉
/stɵk/
noun
7. aantrekkelijk persoon
卡农
noun
1. Soort bouwvakker
灰泥艺术家
noun
onverstandigheid, onverstandige/ondoordachte daad
愚蠢
/'styːrə(n)/
verb
2. het stuur van een auto bedienen.
开
pronoun
1. hoofdstad van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg
斯图加特
/styːr/
noun
1. een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig
驾驶盘
noun
1. de rechterzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
右舷
noun
1. knuppel of stok waarmee gestuurd kan worden in een vliegtuig
驾驶杆
noun
1. iemand die een vaartuig bestuurt
舵工
adjective
可憎的
/stywadɔːr/
noun
1. degene die verantwoordelijk is voor het gebalanceerd laden en lossen van schepen
码头工人
noun
次大陆
noun
2. het proces waarbij een vaste stof overgaat in zijn dampfase
升华
noun
1. zelfstandig naamwoord
名词
noun
1. subtonica
下主音
noun
1. gewenste resultaat van een opzet
成功
/suˈdɑn/
pronoun
land in Noordoost Afrika, officieel de Republiek Sudan
  1. 苏丹
  2. 苏丹共和国
noun
1. een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
後綴
noun
1. zoetstof
  1. 糖
  2. 砂糖
noun
1. bepaalde ondersoort van de biet waaruit bietsuiker gewonnen wordt
甜菜
noun
吃糖
noun
1. een vaatje bedoeld om een voorraadje suiker op tafel te brengen
糖厂主
noun
1. een rietsoort die verbouwd wordt vanwege zijn suikergehalte en waaruit rietsuiker gewonnen wordt
甘蔗
/ˈsœʏkərˌspɪn/, /ˈsœːkərˌspɪn/
noun
1. lekkernij bestaande uit een hoeveelheid gesponnen suiker aan een stokje
棉花糖
noun
1. stofwisselingsziekte waarbij het bloed een te hoog gehalte aan suiker bevat
糖尿病
noun
1. dom, onhandig persoon
笨蛋
noun
1., 2. en 3. (gedroogde vrycht van) een variëteit van de druif Vitis vinifera
蘇丹娜葡萄
noun
2. sturend deel van de persoonlijkheid dat door opvoeding en socialisatie wordt gevormd en sociale normen en waarden bevat
超我
noun
1. een staat die zoveel macht heeft dat ze de wereldpolitiek beslissend kan beïnvloeden
超级大国
noun
超市
noun
het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert
超新星
noun
1. een plank waarop men surft
滑浪風帆
/ˌsy.ri.ˈna.mə/
pronoun
1. een land in Zuid-Amerika
苏里南
noun
超现实主义
pronoun
1. een Bantoetaal die veel gesproken wordt in Oost-Afrika
  1. 斯瓦希利语
  2. 斯瓦希里語
/ˈswa.zi.ˌlɑnd/, /ˈsʋa.zi.ˌlɑnt/, /ˈsβ̞a.zi.ˌlɑnt/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel het Koninkrijk Swaziland
斯威士兰
pronoun
1. de grootste stad van Australië en de hoofdstad van de deelstaat Nieuw-Zuid-Wales
悉尼
noun
梅毒
noun
1. Teken
符号
noun
交响
noun
1. een gevoel van toegenegenheid
同情
adjective
1. met betrekking tot ziekteverschijnselen
症状的
noun
1. ziekteverschijnsel
症狀
noun
1. gebedshuis van joden.
犹太教堂
verb
花样游泳
noun
工会
/sɪnˈdrom/
noun
1. ziektebeeld
综合征
noun
1. gelijkbetekenend woord
同义词
noun
滑液
/sɪnˈtɑksəs/
noun
  1. 1.
  2. 2.
语法学
/ˈsi.ri.jə/, /ˈzi.ri.jə/
pronoun
1. een land in het Midden-Oosten, officieel de Arabische Republiek Syrië
  1. 叙利亚
  2. 敘利亞
/siˈstem/
noun
1. een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel...
系統
noun
系統思維
noun
1. de theorie over de systematische beschouwing van systemen in de natuur, wetenschap en of maatschappij
系统科学
noun
1. dun kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en zonder kraag
T恤
noun
1. een erfelijke aandoening van de exocriene klieren, gekenmerkt door de afscheiding van taai (visceus) slijm (mucus)
囊胞性纖維症
/taːk/
noun
1. een te verrichten werk
欠
/taːl/
noun
1. systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke...
  1. 语言
  2. 語言
noun
语法
noun
1. uitdrukkingen en zegswijzen uit een bepaalde taal
方言
noun
1. talengroepen die een zelfde voorgeschiedenis hebben
语言系属分类
/ˈtalklɑŋk/
noun
1.
  1. 音位
  2. 音素
noun
1. wetenschap
语言学
noun
1. een beoefenaar van de taalkunde
语言学家
/taːrt/
noun
1. cirkelvormig zoet gebak
蛋糕
noun
1. een genotsmiddel afkomstig van de bladeren van de tabaksplant, wordt gerookt, gekauwd en gesnoven
  1. 煙草
  2. 烟叶
noun
烟斗
noun
1. een geordende lijst met gegevens
阵列
noun
2. plak
平板
noun
1. een algemeen aanvaard moreel verbod; iets dat onbespreekbaar of ondenkbaar is
禁忌
cardinalNumeral
1. het getal 80
  1. 八
  2. 八十
noun
心动过速
/taˈdʒikɪˌstɑn/
pronoun
1. een land in een land in Centraal-Azië met als hoofdstad Doesjanbe
塔吉克斯坦
/ˈtafəɫ/
noun
1. een meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
桌子
noun
1. (sport) een spel waarbij twee spelers, ieder met een batje, een pingpongbal op tafel houden
乒乓球
noun
1. voetbal op een tafel met opstaande randen
玛丽珍鞋
pronoun
1. taal die op de Filipijnen gesproken wordt
  1. 塔加拉族语
  2. 塔加洛語
pronoun
大溪地
/tɑjˈfuːn/
noun
1. een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie.
台风
/ˌtɑjkoˈnaʊ̯t/, /ˌtɑjkoˈnɔʊ̯t/, /ˌtɑjkoˈnʌʊ̯t/
noun
1. een Chinese ruimtevaarder.
太空人
/tɑj'ʋɑn/
pronoun
台湾
/tɑk/
noun
1. een deel van een boom of struik
枝
noun
1. bijzondere aanleg
人才
/tɑɫx/
noun
2. het harde vet van sommige herkauwers
牛脂
/tɑlk/
noun
滑石
/'tɑlɪn/
pronoun
1. de hoofdstad van Estland
塔林
noun
1. en 2. (vruchten van de) tamarindeboom
酸豆
pronoun
1. taal die gesproken wordt in India, Sri Lanka, Singapore, en Maleisië
泰米尔语
noun
  1. 2. scherp uitsteeksel
    牙齿
  2. 1. hard en wittige gecalcificeerde structuur in de mond
    1. 牙齿
    2. 牙
noun
1. een medisch specialist op het gebied van de tandheelkunde
  1. 牙科医生
  2. 牙医
noun
1. aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën
龋齿
noun
1. borsteltje om de tanden mee te reinigen
牙刷
noun
1. wetenschap voor de verzorging van de tanden
牙醫學
noun
1. geperforeerde rand van een postzegel
打孔
/ˈtand.pɑs.taː/, /ˈtɑnt.pɑs.ta/
noun
1. een poetsmiddel voor de tanden
牙膏
/tɑntpɛin/
noun
1. pijn in één of meerdere tanden
牙痛
/ˈtɑntfles/
noun
1. deel van het mondslijmvlies waarin de tanden vastzitten
齿龈
noun
龋齿
noun
1. een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
牙线
/tɑŋ/
noun
1. een uit twee delen opgebouwd gereedschap waarvan de beide delen op één punt aan elkaar vastzitten...
  1. 鉗
  2. 钳子
pronoun
丹吉尔
noun
1. tango
探戈
noun
1. aanduiding voor de persoon die de moed had om voor een pantserwagen met kanon te gaan staan als vorm van geweldloos verzet
坦克人
/ˈtɑŋkstaʃɔː/, /ˈtɛŋkstɑʃɔn/
noun
加油站
noun
1. scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73
钽
noun
1. scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73
鉭
noun
1. zus of schoonzus van iemands vader of moeder
  1. 姨母
  2. 阿姨
/ˌtɑn.za.ˈni.ja/
pronoun
1. een land in Oost-Afrika
坦桑尼亚
noun
1. plakband
蘇格蘭威士忌
noun
地毯
noun
1. zetmeel verkregen uit de wortelknol van Manihot esculenta
木薯根淀粉
/ˈtapɪr/
noun
1. hoefdier, zo groot als een ezel en met een kleine beweeglijke slurf
貘
/tɑˈrif/
noun
1. een vastgesteld bedrag per eenheid
關稅
noun
1.
塔罗牌
noun
量皮重
pronoun
1. taal uit de Turkse talen met ongeveer anderhalf miljoen sprekers die vooral wordt gesproken in Tatarstan, een deelrepubliek van Rusland maar ook in andere delen van de vroegere Sovjet-Unie en daarbuiten
塔但语
pronoun
1. stad in Estland
塔尔图
/ˈtɑrʋə/
noun
  1. 2. meest verbouwde tarwe soort (Triticum aestivum)
  2. 3. zaad van tarwe
小麦
noun
1. zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
包
pronoun
塔斯馬尼亞州
pronoun
1. taal uit de Turkse talen met ongeveer anderhalf miljoen sprekers die vooral wordt gesproken in Tatarstan, een deelrepubliek van Rusland maar ook in andere delen van de vroegere Sovjet-Unie en daarbuiten
塔但语
noun
1. een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht
文身
/tatuʷ'erə(n)/
verb
1. met een naald en inkt een blijvende tekening in de huid inbrengen
刺
/tɑuˈge/
noun
1. uitlopers van mungbonen
綠豆芽
noun
套套逻辑
/tɑk.si/
noun
1. een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen
出租車
noun
分类学
preposition
1. plaats
太
/tiːm/
noun
  1. 1. een ploeg van bij elkaar horende spelers
  2. 2. een groep samenwerkende mensen
团队
noun
1. scheikundig element met symbool Tc en atoomnummer 43
锝
noun
1. De bewerkingen en verrichtingen die nodig zijn om iets tot stand te brengen
技术
noun
技术
/tef/
noun
1. wijfjeshond
母狗
noun
1. achtpotige parasiet uit de orde Ixodida
yanan
noun
1. vingers van de voet
脚趾
noun
人字拖
/ter/
noun
1. olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit
焦油
noun
1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes
骰子
noun
1. hybride kruising tussen een mannetjestijger en een vrouwtjesleeuw
虎狮
/ˈteɣəɫ/
noun
1. een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
弩箭
noun
1. een bouwvakker die wandtegels zet en vloertegels legt
瓷砖工人
noun
1. een actie tegen een actie
抵消
noun
1. een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwakt
解藥
verb
1. iets of iemand stoppen
停住
verb
1. zich met woorden verzetten
讨论
noun
1. verzet
电阻
noun
het iemend tegenwerken
电阻
noun
1. verdediging
电阻
adjective
2. aanwezig
在场
noun
1. vorm die aangeeft dat het huidige moment bedoeld wordt
现在式
noun
1. vaste verblijfplaats
家庭
noun
1. symbool, signaal, aanduiding
標誌
verb
een tekening maken
画
/ˈtekə(n)ˌfɪlm/, /ˈtekə(n)ˌfɪɫm/
noun
1. een film waarin een getekende realiteit wordt verbeeld
动画片
noun
  1. 3. een wijze waarop iets van figuren is voorzien of zich in figuren vertoont
    图案
  2. 4. een bouwkundig ontwerp
    地图
  3. 1. een door tekenen ontstane afbeelding of voorstelling
    画
  4. 2. een ondertekening
    签名
noun
  1. 2. de woorden van een compositie voor stemmen
    歌詞
  2. 1. verzameling letters en/of woorden
    課文
noun
1. discipline binnen de toegepaste taalkunde
篇章语言学
noun
1. een computerprogramma waarmee teksten kunnen worden geschreven en bewerkt
文字处理软件
noun
1. natuurlijke processen
地质构造
/ˌtelefoˈneːrən/
verb
1. een telefoon gebruiken
叫
/ˌtelə'fon/, /ˌteːlə'foːn/
noun
1. een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom
  1. 电话
  2. 電話
noun
1. een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting
电话号码
noun
1. een optisch instrument, waarmee ver verwijderde objecten bekeken kunnen worden
望远镜
verb
1. iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen
失望
noun
  1. 2. medium
  2. 1. elektrisch apparaat
  1. 电视
  2. 電視
noun
1.
对侧步
verb
1. aantal bepalen
数
noun
1. scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52
碲
pronoun
1. een Dravidische taal met ongeveer 70 miljoen sprekers
泰卢固语
noun
数词
verb
1. tam maken
馴服
/ˈtɛm.pəl/, /ˈtɛm.pəɫ/
noun
1. een gebouw voor godsverering
寺庙
noun
蛋彩畫
/ˈtɛmpɛrɑtyːr/
noun
1. grootheid die de warmte weergeeft
温度
/ˈtɛm.sə/
pronoun
1. een gemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, gelegen aan de Schelde
泰晤士河
pronoun
1. het grootste eiland van de Canarische Eilanden, een tot Spanje behorende eilandengroep
特内里费岛
noun
1. balsport
网球
noun
球鞋
noun
男高音
/tɛnˈslɔtə/
adverb
1. immers
到头来
noun
1. verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
幕
noun
1. het toetsen van kennis opgedaan bij één vak
考试
/tɛnˈtonstɛlɪŋ/
noun
1. een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
展覽會
/ˈtɛn.zɛɪ/
conjunction
1. behalve wanneer
除非
noun
1. een gepigmenteerd knopvormig uitsteeksel op de borst van de mens
乳头
noun
1. bedekking op de tepel voor erotische of artistieke doeleinden
乳貼
noun
alcoholische drank afkomstig uit Mexico
龙舌兰酒
noun
1. scheikundig element met symbool Tb en atoomnummer 65
  1. 鋱
  2. 铽
/tɛrəm/
noun
1. een woord of uitdrukking
名词
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Isoptera
白蚁
/tɛrˈmɛin/
noun
1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn
日程
noun
术语
noun
萜烯
adjective
浅灰褐色
/tɛra'kɔta/
adjective
1. bruinrood ongeglazuurd aardewerk
赤土陶器
noun
1. grondgebied
领土
noun
het ontwrichten van een samenleving door terreurdaden tegen burgers, vaak met een politiek of religieus oogmerk
恐怖主义
noun
1. iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
恐怖份子
pronoun
泰爾斯海靈島
noun
1.
三度
/təˈrʏxbrɛŋə(n)/
verb
2. naar de eigenaar brengen
报告
/tɛr.ˈwɛɪ̯l/, /tɛr.ˈʋɛɫ/
conjunction
1. gedurende de periode dat nog een andere actie aan de gang is
  1. 当
  2. 當
pronoun
1. naam van twee boeken uit het Nieuwe Testament
帖撒罗尼迦前后书
/ˈtɛ.se.ˌrɑk/, /ˈtɛ.se.ˌrɑkt/
noun
1. vierdimensionale hyperkubus
八胞体
/tɛst/
noun
3. toets
  1. 考试
  2. 考試
noun
1. een infectieziekte die door een gifstof leidt tot spierspasmen
破伤风
noun
1. een door vier gelijkzijdige driehoeken ingesloten lichaam
四面体
/tøx/
noun
1. een grote slok
(军队建制)排
/təˈvredə(n)/
adjective
1. geen behoefte voelend om aanmerkingen te maken
开心
/tə'vredənˌstɛlə(n)/
verb
1. ervoor zorgen dat iemand tevreden wordt
使满意
pronoun
特塞尔
pronoun
1. de officiële taal van Thailand
泰语
/ˈtɑɪ̯.lɑnt/, /ˈtɛɪ̯.lɑnd/
pronoun
1. een land in Azië dat vroeger Siam heette
  1. 泰国
  2. 泰國
noun
1. scheikundig element met symbool Tl en atoomnummer 81
  1. 鉈
  2. 铊
adverb
今后
noun
1. een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
  1. 剧场
  2. 劇場
/teː/
noun
  1. 茶
  2. 茶叶
pronoun
1.de grootste rivier van Engeland
泰晤士河
noun
1. kan met deksel en schenktuit waarin een warme drank wordt bereid door bladeren in heet water te laten trekken
茶壶
/tema/
noun
1. een onderwerp dat behandelt wordt
主題
noun
1. leer over God, het goddelijke en de godsdienst
神学
noun
1. een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
理論
noun
1. elektronisch muziekinstrument
特雷门
noun
1. de leer van warmte en arbeid
热力学
adjective
热力学
/ˈtɛrmoˌmetər/
noun
1. een meetinstrument om temperaturen te meten
温度计
noun
热层
/ˈtiosɵlˌfat/
noun
1.
硫代硫酸盐
/ˈtora/
pronoun
1.-3.
摩西五經
noun
1. scheikundig element met symbool Th en atoomnummer 90
  1. 釷
  2. 钍
noun
蘇氨酸
noun
1. scheikundig element met symbool Tm en atoomnummer 69
铥
noun
晶閘管
pronoun
2. de rivier die stroomt door Rome
台伯河
pronoun
  1. 1. autonome regio
  2. 1. voormalig land
西藏
noun
1. een inwoner van Tibet, of iemand afkomstig uit Tibet
藏人
pronoun
1. een taal die wordt gesproken in Tibet en buiten Tibet door een grote groep vluchtelingen
  1. 藏族语
  2. 藏语
pronoun
  1. 1. Zwitsers kanton
  2. 1. zijrivier van de Po
提契諾州
cardinalNumeral
1. het getal 10
  1. 十
  2. 拾
ordinalAdjective
1. nummer tien in een rij
第十
noun
1. vrouwelijke borst
乳房
/tɛit/, /tɛɪ̯d/, /tɛːt/
noun
1. onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden
时间
preposition
1. gedurende de tijd dat
当
noun
时代精神
noun
时代
adjective
1. een aanzienlijke hoeveelheid tijd vereisend
耗时的
noun
1. blad waarvan met vaste tussenpozen afleveringen verschijnen
杂志
noun
1. bepaald soort zoogdier, Panthera tigris
  1. 老虎
  2. 虎
noun
3. kruid gebruikt in de keuken
  1. 麝香草
  2. 百里香
noun
1. een houten constructie die vaak in een punt water overbrugt
木橋
pronoun
蒂尔堡
noun
1. iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
木匠
pronoun
提摩太书
noun
scheikundig element
  1. 錫
  2. 锡
noun
耳鸣
/ti'tan/
noun
钛
noun
1. scheikundig element met symbool Ti en atoomnummer 22
钛
noun
1. opschrift van een document
  1. 标题
  2. 標題
/ˈtitʏs/
pronoun
提多书
/dɔx/, /tɔx/, /tɔχ/
adverb
  1. 1. gebruikt om iets extra te benadrukken
  2. 3. om bevestiging vragend
但
noun
  1. 1. bewegende koude lucht binnen een ruimte als gevolg van openingen naar buiten
    (军队建制)排
  2. 2. activiteit waarbij men naar een of meer bestemmingen gaat
    旅行
verb
1. het eigendom zijn van
属于
verb
2. erkennen
住進
noun
1. benaming voor tropische vogels uit de familie Ramphastidae
鵎鵼科
noun
1.
未来式
noun
未来
verb
1. niet onmogelijk maken of verbieden
让
noun
1. grote moerassige en boomloze vlakte in de noordelijke poolstreken
冻原
verb
1. groter worden in getal of maat
增大
noun
1. het reizen voor ontspanning
旅游
/ˈtuspra:k/
noun
1. een voordracht voor een groter publiek
讲话
/'tustɑnt/
noun
  1. een ongelukkige situatie
  2. geheel van omstandigheden
状态
noun
1. gerecht waarmee een maaltijd kan worden afgesloten
甜品
/ˈtutsə(m)ˌbɔrt/
noun
  1. 1,2 een apparaat waarmee, door toetsen in te drukken, gegevens in een computer e.d. ingevoerd kunnen worden
    鍵盤
  2. 3. klavier van een toetsinstrument
    键盘
/ˈtuːvɑl/
noun
1. een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
巧合
adjective
偶然
verb
交给
noun
庇护
verb
1. tot vermeerdering bijvoegen
加
noun
2. een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt toegevoegd om zo een nieuw woord te vormen
詞綴
/'to.ɣo/, /ˈto.χo/
pronoun
1. een land in West-Afrika
多哥
/tʋɑ'lɛt/
noun
  1. 1. een plaats waar men zich kan ontlasten
    卫生间
  2. 3. persoonlijke verzorging
    打扮
/ˈtɔki ˈpoːnaː/
pronoun
1. bepaalde minimalistische kunsttaal
人工皮欽語
pronoun
1. de hoofdstad van Japan
东京
noun
1. snaarinstrument waarvan de snaren worden getokkeld
撥弦樂器
/tɔl/
noun
    1. 3. plaats waar men slechts tegen betaling mag passeren
    2. 4. geld dat men bij een tol geheven wordt
    关税(關税)
  1. 1. om zijn as draaiend voorwerp
    陀螺
noun
1. een persoon die gesproken tekst (meteen) vertaalt naar gesproken tekst in een andere taal
翻译者
/toˈmat/
noun
1. een eetbare vrucht van de tomatenplant
  1. 番茄
  2. 西红柿
adjective
番茄红
noun
番茄酱
noun
1. een vruchtensap dat uit tomaten is bereid
番茄汁
noun
1. röntgenfoto waarbij slechts één vlak scherp wordt afgebeeld (doorsnede)
斷層掃描
noun
调
noun
演员
noun
1.iemand die een rol in een toneelstuk speelt
男演員
/tonə(n)/
verb
2. laten zien
见
noun
1. traditioneel Okinawaans wapen
拐
noun
  1. 1. beweeglijk lichaamsdeel in de mond van mensen en veel dieren
  2. 2. wat gesproken wordt
  1. 舌
  2. 舌頭
  3. 舌头
pronoun
东加
noun
1. een gewelf in de vorm van een halve cilinder
筒形拱頂
noun
tonica
主音
noun
1. benaming voor snelle oceaanvissen uit het geslacht Thunnus
金枪鱼
/ˈtɔnsɪl/
noun
1. een amandel
扁桃体
noun
1. het klankkarakter van een toonladder
调式
noun
作曲家
noun
1. het klankkarakter van een toonladder
模式
noun
1. een stijgende of dalende opeenvolging van tonen
音阶
noun
1. een volgens bepaalde schema stijgende of dalende opeenvolging van tonen
模式
/'tonsort/
noun
1. een stelsel van toonafstanden dat gebruikt wordt in een muziekstuk
模式
noun
火把
noun
1. hoogste punt, (bovenste) uiteinde
峰
noun
黄玉
/tɔːrə(n)/
noun
  1. 2. een bepaald schaakstuk in de vorm van een toren
    塔
  2. 1. een hoog bouwwerk
    塔樓
noun
1. een draaiende, trechtervormige uitstulping onder een wolk tijdens een onweersbui
龍捲風
noun
魚雷
noun
环面
pronoun
托斯卡纳
conjunction
1. het punt dat benaderd wordt
给
interjection
1. een groet bij het vertrek die de hoop uitspreekt elkaar weer te zien
  1. 再见
  2. 再見
/tɑu̯/
noun
1. een middel om zaken bij elkaar te binden
绳子
noun
1. staf om mee te toveren
魔術棒
/traːx/
adjective
1. met geringe snelheid
慢
noun
2. ook inertie genoemd
惯性
noun
1. vocht dat uit klieren bij de ogen vloeit
泪
/ˈtrɑktɔr/
noun
motorvoertuig
拖拉机
phraseologicalUnit
繁体中文
noun
1. een oefening
练习
/tram/, /trɑm/, /trɛm/
noun
1. railvoertuig dat meestal in steden voor personenvervoer gebruikt wordt
有軌電車
noun
蹦床
/trɑnsˈkrɪpsi/
noun
1. de conversie naar een geschreven tekst van een andere geschreven, getypte of gedrukte tekst.
副本
abbreviation
变压器
noun
晶体管
/'trɑnzitif/
adjective
传递性
noun
平移
noun
1. verplaatsing, overplaatsing
染色體易位
pronoun
1.
德涅斯特河沿岸共和国
adjective
1. lichtdoorlatend
透光
noun
运输
pronoun
特兰西瓦尼亚
noun
  1. 1. verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen,...
    樓梯
  2. 1. benaming voor vogels uit de familie Otididae
    鸨
/trɑˈpezɪʏm/
noun
1. een vierhoek waarvan twee zijden evenwijdig lopen
梯形
verb
1.
到创伤
noun
1. taps toelopende buis, gebruikt voor het vullen van vaten
漏斗
noun
1. een rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
  1. 火车
  2. 火車
verb
nog te sorteren
取出
noun
2. een tractor
铁牛
noun
1. een vogel die 's winters een andere verblijfplaats kiest dan in de broedtijd
候鸟
noun
1. een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
曳舟道
noun
1. diakritisch teken
分音符
noun
震音
noun
悲傷
noun
1. bepaald soort boom met dunne neerhangende takken, Salix babylonica
垂柳
noun
三合会
noun
1. een slaginstrument in de vorm van een vrijhangende metalen driehoek
三角铁
pronoun
1.
特里爾
/ˈtrɪf.tɔŋ/
noun
1. een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
三元音
noun
甘油三酸脂
noun
三角学
cardinalNumeral
一百亿亿
noun
1.
三叶虫
/ˌtrinidɑd ɛn toˈbaːɣo/, /ˌtrinidɑt ɛn toˈbaːɣo/, /ˌtrinidɑt ɛn toˈbaχo/
pronoun
1. een land in het Caribisch gebied bestatend uit twee eilanden, officieel de Republiek Trinidad en Tobago
  1. 千里達及托巴哥
  2. 特立尼达和多巴哥
noun
3. seksuele activiteit met drie personen
三人性交
noun
1. triool
三连音
noun
十三恐懼症
/ˈtritsijʏm/
noun
1. een isotoop van waterstof
氚
noun
1.
三全音
pronoun
的里雅斯特
noun
1. een driekantige platte schep met handvat voor het opbrengen van metselspecie
抹刀
noun
1. een langgerekte voederbak.
槽
noun
1. een koperen blaasinstrument
长号
noun
1. de vorming van een bloedprop in een bloedvat of het hart
血栓
noun
1. een cilindervormig, met een vel bespannen slaginstrument
鼓
noun
磁鼓存储器
noun
视觉陷阱
noun
1. een koperen blaasinstrument met ventielen
  1. 喇叭
  2. 小號
/troːn/
noun
1. zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden
寶座
noun
对流层
adjective
1. erg blij met wat men (bereikt) heeft
自豪的
noun
1. stroming binnen het leninisme, die Stalins politiek te weinig marxistisch vindt en een minder autoritaire en meer internationalistische benadering voorstaat
托洛茨基主义
/trɔˈtʋar/
noun
1. een opvanghuis voor wezen
人行道
verb
1. het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
结婚
/ˈtrɑuwəns/
adverb
1. overigens
对了
noun
結婚戒指
/tryk/
noun
1. een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
圈
noun
松露
noun
1. een warm kledingstuk voor over het bovenlichaam
毛衣
noun
色氨酸
/tsaːr/
noun
1. vroegere Russische keizer
沙皇
/tʃad/, /tʃat/
pronoun
1. een land in Centraal-Afrika, officieel de Republiek Tsjaad
乍得
/ˈtʃɛxis/, /ˈtʃɛxɪs/, /ˈtʃɛχis/
pronoun
1. Slavische taal die vooral wordt gesproken in de Tsjechische Republiek
  1. 捷克语
  2. 捷克語
pronoun
1. een land in [[Midden-Europa]].
捷克共和國
/ˈtʃɛxi.jə/, /ˈtʃɛχi.jə/
pronoun
1. een land in Midden-Europa, officieel de Tsjechische Republiek, en is het westelijke deel van het voormalige Tsjecho-Slowakije.
捷克
pronoun
1. een vroegere staat in Europa, ten zuiden van Polen (van 1918 tot 1993)
捷克斯洛伐克
/tʃɛnobil/
pronoun
切尔诺贝利
pronoun
1.
车臣
/tsuˈnami/
noun
1. een grote vloedgolf
海啸
noun
1. een koperen blaasinstrument met lage toon
大号
/ˌtybɛrkyˈlozə/
noun
1. een ziekte veroorzaakt de de tuberculosebacterie Mycobacterium tuberculosis
结核
/tœy̯n/
noun
1. begrensd stuk grond waarop gewassen worden geplant of verbouwd
花园
/ˈtœʏnhœʏs/
noun
1. een gebouwtje in een tuin voor recreatief gebruik
gânîmâ guo ren
noun
1. en 2. cultuurplant en eetbaar kruid Lepidum sativum
水芹
noun
南欧大戟
verb
schenkpijp aan een kan of ketel
嘴子
noun
1. hoofddeksel
头帕
noun
1. plant
  1. 郁金香
  2. 鬱金香
noun
1. een gezwel
瘤子
/ty.ˈne.zi.jə/, /tʏ.ˈne.zi.jə/
pronoun
land in Noord-Afrika, officieel de Republiek Tunesië
  1. 突尼西亞
  2. 突尼斯
noun
1. een kunstmatige ondergrondse doorgang
隧道
noun
1. een schoepenrad als energieopwekker
涡轮发动机
verb
1. veen als brandstof
泥炭
pronoun
1. de hoofdstad van de regio Piëmont en de provincie Turijn
都靈
/tʏrk/
noun
1. Inwoner van Turkije
土耳其人
/tʏrˈkɛɪ̯.jə/, /tʏrˈkɛː.jə/
pronoun
1. land in Europa en Azië
土耳其
pronoun
1. de taal die door de Turkmenen in Turkmenistan en Afghanistan gesproken wordt
土库曼语
pronoun
土库曼斯坦
adjective
绿松石蓝
adjective
绿松石绿色
/tʏrks/
pronoun
1. een taal die vooral in Turkije gesproken wordt
  1. 土耳其语
  2. 土耳其語
/ˈtʏ.sən/
preposition
1. met iets aan minimaal twee kanten het kind staat tussen haar ouders
中
/ˈtʏsə(n).ʋɛrpsəɫ/
noun
1. een uitroep, een woord, een frase of een zin die een expressie van emotie is
感叹词
/ˌtu.va.ˈlu/
pronoun
1. een land in Oceanië
  1. 圖瓦盧
  2. 图瓦卢
noun
2. een elektrisch apparaat om bewegende beelden en geluid te ontvangen
电视
/twaːlf/, /tʋaːl(ə)f/
cardinalNumeral
1. het getal 12
十二
/tʋeː/
cardinalNumeral
1. het getal 2
  1. 二
  2. 两
/tʋeː/
noun
1. het cijfer twee
二
/ˈtʋeːdə/
ordinalAdjective
第二
pronoun
1. het geheel van afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945...
第二次世界大战
/ˈtweːˌɦɔndərt/
cardinalNumeral
1. het getal 200
二百
/ˈtʋeklɑŋk/
noun
1. een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
二合元音
pronoun
2. teken van de dierenriem, traditioneel behorend bij geboortedata van ongeveer 21 mei tot 21 juni
双子座
/ˈtʋestrɛɪt/
noun
1. conflict tussen twee mensen
決鬥
adjective
1. met, of aan twee kanten, belangen, partijen etc.
双方
noun
1.
三十二分音符
cardinalNumeral
1. het getal 22
二十二
cardinalNumeral
1. het getal 42
四十二
/ˈtʋɛɪfəɫ/
noun
1. gevoel van onzekerheid ten aanzien van wat men in een gegeven situatie moet doen, geloven e.d.
  1. 怀疑
  2. 疑惑
  3. 疑问
/twɛɪ̯x/, /tʋɛɪ̯χ/, /tβ̞ɛːx/
noun
1. een dun buigzaam takje van een boom of struik
枝
/ˈtʋɪntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 20
二十
/tiˈfon/, /tɑjˈfuːn/
noun
1. een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie.
台风
noun
斑疹傷寒
noun
1. door bepaalde karakteristieken herkenbare soort
门
noun
2. grafische vorm van tekst
字体排印学
noun
酪氨酸
pronoun
1. randzee van de Middellandse Zee, gelegen tussen het Italiaans vasteland, Sicilië, Sardinië en Corsica
第勒尼安海
pronoun
  1. 1. een stad in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg
  2. 2. een district in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg
  3. 3. een bestuurlijke regio in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg
图宾根
/yː/
personalPronoun
u (pers.vnw.)
您
/ˈyfo/
noun
1. vliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is, meestal in verband met een (vermeende) buitenaardse oorsprong
不明飞行物
/œʏ̯/, /œː/
noun
1. Allium cepa, een eetbaar bolgewas
  1. 洋蔥
  2. 洋葱
/œʏ̯ɫ/, /œːl/
noun
1. benaming voor vogels uit de orde Strigiformes
  1. 猫头鹰
  2. 鸮形目
/œʏ̯t/, /œːt/
preposition
1. geeft aan van welke plaats iets komt
和
/ˈœʏtbenə(n)/, /ˈœːdbeːnə(n)/, /ˈœːtbenə(n)/
verb
1. het been uit (het vlees) halen
去骨
verb
1. iets een groter oppervlak laten innemen
延伸
/ˈœʏdaχɪŋ/, /ˈœːdaɣɪŋ/
noun
1. taak die moeilijk te verwezenlijken valt
挑战
verb
1. een gevoel of gedachte in taal verwoorden
表示
/œʏ̯tˈen.χan/, /œːtˈen.ɣan/
verb
离婚
adverb
正常
verb
4. naar buiten gaan
出
/'œʏtχɑŋ/, /'œːtɣaŋ/
noun
出口
noun
1. de aannames en veronderstellingen waar men van uitgaat
起点
/ˈœʏtχavə/, /ˈœːdɣavə/, /ˈœːtxavə/
noun
  1. 2. reeks van uitgeven literaire werken
  2. 4. uitgegeven werk
出版
adverb
1. dodelijk vermoeid
累坏
verb
  1. 1. financiële middelen aanspreken
  2. 2. een geschrift in drukvorm verspreiden
出来
noun
het vermogen van iemand om zich voor een lange tijd in te spannen of pijn te verdragen
持久
/'œʏ̯tkɔmst/, /'œːtkɔms/, /'œːtkɔmst/
noun
  1. 1. de afloop van een bepaald proces
  2. 2. middel
  3. 3. resultaat van een bewerking
溶液
verb
1. iets doen begrijpen
解释
/'ʌʏt.no.də.ɣə(n)/
verb
1. iemand verzoeken iets bij te wonen
请
noun
1. !, een leesteken dat uitdrukt dat de zin een uitroep, bevel of uitdrukking van verbazing is
感叹词
/'œɪtslɑχ/
noun
1. afloop, resultaat
成果
/ˈœʏtslapə(n)/, /ˈœːtslapə(n)/
verb
1. 's ochtends langer slapen dan normaal
睡懒觉
/œytspra:k/
noun
1. manier waarop iets ten gehore gebracht wordt
  1. 发音
  2. 發音
verb
1. vooraf uitzoeken hoe het zal worden
提綱
noun
1. persoon die uitvindingen doet
发明者
verb
  1. 3. software runnen
    做
    1. 1. exporteren
    2. 2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen
    实施
noun
遠端轉移
noun
1. complete uitrusting van kleren, linnengoed, borden, etc. van een bruid of bruidspaar
奩
/œytsɔndərɪŋ/
noun
1. een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
异常
/ʏltɪˈmatʏm/
noun
1. laatste eis
哀的美敦书
adjective
群青蓝
adjective
1. van elektromagnetische straling, net buiten het gebied van het spectrum dat met het menselijk oog zichtbaar is
紫外线
noun
一致
/ynivɛrzitɛɪt/
noun
1. een instelling voor hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening
  1. 大學
  2. 大学
noun
1. het gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
宇宙
verb
1.
更新
noun
1. scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92
鈾
noun
1. scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92
鈾
pronoun
天王星
noun
1. een trek van de landelijke gebieden naar de stad
城市化
pronoun
1. de officiële taal van Pakistan en een van de officiële talen van India
乌尔都语
noun
2. Ethylcarbmaat
氨基甲酸乙酯
noun
1. de mate waarin iets dringend gewenst of nodig is
急救医疗
noun
1. een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
尿
/ˌyriˈnɪːrə(n)/
verb
1. het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
小便
noun
1. eerste betekenisomschrijving
壷
noun
泌尿外科
/ˈu.ru.ˌgʋɑɪ̯/, /ˈu.ru.ˌgβ̞ɑɪ̯/, /ˈuruˌɡwe/, /ˌu.ru.ˈɣ<sup>ʊ</sup>ɛɪ̯/
pronoun
1. en 2. land en staat in Zuid-Amerika
乌拉圭
/yʔɛsˈbeʔstɪk/
noun
闪存盘
/ˌytoˈpi/
noun
1. een volmaakte toestand die niet te bereiken is
乌托邦
/ˈytrɛx/, /ˈytrɛxt/, /ˈytrɛχt/
pronoun
2. de hoofdstad van de provincie Utrecht
乌得勒支
/yːr/
noun
1. een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten
  1. 小时
  2. 点
noun
1. een mechaniek dat de tijd bijhoudt of aangeeft
时钟
/vaːk/
adverb
1. vele malen
常常
/val/, /vaɫ/
adjective
1. tot bijna kleurloos verbleekt
往事
noun
蛙泳
noun
± onderscheidende vlag van een schip en/of militaire eenheid
gânîmâ guo ren
/ˈvaːrdəxɦɛːt/, /ˈvaːrdəxɦɛːɪt/
noun
1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
水平
noun
  1. 1. opgebouwde snelheid
    速度
  2. 2. kanaal, bevaarbaar gemaakte watergang
    频道
/ˈvaːrtœx/, /ˈvaːrtœyx/
noun
1. vervoermiddel op water
船
noun
1. een aardewerken of glazen kruik, vooral bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
花瓶
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
洗碗机
noun
1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
洗碗机
/vakˈsæː/, /vɑkˈsɛː/
noun
1. uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen
疫苗
noun
1. een inenting
疫苗接种
noun
1. materievrije ruimte
真空
noun
真空泵
noun
1.
蛙泳
noun
1. een mannelijke ouder
  1. 父亲
  2. 父
noun
1. een dag waarop vaders extra verwend worden
  1. 母亲节
  2. 父親節
noun
1. een land of staat waar iemand geboren en opgegroeid is
祖国
/ˈvadsəχ/
adjective
1. loom, lui, slaperig, traag
酸软
/ˈva.ɣə.ˌvyːr/, /ˈva.χə.ˌvyːr/
noun
1. een toestand waar de zielen van gestorven personen gereinigd worden.
炼狱
noun
1. het vrouwelijke geslachtsorgaan
阴道
adjective
阴道的
noun
3. schoolvak
课
/vɑˈkɑn(t)si/
noun
  1. 1. jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen vrijaf hebben
  2. 2. reis in een jaarlijks terugkerende periode waarin je vrijaf hebt
休假
noun
1. vakvereniging van arbeiders ter verdediging van hun belangen
工会
pronoun
巴倫西亞
noun
1. 14 februari, de dag van de verliefden
情人节
noun
1. CH₃(CH₂)₃COOH
戊酸
noun
缬氨酸
/vɑlk/
noun
1. roofvogel
  1. 猎鹰
  2. 獵鷹
/vɑlkə'rɛɪ/
noun
1. africhten van roofvogels
鹰猎
noun
1. een laagte tussen bergen
山谷
verb
1. vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
落
noun
1. mythologisch ondood wezen
吸血鬼
noun
1. scheikundig element met symbool V en atoomnummer 23
  1. 釩
  2. 钒
adverb
1.duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
从
adverb
1. op deze dag
  1. 今天
  2. 现在
noun
1. moedwillige en nodeloze beschadiging of vernietiging van andermans of openbaar eigendom
破壞
noun
1. vloeistof onttrokken aan vanillestokjes in een ethanol oplossing
香草精精
/va.nu.ˈwa.tu/
pronoun
1. een land in Oceanië, officieel de Republiek Vanuatu
  1. 瓦努阿图
  2. 瓦努阿圖
noun
1. een sporenplant
蕨
adjective
蕨绿色
noun
變體
/ˌva.ri.ˈjɑn.si/, /ˌva.ri.ˈjɑn.tsi/
noun
1. een maat voor de spreiding van een variabele of van een verdeling gedefinieerd als de wortel uit de variantie
变异量
noun
1. een tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees
豬
noun
onder-/zijkant van de buik van een varken
豬腩
/'vɑr.kəns.ɦas/
noun
1. haas van een varken
花丝
noun
2. lever van een varken
猪肝
noun
猪肉
noun
1. hormoon
抗利尿激素
/vɑstə'lɑnt/
noun
1. land in verbinding met continentale landmassa
  1. 內地
  2. 内地
  3. 大陆
  4. 大陸
noun
禁食
verb
1. zich onthouden van voedsel
斋戒
pronoun
忏悔星期二
noun
1. ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
  1. 笔胆
  2. 桶
/vatiˈkanstɑt/, /vatiˈkaːnstɑd/, /vatiˈkaːnstɑt/
pronoun
1. land in Europa, het kleinste onafhankelijke land ter wereld, het territorium van de Heilige Stoel.
梵蒂冈
verb
2. begrijpen
了解
noun
1.
属国
/vɛxt/
pronoun
1. Overijsselse Vecht
費希特河
verb
1. strijd leveren
打
noun
向量
/ˈveda/
pronoun
1. elk van de vier voornaamste heilige hindoegeschriften
吠陀
/veː/
noun
1. door de mens om economische redenen gehouden dieren
家畜
/feɪɫ/, /veːl/
indefiniteCardinalNumeral
1. groot in hoeveelheid
很
noun
1. een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten
多边形
noun
1. bepaald soort zoogdier, Gulo gulo
狼獾
/ven/
noun
2. gebied
分
/veːr/, /vɪːr/
noun
2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
弹簧
noun
  1. 1. elasticiteit
  2. 2. herstellingsvermogen van iemands gestel of gemoed
彈性能
/ˈvɪːrtin/
cardinalNumeral
1. het getal 14
十四
/ˈfɪːrtəx/
cardinalNumeral
1. het getal 40
四十
noun
純素食主義
adjective
1. niet aan gevaar blootstaand
安全
noun
1. een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten
安全
pronoun
1. orgaan van de Verenigde Naties met als primaire verantwoordelijkheid ...
联合国安全理事会
/ˈvɛɪ̯.lɪŋ/, /ˈvɛː.lɪŋ/
noun
1. een plaats waar goederen bij opbod of afslag verkocht worden
拍卖
noun
1. dunne laag
张
/vɛlt/
noun
nog na te kijken
田间 [tiánjiān]
/ ˈvɛltflɛs /
noun
1. een afsluitbare en draagbare fles, meestal uit metaal of plastic vervaardigd, die gebruikt wordt om de drager buitenshuis van vocht te voorzien
水壶
noun
云雀
noun
1. en 2. (bladeren van) kruidachtige plant Valerianella locusta
萵苣纈草
/ˈvɛld.zyː.rɪŋ/, /ˈvɛɫ.tsyː.rɪŋ/
noun
1. en 2. (bladeren van) de plant Rumex acetosa
酸模
/vɛlx/, /vɛlχ/
noun
1. de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
轮辋
/vəˈlur/
noun
1.
天鹅绒
//
pronoun
1. provincie in Italië
威尼斯
pronoun
威尼托
/ˌvenəzyˈweːla/, /ˌvenəzyˈβ̞ela/, /ˌvenəzyˈβ̞eːla/
pronoun
1. een land in het noorden van Zuid-Amerika
  1. 委內瑞拉
  2. 委内瑞拉
noun
1. soort naaldboom (Taxus baccata)
紅豆杉
noun
1., 2., 3. of 3. (zaad, bladeren of knol van) plant Foeniculum vulgare
小茴香
noun
1. onderneming of bedrijf met meerdere aandeelhouders
公司
noun
1. muuropening om lucht en licht door te laten
窗
noun
窗台
adjective
窗灰色
noun
电风扇
pronoun
1. planeet
  1. 金星
  2. 维纳斯
noun
捕蠅草
adverb
1. op grote afstand
遠的
adjective
1. op grote afstand
緬
/vɛ.ˈrɑf.sxy.wə(n)/
verb
1. afschuw hebben voor
痛恨
verb
  1. 2. zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
    修改
  2. 1. zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
    變為
noun
1. iets dat anders is geworden
改变
adjective
  1. 1. iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen
  2. 2. de verantwoordelijkheid hebbend
负责
noun
负责
noun
1. de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
责任
noun
1. grote verwondering
惊喜
verb
1. iets ergens plaatsen waar het niet gemakkelijk door anderen gevonden wordt
隐藏
verb
1. van staatswege in beslag nemen
没收
/vɛɾ.'bi:.dǝ(n)/
verb
1. een bepaalde handeling strafbaar stellen
禁止
verb
1. zijn gevoelens van ergernis of pijn onder controle houden
內含
verb
  1. 1. twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
  2. 2. met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn
登录
/vər.ˈbɪn.dɪŋ/, /vɛr.ˈbɪn.dɪŋ(g)/
noun
3. communicatie
聯絡
adjective
冷蓝色
adjective
  1. 1. van licht dat het zo fel is en zo recht in de ogen schijnt dat men tijdelijk niet meer goed kan zien
  2. 2. zo mooi dat men daardoor tijdelijk verward wordt
刺眼
noun
1. door een te helder licht, dat in de ogen schijnt, andere dingen niet meer kunnen zien
刺眼
verb
1. een onplezierig feit verbergen met schone schijn
掩盖
pronoun
  1. 故宮
  2. 紫禁城
noun
灼傷
noun
防御
verb
1. het vermoeden hebben van iets slechts
懷疑
/ˈvɛrdərˈzɛtə(n)/
verb
1. voortzetten, doorgaan met
持续
verb
2. geld verkrijgen door arbeid of een andere prestatie
收入
noun
2. goede, opbouwende daad
功劳
/vər.ˈdi.pɪŋ/
noun
3. alle ruimten op één hoogte in een gebouw
层
verb
2. kunnen verteren
宽容
noun
1. een gevoel van droefheid
悲伤
verb
1.
难过
adjective
1. in sombere stemming
难过
verb
2. iets (m.n. geld) ontvreemden/stelen
贪污
/vər.ˈdœʏ̯.stə.rɪŋ/, /vər.ˈdœː.stə.rɪŋ/, /vɛr.ˈdœːs.tə.rɪŋ(g)/
noun
日蚀
/vərˈdʋɛɪnə(n)/
verb
1. wegraken
消失
/vərenˈvʌʊdəχtʃiˌnes/, /vərenˈvʌːdəxtʃiˌnes/
phraseologicalUnit
1. het schrift waarmee het Chinees met name op het vasteland van China geschreven wordt
  1. 简体中文
  2. 簡體字
  3. 简体字
  4. 簡體中文
/vɛrɛɪsə(n)/
verb
1. nodig hebben
需要、要求
/vəˈrenəχt ˈkonɪŋkˌrɛɪ̯k/, /vəˈreːnəxt ˈkoːnɪŋkˌrɛːk/, /vəˈreːnɪx ˈkoːnɪŋkˌrɛɪ̯k/
pronoun
  1. 英国
  2. 英國
/vɛrenəɣdə arabisə emiratən/
pronoun
land in het Midden-Oosten, officieel de Verenigde Arabische Emiraten, vaak afgekord tot V.A.E.
  1. 阿拉伯联合酋长国
  2. 阿联酋
noun
  1. 联合国
  2. 聯合國
pronoun
1. een land dat een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent beslaat en opgedeeld is in vijftig staten
美国
/və.ˌre.nəx.də.ˈsta.tə(n).vɑn.ɑ.ˈmeː.ri.ka/, /və.ˌreɪ̯.nəχ.də.ˌsta.tə(n).vɑn.ɑ.ˈmɪː.ri.ka/, /vɛ.ˌʁe.nɪx.də.ˈsta.tə(n).va.na.ˈmeː.ʁi.ka/
pronoun
1. een land dat een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent beslaat en opgedeeld is in vijftig staten
美国
/vɛrf/
noun
1. de algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen...
油漆
/vər.ˈɣa.də.rə(n)/, /vər.ˈχa.də.rə(n)/, /vɛr.ˈɣa.də.rə(n)/
verb
1. in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
会合
/vərˈɣadəˌrɪŋ/, /vərˈχadəˌrɪŋ/
noun
1. een georganiseerde bijeenkomst voor bespreking en overleg
会议
verb
1. geel worden door veroudering of invloed van de omgeving
使发黄
verb
1. de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen
比较
verb
1. uit het geheugen verloren gaan
忘记
/vərˈɣɪf/
noun
1. iets dat levende wezens schaadt
毒物
/vər.ˈɣɪ.sɪŋ/, /vər.ˈχɪ.sɪŋ/, /vɛr.ˈɣɪ.sɪŋ(g)/
noun
1. iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
失誤
noun
1. bolle lens waardoor de voorwerpen die men bekijkt groter lijken
放大鏡
/vərˈɣrotəndə trɑp/
noun
1. de vorm die het bijvoeglijk naamwoord aanneemt in vergelijkingen
比較級
noun
1. een officiële (noodzakelijke) toestemming om een bepaalde activiteit uit te voeren
学士学位
/vər'ɦal/
noun
1. verslag (mondeling of schriftelijk) van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis
故事
noun
1.
宫
verb
1. hoger doen worden
增大
noun
1. de dag waarop iemand viert dat hij of zij geboren werd
生日
/vər'kersaxɛnt/
noun
1.
经纪人
adjective
交通蓝
noun
1. gestandaariseerd bord met aanwijzingen voor mensen in het verkeer
交通标志
adjective
交通黄
adjective
交通绿
noun
1. een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
交通號誌
adjective
交通橙
adjective
交通紫
adjective
交通红
adjective
交通白
adjective
交通黑
noun
2. militaire verkenning
認出
/vər.ˈki.zɪŋ/, /vɛr.ˈki.zɪŋ(g)/
noun
1. het kiezen door middel van stemming
竞选
/vɛrˈklarə(n)/
verb
1. duidelijk maken
  1. 解释
  2. 解釋
/vər.ˈkla.rɪŋ/, /vɛr.ˈkla.rɪŋ(g)/
noun
  1. 2. plechtige bekendmaking
  2. 4. schriftelijk stuk
告白
noun
間諜
/vərˈkopə(n)/
verb
1. goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
卖
noun
1. een seksuele daad onder dwang
强奸
verb
1. iets gebruiken zonder dat je het goed of volledig benut
枉费
verb
1. weggaan
離開
adjective
1. voorbij
过去
noun
1. de voorafgaande tijd
过去
noun
以往
verb
  1. 1. iets kwijt raken
    掉
  2. 2. niet winnen
    輸
noun
休假
noun
1. iemand die toegezegd heeft met een partner in het huwelijk te willen treden
未婚夫
/vərˈloːrə(n)/
adjective
1-5.
遺失的
verb
2. een vrouw geneeskundig bijstaan bij de bevalling
生
verb
1. iemand een (informele) belofte om te trouwen geven
订婚
verb
1.aan lichaamsgewicht verliezen
减肥
verb
1. in getal doen toenemen of laten toenemen
增加
/vər.ˌme.nəx.ˈvʏɫ.də.ɣɪŋ/, /vər.ˌme.nəχ.ˈvʏɫ.də.χɪŋ/, /vɛr.ˌme.nɪx.ˈvʏl.di.ɣɪŋ(g)/
noun
1 .een vermeerdering tot een veelvoud van het oorspronkelijke aantal
乘法
/vərˈmɛi̯də(n)/
verb
1. trachten te ontwijken
避免
adjective
2. in een tint rood met RAL-nummer 2002
朱红
noun
  1. 1. bepaalde rode kleurstof op basis van kwik(I)sulfide, HgS
    朱砂
  2. 2. naar oranje zwemende dieprode kleur
    朱紅色
  3. 3. tint rood met RAL-nummer 2002
    朱红
phraseologicalUnit
1. een interval van een kwart min een halve toon
减四度
phraseologicalUnit
1. een interval van een kwint min een halve toon
减五度
phraseologicalUnit
1. een kleine septiem min een halve toon
减七度
phraseologicalUnit
1. een kleine sext min een halve toon
减六度
phraseologicalUnit
1. een kleine terts min een halve toon
减三度
verb
  1. 1. afnemen in aantal, kleiner worden
  2. 2. doen afnemen in aantal, kleiner maken
减少
noun
1. een waarschijnlijke waarheid
猜想
/vərˈmoχə(n)/
noun
2. de kwaliteiten om iets te kunnen doen
功率
noun
1. versterkte wijn, op smaak gebracht met aromatische planten en kruiden
威末酒
/vərˈniwə(n)/
verb
2. bij de tijd brengen
革新
verb
1. een bepaalde aanname maken
忖度
noun
1. het materiaal waarin iets verpakt is
包裝
noun
1. vrouw die zorg verleent aan zieken of gewonden
护士
/vər.ˈplɪx.tɪŋ/, /vər.ˈplɪχ.tɪŋ/, /vɛr.ˈplɪx.tɪŋ(g)/
noun
1. iets dat moet
  1. 義務
  2. 义务
/vəˈraːt/
noun
1. het schenden van trouw
叛國
verb
  1. 1. iemand onverwachts met iets confronteren
  2. 2. iemand onverwachts verblijden
惊喜
/ˈvɛrəˌkɛːkər/, /ˈvɛrəˌkɛːɪkər/
noun
1. een optisch instrument om voorwerpen op grote afstand te kunnen waarnemen door het vergrotend effect van het instrument
望远镜
/və'rɛizə(n)/
verb
1.
起床
adjective
2. niet ingeblikt, niet diepgevroren
凉快
noun
  1. 1. gedicht
    诗
    1. 2. dichtregel
    2. 3. couplet
    韻文
/vər'sxɛɪnə(n)/
verb
1. aan het licht treden, zichtbaar worden
出版
/vɛrsxɛɪnsəɫ/
noun
1. iets dat zich voordoet
效应
noun
1. een aspect dat bij vergelijking anders is
差
verb
1. het verbranden van materiaal zonder aanwezigheid van vuur
燃烧
verb
1. door uitdroging rimpelig en klein worden
向內捲曲
verb
1. een definitieve overwinning boeken op een tegenstander
打败
verb
1. grote hoeveelheden geheel verorberen
吞食
verb
1. een grotere snelheid (doen) bereiken
加速
noun
1. toename van het tempo
加速度
verb
1. door nalatigheid verloren laten gaan
枉费
/vər.ˈstaːn/
verb
1. begrijpen van een uiting
听得懂
adjective
1. met verstand
智能
verb
2. het aantal vergroten
加强
noun
1.
窒息
/vərˈstɔ.pər.tjə/
noun
迷藏
verb
1. ter beschikking stellen
給
noun
1.
扭伤
verb
1. omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal
  1. 翻译
  2. 翻譯
noun
翻譯
/vərˈtalɪŋ/
noun
1. iets dat vertaald is
  1. 翻譯
  2. 翻译
verb
1.
表示
noun
1. een verhaal dat bedoeld is om verteld te worden
叙事
adverb
竖直
verb
1. langzamer doen worden
减速
noun
1. het geloof in betrouwbaarheid van een persoon
信任
/vər.ˈvɑɫ.sɪŋ/, /vɛr.ˈvɑl.sɪŋ(g)/
noun
1. een artefact opzettelijk nagemaakt om mensen in de waan te brengen dat het echt is
镰刀
/vər'vɑŋə(n)/
verb
1. het ene de plaats doen innemen van het andere
改
noun
画家
noun
1. voorwerp bestemd om personen of goederen naar een andere plaats te brengen
交通工具
/vər'vɔlɣən/
verb
1. een handeling voortzetten of de draad opnieuw opnemen
持续
adjective
1. zich boven anderen verheven voelend
自負的(人)
adjective
1. niet de moeite om zich met iets bezig te houden
可忽视
/vər.ˈʋɑr.mɪŋ/, /vər.ˈβ̞ɑr.mɪŋ/, /vɛr.ˈwɑr.mɪŋ(g)/
noun
2. een installatie die voor het verwarmen zorgt
热化
/və(r).ˈʋɛ.kə(n)/
verb
doen ontstaan (ook in biologische zin)
制造
/vərˈʋɛrkə(n)/
verb
1. een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen
办理
noun
治疗
verb
1. afwijzen
拒絕
verb
1. ~ van iemand ergens van op de hoogte brengen
報
noun
激情
/vər.ˈza.mə.lɪŋ/, /vɛr.ˈza.mə.lɪŋ(g)/
noun
1. meerdere voorwerpen...
收藏
/vər.ˈze.kə.rɪŋ/, /vɛr.ˈze.kə.rɪŋ(g)/
noun
1. overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d...
保险
noun
1. handelingen gericht tegen de heersende macht of de aanvallende vijand
电阻
noun
1. vraag om iets te doen of te laten
申请
noun
1. een mouwloos jasje, te dragen onder de jas van het kostuum
背心
verb
1. stichten
建立
noun
要塞
adjective
  1. 1. dik, vet inhoudend
  2. 6. lijkend op iets vets
胖
/vɛtblɑt/
noun
1.1 bepaald soort vleesetende plant, Pinguicula vulgaris
野捕蟲堇
adjective
兽医
/ˈvɛtzyr/
noun
1. een keten van ten minste twee koolstofatomen en een carboxylgroep
脂肪酸
noun
1. jong van bepaalde hoefdieren als het paard, de ezel, de kameel en de zebra
滑行
noun
1.
旗帜学
noun
1. een vezel is een lang, dun filament waarvan de lengte ten minste drie keer groter is dan de doorsnede
纤维
noun
副总统
/viːr/
noun
1. het getal tussen de drie en de vijf
四
/ˈviːrdə/
ordinalAdjective
  1. 2. gedeeld door vier (een kwart)
    分之
  2. 1. nummer vier in een rij
    第四
cardinalNumeral
1. het getal 24
二十四
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vier hoeken en derhalve ook vier zijden
四邊形
noun
1. geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit 4 gelijke hoeken van 90 graden en 4 zijden met gelijke lengte
  1. 正方
  2. 正方形
noun
1.
平方米
noun
1. dat getal dat met zichzelf vermenigvuldigd een gegeven getal oplevert
平方根
pronoun
琉森湖
adjective
1. smerig
垢
pronoun
越南
pronoun
1. de officiële taal van Vietnam
  1. 越南语
  2. 越南語
noun
1. iemand met wie men op voet van oorlog leeft
敌人
/vɛi̯f/
cardinalNumeral
1. het getal 5
五
/ˈvɛɪ̯f.də/, /ˈvɛɪ̯v.də/, /ˈvɛːv.də/
ordinalAdjective
1. nummer vijf in een rij
第五
cardinalNumeral
1. het getal 25
二十五
/ˈvɛifənˌzøvəntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 75
七十五
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vijf hoeken en derhalve ook vijf zijden
五边形
/ˈvɛi ̯ftin/
cardinalNumeral
15
十五
/ˈfɛi̯ftəx/
cardinalNumeral
1. het getal 50
五十
noun
1. vrucht van de vijgenboom
无花果
noun
1. een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van een voorwerp te verwijderen
銼
noun
1. tamelijk klein door de mens aangelegd water
池塘
noun
1. een groot en vrijstaand huis
別墅
noun
door langdurig bewerken verdichte wol
氈
/vɪn/
noun
1. uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren
鱼鳍
/'vɪndə(n)/
verb
1. iets aantreffen nadat ernaar gezocht is
找到
noun
1. extremiteiten van de hand
手指
/ˈvɪ.ŋər.ˌɑf.drʏk/, /ˈvɪ.ŋər.ˌɑv.drʏk/
noun
1. een afdruk op een oppervlak van een vinger met meestal de unieke, persoonsgebonden figuur...
  1. 指印
  2. 指纹
/'vɪŋərˌɦut/
noun
1. hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaien
顶针
noun
苍头燕雀
noun
1. (kleur) een kleur tussen blauw en ultraviolet, met een golflengte tussen de 430 en 380 nm
紫色
noun
1. een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de violoncellist of cellist tussen de knieën wordt gehouden
大提琴
noun
1. strijkinstrument
小提琴
noun
1. vioolsleutel
G谱号
/virəs/
noun
  1. 1.
  2. 2.
病毒
noun
  1. 1. Pisces, gewerveld dier met kieuwen, levend in water
  2. 2. het vlees van een vis
  1. 鱼
  2. 魚
noun
1. stroperigheid van een vloeistof of gas
粘性
noun
1. vlechtwerk van touw om zeedieren te vangen of in water te bewaren
鱼网
pronoun
2. teken van de dierenriem, traditioneel behorend bij geboortedata van ongeveer 19 februari tot 21 maart
双鱼座
verb
1. proberen te vangen
钓鱼
noun
  1. 1. het vangen van vis
  2. 2. hoeveelheid gevangen vis
便便
noun
活力
noun
1. een stof die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft, maar niet of bijna niet door het lichaam zelf aangemaakt kan worden en derhalve in voldoende mate via voedsel of supplement ingenomen moet worden
维生素
/vi'trøs/
adjective
玻璃质的
/vlɑχ/
noun
1. lap stof met een vast patroon van kleuren die gevoerd wordt als symbool van een organisatie, beweging of natie
旗子
noun
1. een slinger van vlaggen
升降索
noun
1. kleinste vorm van vuur
焰
noun
亚麻
noun
1. klein vliegend zoogdier
蝙蝠
noun
  1. 1. spierweefsel van bepaalde organen
  2. 2. spierweefsel van dieren dat opgegeten kan worden als onderdeel van de voeding
肉
noun
    1. 3. muziekinstrument
    2. 5. een deel van een leger
    三角鋼琴
  1. 1. lichaamsdeel van bepaalde diersoorten
    翅膀
/vlix/, /vliχ/
noun
1. tweevleugelig insect
  1. 蝇
  2. 蝿
  3. 蠅
noun
1. een militair vliegveld
軍用機場
noun
1. groot vaartuig dat is ingericht voor het opstijgen, landen, vervoer en onderhoud van meerdere vliegtuigen
航空母舰
/ˈvli.ɣə(n)/, /ˈvli.χə(n)/
verb
1. zich door de lucht voortbewegen
驾驶飞机
noun
1. Lucanus cervus, een kever uit de familie vliegende herten
锹形虫
noun
1. bepaald soort paddenstoel, Amanita muscaria
毒蠅傘
noun
  1. 2. een vierhoek waarvan twee paar aanliggende zijden en één paar ...
    锹形虫
  2. 1. een voorwerp dat door de wind aan een draad in de lucht opgelaten kan worden
    风筝
  3. 6. iemand die vliegt
    飛行員
/ˈvlixtœːx/, /ˈvliχtœʏχ/
noun
1. vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht
  1. 飞机
  2. 飛機
/ˈvlixfɛɫt/
noun
1. een terrein waar vliegtuigen kunnen landen en opstijgen
飞机场
pronoun
弗利蘭島
noun
接骨木
noun
接骨木
noun
1. benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera
蝴蝶
noun
1. benaming voor insecten uit de orde Siphonaptera
跳蚤
noun
1. verhoging van de waterstand
流
noun
1. een stof in die aggregatietoestand waarin het geen eigen vorm heeft, maar wel een eigen volume
液體
noun
1. bewust uitgesproken wens om iemand kwaad of leed aan te doen
詛咒
/vlur/
noun
地板
noun
跳蚤市场
/vloːt/
noun
1. bij elkaar horende schepen
舰队
noun
1. een drijvende constructie
槎
/'vlɵxtəlɪŋ/
noun
1.
难民
pronoun
1. wereldwijde organisatie waarin alle landen kunnen samenwerken
联合国
noun
1. de vijfde naamval waarin een naamwoord staat dat aanduidt tot wie het woord wordt gericht
呼格
adjective
湿
verb
1. van voedsel voorzien
养
/ˈvu.dɪŋ(g)/, /ˈvu.dɪŋ/
noun
1. voedsel
供电
noun
1. toevoeging aan voeding
食品添加剂
noun
1. een product, middel dat een organisme kan gebruiken om zich te voeden
食品
noun
1. voedingsmiddel dat bedoeld is als aanvulling op de normale voeding
膳食补充剂
noun
1. alles wat een organisme tot zich neemt om het metabolisme in werking te houden
食物
/ˈvuxʋoːrt/
noun
连词
verb
1. gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk
感到
pronoun
sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
御夫座
/ˈvuːrtœx/, /ˈvuːrtœyx/
noun
1. vervoermiddel over land
车辆
noun
1. voortzetting van het been beneden de enkel
脚
/ˈvut.bɑɫ/
noun
1. een balsport waarbij twee teams van 11 spelers met hun voeten (of hoofd) een bal in het doel van de tegenstander proberen te krijgen
足球
noun
1. een sportclub waar men voetbal kan spelen
足球俱樂部
noun
1. iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
行人
/'vutpɑt/
noun
1. een pad voor voetgangers
路径
/ˈvoːɣəl/, /ˈvoχɔɫ/
noun
1. een gewerveld dier (Aves) met twee vleugels, twee poten, een snavel en veren...
  1. 鸟
  2. 雀
noun
1. enige zoogdier met een snavel, Ornithorhynchus anatinus
鸭嘴兽
verb
观鸟
noun
长毛箐姑草
noun
1. manshoge pop
稻草人
noun
画外音
pronoun
1.
伏伊伏丁那
/vɔl/, /vɔɫ/
adjective
1. geheel gevuld
满
pronoun
1. een kunstmatige taal die in 1880 door Johann Martin Schleyer gemaakt werd
沃拉普克语
adverb
  1. 1. tot bevrediging
  2. voldoende zijn
足够
indefinitePronoun
1. toereikend, genoeg
足够
adjective
1. dat later komt
  1. 下一個
  2. 下一个
preposition
1. geeft een bron aan voor de gegeven redenering
按照
adjective
1.
溫順
/vɔlk/
noun
  1. 1. een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
  2. 2. de inwoners van een land
民族
pronoun
國際聯盟
noun
種族滅絕
noun
1. tarwe met zemelen en kiem
全麥小麥
noun
1. lied dat dienst doet als symbool voor een volk of een natie
  1. 国歌
  2. 國歌
noun
人民共和国
/ˈvɔlks.tœʏn/
noun
2. moestuin beschikbaar gesteld aan stadsbewoners
园地
noun
1. een vergadering van de gehele bevolking
会
noun
1. fase of schijngestalte van de maan, waarbij de naar de aarde gekeerde zijde, geheel door de zon wordt verlicht en daardoor zichtbaar is
满月
adverb
1. zonder iets ongedaan te laten
完全
noun
1. de fase of schijngestalte van de maan, waarbij de naar de aarde gekeerde zijde, geheel door de zon wordt verlicht en daardoor zichtbaar is
满月
noun
1. spel
排球
/vɔlˈmaːkt/
adverb
1. zonder enig gebrek
完美的
noun
伏特
noun
過去完成時
noun
  1. 1. ruimtelijke capaciteit
  2. 3. fysieke informatiedrager
音量
adjective
1. een leeftijd bereikt hebbend waarop men volgroeid en onafhankelijk kan zijn
大
noun
1. iemand die volgroeid is
大人
noun
1. een gloeiend korreltje of brokstukje
火星
noun
1. een beslissing van een rechter in dagvaardingsprocedures
判決
noun
声
/vor/
preposition
  1. 4. eerder in tijd
    以前
  2. 1. dichterbij dan
    面前
noun
  1. 1. iets ter navolging
    例
  2. 2. iets dat bestaat of kan bestaan, als uitleg bij een abstracte uitleg
    例子
/vorˈbɛɪ̯ɣan/, /vorˈbɛːɣan/, /vo̝rˈbɛɪ̯χan/
verb
  1. 1. langs een bepaald punt gaan.
  2. 2. tot verleden gaan behoren
过
noun
1. het deel van het gezicht tussen de wenkbrauwen, de normale haarlijn en de slapen
  1. 前額
  2. 前额
noun
1. een van de beenderen van de schedel
额骨
noun
1. voorhuid van penis
包皮
noun
1. de lente
春天
/vorkɑnt/
noun
1. een van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is
前
/'vɔːr.ko.mə(n)/, /vɔːr.'ko.mə(n)/
verb
2. voor het gerecht verschijnen
出现
adjective
1. één voor de laatste
倒数第二
verb
1. hardop een tekst lezen ten aanhoren van anderen
里拉
noun
1. naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.
名字
/ˈvɔːr.nam.ˌʋɔːrt/
noun
1. een woord dat verwijst naar iets anders zonder ze te noemen
  1. 代詞
  2. 代词
noun
1. signaal dat aan een gebeurtenis voorafgaat
前兆
noun
1. symbolen aan het begin van een notenbalk
调号
verb
1. geleidelijk verder verlopen
繼續
noun
1. de neiging om zonder treuzelen over te gaan tot doortastend handelen
精力,生命力
verb
持续
noun
1. een object, iets dat fysiek bestaat
物体
noun
1. een onverbuigbaar woord dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft
  1. 介词
  2. 前置詞
  3. 介詞
  4. 前置词
noun
在...前面
/vɔɾ.dǝ.ɾɪŋ/
noun
1. vooruitgang, progressie
进步
noun
  1. 1. aftakking van een boomtak of van een weg
    1. 叉子
    2. 叉
  2. 2. voorwerp bestaande uit een greep en (meestal 3 of 4) tanden, waarmee vast voedsel wordt gegeten
    1. 餐叉
    2. 叉子
/vɔrst/
noun
2. weersomstandigheden
霜
noun
女皇帝
noun
1. bepaald zoogdier, Vulpes vulpes
  1. 狐狸
  2. 狐
noun
1. bepaald soort plant, Vaccinium vitis-idaea
越橘
verb
折叠
/vra:x/, /vra:χ/
noun
1. een verzoek om inlichting
  1. 问题
  2. 問題
noun
1. een schip dat uitsluitend bedoeld is voor het vervoer van goederen
货船
noun
1.
货机
noun
1. een wagen voor goederenvervoer
卡車
/ˈvraɣə(n)/, /ˈvraχə(n)/
verb
  1. 1. mondeling of schriftelijk informatie verzoeken
  2. 2. mondeling of schriftelijk actie verzoeken
  1. 问
  2. 询问
noun
1. ontbreken van oorlog
和平
adjective
2. gek, onwerkelijk
奇怪
noun
1. iemand die afkomstig is uit een ander gebied of land dan dat waar hij verblijft
外国人
adverb
不行
verb
1. het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
吃
noun
1. een blij gevoel
高兴
/ˈvrøx.də.ˌvyːr/, /ˈvrøɣ.də.ˌvyːr/, /ˈvrøχ.də.ˌvyːr/
noun
1. een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren
營火
noun
1. een persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
朋友
noun
  1. 1. een vrouwelijk persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
  2. 2. de vrouwelijke persoon met wie je verkering hebt
女朋友
noun
1. gelijkwaardige relatie tussen personen die elkaar wederzijds genegen zijn en een vergelijkbare relatie tegelijkertijd ook met anderen kunnen hebben
友誼
/vrispʌnt/
noun
冰点
adjective
1. ongebonden, niet in beweging beperkt
免費
noun
1. een dag van de week die na donderdag en voor zaterdag komt
  1. 星期五
  2. 周五
noun
追求者
adjective
1. een ongehuwde man of vrouw
单身
noun
1. een ongehuwde man of vrouw
单身汉
/ˈvrɛi̯ɦɛi̯t/
noun
1. het vrij zijn
自由
/ˈvrud.vrɑu/
noun
1. een vrouw die een bevalling begeleidt
助产士
adjective
  1. 1. aan het begin
  2. 2. eerder dan verwacht
早
adjective
1. in goede stemming
高兴
noun
  1. 2. de vrouwelijke partner in een huwelijk
    女人
  2. 1. een volwassen vrouwelijke mens
    1. 女人
    2. 妇女
adjective
  1. 阴性
  2. 女
noun
2. grootste in Europa voorkomende orchideeënsoort, Cypripedium calceolus
杓兰
noun
1. volgroeid vruchtbeginsel
果
/ˈvrʏxtə(n)ˌsɑp/, /ˈvrʏχtə(n)ˌsɑp/
noun
1. sap gewonnen uit fruit
果汁
noun
羊水
noun
1. gebalde hand
拳头
adjective
粗俗
noun
火山
noun
1. de vaak explosieve activiteit waarmee in een vulkaan opgebouwde spanningen zich ontladen
火山噴發類型
noun
1. bepaalde soort vlinder, Vanessa atalanta
火山学
noun
het materiaal waarmee iets opgevuld is
填充
/ˈvʏl.pɛn/, /ˈvʏɫ.pɛn/
noun
1. een schrijfpen met holle houder waarin zich een inktreservoir bevindt
  1. 鋼筆
  2. 钢笔
noun
1. de schaamspleet, de ingang tot de vagina
女陰
/vyːr/
noun
1. lichtverschijnsel bij brand
火
pronoun
1. een archipel aan de zuidpunt van Zuid-Amerika
火地群岛
adjective
火焰红
noun
1.
燧石
noun
1. een hoog lichtbaken aan de kust
  1. 燈塔
  2. 岸標
noun
1. voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels
  1. 烟花
  2. 煙花
noun
1. scherm in halve schijfvorm
扇子
/ˈʋakɦɔnt/
noun
1. een hond die het huis of een erf bewaakt
看家狗
/wal/
noun
(demoniem) 1. bewoner of iemand die afkomstig is uit Wallonië
瓦龙人
pronoun
1. een taal die verwant is aan het Frans en die in Wallonië gesproken wordt
瓦龙语
noun
1. het lijden aan een geestesstoornis
疯狂
/ʋar/
adverb
1. op welke plaats
  1. 哪里
  2. 哪儿
noun
多少
noun
1. dat wat waar is
真理
noun
1. iets via de zintuigen registreren
知覺
/ʋarˈɔm/
noun
1. door welke oorzaak?
為乜
adverb
1. aannemelijk, iets dat vermoedelijk zo is
大概
noun
1. het voorspellen van de toekomst langs magische weg
占卜
/ˈʋɑx.tə(n)/, /ˈβɑx.tə(n)/
verb
1. op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
等待
noun
1. een aantal elementen die in een bepaalde volgorde op een gebeurtenis wachten
队列
noun
1. een geheim woord dat men moet produceren om ergens toegelaten te worden
口令
interjection
1. krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
汪
/ˈʋaːɣə(n)/, /ˈʋaːχə(n)/
noun
2. een auto
汽车
/ʋa'ɣɔn/
noun
1. een voertuig dat deel uitmaakt van een trein
车厢
pronoun
1. een van de delen van het Verenigd Koninkrijk, gelegen op een groot eiland in het noordwesten van Europa.
威尔士
/wɑlrʌs/
noun
1. bepaald soort zoogdier, Odobenus rosmarus
海象
noun
4. dans
圆舞
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de onderorde Cetacea
  1. 鯨魚
  2. 鲸鱼
/ˈʋɑn.dəɫ.ˌbrʏχ/, /ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌbrʏx/
noun
1. een brug waarover men kan lopen, maar die men niet met grotere voertuigen kan oversteken
船桥
/ˈwɑndələnt/
adjective
wandelende tak
竹節蟲
noun
1. zijkant van het gezicht onder het oog
脸
/ˈʋɑnɦop/
noun
1. een ellendige toestand waarin men geen uitkomst meer ziet
绝望
verb
1. onvast op de voeten staan, dreigen te vallen
摇摇晃晃
/ʋɑ.ˈneːr/
adverb
1. op welke tijd
什么时候
noun
1. een ongeregelde toestand met gebrek aan orde
混乱
noun
1. het niet nakomen van een overeenkomst
違約
/ˈʋaːpən/
noun
  1. 1. een werktuig van geweld
    武器
  2. 2. een wapenschild
    紋章
noun
1. een internationale sanctie waarbij een partij geen wapens kan aankopen
武器禁運
noun
纹章
noun
1. een overeenkomst met de vijand om de vijandelijkheden op te schorten
停战
/ʋɑrṃ/
adjective
Na te kijken en uit te splitsen vertalingen
热
noun
1. bladgewas Beta vulgaris
牛皮菜
noun
  1. 1. de mate waarin het weer warm is.
  2. 2. de hoeveelheid thermische energie.
热
pronoun
1. hoofdstad van Polen
华沙
/ʋɑs/
noun
1. weke laagsmeltende en waterafstotende stof
  1. 蜡
  2. 蠟
/ˈʋɑsbɑk/
noun
1. een bassin waarin gewassen kan worden
盥洗室
noun
1. klein Noord-Amerikaans zoogdier, Procyon lotor
浣熊
noun
1. Nyctereutes procyonoides, een zoogdier en roofdier uit de familie Canidae
狸
noun
1. een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
烘乾機
noun
1. een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigt
洗衣机
noun
1. zeep in een vorm om kleding en ander textiel in water te reinigen
洗衣粉
/'ʋɑsə(n)/
verb
  1. 1. iets schoonmaken
  2. 2. zichzelf schoonmaken
洗
noun
1. een bak waarin men zich of iets wast
洗手池
/ʋɑt/
interrogativePronoun
vragend voornaamwoord
什么
phraseologicalUnit
1.
您贵姓?
noun
蒲桃
adjective
不来梅蓝色
noun
1. Bubalus bubalis, een tot de runderen behorend trekdier...
水牛
noun
蒸汽
/ˈʋaːtərən/
verb
1. urine uitscheiden
小便
noun
淨水器
noun
1.1 bepaald soort watervogel, Gallinula chloropus
黑水鸡
noun
1. ijs gemaakt op basis van water / vruchtensap / stroop
雪葩
noun
1. een dier dat behoort tot een van honderden soorten van de Coenagrionidae
蜻蜓
noun
1. benaming voor planten uit het geslacht Rorippa
豆瓣菜屬
noun
水力资源
pronoun
1. gemeente en plaats in Waals-Brabant
滑铁卢
pronoun
2. teken van de dierenriem van 20 januari tot 19 februari
宝瓶座
/ˈʋaːtərməˌlun/
noun
1. Citrullus vulgaris, een grote vrucht met vochtig en rood vruchtvlees
西瓜
noun
2. een molen die door stromend water aangedreven wordt
水磨
noun
bepaald soort eenjarige waterplant met eetbare knollen, Trapa natans
菱角
noun
水生植物
noun
1. een balsport waarbij twee ploegen van zeven spelers elkaar in het water bestrijden
水球
noun
1. een schoepenrad dat draait door de stroming van het water
水车
noun
1. ski voor het waterskiën
滑水
noun
1. sterrenbeeld
长蛇座
noun
滴水嘴兽
/ˈʋatərˌstɔf/
noun
1. een chemisch element en een kleurloos niet-metaal
  1. 氢
  2. 氫
noun
1. een atoom van het chemisch element waterstof.
氫原子
noun
氫鍵
noun
1. middel dat gebruikt kan worden om te bleken, als desinfectiemiddel of als verbrandingshulp (in raketten)
过氧化氢
noun
1. plaats waar stromend water bij een hoogteverschil zijn weg al vallend voortzet
瀑布
noun
1. een vliegtuig dat kan opstijgen en landen op het water
水上飛機
noun
水鳥
noun
1. plukje watten bevestigd op een houten of plastic stokje, gebruikt voor bepaalde medische doeleinden...
棉棒
/ʋese/
noun
1. toilet
洗手间
noun
手纸
noun
1.
航海者
noun
1. plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
网站
verb
1. geld wagen op een toekomstige gebeurtenis
打赌
noun
1. een werkwoord waarbij de handelende persoon tevens het voorwerp van de handeling is
反身动词
verb
競爭
noun
1. een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is
比赛
/ˈʋeːdyʋə/
noun
vrouw
嫠妇
/'ʋedyʋnar/
noun
man
鳏夫
/ˈʋeːf.xəˌtɑu̯/
noun
1. toestel waarmee garen tot weefsel gevlochten wordt
紡機
noun
  1. 1. een dunne geweven stof of textiel
  2. 2. een groep van gelijkaardige lichaamscellen die dezelfde functie in een levend organisme vervullen
組織
pronoun
teken van de dierenriem van 23 september to 23 oktober
天秤座
/wek/, /ʋek/, /β̞ek/
noun
1. tijdseenheid van 7 dagen
  1. 星期
  2. 周
noun
软体动物
/ˈʋikɛnt/
noun
1. periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
周末
/weːr/, /ʋɪːr/, /β̞eːr/
noun
1. atmosferische gesteldheid
天气
noun
  1. 1. het weerkaatsen
    混響
  2. 2. datgene wat weerkaatst wordt (licht, beeld, warmte of geluid)
    镜像
noun
气象学
noun
  1. 1. een reactie die poogt een bepaalde actie tegen te werken
  2. 2. de tegenstand die een stroom in een geleider ondervindt
  3. 3. een elektronica-onderdeel
电阻器
noun
. een mythisch wezen dat bij volle maan van mens in wolf verandert
狼人
noun
1. sterke afkeer
子囊
/ʋes/
noun
孤儿
/ˈʋeshœʏs/
noun
1. een opvanghuis voor wezen
孤儿院
/ˈʋesjɔŋə(n)/
noun
1. een jongen van wie beide ouders overleden zijn
孤儿
/ʋɛχ/, /β̞ɛx/
noun
1. smalle strook grond voor het verkeer
  1. 道
  2. 道路
verb
door slepen iets of iemand verwijderen
闲荡
/ʋɛɪ/
noun
2. een vloeistof die ontstaat als restproduct bij het kaasmaken
乳清
pronoun
1. de grootste rivier van Polen
维斯瓦河
verb
1. niet voldoen aan een verzoek of opdracht
拒绝
noun
1. het niet voldoen aan een verzoek of opdracht
  1. 拒絕
  2. 拒绝
/'ʋɛɪlɑnt/
noun
1. een stuk grasland in gebruik voor de begrazing door vee
草地
pronoun
魏瑪共和國
/ˈwe.kə(n)/, /ˈʋe.kə(n)/, /ˈβ̞e.kə(n)/
verb
1. door langdurig in een vloeistof te leggen zacht, plooibaar of beter wasbaar maken
回火
/ˈʋɛkər/
noun
1. een apparaat dat gebruikt wordt om de tijd bij te houden en een functie heeft die veel geluid produceert op een ingestelde tijd
闹钟
noun
1. de kunst om iets goed te kunnen verwoorden
口才
noun
恩人
adverb
来着
/ʋɛlk/
relativePronoun
哪
/ˈʋɛɫkɔm/
interjection
1. begroeting
歡迎
/ʋɛˈlɪxt/
adverb
1. mogelijk, misschien
可能
noun
1.
性欲
adjective
情欲的
pronoun
1. een Keltische taal die wordt gesproken in Wales
威尔士语
/ˌʋɛltə'rʏstə(n)/
interjection
晚安
pronoun
1. de hoofdstad van Oostenrijk
维也纳
noun
1. knokige rand boven het oog, meestal begroeid met haar
眉毛
/ˈweː.ʁəlt/, /ˈʋɪː.rɔɫt/, /ˈβ̞eː.rəɫt/
noun
1. de aarde
世界
noun
世界观
pronoun
世界卫生组织
pronoun
1. intergouvernementele organisatie die toeziet op de naleving van afspraken over de handel tussen landen
世界贸易组织
noun
1. een staat die machtig genoeg is zijn invloed over de hele wereld te doen gelden
世界力量
noun
1. een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.
世界大战
noun
1. een tentoonstelling waaraan landen uit de wereld aan kunnen deelnemen
世界博覽會
/ʋɛrk/
noun
1. dat wat gedaan moet worden
工作
/'ʋɛrkələkɦɛɪt/
noun
1. de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan
現實
/ʋɛrkən/
verb
1. arbeid verrichten, lichte vorm van zwoegen
工作
noun
1. persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
僱傭
noun
1.
失业者
/ʋɛrkʋɛɩ̭zə/
noun
1. de manier waarop men te werk gaat
技法
noun
1. woordsoort die in de eerste plaats een handeling of toestand uitdrukt
  1. 动词
  2. 動詞
verb
1. met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
丟
noun
1. bot van de wervelkolom
椎骨
noun
脊柱
noun
1. een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect
  1. 黃蜂
  2. 黄蜂
noun
鈴蘭屬
/ʋɛst/
adverb
西
pronoun
1. het westelijk deel van Europa
西欧
pronoun
1. een verzameling Vlaamse dialecten met typische kenmerken gesproken in West-Vlaanderen en een klein deel van Nederland en Frankrijk
西佛蘭德語
adjective
西方的
pronoun
西撒哈拉
/ˈʋɛs.tə(n)/
noun
西
/ˈwɛstərlɪŋ/
noun
2. iemand die in het Westen, de westerse wereld woont of daarvan afkomstig is
西方人
/ʋɛs.tǝɾs/
adjective
1.
西洋
/wɛt/
noun
1. een door de overheid opgestelde regel
律
phraseologicalUnit
摩菲定理
/ˈʋeː.tə(n)/
verb
1. ergens kennis van hebben
知道
/'ʋetənsxɑp/
noun
  1. 2. georganiseerde activiteit
  2. 1. het weten van de mens
科学
/,ʋetən'sxapələk/
adjective
科学
/ˈʋetəˌsxɑpər/
noun
1. iemand die de wetenschap beoefent
科学家
pronoun
1. een stad in de Duitse deelstaat Hessen
韋茨拉爾
noun
1. bepaald soort zoogdier, Mustela nivales
  1. 黄鼠狼
  2. 伶鼬
noun
1. een sterke drank die uit gerst of uit maïs en rogge gestookt is
威士忌
noun
1. het verkrijgen van informatie door middel van bovennatuurlijke of niet wetenschappelijk aangetoonde middelen
占卜
/wiː/, /ʋiː/, /β̞iː/
relativePronoun
  1. 1. vragend voornaamwoord
  2. 2. betrekkelijk voornaamwoord
谁
noun
1. ronddraaiende schijf
轮子
noun
古典
noun
1. de sport van het wielrennen
自行车运动
noun
1. in water voorkomende vaatloze, plantachtige organismen
藻
/ˈʋiː.roːk/
noun
1. gomhars, gebruikt als reukoffer
香
noun
1. een metalen of houten voorwerp in de vorm van een driehoekig blok met een scherpe hoek van 5 to 20 graden
楔子
noun
1. koepelvormig huis gebruikt door de Noord-Amerikaanse indianen
维格沃姆
/wɛɪ̯/, /ʋɛɪ̯/, /β̞ɛː/
personalPronoun
1. 1e persoon meervoud nominatief
我们
/ˈʋixə(n)/
pronoun
韋亨
adverb
1.
橫跨兩側
/wɛɪ̯n/, /ʋɛɪ̯n/, /β̞ɛːn/
noun
1. sterke drank van gegiste druiven
  1. 葡萄酒
  2. 酒
noun
het verbouwen van druiven voor de productie van wijn
葡萄栽培
noun
1.
酒库
adjective
葡萄酒红
/ˈʋɛi̯n.stɔk/
noun
1. klimplant waaraan druiven groeien
藤
noun
1.
葡萄栽培
noun
  1. 1.
  2. 2.
痣
/wɛɪ̯s/, /ʋɛɪ̯s/, /β̞ɛːs/
adjective
1. van groot inzicht getuigend
圣贤的
noun
1. de oudste wetenschap
哲学
noun
1. gerijpt inzicht
智
noun
1. tweede vinger, gelegen tussen de middelvinger en de duim
食指
noun
1. gewijd water
圣水
verb
表示
noun
解决
/ʋɪkifiˈsɪːrə(n)/
verb
1. een tekst aanpassen aan het wikisysteem
维基化
pronoun
1. een door de Wikimedia Foundation gecreëerde rechtenvrije encyclopedie op het internet...
  1. 维基百科
  2. 維基百科
/ˈwikʃoˌnɛri/, /ˈʋɪkʃəˌnɛri/
pronoun
1. deelproject van de Wikimedia Foundation met als doel het produceren van een compleet ...
  1. 维基字典
  2. 維基字典
/ʋɪl/
noun
1. de bereidheid of zin om iets te doen
意志
noun
1. bepaald soort zoogdier, Sus scrofa
野猪
noun
1. iemand zonder beschaving
野蛮人
noun
1. Salix sp.
柳树
/ˈwɪləm/, /ˈʋɪləm/, /ˈβ̞ɪləm/
pronoun
  1. 1. een jongensnaam
  2. 2. spelwoord voor de letter w
威廉
/ˈʋɪ.lən/
verb
1. iets als verlangen of voorkeur hebben
  1. 要
  2. 想要
noun
1. eenzijdige wilsuiting die gericht is op het tot stand brengen van rechtsgevolgen
意思表示
noun
睫毛
/ʋɪnt/
noun
1. stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
  1. 风
  2. 呼吸
noun
风标
noun
1. een gebied waar windenergie gewonnen wordt met behulp van een aantal molens
風力發動機
noun
1. een groep bij elkaar geplaatste windturbines
風力發動機
noun
羅盤玫瑰
noun
1. toestel waarmee energie wordt opgewekt
风力发电机
noun
1.
试风标 [shìfēngbiǎo]
noun
1. plaats waar koopwaar wordt verkocht
商店
noun
1. een wagentje dat in winkels wordt gebruikt om tijdens het winkelen producten in te verzamelen
購物手推車
noun
1. degene die een strijd of wedstrijd in zijn voordeel beslist
优胜者
/ʋɪntər/
noun
1. seizoen
  1. 冬天
  2. 冬季
noun
1. klein gedrongen vogeltje met opgewipt staartje,
鹪鹩
noun
1. zuidelijke keerpunt van de zon
冬至
adjective
1. typerend voor de winter
冬
noun
1. een toestand van hypothermie en inactiviteit bij sommige warmbloedige dieren in de winter
冬眠
noun
1. zuidelijke keerpunt van de zon
冬至
noun
1. zuidelijke keerpunt van de zon
冬至
noun
1. zuidelijke keerpunt van de zon
冬至
noun
1. bepaald soort zooɡdier, Bison bonasus
欧洲野牛
noun
1. de formele studie van patronen en structuren.
数学
/ʋɪsˈkʏndəx/
adjective
1. op wiskunde betrekking hebbend of er gebruik van makend
数学的
/ʋɪsəl/
noun
1. speciale constructie in een spoorweg om een voertuig naar een ander spoor te leiden
轉轍器
noun
馬櫻丹
noun
1. wisselstroom
交流電
noun
1. iets van weinig betekenis, kwestie die eenvoudig op te lossen is
小品曲
/ʋɪt/
adverb
1. kleur
白
/ʋɪt/
noun
1. lichtst mogelijke kleur
  1. 白色
  2. 白
/wɪt.ˈrʏs.lɑnd/, /ʋɪt.ˈrʏs.lɑnt/, /β̞ɪt.ˈrʏs.lɑnt/
pronoun
land in Oost-Europa.
  1. 白俄罗斯
  2. 白俄羅斯
/ˌwɪtˈrʏsɪs/, /ˌʋɪtˈrʏsis/, /ˌβ̞ɪtˈrʏsis/
pronoun
1. een Slavische taal die vooral in Wit-Rusland wordt gesproken
白俄罗斯语
adjective
崧蓝绿色
noun
1.
白矮星
noun
1. Carcharodon carcharias, de bekendste en de meest gevreesde haai
大白鲨
pronoun
白宮
noun
1. gepelde en gepolijste rijst
白米
noun
1. alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van voornamelijk witte druiven
白葡萄酒
pronoun
白海
noun
1. en 2. (bladeren van) sluitkoolgewas dat lichtgroen tot wit van kleur is
卷心菜
noun
1. een heldere, kleurloze en nagenoeg geurloze sterkedrank
伏特加
/ˈʋudə/
noun
1. een gevoel van erge kwaadheid
愤怒
interjection
1. krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
汪
noun
1. klein, gravend, muisachtig knaagdier met stompe snuit
田鼠
/ˈʋunzdɑx/
noun
1. een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
  1. 星期三
  2. 周三
noun
1.mannetjeseend
鸭
noun
1. grote dorre vlakte, met weinig neerslag en weinig vegetatie
沙漠
/ʋɔl/
noun
1. weefsel van wollen garens
羊毛
/wɔlf/, /ʋɔlf/
noun
1. bepaald zoogdier, Canis lupus
狼
noun
1. scheikundig element met symbool W en atoomnummer 74
鎢
/ˈwɔlᵊfsbʏrᵊx/
pronoun
1.
沃尔夫斯堡
noun
颠茄
noun
1. bepaalde soort vlinder, Vanessa atalanta
披毛犀
noun
1. samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
  1. 云
  2. 雲
/ˈwɔlkə(n)ˌkrɑbər/, /ˈʋɔɫkə(ŋ)ˌkrɑbər/, /ˈβ̞ɔɫkə(ŋ)ˌkrɑbər/
noun
1. een zeer hoog gebouw dat met bewolkt weer zichtbaar in de wolken kan steken
  1. 摩天大楼
  2. 摩天大樓
pronoun
1.
沃里尼亞
/wɔnd/, /ʋɔnt/, /β̞ɔnt/
noun
1. een beschadiging in of aan het lichaam
伤口
noun
1. een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt
神蹟
noun
神童
/ˈwo.nə(n)/, /ˈʋo.nə(n)/, /ˈβ̞o.nə(n)/
verb
1. een permanente behuizing hebben
住
noun
公寓房間分租
/ʋoːrt/, /ˈʋʊːrt/, /ˈβoːrd/, /ˈβoːrt/
noun
  1. 2. belofte
    1. 詞
    2. 词
    1. 3. het woord van god of de inhoud van de bijbel
    2. 4. de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur
    词
  2. 1. spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
    1. 词
    2. 单词
    3. 單詞
/ˈʋɔːrdə(n)ˌbuk/
noun
1. een boek waarin de woorden en uitdrukkingen van een taal zijn gerangschikt met hun...
  1. 字典
  2. 词典
noun
词汇量
/ˈwɔrdə(n)/, /ˈʋɔrdə(n)/, /ˈβ̞ɔrdə(n)/
verb
2. gaan zijn, zich ontwikkelen tot
成
/ʋɔrm/
noun
1. een betrekkelijk klein, lang, ongewerveld dier met een zacht lichaam
chóng
noun
een hypothetische mogelijkheid binnen de ruimte-tijd
虫洞
noun
1. een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
  1. 香肠
  2. 香腸
/ˈʋɔrtəl/
noun
  1. 2. Ondergronds gedeelte van een plant
    根
  2. 1. Groente peen
    1. 胡萝卜
    2. 红萝卜
noun
胡蘿蔔蛋糕
/ʋʌːt/, /ʋʌːut/
noun
1. groot bos
森林
/ʋʌʊ̯/, /β̞ʌːβ̞/
noun
A 1. benaming voor roofvogels uit het geslacht Milvus
鳶
noun
1. het vergelden van doorgemaakt lijden
复仇
noun
1. knobbeltje
疣
/ˈvrɛi̯fklɑŋk/
noun
1. een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
塞擦音
verb
1. handeling
挠
noun
1. een besmettelijk type coronavirus dat een ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt, in december 2019 voor het eerst opgedoken in China
冠状病毒
noun
1. Numenius arquata, een vogel uit de familie van de snipachtigen (Scolopacidae)
白腰杓鹬
noun
1.
X染色体
/ksɑnˈtinə/
noun
1. een organische stof die in vlees, urine en andere dierlijke stoffen voorkomt
黃嘌呤
/ksenofoˈbi/
noun
1. een afkeer van alles wat vreemd of buitenlands is
仇外
/ˈksenɔn/
noun
1. een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Xe en het atoomnummer 54
氙
noun
1. melodisch slaginstrument dat bestaat uit een reeks op toon gestemde hardhouten staafjes waar met kleine hamertjes op geslagen wordt
木琴
/ˌksiloɣraˈfi/
noun
  1. 1. houtsnijkunst
  2. 2. houtsnede of houtgravure
木刻
noun
1. een van de beide geslachtschromosomen dat in de helft van de zaadcellen voorkomt
Y染色体
pronoun
1. de hoofdstad van Ivoorkust
亚穆苏克罗
noun
1. een tropisch voedselgewas
山药
noun
1. actieve, mannelijke beginsel in de kosmos (volgens de Chinese filosofie), een van beide principes die samen de tao vormen
阳
noun
  1. 1. een Angelsaksische lengtemaat (3 voet is 0,9144 m)
  2. 2. een Engelse vlaktemaat (12,14 ha)
码
noun
1. de munteenheid van Japan
日元
/ˈjeti/
noun
1. een legendarisch monster met de bijnaam 'de verschrikkelijke sneeuwman' die voor zou komen in de Himalaya
雪人
noun
1. het passieve vrouwelijke beginsel in de kosmos volgens de Chinese filosofie, een van beide principes die samen de tao vormen
阴
/ˈjoxa/
noun
1. het streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie...
瑜伽
/ˈjɔxərt/, /ˈjɔχərt/
noun
1. lichtzuur en enigszins lobbig zuivelproduct,...
酸奶
noun
1. scheikundig element met symbool Yb en atoomnummer 70
镱
noun
1.
钇
noun
1. lelieachtige sierplant uit Noord-Amerika
丝兰
noun
1. een ronde nomadentent
蒙古包
/zaːt/
noun
  1. 1. een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant van dezelfde soort groeit
  2. 2. zaadcellen uit de mannelijke geslachtsorganen van een mens of een dier
种子
noun
1. het bolvormige deel van een plant waar zaden op bevestigd zijn
胶囊剂
noun
1. een klein knopje in het vruchtbeginsel waaruit na bevruchting een zaadje groeit
胚珠
noun
子叶
/zax/
noun
1. een stuk gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen
  1. 鋸
  2. 鋸子
verb
1. zaad strooien
播种
adjective
熟练的
noun
1. room
乳脂
adverb
1. gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen
  1. 軟
  2. 软
noun
zitplaats op dier of fiets
鞍
/[ˈzɑː.greb]/
pronoun
1. hoofdstad van Kroatië
薩格勒布
noun
2. een plek in kleding waarin kleine spullen kunnen worden meegedragen
口袋
/ˈzɑgduk/
noun
1. een doek om de neus in te snuiten
  1. 手帕
  2. 手绢
/'zakəmɑn/
noun
1. iemand die met zakendoen zijn brood verdient
商人
noun
1. lamp op zakformaat
手电筒
/zɑlm/, /zɑɫm/
noun
1. benaming voor een aantal vissoorten uit de familie Salmonidae
鲑鱼
adjective
鲑鱼橙
adjective
鲑鱼粉红色
/'zɑm.bi.ja/
pronoun
1. een land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zambia, dat geheel door land wordt omsloten
赞比亚
noun
1. losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen en schelpen
沙
noun
1. een bak gevuld met zand om in te spelen
沙盒
adjective
沙黄色
noun
1. toestel waarmee de tijd wordt gemeten door zand uit het bovenste reservoir via een smalle doorgang naar het onderste reservoir te laten lopen
沙漏
noun
砂岩
noun
1. zandweg. Weg met onverhard wegdek
沙路
/ˈzɑŋər/
noun
1. een mannelijk iemand die zingt
歌唱家
noun
1. een vrouwelijk iemand die zingt
歌唱家
pronoun
1.
萨拉戈萨
noun
1. een dag van de week die na vrijdag en voor zondag komt
  1. 星期六
  2. 周六
/za.ˈiː.rə/
pronoun
薩伊
personalPronoun
1. clitische vorm van zij (derde persoon vrouwelijk enkelvoud)
她
noun
1. zwart-wit gestreepte paardachtige
  1. 斑马
  2. 斑馬
noun
1. een patroon van witte strepen aangebracht op het wegdek ter aanduiding van een beschermde voetgangersoversteekplaats
人行横道
/ze/, /zeː/
noun
1. uitgestrektheid zoutwater
  1. 海
  2. 大海
noun
1. smalle doorgang tussen twee zeeën
海峡
noun
1. benaming voor dieren uit de orde Actiniaria
海葵
noun
1. bepaald soort roofvogel die in kustgebieden leeft, Haliaeetus albicilla
洁白雕
noun
1. baarsachtige zeevis, Dicentrarchus labrax
海鲈
noun
1. aardbeving waarvan het epicentrum op de bodem van de zee ligt
海震
noun
1. het grondvlak van een zee
洋底
noun
海岸松
noun
1. werktuig om grovere van fijnere bestanddelen te scheiden
筛
noun
1. benaming voor zoogdieren uit de familie Phocidae
海豹
noun
1. benaming voor op de op komkommers lijkende zeedieren uit de klasse Holothuroidea
海参
noun
1. in zee levende kreeft
龙虾
noun
1. neteldier in de vorm waarin het vrij in het water zwemt
水母
/ˈzelɑnt/, /ˈzeːlɑnd/, /ˈzeːlɑnt/
pronoun
1. een provincie in het zuidwesten van Nederland, die aan Noord-Brabant, Zuid-Holland, België en de Noordzee grenst
泽兰省
noun
1. bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis, Tinca tinca
丁鱥
noun
水手
noun
1. mythisch zeewezen
人魚
noun
1. benaming voor zeevogels uit de familie Laridae
海鸥
noun
1. afstandsmaat, in gebruik op zee, 1852m
海里
noun
1. hoogte van de zeespiegel
海平面
noun
1. schuimverwerkend reinigingsmiddel
肥皂
/ˈzepaːrtʲə/
noun
2. benaming voor zeevisjes waarvan de kop op een paardenkop lijkt en die rechtopstaand zwemmen, uit het geslacht Hippocampus
海马
noun
1. bolvormig vlies van water en zeep dat een hoeveelheid gas (meestal lucht) omringt
肥皂泡
adverb
  1. 1. in hoge mate
    很
  2. 3. pijn
    痛
/ˈzerɔp/
noun
2. benaming voor grote zeezoogdieren uit de familie Phocidae
海豹
noun
1. geweldpleging gevolgd door roof tegen een schip op volle zee, dit zonder machtiging van een oorlogvoerende natie
山寨
noun
1. iemand die op zee een schip berooft
海盗
noun
1. het uitvoeren van een zeeroof
山寨
noun
1. iemand die de zeeën bevaart om andere schepen te beroven
海盗
/ˈzeslɑŋ/
noun
1. giftig reptiel dat leeft in ondiepe zeegebieden en riviermondingen
海蛇
noun
1. benaming voor schijfvormige zeedieren met vijf armen uit de klasse Asteroidea
海星
noun
1. een grote constante beweging van het zeewater
海流
noun
1. iemand die voor zijn beroep de zee bevaart
水手
adjective
1. een varende functie op een zeeschip uitoefenen
航海者
/ˈzeˌvoχɔɫ/, /ˈzeːˌvoːɣəl/
noun
1. een vogel die vooral in de directe omgeving van de zee leeft
海鳥
/ˈzeʋatər/
noun
1. water waarin diverse zouten zijn opgelost en waarmee de zeeën gevuld zijn
海水
noun
1. misselijkheid als gevolg van de onregelmatige beweging van een schip
晕船
noun
1. zout, uit zeewater gewonnen
海盐
noun
1.
胜利
verb
1. mededelen
说
noun
  1. 1. doek dat in een mast gehesen is met als doel wind te vangen
    帆
  2. 2. het geheel van alle zeilen van een schip
    帆面
  3. 3. vloerbedekking met een onderlaag van weefsel (jute) en een harde kunststof bovenlaag
    油布
noun
1. een boot waarmee gezeild kan worden
帆船
adjective
油布灰
noun
1. surfplank
滑浪風帆
noun
1. maaiwerktuig met gebogen snijblad en lange stok
大镰
adverb
1. bijzonder weinig voorkomend
偶尔
adjective
1. naar verhouding gering in aantal
罕见
demonstrativePronoun
同一
/ˈzɛɫfmoːrt/
noun
1. handeling waarbij men een einde maakt aan zijn eigen leven.
  1. 自杀
  2. 自殺
/'zɛlfpɔrtrɛt/
noun
1. een kunstwerk gebaseerd op de afbeelding van het eigen gezicht
自画像
adjective
機靈
adverb
  1. 连
  2. 連
noun
1. jezelf belachelijk maken met humoristische intentie
自嘲
adjective
1. op zichzelf staand
自主
noun
1. woordsoort die een zekere mate van zelfstandigheid van het genoemde uitdrukt, in veel talen standaard gecombineerd met een lidwoord
  1. 名词
  2. 名詞
noun
1. verdediging van zichzelf
自卫
noun
B 1. ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen
  1. 麸皮
  2. 麩皮
/zenɪt/
noun
1. het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
天頂
noun
1. een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
神经
noun
1. het getal 6
六
/ˈzɛs.də/, /ˈzɛz.də/
ordinalAdjective
nummer zes in een rij
第六
cardinalNumeral
1. het getal 96
九十六
cardinalNumeral
1. het getal 26
二十六
cardinalNumeral
1. het getal 46
四十六
cardinalNumeral
1. het getal 66
六十六
/zɛsɦuk/
noun
1. een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit zes hoeken en derhalve ook zes zijden
六边形
cardinalNumeral
1. het getal 16
十六
noun
1.
十六分音符
cardinalNumeral
1. het getal 60
六十
/zɛt/
noun
handeling gedurende een spelbeurt
(军队建制)排
noun
  1. 1. constructie bestemd om prettig op te zitten
  2. 2. lidmaatschap van een raad of vergadering met een beperkt aantal leden
  3. 3. plaats waar een organisatie gevestigd is
席位
noun
淀粉
noun
1. een medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
栓剂
verb
2. iets met grote inspanning verplaatsen
闲荡
/zœys/
pronoun
1. Griekse oppergod
宙斯
/ˈzøvən/
cardinalNumeral
1. het getal 7
  1. 七
  2. 柒
/ˈze.vən.də/
ordinalAdjective
第七
/ˈzøvənənˌdɛrtəx/
cardinalNumeral
1. het getal 37
서른일곱
/ˈzøvənənˌtwɪntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 27
二十七
noun
七边形
/ˈzøvənˌtin/
cardinalNumeral
1. het getal 17
十七
/ˈzøvəntəx/
cardinalNumeral
1. het getal 70
七十
adjective
能见度
/ˈzidə(n)/
verb
1. koken
煮
adjective
1. lichamelijke toestand
病人
/ˈzi.kǝn.ˌɦœʏs/
noun
1. instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
醫院
noun
1. een van de zeven sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk alsmede van de Orthodoxe Kerk dat door een priester wordt toegediend aan zieken die in doodsgevaar verkeren
病人傅油禮
noun
疾病
noun
1. ziekte die het centrale zenuwstelsel steeds verder aantast
帕金森病
noun
病理学
/zil/
noun
1. het veronderstelde wezen van het niet-stoffelijke van de mens
灵魂
verb
1. waarnemen met het oog
  1. 看
  2. 睇
/siˈɣønər/
noun
吉普賽人
/sɛɪ̯/, /zɛɪ̯/, /zɛː/
personalPronoun
  1. 2. 3e persoon meervoud
    他们
  2. 1. 3e persoon enkelvoud vrouwelijk
    她
noun
  1. 2. vezel van de cocon van de zijdevlinder
    丝
  2. 1. kant
    絲
adjective
深铭灰色
/ˈzɛɪɣə(n)/, /ˈzɛːɣə(n)/
verb
1. naar beneden zakken, zich laten vallen
下跌
/zɛɪkɑnt/
noun
1. datgene dat de zijde vormt
  1. 边
  2. 邊
verb
  1. 5. gelijk zijn aan.
  2. 1. bestaan
  3. 11. zijn + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm
  4. 3. zich bevinden.
  5. 6. tot de groep behoren van
  6. 7. de eigenschap hebben.
  7. 10. zijn + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van ergatieven
是
noun
1. een rivier die niet in zee maar in een andere rivier uitmondt
支流
/zɪlt/
adjective
1. met een relatief hoog zoutpercentage
咸
noun
  1. 银
  2. 銀
phraseologicalUnit
銀牌
adjective
银灰色
noun
1. benaming voor naaldbomen uit het geslacht Abies
冷杉
noun
1.1 bepaald soort insect Lepisma saccharina
衣魚
/'zɪlvərvlisrɛist/
noun
rijst waarvan de zemelen en de kiem niet verwijderd zijn
糙米
/zɪm.ˈbɑ.b<sup>ʊ</sup>ə/, /zɪm.ˈbɑp.wə/
pronoun
land in zuidelijk Afrika, officieel de Republiek Zimbabwe
  1. 津巴布韦
  2. 辛巴威
noun
1. een serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen
句子
verb
1. het musiceren met de menselijke stem
  1. 唱
  2. 唱歌
noun
1. , een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal
  1. 锌
  2. 鋅
verb
1. in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken
沉下
adjective
绿黄色
noun
1.syntactische eenheid binnen een zin
词组
/ˈzɪntœx/, /ˈzɪntœyx/
noun
1. orgaan
感
noun
1. scheikundig element met symbool Zr en atoomnummer 40
鋯
/zɪr'koːn/
noun
1. een mineraal
鋯石
/ˈzɪ.tə(n)/
verb
1. op het zitvlak rusten
坐
conjunction
en daardoor
以便
verb
1. proberen te vinden
  1. 寻找
  2. 搜索
noun
焦点
pronoun
1. Bantoetaal die door 12 miljoen mensen in Zuid-Afrika wordt gesproken
祖鲁族语
verb
1. met de mond liefkozen
吻
/ˈzut/
adjective
1. ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker
甜
noun
1. een zetmeel houdende knol behorend tot dezelfde orde van planten als de aardappel
甘薯
/ˈzuthʌʊt/
noun
1. Glycyrrhiza glabra, een plant die tot de vlinderbloemigen behoort
  1. 光果甘草
  2. 甘草
noun
2. zoetstof zonder suiker
甜味剂
/ˈzoːɣ.ə(n)/
verb
1. moedermelk geven
哺乳
adverb
1. op willekeurige wijze, zonder nadenken of voorbereiden
这样
noun
夏天
noun
1. bepaald soort loofboom, Quercus robur
夏櫟
noun
1. de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat de aarde overdag verlicht
  1. 日
  2. 太阳
  3. 太陽
noun
1. een dag van de week die na zaterdag en voor maandag komt
  1. 星期日
  2. 星期天
noun
1. overtreding van een goddelijke wet of regel
罪过
noun
  1. 1.
  2. 2.
代罪羔羊
preposition
1. In afwezigheid van
沒有
noun
1. een catostrofale Bijbelse vloed
大洪水
/ˈzɔneˌklɪps/
noun
1. het verschijnsel dat de maan voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
日食
/'zɔnəʔenɛr'ɣi/
noun
1. energie die gewonnen wordt uit de straling van de zon
太阳能
/ˈzɔnəˌblum/
noun
1. bepaald soort tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem, Helianthus annuus
向日葵
noun
1. substantie tegen verbranding van de huid
防晒
noun
1. een bril met speciale glazen (dikwijls polaroid) om de ogen tegen het zonlicht te beschermen
  1. 太阳镜
  2. 太陽鏡
noun
太阳能电池
noun
1. een scherm voor een venster om de zon buiten te sluiten
傘
noun
1.
太阳系
noun
1. magnetische onregelmatigheid aan de oppervlakte van de zon die vanaf de aarde te zien is als een wat donkere vlek
太阳黑子
/ˈzɔnəˌwɛndə/, /ˈzɔnəˌʋɛndə/, /ˈzɔnəˌβ̞ɛndə/
noun
1. de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke of zuidelijke positie (de keerkringen) bereikt
至點
noun
日晷
noun
1. de stroom deeltjes die de zon uitstraalt
太阳风
adjective
1. zonovergoten, met zonneschijn
晴
/zɔn'zɔndərχɑŋ/
noun
1. het ondergaan van de zon
日落
/ˈzɔnsvərˌdœʏ̯stərɪŋ/, /ˈzɔnsvərˌdœːstərɪŋ/
noun
1. het verschijnsel dat de maan voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
日食
/zuː/
noun
1. verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren.
动物园
/ˈzox.diːr/, /ˈzoːɣ.diːr/, /ˈzoχ.diːr/
noun
1. werveldier dat zijn jongen zoogt
  1. 哺乳類
  2. 哺乳类
/zoːn/
noun
1. een mannelijk kind
  1. 儿子
  2. 兒子
noun
1. (economie) een stelsel en systematiek voor de regulering van de zorgvoorziening
醫療系統
adjective
1. dwaas, gek
傻子
noun
1. iemand die zich dwaas gedraagt
傻子
/zɑu̯t/
noun
1. alledaagse naam voor keukenzout
盐
noun
1. een oplossing
盐酸
/ˈzo.zo/
adjective
mamahuhu
noun
动物地理学
noun
1. de wetenschap die de dieren bestudeert.
动物学
noun
1. hoorbare uitademing
叹息
/zœʏ̯t/, /zœːd/, /zœːt/
adverb
南
/zœʏ̯t.'a.fri.ka/, /zœː'.dɑ.fri.ka/, /zœːt.'a.fri.ka/
pronoun
land in het zuiden van Afrika
南非
/ˌzœʏ̯t aˈmɪːrika/, /ˌzœːd aˈmeːrika/
pronoun
een continent dat ten zuiden van Noord-Amerika ligt, tussen de Grote en de Atlantische Oceaan
南美洲
pronoun
1. is een randzee van de Grote Oceaan en ligt ten zuiden van China
南海
/zœʏ̯.ˈtɔ.lɑnt/, /zœːt.ˈɦɔ.lɑnt/, /ˈzœːd.hɔ.lɑnd/
pronoun
1. een provincie in het zuidwesten van Nederland, die aan Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant, Zeeland en de Noordzee grenst
南荷蘭省
/ˌzœʏ̯t koˈre.ja/, /ˌzœːt koˈre.ja/
pronoun
1. en 2., land en republiek in Azië
大韩民国
/ˈzœy̯.də(n)/
noun
南
adverb
东南
adverb
西南
/ˈzœy̯.ɣə(n)/
verb
1. (met de mond) naar zich toe trekken
吸
noun
顶梁柱
adjective
纯橙
adjective
纯白色
noun
1. een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht
姐妹
noun
1. vrouwelijk kind van dezelfde ouders
  1. 姐妹
  2. 妹
/zyːr/
adjective
1. een smaak hebbend zoals van citroensap of azijn
酸
/ˈzyrɣrat/
noun
1. de mate waarin iets zuur is, gewoonlijk gemeten als de negatieve logaritme (-log) van de concentratie waterstofionen
酸度
noun
1. fijngesneden en licht gezouten kool die enige tijd gefermenteerd is
酸菜
/ˈzyːrstɔf/
noun
1. een scheikundig element en een bij kamertemperatuur kleurloos twee-atomig gas O₂
  1. 氧氣
  2. 氧
noun
2. vrucht
刺果番荔枝
pronoun
1. sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem
天鹅座
/zʋan/
noun
1. benaming voor watervogels met lange sierlijke hals uit het geslacht Cygnus
天鹅
adjective
van groot gewicht
重的
noun
1. een lang, scherp wapen
劍
noun
1.1 bepaald soort zeevis, Xiphias gladius
剑鱼
noun
1. Orcinus orca, een soort van walvis, vrij gedrongen van bouw en een opvallende rugvin
逆戟鲸
noun
1. de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
引力
noun
中位数
/ˈzwɑxtəl/
noun
绑带 綁帶
/zʋɑk/
adjective
尢
noun
1. benaming voor trekvogels uit de familie Hirundinidae
  1. 燕子
  2. 燕科
adjective
1. de toestand waarin een vrouw verkeert wanneer er in de baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
怀孕的
noun
1. de tijd dat een vrouw een ongeboren kind met zich draagt
  1. 怀孕
  2. 懷孕
noun
1. een voortijdige en kunstmatige beëindiging van een zwangerschap
墮胎
adjective
1. kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
黑
noun
1. gebied van de ruimte-tijd waaruit niets, zelfs geen licht kan ontsnappen omdat de zwaartekracht te sterk is
黑洞
noun
1. betaalmiddelen die afkomstig zijn uit belastingontduiking of onwettige handel
黑钱
adjective
蓝黑色
adjective
黑褐色
noun
1. vruchtje van Ribes nigrum
黑加仑
noun
1./2. plant, zaden en zaaddoos Amomum subulatum
香豆蔻
noun
1. gepelde, ongepolijste zaden van specifieke rijstsoorten (Oryza sativa), met een heel donkere kleur
紫米
pronoun
1. gebergte in het zuidwesten van Duitsland
黑森林
pronoun
1. de zee die ligt ingeklemd tussen Europa en Klein-Azië
黑海
adjective
黑灰
adjective
墨绿色
adjective
黑红色
/zʋavəl/
noun
1. scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16
硫
adjective
硫磺色
noun
1. een sterk zuur bestaande uit zwavel, waterstof en zuurstof met een wateronttrekende en bijtende werking
硫酸
/ˈzweːdə(n)/, /ˈzʋedə(n)/, /ˈzβ̞eːdə(n)/
pronoun
1. een land in het noorden van Europa, grenzend aan Noorwegen en Finland. De officiële naam is het Koninkrijk Zweden (Konungariket Sverige)
瑞典
/zwed/, /zʋet/, /zβ̞et/
noun
1. een inwoner van Zweden, of iemand afkomstig uit Zweden
瑞典人
/zweds/, /zʋets/, /zβ̞ets/
adjective
1. betreffende Zweden of het Zweeds
  1. 瑞典的
  2. 瑞典语
/zweds/, /zʋets/, /zβ̞ets/
pronoun
1. een Germaanse taal die wordt gesproken in Zweden en Finland
  1. 瑞典语
  2. 瑞典語
noun
1. een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen
鞭子
noun
1.
溃疡
noun
1. vocht dat door de huid wordt uitgescheiden als koeling en middel om sommige afvalstoffen kwijt te raken
汗
/ˈzwɛmbɑd/, /ˈzʋɛmbɑt/, /ˈzβ̞ɛmbɑt/
noun
1. een bassin om in te zwemmen
游泳池
verb
1. zich gecoördineerd door het water voortbewegen
游泳
/'zʋɪːrə(n)/
verb
1. met een eed bekrachtigen
发誓
noun
1. klierachtig, hormoonvormend orgaan
胸腺
pronoun
1. en 2.
茨維考
noun
1. een varken
  1. 猪
  2. 豬
noun
1. een bende, een vuile troep
髒話
/zʋɪk/
noun
4. het zwikken, verstuiking
扭伤
/ˈzwɪtsər/, /ˈzʋɪtsər/, /ˈzβ̞ɪtsər/
noun
1. een inwoner van Zwitserland, of iemand afkomstig uit Zwitserland
瑞士人
/ˈzwɪtsərˌlɑnd/, /ˈzʋɪtsərˌlɑnt/, /ˈzβ̞ɪtsərˌlɑnt/
pronoun
1. een soeverein land in het zuiden van Centraal-Europa met als hoofdstad Bern en als officiële talen het Duits, het Frans, het Italiaans en het Reto-Romaans
瑞士
pronoun
苏黎世
/eːn/
cardinalNumeral
1. de inhoud van de kleinste niet-lege verzameling
一